Elco Thision S PLUS - Cv-ketel

Thision S PLUS - Cv-ketel Elco - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Thision S PLUS Elco in PDF-formaat.

📄 500 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice Elco Thision S PLUS - page 403
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Italiano IT Nederlands NL

Gebruikersvragen over Thision S PLUS Elco

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Cv-ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Thision S PLUS - Elco en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Thision S PLUS van het merk Elco.

GEBRUIKSAANWIJZING Thision S PLUS Elco

Gebruiksaanwijzing Voor de erkende vakman

Korte beschrijving, kenmerken functies

De regeling LMS is een weer- safhankelijke digitale verwarmings- regeling voor twee mengverwarmings- kringen, en ook de tapwaterbereiding, cascadering en de branderautomaat voor de brander. Bovendien zijn verschillende aanvullende functies in te schakelen. De verwarmingsregeling berekent met behulp van de buitentemperatuur- sensor de noodzakelijke gewenste temperaturen voor de ketel en de verwarmingskringen en stuurt de tapwaterbereiding. Met extra inschakelbare optimalisatie- functies is een optimale energie- besparing te bereiken. Verwarmingsinstelling met volgende functies Bedrijfswijze verwarming, tapwater Instelling gewenste waarde voor verwarming, tapwater Infotoets Handmatige functies Schoorsteenvegerfunctie Reset toets Weersafhankelijke warmteregeling voor max. twee mengkringen. Tapwatersturing met vrijgave en voorgave van de gewenste waarde Extra in te schakelen tijdgestuurde circulatiepomp Display verlicht, voor status- en functieaanduidingen in duidelijke tekst in meer talen Automatische omschakeling tussen zomer- en wintertijd Van te voren ingestelde standaardtijdprogramma's voor verwarming en tapwaterbereiding. Individueel schakelprogramma met schakeltijden volgens de installatieconfiguratie van de regelaar. Vakantieprogramma voor elke verwarmingskring Emissiecontrole / schoorsteen- veger met automatische retourschakeling bij normale functie Estrik droogfunctie Buffertankmanagement Opwekkingsblokkade Brandervraag boven 0-10Vdc Zonne-energie tapwater en verwarmingsondersteuningsfunctie Extra inschakelbare zwembad- regeling Geïntegreerde cascadefunctie bij installaties die beschikken over meer ketels Ruimtetemperatuurregeling via accessoire QAA 75 / 78 QAA 75 met tweedraadsbus QAA 78 met radioverbinding Instelling van radiatoren of vloerverwarmingskringen met aanpassing van de programma's Automatische verwarmings- curveaanpassing extra inschakelbaar Verwarmingsoptimalistatie met snelverwarming extra inschakelbaar Behoefteafhankelijke verwarmingsuitschakeling Instelbare minimum en maximum aanvoertemperaturen Pompnadraaitijd Geïntegreerde bedrijfsurenteller Thermische ontsmetting van het tapwater inschakelbaar (legionellaschakeling) Vorstbeveiliging van ketel en installatie 2 draad businterface voor regelaccessoires Mogelijkheid voor LPB-bus-via accessoire OCI 345Bedieningselementen

Deze beide toetsen worden samen met de grote draaiknop - + voor het programmeren en configureren van de regeling gebruikt. Instellingen die niet met de bedieningselementen bediend kunnen worden, gebeuren via de programmering. Door de ESC-toets in te drukken, gaat u telkens een stap terug; veranderde waarden worden daarbij niet overgenomen. Om naar het volgende bedienings- niveau te gaan of om veranderde waarden op te slaan, wordt op de OK-toets gedrukt. Door het indrukken van de toets bevindt zich de regelaar in de handbedrijfs- functie, alle pompen lopen, de meng- klep wordt niet meer aangestuurd, de brander wordt op 60°C gezet. (Aanduiding door schroefsleutel- symbool). Positie 0: Geheel het apparaat en alle aan het apparaat aangesloten elektrische componenten zijn spanningsloos. De vorstbescherming is niet gegarandeerd. Positie I Het apparaat en de aan het apparaat aangesloten componenten zijn bedrijfsklaar. Bedrijfswijzetoets drinkwater (M) Om de drinkwaterbereiding in te schakelen (balk in het display onder de waterkraan) Bedrijfswijzetoets verwarmings- kring(en) (I) Om 4 verschillende verwarmings- bedrijfswijzen in te stellen: Auto tijd: Automatische wijze volgens tijdprogramma Zon 24 h: verwarmen tot nominale comforttemperatuur Maan 24 h: verwarmen tot gereduceerde waarde Beveiligingsbedrijf: verwarming uitgeschakeld, vorstbescherming is actief Oproepen van de volgende informatie zonder invloed op de regeling: temperaturen, bedrijfstoestand verwarming/tapwater, foutmeldingen Ruimtetemperatuur - regelknop (C) Om de ruimtecomforttemperatuur te wijzigen Met deze draaiknop kunnen bij het programmeren instellingen gekozen en gewijzigd worden. Schoorsteenveger functietoets (F) Door kort op de toets te drukken gaat de ketel in de bedrijfstoestand voor de emissiemeting. Deze functie moet worden gedeactiveerd (aanduiding door schroefsleutel. ) Reset toets (H) Door kort op de toets (> 3s) te drukken wordt de vergrendeling van de brander opgeheven.

A Aan/uit schakelaar B Terugtoets (ESC) C Ruimtetemperatuurregelknop D Bevestigingstoets (OK) E Handbedrijffunctietoets F Schoorsteenvegerfunctietoets G Infotoets H Reset toets I Bedrijfswijzetoets verwarmingstoets(en) L Display M Bedrijfswijzetoets drinkwaterBeschrijving display Programmering

Verwarmingsmodus kiezen Regelaarstopfunctie bij toetsdruk > 3 s Display Infotoets Bevestigen Handfunctie (ontluchtingsfunctie bij toetsdruk > 3s)

Schoorsteenfunctie Eindgebruiker - gewenst menu - met toets OK bevestigen - gewenste parameter selecteren - met toets OK bevestigen - met + - wiel veranderen - met toets OK bevestigen - met toets ESC terug Inbedrijfstelling Vakman - gewenste gebruikerniveau selecteren - met toets OK bevestigen - gewenst menu - met toets OK bevestigen - gewenste parameter selecteren - met toets OK bevestigen - met + - wiel veranderen - met toets OK bevestigen - met toets ESC terug Programmering Selecteren Naar rechts/links draaien Menu verlaten Reset

Verwarmen met de gewenste comfortwaarde Verwarmen met de gewenste gereduceerde waarde Verwarmen met de gewenste vorst- beschermingswaarde

Proces bezig – a.u.b. wachten Brander in werking (enkel olie-/gasketel) Foutmeldingen Infoniveau geactiveerd Programmering geactiveerd Verwarming tijdelijk uitgeschakeld; ECO-functie actief Vakantiefunctie actief Betrekking op de verwarmingskring Handbedrijf / schoorsteenvegerfunctie Nr. Nummer van de bedieningsregel (parameternummer) Basisweergave (toetsen) Toets OK indrukken (1x) Toets INFO indrukken (4 sec.) Toets OK indrukken (1x)Kort overzicht van de hoofdfuncties van de elektronische regelaar Toets Actie Werkwijze Weergave/functie Gewenste kamertemperatuur instellen VG2 samen met VG1 Draaiknop links/rechts bedienen Draaiknop opnieuw draaien Opslaan met de toets OK of 5 sec. wachten of: Druk op de toets Gewenste comfortwaarde met knipperende temp.weergave Knipperende temperatuurweergave in stappen van 0,5 °C van 10,0 … 30 °C Gewenste comfortwaarde Aangenomen Gewenste comfortwaarde niet Aangenomen - Na 3 sec. verschijnt de basisweergave gewenste ruimtetemperatuur voor VG1 of VG2 instellen

2. VG onafhankelijk van VG1

Draaiknop links/rechts indrukken Toets OK Draaiknop links/rechts indrukken Opslaan met toets OK of 5 sec. wachten of – indrukken van toets

Verwarmingskring selecteren Verwarmingskring wordt overgenomen knipperende temperatuur Aanduiding in 0,5 °C stappen van 10,0-30°C Comfortinstelling overgenomen Comfortinstelling niet overgenomen - na 3 sec. verschijnt basisinstelling Tapwaterfunctie AAN- of UIT-schakelen Druk op toets Tapwaterfunctie Aan/Uit (Segmentbalk onder tapwatersymbool zichtbaar/onzichtbaar) - Aan: tapwaterbereiding volgens schakelprogramma - Uit: geen tapwaterbereiding - Beschermingsfunctie actief

Bedrijfsmodus wisselen Fabrieksinstelling

nog een keer op knop drukken

nog een keer op knop drukken Automatische functie Aan, met: - Verwarmingsfunctie volgens tijdprogramma - Gewenste temperatuur waarden volgens verwarmingsprog. - Beschermingsfuncties actief - Zomer/winter automatische wijziging actief - ECO-functies actief (Segmentbalk met daarbij horend symbool zichtbaar) Voortdurend COMFORT verwarmen Aan, met: - Verwarmingsfunctie zonder tijdprogramma op gewenste comfortwaarde - Beschermende functies actief Voortdurend GEREDUCEERD verwarmen, Aan met: - Verwarmingsfunctie zonder tijdprogramma op gewenste gereduceerde waarde - Beschermingsfuncties actief - Zomer/winter automatische wijziging actief - ECO-functies actief Beschermende functie Aan met - Verwarmingsfunctie uitgeschakeld - Temperatuur volgens vorstbescherming - Beschermingsfuncties actief Regelaarstopfunctie 1 x drukken op toets (> 3s) nog een keer op toets drukken (> 3s) 304: Regelaarstopfunctie Gewenste waarde instellen na 3 s verschijnt basisinstelling

Weergave van verschillende inlichtingen 1 x druk op de toets Herhaalde druk op de toets Herhaalde druk op de toets

druk op de toets INFO-segment wordt ingevoegd - Status ketel - Kamertemperatuur - Kamertemperatuur min. - Status drinkwater - Ruimtetemperatuur max. - Status verw. kring 1 - Buitentemperatuur - Status verw. kring 2 - Buitentemperatuur min. - Buitentemperatuur max. - Uur / datum - Tapwatertemperatuur 1 - Foutmelding - Keteltemperatuur - Onderhoudsmelding - Aanvoertemperatuur (weergave van de inforegels is afhankelijk van de configuratie) Terug naar de basisweergave: INFO-segment verdwijnt Bedrijfswijze volgens manueel in te stellen gewenste waarden Wijziging van de door de fabriek ingestelde keteltemperatuur korte druk op toets

korte druk op toets korte druk op toets draaiknop -/+ draaien korte druk op toets korte druk op toets korte druk op toets Handbedrijf Aan (Symboolschroefsleutel zichtbaar) – Verwarmingsbedrijf op van te voren ingestelde keteltemperatuur (Fabrieksinstelling = 60 °C) 301: Handbedrijf gewenste waarde handbedrijf instellen? knipperende temperatuur Aanduiding gewenste temperatuur Instellen Status ketel Handbedrijf uit (symboolschroefsleutel verdwijnt) Ontluchtingsfunctie 1x drukken op toets (> 3 s) opnieuw drukken op toets( > 3 s) 312: Ontluchtingsfunctie Aan Ontluchtingsfunctie UIT Activering schoorsteen- vegerfunctie Druk op toets (< 3 s) opnieuw drukken op toets (< 3 s) Schoorsteenfunctie Aan Schoorsteenfunctie Uit Korte tijd dalen van de ruimtetemperaruu bij QAA75 / 78 Druk op toets opnieuw drukken op toets Verwarmen op gewenste gereduceerde waarde verwarmen op gewenste comfortwaarde RESET Reset-toets Druk op toets (> 3 s) Apparaat wordt ontgrendelde, alarmklok verdwijnt = bevestiging = afbreken resp. terug naar basisinstelling

6 Basisweergave „keteltemperatuur“ 1 x OK – toets indrukken met de + - draaiknop bijv. „menu tapwater“ selecteren 1 x OK – toets indrukken met de + - draaiknop bijv. in het menu tapwater „parameter Nr. 1612 gewenste gereduceerde temperatuur " kiezen 1 x OK – toets indrukken met de + - draaiknop actuele waarde wijzigen 1 x OK – toets indrukken -> waarde is opgeslagen met 2 x ESC- toets terug naar de basisweergave „keteltemperatuur . . .“ Menukeuze Bedienings- regel Keuzemogelijkheid Eenheid Min. Max Fabrieks- Instellingen* Tijd en datum

Engels, Duits, Frans, Italiaans, Deens, Nederlands, Spaans, Tsjechisch, Sloveens, Turks Tijdprogramma verwarmingskring 1

ja nee Tijdprogramma verwarmingskring 2 (alleen wanneer geactiveerd)

ja nee Tijdprogramma 3/VG3

Menukeuze Bedienings- regel Keuzemogelijkheid Eenheid Min. Max Fabrieks- Instellingen* Tijdprogramma 4/TAPW 560 Voorkeuze - ma-zo, ma-vr, za-zo ma, di, wo, do, vr, za, zo 561 ma-zo: 1 fase Aan hh:mm 00:00 24:00 562 ma-zo: 1 fase Uit hh:mm 00:00 24:00 563 ma-zo: 2 fase Aan hh:mm 00:00 24:00 564 ma-zo: 2 fase Uit hh:mm 00:00 24:00 565 ma-zo : 3. fase Aan hh:mm 00:00 24:00 566 mo-zo: 3 fase Uit hh:mm 00:00 24:00 576 Standaardwaarden - ja nee Tijdprogramma 5 600 Voorkeuze - ma-zo, ma-vr, za-zo ma, di, wo, do, vr, za, zo 601 ma-zo: 1 fase Aan hh:mm 00:00 24:00 602 ma-zo: 1 fase Uit hh:mm 00:00 24:00 603 ma-zo: 2 fase Aan hh:mm 00:00 24:00 604 ma-zo: 2 fase Uit hh:mm 00:00 24:00 605 ma-zo : 3. fase Aan hh:mm 00:00 24:00 606 mo-zo: 3 fase Uit hh:mm 00:00 24:00 616 Standaardwaarden - ja nee Verwarmingskring vakantie 1 641 Voorkeuze - Periode 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 642 Periode begin/dag/maand tt.MM 01.01 31.12 643 Periode eind/dag/maand tt.MM 01.01 31.12 648 Bedrijfsniveau - Vorstbescherming Gereduceerd Verwarmingskring vakantie 2 (alleen wanneer geactiveerd 651 Voorkeuze - Periode 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 652 Periode begin/dag/maand tt.MM 01.01 31.12 653 Periode eind/dag/maand tt.MM 01.01 31.12 658 Bedrijfsniveau - Vorstbescherming Gereduceerd Verwarmingskring 1 710 Gewenste comfortwaarde °C Waarde uit regel 712

712 Gewenste gereduceerde waarde °C 4 Waarde uit regel 710 714 Gewenste vorst- beschermingswaarde °C 4 Waarde uit regel 712 720 Karakteristieke Steilheid - 0.10 4.00 730 Zomer-/winter- verwarmingsgrens °C ---/8 30 Verwarmingskring 2 (alleen wanneer geactiveerd 1010 Gewenste comfortwaarde °C Waarde uit regel 1012

1012 Gewenste gereduceerde waarde °C 4 Waarde uit regel 1010 1014 Gewenste vorst- beschermingswaarde °C 4 Waarde uit regel 1012 1020 Karakteristieke Steilheid - 0.10 4.00 1030 Zomer-/winter- verwarmingsgrens °C ---/8 30 Tapwater 1610 Nominale gewenste waarde °C Waarde uit regel 1612

1612 Gereduceerde gewenste waarde °C 8 Waarde uit regel 1610 *Zie handleiding ketelParameterinstellingen eindgebruiker

Menukeuze Bedienings- regel Keuzemogelijkheid Eenheid Min. Max Fabrieks- Instellingen* Zwembad 2055 Zwembad gewenste waarde verwarming zonne-energie °C 8 80 2056 Zwembad gewenste waarde bronverwarming °C 8 80 Ketel 2214 Gewenste waarde handmatige functie °C 10 90 Fout 6700 Foutmelding - -

alleen aanduiding 6705 SW diagnose code - -

alleen aanduiding 6706 FA fase stoorstand - -

Menukeuze Bedienings- regel Keuzemogelijkheid Eenheid Min. Max. Fabrieks- Instellingen* Uur en datum 1 Uren/minuten hh:mm 00:00 23.59 2 Dag/maand tt:MM 01.01 31.12. 3 Jaar jjjj 2004 2099 5 Zomertijdbegin dag/maand tt:MM 01.01 31.12. 6 Zomertijdeinde dag/maand tt.MM 01.01 31.12. Bedienings- een-heid 20 Taalkeuze - Engels, Duits, Frans, Italiaans Nederlands, Pools 22 Info - Tijdelijk Permanent 26 Blokkering bediening - Aan Uit 27 Blokkering programmering - Aan Uit 28 Bedieningseenheid directe wijziging - Opslaan met bevestiging Opslaan automatisch 44 Bediening VG2 - Gemeenschappelijk met Hk1 onafhankelijk 46 Bediening VG P - Gemeenschappelijk met Hk1 onafhankelijk 70 Software versie - 0 99.0 Tijdprogramma Verwarmings- groep 1 500 Voorkeuze - ma, di, wo, do, vr.za, zo 501 ma-zo: 1. fase Aan hh:mm 00:00 24:00 502 ma-zo: 1. fase Uit hh:mm 00:00 24:00 503 ma-zo: 2. fase Aan hh:mm 00:00 24:00 504 ma-zo: 2. fase Uit hh:mm 00:00 24:00 505 ma-zo: 3. fase Aan hh:mm 00:00 24:00 506 ma-zo: 3. fase Uit hh:mm 00:00 24:00 516 Standaardwaarden - ja nee Tijdprogramma Verwarmings- groep 2 (alleen wanneer geactiveerd) 520 Voorkeuze - ma, di, wo, do, vr.za, zo 521 ma-zo: 1. fase Aan hh:mm 00:00 24:00 522 ma-zo: 1. fase Uit hh:mm 00:00 24:00 523 ma-zo: 2. fase Aan hh:mm 00:00 24:00 524 ma-zo: 2. fase Uit hh:mm 00:00 24:00 525 ma-zo: 3. fase Aan hh:mm 00:00 24:00 526 ma-zo: 3. fase Uit hh:mm 00:00 24:00 536 Standaardwaarden - ja nee Tijdprogramma 3 Verwarmings- groep 3 540 Voorkeuze - ma, di, wo, do, vr.za, zo 541 ma-zo: 1. fase Aan hh:mm 00:00 24:00 542 ma-zo: 1. fase Uit hh:mm 00:00 24:00 543 ma-zo: 2. fase Aan hh:mm 00:00 24:00 544 ma-zo: 2. fase Uit hh:mm 00:00 24:00 545 ma-zo: 3. fase Aan hh:mm 00:00 24:00 546 ma-zo: 3. fase Uit hh:mm 00:00 24:00 556 Standaardwaarden - ja nee Tijdprogramma 4 TAPW 560 Voorkeuze - ma, di, wo, do, vr.za, zo 561 ma-zo: 1. fase Aan hh:mm 00:00 24:00 562 ma-zo: 1. fase Uit hh:mm 00:00 24:00 563 ma-zo: 2. fase Aan hh:mm 00:00 24:00 564 ma-zo: 2. fase Uit hh:mm 00:00 24:00 565 ma-zo: 3. fase Aan hh:mm 00:00 24:00 566 ma-zo: 3. fase Uit hh:mm 00:00 24:00 576 Standaardwaarden - ja nee *Zie handleiding ketel Basisweergave “keteltemperatuur” 1 x OK-toets indrukken Info-toets 4 sec. drukken met de +-draaiknop ingebruikname of niveau vakman kiezen 1 x OK-toets indrukken met de +-draaiknop bijv. „menu drinkwater“ kiezen 1 x OK-toets indrukken met de +-draaiknop bijv. in het menu drinkwater „parameter nr. 1612 gereduceerde gewenste temperatuur “ kiezen 1 x OK-toets indrukken met de +-draaiknop de actuele waarde veranderen 1 x OK-toets indrukken -> waarde is opgeslagen met 2 x ESC-toets terug naar de basisweergave „keteltemperatuur“ Overzicht van de parameters voor ingebruikname De grijs gestreepte parameterregels zijn alleen zichtbaar in het niveau ingebruikname. De volledige parameterlijst is zichtbaar op niveau vakman.Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur

Menukeuze Bedienings- regel Keuzemogelijkheid Eenheid Min. Max. Fabrieks- Instellingen* Tijdprogramma 5 600 Voorkeuze - ma, di, wo, do, vr.za, zo 601 ma-zo: 1. fase Aan hh:mm 00:00 24:00 602 ma-zo: 1. fase Uit hh:mm 00:00 24:00 603 ma-zo: 2. fase Aan hh:mm 00:00 24:00 604 ma-zo: 2. fase Uit hh:mm 00:00 24:00 605 ma-zo: 3. fase Aan hh:mm 00:00 24:00 606 ma-zo: 3. fase Uit hh:mm 00:00 24:00 616 Standaardwaarden - ja nee Verwarmings- groep vakantie 1 641 Voorkeuze - Periode 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 642 Periode begin dag /maand tt.MM 01.01 31.12 643 Periode ende dag/maand tt.MM 01.01 31.12 648 Bedrijfsniveau - Vorstbescherming, gereduceerd Verwarmings- groep vakantie 2 (alleen wanneer geactiveerd) 651 Voorkeuze - Periode 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 652 Periode begin dag /maand tt.MM 01.01 31.12 653 Periode ende dag/maand tt.MM 01.01 31.12 658 Bedrijfsniveau - Vorstbescherming, gereduceerd Verwarmings- groep 1 700 Bedrijfswijze VK1 - Beveiligingsbedrijf, automatisch, gereduceerd 710 Gewenste comfortwaarde °C Waarde uit regel. 712

712 Gewenste gereduceerde waarde

Waarde uit regel. 714 Waarde uit regel. 710 714 Gewenste vorstbeschermings- waarde °C 4 Waarde uit regel. 712 720 Karakteristieke steilheid - 0.10 4.00 721 Verschuiving karakteristiek °C -4.5 4.5 726 Karakteristieke adaptie °C Uit, Aan 730 Zomer-/ winterverwarmingsgrens °C ---/8 30 732 Dagverwarmingsgrens °C ---/-10 10 733 Verlenging dagverwarmings- grens - Nee, ja 740 Minimum gewenste Aanvoertemperatuur °C 8 Waarde uit regel. 741 741 Maximale gewenste Aanvoertemperatuur

Waarde uit regel. 740

742 Gew wrde aanv ruimtetherm °C Waarde uit regel. 740 Waarde uit regel. 741 746 Vertr. warmte vraag s

750 Ruimte-invloed % ---/0 100 760 Ruimtetemperatuurbegrenzing °C ---/0.5 4 770 Snel opstoken °C ---/0 20 780 Snelle daling - Uit, tot gewenste gereduceerde waarde, tot gewenste vorstbeschermingswaarde 790 Inschakeloptimalisatie max. min 0 360 791 Uitschakeloptimalisatie max. min 0 360 800 Gew wrde toename Red start °C ---/30 10 801 Gew wrde toename Red einde °C -30 Waarde uit regel. 800 820 Oververhittings bev. pomp - Uit, Aan 830 Mengklep verhoging °C 0 50 832 Aandrijving type - 2-punt, 3-punt 833 Schakeldifferentie 2-punt °C 0 20 834 Looptijd Aandrijving s 30 873 835 P-band (Xp) °C 1 100 836 Bijsteltijd (Tn) s 10 873 *Zie handleiding ketelParameterinstellingen verwarmingsinstallateur

Menukeuze Bedienings- regel Keuzemogelijkheid Eenheid Min. Max. Fabrieks- Instellingen* Verwarmings- groep 1 850 Vloerfunctie - Uit, functioneel verwarmen, bezettingsafhankelijk verwarmen / functioneel-/ bezettingsafhankelijk verwarmen, manueel 851 Vloerfunctie gew wrde hand °C 0 855 Vloerfunctie gemeten wrde °C - alleen Aanduiding 856 Vloeruitdroging dag VG1 - 0 861 Overtemperatuurafname VG1 - Uit, verwarmingsfunctie, altijd 870 Met opslag buffertank - Nee, ja 872 Met voorregelaar/circ pomp - Nee, ja 890 Gew. aanv corr. bij trntl reg Nee, ja 898 Bedrijfsniveau-omschakeling - Vorstbescherming, gereduceerd, comfort 900 Bedrijfswijze-omschakeling - Geen, beveiligingsbedrijf, gereduceerd, comfort, automatisch Verwarmings- groep 2 (alleen wanneer geactiveerd) 1000 Bedrijfswijzer VG2 - Beveiligingsbedrijf, automatisch, gereduceerd 1010 Gewenste waarde comfort °C Waarde uit regel. 712

1012 Gewenste reductiewaarde °C Waarde uit regel. 714 Waarde uit regel. 710 1014 Gewenste wrde vorst °C 4 Waarde uit regel. 712 1020 Karakteristiek steilheid - 0.10 4.00 1021 Karakteristiek verschuiving °C -4.5 4.5 1026 Karakteristiek adaptie °C Uit, Aan 1030 Zomer/Winter verw grens °C ---/8 30 1032 Dagverwarmingsgrens °C ---/-10 10 1033 Verlenging 24-uurs verw gr - Nee, ja Nee, ja 1040 Min gewenste aanvoertemp °C 8 Waarde uit regel. 741 1041 Max gewenste aanvoertemp °C Waarde uit regel. 740

1042 Gew wrde aanv ruimtetherm °C Waarde uit regel. 740 Waarde uit regel. 741 1050 Ruimte-invloed % ---/0 100 1060 Ruimtetemperatuurbegrenzing °C ---/0.5 4 1070 Snelverwarmen °C ---/0 20 1080 Snelle verlaging - Uit, tot gewenste gereduceerde waarde, tot gewenste vorstbeschermingswaarde 1090 Inschakel optimalisatie Max. min 0 360 1091 Uitschakeloptimalisatie Max. min 0 360 1100 Gereduceerde verhoging begin °C ---/30 10 1101 Gereduceerde verhoging einde °C -30 Waarde uit regel. 800 1120 Oververhittings bev. pomp - Uit, Aan 1130 Mengklep verhoging °C 0 50 1132 Aandrijving - regelingswijze - 2-punt, 3-punt 1133 Aandrijving schakeldifferentie °C 0 20 1134 Looptijd Aandrijving s 30 873 1135 P-Band (Xp) °C 1 100 1136 Bijsteltijd (Tn) s 10 873 1150 Vloerfunctie - Uit, functioneel verwarmen, bezettingsafhankelijk verwarmen / functioneel-/ bezettingsafhankelijk verwarmen, manueel 1151 Gewenste vloerfunctie manueel °C 0 95 1155 Vloerfunctie gemeten wrde °C

- - alleen Aanduiding 1156 Vloeruitdroging dag VG2 - 0 32 1161 Overtemperatuurafname VG2 - Uit, verwarmingsbedrijf, altijd 1170 VG2 met opslagtank - Nee, ja 1172 VG2 met voorregelaar/ circulatiepomp - Nee, ja 1190 Gew. aanv corr. bij trntl reg Nee, ja 1198 Bedrijfsniveau omschakeling - Vorstbescherming, gereduceerd, comfort 1200 Bedrijfswijzeomschakeling - Geen, beveiligingsbedrijf, gereduceerd, comfort, automatisch *Zie handleiding ketelParameterinstellingen verwarmingsinstallateur

Menukeuze Bedienings- regel Keuzemogelijkheid Eenheid Min. Max. Fabrieks- Instellingen* Tapwater 1600 Tapwater-bedrijfswijze - Uit, Aan, Eco 1610 Tapw-nominale gewenste waarde °C 8 80 1612 Tapw-gereduceerde gewenste waarde °C 8 80 1620 Tapwatervrijgave - 24h/dag, verwarmingsprogramma met voorverschuiving, tijdprogramma 4 1630 Drinkwater laadprioriteit - Absoluut, glijdend, geen (parallel), glijdend (absoluut) 1640 Legionellafunctie - Uit, periodiek, vaste weekdag 1641 Legionellafunctie periodiciteit - 1 7 1642 Legionellafunctie dag - ma, di, wo, do, vr.za, zo 1644 Tijdstip voor legionellafunctie h:m 00:00 23:50 1645 Legionellafunctie gewenste waarde °C 55 95 1646 Verblijfsduur bij gewenste waarde legionellafunctie min 10 360 1647 Circulatiepompfunctie gedurende legionellafunctie - Uit, Aan 1660 Tapwater circulatiepomp vrijgave

Tijdprogramma 3, Tapwatervrijgave, Tijdprogramma 4, Tijdprogramma 5 1661 Tapwater circulatiepomp cyclus - Uit, Aan 1663 Gewenste waarde tapwater circulatiepomp °C 8 80 1680 Bedrijfswijze-omschakeling tapwater - Geen, uit, Aan Gebruikers- circuit 1

Maximaal gewenste aanvoertemp °C 8

VK1 met voorregelaar circ. pomp

Gewenste Aanvoertemperatuur 2 °C 8

VK2 met voorregelaar circ. pomp

Gewenste Aanvoertemperatuur 3 °C 8 1974 Tapw-laadprioriteit VK3 - Nee, ja 1975 Overtemperatuurafname VK3 - Nee, ja 1978 VK3 met buffertank - Nee, ja

VK3 met voorregelaar circ. pomp

Nee, ja Zwembad 2055 Zwembad gewenste waarde zonne-energie °C 8 80 2056 Zwembad gewenste waarde bronverwarming °C 8 80 2065 Laadprio zon - Prioriteit 1, Prioriteit 2, Prioriteit 3 2070 Zwembadtemp. maximum °C 8 95 2080 Zwembad met zonnetoepassing - Nee, ja *Zie handleiding ketelParameterinstellingen verwarmingsinstallateur

Menukeuze Bedienings- regel Keuzemogelijkheid Eenheid Min. Max. Fabrieks- Instellingen* Voorregelaar circulatiepomp 2110 Aanvoertemperatuur minimale begrenzing voorregelaar °C 8 95 2111 Aanvoertemperatuur- maximale begrenzing voorregelaar °C 8 95 2121 Circulatiepomp bij opwekkingsblokkade - Uit, Aan 2130 Gewenste waarde voor- regelaarverhoging voor menger °C 0 50 2132 Aandrijving soort regeling voorregelaar - 2-punt, 3-punt 2133 Aandrijving-schakel- differentiatie voorregelaar °C 0 20 2134 Looptijd Aandrijving voorregelaar s 30 873 2135 P-Band (Xp) voorregelaar °C 1 100 2136 Nasteltijd (Tn) voorregelaar s 10 873 2150 Voorregelaar / circulatiepomp - voor opslagtank, na opslagtank Ketel 2210 Keteltemperatuur- minimumbegrenzing °C 8 95 2212 Keteltemperatuur maximumbegrenzing °C 8 120 2214 Gewenste waarde ketel handfunctie °C 8 120 2233 P-Band Xp verwarmingskringen °C 1 200 2234 Nasteltijd (Tn) verwarmen s 4 873 2235 D-tijd (Tv) verwarmen s 0 30 2236 P-Band Xp tapwater °C 1 200 2237 Nasteltijd (Tn) tapwater s 4 873 2238 D-tijd (Tv) tapwater s 0 30 2241 Branderlooptijd - minimumbegrenzing min 0 20 2243 Branderminimumpauzetijd min 0 60 2245 Max. regeldiff. zonder onderbreking minimumpauze °C 0 80 2250 Pompnadraaitijd min 0 240 2253 Pompnadraaitijd na Tapw min 0 20 2270 Teruglooptemperatuurbegrenzi

°C 8 95 2301 Ketelpomp bij opwekkingsblokkade - Uit, Aan 2305 Werking opwekkingsblokkade - Alleen verwarmingsfunctie, verwarmings- en tapwaterfunctie 2316 Temperatuurverhoging maximum °C 0 80 2317 Temperatuurverhoging nominaal °C 0 80 2320 Ketelpompmodulatie - Geen, behoefte, gewenste ketelwaarde, temperatuurverhoging nominaal, 2321 Aanlooptoerental ketelpomp % 0 100 2322 Pomptoerental Minimum Kessel % 0 100 2323 Pomptoerental maximum ketel % 0 100 2324 Toerental P-Band Xp ketel °C 1 200 2325 Toerental nasteltijd ketel s 10 873 *Zie handleiding ketelParameterinstellingen verwarmingsinstallateur

Menu- keuze Bedienings- regel Keuzemogelijkheid Eenheid Min. Max. Fabrieks- instellingen* Ketel 2326 Toerental differentiatietijd ketel s 0 30 2329 Gewenste waardereductie pomp bij klein ketelvermogen °C 0 20 2330 Nominaal vermogen ketel kW 0 2000 2331 Nominaal vermogen eerste trap kW 0 2000 2334 Vermogen bij minimaal pomptoerental % 0 100 2335 Vermogen bij maximaal pomptoerental % 0 100 2441 Maximale ventilatiesnelheid bij verwarmingsfunctie O/min 0 10000 2442 Max ventilatiesnelheid doorlading O/min 0 10000 2444 Maximale ventilatiesnelheid bij tapwaterfunctie O/min 0 10000 2445 Uitschakeling ventilator bij verwarmingsfunctie - Uit, Aan 2446 Ventilatieuitschakelvertraging s 0 200 2450 Regelaarvertraging - Uit, Alleen verwarmingsbedrijf, Alleen Tapwater modus, Verw. en Tapw bedrijf 2452 Regelaarvertraging toerental U/min 0 10000 2453 Regelaarvertraging duur s 0 255 2470 Vertr. wrmtvrg spec. bedr. s 0 600 2630 Autom. ontluchtingsfunctie - Uit, Aan 2655 Inschakelduur ontluchting s 0 240 2656 Uitschakelduur ontluchting s 0 240 2657 Aantal herhalingen - 0 100 2662 Ontluchtingsduur verwarmings- kring min 0 255 2663 Ontluchtingsduur tapwater min 0 255 Cascade (alleen wanneer geactiveerd) 3510 Cascade volgorde strategie - Laat Aan, vroeg uit; laat Aan, laat uit; vroeg Aan, laat Aan 3511 Min. belastings band % 0 100 3512 Max. belastings band % 0 100 3530 Vrijgave-integraal warmtebron °C*min 0 500 3531 Uitsch integr opw volgorde °C*min 0 500 3532 Herstartvergrendeling s 0 1800 3533 Inschakelvertraging min 0 120 3534 Gedw tijd basistrap s 0 1200 3540 Auto opw volgorde omsch h 10 990 3541 Auto opw volgorde uitgrens - Geen, eerste opwekker, laatste opwekker, eerste en laatste opwekker *Zie handleiding ketelParameterinstellingen verwarmingsinstallateur

Menukeuze Bedienings- regel Keuzemogelijkheid Eenheid Min. Max. Fabrieks- Instellingen* Cascade (alleen wanneer geactiveerd)

Cascade gewenste terugloopwaarde minimum °C 8 95 Zonne-energie 3810 Temperatuurdifferentie Aan zonne-energie °C 0 40 3811 Temperatuurdifferentie Uit zonne-energie °C 0 40 3812 Minimale laadtemperatuur tapwateropslag °C 8 95 3813 Temperatuurdifferentie Aan Opslagtank °C 0 40 3814 Temperatuurdifferentie Uit Opslagtank °C 0 40 3815 Minimale laadtemperatuur Opslagtank °C 8 95 3816 Temperatuurdifferentiatie zwembad aan °C 0 40 3817 Temperatuurdifferentie zwembad UIT °C 0 40 3818 Minimale laadtemperatuur zwembad °C 8 95 3822 Laadvoorrang opslag - Geen tapwateropslag, opslagtank 3825 Laadtijd relatieve voorrang min 2 60 3826 Wachttijd relatieve voorrang min 1 40 3827 Wachttijd parallelfunctie min 0 40 3828 Startvertraging secundaire pompen s 0 600 3830 Collectorstartfunctie min 5 60 3831 Minimale looptijd collectorpomp s 5 120 3834 Gradiënt collectorstartfunctie min/°C 1 20 3840 Collectorvorst- beschermingstemperatuur °C -20 5 3850 Collectoroververhittings- beschermingstemperatuur °C 30 350 3860 Verdampingstemperatuur warmtedrager °C 60 350 3870 Pomptoerental minimum zonne-energie % 0 100 3871 Pomptoerental maximum zonne-energie % 0 100 3880 Soort van het vorstbeschermingsmiddel geen (water), Ethyleenglycol, Propyleenglycol, Mengsel Ethyleen- en Propyleenglycol 3881 Vorstbeschermingsmid- delconcentratie % 1 100 3884 Volumestroom, zonne- energiepomp l/h 10 1500 3887 Impulseenheidopbrengst l 0 100 Vaste stofketel 4102 Vaste brandstofketel blokkeert andere warmtetoestellen Uit, Aan 4110 Minimale gewenste waarde vaste brandstofketel °C 8 120 4130 Temperatuurdifferentie een vaste brandstofketel °C 1 40 4131 Temperatuurdifferentie Uit vaste brandstofketel °C 0 40 4133 Vergelijkingstemperatuur vaste brandstofketel Tapwatersensor B3, drinkwatersensor B31, opslagtanksensor B4, opslagtanksensor B41, gewenste waarde aanvoer, gewenste minimum waarde 4141 Overtemperatuurafvoer vaste brandstofketel °C 60 140 4170 Installatievorstbescherming voor vaste brandstofketel Uit, Aan *Zie handleiding ketelParameterinstellingen verwarmingsinstallateur

Menukeuze Bedienings- regel Keuzemogelijkheid Eenheid Min. Max. Fabrieks- Instellingen* Opslagtank 4720 Automatische opwekkingsblokkade - Geen, met B4, met B4 en B42/B41 4721 Automatische opwekkingsblokkade schakeldifferentie °C 0 20 4722 Temperatuurdifferentiatie opslag/VG tot opwekkingvrijgave °C -20 20 4724 Minimale opslagtanktemperatuur in °C 8 95 4750 Opslagtank laadtemperatuur maximum °C 8 95 4755 Herkoelingtemperatuur opslagtank °C 8 95 4756 Opslagtemperatuur herkoeling Tapw/VG's - Uit, Aan 4757 Opslagtank herkoeling collector - Uit, zomer, altijd 4783 Opslagtank met zonnetoepassing - Nee, ja 4790 Retouromleiding temperatuurdifferentiatie aan °C 0 40 4791 Retouromleiding temperatuurdifferentie uit °C 0 40 4795 Vergelijktemperatuur retouromleiding

Opslagtanksensor B4, opslagtanksensor B41, Opslagtanksensor B42 4796 Werkrichting retouromleiding - Retourtemperatuur-daling, Retourtemperatuur- verhoging 4800 Gewenste waarde opslagtank deellading °C 8 95 4810 Doorlading opslagtank - Uit, verwarmingsfunctie, altijd 4811 Doorlaadtemperatuur minimum °C 8 80 4813 Doorlading sensor - Met B4, Met B42/B41 Tapw- Opslagtank 5010 Tapwaterlading - Eenmaal/dag, meer keren/ dag, Aan 5020 Tapwater gewenste Aanvoerverhoging °C 0 30 5021 Tapwater transferverhoging °C 0 30 5022 Tapwater herladingregeling - Herladen, Doorladen, doorladen legio, Doorladen 1. Lading, Doorladen 1. Lading en Legio 5024 Tapwater schakeldifferentie °C 0 20 5030 Tapwater laadtijdbegrenzing min 10 600 5040 Tapwater ontlaadbescherming - Uit, altijd, automatisch 5050 Tapwater, laadtemperatuur maximum °C 8 95 5055 Tapwateropslag herkoelingtemperatuur °C 8 95 5056 Tapwateropslag herkoeling ketel/VG - Uit, Aan 5057 Tapwatertank herkoeling collector - Uit, zomer, altijd 5060 Tapwater elektr. verw. bedrijfswijze - Vervangend bedrijf, alleen in de zomer, altijd 5061 Drinkwater elektr. verw. regeling - 24h/dag, tapwater vrijgave, tijdprogramma 4 5062 Tapwater Elektr. verw. Regeling - Externe thermostaat, tapwatersensor 5070 Tapwater automatische Push - Aan, uit 5085 Tapwatertank Overtemperatuurafname - Uit, Aan *Zie handleiding ketelParameterinstellingen verwarmingsinstallateur

Menukeuze Bedienings- regel Keuzemogelijkheid Eenheid Min. Max. Fabrieks- Instellingen* Tapw-tank 5090 Tapwatertank met opslagtank - Nee, ja 5092 Tapwatertank met voorregelaar / circ. pomp - Nee, ja 5093 Tapwatertank met zonnetoepassing - Nee, ja 5101 Min pomptoerental tapwater % 0 100 5102 Pomptoerental maximum Tapwater % 0 100 5130 Transferstrategie - Uit, altijd, tapwatervrijgave 5131 Vergelijkingstemperatuur overladen - Tapwatersensor B3, tapwatersensor B31 *Zie handleiding ketelParameterinstellingen verwarmingsinstallateur

Menukeuze Bedienings- regel Keuzemogelijkheid Eenheid Min. Max. Fabrieks- Instellingen* Configuratie 5950 Ingang H1 Functiekeuze - 0: Geen 1: BA-Omschakeling VG's+Tapw 2: BA-Omschakeling Tapw 3: BA-Omschakeling VG's 4: BA-Omschakeling VG1 5: BA-Omschakeling VG2 6: BA-Omschakeling VG3 7: Opwekkingsblokkade 8: Fout- /Alarmmelding 9: Verbruikers Aanvraag VK1 10: Verbruikersvraag VK2 11: Verbruikersvraag VK3 12: Overtemperatuurafvoer 13: Vrijgave zwembad zonne-energie 14: Bedrijfsniveau Tapw 15: Bedrijfsniveau VG1 16: Bedrijfsniveau VG2 17: Bedrijfsniveau VG3 18: Overtemperatuurafvoer VG1 19: Ruimtethermostaat VG2 20: Ruimtethermostaat VG3 21: Tapwater Flow switch 22: Tapwaterthermostaat 24:: Pulsteller 28: Terugmelding rookgasklep 29: Startblokkering 31: Ketel-Flow switch 32: Drukschakelaar ketel 51: Verbruikersvraag VK1 10V 52: Verbruikersvraag VK2 10V 53: Verbruikersvraag VK3 10 V 54: Drukmeting 10V 58: Belastingsopgave 10V 5960 Ingang H3 Functiekeuze - 5951 Soort contact H1 - Rust, werk 5961 Soort contact H3 - 5953 Spanningswaarde 1 H1 V 0 10 5954 Functiewaarde1 H1 - -1000 5000 5955 Spanningswaarde 2 H1 V 0 10 5956 Functiewaarde2 H1 - -1000 5000 5970 Ingang H4 Functiekeuze - 0: Geen 1: BA-Omschakeling VG's+Tapw 2: BA-Omschakeling Tapw 3: BA-Omschakeling VG's 4: BA-Omschakeling VG1 5: BA-Omschakeling VG2 6: BA-Omschakeling VG3 7: Opwekkerblokkering 8: Fout- /Alarmmelding 9: Verbruikersvraag VK1 10: Verbruikersvraag VK2 11: Verbruikersvraag VK3 12: Overtemperatuurafvoer 13: Vrijgave zwembad zonne-energie 14: Bedrijfsniveau Tapw 15: Bedrijfsniveau VG1 16: Bedrijfsniveau VG2 17: Bedrijfsniveau VG3 18: Ruimtethermostaat VG1 19: Ruimtethermostaat VG2 20: Ruimtethermostaat VG3 21: Tapwater Flow switch 22: Tapwaterthermostaat 24:: Impulstelling 28: Terugmelding rookgasklep 29: Startblokkering 31: Ketel-Flow switch 32: Keteldrukschakelaar 50: Doorstroommeting Hz *Zie handleiding ketelParameterinstellingen verwarmingsinstallateur

Menukeuze Bedienings- regel Keuzemogelijkheid Eenhei

Min. Max. Fabrieks- instellingen Configuratie 5971 Soort contact H4 - Rust, werk 5973 Frequentiewaarde 1 H4 - 0 1000 5974 Functiewaarde 1 H4 - -1000 5000 5975 Frequentiewaarde 2 H4 - 0 1000 5976 Functiewaarde 2 H4 - -1000 5977 Ingang H5 functiekeuze - 0: Geen 1 BA-Omschakeling VG's+Tapw 2 BA-Omschakeling Tapw 3 BA-Omschakeling VG's 4 BA-Omschakeling VG1 5 BA-Omschakeling VG2 6 BA-Omschakeling VG3 7 Opwekkingsblokkade 8 Fout- /Alarmmelding 9 Verbruikersvraag VK1 10 Verbruikersvraag VK2 11 Verbruikersvraag VK3 12 Overtemperatuurafvoer 13 Vrijgave zwembad zonne-energie 14 Bedrijfsniveau Tapw 15 Bedrijfsniveau VG1 16 Bedrijfsniveau VG2 17 Bedrijfsniveau VG3 18 Ruimtethermostaat VG1 19 Ruimtethermostaat VG2 20 Ruimtethermostaat VG3 21 Tapwater Flow switch 22 Tapwaterthermostaat 24: Pulsteller 28 Terugmelding rookgasklep 29 Startblokkering 31 Ketel-Flow switch 32 Drukschakelaar ketel 5978 Soort contact H5 - Rust, werk 6020 Functie Uitbreidingsmodule 1 - 0: Geen functie 1: Multifunctioneel 2: Verwarmingskring 1 3: Verwarmingskring 2 4: Verwarmingskring 3 5: Retourregelaar 6: Zonne-energie tapwater 7: Voorregelaar/circulatie pomp 6021 Functie uitbreidingsmodule 2 - 6022 Functie uitbreidingsmodule 3 - 6024 Functie ingang EX21module 1 - 0: Geen 25: Temperatuurbewaking VG 6026 Functie ingang EX21 module 2 - 6028 Functie ingangEX21 module 3 - 6030 Relaisuitgang QX21 module 1 - 0: Geen 1: Circulatiepomp Q4 2: Elektr. verw. Tapw K6 3: Collectorpomp Q5 4: Gebr. circ. pomp VK1 Q15 5: Ketelpomp Q1 6: Bypasspomp Q12 7: Alarmuitgang K10 8: 2e. Pomptrap VG1 Q21 9: 3e. Pomptrap VG2 Q22 10: 2e. Pomptrap VG3 Q23 11: Verwarmingskringpomp VG3 Q20 12: Gebr. circ. pomp VK2 Q18 13: Circulatiepomp Q14 14: Bronblokkeerventiel Y4 15: Vaste stof ketelpomp 10 16: Tijdprogramma 5 K13 17: Bufferretourklep Y15 18: Zonne-energiepomp ext wisselaar K9 19: Zon servomotor buffer K8 Zie volgende pagina voor meer functies 6031 Relaisuitgang QX22 module 1 - 6032 Relaisuitgang QX23 module 1 - 6033 Relaisuitgang QX21 module 2 - 6034 Relaisuitgang QX22 module 2 - 6035 Relaisuitgang QX23 module 2 - 6036 Relaisuitgang QX21 module 3 - 6037 Relaisuitgang QX22 module 3 - 6038 Relaisuitgang QX23 module 3 - *Zie handleiding ketelParameterinstellingen verwarmingsinstallateur

Menukeuze Bedienings- regel Keuzemogelijkheid Eenheid Min. Max. Fabrieks- Instellingen* Configuratie 6030 Relaisuitgang QX21 module 1 - Zie volgende pagina voor meer functies 20: Zon servomotor buffer zwembad K18 22: Gerbr. circulatiepomp VK3 Q19 25: Cascadepomp Q25 26: Buffer laadpomp Q11 27: Tapw Mengpomp Q35 28: Tapw Tussenkringpomp Q33 29: Warmte-opvraag K27 30: Koude-opvraag K28 33: Verwarmingskringpomp VG1 Q2 34: Heizkreispumpe VG2 Q6 35: Tapwater Aandrijving Q3 36: Tapw plaatwis. ctrl element Q34 38: Waterhervulling K34 39: 2

6062 Ingang H2 module 3 Functiekeuze

6047 Contactwijze H2 module 1 - Rust, werk 6055 Contactwijze H2 module 2 - 6063 Conctactwijze H2 module 3 - 6049 Spanningswaarde 1 H2 module 1

6050 Functiewaarde1 H2 module 1 - -1000 5000 6058 Functiewaarde1 H2 module 2 - 6066 Functiewaarde1 H2 module 3 - *Zie handleiding ketelParameterinstellingen verwarmingsinstallateur

Menukeuze Bedienings- regel Keuzemogelijkheid Eenheid Min. Max. Fabrieks- Instellingen* Configuratie 6051 Spanningswaarde 2 H2 module 1

6052 Functiewaarde2 H2 module 1 - -1000 5000 6060 Functiewaarde2 H2 module 2 - 6068 Functiewaarde2 H2 module 3 - 6097 Sensortype collector - NTC, PT 1000 6098 Meetwaardencorrectie collectorsensor 1 (B6)

-20 20 6100 Buitentemperatuursensor meetwaardencorrectie

-3 3 6110 Gebouwtijdconstante h

6117 Geleiding centrale gewenste waarde

6118 Vertraging daling gewenste waarde K/min Uit , 1 - 200 6120 Vorstbeveiliging installatie actief

Uit, Aan 6200 Sensor opslag aan - Nee, ja 6205 Parameter terugzetten - Nee, ja 6212 Controlenummer opwekker 1 -

6604 LPB-voeding functiekeuze - Uit, automatisch 6605 LPB-voeding status - Uit, Aan 6610 Aanduiding systeemmeldingen

Lokaal, centraal 6623 Bedrijfswijzeomschakeling - Lokaal, centraal 6624 Manuele opwekkerblokkering - Lokaal, eigen segment 6625 Tapwatertoewijzing - Eigen regelaar, alle regelaars in het segment, alle regelaar samen 6632 Buitentemperatuurgrens van externe opwekkers in acht nemen

Nee, ja 6640 Tijd - leverancier - Autonome tijd in regelaar van de bus: Slave zonder instelling op afstand Van bus: Slave met afstandinstelling Regelaar is tijdmaster 6650 Buitentemperatuurleverancier -

Menukeuze Bedienings- regel Keuzemogelijkheid Eenheid Min. Max. Fabrieks- instellingen Fout 6700 Foutmelding - 0 65535 0

- 0 255 0 6710 Reset alarmrelais - 0 1 0 6740 Tijd Aanvoertemperatuur alarm verwarmingskring 1 min

6741 Tijd Aanvoertemperatuur alarm verwarmingskring 2 min --- 6742 Tijd Aanvoertemperatuur alarm verwarmingskring 3 min --- 6743 Tijd keteltemperatuur alarm min 10 240 --- 6745 Tijd tapwaterlading alarm h 1 48 ---

Tijdstempel fouthistorie invoer 1 Tijdstempel fouthistorie invoer 2

Tijdstempel fouthistorie invoer 20 h:m 00:00 23:59 04

van de Stoordiagnose Historiewaarde 1 Historiewaarde 1

Historiewaarde 1 - 0 9999 0

van de Stoorfase Historiewaarde 1 Historiewaarde 1

Menukeuze Bedienings- regel Keuzemogelijkheid Eenheid Min. Max. Fabrieks- Instellingen* Fout 6956 Historiewaarde 16 van de stoorfase - 0 255 6960 Tijdstempel fouthistorie invoer 17 h:m 00:00 23:59 6963 Foutcode invoer historie 17 - 0 9999 6965 Historiewaarde 17 van stoordiagnose - 0 9999 6966 Historiewaarde 17 van de stoorfase - 0 255 6970 Tijdstempel fouthistorie invoer 18 h:m 00:00 23:59 6973 Foutcode Invoer historie18 - 0 9999 6975 Historiewaarde 18 van de stoordiagnose - 0 9999 6976 Historiewaarde 18 van de stoorfase - 0 255 6980 Tijdstempel fouthistorie invoer 19 h:m 00:00 23:59 6983 Foutcode invoer historie 19 - 0 9999 6985 Historiewaarde 19 van de stoordiagnose - 0 9999 6986 Historiewaarde 19 van de stoorfase - 0 255 6990 Tijdstempel fouthistorie invoer 20 h:m 00:00 23:59 6993 Foutcode invoer historie 20 - 0 9999 6995 Historiewaarde 20 van de stoordiagnose - 0 9999 6996 Historiewaarde 20 van de stoorfase - 0 255 Onderhoud/ speciale functie 7040 Bedrijfsuren brander onderhoudsinterval h 100 10000 7041 Bedrijfsuren brander sinds het onderhoud h 0 10000 7042 Branderstarts onderhoudsinterval - 100 65500 7043 Branderstarts sinds het onderhoud - 0 65535 7044 Onderhoudsinterval Maanden 1 240 7045 Tijd sinds het onderhoud Maanden 0 240 7050 Ventilator toerentalgrens voor onderhoudsmelding O/min 0 10000 7051 Ionisatiestroom- onder- houdsmelding - Nee, ja 7130 Schoorsteenvegerfunctie - Uit, Aan 7131 Schoorsteenvegerfunctie brandervermogen - Deelbelasting, volledig belasting, maximale verwarmingsbelasting 7140 Handbedrijf - Uit, Aan 7143 Regelaarstopfunctie - Uit, Aan 7145 Regelaarstop gewenste functie % 0 100 7146 Ontluchtingsfunctie - Uit, Aan 7147 Ontluchtingsaard - Geen, VG Continubedrijf, VG cyclus, Tapw continubedrijf, 7170 Telefoon klantendienst - 0 9 7250 Parameterstick opslagpositie dataset - 0 250 7251 Parameterstick Aanduiding dataset - 0 255 7252 Parameterstick opdracht - Geen werking, lezen van stick, schrijven op stick 7253 Parameterstickwerking voortgang % 0 100 *Zie handleiding ketelParameterinstellingen verwarmingsinstallateur

Menukeuze Bedienings- regel Keuzemogelijkheid Eenheid Min. Max. Fabrieks- Instellingen* Onderhoud/ Speciaal bedrijf 7254 Parameterstick status - 0: Geen stick 1: Geen werking 2: Schrijven op stick 3: Lezen van stick 4: EMV test actief 5: Fouten schrijven 6: Fouten lezen 7: Incompatib. dataset 8: Verkeerd sticktype 9: Fout stickformaat 10: Dataset controleren 11: Dataset geblokkeerd 12: Blokkade lezen 13: Waarde 889; 13 14: Waarde 889; 14 15: Waarde 889; 15 16: Waarde 889; 16 17: Waarde 889; 17 18: Waarde 889; 18 19: Waarde 889; 19 20: Waarde 889; 20 I/O-Test 7700 Relaistest - 0: Geen Test 1: Alles Uit 2: Relaisuitgang QX1 3: Relaisuitgang QX2 4: Relaisuitgang QX3 5: Relaisuitgang QX4 6: Relaisuitgang QX21 module 1 7: Relaisuitgang QX22 module 1 8: Relaisuitgang QX23 module 1 9: Relaisuitgang QX21 module 2 10: Relaisuitgang QX22 module 2 11: Relaisuitgang QX23 module 2 12: Relaisuitgang QX21 module 3 13: Relaisuitgang QX22 module 3 14: Relaisuitgang QX23 module 3 7713 Uitgangstest P1 % 0 100 7714 PWM uitgang P1 % 0 100 7730 Buitentemp. B9 °C -50 50 7750 Tapwatertemp. B3/B38 °C 0 140 7760 Keteltemp. B2 °C 0 140 7820 Opnemertemp. BX1 °C -28 350 7821 Opnemertemp. BX2 °C -28 350 7822 Opnemertemp. BX3 °C -28 350 7823 Opnemertemp. BX4 °C -28 350 7830 Opnemertemp. BX21 module 1 °C -28 350 7831 Opnemertemp. BX22 module 1 °C -28 350 7832 Opnemertemp. BX21 module 2 °C -28 350 7833 Opnemertemp. BX22 module 2 °C -28 350 7834 Opnemertemp. BX21 module 3 °C -28 350 7835 Opnemertemp. BX22 module 3 °C -28 350 7840 Spanningsignaal H1 V 0 10 7841 Contacttoestand H1 - Open, gesloten 7845 Spanningsignaal H2 module 1 V 0 10 7846 Contacttoestand H2 module 1 - Open, gesloten 7848 Spanningsignaal H2 module 2 V 0 10 7849 Contacttoestand H2 module 2 - Open, gesloten 7851 Spanningsignaal H2 module 3 V 0 10 7852 Contacttoestand H2 module 3 - Open, gesloten 7854 Spanningsignaal H3 V 0 10 7855 Contacttoestand H3 - Open, gesloten *Zie handleiding ketelParameterinstellingen verwarmingsinstallateur

254: Waarde 550; 254 255: Waarde 550; 255 8001 Status verwarmingskring 2 - 8002 Status verwarmingskring 3 - 8003 Status tapwater - 8005 Status ketel - 8007 Status zonne-energie - 8008 Status vaste stof ketel - 8009 Status brander - 8010 Status opslagtank - 8011 Status zwembad - Diagnose cascade (alleen wanneer geactiveerd) 8100 Prioriteit opwekker 1 - 0 16 Alleen aanduiding 8101 Status opwekker 1 - 0: Ontbreekt 1: In storing 2: Handbedrijf actief 3: opwekkerblokkering actief 4: Schoorsteenvegerfunctie actief 5: Nu niet beschikbaar 6: Buitentemperatuurgrens actief 7: Niet vrijgegeven 8: Vrijgegeven 8102 Prioriteit opwekker 2 - 0 16 8103 Status opwekker 2 - Zie regelnummer 8101 8104 Prioriteit opwekker 3 - 0 16 8105 Status opwekker 3 - Zie regelnummer 8101 8106 Prioriteit opwekker 4 - 0 16 8107 Status opwekker 4 - Zie regelnummer 8101 8108 Prioriteit opwekker 5 - 0 16 8109 Status opwekker 5 - Zie regelnummer 8101 8110 Prioriteit opwekker 6 - 0 16 8111 Status opwekker 6 - Zie regelnummer 8101 8112 Prioriteit opwekker 7 - 0 16 8113 Status opwekker 7 - Zie regelnummer 8101 8114 Prioriteit opwekker 8 - 0 16 8115 Status opwekker 8 - Zie regelnummer 8101 8116 Prioriteit opwekker 9 - 0 16 8117 Status opwekker 9 - Zie regelnummer 8101 8118 Prioriteit opwekker 10 - 0 16 8119 Status opwekker 10 - Zie regelnummer 8101 8120 Prioriteit opwekker 11 - 0 16 8121 Status opwekker 11 - Zie regelnummer 8101 8122 Prioriteit opwekker 12 - 0 16 8123 Status opwekker 12 - Zie regelnummer 8101 8124 Prioriteit opwekker 13 - 0 16 8125 Status opwekker 13 - Zie regelnummer 8101 *Zie handleiding ketelParameterinstellingen verwarmingsinstallateur

Menukeuze Bedienings- regel Keuzemogelijkheid Eenheid Min. Max. Fabrieks- instellingen Diagnose cascade 8126 Prioriteit opwekker 14 - 0 16 Alleen Aanduiding 8127 Status opwekker 14 - Zie regelnummer 8101 8128 Prioriteit opwekker 15 - 0 16 8129 Status opwekker 15 - Zie regelnummer 8101 8130 Prioriteit opwekker 16 - 0 16 8131 Status opwekker 16 - Zie regelnummer 8101 8138 Cascade- aanvoertemperatuur- beginwaarde °C 0 140 8139 Cascade Aanvoertemperatuur- gewenste waarde °C 0 140 8140 Cascade retourtemperatuur - beginwaarde °C 0 140 8141 Cascade retourtemperatuur – gewenste waarde °C 0 140 8150 Tijd tot autom. opwekker- volginschakeling h 0 990 Diagnose opwekker 8304 Toestand ketelpomp (Q1) - Uit, Aan Alleen Aanduiding 8308 Toerental ketelpomp % 0 100 8310 Keteltemperatuubeginwaarde °C 0 140 8311 Keteltemperatuur-gewenste waarde °C 0 140 8312 Ketelschakelpunt °C 0 140 8313 Schakelpunt voor constante verwarmingsfunctie °C 0 140 8314 Retourtemperatuurbeginwaarde °C 0 140 8316 Rookgastemperatuurbeginwaarde °C 0 350 8318 Rookgastemperatuur- maximale beginwaarde °C 0 350 8321 Primaire buitentemperatuur °C 0 140 8323 Toerental ventilator O/min 0 8000 8324 Gewenste waarde branderventilator O/min 0 8000 8325 Actuele ventilator Aansturing % 0 100 8326 Brandermodulatie % 0 100 8327 Waterdruk - 0 10 8329 Ionisatiestroom beginwaarde µA 0 100 8330 Branderbedrijfsuren trap 1 h 00:00:00 2730:15:00 8331 Branderstarts trap 1 - 0 2147483647 8338 Bedrijfsuren verwarmingsbedrijf h 00:00:00 8333:07:00 8339 Bedrijfsuren tapwaterbedrijf h 00:00:00 8333:07:00 8390 Actueel fasenummer - 0: Waarde 777; 0 1: TNB

254: Waarde 777; 254 255: Waarde 777; 255 8499 Toestand collectorpomp 1 (Q5) - Uit, Aan 8501 Toestand zon servomotor buffer (K8) - Uit, Aan 8502 Toestand zon servomotor zwembad (K18) - Uit, Aan 8505 Toerental collectorpomp 1 % 0 100 8506 Toerental zonnepomp ext. wisselaar % 0 100Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur

Menukeuze Bedienings- regel Keuzemogelijkheid Eenheid Min. Max. Fabrieks- instellingen Diagnose opwekker 8507 Toerental zonnepompbuffer % 0 100 Alleen Aanduiding 8508 Toerental zonnepomp zwembad % 0 100 8510 Collectortemperaturbeginwaarde 1 (B6) °C -28 350 8511 Collectortemperatuur maximale beginwaarde 1 (B6) °C -28 350 8512 Collectortemperatuur- minimale beginwaarde 1 (B6) °C -28 350 8513 Temperatuurdifferentiatie collector 1 /Tapw.opslagtank °C -168 350 8514 Temperatuurdifferentiatie collector 1 /opslagtank °C -168 350 8515 Temperatuurdifferentiatie collector 1 /zwembad °C -168 350 8519 Aanvoertemperatuur zonne-energie onemer vermogensmeting B63 °C -28 350 8520 Zonneretourtemp. vermogensmetingopnemer B64 °C -28 350 8526 Dagopbrengst zonne-energie kWh 0 999,9 8527 Totale opbrengst betr. zonne-energie kWh 0 9999999,9 8530 Bedrijfsuren zonne-energie-opbrengst h 00:00:00 8333:07:00 8531 Bedrijfsuren collector oververwarming h 00:00:00 8333:07:00 8532 Bedrijfsuren collectorpomp h 00:00:00 8333:07:00 8560 Vaste stof keteltemperatuur B22 °C 0 140 8570 Bedrijfsuren vaste stof ketel h 00:00:00 8333:07:00 Diagnose verbruiker 8700 Buitentemperatuur °C -50 50 Alleen Aanduiding 8701 Buitentemperatuur minimum °C -50 50 8702 Buitentemperatuur maximum °C -50 50 8703 Buitentemperatuur gedempt °C -50 50 8704 Buitentemperatuur gemengd °C -50 50 8730 Toestand verwarmingskringpomp - Uit, Aan 8731 Toestand verwarmingskringmenger open1 - Uit, Aan 8732 Toestand verwarmingskringmenger 1 dicht - Uit, Aan 8735 Verwarmingskringpomp toerental VG1 % 0 100 8740 Ruimtetemperatuurbeginwaarde verwarmingskring 1 °C 0 50 8741 Ruimtetemperatuur gewenste waarde actueel VG1 °C 4 35 8743 Aanvoertemperatuur Beginwaarde Verwarmingskring 1 °C 0 140 8744 Aanvoertemperatuur-gewenste waarde resulterend VG1 °C 0 140 8749 Ruimtethermostaat Verwarmingskring 1 - Geen behoefte, behoefte 8760 Toestand verwarmingskringpomp 2 - Uit, Aan 8761 Toestand verwarmingskringmenger 2 - Uit, Aan 8762 Toestand verwarmingskringmenger 2 dicht - Uit, Aan 8765 Verwarmingskringpomp toerental VG2 % 0 100 8770 Ruimtetemperatuurbeginwaarde verwarmingskring 2 °C 0 50Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur

Menukeuze Bedienings- regel Keuzemogelijkheid Eenheid Min. Max. Fabrieks- instellingen Diagnose verbruiker 8771 Ruimtetemperatuur gewenste waarde actueel VG2 °C 4 35 Alleen Aanduiding 8773 Aanvoertemperatuur beginwaarde Verwarmingskring 2 °C 0 140 8774 Aanvoertemperatuur-gewenste waarde resulterend VG2 °C 0 140 8779 Ruimtethermostaat verwarmingskring

- Geen behoefte, behoefte 8790 Toestand verwarmingskringpomp 3 - Uit, Aan 8791 Toestand verwarmingskringmenger 3 open - Uit, Aan 8792 Toestand verwarmingskringmenger 3 dicht - Uit, Aan 8795 Verwarmingskringpomp toerental VG3 % 0 100 8800 Ruimtetemperatuur beginwaarde verwarmingskring 3 °C 0 50 8801 Ruimtetemperatuur gewenste waarde actueelVG3 °C 4 35 8803 Aanvoertemperatuur beginwaarde verwarmingskring 3 °C 0 140 8804 Aanvoertemperatuur-gewenste waarde resulterend VG3 °C 0 140 8809 Ruimtethermostaat verwarmingskring 3 - Geen behoefte, behoefte 8820 Toestand tapwaterpomp - Uit, Aan 8825 Tapwaterpomp toerental % 0 100 8826 Tapwater tussenkringpomp toerental % 0 100 8827 Toerental doorstroomtoestelpomp % 0 100 8830 Tapwatertemperatuurbeginwaarde boven (B3) °C 0 140 8831 Tapwatertemperatuur- gewenste waarde actueel °C 8 80 8832 Tapwatertemperatuurbeginwaarde onder (B31) °C 0 140 8835 Tapwater circulatietemperatuur °C 0 140 8836 Tapwater laadtemperatuur °C 0 140 8852 Tapwater taptemperatuur- beginwaarde °C 0 140 8853 Tapwater doorstroomtoestel gewenste waarde °C 0 140 8860 Tapwaterdoorstroming l/min 0 30 8875 Aanvoertemperatuur-gewenste waarde Verbraucherkreis1 °C 5 130 8885 Aanvoertemperatuur-gewenste waarde Verbraucherkreis2 °C 5 130 8895 Aanvoertemperatuur-gewenste waarde Verbraucherkreis3 °C 5 130 8900 Zwembadtemperatuurbeginwaarde (B13) °C 0 140 8901 Gewenste waarde temperatuur zwembad °C 8 80 8930 Beginwaarde voorregelaar- temperatuur °C 0 140 8931 Gewenste waarde voorregelaar- temperatuur °C 0 140 8950 Gezamenlijke aanvoertemperatuur- beginwaarde °C 0 140 8951 Gezamenlijke retourvoorloop temperatuur gewenste waarde °C 0 140 8952 Gezamenlijke retourtemperatuur °C 0 140Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur

Menukeuze Bedienings- regel Keuzemogelijkheid Eenheid Min. Max. Fabrieks- instellingen Diagnose verbruiker 8962 Gewenste waarde belasting % 0 100 Alleen Aanduiding 8980 Opslagtanktemperatuur- beginwaarde boven (B4) °C 0 140 8981 Opslagtank gewenste waarde °C 0 140 8982 Opslagtanktemperatuur- beginwaarde onder (B41) °C 0 140 8983 Opslagtanktemperatuur- beginwaarde midden (B42) °C 0 140 9005 Waterdruk H1 bar 0 10 9006 Waterdruk H2 bar 0 10 9009 Waterdruk H3 bar 0 10 9031 Toestand multifunctioneel relais (QX1) - Uit, Aan 9032 Toestand multifunctioneel relais (QX2) - Uit, Aan Uit, Aan 9033 Toestand multifunctioneel relais (QX3) - Uit, Aan Uit, Aan 9034 Toestand multifunctioneel relais (QX4) - Uit, Aan Uit, Aan 9050 Toestand multifunctioneel relais (QX21 module 1) - Uit, Aan Uit, Aan 9051 Toestand multifunctioneel relais (QX22 module 1) - Uit, Aan Uit, Aan 9052 Toestand multifunctioneel relais (QX23 module 1) - Uit, Aan Uit, Aan 9053 Toestand multifunctioneel relais (QX21 module 2) - Uit, Aan Uit, Aan 9054 Toestand multifunctioneel relais (QX22 module 2) - Uit, Aan Uit, Aan 9055 Toestand multifunctioneel relais (QX23 module 2) - Uit, Aan Uit, Aan 9056 Toestand multifunctioneel relais (QX21 module 3) - Uit, Aan Uit, Aan 9057 Toestand multifunctioneel relais (QX22 module 3) - Uit, Aan Uit, Aan 9058 Toestand multifunctioneel relais (QX23 module 3) - Uit, Aan Uit, Aan - Toestand 2. trap verwarmings- kringpomp (Q21) - Uit, Aan Alleen Aanduiding - Bedrijfswijze-omschakeling Verwarmingskring 1 - Inactief, actief - Toestand 2. trap verwarmings- kringpomp (Q22) - Uit, Aan - Bedrijfswijze-omschakeling Verwarmingskring 2 - Inactief, actief - Toestand 2. trap verwarmings- kringpomp (Q23) - Uit, Aan - Bedrijfswijze-omschakeling verwarmingskring 3/P - Inactief, actief - Toestand elektr. verw. tapwater - Uit, Aan - Toestand tapwater circulatiepomp (Q4) - Uit, Aan - Bedrijfswijze-omschakeling tapwater - Inactief, actief - Toestand H1-pomp (Q15) - Uit, Aan - Toestand H2-pomp (Q18) - Uit, Aan - Toestand H3-pomp (Q19) - Uit, Aan - Toestand circulatiepomp (Q14) - Uit, AanParameterinstellingen verwarmingsinstallateur

Menu- keuze Bedienings- regel Keuzemogelijkheid Eenheid Min. Max. Fabrieksinstellingen Diagnose verbruiker - Toestand voorregelaarmenger open - Uit, Aan Alleen aanduiding - Toestand voorregelaarmenger dicht - Uit, Aan - Toestand opwekkerblokkering (Y4) - Uit, Aan - Toestand tijdprogramma 5 relais (K13) - Uit, Aan - Toestand bufferretourklep (Y15) - Uit, Aan - Toestand warmtevraag (K27) - Uit, Aan - Toestand doorstroomtoestel verwarmingspomp (Q ) - Uit, Aan - Toestand opslagtanklaadpomp (Q11) - Uit, Aan - Toestand Tapw. mengpomp (Q35) - Uit, Aan - Toestand Tapw. tussen- kringpomp (Q33) - Uit, Aan - Flow switch - Uit, Aan Brander- automaat 9500 Voorlooptijd s 0 51 9512 Gewenst toerental ventilator bij ontstekingsbelasting O/min 0 10000 9524 Ventilator-gewenste toerental in deellast O/min 0 10000 9529 Gewenste toerental ventilator in volle belasting O/min 0 10000 9540 Naspoeltijd s 0 51 9615 Gedwongen voorspoelen bij fouten - Uit, Aan 9650 Schoorsteendrogen - Uit, tijdbegrensd, permanent *Zie handleiding ketelInfo-weergave Handbedrijf Schoorsteenvegerfunctie Regelaarstopfunctie

Informatie weergeven Met de informatietoets kan verschillende informatie worden opgeroepen.

AUTO Raumtemperatur Mogelijke informatiewaarden Afhankelijk van het toesteltype, de toestelconfiguratie en de bedrijfswijze zijn enkele regels met informatie niet weergegeven. Foutmelding Onderhoudsmelding Ruimtetemperatuur Ruimtetemperatuur minimum Ruimtetemperatuur maximum Keteltemperatuur Buitentemperatuur Buitentemperatuur minimum Buitentemperatuur maximum Tapwatertemperatuur 1 Status ketel Status tapwater Status verwarmingsgroep 1 / 2 Tijd / Datum Telefoon servicedienst Handbedrijf Als de handmatige bediening is ingeschakeld, worden de relaisuit- gangen niet meer geschakeld volgens de regeltoestand, maar afhankelijk van hun functie in een vooraf bepaalde handmatige toestand gezet. Ketel-, menggroep-, circulatie- en tapwaterpomp zijn ingeschakeld, de opslagpomp is uitgeschakeld. De menger van de AVS75 werkt op halve gemengde waarde. Gewenste waarde instelling in handbedrijf Nadat handbedrijf werd geactiveerd, moet naar de basisaanduiding worden geschakeld. Daar wordt het symbool voor onderhoud/speciale functie weergegeven. In het ketelmenu kan in parameter regel 2214 de gewenste waarde voor het handbedrijf worden ingesteld. Schoorsteenvegerfunctie De schoorsteenvegerfunctie wordt door kort indrukken van de toets gestart. De schoorsteenvegerfunctie zorgt voor de nodige bedrijfstoestand voor de emissiemeting. (afvoergas). Regelaarstopfunctie De regelaarstopfunctie wordt door indrukken (min. 3 s) van de bedrijfs- wijzetoets gestart. De regelaarstopfunctie zorgt voor een vaste modulatie van de brander. Deze functie kan worden gebruikt voor de emissiemeting (afvoergas). Door opnieuw indrukken (min. 3 s) van de toets wordt deze functie weer uitgeschakeld. Ruimtetemperatuur34 Foutmelding / onderhoud Foutmelding / onderhoud Soms verschijnt in de basisweergave één van de volgende symbolen. Foutmeldingen Verschijnt dit symbool dan is er een fout in de installatie aanwezig. Druk op de infotoets en lees de volgende informatie. Text3 Text4 30:Vorlauffühler 1

AUTO Fehler Onderhoud of speciale werking Verschijnt dit symbool, is er een onderhoudsmelding of is er een speciale werking. Druk op de infotoets en lees de volgende informatie. Text3 Text4 3:Wartungsintervall

AUTO Wartung Aanduidingslijsten Foutcode Albatros-Code Albatros-Tekst 10 Buitentemperatuur opnemer fout 20 Keteltemperatuur 1 opnemer fout 26 Gemeenschappelijke aanvoertemperatuur opnemer fout B10 28 Afvoergastemperatuur opnemer fout 30 Aanvoertemperatuur 1 opnemer fout 32 Aanvoertemperatuur 2 opnemer fout 38 Aanvoertemperatuur voorregelaaropnemer fout 40 Retourtemperatuur 1 opnemer fout 46 Cascade- retourtemperatuuropnemer fout 47 Gemeenschappelijke retourtemperatuur opnemer fout 50 Taptemperatuuropnemer/ thermostaat 1 fout 52 Taptemperatuuropnemer/ thermostaat 2 fout 54 Aanvoertemperatuur tapwateropnemer fout 57 Tapwater circulatieopnemer fout 60 Ruimtetemperatuur 1 opnemer fout 65 Ruimtetemperatuur 2 opnemer fout 70 Opslagtemperatuur 1 (boven) opnemer fout 71 Opslagtemperatuur 2 (onder) opnemer fout 72 Opslagtemperatuur 3 (midden) opnemer fout 73 Collectortemperatuur 1 opnemer fout 74 Collectortemperatuur 2 opnemer fout 82 LPB adres fout 83 BSB- draadkortsluiting / geen communicatie 84 BSB- draadadres fout 85 BSB-zender communicatie fout 91 Dataverlies in de EEPROM 98 Uitbreidingsmodule 1 fout 99 Uitbreidingsmodule 2 fout 100 Twee kloktijdmasters Fout 30: Aanvoeropname 1 Onderhoud 3: Onderhoudsinterval35 Foutmelding / onderhoud Aanduidingslijsten Foutcode 102 Kloktijdmasters zonder backup klok 103 Communicatiefout 105 Onderhoudsmelding 109 Bewaking keteltemperatuur 110 STB uitschakeling storing 111 Temperatuurbewaking veiligheidsuitschakeling 121 Aanvoertemperatuur VG1 niet bereikt 122 Aanvoertemperatuur VG2 niet bereikt 125 Maximale temperatuur van ketel overschreden 126 Tapwater- laadtemperatuur niet bereikt 127 Tapwater-legionellatemperatuur niet bereikt 128 Vlamuitval actief 129 Valse luchtvoorziening 130 Afvoergastemperatuurgrenswaarde overschreden 131 Branderstoring 132 Gasdrukschakelaar veiligheidsuitschakeling 133 Veiligheidstijd voor vlamvorming overschreden 146 Opnemer-/aandrijvingsconfiguratiefout 151 BMU fout intern 152 Parametreringsfout 153 Apparaat manueel vergrendeld 160 Ventilatortoerentaldrempel niet bereikt 162 Luchtdrukschakelaar sluit niet 164 Stromings-/ drukschakelaar VG fout 166 Luchtdrukschakelaar opent niet 171 Alarmcontact 1 actief 172 Alarmcontact 2 actief 173 Alarmcontact 3 actief 174 Alarmcontact 4 actief 178 Temperatuurbewaking verwarmingsgroep 1 179 Temperatuurbewaking verwarmingsgroep 2 183 Apparaat in parametreermodus 193 Pompcontrole fout na vlam aan 216 Storing ketel 217 Opnemer fout 241 Aanvoeropnemer voor opbrengstmeting fout 242 Retourloopopnemer voor opbrengstmeting fout 243 Zwembadopnemer fout 270 Temperatuurverschil warmtewisselaar te groot 317 Netfrequentie buiten toegestaan bereik 320 Tapwater laadtemperatuuropnemerfout 324 Ingang BX gelijke opnemer 325 Ingang BX/ uitbreidingsmodule gelijke opnemer 326 Ingang BX/ mengergroep gelijke opnemer 327 Uitbreidingsmodule gelijke functie 328 Menggroep gelijke functie 329 Uitbreidingsmodule/menggroep gelijke functie36 Foutmelding / onderhoud Aanduidingslijsten Foutcode Albatros-Code Albatros-Tekst 330 Opnemeringang BX1 geen functie 331 Opnemeringang BX2 geen functie 332 Opnemeringang BX3 geen functie 333 Opnemeringang BX4 geen functie 334 Opnemeringang BX5 geen functie 335 Opnemeringang BX21 geen functie 336 Opnemeringang BX22 geen functie 337 Opnemeringang B1 geen functie 338 Opnemeringang B12 geen functie 339 Collectorpomp Q5 ontbreekt 340 Collectorpomp Q16 ontbreekt 341 Collectoropnemer B6 ontbreekt 342 Zonnelading tapwater opnemer B31 ontbreekt 343 Zonne-integratie ontbreekt 344 Zonne-aandrijving buffer K8 ontbreekt 345 Zonne-aandrijving zwembad K18 ontbreekt 346 Vaste stof ketelpomp Q10 ontbreekt 347 Vaste stof ketel vergelijkopnemer ontbreekt 348 Vaste stof keteladres fout 349 Opslagtank- retourklep Y15 ontbreekt 350 Opslagtank adresfout 351 Voorregelaar/ circulatiepomp adresfout 352 Hydraulische verdeler adresfout 353 Cascadeaanvoeropnemer B10 ontbreekt 371 Aanvoertemperatuur VG3 372 Temperatuurbewaking VG3 373 Uitbreidingsmodule 3 378 Repetitie intern 379 Repetitieteller vreemd licht beëindigd 380 Repetitieteller geactiveerde vlamuitval beëindigd 381 Repetitieteller geen vlam gedurende veiligheidstijd beëindigd 382 Repetitie toerental 384 Buitenlicht 385 Netspanning 386 Ventilatortoerentaltolerantie 388 Tapwatersensor geen functie 426 Retourmelding rookgasklep 427 Configuratie rookgasklep 431 Opnemer primaire warmtewisselaar 432 Functieaarde niet aangesloten 433 Temperatuur primaire warmtewisselaar te hoog Onder- houdscode Onderhoudsbeschrijving

Branderonderhoud (branderbedrijfsuren)

Branderonderhoud (algemene tijdinterval: maandservice) OnderhoudscodeGedetailleerde instellingen

Menu: Tijd en datum Menu: Bedieningseenheid

Tijd en datum De regelaar heeft een tijdsaanduiding met uur, dag van de week en datum. Om de werking te verzekeren, moeten tijd en datum correct ingesteld worden. Omschakelen zomer-/wintertijd Door de ingegeven datums voor omschakelen op zomer-, resp. wintertijd wordt op de eerste zondag na deze datum de tijd automatisch van 02:00 (wintertijd) op 03:00 (zomertijd), resp. van 03:00 (zomertijd) op 02:00 (wintertijd) omgeschakeld. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 1 Uren/minuten Zie handleiding ketel 2 Dag/maand 3 Jaar 5 Begin zomertijd 6 Einde zomertijdMenu: Bedieningseenheid

Bediening en display Taal Voor het display kan Duits, Engels, Italiaans, Frans of Nederlands gekozen worden. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 20 Taal Zie handleiding ketel 22 Info tijdelijk Permanent 26 Blokkering bediening 27 Blokkering programmering 28 Bedieningseenheid directe wijziging 44 Bediening VG2 Gemeenschappelijk met VG1 Onafhankelijk 46 Bediening VG P Gemeenschappelijk met VG1 Onafhankelijk 70 Softwareversie Display Info Tijdelijk: Informatieweergave gaat na 8 min. opnieuw naar basisweergave. Permanent: Informatieweergave blijft permanent weergegeven na oproep met de informatietoets. Blokkering bediening Wanneer blokkeren bediening ingeschakeld is, kunnen de volgende bedieningselementen niet meer veranderd worden: - verwarmingsgroepbedrijfswijze - tapwaterbedrijfswijze - gewenste ruimtecomfortwaarde (draaiknop) - presentietoets. Blokkering programmering Bij ingeschakelde programmerings- blokkering kunnen de parameter - waarden worden aangegeven maar niet meer gewijzigd worden. - Tijdelijke opheffing van de programmering: De geblokkeerde programmering kan binnen het programmeerniveau tijdelijk worden overbrugd. Daarvoor moeten de OK en ESC-toetsen tegelijkertijd gedurende tenminste 3 seconden worden ingedrukt. Dit tijdelijke opheffen van de programmeerblokkering geldt tot het verlaten van de pro- grammering. - Blijvende opheffing van de programmering: eerst de tijdelijke opheffing uitvoeren, daarna in de instellingsregel 27 “blokkering programmering” de programma- blokkering opheffen. Bedieningseenheid directe wijziging instelling Opslaan met bevestiging: Gewijzigde waarden worden alleen door het indrukken van de „OK“-toets in de regelaar opgeslagen. Opslaan automatisch: gewijzigde waarden worden zonder indrukken van de „OK“-toets in de regelaar opgeslagen. Bediening VG2 Afhankelijk van de bedieningsregel 40, kan de werking van de bediening (bedrijfswijzetoets of de draaiknop) op ruimteapparaat 1, op het bedieningsapparaat of op het service- apparaat voor de verwarmingsgroep 2 gedefinieerd worden. Gemeenschappelijk met VG1: De bediening gebeurt gemeen- schappelijk voor verwarmingsgroep 1 en 2. Onafhankelijk: De werking van de bediening wordt in de display opgevraagd, zodra de bedieningswijzetoets op de draaiknop worden gebruikt. Bediening VG P Afhankelijk van bedieningsregel 40, kan de werking van de bediening (bedrijfswijzetoets of de draaiknop) voor ruimtetoestel 1,op het bedieningsapparaat of servicetoestel voor verwarmingsgroep P worden gedefinieerd. Gemeenschappelijk met VG1: De bediening gebeurt gemeen- schappelijk voor verwarmingskring 1 en 2. Onafhankelijk: Bedrijfswijzeveranderingen of wijziging van de gewenste comfortwaarde moeten in de programmering worden veranderd. Bedieningseenheid softwareversie De informatie geeft de actuele versie van het bedieningsgedeelte resp. van het ruimteapparaat weer.Menu: tijdprogramma's Menu: vakantie

Voor de verwarmingskringen en de drinkwaterbereiding staan verschillende schakelprogramma’s ter beschikking. Zij zijn in de bedrijfswijze “automatisch” ingeschakeld en sturen de omschakeling van temperatuurniveaus (en de daarmee verbonden gewenste waarden) via de ingestelde schakeltijden. Schakeltijden invoeren De schakeltijden kunnen gecombineerd ingevoerd worden, d.w.z. gelijktijdig voor verschillende dagen of verschillende tijden voor afzonderlijke dagen. Door het voorselecteren van groepen met dagen te kiezen, zoals bijv. ma. .. vr. en za. .. zo. die dezelfde schakeltijden moeten krijgen, wordt het instellen van de schakelpro- gramma’s aanmerkelijk ingekort. Schakelpunten Standaardprogramma Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- instelling VG1 VG2 3/VGP 4/Tapw 5 500 520 540 560 600 Voorselectie ma-zo ma-vrij za-zo ma,di, wo, do, vr, za Zie handleiding ketel 501 521 541 561 601 1. Fase Aan 502 522 542 562 602 1. Fase Uit 503 523 543 563 603 2. Fase Aan 504 524 544 564 604 2. Fase Uit 505 525 545 565 605 3. Fase Uit 506 526 546 566 606 3. Fase Uit Alle tijdschakelprogramma’s kunnen op de fabrieksinstellingen terug- gesteld worden. Elk tijdschakelprogramma heeft een eigen bedieningsregel om terug te stellen. Aanwijzing Individuele instellingen gaan daarbij verloren! Vakantie Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- instelling VG1 VG2 VG3 641 651 Voorselectie Zie handleiding ketel

Met het vakantieprogramma kunnen de verwarmingsgroepen op een bepaalde (kalender) datum naar een selecteerbaar bedrijfsniveau worden omgeschakeld. Aan het einde van de dag wordt nog niet verwarmd. Pas op de volgende dag wordt conform tijdprogramma op gewenste comfortwaarde omgeschakeld. Het vakantieprogramma kan slechts in de automatische bedrijfswijze worden gebruikt. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- instelling

516 536 556 576 616 Standaardwaarden Zie handleiding ketelMenu: verwarmingsgroepen

Voor de verwarmingsgroepen staan verschillende functies ter beschikking, die telkens voor elke verwarmingsgroep individueel zijn in te stellen. Bedrijfswijze VG De bedrijfswijze van de verwarmings- groepen wordt direct d.m.v. de bedrijfswijzetoets bediend. Met de instelling kan tussen de verschillende bedrijfswijzen worden gewisseld. De functionaliteit komt overeen met de keuze van de bedrijfswijze met de bedrijfswijzetoets. Beveiligingsbedrijf Voortdurende werking (24h) op bedrijfsniveau vorstbescherming. Schakelprogramma, presentatietoets, vakantieprogramma, optimalisatie en ECO functie functioneren niet. De regeling m.b.t. de ruimte- temperatuurvorstbescherming kan worden uitgeschakeld. Dit kan noodzakelijk zijn, indien een ruimtethermostaat voor de activering van de ketelpomp wordt gebruikt. In dit geval verhindert uitsluitend de ruimtethermostaat, dat de ruimte- temperatuur omlaag gaat. Daarbij moet erop gelet worden, dat bij het dalen van de aanvoertemperatuur de temperatuurbewaking kan worden geactiveerd. De grenstemperatuur voor de temperatuurbewaking bedraagt 0 °C. Dit moet door de juiste instelling van de ruimtethermostaat worden verhinderd. Automatisch Automatische functie op bedrijfsniveau comfort-, reduceer- of vorst- bescherming door het schakel- programma de aanwezigheidstoets, het vakantieprogramma, de in-/ uitschakeloptimalisatie en de ECO- functie. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- instelling VG1 VG2 VG3 700 1000 Bedrijfswijze VG Beveiligingsbedrijf Automatisch Gereduceerd Comfort Zie handleiding ketel

Gereduceerd Constante werking (24h) op bedrijfs- niveau gereduceerd. Schakelprogramma, aanwezigheidstoets, vakantieprogramma, optimalisatie en ECO functie functioneren niet. De beschermingsfuncties blijven actief. Comfort Constante werking (24h) op bedrijfs- niveau comfort, schakelprogramma, aanwezigheidstoets, vakantieprogramma, optimalisatie en ECO functie werken niet. De beschermingsfuncties blijven actief.Menu: verwarmingsgroepen

Voor de verwarmingsgroepen staan verschillende functies ter beschikking, die telkens voor elke verwarmingsgroep individueel zijn in te stellen. Gewenste waarden m.b.t. ruimte Ruimtetemperatuur De ruimtetemperatuur kan op ver- schillende gewenste waarden worden ingesteld. Al naar de gewenste bedrijfswijze worden deze gewenste waarden effectief en zorgen zo voor verschillende temperatuurniveaus in de ruimtes. Het bereik van de instel- bare gewenste waarden is gerelateerd aan onderlinge afhankelijkheid, dit is hier naast in de grafiek te zien. Vorstbescherming Door de beveiligingsfunctie wordt automatisch verhinderd dat de ruimte- temperatuur te ver daalt. Daarbij wordt via de gewenste waarde van de ruimtetemperatuurvorstbescherming geregeld. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- instelling VG1 VG2 VG3 710 1010 Gewenste comfortwaarde Zie handleiding ketel

712 1012 Gewenste reduceerwaarde 1312 714 1014 Gewenste vorstbeschermingswaarde 1314 Verwarmingskarakteristiek D.m.v. de verwarmingskarakteristiek wordt de gewenste waarde van de aanvoertemperatuur bereikt, die al naar gelang de heersende weer- somstandigheden voor de regeling op een overeenkomstige aanvoer- temperatuur wordt gebruikt. De verwarmingskarakteristiek kan met verschillende instellingen worden aangepast, zodat het verwarmings- vermogen en dus de ruimtetemperatuur zich overeenkomstig de persoonlijke behoeftes verhoudt.

Karakteristieke steilheid Met de steilheid verandert de aan- voertemperatuur sterker naarmate de buitentemperatuur kouder is. D.w.z. wanneer de ruimtetemperatuur bij een koude buitentemperatuur afwijkt en niet bij een warme, dan moet de steilheid worden gecorrigeerd. Instelling verhogen: Om de vertrektemperatuur te verhogen vooral bij koude buitentemperaturen. Instelling verlagen: Om de aanvoertemperatuur te verlagen vooral bij buitentemperaturen. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- instelling VG1 VG2 VG3

720 - Steilheid van de karakteristiek VG 1

Zie handleiding ketel

- 1020 Steilheid van de karakteristiek VG 2 - - - 1320 Steilheid van de karakteristiek VG 3 721 1021 Karakteristiekverschuiving 1321 726 1026 Karakteristiekaanpassing 1326 TRK Gewenste comfortwaarde maximum TRK Gewenste comfortwaarde TRR Gewenste reduceerwaarde TRF Gewenste vorstbeschermingswaardet

TRFMenu: verwarmingsgroepen

Verschuiving van de karakteristiek Met de parallelverschuiving verandert de aanvoertemperatuur in het alge- meen en gelijkmatig voor het hele buitentemperatuurbereik. D.w.z. wanneer de ruimtetemperatuur in het algemeen te warm of koud is, moet via de parallelverschuiving worden gecorrigeerd.

Aanpassing van de karakteristiek Met de aanpassing wordt de ver- warmingskarakteristiek automatisch aan de heersende verhoudingen aangepast. Een correctie van de steilheid en parallelverschuiving is zo overbodig. Ze kan slechts in- of uitgeschakeld worden. Om de functie te garanderen moet het volgende in acht worden genomen: Een ruimte-opnemer moet aangesloten zijn (QAA 75 / 78). De instelling "ruimte-invloed" moet tussen 1 en 99 zijn ingesteld. In de referentieruimte (montageplaats ruimte-opnemer) dienen geen geregelde radiatorkleppen aanwezig te zijn (eventuele aanwezige radiatorkleppen moeten maximaal worden geopend. Regelnr. Betekenis 8700 TA Buitentemperatuur TRw Gewenste waarde ruimtetemperatuur TV AanvoertemperatuurMenu: verwarmingsgroepen

732 1032 Dagverwarmingsgrens 1332 733 1033 Verlenging dagverwarmingsgrens 1333 Zomer-/winterverwarmingsgrens De zomer-/wintergrens schakelt de verwarming al naar gelang tempera- tuurverhouding gedurende de loop van het jaar in of uit. Deze omschakeling vindt gedurende automatisch functioneren zelfstandig plaats en maakt daardoor overbodig dat de verwarming door de gebruiker aan of uitgeschakeld wordt. Door het veranderen van de ingevoerde waarde worden de overeenkomstige jaarfasen korter of langer. Verhogen: Omschakeling vroeger op winterfunctie Omschakeling later op zomerfunctie. Verlagen: Omschakeling later op winterfunctie Omschakeling vroeger op zomerfunctie. De functie werkt niet in de bedrijfswijze „Voortdurende comforttemperatuur“ In de aanduiding verschijnt “ECO” Om rekening te houden met de gebouwdynamiek wordt de buitentemperatuur verlaagd. SWHG Zomer-/wintergrens Taged Gedempte buitentemperatuur T Temperatuur t Dagen Dagverwarmingsgrens De dagverwarmingsgrens schakelt de verwarming al naar gelang de buiten- temperatuur in de loop van de dag aan of uit. Deze functie dient hoofdzakelijk in de overgangsfasen lente en herfst korte tijd op de temperatuurvariaties te reageren. Door wijzigen van de inge- voerde waarde worden de overeen- komstige verwarmingsfasen korter of langer. Verhogen: Omschakeling vroeger op verwarmingsfunctie Omschakeling later op ECO. Verlagen: Omschakeling later op verwarmingsfunctie Omschakeling vroeger op ECO. De functie werkt niet in de modus „Voortdurende comforttemperatuur“ In de aanduiding verschijnt “ECO” Om rekening te houden met de gebouwdynamiek wordt de buitentemperatuur verlaagd Instelregel z.B. Gewenste comfortwaarde (TRw) 22°C Dagverwarmingsgrens (THG) -3°C Omschakeltemperatuur (TRw-THG) verwarming UIT = 19°C Schakelverschil (fix) -1°C Omschakeltemperatuur verwarming AAN = 18°C Voorbeeld: Verlenging dagverwarmingsgrens De verlenging van de dagverwarmings- grens vindt plaats, door rekening te houden met de gemengde buiten- temperatuur bij het inschakelen van de verwarming. Alternatief kan de verwarming ook alleen maar naar aanleiding van de actuele buiten- temperatuur weer worden inge- schakeld. Nee De dagverwarmingsgrens schakelt alleen maar in n.a.v. de actuele buitentemperatuur.

De dagverwarmingsgrens schakelt zoals onder dagverwarmingsgrens beschreven, afhankelijk van de actuele en de gemengde buitentemperatuur.Menu: verwarmingsgroepen

Gewenste aanvoerwaarde - begrenzingen Met deze begrenzing kan een bereik voor de gewenste aanvoerwaarde worden gedefinieerd. Bereikt de gevraagde gewenste aanvoer- temperatuurwaarde van de ver- warmingsgroep de overeenkomstige grenswaarde, dan blijft deze bij hoger wordende of lager wordende warmtevraag constant op maximale- resp. minimale waard. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- instelling VG1 VG2 VG3 740 1040 Gewenste aanvoerwaarde-minim. VG1+2 Zie handleiding ketel

741 - Gewenste aanvoerwaarde-maximum VG1 -

- 1041 Gewenste aanvoerwaarde-maximum VG2 - - - 1341 Gewenste aanvoerwaadre-maximum VG3

742 - Gew wrde aanv ruimtetherm VG1 -

- 1042 Gew wrde aanv ruimtetherm VG2 - - - 1342 Gew wrde aanv ruimtetherm VG3 746 1046 Vertr. warmte vraag 1346 TVw actuele gewenste aanvoerwaarde Tvmax gewenste aanvoerwaarde -maximum Tvmin gewenste aanvoerwaarde-minimum Ruimte-invloed Soorten sturing Zodra een ruimtetemperatuuropnemer wordt gebruikt, kan uit 3 verschillende soorten sturing worden gekozen. Zuivere weerssturing De aanvoertemperatuur wordt via de verwarmingscurve afhankelijk van de gemengde buitentemperatuur berekend. Voor deze sturingswijze moet de verwarmingskarakteristiek correct ingesteld zijn, aangezien de regeling in de deze instelling geen rekening houdt met de ruimte- temperatuur. Weerssturing met ruimte-invloed De afwijking van de ruimtetemperatuur t.o.v. de gewenste waarde wordt geregistreerd en er wordt met de temperatuurregeling rekening mee gehouden. Zo kan rekening worden gehouden met andere warmte en wordt een constantere kamer- temperatuur mogelijk. De invloed van de afwijking wordt procentueel ingesteld. Hoe beter de referentieruimte is (onvervalste ruimtetemperatuur enz.) des te hoger kan de waarde worden ingesteld. Voorbeeld: Ca. 60 %: goede referentieruimte Ca. 20 %: ongunstige referentieruimte Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- instelling VG1 VG2 VG3 750 1050 Ruimte-invloed Zie handleiding ketel

Instelling Soort Sturing - - - % Zuivere weerssturing* 1…99 % Weerssturing met ruimte-invloed* 100 % Zuivere ruimtesturing Zuivere ruimtesturing De aanvoertemperatuur wordt geregeld afhankelijk van de gewenste ruimte- temperatuurwaarde, de actuele ruimtetemperatuur en het actuele verloop ervan. Een beetje stijgen van de ruimtetemperatuur zorgt bijv. voor een directe reductie van de aanvoertemperatuur. Om de functie te activeren moet het volgende in acht worden genomen: Een geplande ruimteopnemer moet aangesloten zijn. De instelling "ruimte-invloed"moet op 100% ingesteld zijn. In de referentieruimte (montageplaats ruimte opnemer) moeten geen geregelde radiatorkleppen aanwezig zijn. (Eventueel aanwezige radiatorkleppen moeten op het maximum worden geopend.) Om de functie te activeren, moet het volgende in acht worden genomen: Een geplande ruimteopnemer moet aangesloten zijn. De instelling „ ruimte-invloed“ moet tussen 1 en 99% ingesteld zijn. In de referentieruimte (montageplaats ruimte-opnemer) moeten geen geregelde radia- torkleppen aanwezig zijn. (Eventueel aanwezige radiator- kleppen moeten op het maximum worden geopend).Menu: verwarmingsgroepen

Ruimtetemperatuurbegrenzing Bij verwarmingsgroepen met pompen moet een schakelverschil voor de temperatuurregeling worden ingesteld. Voor deze functie moet een ruimtetemperatuuropnemer worden gebruikt. De ruimtetemperatuurbegrenzing functioneert niet bij een zuivere weerssturing. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- instelling VG1 VG2 VG3 760 1060 Ruimtetemperatuurbegrenzing Zie handleiding ketel

TRx Beginwaarde ruimtetemperatuur TRw Gewenste waarde ruimtetemperatuur SDR Ruimteschakelverschil P Pomp T Tijd Snel opstoken De snelle verwarming zorgt ervoor, dat bij een wijziging van de gewenste reductiewaarde naar gewenste comfortwaarde de nieuwe gewenste waarde vroeger wordt bereikt en daardoor de verwarmingsduur wordt verkort. Gedurende de snelle verwarming wordt de gewenste ruimtetemperatuurwaarde met de hier ingestelde waarde verhoogd. Verhogen van de instelling heeft een snellere verwarmingstijd tot gevolg, verlagen tot langere. De snelle verwarming is met of zonder ruimte-opnemer mogelijk. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- instelling VG1 VG2 VG3

1070 Snel opstoken Zie handleiding ketel

TRw Gewenste waarde ruimtetemperatuur TRx Beginwaarde ruimtetemperatuur DTRSA Gewenste waarde ruimtetemperatuurverhoging Snelle daling Gedurende de snelle daling wordt de verwarmingsgroeppomp uitgeschakeld en bij mengergroepen ook de mengklep gesloten. Functie met ruimteopnemer: Met de ruimteopnemer schakelt de functie de verwarming uit, tot de ruimtetemperatuur naar de gewenste reductiewaarde resp. vorstniveau is afgekoeld. Is de ruimtetemperatuur tot op het reductieniveau resp. vorstniveau gezonken, wordt de verwarmings- groeppomp ingeschakeld en de mengklep vrijgegeven. Functie zonder ruimteopnemer: De snelle daling schakelt de verwarming afhankelijk van de buitentemperatuur en de gebouwtijdconstante voor een bepaalde tijd uit. De snelle verlaging is met of zonder ruimteopnemer mogelijk. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- instelling VG1 VG2 VG3 780 1080 Snelle terugzet Uit Tot gereduceerd gew wrd Tot gew wrd Vorst beschrm Zie handleiding ketel

Voorbeeld Duur van de snelle verlaging bij gewenste comfortwaarde – gewenste reductiewaarde = 2°C (bijv. gewenste comfortwaarde = 20°C en gewenste reductiewaarde =18°C) Buitentemperatuur gemengd Gebouwtijdconstante (regel nr. 6110)

15 °C 0 3.1 7.7 15.3 23 30.6 76.6 10 °C 0 1.3 3.3 6.7 10 13.4 33.5 5 °C 0 0.9 2.1 4.3 6.4 8.6 21.5 ab 0 °C Vorstbescherming Duur van de snelle verlaging in uren Is het temperatuurverschil tussen gewenste comfortwaarde - gewenste reductiewaarde bijv. 4°C dan worden de in de tabel aangegeven standaardwaarden twee keer zo hoog.Menu: verwarmingsgroepen

791 1091 Uitschakeloptimalisatie Max 1391 In- / uitschakeltijdoptimalisatie Inschakeloptimalisatie Max Het omschakelen van de temperatuurniveaus wordt zo geoptimaliseerd, dat de gewenste comfortwaarden via de schakeltijden wordt bereikt. Uitschakeloptimalisatie max Het omschakelen van de temperatuur- niveaus wordt zo geoptimaliseerd, dat de gewenste comfortwaarde -1/4 °C bij de schakeltijden wordt bereikt. De in- en uitschakeloptimalisatie is met of zonder ruimtesensor mogelijk. Xaan Inschakeltijd vervroegd Xuit Uitschakeltijd vervroegd ZSP Tijdschakelprogramma TRx Beginwaarde ruimtetemperatuur TRw Gewenste waarde ruimtetemperatuur Verhoging gewenste reduceer- waarde De functie dient vooral bij verwarmings- installaties die niet beschikken over grote vermogensreserves (bijv. lage energiehuizen). Daar zou de verwarmingstijd bij lage buitentemperaturen ongewenst lang duren. Met de verhoging van de gewenste reduceerwaarde, wordt een te sterk afkoelen van de ruimtes tegengegaan, om zo de verwarmings- tijd bij het overgaan naar gewenste comfortwaarde te verkorten. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- instelling VG1 VG2 VG3 800 1100 Gereduceerd verhogen begin Zie handleiding ketel

801 1101 Gereduceerd verhogen einde 1401 TRwA1 Gereduceerd verhogen begin TRwA2 Gereduceerd verhogen einde TRK Gewenste comfortwaarde TRR Gewenste gereduceerde ruimtetemperatuurwaarde Tagem Gemengde buitentemperatuur Oververhittingsbescherming Oververhittingsbescherming pompverwarmingsgroep Bij verwarmingsinstallaties met pomp- circulaties kan de aanvoertemperatuur van de verwarmingsgroep door hogere eisen van andere warmteafnemers (mengverwarmingsgroep, tapwater lading, ext. warmtebehoefte) of van een geparametreerde minimale keteltemperatuur hoger zijn dan de volgens de verwarmingskarakteristiek vereiste aanvoertemperatuur. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- instelling VG1 VG2 VG3 820 1120 Oververhittingsbescherming Pompverwarmingsgroep Uit Zie handleiding ketel

Ten gevolge van deze te hoge aan- voertemperatuur zou deze pompver- warmingsgroep dienovereenkomstig oververhit worden. De functie over- verhittingsbescherming voor pomp- circulaties zorgt door aan-/uitschakelen van de pomp ervoor, dat de energie- toevoer voor de pompverwarmings- groep overeenkomt met de ver- warmingscurvevraag. De bewerkingsperiode is vast ingesteld en bedraagt 10 minuten. Deze 10 minuten worden aan de hand van een inschakelverhouding ingedeeld. De looptijd van de pomp is vastgesteld op minimaal 3 minuten. De stilstandtijd van de pomp is vastgesteld op minimaal 2 minuten.Menu: verwarmingsgroepen

Mengerregeling Mengerverhoging Om bij te mengen moet de ketel- aanvoertemperatuur-beginwaarde hoger zijn dan de gevraagde gewenste waarde van de mengeraanvoer- temperatuur, omdat deze anders niet geregeld kan worden. De regelaar bepaalt uit de hier ingestelde verhoging en de momenteel actuele gewenste waarde van de aanvoertemperatuur de gewenste waarde van de ketel- temperatuur. Aandrijvingstype De instelling van het aandrijvingstype verandert de regelverhouding van de gebruikte mengeraandrijving. 2-punts De regelaar stuurt de aandrijving met slechts één relaisuitgang aan. Bij een signaal aan de uitgang opent de aangestuurde klep. Ontbreekt het signaal, dan sluit de klep zelfstandig (thermisch of mechanisch). Is de aanvoertemperatuur meer dan het halve schakelverschil onder de gewenste waarde, dan wordt de relaismenger OPEN actief en blijft tot de aanvoertemperatuur met een half schakelverschil, dat boven de gewenste waarde ligt ingeschakeld. 3-Punts De regelaar stuurt de aandrijving met twee relaisuitgangen aan. Voor het openen en sluiten van de aangestuurde klep wordt telkens een uitgang gebruikt. Is er geen relais actief, dan blijft de aandrijving staan. De regeling is met een PID-regelaar gerealiseerd, waarbij XP en TN para- metreerbaar zijn. Eveneens is de aandrijflooptijd instelbaar. De neutrale zone van de regelaar bedraagt ±1 K. Voor moeilijke regeltrajecten kunnen de regelparameters worden aangepast.

Schakelverschil 2-punts Voor de 2 puntaandrijving moet het schakelverschil 2-punts eventueel worden aangepast. Bij de 3-puntsaandrijving is dit niet nodig. Aandrijving looptijd Instelling van de max. looptijd van de mengermotor. Menger P-band Xp Door de instelling van de pro- portionaalband wordt de regelver- houding van mengeraandrijving aan het gedrag van de installatie (regeltraject) aangepast. Xp beïnvloedt het P-gedrag van de regelaar. Mengernasteltijd Tn Door de instelling van de nasteltijd wordt het regelgedrag van de mengeraandrijving aan het gedrag van de installatie (regeltraject) aangepast. Tn beïnvloedt het I-gedrag van de regelaar. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- instelling VG1 VG2 VG3 830 1130 Mengerverhoging Zie handleiding ketel

832 1132 Aandrijftype

833 1133 Schakelverschil-2 punts 1433 834 1134 Aandrijving looptijd 1434 835 1135 Menger P-Band Xp 1435 836 1136 Menger nasteltijd Tn 1436Menu: verwarmingsgroepen

Vloeruitdrogingsfunctie De vloeruitdrogingsfunctie dient voor het gecontroleerd uitdrogen. Deze regelt de aanvoertemperatuur n.a.v. een temperatuurprofiel. De uitdroging vindt plaats door de vloerverwarming d.m.v. meng- of pompverwarmingscircuit. Vloerfunctie Uit - De functie is uitgeschakeld. Functieverwarmen (Fh): - Het eerste deel van het temperatuurprofiel wordt automatisch doorlopen. Bezettingsafhankelijk verwarmen (Bh) - Het tweede deel van het temperatuurprofiel wordt automatisch doorlopen. Functie- en bezettingsafhankelijk verwarmen - Het gehele temperatuurprofiel (eerste en tweede deel) wordt automatisch doorlopen. Manueel - Er wordt niet één temperatuur- profiel doorlopen, maar via de "gewenste vloerwaarde manueel" geregeld. Gewenste vloerwaarde manueel De gewenste aanvoertemperatuur- waarde voor de vloerfunctie manueel kan voor elke verwarmingsgroep apart worden ingesteld. Gewenste vloerwaarde actueel Geeft de actuele gewenste aanvoertemperatuurwaarde van de lopende vloerfunctie aan. Vloer actuele dag Geeft de actuele dag van de lopende vloerfunctie aan. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- instelling VG1 VG2 VG3 850 1150 Vloerfunctie Uit Functieverwarmen (Fh) Bezettingsafhankelijk verwarmen (Bh) Functie- en bezettingsafhankelijk verwarmen Zie handleiding ketel

851 1151 Gewenste vloerwaarde manueel Gewenste waarde manueel

856 1156 Vloer dag actueel 1456 X Startdag Fh functieverwarmen Bh Bezettingsafhankelijk verwarmen Afwijkingen kunnen een beschadiging van de vloer tot gevolg hebben! De functie kan voortijdig worden afgebroken, wanneer die uit wordt gezet. De aanvoertemperatuur-maximaal- begrenzing blijft in werking. Let op de betreffende normen en voorschriften van de vloerfabrikant! Een juiste functiewijze is slechts met een correct geïnstalleerde installatie mogelijk (hydraulica, elektriciteit, instellingen)!Menu: verwarmingsgroepen

Afname van te hoge temperatuur Een afname van te hoge temperatuur kan door volgende functies worden veroorzaakt: - Ingangen Hx - Opslagterugkoeling - Afname van te hoge temperatuur van de ketel voor de vaste stof Wordt een afleiding geactiveerd vanwege te hoge temperatuur kan de overtollige energie door een afname van de warmte van de ruimte- verwarming worden afgevoerd. Dit kan voor elke verwarmingsgroep afzonderlijk worden ingesteld. Uit De afname van te hoge temperatuur is uitgeschakeld. Verwarmingsfunctie Een afname van te hoge temperatuur vindt alleen plaats, wanneer de regelaar zich in de verwarmingsfunctie bevindt. Altijd Een afname van te hoge temperatuur vindt in alle bedrijfswijzen plaats. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- instelling VG1 VG2 VG3 861 1161 Afname van te hoge temperatuur

Zie handleiding ketel

Met opslagtank Is een opslagtank aanwezig, moet worden aangegeven, of de ver- warmingsgroep uit de opslagtank warmte kan betrekken. De opslagtanktemperatuur wordt wanneer er ook nog alternatieve warmtebronnen worden gebruikt als regelcriterium voor de vrijgave van extra energiebronnen gebruikt. Met voorregelaar/ circulatiepomp Er wordt ingesteld of de verwarmingsgroep vanaf de voorregelaar resp. met de circulatiepomp (afhankelijk van de installatie) moet worden gevoed. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- instelling VG1 VG2 VG3 870 1170 Met opslagtank

Zie handleiding ketel

872 1172 Met voorregelaar/circulatiepomp Nee

1472Menu: verwarmingsgroepen

Correctie gewenste aanvoer toerentalregeling Hier kan worden vastgelegd, of de gewenste aanvoercorrectiewaarde (bij toerentalregeling VG pomp) in de temperatuuraanvraag wordt geïntegreerd of niet. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- instelling VG1 VG2 VG3

Zie handleiding ketel

Afstandsbediening Bedrijfsniveauomschakeling Bij een externe schakelklok via de ingangen Hx is te selecteren op welk bedrijfsniveau de verwarmingsgroepen worden ingeschakeld. Bedrijfswijze-omschakeling Deze verwarmingskring kan via een H-ingang door het inschakelen van een contact in een selecteerbare bedrijfswijze worden gezet. De gewenste bedrijfswijze bij omschakeling kan met de parameters bedrijfswijze-omschakeling per Verwarmingsgroep worden vastgelegd. De bediening van de bedrijfswijze via de regelaar is dan geblokkeerd. Het contacttype is instelbaar. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- instelling VG1 VG2 VG3 898 1198 Bedrijfsniveauomschakeling Vorstbescherming

Zie handleiding ketel

900 1200 Bedrijfswijzeomschakeling

Bedrijfswijze De tapwaterbedrijfswijze wordt direct d.m.v. de bedrijfswijzetoets bediend. Uit Voortdurend bedrijf via de gewenste vorstbeschermingswaarde van het tapwater (5 °C). Aan De tapwaterlading vindt automatisch plaats via de gewenste nominale tapwaarde of de gewenste gereduceerde tapwaarde aan de hand van ingestelde tapwatervrijgave. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 1600 Bedrijfswijze Uit Zie handleiding ketel Gewenste waarden Het tapwater kan op verschillende gewenste waarden worden ingesteld. Afhankelijk van de gekozen bedrijfs- wijzen worden deze gewenste waarden effectief en hebben zo verschillende temperatuursniveaus tot gevolg in de Tapw-opslag. Gewenste nominale waarde Gewenste waarde tapwater binnen vrijgave. Gewenste reduceerwaarde Gewenste tapwaterwaarde behalve vrijgave. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 1610 Gewenste nominale waarde Zie handleiding ketel 1612 Gewenste gereduceerd waarde TWWR Gewenste gereduceerde waarde tapwater TWWN Gewenste nominale waarde tapwater TWWmax Gewenste nominale waarde maximum tapwaterMenu: Tapwater 52 Vrijgave

24h/dag De tapwatertemperatuur wordt onafhankelijk van tijdschakel- programma's voortdurend op gewenste nominale tapwatertemperatuurwaarde gehouden. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 1620 Vrijgave 24h/dag Tijdprogramma's VGs Tijdprogramma 4/Tapw Zie handleiding ketel

2371Z18 Tijdprogramma's verwarmingsgroepen De gewenste waarde van het tapwater wordt conform de verwarmingsgroeptijd- schakelprogramma's tussen de nominale waarde van de taptemperatuur en de gewenste reduceerwaarde omgeschakeld. Het eerste inschakelpunt van elke fase wordt telkens 1 uur vervroegd.

2377Z16 Tijdprogramma 4/Tapw Voor de tapwaterbereiding wordt rekening gehouden met het tijd- schakelprogramma 4 van de lokale regelaar. Daarbij wordt op de daarbij ingestelde schakeltijden omgeschakeld tussen gewenste nominale waarden van de taptemperatuur en gewenste gereduceerde waarden van de tap- temperatuur. Op deze wijze wordt het tapwater onafhankelijk van de verwarmingsgroepen geladen.

2373Z24 Voorbeeld Voorbeeld Voorbeeld Laadvoorrang Bij gelijktijdige vermogensbehoefte van de ruimteverwarmingen en het tapwater kan met de functie tapwatervoorrang worden veiliggesteld, dat het ketel- vermogen gedurende een tapwater- lading in eerste instantie naar het tapwater wordt toegevoerd. Bij omloopkleppen is de functie automatisch uitgeschakeld. Absoluut Menger- en pompverwarmingsgroep zijn zolang geblokkeerd, tot het tapwater is verwarmd. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 1630 Laadprioriteit Absoluut Glijdend Geen (Parallel) MK glijdend, PK absoluut Zie handleiding ketel Glijdend Wanneer het verwarmingsvermogen van de opwekker niet meer voldoende is, worden menger en pomp- verwarmingsgroep beperkt, tot het tapwater is verwarmd. Geen De tapwaterlading vindt parallel aan de verwarmingsfunctie plaats. Bij krap gedimensioneerde ketels en mengverwarmingsgroepen kan het zijn, dat bij grote verwarmingslast de gewenste tapwaterwaarde niet wordt bereikt, omdat te veel warmte naar de verwarmingsgroep wegstroomt. MK glijdend, PK absoluut De pompverwarmingsgroepen zijn zolang geblokkeerd, tot de tapwater- opslag is verwarmd. Wanneer het verwarmingsvermogen van de opwekker niet meer voldoende is, worden ook de mengverwarmings- groepen beperkt.Menu: Tapwater Legionellafunctie Uit De functie is uitgeschakeld. Periodiek De legionellafunctie wordt conform ingestelde periode (bedieningsregel

641) herhaald. Wordt de gewenste

legionellawaarde door een zonne- installatie onafhankelijk van de ingestelde tijdperiode bereikt, dan wordt de periode opnieuw gestart. Vaste weekdag De legionellafunctie kan op een vast gekozen weekdag (bedieningsregel 1642) worden geactiveerd. Bij deze instelling wordt onafhankelijk van de opslagtemperaturen in het verleden op de geparametreerde weekdag op gewenste legionellawaarde verwarmd. Legionellafunctie periodiek Met de instelling legionellafunctie wordt periodiek ingesteld na hoeveel weekdagen de legionella weer moet worden bestreden. (Deze instelling is alleen effectief, wanneer de parameterlegionellafunctie op periodiek is ingesteld). Legionellafunctie weekdag Met de bedieningsparameter legionellafunctie weekdag wordt vastgesteld op welke dag van de week de legionella moet worden bestreden. Met deze geselecteerde weekdag wordt de legionellafunctie onafhankelijk van het aanwezig zijn van alternatieve energie uitgevoerd. Legionellafunctie tijdstip De legionellafunctie wordt op het inge- stelde tijdstip gestart. De gewenste tapwaterwaarde wordt op de ingestelde gewenste legionellawaarde verhoogd en de tapwaterlading wordt gestart. Is er geen tijdstip geparametreerd wordt de legionellafunctie op de betreffende dag bij de eerste normale tapwatervrijgave gestart. Is er op deze dag geen tapwatervrijgave (voort- durend gereduceerd), wordt de legionellafunctie 24.00 uur uitgevoerd. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 1640 Legionellafunctie Uit

Zie handleiding ketel 1641 Legionellafunctie periodiek 1642 Legionellafunctie weekdag ma, di, wo, do, vr, za 1644 Legionellafunctie tijdstip 1645 Legionellafunctie ingestelde waarde 1646 Legionellafunctie duur 1647 Legionellafunctie Circulatiepomp Uit

Is de tapwaterbereiding uitgeschakeld (tapwaterfunctietoets = Uit of vakantie), wordt de legionellafunctie ingehaald, zodra de tapwaterbereiding weer wordt ingeschakeld. (tapwaterfunctietoets = Aan of einde vakantie).

Gewenste waarde van de legionellafunctie Hoe hoger het temperatuurniveau van de opslag is, hoe korter wordt de duur op dit niveau. Duur legionellafunctie Aan de vereiste gewenste waarde van de legionellafunctie moet gedurende de ingestelde duur ononderbroken worden voldaan. Stijgt de opslagtemperatuur (bij twee opnemers de koudste) boven de gewenste waarde van de legionella- functie min 1 K, is aan de gewenste waarde van de legionellafunctie voldaan en vermindert de timerduur. Zakt de opslagtemperatuur voor het einde van de duur met meer dan het (schakelverschil plus 2 K) onder de gewenste waarde van de legionella- functie, moet opnieuw aan die duur worden voldaan. Is er geen duur ingesteld, dan is aan de legionellafunctie direct bij het bereiken van gewenste waarde van de legionellafunctie voldaan.

Legionellafunctie circulatiepomp De tapwatercirculatiepomp kan gedurende de verminderende beschermende functie van de legionella worden ingeschakeld. Bij ingeschakelde functie wordt de circulatiepomp gedurende de legionellafunctie bijgeschakeld, zodra de opslagtemperatuur (bij twee opnemers de koudste) boven de gewenste waarde van de legionella- functie min 1 K ligt. Deze loopt gedurende de ingestelde duur. Zakt de opslagtemperatuur met meer dan het tapwaterschakelverschil plus 2 K onder de gewenste waarde van de vereiste legionellafunctie wordt de circulatiepomp vroegtijdig uitge- schakeld. Gedurende de verminderende legionellafunctie bestaat verbrandings- gevaar op de tapplaatsen!! 53Menu: Tapwater Circulatiepomp Voor de aansturing van de pomp wordt een multifunctioneel relais gebruikt. Dit moet eveneens worden gepara- metreerd. Circulatiepomp vrijgave De circulatiepomp wordt binnen de vrijgavetijd (zie hieronder) inge- schakeld, wanneer de tapwater- functiewijze Aan is en tenminste een aangesloten verwarmingsfunctie niet in de vakantiefunctie staat. Is de tapwaterfunctiewijze Uit of zijn alle aangesloten verwarmingsgroepen in de vakantiestand, blijft de circulatie- pomp onafhankelijk van de vrijgave- parametrering uitgeschakeld. De circulatiepompvrijgave kan op verschillende manieren plaatsvinden: Tijdprogramma 3/VGP De circulatiepomp wordt conform tijdschakelprogramma 3 / verwarmings- groeppomp vrijgegeven. Tapwater vrijgave Bij deze parametrering is de circulatiepomp vrijgegeven, wanneer ook de tapwaterbereiding is vrijgegeven. Tijdprogramma 4/Tapw De circulatiepomp wordt conform tijdschakelprogramma 4 / tapwater vrijgegeven. Tijdprogramma 5 De circulatiepomp wordt conform tijdschakelprogramma 5 vrijgegeven. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 1660 Circulatiepomp vrijgave Tijdprogramma Tijdprogramma Tijdprogramma Zie handleiding ketel 1661 Circulatiepomp cyclus Uit 1663 Gewenste waarde van de circulatie van het tapwater

Circulatiepomp cyclus Is de functie ingeschakeld dan wordt de circulatiepomp binnen de vrijgavetijd telkens vast voor 10 minuten ingeschakeld en voor 20 minuten weer uitgeschakeld. Gewenste waarde van de circulatie van het tapwater Wordt een opnemer in de tapwater- verdeelleiding geplaatst, controleert de regelaar de beginwaarde ervan gedurende de legionellafunctie. De ingestelde gewenste waarde moet bij de opnemer gedurende de inge- stelde duur worden vastgehouden. De instelling van de gewenste circulatiewaarde wordt naar boven bij de gewenste nominale waarde begrensd. Afstandsbesturing Bedrijfswijze-omschakeling Bij externe omschakeling via de ingangen Hx is selecteerbaar in welke bedrijfswijze wordt omgeschakeld. Geen De functie is uitgeschakeld. Er vindt geen bedrijfswijze-omschakeling plaats. Uit Er wordt naar de bedrijfswijze Uit omgeschakeld. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 1680 Bedrijfswijze omschakeling Geen

Zie handleiding ketel Aan Er wordt naar de bedrijfswijze Aan omgeschakeld.Menu: gebruikercircuits

Gebruikercircuits Gewenste aanvoerwaarde Hier vindt de instelling van de gewenste aanvoerwaarde plaats, die bij actieve opvraag van het gebruikercircuit effectief wordt. Tapw-laadvoorrang Met de instelling kan de aangesloten gebruikercircuitpomp van de invloed van de tapwater-laadprioriteit uit- resp. aangesloten worden. Zo kan bijv. bij een ontluchtingstoepassing of dergelijke, een constante warmteafgifte zonder invloed van de tapwater- laadprioriteit worden gegarandeerd. Afname te hoge temperatuur Wordt een te hoge temperatuurafleiding geactiveerd, kan de overbodige energie door een warmte-afname van de gebruikercircuits worden afgevoerd. Dit kan voor elk gebruikercircuit afzonderlijk worden ingesteld. Uit De functie is uitgeschakeld. Aan De functie is ingeschakeld. Met opslagtank Is een opslagtank aanwezig, moet worden ingevoerd, of het gebruiker- circuit uit de pompopslag warmte kan betrekken. Die opslagtanktemperatuur wordt bij het gebruik van alternatieve warmtebronnen als regelcriterium voor de vrijgave van extra energiebronnen gebruikt. Uit De functie is uitgeschakeld. Aan De functie is ingeschakeld. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- instelling VK1 VK2 VK3 1859 1909 1959 Gewenste aanvoerwaarde Zie handleiding ketel 1874 1924 1974 Tapw-laadvoorrang Nee

1875 1925 1975 Afname te hoge temperatuur Nee

1880 1930 1980 Met voorregelaar / circulatiepomp Nee

Met voorregelaar/circulatiepomp Er wordt ingesteld of het gebruiker- circuit vanaf de voorregelaar resp. met de circulatiepomp (installatie- afhankelijk) moet worden gevoed. Uit De functie is uitgeschakeld. Aan De functie is ingeschakeld.Menu: Zwembad

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 2055 Gewenste waarde zonneverwarming Zie handleiding ketel 2056 Gewenste waarde bronverwarming Bij geactiveerde zwembadregeling kunnen de gewenste waarden voor de verwarming met zonne-energie of voor de verwarming met conventionele bronnen worden ingesteld. Gewenste waarde voor zonne- verwarming Het zwembad wordt bij het gebruik van zonne-energie tot aan deze ingestelde gewenste waarde geladen. De collectoroververhittings- beschermingsfunctie kan echter de collectorpomp weer in gebruik nemen, tot de maximale zwembadtemperatuur (30°C) wordt bereikt. Gewenste waarde voor bron- verwarming Het zwembad wordt bij gebruik van bronverwarming tot aan deze ingestelde gewenste waarde geladen.

Laadvoorrang zonne-energie

Zwembadtemperatuur maximum Bereikt de zwembadtemperatuur de hier ingesteld temperatuurgrens, wordt de collectorpomp uitgeschakeld. Deze wordt weer vrijgegeven, wanneer de zwembadtemperatuur 1 °C onder de maximale temperatuurgrens is gezonken. Met zonne-integratie Hier wordt ingesteld of het zwembad door zonne-energie kan worden geladen. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 2065 Laadprioriteit Zonne-energie Prioriteit 1 Prioriteit 2 Prioriteit 3 Zie handleiding ketel Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 2070 Zwembadtemperatuur maximum Zie handleiding ketel 2080 Met zonne-integratie Nee JaVoorregelaar/ circulatiepomp Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 2110 Gewenste waarde aanvoer minimum Zie handleiding ketel 2111 Gewenste waarde aanvoer maximum Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling

Circulatiepomp bij bronblokkering Uit Aan Zie handleiding ketel

Circulatiepomp bij bronblokkering Met deze parameter kan worden ingesteld, of bij actieve bronblokkering de circulatiepomp eveneens wordt geblokkeerd of niet. Uit Circulatiepomp wordt niet geblokkeerd. Aan Bij actieve bronblokkering wordt de circulatiepomp eveneens geblokkeerd. Begrenzingen m.b.t. de gewenste aanvoerwaarde Gewenste aanvoerwaarde Minimum/Maximum Met deze begrenzingen kan een bereik voor de gewenste aanvoerwaarde bij het verwarmen worden gedefinieerd. TVw actuele gewenste waarde aanvoer Tvmax gewenste waarde aanvoer maximum Tvmin gewenste waarde minimumVoorregelaar/ circulatiepomp Mengerregeling Mengklepverhoging Voor de bijmenging moet de begin- waarde van de aanvoertemperatuur hoger zijn dan de gewenste waarde van de aanvoertemperatuur van de menger, omdat die anders niet kan worden bijgeregeld. De regelaar zorgt dat uit de hier ingestelde verhoging en de momenteel actuele gewenste waarde van de aanvoertemperatuur de gewenste waarde van de keteltemperatuur ontstaat. Aandrijftype De instelling van het aandrijftype verandert de regelverhouding van de gebruikte mengeraandrijving. 2-punts De regelaar stuurt de aandrijving met slechts één relaisuitgang aan. Bij een signaal aan de uitgang opent de aangestuurde klep. Ontbreekt het signaal sluit de klep zelfstandig (thermisch of mechanisch). Is de aanvoertemperatuur meer dan het halve schakelverschil onder de gewenste waarde, wordt de relais- menger OPEN actief en blijft tot de aanvoertemperatuur die met het halve schakelverschil boven de gewenste waarde ligt ingeschakeld. 3-punts De regelaar stuurt de aandrijving met twee relaisuitgangen aan. Voor het openen en sluiten van de aangestuurde klep wordt telkens één uitgang gebruikt. Is geen relais actief, blijft de aandrijving staan. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 2150 Voorregelaar/circulatiepomp Voor buffertank Na buffertank Zie handleiding ketel Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 2130 Mengklepverhoging Zie handleiding ketel 2132 Aandrijvingsregeling 2-punts 3-punts 2133 Schakelverschil 2-punts 2134 Aandrijving looptijd voorregelaar 2135 P-band Xp voorregelaar 2136 Integratietijd Tn voorregelaar

De regeling is met een PID-regelaar gerealiseerd, waarbij XP en TN parametreerbaar zijn. Eveneens is de aandrijvingslooptijd instelbaar. De neutrale zone van de regelaar bedraagt ±1 K. Voor moeilijke regel- trajecten kunnen de regelparameters worden aangepast. Schakelverschil 2-punts Voor de 2-puntsaandrijving moet het schakelverschil 2-punts eveneens worden aangepast. Bij 3-puntsaandrijving is dit niet noodzakelijk. Aandrijving looptijd voorregelaar Instelling van de max. looptijd van de mengermotor. P-band Xp voorregelaar Door de instelling van de proportionele band wordt de regelverhouding van de mengeraandrijving aan de verhouding van de installatie (regeltraject) aangepast. Xp beïnvloedt de P-verhouding van de regelaar. Integratietijd Tn voorregelaar Door de instelling van de integratietijd wordt de regelverhouding van de mengeraandrijver aan de verhouding van de installatie (regeltraject) aangepast. Tn beïnvloedt de I- verhouding van de regelaar. Voorregelaar/circulatiepomp Krijgt de installatie een opslagtank, dan moet hier worden ingesteld of de voorregelaar resp. de circulatiepomp hydraulisch voor of na de opslagtank is aangebracht.Menu: ketel

Gewenste waarde minimum Zie handleiding ketel

Gewenste waarde maximum

Gewenste waarde handfunctie De keteltemperatuurmaximaalbe- grenzing is bij normaal bedrijf de bovenste grenswaarde voor de geregelde gewenste ketelwaarde en gewenste waarde voor de elektronische temperatuurbewaking (TR). Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling

P-band Xp verwarmingsgroepen Zie handleiding ketel

Integratietijd Tn verwarmen

Differentiatietijd Tv verwarmen

Integratietijd Tn tapwater

Differentiatietijd Tv tapwater PID temperatuurregeling P-band Xp De P-band Xp definieert de versterking van de regelaar. Een kleine Xp-waarde leidt tot een hogere aansturing van de branderventilator bij gelijke regel- differentiatie. ΔT = (T gewenst min T begin). Integratietijd Tn De integratietijd Tn bepaalt de snelheid van de regelaar bij het aanpassen van blijvende regelverschillen. Een kortere integratietijd Tn zorgt voor een snellere aanpassing. Differentiatietijd Tv De differentiatietijd Tv bepaalt hoe lang een spontane wijziging van het regelverschil nawerkt. Een korte tijd beïnvloedt de actieve grootheid maar kort. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 2241 Branderlooptijd minimum Zie handleiding ketel 2243 Minimale uittijd brander 2245 SD uittijd brander Ketel-/branderregeling Branderlooptijd minimum Een parametreerbare periode na ingebruikneming van de brander, waarin het uitschakelverschil met 50% wordt verhoogd. Deze optie wordt alleen maar gebruikt, wanneer geen dynamisch schakel- verschillen zijn geparametreerd. Minimale pauzetijd van de brander Na het uitschakelen van de brander wordt voor deze tijd het opnieuw inschakelen verhinderd. Bij kortere tijden pulst het apparaat vaker, bij langere tijden minder vaak. SD Branderpauze Wordt het schakelverschil brander- pauze overschreden, wordt de minimale pauzetijd afgebroken. Gewenste waarde handfunctie Gewenste keteltemperatuur die gedurende de actieve handfunctie wordt geregeld. Gewenste waarde ketel De geregelde gewenste waarde van de keteltemperatuur kan met de gewenste minimumwaarde en maximum worden begrensd. Deze begrenzingen vormen een beschermende functie voor de ketel. Keteltemperatuur-minimumbegrenzing is bij normale functie al naar gelang de ketelfunctie de onderste grens voor de geregelde gewenste waarde van de ketel. De maximale is bij normale functie de bovenste grenswaarde voor de geregelde gewenste ketelwaarde.Menu: ketel

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 2250 Pompnalooptijd Zie handleiding ketel 2253 Pompnalooptijd volgens Tapw Oververhittingsbescherming Pompnadraaitijd Pompnadraaitijd na verwarmingsbedrijf en externe eisen. Pompnadraaitijd volgens Tapw Pompnadraaitijd volgens tapwater- bedrijf. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 2270 Retourtemperatuurbegrenzing Zie handleiding ketel Retourtemperatuurbegrenzing De fabrieksinstelling mag niet worden veranderd. Verwarmings- en tapwaterbedrijf Alle vragen om warmte en tapwater worden geblokkeerd. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 2301 Ketelpomp bij opwekkingsblokkade Uit Aan Zie handleiding ketel 2305 Werking opwekkingsblokkade Alleen verwarmingsbedrijf Verwarmings- en tapwaterbedrijf Ketelpomp Ketelpomp bij opwekkingsblokkade Met deze parameter kan ingesteld worden, of de opwekkingsblokkade ook invloed moet hebben op de ketelpomp. Uit Ketelpomp wordt bij actieve opwekkingsblokkade eveneens geblokkeerd. Aan Ketelpomp wordt bij opwekkings- blokkade niet geblokkeerd. Werking opwekkingsblokkade Met deze parameter kan worden ingesteld of de opwekkingsblokkade alleen voor de warmte- of ook voor de tapwatervraag moet functioneren. Alleen verwarmingsbedrijf Alleen de vraag om warmte wordt geblokkeerd. Aan de vraag om tapwater wordt verder voldaan.Menu: ketel

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 2316 Temperatuurslag Max Zie handleiding ketel 2317 Nominale temperatuurschommeling Controle van schommelingen Temperatuurslag maximum De functie maximale ketelslag controleert de toerentalregeling van de ketelpomp. Bereikt de actuele schommeling de geparametreerde waarde, dan wordt het toerental van de ketelpomp niet verder gereduceerd. Wordt de vereiste schommeling overschreden, dan wordt het toerental verhoogd. De functie kan met de instelling − − − worden uitgeschakeld. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 2320 Ketelpompmodulatie Geen Behoefte Gewenste ketelwaarde Temperatuurslag Nominaal brandervermogen Zie handleiding ketel 2321 Aanlooptoerental ketelpomp 2322 Pomptoerental minimum ketel 2323 Pomptoerental maximum ketel 2324 Toerental P-band Xp ketel 2325 Toerental integratietijd ketel 2326 Toerental differentiatietijd ketel 2329 Gewenste pompreductiewaarde 2330 Nominaal vermogen 2331 Vermogen basistrap 2334 Vermogen bij minimum pomptoerental 2335 Vermogen bij maximum pomptoerental Toerentalsturing Ketelpompmodulatie Voor de modulerende ketelpomp kunnen meer functies worden gekozen. Geen De functie is uitgeschakeld. Behoefte Deze functie niet gebruiken. Gewenste ketelwaarde Deze functie niet gebruiken. Nominale temperatuurschommeling De Boiler Management Unit regelt constant het ketelvermogen op de gewenste waarde van de ketel. De regeling van het pomptoerental regelt het toerental van de ketelpomp zo, dat de geparametreerde nominale schommeling tussen ketelretourloop en ketelaanvoer wordt aangehouden. Is de eigenlijke schommeling groter dan de nominale schommeling, dan wordt het pomptoerental verhoogd, anders wordt het pomptoerental gereduceerd. Het pomptoerental wordt door het geparametreerde toerental- minimum en het geparametreerde toerentalmaximum begrensd. Brandervermogen Deze functie kan zowel bij installaties die één ketel hebben als ook cascade met of zonder hydraulische verdeler worden gebruikt. Wordt de brander met klein vermogen gebruikt, dan moet ook de ketelpomp op laag toerental lopen. Het toerental van de ketelpomp wordt aan de hand van het actuele ketel- vermogen berekend. Tot aan een parametreerbaar ketelvermogen (bedieningsregel 2334) wordt de ketelpomp op het minimale toerental gebruikt. Vanaf een parametreerbaar ketelvermogen (bedieningsregel 2335) wordt de ketelpomp op maximaal toerental gebruikt. Tussen het minimale vermogen en het maximale vermogen wordt het pomptoerental constant verhoogd. Aanlooptoerental ketelpomp Bij warmtevraag begint de pomp met het geparametreerde aanlooptoerental te lopen. Na modulatievrijgave wordt de pomp naar de ingestelde functie gestuurd. Pomptoerental minimum ketel Minimum toerental van de ketelpomp. Pomptoerental maximum ketel Maximum toerental van de ketelpomp. Nominale temperatuurschommeling Samen met een modulerende verwarmingsgroeppomp wordt op de ketel een nominale slag aangehouden, zolang de verwarmingsgroeppomp niet op het maximaal aantal toegestane toeren wordt aangestuurd. Toerental P-band Xp ketel Toerental integratietijd ketel Toerental differentiatietijd ketel PID-instellingen voor de instelling van de keteigewenste waarde op regelnummer 2320. Gewenste pompreductiewaarde Instelling van de gewenste waarde- reductie voor de toerentalregeling van de ketelpomp. De gewenste waardereductie werkt nu samen met de instelling ketelgewenste waarde op regelnummer 2320. Nominaal vermogen Vermogen belastingtrap Deze instellingen zijn bij het in cascade plaatsen van ketels met verschillende vermogens nodig.Menu: ketel

Vermogen bij minimum toerental van de pomp Vermogen bij maximum toerental van de pomp Is in regel 2320 de optie branderver- mogen geselecteerd, wordt de ketelpomp tot aan de in regel 2334 ingestelde brandervermogen op minimum pomptoerental gebruikt, vanaf het in regel 2335 ingesteld brandervermogen op maximum pomptoerental. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 2441 Max toerental ventilator bij verwarming Zie handleiding ketel 2442 Max toerental ventilator bij doorlading 2444 Max toerental ventilator bij tapwaterfunctie 2445 Uitschakeling ventilator bij verwarming Uit Aan 2446 Ventilatoruitschakelvertraging 2450 Regelaarvertraging Uit Alleen verwarmingsfunctie Alleen tapwaterfunctie Verwarmingsfunctie en tapwaterfunctie 2452 Regelaarvertraging toerental 2453 Regelaarvertraging duur 2470 Vertr. wrmtvrg spec. bedr. Ventilator Max toerental bij verwarming Begrenzing bij maximum toerental bij verwarming. Max toerental ventilator bij doorlading Begrenzing van het maximum vermogen bij doorlading. Max toerental ventilator bij tapwaterfunctie Begrenzing van het maxium vermogen bij tapwaterfunctie. Instelling op "- - -" zorgt voor maximum vermogen. Uitschakeling ventilator bij verwarming Deze functie dient voor het uit- schakelen van de voedingsspanning voor de ventilator. De voedingsspanning voor de ventilator wordt vrijgegeven, zodra de ventilator- PWM-aansturing actief is, resp. zodra er een tapwateropvraag is. De uitschakeling vindt later plaats dan de uitschakeling van de PWM- aansturing resp. bij het weg- vallen van de tapwateropvraag. De duur van de uitschakelvertraging kan met de parameterventilatoruit- schakelvertraging worden ingesteld. Gedurende een tapwateropvraag blijft de voeding voor de ventilator ook dan aanwezig, wanneer de PWM-aan- sturing niet actief is. Uit De functie is uitgeschakeld. Aan De functie is ingeschakeld. Ventilatoruitschakelvertraging Instelling van de vertragingstijd voor de functie ventilatoruitschakeling. Regelaarvertraging Bij welke bedrijfswijze is de regelaar- vertraging actief. Regelaarvertraging toerental Toerental, dat gedurende de regelaarvertraging wordt aangegeven. Regelaarvertraging duur Duur van de regelaarvertraging. De tijdsduur start, zodra na de ont- steking een positieve vlamherkenning plaatsvindt. Ligt het brandervermogen tussen deze beide waarden, dan kan door lineaire omrekening het pomptoerental worden bepaald.Menu: ketel

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 2630 Automatische ontluchtingsfunctie Uit Aan Zie handleiding ketel 2655 Inschakelduur ontluchting 2656 Uitschakelduur ontluchting 2657 Aantal herhalingen 2662 Ontluchtingsduur verwarmingsgroep 2663 Ontluchtingsduur tapwater Ontluchting De functie moet ervoor zorgen, eventueel aanwezig lucht uit het verwarmings-/tapwatersysteem via de in de ketel geïnstalleerde automatische ontluchter te verwijderen. Daarvoor worden de pompen in het systeem na een bepaalde reeks aan- en uitgeschakeld. De ontluchtingsfunctie verloopt in 4 fasen. De fasen onderscheiden zich na verwarmingsgroepontluchting en ook tapwatercirculatie-ontluchting en ook gefaseerde aansturing van de pompen en ook statische aansturing van de pomp voor de gehele fase. Zijn de geselecteerde fasen van de ontluchtingsfunctie afgelopen, wordt de functie automatisch beëindigd. Wanneer de functie wordt gestart, gaat de branderautomaat in standbystand, d.w.z. de brander is gedurende de gehele ontluchtingsfunctie UIT. Automatische ontluchtingsfunctie De ontluchting verloopt automatisch. Uit De functie is uitgeschakeld. Aan De functie is ingeschakeld. Inschakelduur ontluchting Inschakeltijd van de ketel- / ver- warmingsgroeppompen in fase 2 en fase 4 van de ontluchtingsfunctie. Uitschakelduur ontluchting Uitschakeltijd van de ketel- / ver- warmingsgroeppompen in fase 2 en fase 4 van de ontluchtingsfunctie. Aantal herhalingen Aantal herhalingen van pomp- schakelcycli in fase 2 en fase 4 van de ontluchtingsfunctie. Ontluchtingsduur verwarmingsgroep Duur van de ontluchting met constante aansturing van de ketel- / ver- warmingsgroeppompen in fase 1 van de ontluchtingsfunctie. Ontluchtingsduur tapwater Duur van de ontluchting met constante aansturing van de ketel- /tapwaterpomp in fase 3 van de ontluchtingsfunctie.Menu: Cascade

Vrijgave integrale opwekkervolgorde Wanneer met de momenteel in bedrijf zijnde warmteopwekkers de vereiste energiebehoefte met de hier ingestelde vrijgave integraal niet wordt gehaald, wordt er nog een ketel bijgeschakeld. Verhogen van de waarde: extra warmte- opwekkers worden minder snel bijgeschakeld. Verlagen van de waarde: extra warmteopwekkers worden sneller bijgeschakeld.

Reset integrale opwekkervolgorde Wanneer met de momenteel extra warmteopwekkers de vereiste energiebehoefte met de hier ingestelde retourintegraal wordt overschreden, schakelt de warmteopwekker met de hoogte prioriteit af. Verhogen van de waarde Warmteopwekkers (bij warmte- overschotten) blijven langer bijgeschakeld. Verlagen van de waarde Warmteopwekkers worden sneller uitgeschakeld. Herstartvergrendeling De herstartvergrendeling verhindert het opnieuw bijschakelen van een uitgeschakelde warmteopwekker. Pas na afloop van de ingestelde tijdsduur wordt weer vrijgegeven. Bijschakelvertraging Door de juiste instelling van de bijschakelvertraging wordt ervoor gezorgd, dat de installatie in een stabiele bedrijfstoestand is. Daardoor kan een te vaak aan- en uitschakelen van de ketels (schakelen) worden vermeden. Door de juiste instelling van de bijschakelvertraging wordt gegarandeerd dat de installatie in een stabiele bedrijfstoestand is. Daardoor kan een te vaak bij- en uitschakelen van de ketel (schakelen) worden vermeden. Bij Tapw opvraag is de vertragingstijd vast 1 min. Verplichte tijd belastingfase Elke ketel wordt bij bijschakeling voor de hier ingestelde tijd op de basistrap gebruikt. Pas na afloop van deze tijd wordt de volgende trap vrijgegeven. In het algemeen geldt: De cascadefunctie en het cascade- menu zijn pas actief, wanneer het LPB apparaatadres 1 (bedieningsregel 6600) is ingesteld en er zich nog een LMS-verwarmingsregelaar aan de LPB-bus bevindt. Cascadeleidingstrategie Rekening houdend met de aangegeven belastingsband worden de opwekkers conform de ingestelde leidingstrategie aan- en uitgeschakeld. Om de werking van de belastingsband uit te schakelen, moeten de grenswaarden op 0 % en 100 % en de leidingstrategie op laat aan, laat uit worden ingesteld. Laat aan, vroeg uit Extra ketels worden zo laat mogelijk ingeschakeld (belastingband max.) en zo vroeg mogelijk weer uitgeschakeld. (belastingband max). D.w.z. zo mogelijk weinig ketels in bedrijf, resp. korte looptijden voor extra ketels. Laat aan, laat uit Extra ketels worden zo laat mogelijk ingeschakeld (belastingband max.) en zo laat mogelijk weer uitgeschakeld. (belastingband max). D.w.z. zo mogelijk weinig in- en uitschakelingen voor de ketels. Vroeg aan, laat uit Extra ketels worden zo vroeg mogelijk ingeschakeld (belastingsband min.) en zo laat mogelijk weer uitgeschakeld (belastingband min.). D.w.z. zo veel mogelijk ketels in bedrijf, resp. zo mogelijk lange looptijden van extra ketels.

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 3510 Cascadeleidingstrategie Laat aan, vroeg uit Laat aan, vroeg uit Vroeg aan, laat uit Zie handleiding ketel 3511 Minimum belastingsband 3512 Maximum belastingsband Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 3530 Vrijgave integrale opwekkervolgorde Zie handleiding ketel 3531 Reset integrale opwekkervolgorde 3532 Herstartvergrendeling 3533 Bijschakelvertraging 3534 Verplichte tijd belastingfaseMenu: Cascade

Auto opwekkervolgorde Omschakeling Met de opwekkervolgorde om- schakeling kan de belasting van de ketels in een cascade worden beïnvloed, doordat men de volgorde van de leidende en volgende ketels definieert. Vaste volgorde Met de instelling „- - -“ is er een vaste volgorde. De leidende ketel kan daarbij met bedieningsregel 3544 worden geselecteerd, de resterende ketels worden in de volgorde van de LPB apparaatadressen in- en uitgeschakeld. Volgorde volgens vermogen per uur Na afloop van de ingestelde uren vindt een wijziging van de ketelvolgorde in de cascade plaats. De ketel met het volgende hogere adres neemt telkens de functie van de leidende ketel over. Auto opwekkervolgorde Buitensluiting Met de opwekkeruitsluiting kan de eerste en/of laatste ketel uit de automatische omschakeling worden verwijderd. Geen Geen buitensluiting. Eerste: De eerste ketel in de adressering blijft altijd leidende ketel. Bij de overige ketels wordt na afloop van het inge- stelde aantal uren (bedieningsregel 3540) de uitschakelvolgorde omgeschakeld. Laatste De in de adressering laatste ketel blijft altijd de laatste ketel. De overige ketels worden na verloop van het ingestelde aantal uren (bedieningsregel 3540) omgezet. Eerste en laatste De in de adressering eerste ketel blijft altijd leidende ketel. De in de adressering laatste ketel blijft altijd de laatste ketel. De tussenliggende ketels worden na afloop van het ingestelde aantal uren (bedieningsregel 3540) omgeschakeld. Leidende opwekker De instelling van de leidende opwekker wordt slechts samen met de vaste volgorde van de opwekkervolgorde (bedieningsregel 3540) gebruikt. De als leidende ketel gedefinieerde ketel wordt steeds als eerste in bedrijf genomen, en als laatste weer uitgeschakeld. De overige ketels worden in volgorde van het apparaatadres aan- en uitgeschakeld. Gewenste retourwaarde minimum Blijft de retourtemperatuur onder de ingestelde gewenste retourwaarde wordt de retourhoogschakeling actief.

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 3540 Auto opwekkervolgorde omschakeling Zie handleiding ketel 3541 Auto opwekkervolgorde buitensluiting Geen Eerste Laatste Eerste en laatste 3544 Leidende opwekker opwekker 1 ... opwekker 16 3560 Gewenste retourloopwaarde MinimumMenu: zonne-energie

OFF 2358Z12 Tkol Collectortemperatuur On/Off Collectorpomp SdAan Tempverschil AAN SdUit Temp’verschil UIT TSp Temperatuur van de opslag, buffer, of zwembad. In het algemeen geldt: De zonnefunctie en het zonnemenu zijn pas actief, wanneer in het menu configuratie een multifunctionele uitgang 5891, 6030-6038 aan de zonnefunctie werd toegewezen en de betreffende multifunctionele opnemers 5930, 5931, 6040-6045 geactiveerd zijn. Zonne-energie Laadregelaars (dT) Voor de lading van de tapwateropslag, de opslagtank en het zwembad via de warmtewisselaar is er een voldoende groot temperatuurverschil nodig tussen collector en opslag en de minimum laadtemperatuur moet bereikt zijn.Menu: zonne-energie

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 3822 Laadprioriteitopslag Geen Tapwateropslag Opslagtank Zie handleiding ketel Voorrang Is de voorrangschakeling voor het zwembad geactiveerd (bedieningsregel 2065), wordt het zwembad nog voor de tanks geladen. Laadvoorrang opslag Zijn een aantal wisselaars in één installatie aanwezig, kan voor de betreffende tanks een voorrang bepaald worden, die de laadvolgorde definieert. Geen Elke opslag wordt afwisselend voor een temperatuurverhoging van 5 °C geladen, tot elke gewenste waarde in één niveau A, B of C is bereikt. Pas wanneer alle gewenste waarden zijn bereikt, worden die van telkens het volgende niveau aangevoerd. Tapwateropslag Aan de tapwateropslag wordt gedurende de zonnelading voorrang verleend. Hij wordt in elke niveau A, B of C met voorrang geladen. Pas daarna worden ernaast staande verbruikers op hetzelfde niveau geladen.

Laadtijd relatieve voorrang Voor zover de opslag met prioriteit overeenkomstig de laadregeling niet kan worden geladen, wordt gedurende de ingestelde tijd voorrang aan de volgende opslag of het zwembad verleend. Zodra de opslag met prioriteit weer klaar is om geladen te worden, wordt de "voorrang" direct afgebroken. Is de parameter uitgeschakeld (---) wordt in principe conform de instellingen "laadvoorrang opslag" voorrang verleend. Wachttijd relatieve voorrang Gedurende de ingestelde tijd wordt het verlenen van voorrang vertraagd. Daardoor wordt een te vaak ingrijpen van de relatieve voorrang veroorzaakt. Niveau Tapwateropslag Opslagtank A 1610 Gewenste nominale waarde Gewenste bufferwaarde (slaafaanwijzer) B 5050 Laad- temperatuur Maximum 4750 Laad- temperatuur maximum C 80°C 90°C Zwembad (1) 2055 Gewenste waarde zonne- verwarming 2055 Gewenste waarde zonne- verwarming 2070 Zwembad- temp maximum Gewenste opslagwaarden Wachttijd parallelfunctie Bij voldoende vermogen van de zon is bij gebruik van zonlaadpompen een parallelle functie mogelijk. Daarbij kan voor de actueel te laden opslag elke uit het voorrangmodel als volgende geplande opslag parallel worden meegeladen. De parallelfunctie kan door een wachttijd worden vertraagd. Zo kan het extra bijschakelen van de opslag bij parallel bedrijf worden gefaseerd. Door de instelling (---) wordt de parallelfunctie uitgeschakeld. (1) Bij ingeschakelde zwembadregelaar wordt de lading ervan voor de tanks gezet. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 3825 Laadtijd relatieve voorrang Zie handleiding ketel 3826 Wachttijd relatieve voorrang 3827 Wachttijd parallelfunctie 3828 Vertraging secundaire pomp Opslagtank Aan de opslagtank wordt gedurende de zonnelading prioriteit verleend. Hij wordt in elk niveau A, B of C met voorrang geladen. Pas daarna worden ernaast staande verbruikers op hetzelfde niveau geladen. Vertraging secundaire pomp Bij zonnesystemen met een warmte- wisselaar en de tanks, kan de secundaire pomp van de externe warmtewisselaar vertraging ondervinden.Menu: zonne-energie

Collectorvorstbescherming Bij vorstgevaar bij de collector wordt de collectorpomp in bedrijf genomen, om het invriezen van de warmtedrager tegen te gaan. Zakt de collectortemperatuur onder de vorstbeschermings- temperatuur schakelt de collectorpomp in: TCol < TColvorst. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 3840 Collector vorstbescherming Zie handleiding ketel Startfunctie Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 3830 Collectorstartfunctie Zie handleiding ketel 3831 Minimumlooptijd collectorpomp 3834 Collectorstartfunctie Gradiënt Collectorstartfunctie Wanneer de temperatuur bij de collector (vooral bij vacuümbuizen) bij uitgeschakelde pomp niet correct kan worden bemeten, kan de pomp van tijd tot tijd worden ingeschakeld. Minimumlooptijd collectorpomp De functie schakelt de collectorpomp periodiek voor tenminste de gepara- metereerde minimum looptijd in. Collectorstartfunctie gradiënt Zodra bij de collectoropnemer de temperatuurverhoging per minuut de ingestelde waarde overschrijdt wordt de collectorpomp ingeschakeld. Collectoroververhittings- bescherming Bestaat bij de collector het gevaar van een oververhitting, wordt de lading van de opslag verder geleid, om zo de overbodige warmte af te voeren. Zijn de betreffende opslag- veiligheidstemperaturen bereikt, wordt de lading afgebroken. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 3850 Collectoroververhittings- bescherming Zie handleiding ketel 2358Z14 Tkol TSp TKolUeTSpMax 1°C 1°C

Off TSpSi Opslagveiligheidstemperatuur TSp Opslagtemperatuur TKolUe Oververhittingsbeschermingstemperatuur collector Tspmax Max. laadtemperatuur(gewenste nominale waarde tapwater) Tkol Collectortemperatuur On/Off Collectorpomp T Temperatuur t Tijd Stijgt de collectortemperatuur met 1°K boven de vorstbe- schermingstemperatuur wordt de collectorpomp weer uitgeschakeld: TCol > TColvorst + 1.Menu: zonne-energie

Medium verdampingstemperatuur Bij verdampingsgevaar van het warmtedragermedium vanwege een hoge collectortemperatuur, wordt de collectorpomp uitgeschakeld, om het "warmlopen" ervan te vermijden. Dit is een pompbeschermingsfunctie. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 3860 Verdamping warmtedrager Zie handleiding ketel Toerentalgestuurde pomp Is de betreffende collectorpomp aan de elektronische multifunctionele uitgang QX3 aangesloten, kan het toegestane toerentalgebied van de pomp worden beperkt. Pomptoerental minimum Begrenzing van het minimum pomptoerental Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 3870 Pomptoerental minimum Zie handleiding ketel 3871 Pomptoerental minimum Pomptoerental maximum Begrenzing van het maximum pomptoerental. Opbrengstmeting Dag- en totaalopbrengst van de zonne- energie (bedieningsregel 8526, 8527) worden gebaseerd op deze grondbeginselen berekend. Vorstbeschermingsmiddel Omdat de mengverhouding van het collectormedium de warmteoverdracht beïnvloedt, moeten voor de opbrengst- meting het gebruik van her betreffende vorstbeschermingsmiddel en de concentratie ervan worden ingevoerd. Pompdoorstroming Moet overeenkomstig de ingebouwde pomp in l/h bepaald worden en dient voor de berekening van het ingebrachte volume Impulseenheid opbrengst Definieert de doorstroming per impuls voor de gekozen Hx-ingang. Daarvoor moet de gewenste Hx-ingang op impulstelling worden geconfigureerd. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 3880 Vorstbeschermingsmiddel Geen Ethyleenglycol Propyleenglycol Ethyleen- en propyleenglycol Zie handleiding ketel 3881 Vorstmiddel concentratie 3884 Pompdoorstroming 3887 ImpulseenheidopbrengstMenu: vaste stof ketel

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 4102 Blokkeert andere opwekkers Zie handleiding ketel Deze functie waarmee men voor- uitkijken kan, maakt het mogelijk dat de geblokkeerde opwekkers de nog nodige naloopbewegingen kunnen afsluiten voor de vaste stof ketelpomp inschakelt. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 4110 Gewenste waarde minimum Zie handleiding ketel 4130 Temperatuurverschil AAN 4131 Temperatuurverschil UIT 4133 Vergelijkingstemperatuur Tapwateropnemer B3 Tapwateropnemer B31 Opslagtankopnemer B4 Opslagtankopnemer B41 Gewenste aanvoerwaarde Gewenste minimumwaarde Gewenste waarden, temperatuur- verschil De ketelpomp wordt slechts in bedrijf genomen, wanneer de ketel- temperatuur bovendien nog voor het nodige temperatuurverschil ten opzichte van de vergelijkings- temperatuur een minimumniveau heeft bereikt. Boven deze minimumtemperatuur mag de ketel niet meer condenseren. Vergelijkingstemperatuur Al naar gelang hydraulische integratie wordt de vaste stof keteltemperatuur met bijv. de opslagtankopnemer B4 vergeleken. Delta T-regelaar Voor de ingebruikneming van de ketelpomp moet er een voldoende groot temperatuurverschil zijn tussen keteltemperatuur en vergelijkings- temperatuur. TKx Keteltemperatuur Bx Vergelijkingsbegintemperatuur On/Off Ketelpomp Blokkeert andere opwekkers Wordt de vaste stof ketel verwarmd, dan worden andere warmteopwekkers bijv. olie/gas ketel geblokkeerd. De blokkade vindt plaats, zodra een verhoging van de keteltemperatuur wordt geconstateerd, waardoor de vergelijkingstemperatuur kan worden overschreden.(regelnr. 4133). Algemeen geldt: De vaste stof ketel functie en het erbij behorende menu zijn pas actief, wanneer in het menu configuratie aan een multifunctionele uitgang 5891, 6030-6038 de vaste stof ketelfunctie werd toegewezen en de betreffende multifunctionele opnemers 5930, 5931, 6040-6045 geactiveerd worden. Overtemperatuurafvoer Bereikt die keteltemperatuur de inge- stelde maximumwaarde, dan wordt de vaste stof ketelpomp zolang ingeschakeld tot de keteltemperatuur weer 5K onder de ingestelde waarde is gezakt. Het te veel aan warmte wordt in de opslagtank of in de verwarmingsgroepen afgevoerd, waarbij de overtemperatuurafname in regelnummers 861,1161, 5085 is ingeschakeld. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 4141 Overtemperatuurafvoer Zie handleiding ketel 4170 Installatievorstbescherming voor vaste stof ketelpomp Sdon Temperatuurverschil AAN Sdoff Temperatuurverschil UIT Eveneens is het daardoor mogelijk, dat bij gemeenschappelijke schoor- steentrek gelijktijdig slechts één ketel i n bedrijf is. Installatievorstbescherming voor vaste stof ketelpomp Al naar gelang de actuele buiten- temperatuur schakelt de ketelpomp in, hoewel er geen warmte-opvraag bestaat. De vaste stof ketelvorst- bescherming functioneert alleen, wanneer de installatievorstbescherming in bedieningsregel 6120 is ingeschakeld.Menu: opslagtank

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 4720 Auto opwekkerblokkering Geen Met B4 Zie handleiding ketel 4721 Auto opwekkerblokkade SD 4722 Temp'verschil tank/ verwarmingsgroep Automatische opwekkingsblokkade Met de automatische opwekkings- blokkade wordt tijdelijk een hydraulische scheiding van warmte- opwekker en opslagtank bereikt. De warmte-opwekker wordt alleen in bedrijf genomen, wanneer de opslag- tank niet meer kan voorzien in de actuele behoefte aan warmte. Instelbaar is het schakelverschil tussen warmteopwekker en opslagtank en het minimum temperatuurverschil tussen opslagtank en verwarmingsgroep. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 4750 Laadtemperatuur maximum Zie handleiding ketel Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 4755 Herkoelingtemperatuur Zie handleiding ketel 4756 Herkoelingtemperatuur Tapw/VG's 4757 Herkoeling collector Uit Zomer Altijd Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 4783 Met zonnetoepassing Zie handleiding ketel Installatiehydrauliek Er wordt ingesteld of de opslagtank door zonne-energie moet worden gevoed. Alleen de tapwateropslag of de opslagtank kan van zonne-energie worden voorzien. Algemeen geldt: De opslagtankfunctie en het erbij behorende menu zijn pas actief, wanneer in het menu configuratie 5930, 5931, 6040-6045 de multi- functionele opnemer-ingangen met B4 en B41 werden geactiveerd. Bovendien moet in het menu LPB het apparaatadres op 1 worden gezet. Minimum opslagtemperatuur Is de bufferopslagtemperatuur B4 lager dan de ingestelde min. opslagtemperatuur worden de verwarmingsgroepen uitgeschakeld. Oververhittingsbescherming De opslagtank wordt door de zonne- energie tot aan de ingestelde laadtemperatuur maximum geladen. De collectoroververhittingsbescherming kan de collectorpomp weer in bedrijf nemen, tot de maximum opslag- temperatuur (vast op 90°C ingesteld) wordt bereikt. Herkoeling Tapw/VG’s Voor de herkoeling van de opslagtank staan twee functies ter beschikking. De herkoeling vindt plaats vanaf de max. opslagtemperatuur tot aan de Retourtemperatuur. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 4724 Min. opslagtemperatuur Zie handleiding ketel De overtollig energie van de opslagtank kan door een warmte- afname van de ruimteverwarming of van de Tapw-opslag worden ontladen. Dit kan voor elke groep apart worden ingesteld (bedieningsr. 861, 1161, 5085). Herkoeling collector. De overtollige energie kan bij koude collector via het collectoroppervlak aan de omgeving worden afgegeven.Menu: opslagtank

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 4790 Temp’verschil AAN retouromleiding Zie handleiding ketel 4791 Temp’verschil UIT retouromleiding Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 4796 Type retouromleiding Temperatuurverlaging Temperatuurverhoging Zie handleiding ketel Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 4800 Gewenste waarde van de deellading Zie handleiding ketel Bij overeenkomend temperatuurverschil tussen de gezamenlijke retouropnemer B73 en de selecteerbare vergelijkings- temperatuur, wordt de retour door de onderste opslagtank omgeleid. De functie kan of als retour- temperatuurverhoging of als retour- temperatuurverlaging worden gebruikt. Dit wordt in bedieningsregel 4796 gedefinieerd.

Temp’verschil AAN/UIT retour- omleiding Door het ingestelde temperatuur- verschil wordt het In-/ uitschakelpunt van de retouromleiding vastgelegd.

Vergelijkingstemperatuur retour- omleiding De selectie van de opslagtanktempera- tuuropnemer wordt met de retour- temperatuur vergeleken, om daarmee aan de hand van het ingestelde temperatuurverschil de retouromleiding te schakelen. Type retouromleiding De functie kan of als retour- temperatuurverhoging of als retour- temperatuurverlaging worden gebruikt.

Deellading gewenste waarde Door de hydraulische ontkoppeling van het onderste deel van de opslagtank wordt het verwarmbare opslagvolume gereduceerd. Het resterende bovenste opslagdeel wordt daardoor sneller geladen. Het onderste opslagdeel wordt pas verwarmd, wanneer het bovenste opslagdeel is geladen. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 4795 Vergelijkingstemperatuur retouromleiding Met

Zie handleiding ketel Temperatuurverlaging Indien de retourtemperatuur van de verbruikers hoger is dan de tempera- tuur bij de gekozen opnemer (bedieningsregel 4795), kan met de retour het onderste opslaggebied worden voorverwarmd. De retourtemperatuur zakt daardoor nog verder, wat bijv. bij een brand- waardeketel een hogere effectiviteit- graad tot gevolg heeft. Bovendien moet de instelling van de betreffende relaisuitgang als buffer retourklep Y15 in het menu configuratie (bedieningsregel 5891, 6030-6038) en de retouropnemer B73 aan BX (bedieningsregel 5930, 5931,6040-6045) worden verricht. Temperatuurverhoging Indien de retourtemperatuur van de verbruikers lager is dan de tempera- tuur bij de geselecteerde opnemer (bedieningsregel 4795), kan de retour door omleiden via het onderste opslagdeel worden voorverwarmd. Daarmee kan bijv. een retourloop- voorverwarming worden gerealiseerd.Menu: opslagtank

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 4810 Doorlading Uit Verwarmingsfunctie Altijd Zie handleiding ketel Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 4813 Doorlaadopnemer Met B4 Met B42/B41 Zie handleiding ketel Doorlading De functie bufferdoorlading maakt het mogelijk, dat vrijgegeven opwekkers ondanks automatische opwekkings- blokkade pas uitschakelen, wanneer de opslagtank is doorgeladen.

Doorlaadtemperatuur minimum De opslagtank wordt tenminste op de ingestelde waarde geladen.

Doorlaadopnemer Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 4811 Doorlaadtemperatuur minimum Zie handleiding ketel Uit De doorlaadfunctie is uitgeschakeld. Verwarmingsfunctie De doorlading wordt actief wanneer de automatische opwekkingsblokkade bij geldige warmtevraag vanwege de buffertemperatuur de opwekker blokkeert. Bereikt de opslagtank bij de voor de doorlaadfunctie geparametreerde opnemer de vereiste temperatuur, wordt de functie beëindigd. Altijd De doorlading wordt actief wanneer de automatische opwekkingsblokkade bij geldige warmtevraag vanwege de buffertemperatuur de opwekker blokkeert of de warmtevraag niet meer geldig is. Bereikt de opslagtank bij de voor de doorlaadfunctie gepara- metreerde opnemer de vereiste temperatuur, zal de functie beëindigd worden. Met B4 Voor de doorlaadfunctie wordt rekening gehouden met de opslagtankopnemer B4. Met B42/B41 Voor de doorlaadfunctie wordt rekening gehouden met de opslagtankopnemer B42, indien de opslagtankopnemer B41 niet aanwezig is.Menu: Tapwateropslag

Zie handleiding ketel 5020 Gewenste aanvoertemperatuur verhogingswaarde 5021 Transferverhoging 5022 Herlaadregeling

Lading De instelling laden eenmaal of meer keren per dag functioneert alleen, wanneer de tapwatervrijgave conform de tijdschakelprogramma's van de verwarmingsgroepen ingesteld is. Gewenste aanvoertemperatuur- verhogingswaarde De tapwatervraag van de ketel bestaat uit de actuele gewenste waarde van het tapwater plus de instelbare laadverhoging samen. Transferverhoging De overlaad maakt het mogelijk energie van de opslagtank in de tap- wateropslag te verschuiven. Daarvoor moet de actuele slag- temperatuur hoger zijn dan de actuele temperatuur in de tapwater- opslag. Het temperatuurverschil kan hier worden ingesteld. Schakelverschil Is de taptemperatuur lager dan de actuele gewenste waarde verminderd met het hier ingestelde schakelverschil wordt de tapwaterlading gestart. De tapwaterlading wordt beëindigd wanneer de temperatuur de actuele gewenste waarde bereikt. Laadtijdbegrenzing Gedurende het laden van het tapwater kan de ruimteverwarming –afhankelijk van de gekozen laadvoorrang ( bedieningsregel 1630) en de hydraulische schakeling – geen of te weinig energie bevatten. Vaak is het daarom zinvol de tapwaterlading tijdelijk te begrenzen. Ontlaadbescherming Die functie zorgt ervoor dat de tapwaterpomp (Q3) pas inschakelt, wanneer de temperatuur in de warmteopwekker voldoende hoog is. Laadtemperatuur maximum De tapwateropslag wordt door de zonne-energie op het ingestelde laadtemperatuur maximum (regel 5050) geladen. De collector- oververhittingsbeschermingsfunctie kan de collectorpomp weer in gebruik nemen tot de opslagveiligheids- temperatuur 80°C wordt bereikt. Herkoeltemperatuur Bij de herkoeling wordt de opslagtemperatuur verlaagd naar de herkoeltemperatuur. Herlaadregeling Er is een opslaglading met tot 2 op- nemers mogelijk. Het is ook mogelijk een deellading met een opnemer en een legionellafunctie die rekening houdt met 2 opnemers te combineren (Instelling 3). Herkoeling opwekker/VG De overbodige energie van de tapwateropslag kan door een warmte- afname van de opwekker en door verwarmingsgroepen worden ontladen. Dit kan voor elke verwarmingsgroep separaat worden ingesteld (bedienings- regels 861, 1161). Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 5050 Laadtemperatuur maximum Zie handleiding ketel 5055 Herkoelingstemperatuur 5056 Herkoelingsopwekker/VG 5057 Herkoeling collector Uit

Toepassing met thermostaat De laadpomp wordt pas ingeschakeld, wanneer de keteltemperatuur boven de gewenste nominale tapwaterwaarde min het tapwaterschakelverschil ligt. Zakt de keteltemperatuur gedurende de lading onder de gewenste nominale tapwaterwaarde min het tapwater- schakelverschil, wordt de laadpomp weer uitgeschakeld. Toepassing met opnemer De laadpomp wordt pas ingeschakeld, wanneer de opwekkertemperatuur boven de taptemperatuur plus halve laadverhoging ligt. Zakt de ketel- temperatuur gedurende de lading weer onder de taptemperatuur plus 1/8 van de laadverhoging, wordt de laadpomp weer uitgeschakeld. Zijn twee tapwateropnemers voor de tapwaterlading geparametreerd, wordt voor de ontlaadbeschermingsfunctie de lagere temperatuur in acht genomen (meestal tapwateropnemer B31). Herkoeling collector De overbodige energie van de tapwateropslag kan bij koude collector via het collectoroppervlak aan de omgeving worden afgegeven.Menu: Tapwateropslag

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 5060 Elektrische verwarming bedrijfswijze Vervanging Zomer Altijd Zie handleiding ketel 5061 Elektrische verwarming Vrijgave 24h/dag Tapwater Vrijgave Tijdprogramma 4/Tapw 5062 Elektrische verwarming regeling E xterne thermostaat Tapwateropnemer Elektrische verwarming bedrijfswijze De tapwaterbereiding kan in plaats van de ketel ook met een verwarmingsunit worden uitgevoerd. Wordt de tapwater- bereiding met de verwarmingsunit uitgevoerd, dan worden geen eisen aan de ketel gesteld. De omschakeling tussen ketel en verwarmingsunit vindt op grond van volgende criteria plaats.

Vervanging De elektrische verwarming wordt slechts gebruikt wanneer de ketel storing meldt of d.m.v. de ketel- blokkering is uitgeschakeld. De tapwaterbereiding wordt dus meestal met de ketel uitgevoerd. Zomer De elektrische verwarming wordt ingezet zodra alle aangesloten ver- warmingsgroepen voor het gebruik in de zomer zijn omgeschakeld. De tapwaterbereiding wordt weer met de ketel uitgevoerd, zodra tenminste een verwarmingsgroep weer op de verwarmingsfunctie is omgeschakeld. Elektrische verwarming vrijgave 24h/dag De elektrische verwarming is onafhan- kelijk van het tijdschakelprogramma voortdurend vrijgegeven.

2358Z24 Tapwater vrijgave De elektrische verwarming wordt conform tapwater vrijgave geschakeld.

Tijdprogramma 4/Tapw Voor de elektrische verwarming wordt met het tijdschakelprogramma 4/Tapw van de lokale regelaar rekening gehouden.

2358Z26 Elektrische verwarming regeling Externe thermostaat De opslagtemperatuur wordt met een extern geregelde thermostaat zonder gewenste waardegeleiding van de regelaar geladen. Tapwateropnemer De opslagtemperatuur wordt met een extern geregelde thermostaat maar onder de gewenste leiding van de regelaar geladen. Belangrijk: Om de gewenste leiding correct te laten functioneren, moet de extern geregelde thermostaat op zijn minimum instelwaarde worden gezet. De elektrische verwarming wordt echter ook gebruikt wanneer de ketel storing meldt of d.m.v. ketelblokkering is uitgeschakeld. Altijd Het tapwater wordt het hele jaar door alleen met de elektrische verwarming uitgevoerd. Bij dit gebruik wordt de ketel dus niet voor de tapwater- bereiding gebruikt.Menu: Tapwateropslag

Installatiehydraulica Afname te hoge temperatuur Een afname van te hoge temperatuur, kan door volgende functies worden geactiveerd: Ingangen H1, H2, H3 Opslagherkoeling Vaste stof ketel afname te hoge temperatuur. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 5085 Afname te hoge temperatuur Zie handleiding ketel Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 5101 Pomptoerental minimum Zie handleiding ketel 5102 Pomptoerental maximum Toerentalregeling van de laadpomp Het toerentalbereik van de laadpomp- aansturing wordt met minimaal en maximaal toegestaan toerental beperkt. Bij de start van de pomp wordt deze voor ca. 10 s met max. toerental aangestuurd. Wordt een overtemperatuurafvoer geactiveerd, kan de overbodige energie door een warmte-afname van de tapwateropslag worden afgevoerd. Pomptoerental minimum Begrenzing van het minimum pomptoerental. Pomptoerental maximum Begrenzing van het maximum pomptoerental. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 5090 Met opslagtank Zie handleiding ketel 5092 Met voorregelaar circulatiepomp 5093 Met zonne-integratie Met opslagtank Is een opslagtank aanwezig, dan moet hier worden ingevoerd of de tapwater- opslag uit de opslagtank wordt gevoed of direct uit de ketel. De opslagtanktemperatuur wordt bij aanvullend gebruik van een alter- natieve warmtebron als regelcriterium voor de vrijgave van aanvullende energiebronnen gebruikt. Met voorregelaar/circulatiepomp Hij wordt ingesteld, of de tapwater- opslag vanaf de voorregelaar resp. met de circulatiepomp (afhankelijk van de installatie) moet worden gevoed. De voorregelaar resp. de circulatie- pomp wordt op de voorgeschakelde LOGON B geactiveerd. Met zonne-integratie Er wordt ingesteld of de tapwateropslag door zonne-energie moet worden gevoed. Automatische Push Diese functie is alleen bij ingeschakelde tapwaterfunctie actief.

Uit De tapwater-Push kan alleen manueel worden geactiveerd. Aan Zakt de taptemperatuur meer dan twee schakelverschillen (bedieningsregel 5024) onder de gewenste gere- duceerde waarde (bedieningsregel 1612), wordt eenmalig weer op de nominale gewenste tapwaterwaarde (bedieningsregel 1610) geladen. Legenda TBWw Gewenste nominale taptemperatuurwaarde TBWR Gewenste tapwatertemperatuur- reductiewaarde Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 5070 Automatische Push Uit Zie handleiding ketel drukkenMenu: Tapwateropslag

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 5130 Transferstrategie Uit Altijd Tapwatervrijgave Zie handleiding ketel Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 5131 Vergelijkingstemperatuur transfer Tapwateropnemer B3 Tapwateropnemer B31 Zie handleiding ketel Transferstrategie De transfer is altijd of op de ingestelde vrijgavetijden (bedieningsregel 1620) toegestaan. Uit Met laadpomp Q3 wordt geen transfer uitgevoerd. Voor de transfer met transferpomp Q11 wordt bij deze instelling conform instelling tapwater vrijgave verricht. Altijd De transfer vindt altijd plaats. Tapwatervrijgave De transfer vindt slechts gedurende de tapwatervrijgave plaats. Vergelijkingstemperatuur transfer Voor de transfer kan de betreffende tapwateropnemer als vergelijkings- temperatuur worden geselecteerd.Menu: Configuratie

In het configuratiemenu worden algemene parameterinstellingen doorgevoerd. Voorinstelling Via zogenaamde kan een van 30 zogen aamde preselect configuraties worden geselecteerd. Hierbij worden door de regelaar automatisch diverse bedieningsregels op de betreffende geselecteerde waarden van de configuratie van te voren ingesteld. Daarna kunnen afzonderlijke parameters handmatig zo worden aangepast, dat ze overeenkomen met de eisen. Het installatieschema blijkt uit de voorinstelling en de aangesloten opnemers.

Verwarmingsgroepen 1,2 De verwarmingsgroepen zijn via deze instelling aan- resp. uitschakelbaar.

Tapwatersensor B3 Opnemer De regelaar berekent de schakelpunten met overeenkomend schakelverschil uit de gewenste tapwaterwaarde en de gemeten Tapw- opslagtemperatuur. Thermostaat De regeling van de taptemperatuur gebeurt op grond van de schakelstand van een aan B3 aangesloten thermostaat.

Tapwateraandrijving Q3 Geen Geen tapwaterlading via Q3. Laadpomp De tapwaterlading vindt plaats met een pomp aan de aansluitklem Q3/ Y3. De bedieningsregel 5700 voorinstelling behelst de aanwijzing: Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 5700 Voorinstelling Zie handleiding ketel De bedieningsregel 5700 voorinstelling behelst de aanwijzing: Onveranderd: Alle door de preselectiefunctie inge- stelde bedieningsregels komen overeen met de preselectpositie. Gemodificeerd: De door de preselectiefunctie inge- stelde bedieningsregels werden later handmatig gewijzigd. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 5710 Verwarmingsgroep 1 Zie handleiding ketel 5715 Verwarmingsgroep 2 Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 5730 Drinkwatersensor B3 Opnemer Thermostaat Zie handleiding ketel Bij gebruik van een tapwater- thermostaat is geen "reductiebedrijf" mogelijk. D.w.z. wanneer de reductie- functie actief is, dan is de BW-bereiding met thermostaat geblokkeerd. De instelling van de gewenste nominale taptemperatuurwaarde moet direct hoog of hoger zijn dan de gewenste waarde-instelling op de thermostaat (thermostaat op uitschakelpunt geijkt.). De gewenste aanvoertemperatuur- waardeverhoging moet tenminste op 10 °C zijn ingesteld (beïnvloedt de laadduur). De tapwatervorstbescherming is daarbij niet gegarandeerd. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 5731 Tapwateraandrijving Q3 Geen Laadpomp Omloopventiel Zie handleiding ketel Omloopventiel De tapwaterlading vindt met een omloopventiel aan de aansluitklem Q3/Y3 plaats. De pomp Q2 wordt in deze instelling de ketelpomp, voor zover de ketelpomp niet aan een multifunctionele relaisuitgang QX. reeds gedefinieerd is.Menu: Configuratie

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 5734 Basispositie Tapw omloopventiel Laatste verzoek Verwarmingsgroep Tapwater Zie handleiding ketel Basispositie Tapw omloopventiel De basispositie van het omloopventiel is de positie, waarin het omloopventiel (UV) staat, wanneer er geen verzoek actief is. Laatste verzoek Het omloopventiel (UV) blijft nadat het laatste verzoek beëindigd is in deze laatste positie.

Tapwater separaat circuit Het tapwater separaatcircuit kan slechts worden gebruikt als er een ketelcascade aanwezig is. Voor een tapwaterseparaatcircuit moet de tapwateraandrijving Q3 op "omloopventiel" worden ingesteld.

Type Tapw omloopventiel Hier wordt de omloopventielpositie ingesteld, die bij actieve uitgang geldt:

Middenpositie Tapw omloopventiel Hier kan het omloopventiel in de middenpositie worden gebracht. Dit voor het vullen of legen van beide verwarmingsgroepen. Deze actie moet handmatig worden teruggezet.

Sturing ketelpomp/Tapw UV Met deze parameter kan voor speciale hydraulieksystemen worden gedefinieerd, dat ketelpomp Q1 en omloopventiel Q3 alleen voor tapwater en verwarmingsgroep 1 verant- woordelijk zijn, niet echter voor de verdere verwarmingsgroepen 2 en 3, alsmede voor de externe verbruikergroepen. Verwarmingsgroep Het omloopventiel (UV) gaat, nadat aan het laatste verzoek is voldaan, in de verwarmingsgroeppositie. Tapwater Het omloopventiel (UV) gaat, nadat aan het laatste verzoek is voldaan, in de tapwaterpositie. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 5736 Tapwater separaat circuit Uit Aan Zie handleiding ketel Uit De tapwaterscheidingsschakeling is uitgeschakeld. Elke aanwezig ketel kan de tapwateropslag voeden. Aan De tapwaterscheidingsschakeling is ingeschakeld. De tapwaterlading vindt uitsluitend plaats vanaf de daartoe gedefinieerde ketel. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 5737 Type Tapw omloopventiel Positie aan Tapw Positie aan verwarmingsgroep Zie handleiding ketel Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 5738 Middenpostie Tapw omloopventiel Uit Aan Zie handleiding ketel Positie aan Tapw Bij actieve uitgang bevindt zich het omloopventiel in tapwaterpositie. Positie Aan verwarmingsgroep Bij actieve uitgang bevindt zich het omloopventiel in de verwarmings- groeppositie. Uit Omloopventiel wordt naar de actueel vereiste positie gebracht, afhankelijk van warmteverzoek en basispositie. Aan Het omloopventiel wordt in de midden- positie gebracht. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 5774 Geregelde ketelpomp/Tapw UV Alle verzoeken Alleen verzoek VG1/Tapw Zie handleiding ketel Alle verzoeken Het omloopventiel is hydraulisch bij alle verzoeken betrokken en schakelt tussen tapwaterbedrijf en de andere verzoeken. De ketelpomp loopt bij alle verzoeken. Alleen verzoek VG1/Tapw Het omloopventiel is hydraulisch alleen bij verwarmingsgroep 1 en tapwater betrokken en schakelt tussen tap- waterbedrijf en verwarmingsgroep 1-bedrijf. Alle andere verzoeken gaan hydraulisch niet via het omloopventiel (UV) en de ketelpomp, maar zijn direct met de ketel verbonden.Menu: Configuratie

Zonneaandrijving In plaats van een collectorpomp en omloopventielen voor de opslaginte- graties kan de zoninstallatie ook met laadpompen worden gebruikt.

Externe zonnewisselaar Bij zonneschema's met twee opslagintegraties is het nodig in te stellen of de externe warmtewisselaar gemeenschappelijk voor tapwater of opslagtank of exclusief voor één van beide wordt gebruikt.

Combiopslag Specifieke functies voor de combi- opslag worden met deze instelling geactiveerd. Zo bijv. kan de opslag- tankverhitterunit, zowel voor de verwarming als ook voor het tapwater worden gebruikt. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 5840 Zonservomotor Laadpomp Omloopventiel Zie handleiding ketel Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 5841 Externe zonwisselaar Gemeenschappelijk Tapwatertank Opslagtank Zie handleiding ketel Laadpomp Bij gebruik met de laadpomp kunnen alle wisselaars tegelijkertijd worden doorstroomd. Het parallelle of alternatieve bedrijf is mogelijk. Omloopventiel Bij gebruik van een omloopventiel kan altijd maar een wisselaar worden doorstroomd. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 5870 Combitank Nee

Zie handleiding ketel Nee Er is geen combiopslag aanwezig.

Een combiopslag is aanwezig.Menu: Configuratie

Uitgang relais QX Met de instellingen van de relaisuit- gangen kunnen naar keuze passende extra functies aan de basisschema's worden toegevoegd. QX2 is relaisuitgang bij LMS14. QX21, 22, 23 zijn relaisuitgangen bij AVS75. Tapwater- circulatiepomp Q4 De aangesloten pomp dient als tapwatercirculatiepomp. Het tijdelijke gebruik van de pomp kan in het menu „tapwater“ in de bedieningsregel „circulatiepomp vrijgave“ worden ingesteld. (regelnr.. 1660). Tapwaterverhitterunit K6 Met de aangesloten verhitterunit kan het tapwater conform menu „Tapwater- opslag“ bedieningsregel „verhitterunit“ worden geladen. De verhitterunit moet met een veiligheidsthermostaat zijn uitgerust! De elektrische verwarming bedrijfswijze bedieningsregel 5060 moet dienovereenkomstig zijn in- gesteld. Collectorpomp Q5 Voor de verbinding van een zonnecollector is een circulatiepomp voor de collectorgroep noodzakelijk. VK1/VK2/VK3-Pomp Q15/Q18/Q19 De VK-pomp kan voor een extra verbruiker worden gebruikt. In samenwerking met een extern warmteverzoek aan de ingang H1, kan de toepassing bijv. voor een luchtverwarmingsapparaat enz. worden gebruikt. Ketelpomp Q1 De aangesloten pomp dient voor de circulatie van het ketelwater tussen ketel en verdeler / hydr. verdeler. Bypasspomp Q12 De aangesloten pomp dient als ketelbypasspomp, zodat de ketel- retour blijft lopen. Alarmuitgang K10 Doet zich een fout voor, dan wordt dit met het alarmrelais aangegeven. Het sluiten van het contact heeft een vertragingstijd van 2 minuten. Wordt de fout opgeheven, d.w.z. de fout is niet meer aanwezig, opent het contact onmiddellijk. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling

Melduitgang K35 Bedrijfsmelding K36 Rookgasklep K37 Ventilatoruitschakeling K38 Zie handleiding ketel

Kan de fout momenteel niet meer worden opgeheven, bestaat de mogelijkheid het alarmrelais toch terug te zetten. Dit vindt plaats in het menu „fout“ (regelnr.. 6710).

2. Pomptrap Q21, Q22, Q23

Deze functie maakt het mogelijk een 2-traps verwarmingsgroeppomp aan te sturen, zodat bij gereduceerd ver- warmingsniveau (bijv. verlaging ge- durende de nacht) het pompvermogen verminderd kan worden. Hierbij wordt voor de 1. trap de pomp met het multifunctionele relais QX de

2. trap op volgende wijze bijge-

schakeld: Verwarmingsgroeppomp Q20 (voor glijdende groepen) De pompverwarmingsgroep P wordt geactiveerd. Schakelklokprogramma: Voor de verwarmingsgroep P staat uitsluitend het schakelklokprogramma 3/VGP ter beschikking. Kijk hiervoor ook in het menu"Schakelklok- programma VGP". Circulatiepomp Q14 De aangesloten pomp dient als circulatiepomp, die als warmteaanvoer voor andere verbruikers kan worden gebruikt. De circulatiepomp wordt in werking gezet, zodra een warmte-opvraag van een verbruiker bestaat. Bestaat er geen warmte-opvraag schakelt de pomp met uitloop uit. 1.Trap uitgang Q2/Q6/Q20 2.Trap uitgang Q21/ Q22/Q23 Pomp- toestand uit uit uit aan uit deellast aan aan volledige lastMenu: Configuratie

Opwekkerblokkeerventiel Y4 Is er voldoende warmte in de opslag- tank aanwezig, dan kunnen de ver- bruikers hun warmtebehoefte hiervan betrekken - de warmteopwekkers mogen niet in bedrijf worden genomen. De automatische opwekkingsblokkade blokkeert de warmte-opwekker en koppelt deze met een omschakelventiel Y4 hydraulisch van de rest van de installatie af. Daarmee betrekken de warmteverbruikers hun energie van de opslagtank en een verkeerde circulatie door de warmteopwekkers is uit- gesloten. Vaste stof ketelpomp Q10 Voor de verbinding van een vaste stof ketel is een circulatiepomp voor de ketelgroep noodzakelijk. Tijdprogramma 5 K13 Het relais wordt conform de instellingen van tijdprogramma 5 gestuurd. Opslagretourklep Y15 Dit ventiel kan voor retourtemperatuur- Verhoging - verlaging of de op- slagtank-deellading worden geconfigureerd. Zonnepomp ext. wisselaar K9 Voor de externe warmtewisselaar moet bij de multifunctionele relaisuitgang (QX) de zonnepomp ext. wisselaar K9 zijn ingesteld. Indien een tapwater- en een opslagtank ter beschikking staan, moet ook de bedieningsregel 5841 „Externe zonnewisselaar“ worden ingesteld. Zonne-aandrijving opslag K8 Zijn een aantal wisselaars verbonden, moet de opslagtank op de betreffende relaisuitgang zijn ingesteld en bovendien de soort aandrijving in bedieningregel 5840 worden gedefinieerd. Zonne-aandrijving zwembad K18 Is een aantal wisselaars verbonden, moet het zwembad op de betreffende relaisuitgang zijn ingesteld en bovendien de soort aandrijving in bedieningsregel 5840 worden gedefinieerd. Cascadepomp Q25 Gemeenschappelijke ketelpomp voor alle ketels in een cascade. Opslaglaadpomp Q11 De tapwarmwateropslag kan indien de opslagtank voldoende warm is, van de opslagtank worden geladen. Deze lading kan d.m.v. de laadpomp Q11 worden gedaan. Tapw mengpomp Q35 Separate pomp voor opslagcirculatie gedurende actieve legionellafunctie. Tapw tussengroeppomp Q33 Laadpomp bij tapwateropslag met erbuiten liggende warmtewisselaar. Warmte-opvraag K27 Registreert bij een externe warmte- opwekker door het sluiten van het contact een aanwezige warmte- behoefte. Koude-opvraag K28 Functie nog niet geïmplementeerd. Verwarmingsgroeppomp VG1 Q2 De pompverwarmingsgroep VG1 wordt geactiveerd. Verwarmingsgroeppomp VG2 Q6 De pompverwarmingsgroep VG2 wordt geactiveerd. Tapwateraandrijving Q3 Aandrijving voor tapwateropslag. Doorstr. tapwaterservomotor Q34 Servomotor voor doorstroomtoestel tapwater.

2. Ketelpomptrap Q27

De 2. trap van de ketelpomp wordt geactiveerd. Melduitgang K35 Functie melduitgang. Bedrijfsmelding K36 Functie bedrijfsmelding. Rookgasklep K37 Functie rookgasklep. Ventilatoruitschakeling K38 Functie ventilatoruitschakeling voor het uitschakelen van de ventilator- voeding wanneer ventilator niet nodig is.Menu: Configuratie

Ingang opnemer BX1, 2, 21, 22 De instellingen van de opnemer- ingangen deelt al naar de keuze over- eenkomstige extra functies bij de basisschema's in. BX1 en 2 zijn opnemeringangen van de LMS14. BX21 en 22 zijn opnemeringangen van AVS75. Geen Geen functie bij opnemeringang. Tapwateropnemer B31 Onderste tapwatertankopnemer. Retouropnemer B7 Niet veiligheidsrelevante ketel- retouropnemer. Tapw circulatieopnemer B39 Tapwater circulatieopnemer / Standbyopnemer. Opslagtankopnemer B4 Bovenste opslagtankopnemer. Opslagtank opnemer B41 Onderste opslagtankopnemer. Opslagtankopnemer B42 Derde (middelste) opslagtankopnemer. Zonne-aanvoer opnemer B63 Zonne-aanvoer opnemer voor opbrengstmeting. Zonneretourloopopnemer B64 Zonneretourloopopnemer voor opbrengsmeting.

Ingang H1/H2/H4/H5 Functie-ingang H1/H2/H3/H4/H5 Bedrijfswijzeomschakeling Verwarmingsgroep De bedrijfswijzen van de verwarmings- groepen worden via de aansluit- klemmen H1/H2/H3/H4/H5 (bijv. telefoonafstandsschakelaar) op beveiligingsbedrijf omgeschakeld. Tapwater Een blokkering van de tapwaterlading vindt slechts plaats in instelling VG's+Tapw. Opwekkingsblokkade De opwekker wordt via de aan- sluitklemmen Hx geblokkeerd. Alle temperatuurverzoeken van de verwarmingsgroepen en van het tapwater worden afgewezen. De ketelvorstbescherming blijft ondertussen gegarandeerd. Fout- /Alarmmelding De ingang H1 zorgt voor een regel- interne foutmelding. Bij overeen- komstige configuratie van de alarm- uitgang (relaisuitgangen QX2, 21-23, bedieningsregels 5892, 6030-6038) wordt de fout door een extra contact verder geleid of aangegeven (bijv. externe lamp of hoorn) Verbruiksverzoek VK1/VK2/VK3 De ingestelde gewenste aanvoer- temperatuurwaarde wordt via de aansluitklemmen (bijv. een lucht- verhittingsfunctie voor bijv. verwarmingsinstallatie boven de uitgang) geactiveerd. De gewenste waarde moet in bedieningsregel 1859, 1909, 1959 worden ingesteld. Overtemperatuurafvoer Een actieve overtemperatuurafvoer maakt het bijv. een vreemde opwekker mogelijk de verbruikers (verwarmings- groep, tapwateropslag, Hx-pomp) met een dwangsignaal tot opname van overbodige warmte te dwingen. Voor elke verbruiker kan met de parameter „Afname te hoge temperatuur“ worden ingesteld, of hij rekening houdt met het dwangsignaal en zodoende aan de warmteafvoer moet deelnemen. Lokaal effect Met het LPB apparaatadres 0 of >1 beïnvloedt de overtemperatuur- afleiding alleen de lokale verbruikers van het apparaat. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling

Functie ingang H1/H2/H3/H4/H5

Gebr. verzoek VK1 Gebr. verzoek VK2 Gebr. verzoek VK3

Keteldoorstroomschakelaa Gebr. verzoek VK1 10V Gebr. verzoek VK2 10V Gebr. verzoek VK3 10V 10V 10V Zie handleiding ketel Centraal effect (LPB) Met het LPB apparaatadres = 1 beïnvloedt de overtemperatuurafvoer ook de verbruikers in de andere apparaten in hetzelfde segment. Een verdeling over het gehele systeem over verdere segmenten van de over- temperatuurafvoer uit het segment 0 is niet mogelijk. Vrijgave zwembad zonne-energie De functie maakt het mogelijk de zwembadverwarming d.m.v. de zon extern vrij te geven (bijv. Handschakel- aar) of de zonlaadprioriteit t.o.v. de opslagen vast te leggen. Configuratie: functie Ingang Hx op vrijgave zwembad instellen. Zie voor functiebeschrijving bedieningsregel 2065 laadvoorrang zonne-energie. Bedrijfsniveau VG´s / Tapw Het bedrijfsniveau kan i.p.v. het interne tijdschakelprogramma via het contact worden ingesteld. (extern tijd- schakelprogramma) Ruimtethermostaat VG1/VG2/VG3 Met de ingang kan voor de ingestelde verwarmingsgroep een ruimtethermo- staatverzoek worden gegenereerd. Tapw-flow switch Hier wordt de doorstroomtoestel - flowswitch aangesloten. Tapwater thermostaat Hier wordt de tapwateropslag thermo- staat aangesloten. Startblokkering Met deze ingang kan een branderstart worden geblokkeerd. Keteldoorstroomschakelaar Bij deze functie sluit het contact bij aanwezige resp. voldoende grote door- stroming van de ketelwarmtewisselaar. Is dit contact niet gesloten, komt er een storingsmelding. Gebr. verzoek VK1/VK2/VK3 10V De toepassingsverbinding externe last x krijgt een spanningssignaal (DC 0...10 V) als warmteverzoek. De lineaire karakteristiek wordt via twee vaste punten (spanningswaarde 1 / functiewaarde 1 en spannings- waarde 2 / functiewaarde 2) gedefinieerd. Drukmeting 10V Het aan de ingang Hx aanwezige spanningssignaal wordt lineair in een drukwaarde omgerekend. De lineaire karakteristiek wordt via twee vaste punten (spanningswaarde 1 / functie- waarde 1 en spanningswaarde 2 / functiewaarde 2) gedefinieerd. Belastingopgave 10V De opwekker krijgt een spanning- signaal (DC 0...10 V) als belasting- vraag. De lineaire karakteristiek wordt via twee vaste punten (spannings- waarde 1 / functiewaarde 1 en spanningswaarde 2 / functiewaarde 2) gedefinieerd.Menu: Configuratie Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling

Type ingang H1/H2/H3 Rustcontact Werkcontact Zie handleiding ketel 5952 Min. gewenste waarde aanvoertemperatuur H1

Spanningswaarde 1 H1/H2

Functiewaarde 1 H1/H2

Spanningswaarde 2 H1/H2

Functiewaarde 2 H1/H2 5971 Type ingang H4 Rustcontact Werkcontact 5973 Frequentiewaarde 1 H4 5974 Functiewaarde 1 H4 5975 Frequentiewaarde 2 H4 5976 Functiewaarde 2 H4 5978 Type ingang H5 Rustcontact Werkcontact Type-ingang H1/H2/H3/H4/H5 Rustcontact Het contact is bijna altijd gesloten en moet om de gekozen functie te activeren, worden geopend. Werkcontact Het contact is meestal geopend en moet om de gekozen functie te activeren worden gesloten. De lineaire karakteristiek wordt via twee vaste punten gedefinieerd. De instelling vindt plaats met twee parameterparen voor functiewaarde en spanningswaarde. (F1 / U1 en F2 / U2). Bij de H4- ingang (frequentie-ingang) wordt aan de functiewaarde geen spanningswaarde maar een frequentiewaarde toegewezen. Uitbreidingsmodule AVS75 Multifunctioneel Mogelijke functies die aan de multi- functionele in-/uitgangen kunnen worden toegewezen, zijn in de bedieningsregels 6030 tot 6038 zichtbaar. Verwarmingsgroep 1/2 Voor dit gebruik kunnen de betreffende instellingen van de bedieningspagina "verwarmingsgroep 2" worden aangepast. Retourregelaar De mengeruitgang dient voor de sturing van de ketelretourstijging. Instellingen in het menu „ ketel“. Functie-ingang EX21 module 1 Geen De ingang heeft geen functie. Temperatuurbewaking VG Wordt de uitbreidingsmodule voor de verwarmingskring gebruikt, kan aan de Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling

Functie uitbreidingsmodule 1/2/3 Geen Multifunctioneel Verwarmingsgroep 1 Verwarmingsgroep 2 Retourloopregelaar Zonne-energie drinkwater Voorregelaar/circulatiepomp Zie handleiding ketel Zonnetapwater Voor dit gebruik kunnen de betreffende instelling van de bedieningspagina "zonne-energie" worden aangepast. Voorregelaar / circulatiepomp De mengeruitgang dient als voor- regelaar tussen ketel en verdeler. Instellingen in het menu „voorregelaar / circulatiepomp“. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling

Functieingang' EX21 module 1/2/3 Geen Temperatuurbewaking VG Zie handleiding ketel ingang EX21 (AC 230 V) een externe temperatuurbewaking (bijv. voor vloer- verwarming) worden ingeschakeld. 85Menu: Configuratie

Opnemertype collector Instelling van het gebruikte opnemer- type. De regelaar maakt gebruik van de overeenkomstige temperatuur- karakteristiek. Opnemercorrecties De meetwaarde van de collector- opnemer kan met +/- 20 K worden verschoven. De meetwaarde van de buiten- temperatuur kan met +/- 3 K worden verschoven.

Gebouw - tijdconstante Al naar gelang de massa van een gebouw, (bouwwijze van het gebouw) verandert de ruimtetemperatuur verschillend snel bij veranderende buitentemperatuur. Door de tijdconstante gebouw wordt de reactiesnelheid van de aangevoerde waarde bij wisselende buiten- temperatuur beïnvloed.

Centrale leiding van de gewenste waarde De centrale leiding van de gewenste waarde past de gewenste waarde van de warmte-opwekker aan op de centrale aanvoertemperatuur. Met de instelling wordt de maximale correctie begrensd, ook wanneer een grotere aanpassing noodzakelijk zou zijn. Deze functie kan slechts door gebruik van de aanvoertemperatuur van de opnemer B10 worden gerealiseerd. Vertraging daling gewenste waarde Er wordt voorkomen, dat trapsgewijze opwekkers te snel worden wegge- schakeld of vrij modulerende op- wekkers vanwege hun vermogens- regeling direct uitschakelen. Hierdoor koelen de opwekkers niet af, omdat verder een behoefte aan warmte bestaat en ze weer gauw gaan werken. De vermindering van de vertraging werkt alleen bij een gewenste waardesprong, niet echter bij het wegvallen van de warmte-opvraag. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 6097 Opnemertype collector Zie handleiding ketel Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 6098 Correctie collectoropnemer Zie handleiding ketel 6100 Correctie buitentemp.opnemer Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 6110 Tijdconstante gebouwen Zie handleiding ketel Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 6117 Centrale leiding van de gewenste waarde Zie handleiding ketel Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 6118 Vertraging daling gewenste waarde Zie handleiding ketel Temp Zeit Erzeugersollwert

Abfallverzögerung dT/dt Opwekkingswaarde Afvalvertraging dT/dt TijdMenu: Configuratie Opnemer opslaan Om middernacht slaat het basis- apparaat de situaties aan de opnemer- klemmen op. Valt na het opslaan een opnemer uit, genereert het basisapparaat een foutmelding. Door deze instelling kunnen de opnemers direct worden opgeslagen. Dit is nodig wanneer bijv. een opnemer verwijderd wordt en niet meer nodig is. Parameterreset Alle parameters zijn op de fabrieks- instellingen terug te plaatsen. Met uitzondering van de menu's: Tijd en datum, bedieningseenheid, zender en alle programma's en ook de gewenste waarde van de handfunctie. Installatieschema Om het actuele installatieschema te Identificeren wordt door het basis- apparaat een controlenummer gegenereerd. Dit controlenummer bestaat uit de naast elkaar ge- rangschikte deelschemanummers. De betekenis van de nummers voor de betreffende regels moet u uit de tabellen op de volgende pagina halen: Softwareversie De informatie geeft de actuele versie van het basisapparaat weer. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 6200 Voeler opslaan

Zie handleiding ketel Regelnr. Bedieningsregel 6212 Controlenummer opwekker 1 6213 Controlenummer opwekker 2 6215 Controlenummer opslagtank 6217 Controlenummer verwarmingskring Regelnr. Bedieningsregel 6220 Softwareversie Installatievorstbescherming Al naar gelang de actuele buitentemperatuur schakelen de pompen in, hoewel er geen vraag naar warmte bestaat. Voorwaarde voor het foutloze functioneren van deze functie is een in goede staat verkerende en goed werkende installatie. De installatievorstbescherming heeft een buitentemperatuuropnemer nodig. Ontbreekt deze, wordt om de functie te garanderen voor buitentemperatuur 0 °C gesubstitueerd en een foutmelding gegenereerd. Uit De functie is uitgeschakeld. Aan De functie is ingeschakeld. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 6120 Installatievorstbescherming Uit Zie handleiding ketel Buitentemperatuur Pomp Grafik ...-4°C Voortdurend AAN ON -5...1.5°C ca. om de 6 uur gedurende 10 min. AAN slag 1.5°C... Voortdurend UIT OFF

slagMenu: Configuratie

Gasketel modulerend 11 Modulerende ketel 12 Modulerende ketel, ketelpomp 13 Modulerende ketel, bypasspompe 14 Modulerende ketel, ketelpomp, bypasspomp Zonne-energie 0 Geen zonne-energie 1 Zonne-energie met collectoropnemer en pomp Controlenummers opwekker 1 (bedieningsregel 6212) Vaste stof ketel 0 Geen vaste stof ketel 1 Vaste stof ketel, ketelpomp 2 Vaste stof ketel, ketelpomp, Toepassing Tapw-opslag Controlenummers opwekker 1 (bedieningsregel 6213) Opslagtank Tapwateropslag 0 Geen opslagtank 1 Opslagtank 2 Opslagtank, zonne-aansluiting 4 Opslagtank, bronblokkeerventiel 5 Opslagtank, zonne-aansluiting, Bronblokkeerventiel 0 Geen tapwaterbuffer 1 Elektrische verwarming 2 Zonne-energieverbinding 4 Laadpomp 5 Laadpomp, zonne-energieverbinding 13 Omschakelklep 14 Omschakelklep, zonne-energieverbinding 16 Voorregelaar, zonder wisselaar 17 Voorregelaar, 1 wisselaar 19 Tussengroep, zonder wisselaar 20 Tussengroep, 1 wisselaar 22 Laadpomp / tussengroep, zonder wisselaar 23 Laadpomp / tussengroep, 1 wisselaar 25 Omloopventiel / tussengroep, zonder wisselaar 26 Omloopventiel / tussengroep, 1 wisselaar Controlenummers opslag (bedieningsregel 6215) Verwarmingsgroep 3 Verwarmingsgroep 2 Verwarmingsgroep 1 0 Geen verwarmingsgroep 1 Circulatie via ketelpomp 2 Verwarmingsgroeppomp 3 Verwarmingsgroeppomp, menger 0 Geen verwarmingsgroep 1 Circulatie via ketelpomp 2 Verwarmingsgroeppomp 3 Verwarmingsgroeppomp, menger 0 Geen verwarmingsgroep 1 Circulatie via ketelpomp 2 Verwarmingsgroeppomp 3 Verwarmingsgroeppomp, menger Controlenummers verwarmingsgroep (bedieningsregel 6217)Menu: LPB

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 6600 Apparaatadres Zie handleiding ketel 6601 Segmentadres 6604 Busvoeding Uit 6605 Busvoeding status Uit Aan 6610 Aanduiding systeemmeldingen 6620 Werkgebied omschakelingen 6621 Zomeromschakeling Lokaal Centraal 6623 Bedrijfswijze-omschakeling 6624 Manuele opwekkerblokkade Apparaatadres en segmentadres Het tweedelige LPB- adres van de regelaar bestaat uit twee getallen die uit twee posities bestaan. Voorbeeld: Busvoeding De busvoeding maakt een directe stroomvoorziening van het bussysteem mogelijk door de afzonderlijke regel- apparatuur (geen centrale busvoeding). De soort busvoeding is instelbaar. Uit: Geen stroomvoorziening van het bussysteem door de regelaar. Automatisch: De stroomvoorziening van het bussysteem (LPB) door de regelaar wordt overeenkomstig de vermogensbehoefte van de LPB automatisch in- en uitgeschakeld. Aanduiding systeemmeldingen Met deze instelling kan men systeem- meldingen die via LPB worden aan- gegeven, via het bedieningsgedeelte onderdrukken. Nee Foutmeldingen worden niet via de bedieningsunit van de regelaar aangegeven.

Foutmeldingen worden via de bedieningsunit van de regelaar aangegeven. Busvoedingsstatus De aanduiding laat zien, of de regelaar de bus momenteel van stroom voorziet: Uit: De regelaarbusvoeding is momenteel inactief. Aan: De regelaar van de bus- voeding is momenteel actief. De regelaar neem nu een aandeel van de stroombehoefte van de bus over. Werkgebied omschakelingen Voor de centrale omschakelingen kan het werkgebied worden gedefinieerd. Het betreft: Bedrijfswijzeomschakeling Zomeromschakeling (bij instelling „centraal“ in instelregel 6621)

Segmentnummer Apparaatnummer Tot de invoer behoort: Segment: De omschakeling vindt plaats bij alle regelaars in hetzelfde segment. Systeem: De omschakeling vindt plaats bij alle regelaars in het hele systeem (dus in alle segmenten). De regelaar moet zich in segment 0 bevinden. Zomeromschakeling Het werkgebied van de zomeromschakeling is daarbij als volgt: Invoer lokaal: Lokale werking; de lokale verwarmingsgroep wordt gebaseerd op de instelregels 730, 1030, aan- en uitgeschakeld. Invoer centraal: Centrale werking; afhankelijk van de op bedienings- regel „Werkgebied omschakelingen“ verrichte instelling weer of de verwarmingsgroepen in het segment of echter in het gehele systeem gebaseerd op de instelregel 730 in- en uitgeschakeld. Bedrijfswijze-omschakeling Bij apparaten die beschikken over LPB kan het basisapparaat met het LPB apparaat adres = 1 de functie van een centrale bedrijfsomschakeling overnemen. De omschakelingen op het centrale basisapparaat (via H1 / H3 of de parameter bedrijfswijzeom- schakeling Hk’s) beïnvloeden dan ook de verwarmingsgroepen en het tapwater van de andere basis- apparaten op de LPB. Het werkgebied van de bedrijfs- omschakeling via de H-ingang is als volgt: Lokaal Lokale werking; de lokale verwarmings- groep wirdt in- en uitgeschakeld. Centraal Centrale werking; afhankelijk van de op bedieningsregel werkgebied omschakelingen verrichte instelling worden of de verwarmingsgroepen in het segment of echter in het gehele systeem in- en uitgeschakeld. Manuele opwekkingsblokkade Het werkgebied van de opwekkings- blokkade via de H-Ingang is daarbij als volgt: Lokaal Lokale werking; de lokale opwekker wordt geblokkeerd. Segment Centrale werking; alle opwekkers van de cascade worden geblokkeerd.Menu: LPB

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 6625 Tapwatertoewijzing Lokale verwarmingsgroepen Alle verwarmingsgroepen in segment Alle verwarmingsgroepen in het systeem Zie handleiding ketel 6632 TA´grens ext. opwekker in acht nemen Nee

6640 Tijdfunctie Autonoom Slaaf zonder afstandsverandering Slaaf met afstandsverandering Master 6650 Buitentemperatuur Buitentemperatuur bron Buitentemperatuurleverancier In de LPB-installatie is maar 1 buiten- temperatuuropnemer nodig. Deze is aan een vrij selecteerbare regelaar aangesloten en levert het signaal via de LPB aan de regelaar zonder opnemer. In de aanduiding verschijnt als eerste getal het segmentnummer en als tweede het apparaatnummer. Klokfunctie Deze instelling legt de werking van de systeemtijd op de tijdinstelling van de regelaar vast. De uitwerkingen zijn als volgt: Autonoom: de kloktijd kan via de regelaar anders worden ingesteld. De kloktijd van de regelaar wordt niet aan de systeemtijd aangepast. Slaaf zonder afstandverandering: De tijd kan op de regelaar niet worden gewijzigd. De kloktijd van de regelaar wordt automatisch lopend aan de systeemtijd aangepast. Slaaf met afstandsverandering: De tijd kan via de regelaar worden ingesteld; gelijktijdig wordt de systeemtijd aangepast, omdat de wijziging van de master wordt overgenomen. De tijd van de regelaar wordt toch automatisch lopend aan de systeemtijd aangepast. Master: de tijd kan via de regelaar worden aangepast. De tijd van de regelaar is richtlijn voor het systeem: de systeemtijd wordt aangepast Tapwatertoewijzing De tapwatertoewijzing moet alleen dan worden vastgelegd, wanneer tapwaterbereiding door een verwarmingsgroep - tijdprogramma wordt gestuurd (vergl. bedieningsregels 1620 resp. 5061). Instelling: Lokale verwarmingsgroepen: De tapwaterbereiding vindt alleen plaats voor de lokale verwarmings- groep Alle verwarmingsgroepen in het segment: De tapwaterbereiding vindt plaats voor alle verwarmingsgroepen in het segment Alle verwarmingsgroepen in het systeem: De tapwaterbereiding vindt voor alle verwarmingsgroepen in het systeem plaats. Bij alle instellingen wordt ook rekening gehouden met regelaars in de vakantie- status voor de tapwaterbereiding TA´grens ext. opwekker in acht nemen Extra via de LPB-bus afgesloten opwekkers kunnen conform eigen parameters op grond van de buiten- temperatuur geblokkeerd of vrijgegeven zijn (bijv. lucht-/water-WP). Deze status wordt via LPB verdeeld. In een cascade weet dus de master, of een extra opwekker (slaaf) conform de eigen instelgrenzen (buiten- temperatuur) ter beschikking staat of niet en kan er dienovereenkomstig nog een opwekker erbij schakelen. Nee De ecobit van de externe opwekker wordt niet in acht genomen.

De ecobit van de externe opwekker wordt in acht genomen en de cascade conform de ter beschikking staande opwekkers geregeld. Waarschuwing: Is als aanvullende opwekker een LMU…- regeling (slaaf) aangesloten, moet deze parameter op nee staan!Menu: Fout, onderhoud/service

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 6700 Melding Zie handleiding ketel 6705 SW diagnosecode 6706 FA fase stoorstand 6710 Reset alarmrelais Wanneer er zich een fout voordoet, kan een foutmeldung op het informatie- niveau via de infotoets worden opgeroepen. In de aanduiding wordt de oorzaak van de fout beschreven. Terugzetten Wanner er zich een fout voordoet kan via het relais QX.. een alarm worden geactiveerd. Het relais QX.. moet dienovereenkomstig geconfigureerd zijn. Het alarmrelais kan met deze instelling met JA worden teruggezet.

Temperatuuralalarmsignalen Het verschil tussen gewenste waarde en actuele temperatuur wordt gecontroleerd. Een blijvende afwijking verder dan de ingestelde tijd, geeft een foutmelding.

Fouthistorie Het basisapparaat slaat de laatste 20 fouten die zich hebben voorgedaan, zodanig in een foutopslag op, dat ze niet verloren gaan. Elke nieuwe invoer wist de oudste uit de opslag. Per foutinvoer worden foutcode en tijdstip opgeslagen. Onderhoudsfuncties Branderuren interval / branderstarts Interval / onderhoudsinterval Zodra de ingestelde tijd van de branderuren of –starts of de onder- houdsperiode afloopt, komt er een onderhoudsmelding. Voor de melding worden de bedrijfsuren en –starts aangegeven. Branderuren sinds onderhoud Branderstarts sinds onderhoud De actuele waarde wordt berekend en aangegeven. De waarde is in deze bedieningsregel naar 0 terug te zetten. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 6740 Aanvoertemperatuur 1 alarm Zie handleiding ketel 6741 Aanvoertemperatuur 2 alarm 6742 Aanvoertemperatuur 3 alarm 6743 Keteltemperatuur alarm 6745 Tapwaterlading alarm Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 6800…6996 Historie ... alleen aanduiding Melding Een actuele in het systeem aanwezige fout, wordt hier met de Albatroscode aangegeven, waarbij de fout zich heeft voorgedaan. SW Diagnosecode Een actueel in het systeem interne softwarediagnose, waarbij de fout is opgetreden, wordt aangegeven. FA fase stoorstand Een actueel in het systeem aanwezige fout wordt in de stoorstand aan- gegeven, waarin de fout zich heeft voorgedaan. Ventilatortoerental Ion stroom Toerentalgrens, van waar de brander- ionisatiestroomonderhoudsmelding moet worden geplaatst, wanneer de ionisatiestroombewaking en daardoor een draaiaantalverhoging op grond van te lage ionisatiestroom actief zijn. Melding Ion van de stroom Vlag ter aanduiding en voor het terugplaatsen van de brander-ioni- satiestroomonderhoudsmelding. De onderhoudsmelding kan terug gezet worden, wanneer de onder- houdsreden is verholpen. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 7040 Branderuren interval Zie handleiding ketel 7041 Branderuren sinds onderhoud Alleen aanduiding 7042 Branderstarts interval Zie handleiding ketel 7043 Branderstarts sinds onderhoud Alleen aanduiding 7044 Onderhoudsinterval Zie handleiding ketel 7045 Tijd sinds onderhoud Alleen aanduiding 7050 Ventilatortoerental Ion stroom Zie handleiding ketel 7051 Meldung Ion StromMenu: Onderhoud/service

Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 7130 Schoorsteenfunctie Zie handleiding ketel 7131 Brandervermogen Deellast volledige last Maximum verwarmingslasst 7140 Handfunctie Schoorsteenveger De brander wordt ingeschakeld. Om een zo mogelijk voortdurende branderfunctie te bereiken, is alleen de keteltemperatuur-maximum- begrenzing als uitschakelpunt actief. Alle aangesloten verbruikers zijn voor- lopig geblokkeerd, zodat de ketel, indien mogleijkk, snel de minimum- waarde van 64°C bereikt. Is de minimumwaarde van 64°C bereikt, worden de aanwezige ver- warmingsgroepen met een vaste belasting geleidelijk ingeschakeld, zodat de door de ketel geproduceerde warmte wordt afgenomen en zo de brander ingeschakeld blijft. Gedurende geactiveerde schoorsteen- vegerfunctie blijft de keteltemperatuur- maximumbegrenzing om veiligheids- redenen actief. Brandervermogen Belastingsopgave voor de brander bij bedrijf door de schoonstegerfunctie. Handfunctie Bij actieve handfunctie worden de relaisuitgangen niet meer conform de regeltoestand geschakeld maar afhankelijk van hun functie op een voorgedefineerde handfunctietoestand (zie tabel) geplaatst. Gewenste waarde-instelling bij handfunctie Nadat de handfunctie werd geactiveerd werd, moet naar de basisaanduiding worden geschakeld. Daar wordt het onderhouds/speciale gebruik- symbool aangegeven. Door het indrukken van de infor- matietoets wordt daarbij naar de info- aanduiding "Handbedrijf“ geschakeld, waarin de gewenste waarde kan worden ingesteld. Bij actief handbedrijf worden de relais- uitgangen niet meer conform de regel- toestand geschakeld maar afhankelijk van hun functie op een voorgedefini- eerde handbedrijftoestand (zie tabel) geplaatst. De relaisuitgangen worden, afhankelijk van hun hydraulische functie, in een toestand geplaatst, die de warmte beschikbaar stelt. De zoninstallatie blijft uitgeschakeld, omdat hier de mogelijkheid van de op- slagretourkoeling via de collector bestaat. Een in de handfunctie ingeschakeld relais kan door een elektronische temperatuurregelaar (TR) of – bewaking (TW) controle worden uitgeschakeld. Uitgang Gasketel Ketelpomp Q1 aan

2. trap ketelpomp Q27 aan

Vaste stof ketel Ketelpomp Q10 aan Zonne-energie Collectorpomp Q5 uit Externe wisselaarpomp K9 uit Aandrijving opslagtank K8 uit Aandrijving zwembad K18 uit Tapwater Laadpomp Q3 aan Omschakelklep Q3 uit Tussengroeppomp Q33 aan Mengpomp Q35 uit Circulatiepomp Q4 aan Elektrische verwarming K6 aan Opslagbuffertank Opwekker blokkeerklep Y4 aan Retourklep Y15 uit Verwarmingsgroep 1..3 Verwarmingsgroeppomp Q2

Q20 aan Menger open/dicht Y1/Y2 Y5/Y6 uit Hk-pomp 2. trap Q21 Q22 aan Voorregelaar Circulatiepomp Q14 aan Voorregelaarmenger open/dicht Y19/Y20 uit Externe verbruikergroep

Verbruikergroep- verwarminggroeppomp Q15 Q18 Q19 aan Extra functies Alarmuitgang K10 uit Tijdprogramma 5 K13 uit Wamte-opvraag K27 aan Melduitgang K35 aan Bedrijfsmelding K36 aan Rookgasklep K37 aan Ventilatoruitschakeling K38 aan Bufferlaadpomp Q11 uit Cascade Cascadepomp Q25 aanMenu: Onderhoud/service

Regelaarstopfunctie Wordt de regelaarstopfunctie ge- activeerd, dan wordt direct het ingesteld brandervermogen van de gewenste waarde van de regelaarstop opgevraagd. Regelaarstop gewenste waarde Bij geactiveerde regelaarstopfunctie wordt het hier ingesteld vermogen van de ketel opgevraagd. Ontluchtingsfunctie Parameter om de functie manueel te activeren bijv. via hotkey of menu onderhoud/speciale functie.Na afloop van de ontluchting is de parameter weer op uit gezet. Met het instellen op Uit kan de ontluchting ook te allen tijde worden afgebroken. Ontluchtingswijze Met deze parameter kunnen de fasen van de ontluchtingsfunctie worden Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 7143 Regelaarstopfunctie Uit Aan Zie handleiding ketel 7145 Gewenste waarde regelaarstop 7146 Ontluchtingsfunctie Uit Aan 7147 Ontluchtingswijze Geen Verwarmingsgroep continuloop Verw.groep cyclus Tapwater continuloop Tapwater cyclus 7170 Telefoon klantendienst geselecteerd zie hiervoor ook het hoofdstuk ontluchtingsfunctie. Is de functie gestart, dan dient deze waarde als info-waarde en geeft de actuele bewerkte fase weer. Telefoon klantendienst Instelling van het telefoonnummer dat in de info-aanduiding verschijnt. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 7250 Pstick buffer pos Zie handleiding ketel 7251 Pstick betr. datareeks 7252 Pstick opdracht Geen bedrijf

7253 Pstick voortgang 7254 Pstick status Geen Stick Stick klaar Schrijven op Stick lezen van Stick EMV test Actief fout Schrijven Fout lezen Lezen Incompatib.datareeks Verkeerd sticktype Fout stickformaat Datareeks controleren Datareeks geblokkeerd Blokkade lezen Parameterstick De parameterstick kan slechts samen met een bedieningsdeel dat uit volledige tekst bestaat worden gebruikt. Is die niet in de installatie aanwezig, kan tijdelijk een Service-Room Unit worden aangesloten. Wordt de parameterstick op de LMS14… gestoken, wordt deze herkend en de informaties voor Auto-Backup resp. Auto-Restore geanalyseerd. Op de paramesterstick zijn verscheidene datareeksen opgeslagen die via de bedienings- eenheid kunnen worden geselecteerd. PStick opslag pos PStick m.b.t. datareeks Via het datapunt PStick opslag Pos kan de datareeks (datareeks- nummer op de stick) worden geselecteerd, die hier geschreven of gelezen moet worden. Wanneer een datareeks werd gelecteerd, wordt in een tweede datapunt PStick m.b.t. datareeks van de datareeksnaam aangegeven. PStick opdracht Stickoperaties selecteren. Al naar gelang selectie worden volgende handelingen uitgevoerd: Geen bedrijf (0) Dit is een basistoestand. Zolang geen bedrijf op de stick actief is, wordt deze opdracht aangegeven. Lezen van de stick (1) Start het lezen van de data van de stick. Dit bedrijf is alleen met READ- of READ / WRITE-Sticks mogelijk. Schrijven op stick (2) Start het schrijven van de data van de LMS14… op de stick. Dit bedrijf is slechts met WRITE- of READ / WRITE-Sticks mogelijk. PStick voortgang De voortang is een procentaanduiding, die bij actief stickbedrijf (lezen resp. schrijven ) aangeeft, hoeveel procent al verwerkt is. Is geen bedrijf actief of doet zich een fout voor, wordt 0% aangegeven. In het tweede veld van de dubbele aanduiding staat de status. Deze dient o.a. ook als foutinformatie bij problemen.Menu: In-/Uitgangstest. Status Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 7700…7952 - Zie handleiding ketel Met de in- en uitgangstest kan gecontroleerd worden of de aange- sloten componenten correct werken. Door het kiezen van een instelling uit de relaistest wordt het betreffende relais aangetrokken en daardoor worden de aangesloten componenten in bedrijf genomen. Op die manier kan gecontroleerd worden of de relais en de bedrading betrouwbaar zijn.

Status De actuele status van de installatie wordt d.m.v. statusaanduidingen gevisualiseerd. Belangrijk: Opgeroepen opnemerwaarden worden binnen max. 5 sec. geactualiseerd. De aanduiding vindt zonder meetwaarde-correctie plaats. Regelnr. Bedieningsregel 8000 Status verwarmingsgroep 1 8001 Status verwarmingsgroep 2 8002 Status verwarmingsgroep P 8003 Status tapwater 8005 Status ketel 8007 Status zonne-energie 8008 Status vaste stof ketel 8009 Status brander 8010 Status opslagtank 8011 Status zwembad 94Menu: Diagnose Regelnr. Bedieningsregel 8304…8570 - Regelnr. Bedieningsregel 8700…9058 - Diagnose cascade Voor diagnosedoeleinden kunnen verschillende gewenste- en begin- waarden schakeltoestanden van relais en ook tellerstanden worden aangegeven.

Diagnose opwekkers Voor diagnosedoeleinden kunnen verschillende gewenste- en begin- waarden schakeltoestanden van relais en ook tellerstanden worden aangegeven.

Diagnose verbruikers Voor diagnosedoeleinden kunnen verschillende gewenste- en begin- waarden schakeltoestanden van relais en ook tellerstanden worden aangegeven. Regelnr. Bedieningsregel 8100…8150 - 95Menu: Branderautomaat

Het branderautomatenprogramma garandeert dat het apparaat correct functioneert inclusief in- en buiten- bedrijfstelling en ook de vlambewaking. Het verloop zelf wordt via parameters door de fabrikant vast ingesteld. De waarden in de hieronder staande lijst horen bij de verschillende apparaatcapa- citeiten en mogen niet door de ver- warmingsmonteur worden gewijzigd. De waarden mogen alleen door Elco-servicetechnici in noodzakelijke gevallen worden gewijzigd. Regelnr. Bedieningsregel Fabrieksinstelling 9500 Voorspoeltijd Zie handleiding ketel 9512 Gewenste toerental ontstekings- belasting 9524 Gewenst waarde van het toerental deellast 9529 Gewenst waarde van het toerental vollast 9540 Naspoeltijd 9615 Gedwongen voorspoelen bij fouten Uit Aan 9650 Schoorsteendroging Uit Tijdbegrensd Permanent Voorspoeltijd Instelbare duur van het voorspoelen van het bedieningsdeel. Deze waarde kan altijd alleen groter dan 10 s worden ingesteld. Gewenste waarde van het toerental deellast Instelbare gewenste waarde van het toerental in deellast van het bedieningsdeel. Deze waarde kan altijd slechts groter dan de gewenste waarde van het toerental deellast min. worden ingesteld. Gewenste toerental ontstekings- belasting Instelbaar gewenste toerental van ontsteking via bedieningsgedeelte. Deze waarde kan altijd alleen groter dan het gewenste toerental van de ontsteking max. worden ingesteld. Gewenste waarde van het toerental vollast Instelbare gewenste waarde in nominale last van het bedieningsdeel. Deze waarde kan altijd slechts groter dan de gewenste waarde van het toerental vollast min. worden ingesteld. Naspoeltijd Instelbare duur van het naspoelen van het bedieningsdeel. Deze waarde kan altijd alleen groter dan 7 s worden ingesteld. Gedwongen voorspoelen bij fouten Na een ontregeling na stoorstand, na net-AAN alsmede na 24 uur in standby vindt gedwongen voorspoelen plaats, voor 21 seconden of voorspoeltijd, indien de voorspoeltijd >21 seconden is. Uit De functie is uitgeschakeld. Aan De functie is ingeschakeld. Schoorsteendroging Wordt de schoorsteendroging geactiveerd, start de functie na een buitenbedrijfstelling bij de overgang naar Standby. De schoorsteendroging kan door elke warmte-opvraag worden onderbroken en start opnieuw, wanneer het faseverloop weer naar de fase standby gaat. Uit De functie is uitgeschakeld. Tijdbegrensd De schoorsteendroging wordt 10 minuten uitgevoerd. Permanent De ovendroging wordt constant in de standby uitgevoerd.Notities 97Notities 98Notities

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Elco

Model : Thision S PLUS

Categorie : Cv-ketel