LSG10 - Detector VOLTCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis LSG10 VOLTCRAFT in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Detector in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LSG10 - VOLTCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LSG10 van het merk VOLTCRAFT.
GEBRUIKSAANWIJZING LSG10 VOLTCRAFT
Beste klant, Hartelijk dank voor de aankoop van dit product. Het product voldoet aan de nationale en Europese wettelijke voorschriften. Om deze status te handhaven en een veilige werking te waarborgen, dient u als eindgebruiker, deze gebruiksaanwijzing in acht te nemen. Deze gebruiksaanwijzing is een onderdeel van dit product. Deze bevat belangrijke informatie over de instelling en het gebruik van het product. Als u dit product aan derden overhandigt, doe dan tevens deze gebruiksaanwijzing erbij. Bewaar deze gebruiksaanwijzing voor toekomstige raadpleging! Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk. Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be
2. Verklaring van de symbolen
Het symbool met een bliksemschicht in een driehoek wijst op een risico voor uw gezondheid, bijv. door een elektrische schok. Dit symbool met het uitroepteken in een driehoek wordt gebruikt om belangrijke informatie in deze gebruiksaanwijzing te onderstrepen. Lees deze informatie altijd aandachtig door. Het pijlsymbool duidt op speciale informatie en advies voor het gebruik.78
Dit product is bedoeld voor het meten en weergeven van elektrische spanningen in het bereik van overspanningscategorie III (tot max. 300 V tegen aardpotentiaal, overeenkomstig EN 61010-1) en alle lagere categorieën. Het meetapparaat en de apparatuur mogen niet worden gebruikt in de overspanningscategorie CAT IV (b.v. aan de laagspanningsbron van de installatie). - Weergave van gelijk- en wisselspanningen tot een maximum van 400 V - Contactloos kabelzoeken in spanningsloze en spanningvoerende installaties in de muur, vloer of grond - Traceer het signaal door zender en ontvanger - Zoek kabelbreuken en kortsluitingen - Zekeringen en hun circuits toewijzen en vinden - Zoeken en opsporen van metalen buizen - Contactloze tracering van stroomvoerende leidingen door de ontvanger - Zaklamp De kabeldetector bestaat uit een zender en een ontvanger. Beide apparaten worden gevoed door een 9 V alkaline blokbatterij. Het apparaat mag alleen worden gebruikt met de aangegeven batterijen. U kunt tot 7 kabeldetectoren (zender en ontvanger) tegelijk gebruiken. Het zoeksignaal is selectief en kan worden gecodeerd van 1 tot 7. Het apparaat mag niet worden gebruikt wanneer deze open is, d.w.z. met een open batterijvak of wanneer het deksel van het batterijvak ontbreekt. Metingen onder spanning in vochtige ruimten of in ongunstige omgevingsomstandigheden zijn niet toegestaan. Ongunstige omgevingscondities zijn onder andere: - Vochtige omgevingen of hoge luchtvochtigheid - Stof of ontvlambare gassen, dampen of oplosmiddelen - Onweer of soortgelijke omstandigheden zoals sterke elektrostatische velden. Gebruik om veiligheidsredenen alleen meetkabels of accessoires die zijn afgestemd op de specicaties van de multimeter. Dit product is alleen bestemd voor gebruik binnenshuis. Gebruik het niet buitenshuis. Contact met vocht, bijv. in de badkamer, moet absoluut worden vermeden. Vanwege veiligheids- en goedkeuringsredenen mag u niets aan dit product veranderen. Als het product voor andere doeleinden wordt gebruikt dan hierboven beschreven, kan het worden beschadigd. Bovendien kan onjuist gebruik resulteren in kortsluiting, brand, elektrische schok of andere gevaren. Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig door en bewaar deze op een veilige plaats. Het product mag alleen samen met de gebruiksaanwijzing aan derden worden overhandigd. Alle bedrijfs- en productnamen zijn handelsmerken van de betreffende eigenaren. Alle rechten voorbehouden.79
- Gebruiksaanwijzing 1Meest recente gebruiksaanwijzing Download de meest recente gebruiksaanwijzing via www.conrad.com/downloads of scan de afgebeelde QR-code. Volg de aanwijzingen op de website.
5. Eigenschappen en functies
- De kabeldetector bestaat uit een zender en een ontvanger. De zender genereert een gemoduleerd stroomsignaal dat een elektromagnetisch veld creëert rond een aangesloten geleider. Dit elektromagnetische veld wordt door de ontvanger gedetecteerd en geëvalueerd.
- In de ontvanger worden drie ontvangerspoelen gebruikt in automatische en handmatige modus. Deze maken een positie-onafhankelijke werking mogelijk.
- Alle parameters worden op het display van zender en ontvanger aangegeven.
- De ontvanger kan onafhankelijk van de zender worden gebruikt als contactloze spanningsdetector en als zaklamp. Een spanningstest wordt alleen uitgevoerd voor wisselspanningen van het net.
- Het display is voorzien van achtergrondverlichting om het werken in slecht verlichte omstandigheden te verge- makkelijken.
- De zender en ontvanger worden automatisch uitgeschakeld als ze gedurende langere tijd niet worden gebruikt. Dit bespaart batterijvermogen en verlengt de werkingsduur. De kabeldetector kan worden gebruikt voor doe-het- zelf- of professionele toepassingen.80
6. Veiligheidsinstructies
Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig door en neem vooral de veiligheidsinformatie in acht. Indien de veiligheidsinstructies en de aanwijzingen voor een juiste bediening in deze gebruiksaanwijzing niet worden opgevolgd, aanvaarden wij geen verantwoordelijkheid voor hieruit resulteren persoonlijk letsel of materiële schade. In dergelijke gevallen vervalt de aansprakelijkheid/garantie. a) Algemene informatie
- Dit apparaat is geen speelgoed. Buiten het bereik van kinderen en huisdieren houden.
- Laat verpakkingsmateriaal niet achteloos rondslingeren. Dit kan voor kinderen gevaarlijk speelgoed worden.
- Bescherm het product tegen extreme temperaturen, direct zonlicht, sterke schokken, hoge vochtigheid, vocht, brandbare gassen, stoom en oplosmiddelen.
- Stel het artikel niet bloot aan mechanische spanning.
- Als het product niet langer veilig gebruikt kan worden, stel het dan buiten bedrijf en zorg ervoor dat niemand het per ongeluk kan gebruiken. Veilig gebruik kan niet langer worden gegarandeerd als het product: - zichtbaar is beschadigd, - niet meer naar behoren werkt, - gedurende een langere periode onder slechte omstandigheden is opgeslagen of - onderhevig is geweest aan ernstige transportbelasting.
- Behandel het product met zorg. Schokken, stoten of zelfs een val van geringe hoogte kunnen het product beschadigen.
- Raadpleeg een expert als u vragen hebt over gebruik, veiligheid of aansluiting van het apparaat.
- Onderhoud, aanpassingen en reparaties mogen alleen uitgevoerd worden door een technicus of een daartoe bevoegd servicecentrum.
- Als u nog vragen heeft die niet door deze gebruiksaanwijzing worden beantwoord, kunt u contact opnemen met onze technische dienst of ander technisch personeel. b) Aangesloten apparaten
- Neem tevens de veiligheids- en gebruiksinstructies van andere apparaten die op het product zijn aangesloten in acht. c) Ledlamp
- Let op, ledlicht: - Niet rechtstreeks in het ledlicht kijken! - Niet direct of met optische instrumenten in de lichtstraal kijken!81 d) (Oplaadbare) batterijen
- Zorg ervoor dat de (oplaadbare) batterij met de juiste polariteit in het product worden geplaatst.
- De (oplaadbare) batterijen dienen uit het apparaat te worden verwijderd wanneer het gedurende langere tijd niet wordt gebruikt om beschadiging door lekkage te voorkomen. Lekkende of beschadigde (oplaadbare) batterijen kunnen brandend zuur bij contact met de huid opleveren. Gebruik daarom veiligheidshandschoenen om beschadigde (oplaadbare) batterijen aan te pakken.
- Houd (oplaadbare) batterijen buiten bereik van kinderen. Laat (oplaadbare) batterijen niet rondslingeren omdat het gevaar bestaat dat kinderen en/of huisdieren ze inslikken.
- Alle (oplaadbare) batterijen dienen op hetzelfde moment te worden vervangen. Het door elkaar gebruiken van oude en nieuwe (oplaadbare) batterijen in het apparaat kan leiden tot batterijlekkage en beschadiging van het apparaat.
- (Oplaadbare) batterijen mogen niet worden ontmanteld, kortgesloten of verbrand. Niet-oplaadbare batterijen mogen nooit opnieuw worden opgeladen. Er bestaat explosiegevaar!
- Gebruik de meter nooit wanneer de behuizing is geopend. LEVENSGEVAAR!
- Laat lege batterijen niet in het apparaat zitten. Zelfs batterijen die tegen lekken zijn beschermd, kunnen corroderen en daardoor chemicaliën afgeven die schadelijk kunnen zijn voor uw gezondheid of het apparaat kunnen beschadigen.
- Laat batterijen niet achteloos rondslingeren. Ze kunnen door kinderen of huisdieren worden ingeslikt. Raadpleeg onmiddellijk een arts indien ingeslikt.
- Als het apparaat langere tijd niet wordt gebruikt, verwijder dan de batterijen om lekken te voorkomen.
- Lekkende of beschadigde batterijen kunnen chemische brandwonden veroorzaken als ze met uw huid in contact komen. Draag daarom geschikte beschermende handschoenen.
- Zorg ervoor dat de batterijen niet worden kortgesloten. Gooi geen batterijen in het vuur.
- Batterijen mogen niet worden opgeladen of gedemonteerd. Explosiegevaar! e) Bediening
- Ongeoorloofde ombouw en/of wijziging van het product is ontoelaatbaar om redenen van veiligheid en goedkeuring (CE).
- Raadpleeg een expert wanneer u twijfelt over het gebruik, de veiligheid of de aansluiting van het apparaat.
- Meetinstrumenten en hun toebehoren zijn geen speelgoed en moet buiten het bereik van kinderen worden gehouden.
- In industriegebieden moeten de voorschriften ter voorkoming van ongevallen met elektrische apparatuur en nutsvoorzieningen worden nageleefd.
- In scholen, opleidingscentra, computer- en zelfhulpwerkplaatsen moet de omgang met meters onder toezicht staan van opgeleid personeel.
- De in de technische gegevens aangegeven spanningen zijn nominaal en mogen niet worden overschreden.
- De spanning tussen de aansluitpunten van de multimeter en de aarde mag nooit groter zijn dan 300 V DC/AC in CAT III.
- Telkens wanneer het meetbereik wordt gewijzigd, moeten de meetsondes van het te meten voorwerp worden verwijderd.82
- Wees bijzonder voorzichtig bij spanningen hoger dan 50 V wisselstroom of 75 V gelijkstroom. Zelfs bij deze spanningen is het mogelijk een dodelijke elektrische schok te krijgen als u elektrische geleiders aanraakt.
- Controleer het meetapparaat en de meetsnoeren voor elke meting op beschadigingen. Voer nooit metingen uit als de beschermende isolatie is beschadigd (gescheurd, ontbrekend, etc.).
- Om elektrische schokken te voorkomen, dient u de aansluit-/meetpunten tijdens de meting nooit direct of indirect aan te raken.
- Bij het uitvoeren van metingen mag u niet verder grijpen dan de grijpbereik-markeringen op de meetsondes.
- Gebruik het apparaat niet kort voor of na een onweersbui.
- Zorg ervoor dat uw handen, schoenen, kleding, de vloer, het stroomcircuit en de componenten op het stroomcircuit droog zijn.
- Gebruik het product niet in de buurt van: - Sterke magnetische of elektromagnetische velden. - Zenderantennes of HF-generatoren.
- Deze kunnen de meting beïnvloeden.
- Als u reden hebt om aan te nemen dat het apparaat niet meer veilig kan worden gebruikt, koppel het dan onmiddellijk los en zorg ervoor dat het niet onbedoeld wordt gebruikt. Veilig gebruik kan niet langer worden gegarandeerd als: - Als er zijn zichtbare tekenen van schade aan het toestel zijn. - Als het apparaat niet meer werkt. - Als het apparaat langdurig onder nadelige omstandigheden werd bewaard. - Als het apparaat onderhevig is geweest aan zware belasting tijdens het transport.
- Schakel de meter niet in onmiddellijk nadat deze van een koude naar een warme omgeving is gebracht. De condens die zich vormt kan het apparaat vernielen. Laat het apparaat op kamertemperatuur komen voordat u het inschakelt.
- Laat het verpakkingsmateriaal niet achteloos rondslingeren, aangezien het in de handen van kinderen gevaarlijk speelgoed kan worden.
- Neem de veiligheidsinformatie in deze gebruiksaanwijzing altijd in acht. f) Metingen uitvoeren
- Overschrijd niet de maximum toegestane ingangswaarden. Raak geen circuits of delen van circuits aan indien er spanningen hoger dan 50 V ACrms of 75 V DC in aanwezig kunnen zijn.
- Controleer voor het meten de aangesloten meetaccessoires op beschadigingen zoals insnijdingen of scheuren. Gebruik nooit defecte meetapparatuur!
- Bij het uitvoeren van metingen mag u niet verder grijpen dan de greepbereik-markeringen op de testsondes.
- Voer alleen metingen uit wanneer het batterij- en zekeringcompartiment gesloten is.83
LSG-10 ontvanger: 1 Sensorsonde 2 Led-zaklamp 3 Display 4 "NCV"-knop voor omschakelen tussen kabeldetectie en contactloze wisselspanningsdetectie 5 Knop voor zaklampfunctie (aan/uit, schakelt automatisch uit na ca. 1 min.) 6 Omlaag-knop voor handmatige gevoeligheidsinstellingen 7 MODE-knoppen om te schakelen tussen automatische en handmatige modus 8 Knop voor het in- en uitschakelen van de pieptonen en de achtergrondverlichting 9 Omhoog-knop voor handmatige gevoeligheidsinstellingen 10 Aan/uit-knop (on/off) 11 Batterijvak (achterzijde) LSG-10B zender 12 "Fase/+" aansluitbus 13 Aansluiting stopcontact referentiepotentiaal (aarde) 14 Display 15 Knop voor signaalniveau-instellingen (niveau I, II of III) en achtergrondverlichting (2s indrukken) 16 Aan/uit-knop (on/off) 17 Batterijvak (achterzijde) LSG-10 ontvanger display: a Weergave signaalsterkte b Netspanningsindicator c Display voor handmatige gevoeligheidskeuze d Aanduiding van de transmissiecode e Weergave van het signaalniveau (I, II of III) f Akoestische tonen zijn uitgeschakeld g Weergave signaalsterkte h Gevoeligheidsweergave (veel bogen = lage gevoeligheid; weinig bogen = hoge gevoeligheid) i Achtergrondverlichting ingeschakeld j Geautomatiseerde selectie van gevoeligheid ingeschakeld k Indicator batterijstatus (4 streepjes = batterij vol; <1 streepje = batterij leeg) l Contactloze detectie van wisselspanning ingeschakeld LSG-10B Zender display m Spanningsweergave n Aanduiding van de transmissiecode o Weergave signaalniveau (I, II of III) p Indicator voor vervanging van de batterij q Netspanningsindicator85
a) In- en uitschakelen van de apparaten Druk op de aan/uit-knop (10 of 16) om de apparaten in te schakelen. Om de apparaten uit te schakelen, houdt u de aan/uit-knop (10 of 16) ongeveer 2 seconden ingedrukt. Opmerking: Plaats de bijgevoegde batterijen voordat u met de kabeldetector gaat werken. b) Meetmethoden De kabeldetector kan in drie verschillende modi worden gebruikt. De ontvanger heeft een visuele en een auditieve indicator in alle modi.
- Automatische modus Automatische modus vergemakkelijkt snelle kabeldetectie. Er hoeven geen instellingen te worden gecongureerd. De ontvanger stelt automatisch de gevoeligheid in om de beste meetresultaten te bereiken.
- Handmatige modus De handmatige modus is ideaal voor het selecteren van kabels of het uitvoeren van metingen bij een hogere gevoeligheid. De gevoeligheid moet handmatig worden ingesteld. Druk op "MODE" om over te schakelen naar handmatige modus. "SENSE" wordt weergegeven. De pijlen (6 en 9) worden gebruikt om de gevoeligheid in te stellen. De weergegeven bogen komen overeen met de gevoeligheid (weinig bogen = hoge gevoeligheid, veel bogen = lage gevoeligheid). Als u nogmaals op de "MODE"-knop drukt, keert u terug naar de automatische modus.86
- Contactloze detectie van AC-netspanning ("NCV") De ontvanger maakt het mogelijk netspanningsgeleidende kabels in muren, onder pleisterwerk, enz. te vinden en te volgen. De signaalsterkte wordt links op het display aangegeven. Meer balkjes duiden op een sterker AC- signaal. Om deze functie te activeren, drukt u op de "NCV"-knop (4). Als u nogmaals op de knop drukt, keert u terug naar de automatische modus.
- Eenpolige meting De kabeldetector kan ook een signaal volgen in onderbroken circuits door gebruik te maken van een hoogfrequent ingangssignaal. Deze methode maakt het mogelijk kabelbreuken, kabelknopen, losse stopcontacten, enz. op te sporen. Het apparaat moet op een kabel worden aangesloten. Het referentiepotentiaal wordt geïmplementeerd door middel van een bekend aardpotentiaal (waterleiding, verwarmingsbuis, enz.). Opmerking: - De detectiediepte is 0-2 meter, afhankelijk van het wandmateriaal. - De geldende veiligheidsvoorschriften voor het werken met spanningen moeten worden opgevolgd.87
- Tweepolige meting Tweepolige signaaltracering wordt gebruikt voor correct aangesloten elektrische circuits zonder foutpunt of voor het lokaliseren van zekeringen, leidingverloop, enz. Het kan worden uitgevoerd op spanningsloze of onder spanning staande kabels. De zender is spanningsbestendig tot 400 V. De verbinding moet altijd tussen fase (L1) en nulgeleider (N) zijn. Wanneer de aarde (PE) wordt gebruikt, moet de goede werking van de aarde gewaarborgd zijn. Voorafgaande tests zijn niet vereist. Opmerking: - Indien de stroomfoutbeveiligingsschakelaar in werking treedt wanneer de zender is aangesloten, is het waar- schijnlijk een lage foutstroom die de trigger doet overschakelen en niet de teststroom. Laat het systeem nakijken door een elektricien. De geldende veiligheidsvoorschriften voor het werken met spanningen moeten worden opgevolgd. - De detectiediepte is 0-0,5 meter, afhankelijk van het wandmateriaal. Door het signaalniveau om te schakelen van niveau I naar III neemt het signaalbereik met ongeveer vijf maal de beginwaarde toe. c) Apparaatfuncties
- Achtergrondverlichting Het display is voorzien van achtergrondverlichting, zodat u ook in slecht verlichte omgevingen kunt werken. Om de achtergrondverlichting van de zender (LSG-10B) in te schakelen, houdt u de knop met het lichtsymbool (15) ongeveer 2 seconden ingedrukt. Herhaal deze stap om de achtergrondverlichting uit te schakelen. Schakel de achtergrondverlichting van het display handmatig uit als u die niet meer nodig hebt. Druk kort op de knop met het lichtsymbool (8) op de ontvanger (LSG-10). Herhaal deze stap om de achtergrondverlichting uit te schakelen. Schakel de achtergrondverlichting van het display handmatig uit als u die niet meer nodig hebt.88
- Inschakelen van de zaklamp De ontvanger heeft een ingebouwde led-zaklamp. Druk op de knop met het zaklampsymbool (5) om de zaklamp aan of uit te zetten. Na ca. 1 minuut schakelt de ledlamp automatisch uit om de batterij te sparen.
- Uitschakelen van akoestische signalen op de ontvanger Standaard staan de akoestische signalen altijd aan. Deze signalen kunnen worden uitgeschakeld voor gebruik in stille ruimten (b.v. kantoren, theaters, enz.). Houd de knop met het geluidspictogram (8) ongeveer 2 seconden ingedrukt. Op het display verschijnt een doorgekruist luidsprekersymbool. Om de akoestische signalen weer in te schakelen, houdt u de knop nogmaals ongeveer 2 seconden ingedrukt. Het luidsprekersymbool zal verdwijnen.
- Automatische uitschakeling De zender en ontvanger schakelen na een bepaalde tijd automatisch uit als er geen knop wordt ingedrukt. Deze functie beschermt de batterij, spaart energie en verlengt de levensduur. Auto-uit tijd voor de ontvanger: ca. 10 minuten. Auto-uit tijd voor de zender: ongeveer 1 uur. d) De signaalcode instellen De standaardinstelling voor de signaalcode is 1. Indien u meerdere zenders in één kabeltest wilt gebruiken, kunt u de zendercode veranderen in een waarde tussen 1 en 7.
- Om de signaalcode in te stellen, gaat u als volgt te werk: Schakel de zender uit. Houd de knop "LEVEL" (15) ingedrukt en zet de zender aan. Laat vervolgens de aan/uit-knop (16) los. De vooringestelde signaalcode verschijnt op het display. Laat nu de "LEVEL" knop los. Druk nogmaals op de "LEVEL"-knop om over te schakelen naar de volgende code. Wanneer u de gewenste code hebt ingesteld, drukt u kort op de aan/uit-knop (16). De zender keert terug naar de normale werkingsmodus. De geselecteerde code is nu actief en verschijnt op het display.89 e) Uitvoeren van testmetingen Maak u vertrouwd met de werking van de kabeldetector voordat u hem voor het eerst gebruikt. Dit werkt het best met een gesimuleerde foutbron. Neem een stuk 3-polige installatiekabel (ca. 5 meter) en bevestig dit tijdelijk aan een muur die van voren en van achteren toegankelijk is. Verwijder de mantelisolatie op ca. 1,5 m afstand van het kabeleinde. Knip een van de geleiders van de kabel door. Sluit de zender aan op de testkabel zoals aangegeven. Sluit de onderbroken geleider aan op de rode meetbus, en sluit vervolgens de andere geleiders aan op de zwarte meetbus. Verbind ook het zwarte contact met het aardpotentiaal. Zet de zender en de ontvanger aan. Beweeg de ontvanger langs de kabel tot de onderbreking wordt gedetecteerd. Herhaal dit aan beide kanten van de muur. Voor optimale testresultaten varieert u de signaalsterkte bij de zender of de gevoeligheid bij de ontvanger (handmatige modus).90 f) Toepassingsvoorbeelden Hierna volgen enkele voorbeelden van de toepassingen waarvoor de kabeldetector kan worden gebruikt:
- Kabels opsporen/Aansluitingen vinden Schakel de zekering uit en schakel het elektrische circuit uit. De beschermende en neutrale geleiders moeten correct worden aangesloten. Schakel de zender in en sluit deze aan op de fase en de beschermingsleiding (aarde) zoals afgebeeld. Beweeg de sensorkop van de ontvanger langs de muur. Opmerking: Ook kruisende of parallelle kabeltakken kunnen met deze methode worden opgespoord.
- Het vinden van kabelbreuken Schakel de zekering uit en schakel het elektrische circuit uit. Ga te werk zoals beschreven voor de testmeting. Sluit de leidingen die u niet nodig hebt aan op dezelfde contactdoos met de aarde. Beweeg de ontvanger in een cirkelvormige beweging over de muur tot u de onderbreking gevonden hebt. Opmerking: De kabelonderbreking moet een hoge impedantie hebben (>100 kOhm).91
- Het vinden van kabelbreuken met 2 zenders Schakel de zekering uit en schakel het elektrische circuit uit. Deze methode maakt het mogelijk de fout van twee kanten te lokaliseren. Voor elke zender wordt een andere signaalcode ingesteld. De ontvanger kan worden gebruikt om de respectieve signaalrichting te bepalen. Het zendnummer wordt dienovereenkomstig aangegeven. Voordeel: De twee zoeksignalen zullen elkaar niet storen. Wanneer u de plaats van de storing hebt gevonden, zal de ontvanger geen signaalcode meer weergeven, omdat beide signalen dezelfde sterkte hebben. Opmerking: De kabelonderbreking moet een hoge impedantie hebben (>100 kOhm).
- Fouten vinden in elektrische vloerverwarming Zorg ervoor dat er zich geen isolerende folie/mat met een aardverbinding boven de verwarmingsdraden bevindt. Ontkoppel zo nodig deze aardverbinding voordat u gaat meten, anders is de plaats van de fout niet gemakkelijk te vinden. Het signaal moet van beide kanten komen. Voor de beste resultaten gebruikt u een tweede zender met een andere signaalcode.92
- Het vinden van kabelknopen in installatiebuizen Schakel de zekering uit en schakel het elektrische circuit uit. Schakel alle andere kabels in de buis spanningsloos en verbind ze met het aardpotentiaal. Steek een kabelsonde (koperdraad) of een trekdraad tot aan de essenhals van de installatiebuis. Verbind de kabelsonde met een zenderbus. Verbind de tweede meetbus met het aardpotentiaal. Bepaal de plaats van de fout door de ontvanger in langzame cirkels te bewegen. De gevoeligheid kan dienovereenkomstig worden aangepast.
- Zekeringen en elektrische circuits vinden Neem bij metingen onder netspanning de veiligheidsvoorschriften in acht! Sluit de zender aan op een onder spanning staand stopcontact op de fase (L1) en nul (N) geleiders. Traceer het zoeksignaal in de onderverdeler. Verlaag indien nodig de gevoeligheid om de juiste zekering te vinden. Draai de ontvanger 90° in de lengterichting om de verschillende stroomonderbrekers op betrouwbare wijze te detecteren (richting van de spoel van het magneetventiel). Om een beter resultaat te bereiken, moet u juist bij de aansluitingen meten. Waarschuwing! De afdekking mag alleen door elektriciens worden verwijderd.93
- Het vinden van kortsluitingen in kabels Schakel de zekering uit en schakel het elektrische circuit uit. Sluit de zender aan op de beschadigde kabels zoals aangegeven. Opmerking: De kortsluiting moet een lage impedantie hebben (<20 Ohm). Controleer dit zo nodig nogmaals met een multimeter. Als de lijnweerstand hoger is dan 20 Ohm, kunt u de zoekmethode proberen beschreven voor een kabelbreuk.
- Traceren van waterleidingen Koppel de te traceren waterleidingen los van de potentiaalvereffeningsrail. Schakel de zekering uit en schakel het systeem uit. Sluit een meetbus van de zender aan op de potentiaalvereffenaar. Plaats de tweede aansluiting precies op de te traceren waterleiding/metalen leiding. Volg de loop van de pijp met de ontvanger.94
- Het vinden van verwarmingsbuizen in de vloer Voor een optimaal resultaat moeten de verwarmingsbuizen worden losgekoppeld van de aardaansluiting. Sluit de zender aan op de metalen pijp van de kachel en op een aardverbinding. Opmerking: Geschikte aardverbindingen zijn alle beschermingsgeleiders van het stopcontact. Volg de loop van de pijp met de ontvanger.
- Lokalisatie van een volledige elektronische installatie Opmerking: Schakel de zekeringen uit en schakel het hele systeem uit. Deze meting vereist manipulatie van het elektrische hoofddistributiesysteem en mag alleen worden uitgevoerd door een elektricien. Met de kabeldetector kunnen alle aanwezige stopcontacten en kabels worden bepaald en op contact worden gecontroleerd. Verwijder de hoofdverdeelbrug tussen de beschermingsgeleider "PE" en de nulgeleider "N". Sluit de zender aan op het verdeelnet van "N" en "PE". De nulleider kan met de ontvanger door het hele systeem worden getraceerd.
- Lijnen traceren op een diepere positie95 Schakel de zekering uit en schakel het elektrische circuit uit. Bij de tweepolige meetmethode kunnen stoorsignalen van nabijgelegen kabels de aezingen beïnvloeden. Dit komt tot uiting in een geringere zoekdiepte. Om dit probleem te voorkomen, kunt u een extra voedingskabel voor de retour gebruiken (bv. een verlengkabel, kabeltrommel, enz.). De afstand tussen de lijnen in beide richtingen moet ten minste 2 meter bedragen om ervoor te zorgen dat het elektrische veld zich voldoende kan verspreiden.
- Lijnen traceren in de grond Schakel de zekering uit en schakel het elektrische circuit uit. De afstand tussen de klem of de aardingskabel en het aangesloten aardpotentiaal moet zo groot mogelijk zijn. Als de afstand te klein is, kan de aardkabel niet op betrouwbare wijze worden gedetecteerd. Beweeg de ontvanger heel langzaam over de grond. De hoogste signaalsterkte geeft het verloop van de aardkabel aan. De signaalsterkte neemt af naarmate de afstand toeneemt.96
- Verhogen van de gevoeligheid bij meting onder spanning Opmerking: Neem bij metingen onder netspanning de veiligheidsvoorschriften in acht! Bij de tweepolige meetmethode onder spanning kunnen stoorsignalen van nabijgelegen kabels de aezingen beïnvloeden. Dit komt tot uiting in een geringere zoekdiepte. Om dit probleem te voorkomen, kunt u een extra voedingskabel voor de retour gebruiken (bv. een verlengkabel, kabeltrommel, enz.). De afstand tussen de lijnen in beide richtingen moet ten minste 2 meter bedragen. Dit zorgt ervoor dat het elektrische veld zich voldoende kan verspreiden en dat de hulplijn het zoeksignaal niet beïnvloedt. Sluit de zender aan op een aansluiting op het te vinden stopcontact. De tweede aansluiting kan b.v. worden bevestigd aan een kabeltrommel die verbonden is met een ander stopcontact in hetzelfde circuit. Dit verhoogt de gevoeligheid aanzienlijk.97
- Identicatie van geplaatste stroomkabels Schakel de zekeringen uit en schakel de elektrische circuits uit. De verschillende draden in de kabel moeten aan één kant getwist zijn, zodat zij elektrisch geleidend zijn. Sluit de zender met twee polen aan op de te testen kabel aan de open kabelzijde. Wanneer meerdere zenders worden gebruikt, heeft elke zender een aparte signaalcode nodig. Beweeg de ontvanger langs de gedraaide kant van de kabel. De betreffende signaalcode voor het identiceren van de kabel wordt op het display getoond.
- Het vinden van een onderbreking in rasterlijnen Voor deze test is geen zender nodig. Het netsnoer moet onder netspanning staan. Zet de zender in de contactloze spanningstest modus ("NCV"). Beweeg de ontvanger langs het netsnoer, beginnend bij het stopcontact. Wanneer de netspanning wordt herkend, klinkt een signaal en wordt het staafdisplay geactiveerd. Wanneer de pauze is bereikt, gaat het geluid uit en verdwijnt de balkweergave. Opmerking: De toonhoogte en het aantal streepjes zijn afhankelijk van de afstand en de spanning van het netsnoer. Herhaal de test met de netstekker 180° gedraaid. Dit voorkomt dat een onderbreking van de nulleider over het hoofd wordt gezien. Een hogere toon is geen vervanging voor een nauwkeurige spanningsmeting. Een betrouwbare spanningsmeting is alleen mogelijk met een geschikt meettoestel met een waardeaanduiding.98 g) Plaatsen en vervangen van de batterijen Het apparaat heeft een 9 V batterij nodig (bv. 1604A). Plaats een nieuwe, opgeladen batterij voor het eerste gebruik of wanneer de batterijwisselsymbolen op het display verschijnen. Ga als volgt te werk om de batterijen te plaatsen of te vervangen: 1 Scheid de aangesloten meetleidingen van het meetcircuit en het meetapparaat. Schakel het apparaat uit. 2 Open het batterijvak aan de achterkant. 3 Vervang de lege batterij door een nieuwe van hetzelfde type. Plaats de nieuwe batterij in het batterijvak (11 of 17) en let daarbij op de juiste polariteit. 4 Sluit de behuizing zorgvuldig. h) Oplossen van problemen Met de aankoop van deze kabeldetector hebt u een product gekocht dat is ontworpen volgens de nieuwste tech- nologie. Toch kunnen zich nog problemen of fouten voordoen. In het volgende hoofdstuk leest u hoe u mogelijke storingen zelf kunt verhelpen. Fout Mogelijke oorzaak Oplossing Het apparaat werkt niet. De batterij is leeg. Controleer de batterijstatus. Geen of zeer zwak uitgangssignaal van de zender. De interne zekering is defect. Vervang de batterijen. Controleer de zekering in de LSG-10B zender: De geïntegreerde zekering beschermt de zender tegen onjuiste bediening of overbelasting. De keramische hoogvermogenzekering mag alleen door een vakman worden vervangen. In het volgende hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u een defecte zekering op betrouwbare wijze kunt herkennen: Koppel alle meetleidingen los van de meetcircuits. Schakel de zender in en selecteer signaalniveau 1. Sluit een meetkabel aan op de rode meetbus. Schakel de ontvanger in en breng de sensortip naar de meetkabel. Steek het open uiteinde van de meetlijn in de zwarte meetbus op uw zender. Als het signaalniveau verdubbelt, is de zekering in werking. Als het signaalniveau bij de ontvanger niet verandert, is de interne zekering defect.99
9. Onderhoud en reiniging
Gebruik in geen geval agressieve schoonmaakmiddelen, reinigingsalcohol of andere chemische oplossingen omdat deze schade aan de behuizing of storingen kunnen veroorzaken.
- Koppel het product vóór iedere reiniging los van de stroomvoorziening.
- Reinig het product met een droog, pluisvrij doekje.
a) Product Elektronische apparaten zijn recyclebaar afval en horen niet bij het huisvuil. Als het product niet meer werkt moet u het volgens de geldende wettelijke bepalingen voor afvalverwerking afvoeren. Haal eventueel geplaatste batterijen/accu’s uit het apparaat en gooi ze afzonderlijk van het product weg. b) (Oplaadbare) batterijen U bent als eindverbruiker volgens de KCA-voorschriften wettelijk verplicht alle lege (oplaadbare) batterijen in te leveren. Verwijdering via het huisvuil is niet toegestaan. (Oplaadbare) batterijen die schadelijke stoffen bevatten, zijn gemarkeerd met nevenstaand symbool. Deze mogen niet via het huisvuil worden afgevoerd. De aanduidingen voor de zware metalen die het betreft zijn: Cd = cadmium, Hg = kwik, Pb = lood (de aanduiding staat op de batterijen/accu’s, bijv. onder de links afgebeelde vuilnisbaksymbool). U kunt verbruikte (oplaadbare) batterijen gratis bij de verzamelpunten van uw gemeente, onze lialen of overal waar (oplaadbare) batterijen worden verkocht, afgeven. Op deze wijze voldoet u aan uw wettelijke verplichtingen en draagt u bij aan de bescherming van het milieu.100
Notice-Facile