UV500 - Detector VOLTCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis UV500 VOLTCRAFT in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Detector in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding UV500 - VOLTCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. UV500 van het merk VOLTCRAFT.
GEBRUIKSAANWIJZING UV500 VOLTCRAFT
-product hebt u een hele goede beslissing genomen, waarvoor we u van harte willen bedanken. U hebt een hoogwaardig product uit de merkenfamilie gekocht dat zich onderscheidt op het gebied van de meet-, laad- en netwerktechnologiën door hun buitengewone vakkundigheid en permanente innovatie. Met Voltcraft
kan zowel de kieskeurige hobbyist als de professionele gebruiker zelfs de moeilijkste taken probleem- loos uitvoeren. Voltcraft
biedt u betrouwbare technologie met een uitstekende prijs-kwaliteitsverhouding. We zijn er- van overtuigd: uw keuze voor Voltcraft
is tegelijkertijd het begin van zowel een langdurige als prettige samenwerking. Veel plezier met uw nieuwe Voltcraft
-product! . Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be
2. Verklaring van de symbolen
Het symbool met een uitroepteken in een driehoek duidt op belangrijke aanwijzingen in deze gebruiksaan- wijzing die beslist opgevolgd moeten worden. U ziet het pijl-symbool waar bijzondere tips en aanwijzingen over de bediening worden gegeven. Dit apparaat is CE-conform en voldoet aan de noodzakelijke nationale en Europese richtlijnen.43
3. Doelmatig gebruik
Het UV-meetinstrument UV-500 maakt nauwkeurige meting mogelijk van het stralingsvermogen van onzichtbare ul- traviolette straling (UVA- en UVB-) in het bereik van 0 tot 20 mW/cm². DeUV-sensorisuitgerustmeteencosinuscorrectielterommetingenmethogeprecisietebepalen. Met de montagebeugel aan de achterkant kan het meetinstrument zo worden geplaatst, dat het display goed kan worden afgelezen. Het meetinstrument wordt gevoed door een in de handel verkrijgbare 9 V-blokbatterij. Bovendien kan het meetin- strument worden bediend via de bestaande DC-aansluiting met een optionele stekkervoeding. De voeding moet een gestabiliseerde gelijkspanning van 9 V/DC leveren. In de voedingsmodus wordt de interne batterij uitgeschakeld. Het meetinstrument is niet ATEX-beveiligd. Het mag niet in potentieel explosieve gebieden (Ex) worden gebruikt. Een gebruik onder ongunstige omgevingsomstandigheden zoals bij bijv. ontvlambare gassen, dampen of oplosmid- delen is niet toegestaan. Gebruik op andere manieren dan hierboven beschreven is niet toegestaan en kan leiden tot beschadiging van het product. Ook kan dit gevaren opleveren zoals bijv. kortsluiting, brand, elektrische schokken, enz. Het gehele product mag niet worden gewijzigd of worden omgebouwd! De veiligheidsrichtlijnen dienen altijd in acht te worden genomen! Elk ander gebruik dan hierboven beschreven zal het product beschadigen en kan andere gevaren met zich mee- brengen, zoals kortsluiting, brand, elektrische schok enz. Het gehele product mag niet worden gewijzigd of worden omgebouwd! Lees de gebruiksaanwijzing goed door en bewaar deze om later nogmaals te kunnen raadplegen.
- Gebruiksaanwijzing Actuele gebruiksaanwijzingen Download de actuele gebruiksaanwijzingen via de link www.conrad.com/downloads of scan ze met behulp van de afgebeelde QR-code. Volg de aanwijzingen op de website.44
5. Veiligheidsinstructies
Lees de gebruiksaanwijzing voor gebruik zorgvuldig door. Deze bevat belangrijke informatie voor een juist gebruik van het product. In geval van schade die ontstaat door het niet naleven van de gebruiksaanwijzing komt de waarborg/ garantie te vervallen! We zijn niet aansprakelijk voor gevolgschade! Wij zijn niet aansprakelijk voor materiële schade of persoonlijk letsel veroorzaakt door verkeerd gebruik of het niet opvolgen van de veiligheidsinstructies! In dergelijke gevallen komt de waarborg/garantie te vervallen.
- Het apparaat heeft de fabriek in een technisch veilige- en perfect werkende toestand verlaten.
- Volg de in deze gebruiksaanwijzing opgenomen veiligheidsinstructies en waarschuwingen op om het apparaat in deze conditie houden en om te zorgen voor een veilig gebruik ervan!
- Om redenen van veiligheid en goedkeuring is het eigenmachtig ombouwen en/of wijzigen van het ap- paraat niet toegestaan.
- Raadpleeg een expert wanneer u twijfelt over het juiste gebruik, de veiligheid of het aansluiten van het apparaat.
- Meetinstrumenten en toebehoren zijn geen speelgoed en moeten uit de buurt van kinderen worden gehouden!
- Neem in industriële omgevingen de Arbo-voorschriften met betrekking tot het voorkomen van ongevallen in acht.
- In scholen en opleidingsinstituten, hobby- en werkplaatsen, evenals bij mensen met beperkte lichamelij- ke en geestelijke vaardigheden moet werken met meetapparatuur gebeuren onder toezicht van daartoe opgeleid personeel.
- Vermijd het gebruik van het apparaat in de onmiddellijke buurt van sterk magnetische- of elektromagne- tische velden, zendantennes of HF-generatoren. De gemeten waarde kan daardoor onjuist zijn.
- Indien aangenomen kan worden dat veilig gebruik niet meer mogelijk is, dient het apparaat uitgescha- keld en tegen onbedoeld gebruik beveiligd te worden. Men dient ervan uit te gaan dat een veilig gebruik niet meer mogelijk is als: - het apparaat zichtbaar beschadigd is, - het apparaat niet langer werkt en - gedurende een langere periode onder ongunstige omstandigheden opgeborgen is geweest of - tijdens het vervoer aan een aanzienlijke belasting onderhevig is geweest.
- Zet het meetapparaat nooit onmiddellijk aan nadat het van een koude naar een warme ruimte is ge- bracht. De condens die hierbij wordt gevormd kan het apparaat onder bepaalde omstandigheden onher- stelbaar beschadigen. Laat het apparaat eerst op kamertemperatuur komen voordat u het inschakelt.
- L aat het verpakkingsmateriaal niet achteloos rondslingeren; dit kan voor kinderen gevaarlijk speelgoed zijn.
- Bewaar het apparaat op een veilige plaats, zodat het niet kan vallen! Daardoor zou letsel kunnen optreden.
- De batterij dient uit het apparaat te worden verwijderd wanneer het gedurende langere tijd niet wordt gebruikt om beschadiging door lekkage te voorkomen. Lekkende of beschadigde batterijen kunnen bran- dend zuur bij contact met de huid opleveren. Gebruik daarom veiligheidshandschoenen om beschadigde batterijen aan te pakken.
- Bewaar de accu’s en batterijen buiten het bereik van kinderen. Laat de accu’s en batterijen niet rondslin- geren omdat het gevaar bestaat dat kinderen of huisdieren deze inslikken.
- Neem ook de veiligheidsinstructies in de afzonderlijke hoofdstukken in acht.45
6. Bedieningselementen
1 Bus voor sensoraansluiting 2 Display 3 Knop “HOLD“ 4 Aan-/uitknop “POWER“ 5 Knop voor nulstelling- en bereikkeuze “2” voor meetbereik 0,000 - 1,999 mW/cm² 6 Bereikkeuzeknop “20” voor meetbereik 0,00 - 19,99 mW/cm² 7 Knop “REC” 8 Statiefschroefdraad (1/4 “UNC 20) 9 Uitklapbare standaard 10 RS232-interface (jack-bus van 3,5 mm, mono) 11 Voeding-bus DC 9 V (5,5 mm x 2,5 mm) 12 Openinginsparing voor bus-deksel 13 Batterijvak 14 Sensor-aansluitstekker 15 Handgreep sensor 16 UV-sensor-kop 17 Sensor-beschermkap46
7. Productbeschrijving
Het UV-meetinstrument maakt nauwkeurige meting mogelijk van het stralingsvermogen van onzichtbare ultraviolette straling (UVA- en UVB-). UV-stralingsmeting vindt zijn toepassing in industriële gebieden zoals b.v. in laswerkzaam- heden (boog), in de elektronica of bij fotochemische processen of druktoepassingen. Evenzo kan het instrument worden gebruikt bijv. voor laboratoriumtaken, in de land- en tuinbouw. Deze zijn bijv. Weer- en groeistudies evenals UV-sterilisatie enz. In de privésector wordt het meetinstrument gebruikt om eenvoudig en nauwkeurig het stralingsvermogen van solaria of de zon, enz. te bepalen.
Het meetinstrument kan mobiel worden gebruikt met een batterij of een accu. Bij stationair gebruik of voor metingen op lange termijn kan een optionele voeding worden aangesloten. Bij het aansluiten van een voeding wordt de verbinding van de batterij naar het meetinstrument automa- tisch onderbroken. Voor de werking van de voeding hoeft de batterij daarom niet te worden verwijderd. a) Batterij plaatsen of wisselen
- Bij de eerste inbedrijfstelling of wanneer het batterijwisselsymbool linksboven op het display verschijnt, moet een nieuwe, volledig opgeladen batterij worden geplaatst.
- Zorg er bij een batterijwissel voor dat het meetinstrument is uitgeschakeld.
- Draai met een geschikte kruiskopschroevendraaier de schroeven in het batterijvak (13) los.
- Trek het deksel van het batterijvak uit het instrument in de richting van de pijl.
- Sluit een nieuwe batterij met de juiste polariteit aan op de batterijclip. Plaats de batterij in het meetinstrument. Zorg ervoor dat er geen aansluitkabels zijn afgekneld.
- Sluit het batterijvak in omgekeerde volgorde en schroef het er voorzichtig terug op.47 b) Voeding aansluiten (optioneel)
- De voeding moet een gestabiliseerde gelijkspanning van 9 V en een stroom van minimaal 300 mA leveren.
- De holle DC-stekker moet de volgende gegevens omvatten: - Buitendiameter 5,5 mm - Binnendiameter 2,5 mm - Polariteit: Binnen pluspool, buiten minpool
- Om de voeding aan te sluiten, klapt u het zijdelingse deksel (12) open. Gebruik daarvoor bijv. een kleine platte schroevendraaier.
- Steek de holle DC-stekker van de voeding in de bus “DC IN”.
- Sluit de netvoedingadapter aan op een standaard stopcontact. Het stopcontact moet zich in de buurt bevinden en vrij toegankelijk zijn. Verwijder nadat de meting is beëindigd de voeding van het meetinstrument en sluit het deksel.
a) Sensor aansluiten De sensor is een precisiecomponent die door overmatige luchtvochtigheid verslijt en daardoor onnauwkeurig wordt. Bewaar de sensorkop derhalve altijd in een zo droog mogelijke omgeving. Het wordt ook aanbevolen om de sensor in een luchtdichte foliezak te bewaren. Leg een pakje droge korrels in de foliezak. Vervang of regenereer deze droge korrels regelmatig om een droge opslagomgeving te garanderen. Neem de sensor voor slechts één meting uit de zak. Deze maatregel verlengt de levensduur van de UV-sensor. Anderzijds vermindert de gevoeligheid en wordt het herkalibratie-interval verkort. Zorg er bij het aansluiten van de sensor voor dat het meetinstrument is uitgeschakeld. Sluit de aansluitstekker van de sensor (14) met de juiste polariteit aan op de bus van de sensor (1) van het meetin- strument. De afgevlakte zijde van de stekker wijst naar de achterkant van het meetinstrument. b) Meetinstrument aan- en uitzetten
- Het meetinstrument wordt aan- en uitgeschakeld via de aan-/uitknop “POWER“ (4). Elke druk schakelt het apparaat in en uit.
- Het meetinstrument wordt ingeschakeld met een korte pieptoon en toont gedurende ong. 3 seconden het start- scherm met alle displaysegmenten.
- Nadat de displaytest is afgesloten, wordt in het display de huidige gemeten waarde weergegeven.
- Druk om uit te schakelen op de aan-/uitknop. Het instrument wordt uitgeschakeld met een lange pieptoon.48
Voor nauwkeurige metingen moet het meetapparaat worden aangepast aan de omgevingstempe- ratuur. Laat het apparaat aan de nieuwe omgevingstemperatuur wennen wanneer u van locatie verandert. Langere UV-metingen op lichtbronnen met hoge temperaturen kunnen bij een kleine meetafstand tot zelfverhitting van het meetinstrument en dus tot een foutieve meting leiden. Om exacte meet- waarden te bereiken geldt de vuistregel: Hoe hoger de temperatuur, hoe groter de meetafstand en hoe korter de meetduur dient te zijn. a) UV-meting uitvoeren Ga voor UV-meting als volgt te werk: - Neem het meetinstrument in gebruik. Het meetinstrument bevindt zich na het inschakelen altijd in het brede meet- bereik van 20 mW/cm². Dit bereik is bedoeld voor metingen van 2 tot 20 mW/cm². - Verwijder de sensorbeschermkap van de sensor. - Lijn het sensoroppervlak zo loodrecht mogelijk uit op de lichtbron. - De meetwaarde wordt op het display weergegeven. - Wijzig het meetbereik om metingen kleiner dan 2 mW/cm² uit te voeren. Druk hiervoor op de knop met het opschrift “2” (5). Door op de respectieve bereikknop “2” (5) of “20” (6) te drukken, wordt het meetbereik omgeschakeld. - Als op het display “- - - -” verschijnt, werd het meetbereik overschreden. Schakel indien mogelijk over naar een groter meetbereik. - Schakel het meetinstrument weer uit na het einde van de meting. Plaats de beschermkap terug op de sensor. b) Nulinstelling Om een hoge nauwkeurigheid te bereiken, kan het meetinstrument een nullstelling uitvoeren. Een nulstelling is alleen mogelijkennuttigalserinhetdisplayeenmeetwaardevan≤0,1mW/cm²wordtweergegeven. Ga voor de nulstelling als volgt te werk: - Bedek de sensorkop met de ondoorzichtige sensorkap (17). - Houd de bereikknop “2 mW/cm²” (5) gedurende ong. 2 seconden ingedrukt. De nulstelling wordt gesignaleerd met een pieptoon. De meetwaarde in het display wordt teruggezet op nul. c) Meetwaarde vasthouden “HOLD” Dehuidigemeetwaardekanwordenvastgehoudenomeenlangereaeestijdteverkrijgen.Drukopdeknop“HOLD” om de meetwaarde vast te houden. De druk op de knop wordt gesignaleerd met een pieptoon. In het display wordt de meetwaarde weergegeven met het symbool “HOLD”. Om de functie te deactiveren, drukt u opnieuw op de knop “HOLD”. “HOLD” verdwijnt van het display.49 d) Gemeten piekwaarden vasthouden “REC” Met de functie “REC” kunnen in het lopende meetproces de hoogste en laagste gemeten waarden worden vastgelegd en uitgelezen. Als de functie “REC” actief is, kan het meetinstrument niet worden uitgeschakeld. De automatische uitscha- keling wordt hier ook gedeactiveerd
- Om de opnamefunctie “REC” te activeren, drukt u op de knop “REC” (7).
- De druk op de knop wordt gesignaleerd met een pieptoon. In het display wordt de lopende meetwaarde en het symbool “REC” weergegeven. Op de achtergrond worden de laagste (MIN) en de hoogste (MAX) meetwaarde automatisch opgeslagen.
- Om de hoogste meetwaarde op het display af te lezen, drukt u nogmaals op de knop “REC”. In het display wordt “REC MAX” samen met de opgeslagen hoogste waarde weergegeven.
- Om de laagste meetwaarde op het display af te lezen, drukt u nogmaals op de knop “REC”. In het display wordt “REC MIN” samen met de opgeslagen laagste waarde weergegeven.
- Telkens bij het opnieuw indrukken van de knop “REC” wordt het MIN MAX-weergave omgeschakeld.
- De opgeslagen MIN- of MAX-waarden kunnen worden gewist met de knop “HOLD” om een nieuwe meting van de piekwaarden te starten. In het display wordt vervolgens “REC” weergegeven en de detectie van de piekwaarde zal opnieuw beginnen voor de geselecteerde functie (MIN of MAX).
- Om de functie te beëindigen, houdt u de knop “REC” gedurende ong. 2 seconden ingedrukt. De geheugenfunctie wordt gedeactiveerd met een pieptoon. De meetwaarden worden hierbij gewist. e) Automatische uitschakelfunctie Het meetinstrument schakelt automatisch uit na een gebruiksduur van ong. 10 minuten. Deze functie beschermt en spaart de batterij en verlengt de gebruiksduur. Deze functie kan worden gedeactiveerd om zo nodig langetermijnme- tingen uit te voeren. De automatische uitschakeling is gedeactiveerd als de functie “REC” is ingeschakeld. Het meetinstrument schakelt hier niet automatisch uit.50
Het meetinstrument heeft een seriële interface voor gegevensuitwisseling met een computer. Deze bevindt zich aan de rechterkant onder een deksel. De interface is uitgevoerd in de vorm van een 3,5 mm jack-bus, en vereist een speciale datakabel, die als optie verkrijgbaar is. De datakabel is aangesloten als volgt: Jack-stekker 3,5 mm mono 9 pol. Sub-D-bus voor pc (seriële poort) Middencontact→ Pin 4 Buitencontact→ Pin 2 Tussen pin 2 en pin 5 is een weerstand van 2,2 kohm vereist. Hetseriëledatasignaalbestaatuit16bitsmetdevolgendesequentie: D15 D14 D13 D12 D11 D10 D9 D8 D7 D6 D5 D4 D3 D2 D1 D0 Elke databit heeft de volgende betekenis: D15 Startteken = 02 D14 4 D13 1 D12+D11 Meeteenheid in het display; mW/cm² = A8 (D12 = A, D11 = 8) D10 polariteit; 0 = positief; 1 = negatief D9 Decimale punt (DP) op de juiste plaats (van rechts naar links); 0 = geen DP; 1 = 1DP; 2 = 2DP; 3 = 3DP D8 tot D1 Meetwaarde (D8 = grootste cijfer (MSD), D1 = laagste cijfer (LSD)). Bij een displayweer- gave van 1234, resulteert de volgende bitsnelheid (D8 - D1): “00001234” D0 Eindteken = 0D Het RS232-dataformaat is: 9600, N, 8, 1 Baud-Rate: 9600 Pariteitsbit: Geen pariteitsbit: (N) Databit aantal: 8 Stop-bit: 1 Stop-bit51
12. Reiniging en onderhoud
- Om de nauwkeurigheid van het meetinstrument gedurende een lange periode te garanderen, moet deze eenmaal per jaar worden gekalibreerd.
- Het meetinstrument is absoluut onderhoudsvrij met uitzondering van incidentele reiniging en batterij-/accuvervan- ging.
- Controleer regelmatig de technische veiligheid van het apparaat – b.v. op schade aan de behuizing of beknelling, etc. b) Reiniging van de behuizing Voordat u het apparaat reinigt, dient u absoluut de volgende veiligheidsinstructies in acht te nemen:
- Gebruik voor de reiniging geen schurende reinigingsmiddelen, benzine, alcohol of dergelijke. Daardoor wordt het oppervlak van het meetinstrument aangetast. De dampen zijn bovendien schadelijk voor de gezondheid en explo- sief. Gebruik voor de reiniging ook geen scherp gereedschap zoals schroevendraaiers of staalborstels e.d.
- Voor de reiniging van het instrument resp. de display dient u een schone, pluisvrije, antistatische en licht vochtige schoonmaakdoek te gebruiken. Laat het apparaat compleet drogen voordat u het voor de volgende meting gebruikt. c) Reiniging van de sensors
- Verwijderlossedeeltjesmetschonepersluchtenveegdedannogoverblijvendeaanslagwegmeteenjnelenzen- borstel. Reinig het oppervlak met een droge lensdoek of een schone, zachte, niet-pluizende doek.
- Gebruik geen zure, alcoholische of andere oplosmiddelen en geen ruwe, pluizige doek om de sensor te reinigen.
- Druk bij de reiniging niet te hard op de lens.52
Afgedankte elektronische apparaten bevatten waardevolle stoffen en behoren niet bij het huishoudelijk afval. Als het product niet meer werkt, moet u het volgens de geldende wettelijke bepalingen voor afvalver- werking inleveren. Neem de geplaatste batterij eruit en voer deze gescheiden van het product af. Verwijderen van gebruikte batterijen/accu’s! U bent als eindverbruiker volgens de KCA-voorschriften wettelijk verplicht alle lege batterijen en accu’s in te leveren; verwijdering via het huisvuil is niet toegestaan. Batterijen en accu’s met schadelijke stoffen worden gekenmerkt door de hiernaast afgebeelde symbolen, die erop wijzen dat de batterijen/accu’s niet via het gewone huisvuil weggegooid mogen worden. Deze mogen niet via het huisvuil worden afgevoerd. De aanduidingen voor irriterend werkende, zware metalen zijn: Cd=cadmium, Hg=kwik, Pb=lood (aanduiding wordt op de batterijen/accu’s vermeld, bijv. onder het links afgebeelde vuilnisbakpictogram). U kunt verbruikte batterijen/accu’s gratis bij de verzamelpunten van uwgemeente,onzelialenofoveralwaarbatterijen/accu’swordenverkochtafgeven. Zo vervult u uw wettelijke verplichtingen en draagt u bij tot de bescherming van het milieu.
14. Verhelpen van storingen
U heeft met het meetapparaat een product aangeschaft dat volgens de nieuwste stand der techniek is ontwik- keld en veilig is in gebruik. Er kunnen zich echter problemen of storingen voordoen. Raadpleeg daarom de volgende informatie over de manier waarop u eventuele problemen zelf gemakkelijk op kunt lossen: Storing Mogelijke oorzaak Mogelijke oplossing Het meetinstrument werkt niet. Is de batterij leeg? Controleer de batterijstatus. Vervang indien nodig de batterij. Geen verandering in de gemeten waarde. De HOLD-functie is actief. Druk op de knop “HOLD”. Weergave “- - - -” Het meetbereik werd overschreden. Kies een groter meetbereik. Alle reparaties die hier niet beschreven worden, mogen alleen door een erkende deskundige wor- den uitgevoerd. Aarzel niet om contact op te nemen met onze technische dienst als u vragen hebt over de werking van het meetinstrument.53
Notice-Facile