BENNING CM E1 - Multimeter

CM E1 - Multimeter BENNING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis CM E1 BENNING in PDF-formaat.

📄 38 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice BENNING CM E1 - page 30
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL

Gebruikersvragen over CM E1 BENNING

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CM E1 - BENNING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CM E1 van het merk BENNING.

GEBRUIKSAANWIJZING CM E1 BENNING

Aardingsmeettang om de - weerstand van aardlussen te meten - wisselstroom-/lekstroommetingInhoud1. Opmerkingen voor de gebruiker.2. Veiligheidsvoorschriften.3. Leveringsomvang.4. Beschrijving van het apparaat.5. Algemene kenmerken.6. Gebruiksomstandigheden.7. Elektrische gegevens.8. Meten met de BENNING CM E19. Onderhoud.10. Milieu1. Opmerkingen voor de gebruikerDeze gebruiksaanwijziging is bedoeld voor: - Elektriciens. - Elektrotechnici.De BENNING CM E1 is bedoeld voor metingen in droge ruimtes en mag niet worden gebruikt in elektrische circuits met een nominale spanning hoger dan CAT III 300 V. (zie ook pt. 6: „Gebruiksomstandigheden“).In de gebruiksaanwijzing en op de BENNING CM E1 worden de volgende symbolen gebruikt: Aanleggen om GEVAARLIJKE ACTIEVE geleider of demonteren van deze is toegestaan.Waarschuwing voor gevaarlijke spanning! Verwijst naar voorschriften die in acht genomen moeten worden om gevaar voor de omgeving te vermijden.Let op de gebruiksaanwijzing! Dit symbool geeft aan dat de aanwijzingen in de handleiding in acht genomen moeten worden om gevaar te voorkomen.CAT III Meetcategorie III is bruikbaar voor test- en meetcircuits die op de verdeelkring van het laagspan- ningsnet van het gebouw aangesloten zijn. Dit symbool geeft aan dat de BENNING CM 1-4 dubbel geïsoleerd is (bescherminingsklasse II).Zie de gebruikershandleiding.Dit symbool verschijnt in het scherm bij een te lage batterijspanning. AC: wisselspanning/-stroom Aarding (spanning t.o.v. aarde)09/ 2019

2. Veiligheidsvoorschriften

Dit apparaat is vervaardigd en getest volgens de voorschriften: DIN VDE 0411 deel 1/ EN 61010-1 DIN VDE 0411 deel 2-032/EN 61010-2-032 DIN VDE 0413 deel 5/ EN 61557-5 DIN VDE 0843-20 deel 1/ EN 61326-1 en heeft, vanuit een veiligheidstechnisch oogpunt, de fabriek verlaten in een perfecte staat. Om deze staat te handhaven en om zeker te zijn van gebruik zonder gevaar, dient de gebruiker goed te letten op de aanwijzingen en waarschuwingen zoals aangegeven in deze gebruiksaanwijzing. Een verkeerd gebruik en niet-naleving van de waarschuwingen kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.

Wees extreem voorzichtig tijdens het werken met blanke draden of hoofdleidingen. Contact met spanningsvoerende leidingen kan elektrocutie veroorzaken.

Elke keer, voordat het apparaat in gebruik wordt genomen, moet het worden gecontroleerd op beschadigingen. Ook de veiligheidsmeetsnoeren moeten gecontroleerd te worden. Bij constatering dat het apparaat niet meer zonder gevaar kan worden gebruikt, mag het dan ook niet meer worden ingezet, maar zodanig worden opgeborgen dat het, ook niet bij toeval, niet meer gebruikt kan worden. Ga ervan uit dat gebruik van het apparaat zonder gevaar niet meer mogelijk is: - bij zichtbare schade aan de behuizing van het apparaat - als het apparaat niet meer (goed) werkt - na langdurige opslag onder ongunstige omstandigheden - na zware belasting of mogelijke schade ten gevolge van transport of onoordeelkundig gebruik, of - het apparaat vochtig zijn.

Onderhoud: Het apparaat niet openen, zij bevat geen onderdelen die door de gebruiker te repareren zijn. Reparatie en service alleen door gekwalificeerd personeel.

Reiniging: Reinig de buitenkant regelmatig met een doek en reinigingsmiddel en wrijf deze aanslui- tend goed droog. Gebruik geen schuurof oplosmiddelen.

Bij de levering van de BENNING CM E1 behoren:

3.1 Eén BENNING CM E1

3.2 Eén transportkoffer met schouderriem (10217859)

3.3 Eén referentieweerstand (10217860)

3.4 Eén batterij van 9 V

3.5 Eén gebruiksaanwijzing.

Opmerking t.a.v. aan slijtage onderhevige onderdelen: - De BENNING CM E1 wordt gevoed door eén batterij van 9 V (IEC 6 L R61).

4. Beschrijving van het apparaat

zie fig. 1: Voorzijde van het apparaat Hieronder volgt een beschrijving van de in fig. 1 aangegeven informatie- en bedieningselementen:

Meettang, op de aard(leiding)aansluiting te plaatsen

HOLD-toets voor opslag in het geheugen van de weergegeven meetwaarde

Draaischakelaar voor functiekeuze

REC-toets, voor het activeren van de datalogger/opslag

▼-toets, om de instelwaarde te verlagen

▲-toets, om de instelwaarde te verhogen09/ 2019

FUNC-toets, functietoets voor het kiezen van de alarmdrempels, de bemonsteringssnelheid en het nummer van de geheugenlocatie zie fig. 2: Digitaal display De in afb. 2 aangegeven symbolen zijn de volgende: A onderdisplay, voor de functiebrowser en het nummer van de geheugenlocatie B digitale weergave, voor de meetwaarde, alarmdrempel, bemonsteringssnelheid C Ω ohm, eenheid van de aardlusweerstandsmeting D mA, eenheid van de (lek)stroommeting E , aardlusweerstandsmeting met akoestische alarmfunctie F NOISE, stoorsignaal vastgesteld, meting kan beïnvloed zijn G meettang niet correct gesloten H weergave van de batterijcapaciteit I NO. nummer geheugenlocatie J REC, datalogger actief K AP, automatische uitschakeling actief (APO actief)

5. Functies van de aardingsmeettang

5.1 Algemene gegevens

5.1.1 De numerieke waarden zijn op een display (LCD) B af te lezen met 4 cijfers van 11 mm hoog en

een komma voor de decimalen. De grootst mogelijk af te lezen waarde is 9999.

5.1.2 De bereiksoverschrijding wordt met „.OL“ of „-OL“.

Let op: geen aanduiding en waarschuwing bij overbelasting.

5.1.3 De draaischakelaar

dient om de meetfunctie te selecteren. De keuze van het meetbereik gebeurt automatisch.

5.1.4 HOLD-toetsfunctie: Door de HOLD-toets

te bedienen, kan het meetresultaat worden opgesla- gen. Op het display

verschijnt tegelijk het symbool “H”.

5.1.5 REC-toets: Voor het activeren van de datalogger, resp. voor het opslaan van een meetwaarde in

het interne geheugen.

5.1.6 FUNC-toets: Functietoets voor het kiezen van de alarmdrempels ‘HI’ (high), ‘LO’ (low), de bemon-

steringssnelheid ‘SEC’ (seconden) en het nummer van de geheugenlocatie ‘NO.’ (1-116).

5.1.7 De meetfrequentie bij cijferweergave van de BENNING CM E1 bedraagt gemiddeld 2 metingen per

5.1.8 De BENNING CM E1 wordt in- en uitgeschakeld met de draaischakelaar

5.1.9 De BENNING CM E1 schakelt na ong. 4 tot 6 min. automatisch uit (APO, Auto-Power-Off is geac-

tiveerd bij het verschijnen van het AP-symbool K in de weergave

Deze functie kan gedeactiveerd worden door de draaischakelaar

in de ‘OFF’-stand te zetten. De automatische uitschakeling kan worden gedeactiveerd door de FUNC-toets

te bedienen en de BENNING CM E1 tegelijk vanuit de schakelaarstand “OFF” in te schakelen. Het AP-pictogram K op het display

5.1.10 De BENNING CM E1 wordt gevoed door een blokbatterij van 9 V (IEC 6 LR 61).

5.1.11 Indien de batterijen onder de minimaal benodigde spanning dalen, verschijnt het batterijsymbool

5.1.12 De levensduur van de batterij is afhankelijk van de toegepaste meetfunctie en is goed voor ong.

5.1.13 De temperatuurcoëfficiënt van de gemeten waarde: 0,1 x (aangegeven nauwkeurigheid van de

gemeten waarde)/ °C < 18 °C of > 28 °C, t.o.v. de waarde bij een referentietemperatuur van 23 °C

5.1.14 Afmetingen van het apparaat: L x B x H = 276 x 100 x 47 mm

5.2 Alarmdrempels voor de aardlusweerstand instellen

Bij het meten van de aardlusweerstand kan een bovenste (HI) en onderste (LO) alarmdrempel ingesteld worden. Kies met draaischakelaar

de functie Ω en druk op de FUNC-toets

tot het HI- of LO-symbool in de onderdisplay A verschijnt. Met een druk op de ▼-toets

kan de alarmdrempel van 0 ohm tot 1510 ohm, resp. OL bijgesteld worden. Nadat u een of beide alarmdrempels hebt ingesteld, drukt09/ 2019

tot de onderdisplay A verdwijnt. Zodra de draaischakelaar op de Ω+ stand gezet wordt, vergelijkt de aardingsmeettang de afgelezen waarde met de bovenste en onderste alarmdrempel. Wanneer de afgelezen waarde de bovenste alarmdrempel overschrijdt, weerklinkt een pulserend geluids- signaal en verschijnt het ‘HI--’-symbool. Wanneer de afgelezen waarde tot onder de onderste alarmdrempel zakt, weerklinkt een pulserend geluids- signaal en verschijnt het ‘LO--’-symbool. Tip: - Voor het deactiveren van de alarmdrempels kunt u de bovenste alarmdrempel (HI) op ‘OL’ en de onderste alarmdrempel (LO) op ‘0’ zetten. - De bovenste alarmdrempel (HI) kan niet lager zijn dan de onderste alarmdrempel (LO), en de onderste alarmdrempel (LO) kan niet hoger zijn dan de bovenste alarmdrempel (HI). - Bij een actieve datalogger is de akoestische alarmfunctie gedeactiveerd. - De ingestelde alarmdrempels blijven van toepassing tot de volgende aanpassing.

Dankzij de datalogfunctie kunnen een reeks metingen (Funktion Ω/ Ω ), mA/ A) met een vooraf gedefini- eerd meetinterval (bemonsteringssnelheid) automatisch en manueel bewaard worden. Het is mogelijk om tot 116 meetwaarden op te slaan. Het meetinterval ligt tussen 1 s en 255 s. De meetwaarden kunnen op een later tijdstip worden afgelezen van de display

5.3.1 Bemonsteringssnelheid afstellen

Druk meermaals op de FUNC-toets

tot het ‘SEC’-symbool in de onderdisplay A verschijnt. In de digitale weergave B wordt de bemonsteringssnelheid in seconden weergegeven. Met een druk op de ▼-toets

kan de bemonsteringssnelheid bijgesteld worden, van 1 s tot 255 s. Met een lange druk op de knop kunt u het instellen versnellen. Druk vervolgens meermaals op de FUNC-toets

tot de onder- display A verdwijnt. Tip: Om slechts één meetwaarde te bewaren, kiest u voor een bemonsteringssnelheid van 0 s. Bij iedere druk op de REC-toets

wordt de opeenvolgende meetwaarde in het interne geheugen getoond en verschijnt het nummer van de geheugenlocatie kortstondig in de onderdisplay A.

5.3.2 Start en stop de datalogger

Met een druk op de REC-toets

activeert u de datalogger en verschijnt gelijktijdig het REC-symbool J in de digitale weergave

. De meetwaarden worden rekening houdend met de ingestelde bemonsterings- snelheid opgeslagen in het interne geheugen. De Datalogger wordt door het indrukken van de REC-toets

gestopt en stopt automatisch wanneer het meetwaardegeheugen vol is. Het REC-symbool J in de digitale weergave

Druk meermaals op de FUNC-toets

tot het ‘NO.’-symbool I in de onderdisplay

verschijnt. Met een druk op de ▼-toets

verschijnt het nummer van de geheugenlocatie op de onderdisplay A met de daarbij horende meetwaarde in de digitale weergave B.09/ 2019

Het volledige meetwaardegeheugen kan gewist worden met een druk op de REC-toets

terwijl u de draai- schakelaar van de BENNING CM E1 uit de ‘OFF’-stand zet. Wanneer het ‘CL’-symbool in de weergave

verschijnt, is het meetwaardegeheugen gewist.

5.4 Werkingsprincipe van de aardlusweerstandsmeting

De aardlusweerstandsmeting wordt gebruikt om de aardweerstand te meten en heeft het voordeel dat er geen extra sondes / hulpaardingen nodig zijn en de aarding zelf niet gesplitst hoeft te worden. Deze meting wordt gebruikt voor elektrische installaties met meerdere parallelle aardaansluitingen, zoals bijvoorbeeld bij bovengrondse hoogspanningsleidingen met mastaarding en bliksembeveiligings- en straatverlichtings- systemen. De BENNING CM E1 beschikt over een speciaal afgeschermde meettang

met geïntegreerde bekrach- tigings- en sensorwikkeling. De bekrachtigingswikkeling induceert een stroom tegen een bepaalde wis- selspanning E in de omsloten aard(leiding)aansluiting. Via de sensorwikkeling wordt de stroom I gemeten. De BENNING CM E1 berekent en toont de weerstand van alle aardlussen Rs samen. Rs = E / I waarbij geldt dat: Rs = Rx + (R1 II R2 ... II RN) + Rb + Rl met (R1 II R2 …II Rn) << Rx en (Rb + Rl) < Rx daaruit volgt dat Rs Rx Dit betekent dat de door de BENNING CM E1 gemeten aardlusweerstand Rs steeds groter is dan de gezochte aardingsweerstand Rx. Hoe hoger het aantal parallelle aardingen, hoe preciezer de benadering tussen de afgelezen waarde Rs en de gezochte aardingsweerstand Rx. Wanneer de aangegeven weer- standswaarde te hoog is, moet de aardaansluiting gecontroleerd worden. Rs: Aardlusweerstand (alle aardlussen) Rx: Gezochte aardingsweerstand R1 … RN: Parallelle aardingen, verwaarloosbaar hoe hoger het aantal Rb: Weerstand van de aardbodem, gewoonlijk < 1 Ω Rl: Weerstand van de aardleidingen, gewoonlijk < 1 Ω zie fig. 3: Aardlusweerstandsmeting

6. Gebruiksomstandigheden

- De BENNING CM E1 is bedoeld om gebruikt te worden voor metingen in droge ruimtes - Barometrische hoogte bij metingen: 2000 m. maximaal - Categorie van overbelasting/installatie IEC 60664/ IEC 61010 → 300 V categorie III - Beschermingsgraad stofindringing: 2 volgens EN 61010-1 - Beschermingsgraad: IP 30 (DIN VDE 0470-1 IEC/ EN 60529) - Betekenis IP 30: Het eerste cijfer (3); Bescherming tegen binnendringen van stof en vuil > 2,5 mm in doorsnede, (eerste cijfer is bescherming tegen stof/ vuil). Het tweede cijfer (0); Niet beschermd tegen water, (tweede cijfer is waterdichtheid). - Werktemperatuur en relatieve vochtigheid:09/ 2019

Bij bedrijfstemperatuur van 0 °C tot 50 °C: relatieve luchtvochtigheid kleiner dan 85 %, nietcondense- rend. - Bewaartemperatuur: De BENNING CM E1 kan zonder batterijen worden bewaard bij temperaturen van - 20 °C tot + 60 °C, relatieve luchtvochtigheid kleiner dan 75 %.

7. Elektrische gegevens.

Opmerking: De nauwkeurigheid van de meting wordt aangegeven als som van: - een relatief deel van de meetwaarde - een aantal digits. Deze nauwkeurigheid geldt bij temperaturen van 23 °C ± 5 °C bij een relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %.

geldig voor een zuivere ohmse weerstand, een extern magnetisch veld < 30 A/m, een extern elektrisch veld < 1 V/m Meetfrequentie: 3,333 kHz Nauwkeurigheid van de referentieweerstand: ong. ± 1% Alarmdrempels Bereik Resolutie Bovenste alarmdrempel (HI) 0 - 1510 Ω 1 Ω Onderste alarmdrempel (LO) 0 - 1510 Ω 1 Ω

7.2 Wisselstroom-/lekstroommeting

De meetwaarde wordt als echte effectieve waarde (TRUE RMS, AC-koppeling) verkregen en weergege- ven. De kalibratie is afgestemd op een sinusvormige golfvorm. Bij afwijkingen van deze golfvorm wordt de aangegeven waarde onnauwkeuriger. Crest-factor < 3,5. Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting bij 50 Hz < f < 60 Hz 0,300 mA - 1,000 mA 0,001 mA ± (2,0 % ± 0,05 mA) 1,00 mA - 10,00 mA 0,01 mA ± (2,0 % ± 0,03 mA) 10,0 mA - 100,0 mA 0,1 mA ± (2,0 % ± 0,3 mA) 100 mA - 1000 mA 1 mA ± (2,0 % ± 3 mA) 0,200 A - 4,000 A 0,001 A ± (2,0 % ± 0,03 A) 4,00 A - 35,00 A 0,01 A ± (3,0 % ± 0,03 A) Beveiliging tegen overbelasting: 100 A09/ 2019

8. Meten met de BENNING CM E1

8.1 Voorbereiden van de metingen

Gebruik en bewaar de uitsluitend bij de aangegeven werk- en opslagtemperaturen. Niet blootstellen aan direct zonlicht. - Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING CM E1 kunnen leiden tot instabiele aanduiding en/ of meetfouten.

Let op de maximale spanning t.o.v. aarde. Gevaarlijke spanning! - Open de meettang en controleer of de metalen contactoppervlakken langs de binnenkant vrij zijn van stof- en vuildeeltjes. - Laat de uiteinden van de meettang meermaals op elkaar klemmen (openen en sluiten), om zeker te zijn van een veilig contact. - Zet de draaischakelaar

op de functie Ω (aardlusweerstand) of Ω+ (aardlusweerstand met alarm). Wacht tot het einde van de zelfkalibratie (CAL 7, CAL 6, …, CAL 2, CAL 1) wordt aangegeven met een geluidssignaal en het symbool ‘.OL’ in de digitale weergave B. - Open de meettang en klem deze rond de aard(leiding)aansluiting die onderzocht moet worden. De uiteinden van de meettang moeten opnieuw meermaals op elkaar geklemd worden. - De meetwaarde van de aardlusweerstand kan in de digitale weergave B afgelezen worden. Tip: - Tijdens de zelfkalibratie mag de meettang

niet op een leiding geklemd worden of geopend worden. - Wanneer er geen einde komt aan de zelfkalibratie moet u de metalen contactoppervlakken langs de binnenkant controleren op stof- en vuildeeltjes. - Wanneer tijdens de meting stoorsignalen (stroom > 3 A, spanning > 30 V) vastgesteld worden, ver- schijnt in de digitale weergave

het ‘NOISE’-symbool F waarna de meting beïnvloed kan worden. - Indien de meettang tijdens de meting niet correct gesloten werd, zal in de digitale weergave

het -symbool G verschijnen. zie fig. 3: Aardlusweerstandsmeting

Let op de maximale spanning t.o.v. aarde. Gevaarlijke spanning! - Zet de draaischakelaar

van de BENNING CM E1 in de gewenste stand: mA of A. - Open de meettang

en klem deze rond de aard(leiding)aansluiting die onderzocht moet worden. - De meetwaarde van de lekstroom kan in de digitale weergave B afgelezen worden. zie fig. 4: Wisselstroom-/lekstroommeting

De BENNING CM E1 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt! Gevaarlijke spanning!

9.1 Veiligheidsborging van het apparaat

Onder bepaalde omstandigheden kan de veiligheid tijdens het werken met de BENNING CM E1 niet meer worden gegarandeerd, bijvoorbeeld in geval van: - zichtbare schade aan de behuizing - meetfouten - waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder verkeerde omstandigheden - transportschade In dergelijke gevallen dient de BENNING CM E1 direct te worden uitgeschakeld en niet opnieuw elders worden gebruikt.09/ 2019

Reinig de behuizing aan de buitenzijde met een schone, droge doek. (speciale reinigingsdoeken uitgezon- derd). Gebruik geen oplos- en/ of schuurmiddelen om de BENNING CM E1 schoon te maken. Let er in het bijzonder op dat het batterijvak en de batterijcontacten niet vervuilen door uitlopende batterijen. Indien toch verontreiniging ontstaat door elektrolyt of zich zout afzet bij de batterij en/ of in het huis, dit eveneens verwijderen met een droge, schone doek.

9.3 Het wisselen van de batterij

Voor het openen van de BENNING CM E1 moet het apparaat spanningsvrij zijn! Gevaarlijke spanning! De BENNING CM E1 wordt gevoed door eén batterij van 9 V (IEC 6 LR 61). Als het batterijsymbool H op het display

verschijnt, moeten de batterijen worden vervangen (zie fig. 5). Bij inschakeling van de BENNING CM E1 gebeurt een batterijtest. De batterij word als volgt verwisseld: - Schakel de BENNING CM E1 uit. - Leg de BENNING CM E1 op de frontzijde en draai de schroeven van de behuizing los. - Verwijder de behuizing van het front. - Neem de lege batterij uit het batterijvak en demonteer de aansluitdraden van de batterij. - Monteer de aansluitdraden op de juiste manier aan de nieuwe batterij en leg de bedrading zo terug dat het niet beklemd raakt in de behuizing. Plaats de nieuwe batterij op de hiervoor voorziene plek in het front. - Plaats de behuizing op het front en draai de schroeven vast. zie fig.5: vervanging van de batterij

Gooi lege batterijen niet weg met het gewone husvuil, maar lever ze in op de bekende inza- melpunten. Zo levert u opnieuw een bijdrage voor een schoner milieu.

BENNING waarborgt de naleving van de in de gebruiksaanwijzing vermelde technische gegevens en nauwkeurigheidsinformatie gedurende het 1ste jaar na de leveringsdatum. Op de nauwkeurigheid van de metingen te waarborgen, is het aan te bevelen het apparaat jaarlijks door onze servicedienst te laten kalibreren. Benning Elektrotechnik & Elektronik GmbH & Co. KG Service Center Robert-Bosch-Str. 20 D - 46397 Bocholt

Wij raden u aan het apparaat aan het einde van zijn nuttige levensduur, niet bij het gewone huis- afval te deponeren, maar op de daarvoor bestemde adressen.Benning Elektrotechnik & Elektronik GmbH & Co. KG Münsterstraße 135 - 137 D - 46397 Bocholt Phone: +49 (0) 2871 - 93 - 0 • Fax: +49 (0) 2871 - 93 - 429 www.benning.de • E-Mail: duspol@benning.de

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BENNING

Model : CM E1

Categorie : Multimeter