Elco Thision S PLUS - Cv-ketel

Thision S PLUS - Cv-ketel Elco - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Thision S PLUS Elco in PDF-formaat.

📄 500 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 12 vragen ⚙️ Specs
Notice Elco Thision S PLUS - page 403
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Italiano IT Nederlands NL
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
MerkElco
ModelThision S PLUS
ProducttypeCV-ketel
BrandstofGas of olie (afhankelijk van configuratie)
Nominaal vermogenTot 2000 kW (afhankelijk van versie)
RegelingDigitale regelaar LMS met buitensensor
VerwarmingscircuitsTot 2 circuits met mengventiel
SWW-voorbereidingJa, met antilegionellafunctie
HoofdfunctiesWeersafhankelijke regeling, tijdsprogrammering, optimalisatie, vakantiemodus, schoorsteenvegerfunctie, automatisch ontluchten
Display en bedieningDigitaal scherm met navigatietoetsen
VorstbeveiligingJa, voor ketel en installatie
VeiligheidSTB, veiligheidsthermostaat, vlambeveiliging, drukschakelaar
Gepland onderhoudInstelbare intervallen (bedrijfsuren, starts, maanden)
OmgevingMogelijke zonnefunctie, cascaderegeling
Onderhoud en reinigingOntluchten circuits, controleren sensoren, periodiek reinigen brander
Reserveonderdelen en repareerbaarheidSensoren, kleppen, pompen, uitbreidingsmodules beschikbaar
AfmetingenOngeveer 600 x 800 x 400 mm (schatting)

Veelgestelde vragen - Thision S PLUS Elco

Hoe stel ik de gewenste kamertemperatuur in?
Draai aan de draaiknop om de comforttemperatuur te wijzigen. Bevestig met OK of wacht 5 seconden. Het instelbereik is 10 tot 30°C in stappen van 0,5°C.
Hoe programmeer ik de verwarmingstijden?
Ga naar het menu 'Tijdsprogramma' via de OK-toets. Selecteer het circuit (CC1, CC2, enz.). Kies de fasen (maximaal 3 per dag) en stel de aan/uit-tijden in. U kunt ook voorinstellingen gebruiken (MA-ZO, MA-VR, enz.).
Wat betekent het moersleutelsymbool op het scherm?
Het moersleutelsymbool geeft aan dat de handmatige modus is geactiveerd. In deze modus volgt de regelaar de programma's niet, maar werkt volgens een vaste instelling (instelbaar in parameter 2214, standaard 60°C). Om te deactiveren, drukt u kort op de handmatige modus-knop.
Hoe activeer ik de vakantiemodus?
In het menu 'Vakantie' selecteert u de periode (begin en einde) en het gewenste temperatuurniveau (verlaagd of vorstvrij). De vakantiemodus is alleen actief in de automatische modus.
Hoe interpreteer ik foutcodes?
Wanneer een fout optreedt, verschijnt het alarmpictogram. Druk op de Info-toets om de code te zien (bijv. 30: aanvoersensor 1). Raadpleeg de foutcodetabel in de handleiding om de storing te identificeren. Een reset van 3 seconden op de Reset-toets kan bepaalde fouten vrijgeven.
Wat is het aanbevolen regelmatige onderhoud?
Het onderhoud omvat het controleren van de onderhoudsdrempels (bedrijfsuren brander, aantal starts, interval in maanden). De parameters zijn instelbaar op regels 7040-7045. Er verschijnt een onderhoudsmelding wanneer een drempel is bereikt. Schakel een professional in.
Hoe stel ik de temperatuur van het warm tapwater in?
In het SWW-menu kunt u de comfortinstelling (regel 1610, max 80°C) en de verlaagde instelling (regel 1612) instellen. Gebruik de SWW-toets om de bereiding in/uit te schakelen volgens het tijdsprogramma.
Kan ik een zonnesysteem aansluiten?
Ja, de LMS-regelaar ondersteunt een zonne-installatie voor SWW en/of verwarming. De zonneparameters bevinden zich in het menu 'Zonne-energie' (regels 3810 e.v.). U kunt de in/uit-temperatuurdrempels, vorstbeveiliging en prioriteit configureren.
Hoe voer ik handmatig ontluchten van de circuits uit?
Activeer de ontluchtingsfunctie via parameter 7146 (aan) en kies het type (continu verwarmingscircuit, cyclisch, enz.). De ontluchting kan worden onderbroken door de parameter op 'Uit' te zetten. Er is ook een automatische ontluchtingsfunctie (regel 2630).
Waar vind ik het telefoonnummer van de klantenservice?
Het telefoonnummer van de klantenservice kan worden geregistreerd in parameter 7170. Het wordt weergegeven op het scherm in de informatiemodus. Neem contact op met uw installateur of de fabrikant Elco om dit nummer te verkrijgen.

Gebruikersvragen over Thision S PLUS Elco

2 vragen over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Hoe werken de dagelijkse verwarmingslimiet (Tagesheizgrenze) en de zomer-winter schakelaar (Sommer-Winter-Schaltung) samen op de Thision S PLUS?
Veelgestelde Vragen - 6 j
Antwoord Notice-Facile

Op de Thision S PLUS werken deze twee functies complementair om de verwarming te optimaliseren volgens een cascadesysteem. De Sommer-Winter-Schaltung (zomer-winter schakelaar, regel 730) is de belangrijkste seizoensregulator die het systeem elk jaar automatisch schakelt op basis van de temperatuurvoorwaarden. In de wintermodus werkt de verwarming volgens de gedefinieerde programma's en limieten; in de zomermodus werkt alleen de sanitaire verwarming. Deze schakeling gebeurt automatisch in de Automatische modus en houdt rekening met de gladgestreken buitentemperatuur om het gebouw aan de thermische inertie aan te passen. Het werkt alleen als je niet in de modus 'Dauernd Komforttemperatur' (permanente comfort) bent.

De Tagesheizgrenze (dagelijkse verwarmingslimiet, regel 732) is een fijne regulator die de dagelijkse werking van de verwarming verfijnt, ter aanvulling van de seizoensschakeling. Het werkt alleen als de wintermodus actief is (anders heeft het geen effect). De belangrijkste rol is om snel te reageren op schommelingen in de buitentemperatuur tijdens overgangsperioden (lente en herfst). Bijvoorbeeld, met een comfortniveau van 22°C en een limiet van -3°C, schakelt de verwarming uit bij 19°C en schakelt weer in bij 18°C. Deze functie voorkomt dat de verwarming onnodig werkt op mildere winterdagen.

De parameter Verlängerung Tagesheizgrenze (regel 733) beïnvloedt hoe de dagelijkse limiet reageert op de herstart van de verwarming. Als je 'Nein' (Nee) kiest, schakelt de dagelijkse limiet alleen op basis van de huidige buitentemperatuur. Als je 'Ja' (Ja) kiest, houdt het ook rekening met de gladgestreken buitentemperatuur (bewegend gemiddelde), wat de verwarmingscycli verlengt en meer thermische stabiliteit biedt.

Samenvattend ontvouwt de cascaderende werking zich als volgt: eerst beslist de zomer-winter schakelaar of de verwarming het hele jaar door kan werken (grof seizoensfilter). Vervolgens verfijnt de dagelijkse limiet in de wintermodus alleen de werking dag na dag op basis van de werkelijke temperatuurvariaties. Deze organisatie maakt het mogelijk om seizoensgebonden energiebesparingen te combineren met dagelijkse thermische responsiviteit, zonder te verwarmen op abnormaal milde dagen of energie te verspillen in de permanente comfortmodus.

Reageer (wees de eerste)
Hoe stel je de dagelijkse verwarmingslimiet (Tagesheizgrenze) in op de Thision S PLUS?
Veelgestelde Vragen - 6 j
Antwoord Notice-Facile

De dagelijkse verwarmingslimiet op de Thision S PLUS wordt geconfigureerd via het professionele instellingenmenu. Hier is de exacte procedure:

Toegang tot het configuratiemenu

  • Houd de INFO-toets 4 seconden ingedrukt op het bedieningspaneel.
  • Selecteer “Service-niveau”.
  • Navigeer naar het menu “Verwarming”.

Locatie van de instellingen

Afhankelijk van uw verwarmingscircuit gaat u naar:

  • CC1 Circuit: Regel 732 (Dagelijkse verwarmingslimiet)
  • CC2 Circuit: Regel 1032 (Dagelijkse verwarmingslimiet)

Waarde instellen

Gebruik de draaiknop om naar de betreffende regel te gaan en voer vervolgens een waarde in tussen -10°C en +10°C. Hoe hoger de waarde, hoe eerder de verwarming zal stoppen bij mild weer.

Aanvullende instelling

Op de volgende regel (733 voor CC1 / 1033 voor CC2) stelt een instelling “Verleng dagelijkse verwarmingslimiet” (Ja/Nee) u in staat om de activering van de verwarming al dan niet te verlengen boven deze drempel.

Praktische tip

Deze limiet fungeert als een dagelijkse filter: het voorkomt dat de verwarming wordt geactiveerd als de buitentemperatuur de gedefinieerde drempel overschrijdt, zelfs in de wintermodus. Het is bijzonder nuttig om het verbruik te verminderen op dagen aan het einde van de herfst of het begin van de lente.

Reageer (wees de eerste)

Download de handleiding voor uw Cv-ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Thision S PLUS - Elco en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Thision S PLUS van het merk Elco.

GEBRUIKSAANWIJZING Thision S PLUS Elco

Korte beschrijving/kenmerken/functies.... 3

Bedieningselementen.... 4

Beschrijving display programmering.... 5

Kort overzicht van de hoofdfuncties van de elektronische regelaar.... 6

Parameterinstellingenen eindgebruiker.... 7

Parameterinstellingenen verwarmingsinstallateur.... 10

Info-weergave, handmatige bediening, functie schoorsteenveger.... 33

Foutmelding / onderhoud.... 34

Gedetailleerde instellingen

Menu tijd datum / bedieningseenheid 37

Menu tijdprogramma / vakantie.... 39

Menu verwarmingsgroepen.... 41

Menu tapwater.... 51

Menu verbruikerscircuit.... 55

Menu zwembad.... 56

Menu voorregelaar circulatiepomp.... 57

Menu ketel.... 59

Menu caskade.... 64

Menu zonne-energie.... 66

Menu vaste brandstofketel.... 70

Menu buffertank.... 71

Menu tapwaterbuffer.... 74

Menu configuatie.... 78

Menu LPB.... 89

Menu Fout; onderhoud/service.... 91

Menu in- / uitgangstest, status.... 94

Menu diagnose.... 95

Menu branderautomaat.... 96

Notities 97

Korte beschrijving, kenmerken functies

Korte beschrijving

De regeling LMS is een weersafhankelijke digitale verwarmingsregeling voor twee mengverwarmingskringen, en ook de tapwaterbereiding, cascadering en de branderautomaat voor de brander. Bovendien zijn verschillende aanvullende functies in te schakelen.

De verwarmingsregeling berekent met behulp van de buitentemperatuursensor de noodzakelijke gewenste temperaturen voor de ketel en de verwarmingskringen en stuurt de tapwaterbereiding.

Met extra inschakelbare optimalisatie- functies is een optimale energie- besparing te bereiken.

Kenmerken

Verwarmingsinstelling met volgende functies

• Bedrijfswijze verwarming, tapwater
- Instelling gewenste waarde voor verwarming, tapwater
- Infotoets
• Handmatige functies
• Schoorsteenvegerfunctie
- Reset toets

Functions

Weersafhankelijke warmteregeling voor max. twee mengkringen.

Tapwatersturing met vrijgave en voorgave van de gewenste waarde

  • Extra in te schakelen tijdgestuurde circulatiepomp
  • Display verlicht, voor status- en functieaanduidingen in duidelijke tekst in meer talen
  • Automatische omschakeling tussen zomer- en wintertijd
  • Van te voren ingestelde standaardtijdprogramma's voor verwarming en tapwaterbereiding.
  • Individueel schakelprogramma met schakeltijden volgens de installatieconfiguratie van de regelaar.
  • Vakantieprogramma voor elke verwarmingskring
  • Emissiecontrole / schoorsteenveger met automatische retourschakeling bij normale functie
  • Estrik droogfunctie
    • Buffertankmanagement
  • Opwekkingsblokkade
    • Brandervraag boven 0-10Vdc
  • Zonne-energie tapwater en verwarmingsondersteuningsfunctie
  • Extra inschakelbare zwembadregeling
  • Geïntegreerde cascadefunctie bij installaties die beschikken over meer ketels

  • Ruimtetemperatuurregeling via accessoire QAA 75 / 78
    • QAA 75 met tweedraadsbus
    • QAA 78 met radioverbinding

  • Instelling van radiatoren of vloerverwarmingskringen met aanpassing van de programma's
  • Automatische verwarmingscurveaanpassing extra inschakelbaar
  • Verwarmingsoptimalistatie met snelverwarming extra inschakelbaar
  • Behoefteafhankelijke verwarmingsuitschakeling
  • Instelbare minimum en maximum aanvoertemperaturen
  • Pompnadraaitijd
  • Geïntegreerde bedrijfsurenteller
  • Thermische ontsmetting van het tapwater inschakelbaar (legionellaschakeling)
  • Vorstbeveiliging van ketel en installatie
  • 2 draad businterface voor regelaccessoires
  • Mogelijkheid voor LPB-bus-via accessoire OCI 345

Elco Thision S PLUS - Functions - 1

A Aan/uit schakelaar

B Terugtoets (ESC)

C Ruimtetemperatuurregelknop

D Bevestigingstoets (OK)

E Handbedrijffunctietoets

F Schoorsteenvegerfunctietoets

G Infotoets

H Reset toets

I Bedrijfswijzetoets

verwarmingstoets(en)

L Display

M Bedrijfswijzetoets drinkwater

Bedrijfswijzetoets drinkwater (M)

Om de drinkwaterbereiding in te schakelen (balk in het display onder de waterkraan)

Bedrijfswijzetoets verwarmings- kring(en) (I)

Om 4 verschillende verwarmings- bedrijfswijzen in te stellen: Auto tijd: Automatische wijze volgens tijdprogramma Zon 24 h: verwarmen tot nominale comforttemperatuur Maan 24 h: verwarmen tot gereduceerde waarde Beveiligingsbedrijf: verwarming uitgeschakeld, vorstbescherming is actief

Display (L)

Infotoets (G)

Oproepen van de volgende informatie zonder invloed op de regeling: temperaturen, bedrijfstoestand verwarming/tapwater, foutmeldingen

Ruimtetemperatuur - regelknop (C)

  • Om de ruimtecomforttemperatuur te wijzigen
  • Met deze draaiknop kunnen bij het programmeren instellingen gekozen en gewijzigd worden.

Bevestigingstoets OK (D)

Terugtoets ESC (B)

Deze beide toetsen worden samen met de grote draaiknop - + voor het programmeren en configureren van de regeling gebruikt. Instellingen die niet met de bedieningselementen bediend kunnen worden, gebeuren via de programmering. Door de ESC-toets in te drukken, gaat u telkens een stap terug; veranderde waarden worden daarbij niet overgenomen.

Om naar het volgende bedieningsniveau te gaan of om veranderde waarden op te slaan, wordt op de OK-toets gedrukt.

Handbedrijf- functietoets (E)

Door het indrukken van de toets bevindt zich de regelaar in de handbedrijfsfunctie, alle pompen lopen, de mengklep wordt niet meer aangestuurd, de brander wordt op 60°C gezet. (Aanduiding door schroefsleutelsymbool).

In/uit schakelaar (A)

Positie 0:

Geheel het apparaat en alle aan het apparaat aangesloten elektrische componenten zijn spanningsloos. De vorstbescherming is niet gegarandeerd.

Positie I

Het apparaat en de aan het apparaat aangesloten componenten zijn bedrijfsklaar.

Schoorsteenveger functietoets (F)

Door kort op de toets te drukken gaat de ketel in de bedrijfstoestand voor de emissiemeting. Deze functie moet worden gedeactiveerd (aanduiding door schroefsleutel.)

Reset toets (H)

Door kort op de toets (> 3s) te drukken wordt de vergrendeling van de brander opgeheven.

Beschrijving display

Programmering

Tapwatermodus kiezen Verwarmingsmodus kiezen Regelaarstopfunctie bij toetsdruk > 3 s Display Infotoets Menu verlaten Reset ESC OK Bevestigen Handfunctie (ontluchtingsfunctie bij toetsdruk > 3s) Reset Selecteren Naar rechts/links draaien Schoorsteenfunctie

Elco Thision S PLUS - Programmering - 2

Verwarmen met de gewenste comfortwaarde

Elco Thision S PLUS - Programmering - 3

Verwarmen met de gewenste gereduceerde waarde

Elco Thision S PLUS - Programmering - 4

Verwarmen met de gewenste vorst- beschermingswaarde

Elco Thision S PLUS - Programmering - 5

Proces bezig – a.u.b. wachten

Elco Thision S PLUS - Programmering - 6

Brander in werking (enkel olie-/gasketel)

Elco Thision S PLUS - Programmering - 7

Foutmeldingen

INFO

Infoniveau geactiveerd

PROG

Programmering geactiveerd

ECO

Verwarming tijdelijk uitgeschakeld; ECO-functie actief

Elco Thision S PLUS - Programmering - 8

Vakantiefunctie actief

Elco Thision S PLUS - Programmering - 9

Betrekking op de verwarmingskring

Elco Thision S PLUS - Programmering - 10

Handbedrijf / schoorsteenvegerfunctie Nr. Nummer van de bedieningsregel (parameternummer)

Elco Thision S PLUS - Programmering - 11

Toets OK indrukken (1x)

Eindgebruiker

  • gewenst menu
  • met toets OK bevestigen
  • gewenste parameter selecteren
  • met toets OK bevestigen
  • met + - wiel veranderen
  • met toets OK bevestigen
  • met toets ESC terug

Basisweergave

(toetsen)

Toets OK indrukken (1x)

Toets INFO indrukken (4 sec.)

Inbedrijfstelling Vakman

  • gewenste gebruikerniveau selecteren
  • met toets OK bevestigen
  • gewenst menu
  • met toets OK bevestigen
  • gewenste parameter selecteren
  • met toets OK bevestigen
  • met + - wiel veranderen
  • met toets OK bevestigen
  • met toets ESC terug

Kort overzicht van de hoofdfuncties van de elektronische regelaar

ToetsActieWerkwijzeWeergave/functie
GewensteElco Thision S PLUS - Kort overzicht van de hoofdfuncties van de elektronische regelaar - 1kamertemperatuur instellenVG2 samen met VG1Draaiknop links/rechts bedienenDraaiknop opnieuw draaienOpslaan met de toets OKof 5 sec. wachten of:Druk op de toets [ESC]Gewenste comfortwaarde met knipperende temp.weergaveKnipperende temperatuurweergave in stappen van 0,5 °Cvan 10,0 ... 30 °CGewenste comfortwaarde AangenomenGewenste comfortwaarde niet Aangenomen- Na 3 sec. verschijnt de basisweergave
gewensteElco Thision S PLUS - Kort overzicht van de hoofdfuncties van de elektronische regelaar - 2ruimtetemperatuur voor VG1 of VG2 instellen2. VG onafhankelijk van VG1Draaiknop links/rechts indrukkenToets OKDraaiknop links/rechts indrukkenOpslaan met toets OKof 5 sec. wachtenof – indrukken van toets [ESC]Verwarmingskring selecterenVerwarmingskring wordt overgenomen knipperende temperatuuAanduiding in 0,5 °C stappen van 10,0-30°CComfortinstelling overgenomenComfortinstelling niet overgenomen- na 3 sec. verschijnt basisinstelling
Elco Thision S PLUS - Kort overzicht van de hoofdfuncties van de elektronische regelaar - 3TapwaterfunctieAAN- of UIT-schakelenDruk op toetsTapwaterfunctie Aan/Uit(Segmentbalk onder tapwatersymbool zichtbaar/onzichtbaar)- Aan: tapwaterbereiding volgens schakelprogramma- Uit: geen tapwaterbereiding- Beschermingsfunctie actief
Elco Thision S PLUS - Kort overzicht van de hoofdfuncties van de elektronische regelaar - 4Bedrijfsmodus wisselenFabrieksinstelling1x druk op toetsnog een keer op knop drukkennog een keer op knop drukkenAutomatische functie Aan, met:- Verwarmingsfunctie volgens tijdprogramma- Gewenste temperatuur waarden volgens verwarmingsprog.- Beschermingsfuncties actief- Zomer/winter automatische wijziging actief- ECO-functies actief(Segmentbalk met daarbij horend symbool zichtbaar)Voortdurend COMFORT verwarmen Aan, met:- Verwarmingsfunctie zonder tijdprogramma op gewenste comfortwaarde- Beschermende functies actiefVoortdurend GEREDUCEERD verwarmen, Aan met:- Verwarmingsfunctie zonder tijdprogramma op gewenste gereduceerde waarde- Beschermingsfuncties actief- Zomer/winter automatische wijziging actief- ECO-functies actiefBeschermende functie Aan met- Verwarmingsfunctie uitgeschakeld- Temperatuur volgens vorstbescherming- Beschermingsfuncties actief
Regelaarstopfunctie 1 x drukken op toets (> 3s) nog een keer op toets drukken (> 3s)304: Regelaarstopfunctie Gewenste waarde instellenna 3 s verschijnt basisinstelling
Elco Thision S PLUS - Kort overzicht van de hoofdfuncties van de elektronische regelaar - 5Weergave van verschillende inlichtingen1 x druk op de toetsHerhaalde druk op de toetsHerhaalde druk op de toets......druk op de toetsINFO-segment wordt ingevoegd- Status ketel - Kamertemperatuur- Kamertemperatuur min.- Status drinkwater - Ruimtetemperatuur max.- Status verw. kring 1 - Buitentemperatuur- Status verw. kring 2 - Buitentemperatuur min.- Buitentemperatuur max.- Uur / datum - Tapwatertemperatuur 1- Foutmelding - Keteltemperatuur- Onderhoudsmelding - Aanvoertemperatuur(weergave van de inforegels is afhankelijk van de configuratie)Terug naar de basisweergave: INFO-segment verdwijnt
Elco Thision S PLUS - Kort overzicht van de hoofdfuncties van de elektronische regelaar - 6Bedrijfswijze volgens manueel in te stellen gewenste waarden Wijziging van de door de fabriek ingestelde keteltemperatuurkorte druk op toetskorte druk op toetskorte druk op toetskorte druk op toetskorte druk op toetskorte druk op toetskorte druk op toetskorte druk op toetskorte druk op toetskorte druk op toetskorte druk op toetskorte druk op toetskorte druk op toetskorte druk op toetskorte druk op toetskorte druk op toetskorte druk op toetskorte druk ontrukken op toets (> 3 s)opnieuw drukken op toets( > 3 s)Handbedrijf Aan (Symboolschroefsleutel zichtbaar) – Verwarmingsbedrijf op van te voren ingestelde keteltemperatuur(Fabrieksinstelling = 60 °C)301: Handbedrijf gewenste waarde handbedrijf instellen? knipperende temperatuur Aanduiding gewenste temperatuur InstellenStatus ketelHandbedrijf uit (symboolschroefsleutel verdwijnt)
Ontluchtingsfunctie 1x drukken op toets (> 3 s)opnieuw drukken op toets( > 3 s)312: Ontluchtingsfunctie AanOntluchtingsfunctie UIT
Activering schoorsteenvegerfunctieDruk op toets (< 3 s) opnieuw drukken op toets (< 3 s)Schoorsteenfunctie AanSchoorsteenfunctie Uit
Korte tijd dalen van de ruimtetemperaruu bij QAA75 / 78Druk op toetsopnieuw drukken op toetsVerwarmen op gewenste gereduceerde waardeverwarmen op gewenste comfortwaarde
RESETReset-toetsDruk op toets (> 3 s)Apparaat wordt ontgrendelde, alarmklok verdwijnt

Elco Thision S PLUS - Kort overzicht van de hoofdfuncties van de elektronische regelaar - 7

OK

= bevestiging

Elco Thision S PLUS - Kort overzicht van de hoofdfuncties van de elektronische regelaar - 8

= afbreken resp. terug naar basisinstelling

  • Basisweergave „keteltemperatuur“
  • 1 x OK – toets indrukken
  • met de + - draaiknop bijv. „menu tapwater“ selecteren
  • 1 x OK – toets indrukken

met de + - draaiknop bijv. in het menu tapwater „parameter Nr. 1612 gewenste gereduceerde temperatuur " kiezen

  • 1 x OK – toets indrukken
    • met de + - draaiknop actuele waarde wijzigen
  • 1 x OK – toets indrukken -> waarde is opgeslagen
  • met 2 x ESC- toets terug naar de basisweergave „keteltemperatuur . . .“
Menukeuze BedieningsregelKeuzemogelijkheidEenheidMin.MaxFabrieks-Instellingen*
Tijd en datum1Uren/minuten hh:mm00:00 23.59
2Dag/maand tt:MM01.01 31.12.
3Jaar jjj2004 2099
Bedieningseenheid20Taal-Engels, Duits, Frans, Italiaans, Deens, Nederlands, Spaans, Tsjechisch, Sloveens, Turks
Tijdprogramma verwarmingskring 1500Voorkeuze-ma-zo, ma-vr, za-zoma, di, wo, do, vr, za, zo
501ma-zo: 1 fase Aanhh:mm00:00 24:00
502ma-zo: 1 fase Uithh:mm00:00 24:00
503ma-zo: 2 fase Aanhh:mm00:00 24:00
504ma-zo: 2 fase Uithh:mm00:00 24:00
505ma-zo: 3. fase Aanhh:mm00:00 24:00
506mo-zo: 3 fase Uithh:mm00:00 24:00
516Standaardwaarden-janee
Tijdprogramma verwarmingskring 2 (alleen wanneer geactiveerd)520Voorkeuze-ma-zo, ma-vr, za-zoma, di, wo, do, vr, za, zo
521ma-zo: 1 fase Aanhh:mm00:00 24:00
522ma-zo: 1 fase Uithh:mm00:00 24:00
523ma-zo: 2 fase Aanhh:mm00:00 24:00
524ma-zo: 2 fase Uithh:mm00:00 24:00
525ma-zo: 3. fase Aanhh:mm00:00 24:00
526mo-zo: 3 fase Uithh:mm00:00 24:00
536Standaardwaarden-janee
Tijdprogramma 3/VG3540Voorkeuze-ma-zo, ma-vr, za-zooma, di, wo, do, vr, za, zo
541ma-zo: 1 fase Aanhh:mm00:00 24:00
542ma-zo: 1 fase Uithh:mm00:00 24:00
543ma-zo: 2 fase Aanhh:mm00:00 24:00
544ma-zo: 2 fase Uithh:mm00:00 24:00
545ma-zo: 3. fase Aanhh:mm00:00 24:00
546mo-zo: 3 fase Uithh:mm00:00 24:00
556Standaardwaarden-janee

*Zie handleiding ketel

Parameterinstellingen eindgebruiker

Menukeuze BedieningsregelKeuzemogelijkheidEenheidMin.MaxFabrieks-Instellingen*
Tijdprogramma 4/TAPW560Voorkeuze-ma-zo, ma-vr, za-zoma, di, wo, do, vr, za, zo
561ma-zo: 1 fase Aanhh:mm00:0024:00
562ma-zo: 1 fase Uithh:mm00:0024:00
563ma-zo: 2 fase Aanhh:mm00:0024:00
564ma-zo: 2 fase Uithh:mm00:0024:00
565ma-zo : 3. fase Aanhh:mm00:0024:00
566mo-zo: 3 fase Uithh:mm00:0024:00
576Standaardwaarden-janee
Tijdprogramma 5600Voorkeuze-ma-zo, ma-vr, za-zoma, di, wo, do, vr, za, zo
601ma-zo: 1 fase Aanhh:mm00:0024:00
602ma-zo: 1 fase Uithh:mm00:0024:00
603ma-zo: 2 fase Aanhh:mm00:0024:00
604ma-zo: 2 fase Uithh:mm00:0024:00
605ma-zo : 3. fase Aanhh:mm00:0024:00
606mo-zo: 3 fase Uithh:mm00:0024:00
616Standaardwaarden-janee
Verwarmingskring vakantie 1641Voorkeuze-Periode 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8
642Periode begin/dag/maandtt.MM01.0131.12
643Periode eind/dag/maandtt.MM01.0131.12
648Bedrijfsniveau-VorstbeschermingGereduceerd
Verwarmingskring vakantie 2 (alleen wanneer geactiveerd)651Voorkeuze-Periode 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8
652Periode begin/dag/maandtt.MM01.0131.12
653Periode eind/dag/maandtt.MM01.0131.12
658Bedrijfsniveau-VorstbeschermingGereduceerd
Verwarmingskring 1710Gewenste comfortwaarde°CWaarde uit regel 71235
712 Gewenste gereduceerde waarde°C4Waarde uit regel 710
714 Gewenste vorst-beschermingswaarde°C4Waarde uit regel 712
720Karakteristieke Steilheid-0.104.00
730 Zomer-/winter-verwarmingsgrens°C---/830
Verwarmingskring 2 (alleen wanneer geactiveerd)1010Gewenste comfortwaarde°CWaarde uit regel 101235
1012Gewenste gereduceerde waarde°C4Waarde uit regel 1010
1014Gewenste vorst-beschermingswaarde°C4Waarde uit regel 1012
1020Karakteristieke Steilheid-0.104.00
1030Zomer-/winter-verwarmingsgrens°C---/830
Tapwater1610Nominale gewenste waarde°CWaarde uit regel 161280
1612Gereduceerde gewenste waarde°C8Waarde uit regel 1610

*Zie handleiding ketel

Parameterinstellingen eindgebruiker

Menukeuze BedieningsregelKeuzemogelijkheidEenheidMin.MaxFabrieks-Instellingen*
Zwembad2055 Zwembad gewenste waarde verwarming zonne-energie°C 880
2056 Zwembad gewenste waarde bronverwarming°C 880
Ketel 2214 Gewenste waardehandmatige functie°C1090
Fout6700Foutmelding---alleen aanduiding
6705SW diagnose code---alleen aanduiding
6706FA fase stoorstand---alleen aanduiding

*Zie handleiding ketel

Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur

• Basisweergave "keteltemperatuur"
• 1 x OK-toets indrukken
- Info-toets 4 sec. drukken met de +-draaiknop ingebruikname of niveau vakman kiezen
• 1 x OK-toets indrukken
• met de +-draaiknop bijv. „menu drinkwater“ kiezen
• 1 x OK-toets indrukken
- met de +-draaiknop bijv. in het menu drinkwater „parameter nr. 1612 gereduceerde gewenste temperatuur “ kiezen
• 1 x OK-toets indrukken
• met de +-draaiknop de actuele waarde veranderen
- 1 x OK-toets indrukken -> waarde is opgeslagen
- met 2 x ESC-toets terug naar de basisweergave „keteltemperatuur“

Overzicht van de parameters voor ingebruikname

De grijs gestreepte parameterregels zijn alleen zichtbaar in het niveau ingebruikname.

De volledige parameterlijst is zichtbaar op niveau vakman.

Menukeuze Bedienings-regelKeuzemogelijkheidEenheidMin.Max.Fabrieks-Instellingen*
Uur en datum1Uren/minutenhh:mm00:0023.59
2Dag/maandtt:MM01.0131.12.
3Jaarjjj20042099
5Zomertijdbegin dag/maandtt:MM01.0131.12.
6Zomertijdeinde dag/maandtt:MM01.0131.12.
Bedienings-een-heid20Taalkeuze-Engels, Duits, Frans, ItaliaansNederlands, Pools
22Info-Tijdelijk Permanent
26Blokkering bediening-Aan Uit
27Blokkering programmering-Aan Uit
28Bedieningseenheiddirecte wijziging-Opslaan met bevestigingOpslaan automatisch
44Bediening VG2-Gemeenschappelijk met Hk1onafhankelijk
46Bediening VG P-Gemeenschappelijk met Hk1onafhankelijk
70Software versie-099.0
Tijdprogramma Verwarmings-groep 1500Voorkeuze-ma, di, wo, do, vr.za, zo
501ma-zo: 1. fase Aanhh:mm00:0024:00
502ma-zo: 1. fase Uithh:mm00:0024:00
503ma-zo: 2. fase Aanhh:mm00:0024:00
504ma-zo: 2. fase Uithh:mm00:0024:00
505ma-zo: 3. fase Aanhh:mm00:0024:00
506ma-zo: 3. fase Uithh:mm00:0024:00
516Standaardwaarden-ja nee
Tijdprogramma Verwarmings-groep 2(alleen wanneergeactiveerd)520Voorkeuze-ma, di, wo, do, vr.za, zo
521ma-zo: 1. fase Aanhh:mm00:0024:00
522ma-zo: 1. fase Uithh:mm00:0024:00
523ma-zo: 2. fase Aanhh:mm00:0024:00
524ma-zo: 2. fase Uithh:mm00:0024:00
525ma-zo: 3. fase Aanhh:mm00:0024:00
526ma-zo: 3. fase Uithh:mm00:0024:00
536Standaardwaarden-ja nee
Tijdprogramma 3 Verwarmings-groep 3540Voorkeuze-ma, di, wo, do, vr.za, zo
541ma-zo: 1. fase Aanhh:mm00:0024:00
542ma-zo: 1. fase Uithh:mm00:0024:00
543ma-zo: 2. fase Aanhh:mm00:0024:00
544ma-zo: 2. fase Uithh:mm00:0024:00
545ma-zo: 3. fase Aanhh:mm00:0024:00
546ma-zo: 3. fase Uithh:mm00:0024:00
556Standaardwaarden-ja nee
Tijdprogramma 4 TAPW560Voorkeuze-ma, di, wo, do, vr.za, zo
561ma-zo: 1. fase Aanhh:mm00:0024:00
562ma-zo: 1. fase Uithh:mm00:0024:00
563ma-zo: 2. fase Aanhh:mm00:0024:00
564ma-zo: 2. fase Uithh:mm00:0024:00
565ma-zo: 3. fase Aanhh:mm00:0024:00
566ma-zo: 3. fase Uithh:mm00:0024:00
576Standaardwaarden-ja nee

*Zie handleiding ketel

Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur

Menukeuze BedieningsregelKeuzemogelijkheidEenheidMin.Max.Fabrieks-Instellingen*
Tijdprogramma 5600Voorkeuze-ma, di, wo, do, vr.za, zo
601ma-zo: 1. fase Aanhh:mm00:0024:00
602ma-zo: 1. fase Uithh:mm00:0024:00
603ma-zo: 2. fase Aanhh:mm00:0024:00
604ma-zo: 2. fase Uithh:mm00:0024:00
605ma-zo: 3. fase Aanhh:mm00:0024:00
606ma-zo: 3. fase Uithh:mm00:0024:00
616Standaardwaarden-ja nee
Verwarmings-groep vakantie 1641Voorkeuze-Periode 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8
642Periode begin dag /maandtt.MM01.0131.12
643Periode ende dag/maandtt.MM01.0131.12
648Bedrijfsniveau-Vorstbescherming, gereduceerd
Verwarmings-groep vakantie 2 (alleen wanneer geactiveerd)651Voorkeuze-Periode 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8
652Periode begin dag /maandtt.MM01.0131.12
653Periode ende dag/maandtt.MM01.0131.12
658Bedrijfsniveau-Vorstbescherming, gereduceerd
Verwarmings-groep 1700Bedrijfswijze VK1-Beveiligingsbedrijf, automatisch, gereduceerd
710Gewenste comfortwaarde°CWaarde uit regel. 71235
712 Gewenste gereduceerde waarde°CWaarde uit regel. 714Waarde uit regel. 710
714 Gewenste vorstbeschermings-waarde°C4Waarde uit regel. 712
720Karakteristieke steilheid-0.104.00
721Verschuiving karakteristiek°C-4.54.5
726Karakteristieke adaptie°CUit, Aan
730 Zomer-/winterverwarmingsgrens°C---/830
732Dagverwarmingsgrens°C---/-1010
733 Verlenging dagverwarmings-grens-Nee, ja
740 Minimum gewenste Aanvoertemperatuur°C8Waarde uit regel. 741
741 Maximale gewenste Aanvoertemperatuur°CWaarde uit regel. 74080
742Gew wrde aanv ruimtetherm°CWaarde uit regel. 740Waarde uit regel. 741
746Vertr. warmte vraags0600
750Ruimte-invloed%---/0100
760Ruimtetemperatuurbegrenzing°C---/0.54
770Snel opstoken°C---/020
780Snelle daling-Uit, tot gewenste gereduceerde waarde,tot gewenste vorstbeschermingswaarde
790Inschakeloptimalisatie max.min0360
791Uitschakeloptimalisatie max.min0360
800Gew wrde toename Red start°C---/3010
801Gew wrde toename Red einde°C-30Waarde uit regel. 800
820Oververhittings bev. pomp-Uit, Aan
830Mengklep verhoging°C050
832Aandrijving type-2-punt, 3-punt
833Schakeldifferentie 2-punt°C020
834Looptijd Aandrijvings30873
835P-band (Xp)°C1100
836Bijsteltijd (Tn)s10873

*Zie handleiding ketel

Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur

MenukeuzeBedienings-regelKeuzemogelijkheidEenheidMin.Max.Fabrieks-Instellingen*
Verwarmings-groep 1850 Vloerfunctie -Uit, functioneel verwarmen, bezettingsafhankelijk verwarmen / functioneel-/bezettingsafhankelijk verwarmen, manueel
851Vloerfunctie gew wrde hand°C0
855Vloerfunctie gemeten wrde°C-alleen Aanduiding
856Vloeruitdroging dag VG1-0
861Overtemperatuurafname VG1-Uit, verwarmingsfunctie, altijd
870Met opslag buffertank-Nee, ja
872Met voorregelaar/circ pomp-Nee, ja
890Gew. aanv corr. bij trntl regNee, ja
898Bedrijfsniveau-omschakeling-Vorstbescherming, gereduceerd, comfort
900Bedrijfswijze-omschakeling-Geen, beveiligingsbedrijf, gereduceerd, comfort, automatisch
Verwarmings-groep 2(alleen wanneer geactiveerd)1000Bedrijfswijzer VG2-Beveiligingsbedrijf, automatisch, gereduceerd
1010Gewenste waarde comfort°CWaarde uit regel. 71235
1012Gewenste reductiewaarde°CWaarde uit regel. 714Waarde uit regel. 710
1014Gewenste wrde vorst°C4Waarde uit regel. 712
1020Karakteristiek steilheid-0.104.00
1021Karakteristiek verschuiving°C-4.54.5
1026Karakteristiek adaptie°CUit, Aan
1030Zomer/Winter verw grens°C---/830
1032Dagverwarmingsgrens°C---/-1010
1033Verlenging 24-uurs verw gr-Nee, jaNee, ja
1040Min gewenste aanvoertemp°C8Waarde uit regel. 741
1041Max gewenste aanvoertemp°CWaarde uit regel. 74080
1042Gew wrde aanv ruimtetherm°CWaarde uit regel. 740Waarde uit regel. 741
1050Ruimte-invloed%---/0100
1060Ruimtetemperatuurbegrenzing°C---/0.54
1070Snelverwarmen°C---/020
1080Snelle verlaging-Uit, tot gewenste gereduceerde waarde, tot gewenste vorstbeschermingswaarde
1090Inschakel optimalisatie Max.min0360
1091Uitschakeloptimalisatie Max.min0360
1100Gereduceerde verhoging begin°C---/3010
1101Gereduceerde verhoging einde°C-30Waarde uit regel. 800
1120Oververhittings bev. pomp-Uit, Aan
1130Mengklep verhoging°C050
1132Aandrijving - regelingswijze-2-punt, 3-punt
1133Aandrijving schakeldifferentie°C020
1134Looptijd Aandrijvings30873
1135P-Band (Xp)°C1100
1136Bijsteltijd (Tn)s10873
1150Vloerfunctie -Uit, functioneel verwarmen, bezettingsafhankelijk verwarmen / functioneel-/bezettingsafhankelijk verwarmen, manueel
1151Gewenste vloerfunctie manueel°C095
1155Vloerfunctie gemeten wrde°C-- alleen Aanduiding
1156Vloeruitdroging dag VG2-032
1161Overtemperatuurafname VG2-Uit, verwarmingsbedrijf, altijd
1170VG2 met opslagtank-Nee, ja
1172VG2 met voorregelaar/circulatiepomp-Nee, ja
1190Gew. aanv corr. bij trntl regNee, ja
1198Bedrijfsniveau omschakeling-Vorstbescherming, gereduceerd, comfort
1200Bedrijfswijzeomschakeling-Geen, beveiligingsbedrijf, gereduceerd, comfort, automatisch

*Zie handleiding ketel

Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur

MenukeuzeBedienings-regelKeuzemogelijkheidEenheidMin.Max.Fabrieks-Instellingen*
Tapwater1600Tapwater-bedrijfswijze-Uit, Aan, Eco
1610 Tapw-nominale gewenste waarde°C 880
1612 Tapw-gereduceerde gewenste waarde°C 880
1620 Tapwatervrijgave -24h/dag, verwarmingsprogramma met voorverschuiving, tijdprogramma 4
1630 Drinkwater laadprioriteit -Absoluut, glijdend, geen (parallel), glijdend (absoluut)
1640 Legionellafunctie-Uit, periodiek, vaste weekdag
1641 Legionellafunctie periodiciteit-17
1642 Legionellafunctie dag-ma, di, wo, do, vr.za, zo
1644 Tijdstip voor legionellafunctieh:m00:0023:50
1645 Legionellafunctie gewenste waarde°C5595
1646 Verblijfsduur bij gewenste waarde legionellafunctiemin10360
1647 Circulatiepompfunctie gedurende legionellafunctie-Uit, Aan
1660 Tapwater circulatiepomp vrijgave-Tijdprogramma 3, Tapwatervrijgave, Tijdprogramma 4, Tijdprogramma 5
1661 Tapwater circulatiepomp cyclus-Uit, Aan
1663 Gewenste waarde tapwater circulatiepomp°C 880
1680 Bedrijfswijze-omschakeling tapwater-Geen, uit, Aan
Gebruikers-circuit 11859Maximaal gewenste aanvoertemp°C 8120
1874TAPW-laadprioriteit VK1-Nee, ja
1875Overtemperatuurafname VK1-Nee, ja
1878VK1 met buffertank-Nee, ja
1880VK1 met voorregelaar circ. pomp-Nee, ja
Gebruikers-circuit 21909Gewenste Aanvoertemperatuur 2°C 8120
1924Tapw-laadprioriteit VK2-Nee, ja
1925Overtemperatuurafname VK2-Nee, ja
1928VK2 met buffertank-Nee, ja
1930VK2 met voorregelaar circ. pomp-Nee, ja
Gebruikers-circuit 31959Gewenste Aanvoertemperatuur 3°C8
1974Tapw-laadprioriteit VK3-Nee, ja
1975Overtemperatuurafname VK3-Nee, ja
1978VK3 met buffertank-Nee, ja
1980VK3 met voorregelaar circ. pomp-Nee, ja
Zwembad2055 Zwembad gewenste waarde zonne-energie°C 880
2056 Zwembad gewenste waarde bronverwarming°C 880
2065 Laadprio zon-Prioriteit 1, Prioriteit 2, Prioriteit 3
2070 Zwembadtemp. maximum°C895
2080 Zwembad met zonnetoepassing-Nee, ja

*Zie handleiding ketel

Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur

MenukeuzeBedienings-regelKeuzemogelijkheidEenheidMin.Max.Fabrieks-Instellingen*
Voorregelaar circulatiepomp2110 Aanvoertemperatuur minimale begrenzing voorregelaar°C 895
2111Aanvoertemperatuur-maximale begrenzing voorregelaar°C 895
2121 Circulatiepomp bij opwekkingsblokkade- Uit,Aan
2130 Gewenste waarde voor-regelaarverhoging voor menger°C 050
2132 Aandrijving soort regeling voorregelaar- 2-punt, 3-punt
2133Aandrijving-schakel-differentiatie voorregelaar°C 020
2134 Looptijd Aandrijving voorregelaars 30873
2135P-Band (Xp) voorregelaar°C1100
2136Nasteltijd (Tn) voorregelaars10873
2150Voorregelaar / circulatiepomp-voor opslagtank, na opslagtank
Ketel2210Keteltemperatuur-minimumbegrenzing°C 895
2212 Keteltemperatuur maximumbegrenzing°C8120
2214 Gewenste waarde ketel handfunctie°C8120
2233 P-Band Xp verwarmingskringen°C1200
2234Nasteltijd (Tn) verwarmens4873
2235D-tijd (Tv) verwarmens030
2236P-Band Xp tapwater°C1200
2237Nasteltijd (Tn) tapwaters4873
2238D-tijd (Tv) tapwaters030
2241 Branderlooptijd - minimumbegrenzingmin020
2243Branderminimumpauzetijdmin060
2245 Max. regeldiff. zonder onderbreking minimumpauze°C 080
2250Pompnadraaitijdmin0240
2253Pompnadraaitijd na Tapwmin020
2270 Teruglooptemperatuurbegrenzing°C 895
2301 Ketelpomp bij opwekkingsblokkade-Uit, Aan
2305Werking opwekkingsblokkade-Alleen verwarmingsfunctie, verwarmings- en tapwaterfunctie
2316 Temperatuurverhoging maximum°C 080
2317 Temperatuurverhoging nominaal°C 080
2320 Ketelpompmodulatie-Geen, behoefte, gewenste ketelwaarde, temperatuurverhoging nominaal,
2321Aanlooptoerental ketelpomp%0100
2322 Pomptoerental Minimum Kessel%0100
2323Pomptoerental maximum ketel%0100
2324Toerental P-Band Xp ketel°C1200
2325Toerental nasteltijd ketels10873

*Zie handleiding ketel

Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur

Menu-keuzeBedienings-regelKeuzemogelijkheidEenheidMin.Max.Fabrieks-instellingen*
Ketel2326Toerental differentiatietijd ketels030
2329 Gewenste waardereductie pomp bij klein ketelvermogen°C 020
2330Nominaal vermogen ketelkW02000
2331 Nominaal vermogen eerste trapkW 02000
2334 Vermogen bij minimaal pomptoerental%0100
2335 Vermogen bij maximaal pomptoerental%0100
2441 Maximale ventilatiesnelheid bij verwarmingsfunctieO/min010000
2442 Max ventilatiesnelheid doorladingO/min010000
2444 Maximale ventilatiesnelheid bij tapwaterfunctieO/min010000
2445 Uitschakeling ventilator bij verwarmingsfunctie-Uit, Aan
2446 Ventilatieuitschakelvertragings0200
2450 Regelaarvertraging-Uit, Alleen verwarmingsbedrijf, Alleen Tapwater modus, Verw. en Tapw bedrijf
2452 Regelaarvertraging toerentalU/min010000
2453 Regelaarvertraging duurs0255
2470 Vertr. wrmtvrg spec. bedr.s0600
2630 Autom. ontluchtingsfunctie-Uit, Aan
2655 Inschakelduur ontluchtings0240
2656 Uitschakelduur ontluchtings0240
2657 Aantal herhalingen-0100
2662 Ontluchtingsduur verwarmings-kringmin0255
2663 Ontluchtingsduur tapwatermin0255
Cascade (alleen wanneer geactiveerd)3510 Cascade volgorde strategie-Laat Aan, vroeg uit; laat Aan, laat uit; vroeg Aan, laat Aan
3511 Min. belastings band%0100
3512 Max. belastings band%0100
3530 Vrijgave-integraal warmtebron°C*min0500
3531 Uitsch integr opw volgorde°C*min0500
3532 Herstartvergrendelings01800
3533 Inschakelvertragingmin0120
3534 Gedw tijd basistraps01200
3540 Auto opw volgorde omschh10990
3541 Auto opw volgorde uitgrens-Geen, eerste opwekker, laatste opwekker, eerste en laatste opwekker

*Zie handleiding ketel

Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur

MenukeuzeBedienings-regelKeuzemogelijkheidEenheidMin.Max.Fabrieks-Instellingen*
Cascade (alleen wanneer geactiveerd)3544Leidende opwekker- 1 16
3560Cascade gewenste terugloopwaarde minimum°C 8 95
Zonne-energie3810Temperatuurdifferentie Aan zonne-energie°C 0 40
3811Temperatuurdifferentie Uit zonne-energie°C 0 40
3812Minimale laadtemperatuur tapwateropslag°C 8 95
3813Temperatuurdifferentie Aan Opslagtank°C 0 40
3814Temperatuurdifferentie Uit Opslagtank°C 0 40
3815Minimale laadtemperatuur Opslagtank°C 8 95
3816Temperatuurdifferentiatie zwembad aan°C 0 40
3817Temperatuurdifferentie zwembad UIT°C 0 40
3818Minimale laadtemperatuur zwembad°C 8 95
3822Laadvoorrang opslag-Geen tapwateropslag, opslagtank
3825Laadtijd relatieve voorrangmin260
3826Wachttijd relatieve voorrangmin140
3827Wachttijd parallelfunctiemin040
3828Startvertraging secundaire pompens0600
3830Collectorstartfunctiemin560
3831Minimale looptijd collectorpomps5120
3834Gradiënt collectorstartfunctiemin/°C120
3840Collectorvorst-beschermingstemperatuur°C-205
3850Collectoroververhittings-beschermingstemperatuur°C30350
3860Verdampingstemperatuur warmtedrager°C60350
3870Pomptoerental minimum zonne-energie%0100
3871Pomptoerental maximum zonne-energie%0100
3880Soort van het vorstbeschermingsmiddelgeen (water), Ethyleenglycol, Propyleenglycol, Mengsel Ethyleen- en Propyleenglycol
3881Vorstbeschermingsmid-delconcentratie%1100
3884Volumestroom, zonne-energiepompl/h101500
3887Impulseenheidopbrengstl0100
Vaste stofketel4102Vaste brandstofketel blokkeert andere warmtetoestellenUit, Aan
4110Minimale gewenste waarde vaste brandstofketel°C8120
4130Temperatuurdifferentie een vaste brandstofketel°C 1 40
4131Temperatuurdifferentie Uit vaste brandstofketel°C 0 40
4133Vergelijkstemperatuur vaste brandstofketelTapwatersensor B3, drinkwatersensor B31, opslagtanksensor B4, opslagtanksensor B41, gewenste waarde aanvoer, gewenste minimum waarde
4141Overtemperatuurafvoer vaste brandstofketel°C60140
4170Installatievorstbescherming voor vaste brandstofketelUit, Aan
*Zie handleiding ketel

Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur

MenukeuzeBedienings-regelKeuzemogelijkheidEenheidMin.Max.Fabrieks-Instellingen*
Opslagtank4720 Automatische opwekkingsblokkade- Geen, met B4, met B4 en B42/B41
4721 Automatische opwekkingsblokkade schakeldifferentie°C 020
4722 Temperatuurdifferentiatie opslag/VG tot opwekkingvrijgave°C-2020
4724 Minimale opslagtanktemperatuur in°C 895
4750 Opslagtank laadtemperatuur maximum°C 895
4755 Herkoelingtemperatuur opslagtank°C 895
4756 Opslagtemperatuur herkoeling Tapw/VG's- Uit, Aan
4757 Opslagtank herkoeling collector-Uit, zomer, altijd
4783 Opslagtank met zonnetoepassing-Nee, ja
4790 Retouromleiding temperatuurdifferentiatie aan°C 040
4791 Retouromleiding temperatuurdifferentie uit°C 040
4795 Vergelijktemperatuur retouromleiding-Opslagtanksensor B4, opslagtanksensor B41, Opslagtanksensor B42
4796 Werkrichting retouromleiding-Retourtemperatuur-daling, Retourtemperatuur-verhoging
4800 Gewenste waarde opslagtank deellading°C 895
4810 Doorlading opslagtank-Uit, verwarmingsfunctie, altijd
4811 Doorlaadtemperatuur minimum°C 880
4813 Doorlading sensor-Met B4, Met B42/B41
Tapw-Opslagtank5010 Tapwaterlading-Eenmaal/dag, meer keren/ dag, Aan
5020 Tapwater gewenste Aanvoerverhoging°C 030
5021 Tapwater transferverhoging°C030
5022 Tapwater herladingregeling-Herladen, Doorladen, doorladen legio, Doorladen 1. Lading, Doorladen 1. Lading en Legio
5024 Tapwater schakeldifferentie°C020
5030 Tapwater laadtijdbegrenzingmin10600
5040 Tapwater ontladbescherming-Uit, altijd, automatisch
5050 Tapwater, laadtemperatuur maximum°C 895
5055 Tapwateropslag herkoelingtemperatuur°C 895
5056 Tapwateropslag herkoeling ketel/VG- Uit, Aan
5057 Tapwatertank herkoeling collector-Uit, zomer, altijd
5060 Tapwater elektr. verw. bedrijfswijze-Vervangend bedrijf, alleen in de zomer, altijd
5061 Drinkwater elektr. verw. regeling-24h/dag, tapwater vrijgave, tijdprogramma 4
5062 Tapwater Elektr. verw. Regeling-Externe thermostaat, tapwatersensor
5070 Tapwater automatische Push-Aan, uit
5085 Tapwatertank Overtemperatuurafname- Uit, Aan

*Zie handleiding ketel

Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur

MenukeuzeBedienings-regelKeuzemogelijkheidEenheidMin.Max.Fabrieks-Instellingen*
Tapw-tank5090Tapwatertank met opslagtank-Nee, ja
5092 Tapwatertank met voorregelaar / circ. pomp- Nee, ja
5093 Tapwatertank met zonnetoepassing- Nee, ja
5101Min pomptoerental tapwater%0100
5102 Pomptoerental maximum Tapwater% 0100
5130Transferstrategie-Uit, altijd, tapwatervrijgave
5131 Vergelijkingstemperatuur overladen-Tapwatersensor B3, tapwatersensor B31

*Zie handleiding ketel

Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur

MenukeuzeBedieningsregelKeuzemogelijkheidEenheidMin.Max.Fabrieks-Instellingen*
Configuratie 5700 Installatieschema voorinstelling- 1 4

Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur

MenukeuzeBedienings-regelKeuzemogelijkheidEenheidMin.Max.Fabrieks-Instellingen*
Configuratie5950Ingang H1 Functiekeuze-0: Geen1: BA-Omschakeling VG's+Tapw2: BA-Omschakeling Tapw3: BA-Omschakeling VG's4: BA-Omschakeling VG15: BA-Omschakeling VG26: BA-Omschakeling VG37: Opwekkingsblokkade8: Fout-/Alarmmelding9: Verbruikers Aanvraag VK110: Verbruikersvraag VK211: Verbruikersvraag VK312: Overtemperatuurafvoer13: Vrijgave zwembad zonne-energie14: Bedrijfsniveau Tapw15: Bedrijfsniveau VG116: Bedrijfsniveau VG217: Bedrijfsniveau VG318: Overtemperatuurafvoer VG119: Ruimtethermostaat VG220: Ruimtethermostaat VG321: Tapwater Flow switch22: Tapwaterthermostaat24:: Pulsteller28: Terugmelding rookgasklep29: Startblokkering31: Ketel-Flow switch32: Drukschakelaar ketel51: Verbruikersvraag VK1 10V52: Verbruikersvraag VK2 10V53: Verbruikersvraag VK3 10 V54: Drukmeting 10V58: Belastingsopgave 10V
5960 Ingang H3 Functiekeuze -
5951Soort contact H1-Rust, werk
5961Soort contact H3-
5953Spanningswaarde 1 H1V010
5954Functiewaarde1 H1--10005000
5955Spanningswaarde 2 H1V010
5956Functiewaarde2 H1--10005000
5970 Ingang H4 Functiekeuze -0: Geen1: BA-Omschakeling VG's+Tapw2: BA-Omschakeling Tapw3: BA-Omschakeling VG's4: BA-Omschakeling VG15: BA-Omschakeling VG26: BA-Omschakeling VG37: Opwekkerblokkering8: Fout-/Alarmmelding9: Verbruikersvraag VK110: Verbruikersvraag VK211: Verbruikersvraag VK312: Overtemperatuurafvoer13: Vrijgave zwembad zonne-energie14: Bedrijfsniveau Tapw15: Bedrijfsniveau VG116: Bedrijfsniveau VG217: Bedrijfsniveau VG318: Ruimtethermostaat VG119: Ruimtethermostaat VG220: Ruimtethermostaat VG321: Tapwater Flow switch22: Tapwaterthermostaat24:: Impulstelling28: Terugmelding rookgasklep29: Startblokkering31: Ketel-Flow switch32: Keteldrukschakelaar50: Doorstroommeting Hz

*Zie handleiding ketel

Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur

MenukeuzeBedienings-regelKeuzemogelijkheidEenheidMin. Max.Fabrieks-instellingen
Configuratie5971Soort contact H4-Rust, werk
5973Frequentiewaarde 1 H4-01000
5974Functiewaarde 1 H4--10005000
5975Frequentiewaarde 2 H4-01000
5976Functiewaarde 2 H4--1000
5977Ingang H5 functiekeuze-0: Geen1 BA-Omschakeling VG's+Tapw2 BA-Omschakeling Tapw3 BA-Omschakeling VG's4 BA-Omschakeling VG15 BA-Omschakeling VG26 BA-Omschakeling VG37 Opwekkingsblokkade8 Fout-/Alarmmelding9 Verbruikersvraag VK110 Verbruikersvraag VK211 Verbruikersvraag VK312 Overtemperatuurafoer13 Vrijgave zwembad zonne-energie14 Bedrijfsniveau Tapw15 Bedrijfsniveau VG116 Bedrijfsniveau VG217 Bedrijfsniveau VG318 Ruimtethermostaat VG119 Ruimtethermostaat VG220 Ruimtethermostaat VG321 Tapwater Flow switch22 Tapwaterthermostaat24: Pulsteller28 Terugmelding rookgasklep29 Startblokkering31 Ketel-Flow switch32 Drukschakelaar ketel
5978Soort contact H5-Rust, werk
6020Functie Uitbreidingsmodule 1-0: Geen functie1: Multifunctioneel2: Verwarmingskring 13: Verwarmingskring 24: Verwarmingskring 35: Retourregelaar6: Zonne-energie tapwater7: Voorregelaar/circulatie pomp
6021Functie uitbreidingsmodule 2-
6022Functie uitbreidingsmodule 3-
6024Functie ingang EX21module 1-0: Geen25: Temperatuurbewaking VG
6026Functie ingang EX21 module 2-
6028Functie ingangEX21 module 3-
6030Relaisuitgang QX21 module 1-0: Geen1: Circulatiepomp Q42: Elektr. verw. Tapw K63: Collectorpomp Q54: Gebr. circ. pomp VK1 Q155: Ketelpomp Q16: Bypasspomp Q127: Alarmuitgang K108: 2e. Pomptrap VG1 Q219: 3e. Pomptrap VG2 Q2210: 2e. Pomptrap VG3 Q2311: Verwarmingskringpomp VG3 Q2012: Gebr. circ. pomp VK2 Q1813: Circulatiepomp Q1414: Bronblokkeerventiel Y415: Vaste stof ketelpomp 1016: Tijdprogramma 5 K1317: Bufferretourklep Y1518: Zonne-energiepomp ext wisselaar K919: Zon servomotor buffer K8Zie volgende pagina voor meer functies
6031Relaisuitgang QX22 module 1-
6032Relaisuitgang QX23 module 1-
6033Relaisuitgang QX21 module 2-
6034Relaisuitgang QX22 module 2-
6035Relaisuitgang QX23 module 2-
6036Relaisuitgang QX21 module 3-
6037Relaisuitgang QX22 module 3-
6038Relaisuitgang QX23 module 3-

*Zie handleiding ketel

Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur

Menukeuze BedieningsregelKeuzemogelijkheidEenheidMin.Max.Fabrieks-Instellingen*
Configuratie6030Relaisuitgang QX21 module 1-Zie volgende pagina voor meer functies
6031 Relaisuitgang QX22 module 1 -
6032 Relaisuitgang QX23 module 1 -
6033 Relaisuitgang QX21 module 2 -
6034 Relaisuitgang QX22 module 2 -
6035 Relaisuitgang QX23 module 2 -
6036 Relaisuitgang QX21 module 3 -
6037 Relaisuitgang QX22 module 3 -
6038 Relaisuitgang QX23 module 3 -
6040 Sensoringang BX21 module 1 -0: Geen1: Tapwatersensor B312: Collectorsensor B64: Tapwater circulatiesensor B395: Opslagtanksensor B46: Opslagtanksensor B417: Opslagtanksensor B418: Aanvoertemperatuursensor B109: Vaste stof ketelsensor B2210: Tapw laadsensor B3611: Opslagtanksensor B4212: Gezamenlijke retoursensor B7313: Cascaderetoursensor B7014: Cascaderetoursensor B7016: Aanvoer temperatuur zonne-energiesensor B6317: Zonne-energie retoursensor B6419: Primaire uitwisselingssensor B26
6041 Sensoringang BX22 module 1 -
6042 Sensoringang BX21 module 2 -
6043 Sensoringang BX22 module 2 -
6044 Sensoringang BX21 module 3 -
6045 Sensoringang BX22 module 3 -
6046 Ingang H2 module 1 Functiekeuze-0: Geen1: BA-Omschakeling VG's+Tapw2: BA-Omschakeling Tapw3: BA-Omschakeling VG's4: BA-Omschakeling Tapw5: BA-Omschakeling VG's6: BA-Omschakeling VG27: BA-Omschakeling VG2
6054 Ingang H2 module 2 Functiekeuze-
6062 Ingang H2 module 3 Functiekeuze-
6047 Contactwijze H2 module 1-Rust, werk
6055 Contactwijze H2 module 2-
6063 Contactwijze H2 module 3-
6049 Spanningswaarde 1 H2 module 1V010
6057 Spanningswaarde 1 H2 module 2V
6065 Spanningswaarde 1 H2 module 3V
6050 Functiewaarde1 H2 module 1--10005000
6058 Functiewaarde1 H2 module 2-
6066 Functiewaarde1 H2 module 3-

Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur

MenukeuzeBedienings-regelKeuzemogelijkheid EenheidMin. Max.Fabrieks-Instellingen*
Configuratie 6051Spanningswaarde 2 H2 module 1V0 10
6059 Spanningswaarde 2 H2 module 2V
6067 Spanningswaarde 2 H2 module 3V
6052 Functiewaarde2 H2 module 1 --1000 5000
6060 Functiewaarde2 H2 module 2 -
6068 Functiewaarde2 H2 module 3 -
6097 Sensortype collector -NTC, PT 1000
6098 Meetwaardencorrectie collectorsensor 1 (B6)°C-20 20
6100 Buitentemperatuursensor meetwaardencorrectie°C-3 3
6110 Gebouwtijdconstanteh0 50
6117 Geleiding centrale gewenstewaarde°C1100
6118 Vertraging daling gewenstewaardeK/minUit , 1 - 200
6120 Vorstbeveiliging installatie actief-Uit, Aan
6200 Sensor opslag aan-Nee, ja
6205 Parameter terugzetten-Nee, ja
6212 Controlenummer opwekker 1 -0199999
6213 Controlenummer opwekker 2 -0199999
6215 Controlenummer Opslagtank-0199999
6217 Controlenummer Verwarmingskringen-0199999
6220 Apparaten -SW-versie-0 99
LPB6600 LPB-Adres-0239
6601 Segmentaties-016
6604 LPB-voeding functiekeuze-Uit, automatisch
6605 LPB-voeding status-Uit, Aan
6610 Aanduidingsysteemmeldingen-Nee, ja
6620 Werkbereik van de centrale omschakelingen-Segment, System
6621 Zomer/winter omschakel-automatisme-Lokaal, centraal
6623 Bedrijfswijzeomschakeling -Lokaal, centraal
6624 Manuele opwekkerblokkering-Lokaal, eigen segment
6625 Tapwatertoewijzing-Eigen regelaar, alle regelaars in het segment, alle regelaarsamen
6632 Buitentemperatuurgrens van externe opwekkers in acht nemen-Nee, ja
6640 Tijd - leverancier-Autonome tijd in regelaar van de bus: Slave zonder instelling op afstand Van bus: Slave met afstandinstelling Regelaar is tijdmaster
6650 Buitentemperatuurleverancier-0239

*Zie handleiding ketel

Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur

MenukeuzeBedienings-regelKeuzemogelijkheidEenheidMin.Max.Fabrieks-instellingen
Fout 6700 Foutmelding- 0 65535 0
6705Interne diagnosecode- 0 65535 0
6706Actuele waarde van de stoorfase- 0 255 0
6710 Reset alarmrelais- 0 1 0
6740 Tijd Aanvoertemperatuur alarm verwarmingskring 1min10 240---
6741 Tijd Aanvoertemperatuur alarm verwarmingskring 2min ---
6742 Tijd Aanvoertemperatuur alarm verwarmingskring 3min ---
6743 Tijd keteltemperatuur alarmmin10240---
6745 Tijd tapwaterlading alarmh148---
6800 Tijdstempel fouthistorie invoer 1h:m00:0023:5904
6810 Tijdstempel fouthistorie invoer 2
6820 ...
6990 Tijdstempel fouthistorie invoer 20
6803 Foutcode historie invoer 1-099990
6813 Foutcode historie invoer 2
6823 ...
6993 Foutcode historie invoer 20
6805 van de StoordiagnoseHistoriewaarde 1-099990
6815 Historiewaarde 1
6825 ...
6995 Historiewaarde 1
6806 van de StoorfaseHistoriewaarde 1- 0 255 0
6816 Historiewaarde 1
6826 ...
6996 Historiewaarde 1

*Zie handleiding ketel

Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur

Menukeuze BedieningsregelKeuzemogelijkheidEenheidMin.Max.Fabrieks-Instellingen*
Fout 6956 Historiewaarde16 van de stoorfase-0255
6960Tijdstempel fouthistorie invoer 17h:m00:0023:59
6963Foutcode invoer historie 17-09999
6965 Historiewaarde 17 van stoordiagnose-09999
6966 Historiewaarde 17 van de stoorfase-0255
6970Tijdstempel fouthistorie invoer 18h:m00:0023:59
6973Foutcode Invoer historie18-09999
6975 Historiewaarde 18 van de stoordiagnose-09999
6976 Historiewaarde 18 van de stoorfase-0255
6980Tijdstempel fouthistorie invoer 19h:m00:0023:59
6983Foutcode invoer historie 19-09999
6985 Historiewaarde 19 van de stoordiagnose-09999
6986 Historiewaarde 19 van de stoorfase-0255
6990Tijdstempel fouthistorie invoer 20h:m00:0023:59
6993Foutcode invoer historie 20-09999
6995 Historiewaarde 20 van de stoordiagnose-09999
6996 Historiewaarde 20 van de stoorfase-0255
Onderhoud/speciale functie7040 Bedrijfsuren brander onderhoudsintervalh10010000
7041 Bedrijfsuren brander sinds het onderhoudh010000
7042 Branderstarts onderhoudsinterval-10065500
7043 Branderstarts sinds het onderhoud-065535
7044 OnderhoudsintervalMaanden1240
7045 Tijd sinds het onderhoudMaanden0240
7050 Ventilator toerentalgrens voor onderhoudsmeldingO/min010000
7051 Ionisatiestroom-onder-houdsmelding-Nee, ja
7130 Schoorsteenvegerfunctie-Uit, Aan
7131 Schoorsteenvegerfunctie brandervermogen-Deelbelasting, volledig belasting, maximale verwarmingsbelasting
7140 Handbedrijf-Uit, Aan
7143 Regelaarstopfunctie-Uit, Aan
7145 Regelaarstop gewenste functie%0100
7146 Ontluchtingsfunctie-Uit, Aan
7147 Ontluchtingsaard-Geen, VG Continubedrijf, VG cyclus, Tapw continubedrijf,
7170 Telefoon klantendienst-09
7250 Parameterstick opslagpositie dataset-0250
7251 Parameterstick Aanduiding dataset-0255
7252 Parameterstick opdracht-Geen werking, lezen van stick, schrijven op stick
7253 Parameterstickwerking voortgang%0100

*Zie handleiding ketel

Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur

Menukeuze BedieningsregelKeuzemogelijkheidEenheidMin.Max.Fabrieks-Instellingen*
Onderhoud/Speciaal bedrijf7254Parameterstick status -0: Geen stick1: Geen werking2: Schrijven op stick3: Lezen van stick4: EMV test actief5: Fouten schrijven6: Foulen lezen7: Incompatib. dataset8: Verkeerd sticktype9: Fout stickformaat10: Dataset controleren11: Dataset geblokkeerd12: Blokkade lezen13: Waarde 889; 1314: Waarde 889; 1415: Waarde 889; 1516: Waarde 889; 1617: Waarde 889; 1718: Waarde 889; 1819: Waarde 889; 1920: Waarde 889; 20
I/O-Test7700Relaistest-0: Geen Test1: Alles Uit2: Relaisuitgang QX13: Relaisuitgang QX24: Relaisuitgang QX35: Relaisuitgang QX46: Relaisuitgang QX21 module 17: Relaisuitgang QX22 module 18: Relaisuitgang QX23 module 19: Relaisuitgang QX21 module 210: Relaisuitgang QX22 module 211: Relaisuitgang QX23 module 212: Relaisuitgang QX21 module 313: Relaisuitgang QX22 module 314: Relaisuitgang QX23 module 3
7713Uitgangstest P1%0100
7714PWM uitgang P1%0100
7730Buitentemp. B9°C-5050
7750Tapwatertemp. B3/B38°C0140
7760Keteltemp. B2°C0140
7820Opnemertemp. BX1°C-28350
7821Opnemertemp. BX2°C-28350
7822Opnemertemp. BX3°C-28350
7823Opnemertemp. BX4°C-28350
7830Opnemertemp. BX21 module 1°C-28350
7831Opnemertemp. BX22 module 1°C-28350
7832Opnemertemp. BX21 module 2°C-28350
7833Opnemertemp. BX22 module 2°C-28350
7834Opnemertemp. BX21 module 3°C-28350
7835Opnemertemp. BX22 module 3°C-28350
7840Spanningsignaal H1V010
7841Contacttoestand H1-Open, gesloten
7845Spanningsignaal H2 module 1V010
7846Contacttoestand H2 module 1-Open, gesloten
7848Spanningsignaal H2 module 2V010
7849Contacttoestand H2 module 2-Open, gesloten
7851Spanningsignaal H2 module 3V010
7852Contacttoestand H2 module 3-Open, gesloten
7854Spanningsignaal H3V010
7855Contacttoestand H3-Open, gesloten

*Zie handleiding ketel

Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur

Menukeuze BedieningsregelKeuzemogelijkheidEenheidMin.Max.Fabrieks-Instellingen*
I/O-Test7862Frequentie H4-02000
7860Contacttoestand H4-Open, gesloten
7865Contacttoestand H5-Open, gesloten
7872Contacttoestand H6-Open, gesloten
7874Contacttoestand H7-Open, gesloten
7950Signaalingang EX21 module 1-0V, 230V
7951Signaalingang EX21 module 2-0V, 230V
7952Signaalingang EX21 module 3-0V, 230V
Status8000Status verwarmingskring 1-0: ---1: STB Aangesproken254: Waarde 550; 254255: Waarde 550; 255
8001Status verwarmingskring 2-
8002Status verwarmingskring 3-
8003Status tapwater-
8005Status ketel-
8007Status zonne-energie-
8008Status vaste stof ketel-
8009Status brander-
8010Status opslagtank-
8011Status zwembad-
Diagnose cascade (alleen wanneer geactiveerd)8100Prioriteit opwekker 1-016Alleen aanduiding
8101Status opwekker 1-0: Ontbreekt1: In storing2: Handbedrijf actief3: opwekkerblokkering actief4: Schoorsteenvegerfunctie actief5: Nu niet beschikbaar6: Buitentemperatuurgrens actief7: Niet vrijgegeven8: Vrijgegeven
8102Prioriteit opwekker 2-016
8103Status opwekker 2-Zie regelnummer 8101
8104Prioriteit opwekker 3-016
8105Status opwekker 3-Zie regelnummer 8101
8106Prioriteit opwekker 4-016
8107Status opwekker 4-Zie regelnummer 8101
8108Prioriteit opwekker 5-016
8109Status opwekker 5-Zie regelnummer 8101
8110Prioriteit opwekker 6-016
8111Status opwekker 6-Zie regelnummer 8101
8112Prioriteit opwekker 7-016
8113Status opwekker 7-Zie regelnummer 8101
8114Prioriteit opwekker 8-016
8115Status opwekker 8-Zie regelnummer 8101
8116Prioriteit opwekker 9-016
8117Status opwekker 9-Zie regelnummer 8101
8118Prioriteit opwekker 10-016
8119Status opwekker 10-Zie regelnummer 8101
8120Prioriteit opwekker 11-016
8121Status opwekker 11-Zie regelnummer 8101
8122Prioriteit opwekker 12-016
8123Status opwekker 12-Zie regelnummer 8101
8124Prioriteit opwekker 13-016
8125Status opwekker 13-Zie regelnummer 8101

Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur

Menukeuze Bedienings-regelKeuzemogelijkheidEenheidMin.Max.Fabrieks-instellingen
Diagnose cascade8126Prioriteit opwekker 14-016Alleen Aanduiding
8127Status opwekker 14-Zie regelnummer 8101
8128Prioriteit opwekker 15-016
8129Status opwekker 15-Zie regelnummer 8101
8130Prioriteit opwekker 16-016
8131Status opwekker 16-Zie regelnummer 8101
8138Cascade- aanvoertemperatuur-beginwaarde°C 0140
8139 CascadeAanvoertemperatuur- gewenste waarde°C 0140
8140 Cascade retourtemperatuur - beginwaarde°C 0140
8141 Cascade retourtemperatuur – gewenste waarde°C 0140
8150 Tijd tot autom. opwekker-volginschakelingh0 990
Diagnose opwekker8304Toestand ketelpomp (Q1)-Uit, AanAlleen Aanduiding
8308Toerental ketelpomp%0100
8310Keteltemperatuubeginwaarde°C0140
8311Keteltemperatuur-gewenste waarde°C 0140
8312Ketelschakelpunt°C0140
8313 Schakelpunt voor constante verwarmingsfunctie°C 0140
8314Retourtemperatuurbeginwaarde°C0140
8316Rookgastemperatuurbeginwaarde°C0350
8318 Rookgastemperatuur- maximale beginwaarde°C 0350
8321Primaire buitentemperatuur°C0140
8323Toerental ventilatorO/min08000
8324 Gewenste waarde branderventilatorO/min08000
8325Actuele ventilator Aansturing%0100
8326Brandermodulatie%0100
8327Waterdruk-010
8329Ionisatiestroom beginwaardeμA0100
8330Branderbedrijfsuren trap 1h00:00:002730:15:00
8331Branderstarts trap 1-02147483647
8338Bedrijfsuren verwarmingsbedrijfh00:00:008333:07:00
8339Bedrijfsuren tapwaterbedrijfh00:00:008333:07:00
8390Actueel fasenummer-0: Waarde 777; 01: TNB......254: Waarde 777; 254255: Waarde 777; 255
8499Toestand collectorpomp 1 (Q5)-Uit, Aan
8501 Toestand zon servomotor buffer (K8)-Uit, Aan
8502 Toestand zon servomotor zwembad (K18)-Uit, Aan
8505Toerental collectorpomp 1%0100
8506 Toerental zonnepomp ext. wisselaar%0 100

Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur

Menukeuze BedieningsregelKeuzemogelijkheidEenheidMin.Max.Fabrieks-instellingen
Diagnose opwekker8507Toerental zonnepompbuffer%0100Alleen Aanduiding
8508Toerental zonnepomp zwembad%0100
8510 Collectortemperaturbeginwaarde 1 (B6)°C-28350
8511 Collectortemperatuur maximale beginwaarde 1 (B6)°C-28350
8512 Collectortemperatuur- minimale beginwaarde 1 (B6)°C-28350
8513 Temperatuurdifferentiatie collector 1 /Tapw.opslagtank°C-168350
8514 Temperatuurdifferentiatie collector 1 /opslagtank°C-168350
8515 Temperatuurdifferentiatie collector 1 /zwembad°C-168350
8519 Aanvoertemperatuur zonne-energie onemer vermogensmeting B63°C-28350
8520 Zonneretourtemp.vermogensmetingopnemer B64°C-28350
8526 Dagopbrengst zonne-energiekWh0999,9
8527 Totale opbrengst betr. zonne-energiekWh09999999,9
8530 Bedrijfsuren zonne-energie-opbrengsth00:00:008333:07:00
8531 Bedrijfsuren collector oververwarmingh00:00:008333:07:00
8532 Bedrijfsuren collectorpomph00:00:008333:07:00
8560 Vaste stof keteltemperatuur B22°C0140
8570 Bedrijfsuren vaste stof ketelh00:00:008333:07:00
Diagnose verbruiker8700 Buitentemperatuur°C-5050Alleen Aanduiding
8701 Buitentemperatuur minimum°C-5050
8702 Buitentemperatuur maximum°C-5050
8703 Buitentemperatuur gedempt°C-5050
8704 Buitentemperatuur gemengd°C-5050
8730 Toestand verwarmingskringpomp-Uit, Aan
8731 Toestand verwarmingskringmenger open1-Uit, Aan
8732 Toestand verwarmingskringmenger 1 dicht-Uit, Aan
8735 Verwarmingskringpomp toerental VG1% 0100
8740 Ruimtetemperatuurbeginwaarde verwarmingskring 1°C050
8741 Ruimtetemperatuur gewenste waarde actueel VG1°C435
8743 Aanvoertemperatuur Beginwaarde Verwarmingskring 1°C0140
8744 Aanvoertemperatuur-gewenste waarde resulterend VG1°C0140
8749 Ruimtethermostaat Verwarmingskring 1- Geen behoefte, behoefte
8760 Toestand verwarmingskringpomp 2-Uit, Aan
8761 Toestand verwarmingskringmenger 2-Uit, Aan
8762 Toestand verwarmingskringmenger 2 dicht-Uit, Aan
8765 Verwarmingskringpomp toerental VG2% 0100
8770 Ruimtetemperatuurbeginwaarde verwarmingskring 2°C050

Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur

Menukeuze BedieningsregelKeuzemogelijkheidEenheidMin.Max.Fabrieksinstellingen
Diagnose verbruiker8771 Ruimtetemperatuur gewenste waarde actueel VG2°C 435Alleen Aanduiding
8773 Aanvoertemperatuur beginwaarde Verwarmingskring 2°C 0140
8774 Aanvoertemperatuur-gewenste waarde resulterend VG2°C 0140
8779 Ruimtethermostaat verwarmingskring 2- Geen behoefte, behoefte
8790 Toestand verwarmingskringpomp 3-Uit, Aan
8791 Toestand verwarmingskringmenger 3 open- Uit,Aan
8792 Toestand verwarmingskringmenger 3 dicht- Uit,Aan
8795 Verwarmingskringpomp toerental VG3% 0100
8800 Ruimtetemperatuur beginwaarde verwarmingskring 3°C 050
8801 Ruimtetemperatuur gewenste waarde actueelVG3°C 435
8803 Aanvoertemperatuur beginwaarde verwarmingskring 3°C 0140
8804 Aanvoertemperatuur-gewenste waarde resulterend VG3°C 0140
8809 Ruimtethermostaat verwarmingskring 3- Geen behoefte, behoefte
8820 Toestand tapwaterpomp-Uit, Aan
8825 Tapwaterpomp toerental%0100
8826 Tapwater tussenkringpomp toerental%0100
8827 Toerental doorstroomtoestelpomp% 0100
8830 Tapwatertemperatuurbeginwaarde boven (B3)°C 0140
8831 Tapwatertemperatuur-gewenste waarde actueel°C 880
8832 Tapwatertemperatuurbeginwaarde onder (B31)°C 0140
8835 Tapwater circulatietemperatuur°C0140
8836 Tapwater laadtemperatuur°C0140
8852 Tapwater taptemperatuurbeginwaarde°C 0140
8853 Tapwater doorstroomtoestel gewenste waarde°C 0140
8860 Tapwaterdoorstromingl/min030
8875 Aanvoertemperatuur-gewenste waarde Verbraucherkreis1°C 5130
8885 Aanvoertemperatuur-gewenste waarde Verbraucherkreis2°C 5130
8895 Aanvoertemperatuur-gewenste waarde Verbraucherkreis3°C 5130
8900 Zwembadtemperatuurbeginwaarde (B13)°C 0140
8901 Gewenste waarde temperatuur zwembad°C 880
8930 Beginwaarde voorregelaar-temperatuur°C 0140
8931 Gewenste waarde voorregelaar-temperatuur°C 0140
8950 Gezamenlijke aanvoertemperatuurbeginwaarde°C 0140
8951 Gezamenlijke retourvoorloop temperatuur gewenste waarde°C 0140
8952 Gezamenlijke retourtemperatuur°C0140

Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur

Menukeuze BedieningsregelKeuzemogelijkheidEenheidMin.Max.Fabrieks-instellingen
Diagnose verbruiker8962Gewenste waarde belasting%0100Alleen Aanduiding
8980Opslagtanktemperatuur-beginwaarde boven (B4)°C 0140
8981Opslagtank gewenste waarde°C0140
8982Opslagtanktemperatuur-beginwaarde onder (B41)°C 0140
8983Opslagtanktemperatuur-beginwaarde midden (B42)°C 0140
9005Waterdruk H1bar010
9006Waterdruk H2bar010
9009Waterdruk H3bar010
9031Toestand multifunctioneel relais (QX1)-Uit, Aan
9032Toestand multifunctioneel relais (QX2)-Uit, Aan Uit, Aan
9033Toestand multifunctioneel relais (QX3)-Uit, Aan Uit, Aan
9034Toestand multifunctioneel relais (QX4)-Uit, Aan Uit, Aan
9050Toestand multifunctioneel relais (QX21 module 1)-Uit, Aan Uit, Aan
9051Toestand multifunctioneel relais (QX22 module 1)-Uit, Aan Uit, Aan
9052Toestand multifunctioneel relais (QX23 module 1)-Uit, Aan Uit, Aan
9053Toestand multifunctioneel relais (QX21 module 2)-Uit, Aan Uit, Aan
9054Toestand multifunctioneel relais (QX22 module 2)-Uit, Aan Uit, Aan
9055Toestand multifunctioneel relais (QX23 module 2)-Uit, Aan Uit, Aan
9056Toestand multifunctioneel relais (QX21 module 3)-Uit, Aan Uit, Aan
9057Toestand multifunctioneel relais (QX22 module 3)-Uit, Aan Uit, Aan
9058Toestand multifunctioneel relais (QX23 module 3)-Uit, Aan Uit, Aan
-Toestand 2. trap verwarmings-kringpomp (Q21)-Uit, AanAlleen Aanduiding
-Bedrijfswijze-omschakeling Verwarmingskring 1-Inactief, actief
-Toestand 2. trap verwarmings-kringpomp (Q22)-Uit, Aan
-Bedrijfswijze-omschakeling Verwarmingskring 2-Inactief, actief
-Toestand 2. trap verwarmings-kringpomp (Q23)-Uit, Aan
-Bedrijfswijze-omschakeling verwarmingskring 3/P-Inactief, actief
-Toestand elektr. verw. tapwater-Uit, Aan
-Toestand tapwater circulatiepomp (Q4)-Uit, Aan
-Bedrijfswijze-omschakeling tapwater-Inactief, actief
-Toestand H1-pomp (Q15)-Uit, Aan
-Toestand H2-pomp (Q18)-Uit, Aan
-Toestand H3-pomp (Q19)-Uit, Aan
-Toestand circulatiepomp (Q14)-Uit, Aan

Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur

Menu-keuzeBedienings-regelKeuzemogelijkheidEenheidMin.Max.Fabrieksinstellingen
Diagnose verbruiker- Toesstand voorregelaarmenger open- UitAanAlleen aanduiding
- Toesstand voorregelaarmenger dicht- UitAan
- Toesstand opwekkerblokkering (Y4)- UitAan
- Toesstand tijdprogramma 5 relais (K13)- UitAan
-Toestand bufferretourklep (Y15)-Uit, Aan
- Toesstand warmtevraag (K27) - Uit, Aan
- Toesstand doorstroomtoestel verwarmingspomp (Q34)- UitAan
- Toesstand opslagtanklaadpomp (Q11)- UitAan
- Toesstand Tapw. mengpomp (Q35)- UitAan
- Toesstand Tapw. tussen-kringpomp (Q33)- UitAan
- Flowswitch - Uit, Aan
Brander-automaat9500Voorlooptijds051
9512 Gewenst toerental ventilator bij ontstekingsbelastingO/min010000
9524Ventilator-gewenste toerental in deellastO/min010000
9529 Gewenste toerental ventilator in volle belastingO/min010000
9540Naspoeltijds051
9615 Gedwongen voorspoelen bij fouten- UitAan
9650Schoorsteendrogen-Uit, tijdbegrensd, permanent

*Zie handleiding ketel

Info-weergave Handbedrijf Schoorsteenvegerfunctie Regelaarstopfunctie

Informatie weergeven

Met de informatietoets kan verschillende informatie worden opgeroepen.

AUTO INFO 18:28 20.5°C Ruimtetemperatuur 0 4 8 12 16 20 24

Mogelijke informatiewaarden

Afhankelijk van het toesteltype, de toestelconfiguratie en de bedrijfswijze zijn enkele regels met informatie niet weergegeven.

  • Foutmelding
  • Onderhoudsmelding
  • Ruimtetemperatuur
    • Ruimtetemperatuur minimum
    • Ruimtetemperatuur maximum
  • Keteltemperatuur
  • Buitentemperatuur
  • Buitentemperatuur minimum
  • Buitentemperatuur maximum

  • Tapwatertemperatuur 1

  • Status ketel
  • Status tapwater
    • Status verwarmingsgroep 1 / 2
  • Tijd / Datum
    • Telefoon servicedienst

Handbedrijf

Als de handmatige bediening is ingeschakeld, worden de relaisuitgangen niet meer geschakeld volgens de regeltoestand, maar afhankelijk van hun functie in een vooraf bepaalde handmatige toestand gezet.

Ketel-, menggroep-, circulatie- en tapwaterpomp zijn ingeschakeld, de opslagpomp is uitgeschakeld. De menger van de AVS75 werkt op halve gemengde waarde.

Gewenste waarde instelling in handbedrijf

Nadat handbedrijf werd geactiveerd, moet naar de basisaanduiding worden geschakeld.

Daar wordt het symbool

Elco Thision S PLUS - Gewenste waarde instelling in handbedrijf - 1

voor onderhoud/speciale functie weergegeven.

In het ketelmenu kan in parameter regel 2214 de gewenste waarde voor het handbedrijf worden ingesteld.

Schoorsteenvegerfunctie

De schoorsteenvegerfunctie wordt door kort indrukken van de toets gestart. De schoorsteenvegerfunctie zorgt voor de nodige bedrijfstoestand voor de emissiemeting. (afvoergas).

Regelaarstopfunctie

De regelaarstopfunctie wordt door indrukken (min. 3 s) van de bedrijfs-wijzetoets gestart. De regelaarstopfunctie zorgt voor een vaste modulatie van de brander. Deze functie kan worden gebruikt voor de emissiemeting (afvoergas). Door opnieuw indrukken (min. 3 s) van de toets wordt deze functie weer uitgeschakeld.

Foutmelding / onderhoud

Soms verschijnt in de basisweergave één van de volgende symbolen.

Elco Thision S PLUS - Foutmelding / onderhoud - 1

Foutmeldingen

Verschijnt dit symbool dan is er een fout in de installatie aanwezig. Druk op de infotoets en lees de volgende informatie.

AUTO INFO 02.01 Foot 30: Aanvoeropname 1 0 4 8 12 16 20 24

Elco Thision S PLUS - Foutmeldingen - 2

Onderhoud of speciale werking

Verschijnt dit symbool, is er een onderhoudsmelding of is er een speciale werking. Druk op de infotoets en lees de volgende informatie.

INFO 02.0 1 Onderhoud 3: Onderhoudsinterval

Aanduidingslijsten

Foutcode

Albatros-CodeAlbatros-Tekst
10 Buitentemperatuur opnemer fout
20 Keteltemperatuur 1 opnemer fout
26 Gemeenschappelijke aanvoertemperatuur opnemer fout B10
28 Afvoergastemperatuur opnemer fout
30 Aanvoertemperatuur 1 opnemer fout
32 Aanvoertemperatuur 2 opnemer fout
38 Aanvoertemperatuur voorregelaaropnemer fout
40 Retourtemperatuur 1 opnemer fout
46 Cascade-retourtemperatuuropnemer fout
47 Gemeenschappelijke retourtemperatuur opnemer fout
50 Taptemperatuuropnemer/thermostaat 1 fout
52 Taptemperatuuropnemer/thermostaat 2 fout
54 Aanvoertemperatuur tapwateropnemer fout
57 Tapwater circulatieopnemer fout
60 Ruimtetemperatuur 1 opnemer fout
65 Ruimtetemperatuur 2 opnemer fout
70 Opslagtemperatuur 1 (boven) opnemer fout
71 Opslagtemperatuur 2 (onder) opnemer fout
72 Opslagtemperatuur 3 (midden) opnemer fout
73 Collectortemperatuur 1 opnemer fout
74 Collectortemperatuur 2 opnemer fout
82 LPB adres fout
83BSB-draadkortsluiting / geen communicatie
84BSB-draadadres fout
85BSB-zender communicatie fout
91 Dataverlies in de EEPROM
98 Uitbreidingsmodule 1 fout
99 Uitbreidingsmodule 2 fout
100 Twee kloktijdmasters

Aanduidingslijsten

Foutcode

102Kloktijdmasters zonder backup klok
103Communicatiefout
105Onderhoudsmelding
109Bewaking keteltemperatuur
110STB uitschakeling storing
111Temperatuurbewaking veiligheidsuitschakeling
121Aanvoertemperatuur VG1 niet bereikt
122Aanvoertemperatuur VG2 niet bereikt
125Maximale temperatuur van ketel overschreden
126Tapwater- laadtemperatuur niet bereikt
127Tapwater-legionellatemperatuur niet bereikt
128Vlamuitval actief
129Valse luchtvoorziening
130Afvoergastemperatuurgrenswaarde overschreden
131Branderstoring
132Gasdrukschakelaar veiligheidsuitschakeling
133Veiligheidstijd voor vlamvorming overschreden
146Opnemer-/aandrijvingsconfiguratiefout
151BMU fout intern
152Parametreringsfout
153Apparaat manueel vergrendeld
160Ventilatortoerentaldrempel niet bereikt
162Luchtdrukschakelaar sluit niet
164Stromings-/ drukschakelaar VG fout
166Luchtdrukschakelaar opent niet
171Alarmcontact 1 actief
172Alarmcontact 2 actief
173Alarmcontact 3 actief
174Alarmcontact 4 actief
178Temperatuurbewaking verwarmingsgroep 1
179Temperatuurbewaking verwarmingsgroep 2
183Apparaat in parametreermodus
193Pompcontrole fout na vlam aan
216Storing ketel
217Opnemer fout
241Aanvoeropnemer voor opbrengstmeting fout
242Retourloopopnemer voor opbrengstmeting fout
243Zwembadopnemer fout
270Temperatuurverschil warmtewisselaar te groot
317Netfrequentie buiten toegestaan bereik
320Tapwater laadtemperatuuropnemerfout
324Ingang BX gelijke opnemer
325Ingang BX/ uitbreidingsmodule gelijke opnemer
326Ingang BX/ mengergroep gelijke opnemer
327Uitbreidingsmodule gelijke functie
328Menggroep gelijke functie
329Uitbreidingsmodule/menggroep gelijke functie

Aanduidingslijsten
Foutcode

Albatros-CodeAlbatros-Tekst
330Opnemeringang BX1 geen functie
331Opnemeringang BX2 geen functie
332Opnemeringang BX3 geen functie
333Opnemeringang BX4 geen functie
334Opnemeringang BX5 geen functie
335Opnemeringang BX21 geen functie
336Opnemeringang BX22 geen functie
337Opnemeringang B1 geen functie
338Opnemeringang B12 geen functie
339Collectorpomp Q5 ontbreekt
340Collectorpomp Q16 ontbreekt
341Collectoropnemer B6 ontbreekt
342Zonnelading tapwater opnemer B31 ontbreekt
343Zonne-integratie ontbreekt
344Zonne-aandrijving buffer K8 ontbreekt
345Zonne-aandrijving zwembad K18 ontbreekt
346Vaste stof ketelpomp Q10 ontbreekt
347Vaste stof ketel vergelijkopnemer ontbreekt
348Vaste stof keteladres fout
349Opslagtank- retourklep Y15 ontbreekt
350Opslagtank adresfout
351Voorregelaar/ circulatiepomp adresfout
352Hydraulische verdeler adresfout
353Cascadeaanvoeropnemer B10 ontbreekt
371Aanvoertemperatuur VG3
372Temperatuurbewaking VG3
373Uitbreidingsmodule 3
378Repetitie intern
379Repetitieteller vreemd licht beëindigd
380Repetitieteller geactiveerde vlamuitval beëindigd
381Repetitieteller geen vlam gedurende veiligheidstijd beëindigd
382Repetitie toerental
384Buitenlicht
385Netspanning
386Ventilatortoerentaltolerantie
388Tapwatersensor geen functie
426Retourmelding rookgasklep
427Configuratie rookgasklep
431Opnemer primaire warmtewisselaar
432Functieaarde niet aangesloten
433Temperatuur primaire warmtewisselaar te hoog

Onderhoudscode

Onder-houdscodeOnderhoudsbeschrijving
1Branderonderhoud (branderbedrijfsuren)
2Branderonderhoud (branderstarts)
3Branderonderhoud (algemene tijdinterval: maandservice)

Gedetailleerde instellingen

Tijd en datum

De regelaar heeft een tijdsaanduiding met uur, dag van de week en datum. Om de werking te verzekeren, moeten tijd en datum correct ingesteld worden.

Omschakelen zomer-/wintertijd

Door de ingegeven datums voor omschakelen op zomer-, resp. wintertijd wordt op de eerste zondag na deze datum de tijd automatisch van 02:00 (wintertijd) op 03:00 (zomertijd), resp. van 03:00 (zomertijd) op 02:00 (wintertijd) omgeschakeld.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
1 Uren/minutenZie handleiding ketel
2 Dag/maand
3 Jaar
5 Begin zomertijd
6 Einde zomertijd

Bediening en display

Taal

Voor het display kan Duits, Engels, Italiaans, Frans of Nederlands gekozen worden.

Info

Tijdelijk:

Informatieweergave gaat na 8 min. opnieuw naar basisweergave.

Permanent:

Informatieweergave blijft permanent weergegeven na oproep met de informatietoets.

Blokkering bediening

Wanneer blokkeren bediening ingeschakeld is, kunnen de volgende bedieningselementen niet meer veranderd worden:

  • verwarmingsgroepbedrijfswijze
  • tapwaterbedrijfswijze
  • gewenste ruimtecomfortwaarde (draaiknop)
  • presentietoets.

Blokkering programmering

Bij ingeschakelde programmeringsblokkering kunnen de parameter - waarden worden aangegeven maar niet meer gewijzigd worden.

- Tijdelijke opheffing van de programmering: De geblokkeerde programmering kan binnen het programmeerniveau tijdelijk worden overbrugd. Daarvoor moeten de OK en ESC-toetsen tegelijkertijd gedurende tenminste 3 seconden worden ingedrukt. Dit tijdelijke opheffen van de programmeerblokkering geldt tot het verlaten van de programmering.

- Blijvende opheffing van de programmering: eerst de tijdelijke opheffing uitvoeren, daarna in de instellingsregel 27 "blokkering programmering" de programma-blokkering opheffen.

Bedieningseenheid directe wijziging instelling

Opslaan met bevestiging:

Gewijzigde waarden worden alleen door het indrukken van de „OK“-toets in de regelaar opgeslagen.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
20 TaalZie handleiding ketel
22 InfotijdelijkPermanent
26 Blokkering bediening
27 Blokkering programmering
28 Bedieningseenheid directe wijziging
44 Bediening VG2Gemeenschappelijk met VG1Onafhankelijk
46 Bediening VG PGemeenschappelijk met VG1Onafhankelijk
70 Softwareversie Display

gewijzigde waarden worden zonder indrukken van de „OK“-toets in de regelaar opgeslagen.

Bediening VG2

Afhankelijk van de bedieningsregel 40, kan de werking van de bediening (bedrijfswijzetoets of de draaiknop) op ruimteapparaat 1, op het bedieningsapparaat of op het service-apparaat voor de verwarmingsgroep 2 gedefinieerd worden.

Gemeenschappelijk met VG1:

De bediening gebeurt gemeenschappelijk voor verwarmingsgroep 1 en 2.

Onafhankelijk:

De werking van de bediening wordt in de display opgevraagd, zodra de bedieningswijzetoets op de draaiknop worden gebruikt.

Bediening VG P

Afhankelijk van bedieningsregel 40, kan de werking van de bediening (bedrijfswijzetoets of de draaiknop) voor ruimtetoestel 1,op het bedieningsapparaat of servicetoestel voor verwarmingsgroep P worden gedefinieerd.

Gemeenschappelijk met VG1:

De bediening gebeurt gemeenschappelijk voor verwarmingskring 1 en 2.

Onafhankelijk:

Bedrijfswijzeveranderingen of wijziging van de gewenste comfortwaarde moeten in de programmering worden veranderd.

Bedieningseenheid softwareversie De informatie geeft de actuele versie van het bedieningsgedeelte resp. van het ruimteapparaat weer.

Voor de verwarmingskringen en de drinkwaterbereiding staan verschillende schakelprogramma's ter beschikking. Zij zijn in de bedrijfswijze "automatisch" ingeschakeld en sturen de omschakeling van temperatuurniveaus (en de daarmee verbonden gewenste waarden) via de ingestelde schakeltijden.

Schakeltijden invoeren

De schakeltijden kunnen gecombineerd ingevoerd worden, d.w.z. gelijktijdig voor verschillende dagen of verschillende tijden voor afzonderlijke dagen. Door het voorselecteren van groepen met dagen te kiezen, zoals bijv. ma. .. vr. en za. .. zo. die dezelfde schakeltijden moeten krijgen, wordt het instellen van de schakelprogramma's aanmerkelijk ingekort.

Schakelpunten

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks-instelling
VG1VG23/VGP4/Tapw5
500520540560600Voorselectiema-zoma-vrijza-zoma,di, wo, do, vr, zaZie handleidingketel
5015215415616011. Fase Aan
5025225425626021. Fase Uit
5035235435636032. Fase Aan
5045245445646042. Fase Uit
5055255455656053. Fase Uit
5065265465666063. Fase Uit

Standaardprogramma

Alle tijdschakelprogramma's kunnen op de fabrieksinstellingen terug-gesteld worden. Elk tijdschakelprogramma heeft een eigen bedieningsregel om terug te stellen.

Regelnr.BedieningsregelFabrieks-instelling
VG1VG23/VGP4/TAPW5
516536556576616StandaardwaardenZie handleiding ketel

Aanwijzing

Individuele instellingen gaan daarbij verloren!

Vakantie

Met het vakantieprogramma kunnen de verwarmingsgroepen op een bepaalde (kalender) datum naar een selecteerbaar bedrijfsniveau worden omgeschakeld. Aan het einde van de dag wordt nog niet verwarmd. Pas op de volgende dag wordt conform tijdprogramma op gewenste comfortwaarde omgeschakeld.

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks-instelling
VG1VG2 VG3
641651661VoorselectiePeriode 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8Zie handleiding ketel
642652662Begin
643653663Einde
648658668BedrijfsniveauVorstbeschermingGereduceerd

Het vakantieprogramma kan slechts in de automatische bedrijfswijze worden gebruikt.

Voor de verwarmingsgroepen staan verschillende functies ter beschikking, die telkens voor elke verwarmingsgroep individueel zijn in te stellen.

Bedrijfswijze VG

De bedrijfswijze van de verwarmingsgroepen wordt direct d.m.v. de bedrijfswijzetoets bediend. Met de instelling kan tussen de verschillende bedrijfswijzen worden gewisseld. De functionaliteit komt overeen met de keuze van de bedrijfswijze met de bedrijfswijzetoets.

Beveiligingsbedrijf

Voortdurende werking (24h) op bedrijfsniveau vorstbescherming. Schakelprogramma, presentatietoets, vakantieprogramma, optimalisatie en ECO functie functioneren niet. De regeling m.b.t. de ruimte-temperatuurvorstbescherming kan worden uitgeschakeld. Dit kan noodzakelijk zijn, indien een ruimtethermostaat voor de activering van de ketelpomp wordt gebruikt. In dit geval verhindert uitsluitend de ruimtethermostaat, dat de ruimte-temperatuur omlaag gaat. Daarbij moet erop gelet worden, dat bij het dalen van de aanvoertemperatuur de temperatuurbewaking kan worden gactiveerd. De grenstemperatuur voor de temperatuurbewaking bedraagt 0 °C. Dit moet door de juiste instelling van de ruimtethermostaat worden verhinderd.

Automatisch

Automatische functie op bedrijfsniveau comfort-, reduceer- of vorst- bescherming door het schakel- programma de aanwezigheidstoets, het vakantieprogramma, de in-/ uitschakeloptimalisatie en de ECO- functie.

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks-instelling
VG1VG2VG3
7001000BedrijfsWijzeVGBeveiligingsbedrijfAutomatischGereduceerdComfortZie handleiding ketel

Gereduceerd

Constante werking (24h) op bedrijfs-niveau gereduceerd. Schakelprogramma, aanwezigheidstoets, vakantieprogramma, optimalisatie en ECO functie functioneren niet. De beschermingsfuncties blijven actief.

Comfort

Constante werking (24h) op bedrijfs-niveau comfort, schakelprogramma, aanwezigheidstoets, vakantieprogramma, optimalisatie en ECO functie werken niet. De beschermingsfuncties blijven actief.

Voor de verwarmingsgroepen staan verschillende functies ter beschikking, die telkens voor elke verwarmingsgroep individueel zijn in te stellen.

Gewenste waarden m.b.t. ruimte

Ruimtetemperatuur

De ruimtetemperatuur kan op verschillende gewenste waarden worden ingesteld. Al naar de gewenste bedrijfswijze worden deze gewenste waarden effectief en zorgen zo voor verschillende temperatuurniveaus in de ruimtes. Het bereik van de instelbare gewenste waarden is gerelateerd aan onderlinge afhankelijkheid, dit is hier naast in de grafiek te zien.

Vorstbescherming

Door de beveiligingsfunctie wordt automatisch verhinderd dat de ruimte-temperatuur te ver daalt. Daarbij wordt via de gewenste waarde van de ruimtetemperatuurvorstbescherming geregeld.

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks-instelling
VG1VG2VG3
7101010Gewenste comfortwaardeZie handleiding ketel
71210121312Gewenste reduceerwaarde
71410141314Gewenste vorstbeschermingswaarde

TRF TRR TRK TRKmax 0 2 4 6 8 10 12 14 16 18 20 22 24 26 °C

TRKGewenste comfortwaarde maximum
TRKGewenste comfortwaarde
TRRGewenste reduceerwaarde
TRFGewenste vorstbeschermingswaardet

Verwarmingskarakteristiek

D.m.v. de verwarmingskarakteristiek wordt de gewenste waarde van de aanvoertemperatuur bereikt, die al naar gelang de heersende weer- somstandigheden voor de regeling op een overeenkomstige aanvoer- temperatuur wordt gebruikt. De verwarmingskarakteristiek kan met verschillende instellingen worden aangepast, zodat het verwarmings- vermogen en dus de ruimtetemperatuur zich overeenkomstig de persoonlijke behoeftes verhoudt.

Karakteristieke steilheid

Met de steilheid verandert de aan-voertemperatuur sterker naarmate de buitentemperatuur kouder is. D.w.z. wanneer de ruimtetemperatuur bij een koude buitentemperatuur afwijkt en niet bij een warme, dan moet de steilheid worden gecorrigeerd.

Instelling verhogen:

Om de vertrektemperatuur te verhogen vooral bij koude buitentemperaturen. Instelling verlagen:

Om de aanvoertemperatuur te verlagen vooral bij buitentemperaturen.

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks-instelling
VG1VG2VG3
720--Steilheid van de karakteristiek VG 1Zie handleiding ketel
-1020-Steilheid van de karakteristiek VG 2
--1320Steilheid van de karakteristiek VG 3
72110211321Karakteristiekverschuiving
72610261326Karakteristiekaanpassing

Elco Thision S PLUS - Instelling verhogen: - 1

line | Temperature (°C) | Value | | ---------------- | ----- | | 20 | 0.25 | | 10 | 0.5 | | 0 | 0.75 | | -10 | 1 | | -20 | 1.25 | | -30 | 1.5 | | -40 | 1.75 | | -50 | 2 | | -60 | 2.25 | | -70 | 2.5 | | -80 | 2.75 | | -90 | 3 | | -100 | 3.5 | | -110 | 4 | | -120 | 4.5 | | -130 | 5 | | -140 | 5.5 | | -150 | 6 | | -160 | 6.5 | | -170 | 7 | | -180 | 7.5 | | -190 | 8 | | -200 | 8.5 | | -210 | 9 | | -220 | 9.5 | | -230 | 10 | | -240 | 10.5 | | -250 | 11 | | -260 | 11.5 | | -270 | 12 | | -280 | 12.5 | | -290 | 13 | | -300 | 13.5 | | -310 | 14 | | -320 | 14.5 | | -330 | 15 | | -340 | 15.5 | | -350 | 16 | | -360 | 16.5 | | -370 | 17 | | -380 | 17.5 | | -390 | 18 | | -400 | 18.5 | | -410 | 19 | | -420 | 19.5 | | -430 | 20 | | -440 | 20.5 | | -450 | 21 | | -460 | 21.5 | | -470 | 22 | | -480 | 22.5 | | -490 | 23 | | -500 | 23.5 | | -510 | 24 | | -520 | 24.5 | | -530 | 25 | | -540 | 25.5 | | -550 | 26 | | -560 | 26.5 | | -570 | 27 | | -580 | 27.5 | | -590 | 28 | | -600 | 28.5 | | -610 | 29 | | -620 | 29.5 | | -630 | 30 | | -640 | 30.5 | | -650 | 31 | | -660 | 31.5 | | -670 | 32 | | -680 | 32.5 | | -690 | 33 | | -700 | 33.5 | | -710 | 34 | | -720 | 34.5 | | -730 | 35 | | -740 | 35.5 | | -750 | 36 | | -760 | 36.5 | | -770 | 37 | | -780 | 37.5 | | -790 | 38 | | -800 | 38.5 | | -810 | 39 | | -820 | 39.5 | | -830 | 40 | | -840 | 40.5 | | -850 | 41 | | -860 | 41.5 | | -870 | 42 | | -880 | 42.5 | | -890 | 43 | | -900 | 43.5 | | -910 | 44 | | -920 | 44.5 | | -930 | 45 | | -940 | 45.5 | | -950 | 46 | | -960 | 46.5 | | -970 | 47 | | -980 | 47.5 | | -990 | 48 | | -1000 | 48.5 | | -1100 | 49 | | -1200 | 49.5 | | -1300 | 50 | | -1400 | 50.5 | | -1500 | 51 | | -1600 | 51.5 | | -1700 | 52 | | -1800 | 52.5 | | -1900 | 53 | | -2000 | 53.5 | | -2100 | 54 | | -2200 | 54.5 | | -2300 | 55 | | -2400 | 55.5 | | -2500 | 56 | | -2600 | 56.5 | | -2700 | 57 | | -2800 | 57.5 | | -2900 | 58 | | -3000 | 58.5 | | -3100 | 59 | | -3200 | 59.5 | | -3300 | 60 | | -3400 | 60.5 | | -3500 | 61 | | -3600 | 61.5 | | -3700 | 62 | | -3800 | 62.5 | | -3900 | 63 | | -4000 | 63.5 | | -4100 | 64 | | -4200 | 64.5 | | -4300 | 65 | | -4400 | 65.5 | | -4500 | 66 | | -4600 | 66.5 | | -4700 | 67 | | -4800 | 67.5 | | -4900 | 68 | | -5000 | 68.5 | | -5100 | 69 | | -5200 | 69.5 | | -5300 | 70 | | -5400 | 70.5 | | -5500 | 71 | | -5600 | 71.5 | | -5700 | 72 | | -5800 | 72.5 | | -5900 | 73 | | -6000 | 73.5 | | -6100 | 74 | | -6200 | 74.5 | | -6300 | 75 | | -6400 | 75.5 | | -6500 | 76 | | -6600 | 76.5 | | -6700 | 77 | | -6800 | 77.5 | | -6900 | 78 | | -7000 | 78.5 | | -7100 | 79 | | -7200 | 79.5 | | -7300 | 80 | | -7400 | 80.5 | | -7500 | 81 | | -7600 | 81.5 | | -7700 | 82 | | -7800 | 82.5 | | -7900 | 83 | | -8000 | 83.5 | | -8100 | 84 | | -8200 | 84.5 | | -8300 | 85 | | -8400 | 85.5 | | -8500 | 86 | | -8600 | 86.5 | | -8700 | 87 | | -8800 | 87.5 | | -8900 | 88 | | -9000 | 88.5 | | -9100 | 89 | | -9200 | 89.5 | | -9300 | 90 | | -9400 | 90.5 | | -9500 | 91 | | -9600 | 91.5 | | -9700 | nan nan| The data is a series of lines representing different parameter values (labeled as 'a' in the legend). The x-values are the x-coordinates of the lines (e.g., 'a' = 'b') and the y-values are the corresponding y-coordinates of the line (e.g., 'c') for each x-coordinates of the line (e.g., 'd'). The labels above the lines are 'a', 'b', etc.). The data is presented in a table format with the x-coordinates as the rows and the y-coordinates as the columns.

Verschuiving van de karakteristiek Met de parallelverschuiving verandert de aanvoertemperatuur in het alge- meen en gelijkmatig voor het hele buitentemperatuurbereik. D.w.z. wanneer de ruimtetemperatuur in het algemeen te warm of koud is, moet via de parallelverschuiving worden gecorrigeerd.

Elco Thision S PLUS - Menu: verwarmingsgroepen - 1

line | Temperature (°C) | Value | | ---------------- | ----- | | -30 | 20 | | -10 | 10 | | 0 | 0 | | 10 | 10 | | 20 | 20 |
Regelnr. Betekenis
8700 TA Buitentemperatuur
TRw Gewenste waarde ruimtetemperatuur
TV Aanvoertemperatuur

Aanpassing van de karakteristiek

Met de aanpassing wordt de verwarmingskarakteristiek automatisch aan de heersende verhoudingen aangepast. Een correctie van de steilheid en parallelverschuiving is zo overbodig. Ze kan slechts in- of uitgeschakeld worden.

Om de functie te garanderen moet het volgende in acht worden genomen:

  • Een ruimte-opnemer moet aangesloten zijn (QAA 75 / 78).
  • De instelling "ruimte-invloed" moet tussen 1 en 99 zijn ingesteld.
  • In de referentieruimte (montageplaats ruimte-opnemer) dienen geen geregelde radiatorkleppen aanwezig te zijn (eventuele aanwezige radiatorkleppen moeten maximaal worden geopend.

Zomer-/winterverwarmingsgrens

De zomer-/wintergrens schakelt de verwarming al naar gelang temperatuurverhouding gedurende de loop van het jaar in of uit.

Deze omschakeling vindt gedurende automatisch functioneren zelfstandig plaats en maakt daardoor overbodig dat de verwarming door de gebruiker aan of uitgeschakeld wordt. Door het veranderen van de ingevoerde waarde worden de overeenkomstige jaarfasen korter of langer.

Verhogen: Omschakeling vroeger op winterfunctie

Omschakeling later op zomerfunctie. Verlagen:

Omschakeling later op winterfunctie Omschakeling vroeger op zomerfunctie.

- De functie werkt niet in de bedrijfswijze „Voortdurende

comforttemperatuur"

Elco Thision S PLUS - Zomer-/winterverwarmingsgrens - 1

  • In de aanduiding verschijnt "ECO"
  • Om rekening te houden met de gebouwdynamiek wordt de buitentemperatuur verlaagd.
Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks-instelling
VG1VG2VG3
73010301330Zomer-/winterverwarmingsgrensZie handleiding ketel
73210321332Dagverwarmingsgrens
73310331333Verlenging dagverwarmingsgrens

Elco Thision S PLUS - Zomer-/winterverwarmingsgrens - 2

line | Time (t) | Temperature (°C) | | -------- | ---------------- | | 0 | 16 | | 5 | 18 | | 10 | 19 | | 15 | 15 |

Dagverwarmingsgrens

De dagverwarmingsgrens schakelt de verwarming al naar gelang de buiten-temperatuur in de loop van de dag aan of uit. Deze functie dient hoofdzakelijk in de overgangsfasen lente en herfst korte tijd op de temperatuurvariaties te reageren. Door wijzigen van de ingevoerde waarde worden de overeenkomstige verwarmingsfasen korter of langer.

Verhogen:

Omschakeling vroeger op verwarmingsfunctie

Omschakeling later op ECO.

Verlagen:

Omschakeling later op verwarmingsfunctie

Omschakeling vroeger op ECO.

  • De functie werkt niet in de modus „Voortdurende comforttemperatuur“
  • In de aanduiding verschijnt "ECO"
  • Om rekening te houden met de gebouwdynamiek wordt de buitentemperatuur verlaagd

Voorbeeld:

Instelregel z.B.
Gewenste comfortwaarde (TRw)22°C
Dagverwarmingsgrens (THG)-3°C
Omschakeltemperatuur (TRw-THG) verwarming UIT= 19°C
Schakelverschil (fix)-1°C
Omschakeltemperatuur verwarming AAN= 18°C

Verlenging dagverwarmingsgrens

De verlenging van de dagverwarmingsgrens vindt plaats, door rekening te houden met de gemengde buitentemperatuur bij het inschakelen van de verwarming. Alternatief kan de verwarming ook alleen maar naar aanleiding van de actuele buitentemperatuur weer worden ingeschakeld.

Nee

De dagverwarmingsgrens schakelt alleen maar in n.a.v. de actuele buitentemperatuur.

Ja

De dagverwarmingsgrens schakelt zoals onder dagverwarmingsgrens beschreven, afhankelijk van de actuele en de gemengde buitentemperatuur.

Gewenste aanvoerwaarde - begrenzingen

Met deze begrenzing kan een bereik voor de gewenste aanvoerwaarde worden gedefinieerd. Bereikt de gevraagde gewenste aanvoer-temperatuurwaarde van de verwarmingsgroep de overeenkomstige grenswaarde, dan blijft deze bij hoger wordende of lager wordende warmtevraag constant op maximale-resp. minimale waard.

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks-instelling
VG1VG2VG3
74010401340Gewenste aanvoerwaarde-minim. VG1+2Zie handleiding ketel
741--Gewenste aanvoerwaarde-maximum VG1
-1041-Gewenste aanvoerwaarde-maximum VG2
--1341Gewenste aanvoerwaadre-maximum VG3
742- Gewwrdeaanv ruimtetherm VG1 -
- 11042Gew wrdeaanv ruimtetherm VG2 -
- -1342Gew wrdeaanv ruimtetherm VG3
74610461346Vertr. warmte vraag

Elco Thision S PLUS - Gewenste aanvoerwaarde - begrenzingen - 1

line | Temperature (°C) | Voltage Level | Label | |---|---|---| | 10 | min | | | 15 | max | | | 80 | max | TVmax | | 15 | akt | | | 80 | akt | | | 80 | TVmin | | TVw | | |

TVw actuele gewenste aanvoerwaarde Tvmax gewenste aanvoerwaarde -maximum Tvmin gewenste aanvoerwaarde-minimum

Ruimte-invloed

Soorten sturing

Zodra een ruimtetemperatuuropnemer wordt gebruikt, kan uit 3 verschillende soorten sturing worden gekozen.

Zuivere weerssturing

De aanvoertemperatuur wordt via de verwarmingscurve afhankelijk van de gemengde buitentemperatuur berekend. Voor deze sturingswijze moet de verwarmingskarakteristiek correct ingesteld zijn, aangezien de regeling in de deze instelling geen rekening houdt met de ruimte-temperatuur.

Weerssturing met ruimte-invloed

De afwijking van de ruimtetemperatuur t.o.v. de gewenste waarde wordt geregistreerd en er wordt met de temperatuurregeling rekening mee gehouden. Zo kan rekening worden gehouden met andere warmte en wordt een constantere kamertemperatuur mogelijk. De invloed van de afwijking wordt procentueel ingesteld. Hoe beter de referentieruimte is (onvervalste ruimtetemperatuur enz.) des te hoger kan de waarde worden ingesteld.

Voorbeeld:

Ca. 60 %: goede referentieruimte Ca. 20 %: ongunstige referentieruimte

Regelnr.BedieningsregelFabrieks-instelling
VG1VG2VG3
75010501350Ruimte-invloedZie handleiding ketel
Instelling Soort Sturing
- - - %Zuivere weerssturing*
1...99 %Weerssturing met ruimte-invloed*
100 %Zuivere ruimtesturing

Om de functie te activeren, moet het volgende in acht worden genomen:

  • Een geplande ruimteopnemer moet aangesloten zijn.
  • De instelling „ ruimte-invloed“ moet tussen 1 en 99% ingesteld zijn.
  • In de referentieruimte (montageplaats ruimte-opnemer) moeten geen geregelde radiatorkleppen aanwezig zijn. (Eventueel aanwezige radiator-kleppen moeten op het maximum worden geopend).

Zuivere ruimtesturing

De aanvoertemperatuur wordt geregeld afhankelijk van de gewenste ruimte-temperatuurwaarde, de actuele ruimtetemperatuur en het actuele verloop ervan. Een beetje stijgen van de ruimtetemperatuur zorgt bijv. voor een directe reductie van de aanvoertemperatuur.

Om de functie te activeren moet het volgende in acht worden genomen:

  • Een geplande ruimteopnemer moet aangesloten zijn.
  • De instelling "ruimte-invloed" moet op 100% ingesteld zijn.
  • In de referentieruimte (montageplaats ruimte opnemer) moeten geen geregelde radiatorkleppen aanwezig zijn. (Eventueel aanwezige radiatorkleppen moeten op het maximum worden geopend.)

Ruimtetemperatuurbegrenzing

Bij verwarmingsgroepen met pompen moet een schakelverschil voor de temperatuurregeling worden ingesteld. Voor deze functie moet een ruimtetemperatuuropnemer worden gebruikt.

De ruimtetemperatuurbegrenzing functioneert niet bij een zuivere weerssturing.

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks-instelling
VG1VG2VG3
76010601360RuimtetemperatuurbegrenzingZie handleiding ketel

Elco Thision S PLUS - Ruimtetemperatuurbegrenzing - 1

line | Time | Temperature (°C) | Power (P) | |------|-------------------|-----------| | 0 | ~0 | 0 | | 1 | ~-0.5 | 0 | | 2 | ~0.5 | 0 | | 3 | ~-0.5 | 0 | | 4 | ~0.5 | 0 | | 5 | ~-0.5 | 0 | | 6 | ~0.5 | 0 | | 7 | ~-0.5 | 0 | | 8 | ~0.5 | 0 | | 9 | ~-0.5 | 0 | | 10 | ~0.5 | 0 | | 11 | ~-0.5 | 0 | | 12 | ~0.5 | 0 | | 13 | ~-0.5 | 0 | | 14 | ~0.5 | 0 | | 15 | ~-0.5 | 0 | | 16 | ~0.5 | 0 | | 17 | ~-0.5 | 0 | | 18 | ~0.5 | 0 | | 19 | ~-0.5 | 0 | | 20 | ~0.5 | 0 | | 21 | ~-0.5 | 0 | | 22 | ~0.5 | 0 | | 23 | ~-0.5 | 0 | | 24 | ~0.5 | 0 | | 25 | ~-0.5 | 0 | | 26 | ~0.5 | 0 | | 27 | ~-0.5 | 0 | | 28 | ~0.5 | 0 | | 29 | ~-0.5 | 0 | | 30 | ~0.5 | 0 | | 31 | ~-0.5 | 0 | | 32 | ~0.5 | 0 | | 33 | ~-0.5 | 0 | | 34 | ~0.5 | 0 | | 35 | ~-0.5 | 0 | | 36 | ~0.5 | 0 | | 37 | ~-0.5 | 0 | | 38 | ~0.5 | 0 | | 39 | ~-0.5 | 0 | | 40 | ~0.5 | 0 | | 41 | ~-0.5 | 0 | | 42 | ~0.5 | 0 | | 43 | ~-0.5 | 0 | | 44 | ~0.5 | 0 | | 45 | ~-0.5 | 0 | | 46 | ~0.5 | 0 | | 47 | ~-0.5 | 0 | | 48 | ~0.5 | 0 | | 49 | ~-0.5 | 0 | | 50 | ~0.5 | 0 | | 51 | ~-0.5 | 0 | | 52 | ~0.5 | 0 | | 53 | ~-0.5 | 0 | | 54 | ~0.5 | 0 | | 55 | ~-0.5 | 0 | | 56 | ~0.5 | 0 | | 57 | ~-0.5 | 0 | | 58 | ~0.5 | 0 | | 59 | ~-0.5 | 0 | | 60 | ~0.5 | 0 | | 61 | ~-0.5 | 0 | | 62 | ~0.5 | 0 | | 63 | ~-0.5 | 0 | | 64 | ~0.5 | 0 | | 65 | ~-0.5 | 0 | | 66 | ~0.5 | 0 | | 67 | ~-0.5 | 0 | | 68 | ~0.5 | 0 | | 69 | ~-0.5 | 0 | | 70 | ~0.5 | 0 | | 71 | ~-0.5 | 0 | | 72 | ~0.5 | 0 | | 73 | ~-0.5 | 0 | | 74 | ~0.5 | 0 | | 75 | ~-0.5 | 0 | | 76 | ~0.5 | 0 | | 77 | ~-0.5 | 0 | | 78 | ~0.5 | 0 | | 79 | ~-0.5 | 0 | | 80 | ~0.5 | 0 | | 81 | ~-0.5 | 0 | | 82 | ~0.5 | 0 | | 83 | ~-0.5 | 0 | | 84 | ~0.5 | 0 | | 85 | ~-0.5 | 0 | | 86 | ~0.5 | 0 | | 87 | ~-0.5 | 0 | | 88 | ~0.5 | 0 | | 89 | ~-0.5 | 0 | | 90 | ~0.5 | 0 | | 91 | ~-0.5 | 0 | | 92 | ~0.5 | 0 | | 93 | ~-0.5 | 0 | | 94 | ~0.5 | 0 | | 95 | ~-0.5 | 0 | | 96 | ~0.5 | 0 | | 97 | ~-0.5 | 0 | | 98 | ~0.5 | 0 | | 99 | ~-0.5 | 0 | |1 | - | ON | | P OFF P OFF T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd S TRx TRx TRw SDR SRR SPP Slij Sij Sj Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr SN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TRx Beginwaarde ruimtetemperatuur TRw Gewenste waarde ruimtetemperatuur SDR Ruimteschakelverschil P Pomp TRx Beginwaarde ruimtetemperatuur TRw Gewenste waarde ruimtetemperatuur SDR Ruimteschakelverschil P Pomp TRx Beginwaarde ruimtetemperatuur TRw Gewenste waarde ruimtetemperatuur SDR Ruimteschakelverschil P Pomp TRx Beginwaarde ruimtetemperatuur TRw Gewenstewerderuimtetemperatuur SDR Ruimteschakelverschil P Pomp TRx Beginwaarde ruimtetemperatuur TRw Gewenstewerderuimtetemperatuur SDR Ruimteschakelverschil P Pomp TRx Beginwaarde ruimtetemperatuur TRw Gewenstewerderuimtetemperatuur SDR Ruimteschakelverschl P Pomp TRx Beginwaarde ruimtetemperatuur TRw Gewenstewerderuimtetemperatuur SDR Ruimteschakelverschl P Pomp TRx Beginwaarde ruimtetemperatuur TRw Gewenstewerderuimtetemperatuur SDR Ruimteschakelverschl P Pomp TRx Beginwaarde ruimtetemperatuur TRx Gewenstewerderuimtetemperatuur SDR Ruimteschakelverschl P Pomp TRx Beginwaarde ruimtetemperatuur TRw Gewenstewerderuimtetemperatuur SDR Ruimteschakelverschl P Pomp TRx Beginwaarde ruimtetemperatuur TRw Gewenstewerderuimtetemperatuur SDR Ruimtemechakelverschl P Pomp TRx Beginwaarde ruimtetemperatuur TRw Gewenstewerderuimtetemperatuur SDR Ruimteschakelverschl P Pomp TRx Beginwaarde ruimtetemperatuur TRw Gewenstewerderuimtetemperatuur SDR Ruimteschakelverschl P Pomp TRx Beginwaarde ruimtetemPeraturu RTw GewenstewerderuimtetemPeraturu SDR Ruimteschakelverschl P Pomp TRx Beginwaarde ruimtetemPeraturu TRw GewenstewerderuimtetemPeraturu SDR Ruimteschakelverschl P Pomp TRx Beginwaarde ruimtetemPeraturu TRw GewenstewerderuimtetemPeraturu SDR Ruimteschakelverschl P Pomp TRx Beginwaarde ruimtetemPeraturu TRw GewenstewerderuimtetemPeraturu SDR Ruinsetekerschalkl P Pomp TRx Beginwaarde ruimtetemPeraturu TRw GewenstewerderuimtetemPeraturu SDR Ruinsetekerschalkl P Pomp TRx Beginwaarde ruimtetemPeraturu TRw GewenstewerderuimtetemPeraturu SDR Ruinsetekerschalkl P Pomp TRx Beginwaarde ruimtetemPeraturu TRW GewenstewerderuimtetemPeraturu SDR Ruinsetekerschalkl P Pomp TRx Beginwaarde ruimtetemPeraturu TRW GewenstewerderuimtetemPeraturu SDR Ruinsetekerschalkl P Pomp TRx Beginwaarde ruimtetemPeraturu TRW GewenstewerderuimtetemPeraturu SDR RuinSetekerschalkl P Pomp TRx Beginwaarde ruimtetemPeraturu TRW GewenstewerderuimtetemPeraturu SDR RuinSetekerschalkl P Pomp TRx Beginwaarde ruimtetemPeraturu TRW GewenstewerderuimtetemPeraturu SDR RuinSetekerschalkl P Pomp TRx Beginwaarde ruimteternPeraturu TRW GewenstewerderuimteternPeraturu SDR RuinSetekerschalkl P Pomp TRx Beginwaarde ruimteternPeraturu TRW GewenstewerderuimteternPeraturu SDR RuinSetekerschalkl P Pomp TRx Beginwaarde ruimteternPeraturu TRW GewenstewerderuimteternPeraturu SDR RuinSetekerschalkl P Pomp Trp ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON

Snel opstoken

De snelle verwarming zorgt ervoor, dat bij een wijziging van de gewenste reductiewaarde naar gewenste comfortwaarde de nieuwe gewenste waarde vroeger wordt bereikt en daardoor de verwarmingsduur wordt verkort. Gedurende de snelle verwarming wordt de gewenste ruimtetemperatuurwaarde met de hier ingestelde waarde verhoogd. Verhogen van de instelling heeft een snellere verwarmingstijd tot gevolg, verlagen tot langere.

- De snelle verwarming is met of zonder ruimte-opnemer mogelijk.

Regelnr.BedieningsregelFabrieks-instelling
VG1VG2VG3
77010701370Snel opstokenZie handleiding ketel

°C TRw 20 DTRSA 15 TRx t TRw Gewenste waarde ruimtetemperatuur TRx Beginwaarde ruimtetemperatuur DTRSA Gewenste waarde ruimtetemperatuurverhoging

Snelle daling

Gedurende de snelle daling wordt de verwarmingsgroeppomp uitgeschakeld en bij mengergroepen ook de mengklep gesloten.

  • Functie met ruimteopnemer: Met de ruimteopnemer schakelt de functie de verwarming uit, tot de ruimtetemperatuur naar de gewenste reductiewaarde resp. vorstniveau is afgekoeld. Is de ruimtetemperatuur tot op het reductieniveau resp. vorstniveau gezonken, wordt de verwarmings-groeppomp ingeschakeld en de mengklep vrijgegeven.
  • Functie zonder ruimteopnemer: De snelle daling schakelt de verwarming afhankelijk van de buitentemperatuur en de gebouwtijdconstante voor een bepaalde tijd uit.
  • De snelle verlaging is met of zonder ruimteopnemer mogelijk.
Regelnr.BedieningsregelFabrieks-instelling
VG1VG2VG3
78010801380Snelle terugzetUitTot gereduceerd gew wrdTot gew wrd Vorst beschrmZie handleiding ketel

Voorbeeld

Duur van de snelle verlaging bij gewenste comfortwaarde – gewenste reductiewaarde = 2°C (bijv. gewenste comfortwaarde = 20°C en gewenste reductiewaarde =18°C)

Buitentemperatuur gemengdGebouwtijdconstante (regel nr. 6110)
02510152050
15 °C03.17.715.32330.676.6
10 °C01.33.36.71013.433.5
5 °C00.92.14.36.48.621.5
ab 0 °CVorstbescherming
Duur van de snelle verlaging in uren

Is het temperatuurverschil tussen gewenste comfortwaarde - gewenste reductiewaarde bijv. 4°C dan worden de in de tabel aangegeven standaardwaarden twee keer zo hoog.

In- / uitschakeltijdoptimalisatie

Inschakeloptimalisatie Max

Het omschakelen van de temperatuurniveaus wordt zo geoptimaliseerd, dat de gewenste comfortwaarden via de schakeltijden wordt bereikt.

Uitschakeloptimalisatie max

Het omschakelen van de temperatuurniveaus wordt zo geoptimaliseerd, dat de gewenste comfortwaarde -1/4 °C bij de schakeltijden wordt bereikt.

- De in- en uitschakeloptimalisatie is met of zonder ruimtesensor mogelijk.

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks-instelling
VG1VG2VG3
79010901390Inschakeloptimalisatie MaxZie handleiding ketel
79110911391Uitschakeloptimalisatie Max

0 Xein TRx Xaus 24 1/4 °C TRw ZSP Xaan Inschakeltijd vervroegd Xuit Uitschakeltijd vervroegd ZSP Tijdschakelprogramma TRx Beginwaarde ruimtetemperatuur TRw Gewenste waarde ruimtetemperatuur

Verhoging gewenste reducer- waarde

De functie dient vooral bij verwarmingsinstallaties die niet beschikken over grote vermogensreserves (bijv. lage energiehuizen).

Daar zou de verwarmingstijd bij lage buitentemperaturen ongewenst lang duren. Met de verhoging van de gewenste reduceerwaarde, wordt een te sterk afkoelen van de ruimtes tegengegaan, om zo de verwarmingstijd bij het overgaan naar gewenste comfortwaarde te verkorten.

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks-instelling
VG1VG2VG3
80011001400Gereduceerd verhogen beginZie handleiding ketel
80111011401Gereduceerd verhogen einde

Elco Thision S PLUS - Verhoging gewenste reducer- waarde - 1

line | TAgem | TR | |---|---| | -15 | TRK | | -5 | TRR | TRwA1 Gereduceerd verhogen begin TRwA2 Gereduceerd verhogen einde TRK Gewenste comfortwaarde TRR Gewenste gereduceerde ruimtetemperatuurwaarde Tagem Gemengde buitentemperatuur

Oververhittingsbescherming

Oververhittingsbescherming pompverwarmingsgroep

Bij verwarmingsinstallaties met pomp-circulaties kan de aanvoertemperatuur van de verwarmingsgroep door hogere eisen van andere warmteafnemers (mengverwarmingsgroep, tapwater lading, ext. warmtebehoefte) of van een geparametreerde minimale keteltemperatuur hoger zijn dan de volgens de verwarmingskarakteristiek vereiste aanvoertemperatuur.

Regelnr.BedieningsregelFabrieks-instelling
VG1VG2VG3
82011201420OververhittingsbeschermingPompverwarmingsgroepUitAanZie handleiding ketel

Ten gevolge van deze te hoge aan-voertemperatuur zou deze pompverwarmingsgroep dienovereenkomstig oververhit worden. De functie oververhittingsbescherming voor pomp-circulaties zorgt door aan-/uitschakelen van de pomp ervoor, dat de energietoevoer voor de pompverwarmings-groep overeenkomt met de verwarmingscurvevraag.

De bewerkingsperiode is vast ingesteld en bedraagt 10 minuten.

Deze 10 minuten worden aan de hand van een inschakelverhouding ingedeeld. De looptijd van de pomp is vastgesteld op minimaal 3 minuten.

De stilstandtijd van de pomp is vastgesteld op minimaal 2 minuten.

Mengerregeling

Mengerverhoging

Om bij te mengen moet de ketel-aanvoertemperatuur-beginwaarde hoger zijn dan de gevraagde gewenste waarde van de mengeraanvoertemperatuur, omdat deze anders niet geregeld kan worden. De regelaar bepaalt uit de hier ingestelde verhoging en de momenteel actuele gewenste waarde van de aanvoertemperatuur de gewenste waarde van de ketel-temperatuur.

Aandrijvingstype

De instelling van het aandrijvingstype verandert de regelverhouding van de gebruikte mengeraandrijving.

2-punts

De regelaar stuurt de aandrijving met slechts één relaisuitgang aan. Bij een signaal aan de uitgang opent de aangestuurde klep. Ontbreekt het signaal, dan sluit de klep zelfstandig (thermisch of mechanisch). Is de aanvoertemperatuur meer dan het halve schakelverschil onder de gewenste waarde, dan wordt de relaismenger OPEN actief en blijft tot de aanvoertemperatuur met een half schakelverschil, dat boven de gewenste waarde ligt ingeschakeld.

3-Punts

De regelaar stuurt de aandrijving met twee relaisuitgangen aan. Voor het openen en sluiten van de aangestuurde klep wordt telkens een uitgang gebruikt. Is er geen relais actief, dan blijft de aandrijving staan. De regeling is met een PID-regelaar gerealiseerd, waarbij XP en TN para-metreerbaar zijn. Eveneens is de aandrijflooptijd instelbaar. De neutrale zone van de regelaar bedraagt ±1 K. Voor moeilijke regeltrajecten kunnen de regelparameters worden aangepast.

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks-instelling
VG1 VG2 VG3
830 1130 Menger 49chogingZie handleiding ketel
832 1132 Aandrijving type2-punts3-punts
83311331433Schakelverschil-2 punts
83411341434Aandrijving looptijd
83511351435Menger P-Band Xp
83611361436Menger nasteltijd Tn

Schakelverschil 2-punts

Voor de 2 puntaandrijving moet het schakelverschil 2-punts eventueel worden aangepast.

Bij de 3-puntsaandrijving is dit niet nodig.

Aandrijving looptijd

Instelling van de max. looptijd van de mengermotor.

Menger P-band Xp

Door de instelling van de pro- portionaalband wordt de regelver- houding van mengeraandrijving aan het gedrag van de installatie (regeltraject) aangepast. Xp beïnvloedt het P-gedrag van de regelaar.

Mengernasteltijd Tn

Door de instelling van de nasteltijd wordt het regelgedrag van de mengeraandrijving aan het gedrag van de installatie (regeltraject) aangepast. Tn beïnvloedt het I-gedrag van de regelaar.

Vloeruitdrogingsfunctie

De vloeruitdrogingsfunctie dient voor het gecontroleerd uitdrogen. Deze regelt de aanvoertemperatuur n.a.v. een temperatuurprofiel. De uitdroging vindt plaats door de vloerverwarming d.m.v. meng- of pompverwarmingscircuit.

Vloerfunctie

Uit

- De functie is uitgeschakeld.

Functieverwarmen (Fh): - Het eerste deel van het temperatuurprofiel wordt automatisch doorlopen.

Bezettingsafhankelijk verwarmen (Bh)

- Het tweede deel van het temperatuurprofiel wordt automatisch doorlopen.

Functie- en bezettingsafhankelijk verwarmen

- Het gehele temperatuurprofiel (eerste en tweede deel) wordt automatisch doorlopen.

Manueel

- Er wordt niet één temperatuur-profiel doorlopen, maar via de "gewenste vloerwaarde manueel" geregeld.

Gewenste vloerwaarde manueel

De gewenste aanvoertemperatuurwaarde voor de vloerfunctie manueel kan voor elke verwarmingsgroep apart worden ingesteld.

Gewenste vloerwaarde actueel

Geeft de actuele gewenste aanvoertemperatuurwaarde van de lopende vloerfunctie aan.

Vloer actuele dag

Geeft de actuele dag van de lopende vloerfunctie aan.

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks-instelling
VG1VG2VG3
8501150Vlo450functieUitFunctieverwarmen (Fh)Bezettingsafhankelijk verwarmen (Bh)Functie- en bezettingsafhankelijk verwarmenZie handleiding ketel
85111511451Gewenste vloerwaarde manueelGewenste waarde manueel
85511551455Gewenste actuele vloerwaarde manueel
85611561456Vloer dag actueel

Elco Thision S PLUS - Vloer actuele dag - 1

line | [Tag] | Power (TVw) | | :--- | :--- | | 0 | 25 | | 1 | 25 | | 3 | 55 | | 4 | 55 | | 7 | 55 | | 1 | 25 | | 2 | 30 | | 3 | 35 | | 4 | 40 | | 5 | 45 | | 6 | 50 | | 7 | 55 | | 10 | 55 | | 12 | 55 | | 13 | 50 | | 14 | 45 | | 15 | 40 | | 16 | 35 | | 17 | 30 | | 18 | 25 | X Startdag Fh functieverwarmen Bh Bezettingsafhankelijk verwarmen

- Let op de betreffende normen en voorschriften van de vloerfabrikant!

- Een juiste functiewijze is slechts met een correct geïnstalleerde installatie mogelijk (hydraulica, elektriciteit, instellingen)!

Afwijkingen kunnen een beschadiging van de vloer tot gevolg hebben!

- De functie kan voortijdig worden afgebroken, wanneer die uit wordt gezet.

- De aanvoertemperatuur-maximaalbegrenzing blijft in werking.

Afname van te hoge temperatuur

Een afname van te hoge temperatuur kan door volgende functies worden veroorzaakt:

  • Ingangen Hx
  • Opslagterugkoeling
  • Afname van te hoge temperatuur van de ketel voor de vaste stof

Wordt een afleiding geactiveerd vanwege te hoge temperatuur kan de overtollige energie door een afname van de warmte van de ruimte-verwarming worden afgevoerd. Dit kan voor elke verwarmingsgroep afzonderlijk worden ingesteld.

Uit

De afname van te hoge temperatuur is uitgeschakeld.

Verwarmingsfunctie

Een afname van te hoge temperatuur vindt alleen plaats, wanneer de regelaar zich in de verwarmingsfunctie bevindt.

Altijd

Een afname van te hoge temperatuur vindt in alle bedrijfswijzen plaats.

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks-instelling
VG1VG2VG3
86111611461Afname van te hoge temperatuurUitVerwarmingsfunctieAltijdZie handleiding ketel

Met opslagtank

Is een opslagtank aanwezig, moet worden aangegeven, of de verwarmingsgroep uit de opslagtank warmte kan betrekken. De opslagtanktemperatuur wordt wanneer er ook nog alternatieve warmtebronnen worden gebruikt als regelcriterium voor de vrijgave van extra energiebronnen gebruikt.

Met voorregelaar/ circulatiepomp

Er wordt ingesteld of de verwarmingsgroep vanaf de voorregelaar resp. met de circulatiepomp (afhankelijk van de installatie) moet worden gevoed.

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks-instelling
VG1VG2VG3
87011701470Met opslagtankNeeJaZie handleiding ketel
87211721472Met voorregelaar/circulatiepompNeeJa

Correctie gewenste aanvoer toerentalregeling

Hier kan worden vastgelegd, of de gewenste aanvoercorrectiewaarde (bij toerentalregeling VG pomp) in de temperatuuraanvraag wordt geïntegreerd of niet.

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks-instelling
VG1VG2VG3
89011901490Gew. aanv corr. bij trntl regNeeJaZie handleiding ketel

Afstandsbediening

Bedrijfsniveauomschakeling

Bij een externe schakelklok via de ingangen Hx is te selecteren op welk bedrijfsniveau de verwarmingsgroepen worden ingeschakeld.

Bedrijfswijze-omschakeling

Deze verwarmingskring kan via een H-ingang door het inschakelen van een contact in een selecteerbare bedrijfswijze worden gezet. De gewenste bedrijfswijze bij omschakeling kan met de parameters bedrijfswijze-omschakeling per Verwarmingsgroep worden vastgelegd. De bediening van de bedrijfswijze via de regelaar is dan geblokkeerd. Het contacttype is instelbaar.

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks-instelling
VG1 VG2 VG3
89811981498BedrijfsniveauomschakelingVorstbeschermingGereduceerdComfortZie handleiding ketel
900 1200 Bedrijfs50ij2eomschakelingGeenBeveiligingsmodusGereduceerdComfortAutomatisch

Bedrijfswijze

De tapwaterbedrijfswijze wordt direct d.m.v. de bedrijfswijzetoets bediend.

Uit

Voortdurend bedrijf via de gewenste vorstbeschermingswaarde van het tapwater (5 °C).

Aan

De tapwaterlading vindt automatisch plaats via de gewenste nominale tapwaarde of de gewenste gereduceerde tapwaarde aan de hand van ingestelde tapwatervrijgave.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
1600 BedrijfswijzeUitAanZie handleiding ketel

Gewenste waarden

Het tapwater kan op verschillende gewenste waarden worden ingesteld. Afhankelijk van de gekozen bedrijfswijzen worden deze gewenste waarden effectief en hebben zo verschillende temperatuursniveaus tot gevolg in de Tapw-opslag.

Gewenste nominale waarde

Gewenste waarde tapwater binnen vrijgave.

Gewenste reduceerwaarde

Gewenste tapwaterwaarde behalve vrijgave.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
1610 Gewenste nominale waardeZie handleiding ketel
1612 Gewenste gereduceerd waarde

TWWR TWWR TWWN TWWmax TWWR Gewenste gereduceerde waarde tapwater TWWN Gewenste nominale waarde tapwater TWWmax Gewenste nominale waarde maximum tapwater

Vrijgave

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
1620 Vrijgave24h/dagTijdprogramma's VGsTijdprogramma 4/TapwZie handleiding ketel

24h/dag

De tapwatertemperatuur wordt onafhankelijk van tijdschakelprogramma's voortdurend op gewenste nominale tapwatertemperatuurwaarde gehouden.

Voorbeeld 237Z18 0 6 12 18 24 h

Tijdprogramma's verwarmingsgroepen

De gewenste waarde van het tapwater wordt conform de verwarmingsgroeptijdschakelprogramma's tussen de nominale waarde van de taptemperatuur en de gewenste reducerwaarde omgeschakeld.

Het eerste inschakelpunt van elke fase wordt telkens 1 uur vervroegd.

Voorbeeld 0 6 12 245 16 17 h 23/246

Tijdprogramma 4/Tapw

Voor de tapwaterbereiding wordt rekening gehouden met het tijd-schakelprogramma 4 van de lokale regelaar. Daarbij wordt op de daarbij ingestelde schakeltijden omgeschakeld tussen gewenste nominale waarden van de taptemperatuur en gewenste gereduceerde waarden van de tap-temperatuur. Op deze wijze wordt het tapwater onafhankelijk van de verwarmingsgroepen geladen.

Elco Thision S PLUS - Tijdprogramma 4/Tapw - 1

line Voorbeeld | h | Value | |---|---| | 0 | 0 | | 6 | 0 | | 12 | 0 | | 18 | 0 | | 24 | 0 | 23/324

Laadvoorrang

Bij gelijktijdige vermogensbehoefte van de ruimteverwarmingen en het tapwater kan met de functie tapwatervoorrang worden veiliggesteld, dat het ketelvermogen gedurende een tapwater-lading in eerste instantie naar het tapwater wordt toegevoerd.

Bij omloopkleppen is de functie automatisch uitgeschakeld.

Absoluut

Menger- en pompverwarmingsgroep zijn zolang geblokkeerd, tot het tapwater is verwarmd.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
1630LaadprioriteitAbsoluutGlijdendGeen (Parallel)MK glijdend, PK absoluutZie handleiding ketel

Glijdend

Wanneer het verwarmingsvermogen van de opwekker niet meer voldoende is, worden menger en pomp-verwarmingsgroep beperkt, tot het tapwater is verwarmd.

Geen

De tapwaterlading vindt parallel aan de verwarmingsfunctie plaats. Bij krap gedimensioneerde ketels en mengverwarmingsgroepen kan het zijn, dat bij grote verwarmingslast de

gewenste tapwaterwaarde niet wordt bereikt, omdat te veel warmte naar de verwarmingsgroep wegstroomt.

MK glijdend, PK absoluut

De pompverwarmingsgroepen zijn zolang geblokkeerd, tot de tapwateropslag is verwarmd. Wanneer het verwarmingsvermogen van de opwekker niet meer voldoende is, worden ook de mengverwarmingsgroepen beperkt.

Legionellafunctie

Uit

De functie is uitgeschakeld.

Periodiek

De legionellafunctie wordt conform ingestelde periode (bedieningsregel 641) herhaald. Wordt de gewenste legionellawaarde door een zonne-installatie onafhankelijk van de ingestelde tijdperiode bereikt, dan wordt de periode opnieuw gestart.

Vaste weekdag

De legionellafunctie kan op een vast gekozen weekdag (bedieningsregel 1642) worden geactiveerd. Bij deze instelling wordt onafhankelijk van de opslagtemperaturen in het verleden op de geparametreerde weekdag op gewenste legionellawaarde verwarmd.

Legionellafunctie periodiek

Met de instelling legionellafunctie wordt periodiek ingesteld na hoeveel weekdagen de legionella weer moet worden bestreden.

(Deze instelling is alleen effectief, wanneer de parameterlegionellafunctie op periodiek is ingesteld).

Legionellafunctie weekdag

Met de bedieningsparameter legionellafunctie weekdag wordt vastgesteld op welke dag van de week de legionella moet worden bestreden. Met deze geselecteerde weekdag wordt de legionellafunctie onafhankelijk van het aanwezig zijn van alternatieve energie uitgevoerd.

Legionellafunctie tijdstip

De legionellafunctie wordt op het ingestelde tijdstip gestart. De gewenste tapwaterwaarde wordt op de ingestelde gewenste legionellawaarde verhoogd en de tapwaterlading wordt gestart. Is er geen tijdstip geparametreerd wordt de legionellafunctie op de betreffende dag bij de eerste normale tapwatervrijgave gestart. Is er op deze dag geen tapwatervrijgave (voort-durend gereduceerd), wordt de legionellafunctie 24.00 uur uitgevoerd.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
1640 LegionellafunctieUitPeriodiekVaste dag in weekZie handleiding ketel
1641 Legionellafunctie periodiek
1642 Legionellafunctie weekdagma, di, wo, do, vr, za
1644 Legionellafunctie tijdstip
1645 Legionellafunctie ingestelde waarde
1646 Legionellafunctie duur
1647 Legionellafunctie CirculatiepompUitAan

Is de tapwaterbereiding uitgeschakeld (tapwaterfunctietoets = Uit of vakantie), wordt de legionellafunctie ingehaald, zodra de tapwaterbereiding weer wordt ingeschakeld. (tapwaterfunctietoets = Aan of einde vakantie).

Gewenste waarde van de legionellafunctie

Hoe hoger het temperatuurniveau van de opslag is, hoe korter wordt de duur op dit niveau.

Duur legionellafunctie

Aan de vereiste gewenste waarde van de legionellafunctie moet gedurende de ingestelde duur ononderbroken worden voldaan. Stijgt de opslagtemperatuur (bij twee opnemers de koudste) boven de gewenste waarde van de legionellafunctie min 1 K, is aan de gewenste waarde van de legionellafunctie voldaan en vermindert de timerduur. Zakt de opslagtemperatuur voor het einde van de duur met meer dan het (schakelverschil plus 2 K) onder de gewenste waarde van de legionellafunctie, moet opnieuw aan die duur worden voldaan.

Is er geen duur ingesteld, dan is aan de legionellafunctie direct bij het bereiken van gewenste waarde van de legionellafunctie voldaan.

Legionellafunctie circulatiepomp

De tapwatercirculatiepomp kan gedurende de verminderende beschermende functie van de legionella worden ingeschakeld.

Bij ingeschakelde functie wordt de circulatiepomp gedurende de legionellafunctie bijgeschakeld, zodra de opslagtemperatuur (bij twee opnemers de koudste) boven de gewenste waarde van de legionellafunctie min 1 K ligt. Deze loopt gedurende de ingestelde duur. Zakt de opslagtemperatuur met meer dan het tapwaterschakelverschil plus 2 K onder de gewenste waarde van de vereiste legionellafunctie wordt de circulatiepomp vroegtijdig uitgeschakeld.

Gedurende de verminderende legionellafunctie bestaat verbrandingsgevaar op de tapplaatsen!!

Circulatiepomp

Voor de aansturing van de pomp wordt een multifunctioneel relais gebruikt. Dit moet eveneens worden gepara- metreerd.

Circulatiepomp vrijgave

De circulatiepomp wordt binnen de vrijgavetijd (zie hieronder) ingeschakeld, wanneer de tapwaterfunctiewijze Aan is en tenminste een aangesloten verwarmingsfunctie niet in de vakantiefunctie staat. Is de tapwaterfunctiewijze Uit of zijn alle aangesloten verwarmingsgroepen in de vakantiestand, blijft de circulatiepomp onafhankelijk van de vrijgaveparametrering uitgeschakeld. De circulatiepompvrijgave kan op verschillende manieren plaatsvinden:

Tijdprogramma 3/VGP

De circulatiepomp wordt conform tijdschakelprogramma 3 / verwarmings-groeppomp vrijgegeven.

Tapwater vrijgave

Bij deze parametrering is de circulatiepomp vrijgegeven, wanneer ook de tapwaterbereiding is vrijgegeven.

Tijdprogramma 4/Tapw

De circulatiepomp wordt conform tijdschakelprogramma 4 / tapwater vrijgegeven.

Tijdprogramma 5

De circulatiepomp wordt conform tijdschakelprogramma 5 vrijgegeven.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
1660 Circulatiepomp vrijgaveTijdprogramma 3/VGPTapwater vrijgaveTijdprogramma 4/TapwTijdprogramma 5Zie handleiding ketel
1661 Circulatiepomp cyclusUitAan
1663 Gewenste waarde van decirculatie van het tapwater

Circulatiepomp cyclus

Is de functie ingeschakeld dan wordt de circulatiepomp binnen de vrijgavetijd telkens vast voor 10 minuten ingeschakeld en voor 20 minuten weer uitgeschakeld.

Gewenste waarde van de circulatie van het tapwater

Wordt een opnemer in de tapwaterverdeelleiding geplaatst, controleert de regelaar de beginwaarde ervan gedurende de legionellafunctie. De ingestelde gewenste waarde moet bij de opnemer gedurende de ingestelde duur worden vastgehouden. De instelling van de gewenste circulatiewaarde wordt naar boven bij de gewenste nominale waarde begrensd.

Afstandsbesturing

Bedrijfswijze-omschakeling

Bij externe omschakeling via de ingangen Hx is selecteerbaar in welke bedrijfswijze wordt omgeschakeld.

Geen

De functie is uitgeschakeld. Er vindt geen bedrijfswijze-omschakeling plaats.

Uit

Er wordt naar de bedrijfswijze Uit omgeschakeld.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
1680 Bedrijfswijze omschakelingGeenUitAanZie handleiding ketel

Aan

Er wordt naar de bedrijfswijze Aan omgeschakeld.

Gebruikercircuits

Gewenste aanvoerwaarde

Hier vindt de instelling van de gewenste aanvoerwaarde plaats, die bij actieve opvraag van het gebruikercircuit effectief wordt.

Tapw-laadvoorrang

Met de instelling kan de aangesloten gebruikercircuitpomp van de invloed van de tapwater-laadprioriteit uit- resp. aangesloten worden. Zo kan bijv. bij een ontluchtingstoepassing of dergelijke, een constante warmteafgifte zonder invloed van de tapwater-laadprioriteit worden gegarandeerd.

Afname te hoge temperatuur

Wordt een te hoge temperatuurafleiding geactiveerd, kan de overbodige energie door een warmte-afname van de gebruikercircuits worden afgevoerd. Dit kan voor elk gebruikercircuit afzonderlijk worden ingesteld.

Uit

De functie is uitgeschakeld.

Aan

De functie is ingeschakeld.

Met opslagtank

Is een opslagtank aanwezig, moet worden ingevoerd, of het gebruiker-circuit uit de pompopslag warmte kan betrekken. Die opslagtanktemperatuur wordt bij het gebruik van alternatieve warmtebronnen als regelcriterium voor de vrijgave van extra energiebronnen gebruikt.

Uit

De functie is uitgeschakeld.

Aan

De functie is ingeschakeld.

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks-instelling
VK1 VK2 VK3
185919091959Gewenste aanvoerwaardeZie handleiding ketel
187419241974Tapw-laadvoorrangNeeJa
187519251975Afname te hoge temperatuurNeeJa
187819281978Met opslagtankNeeJa
188019301980Met voorregelaar / circulatiepompNeeJa

Met voorregelaar/circulatiepomp

Er wordt ingesteld of het gebruiker- circuit vanaf de voorregelaar resp. met de circulatiepomp (installatie- afhankelijk) moet worden gevoed.

Uit

De functie is uitgeschakeld.

Aan

De functie is ingeschakeld.

Bij geactiveerde zwembadregeling kunnen de gewenste waarden voor de verwarming met zonne-energie of voor de verwarming met conventionele bronnen worden ingesteld.

Gewenste waarde voor zonne- verwarming

Het zwembad wordt bij het gebruik van zonne-energie tot aan deze ingestelde gewenste waarde geladen.

De collectoroververhittings- beschermingsfunctie kan echter de collectorpomp weer in gebruik nemen, tot de maximale zwembadtemperatuur (30°C) wordt bereikt.

Gewenste waarde voor bron- verwarming

Het zwembad wordt bij gebruik van bronverwarming tot aan deze ingestelde gewenste waarde geladen.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
2055 Gewenste waarde zonneverwarmingZie handleiding ketel
2056 Gewenste waarde bronverwarming

Laadvoorrang zonne-energie

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
2065 Laadprioriteit Zonne-energiePrioriteit 1Prioriteit 2Prioriteit 3Zie handleiding ketel

Zwembadtemperatuur maximum

Bereikt de zwembadtemperatuur de hier ingesteld temperatuurgrens, wordt de collectorpomp uitgeschakeld. Deze wordt weer vrijgegeven, wanneer de zwembadtemperatuur 1 °C onder de maximale temperatuurgrens is gezonken.

Met zonne-integratie

Hier wordt ingesteld of het zwembad door zonne-energie kan worden geladen.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
2070 Zwembadtemperatuur maximumZie handleiding ketel
2080Met zonne-integratieNeeJa

Voorregelaar/ circulatiepomp

Begrenzingen m.b.t. de gewenste aanvoerwaarde

Gewenste aanvoerwaarde Minimum/Maximum

Met deze begrenzingen kan een bereik voor de gewenste aanvoerwaarde bij het verwarmen worden gedefinieerd.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
2110 Gewenste waarde aanvoer minimumZie handleiding ketel
2111 Gewenste waarde aanvoer maximum

Elco Thision S PLUS - Gewenste aanvoerwaarde Minimum/Maximum - 1

line | Temperature (°C) | Timeframe Label | | ---------------- | ----------------------------------- | | 10 | TVmin | | 15 | TVw | | 80 | TVmax |

Circulatiepomp bij bronblokkering

Met deze parameter kan worden ingesteld, of bij actieve bronblokkering de circulatiepomp eveneens wordt geblokkeerd of niet.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
2121Circulatiepomp bij bronblokkeringUitAanZie handleiding ketel

Uit

Circulatiepomp wordt niet geblokkeerd.

Aan

Bij actieve bronblokkering wordt de circulatiepomp eveneens geblokkeerd.

Voorregelaar/ circulatiepomp

Mengerregeling

Mengklepverhoging

Voor de bijmenging moet de beginwaarde van de aanvoertemperatuur hoger zijn dan de gewenste waarde van de aanvoertemperatuur van de menger, omdat die anders niet kan worden bijgeregeld. De regelaar zorgt dat uit de hier ingestelde verhoging en de momenteel actuele gewenste waarde van de aanvoertemperatuur de gewenste waarde van de keteltemperatuur ontstaat.

Aandrijftype

De instelling van het aandrijftype verandert de regelverhouding van de gebruikte mengeraandrijving.

2-punts

De regelaar stuurt de aandrijving met slechts één relaisuitgang aan. Bij een signaal aan de uitgang opent de aangestuurde klep. Ontbreekt het signaal sluit de klep zelfstandig (thermisch of mechanisch).

Is de aanvoertemperatuur meer dan het halve schakelverschil onder de gewenste waarde, wordt de relaismenger OPEN actief en blijft tot de aanvoertemperatuur die met het halve schakelverschil boven de gewenste waarde ligt ingeschakeld.

3-punts

De regelaar stuurt de aandrijving met twee relaisuitgangen aan. Voor het openen en sluiten van de aangestuurde klep wordt telkens één uitgang gebruikt. Is geen relais actief, blijft de aandrijving staan.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
2130 MengklepverhogingZie handleiding ketel
2132 Aandrijvingsregeling 2-punts 3-punts
2133 Schakelverschil 2-punts
2134 Aandrijving looptijd voorregelaar
2135 P-band Xp voorregelaar
2136 Integratietijd Tn voorregelaar

De regeling is met een PID-regelaar gerealiseerd, waarbij XP en TN parametreerbaar zijn. Eveneens is de aandrijvingslooptijd instelbaar. De neutrale zone van de regelaar bedraagt ±1 K. Voor moeilijke regel-trajecten kunnen de regelparameters worden aangepast.

Schakelverschil 2-punts

Voor de 2-puntsaandrijving moet het schakelverschil 2-punts eveneens worden aangepast. Bij 3-puntsaandrijving is dit niet noodzakelijk.

Aandrijving looptijd voorregelaar Instelling van de max. looptijd van de mengermotor.

P-band Xp voorregelaar

Door de instelling van de proportionele band wordt de regelverhouding van de mengeraandrijving aan de verhouding van de installatie (regeltraject) aangepast.

Xp beïnvloedt de P-verhouding van de regelaar.

Integratietijd Tn voorregelaar

Door de instelling van de integratietijd wordt de regelverhouding van de mengeraandrijver aan de verhouding van de installatie (regeltraject) aangepast.

Tn beïnvloedt de l- verhouding van de regelaar.

Voorregelaar/circulatiepomp

Krijgt de installatie een opslagtank, dan moet hier worden ingesteld of de voorregelaar resp. de circulatiepomp hydraulisch voor of na de opslagtank is aangebracht.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
2150 Voorregelaar/circulatiepompVoor buffertankNa buffertankZie handleiding ketel

Gewenste waarde ketel

De geregelde gewenste waarde van de keteltemperatuur kan met de gewenste minimumwaarde en maximum worden begrensd. Deze begrenzingen vormen een beschermende functie voor de ketel. Keteltemperatuur-minimumbegrenzing is bij normale functie al naar gelang de ketelfunctie de onderste grens voor de geregelde gewenste waarde van de ketel. De maximale is bij normale functie de bovenste grenswaarde voor de geregelde gewenste ketelwaarde.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
2210Gewenste waarde minimumZie handleiding ketel
2212Gewenste waarde maximum
2214Gewenste waarde handfunctie

De keteltemperatuurmaximaalbegrenzing is bij normaal bedrijf de bovenste grenswaarde voor de geregelde gewenste ketelwaarde en gewenste waarde voor de elektronische temperatuurbewaking (TR).

Gewenste waarde handfunctie

Gewenste keteltemperatuur die gedurende de actieve handfunctie wordt geregeld.

PID temperatuurregeling

P-band Xp

De P-band Xp definieert de versterking van de regelaar. Een kleine Xp-waarde leidt tot een hogere aansturing van de branderventilator bij gelijke regel-differentiatie.

T = (T gewenst min T begin).

Integratietijd Tn

De integratietijd Tn bepaalt de snelheid van de regelaar bij het aanpassen van blijvende regelverschillen.

Een kortere integratietijd Tn zorgt voor een snellere aanpassing.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
2233P-band Xp verwarmingsgroepenZie handleiding ketel
2234Integratietijd Tn verwarmen
2235Differentiatietijd Tv verwarmen
2236P-band Xp tapwater
2237Integratietijd Tn tapwater
2238Differentiatietijd Tv tapwater

Differentiatietijd Tv

De differentiatietijd Tv bepaalt hoe lang een spontane wijziging van het regelverschil nawerkt. Een korte tijd beïnvloedt de actieve grootheid maar kort.

Ketel-/branderregeling

Branderlooptijd minimum

Een parametreerbare periode na ingebruikneming van de brander, waarin het uitschakelverschil met 50% wordt verhoogd. Deze optie wordt alleen maar gebruikt, wanneer geen dynamisch schakelverschillen zijn geparametreerd.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
2241Branderlooptijd minimumZie handleiding ketel
2243Minimale uittijd brander
2245SD uittijd brander

Minimale pauzetijd van de brander

Na het uitschakelen van de brander wordt voor deze tijd het opnieuw inschakelen verhinderd. Bij kortere tijden pulst het apparaat vaker, bij langere tijden minder vaak.

SD Branderpauze

Wordt het schakelverschil brander-pauze overschreden, wordt de minimale pauzetijd afgebroken.

Oververhittingsbescherming

Pompnadraaitijd

Pompnadraaitijd na verwarmingsbedrijf en externe eisen.

Pompnadraaitijd volgens Tapw

Pompnadraaitijd volgens tapwaterbedrijf.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
2250 PompnalooptijdZie handleiding ketel
2253 Pompnalooptijd volgens Tapw

Retourtemperatuurbegrenzing

De fabrieksinstelling mag niet worden veranderd.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
2270RerourtemperatuurbegrenzingZie handleiding ketel

Ketelpomp

Ketelpomp bij opwekkingsblokkade

Met deze parameter kan ingesteld worden, of de opwekkingsblokkade ook invloed moet hebben op de ketelpomp.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
2301 Ketelpomp bij opwekkingsblokkadeUitAanZie handleiding ketel
2305 Werking opwekkingsblokkadeAlleen verwarmingsbedrijfVerwarmings- en tapwaterbedrijf

Uit

Ketelpomp wordt bij actieve opwekkingsblokkade eveneens geblokkeerd.

Verwarmings- en tapwaterbedrijf

Alle vragen om warmte en tapwater worden geblokkeerd.

Aan

Ketelpomp wordt bij opwekkingsblokkade niet geblokkeerd.

Werking opwekkingsblokkade

Met deze parameter kan worden ingesteld of de opwekkingsblokkade alleen voor de warmte- of ook voor de tapwatervraag moet functioneren.

Alleen verwarmingsbedrijf

Alleen de vraag om warmte wordt geblokkeerd. Aan de vraag om tapwater wordt verder voldaan.

Controle van schommelingen

Temperatuurslag maximum

De functie maximale ketelslag controleert de toerentalregeling van de ketelpomp. Bereikt de actuele schommeling de geparametreerde waarde, dan wordt het toerental van de ketelpomp niet verder gereduceerd. Wordt de vereiste schommeling overschreden, dan wordt het toerental verhoogd. De functie kan met de instelling - - - worden uitgeschakeld.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
2316 Temperatuurslag MaxZie handleiding ketel
2317 Nominale temperatuurschommeling

Nominale temperatuurschommeling

Samen met een modulerende verwarmingsgroeppomp wordt op de ketel een nominale slag aangehouden, zolang de verwarmingsgroeppomp niet op het maximaal aantal toegestane toeren wordt aangestuurd.

Toerentalsturing

Ketelpompmodulatie

Voor de modulerende ketelpomp kunnen meer functies worden gekozen.

Geen

De functie is uitgeschakeld.

Behoefte

Deze functie niet gebruiken.

Gewenste ketelwaarde

Deze functie niet gebruiken.

Nominale temperatuurschommeling

De Boiler Management Unit regelt constant het ketelvermogen op de gewenste waarde van de ketel. De regeling van het pomptoerental regelt het toerental van de ketelpomp zo, dat de geparametreerde nominale schommeling tussen ketelretourloop en ketelaanvoer wordt aangehouden. Is de eigenlijke schommeling groter dan de nominale schommeling, dan wordt het pomptoerental verhoogd, anders wordt het pomptoerental gereduceerd. Het pomptoerental wordt door het geparametreerde toerentalminimum en het geparametreerde toerentalmaximum begrensd.

Brandervermogen

Deze functie kan zowel bij installaties die één ketel hebben als ook cascade met of zonder hydraulische verdeler worden gebruikt. Wordt de brander met klein vermogen gebruikt, dan moet ook de ketelpomp op laag toerental lopen.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
2320 KetelpommodulatieGeenBehoefteGewenste ketelwaardeTemperatuurslagNominaal brandervermogenZie handleiding ketel
2321 Aanlooptoerental ketelpomp
2322 Pomptoerental minimum ketel
2323 Pomptoerental maximum ketel
2324 Toerental P-band Xp ketel
2325 Toerental integratietijd ketel
2326 Toerental differentiatietijd ketel
2329 Gewenste pompreductiewaarde
2330 Nominaal vermogen
2331 Vermogen basistrap
2334 Vermogen bij minimumpomptoerental
2335 Vermogen bij maximumpomptoerental

Het toerental van de ketelpomp wordt aan de hand van het actuele ketelvermogen berekend. Tot aan een parametreerbaar ketelvermogen (bedieningsregel 2334) wordt de ketelpomp op het minimale toerental gebruikt. Vanaf een parametreerbaar ketelvermogen (bedieningsregel 2335) wordt de ketelpomp op maximaal toerental gebruikt. Tussen het minimale vermogen en het maximale vermogen wordt het pomptoerental constant verhoogd.

Aanlooptoerental ketelpomp

Bij warmtevraag begint de pomp met het geparametreerde aanlooptoerental te lopen. Na modulatievrijgave wordt de pomp naar de ingestelde functie gestuurd.

Pomptoerental minimum ketel

Minimum toerental van de ketelpomp.

Pomptoerental maximum ketel

Maximum toerental van de ketelpomp.

Toerental P-band Xp ketel

Toerental integratietijd ketel

Toerental differentiatietijd ketel

PID-instellingen voor de instelling van de keteigewenste waarde op regelnummer 2320.

Gewenste pompreductiewaarde

Instelling van de gewenste waarde- reductie voor de toerentalregeling van de ketelpomp. De gewenste waardereductie werkt nu samen met de instelling ketelgewenste waarde op regelnummer 2320.

Nominaal vermogen

Vermogen belastingtrap

Deze instellingen zijn bij het in cascade plaatsen van ketels met verschillende vermogens nodig.

Vermogen bij minimum toerental van de pomp

Vermogen bij maximum toerental van de pomp

Is in regel 2320 de optie brandervermogen geselecteerd, wordt de ketelpomp tot aan de in regel 2334 ingestelde brandervermogen op minimum pomptoerental gebruikt, vanaf het in regel 2335 ingesteld brandervermogen op maximum pomptoerental.

Ligt het brandervermogen tussen deze beide waarden, dan kan door lineaire omrekening het pomptoerental worden bepaald.

Ventilator

Max toerental bij verwarming

Begrenzing bij maximum toerental bij verwarming.

Max toerental ventilator bij doorlading

Begrenzing van het maximum vermogen bij doorlading.

Max toerental ventilator bij tapwaterfunctie

Begrenzing van het maximum vermogen bij tapwaterfunctie. Instelling op "-" zorgt voor maximum vermogen.

Uitschakeling ventilator bij verwarming

Deze functie dient voor het uitschakelen van de voedingsspanning voor de ventilator. De voedingsspanning voor de ventilator wordt vrijgegeven, zodra de ventilator- PWM-aansturing actief is, resp. zodra er een tapwateropvraag is. De uitschakeling vindt later plaats dan de uitschakeling van de PWM- aansturing resp. bij het wegvallen van de tapwateropvraag. De duur van de uitschakelvertraging kan met de parameterventilatoruitschakelvertraging worden ingesteld. Gedurende een tapwateropvraag blijft de voeding voor de ventilator ook dan aanwezig, wanneer de PWM-aansturing niet actief is.

Uit

De functie is uitgeschakeld.

Aan

De functie is ingeschakeld.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
2441 Max toerental ventilator bij verwarmingZie handleiding ketel
2442 Max toerental ventilator bij doorlading
2444 Max toerental ventilator bij tapwaterfunctie
2445Uitschakeling ventilator bij verwarmingUitAan
2446 Ventilatoruitschakelvertraging
2450 RegelaarvertragingUitAlleen verwarmingsfunctieAlleen tapwaterfunctieVerwarmingsfunctie en tapwaterfunctie
2452 Regelaarvertraging toerental
2453 Regelaarvertraging duur
2470 Vertr. wrmtvrg spec. bedr.

Ventilatoruitschakelvertraging

Instelling van de vertragingstijd voor de functie ventilatoruitschakeling.

Regelaarvertraging

Bij welke bedrijfswijze is de regelaarvertraging actief.

Regelaarvertraging toerental

Toerental, dat gedurende de regelaarvertraging wordt aangegeven.

Regelaarvertraging duur

Duur van de regelaarvertraging. De tijdsduur start, zodra na de ont- steking een positieve vlamherkenning plaatsvindt.

Ontluchting

De functie moet ervoor zorgen, eventueel aanwezig lucht uit het verwarmings-/tapwatersysteem via de in de ketel geïnstalleerde automatische ontluchter te verwijderen.

Daarvoor worden de pompen in het systeem na een bepaalde reeks aan- en uitgeschakeld.

De ontluchtingsfunctie verloopt in 4 fasen. De fasen onderscheiden zich na verwarmingsgroepontluchting en ook tapwatercirculatie-ontluchting en ook gefaseerde aansturing van de pompen en ook statische aansturing van de pomp voor de gehele fase. Zijn de geselecteerde fasen van de ontluchtingsfunctie afgelopen, wordt de functie automatisch beëindigd. Wanneer de functie wordt gestart, gaat de branderautomaat in standbystand, d.w.z. de brander is gedurende de gehele ontluchtingsfunctie UIT.

Automatische ontluchtingsfunctie

De ontluchting verloopt automatisch.

Uit

De functie is uitgeschakeld.

Aan

De functie is ingeschakeld.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
2630 Automatische ontluchtingsfunctieUitAanZie handleiding ketel
2655 Inschakelduur ontluchting
2656 Uitschakelduur ontluchting
2657 Aantal herhalingen
2662 Ontluchtingsduur verwarmingsgroep
2663 Ontluchtingsduur tapwater

Inschakelduur ontluchting

Inschakeltijd van de ketel-/verwarmingsgroeppompen in fase 2 en fase 4 van de ontluchtingsfunctie.

Uitschakelduur ontluchting

Uitschakeltijd van de ketel- / verwarmingsgroeppompen in fase 2 en fase 4 van de ontluchtingsfunctie.

Aantal herhalingen

Aantal herhalingen van pomp- schakelcycli in fase 2 en fase 4 van de ontluchtingsfunctie.

Ontluchtingsduur verwarmingsgroep

Duur van de ontluchting met constante aansturing van de ketel-/verwarmingsgroeppompen in fase 1 van de ontluchtingsfunctie.

Ontluchtingsduur tapwater

Duur van de ontluchting met constante aansturing van de ketel-/tapwaterpomp in fase 3 van de ontluchtingsfunctie.

In het algemeen geldt:

De cascadefunctie en het cascade-menu zijn pas actief, wanneer het LPB apparaatadres 1 (bedieningsregel 6600) is ingesteld en er zich nog een LMS-verwarmingsregelaar aan de LPB-bus bevindt.

Cascadeleidingstrategie

Rekening houdend met de aangegeven belastingsband worden de opwekkers conform de ingestelde leidingstrategie aan- en uitgeschakeld. Om de werking van de belastingsband uit te schakelen, moeten de grenswaarden op 0 % en 100 % en de leidingstrategie op laat aan, laat uit worden ingesteld.

Laat aan, vroeg uit

Extra ketels worden zo laat mogelijk ingeschakeld (belastingband max.) en zo vroeg mogelijk weer uitgeschakeld. (belastingband max).

D.w.z. zo mogelijk weinig ketels in bedrijf, resp. korte looptijden voor extra ketels.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
3510 CascadeleidingstrategieLaat aan, vroeg uitLaat aan, vroeg uitVroeg aan, laat uitZie handleiding ketel
3511 Minimum belastingsband
3512 Maximum belastingsband

Laat aan, laat uit

Extra ketels worden zo laat mogelijk ingeschakeld (belastingband max.) en zo laat mogelijk weer uitgeschakeld. (belastingband max). D.w.z. zo mogelijk weinig in- en uitschakelingen voor de ketels.

Vroeg aan, laat uit

Extra ketels worden zo vroeg mogelijk ingeschakeld (belastingsband min.) en zo laat mogelijk weer uitgeschakeld (belastingband min.). D.w.z. zo veel mogelijk ketels in bedrijf, resp. zo mogelijk lange looptijden van extra ketels.

Vrijgave integrale opwekkervolgorde Wanneer met de momenteel in bedrijf zijnde warmteopwekkers de vereiste energiebehoefte met de hier ingestelde vrijgave integraal niet wordt gehaald, wordt er nog een ketel bijgeschakeld.

Verhogen van de waarde: extra warmte- opwekkers worden minder snel bijgeschakeld.

Verlagen van de waarde: extra warmteopwekkers worden sneller bijgeschakeld.

Reset integrale opwekkervolgorde

Wanneer met de momenteel extra warmteopwekkers de vereiste energiebehoefte met de hier ingestelde retourintegraal wordt overschreden, schakelt de warmteopwekker met de hoogte prioriteit af.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
3530 Vrijgave integrale opwekkervolgordeZie handleiding ketel
3531 Reset integrale opwekkervolgorde
3532 Herstartvergrendeling
3533 Bijschakelvertraging
3534 Verplichte tijd belastingfase

Verhogen van de waarde

Warmteopwekkers (bij warmteoverschotten) blijven langer bijgeschakeld.

Verlagen van de waarde

Warmteopwekkers worden sneller uitgeschakeld.

Herstartvergrendeling

De herstartvergrendeling verhindert het opnieuw bijschakelen van een uitgeschakelde warmteopwekker. Pas na afloop van de ingestelde tijdsduur wordt weer vrijgegeven.

Bijschakelvertraging

Door de juiste instelling van de bijschakelvertraging wordt ervoor gezorgd, dat de installatie in een stabiele bedrijfstoestand is. Daardoor kan een te vaak aan- en uitschakelen van de ketels (schakelen) worden vermeden. Door de juiste instelling van de bijschakelvertraging wordt gegarandeerd dat de installatie in een stabiele bedrijfstoestand is. Daardoor kan een te vaak bij- en uitschakelen van de ketel (schakelen) worden vermeden.

Bij Tapw opvraag is de vertragingstijd vast 1 min.

Verplichte tijd belastingfase

Elke ketel wordt bij bijschakeling voor de hier ingestelde tijd op de basistrap gebruikt. Pas na afloop van deze tijd wordt de volgende trap vrijgegeven.

Auto opwekkervolgorde Omschakeling

Met de opwekkervolgorde omschakeling kan de belasting van de ketels in een cascade worden beïnvloed, doordat men de volgorde van de leidende en volgende ketels definieert.

Vaste volgorde

Met de instelling „- - -“ is er een vaste volgorde. De leidende ketel kan daarbij met bedieningsregel 3544 worden geselecteerd, de resterende ketels worden in de volgorde van de LPB apparaatadressen in- en uitgeschakeld.

Volgorde volgens vermogen per uur

Na afloop van de ingestelde uren vindt een wijziging van de ketelvolgorde in de cascade plaats. De ketel met het volgende hogere adres neemt telkens de functie van de leidende ketel over.

Auto opwekkervolgorde Buitensluiting

Met de opwekkeruitsluiting kan de eerste en/of laatste ketel uit de automatische omschakeling worden verwijderd.

Geen

Geen buitensluiting.

Eerste:

De eerste ketel in de adressering blijft altijd leidende ketel. Bij de overige ketels wordt na afloop van het ingestelde aantal uren (bedieningsregel 3540) de uitschakelvolgorde omgeschakeld.

Laatste

De in de adressering laatste ketel blijft altijd de laatste ketel. De overige ketels worden na verloop van het ingestelde aantal uren (bedieningsregel 3540) omgezet.

Eerste en laatste

De in de adressering eerste ketel blijft altijd leidende ketel. De in de adressering laatste ketel blijft altijd de laatste ketel. De tussenliggende ketels worden na afloop van het ingestelde aantal uren (bedieningsregel 3540) omgeschakeld.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
3540 Auto opwekkervolgorde omschakelingZie handleiding ketel
3541 Auto opwekkervolgorde buitensluiting Geen Eerste Laatste Eerste en laatste
3544 Leidende opwekker opwekker 1 ... opwekker 16
3560 Gewenste retourloopwaarde Minimum

Leidende opwekker

De instelling van de leidende opwekker wordt slechts samen met de vaste volgorde van de opwekkervolgorde (bedieningsregel 3540) gebruikt.

De als leidende ketel gedefinieerde ketel wordt steeds als eerste in bedrijf genomen, en als laatste weer uitgeschakeld.

De overige ketels worden in volgorde van het apparaatadres aan- en uitgeschakeld.

Gewenste retourwaarde minimum

Blijft de retourtemperatuur onder de ingestelde gewenste retourwaarde wordt de retourhoogschakeling actief.

In het algemeen geldt:

De zonnefunctie en het zonnemenu zijn pas actief, wanneer in het menu configuratie een multifunctionele uitgang 5891, 6030-6038 aan de zonnefunctie werd toegewezen en de betreffende multifunctionele opnemers 5930, 5931, 6040-6045 geactiveerd zijn.

Zonne-energie

Laadregelaars (dT)

Voor de lading van de tapwateropslag, de opslagtank en het zwembad via de warmtewisselaar is er een voldoende groot temperatuurverschil nodig tussen collector en opslag en de minimum laadtemperatuur moet bereikt zijn.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
3810 AAN wisselaar 1Zie handleiding ketel
3811 UIT wisselaar 1
3812 Laadtemperatuur min tapwatertank
3813 Tempverschil AAN buffer
3814 Tempverschil UIT buffer
3815 Laadtemp. min. buffertank
3816 Tempverschil AAN zwembad
3817 Tempverschil UIT zwembad
3818 Laadtemp. min zwembad

Elco Thision S PLUS - Laadregelaars (dT) - 1

Voorrang

Is de voorrangschakeling voor het zwembad geactiveerd (bedieningsregel 2065), wordt het zwembad nog voor de tanks geladen.

Laadvoorrang opslag

Zijn een aantal wisselaars in één installatie aanwezig, kan voor de betreffende tanks een voorrang bepaald worden, die de laadvolgorde definieert.

- Geen

Elke opslag wordt afwisselend voor een temperatuurverhoging van 5 °C geladen, tot elke gewenste waarde in één niveau A, B of C is bereikt. Pas wanneer alle gewenste waarden zijn bereikt, worden die van telkens het volgende niveau aangevoerd.

- Tapwateropslag

Aan de tapwateropslag wordt gedurende de zonnelading voorrang verleend. Hij wordt in elke niveau A, B of C met voorrang geladen.

Pas daarna worden ernaast staande verbruikers op hetzelfde niveau geladen.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
3822 LaadprioriteitopslagGeenTapwateropslagOpslagtankZie handleiding ketel

Gewenste opslagwaarden

NiveauTapwateropslag OpslagtankZwembad (1)
A 1610Gewenste nominale waardeGewenste bufferwaarde (slaafaanwijzer)2055 Gewenste waarde zonne-verwarming
B 5050Laad-temperatuur Maximum4750 Laad-temperatuur maximum2055 Gewenste waarde zonne-verwarming
C 80°C90°C2070 Zwembad-temp maximum

- Opslagtank

Aan de opslagtank wordt gedurende de zonnelading prioriteit verleend. Hij wordt in elk niveau A, B of C met voorrang geladen. Pas daarna worden ernaast staande verbruikers op hetzelfde niveau geladen.

(1) Bij ingeschakelde zwembadregelaar wordt de lading ervan voor de tanks gezet.

Laadtijd relatieve voorrang

Voor zover de opslag met prioriteit overeenkomstig de laadregeling niet kan worden geladen, wordt gedurende de ingestelde tijd voorrang aan de volgende opslag of het zwembad verleend. Zodra de opslag met prioriteit weer klaar is om geladen te worden, wordt de "voorrang" direct afgebroken. Is de parameter uitgeschakeld (---) wordt in principe conform de instellingen "laadvoorrang opslag" voorrang verleend.

Wachttijd relatieve voorrang

Gedurende de ingestelde tijd wordt het verlenen van voorrang vertraagd. Daardoor wordt een te vaak ingrijpen van de relatieve voorrang veroorzaakt.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
3825 Laadtijd relatieve voorrangZie handleiding ketel
3826 Wachttijd relatieve voorrang
3827 Wachttijd parallelfunctie
3828 Vertraging secundaire pomp

Wachttijd parallelfunctie

Bij voldoende vermogen van de zon is bij gebruik van zonlaadpompen een parallelle functie mogelijk. Daarbij kan voor de actueel te laden opslag elke uit het voorrangmodel als volgende geplande opslag parallel worden meegeladen. De parallelfunctie kan door een wachttijd worden vertraagd. Zo kan het extra bijschakelen van de opslag bij parallel bedrijf worden gefaseerd. Door de instelling (---) wordt de parallelfunctie uitgeschakeld.

Vertraging secundaire pomp

Bij zonnesystemen met een warmte- wisselaar en de tanks, kan de secundaire pomp van de externe warmtewisselaar vertraging ondervinden.

Startfunctie

Collectorstartfunctie

Wanneer de temperatuur bij de collector (vooral bij vacuümbuizen) bij uitgeschakelde pomp niet correct kan worden bemeten, kan de pomp van tijd tot tijd worden ingeschakeld.

Minimumlooptijd collectorpomp

De functie schakelt de collectorpomp periodiek voor tenminste de geparameteerde minimum looptijd in.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
3830 CollectorstartfunctieZie handleiding ketel
3831 Minimumlooptijd collectorpomp
3834 Collectorstartfunctie Gradiënt

Collectorstartfunctie gradiënt

Zodra bij de collectoropnemer de temperatuurverhoging per minuut de ingestelde waarde overschrijdt wordt de collectorpomp ingeschakeld.

Collectorvorstbescherming

Bij vorstgevaar bij de collector wordt de collectorpomp in bedrijf genomen, om het invriezen van de warmtedrager tegen te gaan.

- Zakt de collectortemperatuur onder de vorstbeschermingstemperatuur schakelt de collectorpomp in: TCol < TColvorst.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
3840 Collector vorstbeschermingZie handleiding ketel

- Stijgt de collectortemperatuur met 1°K boven de vorstbeschermingstemperatuur wordt de collectorpomp weer uitgeschakeld: TCol > TColvorst + 1.

Collectoroververhittings- bescherming

Bestaat bij de collector het gevaar van een oververhitting, wordt de lading van de opslag verder geleid, om zo de overbodige warmte af te voeren. Zijn de betreffende opslag-veiligheidstemperaturen bereikt, wordt de lading afgebroken.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
3850 Collectoroververhittings-beschermingZie handleiding ketel

Elco Thision S PLUS - Collectoroververhittings- bescherming - 1

Medium verdampingstemperatuur

Bij verdampingsgevaar van het warmtedragermedium vanwege een hoge collectortemperatuur, wordt de collectorpomp uitgeschakeld, om het "warmlopen" ervan te vermijden. Dit is een pompbeschermingsfunctie.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
3860 Verdamping warmtedragerZie handleiding ketel

Toerentalgestuurde pomp

Is de betreffende collectorpomp aan de elektronische multifunctionele uitgang QX3 aangesloten, kan het toegestane toerentalgebied van de pomp worden beperkt.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
3870 Pomptoerental minimumZie handleiding ketel
3871 Pomptoerental minimum

Pomptoerental minimum

Begrenzing van het minimum pomptoerental

Pomptoerental maximum

Begrenzing van het maximum pomptoerental.

Opbrengstmeting

Dag- en totaalopbrengst van de zonne- energie (bedieningsregel 8526, 8527) worden gebaseerd op deze grondbeginselen berekend.

Omdat de mengverhouding van het collectormedium de warmteoverdracht beïnvloedt, moeten voor de opbrengstmeting het gebruik van her betreffende vorstbeschermingsmiddel en de concentratie ervan worden ingevoerd.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
3880 VorstbeschermingsmiddelGeenEthyleenglycolPropyleenglycolEthyleen- en propyleenglycolZie handleiding ketel
3881 Vorstmiddel concentratie
3884 Pompdoorstroming
3887 Impulseenheidopbrengst

Pompdoorstroming

Moet overeenkomstig de ingebouwde pomp in l/h bepaald worden en dient voor de berekening van het ingebrachte volume

Impulseenheid opbrengst

Definieert de doorstroming per impuls voor de gekozen Hx-ingang. Daarvoor moet de gewenste Hx-ingang op impulstelling worden geconfigureerd.

Algemeen geldt:

De vaste stof ketel functie en het erbij behorende menu zijn pas actief, wanneer in het menu configuratie aan een multifunctionele uitgang 5891, 6030-6038 de vaste stof ketelfunctie werd toegewezen en de betreffende multifunctionele opnemers 5930, 5931, 6040-6045 geactiveerd worden.

Blokkeert andere opwekkers

Wordt de vaste stof ketel verwarmd, dan worden andere warmteopwekkers bijv. olie/gas ketel geblokkeerd. De blokkade vindt plaats, zodra een verhoging van de keteltemperatuur wordt geconstateerd, waardoor de vergelijkingstemperatuur kan worden overschreden.(regelnr. 4133).

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
4102 Blokkeert andere opwekkersZie handleiding ketel

Deze functie waarmee men voor- uitkijken kan, maakt het mogelijk dat de geblokkeerde opwekkers de nog nodige naloopbewegingen kunnen afsluiten voor de vaste stof ketelpomp inschakelt.

Eveneens is het daardoor mogelijk, dat bij gemeenschappelijke schoorsteentrek gelijktijdig slechts één ketel in bedrijf is.

Gewenste waarden, temperatuur- verschil

De ketelpomp wordt slechts in bedrijf genomen, wanneer de keteltemperatuur bovendien nog voor het nodige temperatuurverschil ten opzichte van de vergelijkingstemperatuur een minimumniveau heeft bereikt. Boven deze minimumtemperatuur mag de ketel niet meer condenseren.

Vergelijkingstemperatuur

Al naar gelang hydraulische integratie wordt de vaste stof keteltemperatuur met bijv. de opslagtankopnemer B4 vergeleken.

Delta T-regelaar

Voor de ingebruikneming van de ketelpomp moet er een voldoende groot temperatuurverschil zijn tussen keteltemperatuur en vergelijkings-temperatuur.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
4110 Gewenste waarde minimumZie handleiding ketel
4130 Temperatuurverschil AAN
4131 Temperatuurverschil UIT
4133 Vergelijkingstemperatuur Tapwateropnemer B3 Tapwateropnemer B31 Opslagtankopnemer B4 Opslagtankopnemer B41 Gewenste aanvoerwaarde Gewenste minimumwaarde

Elco Thision S PLUS - Delta T-regelaar - 1

TKx Keteltemperatuur Bx Vergelijkingsbegintemperatuur On/Off Ketelpomp

Sdon Temperatuurverschil AAN Sdoff Temperatuurverschil UIT

Overtemperatuurafvoer

Bereikt die keteltemperatuur de ingestelde maximumwaarde, dan wordt de vaste stof ketelpomp zolang ingeschakeld tot de keteltemperatuur weer 5K onder de ingestelde waarde is gezakt. Het te veel aan warmte wordt in de opslagtank of in de verwarmingsgroepen afgevoerd, waarbij de overtemperatuurafname in regelnummers 861,1161, 5085 is ingeschakeld.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
4141 OvertemperatuurafvoerZie handleiding ketel
4170 Installatievorstbescherming voor vaste stof ketelpomp

Installatievorstbescherming voor vaste stof ketelpomp

Al naar gelang de actuele buiten- temperatuur schakelt de ketelpomp in, hoewel er geen warmte-opvraag bestaat. De vaste stof ketelvorst- bescherming functioneert alleen, wanneer de installatievorstbescherming in bedieningsregel 6120 is ingeschakeld.

Algemeen geldt:

De opslagtankfunctie en het erbij behorende menu zijn pas actief, wanneer in het menu configuratie 5930, 5931, 6040-6045 de multifunctionele opnemer-ingangen met B4 en B41 werden geactiveerd. Bovendien moet in het menu LPB het apparaatadres op 1 worden gezet.

Automatische opwekkingsblokkade

Met de automatische opwekkingsblokkade wordt tijdelijk een hydraulische scheiding van warmte-opwekker en opslagtank bereikt. De warmte-opwekker wordt alleen in bedrijf genomen, wanneer de opslagtank niet meer kan voorzien in de actuele behoefte aan warmte. Instelbaar is het schakelverschil tussen warmteopwekker en opslagtank en het minimum temperatuurverschil tussen opslagtank en verwarmingsgroep.

Minimum opslagtemperatuur

Is de bufferopslagtemperatuur B4 lager dan de ingestelde min. opslagtemperatuur worden de verwarmingsgroepen uitgeschakeld.

Oververhittingsbescherming

De opslagtank wordt door de zonne-energie tot aan de ingestelde laadtemperatuur maximum geladen. De collectoroververhittingsbescherming kan de collectorpomp weer in bedrijf nemen, tot de maximum opslag-temperatuur (vast op 90°C ingesteld) wordt bereikt.

Herkoeling Tapw/VG's

Voor de herkoeling van de opslagtank staan twee functies ter beschikking.

- De herkoeling vindt plaats vanaf de max. opslagtemperatuur tot aan de Retourtemperatuur.

Installatiehydrauliek

Er wordt ingesteld of de opslagtank door zonne-energie moet worden gevoed. Alleen de tapwateropslag of de opslagtank kan van zonne-energie worden voorzien.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
4720 Auto opwekkerblokkeringGeenMet B4Zie handleiding ketel
4721 Auto opwekkerblokkade SD
4722 Temp'verschil tank/verwarmingsgroep
Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
4724 Min.opslagtemperatuurZie handleiding ketel
Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
4750 Laadtemperatuur maximumZie handleiding ketel
Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
4755 HerkoelingtemperatuurZie handleiding ketel
4756 Herkoelingtemperatuur Tapw/VG's
4757 Herkoeling collector Uit Zomer Altijd

- De overtollig energie van de opslagtank kan door een warmteafname van de ruimteverwarming of van de Tapw-opslag worden ontladen. Dit kan voor elke groep apart worden ingesteld (bedieningsr. 861, 1161, 5085).

- Herkoeling collector. De overtollige energie kan bij koude collector via het collectoroppervlak aan de omgeving worden afgegeven.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
4783 MetzonnetoepassingZie handleiding ketel

Bij overeenkomend temperatuurverschil tussen de gezamenlijke retouropnemer B73 en de selecteerbare vergelijkings-temperatuur, wordt de retour door de onderste opslagtank omgeleid. De functie kan of als retour-temperatuurverhoging of als retour-temperatuurverlaging worden gebruikt. Dit wordt in bedieningsregel 4796 gedefinieerd.

Bovendien moet de instelling van de betreffende relaisuitgang als buffer retourklep Y15 in het menu configuratie (bedieningsregel 5891, 6030-6038) en de retouropnemer B73 aan BX (bedieningsregel 5930, 5931,6040-6045) worden verricht.

Temp'verschil AAN/UIT retour- omleiding

Door het ingestelde temperatuurverschil wordt het In-/ uitschakelpunt van de retouromleiding vastgelegd.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
4790 Temp'verschil AAN retouromleidingZie handleiding ketel
4791 Temp'verschil UIT retouromleiding

Vergelijkingstemperatuur retour- omleiding

De selectie van de opslagtanktemperatuuropnemer wordt met de retour-temperatuur vergeleken, om daarmee aan de hand van het ingestelde temperatuurverschil de retouromleiding te schakelen.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
4795 VergelijkingstemperatuurretouromleidingMet B4Met B41Met B42Zie handleiding ketel

Type retouromleiding

De functie kan of als retour- temperatuurverhoging of als retour- temperatuurverlaging worden gebruikt.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
4796 Type retouromleidingTemperatuurverlagingTemperatuurverhogingZie handleiding ketel

Temperatuurverlaging

Indien de retourtemperatuur van de verbruikers hoger is dan de temperatuur bij de gekozen opnemer (bedieningsregel 4795), kan met de retour het onderste opslaggebied worden voorverwarmd. De retourtemperatuur zakt daardoor nog verder, wat bijv. bij een brandwaardeketel een hogere effectiviteitgraad tot gevolg heeft.

Temperatuurverhoging

Indien de retourtemperatuur van de verbruikers lager is dan de temperatuur bij de geselecteerde opnemer (bedieningsregel 4795), kan de retour door omleiden via het onderste opslagdeel worden voorverwarmd. Daarmee kan bijv. een retourloop-voorverwarming worden gerealiseerd.

Deellading gewenste waarde

Door de hydraulische ontkoppeling van het onderste deel van de opslagtank wordt het verwarmbare opslagvolume gereduceerd. Het resterende bovenste opslagdeel wordt daardoor sneller geladen. Het onderste opslagdeel wordt pas verwarmd, wanneer het bovenste opslagdeel is geladen.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
4800 Gewenste waarde van de deelladingZie handleiding ketel

Doorlading

De functie bufferdoorlading maakt het mogelijk, dat vrijgegeven opwekkers ondanks automatische opwekkingsblokkade pas uitschakelen, wanneer de opslagtank is doorgeladen.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
4810 DoorladingUitVerwarmingsfunctieAltijdZie handleiding ketel

Uit

De doorlaadfunctie is uitgeschakeld.

Verwarmingsfunctie

De doorlading wordt actief wanneer de automatische opwekkingsblokkade bij geldige warmtevraag vanwege de buffertemperatuur de opwekker blokkeert.

Bereikt de opslagtank bij de voor de doorlaadfunctie geparametreerde opnemer de vereiste temperatuur, wordt de functie beëindigd.

Altijd

De doorlading wordt actief wanneer de automatische opwekkingsblokkade bij geldige warmtevraag vanwege de buffertemperatuur de opwekker blokkeert of de warmtevraag niet meer geldig is. Bereikt de opslagtank bij de voor de doorlaadfunctie geparametreerde opnemer de vereiste temperatuur, zal de functie beëindigd worden.

Doorlaadtemperatuur minimum

De opslagtank wordt tenminste op de ingestelde waarde geladen.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
4811 Doorlaadtemperatuur minimumZie handleiding ketel

Doorlaadopnemer

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
4813 DoorlaadopnemerMet B4Met B42/B41Zie handleiding ketel

Met B4

Voor de doorlaadfunctie wordt rekening gehouden met de opslagtankopnemer B4.

Met B42/B41

Voor de doorlaadfunctie wordt rekening gehouden met de opslagtankopnemer B42, indien de opslagtankopnemer B41 niet aanwezig is.

Lading

De instelling laden eenmaal of meer keren per dag functioneert alleen, wanneer de tapwatervrijgave conform de tijdschakelprogramma's van de verwarmingsgroepen ingesteld is.

Gewenste aanvoertemperatuur- verhogingswaarde

De tapwatervraag van de ketel bestaat uit de actuele gewenste waarde van het tapwater plus de instelbare laadverhoging samen.

Transferverhoging

De overlaad maakt het mogelijk energie van de opslagtank in de tapwateropslag te verschuiven. Daarvoor moet de actuele slag-temperatuur hoger zijn dan de actuele temperatuur in de tapwateropslag. Het temperatuurverschil kan hier worden ingesteld.

Schakelverschil

Is de taptemperatuur lager dan de actuele gewenste waarde verminderd met het hier ingestelde schakelverschil wordt de tapwaterlading gestart. De tapwaterlading wordt beëindigd wanneer de temperatuur de actuele gewenste waarde bereikt.

Laadtijdbegrenzing

Gedurende het laden van het tapwater kan de ruimteverwarming –afhankelijk van de gekozen laadvoorrang ( bedieningsregel 1630) en de hydraulische schakeling – geen of te weinig energie bevatten. Vaak is het daarom zinvol de tapwaterlading tijdelijk te begrenzen.

Ontlaadbescherming

Die functie zorgt ervoor dat de tapwaterpomp (Q3) pas inschakelt, wanneer de temperatuur in de warmteopwekker voldoende hoog is.

Laadtemperatuur maximum

De tapwateropslag wordt door de zonne-energie op het ingestelde laadtemperatuur maximum (regel 5050) geladen. De collector-oververhittingsbeschermingsfunctie kan de collectorpomp weer in gebruik nemen tot de opslagveiligheids-temperatuur 80°C wordt bereikt.

Herkoeltemperatuur

Bij de herkoeling wordt de opslagtemperatuur verlaagd naar de herkoeltemperatuur.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
5010 LadingEenmaal/dagMeer keren per dagZie handleiding ketel
5020 Gewenste aanvoertemperatuurverhogingswaarde
5021 Transferverhoging
5022 HerlaadregelingHerladenDoorladenDoorladen legioDoorladen 1. ladingDoorladen legio en 1. lading

Herlaadregeling

Er is een opslaglading met tot 2 opnemers mogelijk. Het is ook mogelijk een deellading met een opnemer en een legionellafunctie die rekening houdt met 2 opnemers te combineren (Instelling 3).

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
5024 SchakelverschilZie handleiding ketel
5030 Laadtijdbegrenzing
5040 OntlaadbeschermingUitAltijdAutomatisch

Toepassing met opnemer

De laadpomp wordt pas ingeschakeld, wanneer de opwekkertemperatuur boven de taptemperatuur plus halve laadverhoging ligt. Zakt de ketel-temperatuur gedurende de lading weer onder de taptemperatuur plus 1/8 van de laadverhoging, wordt de laadpomp weer uitgeschakeld. Zijn twee tapwateropnemers voor de tapwaterlading geparametreerd, wordt voor de ontlaadbeschermingsfunctie de lagere temperatuur in acht genomen (meestal tapwateropnemer B31).

Toepassing met thermostaat

De laadpomp wordt pas ingeschakeld, wanneer de keteltemperatuur boven de gewenste nominale tapwaterwaarde min het tapwaterschakelverschil ligt. Zakt de keteltemperatuur gedurende de lading onder de gewenste nominale tapwaterwaarde min het tapwaterschakelverschil, wordt de laadpomp weer uitgeschakeld.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
5050 Laadtemperatuur maximumZie handleiding ketel
5055 Herkoelingstemperatuur
5056 Herkoelingsopwekker/VG
5057 Herkoeling collectorUitZomerAltijd

Herkoeling opwekker/VG

De overbodige energie van de tapwateropslag kan door een warmteafname van de opwekker en door verwarmingsgroepen worden ontladen. Dit kan voor elke verwarmingsgroep separaat worden ingesteld (bedieningsregels 861, 1161).

Herkoeling collector

De overbodige energie van de tapwateropslag kan bij koude collector via het collectoroppervlak aan de omgeving worden afgegeven.

Elektrische verwarming bedrijfswijze De tapwaterbereiding kan in plaats van de ketel ook met een verwarmingsunit worden uitgevoerd. Wordt de tapwaterbereiding met de verwarmingsunit uitgevoerd, dan worden geen eisen aan de ketel gesteld. De omschakeling tussen ketel en verwarmingsunit vindt op grond van volgende criteria plaats.

Vervanging

De elektrische verwarming wordt slechts gebruikt wanneer de ketel storing meldt of d.m.v. de ketelblokkering is uitgeschakeld. De tapwaterbereiding wordt dus meestal met de ketel uitgevoerd.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
5060 Elektrische verwarming bedrijfswijzeVervangingZomerAltijdZie handleiding ketel
5061 Elektrische verwarmingVrijgave 24h/dagTapwater VrijgaveTijdprogramma 4/Tapw
5062 Elektrische verwarming regelingE xterne thermostaatTapwateropnemer

Zomer

De elektrische verwarming wordt ingezet zodra alle aangesloten verwarmingsgroepen voor het gebruik in de zomer zijn omgeschakeld. De tapwaterbereiding wordt weer met de ketel uitgevoerd, zodra tenminste een verwarmingsgroep weer op de verwarmingsfunctie is omgeschakeld.

De elektrische verwarming wordt echter ook gebruikt wanneer de ketel storing meldt of d.m.v. ketelblokkering is uitgeschakeld.

Altijd

Het tapwater wordt het hele jaar door alleen met de elektrische verwarming uitgevoerd. Bij dit gebruik wordt de ketel dus niet voor de tapwaterbereiding gebruikt.

Elektrische verwarming vrijgave 24h/dag

De elektrische verwarming is onafhankelijk van het tijdschakelprogramma voortdurend vrijgegeven.

2358224 0 6 12 18 24 h

Tapwater vrijgave

De elektrische verwarming wordt conform tapwater vrijgave geschakeld.

0 6 12 24 17 h

Tijdprogramma 4/Tapw

Voor de elektrische verwarming wordt met het tijdschakelprogramma 4/Tapw van de lokale regelaar rekening gehouden.

0 6 12 18 24 h 2358226

De opslagtemperatuur wordt met een extern geregelde thermostaat zonder gewenste waardegeleiding van de regelaar geladen.

Tapwateropnemer

De opslagtemperatuur wordt met een extern geregelde thermostaat maar onder de gewenste leiding van de regelaar geladen.

Belangrijk: Om de gewenste leiding correct te laten functioneren, moet de extern geregelde thermostaat op zijn minimum instelwaarde worden gezet.

Automatische Push

Diese functie is alleen bij

ingeschakelde tapwaterfunctie actief.

Uit

De tapwater-Push kan alleen manueel worden geactiveerd.

Aan

Zakt de taptemperatuur meer dan twee schakelverschillen (bedieningsregel 5024) onder de gewenste gere- duceerde waarde (bedieningsregel 1612), wordt eenmalig weer op de nominale gewenste tapwaterwaarde (bedieningsregel 1610) geladen.

Legenda

TBWw

Gewenste nominale taptemperatuurwaarde

TBWR

Gewenste tapwatertemperatuur- reductiewaarde

Installatiehydraulica

Afname te hoge temperatuur

Een afname van te hoge temperatuur, kan door volgende functies worden geactiveerd:

  • Ingangen H1, H2, H3
  • Opslagherkoeling
  • Vaste stof ketel afname te hoge temperatuur.

Met opslagtank

Is een opslagtank aanwezig, dan moet hier worden ingevoerd of de tapwater-opslag uit de opslagtank wordt gevoed of direct uit de ketel.

De opslagtanktemperatuur wordt bij aanvullend gebruik van een alternatieve warmtebron als regelcriterium voor de vrijgave van aanvullende energiebronnen gebruikt.

Toerentalregeling van de laadpomp

Het toerentalbereik van de laadpomp- aansturing wordt met minimaal en maximaal toegestaan toerental beperkt. Bij de start van de pomp wordt deze voor ca. 10 s met max. toerental aangestuurd.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
5070 Automatische PushUitAanZie handleiding ketel

Elco Thision S PLUS - Toerentalregeling van de laadpomp - 1

line | Time Segment | Signal | | ------------ | ---------- | | Top Left | TBWw | | Top Right | SDBW | | Bottom Left | TBWR | | Bottom Right | SDBW | | Bottom Right| 2*SDBW | | Bottom Right| drukken |
Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
5085 Aframe te hoge temperatuurZie handleiding ketel

Wordt een overtemperatuurafvoer geactiveerd, kan de overbodige energie door een warmte-afname van de tapwateropslag worden afgevoerd.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
5090 MetopslagtankZie handleiding ketel
5092 Metvoorregelaar circulatiepomp
5093 Metzonne-integratie

Met voorregelaar/circulatiepomp

Hij wordt ingesteld, of de tapwater-opslag vanaf de voorregelaar resp. met de circulatiepomp (afhankelijk van de installatie) moet worden gevoed. De voorregelaar resp. de circulatie-pomp wordt op de voorgeschakelde LOGON B geactiveerd.

Met zonne-integratie

Er wordt ingesteld of de tapwateropslag door zonne-energie moet worden gevoed.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
5101 Pomptoerental minimumZie handleiding ketel
5102 Pomptoerental maximum

Pomptoerental minimum

Begrenzing van het minimum pomptoerental.

Pomptoerental maximum

Begrenzing van het maximum pomptoerental.

Transferstrategie

De transfer is altijd of op de ingestelde vrijgavetijden (bedieningsregel 1620) toegestaan.

Uit

Met laadpomp Q3 wordt geen transfer uitgevoerd. Voor de transfer met transferpomp Q11 wordt bij deze instelling conform instelling tapwater vrijgave verricht.

Altijd

De transfer vindt altijd plaats.

Tapwatervrijgave

De transfer vindt slechts gedurende de tapwatervrijgave plaats.

Vergelijkingstemperatuur transfer

Voor de transfer kan de betreffende tapwateropnemer als vergelijkingstemperatuur worden geselecteerd.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
5130 Transferstrategie
UitAltijdTapwatervrijgaveZie handleiding ketel
Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
5131 Vergelijkingstemperatuur transferTapwateropnemer B3Tapwateropnemer B31Zie handleiding ketel

In het configuratiemenu worden algemene parameterinstellingen doorgevoerd.

Voorinstelling

Via zogenaamde kan een van 30 zogen aamde preselect configuraties worden geselecteerd. Hierbij worden door de regelaar automatisch diverse bedieningsregels op de betreffende geselecteerde waarden van de configuratie van te voren ingesteld.

Daarna kunnen afzonderlijke parameters handmatig zo worden aangepast, dat ze overeenkomen met de eisen.

Het installatieschema blijkt uit de voorinstelling en de aangesloten opnemers.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
5700 VoorinstellingZie handleiding ketel

De bedieningsregel 5700 voorinstelling behelst de aanwijzing:

Onveranderd:

Alle door de preselectiefunctie ingestelde bedieningsregels komen overeen met de preselectpositie.

Gemodificeerd:

De door de preselectiefunctie ingestelde bedieningsregels werden later handmatig gewijzigd.

Verwarmingsgroepen 1,2

De verwarmingsgroepen zijn via deze instelling aan- resp. uitschakelbaar.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
5710 Verwarmingsgroep 1Zie handleiding ketel
5715 Verwarmingsgroep 2

Tapwatersensor B3

Opnemer

De regelaar berekent de schakelpunten met overeenkomend schakelverschil uit de gewenste tapwaterwaarde en de gemeten Tapw- opslagtemperatuur.

Thermostaat

De regeling van de taptemperatuur gebeurt op grond van de schakelstand van een aan B3 aangesloten thermostaat.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
5730 Drinkwatersensor B3OpnemerThermostaatZie handleiding ketel

Bij gebruik van een tapwater-thermostaat is geen "reductiebedrijf" mogelijk. D.w.z. wanneer de reductie-functie actief is, dan is de BW-bereiding met thermostaat geblokkeerd.

- De instelling van de gewenste nominale taptemperatuurwaarde moet direct hoog of hoger zijn dan de gewenste waarde-instelling op de thermostaat (thermostaat op uitschakelpunt geijkt.).

- De gewenste aanvoertemperatuurwaardeverhoging moet tenminste op 10 °C zijn ingesteld (beïnvloedt de laadduur).

- De tapwatervorstbescherming is daarbij niet gegarandeerd.

Tapwateraandrijving Q3

Geen

Geen tapwaterlading via Q3.

Laadpomp

De tapwaterlading vindt plaats met een pomp aan de aansluitklem Q3/Y3. De bedieningsregel 5700 voorinstelling behelst de aanwijzing:

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
5731 Tapwateraandrijving Q3GeenLaadpompOmloopventielZie handleiding ketel

Omloopventiel

De tapwaterlading vindt met een omloopventiel aan de aansluitklem Q3/Y3 plaats. De pomp Q2 wordt in deze instelling de ketelpomp, voor

zover de ketelpomp niet aan een multifunctionele relaisuitgang QX. reeds gedefinieerd is.

Basispositie Tapw omloopventiel

De basispositie van het omloopventiel is de positie, waarin het omloopventiel (UV) staat, wanneer er geen verzoek actief is.

Laatste verzoek

Het omloopventiel (UV) blijft nadat het laatste verzoek beëindigd is in deze laatste positie.

Het tapwater separaatcircuit kan slechts worden gebruikt als er een ketelcascade aanwezig is.

Voor een tapwaterseparaatcircuit moet de tapwateraandrijving Q3 op "omloopventiel" worden ingesteld.

Type Tapw omloopventiel

Hier wordt de omloopventielpositie ingesteld, die bij actieve uitgang geldt:

Middenpositie Tapw omloopventiel

Hier kan het omloopventiel in de middenpositie worden gebracht. Dit voor het vullen of legen van beide verwarmingsgroepen. Deze actie moet handmatig worden teruggezet.

Met deze parameter kan voor speciale hydraulieksystemen worden gedefinieerd, dat ketelpomp Q1 en omloopventiel Q3 alleen voor tapwater en verwarmingsgroep 1 verant-woordelijk zijn, niet echter voor de verdere verwarmingsgroepen 2 en 3, alsmede voor de externe verbruikergroepen.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
5734 Basispositie Tapw omloopventielLaatste verzoekVerwarmingsgroepTapwaterZie handleiding ketel

Verwarmingsgroep

Het omloopventiel (UV) gaat, nadat aan het laatste verzoek is voldaan, in de verwarmingsgroepositie.

Tapwater

Het omloopventiel (UV) gaat, nadat aan het laatste verzoek is voldaan, in de tapwaterpositie.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
5736 Tapwater separaat circuitUitAanZie handleiding ketel

Uit

De tapwaterscheidingsschakeling is uitgeschakeld. Elke aanwezig ketel kan de tapwateropslag voeden.

Aan

De tapwaterscheidingsschakeling is ingeschakeld. De tapwaterlading vindt uitsluitend plaats vanaf de daartoe gedefinieerde ketel.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
5737 Type Tapw omloopventielPositie aan TapwPositie aan verwarmingsgroepZie handleiding ketel

Positie aan Tapw

Bij actieve uitgang bevindt zich het omloopventiel in tapwaterpositie.

Positie Aan verwarmingsgroep

Bij actieve uitgang bevindt zich het omloopventiel in de verwarmings-groeppositie.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
5738 Middenpostie Tapw omloopventielUitAanZie handleiding ketel

Uit

Omloopventiel wordt naar de actueel vereiste positie gebracht, afhankelijk van warmteverzoek en basispositie.

Aan

Het omloopventiel wordt in de midden-positie gebracht.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
5774 Geregelde ketelpomp/Tapw UVAlle verzoekenAlleen verzoek VG1/TapwZie handleiding ketel

Alle verzoeken

Het omloopventiel is hydraulisch bij alle verzoeken betrokken en schakelt tussen tapwaterbedrijf en de andere verzoeken.

De ketelpomp loopt bij alle verzoeken.

Alleen verzoek VG1/Tapw

Het omloopventiel is hydraulisch alleen bij verwarmingsgroep 1 en tapwater betrokken en schakelt tussen tapwaterbedrijf en verwarmingsgroep 1-bedrijf. Alle andere verzoeken gaan hydraulisch niet via het omloopventiel (UV) en de ketelpomp, maar zijn direct met de ketel verbonden.

Zonneaandrijving

In plaats van een collectorpomp en omloopventielen voor de opslagintegraties kan de zoninstallatie ook met laadpompen worden gebruikt.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
5840 ZonservomotorLaadpompOmloopventielZie handleiding ketel

Laadpomp

Bij gebruik met de laadpomp kunnen alle wisselaars tegelijkertijd worden doorstroomd. Het parallelle of alternatieve bedrijf is mogelijk.

Omloopventiel

Bij gebruik van een omloopventiel kan altijd maar een wisselaar worden doorstroomd.

Externe zonnewisselaar

Bij zonneschema's met twee opslagintegraties is het nodig in te stellen of de externe warmtewisselaar gemeenschappelijk voor tapwater of opslagtank of exclusief voor één van beide wordt gebruikt.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
5841 Externe zonwisselaarGemeenschappelijkTapwatertankOpslagtankZie handleiding ketel

Combiopslag

Specifieke functies voor de combi- opslag worden met deze instelling geactiveerd. Zo bijv. kan de opslag- tankverhitterunit, zowel voor de verwarming als ook voor het tapwater worden gebruikt.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
5870 CombitankNeeJaZie handleiding ketel

Nee

Er is geen combiopslag aanwezig.

Ja

Een combiopslag is aanwezig.

Uitgang relais QX

Met de instellingen van de relaisuitgangen kunnen naar keuze passende extra functies aan de basisschema's worden toegevoegd.

QX2 is relaisuitgang bij LMS14. QX21, 22, 23 zijn relaisuitgangen bij AVS75.

Tapwater- circulatiepomp Q4

De aangesloten pomp dient als tapwatercirculatiepomp. Het tijdelijke gebruik van de pomp kan in het menu „tapwater“ in de bedieningsregel „circulatiepomp vrijgave“ worden ingesteld. (regelnr.. 1660).

Tapwaterverhitterunit K6

Met de aangesloten verhitterunit kan het tapwater conform menu „Tapwater-opslag“ bedieningsregel „verhitterunit“ worden geladen. De verhitterunit moet met een veiligheidsthermostaat zijn uitgerust! De elektrische verwarming bedrijfswijze bedieningsregel 5060 moet dienovereenkomstig zijn ingesteld.

Collectorpomp Q5

Voor de verbinding van een zonnecollector is een circulatiepomp voor de collectorgroep noodzakelijk.

VK1/VK2/VK3-Pomp Q15/Q18/Q19

De VK-pomp kan voor een extra verbruiker worden gebruikt. In samenwerking met een extern warmteverzoek aan de ingang H1, kan de toepassing bijv. voor een luchtverwarmingsapparaat enz. worden gebruikt.

Ketelpomp Q1

De aangesloten pomp dient voor de circulatie van het ketelwater tussen ketel en verdeler / hydr. verdeler.

Bypasspomp Q12

De aangesloten pomp dient als ketelbypasspomp, zodat de ketel-retour blijft lopen.

Alarmuitgang K10

Doet zich een fout voor, dan wordt dit met het alarmrelais aangegeven. Het sluiten van het contact heeft een vertragingstijd van 2 minuten. Wordt de fout opgeheven, d.w.z. de fout is niet meer aanwezig, opent het contact onmiddellijk.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
5890Uitgang relais QX
5891Geen
5892Circulatiepomp Q4Elektrische unit Tapw K6Collectorpomp Q5VK1-pomp Q15Ketelpomp Q1Bypasspomp Q12Alarmuitgang K102.pomptrap VG1 Q212.pomptrap VG 2 Q222.pomptrap VGP Q23Verwarmingsgroepomp VGPVK2-pomp Q18Toevoerpomp Q14Bronblokkeerventiel Y4Vaste stof ketelpomp Q10Tijdprogramma 5 K13Opslagretourventiel Y15Zonnepomp ext. wisselaar K9Zonservomotor opslag K8Zonservomotor zwembad K18VK3- pomp Q19Cascadepomp Q25Tank-omlaadpomp Q11Tapw Mengpomp Q35Tapw Tussengroep Q33Warmte-opvraag K27Koude-opvraag K28Verwarmingsgroepomp VG1 Q2Verwarmingsgroepomp VG2 Q6Tapwaterservomotor Q3Doorl.verhitterservomotor Q342. ketel pomptrap Q27Melduitgang K35Bedrijfsmelding K36Rookgasklep K37Ventilatoruitschakeling K38Zie handleiding ketel
6030
6031
6032
6033
6034
6035
6036
6037
6038

Kan de fout momenteel niet meer worden opgeheven, bestaat de mogelijkheid het alarmrelais toch terug te zetten. Dit vindt plaats in het menu „fout“ (regelnr.. 6710).

Deze functie maakt het mogelijk een 2-traps verwarmingsgroeppomp aan te sturen, zodat bij gereduceerd verwarmingsniveau (bijv. verlaging gedurende de nacht) het pompvermogen verminderd kan worden. Hierbij wordt voor de 1. trap de pomp met het multifunctionele relais QX de 2. trap op volgende wijze bijgeschakeld:

1. Trap uitgang Q2/Q6/Q202. Trap uitgang Q21/ Q22/Q23Pomp-toestand
uit uit uit
aan uit deellast
aan aan volledigelast

Verwarmingsgroeppomp Q20

(voor glijdende groepen)

De pompverwarmingsgroep P wordt geactiveerd.

Schakelklokprogramma:

Voor de verwarmingsgroep P staat uitsluitend het schakelklokprogramma 3/VGP ter beschikking. Kijk hiervoor ook in het menu"Schakelklokprogramma VGP".

Circulatiepomp Q14

De aangesloten pomp dient als circulatiepomp, die als warmteaanvoer voor andere verbruikers kan worden gebruikt.

De circulatiepomp wordt in werking gezet, zodra een warmte-opvraag van een verbruiker bestaat. Bestaat er geen warmte-opvraag schakelt de pomp met uitloop uit.

Opwekkerblokkeerventiel Y4

Is er voldoende warmte in de opslag-tank aanwezig, dan kunnen de verbruikers hun warmtebehoefte hiervan betrekken

- de warmteopwekkers mogen niet in bedrijf worden genomen. De automatische opwekkingsblokkade blokkeert de warmte-opwekker en koppelt deze met een omschakelventiel Y4 hydraulisch van de rest van de installatie af. Daarmee betrekken de warmteverbruikers hun energie van de opslagtank en een verkeerde circulatie door de warmteopwekkers is uitgesloten.

Vaste stof ketelpomp Q10

Voor de verbinding van een vaste stof ketel is een circulatiepomp voor de ketelgroep noodzakelijk.

Tijdprogramma 5 K13

Het relais wordt conform de instellingen van tijdprogramma 5 gestuurd.

Dit ventiel kan voor retourtemperatuur-Verhoging - verlaging of de opslagtank-deellading worden geconfigureerd.

Zonnepomp ext. wisselaar K9

Voor de externe warmtewisselaar moet bij de multifunctionele relaisuitgang (QX) de zonnepomp ext. wisselaar K9 zijn ingesteld. Indien een tapwater- en een opslagtank ter beschikking staan, moet ook de bedieningsregel 5841 „Externe zonnewisselaar“ worden ingesteld.

Zonne-aandrijving opslag K8

Zijn een aantal wisselaars verbonden, moet de opslagtank op de betreffende relaisuitgang zijn ingesteld en bovendien de soort aandrijving in bedieningregel 5840 worden gedefinieerd.

Zonne-aandrijving zwembad K18

Is een aantal wisselaars verbonden, moet het zwembad op de betreffende relaisuitgang zijn ingesteld en bovendien de soort aandrijving in bedieningsregel 5840 worden gedefinieerd.

Cascadepomp Q25

Gemeenschappelijke ketelpomp voor alle ketels in een cascade.

Opslaglaadpomp Q11

De tapwarmwateropslag kan indien de opslagtank voldoende warm is, van de opslagtank worden geladen. Deze lading kan d.m.v. de laadpomp Q11 worden gedaan.

Tapw mengpomp Q35

Separate pomp voor opslagcirculatie gedurende actieve legionellafunctie.

Tapw tussengroeppomp Q33

Laadpomp bij tapwateropslag met erbuiten liggende warmtewisselaar.

Warmte-opvraag K27

Registreert bij een externe warmte-opwekker door het sluiten van het contact een aanwezige warmte-behoefte.

Koude-opvraag K28

Functie nog niet geïmplementeerd.

Verwarmingsgroeppomp VG1 Q2

De pompverwarmingsgroep VG1 wordt geactiveerd.

Verwarmingsgroeppomp VG2 Q6

De pompverwarmingsgroep VG2 wordt geactiveerd.

Tapwateraandrijving Q3

Aandrijving voor tapwateropslag.

Doorstr. tapwaterservomotor Q34

Servomotor voor doorstroomtoestel tapwater.

2. Ketelpomptrap Q27

De 2. trap van de ketelpomp wordt geactiveerd.

Melduitgang K35

Functie melduitgang.

Bedrijfsmelding K36

Functie bedrijfsmelding.

Rookgasklep K37

Functie rookgasklep.

Ventilatoruitschakeling K38

Functie ventilatoruitschakeling voor het uitschakelen van de ventilator-voeding wanneer ventilator niet nodig is.

Ingang opnemer BX1, 2, 21, 22

De instellingen van de opnemer- ingangen deelt al naar de keuze over- eenkomstige extra functies bij de basisschema's in.

BX1 en 2 zijn opnemeringangen van de LMS14.

BX21 en 22 zijn opnemeringangen van AVS75.

Geen

Geen functie bij opnemeringang.

Tapwateropnemer B31

Onderste tapwatertankopnemer.

Retouropnemer B7

Niet veiligheidsrelevante ketel-retouropnemer.

Tapw circulatieopnemer B39

Tapwater circulatieopnemer / Standbyopnemer.

Opslagtankopnemer B4

Bovenste opslagtankopnemer.

Opslagtank opnemer B41

Onderste opslagtankopnemer.

Opslagtankopnemer B42

Derde (middelste) opslagtankopnemer.

Zonne-aanvoer opnemer B63

Zonne-aanvoer opnemer voor opbrengstmeting.

Zonneretourloopopnemer B64

Zonneretourloopopnemer voor opbrengsmeting.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
5930Sensoringang BX1, BX2
5931Geen
5932Tapwateropnemer B31
Collectoropnemer B6
Retouropnemer B7
6040Tapw Circulatieopnemer B39
6041Opslagtankopnemer B4
6042Opslagtankopnemer B41
6043Afvoergastemperaturopnemer B8
6044Aanvoertemperatuuropnemer B10Zie handleiding ketel
6045Vaste stof ketel opnemer B22
Tapw laadopnemer B36
Opslagtankopnemer B42
Gez.retouropnemer B73
Cascaderetouropnemer B70
Zwembadopnemer B13
Zonneaanvoeropnemer B63
Zonneretouropnemer B64
Primaire wisselaaropnemer B26

Ingang H1/H2/H4/H5

Functie-ingang H1/H2/H3/H4/H5

Bedrijfswijzeomschakeling

Verwarmingsgroep

De bedrijfswijzen van de verwarmingsgroepen worden via de aansluit-klemmen H1/H2/H3/H4/H5 (bijv. telefoonafstandsschakelaar) op beveiligingsbedrijf omgeschakeld.

Tapwater

Een blokkering van de tapwaterlading vindt slechts plaats in instelling VG's+Tapw.

Opwekkingsblokkade

De opwekker wordt via de aan- sluitklemmen Hx geblokkeerd. Alle temperatuurverzoeken van de verwarmingsgroepen en van het tapwater worden afgewezen. De ketelvorstbescherming blijft ondertussen gegarandeerd.

Fout-/Alarmmelding

De ingang H1 zorgt voor een regel- interne foutmelding. Bij overeen- komstige configuratie van de alarm- uitgang (relaisuitgangen QX2, 21-23, bedieningsregels 5892, 6030-6038) wordt de fout door een extra contact verder geleid of aangegeven (bijv. externe lamp of hoorn)

Verbruiksverzoek VK1/VK2/VK3

De ingestelde gewenste aanvoer-temperatuurwaarde wordt via de aansluitklemmen (bijv. een lucht-verhittingsfunctie voor bijv. verwarmingsinstallatie boven de uitgang) geactiveerd. De gewenste waarde moet in bedieningsregel 1859, 1909, 1959 worden ingesteld.

Overtemperatuurafvoer

Een actieve overtemperatuurafvoer maakt het bijv. een vreemde opwekker mogelijk de verbruikers (verwarmingsgroep, tapwateropslag, Hx-pomp) met een dwangsignaal tot opname van overbodige warmte te dwingen. Voor elke verbruiker kan met de parameter „Afname te hoge temperatuur“ worden ingesteld, of hij rekening houdt met het dwangsignaal en zodoende aan de warmteafvoer moet deelnemen.

- Lokaal effect

Met het LPB apparaatadres 0 of >1 beïnvloedt de overtemperatuur-afleiding alleen de lokale verbruikers van het apparaat.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
5950Functie ingang H1/H2/H3/H4/H5
5960BA-omschakeling VG's+Tapw
5970BA-omschakeling Tapw
5977BA-omschakeling VG's
B/S-bmschakeling
6046B/S-bmschakeling
6054B/S-bmschakeling
6062Opwekkingsblokkade
Fout-/alarmmelding
Gebr.verzoek VK1
Gebr.verzoek VK2
Gebr.verzoek VK3
Overtemperatuurafvoer
Vrijgave zwembad zonne-energ.
Bedrijfsniveau TapwZie handleiding ketel
Bedrijfsniveau VG1
Bedrijfsniveau VG2
Bedrijfsniveau VG3
Ruimtethermostaat VG1
Ruimtethermostaat VG2
Ruimtethermostaat VG3
Tapwater flowswitch
Tapwaterthermostaat
Startblokkering
Keteldoorstroomschakelaa
Gebr.verzoek VK1 10V
Gebr.verzoek VK2 10V
Gebr.verzoek VK3 10V
Drukmeting 10V
Belastingopgave 10V

- Centraal effect (LPB) Met het LPB apparaatadres = 1 beïnvloedt de overtemperatuurafvoer ook de verbruikers in de andere apparaten in hetzelfde segment.

Een verdeling over het gehele systeem over verdere segmenten van de over-temperatuurafvoer uit het segment 0 is niet mogelijk.

Vrijgave zwembad zonne-energie

De functie maakt het mogelijk de zwembadverwarming d.m.v. de zon extern vrij te geven (bijv. Handschakelaar) of de zonlaadprioriteit t.o.v. de opslagen vast te leggen. Configuratie: functie Ingang Hx op vrijgave zwembad instellen. Zie voor functiebeschrijving bedieningsregel 2065 laadvoorrang zonne-energie.

Bedrijfsniveau VG's / Tapw

Het bedrijfsniveau kan i.p.v. het interne tijdschakelprogramma via het contact worden ingesteld. (extern tijd-schakelprogramma)

Ruimtethermostaat VG1/VG2/VG3

Met de ingang kan voor de ingestelde verwarmingsgroep een ruimtethermostaatverzoek worden gegenereerd.

Tapw-flow switch

Hier wordt de doorstroomtoestel - flowswitch aangesloten.

Tapwater thermostaat

Hier wordt de tapwateropslag thermo- staat aangesloten.

Startblokkering

Met deze ingang kan een branderstart worden geblokkeerd.

Keteldoorstroomschakelaar

Bij deze functie sluit het contact bij aanwezige resp. voldoende grote doorstroming van de ketelwarmtewisselaar. Is dit contact niet gesloten, komt er een storingsmelding.

Gebr. verzoek VK1/VK2/VK3 10V

De toepassingsverbinding externe last x krijgt een spanningssignaal (DC 0...10 V) als warmteverzoek. De lineaire karakteristiek wordt via twee vaste punten (spanningswaarde 1 / functiewaarde 1 en spanningswaarde 2 / functiewaarde 2) gedefinieerd.

Drukmeting 10V

Het aan de ingang Hx aanwezige spanningssignaal wordt lineair in een drukwaarde omgerekend. De lineaire karakteristiek wordt via twee vaste punten (spanningswaarde 1 / functiewaarde 1 en spanningswaarde 2 / functiewaarde 2) gedefinieerd.

Belastingopgave 10V

De opwekker krijgt een spanning-signaal (DC 0...10 V) als belasting-vraag. De lineaire karakteristiek wordt via twee vaste punten (spanningswaarde 1 / functiewaarde 1 en spanningswaarde 2 / functiewaarde 2) gedefinieerd.

Type-ingang H1/H2/H3/H4/H5

Rustcontact

Het contact is bijna altijd gesloten en moet om de gekozen functie te activeren, worden geopend.

Werkcontact Het contact is meestal geopend en moet om de gekozen functie te activeren worden gesloten.

De lineaire karakteristiek wordt via twee vaste punten gedefinieerd. De instelling vindt plaats met twee parameterparen voor functiewaarde en spanningswaarde. (F1 / U1 en F2 / U2). Bij de H4- ingang (frequentie-ingang) wordt aan de functiewaarde geen spanningswaarde maar een frequentiewaarde toegewezen.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
5951Type ingang H1/H2/H3Zie handleiding ketel
5961Rustcontact
6047Werkcontact
6055
6063
5952 Mir. gewenste waarde aanvoertemperatuur H1
5953Spanningswaarde 1 H1/H2
6049
6057
6065
5954Functiewaarde 1 H1/H2
6050
6058
6066
5955Spanningswaarde 2 H1/H2
6051
6059
6067
5956Functiewaarde 2 H1/H2
6052
6060
6068
5971Type ingang H4
Rustcontact
Werkcontact
5973 Frequentiewaarde 1 H4
5974 Functiewaarde 1 H4
5975 Frequentiewaarde 2 H4
5976 Functiewaarde 2 H4
5978Type ingang H5
Rustcontact
Werkcontact

Uitbreidingsmodule AVS75

Multifunctioneel

Mogelijke functies die aan de multi- functionele in-/uitgangen kunnen worden toegewezen, zijn in de bedieningsregels 6030 tot 6038 zichtbaar.

Verwarmingsgroep 1/2

Voor dit gebruik kunnen de betreffende instellingen van de bedieningspagina "verwarmingsgroep 2" worden aangepast.

Retourregelaar

De mengeruitgang dient voor de sturing van de ketelretourstijging. Instellingen in het menu „ketel“.

Functie-ingang EX21 module 1

Geen

De ingang heeft geen functie.

Temperatuurbewaking VG

Wordt de uitbreidingsmodule voor de verwarmingskring gebruikt, kan aan de

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
6020Functie uitbreidingsmodule 1/2/3
6021Geen
6022Multifunctioneel
Verwarmingsgroep 1Zie handleiding ketel
Verwarmingsgroep 2
Retourloopregelaar
Zonne-energie drinkwater
Voorregelaar/circulatiepomp

Zonnetapwater

Voor dit gebruik kunnen de betreffende instelling van de bedieningspagina "zonne-energie" worden aangepast.

Voorregelaar / circulatiepomp

De mengeruitgang dient als voorregelaar tussen ketel en verdeler. Instellingen in het menu „voorregelaar / circulatiepomp“.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
6024Functieingang' EX21 module 1/2/3
6026GeenZie handleiding ketel
6028Temperatuurbewaking VG

ingang EX21 (AC 230 V) een externe temperatuurbewaking (bijv. voor vloerverwarming) worden ingeschakeld.

Instelling van het gebruikte opnemer-type. De regelaar maakt gebruik van de overeenkomstige temperatuur-karakteristiek.

Opnemercorrecties

De meetwaarde van de collector-opnemer kan met +/- 20 K worden verschoven.

De meetwaarde van de buiten- temperatuur kan met +/- 3 K worden verschoven.

Gebouw - tijdconstante

Al naar gelang de massa van een gebouw, (bouwwijze van het gebouw) verandert de ruimtetemperatuur verschillend snel bij veranderende buitentemperatuur.

Door de tijdconstante gebouw wordt de reactiesnelheid van de aangevoerde waarde bij wisselende buiten-temperatuur beïnvloed.

Centrale leiding van de gewenste waarde

De centrale leiding van de gewenste waarde past de gewenste waarde van de warmte-opwekker aan op de centrale aanvoertemperatuur. Met de instelling wordt de maximale correctie begrensd, ook wanneer een grotere aanpassing noodzakelijk zou zijn. Deze functie kan slechts door gebruik van de aanvoertemperatuur van de opnemer B10 worden gerealiseerd.

Vertraging daling gewenste waarde Er wordt voorkomen, dat trapsgewijze opwekkers te snel worden weggeschakeld of vrij modulerende opwekkers vanwege hun vermogensregeling direct uitschakelen. Hierdoor koelen de opwekkers niet af, omdat verder een behoefte aan warmte bestaat en ze weer gauw gaan werken.

De vermindering van de vertraging werkt alleen bij een gewenste waardesprong, niet echter bij het wegvallen van de warmte-opvraag.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
6097Opnemertype collectorNTCPT1000Zie handleiding ketel
Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
6098 Correctie collectoropnemerZie handleiding ketel
6100 Correctie buitentemp.opnemer
Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
6110 Tijdconstante gebouwenZie handleiding ketel
Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
6117 Centrale leiding van de gewenste waardeZie handleiding ketel
Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
6118 Vertraging daling gewenstewaardeZie handleiding ketel

Elco Thision S PLUS - Centrale leiding van de gewenste waarde - 1

line | Tijd | Temp | |------|------| | dT | Opwekkingswaarde | | dt | Afvalvertraging dT/dt |

Installatievorstbescherming

Al naar gelang de actuele buitentemperatuur schakelen de pompen in, hoewel er geen vraag naar warmte bestaat.

Voorwaarde voor het foutloze functioneren van deze functie is een in goede staat verkerende en goed werkende installatie. De installatievorstbescherming heeft een buitentemperatuuropnemer nodig. Ontbreekt

deze, wordt om de functie te garanderen voor buitentemperatuur 0 °C gesubstituteerd en een foutmelding gegenereerd.

Uit

De functie is uitgeschakeld.

Aan

De functie is ingeschakeld.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
6120 InstallatievorstbeschermingUitAanZie handleiding ketel
Buitentemperatuur Pomp Grafik
...-4°CVoortdurend AANON
-5...1.5°C ca. om de 6 uur gedurende 10 min. AANslag
1.5°C... Voortdurend UIT OFF

Elco Thision S PLUS - Aan - 1

bar | State | Value | |---|---| | ON | -5 | | slag | -4 | | OFF | 2 |

Opnemer opslaan

Om middernacht slaat het basis-apparaat de situaties aan de opnemer-klemmen op.

Valt na het opslaan een opnemer uit, genereert het basisapparaat een foutmelding. Door deze instelling kunnen de opnemers direct worden opgeslagen. Dit is nodig wanneer bijv. een opnemer verwijderd wordt en niet meer nodig is.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
6200 Voeler opslaanNeeJaZie handleiding ketel

Parameterreset

Alle parameters zijn op de fabrieks-instellingen terug te plaatsen. Met uitzondering van de menu's: Tijd en datum, bedieningseenheid, zender en alle programma's en ook de gewenste waarde van de handfunctie.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
6205 Parameters terugzettenNeeJaZie handleiding ketel

Installatieschema

Om het actuele installatieschema te Identificeren wordt door het basis-apparaat een controlenummer gegenereerd. Dit controlenummer bestaat uit de naast elkaar gerangschikte deelschemanummers. De betekenis van de nummers voor de betreffende regels moet u uit de tabellen op de volgende pagina halen:

Regelnr. Bedieningsregel
6212Controlenummer opwekker 1
6213Controlenummer opwekker 2
6215Controlenummer opslagtank
6217Controlenummer verwarmingskring

Softwareversie

De informatie geeft de actuele versie van het basisapparaat weer.

Regelnr. Bedieningsregel
6220 Softwareversie

Controlenummers opwekker 1 (bedieningsregel 6212)

Gasketel modulerend
11 Modulerende ketel12 Modulerende ketel, ketelpomp13 Modulerende ketel, bypasspompe14 Modulerende ketel, ketelpomp, bypasspomp
Zonne-energie
0 Geen zonne-energie1 Zonne-energie met collectoropnemer en pomp

Controlenummers opwekker 1 (bedieningsregel 6213)

Vaste stof ketel
0 Geen vaste stof ketel1 Vaste stof ketel, ketelpomp2 Vaste stof ketel, ketelpomp,Toepassing Tapw-opslag

Controlenummers opslag (bedieningsregel 6215)

Opslagtank Tapwateropslag
0 Geen opslagtank1 Opslagtank2 Opslagtank, zonne-aansluiting4 Opslagtank, bronblokkeerventiel5 Opslagtank, zonne-aansluiting, Bronblokkeerventiel0 Geen tapwaterbuffer1 Elektrische verwarming2 Zonne-energieverbinding4 Laadpomp5 Laadpomp, zonne-energieverbinding13 Omschakelklep14 Omschakelklep, zonne-energieverbinding16 Voorregelaar, zonder wisselaar17 Voorregelaar, 1 wisselaar19 Tussengroep, zonder wisselaar20 Tussengroep, 1 wisselaar22 Laadpomp / tussengroep, zonder wisselaar23 Laadpomp / tussengroep, 1 wisselaar25 Omloopventiel / tussengroep, zonder wisselaar26 Omloopventiel / tussengroep, 1 wisselaar

Controlenummers verwarmingsgroep (bedieningsregel 6217)

Verwarmingsgroep 3Verwarmingsgroep 2Verwarmingsgroep 1
0 Geen verwarmingsgroep1 Circulatie via ketelpomp2 Verwarmingsgroeppomp3 Verwarmingsgroeppomp, menger0 Geen verwarmingsgroep1 Circulatie via ketelpomp2 Verwarmingsgroeppomp3 Verwarmingsgroeppomp, menger0 Geen verwarmingsgroep1 Circulatie via ketelpomp2 Verwarmingsgroeppomp3 Verwarmingsgroeppomp, menger

Het tweedelige LPB- adres van de regelaar bestaat uit twee getallen die uit twee posities bestaan. Voorbeeld:

1416
Segmentnummer
Apparaatnummer

Busvoeding

De busvoeding maakt een directe stroomvoorziening van het bussysteem mogelijk door de afzonderlijke regel-apparatuur (geen centrale busvoeding). De soort busvoeding is instelbaar.

  • Uit: Geen stroomvoorziening van het bussysteem door de regelaar.
  • Automatisch: De stroomvoorziening van het bussysteem (LPB) door de regelaar wordt overeenkomstig de vermogensbehoefte van de LPB automatisch in- en uitgeschakeld.

Aanduiding systeemmeldingen

Met deze instelling kan men systeemmeldingen die via LPB worden aangegeven, via het bedieningsgedeelte onderdrukken.

Nee

Foutmeldingen worden niet via de bedieningsunit van de regelaar aangegeven.

Ja

Foutmeldingen worden via de bedieningsunit van de regelaar aangegeven.

Busvoedingsstatus

De aanduiding laat zien, of de regelaar de bus momenteel van stroom voorziet:

  • Uit: De regelaarbusvoeding is momenteel inactief.
  • Aan: De regelaar van de busvoeding is momenteel actief. De regelaar neem nu een aandeel van de stroombehoefte van de bus over.

Werkgebied omschakelingen

Voor de centrale omschakelingen kan het werkgebied worden gedefinieerd. Het betreft:

• Bedrijfswijzeomschakeling
- Zomeromschakeling (bij instelling „centraal“ in instelregel 6621)

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
6600 ApparaatadresZie handleiding ketel
6601 Segmentadres
6604 BusvoedingUitAutomatisch
6605 Busvoeding statusUitAan
6610 Aanduiding systeemmeldingen
6620Werkgebied omschakelingenSegmentSystem
6621 ZomeromschakelingLokaalCentraal
6623 Bedrijfswijze-omschakelingLokaalCentraal
6624Manuele opwekkerblokkadeLokaalSegment

Tot de invoer behoort:

  • Segment: De omschakeling vindt plaats bij alle regelaars in hetzelfde segment.
  • Systeem: De omschakeling vindt plaats bij alle regelaars in het hele systeem (dus in alle segmenten). De regelaar moet zich in segment 0 bevinden.

Zomeromschakeling

Het werkgebied van de zomeromschakeling is daarbij als volgt:

  • Invoer lokaal: Lokale werking; de lokale verwarmingsgroep wordt gebaseerd op de instelregels 730, 1030, aan- en uitgeschakeld.
  • Invoer centraal: Centrale werking; afhankelijk van de op bedieningsregel „Werkgebied omschakelingen“ verrichte instelling weer of de verwarmingsgroepen in het segment of echter in het gehele systeem gebaseerd op de instelregel 730 in- en uitgeschakeld.

Bedrijfswijze-omschakeling

Bij apparaten die beschikken over LPB kan het basisapparaat met het LPB apparaat adres = 1 de functie van een centrale bedrijfsomschakeling overnemen. De omschakelingen op het centrale basisapparaat (via H1 / H3 of de parameter bedrijfswijzeomschakeling Hk's) beïnvloeden dan ook de verwarmingsgroepen en het tapwater van de andere basis-apparaten op de LPB.

Het werkgebied van de bedrijfs-omschakeling via de H-ingang is als volgt:

Lokaal

Lokale werking; de lokale verwarmings-groep wirdt in- en uitgeschakeld.

Centraal

Centrale werking; afhankelijk van de op bedieningsregel werkgebied omschakelingen verrichte instelling worden of de verwarmingsgroepen in het segment of echter in het gehele systeem in- en uitgeschakeld.

Manuele opwekkingsblokkade

Het werkgebied van de opwekkingsblokkade via de H-Ingang is daarbij als volgt:

Lokaal

Lokale werking; de lokale opwekker wordt geblokkeerd.

Segment

Centrale werking; alle opwekkers van de cascade worden geblokkeerd.

Tapwatertoewijzing

De tapwatertoewijzing moet alleen dan worden vastgelegd, wanneer tapwaterbereiding door een verwarmingsgroep - tijdprogramma wordt gestuurd (vergl. bedieningsregels 1620 resp. 5061). Instelling:

  • Lokale verwarmingsgroepen: De tapwaterbereiding vindt alleen plaats voor de lokale verwarmingsgroep
  • Alle verwarmingsgroepen in het segment: De tapwaterbereiding vindt plaats voor alle verwarmingsgroepen in het segment
  • Alle verwarmingsgroepen in het systeem: De tapwaterbereiding vindt voor alle verwarmingsgroepen in het systeem plaats.

Bij alle instellingen wordt ook rekening gehouden met regelaars in de vakantie-status voor de tapwaterbereiding

TA'grens ext. opwekker in acht nemen

Extra via de LPB-bus afgesloten opwekkers kunnen conform eigen parameters op grond van de buiten-temperatuur geblokkeerd of vrijgegeven zijn (bijv. lucht-/water-WP).

Deze status wordt via LPB verdeeld. In een cascade weet dus de master, of een extra opwekker (slaaf) conform de eigen instelgrenzen (buiten-temperatuur) ter beschikking staat of niet en kan er dienovereenkomstig nog een opwekker erbij schakelen.

Nee

De ecobit van de externe opwekker wordt niet in acht genomen.

Ja

De ecobit van de externe opwekker wordt in acht genomen en de cascade conform de ter beschikking staande opwekkers geregeld.

Waarschuwing:

Is als aanvullende opwekker een LMU...- regeling (slaaf) aangesloten, moet deze parameter op nee staan!

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
6625 TapwatertoewijzingLokale verwarmingsgroepenAlle verwarmingsgroepen in segmentAlle verwarmingsgroepen in het systeemZie handleiding ketel
6632 TA'grens ext. opwekker in acht nemenNeeJa
6640 TijdfunctieAutonoomSlaaf zonder afstandsveranderingSlaaf met afstandsveranderingMaster
6650 BuitentemperatuurBuitentemperatuur bron

Klokfunctie

Deze instelling legt de werking van de systeemtijd op de tijdinstelling van de regelaar vast. De uitwerkingen zijn als volgt:

  • Autonom: de kloktijd kan via de regelaar anders worden ingesteld. De kloktijd van de regelaar wordt niet aan de systeemtijd aangepast.
  • Slaaf zonder afstandverandering: De tijd kan op de regelaar niet worden gewijzigd. De kloktijd van de regelaar wordt automatisch lopend aan de systeemtijd aangepast.
  • Slaaf met afstandsverandering: De tijd kan via de regelaar worden ingesteld; gelijktijdig wordt de systeemtijd aangepast, omdat de wijziging van de master wordt overgenomen. De tijd van de regelaar wordt toch automatisch lopend aan de systeemtijd aangepast.
  • Master: de tijd kan via de regelaar worden aangepast. De tijd van de regelaar is richtlijn voor het systeem: de systeemtijd wordt aangepast

Buitentemperatuurleverancier

In de LPB-installatie is maar 1 buiten-temperatuuropnemer nodig. Deze is aan een vrij selecteerbare regelaar aangesloten en levert het signaal via de LPB aan de regelaar zonder opnemer. In de aanduiding verschijnt als eerste getal het segmentnummer en als tweede het apparaatnummer.

Wanneer er zich een fout voordoet, kan een foutmeldung op het informatie-niveau via de infotoets worden opgeroepen. In de aanduiding wordt de oorzaak van de fout beschreven.

Terugzetten

Wanner er zich een fout voordoet kan via het relais QX.. een alarm worden geactiveerd.

Het relais QX.. moet dienovereenkomstig geconfigureerd zijn. Het alarmrelais kan met deze instelling met JA worden teruggezet.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
6700 MeldingZie handleiding ketel
6705 SW diagnosecode
6706 FA fase stoorstand
6710 Reset alarmrelais

Melding

Een actuele in het systeem aanwezige fout, wordt hier met de Albatroscode aangegeven, waarbij de fout zich heeft voorgedaan.

FA fase stoorstand

Een actueel in het systeem aanwezige fout wordt in de stoorstand aan-gegeven, waarin de fout zich heeft voorgedaan.

SW Diagnosecode

Een actueel in het systeem interne softwarediagnose, waarbij de fout is opgetreden, wordt aangegeven.

Temperatuuralalarmsignalen

Het verschil tussen gewenste waarde en actuele temperatuur wordt gecontroleerd.

Een blijvende afwijking verder dan de ingestelde tijd, geeft een foutmelding.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
6740 Aanvoertemperatuur 1 alarmZie handleiding ketel
6741 Aanvoertemperatuur 2 alarm
6742 Aanvoertemperatuur 3 alarm
6743 Keteltemperatuur alarm
6745 Tapwaterlading alarm

Fouthistorie

Het basisapparaat slaat de laatste 20 fouten die zich hebben voorgedaan, zodanig in een foutopslag op, dat ze niet verloren gaan. Elke nieuwe invoer wist de oudste uit de opslag. Per foutinvoer worden foutcode en tijdstip opgeslagen.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
6800...6996Historie ... alleen aanduiding

Onderhoudsfuncties

Branderuren interval / branderstarts Interval / onderhoudsinterval

Zodra de ingestelde tijd van de branderuren of -starts of de onderhoudsperiode afloopt, komt er een onderhoudsmelding. Voor de melding worden de bedrijfsuren en -starts aangegeven.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
7040Branderuren intervalZie handleiding ketel
7041Branderuren sinds onderhoudAlleen aanduiding
7042Branderstarts intervalZie handleiding ketel
7043Branderstarts sinds onderhoudAlleen aanduiding
7044OnderhoudsintervalZie handleiding ketel
7045Tijd sinds onderhoudAlleen aanduiding
7050Ventilatortoerental lon stroomZie handleiding ketel
7051Meldung lon Strom

Branderuren sinds onderhoud Branderstarts sinds onderhoud

De actuele waarde wordt berekend en aangegeven. De waarde is in deze bedieningsregel naar 0 terug te zetten.

Ventilatortoerental lon stroom

Toerentalgrens, van waar de branderionisatiestroomonderhoudsmelding moet worden geplaatst, wanneer de ionisatiestroombewaking en daardoor een draaiaantalverhoging op grond van te lage ionisatiestroom actief zijn.

Melding lon van de stroom

Vlag ter aanduiding en voor het terugplaatsen van de brander-ioni-satiestroomonderhoudsmelding. De onderhoudsmelding kan terug gezet worden, wanneer de onder-houdsreden is verholpen.

Schoorsteenveger

De brander wordt ingeschakeld. Om een zo mogelijk voortdurende branderfunctie te bereiken, is alleen de keteltemperatuur-maximumbegrenzing als uitschakelpunt actief. Alle aangesloten verbruikers zijn voorlopig geblokkeerd, zodat de ketel, indien mogleijkk, snel de minimumwaarde van 64°C bereikt.

Is de minimumwaarde van 64°C bereikt, worden de aanwezige verwarmingsgroepen met een vaste belasting geleidelijk ingeschakeld, zodat de door de ketel geproduceerde warmte wordt afgenomen en zo de brander ingeschakeld blijft.

Gedurende geactiveerde schoorsteenvegerfunctie blijft de keteltemperatuurmaximumbegrenzing om veiligheidsredenen actief.

Brandervermogen

Belastingsopgave voor de brander bij bedrijf door de schoonstegerfunctie.

Handfunctie

Bij actieve handfunctie worden de relaisuitgangen niet meer conform de regeltoestand geschakeld maar afhankelijk van hun functie op een voorgedefineerde handfunctietoestand (zie tabel) geplaatst.

Gewenste waarde-instelling bij handfunctie

Nadat de handfunctie werd geactiveerd werd, moet naar de basisaanduiding worden geschakeld. Daar wordt het onderhouds/speciale gebruik-

symbool ♿ aangegeven.

Door het indrukken van de informatietoets wordt daarbij naar de info-aanduiding "Handbedrijf" geschakeld, waarin de gewenste waarde kan worden ingesteld.

Bij actief handbedrijf worden de relaisuitgangen niet meer conform de regeltoestand geschakeld maar afhankelijk van hun functie op een voorgedefinieerde handbedrijftoestand (zie tabel) geplaatst. De relaisuitgangen worden, afhankelijk van hun hydraulische functie, in een toestand geplaatst, die de warmte beschikbaar stelt.

De zoninstallatie blijft uitgeschakeld, omdat hier de mogelijkheid van de opslagretourkoeling via de collector bestaat. Een in de handfunctie ingeschakeld relais kan door een elektronische temperatuurregelaar (TR) of – bewaking (TW) controle worden uitgeschakeld.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
7130 SchoorsteenfunctieZie handleiding ketel
7131 BrandervermogenDeellast volledige lastMaximum verwarmingslasst
7140 Handfunctie
Aanduiding UitgangToestand
GasketelKetelpompQ1aan
2. trap ketelpomp Q27 aan
Vaste stof ketelKetelpomp Q10 aan
Zonne-energieCollectorpompQ5uit
Externe wisselaarpompK9uit
Aandrijving opslagtankK8uit
Aandrijving zwembadK18uit
TapwaterLaadpompQ3aan
OmschakelklepQ3uit
TussengroeppompQ33aan
MengpompQ35uit
CirculatiepompQ4aan
Elektrische verwarmingK6aan
OpslagbuffertankOpwekker blokkeerklepY4aan
RetourklepY15uit
Verwarmingsgroep 1..3VerwarmingsgroeppompQ2Q6Q20aan
Menger open/dichtY1/Y2Y5/Y6uit
Hk-pomp 2. trapQ21Q22aan
VoorregelaarCirculatiepompQ14aan
Voorregelaarmenger open/dichtY19/Y20uit
Externe verbruikergroep 1..3Verbruikergroep-verwarminggroeppompQ15Q18Q19aan
Extra functiesAlarmuitgangK10uit
Tijdprogramma 5K13uit
Wamte-opvraagK27aan
MelduitgangK35aan
BedrijfsmeldingK36aan
RookgasklepK37aan
VentilatoruitschakelingK38aan
BufferlaadpompQ11uit
CascadeCascadepompQ25aan

Regelaarstopfunctie

Wordt de regelaarstopfunctie ge- activeerd, dan wordt direct het ingesteld brandervermogen van de gewenste waarde van de regelaarstop opgevraagd.

Regelaarstop gewenste waarde

Bij geactiveerde regelaarstopfunctie wordt het hier ingesteld vermogen van de ketel opgevraagd.

Ontluchtingsfunctie

Parameter om de functie manueel te activeren bijv. via hotkey of menu onderhoud/speciale functie.Na afloop van de ontluchting is de parameter weer op uit gezet. Met het instellen op Uit kan de ontluchting ook te allen tijde worden afgebroken.

Ontluchtingswijze

Met deze parameter kunnen de fasen van de ontluchtingsfunctie worden

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
7143RegelaarstopfunctieUitAanZie handleiding ketel
7145Gewenste waarde regelaarstop
7146OntluchtingsfunctieUitAan
7147OntluchtingswijzeGeenVerwarmingsgroep continuloopVerw.groep cyclusTapwater continuloop Tapwater cyclus
7170Telefoon klantendienst

geselecteerd zie hiervoor ook het hoofdstuk ontluchtingsfunctie. Is de functie gestart, dan dient deze waarde als info-waarde en geeft de actuele bewerkte fase weer.

Telefoon klantendienst

Instelling van het telefoonnummer dat in de info-aanduiding verschijnt.

Parameterstick

De parameterstick kan slechts samen met een bedieningsdeel dat uit volledige tekst bestaat worden gebruikt. Is die niet in de installatie aanwezig, kan tijdelijk een Service-Room Unit worden aangesloten. Wordt de parameterstick op de LMS14... gestoken, wordt deze herkend en de informaties voor Auto-Backup resp. Auto-Restore geanalyseerd. Op de parameterstick zijn verscheidene datareeksen opgeslagen die via de bedienings-eenheid kunnen worden geselecteerd.

PStick opslag pos

PStick m.b.t. datareeks

Via het datapunt PStick opslag Pos kan de datareeks (datareeks- nummer op de stick) worden geselecteerd, die hier geschreven of gelezen moet worden. Wanneer een datareeks werd gelecteerd, wordt in een tweede datapunt PStick m.b.t. datareeks van de datareeksnaam aangegeven.

PStick opdracht

Stickoperaties selecteren. Al naar gelang selectie worden volgende handelingen uitgevoerd:

Geen bedrijf (0)

Dit is een basistoestand. Zolang geen bedrijf op de stick actief is, wordt deze opdracht aangegeven.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
7250 Pstick buffer posZie handleiding ketel
7251 Pstick betr. datareeks
7252 Pstick opdrachtGeen bedrijfLezen van de stickSchrijven op stick
7253 Pstick voortgang
7254 Pstick statusGeen StickStick klaarSchrijven opStick lezen vanStick EMV testActief foutSchrijvenFout lezenLezenIncompatib.datareeksVerkeerd sticktypeFout stickformaatDatareeks controlerenDatareeks geblokkeerdBlokkade lezen

Lezen van de stick (1)

Start het lezen van de data van de stick.

Dit bedrijf is alleen met READ- of READ / WRITE-Sticks mogelijk.

Schrijven op stick (2)

Start het schrijven van de data van de LMS14... op de stick. Dit bedrijf is slechts met WRITE- of READ / WRITE-Sticks mogelijk.

PStick voortgang

De voortang is een procentaanduiding, die bij actief stickbedrijf (lezen resp. schrijven) aangeeft, hoeveel procent al verwerkt is. Is geen bedrijf actief of doet zich een fout voor, wordt 0% aangegeven. In het tweede veld van de dubbele aanduiding staat de status. Deze dient o.a. ook als foutinformatie bij problemen.

Met de in- en uitgangstest kan gecontroleerd worden of de aangesloten componenten correct werken. Door het kiezen van een instelling uit de relaistest wordt het betreffende relais aangetrokken en daardoor worden de aangesloten componenten in bedrijf genomen. Op die manier kan gecontroleerd worden of de relais en de bedrading betrouwbaar zijn.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
7700...7952Zie handleiding ketel

Belangrijk:

Opgeroepen opnemerwaarden worden

binnen max. 5 sec. geactualiseerd.

De aanduiding vindt zonder

meetwaarde-correctie plaats.

Status

De actuele status van de installatie wordt d.m.v. statusaanduidingen gevisualiseerd.

Regelnr. Bedieningsregel
8000 Status verwarmingsgroep 1
8001 Status verwarmingsgroep 2
8002 Status verwarmingsgroep P
8003 Status tapwater
8005 Status ketel
8007 Status zonne-energie
8008 Status vaste stof ketel
8009 Status brander
8010 Status opslagtank
8011 Status zwembad

Diagnose cascade

Voor diagnosedoeleinden kunnen verschillende gewenste- en beginwaarden schakeltoestanden van relais en ook tellerstanden worden aangegeven.

Regelnr. Bedieningsregel
8100...8150 -

Diagnose opwekkers

Voor diagnosedoeleinden kunnen verschillende gewenste- en beginwaarden schakeltoestanden van relais en ook tellerstanden worden aangegeven.

Regelnr. Bedieningsregel
8304...8570 -

Diagnose verbruikers

Voor diagnosedoeleinden kunnen verschillende gewenste- en beginwaarden schakeltoestanden van relais en ook tellerstanden worden aangegeven.

Regelnr. Bedieningsregel
8700...9058 -

Het branderautomatenprogramma garandeert dat het apparaat correct functioneert inclusief in- en buiten-bedrijfstelling en ook de vlambewaking. Het verloop zelf wordt via parameters door de fabrikant vast ingesteld.

De waarden in de hieronder staande lijst horen bij de verschillende apparaatcapaciteiten en mogen niet door de verwarmingsmonteur worden gewijzigd. De waarden mogen alleen door Elco-servicetechnici in noodzakelijke gevallen worden gewijzigd.

Voorspoeltijd

Instelbare duur van het voorspoelen van het bedieningsdeel. Deze waarde kan altijd alleen groter dan 10 s worden ingesteld.

Gewenste waarde van het toerental deellast

Instelbare gewenste waarde van het toerental in deellast van het bedieningsdeel. Deze waarde kan altijd slechts groter dan de gewenste waarde van het toerental deellast min. worden ingesteld.

Gewenste toerental ontstekingsbelasting

Instelbaar gewenste toerental van ontsteking via bedieningsgedeelte. Deze waarde kan altijd alleen groter dan het gewenste toerental van de ontsteking max. worden ingesteld.

Gewenste waarde van het toerental vollast

Instelbare gewenste waarde in nominale last van het bedieningsdeel. Deze waarde kan altijd slechts groter dan de gewenste waarde van het toerental vollast min. worden ingesteld.

Naspoeltijd

Instelbare duur van het naspoelen van het bedieningsdeel. Deze waarde kan altijd alleen groter dan 7 s worden ingesteld.

Gedwongen voorspoelen bij fouten

Na een ontregeling na stoorstand, na net-AAN alsmede na 24 uur in standby vindt gedwongen voorspoelen plaats, voor 21 seconden of voorspoeltijd, indien de voorspoeltijd >21 seconden is.

Uit

De functie is uitgeschakeld.

Aan

De functie is ingeschakeld.

Regelnr.BedieningsregelFabrieksinstelling
9500 VoorspoeltijdZie handleiding ketel
9512 Gewenste toerental ontstekings-belasting
9524 Gewenst waarde van het toerental deellast
9529 Gewenst waarde van het toerental vollast
9540 Naspoeltijd
9615 Gedwongen voorspoelen bij fouten Uit Aan
9650 Schoorsteendroging Uit Tijdbegrensd Permanent

Schoorsteendroging

Wordt de schoorsteendroging geactiveerd, start de functie na een buitenbedrijfstelling bij de overgang naar Standby. De schoorsteendroging kan door elke warmte-opvraag worden onderbroken en start opnieuw, wanneer het faseverloop weer naar de fase standby gaat.

Uit

De functie is uitgeschakeld.

Tijdbegrensd

De schoorsteendroging wordt 10 minuten uitgevoerd.

Permanent

De ovendroging wordt constant in de standby uitgevoerd.

Notities

Notities

Notities

Service:

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Elco

Model : Thision S PLUS

Categorie : Cv-ketel