GEBRUIKSAANWIJZING Thision S PLUS Elco
Korte beschrijving/kenmerken/functies.... 3
Bedieningselementen.... 4
Beschrijving display programmering.... 5
Kort overzicht van de hoofdfuncties van de elektronische regelaar.... 6
Parameterinstellingenen eindgebruiker.... 7
Parameterinstellingenen verwarmingsinstallateur.... 10
Info-weergave, handmatige bediening, functie schoorsteenveger.... 33
Foutmelding / onderhoud.... 34
Gedetailleerde instellingen
Menu tijd datum / bedieningseenheid 37
Menu tijdprogramma / vakantie.... 39
Menu verwarmingsgroepen.... 41
Menu tapwater.... 51
Menu verbruikerscircuit.... 55
Menu zwembad.... 56
Menu voorregelaar circulatiepomp.... 57
Menu ketel.... 59
Menu caskade.... 64
Menu zonne-energie.... 66
Menu vaste brandstofketel.... 70
Menu buffertank.... 71
Menu tapwaterbuffer.... 74
Menu configuatie.... 78
Menu LPB.... 89
Menu Fout; onderhoud/service.... 91
Menu in- / uitgangstest, status.... 94
Menu diagnose.... 95
Menu branderautomaat.... 96
Notities 97
Korte beschrijving, kenmerken functies
Korte beschrijving
De regeling LMS is een weersafhankelijke digitale verwarmingsregeling voor twee mengverwarmingskringen, en ook de tapwaterbereiding, cascadering en de branderautomaat voor de brander. Bovendien zijn verschillende aanvullende functies in te schakelen.
De verwarmingsregeling berekent met behulp van de buitentemperatuursensor de noodzakelijke gewenste temperaturen voor de ketel en de verwarmingskringen en stuurt de tapwaterbereiding.
Met extra inschakelbare optimalisatie-
functies is een optimale energie-
besparing te bereiken.
Kenmerken
Verwarmingsinstelling met volgende functies
• Bedrijfswijze verwarming, tapwater
- Instelling gewenste waarde voor verwarming, tapwater
- Infotoets
• Handmatige functies
• Schoorsteenvegerfunctie
- Reset toets
Functions
Weersafhankelijke warmteregeling voor max. twee mengkringen.
Tapwatersturing met vrijgave en voorgave van de gewenste waarde

A Aan/uit schakelaar
B Terugtoets (ESC)
C Ruimtetemperatuurregelknop
D Bevestigingstoets (OK)
E Handbedrijffunctietoets
F Schoorsteenvegerfunctietoets
G Infotoets
H Reset toets
I Bedrijfswijzetoets
verwarmingstoets(en)
L Display
M Bedrijfswijzetoets drinkwater
Bedrijfswijzetoets drinkwater (M)
Om de drinkwaterbereiding in te schakelen (balk in het display onder de waterkraan)
Bedrijfswijzetoets verwarmings- kring(en) (I)
Om 4 verschillende verwarmings-
bedrijfswijzen in te stellen:
Auto tijd: Automatische wijze volgens
tijdprogramma
Zon 24 h: verwarmen tot nominale
comforttemperatuur
Maan 24 h: verwarmen tot
gereduceerde waarde
Beveiligingsbedrijf: verwarming
uitgeschakeld, vorstbescherming is
actief
Display (L)
Infotoets (G)
Oproepen van de volgende informatie zonder invloed op de regeling: temperaturen, bedrijfstoestand verwarming/tapwater, foutmeldingen
Ruimtetemperatuur - regelknop (C)
- Om de ruimtecomforttemperatuur te wijzigen
- Met deze draaiknop kunnen bij het programmeren instellingen gekozen en gewijzigd worden.
Bevestigingstoets OK (D)
Terugtoets ESC (B)
Deze beide toetsen worden samen met de grote draaiknop - + voor het programmeren en configureren van de regeling gebruikt. Instellingen die niet met de bedieningselementen bediend kunnen worden, gebeuren via de programmering. Door de ESC-toets in te drukken, gaat u telkens een stap terug; veranderde waarden worden daarbij niet overgenomen.
Om naar het volgende bedieningsniveau te gaan of om veranderde waarden op te slaan, wordt op de OK-toets gedrukt.
Handbedrijf- functietoets (E)
Door het indrukken van de toets bevindt zich de regelaar in de handbedrijfsfunctie, alle pompen lopen, de mengklep wordt niet meer aangestuurd, de brander wordt op 60°C gezet. (Aanduiding door schroefsleutelsymbool).
In/uit schakelaar (A)
Positie 0:
Geheel het apparaat en alle aan het apparaat aangesloten elektrische componenten zijn spanningsloos. De vorstbescherming is niet gegarandeerd.
Positie I
Het apparaat en de aan het apparaat aangesloten componenten zijn bedrijfsklaar.
Schoorsteenveger functietoets (F)
Door kort op de toets te drukken gaat de ketel in de bedrijfstoestand voor de emissiemeting. Deze functie moet worden gedeactiveerd (aanduiding door schroefsleutel.)
Reset toets (H)
Door kort op de toets (> 3s) te drukken wordt de vergrendeling van de brander opgeheven.
Beschrijving display
Programmering


Verwarmen met de gewenste comfortwaarde

Verwarmen met de gewenste gereduceerde waarde

Verwarmen met de gewenste vorst-
beschermingswaarde

Proces bezig – a.u.b. wachten

Brander in werking (enkel olie-/gasketel)

Foutmeldingen
INFO
Infoniveau geactiveerd
PROG
Programmering geactiveerd
ECO
Verwarming tijdelijk uitgeschakeld;
ECO-functie actief

Vakantiefunctie actief

Betrekking op de verwarmingskring

Handbedrijf / schoorsteenvegerfunctie Nr. Nummer van de bedieningsregel (parameternummer)

Toets OK indrukken (1x)
Eindgebruiker
- gewenst menu
- met toets OK bevestigen
- gewenste parameter selecteren
- met toets OK bevestigen
- met + - wiel veranderen
- met toets OK bevestigen
- met toets ESC terug
Basisweergave
(toetsen)
Toets OK indrukken (1x)
Toets INFO indrukken (4 sec.)
Inbedrijfstelling Vakman
- gewenste gebruikerniveau selecteren
- met toets OK bevestigen
- gewenst menu
- met toets OK bevestigen
- gewenste parameter selecteren
- met toets OK bevestigen
- met + - wiel veranderen
- met toets OK bevestigen
- met toets ESC terug
Kort overzicht van de hoofdfuncties van de elektronische regelaar
| Toets | Actie | Werkwijze | Weergave/functie |
Gewenste | kamertemperatuur instellen | VG2 samen met VG1Draaiknop links/rechts bedienenDraaiknop opnieuw draaienOpslaan met de toets OKof 5 sec. wachten of:Druk op de toets [ESC] | Gewenste comfortwaarde met knipperende temp.weergaveKnipperende temperatuurweergave in stappen van 0,5 °Cvan 10,0 ... 30 °CGewenste comfortwaarde AangenomenGewenste comfortwaarde niet Aangenomen- Na 3 sec. verschijnt de basisweergave |
gewenste | ruimtetemperatuur voor VG1 of VG2 instellen | 2. VG onafhankelijk van VG1Draaiknop links/rechts indrukkenToets OKDraaiknop links/rechts indrukkenOpslaan met toets OKof 5 sec. wachtenof – indrukken van toets [ESC] | Verwarmingskring selecterenVerwarmingskring wordt overgenomen knipperende temperatuuAanduiding in 0,5 °C stappen van 10,0-30°CComfortinstelling overgenomenComfortinstelling niet overgenomen- na 3 sec. verschijnt basisinstelling |
 | TapwaterfunctieAAN- of UIT-schakelen | Druk op toets | Tapwaterfunctie Aan/Uit(Segmentbalk onder tapwatersymbool zichtbaar/onzichtbaar)- Aan: tapwaterbereiding volgens schakelprogramma- Uit: geen tapwaterbereiding- Beschermingsfunctie actief |
 | Bedrijfsmodus wisselen | Fabrieksinstelling1x druk op toetsnog een keer op knop drukkennog een keer op knop drukken | Automatische functie Aan, met:- Verwarmingsfunctie volgens tijdprogramma- Gewenste temperatuur waarden volgens verwarmingsprog.- Beschermingsfuncties actief- Zomer/winter automatische wijziging actief- ECO-functies actief(Segmentbalk met daarbij horend symbool zichtbaar)Voortdurend COMFORT verwarmen Aan, met:- Verwarmingsfunctie zonder tijdprogramma op gewenste comfortwaarde- Beschermende functies actiefVoortdurend GEREDUCEERD verwarmen, Aan met:- Verwarmingsfunctie zonder tijdprogramma op gewenste gereduceerde waarde- Beschermingsfuncties actief- Zomer/winter automatische wijziging actief- ECO-functies actiefBeschermende functie Aan met- Verwarmingsfunctie uitgeschakeld- Temperatuur volgens vorstbescherming- Beschermingsfuncties actief |
| Regelaarstopfunctie 1 x drukken op toets (> 3s) nog een keer op toets drukken (> 3s) | 304: Regelaarstopfunctie Gewenste waarde instellenna 3 s verschijnt basisinstelling |
 | Weergave van verschillende inlichtingen | 1 x druk op de toetsHerhaalde druk op de toetsHerhaalde druk op de toets......druk op de toets | INFO-segment wordt ingevoegd- Status ketel - Kamertemperatuur- Kamertemperatuur min.- Status drinkwater - Ruimtetemperatuur max.- Status verw. kring 1 - Buitentemperatuur- Status verw. kring 2 - Buitentemperatuur min.- Buitentemperatuur max.- Uur / datum - Tapwatertemperatuur 1- Foutmelding - Keteltemperatuur- Onderhoudsmelding - Aanvoertemperatuur(weergave van de inforegels is afhankelijk van de configuratie)Terug naar de basisweergave: INFO-segment verdwijnt |
 | Bedrijfswijze volgens manueel in te stellen gewenste waarden Wijziging van de door de fabriek ingestelde keteltemperatuur | korte druk op toetskorte druk op toetskorte druk op toetskorte druk op toetskorte druk op toetskorte druk op toetskorte druk op toetskorte druk op toetskorte druk op toetskorte druk op toetskorte druk op toetskorte druk op toetskorte druk op toetskorte druk op toetskorte druk op toetskorte druk op toetskorte druk op toetskorte druk ontrukken op toets (> 3 s)opnieuw drukken op toets( > 3 s) | Handbedrijf Aan (Symboolschroefsleutel zichtbaar) – Verwarmingsbedrijf op van te voren ingestelde keteltemperatuur(Fabrieksinstelling = 60 °C)301: Handbedrijf gewenste waarde handbedrijf instellen? knipperende temperatuur Aanduiding gewenste temperatuur InstellenStatus ketelHandbedrijf uit (symboolschroefsleutel verdwijnt) |
| Ontluchtingsfunctie 1x drukken op toets (> 3 s)opnieuw drukken op toets( > 3 s) | 312: Ontluchtingsfunctie AanOntluchtingsfunctie UIT |
| Activering schoorsteenvegerfunctie | Druk op toets (< 3 s) opnieuw drukken op toets (< 3 s) | Schoorsteenfunctie AanSchoorsteenfunctie Uit |
| Korte tijd dalen van de ruimtetemperaruu bij QAA75 / 78 | Druk op toetsopnieuw drukken op toets | Verwarmen op gewenste gereduceerde waardeverwarmen op gewenste comfortwaarde |
| RESET | Reset-toets | Druk op toets (> 3 s) | Apparaat wordt ontgrendelde, alarmklok verdwijnt |

OK
= bevestiging

= afbreken resp. terug naar basisinstelling
- Basisweergave „keteltemperatuur“
- 1 x OK – toets indrukken
- met de + - draaiknop bijv. „menu tapwater“ selecteren
- 1 x OK – toets indrukken
met de + - draaiknop bijv. in het menu tapwater „parameter Nr. 1612 gewenste gereduceerde temperatuur " kiezen
- 1 x OK – toets indrukken
• met de + - draaiknop actuele waarde wijzigen
- 1 x OK – toets indrukken -> waarde is opgeslagen
- met 2 x ESC- toets terug naar de basisweergave „keteltemperatuur . . .“
| Menukeuze Bedieningsregel | Keuzemogelijkheid | Eenheid | Min. | Max | Fabrieks-Instellingen* |
| Tijd en datum | 1 | Uren/minuten hh:mm | | 00:00 23.59 | | |
| 2 | Dag/maand tt:MM | | 01.01 31.12. | | |
| 3 | Jaar jjj | | 2004 2099 | | |
| Bedieningseenheid | 20 | Taal | - | Engels, Duits, Frans, Italiaans, Deens, Nederlands, Spaans, Tsjechisch, Sloveens, Turks | |
| Tijdprogramma verwarmingskring 1 | 500 | Voorkeuze | - | ma-zo, ma-vr, za-zo | ma, di, wo, do, vr, za, zo | |
| 501 | ma-zo: 1 fase Aan | hh:mm | 00:00 24:00 | | |
| 502 | ma-zo: 1 fase Uit | hh:mm | 00:00 24:00 | | |
| 503 | ma-zo: 2 fase Aan | hh:mm | 00:00 24:00 | | |
| 504 | ma-zo: 2 fase Uit | hh:mm | 00:00 24:00 | | |
| 505 | ma-zo: 3. fase Aan | hh:mm | 00:00 24:00 | | |
| 506 | mo-zo: 3 fase Uit | hh:mm | 00:00 24:00 | | |
| 516 | Standaardwaarden | - | ja | nee | |
| Tijdprogramma verwarmingskring 2 (alleen wanneer geactiveerd) | 520 | Voorkeuze | - | ma-zo, ma-vr, za-zo | ma, di, wo, do, vr, za, zo | |
| 521 | ma-zo: 1 fase Aan | hh:mm | 00:00 24:00 | | |
| 522 | ma-zo: 1 fase Uit | hh:mm | 00:00 24:00 | | |
| 523 | ma-zo: 2 fase Aan | hh:mm | 00:00 24:00 | | |
| 524 | ma-zo: 2 fase Uit | hh:mm | 00:00 24:00 | | |
| 525 | ma-zo: 3. fase Aan | hh:mm | 00:00 24:00 | | |
| 526 | mo-zo: 3 fase Uit | hh:mm | 00:00 24:00 | | |
| 536 | Standaardwaarden | - | ja | nee | |
| Tijdprogramma 3/VG3 | 540 | Voorkeuze | - | ma-zo, ma-vr, za-zoo | ma, di, wo, do, vr, za, zo | |
| 541 | ma-zo: 1 fase Aan | hh:mm | 00:00 24:00 | | |
| 542 | ma-zo: 1 fase Uit | hh:mm | 00:00 24:00 | | |
| 543 | ma-zo: 2 fase Aan | hh:mm | 00:00 24:00 | | |
| 544 | ma-zo: 2 fase Uit | hh:mm | 00:00 24:00 | | |
| 545 | ma-zo: 3. fase Aan | hh:mm | 00:00 24:00 | | |
| 546 | mo-zo: 3 fase Uit | hh:mm | 00:00 24:00 | | |
| 556 | Standaardwaarden | - | ja | nee | |
*Zie handleiding ketel
Parameterinstellingen eindgebruiker
| Menukeuze Bedieningsregel | Keuzemogelijkheid | Eenheid | Min. | Max | Fabrieks-Instellingen* |
| Tijdprogramma 4/TAPW | 560 | Voorkeuze | - | ma-zo, ma-vr, za-zo | ma, di, wo, do, vr, za, zo | |
| 561 | ma-zo: 1 fase Aan | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 562 | ma-zo: 1 fase Uit | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 563 | ma-zo: 2 fase Aan | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 564 | ma-zo: 2 fase Uit | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 565 | ma-zo : 3. fase Aan | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 566 | mo-zo: 3 fase Uit | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 576 | Standaardwaarden | - | ja | nee | |
| Tijdprogramma 5 | 600 | Voorkeuze | - | ma-zo, ma-vr, za-zo | ma, di, wo, do, vr, za, zo | |
| 601 | ma-zo: 1 fase Aan | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 602 | ma-zo: 1 fase Uit | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 603 | ma-zo: 2 fase Aan | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 604 | ma-zo: 2 fase Uit | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 605 | ma-zo : 3. fase Aan | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 606 | mo-zo: 3 fase Uit | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 616 | Standaardwaarden | - | ja | nee | |
| Verwarmingskring vakantie 1 | 641 | Voorkeuze | - | Periode 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 | |
| 642 | Periode begin/dag/maand | tt.MM | 01.01 | 31.12 | |
| 643 | Periode eind/dag/maand | tt.MM | 01.01 | 31.12 | |
| 648 | Bedrijfsniveau | - | Vorstbescherming | Gereduceerd | |
| Verwarmingskring vakantie 2 (alleen wanneer geactiveerd) | 651 | Voorkeuze | - | Periode 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 | |
| 652 | Periode begin/dag/maand | tt.MM | 01.01 | 31.12 | |
| 653 | Periode eind/dag/maand | tt.MM | 01.01 | 31.12 | |
| 658 | Bedrijfsniveau | - | Vorstbescherming | Gereduceerd | |
| Verwarmingskring 1 | 710 | Gewenste comfortwaarde | °C | Waarde uit regel 712 | 35 | |
| 712 Gewenste gereduceerde waarde | °C | 4 | Waarde uit regel 710 | |
| 714 Gewenste vorst-beschermingswaarde | °C | 4 | Waarde uit regel 712 | |
| 720 | Karakteristieke Steilheid | - | 0.10 | 4.00 | |
| 730 Zomer-/winter-verwarmingsgrens | °C | ---/8 | 30 | |
| Verwarmingskring 2 (alleen wanneer geactiveerd) | 1010 | Gewenste comfortwaarde | °C | Waarde uit regel 1012 | 35 | |
| 1012 | Gewenste gereduceerde waarde | °C | 4 | Waarde uit regel 1010 | |
| 1014 | Gewenste vorst-beschermingswaarde | °C | 4 | Waarde uit regel 1012 | |
| 1020 | Karakteristieke Steilheid | - | 0.10 | 4.00 | |
| 1030 | Zomer-/winter-verwarmingsgrens | °C | ---/8 | 30 | |
| Tapwater | 1610 | Nominale gewenste waarde | °C | Waarde uit regel 1612 | 80 | |
| 1612 | Gereduceerde gewenste waarde | °C | 8 | Waarde uit regel 1610 | |
*Zie handleiding ketel
Parameterinstellingen eindgebruiker
| Menukeuze Bedieningsregel | Keuzemogelijkheid | Eenheid | Min. | Max | Fabrieks-Instellingen* |
| Zwembad | 2055 Zw | embad gewenste waarde verwarming zonne-energie | °C 8 | 80 | | |
| 2056 Zw | embad gewenste waarde bronverwarming | °C 8 | 80 | | |
| Ketel 2214 Gewenste waarde | handmatige functie | °C | 10 | 90 | |
| Fout | 6700 | Foutmelding | - | - | - | alleen aanduiding |
| 6705 | SW diagnose code | - | - | - | alleen aanduiding |
| 6706 | FA fase stoorstand | - | - | - | alleen aanduiding |
*Zie handleiding ketel
Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur
• Basisweergave "keteltemperatuur"
• 1 x OK-toets indrukken
- Info-toets 4 sec. drukken
met de +-draaiknop ingebruikname of niveau vakman kiezen
• 1 x OK-toets indrukken
• met de +-draaiknop bijv. „menu drinkwater“ kiezen
• 1 x OK-toets indrukken
- met de +-draaiknop bijv. in het menu drinkwater „parameter nr. 1612 gereduceerde gewenste temperatuur “ kiezen
• 1 x OK-toets indrukken
• met de +-draaiknop de actuele waarde veranderen
- 1 x OK-toets indrukken -> waarde is opgeslagen
- met 2 x ESC-toets terug naar de basisweergave „keteltemperatuur“
Overzicht van de parameters voor ingebruikname
De grijs gestreepte parameterregels zijn alleen zichtbaar in het niveau ingebruikname.
De volledige parameterlijst is zichtbaar op niveau vakman.
| Menukeuze Bedienings-regel | Keuzemogelijkheid | Eenheid | Min. | Max. | Fabrieks-Instellingen* |
| Uur en datum | 1 | Uren/minuten | hh:mm | 00:00 | 23.59 | |
| 2 | Dag/maand | tt:MM | 01.01 | 31.12. | |
| 3 | Jaar | jjj | 2004 | 2099 | |
| 5 | Zomertijdbegin dag/maand | tt:MM | 01.01 | 31.12. | |
| 6 | Zomertijdeinde dag/maand | tt:MM | 01.01 | 31.12. | |
| Bedienings-een-heid | 20 | Taalkeuze | - | Engels, Duits, Frans, ItaliaansNederlands, Pools | |
| 22 | Info | - | Tijdelijk Permanent | |
| 26 | Blokkering bediening | - | Aan Uit | |
| 27 | Blokkering programmering | - | Aan Uit | |
| 28 | Bedieningseenheiddirecte wijziging | - | Opslaan met bevestigingOpslaan automatisch | |
| 44 | Bediening VG2 | - | Gemeenschappelijk met Hk1onafhankelijk | |
| 46 | Bediening VG P | - | Gemeenschappelijk met Hk1onafhankelijk | |
| 70 | Software versie | - | 0 | 99.0 | |
| Tijdprogramma Verwarmings-groep 1 | 500 | Voorkeuze | - | ma, di, wo, do, vr.za, zo | |
| 501 | ma-zo: 1. fase Aan | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 502 | ma-zo: 1. fase Uit | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 503 | ma-zo: 2. fase Aan | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 504 | ma-zo: 2. fase Uit | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 505 | ma-zo: 3. fase Aan | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 506 | ma-zo: 3. fase Uit | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 516 | Standaardwaarden | - | ja nee | |
| Tijdprogramma Verwarmings-groep 2(alleen wanneergeactiveerd) | 520 | Voorkeuze | - | ma, di, wo, do, vr.za, zo | |
| 521 | ma-zo: 1. fase Aan | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 522 | ma-zo: 1. fase Uit | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 523 | ma-zo: 2. fase Aan | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 524 | ma-zo: 2. fase Uit | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 525 | ma-zo: 3. fase Aan | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 526 | ma-zo: 3. fase Uit | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 536 | Standaardwaarden | - | ja nee | |
| Tijdprogramma 3 Verwarmings-groep 3 | 540 | Voorkeuze | - | ma, di, wo, do, vr.za, zo | |
| 541 | ma-zo: 1. fase Aan | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 542 | ma-zo: 1. fase Uit | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 543 | ma-zo: 2. fase Aan | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 544 | ma-zo: 2. fase Uit | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 545 | ma-zo: 3. fase Aan | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 546 | ma-zo: 3. fase Uit | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 556 | Standaardwaarden | - | ja nee | |
| Tijdprogramma 4 TAPW | 560 | Voorkeuze | - | ma, di, wo, do, vr.za, zo | |
| 561 | ma-zo: 1. fase Aan | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 562 | ma-zo: 1. fase Uit | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 563 | ma-zo: 2. fase Aan | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 564 | ma-zo: 2. fase Uit | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 565 | ma-zo: 3. fase Aan | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 566 | ma-zo: 3. fase Uit | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 576 | Standaardwaarden | - | ja nee | |
*Zie handleiding ketel
Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur
| Menukeuze Bedieningsregel | Keuzemogelijkheid | Eenheid | Min. | Max. | Fabrieks-Instellingen* |
| Tijdprogramma 5 | 600 | Voorkeuze | - | ma, di, wo, do, vr.za, zo | |
| 601 | ma-zo: 1. fase Aan | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 602 | ma-zo: 1. fase Uit | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 603 | ma-zo: 2. fase Aan | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 604 | ma-zo: 2. fase Uit | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 605 | ma-zo: 3. fase Aan | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 606 | ma-zo: 3. fase Uit | hh:mm | 00:00 | 24:00 | |
| 616 | Standaardwaarden | - | ja nee | |
| Verwarmings-groep vakantie 1 | 641 | Voorkeuze | - | Periode 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 | |
| 642 | Periode begin dag /maand | tt.MM | 01.01 | 31.12 | |
| 643 | Periode ende dag/maand | tt.MM | 01.01 | 31.12 | |
| 648 | Bedrijfsniveau | - | Vorstbescherming, gereduceerd | |
| Verwarmings-groep vakantie 2 (alleen wanneer geactiveerd) | 651 | Voorkeuze | - | Periode 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 | |
| 652 | Periode begin dag /maand | tt.MM | 01.01 | 31.12 | |
| 653 | Periode ende dag/maand | tt.MM | 01.01 | 31.12 | |
| 658 | Bedrijfsniveau | - | Vorstbescherming, gereduceerd | |
| Verwarmings-groep 1 | 700 | Bedrijfswijze VK1 | - | Beveiligingsbedrijf, automatisch, gereduceerd | |
| 710 | Gewenste comfortwaarde | °C | Waarde uit regel. 712 | 35 | |
| 712 Gewenste gereduceerde waarde | °C | Waarde uit regel. 714 | Waarde uit regel. 710 | |
| 714 Gewenste vorstbeschermings-waarde | °C | 4 | Waarde uit regel. 712 | |
| 720 | Karakteristieke steilheid | - | 0.10 | 4.00 | |
| 721 | Verschuiving karakteristiek | °C | -4.5 | 4.5 | |
| 726 | Karakteristieke adaptie | °C | Uit, Aan | |
| 730 Zomer-/winterverwarmingsgrens | °C | ---/8 | 30 | |
| 732 | Dagverwarmingsgrens | °C | ---/-10 | 10 | |
| 733 Verlenging dagverwarmings-grens | - | Nee, ja | |
| 740 Minimum gewenste Aanvoertemperatuur | °C | 8 | Waarde uit regel. 741 | |
| 741 Maximale gewenste Aanvoertemperatuur | °C | Waarde uit regel. 740 | 80 | |
| 742 | Gew wrde aanv ruimtetherm | °C | Waarde uit regel. 740 | Waarde uit regel. 741 | |
| 746 | Vertr. warmte vraag | s | 0 | 600 | |
| 750 | Ruimte-invloed | % | ---/0 | 100 | |
| 760 | Ruimtetemperatuurbegrenzing | °C | ---/0.5 | 4 | |
| 770 | Snel opstoken | °C | ---/0 | 20 | |
| 780 | Snelle daling | - | Uit, tot gewenste gereduceerde waarde,tot gewenste vorstbeschermingswaarde | |
| 790 | Inschakeloptimalisatie max. | min | 0 | 360 | |
| 791 | Uitschakeloptimalisatie max. | min | 0 | 360 | |
| 800 | Gew wrde toename Red start | °C | ---/30 | 10 | |
| 801 | Gew wrde toename Red einde | °C | -30 | Waarde uit regel. 800 | |
| 820 | Oververhittings bev. pomp | - | Uit, Aan | |
| 830 | Mengklep verhoging | °C | 0 | 50 | |
| 832 | Aandrijving type | - | 2-punt, 3-punt | |
| 833 | Schakeldifferentie 2-punt | °C | 0 | 20 | |
| 834 | Looptijd Aandrijving | s | 30 | 873 | |
| 835 | P-band (Xp) | °C | 1 | 100 | |
| 836 | Bijsteltijd (Tn) | s | 10 | 873 | |
*Zie handleiding ketel
Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur
| Menukeuze | Bedienings-regel | Keuzemogelijkheid | Eenheid | Min. | Max. | Fabrieks-Instellingen* |
| Verwarmings-groep 1 | 850 Vloerfunctie - | | | Uit, functioneel verwarmen, bezettingsafhankelijk verwarmen / functioneel-/bezettingsafhankelijk verwarmen, manueel | |
| 851 | Vloerfunctie gew wrde hand | °C | 0 | |
| 855 | Vloerfunctie gemeten wrde | °C | - | alleen Aanduiding |
| 856 | Vloeruitdroging dag VG1 | - | 0 | |
| 861 | Overtemperatuurafname VG1 | - | Uit, verwarmingsfunctie, altijd | |
| 870 | Met opslag buffertank | - | Nee, ja | |
| 872 | Met voorregelaar/circ pomp | - | Nee, ja | |
| 890 | Gew. aanv corr. bij trntl reg | | Nee, ja | |
| 898 | Bedrijfsniveau-omschakeling | - | Vorstbescherming, gereduceerd, comfort | |
| 900 | Bedrijfswijze-omschakeling | - | Geen, beveiligingsbedrijf, gereduceerd, comfort, automatisch | |
| Verwarmings-groep 2(alleen wanneer geactiveerd) | 1000 | Bedrijfswijzer VG2 | - | Beveiligingsbedrijf, automatisch, gereduceerd | |
| 1010 | Gewenste waarde comfort | °C | Waarde uit regel. 712 | 35 | |
| 1012 | Gewenste reductiewaarde | °C | Waarde uit regel. 714 | Waarde uit regel. 710 | |
| 1014 | Gewenste wrde vorst | °C | 4 | Waarde uit regel. 712 | |
| 1020 | Karakteristiek steilheid | - | 0.10 | 4.00 | |
| 1021 | Karakteristiek verschuiving | °C | -4.5 | 4.5 | |
| 1026 | Karakteristiek adaptie | °C | Uit, Aan | |
| 1030 | Zomer/Winter verw grens | °C | ---/8 | 30 | |
| 1032 | Dagverwarmingsgrens | °C | ---/-10 | 10 | |
| 1033 | Verlenging 24-uurs verw gr | - | Nee, ja | Nee, ja | |
| 1040 | Min gewenste aanvoertemp | °C | 8 | Waarde uit regel. 741 | |
| 1041 | Max gewenste aanvoertemp | °C | Waarde uit regel. 740 | 80 | |
| 1042 | Gew wrde aanv ruimtetherm | °C | Waarde uit regel. 740 | Waarde uit regel. 741 | |
| 1050 | Ruimte-invloed | % | ---/0 | 100 | |
| 1060 | Ruimtetemperatuurbegrenzing | °C | ---/0.5 | 4 | |
| 1070 | Snelverwarmen | °C | ---/0 | 20 | |
| 1080 | Snelle verlaging | - | Uit, tot gewenste gereduceerde waarde, tot gewenste vorstbeschermingswaarde | |
| 1090 | Inschakel optimalisatie Max. | min | 0 | 360 | |
| 1091 | Uitschakeloptimalisatie Max. | min | 0 | 360 | |
| 1100 | Gereduceerde verhoging begin | °C | ---/30 | 10 | |
| 1101 | Gereduceerde verhoging einde | °C | -30 | Waarde uit regel. 800 | |
| 1120 | Oververhittings bev. pomp | - | Uit, Aan | |
| 1130 | Mengklep verhoging | °C | 0 | 50 | |
| 1132 | Aandrijving - regelingswijze | - | 2-punt, 3-punt | |
| 1133 | Aandrijving schakeldifferentie | °C | 0 | 20 | |
| 1134 | Looptijd Aandrijving | s | 30 | 873 | |
| 1135 | P-Band (Xp) | °C | 1 | 100 | |
| 1136 | Bijsteltijd (Tn) | s | 10 | 873 | |
| 1150 | Vloerfunctie - | | Uit, functioneel verwarmen, bezettingsafhankelijk verwarmen / functioneel-/bezettingsafhankelijk verwarmen, manueel | |
| 1151 | Gewenste vloerfunctie manueel | °C | 0 | 95 | |
| 1155 | Vloerfunctie gemeten wrde | °C | - | - alleen Aanduiding |
| 1156 | Vloeruitdroging dag VG2 | - | 0 | 32 | |
| 1161 | Overtemperatuurafname VG2 | - | Uit, verwarmingsbedrijf, altijd | |
| 1170 | VG2 met opslagtank | - | Nee, ja | |
| 1172 | VG2 met voorregelaar/circulatiepomp | - | Nee, ja | |
| 1190 | Gew. aanv corr. bij trntl reg | | Nee, ja | |
| 1198 | Bedrijfsniveau omschakeling | - | Vorstbescherming, gereduceerd, comfort | |
| 1200 | Bedrijfswijzeomschakeling | - | Geen, beveiligingsbedrijf, gereduceerd, comfort, automatisch | |
*Zie handleiding ketel
Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur
| Menukeuze | Bedienings-regel | Keuzemogelijkheid | Eenheid | Min. | Max. | Fabrieks-Instellingen* |
| Tapwater | 1600 | Tapwater-bedrijfswijze | - | Uit, Aan, Eco | |
| 1610 Tapw-nominale gewenste waarde | °C 8 | 80 | | |
| 1612 Tapw-gereduceerde gewenste waarde | °C 8 | 80 | | |
| 1620 Tapwatervrijgave - | | 24h/dag, verwarmingsprogramma met voorverschuiving, tijdprogramma 4 | |
| 1630 Drinkwater laadprioriteit - | | Absoluut, glijdend, geen (parallel), glijdend (absoluut) | |
| 1640 Legionellafunctie | - | Uit, periodiek, vaste weekdag | |
| 1641 Legionellafunctie periodiciteit | - | 1 | 7 | |
| 1642 Legionellafunctie dag | - | ma, di, wo, do, vr.za, zo | |
| 1644 Tijdstip voor legionellafunctie | h:m | 00:00 | 23:50 | |
| 1645 Legionellafunctie gewenste waarde | °C | 55 | 95 | |
| 1646 Verblijfsduur bij gewenste waarde legionellafunctie | min | 10 | 360 | |
| 1647 Circulatiepompfunctie gedurende legionellafunctie | - | Uit, Aan | |
| 1660 Tapwater circulatiepomp vrijgave | - | Tijdprogramma 3, Tapwatervrijgave, Tijdprogramma 4, Tijdprogramma 5 | |
| 1661 Tapwater circulatiepomp cyclus | - | Uit, Aan | |
| 1663 Gewenste waarde tapwater circulatiepomp | °C 8 | 80 | | |
| 1680 Bedrijfswijze-omschakeling tapwater | - | Geen, uit, Aan | |
| Gebruikers-circuit 1 | 1859 | Maximaal gewenste aanvoertemp | °C 8 | | 120 | |
| 1874 | TAPW-laadprioriteit VK1 | - | Nee, ja | |
| 1875 | Overtemperatuurafname VK1 | - | Nee, ja | |
| 1878 | VK1 met buffertank | - | Nee, ja | |
| 1880 | VK1 met voorregelaar circ. pomp | - | Nee, ja | |
| Gebruikers-circuit 2 | 1909 | Gewenste Aanvoertemperatuur 2 | °C 8 | | 120 | |
| 1924 | Tapw-laadprioriteit VK2 | - | Nee, ja | |
| 1925 | Overtemperatuurafname VK2 | - | Nee, ja | |
| 1928 | VK2 met buffertank | - | Nee, ja | |
| 1930 | VK2 met voorregelaar circ. pomp | - | Nee, ja | |
| Gebruikers-circuit 3 | 1959 | Gewenste Aanvoertemperatuur 3 | °C | 8 | |
| 1974 | Tapw-laadprioriteit VK3 | - | Nee, ja | |
| 1975 | Overtemperatuurafname VK3 | - | Nee, ja | |
| 1978 | VK3 met buffertank | - | Nee, ja | |
| 1980 | VK3 met voorregelaar circ. pomp | - | Nee, ja | |
| Zwembad | 2055 Zwembad gewenste waarde zonne-energie | °C 8 | 80 | | |
| 2056 Zwembad gewenste waarde bronverwarming | °C 8 | 80 | | |
| 2065 Laadprio zon | - | Prioriteit 1, Prioriteit 2, Prioriteit 3 | |
| 2070 Zwembadtemp. maximum | °C | 8 | 95 | |
| 2080 Zwembad met zonnetoepassing | - | Nee, ja | |
*Zie handleiding ketel
Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur
| Menukeuze | Bedienings-regel | Keuzemogelijkheid | Eenheid | Min. | Max. | Fabrieks-Instellingen* |
| Voorregelaar circulatiepomp | 2110 Aanvoertemperatuur minimale begrenzing voorregelaar | °C 8 | 95 | | |
| 2111 | Aanvoertemperatuur-maximale begrenzing voorregelaar | °C 8 | 95 | | |
| 2121 Circulatiepomp bij opwekkingsblokkade | - Uit, | Aan | |
| 2130 Gewenste waarde voor-regelaarverhoging voor menger | °C 0 | 50 | | |
| 2132 Aandrijving soort regeling voorregelaar | - 2-punt, 3-punt | |
| 2133 | Aandrijving-schakel-differentiatie voorregelaar | °C 0 | 20 | | |
| 2134 Looptijd Aandrijving voorregelaar | s 30 | 873 | | |
| 2135 | P-Band (Xp) voorregelaar | °C | 1 | 100 | |
| 2136 | Nasteltijd (Tn) voorregelaar | s | 10 | 873 | |
| 2150 | Voorregelaar / circulatiepomp | - | voor opslagtank, na opslagtank | |
| Ketel | 2210 | Keteltemperatuur-minimumbegrenzing | °C 8 | 95 | | |
| 2212 Keteltemperatuur maximumbegrenzing | °C | 8 | 120 | |
| 2214 Gewenste waarde ketel handfunctie | °C | 8 | 120 | |
| 2233 P-Band Xp verwarmingskringen | °C | 1 | 200 | |
| 2234 | Nasteltijd (Tn) verwarmen | s | 4 | 873 | |
| 2235 | D-tijd (Tv) verwarmen | s | 0 | 30 | |
| 2236 | P-Band Xp tapwater | °C | 1 | 200 | |
| 2237 | Nasteltijd (Tn) tapwater | s | 4 | 873 | |
| 2238 | D-tijd (Tv) tapwater | s | 0 | 30 | |
| 2241 Branderlooptijd - minimumbegrenzing | min | 0 | 20 | |
| 2243 | Branderminimumpauzetijd | min | 0 | 60 | |
| 2245 Max. regeldiff. zonder onderbreking minimumpauze | °C 0 | 80 | | |
| 2250 | Pompnadraaitijd | min | 0 | 240 | |
| 2253 | Pompnadraaitijd na Tapw | min | 0 | 20 | |
| 2270 Teruglooptemperatuurbegrenzing | °C 8 | 95 | | |
| 2301 Ketelpomp bij opwekkingsblokkade | - | Uit, Aan | |
| 2305 | Werking opwekkingsblokkade | - | Alleen verwarmingsfunctie, verwarmings- en tapwaterfunctie | |
| 2316 Temperatuurverhoging maximum | °C 0 | 80 | | |
| 2317 Temperatuurverhoging nominaal | °C 0 | 80 | | |
| 2320 Ketelpompmodulatie | - | Geen, behoefte, gewenste ketelwaarde, temperatuurverhoging nominaal, | |
| 2321 | Aanlooptoerental ketelpomp | % | 0 | 100 | |
| 2322 Pomptoerental Minimum Kessel | % | 0 | 100 | |
| 2323 | Pomptoerental maximum ketel | % | 0 | 100 | |
| 2324 | Toerental P-Band Xp ketel | °C | 1 | 200 | |
| 2325 | Toerental nasteltijd ketel | s | 10 | 873 | |
*Zie handleiding ketel
Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur
| Menu-keuze | Bedienings-regel | Keuzemogelijkheid | Eenheid | Min. | Max. | Fabrieks-instellingen* |
|
| Ketel | 2326 | Toerental differentiatietijd ketel | s | 0 | 30 | |
| 2329 Gewenste waardereductie pomp bij klein ketelvermogen | °C 0 | 20 | | |
| 2330 | Nominaal vermogen ketel | kW | 0 | 2000 | |
| 2331 Nominaal vermogen eerste trap | kW 0 | 2000 | | |
| 2334 Vermogen bij minimaal pomptoerental | % | 0 | 100 | |
| 2335 Vermogen bij maximaal pomptoerental | % | 0 | 100 | |
| 2441 Maximale ventilatiesnelheid bij verwarmingsfunctie | O/min | 0 | 10000 | |
| 2442 Max ventilatiesnelheid doorlading | O/min | 0 | 10000 | |
| 2444 Maximale ventilatiesnelheid bij tapwaterfunctie | O/min | 0 | 10000 | |
| 2445 Uitschakeling ventilator bij verwarmingsfunctie | - | Uit, Aan | |
| 2446 Ventilatieuitschakelvertraging | s | 0 | 200 | |
| 2450 Regelaarvertraging | - | Uit, Alleen verwarmingsbedrijf, Alleen Tapwater modus, Verw. en Tapw bedrijf | |
| 2452 Regelaarvertraging toerental | U/min | 0 | 10000 | |
| 2453 Regelaarvertraging duur | s | 0 | 255 | |
| 2470 Vertr. wrmtvrg spec. bedr. | s | 0 | 600 | |
| 2630 Autom. ontluchtingsfunctie | - | Uit, Aan | |
| 2655 Inschakelduur ontluchting | s | 0 | 240 | |
| 2656 Uitschakelduur ontluchting | s | 0 | 240 | |
| 2657 Aantal herhalingen | - | 0 | 100 | |
| 2662 Ontluchtingsduur verwarmings-kring | min | 0 | 255 | |
| 2663 Ontluchtingsduur tapwater | min | 0 | 255 | |
| Cascade (alleen wanneer geactiveerd) | 3510 Cascade volgorde strategie | - | Laat Aan, vroeg uit; laat Aan, laat uit; vroeg Aan, laat Aan | |
| 3511 Min. belastings band | % | 0 | 100 | |
| 3512 Max. belastings band | % | 0 | 100 | |
| 3530 Vrijgave-integraal warmtebron | °C*min | 0 | 500 | |
| 3531 Uitsch integr opw volgorde | °C*min | 0 | 500 | |
| 3532 Herstartvergrendeling | s | 0 | 1800 | |
| 3533 Inschakelvertraging | min | 0 | 120 | |
| 3534 Gedw tijd basistrap | s | 0 | 1200 | |
| 3540 Auto opw volgorde omsch | h | 10 | 990 | |
| 3541 Auto opw volgorde uitgrens | - | Geen, eerste opwekker, laatste opwekker, eerste en laatste opwekker | |
*Zie handleiding ketel
Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur
| Menukeuze | Bedienings-regel | Keuzemogelijkheid | Eenheid | Min. | Max. | Fabrieks-Instellingen* |
| Cascade (alleen wanneer geactiveerd) | 3544 | Leidende opwekker | - 1 16 | | | |
| 3560 | Cascade gewenste terugloopwaarde minimum | °C 8 95 | | | |
| Zonne-energie | 3810 | Temperatuurdifferentie Aan zonne-energie | °C 0 40 | | | |
| 3811 | Temperatuurdifferentie Uit zonne-energie | °C 0 40 | | | |
| 3812 | Minimale laadtemperatuur tapwateropslag | °C 8 95 | | | |
| 3813 | Temperatuurdifferentie Aan Opslagtank | °C 0 40 | | | |
| 3814 | Temperatuurdifferentie Uit Opslagtank | °C 0 40 | | | |
| 3815 | Minimale laadtemperatuur Opslagtank | °C 8 95 | | | |
| 3816 | Temperatuurdifferentiatie zwembad aan | °C 0 40 | | | |
| 3817 | Temperatuurdifferentie zwembad UIT | °C 0 40 | | | |
| 3818 | Minimale laadtemperatuur zwembad | °C 8 95 | | | |
| 3822 | Laadvoorrang opslag | - | Geen tapwateropslag, opslagtank | |
| 3825 | Laadtijd relatieve voorrang | min | 2 | 60 | |
| 3826 | Wachttijd relatieve voorrang | min | 1 | 40 | |
| 3827 | Wachttijd parallelfunctie | min | 0 | 40 | |
| 3828 | Startvertraging secundaire pompen | s | 0 | 600 | |
| 3830 | Collectorstartfunctie | min | 5 | 60 | |
| 3831 | Minimale looptijd collectorpomp | s | 5 | 120 | |
| 3834 | Gradiënt collectorstartfunctie | min/°C | 1 | 20 | |
| 3840 | Collectorvorst-beschermingstemperatuur | °C | -20 | 5 | |
| 3850 | Collectoroververhittings-beschermingstemperatuur | °C | 30 | 350 | |
| 3860 | Verdampingstemperatuur warmtedrager | °C | 60 | 350 | |
| 3870 | Pomptoerental minimum zonne-energie | % | 0 | 100 | |
| 3871 | Pomptoerental maximum zonne-energie | % | 0 | 100 | |
| 3880 | Soort van het vorstbeschermingsmiddel | | geen (water), Ethyleenglycol, Propyleenglycol, Mengsel Ethyleen- en Propyleenglycol | |
| 3881 | Vorstbeschermingsmid-delconcentratie | % | 1 | 100 | |
| 3884 | Volumestroom, zonne-energiepomp | l/h | 10 | 1500 | |
| 3887 | Impulseenheidopbrengst | l | 0 | 100 | |
| Vaste stofketel | 4102 | Vaste brandstofketel blokkeert andere warmtetoestellen | | Uit, Aan | |
| 4110 | Minimale gewenste waarde vaste brandstofketel | °C | 8 | 120 | |
| 4130 | Temperatuurdifferentie een vaste brandstofketel | °C 1 40 | | | |
| 4131 | Temperatuurdifferentie Uit vaste brandstofketel | °C 0 40 | | | |
| 4133 | Vergelijkstemperatuur vaste brandstofketel | | Tapwatersensor B3, drinkwatersensor B31, opslagtanksensor B4, opslagtanksensor B41, gewenste waarde aanvoer, gewenste minimum waarde | |
| 4141 | Overtemperatuurafvoer vaste brandstofketel | °C | 60 | 140 | |
| 4170 | Installatievorstbescherming voor vaste brandstofketel | | Uit, Aan | |
| *Zie handleiding ketel |
Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur
| Menukeuze | Bedienings-regel | Keuzemogelijkheid | Eenheid | Min. | Max. | Fabrieks-Instellingen* |
| Opslagtank | 4720 Automatische opwekkingsblokkade | - Geen, met B4, met B4 en B42/B41 | |
| 4721 Automatische opwekkingsblokkade schakeldifferentie | °C 0 | 20 | | |
| 4722 Temperatuurdifferentiatie opslag/VG tot opwekkingvrijgave | °C | -20 | 20 | |
| 4724 Minimale opslagtanktemperatuur in | °C 8 | 95 | | |
| 4750 Opslagtank laadtemperatuur maximum | °C 8 | 95 | | |
| 4755 Herkoelingtemperatuur opslagtank | °C 8 | 95 | | |
| 4756 Opslagtemperatuur herkoeling Tapw/VG's | - Uit, Aan | |
| 4757 Opslagtank herkoeling collector | - | Uit, zomer, altijd | |
| 4783 Opslagtank met zonnetoepassing | - | Nee, ja | |
| 4790 Retouromleiding temperatuurdifferentiatie aan | °C 0 | 40 | | |
| 4791 Retouromleiding temperatuurdifferentie uit | °C 0 | 40 | | |
| 4795 Vergelijktemperatuur retouromleiding | - | Opslagtanksensor B4, opslagtanksensor B41, Opslagtanksensor B42 | |
| 4796 Werkrichting retouromleiding | - | Retourtemperatuur-daling, Retourtemperatuur-verhoging | |
| 4800 Gewenste waarde opslagtank deellading | °C 8 | 95 | | |
| 4810 Doorlading opslagtank | - | Uit, verwarmingsfunctie, altijd | |
| 4811 Doorlaadtemperatuur minimum | °C 8 | 80 | | |
| 4813 Doorlading sensor | - | Met B4, Met B42/B41 | |
| Tapw-Opslagtank | 5010 Tapwaterlading | - | Eenmaal/dag, meer keren/ dag, Aan | |
| 5020 Tapwater gewenste Aanvoerverhoging | °C 0 | 30 | | |
| 5021 Tapwater transferverhoging | °C | 0 | 30 | |
| 5022 Tapwater herladingregeling | - | Herladen, Doorladen, doorladen legio, Doorladen 1. Lading, Doorladen 1. Lading en Legio | |
| 5024 Tapwater schakeldifferentie | °C | 0 | 20 | |
| 5030 Tapwater laadtijdbegrenzing | min | 10 | 600 | |
| 5040 Tapwater ontladbescherming | - | Uit, altijd, automatisch | |
| 5050 Tapwater, laadtemperatuur maximum | °C 8 | 95 | | |
| 5055 Tapwateropslag herkoelingtemperatuur | °C 8 | 95 | | |
| 5056 Tapwateropslag herkoeling ketel/VG | - Uit, Aan | |
| 5057 Tapwatertank herkoeling collector | - | Uit, zomer, altijd | |
| 5060 Tapwater elektr. verw. bedrijfswijze | - | Vervangend bedrijf, alleen in de zomer, altijd | |
| 5061 Drinkwater elektr. verw. regeling | - | 24h/dag, tapwater vrijgave, tijdprogramma 4 | |
| 5062 Tapwater Elektr. verw. Regeling | - | Externe thermostaat, tapwatersensor | |
| 5070 Tapwater automatische Push | - | Aan, uit | |
| 5085 Tapwatertank Overtemperatuurafname | - Uit, Aan | |
*Zie handleiding ketel
Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur
| Menukeuze | Bedienings-regel | Keuzemogelijkheid | Eenheid | Min. | Max. | Fabrieks-Instellingen* |
| Tapw-tank | 5090 | Tapwatertank met opslagtank | - | Nee, ja | |
| 5092 Tapwatertank met voorregelaar / circ. pomp | - Nee, ja | |
| 5093 Tapwatertank met zonnetoepassing | - Nee, ja | |
| 5101 | Min pomptoerental tapwater | % | 0 | 100 | |
| 5102 Pomptoerental maximum Tapwater | % 0 | 100 | | |
| 5130 | Transferstrategie | - | Uit, altijd, tapwatervrijgave | |
| 5131 Vergelijkingstemperatuur overladen | - | Tapwatersensor B3, tapwatersensor B31 | |
*Zie handleiding ketel
Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur
| Menukeuze | Bedieningsregel | Keuzemogelijkheid | Eenheid | Min. | Max. | Fabrieks-Instellingen* |
| Configuratie 5700 Installatieschema voorinstelling | - 1 4 | | | |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur
| Menukeuze | Bedienings-regel | Keuzemogelijkheid | Eenheid | Min. | Max. | Fabrieks-Instellingen* | |
| Configuratie | 5950 | Ingang H1 Functiekeuze | - | 0: Geen1: BA-Omschakeling VG's+Tapw2: BA-Omschakeling Tapw3: BA-Omschakeling VG's4: BA-Omschakeling VG15: BA-Omschakeling VG26: BA-Omschakeling VG37: Opwekkingsblokkade8: Fout-/Alarmmelding9: Verbruikers Aanvraag VK110: Verbruikersvraag VK211: Verbruikersvraag VK312: Overtemperatuurafvoer13: Vrijgave zwembad zonne-energie14: Bedrijfsniveau Tapw15: Bedrijfsniveau VG116: Bedrijfsniveau VG217: Bedrijfsniveau VG318: Overtemperatuurafvoer VG119: Ruimtethermostaat VG220: Ruimtethermostaat VG321: Tapwater Flow switch22: Tapwaterthermostaat24:: Pulsteller28: Terugmelding rookgasklep29: Startblokkering31: Ketel-Flow switch32: Drukschakelaar ketel51: Verbruikersvraag VK1 10V52: Verbruikersvraag VK2 10V53: Verbruikersvraag VK3 10 V54: Drukmeting 10V58: Belastingsopgave 10V | |
| 5960 Ingang H3 Functiekeuze - | | | |
| 5951 | Soort contact H1 | - | Rust, werk | | |
| 5961 | Soort contact H3 | - | | | |
| 5953 | Spanningswaarde 1 H1 | V | 0 | 10 | | |
| 5954 | Functiewaarde1 H1 | - | -1000 | 5000 | | |
| 5955 | Spanningswaarde 2 H1 | V | 0 | 10 | | |
| 5956 | Functiewaarde2 H1 | - | -1000 | 5000 | | |
| 5970 Ingang H4 Functiekeuze - | | 0: Geen1: BA-Omschakeling VG's+Tapw2: BA-Omschakeling Tapw3: BA-Omschakeling VG's4: BA-Omschakeling VG15: BA-Omschakeling VG26: BA-Omschakeling VG37: Opwekkerblokkering8: Fout-/Alarmmelding9: Verbruikersvraag VK110: Verbruikersvraag VK211: Verbruikersvraag VK312: Overtemperatuurafvoer13: Vrijgave zwembad zonne-energie14: Bedrijfsniveau Tapw15: Bedrijfsniveau VG116: Bedrijfsniveau VG217: Bedrijfsniveau VG318: Ruimtethermostaat VG119: Ruimtethermostaat VG220: Ruimtethermostaat VG321: Tapwater Flow switch22: Tapwaterthermostaat24:: Impulstelling28: Terugmelding rookgasklep29: Startblokkering31: Ketel-Flow switch32: Keteldrukschakelaar50: Doorstroommeting Hz | | |
*Zie handleiding ketel
Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur
| Menukeuze | Bedienings-regel | Keuzemogelijkheid | Eenheid | Min. Max. | | Fabrieks-instellingen |
| Configuratie | 5971 | Soort contact H4 | - | Rust, werk | |
| 5973 | Frequentiewaarde 1 H4 | - | 0 | 1000 | |
| 5974 | Functiewaarde 1 H4 | - | -1000 | 5000 | |
| 5975 | Frequentiewaarde 2 H4 | - | 0 | 1000 | |
| 5976 | Functiewaarde 2 H4 | - | -1000 | |
| 5977 | Ingang H5 functiekeuze | - | 0: Geen1 BA-Omschakeling VG's+Tapw2 BA-Omschakeling Tapw3 BA-Omschakeling VG's4 BA-Omschakeling VG15 BA-Omschakeling VG26 BA-Omschakeling VG37 Opwekkingsblokkade8 Fout-/Alarmmelding9 Verbruikersvraag VK110 Verbruikersvraag VK211 Verbruikersvraag VK312 Overtemperatuurafoer13 Vrijgave zwembad zonne-energie14 Bedrijfsniveau Tapw15 Bedrijfsniveau VG116 Bedrijfsniveau VG217 Bedrijfsniveau VG318 Ruimtethermostaat VG119 Ruimtethermostaat VG220 Ruimtethermostaat VG321 Tapwater Flow switch22 Tapwaterthermostaat24: Pulsteller28 Terugmelding rookgasklep29 Startblokkering31 Ketel-Flow switch32 Drukschakelaar ketel | |
| 5978 | Soort contact H5 | - | Rust, werk | |
| 6020 | Functie Uitbreidingsmodule 1 | - | 0: Geen functie1: Multifunctioneel2: Verwarmingskring 13: Verwarmingskring 24: Verwarmingskring 35: Retourregelaar6: Zonne-energie tapwater7: Voorregelaar/circulatie pomp | |
| 6021 | Functie uitbreidingsmodule 2 | - | |
| 6022 | Functie uitbreidingsmodule 3 | - | |
| 6024 | Functie ingang EX21module 1 | - | 0: Geen25: Temperatuurbewaking VG | |
| 6026 | Functie ingang EX21 module 2 | - | |
| 6028 | Functie ingangEX21 module 3 | - | |
| 6030 | Relaisuitgang QX21 module 1 | - | 0: Geen1: Circulatiepomp Q42: Elektr. verw. Tapw K63: Collectorpomp Q54: Gebr. circ. pomp VK1 Q155: Ketelpomp Q16: Bypasspomp Q127: Alarmuitgang K108: 2e. Pomptrap VG1 Q219: 3e. Pomptrap VG2 Q2210: 2e. Pomptrap VG3 Q2311: Verwarmingskringpomp VG3 Q2012: Gebr. circ. pomp VK2 Q1813: Circulatiepomp Q1414: Bronblokkeerventiel Y415: Vaste stof ketelpomp 1016: Tijdprogramma 5 K1317: Bufferretourklep Y1518: Zonne-energiepomp ext wisselaar K919: Zon servomotor buffer K8Zie volgende pagina voor meer functies | |
| 6031 | Relaisuitgang QX22 module 1 | - | |
| 6032 | Relaisuitgang QX23 module 1 | - | |
| 6033 | Relaisuitgang QX21 module 2 | - | |
| 6034 | Relaisuitgang QX22 module 2 | - | |
| 6035 | Relaisuitgang QX23 module 2 | - | |
| 6036 | Relaisuitgang QX21 module 3 | - | |
| 6037 | Relaisuitgang QX22 module 3 | - | |
| 6038 | Relaisuitgang QX23 module 3 | - | |
*Zie handleiding ketel
Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur
| Menukeuze Bedieningsregel | Keuzemogelijkheid | Eenheid | Min. | Max. | Fabrieks-Instellingen* |
| Configuratie | 6030 | Relaisuitgang QX21 module 1 | - | Zie volgende pagina voor meer functies | |
| 6031 Relaisuitgang QX22 module 1 - | | | |
| 6032 Relaisuitgang QX23 module 1 - | | | |
| 6033 Relaisuitgang QX21 module 2 - | | | |
| 6034 Relaisuitgang QX22 module 2 - | | | |
| 6035 Relaisuitgang QX23 module 2 - | | | |
| 6036 Relaisuitgang QX21 module 3 - | | | |
| 6037 Relaisuitgang QX22 module 3 - | | | |
| 6038 Relaisuitgang QX23 module 3 - | | | |
| 6040 Sensoringang BX21 module 1 - | | | 0: Geen1: Tapwatersensor B312: Collectorsensor B64: Tapwater circulatiesensor B395: Opslagtanksensor B46: Opslagtanksensor B417: Opslagtanksensor B418: Aanvoertemperatuursensor B109: Vaste stof ketelsensor B2210: Tapw laadsensor B3611: Opslagtanksensor B4212: Gezamenlijke retoursensor B7313: Cascaderetoursensor B7014: Cascaderetoursensor B7016: Aanvoer temperatuur zonne-energiesensor B6317: Zonne-energie retoursensor B6419: Primaire uitwisselingssensor B26 | |
| 6041 Sensoringang BX22 module 1 - | | | |
| 6042 Sensoringang BX21 module 2 - | | | |
| 6043 Sensoringang BX22 module 2 - | | | |
| 6044 Sensoringang BX21 module 3 - | | | |
| 6045 Sensoringang BX22 module 3 - | | | |
| 6046 Ingang H2 module 1 Functiekeuze | - | 0: Geen1: BA-Omschakeling VG's+Tapw2: BA-Omschakeling Tapw3: BA-Omschakeling VG's4: BA-Omschakeling Tapw5: BA-Omschakeling VG's6: BA-Omschakeling VG27: BA-Omschakeling VG2 | |
| 6054 Ingang H2 module 2 Functiekeuze | - | |
| 6062 Ingang H2 module 3 Functiekeuze | - | |
| 6047 Contactwijze H2 module 1 | - | Rust, werk | |
| 6055 Contactwijze H2 module 2 | - | |
| 6063 Contactwijze H2 module 3 | - | |
| 6049 Spanningswaarde 1 H2 module 1 | V | 0 | 10 | |
| 6057 Spanningswaarde 1 H2 module 2 | V | |
| 6065 Spanningswaarde 1 H2 module 3 | V | |
| 6050 Functiewaarde1 H2 module 1 | - | -1000 | 5000 | |
| 6058 Functiewaarde1 H2 module 2 | - | |
| 6066 Functiewaarde1 H2 module 3 | - | |
Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur
| Menukeuze | Bedienings-regel | Keuzemogelijkheid Eenheid | | Min. Max. | | Fabrieks-Instellingen* |
| Configuratie 6051 | Spanningswaarde 2 H2 module 1 | V | 0 10 | | | |
| 6059 Spanningswaarde 2 H2 module 2 | V | |
| 6067 Spanningswaarde 2 H2 module 3 | V | |
| 6052 Functiewaarde2 H2 module 1 - | | -1000 5000 | | | |
| 6060 Functiewaarde2 H2 module 2 - | | |
| 6068 Functiewaarde2 H2 module 3 - | | |
| 6097 Sensortype collector - | | NTC, PT 1000 | |
| 6098 Meetwaardencorrectie collectorsensor 1 (B6) | °C | -20 20 | | | |
| 6100 Buitentemperatuursensor meetwaardencorrectie | °C | -3 3 | | | |
| 6110 Gebouwtijdconstante | h | 0 50 | | | |
| 6117 Geleiding centrale gewenstewaarde | °C | 1 | 100 | | |
| 6118 Vertraging daling gewenstewaarde | K/min | Uit , 1 - 200 | |
| 6120 Vorstbeveiliging installatie actief | - | Uit, Aan | |
| 6200 Sensor opslag aan | - | Nee, ja | |
| 6205 Parameter terugzetten | - | Nee, ja | |
| 6212 Controlenummer opwekker 1 - | | 0 | 199999 | |
| 6213 Controlenummer opwekker 2 - | | 0 | 199999 | |
| 6215 Controlenummer Opslagtank | - | 0 | 199999 | |
| 6217 Controlenummer Verwarmingskringen | - | 0 | 199999 | |
| 6220 Apparaten -SW-versie | - | 0 99 | | | |
| LPB | 6600 LPB-Adres | - | 0 | 239 | |
| 6601 Segmentaties | - | 0 | 16 | |
| 6604 LPB-voeding functiekeuze | - | Uit, automatisch | |
| 6605 LPB-voeding status | - | Uit, Aan | |
| 6610 Aanduidingsysteemmeldingen | - | Nee, ja | |
| 6620 Werkbereik van de centrale omschakelingen | - | Segment, System | |
| 6621 Zomer/winter omschakel-automatisme | - | Lokaal, centraal | |
| 6623 Bedrijfswijzeomschakeling - | | Lokaal, centraal | |
| 6624 Manuele opwekkerblokkering | - | Lokaal, eigen segment | |
| 6625 Tapwatertoewijzing | - | Eigen regelaar, alle regelaars in het segment, alle regelaarsamen | |
| 6632 Buitentemperatuurgrens van externe opwekkers in acht nemen | - | Nee, ja | |
| 6640 Tijd - leverancier | - | Autonome tijd in regelaar van de bus: Slave zonder instelling op afstand Van bus: Slave met afstandinstelling Regelaar is tijdmaster | |
| 6650 Buitentemperatuurleverancier | - | 0 | 239 | |
*Zie handleiding ketel
Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur
| Menukeuze | Bedienings-regel | Keuzemogelijkheid | Eenheid | Min. | Max. | Fabrieks-instellingen |
| Fout 6700 Foutmelding | | - 0 65535 0 | | |
| 6705 | Interne diagnosecode | - 0 65535 0 | | |
| 6706 | Actuele waarde van de stoorfase | - 0 255 0 | | |
| 6710 Reset alarmrelais | - 0 1 0 | | |
| 6740 Tijd Aanvoertemperatuur alarm verwarmingskring 1 | min | 10 240 | | --- |
| 6741 Tijd Aanvoertemperatuur alarm verwarmingskring 2 | min --- | |
| 6742 Tijd Aanvoertemperatuur alarm verwarmingskring 3 | min --- | |
| 6743 Tijd keteltemperatuur alarm | min | 10 | 240 | --- |
| 6745 Tijd tapwaterlading alarm | h | 1 | 48 | --- |
| 6800 Tijdstempel fouthistorie invoer 1 | h:m | 00:00 | 23:59 | 04 |
| 6810 Tijdstempel fouthistorie invoer 2 |
| 6820 ... |
| 6990 Tijdstempel fouthistorie invoer 20 |
| 6803 Foutcode historie invoer 1 | - | 0 | 9999 | 0 |
| 6813 Foutcode historie invoer 2 |
| 6823 ... |
| 6993 Foutcode historie invoer 20 |
| 6805 van de StoordiagnoseHistoriewaarde 1 | - | 0 | 9999 | 0 |
| 6815 Historiewaarde 1 |
| 6825 ... |
| 6995 Historiewaarde 1 |
| 6806 van de StoorfaseHistoriewaarde 1 | - 0 255 0 | | |
| 6816 Historiewaarde 1 |
| 6826 ... |
| 6996 Historiewaarde 1 |
*Zie handleiding ketel
Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur
| Menukeuze Bedieningsregel | Keuzemogelijkheid | Eenheid | Min. | Max. | Fabrieks-Instellingen* |
| Fout 6956 Historiewaarde | 16 van de stoorfase | -0255 | | | |
| 6960 | Tijdstempel fouthistorie invoer 17 | h:m | 00:00 | 23:59 |
| 6963 | Foutcode invoer historie 17 | - | 0 | 9999 |
| 6965 Historiewaarde 17 van stoordiagnose | - | 0 | 9999 | |
| 6966 Historiewaarde 17 van de stoorfase | -0255 | | | |
| 6970 | Tijdstempel fouthistorie invoer 18 | h:m | 00:00 | 23:59 |
| 6973 | Foutcode Invoer historie18 | - | 0 | 9999 |
| 6975 Historiewaarde 18 van de stoordiagnose | - | 0 | 9999 | |
| 6976 Historiewaarde 18 van de stoorfase | -0255 | | | |
| 6980 | Tijdstempel fouthistorie invoer 19 | h:m | 00:00 | 23:59 |
| 6983 | Foutcode invoer historie 19 | - | 0 | 9999 |
| 6985 Historiewaarde 19 van de stoordiagnose | - | 0 | 9999 | |
| 6986 Historiewaarde 19 van de stoorfase | -0255 | | | |
| 6990 | Tijdstempel fouthistorie invoer 20 | h:m | 00:00 | 23:59 |
| 6993 | Foutcode invoer historie 20 | - | 0 | 9999 |
| 6995 Historiewaarde 20 van de stoordiagnose | - | 0 | 9999 | |
| 6996 Historiewaarde 20 van de stoorfase | -0255 | | | |
| Onderhoud/speciale functie | 7040 Bedrijfsuren brander onderhoudsinterval | h | 100 | 10000 | |
| 7041 Bedrijfsuren brander sinds het onderhoud | h | 0 | 10000 | |
| 7042 Branderstarts onderhoudsinterval | - | 100 | 65500 | |
| 7043 Branderstarts sinds het onderhoud | - | 0 | 65535 | |
| 7044 Onderhoudsinterval | Maanden | 1 | 240 | |
| 7045 Tijd sinds het onderhoud | Maanden | 0 | 240 | |
| 7050 Ventilator toerentalgrens voor onderhoudsmelding | O/min | 0 | 10000 | |
| 7051 Ionisatiestroom-onder-houdsmelding | - | Nee, ja | |
| 7130 Schoorsteenvegerfunctie | - | Uit, Aan | |
| 7131 Schoorsteenvegerfunctie brandervermogen | - | Deelbelasting, volledig belasting, maximale verwarmingsbelasting | |
| 7140 Handbedrijf | - | Uit, Aan | |
| 7143 Regelaarstopfunctie | - | Uit, Aan | |
| 7145 Regelaarstop gewenste functie | % | 0 | 100 | |
| 7146 Ontluchtingsfunctie | - | Uit, Aan | |
| 7147 Ontluchtingsaard | - | Geen, VG Continubedrijf, VG cyclus, Tapw continubedrijf, | |
| 7170 Telefoon klantendienst | - | 0 | 9 | |
| 7250 Parameterstick opslagpositie dataset | -0250 | | | |
| 7251 Parameterstick Aanduiding dataset | -0255 | | | |
| 7252 Parameterstick opdracht | - | Geen werking, lezen van stick, schrijven op stick | |
| 7253 Parameterstickwerking voortgang | % | 0100 | | |
*Zie handleiding ketel
Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur
| Menukeuze Bedieningsregel | Keuzemogelijkheid | Eenheid | Min. | Max. | Fabrieks-Instellingen* |
| Onderhoud/Speciaal bedrijf | 7254 | Parameterstick status - | | 0: Geen stick1: Geen werking2: Schrijven op stick3: Lezen van stick4: EMV test actief5: Fouten schrijven6: Foulen lezen7: Incompatib. dataset8: Verkeerd sticktype9: Fout stickformaat10: Dataset controleren11: Dataset geblokkeerd12: Blokkade lezen13: Waarde 889; 1314: Waarde 889; 1415: Waarde 889; 1516: Waarde 889; 1617: Waarde 889; 1718: Waarde 889; 1819: Waarde 889; 1920: Waarde 889; 20 | |
| I/O-Test | 7700 | Relaistest | - | 0: Geen Test1: Alles Uit2: Relaisuitgang QX13: Relaisuitgang QX24: Relaisuitgang QX35: Relaisuitgang QX46: Relaisuitgang QX21 module 17: Relaisuitgang QX22 module 18: Relaisuitgang QX23 module 19: Relaisuitgang QX21 module 210: Relaisuitgang QX22 module 211: Relaisuitgang QX23 module 212: Relaisuitgang QX21 module 313: Relaisuitgang QX22 module 314: Relaisuitgang QX23 module 3 | |
| 7713 | Uitgangstest P1 | % | 0 | 100 | |
| 7714 | PWM uitgang P1 | % | 0 | 100 | |
| 7730 | Buitentemp. B9 | °C | -50 | 50 | |
| 7750 | Tapwatertemp. B3/B38 | °C | 0 | 140 | |
| 7760 | Keteltemp. B2 | °C | 0 | 140 | |
| 7820 | Opnemertemp. BX1 | °C | -28 | 350 | |
| 7821 | Opnemertemp. BX2 | °C | -28 | 350 | |
| 7822 | Opnemertemp. BX3 | °C | -28 | 350 | |
| 7823 | Opnemertemp. BX4 | °C | -28 | 350 | |
| 7830 | Opnemertemp. BX21 module 1 | °C | -28 | 350 | |
| 7831 | Opnemertemp. BX22 module 1 | °C | -28 | 350 | |
| 7832 | Opnemertemp. BX21 module 2 | °C | -28 | 350 | |
| 7833 | Opnemertemp. BX22 module 2 | °C | -28 | 350 | |
| 7834 | Opnemertemp. BX21 module 3 | °C | -28 | 350 | |
| 7835 | Opnemertemp. BX22 module 3 | °C | -28 | 350 | |
| 7840 | Spanningsignaal H1 | V | 0 | 10 | |
| 7841 | Contacttoestand H1 | - | Open, gesloten | |
| 7845 | Spanningsignaal H2 module 1 | V | 0 | 10 | |
| 7846 | Contacttoestand H2 module 1 | - | Open, gesloten | |
| 7848 | Spanningsignaal H2 module 2 | V | 0 | 10 | |
| 7849 | Contacttoestand H2 module 2 | - | Open, gesloten | |
| 7851 | Spanningsignaal H2 module 3 | V | 0 | 10 | |
| 7852 | Contacttoestand H2 module 3 | - | Open, gesloten | |
| 7854 | Spanningsignaal H3 | V | 0 | 10 | |
| 7855 | Contacttoestand H3 | - | Open, gesloten | |
*Zie handleiding ketel
Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur
| Menukeuze Bedieningsregel | Keuzemogelijkheid | Eenheid | Min. | Max. | Fabrieks-Instellingen* |
| I/O-Test | 7862 | Frequentie H4 | - | 0 | 2000 | |
| 7860 | Contacttoestand H4 | - | Open, gesloten | |
| 7865 | Contacttoestand H5 | - | Open, gesloten | |
| 7872 | Contacttoestand H6 | - | Open, gesloten | |
| 7874 | Contacttoestand H7 | - | Open, gesloten | |
| 7950 | Signaalingang EX21 module 1 | - | 0V, 230V | |
| 7951 | Signaalingang EX21 module 2 | - | 0V, 230V | |
| 7952 | Signaalingang EX21 module 3 | - | 0V, 230V | |
| Status | 8000 | Status verwarmingskring 1 | - | 0: ---1: STB Aangesproken254: Waarde 550; 254255: Waarde 550; 255 | |
| 8001 | Status verwarmingskring 2 | - | |
| 8002 | Status verwarmingskring 3 | - | |
| 8003 | Status tapwater | - | |
| 8005 | Status ketel | - | |
| 8007 | Status zonne-energie | - | |
| 8008 | Status vaste stof ketel | - | |
| 8009 | Status brander | - | |
| 8010 | Status opslagtank | - | |
| 8011 | Status zwembad | - | |
| Diagnose cascade (alleen wanneer geactiveerd) | 8100 | Prioriteit opwekker 1 | - | 0 | 16 | Alleen aanduiding |
| 8101 | Status opwekker 1 | - | 0: Ontbreekt1: In storing2: Handbedrijf actief3: opwekkerblokkering actief4: Schoorsteenvegerfunctie actief5: Nu niet beschikbaar6: Buitentemperatuurgrens actief7: Niet vrijgegeven8: Vrijgegeven |
| 8102 | Prioriteit opwekker 2 | - | 0 | 16 |
| 8103 | Status opwekker 2 | - | Zie regelnummer 8101 |
| 8104 | Prioriteit opwekker 3 | - | 0 | 16 |
| 8105 | Status opwekker 3 | - | Zie regelnummer 8101 |
| 8106 | Prioriteit opwekker 4 | - | 0 | 16 |
| 8107 | Status opwekker 4 | - | Zie regelnummer 8101 |
| 8108 | Prioriteit opwekker 5 | - | 0 | 16 |
| 8109 | Status opwekker 5 | - | Zie regelnummer 8101 |
| 8110 | Prioriteit opwekker 6 | - | 0 | 16 |
| 8111 | Status opwekker 6 | - | Zie regelnummer 8101 |
| 8112 | Prioriteit opwekker 7 | - | 0 | 16 |
| 8113 | Status opwekker 7 | - | Zie regelnummer 8101 |
| 8114 | Prioriteit opwekker 8 | - | 0 | 16 |
| 8115 | Status opwekker 8 | - | Zie regelnummer 8101 |
| 8116 | Prioriteit opwekker 9 | - | 0 | 16 |
| 8117 | Status opwekker 9 | - | Zie regelnummer 8101 |
| 8118 | Prioriteit opwekker 10 | - | 0 | 16 |
| 8119 | Status opwekker 10 | - | Zie regelnummer 8101 |
| 8120 | Prioriteit opwekker 11 | - | 0 | 16 |
| 8121 | Status opwekker 11 | - | Zie regelnummer 8101 |
| 8122 | Prioriteit opwekker 12 | - | 0 | 16 |
| 8123 | Status opwekker 12 | - | Zie regelnummer 8101 |
| 8124 | Prioriteit opwekker 13 | - | 0 | 16 |
| 8125 | Status opwekker 13 | - | Zie regelnummer 8101 |
Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur
| Menukeuze Bedienings-regel | Keuzemogelijkheid | Eenheid | Min. | Max. | Fabrieks-instellingen |
| Diagnose cascade | 8126 | Prioriteit opwekker 14 | - | 0 | 16 | Alleen Aanduiding |
| 8127 | Status opwekker 14 | - | Zie regelnummer 8101 |
| 8128 | Prioriteit opwekker 15 | - | 0 | 16 |
| 8129 | Status opwekker 15 | - | Zie regelnummer 8101 |
| 8130 | Prioriteit opwekker 16 | - | 0 | 16 |
| 8131 | Status opwekker 16 | - | Zie regelnummer 8101 |
| 8138 | Cascade- aanvoertemperatuur-beginwaarde | °C 0 | 140 | |
| 8139 CascadeAanvoertemperatuur- gewenste waarde | °C 0 | 140 | |
| 8140 Cascade retourtemperatuur - beginwaarde | °C 0 | 140 | |
| 8141 Cascade retourtemperatuur – gewenste waarde | °C 0 | 140 | |
| 8150 Tijd tot autom. opwekker-volginschakeling | h | 0 990 | |
| Diagnose opwekker | 8304 | Toestand ketelpomp (Q1) | - | Uit, Aan | Alleen Aanduiding |
| 8308 | Toerental ketelpomp | % | 0 | 100 |
| 8310 | Keteltemperatuubeginwaarde | °C | 0 | 140 |
| 8311 | Keteltemperatuur-gewenste waarde | °C 0 | 140 | |
| 8312 | Ketelschakelpunt | °C | 0 | 140 |
| 8313 Schakelpunt voor constante verwarmingsfunctie | °C 0 | 140 | |
| 8314 | Retourtemperatuurbeginwaarde | °C | 0 | 140 |
| 8316 | Rookgastemperatuurbeginwaarde | °C | 0 | 350 |
| 8318 Rookgastemperatuur- maximale beginwaarde | °C 0 | 350 | |
| 8321 | Primaire buitentemperatuur | °C | 0 | 140 |
| 8323 | Toerental ventilator | O/min | 0 | 8000 |
| 8324 Gewenste waarde branderventilator | O/min | 0 | 8000 |
| 8325 | Actuele ventilator Aansturing | % | 0 | 100 |
| 8326 | Brandermodulatie | % | 0 | 100 |
| 8327 | Waterdruk | - | 0 | 10 |
| 8329 | Ionisatiestroom beginwaarde | μA | 0 | 100 |
| 8330 | Branderbedrijfsuren trap 1 | h | 00:00:00 | 2730:15:00 |
| 8331 | Branderstarts trap 1 | - | 0 | 2147483647 |
| 8338 | Bedrijfsuren verwarmingsbedrijf | h | 00:00:00 | 8333:07:00 |
| 8339 | Bedrijfsuren tapwaterbedrijf | h | 00:00:00 | 8333:07:00 |
| 8390 | Actueel fasenummer | - | 0: Waarde 777; 01: TNB......254: Waarde 777; 254255: Waarde 777; 255 |
| 8499 | Toestand collectorpomp 1 (Q5) | - | Uit, Aan |
| 8501 Toestand zon servomotor buffer (K8) | - | Uit, Aan |
| 8502 Toestand zon servomotor zwembad (K18) | - | Uit, Aan |
| 8505 | Toerental collectorpomp 1 | % | 0 | 100 |
| 8506 Toerental zonnepomp ext. wisselaar | % | 0 100 | |
Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur
| Menukeuze Bedieningsregel | Keuzemogelijkheid | Eenheid | Min. | Max. | Fabrieks-instellingen |
| Diagnose opwekker | 8507 | Toerental zonnepompbuffer | % | 0 | 100 | Alleen Aanduiding |
| 8508 | Toerental zonnepomp zwembad | % | 0 | 100 |
| 8510 Collectortemperaturbeginwaarde 1 (B6) | °C | -28 | 350 |
| 8511 Collectortemperatuur maximale beginwaarde 1 (B6) | °C | -28 | 350 |
| 8512 Collectortemperatuur- minimale beginwaarde 1 (B6) | °C | -28 | 350 |
| 8513 Temperatuurdifferentiatie collector 1 /Tapw.opslagtank | °C | -168 | 350 |
| 8514 Temperatuurdifferentiatie collector 1 /opslagtank | °C | -168 | 350 |
| 8515 Temperatuurdifferentiatie collector 1 /zwembad | °C | -168 | 350 |
| 8519 Aanvoertemperatuur zonne-energie onemer vermogensmeting B63 | °C | -28 | 350 |
| 8520 Zonneretourtemp.vermogensmetingopnemer B64 | °C | -28 | 350 |
| 8526 Dagopbrengst zonne-energie | kWh | 0 | 999,9 |
| 8527 Totale opbrengst betr. zonne-energie | kWh | 0 | 9999999,9 |
| 8530 Bedrijfsuren zonne-energie-opbrengst | h | 00:00:00 | 8333:07:00 |
| 8531 Bedrijfsuren collector oververwarming | h | 00:00:00 | 8333:07:00 |
| 8532 Bedrijfsuren collectorpomp | h | 00:00:00 | 8333:07:00 |
| 8560 Vaste stof keteltemperatuur B22 | °C | 0 | 140 |
| 8570 Bedrijfsuren vaste stof ketel | h | 00:00:00 | 8333:07:00 |
| Diagnose verbruiker | 8700 Buitentemperatuur | °C | -50 | 50 | Alleen Aanduiding |
| 8701 Buitentemperatuur minimum | °C | -50 | 50 |
| 8702 Buitentemperatuur maximum | °C | -50 | 50 |
| 8703 Buitentemperatuur gedempt | °C | -50 | 50 |
| 8704 Buitentemperatuur gemengd | °C | -50 | 50 |
| 8730 Toestand verwarmingskringpomp | - | Uit, Aan |
| 8731 Toestand verwarmingskringmenger open1 | - | Uit, Aan |
| 8732 Toestand verwarmingskringmenger 1 dicht | - | Uit, Aan |
| 8735 Verwarmingskringpomp toerental VG1 | % 0 | 100 | |
| 8740 Ruimtetemperatuurbeginwaarde verwarmingskring 1 | °C | 0 | 50 |
| 8741 Ruimtetemperatuur gewenste waarde actueel VG1 | °C | 4 | 35 |
| 8743 Aanvoertemperatuur Beginwaarde Verwarmingskring 1 | °C | 0 | 140 |
| 8744 Aanvoertemperatuur-gewenste waarde resulterend VG1 | °C | 0 | 140 |
| 8749 Ruimtethermostaat Verwarmingskring 1 | - Geen behoefte, behoefte |
| 8760 Toestand verwarmingskringpomp 2 | - | Uit, Aan |
| 8761 Toestand verwarmingskringmenger 2 | - | Uit, Aan |
| 8762 Toestand verwarmingskringmenger 2 dicht | - | Uit, Aan |
| 8765 Verwarmingskringpomp toerental VG2 | % 0 | 100 | |
| 8770 Ruimtetemperatuurbeginwaarde verwarmingskring 2 | °C | 0 | 50 |
Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur
| Menukeuze Bedieningsregel | Keuzemogelijkheid | Eenheid | Min. | Max. | Fabrieksinstellingen |
| Diagnose verbruiker | 8771 Ruimtetemperatuur gewenste waarde actueel VG2 | °C 4 | 35 | | Alleen Aanduiding |
| 8773 Aanvoertemperatuur beginwaarde Verwarmingskring 2 | °C 0 | 140 | |
| 8774 Aanvoertemperatuur-gewenste waarde resulterend VG2 | °C 0 | 140 | |
| 8779 Ruimtethermostaat verwarmingskring 2 | - Geen behoefte, behoefte |
| 8790 Toestand verwarmingskringpomp 3 | - | Uit, Aan |
| 8791 Toestand verwarmingskringmenger 3 open | - Uit, | Aan |
| 8792 Toestand verwarmingskringmenger 3 dicht | - Uit, | Aan |
| 8795 Verwarmingskringpomp toerental VG3 | % 0 | 100 | |
| 8800 Ruimtetemperatuur beginwaarde verwarmingskring 3 | °C 0 | 50 | |
| 8801 Ruimtetemperatuur gewenste waarde actueelVG3 | °C 4 | 35 | |
| 8803 Aanvoertemperatuur beginwaarde verwarmingskring 3 | °C 0 | 140 | |
| 8804 Aanvoertemperatuur-gewenste waarde resulterend VG3 | °C 0 | 140 | |
| 8809 Ruimtethermostaat verwarmingskring 3 | - Geen behoefte, behoefte |
| 8820 Toestand tapwaterpomp | - | Uit, Aan |
| 8825 Tapwaterpomp toerental | % | 0 | 100 |
| 8826 Tapwater tussenkringpomp toerental | % | 0 | 100 |
| 8827 Toerental doorstroomtoestelpomp | % 0 | 100 | |
| 8830 Tapwatertemperatuurbeginwaarde boven (B3) | °C 0 | 140 | |
| 8831 Tapwatertemperatuur-gewenste waarde actueel | °C 8 | 80 | |
| 8832 Tapwatertemperatuurbeginwaarde onder (B31) | °C 0 | 140 | |
| 8835 Tapwater circulatietemperatuur | °C | 0 | 140 |
| 8836 Tapwater laadtemperatuur | °C | 0 | 140 |
| 8852 Tapwater taptemperatuurbeginwaarde | °C 0 | 140 | |
| 8853 Tapwater doorstroomtoestel gewenste waarde | °C 0 | 140 | |
| 8860 Tapwaterdoorstroming | l/min | 0 | 30 |
| 8875 Aanvoertemperatuur-gewenste waarde Verbraucherkreis1 | °C 5 | 130 | |
| 8885 Aanvoertemperatuur-gewenste waarde Verbraucherkreis2 | °C 5 | 130 | |
| 8895 Aanvoertemperatuur-gewenste waarde Verbraucherkreis3 | °C 5 | 130 | |
| 8900 Zwembadtemperatuurbeginwaarde (B13) | °C 0 | 140 | |
| 8901 Gewenste waarde temperatuur zwembad | °C 8 | 80 | |
| 8930 Beginwaarde voorregelaar-temperatuur | °C 0 | 140 | |
| 8931 Gewenste waarde voorregelaar-temperatuur | °C 0 | 140 | |
| 8950 Gezamenlijke aanvoertemperatuurbeginwaarde | °C 0 | 140 | |
| 8951 Gezamenlijke retourvoorloop temperatuur gewenste waarde | °C 0 | 140 | |
| 8952 Gezamenlijke retourtemperatuur | °C | 0 | 140 |
Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur
| Menukeuze Bedieningsregel | Keuzemogelijkheid | Eenheid | Min. | Max. | Fabrieks-instellingen |
| Diagnose verbruiker | 8962 | Gewenste waarde belasting | % | 0 | 100 | Alleen Aanduiding |
| 8980 | Opslagtanktemperatuur-beginwaarde boven (B4) | °C 0 | 140 | |
| 8981 | Opslagtank gewenste waarde | °C | 0 | 140 |
| 8982 | Opslagtanktemperatuur-beginwaarde onder (B41) | °C 0 | 140 | |
| 8983 | Opslagtanktemperatuur-beginwaarde midden (B42) | °C 0 | 140 | |
| 9005 | Waterdruk H1 | bar | 0 | 10 |
| 9006 | Waterdruk H2 | bar | 0 | 10 |
| 9009 | Waterdruk H3 | bar | 0 | 10 |
| 9031 | Toestand multifunctioneel relais (QX1) | - | Uit, Aan |
| 9032 | Toestand multifunctioneel relais (QX2) | - | Uit, Aan Uit, Aan |
| 9033 | Toestand multifunctioneel relais (QX3) | - | Uit, Aan Uit, Aan |
| 9034 | Toestand multifunctioneel relais (QX4) | - | Uit, Aan Uit, Aan |
| 9050 | Toestand multifunctioneel relais (QX21 module 1) | - | Uit, Aan Uit, Aan |
| 9051 | Toestand multifunctioneel relais (QX22 module 1) | - | Uit, Aan Uit, Aan |
| 9052 | Toestand multifunctioneel relais (QX23 module 1) | - | Uit, Aan Uit, Aan |
| 9053 | Toestand multifunctioneel relais (QX21 module 2) | - | Uit, Aan Uit, Aan |
| 9054 | Toestand multifunctioneel relais (QX22 module 2) | - | Uit, Aan Uit, Aan |
| 9055 | Toestand multifunctioneel relais (QX23 module 2) | - | Uit, Aan Uit, Aan |
| 9056 | Toestand multifunctioneel relais (QX21 module 3) | - | Uit, Aan Uit, Aan |
| 9057 | Toestand multifunctioneel relais (QX22 module 3) | - | Uit, Aan Uit, Aan |
| 9058 | Toestand multifunctioneel relais (QX23 module 3) | - | Uit, Aan Uit, Aan |
| - | Toestand 2. trap verwarmings-kringpomp (Q21) | - | Uit, Aan | Alleen Aanduiding |
| - | Bedrijfswijze-omschakeling Verwarmingskring 1 | - | Inactief, actief |
| - | Toestand 2. trap verwarmings-kringpomp (Q22) | - | Uit, Aan |
| - | Bedrijfswijze-omschakeling Verwarmingskring 2 | - | Inactief, actief |
| - | Toestand 2. trap verwarmings-kringpomp (Q23) | - | Uit, Aan |
| - | Bedrijfswijze-omschakeling verwarmingskring 3/P | - | Inactief, actief |
| - | Toestand elektr. verw. tapwater | - | Uit, Aan |
| - | Toestand tapwater circulatiepomp (Q4) | - | Uit, Aan |
| - | Bedrijfswijze-omschakeling tapwater | - | Inactief, actief |
| - | Toestand H1-pomp (Q15) | - | Uit, Aan |
| - | Toestand H2-pomp (Q18) | - | Uit, Aan |
| - | Toestand H3-pomp (Q19) | - | Uit, Aan |
| - | Toestand circulatiepomp (Q14) | - | Uit, Aan |
Parameterinstellingen verwarmingsinstallateur
| Menu-keuze | Bedienings-regel | Keuzemogelijkheid | Eenheid | Min. | Max. | Fabrieksinstellingen |
|
| Diagnose verbruiker | - Toes | stand voorregelaarmenger open | - Uit | Aan | Alleen aanduiding |
| - Toes | stand voorregelaarmenger dicht | - Uit | Aan |
| - Toes | stand opwekkerblokkering (Y4) | - Uit | Aan |
| - Toes | stand tijdprogramma 5 relais (K13) | - Uit | Aan |
| - | Toestand bufferretourklep (Y15) | - | Uit, Aan |
| - Toes | stand warmtevraag (K27) - Uit, Aan | |
| - Toes | stand doorstroomtoestel verwarmingspomp (Q34) | - Uit | Aan |
| - Toes | stand opslagtanklaadpomp (Q11) | - Uit | Aan |
| - Toes | stand Tapw. mengpomp (Q35) | - Uit | Aan |
| - Toes | stand Tapw. tussen-kringpomp (Q33) | - Uit | Aan |
| - Flow | switch - Uit, Aan | | |
| Brander-automaat | 9500 | Voorlooptijd | s | 0 | 51 | |
| 9512 Gewenst toerental ventilator bij ontstekingsbelasting | O/min | 0 | 10000 | |
| 9524 | Ventilator-gewenste toerental in deellast | O/min | 0 | 10000 | |
| 9529 Gewenste toerental ventilator in volle belasting | O/min | 0 | 10000 | |
| 9540 | Naspoeltijd | s | 0 | 51 | |
| 9615 Gedwongen voorspoelen bij fouten | - Uit | Aan | |
| 9650 | Schoorsteendrogen | - | Uit, tijdbegrensd, permanent | |
*Zie handleiding ketel
Info-weergave Handbedrijf Schoorsteenvegerfunctie Regelaarstopfunctie
Met de informatietoets kan verschillende informatie worden opgeroepen.

Afhankelijk van het toesteltype, de toestelconfiguratie en de bedrijfswijze zijn enkele regels met informatie niet weergegeven.
Handbedrijf
Als de handmatige bediening is ingeschakeld, worden de relaisuitgangen niet meer geschakeld volgens de regeltoestand, maar afhankelijk van hun functie in een vooraf bepaalde handmatige toestand gezet.
Ketel-, menggroep-, circulatie- en tapwaterpomp zijn ingeschakeld, de opslagpomp is uitgeschakeld.
De menger van de AVS75 werkt op halve gemengde waarde.
Gewenste waarde instelling in handbedrijf
Nadat handbedrijf werd geactiveerd, moet naar de basisaanduiding worden geschakeld.
Daar wordt het symbool

voor onderhoud/speciale functie
weergegeven.
In het ketelmenu kan in parameter regel 2214 de gewenste waarde voor het handbedrijf worden ingesteld.
Schoorsteenvegerfunctie
De schoorsteenvegerfunctie wordt door kort indrukken van de toets gestart. De schoorsteenvegerfunctie zorgt voor de nodige bedrijfstoestand voor de emissiemeting. (afvoergas).
Regelaarstopfunctie
De regelaarstopfunctie wordt door indrukken (min. 3 s) van de bedrijfs-wijzetoets gestart.
De regelaarstopfunctie zorgt voor een vaste modulatie van de brander.
Deze functie kan worden gebruikt voor de emissiemeting (afvoergas).
Door opnieuw indrukken (min. 3 s) van de toets wordt deze functie weer uitgeschakeld.
Foutmelding / onderhoud
Soms verschijnt in de basisweergave één van de volgende symbolen.

Foutmeldingen
Verschijnt dit symbool dan is er een fout in de installatie aanwezig. Druk op de infotoets en lees de volgende informatie.


Onderhoud of speciale werking
Verschijnt dit symbool, is er een onderhoudsmelding of is er een speciale werking. Druk op de infotoets en lees de volgende informatie.

Aanduidingslijsten
Foutcode
| Albatros-Code | Albatros-Tekst |
| 10 Buitentemperatuur opnemer fout |
| 20 Keteltemperatuur 1 opnemer fout |
| 26 Gemeenschappelijke aanvoertemperatuur opnemer fout B10 |
| 28 Afvoergastemperatuur opnemer fout |
| 30 Aanvoertemperatuur 1 opnemer fout |
| 32 Aanvoertemperatuur 2 opnemer fout |
| 38 Aanvoertemperatuur voorregelaaropnemer fout |
| 40 Retourtemperatuur 1 opnemer fout |
| 46 Cascade-retourtemperatuuropnemer fout |
| 47 Gemeenschappelijke retourtemperatuur opnemer fout |
| 50 Taptemperatuuropnemer/thermostaat 1 fout |
| 52 Taptemperatuuropnemer/thermostaat 2 fout |
| 54 Aanvoertemperatuur tapwateropnemer fout |
| 57 Tapwater circulatieopnemer fout |
| 60 Ruimtetemperatuur 1 opnemer fout |
| 65 Ruimtetemperatuur 2 opnemer fout |
| 70 Opslagtemperatuur 1 (boven) opnemer fout |
| 71 Opslagtemperatuur 2 (onder) opnemer fout |
| 72 Opslagtemperatuur 3 (midden) opnemer fout |
| 73 Collectortemperatuur 1 opnemer fout |
| 74 Collectortemperatuur 2 opnemer fout |
| 82 LPB adres fout |
| 83 | BSB-draadkortsluiting / geen communicatie |
| 84 | BSB-draadadres fout |
| 85 | BSB-zender communicatie fout |
| 91 Dataverlies in de EEPROM |
| 98 Uitbreidingsmodule 1 fout |
| 99 Uitbreidingsmodule 2 fout |
| 100 Twee kloktijdmasters |
Aanduidingslijsten
Foutcode
| 102 | Kloktijdmasters zonder backup klok |
| 103 | Communicatiefout |
| 105 | Onderhoudsmelding |
| 109 | Bewaking keteltemperatuur |
| 110 | STB uitschakeling storing |
| 111 | Temperatuurbewaking veiligheidsuitschakeling |
| 121 | Aanvoertemperatuur VG1 niet bereikt |
| 122 | Aanvoertemperatuur VG2 niet bereikt |
| 125 | Maximale temperatuur van ketel overschreden |
| 126 | Tapwater- laadtemperatuur niet bereikt |
| 127 | Tapwater-legionellatemperatuur niet bereikt |
| 128 | Vlamuitval actief |
| 129 | Valse luchtvoorziening |
| 130 | Afvoergastemperatuurgrenswaarde overschreden |
| 131 | Branderstoring |
| 132 | Gasdrukschakelaar veiligheidsuitschakeling |
| 133 | Veiligheidstijd voor vlamvorming overschreden |
| 146 | Opnemer-/aandrijvingsconfiguratiefout |
| 151 | BMU fout intern |
| 152 | Parametreringsfout |
| 153 | Apparaat manueel vergrendeld |
| 160 | Ventilatortoerentaldrempel niet bereikt |
| 162 | Luchtdrukschakelaar sluit niet |
| 164 | Stromings-/ drukschakelaar VG fout |
| 166 | Luchtdrukschakelaar opent niet |
| 171 | Alarmcontact 1 actief |
| 172 | Alarmcontact 2 actief |
| 173 | Alarmcontact 3 actief |
| 174 | Alarmcontact 4 actief |
| 178 | Temperatuurbewaking verwarmingsgroep 1 |
| 179 | Temperatuurbewaking verwarmingsgroep 2 |
| 183 | Apparaat in parametreermodus |
| 193 | Pompcontrole fout na vlam aan |
| 216 | Storing ketel |
| 217 | Opnemer fout |
| 241 | Aanvoeropnemer voor opbrengstmeting fout |
| 242 | Retourloopopnemer voor opbrengstmeting fout |
| 243 | Zwembadopnemer fout |
| 270 | Temperatuurverschil warmtewisselaar te groot |
| 317 | Netfrequentie buiten toegestaan bereik |
| 320 | Tapwater laadtemperatuuropnemerfout |
| 324 | Ingang BX gelijke opnemer |
| 325 | Ingang BX/ uitbreidingsmodule gelijke opnemer |
| 326 | Ingang BX/ mengergroep gelijke opnemer |
| 327 | Uitbreidingsmodule gelijke functie |
| 328 | Menggroep gelijke functie |
| 329 | Uitbreidingsmodule/menggroep gelijke functie |
Aanduidingslijsten
Foutcode
| Albatros-Code | Albatros-Tekst |
| 330 | Opnemeringang BX1 geen functie |
| 331 | Opnemeringang BX2 geen functie |
| 332 | Opnemeringang BX3 geen functie |
| 333 | Opnemeringang BX4 geen functie |
| 334 | Opnemeringang BX5 geen functie |
| 335 | Opnemeringang BX21 geen functie |
| 336 | Opnemeringang BX22 geen functie |
| 337 | Opnemeringang B1 geen functie |
| 338 | Opnemeringang B12 geen functie |
| 339 | Collectorpomp Q5 ontbreekt |
| 340 | Collectorpomp Q16 ontbreekt |
| 341 | Collectoropnemer B6 ontbreekt |
| 342 | Zonnelading tapwater opnemer B31 ontbreekt |
| 343 | Zonne-integratie ontbreekt |
| 344 | Zonne-aandrijving buffer K8 ontbreekt |
| 345 | Zonne-aandrijving zwembad K18 ontbreekt |
| 346 | Vaste stof ketelpomp Q10 ontbreekt |
| 347 | Vaste stof ketel vergelijkopnemer ontbreekt |
| 348 | Vaste stof keteladres fout |
| 349 | Opslagtank- retourklep Y15 ontbreekt |
| 350 | Opslagtank adresfout |
| 351 | Voorregelaar/ circulatiepomp adresfout |
| 352 | Hydraulische verdeler adresfout |
| 353 | Cascadeaanvoeropnemer B10 ontbreekt |
| 371 | Aanvoertemperatuur VG3 |
| 372 | Temperatuurbewaking VG3 |
| 373 | Uitbreidingsmodule 3 |
| 378 | Repetitie intern |
| 379 | Repetitieteller vreemd licht beëindigd |
| 380 | Repetitieteller geactiveerde vlamuitval beëindigd |
| 381 | Repetitieteller geen vlam gedurende veiligheidstijd beëindigd |
| 382 | Repetitie toerental |
| 384 | Buitenlicht |
| 385 | Netspanning |
| 386 | Ventilatortoerentaltolerantie |
| 388 | Tapwatersensor geen functie |
| 426 | Retourmelding rookgasklep |
| 427 | Configuratie rookgasklep |
| 431 | Opnemer primaire warmtewisselaar |
| 432 | Functieaarde niet aangesloten |
| 433 | Temperatuur primaire warmtewisselaar te hoog |
Onderhoudscode
| Onder-houdscode | Onderhoudsbeschrijving |
| 1 | Branderonderhoud (branderbedrijfsuren) |
| 2 | Branderonderhoud (branderstarts) |
| 3 | Branderonderhoud (algemene tijdinterval: maandservice) |
Gedetailleerde instellingen
Tijd en datum
De regelaar heeft een tijdsaanduiding met uur, dag van de week en datum. Om de werking te verzekeren, moeten tijd en datum correct ingesteld worden.
Omschakelen zomer-/wintertijd
Door de ingegeven datums voor omschakelen op zomer-, resp. wintertijd wordt op de eerste zondag na deze datum de tijd automatisch van 02:00 (wintertijd) op 03:00 (zomertijd), resp. van 03:00 (zomertijd) op 02:00 (wintertijd) omgeschakeld.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 1 Uren/minuten | Zie handleiding ketel |
| 2 Dag/maand |
| 3 Jaar | |
| 5 Begin zomertijd |
| 6 Einde zomertijd |
Bediening en display
Taal
Voor het display kan Duits, Engels, Italiaans, Frans of Nederlands gekozen worden.
Info
Tijdelijk:
Informatieweergave gaat na 8 min.
opnieuw naar basisweergave.
Permanent:
Informatieweergave blijft permanent
weergegeven na oproep met de
informatietoets.
Blokkering bediening
Wanneer blokkeren bediening ingeschakeld is, kunnen de volgende bedieningselementen niet meer veranderd worden:
- verwarmingsgroepbedrijfswijze
- tapwaterbedrijfswijze
- gewenste ruimtecomfortwaarde (draaiknop)
- presentietoets.
Blokkering programmering
Bij ingeschakelde programmeringsblokkering kunnen de parameter - waarden worden aangegeven maar niet meer gewijzigd worden.
- Tijdelijke opheffing van de programmering: De geblokkeerde programmering kan binnen het programmeerniveau tijdelijk worden overbrugd. Daarvoor moeten de OK en ESC-toetsen tegelijkertijd gedurende tenminste 3 seconden worden ingedrukt. Dit tijdelijke opheffen van de programmeerblokkering geldt tot het verlaten van de programmering.
- Blijvende opheffing van de programmering: eerst de tijdelijke opheffing uitvoeren, daarna in de instellingsregel 27 "blokkering programmering" de programma-blokkering opheffen.
Bedieningseenheid directe wijziging instelling
Opslaan met bevestiging:
Gewijzigde waarden worden alleen door het indrukken van de „OK“-toets in de regelaar opgeslagen.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 20 Taal | | Zie handleiding ketel |
| 22 Info | tijdelijkPermanent |
| 26 Blokkering bediening |
| 27 Blokkering programmering |
| 28 Bedieningseenheid directe wijziging |
| 44 Bediening VG2Gemeenschappelijk met VG1Onafhankelijk |
| 46 Bediening VG PGemeenschappelijk met VG1Onafhankelijk |
| 70 Softwareversie Display | |
gewijzigde waarden worden zonder indrukken van de „OK“-toets in de regelaar opgeslagen.
Bediening VG2
Afhankelijk van de bedieningsregel 40, kan de werking van de bediening (bedrijfswijzetoets of de draaiknop) op ruimteapparaat 1, op het bedieningsapparaat of op het service-apparaat voor de verwarmingsgroep 2 gedefinieerd worden.
Gemeenschappelijk met VG1:
De bediening gebeurt gemeenschappelijk voor verwarmingsgroep 1 en 2.
Onafhankelijk:
De werking van de bediening wordt in de display opgevraagd, zodra de bedieningswijzetoets op de draaiknop worden gebruikt.
Bediening VG P
Afhankelijk van bedieningsregel 40, kan de werking van de bediening (bedrijfswijzetoets of de draaiknop) voor ruimtetoestel 1,op het bedieningsapparaat of servicetoestel voor verwarmingsgroep P worden gedefinieerd.
Gemeenschappelijk met VG1:
De bediening gebeurt gemeenschappelijk voor verwarmingskring 1 en 2.
Onafhankelijk:
Bedrijfswijzeveranderingen of wijziging van de gewenste comfortwaarde moeten in de programmering worden veranderd.
Bedieningseenheid softwareversie
De informatie geeft de actuele versie
van het bedieningsgedeelte resp. van
het ruimteapparaat weer.
Voor de verwarmingskringen en de drinkwaterbereiding staan verschillende schakelprogramma's ter beschikking. Zij zijn in de bedrijfswijze "automatisch" ingeschakeld en sturen de omschakeling van temperatuurniveaus (en de daarmee verbonden gewenste waarden) via de ingestelde schakeltijden.
Schakeltijden invoeren
De schakeltijden kunnen gecombineerd ingevoerd worden, d.w.z. gelijktijdig voor verschillende dagen of verschillende tijden voor afzonderlijke dagen. Door het voorselecteren van groepen met dagen te kiezen, zoals bijv. ma. .. vr. en za. .. zo. die dezelfde schakeltijden moeten krijgen, wordt het instellen van de schakelprogramma's aanmerkelijk ingekort.
Schakelpunten
| Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- | instelling |
| VG1 | VG2 | 3/VGP | 4/Tapw | 5 | |
| 500 | 520 | 540 | 560 | 600 | Voorselectiema-zoma-vrijza-zoma,di, wo, do, vr, za | Zie handleidingketel |
| 501 | 521 | 541 | 561 | 601 | 1. Fase Aan |
| 502 | 522 | 542 | 562 | 602 | 1. Fase Uit |
| 503 | 523 | 543 | 563 | 603 | 2. Fase Aan |
| 504 | 524 | 544 | 564 | 604 | 2. Fase Uit |
| 505 | 525 | 545 | 565 | 605 | 3. Fase Uit |
| 506 | 526 | 546 | 566 | 606 | 3. Fase Uit |
Standaardprogramma
Alle tijdschakelprogramma's kunnen op de fabrieksinstellingen terug-gesteld worden.
Elk tijdschakelprogramma heeft een eigen bedieningsregel om terug te stellen.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieks-instelling |
| VG1 | VG2 | 3/VGP | 4/TAPW | 5 |
| 516 | 536 | 556 | 576 | 616 | Standaardwaarden | Zie handleiding ketel |
Aanwijzing
Individuele instellingen gaan daarbij verloren!
Vakantie
Met het vakantieprogramma kunnen de verwarmingsgroepen op een bepaalde (kalender) datum naar een selecteerbaar bedrijfsniveau worden omgeschakeld. Aan het einde van de dag wordt nog niet verwarmd. Pas op de volgende dag wordt conform tijdprogramma op gewenste comfortwaarde omgeschakeld.
| Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- | instelling |
| VG1 | VG2 VG3 | | |
| 641 | 651 | 661 | VoorselectiePeriode 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 | Zie handleiding ketel |
| 642 | 652 | 662 | Begin |
| 643 | 653 | 663 | Einde |
| 648 | 658 | 668 | BedrijfsniveauVorstbeschermingGereduceerd |
Het vakantieprogramma kan slechts in de automatische bedrijfswijze worden gebruikt.
Voor de verwarmingsgroepen staan verschillende functies ter beschikking, die telkens voor elke verwarmingsgroep individueel zijn in te stellen.
Bedrijfswijze VG
De bedrijfswijze van de verwarmingsgroepen wordt direct d.m.v. de bedrijfswijzetoets bediend.
Met de instelling kan tussen de verschillende bedrijfswijzen worden gewisseld. De functionaliteit komt overeen met de keuze van de bedrijfswijze met de bedrijfswijzetoets.
Beveiligingsbedrijf
Voortdurende werking (24h) op bedrijfsniveau vorstbescherming. Schakelprogramma, presentatietoets, vakantieprogramma, optimalisatie en ECO functie functioneren niet. De regeling m.b.t. de ruimte-temperatuurvorstbescherming kan worden uitgeschakeld. Dit kan noodzakelijk zijn, indien een ruimtethermostaat voor de activering van de ketelpomp wordt gebruikt. In dit geval verhindert uitsluitend de ruimtethermostaat, dat de ruimte-temperatuur omlaag gaat. Daarbij moet erop gelet worden, dat bij het dalen van de aanvoertemperatuur de temperatuurbewaking kan worden gactiveerd. De grenstemperatuur voor de temperatuurbewaking bedraagt 0 °C. Dit moet door de juiste instelling van de ruimtethermostaat worden verhinderd.
Automatisch
Automatische functie op bedrijfsniveau comfort-, reduceer- of vorst-
bescherming door het schakel-
programma de aanwezigheidstoets,
het vakantieprogramma, de
in-/ uitschakeloptimalisatie en de
ECO- functie.
| Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- | instelling |
| VG1 | VG2 | VG3 | | |
| 700 | 1000 | Bedrijfs | Wijze | VGBeveiligingsbedrijfAutomatischGereduceerdComfort | Zie handleiding ketel |
Gereduceerd
Constante werking (24h) op bedrijfs-niveau gereduceerd.
Schakelprogramma, aanwezigheidstoets, vakantieprogramma, optimalisatie en ECO functie functioneren niet.
De beschermingsfuncties blijven actief.
Comfort
Constante werking (24h) op bedrijfs-niveau comfort, schakelprogramma, aanwezigheidstoets, vakantieprogramma, optimalisatie en ECO functie werken niet. De beschermingsfuncties blijven actief.
Voor de verwarmingsgroepen staan verschillende functies ter beschikking, die telkens voor elke verwarmingsgroep individueel zijn in te stellen.
Gewenste waarden m.b.t. ruimte
Ruimtetemperatuur
De ruimtetemperatuur kan op verschillende gewenste waarden worden ingesteld. Al naar de gewenste bedrijfswijze worden deze gewenste waarden effectief en zorgen zo voor verschillende temperatuurniveaus in de ruimtes. Het bereik van de instelbare gewenste waarden is gerelateerd aan onderlinge afhankelijkheid, dit is hier naast in de grafiek te zien.
Vorstbescherming
Door de beveiligingsfunctie wordt automatisch verhinderd dat de ruimte-temperatuur te ver daalt. Daarbij wordt via de gewenste waarde van de ruimtetemperatuurvorstbescherming geregeld.
| Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- | instelling |
| VG1 | VG2 | VG3 | |
| 710 | 1010 | Gewenste comfortwaarde | Zie handleiding ketel |
| 712 | 1012 | 1312 | Gewenste reduceerwaarde |
| 714 | 1014 | 1314 | Gewenste vorstbeschermingswaarde |

| TRK | Gewenste comfortwaarde maximum |
| TRK | Gewenste comfortwaarde |
| TRR | Gewenste reduceerwaarde |
| TRF | Gewenste vorstbeschermingswaardet |
Verwarmingskarakteristiek
D.m.v. de verwarmingskarakteristiek wordt de gewenste waarde van de aanvoertemperatuur bereikt, die al naar gelang de heersende weer- somstandigheden voor de regeling op een overeenkomstige aanvoer- temperatuur wordt gebruikt.
De verwarmingskarakteristiek kan met verschillende instellingen worden aangepast, zodat het verwarmings- vermogen en dus de ruimtetemperatuur zich overeenkomstig de persoonlijke behoeftes verhoudt.
Karakteristieke steilheid
Met de steilheid verandert de aan-voertemperatuur sterker naarmate de buitentemperatuur kouder is. D.w.z. wanneer de ruimtetemperatuur bij een koude buitentemperatuur afwijkt en niet bij een warme, dan moet de steilheid worden gecorrigeerd.
Instelling verhogen:
Om de vertrektemperatuur te verhogen vooral bij koude buitentemperaturen. Instelling verlagen:
Om de aanvoertemperatuur te verlagen vooral bij buitentemperaturen.
| Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- | instelling |
| VG1 | VG2 | VG3 | |
| 720 | - | - | Steilheid van de karakteristiek VG 1 | Zie handleiding ketel |
| - | 1020 | - | Steilheid van de karakteristiek VG 2 |
| - | - | 1320 | Steilheid van de karakteristiek VG 3 |
| 721 | 1021 | 1321 | Karakteristiekverschuiving |
| 726 | 1026 | 1326 | Karakteristiekaanpassing |

line
| Temperature (°C) | Value |
| ---------------- | ----- |
| 20 | 0.25 |
| 10 | 0.5 |
| 0 | 0.75 |
| -10 | 1 |
| -20 | 1.25 |
| -30 | 1.5 |
| -40 | 1.75 |
| -50 | 2 |
| -60 | 2.25 |
| -70 | 2.5 |
| -80 | 2.75 |
| -90 | 3 |
| -100 | 3.5 |
| -110 | 4 |
| -120 | 4.5 |
| -130 | 5 |
| -140 | 5.5 |
| -150 | 6 |
| -160 | 6.5 |
| -170 | 7 |
| -180 | 7.5 |
| -190 | 8 |
| -200 | 8.5 |
| -210 | 9 |
| -220 | 9.5 |
| -230 | 10 |
| -240 | 10.5 |
| -250 | 11 |
| -260 | 11.5 |
| -270 | 12 |
| -280 | 12.5 |
| -290 | 13 |
| -300 | 13.5 |
| -310 | 14 |
| -320 | 14.5 |
| -330 | 15 |
| -340 | 15.5 |
| -350 | 16 |
| -360 | 16.5 |
| -370 | 17 |
| -380 | 17.5 |
| -390 | 18 |
| -400 | 18.5 |
| -410 | 19 |
| -420 | 19.5 |
| -430 | 20 |
| -440 | 20.5 |
| -450 | 21 |
| -460 | 21.5 |
| -470 | 22 |
| -480 | 22.5 |
| -490 | 23 |
| -500 | 23.5 |
| -510 | 24 |
| -520 | 24.5 |
| -530 | 25 |
| -540 | 25.5 |
| -550 | 26 |
| -560 | 26.5 |
| -570 | 27 |
| -580 | 27.5 |
| -590 | 28 |
| -600 | 28.5 |
| -610 | 29 |
| -620 | 29.5 |
| -630 | 30 |
| -640 | 30.5 |
| -650 | 31 |
| -660 | 31.5 |
| -670 | 32 |
| -680 | 32.5 |
| -690 | 33 |
| -700 | 33.5 |
| -710 | 34 |
| -720 | 34.5 |
| -730 | 35 |
| -740 | 35.5 |
| -750 | 36 |
| -760 | 36.5 |
| -770 | 37 |
| -780 | 37.5 |
| -790 | 38 |
| -800 | 38.5 |
| -810 | 39 |
| -820 | 39.5 |
| -830 | 40 |
| -840 | 40.5 |
| -850 | 41 |
| -860 | 41.5 |
| -870 | 42 |
| -880 | 42.5 |
| -890 | 43 |
| -900 | 43.5 |
| -910 | 44 |
| -920 | 44.5 |
| -930 | 45 |
| -940 | 45.5 |
| -950 | 46 |
| -960 | 46.5 |
| -970 | 47 |
| -980 | 47.5 |
| -990 | 48 |
| -1000 | 48.5 |
| -1100 | 49 |
| -1200 | 49.5 |
| -1300 | 50 |
| -1400 | 50.5 |
| -1500 | 51 |
| -1600 | 51.5 |
| -1700 | 52 |
| -1800 | 52.5 |
| -1900 | 53 |
| -2000 | 53.5 |
| -2100 | 54 |
| -2200 | 54.5 |
| -2300 | 55 |
| -2400 | 55.5 |
| -2500 | 56 |
| -2600 | 56.5 |
| -2700 | 57 |
| -2800 | 57.5 |
| -2900 | 58 |
| -3000 | 58.5 |
| -3100 | 59 |
| -3200 | 59.5 |
| -3300 | 60 |
| -3400 | 60.5 |
| -3500 | 61 |
| -3600 | 61.5 |
| -3700 | 62 |
| -3800 | 62.5 |
| -3900 | 63 |
| -4000 | 63.5 |
| -4100 | 64 |
| -4200 | 64.5 |
| -4300 | 65 |
| -4400 | 65.5 |
| -4500 | 66 |
| -4600 | 66.5 |
| -4700 | 67 |
| -4800 | 67.5 |
| -4900 | 68 |
| -5000 | 68.5 |
| -5100 | 69 |
| -5200 | 69.5 |
| -5300 | 70 |
| -5400 | 70.5 |
| -5500 | 71 |
| -5600 | 71.5 |
| -5700 | 72 |
| -5800 | 72.5 |
| -5900 | 73 |
| -6000 | 73.5 |
| -6100 | 74 |
| -6200 | 74.5 |
| -6300 | 75 |
| -6400 | 75.5 |
| -6500 | 76 |
| -6600 | 76.5 |
| -6700 | 77 |
| -6800 | 77.5 |
| -6900 | 78 |
| -7000 | 78.5 |
| -7100 | 79 |
| -7200 | 79.5 |
| -7300 | 80 |
| -7400 | 80.5 |
| -7500 | 81 |
| -7600 | 81.5 |
| -7700 | 82 |
| -7800 | 82.5 |
| -7900 | 83 |
| -8000 | 83.5 |
| -8100 | 84 |
| -8200 | 84.5 |
| -8300 | 85 |
| -8400 | 85.5 |
| -8500 | 86 |
| -8600 | 86.5 |
| -8700 | 87 |
| -8800 | 87.5 |
| -8900 | 88 |
| -9000 | 88.5 |
| -9100 | 89 |
| -9200 | 89.5 |
| -9300 | 90 |
| -9400 | 90.5 |
| -9500 | 91 |
| -9600 | 91.5 |
| -9700 | nan nan|
The data is a series of lines representing different parameter values (labeled as 'a' in the legend). The x-values are the x-coordinates of the lines (e.g., 'a' = 'b') and the y-values are the corresponding y-coordinates of the line (e.g., 'c') for each x-coordinates of the line (e.g., 'd'). The labels above the lines are 'a', 'b', etc.). The data is presented in a table format with the x-coordinates as the rows and the y-coordinates as the columns.
Verschuiving van de karakteristiek
Met de parallelverschuiving verandert
de aanvoertemperatuur in het alge-
meen en gelijkmatig voor het hele
buitentemperatuurbereik. D.w.z.
wanneer de ruimtetemperatuur in het
algemeen te warm of koud is, moet
via de parallelverschuiving worden
gecorrigeerd.

line
| Temperature (°C) | Value |
| ---------------- | ----- |
| -30 | 20 |
| -10 | 10 |
| 0 | 0 |
| 10 | 10 |
| 20 | 20 |
| Regelnr. Betekenis | |
| 8700 TA Buitentemperatuur |
| TRw Gewenste waarde ruimtetemperatuur |
| TV Aanvoertemperatuur |
Aanpassing van de karakteristiek
Met de aanpassing wordt de verwarmingskarakteristiek automatisch aan de heersende verhoudingen aangepast. Een correctie van de steilheid en parallelverschuiving is zo overbodig. Ze kan slechts in- of uitgeschakeld worden.
Om de functie te garanderen moet het volgende in acht worden genomen:
- Een ruimte-opnemer moet aangesloten zijn (QAA 75 / 78).
- De instelling "ruimte-invloed" moet tussen 1 en 99 zijn ingesteld.
- In de referentieruimte (montageplaats ruimte-opnemer) dienen geen geregelde radiatorkleppen aanwezig te zijn (eventuele aanwezige radiatorkleppen moeten maximaal worden geopend.
Zomer-/winterverwarmingsgrens
De zomer-/wintergrens schakelt de verwarming al naar gelang temperatuurverhouding gedurende de loop van het jaar in of uit.
Deze omschakeling vindt gedurende automatisch functioneren zelfstandig plaats en maakt daardoor overbodig dat de verwarming door de gebruiker aan of uitgeschakeld wordt. Door het veranderen van de ingevoerde waarde worden de overeenkomstige jaarfasen korter of langer.
Verhogen: Omschakeling vroeger op winterfunctie
Omschakeling later op zomerfunctie.
Verlagen:
Omschakeling later op winterfunctie
Omschakeling vroeger op zomerfunctie.
- De functie werkt niet in de bedrijfswijze „Voortdurende
comforttemperatuur"

- In de aanduiding verschijnt "ECO"
- Om rekening te houden met de gebouwdynamiek wordt de buitentemperatuur verlaagd.
| Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- | instelling |
| VG1 | VG2 | VG3 | |
| 730 | 1030 | 1330 | Zomer-/winterverwarmingsgrens | Zie handleiding ketel |
| 732 | 1032 | 1332 | Dagverwarmingsgrens |
| 733 | 1033 | 1333 | Verlenging dagverwarmingsgrens |

line
| Time (t) | Temperature (°C) |
| -------- | ---------------- |
| 0 | 16 |
| 5 | 18 |
| 10 | 19 |
| 15 | 15 |
Dagverwarmingsgrens
De dagverwarmingsgrens schakelt de verwarming al naar gelang de buiten-temperatuur in de loop van de dag aan of uit. Deze functie dient hoofdzakelijk in de overgangsfasen lente en herfst korte tijd op de temperatuurvariaties te reageren. Door wijzigen van de ingevoerde waarde worden de overeenkomstige verwarmingsfasen korter of langer.
Verhogen:
Omschakeling vroeger op verwarmingsfunctie
Omschakeling later op ECO.
Verlagen:
Omschakeling later op verwarmingsfunctie
Omschakeling vroeger op ECO.
- De functie werkt niet in de modus „Voortdurende comforttemperatuur“
- In de aanduiding verschijnt "ECO"
- Om rekening te houden met de gebouwdynamiek wordt de buitentemperatuur verlaagd
Voorbeeld:
| Instelregel z.B. | |
| Gewenste comfortwaarde (TRw) | 22°C |
| Dagverwarmingsgrens (THG) | -3°C |
| Omschakeltemperatuur (TRw-THG) verwarming UIT | = 19°C |
| Schakelverschil (fix) | -1°C |
| Omschakeltemperatuur verwarming AAN | = 18°C |
Verlenging dagverwarmingsgrens
De verlenging van de dagverwarmingsgrens vindt plaats, door rekening te houden met de gemengde buitentemperatuur bij het inschakelen van de verwarming. Alternatief kan de verwarming ook alleen maar naar aanleiding van de actuele buitentemperatuur weer worden ingeschakeld.
Nee
De dagverwarmingsgrens schakelt alleen maar in n.a.v. de actuele buitentemperatuur.
Ja
De dagverwarmingsgrens schakelt zoals onder dagverwarmingsgrens beschreven, afhankelijk van de actuele en de gemengde buitentemperatuur.
Gewenste aanvoerwaarde - begrenzingen
Met deze begrenzing kan een bereik voor de gewenste aanvoerwaarde worden gedefinieerd. Bereikt de gevraagde gewenste aanvoer-temperatuurwaarde van de verwarmingsgroep de overeenkomstige grenswaarde, dan blijft deze bij hoger wordende of lager wordende warmtevraag constant op maximale-resp. minimale waard.
| Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- | instelling |
| VG1 | VG2 | VG3 | |
| 740 | 1040 | 1340 | Gewenste aanvoerwaarde-minim. VG1+2 | Zie handleiding ketel |
| 741 | - | - | Gewenste aanvoerwaarde-maximum VG1 |
| - | 1041 | - | Gewenste aanvoerwaarde-maximum VG2 |
| - | - | 1341 | Gewenste aanvoerwaadre-maximum VG3 |
| 742 | - Gew | wrde | aanv ruimtetherm VG1 - |
| - 1 | 1042 | Gew wrde | aanv ruimtetherm VG2 - |
| - - | 1342 | Gew wrde | aanv ruimtetherm VG3 |
| 746 | 1046 | 1346 | Vertr. warmte vraag |

line
| Temperature (°C) | Voltage Level | Label |
|---|---|---|
| 10 | min | |
| 15 | max | |
| 80 | max | TVmax |
| 15 | akt | |
| 80 | akt | |
| 80 | TVmin | |
TVw | | |
TVw actuele gewenste aanvoerwaarde
Tvmax gewenste aanvoerwaarde -maximum
Tvmin gewenste aanvoerwaarde-minimum
Ruimte-invloed
Soorten sturing
Zodra een ruimtetemperatuuropnemer wordt gebruikt, kan uit 3 verschillende soorten sturing worden gekozen.
De aanvoertemperatuur wordt via de verwarmingscurve afhankelijk van de gemengde buitentemperatuur berekend. Voor deze sturingswijze moet de verwarmingskarakteristiek correct ingesteld zijn, aangezien de regeling in de deze instelling geen rekening houdt met de ruimte-temperatuur.
De afwijking van de ruimtetemperatuur t.o.v. de gewenste waarde wordt geregistreerd en er wordt met de temperatuurregeling rekening mee gehouden. Zo kan rekening worden gehouden met andere warmte en wordt een constantere kamertemperatuur mogelijk. De invloed van de afwijking wordt procentueel ingesteld. Hoe beter de referentieruimte is (onvervalste ruimtetemperatuur enz.) des te hoger kan de waarde worden ingesteld.
Voorbeeld:
Ca. 60 %: goede referentieruimte
Ca. 20 %: ongunstige referentieruimte
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieks-instelling |
| VG1 | VG2 | VG3 |
| 750 | 1050 | 1350 | Ruimte-invloed | Zie handleiding ketel |
| Instelling Soort Sturing |
| - - - % | Zuivere weerssturing* |
| 1...99 % | Weerssturing met ruimte-invloed* |
| 100 % | Zuivere ruimtesturing |
Om de functie te activeren, moet het volgende in acht worden genomen:
- Een geplande ruimteopnemer moet aangesloten zijn.
- De instelling „ ruimte-invloed“ moet tussen 1 en 99% ingesteld zijn.
- In de referentieruimte (montageplaats ruimte-opnemer) moeten geen geregelde radiatorkleppen aanwezig zijn. (Eventueel aanwezige radiator-kleppen moeten op het maximum worden geopend).
Zuivere ruimtesturing
De aanvoertemperatuur wordt geregeld afhankelijk van de gewenste ruimte-temperatuurwaarde, de actuele ruimtetemperatuur en het actuele verloop ervan. Een beetje stijgen van de ruimtetemperatuur zorgt bijv. voor een directe reductie van de aanvoertemperatuur.
Om de functie te activeren moet het volgende in acht worden genomen:
- Een geplande ruimteopnemer moet aangesloten zijn.
- De instelling "ruimte-invloed" moet op 100% ingesteld zijn.
- In de referentieruimte (montageplaats ruimte opnemer) moeten geen geregelde radiatorkleppen aanwezig zijn. (Eventueel aanwezige radiatorkleppen moeten op het maximum worden geopend.)
Ruimtetemperatuurbegrenzing
Bij verwarmingsgroepen met pompen moet een schakelverschil voor de temperatuurregeling worden ingesteld. Voor deze functie moet een ruimtetemperatuuropnemer worden gebruikt.
De ruimtetemperatuurbegrenzing functioneert niet bij een zuivere weerssturing.
| Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- | instelling |
| VG1 | VG2 | VG3 | |
| 760 | 1060 | 1360 | Ruimtetemperatuurbegrenzing | Zie handleiding ketel |

line
| Time | Temperature (°C) | Power (P) |
|------|-------------------|-----------|
| 0 | ~0 | 0 |
| 1 | ~-0.5 | 0 |
| 2 | ~0.5 | 0 |
| 3 | ~-0.5 | 0 |
| 4 | ~0.5 | 0 |
| 5 | ~-0.5 | 0 |
| 6 | ~0.5 | 0 |
| 7 | ~-0.5 | 0 |
| 8 | ~0.5 | 0 |
| 9 | ~-0.5 | 0 |
| 10 | ~0.5 | 0 |
| 11 | ~-0.5 | 0 |
| 12 | ~0.5 | 0 |
| 13 | ~-0.5 | 0 |
| 14 | ~0.5 | 0 |
| 15 | ~-0.5 | 0 |
| 16 | ~0.5 | 0 |
| 17 | ~-0.5 | 0 |
| 18 | ~0.5 | 0 |
| 19 | ~-0.5 | 0 |
| 20 | ~0.5 | 0 |
| 21 | ~-0.5 | 0 |
| 22 | ~0.5 | 0 |
| 23 | ~-0.5 | 0 |
| 24 | ~0.5 | 0 |
| 25 | ~-0.5 | 0 |
| 26 | ~0.5 | 0 |
| 27 | ~-0.5 | 0 |
| 28 | ~0.5 | 0 |
| 29 | ~-0.5 | 0 |
| 30 | ~0.5 | 0 |
| 31 | ~-0.5 | 0 |
| 32 | ~0.5 | 0 |
| 33 | ~-0.5 | 0 |
| 34 | ~0.5 | 0 |
| 35 | ~-0.5 | 0 |
| 36 | ~0.5 | 0 |
| 37 | ~-0.5 | 0 |
| 38 | ~0.5 | 0 |
| 39 | ~-0.5 | 0 |
| 40 | ~0.5 | 0 |
| 41 | ~-0.5 | 0 |
| 42 | ~0.5 | 0 |
| 43 | ~-0.5 | 0 |
| 44 | ~0.5 | 0 |
| 45 | ~-0.5 | 0 |
| 46 | ~0.5 | 0 |
| 47 | ~-0.5 | 0 |
| 48 | ~0.5 | 0 |
| 49 | ~-0.5 | 0 |
| 50 | ~0.5 | 0 |
| 51 | ~-0.5 | 0 |
| 52 | ~0.5 | 0 |
| 53 | ~-0.5 | 0 |
| 54 | ~0.5 | 0 |
| 55 | ~-0.5 | 0 |
| 56 | ~0.5 | 0 |
| 57 | ~-0.5 | 0 |
| 58 | ~0.5 | 0 |
| 59 | ~-0.5 | 0 |
| 60 | ~0.5 | 0 |
| 61 | ~-0.5 | 0 |
| 62 | ~0.5 | 0 |
| 63 | ~-0.5 | 0 |
| 64 | ~0.5 | 0 |
| 65 | ~-0.5 | 0 |
| 66 | ~0.5 | 0 |
| 67 | ~-0.5 | 0 |
| 68 | ~0.5 | 0 |
| 69 | ~-0.5 | 0 |
| 70 | ~0.5 | 0 |
| 71 | ~-0.5 | 0 |
| 72 | ~0.5 | 0 |
| 73 | ~-0.5 | 0 |
| 74 | ~0.5 | 0 |
| 75 | ~-0.5 | 0 |
| 76 | ~0.5 | 0 |
| 77 | ~-0.5 | 0 |
| 78 | ~0.5 | 0 |
| 79 | ~-0.5 | 0 |
| 80 | ~0.5 | 0 |
| 81 | ~-0.5 | 0 |
| 82 | ~0.5 | 0 |
| 83 | ~-0.5 | 0 |
| 84 | ~0.5 | 0 |
| 85 | ~-0.5 | 0 |
| 86 | ~0.5 | 0 |
| 87 | ~-0.5 | 0 |
| 88 | ~0.5 | 0 |
| 89 | ~-0.5 | 0 |
| 90 | ~0.5 | 0 |
| 91 | ~-0.5 | 0 |
| 92 | ~0.5 | 0 |
| 93 | ~-0.5 | 0 |
| 94 | ~0.5 | 0 |
| 95 | ~-0.5 | 0 |
| 96 | ~0.5 | 0 |
| 97 | ~-0.5 | 0 |
| 98 | ~0.5 | 0 |
| 99 | ~-0.5 | 0 |
|1 | - | ON |
| P OFF P OFF T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd T Tijd S TRx TRx TRw SDR SRR SPP Slij Sij Sj Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr Srr SN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN TN
TRx Beginwaarde ruimtetemperatuur TRw Gewenste waarde ruimtetemperatuur SDR Ruimteschakelverschil P Pomp
TRx Beginwaarde ruimtetemperatuur TRw Gewenste waarde ruimtetemperatuur SDR Ruimteschakelverschil P Pomp
TRx Beginwaarde ruimtetemperatuur TRw Gewenste waarde ruimtetemperatuur SDR Ruimteschakelverschil P Pomp
TRx Beginwaarde ruimtetemperatuur TRw Gewenstewerderuimtetemperatuur SDR Ruimteschakelverschil P Pomp
TRx Beginwaarde ruimtetemperatuur TRw Gewenstewerderuimtetemperatuur SDR Ruimteschakelverschil P Pomp
TRx Beginwaarde ruimtetemperatuur TRw Gewenstewerderuimtetemperatuur SDR Ruimteschakelverschl P Pomp
TRx Beginwaarde ruimtetemperatuur TRw Gewenstewerderuimtetemperatuur SDR Ruimteschakelverschl P Pomp
TRx Beginwaarde ruimtetemperatuur TRw Gewenstewerderuimtetemperatuur SDR Ruimteschakelverschl P Pomp
TRx Beginwaarde ruimtetemperatuur TRx Gewenstewerderuimtetemperatuur SDR Ruimteschakelverschl P Pomp
TRx Beginwaarde ruimtetemperatuur TRw Gewenstewerderuimtetemperatuur SDR Ruimteschakelverschl P Pomp
TRx Beginwaarde ruimtetemperatuur TRw Gewenstewerderuimtetemperatuur SDR Ruimtemechakelverschl P Pomp
TRx Beginwaarde ruimtetemperatuur TRw Gewenstewerderuimtetemperatuur SDR Ruimteschakelverschl P Pomp
TRx Beginwaarde ruimtetemperatuur TRw Gewenstewerderuimtetemperatuur SDR Ruimteschakelverschl P Pomp
TRx Beginwaarde ruimtetemPeraturu RTw GewenstewerderuimtetemPeraturu SDR Ruimteschakelverschl P Pomp
TRx Beginwaarde ruimtetemPeraturu TRw GewenstewerderuimtetemPeraturu SDR Ruimteschakelverschl P Pomp
TRx Beginwaarde ruimtetemPeraturu TRw GewenstewerderuimtetemPeraturu SDR Ruimteschakelverschl P Pomp
TRx Beginwaarde ruimtetemPeraturu TRw GewenstewerderuimtetemPeraturu SDR Ruinsetekerschalkl P Pomp
TRx Beginwaarde ruimtetemPeraturu TRw GewenstewerderuimtetemPeraturu SDR Ruinsetekerschalkl P Pomp
TRx Beginwaarde ruimtetemPeraturu TRw GewenstewerderuimtetemPeraturu SDR Ruinsetekerschalkl P Pomp
TRx Beginwaarde ruimtetemPeraturu TRW GewenstewerderuimtetemPeraturu SDR Ruinsetekerschalkl P Pomp
TRx Beginwaarde ruimtetemPeraturu TRW GewenstewerderuimtetemPeraturu SDR Ruinsetekerschalkl P Pomp
TRx Beginwaarde ruimtetemPeraturu TRW GewenstewerderuimtetemPeraturu SDR RuinSetekerschalkl P Pomp
TRx Beginwaarde ruimtetemPeraturu TRW GewenstewerderuimtetemPeraturu SDR RuinSetekerschalkl P Pomp
TRx Beginwaarde ruimtetemPeraturu TRW GewenstewerderuimtetemPeraturu SDR RuinSetekerschalkl P Pomp
TRx Beginwaarde ruimteternPeraturu TRW GewenstewerderuimteternPeraturu SDR RuinSetekerschalkl P Pomp
TRx Beginwaarde ruimteternPeraturu TRW GewenstewerderuimteternPeraturu SDR RuinSetekerschalkl P Pomp
TRx Beginwaarde ruimteternPeraturu TRW GewenstewerderuimteternPeraturu SDR RuinSetekerschalkl P Pomp
Trp ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON ON
Snel opstoken
De snelle verwarming zorgt ervoor, dat bij een wijziging van de gewenste reductiewaarde naar gewenste comfortwaarde de nieuwe gewenste waarde vroeger wordt bereikt en daardoor de verwarmingsduur wordt verkort. Gedurende de snelle verwarming wordt de gewenste ruimtetemperatuurwaarde met de hier ingestelde waarde verhoogd. Verhogen van de instelling heeft een snellere verwarmingstijd tot gevolg, verlagen tot langere.
- De snelle verwarming is met of zonder ruimte-opnemer mogelijk.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieks-instelling |
| VG1 | VG2 | VG3 |
| 770 | 1070 | 1370 | Snel opstoken | Zie handleiding ketel |

Snelle daling
Gedurende de snelle daling wordt de verwarmingsgroeppomp uitgeschakeld en bij mengergroepen ook de mengklep gesloten.
- Functie met ruimteopnemer: Met de ruimteopnemer schakelt de functie de verwarming uit, tot de ruimtetemperatuur naar de gewenste reductiewaarde resp. vorstniveau is afgekoeld. Is de ruimtetemperatuur tot op het reductieniveau resp. vorstniveau gezonken, wordt de verwarmings-groeppomp ingeschakeld en de mengklep vrijgegeven.
- Functie zonder ruimteopnemer: De snelle daling schakelt de verwarming afhankelijk van de buitentemperatuur en de gebouwtijdconstante voor een bepaalde tijd uit.
- De snelle verlaging is met of zonder ruimteopnemer mogelijk.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieks-instelling |
| VG1 | VG2 | VG3 |
| 780 | 1080 | 1380 | Snelle terugzetUitTot gereduceerd gew wrdTot gew wrd Vorst beschrm | Zie handleiding ketel |
Voorbeeld
Duur van de snelle verlaging bij gewenste comfortwaarde – gewenste reductiewaarde = 2°C (bijv. gewenste comfortwaarde = 20°C en gewenste reductiewaarde =18°C)
| Buitentemperatuur gemengd | Gebouwtijdconstante (regel nr. 6110) |
| 0 | 2 | 5 | 10 | 15 | 20 | 50 |
| 15 °C | 0 | 3.1 | 7.7 | 15.3 | 23 | 30.6 | 76.6 |
| 10 °C | 0 | 1.3 | 3.3 | 6.7 | 10 | 13.4 | 33.5 |
| 5 °C | 0 | 0.9 | 2.1 | 4.3 | 6.4 | 8.6 | 21.5 |
| ab 0 °C | Vorstbescherming |
| Duur van de snelle verlaging in uren |
Is het temperatuurverschil tussen gewenste comfortwaarde - gewenste reductiewaarde bijv. 4°C dan worden de in de tabel aangegeven standaardwaarden twee keer zo hoog.
In- / uitschakeltijdoptimalisatie
Inschakeloptimalisatie Max
Het omschakelen van de temperatuurniveaus wordt zo geoptimaliseerd, dat de gewenste comfortwaarden via de schakeltijden wordt bereikt.
Uitschakeloptimalisatie max
Het omschakelen van de temperatuurniveaus wordt zo geoptimaliseerd, dat de gewenste comfortwaarde -1/4 °C bij de schakeltijden wordt bereikt.
- De in- en uitschakeloptimalisatie is met of zonder ruimtesensor mogelijk.
| Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- | instelling |
| VG1 | VG2 | VG3 | |
| 790 | 1090 | 1390 | Inschakeloptimalisatie Max | Zie handleiding ketel |
| 791 | 1091 | 1391 | Uitschakeloptimalisatie Max |

Verhoging gewenste reducer- waarde
De functie dient vooral bij verwarmingsinstallaties die niet beschikken over grote vermogensreserves (bijv. lage energiehuizen).
Daar zou de verwarmingstijd bij lage buitentemperaturen ongewenst lang duren. Met de verhoging van de gewenste reduceerwaarde, wordt een te sterk afkoelen van de ruimtes tegengegaan, om zo de verwarmingstijd bij het overgaan naar gewenste comfortwaarde te verkorten.
| Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- | instelling |
| VG1 | VG2 | VG3 | |
| 800 | 1100 | 1400 | Gereduceerd verhogen begin | Zie handleiding ketel |
| 801 | 1101 | 1401 | Gereduceerd verhogen einde |

line
| TAgem | TR |
|---|---|
| -15 | TRK |
| -5 | TRR |
TRwA1 Gereduceerd verhogen begin
TRwA2 Gereduceerd verhogen einde
TRK Gewenste comfortwaarde
TRR Gewenste gereduceerde ruimtetemperatuurwaarde
Tagem Gemengde buitentemperatuur
Oververhittingsbescherming
Oververhittingsbescherming pompverwarmingsgroep
Bij verwarmingsinstallaties met pomp-circulaties kan de aanvoertemperatuur van de verwarmingsgroep door hogere eisen van andere warmteafnemers (mengverwarmingsgroep, tapwater lading, ext. warmtebehoefte) of van een geparametreerde minimale keteltemperatuur hoger zijn dan de volgens de verwarmingskarakteristiek vereiste aanvoertemperatuur.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieks-instelling |
| VG1 | VG2 | VG3 |
| 820 | 1120 | 1420 | OververhittingsbeschermingPompverwarmingsgroepUitAan | Zie handleiding ketel |
Ten gevolge van deze te hoge aan-voertemperatuur zou deze pompverwarmingsgroep dienovereenkomstig oververhit worden. De functie oververhittingsbescherming voor pomp-circulaties zorgt door aan-/uitschakelen van de pomp ervoor, dat de energietoevoer voor de pompverwarmings-groep overeenkomt met de verwarmingscurvevraag.
De bewerkingsperiode is vast ingesteld en bedraagt 10 minuten.
Deze 10 minuten worden aan de hand van een inschakelverhouding ingedeeld. De looptijd van de pomp is vastgesteld op minimaal 3 minuten.
De stilstandtijd van de pomp is vastgesteld op minimaal 2 minuten.
Mengerregeling
Mengerverhoging
Om bij te mengen moet de ketel-aanvoertemperatuur-beginwaarde hoger zijn dan de gevraagde gewenste waarde van de mengeraanvoertemperatuur, omdat deze anders niet geregeld kan worden. De regelaar bepaalt uit de hier ingestelde verhoging en de momenteel actuele gewenste waarde van de aanvoertemperatuur de gewenste waarde van de ketel-temperatuur.
Aandrijvingstype
De instelling van het aandrijvingstype verandert de regelverhouding van de gebruikte mengeraandrijving.
2-punts
De regelaar stuurt de aandrijving met slechts één relaisuitgang aan. Bij een signaal aan de uitgang opent de aangestuurde klep. Ontbreekt het signaal, dan sluit de klep zelfstandig (thermisch of mechanisch). Is de aanvoertemperatuur meer dan het halve schakelverschil onder de gewenste waarde, dan wordt de relaismenger OPEN actief en blijft tot de aanvoertemperatuur met een half schakelverschil, dat boven de gewenste waarde ligt ingeschakeld.
3-Punts
De regelaar stuurt de aandrijving met twee relaisuitgangen aan. Voor het openen en sluiten van de aangestuurde klep wordt telkens een uitgang gebruikt. Is er geen relais actief, dan blijft de aandrijving staan.
De regeling is met een PID-regelaar gerealiseerd, waarbij XP en TN para-metreerbaar zijn. Eveneens is de aandrijflooptijd instelbaar. De neutrale zone van de regelaar bedraagt ±1 K. Voor moeilijke regeltrajecten kunnen de regelparameters worden aangepast.
| Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- | instelling |
| VG1 VG2 VG3 | | | |
| 830 1 | 130 Menger 49choging | Zie handleiding ketel |
| 832 1 | 132 Aandrijving type | 2-punts3-punts |
| 833 | 1133 | 1433 | Schakelverschil-2 punts |
| 834 | 1134 | 1434 | Aandrijving looptijd |
| 835 | 1135 | 1435 | Menger P-Band Xp |
| 836 | 1136 | 1436 | Menger nasteltijd Tn |
Schakelverschil 2-punts
Voor de 2 puntaandrijving moet het schakelverschil 2-punts eventueel worden aangepast.
Bij de 3-puntsaandrijving is dit niet nodig.
Aandrijving looptijd
Instelling van de max. looptijd van de mengermotor.
Menger P-band Xp
Door de instelling van de pro-
portionaalband wordt de regelver-
houding van mengeraandrijving aan
het gedrag van de installatie
(regeltraject) aangepast. Xp beïnvloedt
het P-gedrag van de regelaar.
Mengernasteltijd Tn
Door de instelling van de nasteltijd wordt het regelgedrag van de mengeraandrijving aan het gedrag van de installatie (regeltraject) aangepast. Tn beïnvloedt het I-gedrag van de regelaar.
Vloeruitdrogingsfunctie
De vloeruitdrogingsfunctie dient voor het gecontroleerd uitdrogen.
Deze regelt de aanvoertemperatuur n.a.v. een temperatuurprofiel.
De uitdroging vindt plaats door de vloerverwarming d.m.v. meng- of pompverwarmingscircuit.
Vloerfunctie
Uit
- De functie is uitgeschakeld.
Functieverwarmen (Fh):
- Het eerste deel van het temperatuurprofiel wordt automatisch doorlopen.
Bezettingsafhankelijk verwarmen (Bh)
- Het tweede deel van het temperatuurprofiel wordt automatisch doorlopen.
Functie- en bezettingsafhankelijk verwarmen
- Het gehele temperatuurprofiel (eerste en tweede deel) wordt automatisch doorlopen.
Manueel
- Er wordt niet één temperatuur-profiel doorlopen, maar via de "gewenste vloerwaarde manueel" geregeld.
Gewenste vloerwaarde manueel
De gewenste aanvoertemperatuurwaarde voor de vloerfunctie manueel kan voor elke verwarmingsgroep apart worden ingesteld.
Gewenste vloerwaarde actueel
Geeft de actuele gewenste aanvoertemperatuurwaarde van de lopende vloerfunctie aan.
Vloer actuele dag
Geeft de actuele dag van de lopende vloerfunctie aan.
| Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- | instelling |
| VG1 | VG2 | VG3 | |
| 850 | 1150 | Vlo450 | functieUitFunctieverwarmen (Fh)Bezettingsafhankelijk verwarmen (Bh)Functie- en bezettingsafhankelijk verwarmen | Zie handleiding ketel |
| 851 | 1151 | 1451 | Gewenste vloerwaarde manueelGewenste waarde manueel |
| 855 | 1155 | 1455 | Gewenste actuele vloerwaarde manueel |
| 856 | 1156 | 1456 | Vloer dag actueel |

line
| [Tag] | Power (TVw) |
| :--- | :--- |
| 0 | 25 |
| 1 | 25 |
| 3 | 55 |
| 4 | 55 |
| 7 | 55 |
| 1 | 25 |
| 2 | 30 |
| 3 | 35 |
| 4 | 40 |
| 5 | 45 |
| 6 | 50 |
| 7 | 55 |
| 10 | 55 |
| 12 | 55 |
| 13 | 50 |
| 14 | 45 |
| 15 | 40 |
| 16 | 35 |
| 17 | 30 |
| 18 | 25 |
X Startdag
Fh functieverwarmen
Bh Bezettingsafhankelijk verwarmen
- Let op de betreffende normen en voorschriften van de vloerfabrikant!
- Een juiste functiewijze is slechts met een correct geïnstalleerde installatie mogelijk (hydraulica, elektriciteit, instellingen)!
Afwijkingen kunnen een beschadiging van de vloer tot gevolg hebben!
- De functie kan voortijdig worden afgebroken, wanneer die uit wordt gezet.
- De aanvoertemperatuur-maximaalbegrenzing blijft in werking.
Afname van te hoge temperatuur
Een afname van te hoge temperatuur kan door volgende functies worden veroorzaakt:
- Ingangen Hx
- Opslagterugkoeling
- Afname van te hoge temperatuur van de ketel voor de vaste stof
Wordt een afleiding geactiveerd vanwege te hoge temperatuur kan de overtollige energie door een afname van de warmte van de ruimte-verwarming worden afgevoerd. Dit kan voor elke verwarmingsgroep afzonderlijk worden ingesteld.
Uit
De afname van te hoge temperatuur is uitgeschakeld.
Verwarmingsfunctie
Een afname van te hoge temperatuur vindt alleen plaats, wanneer de regelaar zich in de verwarmingsfunctie bevindt.
Altijd
Een afname van te hoge temperatuur vindt in alle bedrijfswijzen plaats.
| Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- | instelling |
| VG1 | VG2 | VG3 | |
| 861 | 1161 | 1461 | Afname van te hoge temperatuurUitVerwarmingsfunctieAltijd | Zie handleiding ketel |
Met opslagtank
Is een opslagtank aanwezig, moet worden aangegeven, of de verwarmingsgroep uit de opslagtank warmte kan betrekken.
De opslagtanktemperatuur wordt wanneer er ook nog alternatieve warmtebronnen worden gebruikt als regelcriterium voor de vrijgave van extra energiebronnen gebruikt.
Met voorregelaar/ circulatiepomp
Er wordt ingesteld of de verwarmingsgroep vanaf de voorregelaar resp. met de circulatiepomp (afhankelijk van de installatie) moet worden gevoed.
| Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- | instelling |
| VG1 | VG2 | VG3 | |
| 870 | 1170 | 1470 | Met opslagtankNeeJa | Zie handleiding ketel |
| 872 | 1172 | 1472 | Met voorregelaar/circulatiepompNeeJa |
Correctie gewenste aanvoer toerentalregeling
Hier kan worden vastgelegd, of de gewenste aanvoercorrectiewaarde (bij toerentalregeling VG pomp) in de temperatuuraanvraag wordt geïntegreerd of niet.
| Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- | instelling |
| VG1 | VG2 | VG3 | |
| 890 | 1190 | 1490 | Gew. aanv corr. bij trntl regNeeJa | Zie handleiding ketel |
Afstandsbediening
Bedrijfsniveauomschakeling
Bij een externe schakelklok via de ingangen Hx is te selecteren op welk bedrijfsniveau de verwarmingsgroepen worden ingeschakeld.
Bedrijfswijze-omschakeling
Deze verwarmingskring kan via een H-ingang door het inschakelen van een contact in een selecteerbare bedrijfswijze worden gezet.
De gewenste bedrijfswijze bij omschakeling kan met de parameters bedrijfswijze-omschakeling per Verwarmingsgroep worden vastgelegd.
De bediening van de bedrijfswijze via de regelaar is dan geblokkeerd.
Het contacttype is instelbaar.
| Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- | instelling |
| VG1 VG2 VG3 | | | |
| 898 | 1198 | 1498 | BedrijfsniveauomschakelingVorstbeschermingGereduceerdComfort | Zie handleiding ketel |
| 900 1200 Bedrijfs50ij2eomschakelingGeenBeveiligingsmodusGereduceerdComfortAutomatisch |
Bedrijfswijze
De tapwaterbedrijfswijze wordt direct d.m.v. de bedrijfswijzetoets bediend.
Uit
Voortdurend bedrijf via de gewenste vorstbeschermingswaarde van het tapwater (5 °C).
Aan
De tapwaterlading vindt automatisch plaats via de gewenste nominale tapwaarde of de gewenste gereduceerde tapwaarde aan de hand van ingestelde tapwatervrijgave.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 1600 BedrijfswijzeUitAan | | Zie handleiding ketel |
Gewenste waarden
Het tapwater kan op verschillende gewenste waarden worden ingesteld. Afhankelijk van de gekozen bedrijfswijzen worden deze gewenste waarden effectief en hebben zo verschillende temperatuursniveaus tot gevolg in de Tapw-opslag.
Gewenste nominale waarde
Gewenste waarde tapwater binnen vrijgave.
Gewenste reduceerwaarde
Gewenste tapwaterwaarde behalve vrijgave.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 1610 Gewenste nominale waarde | Zie handleiding ketel |
| 1612 Gewenste gereduceerd waarde |

Vrijgave
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 1620 Vrijgave24h/dagTijdprogramma's VGsTijdprogramma 4/Tapw | | Zie handleiding ketel |
24h/dag
De tapwatertemperatuur wordt onafhankelijk van tijdschakelprogramma's voortdurend op gewenste nominale tapwatertemperatuurwaarde gehouden.

Tijdprogramma's verwarmingsgroepen
De gewenste waarde van het tapwater wordt conform de verwarmingsgroeptijdschakelprogramma's tussen de nominale waarde van de taptemperatuur en de gewenste reducerwaarde omgeschakeld.
Het eerste inschakelpunt van elke fase wordt telkens 1 uur vervroegd.

Tijdprogramma 4/Tapw
Voor de tapwaterbereiding wordt rekening gehouden met het tijd-schakelprogramma 4 van de lokale regelaar. Daarbij wordt op de daarbij ingestelde schakeltijden omgeschakeld tussen gewenste nominale waarden van de taptemperatuur en gewenste gereduceerde waarden van de tap-temperatuur. Op deze wijze wordt het tapwater onafhankelijk van de verwarmingsgroepen geladen.

line
Voorbeeld
| h | Value |
|---|---|
| 0 | 0 |
| 6 | 0 |
| 12 | 0 |
| 18 | 0 |
| 24 | 0 |
23/324
Laadvoorrang
Bij gelijktijdige vermogensbehoefte van de ruimteverwarmingen en het tapwater kan met de functie tapwatervoorrang worden veiliggesteld, dat het ketelvermogen gedurende een tapwater-lading in eerste instantie naar het tapwater wordt toegevoerd.
Bij omloopkleppen is de functie automatisch uitgeschakeld.
Absoluut
Menger- en pompverwarmingsgroep zijn zolang geblokkeerd, tot het tapwater is verwarmd.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 1630 | LaadprioriteitAbsoluutGlijdendGeen (Parallel)MK glijdend, PK absoluut | Zie handleiding ketel |
Glijdend
Wanneer het verwarmingsvermogen van de opwekker niet meer voldoende is, worden menger en pomp-verwarmingsgroep beperkt, tot het tapwater is verwarmd.
Geen
De tapwaterlading vindt parallel aan de verwarmingsfunctie plaats.
Bij krap gedimensioneerde ketels en mengverwarmingsgroepen kan het zijn, dat bij grote verwarmingslast de
gewenste tapwaterwaarde niet wordt bereikt, omdat te veel warmte naar de verwarmingsgroep wegstroomt.
MK glijdend, PK absoluut
De pompverwarmingsgroepen zijn zolang geblokkeerd, tot de tapwateropslag is verwarmd. Wanneer het verwarmingsvermogen van de opwekker niet meer voldoende is, worden ook de mengverwarmingsgroepen beperkt.
Legionellafunctie
Uit
De functie is uitgeschakeld.
Periodiek
De legionellafunctie wordt conform ingestelde periode (bedieningsregel 641) herhaald. Wordt de gewenste legionellawaarde door een zonne-installatie onafhankelijk van de ingestelde tijdperiode bereikt, dan wordt de periode opnieuw gestart.
Vaste weekdag
De legionellafunctie kan op een vast gekozen weekdag (bedieningsregel 1642) worden geactiveerd. Bij deze instelling wordt onafhankelijk van de opslagtemperaturen in het verleden op de geparametreerde weekdag op gewenste legionellawaarde verwarmd.
Legionellafunctie periodiek
Met de instelling legionellafunctie wordt periodiek ingesteld na hoeveel weekdagen de legionella weer moet worden bestreden.
(Deze instelling is alleen effectief, wanneer de parameterlegionellafunctie op periodiek is ingesteld).
Legionellafunctie weekdag
Met de bedieningsparameter legionellafunctie weekdag wordt vastgesteld op welke dag van de week de legionella moet worden bestreden. Met deze geselecteerde weekdag wordt de legionellafunctie onafhankelijk van het aanwezig zijn van alternatieve energie uitgevoerd.
Legionellafunctie tijdstip
De legionellafunctie wordt op het ingestelde tijdstip gestart. De gewenste tapwaterwaarde wordt op de ingestelde gewenste legionellawaarde verhoogd en de tapwaterlading wordt gestart. Is er geen tijdstip geparametreerd wordt de legionellafunctie op de betreffende dag bij de eerste normale tapwatervrijgave gestart. Is er op deze dag geen tapwatervrijgave (voort-durend gereduceerd), wordt de legionellafunctie 24.00 uur uitgevoerd.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 1640 LegionellafunctieUitPeriodiekVaste dag in week | Zie handleiding ketel |
| 1641 Legionellafunctie periodiek |
| 1642 Legionellafunctie weekdagma, di, wo, do, vr, za |
| 1644 Legionellafunctie tijdstip |
| 1645 Legionellafunctie ingestelde waarde |
| 1646 Legionellafunctie duur |
| 1647 Legionellafunctie CirculatiepompUitAan |
Is de tapwaterbereiding uitgeschakeld (tapwaterfunctietoets = Uit of vakantie), wordt de legionellafunctie ingehaald, zodra de tapwaterbereiding weer wordt ingeschakeld. (tapwaterfunctietoets = Aan of einde vakantie).
Gewenste waarde van de legionellafunctie
Hoe hoger het temperatuurniveau van de opslag is, hoe korter wordt de duur op dit niveau.
Duur legionellafunctie
Aan de vereiste gewenste waarde van de legionellafunctie moet gedurende de ingestelde duur ononderbroken worden voldaan. Stijgt de opslagtemperatuur (bij twee opnemers de koudste) boven de gewenste waarde van de legionellafunctie min 1 K, is aan de gewenste waarde van de legionellafunctie voldaan en vermindert de timerduur. Zakt de opslagtemperatuur voor het einde van de duur met meer dan het (schakelverschil plus 2 K) onder de gewenste waarde van de legionellafunctie, moet opnieuw aan die duur worden voldaan.
Is er geen duur ingesteld, dan is aan de legionellafunctie direct bij het bereiken van gewenste waarde van de legionellafunctie voldaan.
Legionellafunctie circulatiepomp
De tapwatercirculatiepomp kan gedurende de verminderende beschermende functie van de legionella worden ingeschakeld.
Bij ingeschakelde functie wordt de circulatiepomp gedurende de legionellafunctie bijgeschakeld, zodra de opslagtemperatuur (bij twee opnemers de koudste) boven de gewenste waarde van de legionellafunctie min 1 K ligt. Deze loopt gedurende de ingestelde duur. Zakt de opslagtemperatuur met meer dan het tapwaterschakelverschil plus 2 K onder de gewenste waarde van de vereiste legionellafunctie wordt de circulatiepomp vroegtijdig uitgeschakeld.
Gedurende de verminderende legionellafunctie bestaat verbrandingsgevaar op de tapplaatsen!!
Circulatiepomp
Voor de aansturing van de pomp wordt een multifunctioneel relais gebruikt. Dit moet eveneens worden gepara-
metreerd.
Circulatiepomp vrijgave
De circulatiepomp wordt binnen de vrijgavetijd (zie hieronder) ingeschakeld, wanneer de tapwaterfunctiewijze Aan is en tenminste een aangesloten verwarmingsfunctie niet in de vakantiefunctie staat. Is de tapwaterfunctiewijze Uit of zijn alle aangesloten verwarmingsgroepen in de vakantiestand, blijft de circulatiepomp onafhankelijk van de vrijgaveparametrering uitgeschakeld. De circulatiepompvrijgave kan op verschillende manieren plaatsvinden:
Tijdprogramma 3/VGP
De circulatiepomp wordt conform tijdschakelprogramma 3 / verwarmings-groeppomp vrijgegeven.
Tapwater vrijgave
Bij deze parametrering is de circulatiepomp vrijgegeven, wanneer ook de tapwaterbereiding is vrijgegeven.
Tijdprogramma 4/Tapw
De circulatiepomp wordt conform tijdschakelprogramma 4 / tapwater vrijgegeven.
Tijdprogramma 5
De circulatiepomp wordt conform tijdschakelprogramma 5 vrijgegeven.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 1660 Circulatiepomp vrijgaveTijdprogramma 3/VGPTapwater vrijgaveTijdprogramma 4/TapwTijdprogramma 5 | Zie handleiding ketel |
| 1661 Circulatiepomp cyclusUitAan |
| 1663 Gewenste waarde van decirculatie van het tapwater |
Circulatiepomp cyclus
Is de functie ingeschakeld dan wordt de circulatiepomp binnen de vrijgavetijd telkens vast voor 10 minuten ingeschakeld en voor 20 minuten weer uitgeschakeld.
Gewenste waarde van de circulatie van het tapwater
Wordt een opnemer in de tapwaterverdeelleiding geplaatst, controleert de regelaar de beginwaarde ervan gedurende de legionellafunctie. De ingestelde gewenste waarde moet bij de opnemer gedurende de ingestelde duur worden vastgehouden. De instelling van de gewenste circulatiewaarde wordt naar boven bij de gewenste nominale waarde begrensd.
Afstandsbesturing
Bedrijfswijze-omschakeling
Bij externe omschakeling via de ingangen Hx is selecteerbaar in welke bedrijfswijze wordt omgeschakeld.
Geen
De functie is uitgeschakeld. Er vindt geen bedrijfswijze-omschakeling plaats.
Uit
Er wordt naar de bedrijfswijze Uit omgeschakeld.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 1680 Bedrijfswijze omschakelingGeenUitAan | | Zie handleiding ketel |
Aan
Er wordt naar de bedrijfswijze Aan omgeschakeld.
Gebruikercircuits
Gewenste aanvoerwaarde
Hier vindt de instelling van de gewenste aanvoerwaarde plaats, die bij actieve opvraag van het gebruikercircuit effectief wordt.
Tapw-laadvoorrang
Met de instelling kan de aangesloten gebruikercircuitpomp van de invloed van de tapwater-laadprioriteit uit- resp. aangesloten worden. Zo kan bijv. bij een ontluchtingstoepassing of dergelijke, een constante warmteafgifte zonder invloed van de tapwater-laadprioriteit worden gegarandeerd.
Afname te hoge temperatuur
Wordt een te hoge temperatuurafleiding geactiveerd, kan de overbodige energie door een warmte-afname van de gebruikercircuits worden afgevoerd. Dit kan voor elk gebruikercircuit afzonderlijk worden ingesteld.
Uit
De functie is uitgeschakeld.
Aan
De functie is ingeschakeld.
Met opslagtank
Is een opslagtank aanwezig, moet worden ingevoerd, of het gebruiker-circuit uit de pompopslag warmte kan betrekken. Die opslagtanktemperatuur wordt bij het gebruik van alternatieve warmtebronnen als regelcriterium voor de vrijgave van extra energiebronnen gebruikt.
Uit
De functie is uitgeschakeld.
Aan
De functie is ingeschakeld.
| Regelnr. Bedieningsregel Fabrieks- | instelling |
| VK1 VK2 VK3 | |
| 1859 | 1909 | 1959 | Gewenste aanvoerwaarde | Zie handleiding ketel |
| 1874 | 1924 | 1974 | Tapw-laadvoorrangNeeJa |
| 1875 | 1925 | 1975 | Afname te hoge temperatuurNeeJa |
| 1878 | 1928 | 1978 | Met opslagtankNeeJa |
| 1880 | 1930 | 1980 | Met voorregelaar / circulatiepompNeeJa |
Met voorregelaar/circulatiepomp
Er wordt ingesteld of het gebruiker-
circuit vanaf de voorregelaar resp. met
de circulatiepomp (installatie-
afhankelijk) moet worden gevoed.
Uit
De functie is uitgeschakeld.
Aan
De functie is ingeschakeld.
Bij geactiveerde zwembadregeling kunnen de gewenste waarden voor de verwarming met zonne-energie of voor de verwarming met conventionele bronnen worden ingesteld.
Gewenste waarde voor zonne- verwarming
Het zwembad wordt bij het gebruik van zonne-energie tot aan deze ingestelde gewenste waarde geladen.
De collectoroververhittings-
beschermingsfunctie kan echter de
collectorpomp weer in gebruik nemen,
tot de maximale zwembadtemperatuur
(30°C) wordt bereikt.
Gewenste waarde voor bron- verwarming
Het zwembad wordt bij gebruik van bronverwarming tot aan deze ingestelde gewenste waarde geladen.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 2055 Gewenste waarde zonneverwarming | Zie handleiding ketel |
| 2056 Gewenste waarde bronverwarming |
Laadvoorrang zonne-energie
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 2065 Laadprioriteit Zonne-energiePrioriteit 1Prioriteit 2Prioriteit 3 | Zie handleiding ketel |
Zwembadtemperatuur maximum
Bereikt de zwembadtemperatuur de hier ingesteld temperatuurgrens, wordt de collectorpomp uitgeschakeld. Deze wordt weer vrijgegeven, wanneer de zwembadtemperatuur 1 °C onder de maximale temperatuurgrens is gezonken.
Met zonne-integratie
Hier wordt ingesteld of het zwembad door zonne-energie kan worden geladen.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 2070 Zwembadtemperatuur maximum | Zie handleiding ketel |
| 2080 | Met zonne-integratieNeeJa |
Voorregelaar/ circulatiepomp
Begrenzingen m.b.t. de gewenste aanvoerwaarde
Gewenste aanvoerwaarde Minimum/Maximum
Met deze begrenzingen kan een bereik voor de gewenste aanvoerwaarde bij het verwarmen worden gedefinieerd.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 2110 Gewenste waarde aanvoer minimum | Zie handleiding ketel |
| 2111 Gewenste waarde aanvoer maximum |

line
| Temperature (°C) | Timeframe Label |
| ---------------- | ----------------------------------- |
| 10 | TVmin |
| 15 | TVw |
| 80 | TVmax |
Circulatiepomp bij bronblokkering
Met deze parameter kan worden ingesteld, of bij actieve bronblokkering de circulatiepomp eveneens wordt geblokkeerd of niet.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 2121 | Circulatiepomp bij bronblokkeringUitAan | Zie handleiding ketel |
Uit
Circulatiepomp wordt niet geblokkeerd.
Aan
Bij actieve bronblokkering wordt de circulatiepomp eveneens geblokkeerd.
Voorregelaar/ circulatiepomp
Mengerregeling
Mengklepverhoging
Voor de bijmenging moet de beginwaarde van de aanvoertemperatuur hoger zijn dan de gewenste waarde van de aanvoertemperatuur van de menger, omdat die anders niet kan worden bijgeregeld. De regelaar zorgt dat uit de hier ingestelde verhoging en de momenteel actuele gewenste waarde van de aanvoertemperatuur de gewenste waarde van de keteltemperatuur ontstaat.
Aandrijftype
De instelling van het aandrijftype verandert de regelverhouding van de gebruikte mengeraandrijving.
2-punts
De regelaar stuurt de aandrijving met slechts één relaisuitgang aan. Bij een signaal aan de uitgang opent de aangestuurde klep. Ontbreekt het signaal sluit de klep zelfstandig (thermisch of mechanisch).
Is de aanvoertemperatuur meer dan het halve schakelverschil onder de gewenste waarde, wordt de relaismenger OPEN actief en blijft tot de aanvoertemperatuur die met het halve schakelverschil boven de gewenste waarde ligt ingeschakeld.
3-punts
De regelaar stuurt de aandrijving met twee relaisuitgangen aan. Voor het openen en sluiten van de aangestuurde klep wordt telkens één uitgang gebruikt. Is geen relais actief, blijft de aandrijving staan.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 2130 Mengklepverhoging | Zie handleiding ketel |
| 2132 Aandrijvingsregeling 2-punts 3-punts |
| 2133 Schakelverschil 2-punts |
| 2134 Aandrijving looptijd voorregelaar |
| 2135 P-band Xp voorregelaar |
| 2136 Integratietijd Tn voorregelaar |
De regeling is met een PID-regelaar gerealiseerd, waarbij XP en TN parametreerbaar zijn. Eveneens is de aandrijvingslooptijd instelbaar.
De neutrale zone van de regelaar bedraagt ±1 K. Voor moeilijke regel-trajecten kunnen de regelparameters worden aangepast.
Schakelverschil 2-punts
Voor de 2-puntsaandrijving moet het schakelverschil 2-punts eveneens worden aangepast.
Bij 3-puntsaandrijving is dit niet noodzakelijk.
Aandrijving looptijd voorregelaar
Instelling van de max. looptijd van de
mengermotor.
P-band Xp voorregelaar
Door de instelling van de proportionele band wordt de regelverhouding van de mengeraandrijving aan de verhouding van de installatie (regeltraject) aangepast.
Xp beïnvloedt de P-verhouding van de regelaar.
Integratietijd Tn voorregelaar
Door de instelling van de integratietijd wordt de regelverhouding van de mengeraandrijver aan de verhouding van de installatie (regeltraject) aangepast.
Tn beïnvloedt de l- verhouding van de regelaar.
Voorregelaar/circulatiepomp
Krijgt de installatie een opslagtank, dan moet hier worden ingesteld of de voorregelaar resp. de circulatiepomp hydraulisch voor of na de opslagtank is aangebracht.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 2150 Voorregelaar/circulatiepompVoor buffertankNa buffertank | Zie handleiding ketel |
Gewenste waarde ketel
De geregelde gewenste waarde van de keteltemperatuur kan met de gewenste minimumwaarde en maximum worden begrensd. Deze begrenzingen vormen een beschermende functie voor de ketel. Keteltemperatuur-minimumbegrenzing is bij normale functie al naar gelang de ketelfunctie de onderste grens voor de geregelde gewenste waarde van de ketel. De maximale is bij normale functie de bovenste grenswaarde voor de geregelde gewenste ketelwaarde.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 2210 | Gewenste waarde minimum | Zie handleiding ketel |
| 2212 | Gewenste waarde maximum |
| 2214 | Gewenste waarde handfunctie |
De keteltemperatuurmaximaalbegrenzing is bij normaal bedrijf de bovenste grenswaarde voor de geregelde gewenste ketelwaarde en gewenste waarde voor de elektronische temperatuurbewaking (TR).
Gewenste waarde handfunctie
Gewenste keteltemperatuur die gedurende de actieve handfunctie wordt geregeld.
PID temperatuurregeling
P-band Xp
De P-band Xp definieert de versterking van de regelaar. Een kleine Xp-waarde leidt tot een hogere aansturing van de branderventilator bij gelijke regel-differentiatie.
T = (T gewenst min T begin).
Integratietijd Tn
De integratietijd Tn bepaalt de snelheid van de regelaar bij het aanpassen van blijvende regelverschillen.
Een kortere integratietijd Tn zorgt voor een snellere aanpassing.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 2233 | P-band Xp verwarmingsgroepen | Zie handleiding ketel |
| 2234 | Integratietijd Tn verwarmen |
| 2235 | Differentiatietijd Tv verwarmen |
| 2236 | P-band Xp tapwater |
| 2237 | Integratietijd Tn tapwater |
| 2238 | Differentiatietijd Tv tapwater |
Differentiatietijd Tv
De differentiatietijd Tv bepaalt hoe lang een spontane wijziging van het regelverschil nawerkt. Een korte tijd beïnvloedt de actieve grootheid maar kort.
Ketel-/branderregeling
Branderlooptijd minimum
Een parametreerbare periode na ingebruikneming van de brander, waarin het uitschakelverschil met 50% wordt verhoogd. Deze optie wordt alleen maar gebruikt, wanneer geen dynamisch schakelverschillen zijn geparametreerd.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 2241 | Branderlooptijd minimum | Zie handleiding ketel |
| 2243 | Minimale uittijd brander |
| 2245 | SD uittijd brander |
Minimale pauzetijd van de brander
Na het uitschakelen van de brander wordt voor deze tijd het opnieuw inschakelen verhinderd. Bij kortere tijden pulst het apparaat vaker, bij langere tijden minder vaak.
SD Branderpauze
Wordt het schakelverschil brander-pauze overschreden, wordt de minimale pauzetijd afgebroken.
Oververhittingsbescherming
Pompnadraaitijd
Pompnadraaitijd na verwarmingsbedrijf en externe eisen.
Pompnadraaitijd volgens Tapw
Pompnadraaitijd volgens tapwaterbedrijf.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 2250 Pompnalooptijd | Zie handleiding ketel |
| 2253 Pompnalooptijd volgens Tapw |
Retourtemperatuurbegrenzing
De fabrieksinstelling mag niet worden veranderd.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 2270 | Rerourtemperatuurbegrenzing | Zie handleiding ketel |
Ketelpomp
Ketelpomp bij opwekkingsblokkade
Met deze parameter kan ingesteld worden, of de opwekkingsblokkade ook invloed moet hebben op de ketelpomp.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 2301 Ketelpomp bij opwekkingsblokkadeUitAan | Zie handleiding ketel |
| 2305 Werking opwekkingsblokkadeAlleen verwarmingsbedrijfVerwarmings- en tapwaterbedrijf |
Uit
Ketelpomp wordt bij actieve opwekkingsblokkade eveneens geblokkeerd.
Verwarmings- en tapwaterbedrijf
Alle vragen om warmte en tapwater worden geblokkeerd.
Aan
Ketelpomp wordt bij opwekkingsblokkade niet geblokkeerd.
Werking opwekkingsblokkade
Met deze parameter kan worden ingesteld of de opwekkingsblokkade alleen voor de warmte- of ook voor de tapwatervraag moet functioneren.
Alleen verwarmingsbedrijf
Alleen de vraag om warmte wordt geblokkeerd. Aan de vraag om tapwater wordt verder voldaan.
Controle van schommelingen
Temperatuurslag maximum
De functie maximale ketelslag controleert de toerentalregeling van de ketelpomp. Bereikt de actuele schommeling de geparametreerde waarde, dan wordt het toerental van de ketelpomp niet verder gereduceerd. Wordt de vereiste schommeling overschreden, dan wordt het toerental verhoogd. De functie kan met de instelling - - - worden uitgeschakeld.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 2316 Temperatuurslag Max | Zie handleiding ketel |
| 2317 Nominale temperatuurschommeling |
Nominale temperatuurschommeling
Samen met een modulerende verwarmingsgroeppomp wordt op de ketel een nominale slag aangehouden, zolang de verwarmingsgroeppomp niet op het maximaal aantal toegestane toeren wordt aangestuurd.
Toerentalsturing
Ketelpompmodulatie
Voor de modulerende ketelpomp kunnen meer functies worden gekozen.
Geen
De functie is uitgeschakeld.
Behoefte
Deze functie niet gebruiken.
Gewenste ketelwaarde
Deze functie niet gebruiken.
Nominale temperatuurschommeling
De Boiler Management Unit regelt constant het ketelvermogen op de gewenste waarde van de ketel. De regeling van het pomptoerental regelt het toerental van de ketelpomp zo, dat de geparametreerde nominale schommeling tussen ketelretourloop en ketelaanvoer wordt aangehouden. Is de eigenlijke schommeling groter dan de nominale schommeling, dan wordt het pomptoerental verhoogd, anders wordt het pomptoerental gereduceerd. Het pomptoerental wordt door het geparametreerde toerentalminimum en het geparametreerde toerentalmaximum begrensd.
Brandervermogen
Deze functie kan zowel bij installaties die één ketel hebben als ook cascade met of zonder hydraulische verdeler worden gebruikt. Wordt de brander met klein vermogen gebruikt, dan moet ook de ketelpomp op laag toerental lopen.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 2320 KetelpommodulatieGeenBehoefteGewenste ketelwaardeTemperatuurslagNominaal brandervermogen | Zie handleiding ketel |
| 2321 Aanlooptoerental ketelpomp |
| 2322 Pomptoerental minimum ketel |
| 2323 Pomptoerental maximum ketel |
| 2324 Toerental P-band Xp ketel |
| 2325 Toerental integratietijd ketel |
| 2326 Toerental differentiatietijd ketel |
| 2329 Gewenste pompreductiewaarde |
| 2330 Nominaal vermogen |
| 2331 Vermogen basistrap |
| 2334 Vermogen bij minimumpomptoerental |
| 2335 Vermogen bij maximumpomptoerental |
Het toerental van de ketelpomp wordt aan de hand van het actuele ketelvermogen berekend. Tot aan een parametreerbaar ketelvermogen (bedieningsregel 2334) wordt de ketelpomp op het minimale toerental gebruikt. Vanaf een parametreerbaar ketelvermogen (bedieningsregel 2335) wordt de ketelpomp op maximaal toerental gebruikt. Tussen het minimale vermogen en het maximale vermogen wordt het pomptoerental constant verhoogd.
Aanlooptoerental ketelpomp
Bij warmtevraag begint de pomp met het geparametreerde aanlooptoerental te lopen. Na modulatievrijgave wordt de pomp naar de ingestelde functie gestuurd.
Pomptoerental minimum ketel
Minimum toerental van de ketelpomp.
Pomptoerental maximum ketel
Maximum toerental van de ketelpomp.
Toerental P-band Xp ketel
Toerental integratietijd ketel
Toerental differentiatietijd ketel
PID-instellingen voor de instelling van de keteigewenste waarde op regelnummer 2320.
Gewenste pompreductiewaarde
Instelling van de gewenste waarde-
reductie voor de toerentalregeling
van de ketelpomp. De gewenste
waardereductie werkt nu samen met
de instelling ketelgewenste waarde
op regelnummer 2320.
Nominaal vermogen
Vermogen belastingtrap
Deze instellingen zijn bij het in cascade plaatsen van ketels met verschillende vermogens nodig.
Vermogen bij minimum toerental van de pomp
Vermogen bij maximum toerental van de pomp
Is in regel 2320 de optie brandervermogen geselecteerd, wordt de ketelpomp tot aan de in regel 2334 ingestelde brandervermogen op minimum pomptoerental gebruikt, vanaf het in regel 2335 ingesteld brandervermogen op maximum pomptoerental.
Ligt het brandervermogen tussen deze beide waarden, dan kan door lineaire omrekening het pomptoerental worden bepaald.
Ventilator
Max toerental bij verwarming
Begrenzing bij maximum toerental bij verwarming.
Max toerental ventilator bij doorlading
Begrenzing van het maximum vermogen bij doorlading.
Max toerental ventilator bij tapwaterfunctie
Begrenzing van het maximum vermogen bij tapwaterfunctie. Instelling op "-" zorgt voor maximum vermogen.
Uitschakeling ventilator bij verwarming
Deze functie dient voor het uitschakelen van de voedingsspanning voor de ventilator.
De voedingsspanning voor de ventilator wordt vrijgegeven, zodra de ventilator- PWM-aansturing actief is, resp. zodra er een tapwateropvraag is. De uitschakeling vindt later plaats dan de uitschakeling van de PWM- aansturing resp. bij het wegvallen van de tapwateropvraag.
De duur van de uitschakelvertraging kan met de parameterventilatoruitschakelvertraging worden ingesteld. Gedurende een tapwateropvraag blijft de voeding voor de ventilator ook dan aanwezig, wanneer de PWM-aansturing niet actief is.
Uit
De functie is uitgeschakeld.
Aan
De functie is ingeschakeld.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 2441 Max toerental ventilator bij verwarming | Zie handleiding ketel |
| 2442 Max toerental ventilator bij doorlading |
| 2444 Max toerental ventilator bij tapwaterfunctie |
| 2445 | Uitschakeling ventilator bij verwarmingUitAan |
| 2446 Ventilatoruitschakelvertraging |
| 2450 RegelaarvertragingUitAlleen verwarmingsfunctieAlleen tapwaterfunctieVerwarmingsfunctie en tapwaterfunctie |
| 2452 Regelaarvertraging toerental |
| 2453 Regelaarvertraging duur |
| 2470 Vertr. wrmtvrg spec. bedr. |
Ventilatoruitschakelvertraging
Instelling van de vertragingstijd voor de functie ventilatoruitschakeling.
Regelaarvertraging
Bij welke bedrijfswijze is de regelaarvertraging actief.
Regelaarvertraging toerental
Toerental, dat gedurende de regelaarvertraging wordt aangegeven.
Regelaarvertraging duur
Duur van de regelaarvertraging.
De tijdsduur start, zodra na de ont-
steking een positieve vlamherkenning
plaatsvindt.
Ontluchting
De functie moet ervoor zorgen, eventueel aanwezig lucht uit het verwarmings-/tapwatersysteem via de in de ketel geïnstalleerde automatische ontluchter te verwijderen.
Daarvoor worden de pompen in het systeem na een bepaalde reeks aan- en uitgeschakeld.
De ontluchtingsfunctie verloopt in 4 fasen. De fasen onderscheiden zich na verwarmingsgroepontluchting en ook tapwatercirculatie-ontluchting en ook gefaseerde aansturing van de pompen en ook statische aansturing van de pomp voor de gehele fase. Zijn de geselecteerde fasen van de ontluchtingsfunctie afgelopen, wordt de functie automatisch beëindigd. Wanneer de functie wordt gestart, gaat de branderautomaat in standbystand, d.w.z. de brander is gedurende de gehele ontluchtingsfunctie UIT.
Automatische ontluchtingsfunctie
De ontluchting verloopt automatisch.
Uit
De functie is uitgeschakeld.
Aan
De functie is ingeschakeld.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 2630 Automatische ontluchtingsfunctieUitAan | | Zie handleiding ketel |
| 2655 Inschakelduur ontluchting |
| 2656 Uitschakelduur ontluchting |
| 2657 Aantal herhalingen |
| 2662 Ontluchtingsduur verwarmingsgroep |
| 2663 Ontluchtingsduur tapwater |
Inschakelduur ontluchting
Inschakeltijd van de ketel-/verwarmingsgroeppompen in fase 2 en fase 4 van de ontluchtingsfunctie.
Uitschakelduur ontluchting
Uitschakeltijd van de ketel- / verwarmingsgroeppompen in fase 2 en fase 4 van de ontluchtingsfunctie.
Aantal herhalingen
Aantal herhalingen van pomp-
schakelcycli in fase 2 en fase 4 van
de ontluchtingsfunctie.
Ontluchtingsduur verwarmingsgroep
Duur van de ontluchting met constante aansturing van de ketel-/verwarmingsgroeppompen in fase 1 van de ontluchtingsfunctie.
Ontluchtingsduur tapwater
Duur van de ontluchting met constante aansturing van de ketel-/tapwaterpomp in fase 3 van de ontluchtingsfunctie.
In het algemeen geldt:
De cascadefunctie en het cascade-menu zijn pas actief, wanneer het LPB apparaatadres 1 (bedieningsregel 6600) is ingesteld en er zich nog een LMS-verwarmingsregelaar aan de LPB-bus bevindt.
Cascadeleidingstrategie
Rekening houdend met de aangegeven belastingsband worden de opwekkers conform de ingestelde leidingstrategie aan- en uitgeschakeld. Om de werking van de belastingsband uit te schakelen, moeten de grenswaarden op 0 % en 100 % en de leidingstrategie op laat aan, laat uit worden ingesteld.
Laat aan, vroeg uit
Extra ketels worden zo laat mogelijk ingeschakeld (belastingband max.) en zo vroeg mogelijk weer uitgeschakeld. (belastingband max).
D.w.z. zo mogelijk weinig ketels in bedrijf, resp. korte looptijden voor extra ketels.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 3510 CascadeleidingstrategieLaat aan, vroeg uitLaat aan, vroeg uitVroeg aan, laat uit | Zie handleiding ketel |
| 3511 Minimum belastingsband |
| 3512 Maximum belastingsband |
Laat aan, laat uit
Extra ketels worden zo laat mogelijk ingeschakeld (belastingband max.) en zo laat mogelijk weer uitgeschakeld. (belastingband max). D.w.z. zo mogelijk weinig in- en uitschakelingen voor de ketels.
Vroeg aan, laat uit
Extra ketels worden zo vroeg mogelijk ingeschakeld (belastingsband min.) en zo laat mogelijk weer uitgeschakeld (belastingband min.). D.w.z. zo veel mogelijk ketels in bedrijf, resp. zo mogelijk lange looptijden van extra ketels.
Vrijgave integrale opwekkervolgorde
Wanneer met de momenteel in bedrijf zijnde warmteopwekkers de vereiste energiebehoefte met de hier ingestelde vrijgave integraal niet wordt gehaald, wordt er nog een ketel bijgeschakeld.
Verhogen van de waarde: extra warmte- opwekkers worden minder snel bijgeschakeld.
Verlagen van de waarde: extra warmteopwekkers worden sneller bijgeschakeld.
Reset integrale opwekkervolgorde
Wanneer met de momenteel extra warmteopwekkers de vereiste energiebehoefte met de hier ingestelde retourintegraal wordt overschreden, schakelt de warmteopwekker met de hoogte prioriteit af.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 3530 Vrijgave integrale opwekkervolgorde | Zie handleiding ketel |
| 3531 Reset integrale opwekkervolgorde |
| 3532 Herstartvergrendeling |
| 3533 Bijschakelvertraging |
| 3534 Verplichte tijd belastingfase |
Verhogen van de waarde
Warmteopwekkers (bij warmteoverschotten) blijven langer bijgeschakeld.
Verlagen van de waarde
Warmteopwekkers worden sneller uitgeschakeld.
Herstartvergrendeling
De herstartvergrendeling verhindert het opnieuw bijschakelen van een uitgeschakelde warmteopwekker. Pas na afloop van de ingestelde tijdsduur wordt weer vrijgegeven.
Bijschakelvertraging
Door de juiste instelling van de bijschakelvertraging wordt ervoor gezorgd, dat de installatie in een stabiele bedrijfstoestand is. Daardoor kan een te vaak aan- en uitschakelen van de ketels (schakelen) worden vermeden. Door de juiste instelling van de bijschakelvertraging wordt gegarandeerd dat de installatie in een stabiele bedrijfstoestand is. Daardoor kan een te vaak bij- en uitschakelen van de ketel (schakelen) worden vermeden.
Bij Tapw opvraag is de vertragingstijd vast 1 min.
Verplichte tijd belastingfase
Elke ketel wordt bij bijschakeling voor de hier ingestelde tijd op de basistrap gebruikt. Pas na afloop van deze tijd wordt de volgende trap vrijgegeven.
Auto opwekkervolgorde Omschakeling
Met de opwekkervolgorde omschakeling kan de belasting van de ketels in een cascade worden beïnvloed, doordat men de volgorde van de leidende en volgende ketels definieert.
Vaste volgorde
Met de instelling „- - -“ is er een vaste volgorde. De leidende ketel kan daarbij met bedieningsregel 3544 worden geselecteerd, de resterende ketels worden in de volgorde van de LPB apparaatadressen in- en uitgeschakeld.
Volgorde volgens vermogen per uur
Na afloop van de ingestelde uren vindt een wijziging van de ketelvolgorde in de cascade plaats. De ketel met het volgende hogere adres neemt telkens de functie van de leidende ketel over.
Auto opwekkervolgorde Buitensluiting
Met de opwekkeruitsluiting kan de eerste en/of laatste ketel uit de automatische omschakeling worden verwijderd.
Geen
Geen buitensluiting.
Eerste:
De eerste ketel in de adressering blijft altijd leidende ketel. Bij de overige ketels wordt na afloop van het ingestelde aantal uren (bedieningsregel 3540) de uitschakelvolgorde omgeschakeld.
Laatste
De in de adressering laatste ketel blijft altijd de laatste ketel. De overige ketels worden na verloop van het ingestelde aantal uren (bedieningsregel 3540) omgezet.
Eerste en laatste
De in de adressering eerste ketel blijft altijd leidende ketel.
De in de adressering laatste ketel blijft altijd de laatste ketel.
De tussenliggende ketels worden na afloop van het ingestelde aantal uren (bedieningsregel 3540) omgeschakeld.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 3540 Auto opwekkervolgorde omschakeling | Zie handleiding ketel |
| 3541 Auto opwekkervolgorde buitensluiting Geen Eerste Laatste Eerste en laatste |
| 3544 Leidende opwekker opwekker 1 ... opwekker 16 |
| 3560 Gewenste retourloopwaarde Minimum |
Leidende opwekker
De instelling van de leidende opwekker wordt slechts samen met de vaste volgorde van de opwekkervolgorde (bedieningsregel 3540) gebruikt.
De als leidende ketel gedefinieerde ketel wordt steeds als eerste in bedrijf genomen, en als laatste weer uitgeschakeld.
De overige ketels worden in volgorde van het apparaatadres aan- en uitgeschakeld.
Gewenste retourwaarde minimum
Blijft de retourtemperatuur onder de ingestelde gewenste retourwaarde wordt de retourhoogschakeling actief.
In het algemeen geldt:
De zonnefunctie en het zonnemenu zijn pas actief, wanneer in het menu configuratie een multifunctionele uitgang 5891, 6030-6038 aan de zonnefunctie werd toegewezen en de betreffende multifunctionele opnemers 5930, 5931, 6040-6045 geactiveerd zijn.
Zonne-energie
Laadregelaars (dT)
Voor de lading van de tapwateropslag, de opslagtank en het zwembad via de warmtewisselaar is er een voldoende groot temperatuurverschil nodig tussen collector en opslag en de minimum laadtemperatuur moet bereikt zijn.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 3810 AAN wisselaar 1 | Zie handleiding ketel |
| 3811 UIT wisselaar 1 |
| 3812 Laadtemperatuur min tapwatertank |
| 3813 Tempverschil AAN buffer |
| 3814 Tempverschil UIT buffer |
| 3815 Laadtemp. min. buffertank |
| 3816 Tempverschil AAN zwembad |
| 3817 Tempverschil UIT zwembad |
| 3818 Laadtemp. min zwembad |

Voorrang
Is de voorrangschakeling voor het zwembad geactiveerd (bedieningsregel 2065), wordt het zwembad nog voor de tanks geladen.
Laadvoorrang opslag
Zijn een aantal wisselaars in één installatie aanwezig, kan voor de betreffende tanks een voorrang bepaald worden, die de laadvolgorde definieert.
- Geen
Elke opslag wordt afwisselend voor een temperatuurverhoging van 5 °C geladen, tot elke gewenste waarde in één niveau A, B of C is bereikt. Pas wanneer alle gewenste waarden zijn bereikt, worden die van telkens het volgende niveau aangevoerd.
- Tapwateropslag
Aan de tapwateropslag wordt gedurende de zonnelading voorrang verleend. Hij wordt in elke niveau A, B of C met voorrang geladen.
Pas daarna worden ernaast staande verbruikers op hetzelfde niveau geladen.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 3822 LaadprioriteitopslagGeenTapwateropslagOpslagtank | | Zie handleiding ketel |
Gewenste opslagwaarden
| Niveau | Tapwateropslag Opslagtank | Zwembad (1) |
| A 1610 | Gewenste nominale waarde | Gewenste bufferwaarde (slaafaanwijzer) | 2055 Gewenste waarde zonne-verwarming |
| B 5050 | Laad-temperatuur Maximum | 4750 Laad-temperatuur maximum | 2055 Gewenste waarde zonne-verwarming |
| C 80°C | 90°C | | 2070 Zwembad-temp maximum |
- Opslagtank
Aan de opslagtank wordt gedurende de zonnelading prioriteit verleend. Hij wordt in elk niveau A, B of C met voorrang geladen. Pas daarna worden ernaast staande verbruikers op hetzelfde niveau geladen.
(1) Bij ingeschakelde zwembadregelaar wordt de lading ervan voor de tanks gezet.
Laadtijd relatieve voorrang
Voor zover de opslag met prioriteit overeenkomstig de laadregeling niet kan worden geladen, wordt gedurende de ingestelde tijd voorrang aan de volgende opslag of het zwembad verleend. Zodra de opslag met prioriteit weer klaar is om geladen te worden, wordt de "voorrang" direct afgebroken. Is de parameter uitgeschakeld (---) wordt in principe conform de instellingen "laadvoorrang opslag" voorrang verleend.
Wachttijd relatieve voorrang
Gedurende de ingestelde tijd wordt het verlenen van voorrang vertraagd. Daardoor wordt een te vaak ingrijpen van de relatieve voorrang veroorzaakt.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 3825 Laadtijd relatieve voorrang | Zie handleiding ketel |
| 3826 Wachttijd relatieve voorrang |
| 3827 Wachttijd parallelfunctie |
| 3828 Vertraging secundaire pomp |
Wachttijd parallelfunctie
Bij voldoende vermogen van de zon is bij gebruik van zonlaadpompen een parallelle functie mogelijk. Daarbij kan voor de actueel te laden opslag elke uit het voorrangmodel als volgende geplande opslag parallel worden meegeladen. De parallelfunctie kan door een wachttijd worden vertraagd. Zo kan het extra bijschakelen van de opslag bij parallel bedrijf worden gefaseerd. Door de instelling (---) wordt de parallelfunctie uitgeschakeld.
Vertraging secundaire pomp
Bij zonnesystemen met een warmte-
wisselaar en de tanks, kan de
secundaire pomp van de externe
warmtewisselaar vertraging
ondervinden.
Startfunctie
Collectorstartfunctie
Wanneer de temperatuur bij de collector (vooral bij vacuümbuizen) bij uitgeschakelde pomp niet correct kan worden bemeten, kan de pomp van tijd tot tijd worden ingeschakeld.
Minimumlooptijd collectorpomp
De functie schakelt de collectorpomp periodiek voor tenminste de geparameteerde minimum looptijd in.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 3830 Collectorstartfunctie | Zie handleiding ketel |
| 3831 Minimumlooptijd collectorpomp |
| 3834 Collectorstartfunctie Gradiënt |
Collectorstartfunctie gradiënt
Zodra bij de collectoropnemer de temperatuurverhoging per minuut de ingestelde waarde overschrijdt wordt de collectorpomp ingeschakeld.
Collectorvorstbescherming
Bij vorstgevaar bij de collector wordt de collectorpomp in bedrijf genomen, om het invriezen van de warmtedrager tegen te gaan.
- Zakt de collectortemperatuur onder de vorstbeschermingstemperatuur schakelt de collectorpomp in: TCol < TColvorst.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 3840 Collector vorstbescherming | Zie handleiding ketel |
- Stijgt de collectortemperatuur met 1°K boven de vorstbeschermingstemperatuur wordt de collectorpomp weer uitgeschakeld: TCol > TColvorst + 1.
Collectoroververhittings- bescherming
Bestaat bij de collector het gevaar van een oververhitting, wordt de lading van de opslag verder geleid, om zo de overbodige warmte af te voeren. Zijn de betreffende opslag-veiligheidstemperaturen bereikt, wordt de lading afgebroken.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 3850 Col | lectoroververhittings-bescherming | Zie handleiding ketel |

Medium verdampingstemperatuur
Bij verdampingsgevaar van het warmtedragermedium vanwege een hoge collectortemperatuur, wordt de collectorpomp uitgeschakeld, om het "warmlopen" ervan te vermijden. Dit is een pompbeschermingsfunctie.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 3860 Ver | damping warmtedrager | Zie handleiding ketel |
Toerentalgestuurde pomp
Is de betreffende collectorpomp aan de elektronische multifunctionele uitgang QX3 aangesloten, kan het toegestane toerentalgebied van de pomp worden beperkt.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 3870 Pomptoerental minimum | Zie handleiding ketel |
| 3871 Pomptoerental minimum |
Pomptoerental minimum
Begrenzing van het minimum pomptoerental
Pomptoerental maximum
Begrenzing van het maximum pomptoerental.
Opbrengstmeting
Dag- en totaalopbrengst van de zonne-
energie (bedieningsregel 8526, 8527)
worden gebaseerd op deze
grondbeginselen berekend.
Omdat de mengverhouding van het collectormedium de warmteoverdracht beïnvloedt, moeten voor de opbrengstmeting het gebruik van her betreffende vorstbeschermingsmiddel en de concentratie ervan worden ingevoerd.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 3880 VorstbeschermingsmiddelGeenEthyleenglycolPropyleenglycolEthyleen- en propyleenglycol | Zie handleiding ketel |
| 3881 Vorstmiddel concentratie |
| 3884 Pompdoorstroming |
| 3887 Impulseenheidopbrengst |
Pompdoorstroming
Moet overeenkomstig de ingebouwde pomp in l/h bepaald worden en dient voor de berekening van het ingebrachte volume
Impulseenheid opbrengst
Definieert de doorstroming per impuls voor de gekozen Hx-ingang. Daarvoor moet de gewenste Hx-ingang op impulstelling worden geconfigureerd.
Algemeen geldt:
De vaste stof ketel functie en het erbij behorende menu zijn pas actief, wanneer in het menu configuratie aan een multifunctionele uitgang 5891, 6030-6038 de vaste stof ketelfunctie werd toegewezen en de betreffende multifunctionele opnemers 5930, 5931, 6040-6045 geactiveerd worden.
Blokkeert andere opwekkers
Wordt de vaste stof ketel verwarmd, dan worden andere warmteopwekkers bijv. olie/gas ketel geblokkeerd.
De blokkade vindt plaats, zodra een verhoging van de keteltemperatuur wordt geconstateerd, waardoor de vergelijkingstemperatuur kan worden overschreden.(regelnr. 4133).
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 4102 Blokkeert andere opwekkers | Zie handleiding ketel |
Deze functie waarmee men voor-
uitkijken kan, maakt het mogelijk dat
de geblokkeerde opwekkers de nog
nodige naloopbewegingen kunnen
afsluiten voor de vaste stof ketelpomp
inschakelt.
Eveneens is het daardoor mogelijk, dat bij gemeenschappelijke schoorsteentrek gelijktijdig slechts één ketel in bedrijf is.
Gewenste waarden, temperatuur- verschil
De ketelpomp wordt slechts in bedrijf genomen, wanneer de keteltemperatuur bovendien nog voor het nodige temperatuurverschil ten opzichte van de vergelijkingstemperatuur een minimumniveau heeft bereikt.
Boven deze minimumtemperatuur mag de ketel niet meer condenseren.
Vergelijkingstemperatuur
Al naar gelang hydraulische integratie wordt de vaste stof keteltemperatuur met bijv. de opslagtankopnemer B4 vergeleken.
Delta T-regelaar
Voor de ingebruikneming van de ketelpomp moet er een voldoende groot temperatuurverschil zijn tussen keteltemperatuur en vergelijkings-temperatuur.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 4110 Gewenste waarde minimum | Zie handleiding ketel |
| 4130 Temperatuurverschil AAN |
| 4131 Temperatuurverschil UIT |
| 4133 Vergelijkingstemperatuur Tapwateropnemer B3 Tapwateropnemer B31 Opslagtankopnemer B4 Opslagtankopnemer B41 Gewenste aanvoerwaarde Gewenste minimumwaarde |

TKx Keteltemperatuur
Bx Vergelijkingsbegintemperatuur
On/Off Ketelpomp
Sdon Temperatuurverschil AAN
Sdoff Temperatuurverschil
UIT
Overtemperatuurafvoer
Bereikt die keteltemperatuur de ingestelde maximumwaarde, dan wordt de vaste stof ketelpomp zolang ingeschakeld tot de keteltemperatuur weer 5K onder de ingestelde waarde is gezakt. Het te veel aan warmte wordt in de opslagtank of in de verwarmingsgroepen afgevoerd, waarbij de overtemperatuurafname in regelnummers 861,1161, 5085 is ingeschakeld.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 4141 Overtemperatuurafvoer | Zie handleiding ketel |
| 4170 Installatievorstbescherming voor vaste stof ketelpomp |
Installatievorstbescherming voor vaste stof ketelpomp
Al naar gelang de actuele buiten-
temperatuur schakelt de ketelpomp in,
hoewel er geen warmte-opvraag
bestaat. De vaste stof ketelvorst-
bescherming functioneert alleen,
wanneer de installatievorstbescherming
in bedieningsregel 6120 is
ingeschakeld.
Algemeen geldt:
De opslagtankfunctie en het erbij behorende menu zijn pas actief, wanneer in het menu configuratie 5930, 5931, 6040-6045 de multifunctionele opnemer-ingangen met B4 en B41 werden geactiveerd. Bovendien moet in het menu LPB het apparaatadres op 1 worden gezet.
Automatische opwekkingsblokkade
Met de automatische opwekkingsblokkade wordt tijdelijk een hydraulische scheiding van warmte-opwekker en opslagtank bereikt. De warmte-opwekker wordt alleen in bedrijf genomen, wanneer de opslagtank niet meer kan voorzien in de actuele behoefte aan warmte. Instelbaar is het schakelverschil tussen warmteopwekker en opslagtank en het minimum temperatuurverschil tussen opslagtank en verwarmingsgroep.
Minimum opslagtemperatuur
Is de bufferopslagtemperatuur B4 lager dan de ingestelde min. opslagtemperatuur worden de verwarmingsgroepen uitgeschakeld.
Oververhittingsbescherming
De opslagtank wordt door de zonne-energie tot aan de ingestelde laadtemperatuur maximum geladen. De collectoroververhittingsbescherming kan de collectorpomp weer in bedrijf nemen, tot de maximum opslag-temperatuur (vast op 90°C ingesteld) wordt bereikt.
Herkoeling Tapw/VG's
Voor de herkoeling van de opslagtank staan twee functies ter beschikking.
- De herkoeling vindt plaats vanaf de max. opslagtemperatuur tot aan de Retourtemperatuur.
Installatiehydrauliek
Er wordt ingesteld of de opslagtank door zonne-energie moet worden gevoed. Alleen de tapwateropslag of de opslagtank kan van zonne-energie worden voorzien.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 4720 Auto opwekkerblokkeringGeenMet B4 | | Zie handleiding ketel |
| 4721 Auto opwekkerblokkade SD |
| 4722 Temp'verschil tank/verwarmingsgroep |
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 4724 Min. | opslagtemperatuur | Zie handleiding ketel |
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 4750 La | adtemperatuur maximum | Zie handleiding ketel |
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 4755 Herkoelingtemperatuur | Zie handleiding ketel |
| 4756 Herkoelingtemperatuur Tapw/VG's |
| 4757 Herkoeling collector Uit Zomer Altijd |
- De overtollig energie van de opslagtank kan door een warmteafname van de ruimteverwarming of van de Tapw-opslag worden ontladen. Dit kan voor elke groep apart worden ingesteld (bedieningsr. 861, 1161, 5085).
- Herkoeling collector. De overtollige energie kan bij koude collector via het collectoroppervlak aan de omgeving worden afgegeven.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 4783 Met | zonnetoepassing | Zie handleiding ketel |
Bij overeenkomend temperatuurverschil tussen de gezamenlijke retouropnemer B73 en de selecteerbare vergelijkings-temperatuur, wordt de retour door de onderste opslagtank omgeleid. De functie kan of als retour-temperatuurverhoging of als retour-temperatuurverlaging worden gebruikt. Dit wordt in bedieningsregel 4796 gedefinieerd.
Bovendien moet de instelling van de betreffende relaisuitgang als buffer retourklep Y15 in het menu configuratie (bedieningsregel 5891, 6030-6038) en de retouropnemer B73 aan BX (bedieningsregel 5930, 5931,6040-6045) worden verricht.
Temp'verschil AAN/UIT retour- omleiding
Door het ingestelde temperatuurverschil wordt het In-/ uitschakelpunt van de retouromleiding vastgelegd.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 4790 Temp'verschil AAN retouromleiding | Zie handleiding ketel |
| 4791 Temp'verschil UIT retouromleiding |
Vergelijkingstemperatuur retour- omleiding
De selectie van de opslagtanktemperatuuropnemer wordt met de retour-temperatuur vergeleken, om daarmee aan de hand van het ingestelde temperatuurverschil de retouromleiding te schakelen.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 4795 VergelijkingstemperatuurretouromleidingMet B4Met B41Met B42 | Zie handleiding ketel |
Type retouromleiding
De functie kan of als retour-
temperatuurverhoging of als retour-
temperatuurverlaging worden gebruikt.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 4796 Type retouromleidingTemperatuurverlagingTemperatuurverhoging | Zie handleiding ketel |
Temperatuurverlaging
Indien de retourtemperatuur van de verbruikers hoger is dan de temperatuur bij de gekozen opnemer (bedieningsregel 4795), kan met de retour het onderste opslaggebied worden voorverwarmd.
De retourtemperatuur zakt daardoor nog verder, wat bijv. bij een brandwaardeketel een hogere effectiviteitgraad tot gevolg heeft.
Temperatuurverhoging
Indien de retourtemperatuur van de verbruikers lager is dan de temperatuur bij de geselecteerde opnemer (bedieningsregel 4795), kan de retour door omleiden via het onderste opslagdeel worden voorverwarmd. Daarmee kan bijv. een retourloop-voorverwarming worden gerealiseerd.
Deellading gewenste waarde
Door de hydraulische ontkoppeling van het onderste deel van de opslagtank wordt het verwarmbare opslagvolume gereduceerd. Het resterende bovenste opslagdeel wordt daardoor sneller geladen. Het onderste opslagdeel wordt pas verwarmd, wanneer het bovenste opslagdeel is geladen.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 4800 Gewenste waarde van de deellading | Zie handleiding ketel |
Doorlading
De functie bufferdoorlading maakt het mogelijk, dat vrijgegeven opwekkers ondanks automatische opwekkingsblokkade pas uitschakelen, wanneer de opslagtank is doorgeladen.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 4810 DoorladingUitVerwarmingsfunctieAltijd | | Zie handleiding ketel |
Uit
De doorlaadfunctie is uitgeschakeld.
Verwarmingsfunctie
De doorlading wordt actief wanneer de automatische opwekkingsblokkade bij geldige warmtevraag vanwege de buffertemperatuur de opwekker blokkeert.
Bereikt de opslagtank bij de voor de doorlaadfunctie geparametreerde opnemer de vereiste temperatuur, wordt de functie beëindigd.
Altijd
De doorlading wordt actief wanneer de automatische opwekkingsblokkade bij geldige warmtevraag vanwege de buffertemperatuur de opwekker blokkeert of de warmtevraag niet meer geldig is. Bereikt de opslagtank bij de voor de doorlaadfunctie geparametreerde opnemer de vereiste temperatuur, zal de functie beëindigd worden.
Doorlaadtemperatuur minimum
De opslagtank wordt tenminste op de ingestelde waarde geladen.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 4811 Doorlaadtemperatuur minimum | Zie handleiding ketel |
Doorlaadopnemer
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 4813 DoorlaadopnemerMet B4Met B42/B41 | Zie handleiding ketel |
Met B4
Voor de doorlaadfunctie wordt rekening gehouden met de opslagtankopnemer B4.
Met B42/B41
Voor de doorlaadfunctie wordt rekening gehouden met de opslagtankopnemer B42, indien de opslagtankopnemer B41 niet aanwezig is.
Lading
De instelling laden eenmaal of meer keren per dag functioneert alleen, wanneer de tapwatervrijgave conform de tijdschakelprogramma's van de verwarmingsgroepen ingesteld is.
Gewenste aanvoertemperatuur- verhogingswaarde
De tapwatervraag van de ketel bestaat uit de actuele gewenste waarde van het tapwater plus de instelbare laadverhoging samen.
Transferverhoging
De overlaad maakt het mogelijk energie van de opslagtank in de tapwateropslag te verschuiven. Daarvoor moet de actuele slag-temperatuur hoger zijn dan de actuele temperatuur in de tapwateropslag. Het temperatuurverschil kan hier worden ingesteld.
Schakelverschil
Is de taptemperatuur lager dan de actuele gewenste waarde verminderd met het hier ingestelde schakelverschil wordt de tapwaterlading gestart.
De tapwaterlading wordt beëindigd wanneer de temperatuur de actuele gewenste waarde bereikt.
Laadtijdbegrenzing
Gedurende het laden van het tapwater kan de ruimteverwarming –afhankelijk van de gekozen laadvoorrang ( bedieningsregel 1630) en de hydraulische schakeling – geen of te weinig energie bevatten.
Vaak is het daarom zinvol de tapwaterlading tijdelijk te begrenzen.
Ontlaadbescherming
Die functie zorgt ervoor dat de tapwaterpomp (Q3) pas inschakelt, wanneer de temperatuur in de warmteopwekker voldoende hoog is.
Laadtemperatuur maximum
De tapwateropslag wordt door de zonne-energie op het ingestelde laadtemperatuur maximum (regel 5050) geladen. De collector-oververhittingsbeschermingsfunctie kan de collectorpomp weer in gebruik nemen tot de opslagveiligheids-temperatuur 80°C wordt bereikt.
Herkoeltemperatuur
Bij de herkoeling wordt de opslagtemperatuur verlaagd naar de herkoeltemperatuur.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 5010 LadingEenmaal/dagMeer keren per dag | Zie handleiding ketel |
| 5020 Gewenste aanvoertemperatuurverhogingswaarde |
| 5021 Transferverhoging |
| 5022 HerlaadregelingHerladenDoorladenDoorladen legioDoorladen 1. ladingDoorladen legio en 1. lading |
Herlaadregeling
Er is een opslaglading met tot 2 opnemers mogelijk. Het is ook mogelijk een deellading met een opnemer en een legionellafunctie die rekening houdt met 2 opnemers te combineren (Instelling 3).
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 5024 Schakelverschil | Zie handleiding ketel |
| 5030 Laadtijdbegrenzing |
| 5040 OntlaadbeschermingUitAltijdAutomatisch |
Toepassing met opnemer
De laadpomp wordt pas ingeschakeld, wanneer de opwekkertemperatuur boven de taptemperatuur plus halve laadverhoging ligt. Zakt de ketel-temperatuur gedurende de lading weer onder de taptemperatuur plus 1/8 van de laadverhoging, wordt de laadpomp weer uitgeschakeld. Zijn twee tapwateropnemers voor de tapwaterlading geparametreerd, wordt voor de ontlaadbeschermingsfunctie de lagere temperatuur in acht genomen (meestal tapwateropnemer B31).
Toepassing met thermostaat
De laadpomp wordt pas ingeschakeld, wanneer de keteltemperatuur boven de gewenste nominale tapwaterwaarde min het tapwaterschakelverschil ligt. Zakt de keteltemperatuur gedurende de lading onder de gewenste nominale tapwaterwaarde min het tapwaterschakelverschil, wordt de laadpomp weer uitgeschakeld.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 5050 Laadtemperatuur maximum | Zie handleiding ketel |
| 5055 Herkoelingstemperatuur |
| 5056 Herkoelingsopwekker/VG |
| 5057 Herkoeling collectorUitZomerAltijd |
Herkoeling opwekker/VG
De overbodige energie van de tapwateropslag kan door een warmteafname van de opwekker en door verwarmingsgroepen worden ontladen. Dit kan voor elke verwarmingsgroep separaat worden ingesteld (bedieningsregels 861, 1161).
Herkoeling collector
De overbodige energie van de tapwateropslag kan bij koude collector via het collectoroppervlak aan de omgeving worden afgegeven.
Elektrische verwarming bedrijfswijze
De tapwaterbereiding kan in plaats van de ketel ook met een verwarmingsunit worden uitgevoerd. Wordt de tapwaterbereiding met de verwarmingsunit uitgevoerd, dan worden geen eisen aan de ketel gesteld. De omschakeling tussen ketel en verwarmingsunit vindt op grond van volgende criteria plaats.
Vervanging
De elektrische verwarming wordt slechts gebruikt wanneer de ketel storing meldt of d.m.v. de ketelblokkering is uitgeschakeld.
De tapwaterbereiding wordt dus meestal met de ketel uitgevoerd.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 5060 Elektrische verwarming bedrijfswijzeVervangingZomerAltijd | Zie handleiding ketel | |
| 5061 Elektrische verwarmingVrijgave 24h/dagTapwater VrijgaveTijdprogramma 4/Tapw | |
| 5062 Elektrische verwarming regelingE xterne thermostaatTapwateropnemer | |
Zomer
De elektrische verwarming wordt ingezet zodra alle aangesloten verwarmingsgroepen voor het gebruik in de zomer zijn omgeschakeld. De tapwaterbereiding wordt weer met de ketel uitgevoerd, zodra tenminste een verwarmingsgroep weer op de verwarmingsfunctie is omgeschakeld.
De elektrische verwarming wordt echter ook gebruikt wanneer de ketel storing meldt of d.m.v. ketelblokkering is uitgeschakeld.
Altijd
Het tapwater wordt het hele jaar door alleen met de elektrische verwarming uitgevoerd. Bij dit gebruik wordt de ketel dus niet voor de tapwaterbereiding gebruikt.
Elektrische verwarming vrijgave 24h/dag
De elektrische verwarming is onafhankelijk van het tijdschakelprogramma voortdurend vrijgegeven.

Tapwater vrijgave
De elektrische verwarming wordt conform tapwater vrijgave geschakeld.

Tijdprogramma 4/Tapw
Voor de elektrische verwarming wordt met het tijdschakelprogramma 4/Tapw van de lokale regelaar rekening gehouden.

De opslagtemperatuur wordt met een extern geregelde thermostaat zonder gewenste waardegeleiding van de regelaar geladen.
Tapwateropnemer
De opslagtemperatuur wordt met een extern geregelde thermostaat maar onder de gewenste leiding van de regelaar geladen.
Belangrijk: Om de gewenste leiding correct te laten functioneren, moet de extern geregelde thermostaat op zijn minimum instelwaarde worden gezet.
Automatische Push
Diese functie is alleen bij
ingeschakelde tapwaterfunctie actief.
Uit
De tapwater-Push kan alleen manueel worden geactiveerd.
Aan
Zakt de taptemperatuur meer dan twee schakelverschillen (bedieningsregel 5024) onder de gewenste gere- duceerde waarde (bedieningsregel 1612), wordt eenmalig weer op de nominale gewenste tapwaterwaarde (bedieningsregel 1610) geladen.
Legenda
TBWw
Gewenste nominale taptemperatuurwaarde
TBWR
Gewenste tapwatertemperatuur-
reductiewaarde
Installatiehydraulica
Afname te hoge temperatuur
Een afname van te hoge temperatuur, kan door volgende functies worden geactiveerd:
- Ingangen H1, H2, H3
- Opslagherkoeling
- Vaste stof ketel afname te hoge temperatuur.
Met opslagtank
Is een opslagtank aanwezig, dan moet hier worden ingevoerd of de tapwater-opslag uit de opslagtank wordt gevoed of direct uit de ketel.
De opslagtanktemperatuur wordt bij aanvullend gebruik van een alternatieve warmtebron als regelcriterium voor de vrijgave van aanvullende energiebronnen gebruikt.
Toerentalregeling van de laadpomp
Het toerentalbereik van de laadpomp-
aansturing wordt met minimaal en
maximaal toegestaan toerental beperkt.
Bij de start van de pomp wordt deze
voor ca. 10 s met max. toerental
aangestuurd.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 5070 Automatische PushUitAan | Zie handleiding ketel |

line
| Time Segment | Signal |
| ------------ | ---------- |
| Top Left | TBWw |
| Top Right | SDBW |
| Bottom Left | TBWR |
| Bottom Right | SDBW |
| Bottom Right| 2*SDBW |
| Bottom Right| drukken |
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 5085 Afr | ame te hoge temperatuur | Zie handleiding ketel |
Wordt een overtemperatuurafvoer geactiveerd, kan de overbodige energie door een warmte-afname van de tapwateropslag worden afgevoerd.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 5090 Met | opslagtank | Zie handleiding ketel |
| 5092 Met | voorregelaar circulatiepomp |
| 5093 Met | zonne-integratie |
Met voorregelaar/circulatiepomp
Hij wordt ingesteld, of de tapwater-opslag vanaf de voorregelaar resp. met de circulatiepomp (afhankelijk van de installatie) moet worden gevoed. De voorregelaar resp. de circulatie-pomp wordt op de voorgeschakelde LOGON B geactiveerd.
Met zonne-integratie
Er wordt ingesteld of de tapwateropslag door zonne-energie moet worden gevoed.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 5101 Pomptoerental minimum | Zie handleiding ketel |
| 5102 Pomptoerental maximum |
Pomptoerental minimum
Begrenzing van het minimum pomptoerental.
Pomptoerental maximum
Begrenzing van het maximum pomptoerental.
Transferstrategie
De transfer is altijd of op de ingestelde vrijgavetijden (bedieningsregel 1620) toegestaan.
Uit
Met laadpomp Q3 wordt geen transfer uitgevoerd. Voor de transfer met transferpomp Q11 wordt bij deze instelling conform instelling tapwater vrijgave verricht.
Altijd
De transfer vindt altijd plaats.
Tapwatervrijgave
De transfer vindt slechts gedurende de tapwatervrijgave plaats.
Vergelijkingstemperatuur transfer
Voor de transfer kan de betreffende tapwateropnemer als vergelijkingstemperatuur worden geselecteerd.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 5130 Transferstrategie |
| UitAltijdTapwatervrijgave | Zie handleiding ketel |
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 5131 Vergelijkingstemperatuur transferTapwateropnemer B3Tapwateropnemer B31 | Zie handleiding ketel |
In het configuratiemenu worden algemene parameterinstellingen doorgevoerd.
Voorinstelling
Via zogenaamde kan een van 30 zogen aamde preselect configuraties worden geselecteerd. Hierbij worden door de regelaar automatisch diverse bedieningsregels op de betreffende geselecteerde waarden van de configuratie van te voren ingesteld.
Daarna kunnen afzonderlijke parameters handmatig zo worden aangepast, dat ze overeenkomen met de eisen.
Het installatieschema blijkt uit de voorinstelling en de aangesloten opnemers.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 5700 Voorinstelling | Zie handleiding ketel |
De bedieningsregel 5700 voorinstelling behelst de aanwijzing:
Onveranderd:
Alle door de preselectiefunctie ingestelde bedieningsregels komen overeen met de preselectpositie.
Gemodificeerd:
De door de preselectiefunctie ingestelde bedieningsregels werden later handmatig gewijzigd.
Verwarmingsgroepen 1,2
De verwarmingsgroepen zijn via deze instelling aan- resp. uitschakelbaar.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 5710 Verwarmingsgroep 1 | Zie handleiding ketel |
| 5715 Verwarmingsgroep 2 |
Tapwatersensor B3
Opnemer
De regelaar berekent de schakelpunten met overeenkomend schakelverschil uit de gewenste tapwaterwaarde en de gemeten Tapw- opslagtemperatuur.
Thermostaat
De regeling van de taptemperatuur gebeurt op grond van de schakelstand van een aan B3 aangesloten thermostaat.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 5730 Drinkwatersensor B3OpnemerThermostaat | Zie handleiding ketel |
Bij gebruik van een tapwater-thermostaat is geen "reductiebedrijf" mogelijk. D.w.z. wanneer de reductie-functie actief is, dan is de BW-bereiding met thermostaat geblokkeerd.
- De instelling van de gewenste nominale taptemperatuurwaarde moet direct hoog of hoger zijn dan de gewenste waarde-instelling op de thermostaat (thermostaat op uitschakelpunt geijkt.).
- De gewenste aanvoertemperatuurwaardeverhoging moet tenminste op 10 °C zijn ingesteld (beïnvloedt de laadduur).
- De tapwatervorstbescherming is daarbij niet gegarandeerd.
Tapwateraandrijving Q3
Geen
Geen tapwaterlading via Q3.
Laadpomp
De tapwaterlading vindt plaats met een pomp aan de aansluitklem Q3/Y3. De bedieningsregel 5700 voorinstelling behelst de aanwijzing:
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 5731 Tapwateraandrijving Q3GeenLaadpompOmloopventiel | Zie handleiding ketel |
Omloopventiel
De tapwaterlading vindt met een omloopventiel aan de aansluitklem Q3/Y3 plaats. De pomp Q2 wordt in deze instelling de ketelpomp, voor
zover de ketelpomp niet aan een multifunctionele relaisuitgang QX. reeds gedefinieerd is.
Basispositie Tapw omloopventiel
De basispositie van het omloopventiel is de positie, waarin het omloopventiel (UV) staat, wanneer er geen verzoek actief is.
Laatste verzoek
Het omloopventiel (UV) blijft nadat het laatste verzoek beëindigd is in deze laatste positie.
Het tapwater separaatcircuit kan slechts worden gebruikt als er een ketelcascade aanwezig is.
Voor een tapwaterseparaatcircuit moet de tapwateraandrijving Q3 op "omloopventiel" worden ingesteld.
Type Tapw omloopventiel
Hier wordt de omloopventielpositie ingesteld, die bij actieve uitgang geldt:
Middenpositie Tapw omloopventiel
Hier kan het omloopventiel in de middenpositie worden gebracht. Dit voor het vullen of legen van beide verwarmingsgroepen. Deze actie moet handmatig worden teruggezet.
Met deze parameter kan voor speciale hydraulieksystemen worden gedefinieerd, dat ketelpomp Q1 en omloopventiel Q3 alleen voor tapwater en verwarmingsgroep 1 verant-woordelijk zijn, niet echter voor de verdere verwarmingsgroepen 2 en 3, alsmede voor de externe verbruikergroepen.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 5734 Basispositie Tapw omloopventielLaatste verzoekVerwarmingsgroepTapwater | Zie handleiding ketel |
Verwarmingsgroep
Het omloopventiel (UV) gaat, nadat aan het laatste verzoek is voldaan, in de verwarmingsgroepositie.
Tapwater
Het omloopventiel (UV) gaat, nadat aan het laatste verzoek is voldaan, in de tapwaterpositie.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 5736 Tapwater separaat circuitUitAan | Zie handleiding ketel |
Uit
De tapwaterscheidingsschakeling is uitgeschakeld. Elke aanwezig ketel kan de tapwateropslag voeden.
Aan
De tapwaterscheidingsschakeling is ingeschakeld. De tapwaterlading vindt uitsluitend plaats vanaf de daartoe gedefinieerde ketel.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 5737 Type Tapw omloopventielPositie aan TapwPositie aan verwarmingsgroep | Zie handleiding ketel |
Positie aan Tapw
Bij actieve uitgang bevindt zich het omloopventiel in tapwaterpositie.
Positie Aan verwarmingsgroep
Bij actieve uitgang bevindt zich het omloopventiel in de verwarmings-groeppositie.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 5738 Middenpostie Tapw omloopventielUitAan | | Zie handleiding ketel |
Uit
Omloopventiel wordt naar de actueel vereiste positie gebracht, afhankelijk van warmteverzoek en basispositie.
Aan
Het omloopventiel wordt in de midden-positie gebracht.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 5774 Geregelde ketelpomp/Tapw UVAlle verzoekenAlleen verzoek VG1/Tapw | Zie handleiding ketel |
Alle verzoeken
Het omloopventiel is hydraulisch bij alle verzoeken betrokken en schakelt tussen tapwaterbedrijf en de andere verzoeken.
De ketelpomp loopt bij alle verzoeken.
Alleen verzoek VG1/Tapw
Het omloopventiel is hydraulisch alleen bij verwarmingsgroep 1 en tapwater betrokken en schakelt tussen tapwaterbedrijf en verwarmingsgroep 1-bedrijf. Alle andere verzoeken gaan hydraulisch niet via het omloopventiel (UV) en de ketelpomp, maar zijn direct met de ketel verbonden.
Zonneaandrijving
In plaats van een collectorpomp en omloopventielen voor de opslagintegraties kan de zoninstallatie ook met laadpompen worden gebruikt.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 5840 ZonservomotorLaadpompOmloopventiel | Zie handleiding ketel |
Laadpomp
Bij gebruik met de laadpomp kunnen alle wisselaars tegelijkertijd worden doorstroomd. Het parallelle of alternatieve bedrijf is mogelijk.
Omloopventiel
Bij gebruik van een omloopventiel kan altijd maar een wisselaar worden doorstroomd.
Externe zonnewisselaar
Bij zonneschema's met twee opslagintegraties is het nodig in te stellen of de externe warmtewisselaar gemeenschappelijk voor tapwater of opslagtank of exclusief voor één van beide wordt gebruikt.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 5841 Externe zonwisselaarGemeenschappelijkTapwatertankOpslagtank | | Zie handleiding ketel |
Combiopslag
Specifieke functies voor de combi-
opslag worden met deze instelling
geactiveerd. Zo bijv. kan de opslag-
tankverhitterunit, zowel voor de
verwarming als ook voor het tapwater
worden gebruikt.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 5870 CombitankNeeJa | Zie handleiding ketel |
Nee
Er is geen combiopslag aanwezig.
Ja
Een combiopslag is aanwezig.
Uitgang relais QX
Met de instellingen van de relaisuitgangen kunnen naar keuze passende extra functies aan de basisschema's worden toegevoegd.
QX2 is relaisuitgang bij LMS14. QX21, 22, 23 zijn relaisuitgangen bij AVS75.
Tapwater- circulatiepomp Q4
De aangesloten pomp dient als tapwatercirculatiepomp. Het tijdelijke gebruik van de pomp kan in het menu „tapwater“ in de bedieningsregel „circulatiepomp vrijgave“ worden ingesteld. (regelnr.. 1660).
Tapwaterverhitterunit K6
Met de aangesloten verhitterunit kan het tapwater conform menu „Tapwater-opslag“ bedieningsregel „verhitterunit“ worden geladen. De verhitterunit moet met een veiligheidsthermostaat zijn uitgerust! De elektrische verwarming bedrijfswijze bedieningsregel 5060 moet dienovereenkomstig zijn ingesteld.
Collectorpomp Q5
Voor de verbinding van een zonnecollector is een circulatiepomp voor de collectorgroep noodzakelijk.
VK1/VK2/VK3-Pomp Q15/Q18/Q19
De VK-pomp kan voor een extra verbruiker worden gebruikt. In samenwerking met een extern warmteverzoek aan de ingang H1, kan de toepassing bijv. voor een luchtverwarmingsapparaat enz. worden gebruikt.
Ketelpomp Q1
De aangesloten pomp dient voor de circulatie van het ketelwater tussen ketel en verdeler / hydr. verdeler.
Bypasspomp Q12
De aangesloten pomp dient als ketelbypasspomp, zodat de ketel-retour blijft lopen.
Alarmuitgang K10
Doet zich een fout voor, dan wordt dit met het alarmrelais aangegeven. Het sluiten van het contact heeft een vertragingstijd van 2 minuten.
Wordt de fout opgeheven, d.w.z. de fout is niet meer aanwezig, opent het contact onmiddellijk.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 5890 | Uitgang relais QX | |
| 5891 | Geen | |
| 5892 | Circulatiepomp Q4Elektrische unit Tapw K6Collectorpomp Q5VK1-pomp Q15Ketelpomp Q1Bypasspomp Q12Alarmuitgang K102.pomptrap VG1 Q212.pomptrap VG 2 Q222.pomptrap VGP Q23Verwarmingsgroepomp VGPVK2-pomp Q18Toevoerpomp Q14Bronblokkeerventiel Y4Vaste stof ketelpomp Q10Tijdprogramma 5 K13Opslagretourventiel Y15Zonnepomp ext. wisselaar K9Zonservomotor opslag K8Zonservomotor zwembad K18VK3- pomp Q19Cascadepomp Q25Tank-omlaadpomp Q11Tapw Mengpomp Q35Tapw Tussengroep Q33Warmte-opvraag K27Koude-opvraag K28Verwarmingsgroepomp VG1 Q2Verwarmingsgroepomp VG2 Q6Tapwaterservomotor Q3Doorl.verhitterservomotor Q342. ketel pomptrap Q27Melduitgang K35Bedrijfsmelding K36Rookgasklep K37Ventilatoruitschakeling K38 | Zie handleiding ketel |
| 6030 |
| 6031 |
| 6032 |
| 6033 |
| 6034 |
| 6035 |
| 6036 |
| 6037 |
| 6038 |
Kan de fout momenteel niet meer worden opgeheven, bestaat de mogelijkheid het alarmrelais toch terug te zetten. Dit vindt plaats in het menu „fout“ (regelnr.. 6710).
Deze functie maakt het mogelijk een 2-traps verwarmingsgroeppomp aan te sturen, zodat bij gereduceerd verwarmingsniveau (bijv. verlaging gedurende de nacht) het pompvermogen verminderd kan worden.
Hierbij wordt voor de 1. trap de pomp met het multifunctionele relais QX de 2. trap op volgende wijze bijgeschakeld:
| 1. Trap uitgang Q2/Q6/Q20 | 2. Trap uitgang Q21/ Q22/Q23 | Pomp-toestand |
| uit uit uit | | |
| aan uit deellast | |
| aan aan volledige | last |
Verwarmingsgroeppomp Q20
(voor glijdende groepen)
De pompverwarmingsgroep P wordt geactiveerd.
Schakelklokprogramma:
Voor de verwarmingsgroep P staat uitsluitend het schakelklokprogramma 3/VGP ter beschikking. Kijk hiervoor ook in het menu"Schakelklokprogramma VGP".
Circulatiepomp Q14
De aangesloten pomp dient als circulatiepomp, die als warmteaanvoer voor andere verbruikers kan worden gebruikt.
De circulatiepomp wordt in werking gezet, zodra een warmte-opvraag van een verbruiker bestaat. Bestaat er geen warmte-opvraag schakelt de pomp met uitloop uit.
Opwekkerblokkeerventiel Y4
Is er voldoende warmte in de opslag-tank aanwezig, dan kunnen de verbruikers hun warmtebehoefte hiervan betrekken
- de warmteopwekkers mogen niet in bedrijf worden genomen.
De automatische opwekkingsblokkade blokkeert de warmte-opwekker en koppelt deze met een omschakelventiel Y4 hydraulisch van de rest van de installatie af. Daarmee betrekken de warmteverbruikers hun energie van de opslagtank en een verkeerde circulatie door de warmteopwekkers is uitgesloten.
Vaste stof ketelpomp Q10
Voor de verbinding van een vaste stof ketel is een circulatiepomp voor de ketelgroep noodzakelijk.
Tijdprogramma 5 K13
Het relais wordt conform de instellingen van tijdprogramma 5 gestuurd.
Dit ventiel kan voor retourtemperatuur-Verhoging - verlaging of de opslagtank-deellading worden geconfigureerd.
Zonnepomp ext. wisselaar K9
Voor de externe warmtewisselaar moet bij de multifunctionele relaisuitgang (QX) de zonnepomp ext. wisselaar K9 zijn ingesteld.
Indien een tapwater- en een opslagtank ter beschikking staan, moet ook de bedieningsregel 5841 „Externe zonnewisselaar“ worden ingesteld.
Zonne-aandrijving opslag K8
Zijn een aantal wisselaars verbonden, moet de opslagtank op de betreffende relaisuitgang zijn ingesteld en bovendien de soort aandrijving in bedieningregel 5840 worden gedefinieerd.
Zonne-aandrijving zwembad K18
Is een aantal wisselaars verbonden, moet het zwembad op de betreffende relaisuitgang zijn ingesteld en bovendien de soort aandrijving in bedieningsregel 5840 worden gedefinieerd.
Cascadepomp Q25
Gemeenschappelijke ketelpomp voor alle ketels in een cascade.
Opslaglaadpomp Q11
De tapwarmwateropslag kan indien de opslagtank voldoende warm is, van de opslagtank worden geladen.
Deze lading kan d.m.v. de laadpomp Q11 worden gedaan.
Tapw mengpomp Q35
Separate pomp voor opslagcirculatie gedurende actieve legionellafunctie.
Tapw tussengroeppomp Q33
Laadpomp bij tapwateropslag met erbuiten liggende warmtewisselaar.
Warmte-opvraag K27
Registreert bij een externe warmte-opwekker door het sluiten van het contact een aanwezige warmte-behoefte.
Koude-opvraag K28
Functie nog niet geïmplementeerd.
Verwarmingsgroeppomp VG1 Q2
De pompverwarmingsgroep VG1 wordt geactiveerd.
Verwarmingsgroeppomp VG2 Q6
De pompverwarmingsgroep VG2 wordt geactiveerd.
Tapwateraandrijving Q3
Aandrijving voor tapwateropslag.
Doorstr. tapwaterservomotor Q34
Servomotor voor doorstroomtoestel tapwater.
2. Ketelpomptrap Q27
De 2. trap van de ketelpomp wordt geactiveerd.
Melduitgang K35
Functie melduitgang.
Bedrijfsmelding K36
Functie bedrijfsmelding.
Rookgasklep K37
Functie rookgasklep.
Ventilatoruitschakeling K38
Functie ventilatoruitschakeling voor het uitschakelen van de ventilator-voeding wanneer ventilator niet nodig is.
Ingang opnemer BX1, 2, 21, 22
De instellingen van de opnemer-
ingangen deelt al naar de keuze over-
eenkomstige extra functies bij de
basisschema's in.
BX1 en 2 zijn opnemeringangen van de LMS14.
BX21 en 22 zijn opnemeringangen van AVS75.
Geen
Geen functie bij opnemeringang.
Tapwateropnemer B31
Onderste tapwatertankopnemer.
Retouropnemer B7
Niet veiligheidsrelevante ketel-retouropnemer.
Tapw circulatieopnemer B39
Tapwater circulatieopnemer / Standbyopnemer.
Opslagtankopnemer B4
Bovenste opslagtankopnemer.
Opslagtank opnemer B41
Onderste opslagtankopnemer.
Opslagtankopnemer B42
Derde (middelste) opslagtankopnemer.
Zonne-aanvoer opnemer B63
Zonne-aanvoer opnemer voor opbrengstmeting.
Zonneretourloopopnemer B64
Zonneretourloopopnemer voor opbrengsmeting.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 5930 | Sensoringang BX1, BX2 | |
| 5931 | Geen | |
| 5932 | Tapwateropnemer B31 | |
| Collectoropnemer B6 | |
| Retouropnemer B7 | |
| 6040 | Tapw Circulatieopnemer B39 | |
| 6041 | Opslagtankopnemer B4 | |
| 6042 | Opslagtankopnemer B41 | |
| 6043 | Afvoergastemperaturopnemer B8 | |
| 6044 | Aanvoertemperatuuropnemer B10 | Zie handleiding ketel |
| 6045 | Vaste stof ketel opnemer B22 | |
| Tapw laadopnemer B36 | |
| Opslagtankopnemer B42 | |
| Gez.retouropnemer B73 | |
| Cascaderetouropnemer B70 | |
| Zwembadopnemer B13 | |
| Zonneaanvoeropnemer B63 | |
| Zonneretouropnemer B64 | |
| Primaire wisselaaropnemer B26 | |
Ingang H1/H2/H4/H5
Functie-ingang H1/H2/H3/H4/H5
Bedrijfswijzeomschakeling
Verwarmingsgroep
De bedrijfswijzen van de verwarmingsgroepen worden via de aansluit-klemmen H1/H2/H3/H4/H5 (bijv. telefoonafstandsschakelaar) op beveiligingsbedrijf omgeschakeld.
Tapwater
Een blokkering van de tapwaterlading vindt slechts plaats in instelling VG's+Tapw.
Opwekkingsblokkade
De opwekker wordt via de aan-
sluitklemmen Hx geblokkeerd.
Alle temperatuurverzoeken van de
verwarmingsgroepen en van het
tapwater worden afgewezen.
De ketelvorstbescherming blijft
ondertussen gegarandeerd.
Fout-/Alarmmelding
De ingang H1 zorgt voor een regel-
interne foutmelding. Bij overeen-
komstige configuratie van de alarm-
uitgang (relaisuitgangen QX2, 21-23,
bedieningsregels 5892, 6030-6038)
wordt de fout door een extra contact
verder geleid of aangegeven (bijv.
externe lamp of hoorn)
Verbruiksverzoek VK1/VK2/VK3
De ingestelde gewenste aanvoer-temperatuurwaarde wordt via de aansluitklemmen (bijv. een lucht-verhittingsfunctie voor bijv. verwarmingsinstallatie boven de uitgang) geactiveerd. De gewenste waarde moet in bedieningsregel 1859, 1909, 1959 worden ingesteld.
Overtemperatuurafvoer
Een actieve overtemperatuurafvoer maakt het bijv. een vreemde opwekker mogelijk de verbruikers (verwarmingsgroep, tapwateropslag, Hx-pomp) met een dwangsignaal tot opname van overbodige warmte te dwingen. Voor elke verbruiker kan met de parameter „Afname te hoge temperatuur“ worden ingesteld, of hij rekening houdt met het dwangsignaal en zodoende aan de warmteafvoer moet deelnemen.
- Lokaal effect
Met het LPB apparaatadres 0 of >1 beïnvloedt de overtemperatuur-afleiding alleen de lokale verbruikers van het apparaat.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 5950 | Functie ingang H1/H2/H3/H4/H5 | |
| 5960 | BA-omschakeling VG's+Tapw | |
| 5970 | BA-omschakeling Tapw | |
| 5977 | BA-omschakeling VG's | |
| B/S-bmschakeling | |
| 6046 | B/S-bmschakeling | |
| 6054 | B/S-bmschakeling | |
| 6062 | Opwekkingsblokkade | |
| Fout-/alarmmelding | |
| Gebr.verzoek VK1 | |
| Gebr.verzoek VK2 | |
| Gebr.verzoek VK3 | |
| Overtemperatuurafvoer | |
| Vrijgave zwembad zonne-energ. | |
| Bedrijfsniveau Tapw | Zie handleiding ketel |
| Bedrijfsniveau VG1 | |
| Bedrijfsniveau VG2 | |
| Bedrijfsniveau VG3 | |
| Ruimtethermostaat VG1 | |
| Ruimtethermostaat VG2 | |
| Ruimtethermostaat VG3 | |
| Tapwater flowswitch | |
| Tapwaterthermostaat | |
| Startblokkering | |
| Keteldoorstroomschakelaa | |
| Gebr.verzoek VK1 10V | |
| Gebr.verzoek VK2 10V | |
| Gebr.verzoek VK3 10V | |
| Drukmeting 10V | |
| Belastingopgave 10V | |
- Centraal effect (LPB) Met het LPB apparaatadres = 1 beïnvloedt de overtemperatuurafvoer ook de verbruikers in de andere apparaten in hetzelfde segment.
Een verdeling over het gehele systeem over verdere segmenten van de over-temperatuurafvoer uit het segment 0 is niet mogelijk.
Vrijgave zwembad zonne-energie
De functie maakt het mogelijk de zwembadverwarming d.m.v. de zon extern vrij te geven (bijv. Handschakelaar) of de zonlaadprioriteit t.o.v. de opslagen vast te leggen. Configuratie: functie Ingang Hx op vrijgave zwembad instellen. Zie voor functiebeschrijving bedieningsregel 2065 laadvoorrang zonne-energie.
Bedrijfsniveau VG's / Tapw
Het bedrijfsniveau kan i.p.v. het interne tijdschakelprogramma via het contact worden ingesteld. (extern tijd-schakelprogramma)
Ruimtethermostaat VG1/VG2/VG3
Met de ingang kan voor de ingestelde verwarmingsgroep een ruimtethermostaatverzoek worden gegenereerd.
Tapw-flow switch
Hier wordt de doorstroomtoestel - flowswitch aangesloten.
Tapwater thermostaat
Hier wordt de tapwateropslag thermo-
staat aangesloten.
Startblokkering
Met deze ingang kan een branderstart worden geblokkeerd.
Keteldoorstroomschakelaar
Bij deze functie sluit het contact bij aanwezige resp. voldoende grote doorstroming van de ketelwarmtewisselaar. Is dit contact niet gesloten, komt er een storingsmelding.
Gebr. verzoek VK1/VK2/VK3 10V
De toepassingsverbinding externe last x krijgt een spanningssignaal (DC 0...10 V) als warmteverzoek. De lineaire karakteristiek wordt via twee vaste punten (spanningswaarde 1 / functiewaarde 1 en spanningswaarde 2 / functiewaarde 2) gedefinieerd.
Drukmeting 10V
Het aan de ingang Hx aanwezige spanningssignaal wordt lineair in een drukwaarde omgerekend. De lineaire karakteristiek wordt via twee vaste punten (spanningswaarde 1 / functiewaarde 1 en spanningswaarde 2 / functiewaarde 2) gedefinieerd.
Belastingopgave 10V
De opwekker krijgt een spanning-signaal (DC 0...10 V) als belasting-vraag. De lineaire karakteristiek wordt via twee vaste punten (spanningswaarde 1 / functiewaarde 1 en spanningswaarde 2 / functiewaarde 2) gedefinieerd.
Type-ingang H1/H2/H3/H4/H5
Het contact is bijna altijd gesloten en moet om de gekozen functie te activeren, worden geopend.
Werkcontact Het contact is meestal geopend en moet om de gekozen functie te activeren worden gesloten.
De lineaire karakteristiek wordt via twee vaste punten gedefinieerd. De instelling vindt plaats met twee parameterparen voor functiewaarde en spanningswaarde. (F1 / U1 en F2 / U2). Bij de H4- ingang (frequentie-ingang) wordt aan de functiewaarde geen spanningswaarde maar een frequentiewaarde toegewezen.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 5951 | Type ingang H1/H2/H3 | Zie handleiding ketel |
| 5961 | Rustcontact |
| 6047 | Werkcontact |
| 6055 | |
| 6063 | |
| 5952 Mir. gewenste waarde aanvoertemperatuur H1 |
| 5953 | Spanningswaarde 1 H1/H2 |
| 6049 | |
| 6057 | |
| 6065 | |
| 5954 | Functiewaarde 1 H1/H2 |
| 6050 | |
| 6058 | |
| 6066 | |
| 5955 | Spanningswaarde 2 H1/H2 |
| 6051 | |
| 6059 | |
| 6067 | |
| 5956 | Functiewaarde 2 H1/H2 |
| 6052 | |
| 6060 | |
| 6068 | |
| 5971 | Type ingang H4 |
| Rustcontact |
| Werkcontact |
| 5973 Frequentiewaarde 1 H4 |
| 5974 Functiewaarde 1 H4 |
| 5975 Frequentiewaarde 2 H4 |
| 5976 Functiewaarde 2 H4 |
| 5978 | Type ingang H5 |
| Rustcontact |
| Werkcontact |
Uitbreidingsmodule AVS75
Multifunctioneel
Mogelijke functies die aan de multi-
functionele in-/uitgangen kunnen
worden toegewezen, zijn in de
bedieningsregels 6030 tot 6038
zichtbaar.
Verwarmingsgroep 1/2
Voor dit gebruik kunnen de betreffende instellingen van de bedieningspagina "verwarmingsgroep 2" worden aangepast.
Retourregelaar
De mengeruitgang dient voor de sturing van de ketelretourstijging. Instellingen in het menu „ketel“.
Functie-ingang EX21 module 1
Geen
De ingang heeft geen functie.
Temperatuurbewaking VG
Wordt de uitbreidingsmodule voor de verwarmingskring gebruikt, kan aan de
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 6020 | Functie uitbreidingsmodule 1/2/3 | |
| 6021 | Geen | |
| 6022 | Multifunctioneel | |
| Verwarmingsgroep 1 | Zie handleiding ketel |
| Verwarmingsgroep 2 | |
| Retourloopregelaar | |
| Zonne-energie drinkwater | |
| Voorregelaar/circulatiepomp | |
Zonnetapwater
Voor dit gebruik kunnen de betreffende instelling van de bedieningspagina "zonne-energie" worden aangepast.
Voorregelaar / circulatiepomp
De mengeruitgang dient als voorregelaar tussen ketel en verdeler. Instellingen in het menu „voorregelaar / circulatiepomp“.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 6024 | Functieingang' EX21 module 1/2/3 | |
| 6026 | Geen | Zie handleiding ketel |
| 6028 | Temperatuurbewaking VG | |
ingang EX21 (AC 230 V) een externe temperatuurbewaking (bijv. voor vloerverwarming) worden ingeschakeld.
Instelling van het gebruikte opnemer-type. De regelaar maakt gebruik van de overeenkomstige temperatuur-karakteristiek.
Opnemercorrecties
De meetwaarde van de collector-opnemer kan met +/- 20 K worden verschoven.
De meetwaarde van de buiten-
temperatuur kan met +/- 3 K worden
verschoven.
Gebouw - tijdconstante
Al naar gelang de massa van een gebouw, (bouwwijze van het gebouw) verandert de ruimtetemperatuur verschillend snel bij veranderende buitentemperatuur.
Door de tijdconstante gebouw wordt de reactiesnelheid van de aangevoerde waarde bij wisselende buiten-temperatuur beïnvloed.
Centrale leiding van de gewenste waarde
De centrale leiding van de gewenste waarde past de gewenste waarde van de warmte-opwekker aan op de centrale aanvoertemperatuur. Met de instelling wordt de maximale correctie begrensd, ook wanneer een grotere aanpassing noodzakelijk zou zijn. Deze functie kan slechts door gebruik van de aanvoertemperatuur van de opnemer B10 worden gerealiseerd.
Vertraging daling gewenste waarde
Er wordt voorkomen, dat trapsgewijze opwekkers te snel worden weggeschakeld of vrij modulerende opwekkers vanwege hun vermogensregeling direct uitschakelen. Hierdoor koelen de opwekkers niet af, omdat verder een behoefte aan warmte bestaat en ze weer gauw gaan werken.
De vermindering van de vertraging werkt alleen bij een gewenste waardesprong, niet echter bij het wegvallen van de warmte-opvraag.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 6097 | Opnemertype collectorNTCPT1000 | Zie handleiding ketel |
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 6098 Correctie collectoropnemer | Zie handleiding ketel |
| 6100 Correctie buitentemp.opnemer |
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 6110 Tijd | constante gebouwen | Zie handleiding ketel |
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 6117 Centrale leiding van de gewenste waarde | Zie handleiding ketel |
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 6118 Vertraging daling gewenstewaarde | Zie handleiding ketel |

line
| Tijd | Temp |
|------|------|
| dT | Opwekkingswaarde |
| dt | Afvalvertraging dT/dt |
Installatievorstbescherming
Al naar gelang de actuele buitentemperatuur schakelen de pompen in, hoewel er geen vraag naar warmte bestaat.
Voorwaarde voor het foutloze functioneren van deze functie is een in goede staat verkerende en goed werkende installatie. De installatievorstbescherming heeft een buitentemperatuuropnemer nodig. Ontbreekt
deze, wordt om de functie te garanderen voor buitentemperatuur 0 °C gesubstituteerd en een foutmelding gegenereerd.
Uit
De functie is uitgeschakeld.
Aan
De functie is ingeschakeld.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 6120 InstallatievorstbeschermingUitAan | | Zie handleiding ketel |
| Buitentemperatuur Pomp Grafik | |
| ...-4°C | Voortdurend AAN | ON |
| -5...1.5°C ca. om de 6 uur gedurende 10 min. AAN | slag |
| 1.5°C... Voortdurend UIT OFF | |

bar
| State | Value |
|---|---|
| ON | -5 |
| slag | -4 |
| OFF | 2 |
Opnemer opslaan
Om middernacht slaat het basis-apparaat de situaties aan de opnemer-klemmen op.
Valt na het opslaan een opnemer uit, genereert het basisapparaat een foutmelding. Door deze instelling kunnen de opnemers direct worden opgeslagen. Dit is nodig wanneer bijv. een opnemer verwijderd wordt en niet meer nodig is.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 6200 Voeler opslaanNeeJa | Zie handleiding ketel |
Parameterreset
Alle parameters zijn op de fabrieks-instellingen terug te plaatsen. Met uitzondering van de menu's: Tijd en datum, bedieningseenheid, zender en alle programma's en ook de gewenste waarde van de handfunctie.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 6205 Parameters terugzettenNeeJa | Zie handleiding ketel |
Installatieschema
Om het actuele installatieschema te Identificeren wordt door het basis-apparaat een controlenummer gegenereerd. Dit controlenummer bestaat uit de naast elkaar gerangschikte deelschemanummers. De betekenis van de nummers voor de betreffende regels moet u uit de tabellen op de volgende pagina halen:
| Regelnr. Bedieningsregel |
| 6212 | Controlenummer opwekker 1 |
| 6213 | Controlenummer opwekker 2 |
| 6215 | Controlenummer opslagtank |
| 6217 | Controlenummer verwarmingskring |
Softwareversie
De informatie geeft de actuele versie van het basisapparaat weer.
| Regelnr. Bedieningsregel |
| 6220 Softwareversie |
Controlenummers opwekker 1 (bedieningsregel 6212)
| Gasketel modulerend |
| 11 Modulerende ketel12 Modulerende ketel, ketelpomp13 Modulerende ketel, bypasspompe14 Modulerende ketel, ketelpomp, bypasspomp |
| Zonne-energie |
| 0 Geen zonne-energie1 Zonne-energie met collectoropnemer en pomp |
Controlenummers opwekker 1 (bedieningsregel 6213)
| Vaste stof ketel |
| 0 Geen vaste stof ketel1 Vaste stof ketel, ketelpomp2 Vaste stof ketel, ketelpomp,Toepassing Tapw-opslag |
Controlenummers opslag (bedieningsregel 6215)
| Opslagtank Tapwateropslag | |
| 0 Geen opslagtank1 Opslagtank2 Opslagtank, zonne-aansluiting4 Opslagtank, bronblokkeerventiel5 Opslagtank, zonne-aansluiting, Bronblokkeerventiel | 0 Geen tapwaterbuffer1 Elektrische verwarming2 Zonne-energieverbinding4 Laadpomp5 Laadpomp, zonne-energieverbinding13 Omschakelklep14 Omschakelklep, zonne-energieverbinding16 Voorregelaar, zonder wisselaar17 Voorregelaar, 1 wisselaar19 Tussengroep, zonder wisselaar20 Tussengroep, 1 wisselaar22 Laadpomp / tussengroep, zonder wisselaar23 Laadpomp / tussengroep, 1 wisselaar25 Omloopventiel / tussengroep, zonder wisselaar26 Omloopventiel / tussengroep, 1 wisselaar |
Controlenummers verwarmingsgroep (bedieningsregel 6217)
| Verwarmingsgroep 3 | Verwarmingsgroep 2 | Verwarmingsgroep 1 |
| 0 Geen verwarmingsgroep1 Circulatie via ketelpomp2 Verwarmingsgroeppomp3 Verwarmingsgroeppomp, menger | 0 Geen verwarmingsgroep1 Circulatie via ketelpomp2 Verwarmingsgroeppomp3 Verwarmingsgroeppomp, menger | 0 Geen verwarmingsgroep1 Circulatie via ketelpomp2 Verwarmingsgroeppomp3 Verwarmingsgroeppomp, menger |
Het tweedelige LPB- adres van de regelaar bestaat uit twee getallen die uit twee posities bestaan. Voorbeeld:
| 14 | 16 |
| Segmentnummer | ↑ | ↑ |
| Apparaatnummer |
Busvoeding
De busvoeding maakt een directe stroomvoorziening van het bussysteem mogelijk door de afzonderlijke regel-apparatuur (geen centrale busvoeding). De soort busvoeding is instelbaar.
- Uit: Geen stroomvoorziening van het bussysteem door de regelaar.
- Automatisch:
De stroomvoorziening van het bussysteem (LPB) door de regelaar wordt overeenkomstig de vermogensbehoefte van de LPB automatisch in- en uitgeschakeld.
Aanduiding systeemmeldingen
Met deze instelling kan men systeemmeldingen die via LPB worden aangegeven, via het bedieningsgedeelte onderdrukken.
Nee
Foutmeldingen worden niet via de bedieningsunit van de regelaar aangegeven.
Ja
Foutmeldingen worden via de bedieningsunit van de regelaar aangegeven.
Busvoedingsstatus
De aanduiding laat zien, of de regelaar de bus momenteel van stroom voorziet:
- Uit: De regelaarbusvoeding is momenteel inactief.
- Aan: De regelaar van de busvoeding is momenteel actief. De regelaar neem nu een aandeel van de stroombehoefte van de bus over.
Werkgebied omschakelingen
Voor de centrale omschakelingen kan het werkgebied worden gedefinieerd. Het betreft:
• Bedrijfswijzeomschakeling
- Zomeromschakeling (bij instelling „centraal“ in instelregel 6621)
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 6600 Apparaatadres | Zie handleiding ketel |
| 6601 Segmentadres |
| 6604 BusvoedingUitAutomatisch |
| 6605 Busvoeding statusUitAan |
| 6610 Aanduiding systeemmeldingen |
| 6620 | Werkgebied omschakelingenSegmentSystem |
| 6621 ZomeromschakelingLokaalCentraal |
| 6623 Bedrijfswijze-omschakelingLokaalCentraal |
| 6624 | Manuele opwekkerblokkadeLokaalSegment |
Tot de invoer behoort:
- Segment: De omschakeling vindt plaats bij alle regelaars in hetzelfde segment.
- Systeem: De omschakeling vindt plaats bij alle regelaars in het hele systeem (dus in alle segmenten). De regelaar moet zich in segment 0 bevinden.
Zomeromschakeling
Het werkgebied van de
zomeromschakeling is daarbij als volgt:
- Invoer lokaal: Lokale werking; de lokale verwarmingsgroep wordt gebaseerd op de instelregels 730, 1030, aan- en uitgeschakeld.
- Invoer centraal: Centrale werking; afhankelijk van de op bedieningsregel „Werkgebied omschakelingen“ verrichte instelling weer of de verwarmingsgroepen in het segment of echter in het gehele systeem gebaseerd op de instelregel 730 in- en uitgeschakeld.
Bedrijfswijze-omschakeling
Bij apparaten die beschikken over LPB kan het basisapparaat met het LPB apparaat adres = 1 de functie van een centrale bedrijfsomschakeling overnemen. De omschakelingen op het centrale basisapparaat (via H1 / H3 of de parameter bedrijfswijzeomschakeling Hk's) beïnvloeden dan ook de verwarmingsgroepen en het tapwater van de andere basis-apparaten op de LPB.
Het werkgebied van de bedrijfs-omschakeling via de H-ingang is als volgt:
Lokaal
Lokale werking; de lokale verwarmings-groep wirdt in- en uitgeschakeld.
Centraal
Centrale werking; afhankelijk van de op bedieningsregel werkgebied omschakelingen verrichte instelling worden of de verwarmingsgroepen in het segment of echter in het gehele systeem in- en uitgeschakeld.
Manuele opwekkingsblokkade
Het werkgebied van de opwekkingsblokkade via de H-Ingang is daarbij als volgt:
Lokaal
Lokale werking; de lokale opwekker wordt geblokkeerd.
Segment
Centrale werking; alle opwekkers van de cascade worden geblokkeerd.
Tapwatertoewijzing
De tapwatertoewijzing moet alleen dan worden vastgelegd, wanneer tapwaterbereiding door een verwarmingsgroep - tijdprogramma wordt gestuurd (vergl. bedieningsregels 1620 resp. 5061). Instelling:
- Lokale verwarmingsgroepen: De tapwaterbereiding vindt alleen plaats voor de lokale verwarmingsgroep
- Alle verwarmingsgroepen in het segment:
De tapwaterbereiding vindt plaats voor alle verwarmingsgroepen in het segment
- Alle verwarmingsgroepen in het systeem:
De tapwaterbereiding vindt voor alle verwarmingsgroepen in het systeem plaats.
Bij alle instellingen wordt ook rekening gehouden met regelaars in de vakantie-status voor de tapwaterbereiding
TA'grens ext. opwekker in acht nemen
Extra via de LPB-bus afgesloten opwekkers kunnen conform eigen parameters op grond van de buiten-temperatuur geblokkeerd of vrijgegeven zijn (bijv. lucht-/water-WP).
Deze status wordt via LPB verdeeld. In een cascade weet dus de master, of een extra opwekker (slaaf) conform de eigen instelgrenzen (buiten-temperatuur) ter beschikking staat of niet en kan er dienovereenkomstig nog een opwekker erbij schakelen.
Nee
De ecobit van de externe opwekker wordt niet in acht genomen.
Ja
De ecobit van de externe opwekker wordt in acht genomen en de cascade conform de ter beschikking staande opwekkers geregeld.
Waarschuwing:
Is als aanvullende opwekker een LMU...- regeling (slaaf) aangesloten, moet deze parameter op nee staan!
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 6625 TapwatertoewijzingLokale verwarmingsgroepenAlle verwarmingsgroepen in segmentAlle verwarmingsgroepen in het systeem | Zie handleiding ketel |
| 6632 TA'grens ext. opwekker in acht nemenNeeJa |
| 6640 TijdfunctieAutonoomSlaaf zonder afstandsveranderingSlaaf met afstandsveranderingMaster |
| 6650 BuitentemperatuurBuitentemperatuur bron |
Klokfunctie
Deze instelling legt de werking van de systeemtijd op de tijdinstelling van de regelaar vast. De uitwerkingen zijn als volgt:
- Autonom: de kloktijd kan via de regelaar anders worden ingesteld. De kloktijd van de regelaar wordt niet aan de systeemtijd aangepast.
- Slaaf zonder afstandverandering:
De tijd kan op de regelaar niet worden gewijzigd.
De kloktijd van de regelaar wordt automatisch lopend aan de systeemtijd aangepast.
- Slaaf met afstandsverandering: De tijd kan via de regelaar worden ingesteld; gelijktijdig wordt de systeemtijd aangepast, omdat de wijziging van de master wordt overgenomen. De tijd van de regelaar wordt toch automatisch lopend aan de systeemtijd aangepast.
- Master: de tijd kan via de regelaar worden aangepast. De tijd van de regelaar is richtlijn voor het systeem: de systeemtijd wordt aangepast
Buitentemperatuurleverancier
In de LPB-installatie is maar 1 buiten-temperatuuropnemer nodig. Deze is aan een vrij selecteerbare regelaar aangesloten en levert het signaal via de LPB aan de regelaar zonder opnemer. In de aanduiding verschijnt als eerste getal het segmentnummer en als tweede het apparaatnummer.
Wanneer er zich een fout voordoet, kan een foutmeldung op het informatie-niveau via de infotoets worden opgeroepen. In de aanduiding wordt de oorzaak van de fout beschreven.
Terugzetten
Wanner er zich een fout voordoet kan via het relais QX.. een alarm worden geactiveerd.
Het relais QX.. moet
dienovereenkomstig geconfigureerd
zijn. Het alarmrelais kan met deze
instelling met JA worden teruggezet.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 6700 Melding | Zie handleiding ketel |
| 6705 SW diagnosecode |
| 6706 FA fase stoorstand |
| 6710 Reset alarmrelais |
Melding
Een actuele in het systeem aanwezige fout, wordt hier met de Albatroscode aangegeven, waarbij de fout zich heeft voorgedaan.
FA fase stoorstand
Een actueel in het systeem aanwezige fout wordt in de stoorstand aan-gegeven, waarin de fout zich heeft voorgedaan.
SW Diagnosecode
Een actueel in het systeem interne softwarediagnose, waarbij de fout is opgetreden, wordt aangegeven.
Temperatuuralalarmsignalen
Het verschil tussen gewenste waarde en actuele temperatuur wordt gecontroleerd.
Een blijvende afwijking verder dan de ingestelde tijd, geeft een foutmelding.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 6740 Aanvoertemperatuur 1 alarm | Zie handleiding ketel |
| 6741 Aanvoertemperatuur 2 alarm |
| 6742 Aanvoertemperatuur 3 alarm |
| 6743 Keteltemperatuur alarm |
| 6745 Tapwaterlading alarm |
Fouthistorie
Het basisapparaat slaat de laatste 20 fouten die zich hebben voorgedaan, zodanig in een foutopslag op, dat ze niet verloren gaan. Elke nieuwe invoer wist de oudste uit de opslag. Per foutinvoer worden foutcode en tijdstip opgeslagen.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 6800...6996 | Historie ... alleen aanduiding | |
Onderhoudsfuncties
Branderuren interval / branderstarts Interval / onderhoudsinterval
Zodra de ingestelde tijd van de branderuren of -starts of de onderhoudsperiode afloopt, komt er een onderhoudsmelding. Voor de melding worden de bedrijfsuren en -starts aangegeven.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 7040 | Branderuren interval | Zie handleiding ketel |
| 7041 | Branderuren sinds onderhoud | Alleen aanduiding |
| 7042 | Branderstarts interval | Zie handleiding ketel |
| 7043 | Branderstarts sinds onderhoud | Alleen aanduiding |
| 7044 | Onderhoudsinterval | Zie handleiding ketel |
| 7045 | Tijd sinds onderhoud | Alleen aanduiding |
| 7050 | Ventilatortoerental lon stroom | Zie handleiding ketel |
| 7051 | Meldung lon Strom |
Branderuren sinds onderhoud Branderstarts sinds onderhoud
De actuele waarde wordt berekend en aangegeven. De waarde is in deze bedieningsregel naar 0 terug te zetten.
Ventilatortoerental lon stroom
Toerentalgrens, van waar de branderionisatiestroomonderhoudsmelding moet worden geplaatst, wanneer de ionisatiestroombewaking en daardoor een draaiaantalverhoging op grond van te lage ionisatiestroom actief zijn.
Melding lon van de stroom
Vlag ter aanduiding en voor het terugplaatsen van de brander-ioni-satiestroomonderhoudsmelding. De onderhoudsmelding kan terug gezet worden, wanneer de onder-houdsreden is verholpen.
Schoorsteenveger
De brander wordt ingeschakeld. Om een zo mogelijk voortdurende branderfunctie te bereiken, is alleen de keteltemperatuur-maximumbegrenzing als uitschakelpunt actief. Alle aangesloten verbruikers zijn voorlopig geblokkeerd, zodat de ketel, indien mogleijkk, snel de minimumwaarde van 64°C bereikt.
Is de minimumwaarde van 64°C bereikt, worden de aanwezige verwarmingsgroepen met een vaste belasting geleidelijk ingeschakeld, zodat de door de ketel geproduceerde warmte wordt afgenomen en zo de brander ingeschakeld blijft.
Gedurende geactiveerde schoorsteenvegerfunctie blijft de keteltemperatuurmaximumbegrenzing om veiligheidsredenen actief.
Brandervermogen
Belastingsopgave voor de brander bij bedrijf door de schoonstegerfunctie.
Handfunctie
Bij actieve handfunctie worden de relaisuitgangen niet meer conform de regeltoestand geschakeld maar afhankelijk van hun functie op een voorgedefineerde handfunctietoestand (zie tabel) geplaatst.
Gewenste waarde-instelling bij handfunctie
Nadat de handfunctie werd geactiveerd
werd, moet naar de basisaanduiding
worden geschakeld. Daar wordt het
onderhouds/speciale gebruik-
symbool ♿ aangegeven.
Door het indrukken van de informatietoets wordt daarbij naar de info-aanduiding "Handbedrijf" geschakeld, waarin de gewenste waarde kan worden ingesteld.
Bij actief handbedrijf worden de relaisuitgangen niet meer conform de regeltoestand geschakeld maar afhankelijk van hun functie op een voorgedefinieerde handbedrijftoestand (zie tabel) geplaatst. De relaisuitgangen worden, afhankelijk van hun hydraulische functie, in een toestand geplaatst, die de warmte beschikbaar stelt.
De zoninstallatie blijft uitgeschakeld, omdat hier de mogelijkheid van de opslagretourkoeling via de collector bestaat. Een in de handfunctie ingeschakeld relais kan door een elektronische temperatuurregelaar (TR) of – bewaking (TW) controle worden uitgeschakeld.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 7130 Schoorsteenfunctie | Zie handleiding ketel |
| 7131 BrandervermogenDeellast volledige lastMaximum verwarmingslasst |
| 7140 Handfunctie |
| Aanduiding Uitgang | | | Toestand |
| Gasketel | Ketelpomp | Q1 | aan |
| 2. trap ketelpomp Q27 aan | | |
| Vaste stof ketel | Ketelpomp Q10 aan | | |
| Zonne-energie | Collectorpomp | Q5 | uit |
| Externe wisselaarpomp | K9 | uit |
| Aandrijving opslagtank | K8 | uit |
| Aandrijving zwembad | K18 | uit |
| Tapwater | Laadpomp | Q3 | aan |
| Omschakelklep | Q3 | uit |
| Tussengroeppomp | Q33 | aan |
| Mengpomp | Q35 | uit |
| Circulatiepomp | Q4 | aan |
| Elektrische verwarming | K6 | aan |
| Opslagbuffertank | Opwekker blokkeerklep | Y4 | aan |
| Retourklep | Y15 | uit |
| Verwarmingsgroep 1..3 | Verwarmingsgroeppomp | Q2Q6Q20 | aan |
| Menger open/dicht | Y1/Y2Y5/Y6 | uit |
| Hk-pomp 2. trap | Q21Q22 | aan |
| Voorregelaar | Circulatiepomp | Q14 | aan |
| Voorregelaarmenger open/dicht | Y19/Y20 | uit |
| Externe verbruikergroep 1..3 | Verbruikergroep-verwarminggroeppomp | Q15Q18Q19 | aan |
| Extra functies | Alarmuitgang | K10 | uit |
| Tijdprogramma 5 | K13 | uit |
| Wamte-opvraag | K27 | aan |
| Melduitgang | K35 | aan |
| Bedrijfsmelding | K36 | aan |
| Rookgasklep | K37 | aan |
| Ventilatoruitschakeling | K38 | aan |
| Bufferlaadpomp | Q11 | uit |
| Cascade | Cascadepomp | Q25 | aan |
Regelaarstopfunctie
Wordt de regelaarstopfunctie ge-
activeerd, dan wordt direct het
ingesteld brandervermogen van de
gewenste waarde van de regelaarstop
opgevraagd.
Regelaarstop gewenste waarde
Bij geactiveerde regelaarstopfunctie wordt het hier ingesteld vermogen van de ketel opgevraagd.
Ontluchtingsfunctie
Parameter om de functie manueel te activeren bijv. via hotkey of menu onderhoud/speciale functie.Na afloop van de ontluchting is de parameter weer op uit gezet. Met het instellen op Uit kan de ontluchting ook te allen tijde worden afgebroken.
Ontluchtingswijze
Met deze parameter kunnen de fasen van de ontluchtingsfunctie worden
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 7143 | RegelaarstopfunctieUitAan | Zie handleiding ketel |
| 7145 | Gewenste waarde regelaarstop |
| 7146 | OntluchtingsfunctieUitAan |
| 7147 | OntluchtingswijzeGeenVerwarmingsgroep continuloopVerw.groep cyclusTapwater continuloop Tapwater cyclus |
| 7170 | Telefoon klantendienst |
geselecteerd zie hiervoor ook het hoofdstuk ontluchtingsfunctie. Is de functie gestart, dan dient deze waarde als info-waarde en geeft de actuele bewerkte fase weer.
Telefoon klantendienst
Instelling van het telefoonnummer dat in de info-aanduiding verschijnt.
Parameterstick
De parameterstick kan slechts samen met een bedieningsdeel dat uit volledige tekst bestaat worden gebruikt. Is die niet in de installatie aanwezig, kan tijdelijk een Service-Room Unit worden aangesloten.
Wordt de parameterstick op de LMS14... gestoken, wordt deze herkend en de informaties voor Auto-Backup resp. Auto-Restore geanalyseerd. Op de parameterstick zijn verscheidene datareeksen opgeslagen die via de bedienings-eenheid kunnen worden geselecteerd.
PStick opslag pos
PStick m.b.t. datareeks
Via het datapunt PStick opslag
Pos kan de datareeks (datareeks-
nummer op de stick) worden
geselecteerd, die hier geschreven of
gelezen moet worden. Wanneer een
datareeks werd gelecteerd, wordt in
een tweede datapunt PStick m.b.t.
datareeks van de datareeksnaam
aangegeven.
PStick opdracht
Stickoperaties selecteren. Al naar gelang selectie worden volgende handelingen uitgevoerd:
Geen bedrijf (0)
Dit is een basistoestand. Zolang geen bedrijf op de stick actief is, wordt deze opdracht aangegeven.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 7250 Pstick buffer pos | Zie handleiding ketel |
| 7251 Pstick betr. datareeks |
| 7252 Pstick opdrachtGeen bedrijfLezen van de stickSchrijven op stick |
| 7253 Pstick voortgang |
| 7254 Pstick statusGeen StickStick klaarSchrijven opStick lezen vanStick EMV testActief foutSchrijvenFout lezenLezenIncompatib.datareeksVerkeerd sticktypeFout stickformaatDatareeks controlerenDatareeks geblokkeerdBlokkade lezen |
Lezen van de stick (1)
Start het lezen van de data van de stick.
Dit bedrijf is alleen met READ- of READ / WRITE-Sticks mogelijk.
Schrijven op stick (2)
Start het schrijven van de data van de LMS14... op de stick. Dit bedrijf is slechts met WRITE- of READ / WRITE-Sticks mogelijk.
PStick voortgang
De voortang is een procentaanduiding, die bij actief stickbedrijf (lezen resp. schrijven) aangeeft, hoeveel procent al verwerkt is. Is geen bedrijf actief of doet zich een fout voor, wordt 0% aangegeven. In het tweede veld van de dubbele aanduiding staat de status. Deze dient o.a. ook als foutinformatie bij problemen.
Met de in- en uitgangstest kan gecontroleerd worden of de aangesloten componenten correct werken. Door het kiezen van een instelling uit de relaistest wordt het betreffende relais aangetrokken en daardoor worden de aangesloten componenten in bedrijf genomen. Op die manier kan gecontroleerd worden of de relais en de bedrading betrouwbaar zijn.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 7700...7952 | | Zie handleiding ketel |
Belangrijk:
Opgeroepen opnemerwaarden worden
binnen max. 5 sec. geactualiseerd.
De aanduiding vindt zonder
meetwaarde-correctie plaats.
Status
De actuele status van de installatie wordt d.m.v. statusaanduidingen gevisualiseerd.
| Regelnr. Bedieningsregel |
| 8000 Status verwarmingsgroep 1 |
| 8001 Status verwarmingsgroep 2 |
| 8002 Status verwarmingsgroep P |
| 8003 Status tapwater |
| 8005 Status ketel |
| 8007 Status zonne-energie |
| 8008 Status vaste stof ketel |
| 8009 Status brander |
| 8010 Status opslagtank |
| 8011 Status zwembad |
Diagnose cascade
Voor diagnosedoeleinden kunnen verschillende gewenste- en beginwaarden schakeltoestanden van relais en ook tellerstanden worden aangegeven.
| Regelnr. Bedieningsregel |
| 8100...8150 - | |
Diagnose opwekkers
Voor diagnosedoeleinden kunnen verschillende gewenste- en beginwaarden schakeltoestanden van relais en ook tellerstanden worden aangegeven.
| Regelnr. Bedieningsregel |
| 8304...8570 - | |
Diagnose verbruikers
Voor diagnosedoeleinden kunnen verschillende gewenste- en beginwaarden schakeltoestanden van relais en ook tellerstanden worden aangegeven.
| Regelnr. Bedieningsregel |
| 8700...9058 - | |
Menu: Branderautomaat
Het branderautomatenprogramma garandeert dat het apparaat correct functioneert inclusief in- en buiten-bedrijfstelling en ook de vlambewaking. Het verloop zelf wordt via parameters door de fabrikant vast ingesteld.
De waarden in de hieronder staande lijst horen bij de verschillende apparaatcapaciteiten en mogen niet door de verwarmingsmonteur worden gewijzigd. De waarden mogen alleen door Elco-servicetechnici in noodzakelijke gevallen worden gewijzigd.
Voorspoeltijd
Instelbare duur van het voorspoelen van het bedieningsdeel. Deze waarde kan altijd alleen groter dan 10 s worden ingesteld.
Gewenste waarde van het toerental deellast
Instelbare gewenste waarde van het toerental in deellast van het bedieningsdeel. Deze waarde kan altijd slechts groter dan de gewenste waarde van het toerental deellast min. worden ingesteld.
Gewenste toerental ontstekingsbelasting
Instelbaar gewenste toerental van ontsteking via bedieningsgedeelte. Deze waarde kan altijd alleen groter dan het gewenste toerental van de ontsteking max. worden ingesteld.
Gewenste waarde van het toerental vollast
Instelbare gewenste waarde in nominale last van het bedieningsdeel. Deze waarde kan altijd slechts groter dan de gewenste waarde van het toerental vollast min. worden ingesteld.
Naspoeltijd
Instelbare duur van het naspoelen van het bedieningsdeel. Deze waarde kan altijd alleen groter dan 7 s worden ingesteld.
Gedwongen voorspoelen bij fouten
Na een ontregeling na stoorstand, na net-AAN alsmede na 24 uur in standby vindt gedwongen voorspoelen plaats, voor 21 seconden of voorspoeltijd, indien de voorspoeltijd >21 seconden is.
Uit
De functie is uitgeschakeld.
Aan
De functie is ingeschakeld.
| Regelnr. | Bedieningsregel | Fabrieksinstelling |
| 9500 Voorspoeltijd | Zie handleiding ketel |
| 9512 Gewenste toerental ontstekings-belasting |
| 9524 Gewenst waarde van het toerental deellast |
| 9529 Gewenst waarde van het toerental vollast |
| 9540 Naspoeltijd |
| 9615 Gedwongen voorspoelen bij fouten Uit Aan |
| 9650 Schoorsteendroging Uit Tijdbegrensd Permanent |
Schoorsteendroging
Wordt de schoorsteendroging
geactiveerd, start de functie na een
buitenbedrijfstelling bij de overgang naar
Standby. De schoorsteendroging kan
door elke warmte-opvraag worden
onderbroken en start opnieuw,
wanneer het faseverloop weer naar
de fase standby gaat.
Uit
De functie is uitgeschakeld.
Tijdbegrensd
De schoorsteendroging wordt 10 minuten uitgevoerd.
Permanent
De ovendroging wordt constant in de standby uitgevoerd.
Notities
Notities
Notities
Service: