BLAUPUNKT Frankfurt RCM 82 DAB - Autoradio

Frankfurt RCM 82 DAB - Autoradio BLAUPUNKT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Frankfurt RCM 82 DAB BLAUPUNKT in PDF-formaat.

📄 329 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice BLAUPUNKT Frankfurt RCM 82 DAB - page 124

Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Frankfurt RCM 82 DAB - BLAUPUNKT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Frankfurt RCM 82 DAB van het merk BLAUPUNKT.

GEBRUIKSAANWIJZING Frankfurt RCM 82 DAB BLAUPUNKT

① LC-display: Weergave van informatie zoals bron, station, muzieknummer, tijd en instellingsopties ② Verborgen microSD / USB en AUX ingangen (van links naar rechts). Open de klep door licht op de inkeping aan de onderrand te drukken. ③ Volumeregelaar / aan/uit schakelaar Rotatie: Volumeniveau luid/stil Kort indrukken: Inschakelen van de autoradio, dempen van de autoradio Lang indrukken: Uitschakelen van de autoradio ④ SRC-toets / directe selectietoetsen BT, USB, SD, DAB+, FM, AM: Kort indrukken: Kiezen van een audiobron. Via SRC worden de beschikbare audiobronnen één voor één omgeschakeld. Sommige bronnen kunnen zijn uitgeschakeld (zie hoofdstuk INSTELLINGEN) of zullen niet beschikbaar zijn als er geen apparaat is aangesloten (bv. AUX). SRC lang indrukken: Zender/track-afspeelfunctie (SCAN) ⑤ Menu toets: Kort indrukken: Openen/sluiten van het menu (zie hoofdstuk INSTELLINGEN) Lang indrukken: Geheugenopnamefunctie (P-SCAN) voor VHF/DAB ⑥ FR / FF knoppen: Bediening van bronspecifieke functies (PTY zoeken, terugspoelen, band zoeken) ⑦ Multifunctionele tuimelschakelaar Aansturing van bronspecifieke functies. ˄ / ˅: Handmatig zoeken, map wijzigen, band wijzigen, menunavigatie, menu- instelling wijzigen << / >>: Zoeken, nummer wijzigen, service wijzigen, instelling kiezen of bevestigen/een stap terug in het menu. ⑧ Zendertoetsen 1- 5: Kort indrukken: Zender oproepen, opgeslagen telefoonnummer of de weergegeven tweede functie/speciale functie zoeken, zoals zoeken naar nummers (bladeren), afspelen/pauzeren, herhaalfunctie, willekeurig afspelen, afhankelijk van de geselecteerde bron Lang indrukken: Geheugenfunctie voor radiozenders en telefoonnummers ⑨ Telefoonhoorn: Toets ''Accepteren': Kort indrukken: Oproepen beantwoorden / nummer kiezen Lang indrukken: Programmeerbare toetsoptie (zie hoofdstuk BLUETOOTH® HANDENVRIJ APPARAAT) Toets 'Ophangen': Kort indrukken: Beëindigen/weigeren van een oproep Lang indrukken: ./. ⑩ DIS-toets : Kort indrukken: Omschakelen van het display tussen verschillende informatie, afhankelijk van de geselecteerde bron Lang indrukken: Omschakelen van de helderheid van het display (als de helderheid is ingesteld op HANDMATIG in het menu, zie hoofdstuk INSTELLINGEN) ⑪ Directe toegangstoetsen TREB, BASS, BAL, FAD, EQ voor geluidsinstellingen EQ kort indrukken: Oproepen van de SOUND PRESEToptie EQ lang indrukken: Oproepen van de EQUALIZER ⑫ Directe toegangstoetsen voor radiofuncties (lo, TA, AF) ⑬ Microfoon: Handenvrije microfoon (alleen actief als er geen externe microfoon is aangesloten) ⑭ IR diode: Ontvanger voor optionele infrarood afstandsbediening. ⑮ STBY LED (zie hoofdstuk INSTELLINGEN) ⑯ Gatafdekkingen op de vergrendelbare tools, zie hoofdstuk INSTALLATIE EN DEMONTAGE EN AANSLUITINGEN,

De autoradio kan op afstand worden bediend met de afstandsbedieningssensor die is ingebouwd in de voorkant van de autoradio. Dit is mogelijk met de afstandsbediening die als accessoire bij het apparaat verkrijgbaar is of met oudere Blaupunkt-afstandsbedieningen (RC-08, RC-09, RC-10, RC-10H, RC-12H).

① Aan/Uit-knop Tip: De autoradio kan alleen met de afstandsbediening worden ingeschakeld als het contact is ingeschakeld. Deze functie verhoogt de ruststroom van de autoradio en mag daarom niet worden gebruikt zonder ingeschakeld contact om de accu van het voertuig te beschermen. ② Volumeregelaar/mute-knoppen. ③ Multifunctionele knoppen: Aansturing van bronspecifieke functies. ④ SRC-toets (source/bron): Audiobron selectie, de beschikbare audiobronnen worden één voor één omgeschakeld. Sommige bronnen kunnen worden gedeactiveerd, zie hoofdstuk INSTELLINGEN. ⑤ DIS-toets: Omschakelen van het display ⑥ MENU-toets: Menu openen ⑦ Zendergeheugen toetsen: Oproepen van een zender of een weergegeven tweede functie zoals pauzeren/herhalen/willekeurig afspelen, afhankelijk van de geselecteerde bron ⑧ Telefoontoetsen: Oproepen beantwoorden en beëindigen.NL

Gefeliciteerd met de aankoop van uw nieuwe Blaupunkt-product. Om er lang van te kunnen genieten, dient u deze handleiding aandachtig door te lezen. Als u echter onverwachte problemen ondervindt, raadpleeg dan de handleiding om na te gaan of u deze zelf kunt oplossen. Raadpleeg ook het hoofdstuk FOUTEN ZOEKEN aan het einde van de handleiding. Uw Blaupunkt-dealer en serviceteam helpen u graag verder als u uw probleem niet zelf kunt oplossen. U vindt de contactgegevens op de website www.blaupunkt.com. TIP: Deze handleiding geldt voor verschillende modellen, daarom zijn sommige functies en opties mogelijk niet beschikbaar of kunnen deze verschillen per model. We behouden ons het recht voor om technische wijzigingen aan te brengen met het oog op de verbetering van het product.

Inhoudsopgave Hoofdstuk Bedieningselementen - autoradio 1 Bedieningselementen, afstandsbediening (optioneel accessoire) 2 Gefeliciteerd 3 Veiligheidsprincipes 4 Algemene informatie | Leveringsomvang | Software-update 5 In- / uitschakelen | Volume veranderen 6 Analoge radio: VHF/middengolven (FM/AM) 7 Digitale radio: DAB / DAB+ 8 Afspelen vanaf externe apparaten en gegevensdragers: USB / microSD 9 Afspelen vanaf externe apparaten en gegevensdragers: iPod / iPhone 10 Afspelen vanaf externe apparaten en gegevensdragers: AUX 11 Bluetooth®-verbindingsconfiguratie 12 Bluetooth®-audiostreaming 13 Bluetooth®-weergave van navigatieberichten 14 Bluetooth®-handenvrij systeem 15 Geluidsinstellingen 16 Klok 17 Stuurafstandsbediening (SWC) 18 Instellingen | Menu 19 Montage | Demontage | Aansluitingen 20 Nuttige informatie | Technische gegevens 21 Fouten zoeken 22,

Veiligheidsprincipes De autoradio is vervaardigd in overeenstemming met de huidige stand van de techniek en de gespecificeerde veiligheidsvoorschriften. Als u echter de veiligheidsprincipes in deze handleiding niet in acht neemt, kan gevaar ontstaan. Deze handleiding is bedoeld om de gebruiker vertrouwd te maken met de belangrijkste functies.

Lees deze instructies zorgvuldig door voordat u de autoradio installeert of in gebruik neemt.

Bewaar de handleiding op een plaats die toegankelijk is voor alle gebruikers.

Geef de autoradio altijd samen met deze handleiding door aan derden.

Neem indien nodig de handleiding in acht van de apparaten die u samen met de autoradio gebruikt. Gebruikte symbolen In deze handleiding worden de volgende symbolen gebruikt: GEVAAR! Waarschuwing voor letsel VOORZICHTIG! Waarschuwing voor schade aan de DVD/CD-drive of de gebruikte gegevensdrager GEVAAR! Hoog volume waarschuwing De CE-markering bevestigt de conformiteit met de EU-richtlijnen Beschrijving Tip Verkeersveiligheid Neem de volgende verkeersveiligheidstips in acht GEVAAR! Gebruik het apparaat zodanig dat u te allen tijde veilig het voertuig kunt besturen. Het gebruik van de autoradiofuncties tijdens het rijden kan de aandacht afleiden van de verkeerssituatie en tot ernstige ongevallen leiden! Vermijd alle bijkomende activiteiten die de aandacht afleiden van de verkeerssituatie en van het besturen van het voertuig tijdens het rijden. Gebruik de autoradio zodanig dat u te allen tijde veilig het voertuig kunt besturen. Stop het voertuig zo nodig op een veilige plaats en bedien de radio terwijl het voertuig stilstaat. Voertuigbestuurders mogen geen applicaties gebruiken die de aandacht afleiden van de verkeerssituatie. Luister altijd naar de radio op een matig volume om uw gehoor te beschermen en akoestische waarschuwingssignalen te kunnen horen (bv. van de politie). Tijdens mute-pauzes (bv. bij het wisselen van de geluidsbron) is de volumeverandering niet hoorbaar. Verhoog het volume niet tijdens deze mute-pauzes. Algemene veiligheidsprincipes Breng geen wijzigingen aan en open de autoradio niet. Er zijn binnenin geen onderdelen die door de gebruiker kunnen worden onderhouden. Beoogd gebruik: Deze autoradio is bedoeld voor installatie en gebruik in een voertuig met 12 V voedingsspanning en moet in een DIN-sleuf worden ingebouwd. De parameter grenswaarden van de autoradio moeten in acht worden genomen. Laat reparaties en, indien nodig, de installatie door een specialist uitvoeren.NL

Conformiteitsverklaring Blaupunkt Competence Center Car Multimedia-Evo Sales GmbH verklaart hierbij dat de autoradio conform is aan de basisvereisten en de overige toepasselijke bepalingen van Richtlijn 2014/53/EU. De conformiteitsverklaring is te vinden op het internet op de website www.blaupunkt.com. Indien ze daar niet beschikbaar zijn, zullen we ze leveren op verzoek. Informatie over handelsmerken Alle andere handelsmerken en hun logo's, merknamen of bedrijfsnamen die in deze handleiding worden genoemd, worden uitsluitend gebruikt voor identificatiedoeleinden en zijn eigendom van hun eigenaren. Aanwijzingen inzake schoonmaak Oplosmiddelen, schoonmaak- en schuurmiddelen, alsmede cockpitsprays, luchtverversers en onderhoudsproducten voor kunststoffen kunnen bestanddelen bevatten die het oppervlak van de autoradio kunnen beschadigen. Gebruik alleen een droge of licht vochtige doek om de autoradio schoon te maken. Aanwijzingen inzake afvoer Gooi de afgedankte radio niet bij het huisvuil! Gebruik voor het afvoeren van de afgedankte radio gebruik van de beschikbare inlever- en inzamelsystemen. Leveringsomvang De leveringsomvang omvat de volgende onderdelen:

Aansluitkabel ISO A/ ISO B

Software update De software van de autoradio kan worden bijgewerkt via externe gegevensdragers. Als er updates beschikbaar zijn voor de radio, zijn deze te vinden op de website www.blaupunkt.com. De handleiding voor het bijwerken en verdere informatie zijn bij de update gevoegd. Tip: Als de autoradio goed werkt, is een update niet nodig. Elke update brengt het risico met zich mee dat er tijdens de update fouten worden gemaakt, en in zeer zeldzame gevallen kunnen er - ondanks zorgvuldig testen - nieuwe of andere fouten opduiken. Tip: De afzonderlijke onderdelen en functies van de autoradio kunnen afwijken van die welke in de handleiding worden genoemd, omdat er door verdere softwareontwikkeling functies kunnen zijn gewijzigd, toegevoegd of zelfs geschrapt. Dit is geen gebrek of reden voor een klacht over de radio. Tip: Wanneer u een update aanvraagt bij Blaupunkt, geef dan zo veel mogelijk details over het probleem met de radio. Onze servicedienst heeft ook informatie nodig over de huidige geïnstalleerde softwareversie (zie hoofdstuk INSTELLINGEN). Zonder deze informatie kunnen we helaas niet helpen of updates geven.,

6. In- / uitschakelen | Volume veranderen

Inschakelen/uitschakelen Om in te schakelen, drukt u op de volumeknop. Om uit te schakelen houdt u de volumeregelaar langer dan een seconde ingedrukt. Houd er rekening mee dat het na het inschakelen van de radio enkele seconden kunnen verlopen voordat u het opnieuw kunt uitschakelen, omdat er op de achtergrond nog interne opstartprocessen lopende zijn. Tip: De radio kan ook worden ingeschakeld bij uitgeschakeld contact - het display geeft dan kort de melding 1 HOUR ON / 1 UUR weer. De radio schakelt na een uur automatisch uit om de batterij te sparen. In-/uitschakelen via het contactslot van het voertuig Als het contact wordt uitgeschakeld terwijl de autoradio in bedrijf is, wordt de autoradio automatisch uit- en weer ingeschakeld bij de volgende inschakeling van het contact. Als de autoradio is uitgeschakeld door op de volumeknop te drukken, blijft deze bij het in-/uitschakelen van het contact permanent uitgeschakeld tot deze handmatig weer wordt ingeschakeld. Tip: Als de functie niet werkt zoals beschreven, is de autoradio niet correct aangesloten. Wijzigen van het volume Het volume kan worden geregeld met de volumeregelaar, het volume kan worden ingesteld van 0 (geen geluid) tot 40 (max.volume). Het display toont het ingestelde volumeniveau gedurende een paar seconden. Afhankelijk van de instelling onthoudt de autoradio bij het opnieuw inschakelen het laatste volume of het geprogrammeerde volume (zie hoofdstuk INSTELLINGEN). Instellen van het muziekvolume: Draai aan de volumeregelaar tijdens het afspelen van muziek om het volume te wijzigen. Instellen van het volume van verkeersberichten (verkeersberichten moeten actief zijn in de instellingen, zie hoofdstuk INSTELLINGEN): Draai aan de volumeregelaar tijdens een verkeersbericht om het volume te wijzigen; deze waarde wordt automatisch opgeslagen en kan op elk moment worden aangepast in de instellingen (zie hoofdstuk INSTELLINGEN). Instellen van het Bluetooth® volume (telefonie): Draai aan de volumeregelaar tijdens een telefoongesprek om het volume te wijzigen. Deze waarde wordt automatisch opgeslagen en kan op elk moment worden aangepast in de instellingen (zie hoofdstuk INSTELLINGEN). Bovendien kan of moet het gespreksvolume, evenals het belsignaal, worden aangepast op de mobiele telefoon, raadpleeg hiervoor de handleiding van de telefoonfabrikant. Bluetooth®-BT-Navi-Mix volumeregeling (berichten van een aangesloten mobiele telefoon met actieve navigatie): In het Bluetooth®-menu kan het niveau van navigatieberichten worden ingesteld als de optie Bluetooth®-BT-Navi-Mix actief is. Daarnaast kan het volume ook worden aangepast op de mobiele telefoon, volg hiervoor de handleiding van de fabrikant van de mobiele telefoon (zie hoofdstuk AFSPELEN VAN NAVIGATIEBERICHTEN DOOR BLUETOOTH®). Dempen van de autoradio (Mute) Druk kort op de volumeregelaar om het geluid van de autoradio te dempen of het vorige volume weer te activeren. Luister altijd naar de radio op een matig volume om uw gehoor te beschermen en akoestische waarschuwingssignalen te kunnen horen (bv. van de politie). Tijdens mute-pauzes (bv. bij het wisselen van de geluidsbron) is de volumeverandering niet hoorbaar. Verhoog het volume niet tijdens deze mute-pauzes.NL

Kies één van de FM1, FM2, FMT of AM bronnen/geheugenniveaus met de SRC toets of de FM / AM toetsen Tip: Sommige geheugenbronnen/geheugenniveaus zijn inactief, afhankelijk van de instelling; alleen de geheugenniveaus FM1 en AM zijn fabrieksmatig actief. Zie hoofdstuk INSTELLINGEN. Tip: Op elk geheugenniveau zijn 5 geheugenplaatsen beschikbaar. Zoeken van een zender Met de multifunctionele tuimelschakelaar kunt u op << of >>drukken om kanalen omlaag of omhoog te gaan zoeken. Het zoeken stopt automatisch bij de volgende ontvangstzender. Tip: De zoekgevoeligheid kan worden ingesteld in de instellingen, zie hoofdstuk INSTELLINGEN. U kunt de frequentie ook handmatig instellen als het zendersignaal erg zwak is en het zoeken niet stopt bij de gewenste frequentie. Hiervoor drukt u op de multifunctionele tuimelschakelaar de toetsen ˄ of ˅ totdat de gewenste frequentie is bereikt. PTY zoeken (alleen FM) Als de PTY-functie (programmatype) actief is (zie hoofdstuk INSTELLINGEN), start het indrukken van de toetsen FR / FF het zoeken naar de ingestelde PTY-identificatie (voorselectie van PTY-type, zie hoofdstuk INSTELLINGEN). Opslaan van zenders/oproepen van opgeslagen zenders U kunt uw favoriete zenders opslaan in het zendergeheugen met de toetsen 1- 5. Op elk geheugenniveau kunnen 5 zenders worden opgeslagen. Stel de gewenste zender in zoals beschreven in ZOEKEN VAN EEN ZENDER . Druk vervolgens langer dan één seconde op de geselecteerde geheugentoets tot er een pieptoon te horen is ter bevestiging dat de zender is opgeslagen, laat na de pieptoon de toets weer los. Door kort op de geheugentoets te drukken kunt u de eerder opgeslagen zender oproepen. Automatische zenderopslag (Travelstore) In de geheugenniveaus met de letter T (FMT en AMT) kunt u 5 zenders met de beste ontvangst opslaan met behulp van de automatische zoekfunctie (Travelstore). Hiervoor drukt u langer dan één seconde op de FM of AM toets totdat het bericht FM TSTORE / AM TSTORE op het display verschijnt. Tip: Als u Travelstore op een ander geheugenniveau opstart, schakelt het systeem automatisch over naar het geheugenniveau van Travelstore en activeert het dit indien nodig automatisch in de instellingen. Alleen de zenders in het Travelstore-geheugenniveau worden opgeslagen/gewijzigd. Afspelen van opgeslagen zenders (P-SCAN) U kunt alle zenders afspelen in het geselecteerde geheugenniveau: Hiervoor drukt u langer dan één seconde op de MENU-toets tot het bericht P-SCAN op het scherm verschijnt. Op het scherm verschijnt nu P-SCAN en de huidige frequentie/radiozender. Het bericht P-SCAN bericht wordt weergegeven tot het wordt gewist door nogmaals op de toets te drukken. Afspelen van beschikbare zenders (SCAN) U kunt alle stations afspelen in de geselecteerde frequentieband: Hiervoor drukt u langer dan één seconde op de SRC-bron-toets tot het bericht SCAN verschijnt op het scherm. Op het scherm verschijnt het bericht P-SCAN en de huidige radiofrequentie/radiozender gaat knipperen. SCAN zal knipperen tot de toets opnieuw wordt ingedrukt om het te stoppen. Wijzigen van het display Met behulp van de DIS-toets kunt u de weergave-inhoud omschakelen tussen verschillende informatie:

Geheugen/geheugenniveau + tijd,

Tip: De beschikbaarheid van de weergavefunctie hangt af van de gekozen band, de zender en de ontvangstkwaliteit Verdere functies/opties: Zie hoofdstuk INSTELLINGEN.

8. Digitale radio: DAB / DAB+

Digital Audio Broadcasting (kortweg DAB of DAB+) is de digitale opvolger van analoge VHF-uitzendingen. Digitale transmissie veroorzaakt enkele verschillen met de vertrouwde analoge VHF-radio: Op één kanaal worden verschillende zenders uitgezonden - de zogenaamde multiplex (ENSEMBLE) (= programmapakketten). De zenders die zich in een bepaalde MULTIPLEX bevinden, worden SERVICES (SERVICES) genoemd (= zenders en/of dataservices). In Duitsland bijvoorbeeld zijn MULTIPLEXEN regionaal beschikbaar bij de publieke omroepen; daarnaast zijn er momenteel twee MULTIPLEXEN die in heel Duitsland kunnen worden ontvangen: DR DEUTSCHLAND en ANTENNE DE. De zenders genereren niet de ruis bekend bij VHF, ofwel is de zender te horen met constante kwaliteit, ofwel is het in het geheel niet te horen wanneer de foutcorrectie niet meer in staat is het signaal te reconstrueren, vergezeld van een kort, zogenaamd 'borrelend' geluid. Het afspelen DAB/DAB+ radio starten Gebruik de SRC of DAB+ toets om de DAB1, DAB2 of DAB3-bron te kiezen. Begin zo nodig met scannen via de menuoptie DAB SERVICE SCAN (DAB SERVICE SUCHE) om zenders te vinden die beschikbaar zijn op uw locatie (zie hoofdstuk INSTELLINGEN). Tip: Sommige geheugenbronnen/geheugenniveaus zijn inactief, afhankelijk van de instelling; alleen geheugenniveau DAB1 is fabrieksmatig actief. Zie hoofdstuk INSTELLINGEN. Tip: Op elk geheugenniveau zijn 5 geheugenplaatsen beschikbaar. Door services bladeren Met behulp van de multifunctionele tuimelschakelaar kunt u door de beschikbare services voor uw autoradio bladeren door op << of >> te drukken. Bij het selecteren wordt de nieuwe service weergegeven, en wordt na het stoppen met kiezen de service opgeroepen en afgespeeld die op dat moment wordt weergegeven en afgespeeld. Multiplexen bekijken Met behulp van de multifunctionele tuimelschakelaar en de toetsen ˄ of ˅ kunt u de multiplex selecteren die beschikbaar is op uw radio. Bij het selecteren wordt de nieuwe multiplex weergegeven, en wordt na het stoppen met kiezen de eerste service van de geselecteerde multiplex opgeroepen en afgespeeld. Zoeken naar multiplexen Druk op de toetsen FR of FF om een zoekopdracht te starten, terug te keren naar de vorige of over te gaan naar de volgende ontvangen multiplex. Het display toont het huidige kanaal tijdens het zoeken tot een nieuwe multiplex wordt gevonden. Tip: Deze optie is niet beschikbaar als PTY in het menu is geactiveerd (zie hoofdstuk INSTELLINGEN). PTY zoeken Indien de PTY-functie (programmatype) actief is (zie hoofdstuk INSTELLINGEN), kunt u met de toetsen FR / FF (voorselectie van PTY-type, zie hoofdstuk INSTELLINGEN) door de bij uw autoradio bekende zenders met de overeenkomstige PTY-identificatie bladeren. Zoeken in lijsten van diensten/multiplexen (bladermodus) Druk op de multifunctionele tuimelschakelaar op de toetsen ˄ of ˅ gedurende meer dan één seconde om naar de bladermodus te gaan. Het display toont nu een knipperend vergrootglas symbool en, afhankelijk van de weergegeven inhoud, een map symbool (multiplex) of een notitie symbool (service).NL

Selectie van een nieuwe dienst uit de huidige geselecteerde multiplex: Start de bladermodus (het display toont nu het notitiesymbool en een knipperend vergrootglas). Druk nu op de toetsen ˄ / ˅ op de multifunctionele tuimelschakelaar om door de diensten van de huidige multiplex te bladeren. Zodra u de gewenste dienst heeft gevonden, drukt u op >> op de multifunctionele tuimelschakelaar om deze af te spelen. Selectie van een nieuwe dienst uit een andere multiplex dan die welke momenteel wordt afgespeeld: Start de bladermodus (het display toont nu het notitiesymbool en een knipperend vergrootglas). Druk op de toets << van de multifunctionele tuimelschakelaar, de autoradio schakelt over naar de multiplex lijst (op het display verschijnt nu het map symbool en een knipperend vergrootglas). Druk op de multifunctionele tuimelschakelaar op de toetsen ˄ / ˅ om een multiplex te selecteren, druk op de toets >> om de diensten weer te geven die in de weergegeven multiplex zijn opgenomen (het display toont nu een notitiesymbool en een knipperend vergrootglas). Druk nu op de ˄ / ˅ toetsen van de multifunctionele tuimelschakelaar om door de diensten van de huidige multiplex te bladeren. Zodra u de gewenste dienst heeft gevonden, drukt u op >> op de multifunctionele tuimelschakelaar om deze af te spelen. Verlaten van de bladermodus: De bladermodus eindigt automatisch na 15 seconden als er geen toets wordt ingedrukt. U kunt ook op de toets << drukken wanneer de autoradio multiplexen weergeeft of 2x << wanneer de autoradio diensten weergeeft, om de bladermodus te verlaten. Tip: In de bladermodus worden alle diensten/multiplexen weergegeven die beschikbaar zijn op de betreffende autoradio; ook multiplexen die momenteel niet beschikbaar zijn, worden weergegeven. U kunt het menu gebruiken (zie hoofdstuk INSTELLINGEN) om de DAB SERVICE SCAN te starten, die de multiplexen lijst bijwerkt en inactieve multiplexen/diensten daaruit verwijdert. Tip: U kunt de bladermodus instellen als standaardinstelling, zie hoofdstuk INSTELLINGEN. Diensten opslaan / opgeslagen diensten oproepen Favoriete diensten kunnen worden opgeslagen onder de zendergeheugentoetsen 1-

5. Op elk geheugenniveau kunnen 5 diensten worden opgeslagen.

Stel de gewenste dienst in zoals hierboven beschreven. Druk vervolgens langer dan één seconde op de geselecteerde geheugentoets tot er een geluidssignaal klinkt ter bevestiging dat de dienst is opgeslagen, laat na het geluidssignaal de toets weer los. Door kort op de geheugentoets te drukken kunt u een eerder opgeslagen zender oproepen. Afspelen van opgeslagen zenders/diensten (P-SCAN) U kunt alle zenders van het geselecteerde geheugenniveau afspelen: Hiervoor drukt u langer dan één seconde op de MENU toets. Op het display verschijnt het bericht P-SCAN en de huidige dienst. Het bericht P-SCAN bericht wordt weergegeven tot het wordt gewist door nogmaals op de toets te drukken. Weergave van beschikbare diensten (SCAN) Alle beschikbare diensten kunnen worden afgespeeld: Hiervoor drukt u langer dan één seconde op de SRC-toets. De radio zal eerst de lijst met diensten bijwerken met een scan en dan het bericht SCAN en de huidige dienst weergeven. SCAN zal knipperen tot de toets opnieuw wordt ingedrukt om het te stoppen. Wijzigen van het display Met behulp van de DIS-toets kunt u de weergave-inhoud omschakelen tussen verschillende informatie:

Naam van de dienst (zender)

Geheugen/geheugenniveau + tijd Tip: De beschikbaarheid van de weergavefunctie is afhankelijk van de dienst. Verdere functies/opties: Zie hoofdstuk INSTELLINGEN.,

9. Afspelen vanaf externe apparaten en gegevensdragers: USB / microSD

Basisinformatie Gebruikte gegevensdragers/soorten media:

Gegevensdragers met FAT16-, FAT32-, exFAT-bestandssysteem

Bestandsformaten: MP2, MP3, WMA, FLAC, M4A (AAC), APE, WAV Tip: De foutloze werking van alle multimediabestanden, inclusief de hierboven genoemde, kan niet worden gegarandeerd vanwege de verscheidenheid aan software waarmee dergelijke bestanden mogelijk worden gemaakt. Tip: De USB-aansluiting is geschikt voor USB-gegevensdragers (de zogenaamde USB-sticks), die zijn geclassificeerd als massaopslagapparaten (MSD - Mass Storage Device). MP3-spelers of mobiele telefoons kunnen niet rechtstreeks worden aangesloten om muziek af te spelen. USB-ondersteuning / microSD-ondersteuning Deze autoradio heeft twee USB-poorten en een microSD-lezer:

USB-poort onder de klep aan de voorkant van de autoradio (zie hoofdstuk BEDIENINGSELEMENTEN VAN DE AUTORADIO)

USB-aansluiting aan de achterkant van de autoradio (zie hoofdstuk INSTALLATIE)

MicroSD-lezer onder de klep aan de voorkant van de autoradio (zie hoofdstuk BEDIENINGSELEMENTEN VAN DE AUTORADIO) USB-gegevensdrager aansluiten / USB-weergave starten Open de klep door licht op de inkeping aan de onderrand te drukken. Steek de USB-gegevensdrager voorzichtig in de USB-aansluiting, gebruik geen kracht en kantel de USB-gegevensdrager niet. De radio schakelt automatisch om naar de USB-modus. De gegevens worden gelezen, het afspelen begint met het eerste multimediabestand dat wordt herkend door de radio. Als eerder een USB-gegevensdrager was aangesloten, schakel dan over naar de USB- bron met de SRC-knop of de USB-knop, de autoradio zal de weergave hervatten vanaf het laatste nummer. Inbrengen van een microSD-kaart / starten van de weergave vanaf een microSD-kaart Open de klep door licht op de inkeping aan de onderrand te drukken. Schuif de microSD-kaart in de kaartlezer met de contacten naar beneden gericht tot deze vastklikt. Laat de kaart niet los voordat deze vastklikt, anders kan deze eruit springen en verloren gaan. Gebruik geen kracht bij het inbrengen van de kaart, kantel de kaart niet. De radio schakelt automatisch om naar de SD-modus. De gegevens worden gelezen, het afspelen begint met het eerste multimediabestand dat wordt herkend door de radio. Als eerder een microSD-kaart is geplaatst, schakel dan over naar de SD-bron met de SRC-toets of de SD-toets, de autoradio zal het afspelen hervatten vanaf het laatste nummer. Afspelen via USB / microSD Gebruik de multifunctionele tuimelschakelaar om het vorige of volgende nummer te activeren door op << of >> te drukken. Door de << of >> toets op de multifunctionele tuimelschakelaar ingedrukt te houden, kunt u het huidige nummer terugspoelen of vooruitspoelen. Druk op de toetsen ˄ of ˅om één map op de gegevensdrager vooruit of achteruit te gaan. Met de zendertoetsen 1-4 kunt u de speciale functies ZOEKEN NAAR NUMMERS activeren/deactiveren (een nummer selecteren/zoeken met de multifunctionele tuimelschakelaar), PLAY/PAUSE, HERHALEN (NUMMER of CATALOGUS) en WILLEKEURIG AFSPELEN (ALLE of CATALOGUS).NL

Wijzigen van het display Met behulp van de DIS-toets kunt u de weergave-inhoud omschakelen tussen verschillende informatie:

alle informatie achtereenvolgens (ALL INFO) Tip: De beschikbaarheid van de weergavefunctie is afhankelijk van de gebruikte bestanden. Tip: Wanneer de titel wordt gewijzigd, wordt altijd eerst de bestandsnaam weergegeven, gevolgd door de geselecteerde informatie. Als een map wordt gewijzigd, wordt ook de naam van de map weergegeven. Afspeelfunctie (SCAN) U kunt nummers van de gegevensdrager afspelen. Hiervoor drukt u langer dan één seconde op de SRC-bron-toets tot het bericht SCAN verschijnt op het scherm. Op het display verschijnt het bericht SCAN en het huidige nummer. SCAN zal knipperen tot de toets opnieuw wordt ingedrukt om het te stoppen. USB-gegevensdrager / microSD-kaart verwijderen Indien nodig: Open de klep door licht op de inkeping aan de onderrand te drukken. Trek de USB-gegevensdrager voorzichtig los of druk zachtjes op de microSD-kaart (bv. met de vingernagel) tot deze is ontgrendeld (u hoort een klik). Laat de kaart niet plotseling los, anders kan ze wegspringen en verloren gaan. Haal de microSD-kaart voorzichtig uit de kaartlezer. Bij moeilijkheden, kunt u bijvoorbeeld een pincet gebruiken. Tip: Verwijder de gegevensdrager nooit zonder de radio eerst uit te schakelen, anders kunnen de gegevensdrager of de gegevens erop beschadigd raken. Tip: Bij gebruik van microSD-kaarten of voldoende kleine USB-geheugensticks kan de klep weer worden gesloten. Sluit de klep nooit als de microSD-kaart niet volledig is ingebracht of de USB- geheugenstick te groot is. Als u kleine USB-geheugensticks of microSD-kaarten gebruikt, let er dan op dat deze, afhankelijk van hun vorm, moeilijk vast te pakken kunnen zijn om weer te verwijderen. Gebruik in dit geval geen kracht en geen puntige/scherpe voorwerpen die de autoradio kunnen beschadigen!,

10. Afspelen vanaf externe apparaten en gegevensdragers: iPod / iPhone

Ondersteuning voor Apple iPod / iPhone Deze autoradio heeft twee USB-poorten die compatibel zijn met Apple iPod/iPhone:

USB-poort onder de klep aan de voorkant van de autoradio (zie hoofdstuk BEDIENINGSELEMENTEN VAN DE AUTORADIO)

USB-aansluiting aan de achterkant van de autoradio (zie hoofdstuk INSTALLATIE) Aansluiten van een Apple iPod / iPhone / Starten van de weergave Steek de Apple iPod / iPhone aansluitkabel voorzichtig in de USB aansluiting, gebruik geen kracht en buig de connector niet. De radio schakelt automatisch over naar de Apple iPod / iPhone-modus. Het afspelen start vanaf het laatst afgespeelde bestand op de iPod/iPhone of vanaf de media vanaf de laatst gebruikte toepassing. Als er al een Apple iPod / iPhone is aangesloten, gebruikt u de SRC-toets of de USB-toets om over te schakelen naar de IPOD-bron om het afspelen te starten. Afspelen met een Apple iPod / iPhone Gebruik de multifunctionele tuimelschakelaar om het vorige of volgende nummer te activeren door op << of >> te drukken. Door de << of >> toets op de multifunctionele tuimelschakelaar ingedrukt te houden, kunt u het huidige nummer terugspoelen of vooruitspoelen. Druk op de multifunctionele tuimelschakelaar op de toetsen ˄ of ˅om één map vooruit of achteruit te gaan. U kunt de speciale functies ZOEKEN NAAR NUMMERS activeren/deactiveren met de zendertoetsen 1 - 4 (selectie/zoeken met de multifunctionele tuimelschakelaar), HERHALEN (NUMMER of CATALOGUS) en WILLEKEURIG AFSPELEN (ALLE of CATALOGUS).

Wijzigen van het display Met behulp van de DIS-toets kunt u de display-inhoud wisselen tussen verschillende informatie. Tip: Afhankelijk van het gebruikte Apple-apparaat en de daarop beschikbare toepassingen voor het afspelen van multimedia, kunnen de functionaliteit en de bediening via de radio veranderen en zijn mogelijk niet alle beschreven functies beschikbaar. Verwijderen van de Apple iPod / iPhone Verwijder de gegevensdrager niet zonder de radio eerst uit te schakelen, anders kunnen het apparaat of de gegevens die erop zijn opgeslagen, beschadigd raken.NL

11. Afspelen vanaf externe apparaten en gegevensdragers: AUX

AUX-modus De radio is voorzien van een AUX-aansluiting:

AUX-aansluiting onder de klep aan de voorkant van het apparaat (zie BEDIENINGSELEMENTEN VAN DE AUTORADIO). Open de klep door licht op de inkeping aan de onderrand te drukken. Sluit het gewenste apparaat, zoals een externe CD-speler, MP3-speler of cassettespeler, aan met behulp van de geschikte adapters uit het accessoire aanbod. De autoradio schakelt automatisch over naar de AUX-bron wanneer de stekker in het stopcontact wordt gestoken. Als u de bron later wilt wijzigen of opnieuw wilt selecteren, gebruikt u de SRC-toets. Regel indien nodig het volume op het externe apparaat als de gebruikte uitgang op het externe apparaat regelbaar is. Tip: De AUX-aansluiting wordt automatisch geactiveerd wanneer de stekker in het stopcontact wordt gestoken. Als de AUX-aansluiting vrij is, is de AUX-bron niet beschikbaar via de SRC-knop. Tip: Gebruik alleen onbeschadigde stekkers en kabels om schade aan het apparaat te voorkomen.

Bluetooth® Met de Bluetooth®-functie kunt u mobiele telefoons en multimediaspelers koppelen met de autoradio. Als u een geschikt compatibel apparaat aan uw autoradio koppelt, kunt u de functies gebruiken die in de volgende hoofdstukken worden beschreven. Een Bluetooth®-verbinding tot stand brengen Schakel de autoradio in, open de Bluetooth® instellingen op uw Bluetooth® apparaat, zoek naar beschikbare apparaten, verbind ze volgens de procedure beschreven in de handleiding van het Bluetooth® apparaat. Na een geslaagde verbinding geeft de autoradio kort het opschrift CONNECTED (VERBUNDEN) weer, gevolgd door de naam van het verbonden apparaat en het kleine Bluetooth®-symbool op het display. Tip: Bevestig onmiddellijk alle verzoeken op uw telefoon, anders kunnen functies beperkt of niet beschikbaar zijn of kan het koppelen mislukken. Tip: Dit proces hoeft maar één keer te worden uitgevoerd, de apparaten zullen automatisch verbinding met elkaar maken wanneer ze binnen bereik zijn. Tip: Ten tijde van de introductie werd de Bluetooth®-functie uitgebreid getest met verschillende telefoons en multimediaspelers om de grootst mogelijke compatibiliteit te garanderen. Afhankelijk van het gebruikte apparaat kunnen de functies echter beperkt zijn of helemaal niet werken. Controleer bij dergelijke problemen of er een update beschikbaar is voor het apparaat of de autoradio. Tip: Er kunnen 5 Bluetooth®-apparaten worden gekoppeld, maar ze kunnen niet tegelijkertijd worden verbonden. Een of twee apparaten kunnen gelijktijdig op het apparaat worden aangesloten indien de TWIN CONNECT-optie geactiveerd is. Voordat u een ander Bluetooth®-apparaat aansluit, moet u de verbinding met het reeds aangesloten apparaat verbreken.,

Bluetooth® Twin Connect verbinding Als de optie TWIN CONNECT is geactiveerd, kunnen twee mobiele telefoons tegelijkertijd worden verbonden. Afhankelijk van de bedrijfsmodus zijn diverse uitgebreide functies beschikbaar. Schakel hiervoor TWIN CONNECT in de Bluetooth® instellingen in. Bluetooth®-handenvrij systeem Twin Connect Verbinding Selecteer in de Bluetooth® instellingen PHONE LIST (TELEFON-LISTE) en selecteer de mobiele telefoon die master moet zijn met >>, selecteer hier ALS MASTER AKTIVIEREN Een asterisk (*) verschijnt naast de Bluetooth® naam van de primaire telefoon in de telefoonlijst. Het telefoonboek wordt geopend en uitgaande gesprekken worden via het telefoonboek gevoerd, terwijl het andere aangesloten toestel alleen wordt gebruikt voor inkomende gesprekken. Bluetooth®-audiostreaming met actieve Twin Connect verbinding Selecteer in de Bluetooth® instellingen STREAMING-LISTE en selecteer de mobiele telefoon die daar moet worden gebruikt met >>, bevestig CONNECT (VERBINDEN), indien het apparaat met succes voor deze functie is geactiveerd, verschijnt kort daarna CONNECTED (VERBUNDEN)op het display. Een plusteken (+) verschijnt in de telefoonlijst naast de Bluetooth®-naam van het verbonden streaming apparaat. Tip: Als er twee mobiele telefoons op de autoradio zijn aangesloten, selecteert u een van hen als de 'primaire' telefoon. Wanneer Twin Connect is geactiveerd, wordt de momenteel verbonden mobiele telefoon automatisch gedefinieerd als de primaire telefoon. Als er geen mobiele telefoon op de autoradio is aangesloten, wordt de laatst aangesloten mobiele telefoon beschouwd als primaire telefoon. Een asterisk (*) verschijnt naast de Bluetooth® naam van de primaire telefoon in de telefoonlijst. Een plusteken (+) verschijnt naast de mobiele telefoon die is aangesloten op de audiostreaming

13 Bluetooth®-audiostreaming Tip: De mobiele telefoon moet zijn verbonden met de autoradio, zie hoofdstuk BLUETOOTH® CONNECTIE INSTELLEN Tip: Het aangesloten Bluetooth®-apparaat moet de A2DP- en AVRCP-functies ondersteunen om muziek via de autoradio te kunnen afspelen en het afspelen te kunnen regelen. Bluetooth®-weergave (audiostreaming) Om het afspelen te starten, schakelt u over naar de BLUETOOTH® -bron met de SRC- of BT-toets. Gebruik de multifunctionele tuimelschakelaar om het vorige of volgende nummer te activeren door op << of >> te drukken. Met de zendertoets 2 kunt u de speciale functie PLAY / PAUZE activeren/deactiveren. Tip: Als het afspelen niet start of start met de verkeerde toepassing op de mobiele telefoon, start/selecteer dan de juiste audiospeler op de aangesloten mobiele telefoon waarmee u audiostreaming wilt gebruiken. De autoradio heeft geen invloed op de selectie van toepassingen op de mobiele telefoon. Wijzigen van het display Afhankelijk van het Bluetooth®-apparaat op de muziektoepassing die erop wordt gebruikt, kan met behulp van de DIS-toets verschillende trackinformatie worden weergegeven op het display.NL

Tip: Het is niet mogelijk om vanaf deze autoradio via Bluetooth® naar een ander apparaat (bv. Bluetooth® luidsprekerboxen, enz.) te streamen, deze autoradio ondersteunt alleen muziekontvangst via Bluetooth®. Tip: Als TWIN CONNECT is geactiveerd, kunnen twee mobiele telefoons tegelijkertijd op de autoradio worden aangesloten. In dit geval moet het apparaat dat voor audiostreaming moet worden gebruikt, worden geselecteerd/bepaald. Zie hoofdstuk BLUETOOTH® VERBINDING TOT STAND BRENGEN

Tip: De mobiele telefoon moet zijn verbonden met de autoradio, zie hoofdstuk

BLUETOOTH® CONNECTIE INSTELLEN

Tip: Als TWIN CONNECT is geactiveerd, kunnen twee mobiele telefoons tegelijkertijd op de autoradio worden aangesloten. In dit geval moet het apparaat dat voor audiostreaming moet worden gebruikt, worden geselecteerd/bepaald. Zie hoofdstuk BLUETOOTH® VERBINDING TOT STAND BRENGEN Bluetooth®-BT Navi Mix ondersteuning De navigatieberichten van de navigatietoepassing die actief is op de aangesloten mobiele telefoon, kunnen de huidige audiobron vergezellen. Hiervoor schakelt u de BT NAVI MIX optie in. Vervolgens kunt u het volumeniveau aanpassen met de BT NAVI GAIN (BT NAVI MIX PEGEL) optie (zie hoofdstuk INSTELLINGEN). Bovendien kan of moet het volume ook worden aangepast op de mobiele telefoon, raadpleeg hiervoor de handleiding van de telefoonfabrikant. Tip: Als de BT NAVI MIX optie geactiveerd is, worden alle audiosignalen van de aangesloten mobiele telefoon gemengd met de huidige audiobron; het is niet mogelijk om navigatieberichten te scheiden of te onderscheiden van andere audiosignalen van de mobiele telefoon.

15. Bluetooth®-handenvrij systeem

Tip: De mobiele telefoon moet zijn verbonden met de autoradio, zie hoofdstuk

BLUETOOTH® CONNECTIE INSTELLEN

Tip: Voordat u het telefoonboek kunt gebruiken, moet u dit laden met de functie DOWNLOAD P-BOOK (T-BUCH LADEN). Inkomende oproep Een inkomende oproep wordt gesignaleerd door een beltoon en wordt weergegeven op de autoradio. U kunt het gesprek aannemen of weigeren met de telefoontoetsen. Uitgaande oproep Een uitgaande oproep kan op verschillende manieren tot stand worden gebracht via het BLUETOOTH-menu: PB SEARCH (TB SUCHE): Met de multifunctionele tuimelschakelaar kan de beginletter worden gekozen, gevolgd door een telefoonboekvermelding die is overgebracht van de mobiele telefoon. PHONEBOOK (TELEFONBUCH) Met de multifunctionele tuimelschakelaar kunt u een telefoonboekvermelding selecteren die is overgebracht van uw mobiele telefoon. VOICEDIAL (SPRACHWAHL): Als u deze functie selecteert, wordt de spraakassistent van de telefoon geactiveerd om een functie uit te voeren, zoals het kiezen van een telefoonnummer.,

Tip: Raadpleeg de handleiding van uw mobiele telefoon voor informatie over de functies en activering van de spraakassistent. Tip: Spraakgestuurd bellen/spraakherkenning wordt uitgevoerd/verwerkt door de spraakassistent in de aangesloten telefoon, niet door de autoradio. DIAL NEW NUMBER (NEUE NR. WÄHLEN): Het te kiezen nummer kan worden ingevoerd met de multifunctionele tuimelschakelaar. Kies het gewenste cijfer met ˄ of ˅, wissel tussen cijfers met de toetsen << en >>. Druk op de toets OPROEP ACCEPTEREN / BELLEN om het nummer te kiezen zodra het volledig is ingevoerd. Het telefoonboek van een aangesloten telefoon gebruiken Met de opties DOWNLOAD P-BOOK (T-BUCH LADEN) en DELETE P-BOOK (T-BUCH LÖSCHEN) kunt u het telefoonboek van de op dat moment aangesloten telefoon gebruiken in de autoradio. Tip: Om toegang te krijgen tot het telefoonboek, moet de telefoon aangesloten zijn. Tip: Indien het bericht PHONEBOOK FULL (TELEFONBUCH VOLL)verschijnt, wis dan het telefoonboek van de telefoon die niet meer in gebruik is. Hiervoor sluit u een geschikte telefoon aan op de autoradio en wist u het telefoonboek met DELETE P-BOOK (T-BUCH LÖSCHEN) of verwijdert u de telefoon volledig van de autoradio met PHONE LIST (TELEFON-LISTE). Tip: Mogelijke toegang tot de nummers van een aangesloten telefoon is apparaat-specifiek en wordt misschien niet ondersteund, afhankelijk van de gebruikte telefoon. Let erop dat de toegang tot het telefoonboek op de mobiele telefoon moet zijn toegestaan (afhankelijk van het telefoonmodel).

Een telefoonnummer opslaan / een opgeslagen nummer kiezen Een handmatig ingevoerd nummer (zie vorig hoofdstuk DIAL NEW NUMBER (NIEUW NUMMER KIEZEN) kan worden opgeslagen door een van de geheugentoetsen (1-5) langdurig in te drukken. Nadat het nummer is opgeslagen, kunt u een naam invoeren en vervolgens dient u nogmaals lang op de betreffende geheugentoets drukken om op te slaan. Als het opslaan van de naam niet wordt voltooid, wordt alleen het nummer opgeslagen. Druk op de OPROEP BEANTWOORDEN / BELLEN en vervolgens op de geheugentoets (1-5) om het opgeslagen nummer op te roepen. Vervolgens wordt de oproep gekozen door op de toets OPROEP BEANTWOORDEN / BELLEN te drukken. Tip: Opgeslagen nummers zijn beschikbaar op alle aangesloten telefoons. Tweede functie van de toets 'Oproep accepteren' (programmeerbare toets) De toets 'Oproep beantwoorden' kan in het menu naar wens worden toegewezen om de gewenste functie te starten zonder het Bluetooth®-menu te hoeven oproepen. De geselecteerde functie kan worden geactiveerd door lang op de toets OPROEP BEANTWOORDEN / BELLEN te drukken. Mogelijke opties: PB SEARCH (TB SUCHE), PHONEBOOK (TELEFONBUCH), VOICEDIAL (SPRACHWAHL) en DIAL NEW NUMBER (NEUE NR.) WÄHLEN). Zie hoofdstukken INSTELLINGEN en EXTERNE AANSLUITINGEN. Bluetooth® Twin Connect verbinding Twee mobiele telefoons kunnen gelijktijdig op de autoradio worden aangesloten. De mobiele telefoon die als PRIORITAIR is ingesteld, zal worden gebruikt voor de telefoonboekfunctie en uitgaande gesprekken. Inkomende gesprekken kunnen van beide aangesloten mobiele telefoons worden beantwoord. Zie hoofdstuk BLUETOOTH® VERBINDING TOT STAND BRENGENNL

In het AUDIO (KLANG) menu kunt u parameters instellen die het geluid beïnvloeden. Zie hoofdstuk INSTELLINGEN voor details over de instelelementen en hun functies. De autoradio biedt regeling van hoge en lage tonen voor elke bron afzonderlijk en een 14-bands equalizer voor alle bronnen samen, de equalizer is bovendien afzonderlijk instelbaar voor de voor- en achterkanalen. Met de audio-equalizer kunt u het geluid van de autoradio naar wens afstemmen op de in het voertuig gebruikte luidsprekers en vervolgens met behulp van de instelopties voor hoge en lage tonen de bron aanpassen. De instelmogelijkheden voor hoge en lage tonen, balans en fader kunnen rechtstreeks worden opgeroepen met de toetsen TREB, BASS, BAL en FAD (zie hoofdstuk BEDIENINGSELEMENTEN VAN DE AUTORADIO) of via het menu (zie hoofdstuk INSTELLINGEN). De equalizer kan worden opgeroepen via het menu (zie hoofdstuk INSTELLINGEN) of rechtstreeks door de EQ-toets ingedrukt te houden (zie hoofdstuk BEDIENINGSELEMENTEN VAN DE AUTORADIO). Een geprogrammeerde SOUND PRESET kan ook worden gebruikt als alternatief voor de equalizer. Deze functie kan worden opgeroepen via het menu (zie hoofdstuk INSTELLINGEN) of rechtstreeks door op de EQ -toets te drukken (zie hoofdstuk BEDIENINGSELEMENTEN VAN DE AUTORADIO). Tip: Er kan slechts één audiobedieningsoptie tegelijk worden gebruikt (handmatige regeling van EQ, geluidsbeeld of volume - deze bron-overschrijdende opties kunnen vervolgens worden gecombineerd met de regeling van lage en hoge tonen, afhankelijk van de bron).

De autoradio heeft een interne klok, u kunt de tijd op het display weergeven door herhaaldelijk op de DIS-toets te drukken. De tijd kan ook worden weergegeven wanneer het apparaat is uitgeschakeld, zie hoofdstuk INSTELLINGEN. Om de tijd weer te geven wanneer de autoradio is uitgeschakeld, moet het contact van de auto ingeschakeld zijn, als het contact wordt uitgeschakeld, schakelt het display volledig uit om het energieverbruik te beperken. Om de klok in te stellen, zie hoofdstuk INSTELLINGEN.,

Bij deze autoradio kunt u de toetsen van de stuurwielafstandsbediening (indien aanwezig) vrij toewijzen aan bestaande functies in de SWC-configuratie van de autoradio. Functies onthouden Open in de radio-instellingen het item VARIOUS (VERSCHIEDENES) -> SWC. Gebruik nu de multifunctionele tuimelschakelaar om met ˄ of ˅ de functie te kiezen die u wenst te programmeren en bevestig met de >> toets. De autoradio wacht nu op een signaal van de stuurwielafstandsbediening en geeft het bericht PRESS BUTTON AT STEERING WHEEL FOR 1SEC (TASTE FUER 1 SECOND DRUECKEN) weer. Druk op de gewenste toets van de stuurafstandsbediening. Als de toets met succes is geprogrammeerd, verschijnt OK op het display. Als het apparaat een foutmelding FAIL (FEHLER) meldt of helemaal niet reageert, herhaalt u de procedure. Herhaal deze handeling voor alle toetsen die moeten worden geprogrammeerd. Tip: Indien het onthouden ook na verscheidene pogingen niet mogelijk is of niet correct verloopt, controleer dan de aansluitingen van de autoradio of de compatibiliteit van de gebruikte interface. Als het bericht FAIL (FEHLER) altijd wordt weergegeven, zit de fout waarschijnlijk in de afstandsbediening of de interface. Als de radio helemaal niet reageert, controleer dan of de afstandsbediening/interface correct is aangesloten en of deze überhaupt is aangesloten. Tip: De programmeerbare SWC-interface van de radio omvat analoge stuurwielvoorbereiding. De radio werkt met analoge afstandsbedieningen die functies activeren via verschillende weerstandswaarden (weerstandsmatrix) op de aansluiting (maximaal twee stuurlijnen en 1x GND). Sommige afstandsbedieningen zijn rechtstreeks compatibel, andere vereisen een SWC-interface - stuurafstandsbedieningen via CAN kunnen niet worden aangesloten zonder interface. Voor meer informatie over accessoires die geschikt zijn voor een bepaald voertuig, neemt u contact op met uw dealer of de fabrikant van het voertuig.NL

Navigeren door het menu en wijzigen/aanpassen van instellingen: Kies de instellingen door op de menutoets te drukken (zie hoofdstuk BEDIENINGSELEMENTEN VAN DE AUTORADIO). Gebruik de multifunctionele tuimelschakelaar om door de instellingen te navigeren of een instelling te wijzigen: Druk op de multifunctionele tuimelschakelaar op de toetsen ˄ of ˅ om door de instellingen te navigeren. Als u een optie wilt selecteren of een instelling wilt wijzigen, selecteert u deze door op de >> toets van de multifunctionele tuimelschakelaar te drukken. De instelling knippert. Druk op de multifunctionele tuimelschakelaar op de toetsen ˄ of ˅ om de gekozen optie te wijzigen. Verlaat vervolgens de opties door op de << toets van de multifunctionele tuimelschakelaar te drukken. Door <<< te selecteren op het display, gaat u één niveau omhoog, door <<< te selecteren op het hoogste niveau, verlaat u de instellingen. U kunt de instellingen ook verlaten door nogmaals op de MENU-toets te drukken. De volgende instellingen kunnen worden ingevoerd of aangepast naar wens, de instellingen zijn onderverdeeld in verschillende categorieën: TUNER (RADIO) In dit submenu kunt u instellingen maken voor de radio-ontvanger. TRAF: Inchakelen/uitschakelen van prioriteitsbepaling voor verkeersberichten Deze functie kan ook rechtstreeks worden in- en uitgeschakeld met de toets TA, zie hoofdstuk BEDIENINGSELEMENTEN VAN DE AUTORADIO. Wanneer deze functie is geactiveerd, schakelt de radio om naar de laatst beluisterde radiozender, en vervolgens weer terug naar de vorige actieve bron na ontvangst van een verkeersbericht. Wanneer de functie actief is, verschijnt er een klein symbool met drie voertuigen op het display. Tijdens een verkeersbericht verschijnt TRAFFIC (VERKEHR) op het display. Tip: Deze functie moet door de radiozender worden ondersteund. Tip: Het veranderen van het volume tijdens een verkeersbericht wordt opgeslagen voor alle toekomstige verkeersberichten. Raadpleeg de menu-optie VOLUME (LAUTSTAERKE) om het volume in te stellen. Tip: Als de ontvangst van een radiozender wordt onderbroken, zoekt de autoradio automatisch een nieuwe zender met verkeersinformatie. Bovendien beperkt het inschakelen van deze functie het zoeken naar VHF- zender die deze functie ondersteunen. Tip: Het huidige verkeersbericht kan worden onderbroken door op de SRC toets te drukken. REG: Wanneer deze functie is geactiveerd, worden alleen zenders geselecteerd met hetzelfde regionale programma, wanneer wegens slechte ontvangst automatisch van zender moet worden gewisseld. Tip: De functie RDS AF moet zijn ingesteld op ON (EIN), de functie moet worden ondersteund door de radiozender. PTY: Wanneer deze functie actief is, is de PTY-functie beschikbaar na het indrukken van de FR/FF-toetsen voor het zoeken naar een specifiek type zender/muziekgenre. PTY TYPES (PTY LISTE): Alleen actief wanneer PTY op ON (EIN) staat. Selectie van het type zender / muziekgenre voor de PTY-functie. PTY LANG (PTY SPRACHE): Alleen actief wanneer PTY op ON (EIN) staat. Instellen van de PTY-taal. Tip: Dit heeft alleen invloed op de weergave van PTY-types, niet op de zenderkeuze of andere instellingen. FM SENS HI/LO (FM EMPF +/-): Stel de gevoeligheid van de VHF-zoekfunctie in. HI (+) vindt ook zenders met een zwak signaal, LO (-) vindt alleen lokale zenders met een sterk signaal. Deze functie kan ook rechtstreeks worden geactiveerd en gedeactiveerd met de lo-toets, zie BEDIENINGSELEMENTEN VAN DE AUTORADIO.,

FM HICUT OFF, 1, 2, 3 (FM HICUT AUS, 1, 2, 3): Om de akoestiek van zwakke signalen / signalen met VHF-zenderruis te verbeteren, kunt u bij ruis / storingen het bereik van de hoge tonen automatisch verlagen afhankelijk van de ontvangststerkte door deze functie in te schakelen. RDS AF: Als deze functie actief is, schakelt de radio altijd om naar de beste zendfrequentie (alternatieve frequentie). Deze functie kan ook rechtstreeks worden in- en uitgeschakeld met de AF-toets, zie hoofdstuk BEDIENINGSELEMENTEN VAN DE AUTORADIO. Tip: Deze functie moet door de radiozender worden ondersteund. Tip: Als het AF-symbool op het display knippert, ontvangt de autoradio geen AF-gegevens omdat het signaal te zwak is. FM PRESETS (FM SPEICHEREBENENSPEICHEREBENEN): Inschakelen/uitschakelen van geheugenniveaus of FM2-, FMT--bronnen. Als de SRC-toets niet actief is, kunt u het gewenste geheugenniveau niet selecteren met de SRC-toets. DAB PRESETS (DAB SPEICHEREBENEN): Activeren/deactiveren van geheugenniveaus DAB2, DAB3. Als de SRC-toets niet actief is, kunt u het gewenste geheugenniveau niet selecteren met de SRC-toets. DAB MODE: Bepaalt de basisinstelling van de multifunctionele tuimelschakelaar in de DAB-modus. Opties: SERVICE (standaardinstelling) of BROWSE. Zie hoofdstuk DIGITALE RADIO BEDIENING. DAB SERVICE SCAN (DAB SERVICE SUCHE): Bijwerken van de zenderlijst naar DAB, scant de hele DAB-band en verwijdert multiplexen/diensten uit de lijst die niet kunnen worden ontvangen. Dit heeft geen invloed op geheugenlocaties. SERVICE LINK: Als de functie DAB/FM/ALL is geactiveerd, schakelt de radio in de mate van het mogelijke om naar een ander DAB-kanaal (als DAB is geselecteerd) of ook naar de VHF-frequentie (als FM of ALL is geselecteerd) om de zender te blijven afspelen als het DAB-signaal zwak is. SERVICE NAME: Omschakelen van de DAB SERVICE / DAB ENSEMBLE optieweergave naar 16 of 8 cijfers. DAB ANTENNE (DAB ANTENNE): Inschakelen van fantoomvoeding voor actieve DAB-antennes. Als de DAB- antenne actief is, zet u de 12 V-optie op ON (AN). AREA (REGIO): Instellen van de ontvangstregio waarin de radio wordt gebruikt. AUDIO (KLANG) In dit submenu kunt u het geluid individueel instellen. Tip: de 14-bands equalizer (equalizer) beïnvloedt alle bronnen tegelijk en kan afzonderlijk worden ingesteld voor de voor- en achterkanalen. Met de audio-equalizer kunt u het geluid van de autoradio afstemmen op de luidsprekers, en vervolgens kunt u indien nodig het geluid afzonderlijk aanpassen voor afzonderlijke geluidsbronnen met behulp van de instellingen BASS (TIEFEN) en TREBLE (HOEHEN). Tip: Het bereik van de toonregeling is onderhevig aan bepaalde beperkingen, die technisch bepaald zijn en bedoeld zijn om extreme instellingen en dus mogelijk optredende vervorming en storing te voorkomen. U kunt bijvoorbeeld niet een frequentie met 12 dB verhogen met de equalizer en nog eens met 12 dB door de LOW of HIGH instellingen aan te passen - dit leidt tot een zeer onnatuurlijk geluid en mogelijk tot vervorming en clipping. Tip: Er kan slechts één toonregelingsoptie tegelijk worden gebruikt (handmatige EQ instelling, geluidsbeeld of volume - deze opties voor verschillende geluidsbronnen kunnen vervolgens worden gecombineerd met de BASS (TIEFEN) en TREBLE (HOEHEN) instellingen voor die bron). BASS (TIEFEN): Versterken of verminderen van lage frequenties. Tip: Deze instelling kan voor elke audiobron afzonderlijk worden aangepast. TREBLE (HOEHEN): Versterken of verminderen van hoge frequenties.NL

Tip: Deze instelling kan voor elke audiobron afzonderlijk worden aangepast. BAL: Instellen van de balans van de linker-/rechterkant van het audiosignaal. FADER: Instellen van het audiosignaal van de voorste/achterste luidsprekers. EQUALIZER: Activering van SOUND PRESET of EQUALIZER functie. SOUND PRESET: Activeer de voorgeprogrammeerde POP, ROCK, CLASSICgeluiden. Deze functie kan ook rechtstreeks worden opgeroepen met de EQ-toets, zie hoofdstuk BEDIENINGSELEMENTEN VAN DE AUTORADIO. Tip: Wanneer het geluidsbeeld aan staat, heeft de handmatige EQUALIZER instelling geen functie en is deze uitgeschakeld. EQUALIZER: Activering en instelling van de 14-bands equalizer (equalizer). Deze functie kan ook rechtstreeks worden opgeroepen door de EQ-toets ingedrukt te houden, zie hoofdstuk BEDIENINGSELEMENTEN VAN DE AUTORADIO. Activeer de equalizer met de optie ON (AN), de volgende frequenties kunnen nu worden ingesteld tussen -12 en +12 dB voor FRONT (VORNE) en REAR (HINTEN): 32 Hz, 50 Hz, 90 Hz, 125 Hz, 150 Hz, 250 Hz, 550 Hz, 1 kHz, 2 kHz, 4 kHz, 8 kHz, 10 kHz, 12 kHz en 16 kHz. Bovendien kan onder Q- FACTOR de kwaliteit/afname van de filters worden ingesteld in het bereik van 1,00, 1,41 en 2,00 (een lager getal betekent betere kwaliteit/grotere afname van de filters). Tip: Wanneer de equalizer aan staat, heeft de SOUND PRESET instelling geen functie en is deze uitgeschakeld. HPF (Hoogdoorlaatfilter) De cross-over frequentie (50, 63, 80, 100, 125, 160 of 200 Hz) en de filterhelling 6 of 12 dB) kunnen afzonderlijk worden ingesteld voor de FRONT (VORNE) voorste luidspreker kanalen en/of REAR (HINTEN) voor de achterluidspreker kanalen om lage frequenties te verwijderen, b.v. als een extra subwoofer of andere kanalen worden gebruikt op de subwoofer uitgang, of als de aangesloten luidsprekers het spectrum van de lagere frequenties niet voldoende kunnen weergeven. LPF (Laagdoorlaatfilter) De cross-over frequentie (50, 63, 80, 100, 125, 160 of 200 Hz) en de filterhelling (6 of 12 dB) kunnen afzonderlijk worden ingesteld voor de FRONT (VORNE) voorste luidspreker kanalen en/of REAR (HINTEN) achterluidspreker kanalen om hoge frequenties te verwijderen, bv. als alleen een subwoofer is aangesloten op de respectieve uitgangen (of op de respectieve voorversterker- of luidsprekeruitgangen). LOUD: Inschakelen/uitschakelen van de loudness functie (basactivering) SUB-OUT: Instelling van het uitgangsniveau (GAIN), de cross-over frequentie (FREQ) en de filterslope (SLOPE) van de subwooferuitgang. AMP Schakeluitgang activeringsvertraging van 0 - 2,5 seconden om interferentie bij het inschakelen van externe versterkers te voorkomen. DISPLAY (ANZEIGE): In dit submenu kunt u instellingen voor het display maken. DIM MAN/ AUTO: De helderheid van het display handmatig / automatisch schakelen. AUTO: De ILLUMINATION ingang (zie hoofdstuk INSTALLATIE/ AANSLUITINGEN) schakelt automatisch de helderheid van het display tussen de geprogrammeerde DAY (TAG) en NIGHT (NACHT) waarden, afhankelijk van de verlichting van het voertuig. MAN (handmatig) : door de DIS-toets 2 seconden ingedrukt te houden, schakelt u tussen de ingestelde DAY (TAG) en NIGHT (NACHT) waarden. DAG (TAG): Instellen van de display helderheid voor de dag. NICHT (NACHT): Instellen van de display helderheid voor de nacht.,

SCROLL: Blader door de weergegeven inhoud als deze langer is dan kan worden weergeven. Opties: Blader eenmalig (1X) of permanent ON (AN) door de nieuwe informatie. MODUS: Display instellingsoptie, de tweede regel kan permanent de CLOCK (UHR) tijd weergeven of ook de gekozen SOURCE (QUELLE) bron. STBY-LED: Opties voor de rode LED met de aanduiding STBY op de voorkant van de autoradio. FLITS: Als de autoradio is uitgeschakeld, knippert de LED om de ca. 15 seconden als deze optie actief is. TIMER: Als de uurlogica actief is (contact-plus is uitgeschakeld, de autoradio speelt een uur lang en schakelt daarna automatisch uit), gaat de LED branden als deze optie actief is. LANGUAGE (SPRACHE): Selecteer de menutaal. Mogelijke talen: DEUTSCH, ENGLISH. COLOR (FARBE): Instelmogelijkheden R (rood) G (groen) B (blauw): Meng de gewenste kleur door de helderheidswaarden van de afzonderlijke kleuren te veranderen (16x 16x 16 kleuren mogelijk, elke kleur kan in zijn intensiteit in 16 stappen worden veranderd). VOLUME (LAUTSTAERKE) In dit submenu kunnen de volume-instellingen van de autoradio worden gemaakt. ON VOLUME (AN LAUTST): Selecteer of u de autoradio opnieuw wilt laten starten met de laatst gebruikte LAST VOL waarde (LETZTE LAUTSTÄRKE) of met de ingestelde AN VOL waarde(ON VOL). Tip: Het schakelvolume is altijd beperkt tot het maximale. 30. TA VOL: Instellen van het volume van verkeersberichten. Als het volume van het actieve verkeersbericht wordt gewijzigd, wordt deze instelling bijgewerkt of overschreven. HF VOL: Instellen van het volume van de handenvrije kit. Als het volume tijdens een telefoongesprek wordt gewijzigd, wordt deze instelling bijgewerkt of overschreven. BEEP: Instellen van het geluidssignaal bij het indrukken van een toets. Tip: Het opslaan van een zender wordt altijd bevestigd door een geluid, zelfs als BEEP op OFF (AUS) is ingesteld. CLOCK (UHR): In dit submenu kunt u instellingen maken voor de klok. Zie ook hoofdstuk KLOK. CLOCK (UHR): Schakelt de tijdweergave in/uit wanneer de radio is uitgeschakeld. Wanneer de autoradio is uitgeschakeld en het contact wordt ingeschakeld, verschijnt er een klok op het display wanneer deze is ingesteld op ON (AN) . MODUS: Omschakelen tussen 12- en 24-uurs weergave. SET 00:00: Handmatig instellen van de tijd: Stel de minuten in door de schakelaar naar boven te drukken, stel de uren in door de schakelaar naar beneden te drukken. Tip: Als RDSCLOCK (RDSUHR) actief is, wordt de handmatig ingestelde tijd overschreven. RDSCLOCK (RDS UHR): Activering van automatische tijdinstellingen met behulp van gegevenssignaal van de radio.NL

VARIOUS (DIVERSES) In dit menu kunnen verschillende instellingen worden gemaakt. DEMO: In-/uitschakelen van de demonstratiefunctie/verkoopmodus (indien gedurende een bepaalde tijd geen enkele toets wordt ingedrukt, verschijnt het opschrift met de functies van de radio en verandert de kleur van het display continu). SCAN: Stel de tijd van de afspeelfunctie in (4/8/12/16/60 seconden). SWC: Voor het opslaan van de stuurafstandsbediening, zie hoofdstuk STUURAFSTANDSBEDIENING (SWC). VERSION: Verzoek om de softwareversie van de autoradio. NORMSET: De autoradio terugzetten naar de fabrieksinstellingen. Na het selecteren van de optie bevestigen, zal de autoradio opnieuw opstarten in de afleveringstoestand. BLUETOOTH® In dit submenu kunt u instellingen maken voor de Bluetooth® functie. Zie ook hoofdstuk BLUETOOTH® HANDENVRIJ BELLEN. PB SEARCH (TB SUCHE): Zoeken naar een naam in het telefoonboek PHONEBOOK (TELEFONBUCH): Het oproepen van een telefoonboek overgebracht vanaf een mobiele telefoon. TWINCONNECT: Activering van de optie voor gelijktijdige aansluiting van twee Bluetooth®-apparaten. PHONE LIST (TELEFON-LISTE): Beschikbare telefoons / telefoons bekend bij de autoradio met de mogelijkheid om de primaire telefoon te verwijderen / los te koppelen / in te stellen. STREAMING LIST (STREAMING-LISTE): A2DP-compatibele mobiele apparaten beschikbaar/bekend bij de autoradio met de optie om een actief A2DP-apparaat te verwijderen/ontkoppelen/selecteren. SOFTKEY: Configuratie van de extra functie van de toets 'Oproep beantwoorden'. Beschikbare opties PB ZOEKEN (TB SUCHE) PHONEBOOK (TELEFONBUCH) VOICEDIAL (SPRACHWAHL) DIAL NEW NUMBER (NEUE NR. WÄHLEN) BT NAVI MIX: Activering van de BT NAVI MIX functie. BT NAVI MIX GAIN (BT NAVI MIX PEGEL): Optie alleen beschikbaar wanneer BT NAVI MIX is geactiveerd. Instellen van het volume van het gemengde signaal van de telefoon. DELETE P-BOOK (T-BUCH LÖSCHEN): Wis het telefoonboek van de momenteel aangesloten telefoon in de autoradio. DOWNLOAD P-BOOK (T-BUCH LADEN): Laad het telefoonboek van de momenteel verbonden mobiele telefoon. VOICE DIAL (SPRACHWAHL): Spraak gestuurde nummerkeuze van een telefoonnummer uitvoeren. DIAL NEW (NEUE NR WAEHLEN) Handmatige invoer van het te selecteren telefoonnummer.,

Installatieprincipes Installeer het apparaat alleen als u ervaring heeft met het inbouwen van autoradio's en vertrouwd bent met het elektrische systeem van het voertuig. Let op de informatie bij de aansluitingen van de autoradio. Sluit de autoradio alleen aan met geschikte adapters; zorg ervoor dat alle kabels de juiste signalen of spanningen dragen. De stekkers in het voertuig mogen niet rechtstreeks op de autoradio worden aangesloten. De installatie van het apparaat mag de werking van airbags en andere veiligheidsvoorzieningen en/of bedieningselementen niet hinderen of blokkeren. Ontkoppel de voertuigaccu (minpool, massa) voordat u de autoradio installeert, anders kunnen er storingen of zelfs beschadigingen aan de autoradio of de voertuigelektronica optreden. Neem de veiligheidsaanwijzingen van de autofabrikant in acht (airbag, alarmsysteem, boordcomputer, startonderbreker, enz.). Afhankelijk van het voertuig waarin de autoradio moet worden ingebouwd, optioneel en specifiek Aansluitadapters en/of montage toebehoren zoals montageframes, afdekkingen, enz. zijn vereist. Installatiefouten kunnen leiden tot beschadiging van de radio of van de voertuigelektronica. De behuizing van de autoradio warmt op tijdens het gebruik - zorg ervoor dat er geen kabels tegen de behuizing liggen of worden afgekneld. Indien u hulp nodig heeft bij het installeren van de autoradio, raadpleeg dan een gespecialiseerde installateur van Hi-Fi systemen voor auto's. Om de radio te verwijderen, moet u de zijafdekkingen losmaken (zie hoofdstuk BEDIENINGSELEMENTEN VAN DE AUTORADIO); ze kunnen met de vingernagel worden opgetild vanaf de zijkant. Steek de ontgrendelhendels (bijgeleverd toebehoren) in de gaten tot ze vastklikken. Trek nu voorzichtig de autoradio uit de bevestigingsbus. Zorg ervoor dat er geen kabels worden beschadigd.

Mute/Dempen (actieve massa) 2 Luidspreker(s) RR-

Antenne/schakeluitgang (op afstand) 5 Luidspreker(s) LF+

Verbindingen en verbindingsdefinities ① SWC: Bij aansluiting op de stuurafstandsbediening kan een externe adapter/interface nodig zijn, zie hoofdstuk STUURAFSTANDSBEDIENING (SWC) ② SUB/SW: Subwoofer uitgang voor aansluiting van een actieve subwoofer ③ PREAMP- OUT (RF, LF, RR, LR): Voorversterkeruitgangen voor aansluiting van een externe versterker ④ USB: USB-poort achteraan (REAR USB) ⑤ EXT-MIC: Aansluiting voor een externe microfoon, schakelen gebeurt automatisch als de microfoon is aangesloten ⑥ DAB-antenne: SMB-connector met 12 V fantoomvoeding (max. 150 mA, schakelbaar in het menu, zie hoofdstuk INSTELLINGEN) ⑦ FM/AM-antenne: DIN-connector ⑧ Klemblok met vak A (stroomvoorziening), vak B (luidspreker) en radiozekering (platte autozekering, 10 A, rood) MUTE/DEMPEN: Dempen van de autoradio via massacontact BATT (kl. 30): Accu ANTENNE / SCHAKELAAR UITGANG (REMOTE): Schakelbare voeding voor actieve antennes of stuurspanning voor externe eindversterkers/subwoofers (12 V, max. 150 mA) DIMMER/VERLICHTING (kl. 58): Ingang voor voertuigverlichting, vereist voor het automatisch omschakelen van de helderheid van toetsen/display. De ingang vereist een spanning van 0 V/12 V. PWM-signalen kunnen het display doen knipperen en mogen niet worden gebruikt. ACC/ONTSTEKING PLUS (Kl. 15): Omschakeling van de plus ontsteking van het contactslot GND/MASSA (kl. 31): Massa Tip: De autoradio ondersteunt geen CD-wisselaars, interface of andere componenten die compatibel zijn met oudere Blaupunkt autoradio's. Tip: Zorg ervoor dat het contact en de permanente plus correct zijn aangesloten, anders neemt de autoradio meer stroom op en schakelt deze niet volledig uit, wat kan leiden tot ontlading van de autoaccu!

21. Nuttige informatie | Technische gegevens

Garantie De huidige garantievoorwaarden zijn te vinden op de website www.blaupunkt.com. Als er geen verdere informatie wordt verstrekt, zijn de lokale wetsvoorschriften van toepassing.

Onderhoud Als u een reparatiedienst nodig heeft, neem dan contact op met de Blaupunkt dealer bij wie u het product heeft gekocht. Meer informatie over servicepartners in een bepaald land is te vinden op www.blaupunkt.com Informatie over servicepartners in het binnenland. Technische gegevens Voedingsspanning Afstandsbediening 3 V, CR2025 Bedrijfsspanning 10,5 -14,4 V Stroomverbruik In bedrijfstoestand < 10 A In uitgeschakelde stand (Kl. 15/ ACC uit): < 5 mA Luidspreker impedantie > 4 Ohm/kanaal Schakeluitgang antenne/versterker 12 V, max. 150 mA DAB-antenne 12 V, max. 150 mA USB-aansluiting 5 V, max. 1 A AUX-aansluiting 3.5 mm stereo jack SWC-aansluiting 3,5 mm stereo jack

Tip: Zorg ervoor dat het contact en de permanente plus correct zijn aangesloten, anders neemt de autoradio meer stroom op en schakelt deze niet volledig uit, wat kan leiden tot ontlading van de auto-accu!NL

Hieronder vindt u illustraties van fouten en hun mogelijke oplossingen. Als u nog steeds problemen heeft met de autoradio, neem dan contact op met uw dealer of het Blaupunkt Service Center. Laat de installatie in geval van problemen controleren of uitvoeren door een specialist. De meeste problemen die zich voordoen kunnen het gevolg zijn van een verkeerde aansluiting en bediening.

Eenmaal gemonteerd, gaan de controlelampjes van de airbag op het dashboard branden / werkt de snelheidsmeter niet meer, enz.: De autoradio was waarschijnlijk verkeerd aangesloten. Koppel onmiddellijk de accu van het voertuig los en verwijder de radio. Laat de installatie uitvoeren/controleren door een specialist.

De autoradio geeft bij inschakelen 1 UUR (1 STUNDE) aan en schakelt na een uur uit: Het ontstekingsplus is niet aangesloten of niet geactiveerd. Controleer de aansluitingen.

Bij hogere volumes knippert het display/de autoradio of valt het geluid weg: Controleer de doorsnede van de voedingskabel. Ga niet onder een impedantie van 4 Ohm/kanaal Laat de installatie uitvoeren/controleren door een specialist.

De afstandsbediening werkt niet: Controleer of de batterij goed op haar plaats zit, verwijder de kleine plastic film, richt de afstandsbediening op de autoradio voor direct visueel contact.

De autoradio schakelt niet in/ De autoradio reageert niet op het contact/ De autoradio schakelt na een bepaalde tijd altijd automatisch uit/ De autoradio kan niet worden ingeschakeld zonder het contact aan te zetten: Contactontsteking /permanente plus correct aangesloten? Het plus contact moet correct 0 V / 12 V schakelen, er mag geen restspanning op het plus contact staan in de toestand 'contact uit'. Controleer de correctheid van de aansluiting van de autoradio, in geen geval mag u de autostekkers rechtstreeks op de autoradio aansluiten zonder eerst de PIN- toewijzing te controleren. Laat de installatie uitvoeren/controleren door een specialist.

De instellingen of geprogrammeerde zenders gaan verloren, de tijd werkt niet correct: Kortom, het apparaat slaat de instellingen permanent op, zelfs zonder stroom. Sommige instellingen worden echter alleen permanent opgeslagen wanneer correct wordt uitgeschakeld, dus zorg ervoor dat u de autoradio correct uitschakelt. Functies zoals tijd, laatste bron, laatste afspeelpositie USB/CD vereisen permanente stroom. Voor een goede werking moet de autoradio correct worden aangesloten op een ononderbroken stroomvoorziening, die niet mag worden onderbroken. Bovendien kunnen sommige radiozenders via RDS een onjuist tijdsignaal uitzenden, in dat geval moet de voor de tijd verantwoordelijke RDS-functie in het menu worden gedeactiveerd en moet de klok handmatig worden ingesteld.

Het apparaat ontvangt geen of een zwak radiosignaal: Controleer de antenne voor het gegeven ontvangstgebied. Controleer of een fantoom voedingsadapter nodig is. Is de antenne correct gemonteerd? Veel antennes vereisen een tegenpool (carrosserie). LED-lampen of andere elektrische componenten kunnen de radio-ontvangst verstoren, daarom moeten dergelijke storingen worden uitgesloten. Bij de ingebruikname van de radio, moet u ervoor zorgen dat de autoradio is ingesteld op het juiste radiogebied (zie hoofdstuk INSTELLINGEN).

In de DAB-modus wordt plotseling het bericht NO SIGNAL of NO SERVICE weergegeven: De huidige MULTIPLEX (programmapakket) heeft een te zwak signaal en audiosignaal decodering is niet mogelijk. Kies een andere MULTIPLEX of controleer de DAB-antenne.,

De autoradio geeft plotseling het bericht SEEK PI (SUCHE PI) / SEEK TA (SUCHE TA) weer of wijzigt de zender als de radio in bedrijf is: Controleer de antenne en autoradio-instellingen. Deactiveer indien nodig de alternatieve frequentiefunctie (zie hoofdstuk INSTELLINGEN). Als de radio communicatiefunctie is geactiveerd, kan slechte ontvangst ertoe leiden dat de autoradio uit zichzelf van zender verandert, de radio communicatiefunctie uitschakelt of een andere zender kiest.

De autoradio geeft de zendernaam niet correct weer in radiomodus Stel het display naar wens in met de DIS-toets. Controleer de ontvangst (controleer de antenne). Opmerking: Sommige zenders zenden extra informatie uit in plaats van de RDS- zendernaam; hierop heeft de autoradio geen invloed.

USB, CD, SD of andere gegevensdragers werken niet: Controleer de werking met een andere gegevensdrager, formatteer de gegevensdrager, speel andere bestanden af.

Bluetooth® problemen (het telefoonboek wordt niet weergegeven, de telefoon maakt geen verbinding, de gesprekspartner is niet te horen ): Controleer of er software-updates beschikbaar zijn voor de telefoon en/of de autoradio. Verwijder de autoradio op uw mobiele telefoon uit de lijst en breng vervolgens de verbinding weer tot stand. Bevestig alle autorisatieaanvragen op de mobiele telefoon met JA of controleer ze handmatig in het geval van een aangesloten autoradio. Gebruik een andere mobiele telefoon om te controleren.

De gesprekspartner hoort mij niet: Controleer de aansluiting van de externe microfoon. Controleer de microfooninstelling in de Bluetooth®-instellingen (indien beschikbaar). Gebruik een andere mobiele telefoon om te controleren.

SUB-OUT of de instelmogelijkheden ervan op de autoradio werken niet: Controleer of de subwoofer correct is aangesloten op de SUB-OUT uitgang van de autoradio, anders hebben de opties in de geluidsinstellingen geen effect.

De fout/het probleem wordt hier niet vermeld. De autoradiofunctie werkt niet zoals verwacht/ De autoradio gedraagt zich niet zoals verwacht: Zet de radio terug naar de fabrieksinstellingen via MENU -> VARIOUS -> NORMSET. Controleer of de software up-to-date is. Actuele software-updates zijn beschikbaar op onze website of kunnen worden besteld via onze service. Opmerking: Een gedetailleerde beschrijving van de fout en de huidige software van de radio zijn noodzakelijk als u contact opneemt met de service.NL

Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BLAUPUNKT

Model : Frankfurt RCM 82 DAB

Categorie : Autoradio