VOLTCRAFT LSG4 - Detector

LSG4 - Detector VOLTCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis LSG4 VOLTCRAFT in PDF-formaat.

📄 84 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice VOLTCRAFT LSG4 - page 63
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL

Download de handleiding voor uw Detector in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LSG4 - VOLTCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LSG4 van het merk VOLTCRAFT.

GEBRUIKSAANWIJZING LSG4 VOLTCRAFT

Beste klant, Hartelijk dank voor de aankoop van dit product. Het product is voldoet aan de nationale en Europese wettelijke voorschriften. Om deze status te handhaven en een veilige werking te garanderen, dient u als eindgebruiker deze gebruiksaanwij- zing in acht te nemen! Deze gebruiksaanwijzing is een onderdeel van dit product. Deze bevat belangrijke informatie over de werking en hantering van het product. Als u dit product aan derden overhandigt, doe dan tevens deze gebruiksaanwijzing erbij. Bewaar deze gebruiksaanwijzing voor toekomstige raadpleging! Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk. Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be

2. Verklaring van de tekens

Het symbool met een bliksemschicht in een driehoek wijst op een risico voor uw gezondheid, bijv. door een elektrische schok. Dit symbool met het uitroepteken in een driehoek wordt gebruikt om belangrijke informatie in deze ge- bruiksaanwijzing te onderstrepen. Lees deze informatie altijd aandachtig door. Het pijl-symbool duidt op speciale informatie en advies voor het gebruik. Beschermingsklasse 2 (dubbele of versterkte isolatie, beschermende isolatie). CAT II Overspanningscategorie II voor metingen op elektrische en elektronische apparaten die via een netstekker zijn aangesloten op netspanning. Deze categorie dekt tevens alle lagere categorieën (bijv. CAT I voor het meten van signaal en bedieningsspanning). CAT III Overspanningscategorie III voor metingen in gebouwinstallaties (bijv. stopcontacten of subdistributie). Deze categorie omvat ook lagere categorieën (bijv. CAT II voor elektronische meetapparatuur). Aardpotentiaal64

  • Meting en weergave van elektrische parameters binnen het bereik van overspanningscategorie III (tot max. 600V ten opzichte van het aardpotentiaal, overeenkomstig EN 61010-1) en alle lagere categorieën (alleen deel “B” multimeter)
  • Meting van gelijk- of wisselspanningswaarden tot maximaal 600V DC/AC rms (effectief)
  • Meting van weerstandswaarden tot 40 MOhm.
  • Continuïteitscontrole (< 35 ohm akoestiek) en diodetest.
  • Contactloos zoeken naar kabels met permanent of intermitterend geluid op kabels die niet onder spanning staan
  • Polariteit- en statustest van telefoonlijnen via banaanklemmen of modulaire connector RJ11
  • Optische continuïteitsstester (< 10 kOhm, in modus kabeldetectie) De meetfuncties worden geselecteerd via een draaischakelaar. De automatische selectie van het meetbereik is actief in elk meetbereik. De behuizing van de LSG-4 DMM bevat twee functiecomponenten die onafhankelijk van elkaar werken. De kabeldetector (signaalgene- rator) “A” is voorzien van een zekeringscheider voor afscherming van het multimetercomponent (DMM) “B”. Beide componenten werken onafhankelijk van elkaar. De meter mag niet worden gebruikt wanneer deze geopend is, d.w.z. met een open batterijvak of wanneer de klep van het batterijvak ontbreekt. Voer metingen nooit uit in ongunstige omgevingsomstandigheden. Ongunstige omge- vingsomstandigheden zijn:
  • aanwezigheid van stof of ontbrandbare gassen, dampen of oplosmiddelen
  • Onweer of dergelijke omstandigheden zoals krachtige elektrostatische velden, enz. Gebruik om veiligheidsredenen alleen meetkabels of accessoires die zijn aangepast aan de specicaties van de multimeter. Contact met vocht, bijv. in de badkamer, moet absoluut worden vermeden. Om veiligheids- en goedkeuringsredenen mag u niets aan dit product veranderen. Als het product voor andere doel- einden wordt gebruikt dan hierboven beschreven, kan het worden beschadigd. Bovendien kan onjuist gebruik resul- teren in kortsluiting, brand, elektrische schok of andere gevaren. Lees de gebruiksaanwijzing goed door en bewaar deze op een veilige plek. Het product mag alleen samen met de gebruiksaanwijzing aan derden worden doorgegeven. Alle bedrijfs- en productnamen zijn handelsmerken van de betreffende eigenaren. Alle rechten voorbehouden.65
  • Digitale multimeter met rubberen holster (LSG-4 DMM)
  • Veiligheidsmeetkabels rood en zwart
  • Gebruiksaanwijzing 1Meest recente gebruiksaanwijzing Download de meest recente gebruiksaanwijzing via www.conrad.com/downloads of scan de afge- beelde QR-code. Volg de aanwijzingen op de website op.

5. Veiligheidsinstructies

Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig door en neem vooral de veiligheidsinformatie in acht. In- dien de veiligheidsinstructies en de aanwijzingen voor een juiste bediening in deze gebruiksaan- wijzing niet worden opgevolgd, aanvaarden wij geen verantwoordelijkheid voor hieruit resulterend persoonlijk letsel of materiële schade. In dergelijke gevallen vervalt de aansprakelijkheid/garantie. a) Algemene informatie

  • Dit apparaat is geen speelgoed. Houd het buiten het bereik van kinderen en huisdieren.
  • Laat verpakkingsmateriaal niet achteloos rondslingeren. Dit kan voor kinderen gevaarlijk speelgoed worden.
  • Bescherm het product tegen extreme temperaturen, direct zonlicht, sterke schokken, hoge vochtigheid, vocht, brandbare gassen, stoom en oplosmiddelen.
  • Stel het product niet aan mechanische spanning bloot.
  • Als het product niet langer veilig gebruikt kan worden, stel het dan buiten bedrijf en zorg ervoor dat niemand het per ongeluk kan gebruiken. Veilig gebruik kan niet langer worden gegarandeerd als het product: - zichtbaar is beschadigd, - niet meer naar behoren werkt, - gedurende een langere periode onder slechte omstandigheden is opgeslagen of - onderhevig is geweest aan ernstige transportbelasting.
  • Behandel het product met zorg. Schokken, stoten of zelfs een val van geringe hoogte kunnen het pro- duct beschadigen.
  • Op industrieterreinen moeten de voorschriften ter voorkoming van ongevallen van de industriële arbei- dersvereniging voor elektrische apparatuur en voorzieningen worden gevolgd.66
  • Het gebruik van meters in scholen, trainingcentra, computer- en zelf-hulpwerkplaatsen moet op een verantwoordelijke wijze onder toezicht worden gehouden door getraind personeel.
  • De spanning tussen de aansluitpunten van het multimeteronderdeel en aardpotentiaal mag nooit hoger zijn dan 600 V DC/AC in CAT III.
  • Alleen spanningen van <75 V/DC of <50 V/AC mogen worden aangesloten op de banaanklemmen (14) en modulaire stekkers. Deze contacten zijn uitsluitend ontworpen voor standaard telefoonsignaal- en besturingsspanningen of voor kabels die niet onder spanning staan.
  • De testsondes moeten van het gemeten voorwerp worden verwijderd telkens wanneer het meetbereik wordt veranderd.
  • Ben uiterst voorzichtig wanneer u werkt met spanningswaarden hoger dan 25V AC of 35 V DC. Zelfs bij deze spanningen kunt u een levensgevaarlijke elektrische schok krijgen wanneer u in contact komt met elektrische draden.
  • Controleer zowel de meter als de meetlijnen ervan op schade voorafgaand aan elke meting. Voer nooit metingen uit als de beschermende isolatie is beschadigd (gescheurd, ontbrekend, etc.).
  • Om elektrische schokken te vermijden, dient u de aansluit-/meetpunten tijdens het meten nooit direct of indirect aan te raken. Houd de testsondes en banaanklemmen tijdens het meten nooit vast buiten hun gemarkeerd en voelbaar gripbereik.
  • Gebruik de multimeter niet net vóór, tijdens of direct na onweer (elektrische schok / krachtige over- spanning!). Zorg ervoor dat uw handen, uw schoenen, uw kleding, de vloer en alle schakelaars en schakelcomponenten droog zijn.
  • Gebruik het apparaat niet in de buurt van krachtige magnetische of elektromagnetische velden, zendan- tennes of HF-generatoren, omdat deze incorrecte meetwaarden kunnen veroorzaken.
  • Schakel het product niet in onmiddellijk nadat het van een koude naar een warme omgeving is ver- plaatst. De condensatie die zich dan vormt, kan het apparaat permanent beschadigen. Houd het appa- raat uitgeschakeld en wacht totdat deze op kamertemperatuur is gekomen.
  • Gebruik om veiligheidsredenen alleen de meegeleverde meetkabels of accessoires die zijn aangepast aan de specicaties van de multimeter.
  • Neem daarnaast ook de veiligheidsvoorschriften in elk hoofdstuk van deze instructies in acht.
  • Raadpleeg een expert als u vragen hebt over gebruik, veiligheid of aansluiting van het apparaat.
  • Onderhoud, aanpassingen en reparaties mogen alleen uitgevoerd worden door een technicus of een daartoe bevoegd servicecentrum.
  • Als u nog vragen heeft die niet door deze gebruiksaanwijzing worden beantwoord, kunt u contact opne- men met onze technische dienst of ander technisch personeel. b) Aangesloten apparaten
  • Neem tevens de veiligheids- en gebruiksinstructies van andere apparaten die op het product zijn aan- gesloten in acht.67 c) Batterij/accu’s
  • Let op de juiste polariteit bij het plaatsen van de batterijen/accu’s.
  • De batterijen/accu’s dienen uit het apparaat te worden verwijderd wanneer het gedurende langere tijd niet wordt gebruikt om beschadiging door lekkage te voorkomen. Lekkende of beschadigde batterijen/ accu’s kunnen brandend zuur bij contact met de huid opleveren. Gebruik daarom veiligheidshandschoe- nen om beschadigde batterijen/accu’s aan te pakken.
  • Batterijen/accu’s moeten uit de buurt van kinderen worden gehouden. Laat batterijen/accu’s niet rond- slingeren omdat het gevaar bestaat dat kinderen en/of huisdieren ze inslikken.
  • Alle batterijen/accu’s dienen op hetzelfde moment te worden vervangen. Het door elkaar gebruiken van oude en nieuwe batterijen/accu’s in het apparaat kan leiden tot batterijlekkage en beschadiging van het apparaat.
  • Accu’s mogen niet worden ontmanteld, kortgesloten of verbrand. Probeer nooit niet-oplaadbare batterij- en op te laden. Er bestaat explosiegevaar!68

6. Bedieningselementen

1 LED-indicator voor kabeldetector (L1: kabelstatus, continuïteitstester; L2: Weergave batterijvervanging) 2 “Sel”-schakeltoets voor kabeldetector (signaaldetectie met permanent of intermitterend geluid) 3 “Toon”-gebruiksschakelaar voor kabeldetector 4 Draaischakelaar 5 Display (LCD) voor multimeter 6 MODE-toets om te wisselen tussen de meetfuncties diodetest en continuïteitstester 7 COM-meetpoort (referentiemassa, min-potentiaal) 8 V-meetpoort voor alle meetfuncties van de multimeter (plus-potentiaal) 9 HOLD-toets voor het “bevriezen” van de weergegeven waarde69 10 MAX-toets; registreert de maximale spanningswaarde binnen het meetbereik. 11 Batterijvak aan de achterzijde 12 Afneembaar beschermend rubberen frame met steunbeugels aan de achterzijde 13 “Cont”-gebruiksschakelaar voor continuïteitstest met kabeldetector 14 Meetkabels met banaanklem voor kabeldetector en statustest (rood = Lb, zwart = La) 15 Modulaire connector voor kabeldetector en statustest 16 Hoofdtelefoonuitgang voor 3,5 mm klinkstekker 17 Geïntegreerde luidspreker 18 Batterijvak aan de achterzijde 19 Toets voor geluidsweergave via de luidspreker tijdens kabeltracering (ingedrukt = luidspreker aan) 20 Draaibare gebruiksschakelaar met volumeregeling voor traceersignaal (0 = uit, 1 = laag, 9 = hoog) 21 Geïsoleerde testsonde voor kabeltracering

7. Productbeschrijving

De multimeter (hieronder DMM genoemd) toont gemeten waarden op de digitale display samen met de eenheden en symbolen. De weergave van de meetwaarde op de DMM bestaat uit 2000 tellingen (telling = kleinst gemeten waarde). Als de DMM ongeveer 15 seconden lang niet wordt gebruikt, dan schakelt deze zichzelf automatisch uit. Dit bespaart batterijvermogen en verlengt de gebruiksduur. Kabels worden gedetecteerd via een gekoppeld akoestisch signaal dat contactloos met de ontvanger kan worden getraceerd. U kunt een hoofdtelefoon aansluiten op de ontvanger, waarvan het volume kan worden aangepast. De lijnstatus (juiste/verkeerde polariteit en beltoon) van de telefoonlijnen wordt op een afzonderlijke LED-display weergegeven en werkt onafhankelijk van de DMM. De meter kan worden gebruikt voor zowel doe-het-zelf als professionele toepassingen. De DMM kan ook met de clip op de achterzijde worden gemonteerd, zodat deze beter uit te lezen is. Draaischakelaar (4) op de multimeter De individuele meetfuncties worden geselecteerd via een draaischakelaar. De automatische bereikselectie “auto-bereik” is actief in elk meetbereik. Het juiste meetbereik wordt voor elke toepassing individueel ingesteld. Dit meetbereik bevat de meetfuncties diodetest en continuïteitstest. Gebruik de toets “MODE” (6) om tussen deze functies te wisselen. Als u de draaischakelaar instelt op “OFF”, dan schakelt de meter uit. Schakel de meter altijd uit wanneer deze niet wordt gebruikt.70

8. Indicaties en symbolen op de display

Hieronder volgt een lijst met alle mogelijke symbolen en indicaties op de DMM. AUTO Automatische bereikselectie is actief HOLD Houdfunctie voor de gegevens is geactiveerd OL Overbelasting, het meetbereik was overschreden OFF Uitgeschakelde stand. De DMM is uitgeschakeld. Symbool voor batterijvervanging Symbool voor de diodetest Symbool voor de akoestische continuïteitstester OFF Symbool voor “toets niet ingedrukt” (functie uit) ON Symbool voor “toets ingedrukt” (functie aan) AC Wisselspanning en -stroom DC Gelijkspanning en -stroom mV Millivolt (exp.-3) V Volt (eenheid van elektrisch potentiaal) Ω Ohm (eenheid van elektrische weerstand) kΩ Kilo-ohm (exp.3) MΩ Mega-ohm (exp.6) MAX Weergave van maximale waarde

9. De batterijen installeren/opladen

De multimeter werkt op twee AAA-batterijen. U dient nieuwe, opgeladen batterijen te installeren vóór het aanvankelij- ke gebruik of wanneer het symbool voor battervervanging op de display verschijnt. De signaalzender werkt net zoals de ontvanger op een blokbatterij van 9V. U dient de batterij te vervangen wanneer “L2” op de display brandt of wanneer er geen hoorbaar geluid is op de ontvanger. 1Ga als volgt te werken om batterijen in de DMM te installeren/vervangen:

  • Koppel de meter los van alle meetcircuits en schakel deze uit.
  • Verwijder het beschermende rubberen frame (12) van het apparaat.
  • Draai de schroeven los van de klep (11) op het batterijvak en verwijder de klep.
  • Plaats nieuwe batterijen in het batterijvak en let daarbij op de juiste polariteit.
  • Sluit vervolgens weer voorzichtig de behuizing.71 2Ga als volgt te werken om batterijen in de ontvanger te installeren/vervangen:
  • Schakel het apparaat uit met de draaischakelaar (20).
  • Draai de schroef van de klep (18) op het batterijvak los en verwijder de klep.
  • Plaats een nieuwe batterij in het batterijvak en let daarbij op de juiste polariteit.
  • Sluit vervolgens weer voorzichtig de behuizing. Gebruik de apparaten nooit wanneer deze zijn geopend. LEVENSGEVAAR! Laat geen uitgeputte batterijen in het apparaat zitten. Zelfs batterijen die beveiligd zijn tegen lekkage kun- nen corroderen, waardoor ze chemicaliën vrijlaten die schadelijk kunnen zijn voor uw gezondheid en het batterijvak kunnen vernietigen. Laat batterijen niet achteloos rondslingeren. Deze kunnen worden ingeslikt door kinderen of huisdieren. Raadpleeg in dat geval onmiddellijk een arts! Als u het apparaat voor langere tijd niet gebruikt, verwijder dan de batterijen om lekkage te voorkomen. Zuur uit lekkende of beschadigde batterijen kan de huid branden wanneer u ermee in contact komt. Draag daarom geschikte beschermende handschoenen. Zorg ervoor dat de batterijen niet worden kortgesloten. Gooi batterijen voor in vuur! Batterijen mogen niet worden opgeladen of ontmanteld. Explosiegevaar! U kunt geschikte alkalinebatterijen aanschaffen door het volgende bestelnummer te vermelden: 9V-blokbatterij: Bestelnr.: 65 25 10 (2 x bestellen a.u.b.). 1,5 V microbatterij: Bestelnr.: 65 23 03 (2 x bestellen a.u.b.). Gebruik uitsluitend alkalinebatterijen, omdat deze krachtig zijn en lang meegaan.

10. Meten met de multimeter (DMM)

Overschrijd nooit de maximaal toegestane ingangswaarden. Kom niet in contact met circuits of delen van circuits als er binnenin spanningen aanwezig kunnen zijn van hoger dan 25 V ACrms of 35 V DC. Levens- gevaar! Controleer de aangesloten meetlijnen vóór de meting op beschadiging zoals sneden, barsten, indrukking, enz. Defectieve meetkabels mogen niet langer worden gebruikt. Levensgevaar! Houd de testsondes tijdens het meten nooit vast buiten hun gemarkeerd en voelbaar gripbereik. Metingen zijn alleen toegestaan met gesloten behuizing en batterijvak. U hebt het meetbereik overschreden zodra “OL” (overbelasting) verschijnt op de display.72 a) De meter inschakelen De meter wordt weer ingeschakeld via de draaischakelaar (4). Draai de draaischakelaar naar de gewenste meetfunc- tie. Draai de draaischakelaar naar “OFF” om het apparaat uit te schakelen. Schakel de meter altijd uit wanneer deze niet wordt gebruikt (stand “OFF”). Voordat u aan de slag gaat met de meter, dient u eerst de meegeleverde batterijen te installeren. Het installeren en vervangen van de batterij staan beschreven in het hoofdstuk “Onderhoud en reiniging”. b) Spanningsmeting “V” 1Ga als volgt te werk om gelijkspanningen “V DC” te meten:

  • Houd de twee meetsondes nu tegen het voorwerp dat u wilt meten (batterij, schakelaar, enz.). De rode meettip geeft de positieve pool aan en de zwarte meettip de negatieve pool.
  • De polariteit van de betreffende meetwaarde wordt samen met de huidige meetwaarde weergegeven op de display. Zodra er een minus “-” voor de gelijkspanning vóór de meetwaarde verschijnt, is de gemeten spanning negatief (of de meettippen zijn onbedoeld omgewisseld).
  • Verwijder de meetkabels na de meting van het gemeten voorwerp en schakel de DMM uit. 2Ga als volgt te werk om wisselspanningen “V AC” te meten:
  • Houd de twee meetsondes nu tegen het voorwerp dat u wilt meten (generator, schakelaar, enz.).
  • De gemeten waarde wordt weergegeven op de display
  • Verwijder de meetkabels na de meting van het gemeten voorwerp en schakel de DMM uit. c) Weerstandsmeting “Ω” Zorg ervoor dat alle circuitonderdelen, schakelaars, componenten en andere meetobjecten zijn ontladen en losgekoppeld van de spanning.73 1Ga als volgt te werk om de weerstand te meten:
  • Controleer de meetkabels op continuïteit door de twee meetsondes tegen elkaar te hou- den. De weerstandswaarde dient hierna ongeveer 0 tot 0,5 Ohm te zijn (inherente weer- stand van de meetkabels).
  • Houd de twee meetsondes tegen het voorwerp dat u wilt meten. Zolang het te meten object geen uiterst hoge weerstand heeft of onderbroken is, wordt de gemeten waarde op de dis- play weergegeven. Wacht totdat de weergave is gestabiliseerd. Dit kan enkele seconden duren bij weerstanden van >1 MOhm.
  • U hebt het meetbereik overschreden of het meetcircuit is gebroken zodra “OL” (overbelasting) verschijnt op de display.
  • Verwijder de meetkabels na de meting van het gemeten voorwerp en schakel de DMM uit. Als u een weerstandsmeting uitvoert, zorg ervoor dat de meetpunten die u aanraakt met de testsondes vrij zijn van vuil, olie, soldeerbare lak en dergelijke. In dergelijke omstandigheden kan een verkeerde meting ontstaan. d) Diodetest Zorg ervoor dat alle circuitonderdelen, schakelaars, componenten en andere meetobjecten zijn ontladen en losgekoppeld van de spanning.
  • Schakel de DMM in en selecteer meetbereik
  • Het diodesymbool verschijnt op de display.
  • Steek de rode meetkabel in de Ω-meetpoort (8) en de zwarte meetkabel in de COM-meet- poort (7).
  • Controleer de meetkabels op continuïteit door de twee meetsondes tegen elkaar te hou- den. De waarde moet hierna ongeveer 0 V zijn.
  • Houd de twee meetsondes nu tegen het voorwerp dat u wilt meten (diode).
  • De display toont de continuïteitsspanning “UF” in volt (V). Als “OL” wordt weergegeven, dan wordt de diode in omgekeerde richting gemeten (UR) of is de diode defect (onderbreking). Voer een test uit door de polen om te keren en opnieuw te meten.
  • Verwijder de meetkabels na de meting van het gemeten voorwerp en schakel de DMM uit. Siliconediodes hebben in ingeschakelde status een spanning (UF) van ongeveer 0,4 – 0,9 V. e) Continuïteitscontrole Zorg ervoor dat alle circuitonderdelen, schakelaars, componenten en andere te meten objecten losgekop- peld zijn van de spanning en te allen tijde niet onder stroom staan.74
  • Schakel de DMM in en selecteer meetbereik
  • Druk op de toets “MODE” (6) om de meetfunctie te veranderen. Het symbool voor de conti- nuïteitscontrole verschijnt nu op de display. Als u nogmaals op deze toets drukt, dan wordt de eerste meetfunctie weer geselecteerd, enz.
  • Steek de rode meetkabel in de Ω-meetpoort (8) en de zwarte meetkabel in de COM-meet- poort (7).
  • Een gemeten waarde van lager dan 35 Ohm wordt waargenomen en er klinkt een piep.
  • U hebt het meetbereik overschreden of het meetcircuit is onderbroken zodra “OL” (overbe- lasting) verschijnt op de display. Voer een test uit door de polen om te keren en opnieuw te meten.
  • Verwijder de meetkabels na de meting van het gemeten voorwerp en schakel de DMM uit. f) Hold-functie De HOUD -functie ‘bevriest’ de momenteel aangegeven meetwaarde, zodat u deze zonder haast kunt uitlezen of noteren. Als u stroomgeleidende draden test zorg er dan voor dat deze functie is gedeactiveerd voordat u begint met de meting. Er wordt anders een vals meetresultaat gesimuleerd!
  • Druk op de toets “HOLD” (9) om de HOUD-functie in te schakelen; een akoestisch signaal bevestigt deze actie en “HOLD” verschijnt op de display.
  • Druk nogmaals op de toets “HOLD” of wissel van meetfunctie om de HOUD-functie uit te schakelen. g) MAX-functie Deze functie houdt de maximale waarde op de display tijdens continu meten. Deze functie is alleen beschikbaar in de spanningsmeetbereiken “V/AC” en “V/DC”.
  • Druk in de V-meetmodus eenmaal op de toets “MAX” (10). De display toont “MAX” en zal de hoogste waarde aangeven en opslaan.
  • Als u nogmaals op de toets “MAX” drukt, dan keert u terug naar de normale meetmodus. h) Automatische uitschakelfunctie
  • De DMM schakelt automatisch uit nadat er 15 minuten lang geen toets of schakelaar is gebruikt. Deze functie bespaart batterijvermogen en verlengt de levensduur van het apparaat.
  • Gebruik de draaischakelaar of druk op een willekeurige functietoets (MODE, MAX, HOLD) om de DMM na de automatische uitschakeling opnieuw te activeren.75

11. Meten met de kabeldetector

Overschrijd nooit de toegestane ingangswaarden van <75 V/DC of <50 V/AC. Kom niet in contact met circuits of delen van circuits als er binnenin spanningen aanwezig kunnen zijn van hoger dan 25 V ACrms of 35 V DC. Levensgevaar! Controleer de permanent aangesloten meetlijnen vóór de meting op beschadiging zoals sneden, barsten, indrukking, enz. Defectieve meetkabels mogen niet langer worden gebruikt. Metingen zijn alleen toegestaan met gesloten behuizing en batterijvak. Schakel beide apparaten voor de kabeldetectie na gebruik altijd uit. De apparaten schakelen in tegenstel- ling tot de DMM niet automatisch uit. U mag alleen kabeldetecties en continuïteitscontroles uitvoeren op kabels die niet onder spanning staan. De kabeldetector bestaat uit twee onderdelen. De signaalgenerator (in de DMM) is vereist voor gebruik. Deze mo- duleert het corresponderende akoestische signaal op de testlijnen. De ontvanger (SONDE) decodeert dit signaal en laat deze via de hoofdtelefoon (16) of geïntegreerde luidspreker horen. Het volume kan op de ontvanger worden aangepast. Er is ook een continuïteitstester geïntegreerd voor kabels die niet onder spanning staan. De lijnstatus van telefoonlijnen die onder spanning staan kan ook worden bepaald via polariteit of beltoon. a) De kabeldetector inschakelen (signaalzender + ontvanger)

  • De functies van de signaalzender in de DMM kunnen worden geactiveerd/gedeactiveerd via toetsen (3 en 13).
  • De corresponderende functie schakelt in wanneer u op de toets drukt. Druk nogmaals op de schakelaar om uit te schakelen.
  • De ontvanger wordt geactiveerd met de draaischakelaar (20). De ontvanger is uitgeschakeld wanneer de schake- laar (met vastklikfunctie) op de stand “0” staat. Posities 1 – 9 corresponderen met het volume (1 = laag, 9 = hoog). Voordat u aan de slag gaat met de kabeldetector, dient u eerst de meegeleverde batterijen te installeren. Het installeren en vervangen van de batterij staan beschreven in het hoofdstuk “Onderhoud en reiniging”. b) Continuïteitstest Continuïteitstests kunnen worden uitgevoerd met de banaanklemmen (14) op de signaalzender. Weerstandswaarden van <10 kOhm worden optisch gesignaleerd. 1Ga als volgt te werk om de continuïteitstest uit te voeren:
  • Laat alle druktoetsen (2, 3 en 13) los om deze terug te laten keren naar de stand UIT.
  • Activeer de functie “continuïteitstest” door op de toets “Cont” (13) te drukken. De toets klinkt vast op zijn plek.
  • Houd de twee banaanklemmen (14) tegen elkaar om te testen. De weergave “L1” springt op groen. Het schakelt uit na het contact tussen de twee klem- men te verbreken.76
  • Sluit de twee banaanklemmen aan op de lijnen die u wilt testen. Bij een doorlaatweerstand van <10 kOhm, zal de weergave “L1” beginnen op te lichten. Hoe lager de weerstand, hoe helder het licht.
  • Stop de continuïteitstest en druk op de toets “Cont”. De continuïteitstest wordt uitgeschakeld. c) Statustest op telefoonlijnen De signaalzender functioneert in zijn passieve modus als een statustester van telefoonlijnen die onder spanning staan. Zowel de polariteit (juist/verkeerd) als een inkomende beltoon kan worden weergege- ven. De max. ingangsspanning is 50 V. 1Lijnstatus met banaanklem
  • Laat alle druktoetsen (2, 3 en 13) los om deze terug te laten keren naar de stand UIT.
  • Verbind de rode banaanklem met de aansluiting “Lb” en de zwarte klem met de aansluiting “La”.
  • De weergave “L1” (1) zal groen oplichten in het geval van een correcte polariteit. Als de po- lariteit van de verbindingen is omgekeerd, dan zal de weergave rood oplichten. In het geval van een inkomende beltoon, zal de display knipperen volgens de intervallen van de beltoon. Opgelet! Risico op een elektrische schok wanneer u deze signaalspanning aanraakt!
  • Verwijder de banaanklemmen van de telefoonverbindingen wanneer de test is voltooid. 2Lijnstatus met modulaire connector
  • Laat alle druktoetsen (2, 3 en 13) los om deze terug te laten keren naar de stand UIT.
  • Steek de modulaire connector in een modulaire telefoonaansluiting totdat deze op zijn plek vast klikt.
  • De weergave “L1” (1) zal groen oplichten in het geval van een correcte polariteit. Als de po- lariteit van de verbindingen is omgekeerd, dan zal de weergave rood oplichten. In het geval van een inkomende beltoon, zal de display knipperen volgens de intervallen van de bel- toon. Opgelet! Risico op een elektrische schok wanneer u deze signaalspanning aanraakt!
  • Verwijder de banaanklemmen van de telefoonverbindingen wanneer de test is voltooid. d) Signaaltracering U kunt met de signaaltracering het pad bepalen van alle kabels, geleiders en of metalen leidingen die niet onder spanning staan. Er wordt een akoestisch signaal toegepast op de te testen lijn. Dit signaal kan vervolgens met de ontvanger worden gevonden zodat u het pad van de lijn kunt controleren. Het dient ook ter identicatie van lijnen in installaties, enz. Het signaal wordt gelijktijdig op de banaanklemmen en modulaire connector uitgezonden. 1Ga als volgt te werk om het signaal te traceren.
  • Laat alle druktoetsen (2, 3 en 13) los om deze terug te laten keren naar de stand UIT.
  • Druk op de toets “Tone” (3) om de signaaltracering te activeren. De toets klinkt vast op zijn plek.
  • Schakel de ontvanger in via de draaischakelaar (20) en selecteer een volume van ongeveer 6-7.77
  • Voer de functietest uit door de tip van de ontvanger (21) op de banaanklem of modulaire connector te plaatsen en de toets (19) ingedrukt te houden. Er wordt een intermitterend geluid uitgezonden.
  • Selecteer het gewenste testsignaal met de schakelaar “Sel” (2). Wanneer u de schakelaar indrukt, dan klinkt er een permanent geluid en wanneer deze niet wordt ingedrukt, dan klinkt er een intermitterend geluid.
  • Gebruik een optionele hoofdtelefoon, selecteer een lager volume. De hoofdtelefoon kan worden aangesloten op de klinkaansluiting “Phone” (16). U hoeft niet op de toets (19) te drukken wanneer u de signaaltracering uitvoert met een hoofdtelefoon. De hoofdtelefoonuitgang is altijd ingeschakeld in geactiveerde modus.
  • Plaats de banaanklem of modulaire connector op de lijnen die u wilt testen. - Gebruik bij kabels die aan één uiteinde zijn aangesloten a.u.b. de afscherming of aardpotentiaal voor de zware klem. Bevestig de rode klem aan de interne geleider. - In het geval van open lijnen, verbindt u de rode en zwarte klem met twee interne geleiders. - Gebruik bij modulaire aansluitingen a.u.b. de modulaire connector.
  • Voer de signaaltracering uit door de tip van de ontvanger (21) zo dicht mogelijk toe te passen bij de lijn waarmee u contact hebt gemaakt. Druk op de toets voor luidsprekerweergave (19) of steek een optionele hoofdtelefoon in de klinkuitgang aan de zijkant (16).
  • U kunt het volume aanpassen via de draaischakelaar (20). Hoe dichter u de testsonde bij het signaal houdt, hoe luider en duidelijker het signaal wordt afgespeeld.
  • Zodra de test is voltooid, stelt u alle schakelaars (2, 3 en 13) in op de stand OFF door deze los te laten en draait u de draaischakelaar op de ontvanger naar de stand “0” totdat deze op zijn plek vast klikt. De apparaten worden uitgeschakeld.

12. Problemen oplossen

Met het aanschaffen van deze DMM-kabeldetector, hebt u nu een product dat ontworpen is met de allernieuwste technologie en uiterst betrouwbaar is in zijn gebruik. Toch kunnen problemen en storingen optreden. Hieronder vindt u enkele maatregelen om eventuele storingen eenvoudig zelf te verhelpen: Neem te allen tijde de veiligheidsinstructies in acht! Storing Mogelijke oorzaak Oplossing Het apparaat werkt niet. Is de batterij uitgeput? Controleer de status. Batterijvervanging Geen verandering van de meetwaarde. Is de verkeerde meetfunctie geactiveerd (AC/DC)? Controleer de display (AC/DC) en verander indien nodig van functie. Is de HOUD-functie geactiveerd? (weergave “HOLD”). Druk op de toets “HOLD” om deze functie te deactiveren.78

13. Onderhoud en reiniging

a) Algemeen Om de multimeter voor lange tijd nauwkeurig te houden, dient deze eens per jaar te worden gekalibreerd. Naast het af en toe reinigen en vervangen van de batterijen, vereist deze multimeter geen onderhoud. Hieronder staat beschreven hoe de batterijen worden vervangen. Controleer regelmatig de technische veiligheid van het instrument en de meetlijnen, controleer bijvoorbeeld op schade aan de behuizing, indrukking, enz. b) Reiniging Neem altijd de volgende veiligheidsvoorschriften in acht voordat u het apparaat reinigt: Onder spanning staande onderdelen kunnen worden blootgesteld als kleppen worden geopend of onder- delen worden verwijderd (tenzij dit zonder gereedschap kan worden gedaan). De aangesloten lijnen moeten vóór reiniging of reparatie van het apparaat worden losgekoppeld van zowel de meter als alle meetobjecten. Schakel de DMM uit.

  • Gebruik geen koolstofhoudende reinigingsmiddelen of benzine, alcohol en dergelijke om het product schoon te maken. Deze kunnen het oppervlak van de meter aantasten. Dampen zijn bovendien schadelijk voor uw gezond- heid en explosief. Daarnaast dient u voor het reinigen geen scherp gereedschap, schroevendraaiers, metalen borstels of iets dergelijks te gebruiken.
  • Gebruik voor het reinigen van het apparaat of de display en de meetlijnen een schone, pluisvrije, antistatische, ietwat vochtige doek. Laat het apparaat volledig drogen voordat u begint met de volgende meting.

a) Product Elektronische apparaten zijn recyclebaar afval en horen niet bij het huisvuil. Als het product niet meer werkt moet u het volgens de geldende wettelijke bepalingen voor afvalverwerking afvoeren. Haal eventueel geplaatste batterijen/accu’s uit het apparaat en gooi ze afzonderlijk van het product weg. b) Batterij/accu’s U bent als eindverbruiker volgens de KCA-voorschriften wettelijk verplicht alle lege batterijen en accu’s in te leveren. Verwijdering via het huisvuil is niet toegestaan. Verontreinigde batterijen/accu’s zijn met dit symbooltje gemarkeerd om aan te geven dat afdanken als huis- houdelijk afval verboden is. De aanduidingen voor de zware metalen die het betreft zijn: Cd = Cadmium, Hg = Kwik, Pb = Lood (naam op (oplaadbare) batterijen, bijv. onder het afval-icoontje aan de linkerzijde).79 U kunt verbruikte batterijen/accu’s gratis bij de verzamelpunten van uw gemeente, onze lialen of overal waar batte- rijen/accu’s worden verkocht, afgeven. Op deze wijze voldoet u aan uw wettelijke verplichtingen en draagt u bij aan de bescherming van het milieu.

Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : VOLTCRAFT

Model : LSG4

Categorie : Detector