HSBC 300 cool - Ketel STIEBEL ELTRON - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HSBC 300 cool STIEBEL ELTRON in PDF-formaat.
| Merk | Stiebel Eltron |
| Model | HSBC 300 cool |
| Producttype | Ketel met buffervat en warm water vat |
| Afmetingen (H × B × D) | 1918 × 680 × 910 mm |
| Leeggewicht | 250 kg |
| Gewicht in bedrijf (gevuld) | 641 kg |
| Elektrische voeding | 230 V / 1/N/PE / 50 Hz |
| Elektrische bescherming besturing | 1 × B 16 A |
| Max. elektrisch vermogen (circulatiepompen) | 60 W elk |
| Inhoud warm water vat | 270 L |
| Inhoud buffervat | 100 L |
| Max. toegestane druk warm water vat | 1,00 MPa (10 bar) |
| Max. toegestane druk buffervat | 0,30 MPa (3 bar) |
| Max. toegestane temperatuur (tapwater) | 85 °C |
| Max. temperatuur primaire zijde | 75 °C |
| Energie-efficiëntieklasse | B |
| Beschermingsgraad (IP) | IP20 |
| Belangrijkste functies | Verwarming, koeling (7 °C/12 °C), productie van warm tapwater |
| Onderhoud en reiniging | Reinigen met een vochtige doek; laat de elektrische veiligheid en de veiligheidsgroep regelmatig controleren door een installateur |
| Veiligheid | Vorstbeveiliging, veiligheidsventiel, slijtage-indicator van de opofferingsanode |
| Reserveonderdelen en repareerbaarheid | Accessoires: hydraulische kit HSBC 3-HKM, buizenset RBS-SBC, temperatuursensor, afstandsbediening FET |
Veelgestelde vragen - HSBC 300 cool STIEBEL ELTRON
Gebruikersvragen over HSBC 300 cool STIEBEL ELTRON
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HSBC 300 cool - STIEBEL ELTRON en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HSBC 300 cool van het merk STIEBEL ELTRON.
GEBRUIKSAANWIJZING HSBC 300 cool STIEBEL ELTRON
BIJZONDERE INSTRUCTIES
BEDIENING
- Algemene aanwijzingen 91
1.1 Geldende documenten 91
1.2 Veiligheidsaanwijzingen 91
1.3 Andere aandachtspunten in deze documentatie ____ 92
1.4 Info op het toestel 92
1.5 Meeteenheden 92
- Veiligheid 92
2.2 Algemene veiligheidsaanwijzingen 92
2.3 Keurmerk 92
-
Toestelcompatibiliteit 93
-
Toestelbeschrijving 93
-
Reiniging, verzorging en onderhoud 93
-
Problemen verhelpen 93
INSTALLATIE
- Veiligheid 94
7.1 Algemene veiligheidsaanwijzingen 94
7.2 Voorschriften, normen en bepalingen ____ 94
- Toestelbeschrijving 94
9.1 Montageplaats 94
9.2 Transport en oplevering 95
- Montage 100
10.1 Het toestel plaatsen 100
10.2 Verwarmingswateraansluiting 100
10.3 Drinkwateraansluiting en veiligheidsgroep ____ 102
10.4 Installatie vullen 104
10.5 Toestel ontluchten 104
- Elektrische aansluiting 105
11.1 Stuurspanning 105
11.2 Veiligheidslaagspanning 106
11.3 Aansluiting warmtepompmanager 106
11.4 Toebehoren 107
11.5 Sensormontage 108
11.6 Afstandsbediening 108
- Ingebruikname 108
12.1 Controles voor ingebruikname van de warmtepompmanager 108
12.2 Ingebruikname van de warmtepompmanager ____ 108
- Instellingen 109
13.1 Circulatiepompen Wilo-Para .../Sc 109
-
Overdracht van het toestel 110
-
Buitendienststelling 110
-
Onderhoud 110
-
Technische gegevens 112
17.1 Afmetingen en aansluitingen 112
17.3 Installatievoorbeeld 117
17.4 Gegevens over het energieverbruik 117
17.5 Gegevenstabel 117
GARANTIE
MILIEU EN RECYCLING
BIJZONDERE INSTRUCTIES
- Het toestel kan door kinderen vanaf 8 jaar, alsook door personen met fysieke, zintuiglijke of geestelijke beperkingen of met een gebrek aan ervaring en kennis gebruikt worden op voorwaarde dat er iemand toezicht houdt, of dat ze onderricht zijn hoe ze het toestel veilig moeten gebruiken en begrijpen welke geva- ren hiermee gepaard gaan. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. Kinderen mogen zonder toezicht het toestel niet reinigen noch gebruikersonderhoudstaken uitvoeren.
- Aansluiting op het elektriciteitsnet is alleen als vaste aansluiting toegestaan. Installeer een veiligheidsvoorziening, waarmee het toestel via een scheidingstraject van 3 mm van het stroomnet kan worden gescheiden. Veiligheidsvoorzieningen zijn bijv. veiligheidsschakelaars, LS-schakelaars, zekeringen.
- Neem alle nationale en regionale voorschriften en bepalingen in acht.
- Neem de minimumafstanden in acht (zie hoofdstuk "Installatie / Voorbereidingen / Montageplaats").
- Installatie, ingebruikname, onderhoud en reparatie van het toestel mogen alleen door een gekwalificeerde installateur uitgevoerd worden.
Warmwaterboiler
- Tap het toestel af zoals beschreven in het hoofdstuk "Installatie / Onderhoud / Warmwaterboiler aftappen".
- Neem de maximaal toegelaten druk in acht (zie hoofdstuk "Installatie / Technische gegevens / Gegevenstabel").
- De warmwaterboiler staat onder voedingsdruk. Tijdens het verwarmingsproces druppelt expansiewater uit het veiligheidsventiel.
- De uitloopopening van het veiligheidsventiel moet geopend blijven naar de atmosfeer.
BEDIENING
1. Algemene aanwijzingen
De hoofdstukken "Bijzondere info" en "Bediening" zijn bedoeld voor de gebruiker van het toestel en de installateur.
Het hoofdstuk "Installatie" is bedoeld voor de installateur.

Aanwijzing
Lees deze handleiding voor gebruik zorgvuldig door en bewaar deze.
Overhandig de handleiding zo nodig aan een volgende gebruiker.
1.1 Geldende documenten
Handleidingen van de warmtepompmanager WPM
Bedienings- en installatiehandleiding van de aangesloten warmtepomp
Bedienings- en installatiehandleidingen van alle overige componenten die bij de installatie horen
1.2 Veiligheidsaanwijzingen
1.2.1 Opbouw van veiligheidsaanwijzingen

TREFWOORD Soort gevaar
Hier worden de mogelijke gevolgen vermeld wanneer de veiligheidsaanwijzingen genegeerd worden.
Hier staan maatregelen om gevaren te voorkomen.
1.2.2 Symbolen, soort gevaar
| Symbool | Soort gevaar | |
![]() | Letsel | |
![]() | Elektrische schok | |
![]() | Verbranding(verbranding, verschroeiing) | |
1.2.3 Trefwoorden
| TREFWORD | Betekenis |
| GEVAAR | Aanwijzingen die leiden tot zwaar letsel of overlijden, wanneer deze niet in acht genomen worden. |
| WAARSCHUWING | Aanwijzingen die kunnen leiden tot zwaar letsel of overlijden, wanneer deze niet in acht genomen worden. |
| VOORZICHTIG | Aanwijzingen die kunnen leiden tot middelmatig zwaar of licht letsel, wanneer deze niet in acht genomen worden. |
1.3 Andere aandachtspunten in deze documentatie

Aanwijzing
Algemene aanwijzingen worden aangeduid met het hiernaast afgebeelde symbool.
▶ Lees de aanwijzingsteksten grondig door.
| Symbool | Betekenis |
| Materièle schade(toestel-, gevolg-, milieuschade) | |
| Het toestel afdanken |
- Dit symbool geeft aan dat u iets moet doen. De vereiste handelingen worden stap voor stap beschreven.
1.4 Info op het toestel
Aansluitingen
| Symbol | Betekenis | |
| Toevoer / ingang | rode pijl: warmblauwe pijl: Koudgroene pijl: neutraal | |
| Uitloop / uitgang | rode pijl: warmblauwe pijl: Koudgroene pijl: neutraal | |
| Warm drinkwater | ||
| Circulatie | ||
| Warmtepomp | ||
| Verwar. |
1.5 Meeteenheden

Aanwijzing
Tenzij anders vermeld, worden alle afmetingen in millimeter aangegeven.
2. Veiligheid
Het toestel is bestemd voor seizoensverwarming en -koeling (7 °C/12 °C) van ruimten en voor de drinkwateropwarming.
Het toestel is bestemd voor gebruik in een huishoudelijke omgeving. Het kan op een veilige manier bediend worden door ongeschoolde personen. Het toestel kan ook buiten het huishouden gebruikt worden, bijv. in een klein bedrijf, voor zover het op dezelfde wijze gebruikt wordt.
Elk ander gebruik dat verder gaat dan wat hier wordt omschreven, geldt als niet reglementair. Onder reglementair gebruik valt ook het in acht nemen van deze handleiding alsmede de handleidingen voor het gebruikte toebehoren.
2.2 Algemene veiligheidsaanwijzingen

Bij uitlooptemperaturen van meer dan 43 °C bestaat gevaar voor brandwonden.

WAARSCHUWING letsel
Het toestel kan door kinderen vanaf 8 jaar, alsook door personen met fysieke, zintuiglijke of geestelijke beperkingen of met een gebrek aan ervaring en kennis gebruikt worden op voorwaarde dat er iemand toezicht houdt, of dat ze onderricht zijn hoe ze het toestel veilig moeten gebruiken en begrijpen welke gevaren hiermee gepaard gaan. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. Kinderen mogen zonder toezicht het toestel niet reinigen noch gebruikersonderhoudstaken uitvoeren.

WAARSCHUWING letsel
Gebruik het toestel om veiligheidsredenen alleen met de gesloten frontbekleding.

Materièle schade
Als de stroomvoorziening wordt onderbroken, is de actieve vorstbescherming van de installatie niet meer gegarandeerd.
▶ Onderbreek de stroomvoorziening ook buiten de verwarmingsperiode niet.

Aanwijzing
De warmwaterboiler staat onder voedingsdruk. Tijdens het verwarmingsproces druppelt expansiewater uit het veiligheidsventiel.
▶ Waarschuw uw installateur, als er na het verwarmen nog water uitdruppelt.
2.3 Keurmerk
Zie het typeplaatje op het toestel.
3. Toestelcompatibiliteit
U kunt het toestel in combinatie met de volgende lucht-water-warmtepompen gebruiken:
- HPA-O 05.1-07.1 CS Premium
- HPA-O 7-13 (C)(S) Premium
- WPL-A 05-07 HK 230 Premium
- WPL 15-25 A(C)(S)
- WPL 19-24 I, A
4. Toestelbeschrijving
Het buffervat en de warmwaterboiler met warmtewisselaar zijn boven elkaar opgesteld en kunnen voor de oplevering van elkaar gescheiden worden.
Het toestel is ingeschuimd in de kunststof mantel en uitgerust met een afneembare frontbekleding. Het toestel wordt hydraulisch en elektrisch verbonden met de warmtepomp. Alle hydraulische aansluitingen zijn naar boven (verwarming) en naar achteren (drinkwater) uitgevoerd.
Naast de warmwaterboiler en het buffervat zijn andere systeem- componenten geïntegreerd:
- Warmtepompmanager
- uiterst efficiënte circulatiepomp voor een ongemengd verwarmingscircuit
- 3-2-weg omschakelklep
- Boilerlaadpomp
Warmwaterboiler
De stalen boiler is aan de binnenkant voorzien van speciaal direct email en een veiligheidsanode. De anode met verbruiksindicator beschermt de binnenkant van het reservoir tegen corrosie.
Het door de warmtepomp opgewarmde cv-water wordt via een warmtewisselaar naar de warmwaterboiler gepompt. De warmtewisselaar geeft de opgenomen warmte daarbij af aan het drinkwater. De geïntegreerde warmtepompmanager regelt de opwarming van het drinkwater op de gewenste temperatuur.
Buffervat
Het stalen vat is bestemd voor de hydraulische ontkoppeling van de debieten van warmtepomp en verwarmingscircuit. Het door de warmtepomp opgewarmde cv-water wordt door de boilerlaadpomp naar het buffervat getransporteerd. Bij aanvraag wordt het cv-water met de geïntegreerde circulatiepomp van het verwarmingscircuit naar het verwarmingscircuit aangevoerd.
Warmtepompmanager (WPM)
De installatie wordt geregeld via de geïntegreerde warmtepomp-manager.

Aanwijzing
De warmtepompmanager beschikt over een automatische zomer-winteromschakeling, zodat u de installatie tijdens de zomer ingeschakeld kunt laten.
▶ Houd rekening met de handleiding van de warmtepompmanager.
5. Reiniging, verzorging en onderhoud
▶ Laat de elektrische veiligheid van het toestel en de werking van de veiligheidsgroep periodiek controleren door een installateur.
- Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen of reinigingsmiddelen met oplosmiddelen. Een vochtige doek volstaat om het toestel te onderhouden en te reinigen.
Verbruiksindicator signaalanode

Materièle schade
Wanneer de kleur van de verbruiksindicator is gewijzigd van wit naar rood, moet de signaalanode door een installateur worden gecontroleerd en evt. worden vervangen.

| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
| Het water wordt niet warm. De verwarming werkt niet. | Er is geen spanning. | Controleer de zekeringen van de huisinstallatie. |
Waarschuw de installateur, wanneer u de oorzaak niet zelf kunt verhelpen. Hij kan u sneller en beter helpen als u hem het nummer op het typeplaatje doorgeeft (000000-0000-000000).

Installatie, ingebruikname, onderhoud en reparatie van het toestel mogen alleen door een gekwalificeerde installateur uitgevoerd worden.
7.1 Algemene veiligheidsaanwijzingen
Wij waarborgen de goede werking en de bedrijfszekerheid uitsluitend bij gebruik van originele toebehoren en reserveonderdelen voor het toestel.
7.2 Voorschriften, normen en bepalingen

Aanwijzing
Neem alle nationale en regionale voorschriften en be- palingen in acht.
8. Toestelbeschrijving
8.1 Leveringsomvang
Bij het toestel wordt het volgende geleverd:
- 4x Verstelbaar voetje
- 1x Buitentemperatuursensor AF PT
8.2 Toebehoren
8.2.1 Noodzakelijk toebehoren
Afhankelijk van de voedingsdruk zijn veiligheidsgroepen en reduceerventielen verkrijgbaar. Deze typegekeurde veiligheidsgroepen beschermen het toestel tegen een ontoelaatbare drukoverschrijding.
Noodzakelijk voor oppervlaktekoeling:
- Temperatuursensor PT1000
- Afstandsbediening FET
8.2.2 Overig toebehoren
- Pompmodule voor een gemengd verwarmingscircuit HSBC 3-HKM
- Buiskit RBS-SBC
- Drukslangen
- Onthardingsarmatuur HZEA
- Temperatuursensor voor koeling
- Afstandsbediening voor de verwarmingsfunctie
- Veiligheidstemperatuurbegrenzer voor vloerverwarming STB-FB
Buiskit RBS-SBC
De hydraulische aansluitingen kunnen met de als toebehoren verkrijgbare buiskits RBS-SBC achter de warmwaterboiler omhoog geleid worden.
9. Voorbereidingen
9.1 Montageplaats

Materièle schade
Plaats het toestel niet in een vochtige ruimte.
Monteer het toestel in een vorstvrije en droge ruimte in de buurt van het aftappunt. Houd de afstand tussen het toestel en de warmtepomp beperkt om leidingverliezen te beperken.
Zorg ervoor dat de vloer voldoende draagvermogen heeft en goed genivelleerd is (voor het gewicht, zie hoofdstuk "Technische gegevens / Gegevenstabel").
De ruimte mag geen gevaar voor explosies door stof, gassen of dampen inhouden.
Als u het toestel samen met andere verwarmingstoestellen in een stookruimte opstelt, moet verzekerd zijn dat de werking van de andere verwarmingstoestellen niet wordt beïnvloed.
Minimumafstanden

text_image
≥250 ≥500 ≥100 ≥100 ≥500 ≥250 ≥800 D00001025A1De minimale afstanden aan de zijkant kunnen naar rechts of links worden omgewisseld.
9.2 Transport en oplevering

Materièle schade
Bewaar en transporteer het toestel bij temperaturen van -20 °C tot +60 °C.
Oplevering
▶ Draai de 4 schroeven uit de wegwerppallet.

Kantel het toestel en schroef de bijgeleverde 4 verstelbare voeten in het toestel.
- Til het toestel van de pallet. Gebruik de grijpuitsparingen aan de onder- en achterzijde van het toestel voor een beter houvast bij het transport.
Als smalle deuren of gangen de oplevering kunnen belemmeren, kunt u het bovenste van het onderste deel van het toestel scheiden, zoals in de volgende hoofdstukken is beschreven.
9.2.1 Frontbekleding demonteren/monteren
Frontbekleding demonteren

▶ Verwijder de 2 borgschroeven aan de bovenzijde van de frontkap.
▶ Haak de frontbekleding naar boven uit.
AA01-X1.18: Trek, indien nodig, de aansluitstekker van de bedieningseenheid uit de aansluiting in het toestel. De goede werking van het toestel komt niet in het gedrang. Bediening via de bedieningseenheid is niet mogelijk.
▶ Maak de aardingskabel los van de frontbekleding.
Frontbekleding monteren
▶ Monteer de frontbekleding in omgekeerde volgorde.
9.2.2 Overzicht isolatie-elementen

1 Isolatie-element 1
2 Isolatie-element 2
3 Schroef van isolatiemateriaal
4 Isolatie-element 3
9.2.3 Toestelonderdelen scheiden/samenvoegen
Toestelonderdelen scheiden

Materièle schade
Het uitdraaien van de bevestigingsschroeven beschadigt de schroefdraad in het isolatie-element.
- Om de 3 bevestigingsbeugels te openen, mogen de bevestigingsschroeven slechts lichtjes worden losgedraaid, maar niet volledig worden uitgedraaid.

▶ Trek de "Sensor verwarming" op het buffervat eruit.

▶ Maak de sensorkabel uit de geleidingsgroef in het isolatie-element los.

Aanwijzing
Voor de vereenvoudigde demontage zijn de isolatie-elementen aan linker- en rechterzijde met gemarkeerde grijpuitsparingen uitgerust.

Maak de steekverbinding van de 4 hydraulische aansluitingen los. Trek daarvoor de veerklemmen met een schroevendraaier tot aan de aanslag eruit.
▶ Trek de hydraulische aansluitingen eruit, zoals is weergegeven.
▶ Verwijder isolatie-element 1.
▶ Verwijder isolatie-element 2.

▶ Verwijder de 4 hydraulische slangen.
▶ Verwijder de 2 schroeven van isolatiemateriaal.
▶ Verwijder isolatie-element 3.

▶ Maak de 2 borgschroeven los aan de profielbalken aan de zijkant.
▶ Haak de profielbalken er naar boven uit.

▶ Maak de 4 schroeven los van de beugels vooraan op het toestel.

▶ Trek het bovenste toesteldeel naar voren.

1 Griprail
Kantel het bovenste toesteldeel naar achteren. Gebruik de griprail voor een beter houvast.

Leg het bovenste toesteldeel op een ondergrond om beschadiging te voorkomen.
Toesteldelen samenvoegen

Materièle schade
Om condensaatvorming te vermijden, moeten de isolatie-elementen dichtbij en zonder spleet tegen het onderstuk liggen.
▶ Let er bij het plaatsen van de isolatie-elementen op dat de voegnaden vrij zijn.
▶ Klop de isolatie-elementen met de hand vast.
Voeg de toesteldelen in omgekeerde volgorde samen.
De positioneringshulpmiddelen en de markering door een stippel- lijn vergemakkelijken het opzetten en inschuiven van het bovenste toesteldeel in de geleidingsgroef op het onderste toesteldeel:

1 Griprail
2 Geleidingsbout
3 Streeplijn (perforatie in de plaat)
4 Geleidingsgroef
5 Positioneringshulpmiddel

1 Streeplijn (perforatie in de plaat)
▶ Plaats het bovenste toesteldeel op de stippellijn op het onderste toesteldeel.

▶ Schuif het bovenste toesteldeel naar achter, totdat het gelijk komt met het onderste toesteldeel. Wanneer u de toesteldelen correct samenvoegt, wordt de eindpositie door de geleidingsgroef en de geleidingsbout bepaald.
▶ Bevestig de beugels vooraan op het toestel.
▶ Monteer de zijprofielbalken.
▶ Monteer isolatie-element 3 en de 4 hydraulische slangen.
▶ Monteer de steekverbinding van de 4 hydraulische aansluitingen. Let erop dat de veerklemmen vergrendelen.
▶ Steek de "Sensor verwarming" op het buffervat.
Leg de sensorkabel in de daartoe voorziene geleidingsgroef in het isolatie-element.
▶ Monteer isolatie-element 2.
▶ Monteer isolatie-element 1.
▶ Monteer de frontkap.
10. Montage
10.1 Het toestel plaatsen
▶ Neem bij plaatsing de minimumafstanden in acht (zie hoofdstuk "Voorbereidingen / Montageplaats").
▶ Oneffenheden kunnen door middel van de verstelbare poten worden weggewerkt.
10.2 Verwarmingswateraansluiting

Materièle schade
De verwarmingsinstallatie waarop het toestel wordt aangesloten, moet door een installateur worden geïnstalleerd in overeenstemming met de waterinstallatieschema's in de planningsdocumenten.

Materièle schade
Wanneer bijkomende afsluitkleppen ingebouwd worden, dient u een bijkomend veiligheidsventiel toegankelijk aan te brengen op de warmteopwekker of in de onmiddellijke nabijheid ervan in de aanvoerleiding.
Tussen de warmteopwekker en het veiligheidsventiel mag geen afsluitklep gemonteerd zijn.
Zuurstofdiffusie

Materièle schade
Vermijd open verwarmingsinstallaties. Gebruik bij vloerverwarmingen met kunststof leidingen zuurstofdiffusiedichte leidingen.
Bij vloerverwarmingen met niet-zuurstofdiffusiedichte kunststofleidingen of open verwarmingsinstallaties kan door zuurstofdiffusie corrosie optreden aan de stalen delen van de verwarmingsinstallatie (bijv. aan de warmtewisselaar van de warmwaterboiler, aan buffervaten, stalen verwarmingselementen of stalen buizen).
▶ Scheid bij zuurstofdoorlatende verwarmingssystemen het verwarmingssysteem tussen verwarmingscircuit en buffervat.

Materièle schade
De corrosieproducten (bijv. roestslib) kunnen neerslaan in de componenten van de verwarmingsinstallatie en door vernauwing van de doorsnede de capaciteit van de installatie beïnvloeden of storingen veroorzaken die leiden tot het uitvallen van de installatie.
Voedingsleidingen

Aanwijzing
Afhankelijk van de uitvoering van de verwarmingsinstallatie (drukverliezen) kan de maximaal toegelaten leidinglengte tussen het toestel en de warmtepomp variëren. Als richtwaarde moet worden uitgegaan van een maximale leidinglengte van 10 m en een leidingdiameter van 22-28 mm.
▶ Spoel de leidingen grondig door voordat de warmtepomp wordt aangesloten. Vreemde voorwerpen (bijv. laskorrels, roest, zand, dichtingsmateriaal) belemmeren de bedrijfszekerheid van het systeem.
Monteer de verwarmingswater transporterende leidingen (zie hoofdstuk "Technische gegevens / Afmetingen en aansluitingen").
▶ Bescherm de aanvoer- en retourleiding tegen vorst door ze voldoende te isoleren.
▶ Sluit de hydraulische aansluitingen met een vlakke afdichting aan.
Wanneer het beschikbare externe drukverschil wordt overschreden, kunnen drukverliezen in de verwarmingsinstallatie tot een verlaagd verwarmingsvermogen leiden.
Let er bij het aanleggen van de buizen op dat het beschikbare externe drukverschil niet wordt overschreden (zie hoofdstuk "Technische gegevens / Gegevenstabel").
Let bij de berekening van de drukverliezen op de aanvoer- en retourleidingen en het drukverlies van de warmtepomp. De drukverliezen moeten door het beschikbare drukverschil ge- dekt worden.
10.2.1 HSBC 3-HKM (optioneel)

WAARSCHUWING elektrische schok Ontkoppel het toestel voor het begin van de werkzaam- heden op alle polen van de netaansluiting en tap het ver- warmingscircuit af via de aftapkraan op het buffervat.
Voor uitbreiding met een gemengd verwarmingscircuit kunt u de als toebehoren verkrijgbare pompmodule HSBC 3-HKM monteren.
Leveringsomvang

1 Buisisolatie
2 Aansluitbuizen (*)
3 Temp.sensor
4 Circulatiepomp verwarmingscircuit (*)
5 3-weg mengklep (*)
6 Isolatiemat voor 3-weg mengklep
7 Vlakke afdichtingen
8 Servomotor voor 3-weg mengklep (*)
9 Isolatiemat voor 3-weg mengklep en circulatiepomp van het verwarmingscircuit
(*)Buisgroep
Voorbereiding
▶ Demonteer de frontbekleding en het isolatie-element 1 (zie hoofdstuk "Installatie / Voorbereidingen / Transport en oplevering").
De volgende componenten zijn aan HSBC-zijde op de inbouwlocatie van de pompmodule voorgemonteerd:

1 Isolatiepluggen
2 Gietstukken voor 3-weg mengklep
3 Isolatiemat gesloten
4 Overgangsnippel met opgeschroefde blindkappen
▶ Verwijder de isolatiepluggen.
▶ Verwijder de gesloten isolatiemat alsmede de gietstukken voor de 3-weg mengklep en de circulatiepomp van het verwarmingscircuit.
▶ Schroef de blindkappen van de overgangsnippels af terwijl u deze tegenhoudt.
Montage

▶ Controleer de stand van de as van de 3-weg mengklep.
▶ Pas de stand eventueel aan.

text_image
(*) 1 2 3 D0000101969(*)Buismodule geplaatst
1 Gietstukken voor 3-weg mengklep
2 Isolatiemat voor 3-weg mengklep
3 Servomotor voor 3-weg mengklep
▶ Plaats de buismodule erin.
▶ Plaats de vlakke afdichtingen in de wartelmoeren van de aansluitbuizen.
▶ Schroef de wartelmoeren vast op de overgangsnippels terwijl u deze tegenhoudt.
▶ Controleer de uitlijning van de buizen en functie-elementen van de pompmodule.
▶ Draai alle schroefkoppelingen aan.
▶ Plaats de gietstukken voor de 3-weg mengklep over het mengkleplichaam en boven de pomp.
▶ Plaats de isolatiemat voor de 3-weg mengklep op het kleplichaam.
▶ Monteer de servomotor voor de 3-weg mengklep.

text_image
D0000102005
Materièle schade
Om condensaatvorming te vermijden, plaatst u geen kabels in de voegnaden van de EPP-stukken.
Leg de aansluitkabel van de pompmodule, zoals in de afbeelding, naar de schakelkast.
▶ Schuif de buisisolatie van bovenaf over de stompen van de aansluitbuizen.

text_image
(*) 1 2 D0000101997(*) Buismodule geplaatst
1 Gietstukken voor 3-weg mengklep
2 Isolatiemat voor 3-weg mengklep en circulatiepomp van het verwarmingscircuit
▶ Plaats de isolatiemat aan de HKM-zijde voor de 3-weg mengklep en de circulatiepomp van het verwarmingscircuit-.
▶ Neem de instellingen van de parameters in acht in menu "INSTELLINGEN/VERWARMEN/VERWARMINGSCIRCUIT 2" in de meegeleverde ingebruiknamehandleiding van de warmtepompmanager.
10.3 Drinkwateraansluiting en veiligheidsgroep

Materièle schade
De maximaal toegelaten druk mag niet worden overschreden (zie hoofdstuk "Technische gegevens / Gegevenstabel").

Materièle schade
Het toestel dient met drukkranen gebruikt te worden.
Koudwaterleiding
Als materiaal is thermisch verzinkt staal, roestvast staal, koper of kunststof toegestaan.

Materièle schade
Een veiligheidsventiel is vereist.
Warmwaterleiding, circulatieleiding
Als materiaal is roestvast staal, koper en kunststof toegestaan.
10.3.1 Drinkwateraansluiting en veiligheidsgroep
▶ Spoel de buizen grondig door.
Monteer de warmwateruitloopleiding en de koudwatertoevoerleiding (zie hoofdstuk "Technische gegevens / Afmetingen en aansluitingen"). Sluit de hydraulische aansluitingen met een vlakke afdichting aan.
Monteer een typegekeurd veiligheidsventiel in de koudwa-
tertoevoerleiding. Let erop dat, afhankelijk van de voedings-
druk, eventueel ook een drukreduceerventiel moet worden
geplaatst.
- Dimensioneer de afvoerleiding zodanig dat het water bij volledig geopend veiligheidsventiel ongehinderd kan wegstromen.
▶ De uitloopopening van het veiligheidsventiel moet geopend blijven naar de atmosfeer.
Leg de afvoerleiding van het veiligheidsventiel met een continu verval naar de afvoer.
10.3.2 RBS-SBC (optioneel)

WAARSCHUWING elektrische schok
Ontkoppel het toestel voor het begin van de werkzaamheden op alle polen van de netaansluiting en tap de warmwaterboiler af.

Aanwijzing
Op de volgende afbeeldingen staat buiskit RBS-SBC (zie hoofdstuk "Technische gegevens / Afmetingen en aan-sluitingen").

text_image
Ø=3mm D0000080428Haak de houder voor de aansluitbuizen boven in het midden op het toestel.
- Gebruik de houder als boorsjabloon en boor de bevestigingsgaten voor.
▶ Zet de houder vast met de schroeven.

text_image
1 2 D0000804291 Houder
2 Geïsoleerde aansluitbuizen
▶ Monteer de aansluitbuizen een voor een. begin links of rechts, afhankelijk van de opstelling van het toestel.
▶ Steek de aansluitbuizen van onderaf door de houder.
▶ Schroef de aansluitingen met de wartelmoeren op het toestel.
- Sluit de buisleidingen van de buiskit aan op de huisinstallatie.
10.3.3 Circulatieleiding (optioneel)
U kunt op de aansluiting "Circulatie" een circulatieleiding met externe circulatiepomp aansluiten (zie hoofdstuk "Technische gegevens / Afmetingen en aansluitingen).
▶ Verwijder het afdichtkapje van de aansluiting "Circulatie" (zie "Technische gegevens / Afmetingen en aansluitingen").
▶ Sluit de circulatieleiding aan.
10.4 Installatie vullen

Materièle schade
Schakel de installatie niet elektrisch in, voordat deze is gevuld.
10.4.1 Watertoestand verwarmingscircuit
Het verwarmingssysteem wordt gevuld met drinkwater. Neem de volgende grenswaarden in acht, zodat het verwarmingssysteem niet beschadigd raakt.
| Eenheid | Waarde | |
| Waterhardheid | ^ dH | ≤ 3 |
| pH-waarde | 6,5-8,5 | |
| Chloride | mg/l | < 30 |
U kunt de waterhardheid en het chloridegehalte van het vulwater opvragen bij de verantwoordelijke watermaatschappij.
▶ Let op de lokale vereisten (bijv. VDI 2035 in Duitsland).
Wij adviseren om het vulwater niet te ontzouten, omdat hierdoor de pH-waarde kan worden aangetast.
▶ Wanneer u het vulwater ontzout of wanneer de pH-waarde van het vulwater onder 8,2 ligt, controleert u de pH-waarde 8-12 weken na de installatie, na elke bijvulling en bij het volgende onderhoud.
▶ Leng het vulwater niet aan met inhibitoren en additieven.
Toebehoren voor de waterontharding
Wanneer u het vulwater moet ontharden, kunt u het volgende product gebruiken.
- Verwarmings-onthardingsarmatuur HZEA
- Reservepatroon HZEN
▶ Controleer deze grenswaarden 8 - 12 weken na de ingebruikname, telkens na het bijvullen evenals tijdens het jaarlijkse onderhoud van de installatie.
Toestel in gebouwen die weinig worden bewoond
In de normale werking zijn de aansluitleidingen en de installatie beschermd door de bevriezingsbescherming van het toestel.
Wanneer het toestel gedurende een langere periode van de stroomvoorziening is ontkoppeld (buitendienststelling, langdurige stroomuitval), moet u het toestel aan de waterzijde aftappen. Anders is het toestel niet beschermd tegen vorst.
Wanneer bij installaties een stroomonderbreking niet kan worden herkend (bijv. bij langere afwezigheid in een vakantiewoning), kunt u de volgende veiligheidsmaatregel nemen.
Leng het vulwater aan met ethyleenglycol in de geschikte concentratie(20-40-vol.%). Let op de gegevens op het antivriesmiddel. Gebruik uitsluitend door ons toegelaten antivriesmiddelen.
▶ Let erop dat antivriesmiddelen de densiteit en de viscositeit van het vulwater wijzigen.
MEG 10 Brine als concentraat op basis van ethyleenglycol
MEG 30 Brine als concentraat op basis van ethyleenglycol
10.4.2 Verwarmingsinstallatie vullen

Materièle schade
Restanten glycol in de slangen kunnen het verwarmingswater verzuren. Dit kan leiden tot corrosie en storingen.
- Gebruik aparte slangen voor glycol en verwarmingswater.

▶ Vul de verwarmingsinstallatie via de aftapkraan.
▶ Ontlucht het leidingsysteem.
10.4.3 Warmwaterboiler vullen
▶ Vul de warmwaterboiler via de aansluiting "Koudwatertoevoer".
▶ Open alle na het toestel geplaatste aftapkranen totdat het toestel gevuld is en het leidingnet luchtvrij is.
Stel het doorstroomvolume in. Let daarbij op het maximaal toegelaten doorstroomvolume bij een volledig geopende kraan (zie hoofdstuk "Technische gegevens / Gegevenstabel"). Reduceer zo nodig het doorstroomvolume op de smoring van de veiligheidsgroep.
▶ Voer een dichtheidscontrole uit.
▶ Test het veiligheidsventiel.
10.5 Toestel ontluchten

1 Ontluchtingsventiel
2 Ontluchtingsslang
3 Slangbevestiging
▶ Maak de ontluchtingsslang uit de slangbevestiging los.
▶ Hang het vrije uiteinde van de ontluchtingsslang in een opvangbak.
▶ Open het ontluchtingsventiel om te ontluchten.
▶ Sluit na het ontluchten het ontluchtingsventiel.
▶ Bevestig de ontluchtingsslang.
11. Elektrische aansluiting

WAARSCHUWING elektrische schok
Voer alle werkzaamheden voor elektriciteitsaansluitingen en montage uit conform de voorschriften.
Scheid alle polen van het toestel van de netaansluiting voor aanvang van alle werkzaamheden.

Materièle schade
Beveilig de stroomcircuits voor het toestel en de sturing afzonderlijk.

Materièle schade
Houd rekening met de specificaties op het typeplaatje. De aangegeven spanning moet overeenkomen met de netspanning.

Aanwijzing
Er kunnen lekstromen tot 5 mA optreden.
Aansluiting op het elektriciteitsnet is alleen als vaste aansluiting toegestaan.
▶ Installeer een veiligheidsvoorziening, waarmee het toestel via een scheidingstraject van 3 mm van het stroomnet kan worden gescheiden. Veiligheidsvoorzieningen zijn bijv. veiligheidsschakelaars, LS-schakelaars, zekeringen.
De aansluitkast van het toestel bevindt zich achter de frontbekleding (zie hoofdstuk "Voorbereidingen / Transport en oplevering / Frontbekleding demonteren/monteren").

▶ Steek alle netaansluit- en sensorkabels door de kabeldoorvoer in het toestel.
- Sluit de netaansluit- en sensorkabels aan overeenkomstig de volgende gegevens.
Het is uit het oogpunt van de beveiliging verplicht de volgende kabeldoorsnedes te installeren:
| Beveiliging | Toewijzing | Kabeldiameter |
| B 16 A | Sturing | 1,5 mm^2 |
11.1 Stuurspanning

text_image
DC000102039 XDO31| Klem | Stuurspanning |
| XD03.1 | netaansluitingL, N, PE |
| Netingang energiemaatschappijL' |
- Installeer een brug tussen L en L', wanneer er geen rondstuurontvanger wordt aangesloten.
11.2 Veiligheidslaagspanning

text_image
332851 319977 BT06 BT13 BT20 D00000102042| Klem | Veiligheidslaagspanning | |
| AA01-X1.1 | Warmtepomp | |
| AA01-X1.3 | Buitensensor | |
| AA01-X1.4 | BT06 | Temperatuursensor warmtepomp buffervat |
| AA01-X1.6 | BT13 | Temperatuursensor warmtepomp aanvoer verwarmingscircuit 2 (toebehoren HSBC 3-HKM) |
| AA01-X1.8 | BT20 | Temperatuurvoeler warmwaterboiler |
Aansturing WPM via PWM-signaal
▶ Houd rekening met de gegevens in de ingebruiknamehandleiding van de warmtepompmanager WPM.
11.3 Aansluiting warmtepompmanager

WAARSCHUWING elektrische schok
Aan de laagspanningsaansluitingen van het toestel mogen alleen componenten aangesloten worden die met veiligheidslaagspanning (SELV) werken en een veilige scheiding ten opzichte van de netspanning verzekeren. Wanneer andere componenten worden aangesloten, kunnen delen van het toestel en aangesloten componenten onder netspanning staan.
- Gebruik uitsluitend door ons toegelaten componenten.

text_image
WPMsystem D0000071841Veiligheidslaagspanning
| X1.1CAN A | + | + | CAN (aansluiting voor warmtepomp en warm-tepompuitbreiding WPE) |
| - | - | ||
| L | L | ||
| H | H | ||
| X1.2CAN B | + | + | CAN (aansluiting voor afstandsbediening FET en Internet Service Gateway ISG) |
| - | - | ||
| L | L | ||
| H | H | ||
| X1.3 | Signaal | 1 | Buitensensor |
| Massa | 2 | ||
| X1.4 | Signaal | 1 | Buffersensor (verwarmingscircuitsensor 1) |
| Massa | 2 | ||
| X1.5 | Signaal | 1 | Aanvoersensor |
| Massa | 2 | ||
| X1.6 | Signaal | 1 | Sensor verwarmingscircuit 2 |
| Massa | 2 | ||
| X1.7 | Signaal | 1 | Sensor verwarmingscircuit 3 |
| Massa | 2 | ||
| X1.8 | Signaal | 1 | Sensor warmwaterboiler |
| Massa | 2 | ||
| X1.9 | Signaal | 1 | Bronsensor |
| Massa | 2 | ||
| X1.10 | Signaal | 1 | Ze warmteopwekker (2e WE) |
| Massa | 2 | ||
| X1.11 | Signaal | 1 | VL koelen |
| Massa | 2 | ||
| X1.12 | Signaal | 1 | Circulatiesensor |
| Massa | 2 | ||
| X1.13 | Signaal | 1 | Afstandsbediening FE7/Telefoonschakelaar/Stooklijnoptimalisatie/SG Ready |
| Massa | 2 | ||
| Signaal | 3 | ||
| X1.14 | ongeregeld 12 V | + | Analoge ingang 0...10 V |
| Ingang | IN | ||
| GND | 1 | ||
| X1.15 | ongeregeld 12 V | + | Analoge ingang 0...10 V |
| Ingang | IN | ||
| GND | 1 | ||
| X1.16 | Signaal | 1 | PWM uitgang 1 |
| Massa | 2 | ||
| X1.17 | Signaal | 1 | PWM uitgang 2 |
| Massa | 2 |
Veiligheidslaagspanning
| X1.18 | + | + | CAN (aansluiting voor bedieningseenheid) |
| CAN B | - | - | |
| L | L | ||
| H | H | ||
| X1.19 | + | + | CAN (aansluiting voor warmtepomp en warm-tepompultbreiding WPE) |
| CAN A | - | - | |
| L | L | ||
| H | H |
Netspanning
| X2.1 | L | L | Voeding |
| L | L | ||
| N | N | ||
| PE | |||
| X2.2 | L' (ingang ener- giemaatschappij) L* (pompen L) | L' L* (pompen L) | L' (ingang energiemaatschappij) L* (pompen L) |
| X2.3 | L | L | Verwarmingscircuitpomp 1 |
| N | N | ||
| PE | PE | ||
| X2.4 | L | L | Verwarmingscirculatiepomp 2 |
| N | N | ||
| PE | PE | ||
| X2.5 | L | L | Verwarmingscirculatiepomp 3 |
| N | N | ||
| PE | PE | ||
| X2.6 | L | L | Bufferpomp 1 |
| N | N | ||
| PE | PE | ||
| X2.7 | L | L | Bufferpomp 2 |
| N | N | ||
| PE | PE | ||
| X2.8 | L | L | Warmwatercirculatiepomp |
| N | N | ||
| PE | PE | ||
| X2.9 | L | L | Bronpomp/ontdooien |
| N | N | ||
| PE | PE | ||
| X2.10 | L | L | Storingsuitgang |
| N | N | ||
| PE | PE | ||
| X2.11 | L | L | Circulatiepomp/2. WE warm water |
| N | N | ||
| PE | PE | ||
| X2.12 | L | L | 2. WE verwarming |
| N | N | ||
| PE | PE | ||
| X2.13 | L | L | Koelen |
| N | N | ||
| PE | PE | ||
| X2.14 | Mengklep OPEN | ▲ | Mengklep verwarmingscircuit 2 (X2.14.1 Mengklep OPEN X2.14.2 Mengklep DICHT) |
| N | N | ||
| PE | PE | ||
| Mengklep DICHT | ▼ | ||
| X2.15 | Mengklep OPEN | ▲ | Mengklep verwarmingscircuit 3 (X2.15.1 Mengklep OPEN X2.15.2 Mengklep DICHT) |
| N | N | ||
| PE | PE | ||
| Mengklep DICHT | ▼ |

Aanwijzing
Bij iedere fout aan het toestel geeft uitgang X2.10 een 230 V-signaal.
Bij tijdelijke fouten geeft de uitgang gedurende een bepaalde periode het signaal door.
Bij fouten die tot een permanente uitschakeling van het toestel leiden, schakelt de uitgang voortdurend door.
11.4 Toebehoren
11.4.1 HSBC 3-HKM (optioneel)

text_image
1 2 AA01-X1.6 bk bu gnye L N AA01-X2.4 PE 3 br bu bk N PE AA01-X2.14 3 DDG000E2613| Klem | Veiligheidslaagspanning | ||
| AA01-X1.6 | BT13 | Temperatuursensor WP-aanvoer verwarmingscircuit 2 | |
| Klem | Netspanning | ||
| AA01-X2.4 | L, N, PE | MA11 | Motor pomp verwarmingscircuit |
| AA01-X2.14 | L, L, N | MA19 | Motor mengklep verwarmingscircuit 2 |
▶ Sluit de componenten elektrisch aan.
11.4.2 Veiligheidstemperatuurbegrenzer voor vloerverwarming STB-FB (optioneel)

text_image
Z Z Z Z Z Z Z 5 X2.4 X2.3 X2.2 X2.1 D0000102047▶ X2.1 (L), X2.2 (L*): Verwijder de brug.
▶ X2.1 (L), X2.2 (L*): Sluit de veiligheidstemperatuurbegrenzer aan op de klemmen.
11.5 Sensormontage
11.5.1 Buitentemperatuursensor AF PT
11.5.2 Temperatuursensor bij oppervlaktekoeling (optioneel)
Houd bij de installatie van de buitentemperatuursensor rekening met de ingebruiknamehandleiding van de warmtepompmanager (zie hoofdstuk "Aansluiting externe componenten").
Bij oppervlaktekoeling is de montage van een als toebehoren verkrijgbare temperatuursensor vereist.
▶ Demonteer de frontbekleding (zie hoofdstuk "Voorbereidingen / Transport en oplevering / Frontbekleding demonteren / monteren").

Leg de sensorkabel in de daartoe voorziene geleidingsgroef in het isolatie-element.
▶ Sluit de temperatuursensor aan op de betreffende klem op de WPM (zie hoofdstuk "Elektrische aansluiting/aansluitbezetting warmtepompmanager").
11.6 Afstandsbediening
Houd bij de installatie van de afstandsbediening rekening met de ingebruiknamehandleiding van de warmtepompmanager (zie hoofdstuk "Aansluiting externe componenten").
12. Ingebruikname
Voor de ingebruikname kunt u een beroep doen op onze klantenservice (tegen betaling).
Als u het toestel commercieel gebruikt, dient u voor de ingebruikname rekening te houden met de eventuele voorschriften van de bedrijfsveiligheidsverordening. Meer informatie hieromtrent vindt u bij de bevoegde toezichthoudende instantie (in Duitsland is dat bijv. TÜV).
12.1 Controles voor ingebruikname van de warmtepompmanager

Materièle schade
Bij vloerverwarmingen moet u rekening houden met de maximale systeemtemperatuur.
- Controleer of de verwarmingsinstallatie met de juiste druk gevuld is en de snelontluchter gesloten is.
- Controleer of de buitensensor op de juiste wijze geplaatst en aangesloten is.
- Controleer of de aansluiting op het net op deskundige wijze is uitgevoerd.
▶ Controleer of de signaalkabel naar de warmtepomp (BUS-kabel) juist aangesloten is.
12.2 Ingebruikname van de warmtepompmanager
Voer de ingebruikname van de warmtepompmanager en alle instellingen overeenkomstig de ingebruiknamehandleiding van de warmtepompmanager uit.

Aanwijzing
De vereiste instellingen op de warmtepompmanager zijn door een SD-kaart vooraf ingesteld.
▶ Wanneer de warmtepompmanager vervangen moet worden, voert u de volgende instellingen uit.
Voorwaarde: De warmtepompmanager heeft de warmtepomp herkend.
▶ Open het menu en voer de code in.
| Parameters | Code |
| WEERGAVE (INSTELLINGEN) | 1000 |
▶ Stel de parameters in.
| Parameters | Instelling |
| WARMWATERBEDRIJF (INSTELLINGEN/WARM WATER/BASISINSTELLING) | PARALLELLE WER-KING |
| WERKING (INGEBRUIKNAME/I/O CONFIGURATIE/UIT-GANG X1.16) | PWM 100 %...0 % |
| POMP (INGEBRUIKNAME/I/O CONFIGURATIE/UITGANG X1.16) | VERWARMING LAADPOMPREGE-LING |
Instelling bij eenfase-werking

Aanwijzing
Bij de eenfasige aansluiting moet de warmtepompmanager voor de berekening van de warmtehoeveelheid als volgt ingesteld worden.
▶ Stel de parameters in.
Parameters Instelling
AANTAL TRAPPEN (INSTELLINGEN/VERWARMEN/ELEK-2 TRISCHE NAVERWARMING)
Instelling voor oppervlaktekoeling

Materièle schade
Condensatie door het niet bereiken van het dauwpunt kan tot materiële schade leiden. Daarom is het toestel uitsluitend toegelaten voor oppervlaktekoeling.
▶ Neem voor de instellingen van de oppervlaktekoeling de gegevens in de ingebruiknamehandleiding van de warmte-pompmanager in acht.
13. Instellingen
13.1 Circulatiepompen Wilo-Para .../Sc
▶ Stel, afhankelijk van het verwarmingsverdeelsysteem, de bedrijfsmodus van de pomp in.
Lichtindicatoren (leds)
| Meldingsindicator:Led licht groen op in normaal bedrijfLed licht op/knippert bij storing | |
| Weergave van de geselecteerde regelingswijze p-v , p-c en constant toerental | |
| Weergave van de geselecteerde karakteristiek (I, II, III)binnen de regelingswijze | |
| Weergavecombinaties van de leds tijdens de ontluchtingsfunctie, handmatige herstart en toetsvergrendeling |
Bedieningstoets




Drukken
Regelingswijze selecteren
Selectie van de karakteristiek (I, II, III) binnen de regelingswijze
Lang drukken
Ontluchtingsfunctie activeren (3 seconden drukken) Handmatig herstarten (5 seconden drukken)
Toetsen blokkeren/deblokkeren (8 seconden drukken)
Regelingswijzen en functies
Drukverschil variabel p-v (I, II, III)
Aanbeveling bij tweebuis-verwarmingssystemen met radiatoren voor de reductie van stromingsgeluiden aan thermostatische kranen

De pomp vermindert de opvoerhoogte bij het dalende debiet in het leidingnet tot de helft.
Besparing van elektrische energie door aanpassing van de opvoerhoogte aan de benodigde volumestroom en lagere stromingssnelheden.
Drie voorgedefinieerde karakteristieken (I, II, III) om uit te kiezen.
Drukverschil constante p-c (I, II, III)
Aanbeveling bij vloerverwarmingen of bij ruim gedimensioneerde buisleidingen of alle toepassingen zonder veranderlijke buisnetkarakteristiek (bijv. boilerlaadpompen) alsmede éénbuis-verwarmingssystemen met radiatoren

De regeling houdt de ingestelde opvoerhoogte constant, onafhankelijk van het gevraagde debiet. Drie voorgedefinieerde karakteristieken (I, II, III) om uit te kiezen.
Constant toerental (I, II, III)
Aanbeveling bij installaties met onveranderlijke instal- latieweerstand die een constante volumestroom nodig hebben.

De pomp draait in drie voorgedefinieerde vaste toerentalstanden (I, II, III).

Aanwijzing
Fabrieksinstelling: Constant toerental, Karakteristiek III
Ontluchten





Warmtepompsysteem vakkundig vullen en ontluchten Wanneer de pomp niet automatisch ontlucht: Ontluchtingsfunctie met de bedieningstoets activeren, 3 seconden indrukken, dan loslaten. Ontluchtingsfunctie start (duurt 10 minuten). De bovenste en onderste led-rijen knipperen afwisselend in secondeninterval. Om af te breken, de bedieningstoets 3 seconden indrukken.

Aanwijzing
Na het ontluchten toont de led-indicator de voordien ingestelde waarden van de pomp.
Regelingswijzen instellen
Regelingswijze selecteren



De led-selectie van de regelingswijzen en van de bij- behorende karakteristieken gebeurt met de wijzers van de klok mee.
Bedieningstoets kort (ca. 1 seconde) indrukken. Leds tonen de momenteel ingestelde regelingswijze en karakteristiek (zie volgende tabel).
(*)Wanneer de negende keer op de toets wordt gedrukt, is de basisinstelling (constant toerental, karakteristiek III) weer bereikt.
| Bedie-ningstoets | LED-indicator | Regelmodus | Karakteristiek |
| 1x | Constant toerental | II | |
| Bedie- ningstoets | LED-indicator | Regelmodus | Karakte- ristiek |
| 2x | ![]() | Constant toerental | I |
| 3x | ![]() | Drukverschil variabel Δp-v | III |
| 4x | ![]() | Drukverschil variabel Δp-v | II |
| 5x | ![]() | Drukverschil variabel Δp-v | I |
| 6x | ![]() | Drukverschil constant Δp-c | III |
| 7x | ![]() | Drukverschil constant Δp-c | II |
| 8x | ![]() | Drukverschil constant Δp-c | I |
| *9x | ![]() | Constant toerental | III |
14. Overdracht van het toestel
Leg aan de gebruiker de werking van het toestel uit en leer hem het gebruik ervan kennen.
▶ Wijs de gebruiker op mogelijk gevaar.
▶ Overhandig hem deze handleiding.
Houd rekening met de temperatuurgrenzen en het minimale circulatievolume aan de warmteafgiftezijde (zie hoofdstuk "Technische gegevens / Gegevenstabel").

Materièle schade
Tap bij volledig uitgeschakelde warmtepomp en in geval van vorstgevaar de installatie af (zie hoofdstuk "Onderhoud / Warmwaterboiler aftappen").
▶ Wanneer de installatie buiten werking wordt gesteld, zet de warmtepompmanager dan op stand-by, zodat de veiligheidsfuncties ter bescherming van de installatie (bijv. vorstbescherming) actief blijven.
16. Onderhoud

WAARSCHUWING elektrische schok
Voer alle werkzaamheden voor elektriciteitsaansluitingen en montage uit conform de voorschriften.

WAARSCHUWING elektrische schok
Koppel alle polen van het toestel los van de netspanning voordat u met de werkzaamheden begint.
Buffervat aftappen

Tijdens het aftappen kan er heet water uit het toestel lopen.
▶ Sluit de afsluitklep in de koudwatertoevoerleiding.
▶ open de warmwaterklep van alle aftappunten.
Tap de warmwaterboiler af via de aansluiting "Koudwatertoevoer".
Warmwaterboiler reinigen en ontkalken

Materièle schade
Gebruik geen ontkalkingspomp en geen ontkalkingsmiddelen om de boiler te reinigen.
▶ Reinig het toestel via de revisieflens.
Zie voor het aanhaalkoppel van de flensschroeven het hoofdstuk "Technische gegevens/afmetingen en aansluitingen".
Signaalanode vervangen
▶ Vervang de signaalanode als deze is versleten.
INSTALLATIE
Onderhoud
17.1 Afmetingen en aansluitingen

text_image
e01 d02 e02 d01 1904 1848 10-20
text_image
928 771 1326 577
text_image
686 450 b01 343 c06 c10 1590 1360 c01 820
text_image
93 193 493 593D0000102170
| HSBC 300 cool | ||||
| b01 | Doorvoer elektr.kabels | |||
| c01 | Koudwatertoevoer | Buitendraad | G 1 | |
| c06 | Warmwateruitloop | Buitendraad | G 1 | |
| c10 | Circulatie | Buitendraad | G 1/2 | |
| d01 | WP-aanvoer | Diameter | mm | 28 |
| d02 | WP-retour | Diameter | mm | 28 |
| e01 | Verwarming aanvoer | Diameter | mm | 22 |
| e02 | Verwarming retour | Diameter | mm | 22 |
Overige afmetingen en aansluitingen

text_image
i18 h16 h17 i01 h06 h53 D0000102171| HSBC 300 cool | ||||
| h08 | Sensor WP-koelen optioneel | Diameter | mm | 9,5 |
| h16 | Voeler warm water | Diameter | mm | 9,5 |
| h17 | Voeler warm water optioneel | Diameter | mm | 9,5 |
| h53 | Sensor verwarming | Diameter | mm | 9,5 |
| i01 | Flens | Buitendiameter | mm | 140 |
| Aanhaalkoppel | Nm | 45 | ||
| i18 | Veiligheidsanode | Binnendraad | G 1 1/4 | |
RBS-SBC

text_image
c10 504 c06 343 c01 183 1051 1015 D000012644| RBS-SBC | ||||
| c01 | Koudwatertoevoer | Diameter | mm | 22 |
| c06 | Warmwateruitloop | Diameter | mm | 22 |
| c10 | Circulatie | Diameter | mm | 12 |
17.1.1 Toebehoren
HSBC 3-HKM

text_image
393 e30 e31 293 771 D0000102640| HSBC 3-HKM | ||||
| e30 | Aanvoer verw. gemengd | Diameter | mm | 22 |
| e31 | Retour verw. gemengd | Diameter | mm | 22 |
| AA01 | Warmtepompmanager WPM | AA01 | X2.13 | Stekker koelen | |
| AA06 | Bedieningseenheid | AA01 | X2.14 | Stekker mengklep verwarmingscircuit 2 (X2.14.1 mengklep OPEN/X2.14.2 mengklep DICHT) | |
| BT06 | Temperatuursensor WP buffervat | ||||
| BT08 | Temperatuursensor WP koelen | ||||
| BT13 | Temperatuursensor WP-aanvoer HK2 (toebehoren HSBC 3-HKM) | AA01 | X2.15 | Stekker mengklep verwarmingscircuit 3 (X2.15.1 mengklep OPEN/X2.15.2 mengklep DICHT) | |
| BT20 | Temperatuurvoeler warmwaterboiler | ||||
| BT30 | Temperatuursensor buitentemperatuur (h51) | AA06 | X27 | Klem bedieningseenheid | |
| MA10 | Motor pomp verwarmingscircuit | AA07 | X60 | Stekker temperatuursensor WP-aanvoer BT01 | |
| MA11 | Motor pomp WP-verwarmingscircuit 2 (toebehoren HSBC 3-HKM) | AA07 | X61 | Stekker temperatuursensor WP-retour BT02 | |
| AA07 | X62 | niet bezet - Stekker temperatuursensor WP-re-tour | |||
| MA14 | Motor bufferpomp | ||||
| MA15 | Motor omschakelventiel verwarming-WW | AA07 | X63 | Niet bezet - stekker temperatuursensor warm-waterboiler intern | |
| MA19 | Motor mengventiel verwarmingscircuit 2 (toe-behoren HSBC 3-HKM) | AA07 | X64 | Stekker temperatuur en debiet verwarmings-circuit BF01 | |
| KF17 | Relais omschakelklep warmtebron | ||||
| XD03.1 | Aansluitklem stuurspanning | AA07 | X65 | niet gebruikt | |
| XD06.1 | Aansluitklem verwarming (toebehoren HSBC 3-HE) | AA07 | X66 | Inkeping 2,5 stekker (druk verwarmingsinstal-latie) BP01 | |
| XD06.2 | Aansluitklem verwarming (toebehoren HSBC 3-HE) | AA07 | X67 | niet gebruikt | |
| AA07 | X68 | Stekker aansturing motor omschakelklep ver-warmen/warm water | |||
| XE01 | Aardingsklem netvoeding | ||||
| AA01 | Veiligheidslaagspanning | AA07 | X69 | niet gebruikt | |
| AA01 | X1.1 | Stekker CAN A (aansluiting WP) | AA07 | X70 | Stekker aansturing pomp verwarmingscircuit PWM/1-10 V |
| AA01 | X1.2 | Stekker CAN B (aansluiting FET/ ISG) | |||
| AA01 | X1.3 | Stekker buitentemperatuursensor | AA07 | X71 | niet gebruikt |
| AA01 | X1.4 | Stekker buffertemperatuursensor BT06 | AA07 | X72 | Stekker CAN-Bus |
| AA01 | X1.5 | Stekker aanvoertemperatuursensor | AA13 | Afstandsbediening (FET) | |
| AA01 | X1.6 | Stekker verwarmingscircuittemperatuursen-sor 2 | AA13 | X14 | Stekker WPM-afstandsbediening Internet Service Gateway ISG |
| AA01 | X1.7 | Stekker verwarmingscircuittemperatuursen-sor 3 | AA16 | ||
| AA01 | X1.8 | Stekker warmwaterboiler sensor BT20 | |||
| AA01 | X1.9 | Stekker bronsensor | |||
| AA01 | X1.10 | Stekker 2e warmteopwekker | |||
| AA01 | X1.11 | Stekker aanvoer koelen | |||
| AA01 | X1.12 | Stekker circulatiesensor | |||
| AA01 | X1.13 | Stekker afstandsbediening FE7 | |||
| AA01 | X1.14 | Stekker analoge ingang 0..10 V | |||
| AA01 | X1.15 | Stekker analoge ingang 0..10 V | |||
| AA01 | X1.16 | Stekker PWM uitgang 1 | |||
| AA01 | X1.17 | Stekker PWM uitgang 2 | |||
| AA01 | X1.18 | Stekker CAN B (aansluiting FET/ ISG) | |||
| AA01 | X1.19 | Stekker CAN A (MFG) | |||
| AA01 | Stuurspanning | ||||
| AA01 | X2.1 | Stekker stroomvoorziening | |||
| AA01 | X2.2 | Stekker contact energiemaatschappij | |||
| AA01 | X2.3 | Stekker verwarmingscircuitpomp 1 | |||
| AA01 | X2.4 | Stekker verwarmingscircuitpomp 2 | |||
| AA01 | X2.5 | Stekker verwarmingscircuitpomp 3 | |||
| AA01 | X2.6 | Stekker bufferlaadpomp 1 | |||
| AA01 | X2.7 | Stekker bufferlaadpomp 2 | |||
| AA01 | X2.8 | Stekker warmwaterlaadpomp | |||
| AA01 | X2.9 | Stekker bronpomp/ontdooien | |||
| AA01 | X2.10 | Stekker storingsuitgang | |||
| AA01 | X2.11 | Stekker circulatiepomp/2e warmteopwekker warm water | |||
| AA01 | X2.12 | Stekker 2e warmteopwekker verwarming |
17.3 Installatievoorbeeld

17.4 Gegevens over het energieverbruik
Productgegevensblad: Warmwaterboiler volgens verordening (EU) nr. 812/2013 (S.l. 2019 nr. 539/programma 2)
| HSBC 300 cool | ||
| 203801 | ||
| Fabrikant | STIEBEL ELTRON | |
| Typeaanduiding van de leverancier | HSBC 300 cool | |
| Energierendementsklasse | B | |
| Stilstandsverliezen S | W | 61 |
| Boilervolume V | I | 291 |
17.5 Gegevenstabel
| HSBC 300 cool | ||
| 203801 | ||
| Hydraulische gegevens | ||
| Nominale inhoud warmwaterboiler | l | 270 |
| Nominale inhoud buffervat | l | 100 |
| Oppervlakte warmtewisselaar | m^2 | 3,20 |
| Inhoud warmtewisselaar | l | 21 |
| Extern beschikbaar drukverschil circulatiepomp warmtepomp bij 1,0 m^3/h | hPa | 656 |
| Extern beschikbaar drukverschil circulatiepomp warmtepomp bij 1,5 m^3/h | hPa | 527 |
| Extern beschikbaar drukverschil circulatiepomp warmtepomp bij 2,0 m^3/h | hPa | 210 |
| Extern beschikbaar drukverschil circulatiepomp ver-warmingscircuit 1 bij 1,0 m^3/h | hPa | 725 |
| Extern beschikbaar drukverschil circulatiepomp ver-warmingscircuit 1 bij 1,5 m^3/h | hPa | 663 |
| Extern beschikbaar drukverschil circulatiepomp ver-warmingscircuit 1 bij 2,0 m^3/h | hPa | 444 |
| Extern beschikbaar drukverschil circulatiepomp ver-warmingscircuit 2 (optioneel) bij 1,0 m^3/h | hPa | 665 |
| Extern beschikbaar drukverschil circulatiepomp ver-warmingscircuit 2 (optioneel) bij 1,5 m^3/h | hPa | 518 |
| Extern beschikbaar drukverschil circulatiepomp ver-warmingscircuit 2 (optioneel) bij 2,0 m^3/h | hPa | 189 |
| HSBC 300 cool | ||
| Werkingsgebied | ||
| Max. toegelaten druk warmwaterboiler | MPa | 1,00 |
| Testdruk warmwaterboiler | MPa | 1,50 |
| Max. doorstroomvolume | l/min | 25 |
| Max. toegelaten druk buffervat | MPa | 0,30 |
| Testdruk buffervat | MPa | 0,45 |
| Max. toegelaten temperatuur | °C | 85 |
| Max. toegelaten temperatuur primaire zijde | °C | 75 |
| Verbruik | ||
| Verbruik laadpomp max. | W | 60 |
| Max. verbruik circulatiepomp verwarmingszijde | W | 60 |
| Energiegegevens | ||
| Energieverbruik in stand-by/24 uur bij 65 °C | kWh | 1,50 |
| Energierendementsklasse | B | |
| Elektrische gegevens | ||
| Nominale spanning sturing | V | 230 |
| Fasen sturing | 1/N/PE | |
| Beveiliging sturing | A | 1 x B 16 |
| Frequentie | Hz | 50 |
| Uitvoeringen | ||
| Beschermingsgraad (IP) | IP20 | |
| Afmetingen | ||
| Hoogte | mm | 1918 |
| Breedte | mm | 680 |
| Diepte | mm | 910 |
| kantelmaat | mm | 2123 |
| Gewichten | ||
| Gewicht bovendeel | kg | 176 |
| Gewicht onderdeel | kg | 56 |
| Gevuld gewicht | kg | 641 |
| Leeg gewicht | kg | 250 |
Overige gegevens
| HSBC 300 cool | ||
| 203801 | ||
| Maximale opstelhoogte | m | 2000 |
17.5.1 Toebehoren
Buiskit RBS-SBC
| RBS-SBC238827 | ||
| Aansluitingen | ||
| Aansluiting koud water | mm | 22 |
| Aansluiting warm water | mm | 22 |
| Aansluiting circulatie-leiding | mm | 12 |
| Uitvoeringen | ||
| Geschikt voor | ...SBC 300 cool/plus, 300 L cool/plus, STI-D 270 | |
Pompmodule HSBC 3-HKM
| HSBC 3-HKM | ||
| 238825 | ||
| Aansluitingen | ||
| Aansluiting verwarmingscircuit | mm | 22 |
Garantie
Voor toestellen die buiten Duitsland zijn gekocht, gelden de garantievoorwaarden van onze Duitse ondernemingen niet. Bovendien kan in landen waar één van onze dochtermaatschappijen verantwoordelijk is voor de verkoop van onze producten, alleen garantie worden verleend door deze dochtermaatschappij. Een dergelijk garantie wordt alleen verstrekt, wanneer de dochtermaatschappij eigen garantievoorwaarden heeft gepubliceerd. In andere situaties wordt er geen garantie verleend.
Voor toestellen die in landen worden gekocht waar wij geen dochtermaatschappijen hebben die onze producten verkopen, verlenen wij geen garantie. Een eventueel door de importeur verzekerde garantie blijft onverminderd van kracht.
Milieu en recycling
▶ Gooi het toestel en de materialen na gebruik weg conform de nationale voorschriften.

- Wanneer op het toestel een doorgestreepte vuilcontainer is afgebeeld, brengt u het toestel voor hergebruik en recycling naar de gemeentelijke inzamelpunten of terugnamepunten in de handel.

Dit document bestaat uit recyclebaar papier.
- Gooi het document na de levenscyclus van het toestel overeenkomstig de nationale voorschriften weg.
PAP










