R3500 - Cv-ketel Elco - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis R3500 Elco in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - R3500 Elco
Gebruikersvragen over R3500 Elco
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Cv-ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding R3500 - Elco en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. R3500 van het merk Elco.
GEBRUIKSAANWIJZING R3500 Elco
Bedienings- en Installatiehandleiding alleen voor bevoegde vakmensen

| Inhoud | 2 |
| Veiligung | Algemene bepalingen.3Toepassing.3Normen en voorschriften.3 |
| Constructie | Opbouw van het toestel.4Werkingsprincipe.4 |
| Technische geevens | 5 |
| Leveromvang | Standaard toestel.15Accessoires.15 |
| Installatie | Transport.16Beplating verwijderen.18Opstelling.19Aansluiten.20 |
| Inbedrijftstellung | Water en hydraulisch systeme.22Gastoevoer.23Condensafvoer.23Rookgasafvoer en luchtinlaat.23Toestel voorbereiden voor start.24Verbrandingsanalyse.25Luchtdukschakelaar.26Waterstroming.27Controle van veiligheidsrelevante componenten.28Controle op gasdichtheid.28Toestel uit bedrijf nemen.28Inbedrijftstellingsrapport.29 |
| Bediening | Hoofdmenu (bedrijfsmodus).30Parameter menu (information/programmeer-modus).30Parameters wijzigen.30 |
| Onderhoud | Controlepunter.31Electrodes verrangen.31Condensbak reinigen.32Sifon reinigen.32Waterdruk en waterkwaliteit.32Waterstroming.32Verbrandingsanalyse.32Gasdruk.32Controle op gasdichtheid.32Controle van veiligheidsrelevante componenten.32Onderhoudsrapport.33 |
| Storingen | 34 |
| Weerstandswaarden voelers | 36 |
| Verklaring van overeenstemming | 37 |
Veiligheid
Algemene bepalingen
Toepassing
Normen en voorschriften
Algemene bepalingen
Deze documentatie bevat informatie, die dient als basis voor een veilige en bedrijfszekere installmentie, inbedrijfname, en levenscylus van het R3400/R3500/ R3600 verwarmingstoestel. Alle handelingen beschreiben in deze documentatie mogen enkel uitgevoerd worden door waaroor gecertificierde bedrijven.
Veranderingen aan deze documentatie hunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden uitgevoerd. Hiermee verplichten wij ons Niet om erder geleverde producten dieinovereenkomstig aan te passen.
Het verwangen van onderdelen dientuitsluitend te geschieden met originele componenten, bij het gebruik van Nietoriginele componenten vervalt de garantie.
Toepassing
De R3400/R3500/R3600 mag enkel gebrukt worden voor de verwarming van water in verwarmings- en warmwatersystemen. Het toestel dient te worden aangesloten in gesloten systemen met een maximale watertemperatuur van 100^ (maximaalthermostat),
Normen en voorschriften
Installatie, gebruik en onderhoud van de R3400/R3500/R3600 dient algtd te geschieden met inachtneming van alle geldende (Europese en lokale) normen en voorschriften, waaronder:
- Lokale voorschriften met betrekking tot het installereren van luchttoevoeren rookgasafvoersystemen;
- Voorschriften met betrekking tot het aansluien van electrische toestellen op de electrische hoofdvoorziening;
- Voorschriften met betrekking tot het aansluiken van verwarmingstoestelen op het gasnet;
- Normen en voorschriften voor verilgheidsvoorzijeningen in verwarmingsinstallaties;
- Alle aanvullende lokale wetten en voorschriften betrekking hebende op het installereren en gebruiken van verwarmingsinstallaties.
De R3400/R3500/R3600 is CE gekeurd volgens de volgende Europese regelgevingen:
-92/42/EEC
(alleen van toepassing op
R3401-R3406 en R3600-R3605)
Opbouw van het toestel Werkingsprincipe




Werkingsprincipe
De R3400/R3500/R3600 is een traploos modulerend verwarmingstoestel. De regelunit in het toestel past de modulatiegraad van het toestel automatisch aan de warmtevraag van het system aan. Dit worden gedaan door middel van het varieren van de能力和 de ingebouwde ventilator. Het gas/ Iucht mengsysteme zaervolgens automatisch de gashoeveelheid aanpassen aan de gekozen ventilatorsnelheid, om een optimale verbranding en bijbehorend rendement te garanderen. Na verbranding worden de rookgassen, met behulp van de ventilator, van bovenaar beneden door de
warmteisselaar gettransporteerd, waarna deze het toestel aan de ache terzijde verlaten via de rookgasadapter. Het retourwater uit het system treedt de warmtewisselaar binnen aan de onderzijde, waar de laagst möglichke rookgastemperatuur heerst. In dit gedeelte vindt de condensatie plaats. Het water wordt verwolgens van benedenaar boven getransporteerd, waar het na doorstroming van de brander het toestel verlaat via de aanvoeraansluiting. Het gegenstroomprincipe (water omhoog, rookgassen omaaag) garandeert zeer efficiente verbrandingswaarden.
Opbouw van het toestel
De R3400/R3500/R3600 is opgebouwduit de volgende hoofdcomponenten:
1retouraansluiting
2 rookgasafvoeraansluiting
3 stromingsschakelaar
4 veiligheidsventiel
5 aanvoeraansluiting
6 vul-/aftapkraan
7 deksel
8 verdelijkplaat
9 brander
10 1ste warmtewisselaar
11 gasfilter
12 2de warmtewisselaar
13 gasstraat
14 frame
15 wateromloopleiding
16 compensator
17 rookgasafvoer
18 condensverzamelkast
19 rookgasverzamelkast
21 invoermogelijkheid elektrisch
22 condensafvoer
23 hoofdgasklep
24 ventilator
25 aansluitkast
26 bedieningspaneel
27 beplating
28 luchtinlaatdemper
29vlinderklep
30 hoofdmengkanaal
31 aansteekgasklep
32 aansteekmengkanaal
33 ketelpomp
34 3de warmtewisselaar (alleen R3600)
A lucht
B gas
C rookgassen
D condensaat
De KM628 regelunit controleert het toestel tijdens bedrijf via:
- Constante aanvoertemperatuur (stand alone bedrivf);
Weersafhankelijke regeling (met optioneel verkrijgbare regelaar);
- 0 -10V externe aansturing (temperatuur of belasting) door gebouwenbeheersystem.
| R3401 | R3402 | |||||
| Nominaal vermogen bij 80-60°C max/min kW 656/164 | 733/183 857 | 213 971/242 | 1084/270 | |||
| Nominaal vermogen bij 75-60°C max/min kW 657/164 | 734/183 858 | 213 972/242 | 1085/270 | |||
| Nominaal vermogen bij 40/30°C max/min kW 663/181 | 741/202 867 | 236 981/268 | 1095/298 | |||
| Nominate belasting Hi max/min kW 702/176 784/196 | 917 | 229 1038/260 | 1159/290 | |||
| Rendement bij 80/60°C % 93.5 | ||||||
| Rendement bij 40/30°C % 94.5 | ||||||
| Jaarrendement (NNG 75/60°C) % | 100.0 | |||||
| Jaarrendement (NNG 40/30°C) % | - | |||||
| Stilstandsverliezen (Twater = 70°C) | % | 0.2 | ||||
| Max. hoeveelheid condensaat | l/h | - | ||||
| Gasverb. H-gas (G20) max/min (10,9 kWh/m3) | m3/h | 64.5/16.2 | 71.9/18.0 | 84.1/21.0 | 95.2/23.8 | 106.3/26.6 |
| Gasverb. L-gas (G25) max/min (8,34 kWh/m3) | m3/h | 84.3/21.1 | 94.0/23.5 | 109.9/27.4 | 124.4/31.2 | 139.0/34.8 |
| Gasverb. Propaan (G31) max/min (12,8 kWh/kg) | kg/h | 54.9/13.8 | 61.2/15.3 | 71.6/17.9 | 81.1/20.3 | 90.5/22.6 |
| Gasdruk H-gas (G20) | mbar | 20 | 35 | |||
| Gasdruk L-gas (G25) | mbar | 25 | 35 | |||
| Gasdruk Propaan (G31) | mbar | 30/50 | ||||
| Maximale gasdruk | mbar | 100 | ||||
| Rookgastemperatuur bij 80/60°C max/min | °C | 165/70 | ||||
| Rookgastemperatuur bij 40/30°C max/min | °C | 135/60 | ||||
| Rookgashoeveelheid max/min | m3/h | 1423/356 | 1580/395 | 1848/462 | 2091/523 | 2334/584 |
| CO2instilling hoofbrander aardgas H/L max/min | % | 10.0/9.3 | ||||
| CO2instilling hoofbrander aardgas P max/min | % | 11.0/11.0 | ||||
| CO2instilling aansteekbrander aardgas H/L max/min | % | 10.0/10.2 | ||||
| CO2instilling aansteekbrander aardgas P max/min | % | 11.0/11.2 | ||||
| NOx waarde max/min | mg/kWh | 61.4/22.0 | ||||
| CO waarde max/min | mg/kWh | 9.8/3.3 | ||||
| Max. toelaatbare schoorsteenweerstand max/min | Pa | 150 | ||||
| Watervolume | I | 50 | 53 | 70 | 75 | 80 |
| Waterdruk max/min | bar 8/1 | |||||
| Maximale water temperatuur (maximaalthermostat) | °C | 100 | ||||
| Maximaal instelbare gewenste temperatuur | °C | 90 | ||||
| Nominate waterstroming bijdT=20K | m3/h | 28.5 | 31.6 | 37.0 | 41.8 | 46.8 |
| Waterzijdige werkstand bij nominale waterstroming | kPa | 46 | 53 | 36 | 43 | 50 |
| Electrische aansluiting | V | 400 | ||||
| Frequentie | Hz | 50 | ||||
| Zekeriging | A | 16 | 20 | |||
| IP klasse | - | IP20 | ||||
| Max. opgenomen vermogen (excl. pomp) | W | 900 | 900 | 1270 | 1270 | 1270 |
| Max. opgenomen vermogen 3-traps pomp (optie) | W | 980 | 1010 | 1020 | 1450 | 1500 |
| Gewicht (leeg) | kg | 675 | 740 | 840 | 950 | 1070 |
| Geluidsniveau op 1 m afstand dB(A) | 64 | |||||
| Minimale ionisatiestroom | μA | 6 | ||||
| PH waarde condensaat | - | 3.2 | ||||
| CE registratienummer | - | CE-0063AR3514 | ||||
| Wateraansluitingen | - | DN65 PN16 | DN80 PN16 | |||
| Gasaansluiting | - | R 2" | DN65 PN16 | |||
| Rookgasaansluiting | mm | 300 | 350 | 400 | ||
| Luchtinlaat (voortopepassing als gesloten toestel) | mm | 250 | 300 | 355 | ||
| Condensaataansluiting | mm | 40 | ||||
R3403
| R3406 | R3407 | |||||
| Nominaal vermogen bij 80-60°C max/min kW 1196/298 | 1309/326 | 1496/373 | 1683 | 419 1870/466 | ||
| Nominaal vermogen bij 75-60°C max/min kW 1197/298 | 1310/326 | 1498/373 | 1685 | 419 1872/466 | ||
| Nominaal vermogen bij 40/30°C max/min kW 1209/329 | 1323/360 | 1512/412 | 1701 | 463 1890/515 | ||
| Nominate belasting Hi max/min kW 1279/320 1400 | 350 | 1600 | 1800 | 450 | 2000/500 | |
| Rendement bij 80/60°C % 93.5 | ||||||
| Rendement bij 40/30°C % 94.5 | ||||||
| Jaarrendement (NNG 75/60°C) % | 100.0 | |||||
| Jaarrendement (NNG 40/30°C) % | - | |||||
| Stilstandsverliezen (Tstater = 70°C) | % | 0,2 | ||||
| Max. hoeveelheid condensaat | l/h | - | ||||
| Gasverb. H-gas (G20) max/min (10,9 kWh/m3) | m3/h | 117.3/29.3 | 128.4/32.1 | 146.7/36.7 | 165.1/41.3 | 183.4/45.9 |
| Gasverb. L-gas (G25) max/min (8,34 kWh/m3) | m3/h | 153.4/38.4 | 167.9/42.0 | 191.8/48.0 | 215.8/54.0 | 239.8/60.0 |
| Gasverb. Propaan (G31) max/min (12,8 kWh/kg) | kg/h | 99.9/25.0 | 108.7/27.2 | 124.3/31.1 | 139.8/35.0 | 155.3/38.8 |
| Gasdruk H-gas (G20) | mbar | 35 | 50 | |||
| Gasdruk L-gas (G25) | mbar | 35 | 50 | |||
| Gasdruk Propaan (G31) | mbar | 30/50 | 50 | |||
| Maximale gasdruk | mbar | 100 | ||||
| Rookgastemperatuur bij 80/60°C max/min | °C | 165/70 | ||||
| Rookgastemperatuur bij 40/30°C max/min | °C | 135/60 | ||||
| Rookgashoeveelheid max/min | m3/h | 2578/645 | 2825/706 | 3227/807 | 3631/908 | 4035/1009 |
| CO2instilling hoofbrander aardgas H/L max/min | % | 10.0/9.3 | ||||
| CO2instilling hoofbrander aardgas P max/min | % | 11.0/11.0 | ||||
| CO2instilling aansteekbrander aardgas H/L max/min | % | 10.0/10.2 | ||||
| CO2instilling aansteekbrander aardgas P max/min | % | 11.0/11.2 | ||||
| NOx waarde max/min | mg/kWh | 61.4/22.0 | ||||
| CO waarde max/min | mg/kWh | 9.8/3.3 | ||||
| Max. toelaatbare schoorsteenweerstand max/min | Pa | 150 | ||||
| Watervolume | I | 85 | 97 | 109 | 116 | 123 |
| Waterdruk max/min | bar 8/1 | |||||
| Maximale water temperatuur (maximaalthermostat) | °C | 100 | ||||
| Maximaal instelbare gewenste temperatuur | °C | 90 | ||||
| Nominate waterstroming bijdT=20K | m3/h | 51,6 | 56,1 | 64,1 | 72,1 | 80,1 |
| Waterzijdige werkstand bij nominale waterstroming | kPa | 58 | 91 | 60 | 130 | 165 |
| Electrische aansluiting | V | 400 | ||||
| Frequentie | Hz | 50 | ||||
| Zekerling | A | 20 | C25 | |||
| IP klasse | - | IP20 | ||||
| Max. opgenomen vermogen (excl. pomp) | W | 1270 | 1910 | 2330 | 2520 | 2770 |
| Max. opgenomen vermogen 3-traps pomp (optie) | W | 1500 | 4000 | 7500 | ||
| Gewicht (leeg) | kg | 1200 | 1210 | 1525 | 1665 | 1745 |
| Geluidsniveau op 1 m afstand dB(A) | 64 | |||||
| Minimale ionisatiestroom | μA | 6 | ||||
| PH waarde condensaat | - | 3.2 | ||||
| CE registratienummer | - | CE-0063AR3514 | ||||
| Wateraansluitingen | - DN80 PN16 | DN80 PN16 | ||||
| Gasaansluiting | - | DN65 PN16 | DN80 PN16 | |||
| Rookgasaansluiting | mm | 400 | 450 | 500 | ||
| Luchtinlaat (voortopepassing als gesloten toestel) | mm | 355 | - | |||
| Condensaataansluiting | mm | 40 | ||||
R3408
Afmetingen R3401 - R3406




| Afmeting | R3401 | R3402 | R3403 | R3404 | R3405 | R3406 | |
| L | mm | 2265 | 2265 | 2653 | 2653 | 2658 | 2658 |
| L1 | mm | 595 | 595 | 610 | 615 | 615 | |
| L2 | mm | 700 | 700 | 1166 | 1166 | 1166 | |
| L3 | mm | 108 | 108 | 88 | 88 | 88 | |
| H | mm | 1355 | 1355 | 1355 | 1355 | 1355 | 1355 |
| H1 | mm | 1125 | 1125 | 1570 | 1420 | 1155 | 1377 |
| B | mm | 1330 | 1330 | 1130 | 1130 | 1330 | 1330 |
| B1 | mm | 1160 | 1210 | 1003 | 1053 | 1203 | 1253 |
| B2 | mm | 665 | 665 | 565 | 565 | 665 | 665 |
| B3 | mm | 170 | 120 | 127 | 77 | 127 | 77 |
| B4 | mm | 1146 | 1146 | 946 | 946 | 1146 | 1146 |
| B5 | mm | 115 | 65 | 115 | 65 | 115 | 65 |
| D | mm | 300 | 350 | 350 | 400 | 400 | 400 |
| W | DN | DN65 PN16 | DN65 PN16 | DN80 PN16 | DN80 PN16 | DN80 PN16 | DN80 PN16 |
| G | R | R 2" | R 2" | R 2" | R 2" | DN65 PN16 | DN65 PN16 |
Afmetingen R3407 - R3410

R3407-R3408


R3409-R3410

| Afmeting R3407 | R3408 R3409 | R3410 | |||
| L | mm | 2755 | 3265 | 3265 | |
| L2 | mm | 1120 | 1630 | 1630 | |
| B | mm | 1530 | 1330 | 1530 | |
| B2 | mm | 1407 | 1207 | 1357 | 1407 |
| B3 | mm | 765 | 665 | 765 | 765 |
| B4 | mm | 126.5 | 126.5 | 176.5 | |
| B5 | mm | 1406 | 1206 | 1406 | 1406 |
| B6 | 1140 | 940 | 1140 | 1140 | |
| D | mm | 450 | 450 | 500 | 500 |
| W1 | DN | DN80 PN16 | DN80 PN16 | DN80 PN16 | DN80 PN16 |
| W2 | DN | DN80 PN16 | DN80 PN16 | DN80 PN16 | DN80 PN16 |
| G | DN | DN65 PN16 | DN65 PN16 | DN80 PN16 | DN80 PN16 |

126.5
Technische gegevens R3501 - R3505
| R3501 | R3502 | |||||
| Nominaal vermogen bij 80-60°C max/min kW 613/175 7 | 17/204 811/231 906/258 | 1000/285 | ||||
| Nominaal vermogen bij 75-60°C max/min kW 613/175 7 | 17/204 812/231 907/258 | 1001/285 | ||||
| Nominaal vermogen bij 40/30°C max/min kW 624/195 7 | 30/228 826/258 923/288 | 1018/319 | ||||
| Nominate belasting Hi max/min kW 653/187 764/2 | 8 865/247 966/276 1066/305 | 305 | ||||
| Rendement bij 80/60°C % 93.8 | ||||||
| Rendement bij 40/30°C % 95.5 | ||||||
| Jaarrendement (NNG 75/60°C) % | 102.2 | |||||
| Jaarrendement (NNG 40/30°C) % | - | |||||
| Stilstandsverliezen (Twater = 70°C) | % | 0.3 | ||||
| Max. hoeveelheid condensaat | l/h | - | ||||
| Gasverb. H-gas (G20) max/min (10,9 kWh/m3) | m3/h | 59.9/17.1 | 70.1/20.0 | 79.4/22.7 | 88.6/25.3 | 97.8/27.9 |
| Gasverb. L-gas (G25) max/min (8,34 kWh/m3) | m3/h | 78.3/22.4 | 91.6/26.2 | 103.7/29.6 | 115.8/33.1 | 127.8/36.5 |
| Gasverb. Propaan (G31) max/min (12,8 kWh/kg) | kg/h | 51.0/14.6 | 59.7/17.1 | 67.6/19.3 | 75.5/21.6 | 83.3/23.8 |
| Gasdruk H-gas (G20) | mbar | 20 | ||||
| Gasdruk L-gas (G25) | mbar | 25 | ||||
| Gasdruk Propaan (G31) | mbar | 30/50 | ||||
| Maximale gasdruk | mbar | 100 | ||||
| Rookgastemperatuur bij 80/60°C max/min | °C | 155/65 | ||||
| Rookgastemperatuur bij 40/30°C max/min | °C | 120/55 | ||||
| Rookgashoeveelheid max/min | m3/h | 1287/368 | 1505/430 | 1703/487 | 1901/543 | 2099/600 |
| CO2instilling hoofdrander aardgas H/L max/min | % | 10.0/9.3 | ||||
| CO2instilling hoofdrander aardgas P max/min | % | 11.0/11.0 | ||||
| CO2instilling aansteekbrander aardgas H/L max/min | % | 10.0/10.2 | ||||
| CO2instilling aansteekbrander aardgas P max/min | % | 11.0/11.2 | ||||
| NOx waarde max/min | mg/kWh | 11.5/19.5 | ||||
| CO waarde max/min | mg/kWh | 27.3/6.5 | ||||
| Max. toelaatbare schoorsteenweerstand max/min | Pa | 150 | ||||
| Watervolume | I | 53 | 70 | 75 | 80 | 85 |
| Waterdruk max/min | bar 8/1 | |||||
| Maximale water temperatuur (maximaalthermostat) | °C | 100 | ||||
| Maximaal instelbare gewenste temperatuur | °C | 90 | ||||
| Nominate waterstroming bij dT=20K | m3/h | 26,4 | 30,8 | 34,9 | 39,0 | 43,0 |
| Waterzijdige werkstand bij nominale waterstroming | kPa | 37 | 25 | 30 | 35 | 40 |
| Electrische aansluiting | V | 400 | ||||
| Frequentie | Hz | 50 | ||||
| Zekeriging | A | 16 | 20 | |||
| IP klasse | - | IP20 | ||||
| Max. opgenomen vermogen (excl. pomp) | W | 900 | 1270 | |||
| Max. opgenomen vermogen 3-traps pomp (optie) | W | 960 | 1000 | 1020 | 1400 | 1500 |
| Max. opgenomen vermogen toer.ger. pomp (optie) | W | 394 | 375 | 523 | 557 | 708 |
| Gewicht (leeg) | kg | 740 | 840 | 950 | 1070 | 1200 |
| Geluidsniveau op 1 m afstand dB(A) | 64 | |||||
| Minimale ionisatiestroom | μA | 6 | ||||
| PH waarde condensaat | - | 3.2 | ||||
| CE registratienummer | - | CE-0063AR3514 | ||||
| Wateraansluitingen | - | DN65 PN16 | DN80 PN16 | |||
| Gasaansluiting | - | R 2" | DN65 PN16 | |||
| Rookgasaansluiting | mm | 300 | 350 | 400 | ||
| Luchtinlaat (voortopepassing als gesloten toestel) | mm | 250 | 300 | 355 | ||
| Condensaataansluiting | mm | |||||
R3503
Afmetingen R3501 - R3505




| Afmeting | R3501 | R3502 | R3503 | R3504 | R3505 | ||||||
| L | mm | 22 | 65 | 26 | 53 | 26 | 53 | 26 | 58 | 26 | 58 |
| L1 | mm | 595 | 610 | 610 | 615 | 615 | |||||
| L2 | mm | 700 | 1166 | 1166 | 1166 | 1166 | |||||
| L3 | mm | 108 | 88 | 88 | 88 | 88 | |||||
| H | mm | 1355 | 1355 | 1355 | 1355 | 1355 | |||||
| H1 | mm | 125 | 1400 | 1400 | 155 | 1155 | |||||
| B | mm | 1330 | 1130 | 1130 | 1330 | 1330 | |||||
| B1 | mm | 1210 | 1003 | 1053 | 1203 | 1253 | |||||
| B2 | mm | 665 | 565 | 565 | 665 | 665 | |||||
| B3 | mm | 120 | 127 | 77 | 127 | 77 | |||||
| B4 | mm | 1146 | 946 | 946 | 1146 | 1146 | |||||
| B5 | mm | 65 | 115 | 65 | 115 | 65 | |||||
| D | mm | 300 | 350 | 350 | 400 | 400 | |||||
| W | DN | DN65 | PN16 | DN80 | PN16 | DN80 | PN16 | DN80 | PN16 | DN80 | PN16 |
| G | R | R 2" | R 2" | R 2" | DN65 | PN16 | DN65 | PN16 | |||
| R3600 | R3601 | R3602 | R3603 | R3604 | R3605 | ||
| Nominaal vermogen bij 80-60°C max/min kW 572/142 | 639/182 | 747/212 | 846/241 | 945/269 | 1043/297 | ||
| Nominaal vermogen bij 75-60°C max/min kW 576/144 | 643/184 | 753/215 | 852/243 | 952/272 | 1050/300 | ||
| Nominaal vermogen bij 40/30°C max/min kW 602/159 | 672/203 | 786/237 | 890/268 | 994/300 | 1097/331 | ||
| Nominate belasting Hi max/min kW 585/146 653/187 | 764/218 | 865/247 | 966/276 | 1066/305 | |||
| Rendement bij 80/60°C % | 97.8 | ||||||
| Rendement bij 40/30°C % | 102.9 | ||||||
| Jaarrendement (NNG 75/60°C) | % | 105,1 | |||||
| Jaarrendement (NNG 40/30°C) | % | 109,8 | |||||
| Stilstandsverliezen (Twater = 70°C) | % | 0,3 | |||||
| Max. hoeveelheid condensaat | l/h | - | |||||
| Gasverb. H-gas (G20) max/min (10,9 kWh/m3) | m3/h | 53.7/13.4 | 59.9/17.1 | 70.1/20.0 | 79.4/22.7 | 88.6/25.3 | 97.8/27.9 |
| Gasverb. L-gas (G25) max/min (8,34 kWh/m3) | m3/h | 70.3/17.6 | 78.3/22.4 | 91.6/26.2 | 103.7/29.6 | 115.8/33.1 | 127.8/36.5 |
| Gasverb. Propaan (G31) max/min (12,8 kWh/kg) | kg/h | 45.7/11.4 | 51.0/14.6 | 59.7/17.1 | 67.6/19.3 | 75.5/21.6 | 83.3/23.8 |
| Gasdruk H-gas (G20) | mbar | 20 | |||||
| Gasdruk L-gas (G25) | mbar | 25 | |||||
| Gasdruk Propaan (G31) | mbar | 30/50 | |||||
| Maximale gasdruk | mbar | 100 | |||||
| Rookgastemperatuur bij 80/60°C max/min | °C | 85/65 | |||||
| Rookgastemperatuur bij 40/30°C max/min | °C | 59/36 | |||||
| Rookgashoeveelheid max/min | m3/h | 969/242 | 1076/307 | 1258/359 | 1424/407 | 1590/454 | 1756/502 |
| CO2installing hoofdbrander aardgas H/L max/min | % | 10.0/9.3 | 10.0/9.3 | ||||
| CO2installing hoofdbrander aardgas P max/min | % | 11.0/11.0 | 11.0/11.0 | ||||
| CO2installing aansteekbrander aardgas H/L max/min | % | - | 10.0/10.2 | ||||
| CO2installing aansteekbrander aardgas P max/min | % | - | 11.0/11.2 | ||||
| NOx waarde max/min | mg/kWh | 32.3/18.8 | 11.5/19.5 | ||||
| CO waarde max/min | mg/kWh | 8.2/10.9 | 27.3/6.5 | ||||
| Max. toelaatbare schoorsteenweerstand max/min | Pa | 100 | 150 | ||||
| Watervolume | I | 69 | 73 | 97 | 104 | 110 | 117 |
| Waterdruk max/min | bar | 8/1 | |||||
| Maximale water temperatuur (maximaalthermostat) | °C | 100 | |||||
| Maximaal instelbare gewenste temperatuur | °C | 90 | |||||
| Nominate waterstroming bij dT=20K | m3/h | 24,7 | 27,6 | 32,2 | 36,5 | 40,8 | 45,0 |
| Waterzijdige werkstand bij nominale waterstroming | kPa | 48 | 56 | 38 | 45 | 53 | 60 |
| Electrische aansluiting | V | 400 | |||||
| Frequentie | Hz | 50 | |||||
| Zekeriging | A | 10 | 16 | 20 | |||
| IP klasse | - | IP20 | |||||
| Max. opgenomen vermogen (excl. pomp) | W | 420 | 900 | 1270 | |||
| Max. opgenomen vermogen 3-traps pomp (optie) | W | 940 | 980 | 1400 | 1450 | 1500 | |
| Max. opgenomen vermogen toer.ger. pomp (optie) | W | 471 | 616 | 661 | 867 | 956 | |
| Gewicht (leeg) | kg | 810 | 890 | 1040 | 1150 | 1280 | 1410 |
| Geluidsniveau op 1 m afstand dB(A) | 64 | ||||||
| Minimale ionisatiestroom | μA | 6 | |||||
| PH waarde condensaat | - | 3.2 | |||||
| CE registratienummer | - | CE-0063AR3514 | |||||
| Wateraansluitingen | - | DN65 PN16 | DN80 PN16 | ||||
| Gasaansluiting | - | R 2" | DN65 PN16 | ||||
| Rookgasaansluiting | mm | 300 | 350 | 400 | |||
| Luchtinlaat (voortopepassing als gesloten toestel) | mm | 250 | 300 | 355 | |||
| Condensaataansluiting | mm | 40 | |||||

Afmetingen R3600 - R3605 Standard



| Afmeting | R3600 R3601 | R3602 | R3603 | R3604 | R3605 | |
| L | mm 1958 | 2265 | 2653 | 2653 | 2658 | 2658 |
| L1 | mr595 | 595 | 610 | 610 | 615 | 615 |
| L2 | mm 700 | 590 | 1166 | 1166 | 1166 | |
| L3 | m108 | 198 | 88 | 88 | 88 | |
| H mm | 1355 | 1405 | 1405 | 1405 | 1405 | 1405 |
| H1 mm | 970 | 1175 | 1450 | 1450 | 1205 | 1427 |
| B mm | 1230 | 1330 | 1130 | 1130 | 1330 | 1330 |
| B1 mm | 1110 | 1210 | 1003 | 1053 | 1203 | 1253 |
| B2 mm | 615 | 665 | 565 | 565 | 665 | 665 |
| B3 mm | 120 | 120 | 127 | 77 | 127 | 77 |
| B4 mm | 1046 | 1146 | 946 | 946 | 1146 | 1146 |
| B5 mm | 100 | 65 | 115 | 65 | 115 | 65 |
| D mm | 300 | 300 | 350 | 350 | 400 | 400 |
| D1 mm | 250 | 250 | 300 | 300 | 355 | 355 |
| W1 DN | DN65 PN16 | DN65 PN16 | DN80 PN16 | DN80 PN16 | DN80 PN16 | DN80 PN16 |
| W2 DN | DN65 PN16 | DN65 PN16 | DN80 PN16 | DN80 PN16 | DN80 PN16 | DN80 PN16 |
| G R | R 2" | R 2" | R 2" | R 2" | DN65 PN16 | DN65 PN16 |
Een standardaard toestel bevat volgende
componenten:
| Component | Aantal | Verpakking |
| R3400/R3500/R3600 Verwarmingstoestel,Complet samengeboudengetest | 1 | gemonteerd op houten blokken inclusief houten stootrand, gesealed in PE folie |
| Stelvoeten 4 In kartonnen doos,bovenop toestel | (op R3407-R3410 reeds op de ketel gemonteerd) | |
| Sifon voor condensaataansluiting 1 In kartonnen doos,bovenop toestel | ||
| Bedienings- en Installatiehandleiding 1 In map,bevestigdaanchterzijde toestel | ||
| Electroschema's 1 In map,bevestigdaanchterzijde toestel | ||
Accessoires
Op aanvraag zich auf fabrik meerdere opties en/of accessoires möglichk.
Vraag uw leverancier maar de möglichk-heden.
Transport

Transport
De R3400/R3500/R3600 worden volledig samengebouwd en ingesteld geleverd. Het toestel kan met behulp van een palletwagen met vorken van minimaal 1m worden getransporteerd. De palletwagen kan van de zijkant onder het toestel geplaatst worden.
Wanneer intern transport dit vereist, kan het toestel worden gedemonteerd en inkleinere delen worden getransporteerd. De tabel hieronder geeft voor de hoofdbestanddelen in gedemonteerde toestand aan met welke gewachten en afmetingen rekening gehouden dient te worden.
Wonneer de R3400/R3500/R3600 met behulp van een kraan worden getransporteerd, dient altijd eerst de beplating verwijderd te worden. Bevestig de kraan altijd met hijsbanden aan het frame van het toestel.
| Component | R3600 | R3402 R3501 R3601 | R380003 R3502 R3602 | R3404 R3503 R3603 | R3405 R3504 R3604 | R3406 R3505 R3605 | ||
| Brander m [kg] | 135 | 135 | 140 | 210 | 215 | 220 | 225 | |
| L [mm] | 1010 | 1010 | 1010 | 1420 | 1420 | 1420 | 1420 | |
| B [mm] | 1150 | 1150 | 1310 | 1010 | 1110 | 1210 | 1310 | |
| H [mm] | 420 | 420 | 500 | 500 | 500 | 500 | 500 | |
| 1e warmtewisselaar m [kg] | 120 | 120 | 135 | 180 | 185 | 190 | 195 | |
| L [mm] | 1010 | 1030 | 1010 | 1420 | 1420 | 1420 | 1420 | |
| B [mm] | 1150 | 1150 | 1310 | 1010 | 1110 | 1210 | 1310 | |
| H [mm] | 160 | 150 | 160 | 160 | 160 | 160 | 160 | |
| 2e warmtewisselaar | m [kg] | 135 | 135 | 150 | 200 | 200 | 210 | 210 |
| L [mm] | 1010 | 1030 | 1010 | 1420 | 1420 | 1420 | 1420 | |
| B [mm] | 1150 | 1050 | 1310 | 1010 | 1110 | 1210 | 1310 | |
| H [mm] | 160 | 150 | 160 | 160 | 160 | 160 | 160 | |
| 3e warmtewisselaar (alleen R3600 serie) | m [kg] | - | 135 | 150 | 200 | 200 | 210 | 210 |
| L [mm] | - | 1030 | 1010 | 1420 | 1420 | 1420 | 1420 | |
| B [mm] | - | 1050 | 1310 | 1010 | 1110 | 1210 | 1310 | |
| H [mm] | - | 150 | 160 | 160 | 160 | 160 | 160 | |
| Frame H voor R3600+tussen() | m [kg] | 50 | 50 | 60 | 70 | 70 | 70 | 70 |
| L [mm] | 1325 | 1325 | 1630 | 2004 | 2004 | 2004 | 2004 | |
| B [mm] | 1165 | 1165 | 1266 | 1066 | 1066 | 1266 | 1266 | |
| H [mm] | 460 | 360 | 500 (370) | 500 (370) | 500 (370) | 500 (370) | 500 (370) | |
| Condensbak m [kg] | < 25 | < 25 | < 25 | < 35 | < 35 | < 35 | < 35 | |
| L [mm] | 1320 | 1320 | 1450 | 1950 | 1950 | 1950 | 1950 | |
| B [mm] | 990 | 990 | 1070 | 770 | 870 | 970 | 1070 | |
| H [mm] | 400 | 275 | 400 | 400 | 400 | 400 | 400 |

Transport
| Component | R3407 | ||||
| Brander m [kg] | L [mm] | 230 | 385 | 390 | 395 |
| 1510 | 2050 | 2050 | 2050 | ||
| B [mm] | 1400 | 1250 | 1350 | 1450 | |
| H [mm] | 600 | 600 | 620 | 620 | |
| 1e warmthewisselaar m [kg] | L [mm] | 200 | 325 | 330 | 335 |
| 1510 | 2050 | 2050 | 2050 | ||
| B [mm] | 1425 | 1250 | 1350 | 1450 | |
| H [mm] | 150 | 150 | 150 | 150 | |
| 2e warmthewisselaar | m [kg] | 220 | 365 | 370 | 375 |
| L [mm] | 1510 | 2050 | 2050 | 2050 | |
| B [mm] | 1425 | 1250 | 1350 | 1450 | |
| H [mm] | 150 | 150 | 150 | 150 | |
| Frame | m [kg] | 80 | 120 | 120 | 120 |
| L [mm] | 2010 | 2525 | 2525 | 2525 | |
| B [mm] | 1466 | 1266 | 1466 | 1466 | |
| H [mm] | 510 | 515 | 515 | 515 | |
| Condensbak m [kg] | L [mm] | < 40 | < 55 | < 55 | < 55 |
| 2075 | 2600 | 2600 | 2600 | ||
| B [mm] | 1175 | 975 | 1075 | 1175 | |
| H [mm] | 350 | 350 | 350 | 350 |
R3408
F
Beplating verwijderen

Transport
De beplating dient voor transport van het toestel verwijderd te worden om beschadigingen te voorkomen. Het verwijderen van de beplating gaat als volgt:

Opstelling


Opstelling
Het toestel dient te worden opgesteld in een vorstvrijne ruimte. In geval van een dakopstelling dient het systeme dusdanig te worden aangelegd, dat het toestel Niet het hoogste punt van de installation is. Het toestel dient geplaatst te worden met inachtneming van voldoen de vrij ruimte aan de verschillende zichden, zich afbeelding voor minimale vrij ruimte. Wanner het toestel zonder of met te weinig vrij ruimte worden opgesteld, bemoeilukt dit de onderhoudswerkzaamheden.
Wonneer het toestel juist is gespositionneerd, hunnen de houten blokken worden verwijderd en de verstelbare voeten (met dampers) op de juiste hoogte worden afgesteld. Alle aansluitingen op het toestel dieren pas te worden aangesloten nadat de voeten juist+zijn afgesteld, aangezien de afstelling invloed heeft op de hoogte van de aansluitingen.
De R3407-R3410 worden Niet geleverd op houten blokken, maar op wielen. Wanner het toestel juist is gespositionneerd, dienen de verstelbare voeten (met dampers) op de juiste hoogte te worden afgesteld. De wielen dienen verrolgens te worden verwijderd. Alle aansluitingen op het toestel dienen paste worden aangesloten nadat de voeten juist zijn afgesteld, aangezien de afstellung invloed heeft op de hoogte van de aansluitingen.
Aansluiten

Aansluiten
Dit hoofdstuk geeft aan hoe de volgende aansluitingen op een correcte manier te make:
Waterzijdige aansluitingen (1, 3)
- Condensafvoer (7)
Gasaansluiting (6)
- Rookgasafvoer (5)
Luchtinlaat (alleen bij gebruik als gesloten toestel, apart bestellen (2))
- Electrische aansluitingen (4)
Het toestel dient te worden aangesloten met inachtneming van de (inter-) nationale en lokale normen en voorschriften, de installmenteur is verantwoordelijk voor de najeving hiervan.

Waterzijdige aansluitingen
Het toestel dient op dusdanige wijze te worden aangesloten, dat waterstroming door het toestelijdens bedrivf gegarandeerd wordt. Sluit de aanvoerleiding (3) en retourleiding (1) van het systeme spanningsvrij aan op de aansluitingen van het toestel. Wanner het toestel wordt gebruikt in een systeem met twee retourleidingen (Alleen R3600 Split System), dan dient de retourleiding als koude retour. De 2^e retourleiding dient dan als warme retour.
Condensafvoer (7)
De sifon (inclusief in leveromvang toestel) dient, na deze met water te hebben gemonteerd op de aansluiting aan de onderzijde van de condensbak De aansluiting op het afvoersysteme dient altijd een open verbinding te zichon, om overstroming van het toestel te voorkomen in geval van overstopping van de afvoer.
Aansluiten




Gasaansluiting (6)
De gasaansluiting mag uitsluitend door gecertificierde bedrijven worden aangesloten. Hierbij dienen de (inter-) nationale en lokale normen en voorschriften in achegenomen te worden.
Sluit de gasleiding van het systeme spanningsvrij aan op de gasaansluiting (6) van het toestel. Er dient een gasafsluiter direct achter het toestel geplaatst te worden.
Rookgasafvoer (5)
Regelgevingen met betrekking tot de constructie van rookgasafvoersystemen zijn per land zeer verschillend. Bij aansluiten van de rookgasafvoer van het toestel dienen alle lokaal geldende voorschriftten ten behoeve van rookgasafvoersystemen in acht genomen te worden.
Sluit de rookgasafvoerbuis aan op de aansluiting (5) van het toestel, maak hierbij uitsluitend gebruik van afvoersystemen met een naadloze aansluiting. Een aparte condensafvoer voor het rookgasafvoersysteme is Niet moodzakelijk, aangezien het condensaat via de sifon van het toestel afgevoerd kan worden. Let op volgende punten:
- Gebruik van RVS rookgasafvoersystemen worden aanbevolen
- De diameter van het rookgasafvoersysteme dient te worden berekend volgens de geldende lokale normen

- De lenghte van de rookgasafvoerbuis dient zo kort möglich gehonden te worden (zie planningsdocumentatie voor maximale afvoerlengthe)
- Horizontale afvoerdelen dienen onder een aftschot van tenmiste 3^ te worden gemonteerd
Luchtinlaat (2)
Indien het toestel als gesloten uitvoer- ring gebruikt zal worden. De luchtinlaat kan worden aangesloten wanner het toestel als gesloten uitvoerung besteld is. De diameter van de inlaatbuis dient, samen met de rookgasafvoer, bere-kend te worden volgens de geldende lokale voorschriften. De totale weerstand van rookgasafvoer en luchtinlaat mag Niet groter zich dan de maximaal toelaatbare wonderstand (zie hoofdstuk "Technische gegevens").
Electrische aansluitingen (4)
De electrische aansluitingen mogen uitsluitend door gecertificierde bedrijven worden aangesloten. Hierbij dienen de (inter-)natione en lokale normen en voorschriften in acheit genommen te worden.
De voeding van het toestel dient te worden aangesloten middels een allpolige hoofdschakelaar met een minimale contactafstand van 3mm .Deze schakelaar kan tevens worden gebruikt om het toestel spanningsloos te makenvoor onderhoudswerkzaamheden.
Alle kabels können via de kabelbalken en Doorvoeringen aan dechterzijde van het aansluitpaneel aan de voorzijde van het toestel worden doorgevoerd.
Sluit alle kabels aan op de klemmen-strook, zie electroschema (in envelop aan achechterzijde van het toestel) voor de betekenis van de aanwezige klemmen.
Water en hydraulisch system
Het inbedrijfstellen van het toestel mag enkel worden uitgevoerd door hiervoor gecertificierd personeel. Bij inbedrijnemen van het toestel door nietgecertificierde personen verralt de garantie. Een inbedrijfstellingsrapport dient te worden ingevuld (zie einde van dit hoofdstuk voor voorbeeld van inbedrijfstellingsrapport).
Dit hoofdstuk geeft de inbedrijfstelling van een standardtoestel wee. Indien het toestel is uitgerust met een uittgebreidere regeling (optioneel), dient de bij de regelaar geleverde documentationie geraadpleegd te worden voor het inbedrijfnemen van de regeling.
| Nominal vermogen [kW] | Max. concentratie \( \mathrm{{Ca}}{\left( {\mathrm{{HCO}}}_{3}\right) }_{2} \) [mol/m \( {}^{3} \) ] | Max. totale hardheid \( \left\lbrack {{\mathrm{d}}^{0}\mathrm{H}}\right\rbrack \) |
| 600 - 2000 1.5 8.4 |
Waterkwaliteit
De PH-waarde van het systeemwater moet zichussen 8,0 en 9,5 bevinden. Het chloridegehalte mag Niet hoger+zijn dan 50~mg / l . Binnendringen van zuurstof door diffusieClient te allen tijde worden voorkomen.Schade aan de warmtwisselaar door zuurstofdiffusie valt Niet onder garantie.
In installations met grote watervolumes dient rekening gehonden te worden met maximale (bij)vul-waarden in combinatie met de hardheid van het vulwater, een en ander zoals vastgelegd in de dutse norm VDI2035. In de tabel hiernaast zichn de nominale waarden voor (bij)vulwater te vinden voor de R3400/ R3500/R3600, gerelateerd aan de VDI2035.
| Concentratie Ca(HCO3)2 | Vermogen van installmentie Q (kW) | ||||||||
| 600 | 800 | 1000 | 1200 | 1400 | 1600 | 180000 | |||
| mol/m3 | d0H Max. (bij)vulwater volume V max [m3] | ||||||||
| ≤0.5 | ≤2.8 | - | - | - | 75.1 | 87.6 | 100.2 | 125.21 | |
| 1.0 | 5.6 | - | - | - | 37.6 | 43.8 | 50.1 | 56.3 | 62.6 |
| 1.5 | 8.4 | 12.0 | 16.7 | 20.9 | 25.0 | 29.2 | 33.4 | 37.6 | 41.7 |
| 2.0 | 11.2 | 9.4 | 12.5 | 15.7 | 18.8 | 21.9 | 25.0 | 28.2 | 31.3 |
| 2.5 | 14.0 | 7.5 | 10.0 | 12.5 | 15.0 | 17.5 | 20.0 | 22.5 | 25.0 |
| ≥3.0 | ≥16.8 | 6.3 | 8.3 | 10.4 | 12.5 | 14.6 | 16.7 | 18.8 | 20.9 |
De tabel hiernaast geeft een indicatie van de relatieussen waterkwaliteit en het maximale (bij)vulvolume gedurende de levensduur van het toestel. Raad-2pleeg de originele tekst van de VDI2035 voor verdere informatie.

Waterdruk
Open de aflsuiters maar het systeme. Controleer de waterdruk in het systeme. Indien de waterdruk te laag is (zie tabel), moet water worden bijgevuld tot minimaal de in de tabel vermelde waterdruk. Voor het bijvullen kan gebruik worden gemaakt van de vul-en aftapkraan (2) op de retouraansluiting (1) van het toestel.
| Minimale werkdruk [bar] | Aanvoer temperatuur [°C] |
| >1.5 90 | |
| >1.0 80 |
Hydraulisch system
Controleer of het toestel op dusdanige wijze is aangesloten, dat waterstroming over het toestel tijdens bedrijf te allen tijde kan worden gegardeerd. De waterstroming worden bewaakt middels een stromingsschakelaar, welke het toestel vergrendeld in geval van te lage waterstroming.
Inbedrijfstelling
Gastroevoer
Condensafvoer
Rookgasafvoer en luchtinlaat

Gastroevoer
Controleer de gasaansluiting maar de ketel op lekkage. Indien lekkage worden vastgesteld, dient de aansluiting te worden hersteld alvorens het toestel te starten!
Ontlucht de gasleiding tot aan het gasblok. Hiervoor kan gebruik worden gemaatk van de meetnippel (1) op de gasdrukschakelaar.
Vergeet Niet om de nippel na ontluchten te sluiten!

Controleer de gassoort en verbrandingswaarde, raadpleeg eventeel uw gasbedrijf voor verdere informatie.
Condensafvoer
Verwijder de sifon (2) van de aansluiting onder de condensbak. Vul de sifon met water en monteer.Deze terug onder de condensbak.De sifon moet gezuld zijn voordat het toestel worden gestart, om te voorkomen dat rookgassen via de sifon in het ketelhuis geblazen worden.

Rookgasafvoer en luchtinlaat
Controleer of de rookgasafvoer en luchtinlaat voldoen aan de lokaal geldende voorschriften. Installations die nicht voldoen aan de voorschriften, mogen nicht inbedrijf genomen worden.
Controleer of alle doorlaatopeningen vrij,zijn.
De diameter van de rookgasafvoer en Iuchtinlaat moot Niet worden gereduceerd.
Toestel voorbereiden voor start




Toestel voorbereiden voor start
- Open gaskraan;
- Schakel hoofdschakelaar in voor voedingsspanning\ aar het toestel;
-
Schakel toestel in via aan/uitschakelaar (1)
-
Selecteer bedrijfsmodus "standby" (2) met behulp van draaischakelaar (3);
- Controller de draairichting van de pomp:
- Ontlucht de pomp, verwijder de eindkap van de motorbehuizing;
Het worden aanbevolen om het toestel na de start eenijdje op 50% belasting te lien draaien ter stabilisatie van de verbrandingswaarden. Dit kan als volgt worden ingesteld:
- Open de klep van de regelaar;
- Ga met behulp van de draaischakelaar (3) maar parameter P9 in het menu;
Stel P9 (5) in op 50% (druk programmeerknop (4), verander waarde metdraaischakelaar (3), druk programmeerknop (4) ter bevestiging; - Sluit de klep van de regelaar.
Verbrandingsanalyse




Instellen verbrandingswaarde bij vollast
Start het toestel op servicebedrijf volast (AII). Wanner P9 is gereduceerd tot 50% (zie vorige paragraaf), zal het toestel op 50% belasting bijven. Laat het toestel 3 minutes in bedrijf, alvorens P9 stapsgewijs te verhogen tot 100% . Controller de gasdruk aan de inlaat van het gasblok gedurende het opmodulerenaar 100% : de gasdruk mag Niet onder de minimaal voorgeschreven waarde komen (zie technische gegevens). Stel de minimale gasdrukschakelaar (1) in op 50% van de benodigde gasdruk.
Controleer ten eerste de verbrandingswaarden van de aansteekbrander via het meetbuisje achechterop de ketel (3). Indien moodzakelijk+kennen de verbrandingswaarden worden gecorrigeerd met behulp van de instelschroef op het aansteekgasblok (2).
Controleer verrolgens de verbrandingswaarden van de hoofdbrander via eenmeetpunt in de schoorsteen (4).Indien moodzakelijk kannen de verbrandingswaarden worden gecorrigeerd met behulp van de V-instelschroef op het hoofdgasblok (5).
Instellen verbrandingswaarde bij minimumlast
Schakel het toestel om maar servicebedrijf minimumlast (A1). Controller de verbrandingswaarden opdezelfde wijze als beschreiben voor vollast. De verbrandingswaarden voor de aansteekbrander hunnen, indienoodzakelijk, worden gecorrigeerd met behulp van de stelschroef op het aansteekgasblok (6).De verbrandingswaarden voor de hoofdbrander hunnen, indienoodzakelijk, worden gecorrigeerd met behulp van de stelschroef op het hoofdgasblok (7).
Controleren verbrandingswaarde bij 50% belasting
Het is aanbevolen om de verbrandingswaarde bij 50% belasting te meten alsreferentie voor een stabiele gas/luchtverhouding over het gehele modulatiegebied van het toestel. De CO_2 waarde dient zich te bevindenussen de ingestelde waarden bij vollast en minimumlast. De CO-waarde moet ongeveer gelijk zijn aan de waarden bij vollast en minimumlast.
Vergeet nicht om na de verbrandingsanalyse de regelaar om te schakelen aan automatische bedrijf (O).
| Aansteekbrander | ||
| Verbrandingswaarden aardgas G20 / G25 | ||
| Alle ketels | ||
| CO2,max % | 10.0 ± 0.2 | |
| COmax | ppm | < |
| CO2,min % | 10.2 ± 0.2 | |
| COmin | ppm | < |
1000
1000
| Aansteekbrander | ||
| Verbrandingswaarden propaan G31 | ||
| parameterwijzigingoodzakelijk P19:100%▶86% | ||
| Alle ketels | ||
| CO2,max% | 11.0 ± 0.2 | |
| COmax | ppm | < |
| CO2,min% | 11.2 ± 0.2 | |
| COmin | ppm | < |
1000
1000
| Hoofdbrander | ||
| Verbrandingswaarden aardgas G20 / G25 | ||
| Alle ketels | ||
| CO2, max % | 10.0 ± 0.2 | |
| COmax | ppm | < |
| CO2, min % | 9.3 ± 0.2 | |
| COmin | ppm | < |
30
30
| Hoofdbrander | ||
| Verbrandingswaarden propaan G31 | ||
| parameterwijzigingoodzakelijk P19:100% ▶ 86% | ||
| Alle ketels | ||
| CO2,max % | 11.0 ± 0.2 | |
| COmax | ppm | < |
| CO2,min % | 11.0 ± 0.2 | |
| COmin | ppm | < |
30
30
Luchtdrukschakelaar



Instellen luchtdrukschakelaar Sluit de manometer aan op de aangegeven meetpunten op de luchtdrukschakelaar (1). Start het toestel op servicebedrivij minimumlast (^) .Meet versolgens het drukverschil over de schakelaar, dit dient ≈ 0.8 mbar te zichn. Draai de knop op de luchtdrukschakelaar (2) linksom tot het einde. Verlaag de instelling op pameter P17 stapsgewijs totdat het gemeten drukverschil 0.4 mbar bedraagt.Draai versolgens de knop op de luchtdrukschakelaar langzaam rechtsom totdat het toestel op storing gaat. Stel P17 wee in op de originele waarde!! Reset de storing.Start het toestel verwolgens weer en controllerer of het luchtdruschakelaarcontact bij 0.4 mbar sluit (pijlte bij DW in display van de ketelregelaar) (3). Herhaal desnoods bovenstaande procedure.
Waterstroming
Waterstroming
De waterstroming door het toestel kan op twee manieren worden gecontroleerd. Hieronder volgen voor beiden manieren de handelingsmethode.
T meting
Meet het temperatuurverschil over het toestel ( T aanvoer-retour) wanner het toestel in bedrijf is op vollast. De nominale T is 20K, de actuèle waarde dient zich alkijd:tussen 15K en 25K te bevinden om een goede functionaliteit te garanderen. Een individatie van de actuèle waterstroming (qactuel) kan worden gezonden met de nevenstaande berekening (zie onderstaande tabellen voor nominale waarden).
$$ \mathrm {q} _ {\text {a c t u e e l}} = \left(\Delta \mathrm {T} _ {\text {n o m i a a l}} / \Delta \mathrm {T} _ {\text {g e m e t e n}}\right) ^ {*} \mathrm {q} _ {\text {n o m i a a l}} \quad \left[ \mathrm {m} ^ {3} / \mathrm {h} \right] $$
p meting
Meet het drukverschil over het toestel (Ap aanvoer-retour) wonneer de pomp is ingeschakeld op maximaal toerental (brander hoeft nicht ingeschakeld teijken). De nominale p voor elk type R3400/R3500/R3600 is te vinden in onderstaande tabel, de actuèle Ap dient zich te bevinden:tussen: 0.35^ p_nominal≤ P≤ 1.75^ p_nominal Een individatie van de actuèle waterstroming (qactueli) kan worden gezonden met de nevenstaande berekening (zie onderstaande tabellen voor nominale waarden):
$$ \mathrm {q} _ {\text {a c t u e e l}} = \sqrt [ 3 ]{\left(\Delta p _ {\text {g e m e t e n}} / \Delta p _ {\text {n o m i a l}}\right) ^ {*} q _ {\text {n o m i a l}}} \left[ \mathrm {m} ^ {3} / \mathrm {h} \right] $$
| Gegevens waterstroming R3401 - R3405 bij ΔT 20K | ||||||
| R3401 | R3402 | R3403 | R3404 | R3405 | ||
| Nominale waterstroming | [m3/h] | 28.5 | 31.6 | 37.0 | 41.8 | 46.8 |
| Δp bij nom. waterstroming | [kPa] | 46 | 53 | 36 | 43 | 50 |
| Gegevens waterstroming R3406 - R3410 bij ΔT 20K | ||||||
| R3406 | R3407 | R3408 | R3409 | R3410 | ||
| Nominale waterstroming | [m3/h] | 51,6 | 56,1 | 64,1 | 72,1 | 80,1 |
| Δp bij nom. waterstroming | [kPa] | 58 | 91 | 60 | 130 | 165 |
| Gegevens waterstroming R3501 - R3505 bij ΔT 20K | ||||||
| R3501 | R3502 | R3503 | R3504 | R3505 | ||
| Nominale waterstroming | [m3/h] | 26,4 | 30,8 | 34,9 | 39,0 | 43,0 |
| Δp bij nom. waterstroming | [kPa] | 37 | 25 | 30 | 35 | 40 |
| Gegevens waterstroming R3600 - R3605 bij ΔT 20K | |||||||
| R3600 | R3601 | R3602 | R3603 | R3604 | R3605 | ||
| Nominale waterstroming | [m3/h] | 24,7 | 27,6 | 32,2 | 36,5 | 40,8 | 45,0 |
| Δp bij nom. waterstroming | [kPa] | 48 | 56 | 38 | 45 | 53 | 60 |
Inbedrijfstelling
Controle van veiligheidsrelevante componenten Controle op gasdichtheid Toestel uit bedrijf nemen




Controle van veiligheidsrelevante componenten
De functionaliteit van alle veiligheidsrelevante componenten dient te worden gecontroleerd. Betreffende componenten op een standardtoestel zich de aanvoervoeler, waterstromingsschakelaar, minimum gasdrukschakelaar en ionisatie-electrode.
Aanvoervoeler (1)
Verwijder de stekker van de aanvoer- voeler verwijl de ketel is ingeschakeld. Dit dient te resulteren in een storing met nummer 12.Terugplaatsen van de stekker leidt tot automatisch resetten van de storing door de regelaar, de ketel begint bij warmtevraag aan de startprocedure.
Waterstromingsschakelaar (2)
Sluit de afsluiter (langzaam!) in de aanvoer van het toestel verwijl het toestel in bedrijf is op minimumlast.
Wanner de afsluiter bijna gesloten is en de waterstroming Nieteerereikend is, za de waterstromingsschakelaar het toestel vergrendelen en zar in het display een storing met nummer 40 verschijnen. Open nu de afsluiter, een handmatige reset is vereist om de storing ongedaan te make.
Minimum gasdrukschakelaar (4)
Sluit de gaskraan verwijl het toestel in standby positie (山) staat. Open langzaam de meetnippel op de gasklep (3), meet tegelijkkertijd de gasdruk op de meetnippel van de gasdrukschakelaar (5). In het display van de regelaar versuschijnt een storing met nummer 2 zodra de gasdruk onder de op de schakelaar ingestelde waarde is gekommen. Controller het schakelpunt van de schakelaar op de drukmeter zodia de storing in het display verschijnt. Vergeet Niet alle meetnippels te sluiten en de gaskraan te openen na de test.
Ionisatie-electrode (6)
Verwijder de stekker van de ionisatie- electrode terwijl het toestel in bedrijf is, dit resulteert in een storing met nummer 5. Het toestel zal proberen te herstarten. Wanner stekker van de ionisatie-electrode nog steeds is verwijderd, za de herstart resulteren in een storing met nummer 4. Wanner de stekker is teruggeplaatst, za de ketel succesvol herstarten.
De ionisatiestroom kan worden gemeten door een multimeter (ingesteld op A ) aan te sluitenussen de ionisatielectrode en de stekker. De ionisatiestroom dient alttijd hoger te zichn dan 1.2 A in normale condites za de ionisatiestroom minimaal 6 A bedragen.
Controle op gasdichtheid
Controleer na inbedrijfname alle aansluitingen op gasdichtheid, gebruik hiervoor gaslek spray of geschikte electronische meetapparatuur. Te meten aansluitingen zich:
- Meetnipples;
Toestelaansluitingen;
Aansluitingen gas/luchtmengsystemeem,
Toesteluitbedrijnfemen
Wanner het toestel voor langere periode buiten gebruik gesteld worden, dient het toestel middels volgende procedureuitgeschakeld te worden:
- Schakel het toestel in standby positie (必)
- Schakel het toestel UIT met de aan/uit schakelaar op het bedieningspaneel (7);
Maak het toestel spanningsloos via de hoofdschakelaar in de ketelruimte; - Sluit de gaskraan.
Inbedrijfstellingsrapport
| Inbedrijfstellingsrapport R3400/R3500/R3600 | |||
| Project | |||
| Ketel type Project | |||
| Serienummer Adres | |||
| Bouwjaar Plaats | |||
| Nominale belasting (Hi) [kW] | Datum | ||
| Nominaal vermogen (Hi) [kW] Technicus | |||
| Systeem | |||
| Waterdruk [bar] | Installa: | ||
| Water pH [-] Begane grond | |||
| Water hardheid [d°H] | Kelder | ||
| Water chloridegehalte [mg/l] | Anders: | ||
| Water ΔT vollast [°C] | Hydraulica: | Open verdeler | |
| Water Δpkeitel [kPa] | Platenwarmtewisselaar | ||
| Waterstroming [m3/h] | Bypassketel | ||
| Pomp instelling [-] | Anders: | ||
| Veilgheidsfuncties | |||
| Maximaalthermostat aaninstelling [°C] | Aanvoervoeiler gecontroleerd | ||
| Temp. begrenzer instelling [°C] | Stromingsschakelaar gecontr. | ||
| Min. gasdrukschakelaar instelling [mbar] | |||
| Ontstekingstijd brander [sec] | |||
| Verbrandingsanalyse | |||
| 100% belasting | 50% belasting | Min. belasting | |
| Gasverbruik | [m3/h] | [m3/h] | [m3/h] |
| Gasdruk | [mbar] | [mbar] | [mbar] |
| CO2 Aansteekbrander | [%] | [%] | [%] |
| O2 Aansteekbrander | [%] | [%] | [%] |
| CO Aansteekbrander | [ppm] | [ppm] | [ppm] |
| NOx Aansteekbrander | [ppm] | [ppm] | [ppm] |
| CO2 Hoofdbrander | [%] | [%] | [%] |
| O2 Hoofdbrander | [%] | [%] | [%] |
| CO Hoofdbrander | [ppm] | [ppm] | [ppm] |
| NOx Hoofdbrander | [ppm] | [ppm] | [ppm] |
| Tomgeving | [°C] | [°C] | [°C] |
| Trockgas | [°C] | [°C] | [°C] |
| Twater, aanvoer | [°C] | [°C] | [°C] |
| Twater, retour | [°C] | [°C] | [°C] |
| Ionisatiestroom | [μA] | [μA] | [μA] |
| pventilator | [mbar] | [mbar] | [mbar] |
| pboven brander | [mbar] | [mbar] | [mbar] |
| pvurhaard | [mbar] | [mbar] | [mbar] |
| Parameter instillingen | |||
| P1 Setpoint temperatuur cv [°C] | P12 Temperatuur hysterese [°C] | ||
| P2 Setpoint temperatuur ww [°C] | P17 Ventilator snelheid min. last [‰] | ||
| P11 Maximale setpoint ketel [°C] | P19 Ventilator snelheid vollast [‰] | ||
| Opmerkingen | |||
Dakops
Bediening
Hoofdmenu (bedrijfsmodus)
Parameter menu (informatie/programmeer-modus)
Parameters wijzigen
Bediening
De ingebouwde regeling heeft 2 menu's: het hoofdmenu (bedrijfsmodus) wanner het klepje is gesloten, en het parameter menu (informatie/programmeer-modus) wanner het klepje is geopend. Beide menu's worden uitgelegd in de volgende paragrafen.

Hoofdmenu (bedrijfsmodus) klepje gesloten
Met behulp van de draaischakelaar (1) kan de gewenste bedrijfsmodus (2) worden gekozen de beschikbare modi zijn:
Standby bedrijf (alleen vorstbeveiliging)
② Automatisch bedrijf (cv en ww)
Zomerbedrijf (alleen ww, geen cv)
A1 Servicebedrijf minimumlast
AII Servicebedrijf vollast (begrenst door P9)
In het display worden tevens de actuele aanvoertemperatuur (3) weergegeven. In geval van een storing zal een waarschuwingsindicatie (4) worden weergegeven in combinatie met een storingscode (5). De betekenis van de verschillende storingscodes zijn te vinden in het hoofdstuk "Storingen".

Parameter menu (informatie/programmeer-modus) kleje open
Met behulp van de draaischakelaar (1) hunnen parameter- waarden worden uitgelezen of verander. Een pijtje onder in het display (2) geeft aan welke parameter is geselecteerd. Beschikbare waarden/parameters zich:
P1 Actuele / setpoint aanvoertemperatuur [^]
P2 Actuele / setpoint tapwatertemperatuur [^]
P3 Actuele setpoint temperatuur/vermogen maar toestel [^]
P4 --
P5 Actuele buitentemperatuur [^] (indien voeler aangesloten)
P6 Actuele rookgastemperatuur [^]
P7--
P8 Actuele temperatuur open verdeler [^] (indien voeler aangesloten)
P9 Actuele / begrenzing vermogen brander [%]
P10 Wachtwoord voor configuratiemenu
- P3 geeft het actuele temperatuur-setpoint van het toestel wee, komende van parameter P1/P2 of van een optioneel aan te sluiten (weersafhankelijk) regeling of gebouwenbeheersystem (2-10V). Wanner het toestel op vermogen worden gestuurd via een cascademanager of gebouwenbeheersystem (2-10V), dan geeft parameter P3 het actuele vermogen-setpoint van het toestel wee.
Achter het kleje bevinden zich verdereen optische aansluiting (6),een reset-/programmeerknop (7) en een alarm-/programmeer-LED (8). In het displaykunnen, naast de parameter waarden/instellungen, alle in- en uitgangssignalen worden afgelezen. De betekenis van de signalen is als volgt:
Uitgangssignalen
Gasblok ingeschakeld
Ontstekingstrafo ingeschakeld
Ventilator actief
Ketelpomp ingeschakeld
Tapwaterpomp/omschakelventiel ingeschakeld
Ingangssignalen
Ionisatiestroom gedetecteerd
SW Waterstroming gedetecteerd
DW Luchtdrukschak.gedecteerd
RT Toestel vrijgegeven**
Bus Bus-communicatie actief
**Het vrijgavesignaal is af fabriek uitergerust met een overbrugging, het toestel worden hierdoor altijd vrijgeveen. Wanner het vrijgavesignaal op een gebouwenbeheersysteme is aangesloten (overbrugging moet verwijderd zich!), dient bij uitblijvende vrijgave van het toestel het gebouwenbeheersysteme op functionaliteit te worden gecontroleerd.
Parameters wijzigen
Om parameters te wijzigen, in het voorbeeld parameter P2 (ww setpoint), dient de volgende procedure te worden gevolgd:
- Open het klepje (het pijltje onder in het display wijst parameter P1 aan);
-
Ga met de draaischakelaar maar par
-rometer P2; -
Druk op de reset-/programmeerknop (de LED is nu aan);
- Verander de waarde met behulp van de draaischakelaar totdat de gewens-te waarde is bereikt;
- Druk nogmaals op de reset-/programmeerknop om de wijziging te bevestigen (de LED staat uit);
- Sluit het klepje.
De neue waarde is nu geactiveerd.
Alle overige parameters konnen op bezelfde wijze worden veranderd.
Onderhoud
Controlepunter Electrodes verrangen
Onderhoud aan het toestel mag uitsluitend worden uitgevoerd door gecertificheelde personeel.
Om goed functioneren van de R3400/ R3500/R3600 zeker te stellen, dient tenmintse een keer per Jaar onderhoud aan het toestel gepleegd te worden. Er dient tevens een onderhoudsrapport ingevuld te worden (zie einde van dit hoofdstuk voor voorbeeld van onderhoudsrapport).
Controlepunter
De volgende activiteiten dienen bij onderhoud te worden uitgevoerd,zie vol-gende paragraphen voor gedetailleerdeuitleg van de afzonderlijke punten:
- Vervang de ontstekings- en ionisatie-electrode;
Reinig de condensbak;
Reinig de sifon; - Controller de waterdruk in het system;
-
Controller de waterkwaliteit van zo-wel het systeme- alsook het vulwater;
-
Controller de waterstroming door het toestel;
- Controleer/corrigeer de verbrandingswaarden op vollast en minimumlast met behulp van een rookgasmeter;
- Controller de gasdrukaar het toestel;
- Controller de gasdichtheid van alle afgedichte verbindingen en meetnippels;
- Controller de functionaliteit van alleveiligheidsrelevante componenten;
Maak een onderhoudsrapport.

Electrodes verrangen
De electrodes zich aan dechterzijde van het toestel gemonteerd. Vervang de ontstekingselectrode (1) en ionisatie-electrodes (2) zoals weergegeven in de afbeeling.
Condensbak reinigen Sifon reinigen


Sifon reinigen
- Demonteer de sifon (3) van de aan-sluiting onder de condensbak;
Reinig de sifon en vul deze daarna met schoon water; - Monteer de sifon onder de condensbak.
Condensbak reinigen
- Verwijder het inspectieluik (2) om toegang te krijgen tot de binnenNZijde van de condensbak;
- Reinig de condensbak (1);
- Monteer het inspectieluik.
Waterdruk en waterkaliteit
Controleer of de waterdruk en waterkwaliteit voldoen aan de gestelde eisen. Zie vooreer informatie de paragraaf "Water en hydraulisch systeme" in het hoofdstuk "Inbedrijfstelling".
Waterstroming
Controleer of de waterstroming door het toestel zich binnen de gestelde limieten bevindt. Check if the water flow rate through the boiler is within the limits. Zie voor meer informatie de paragraaf "Waterstroming" in het hoofdstuk "Inbedrijfstelling".
Controle op gasdichthed
Controleer alle aansluitingen op gas-dichtheid, gebruik hiervoor gaslek spray of geschikte electronische meetapparatuur. Te meten aansluitingen zich:
- Meetnipples;
Toestelaansluitingen;
Aansluitingen gas/luchtmengsystem,etc.
Controle van veiligheidsrelevante componenten
Controleer de functionaliteit en instellen-gen van alle aangesloten veiligheidsrelevante componenten. Zie voor meer informatie de paragraaf "Controle van veiligheidsrelevante componenten" in het hoofdstuk "Inbedrijfstelling".
Onderhoudsrapport
| Onderhoudsrapport R3400/R3500/R3600 | |||
| Project | |||
| Ketel type Project | |||
| Serienummer Adres | |||
| Bouwjaar Plaats | |||
| Nominale belasting (Hi) [kW] | Datum | ||
| Nominaal vermogen (Hi) [kW] Technicus | |||
| Systeem | |||
| Waterdruk [bar] | |||
| Water pH [-] | |||
| Water hardheid [d°H] | |||
| Water chloridegehalte [mg/l] | |||
| Water ΔT vollast [°C] | |||
| Water Δpketel [kPa] | |||
| Waterstroming [m3/h] | |||
| Pomp instelling [-] | |||
| Veiligheidsfuncties | |||
| Maximaalthermostaat instelling [°C] | Aanvoervoeler gecontroleerd ☐ | ||
| Temp. begrenzer instelling [°C] | Stromingsschakelaar gecontr. ☐ | ||
| Min. gasdrukschakelaar instilling [mbar] | |||
| Ontstekingstijd brander [sec] | |||
| Verbrandingsanalyse | |||
| 100% belasting | 50% belasting | Min. belasting | |
| Gasverbruik | [m3/h] | [m3/h] | [m3/h] |
| Gasdruk | [mbar] | [mbar] | [mbar] |
| CO2 Aansteekbrander | [%] | [%] | [%] |
| O2 Aansteekbrander | [%] | [%] | [%] |
| CO Aansteekbrander | [ppm] | [ppm] | [ppm] |
| NOx Aansteekbrander | [ppm] | [ppm] | [ppm] |
| CO2 Hoofdbrander | [%] | [%] | [%] |
| O2 Hoofdbrander | [%] | [%] | [%] |
| CO Hoofdbrander | [ppm] | [ppm] | [ppm] |
| NOx Hoofdbrander | [ppm] | [ppm] | [ppm] |
| Ionisatiestroom | [μA] | [μA] | [μA] |
| pventilator | [mbar] | [mbar] | [mbar] |
| pboven brander | [mbar] | [mbar] | [mbar] |
| pvuurhaard | [mbar] | [mbar] | [mbar] |
| Parameter instillingen | |||
| P1 Setpoint temperatuur cv [°C] | P12 Temperatuur hysterese [°C] | ||
| P2 Setpoint temperatuur ww [°C] | P17 Ventilator snelheid min. last [‰] | ||
| P11 Maximale setpoint ketel [°C] | P19 Ventilator snelheid vollast [‰] | ||
| Opmerkingen | |||
In geval van een storing worden in het display, naast een waarschuwingsindicatie () , een storingscode (knipperend) weergegeven. Voordat de storing worden geset, dient de oorzaak gezonden en opgelost te worden. Wanner de bezelfde storing vaker dan 2 keer binnen 6 minuten optreedt of langer dan 6 minuten aanhoudt, za de storingscode worden weergegeven met de toevoeging ^3 . Onderstaande tabel geeft alle möglichke storingscodes wee, inclusief een indicatie van de möglichke oorzaak en oplossing.
| No. | Type storing | Beschrijving | Mogelijk oplossing |
| 1 | Vergrendelend | Aanvoertemperatuur is boven de ingestelde waarde van de maximaalthermostat (100°C) gekommen. | Controler of het toestel op automatisch bedrivij (⊙) is ingesteld, controller of de waterstroming door het toestel voldoet aan de eisen, controler of (P11+P12) < Instelling maximaalther-mostaat (V9). |
| 2 | Blokkerend Gasdruk is benuden de ingestelde waarde van de minimum gasdrukschakelaar gekommen, of een exterveilghe aangesloten op de blokkerende ingang is onderbroken (tijdens de start-fase van het toestel). | Controler de gasdrukaar het toestel / controer de op de blokkerende ingang aangeslo-ten exterveilgheden. | |
| 3 | Blokkerend Gasdruk is benuden de ingestelde waarde van de minimum gasdrukschakelaar gekommen, of een exterveilghe aangesloten op de blokkerende ingang is onderbroken (terwijl toestel in bedrijf). | Controler de gasdrukaar het toestel / controer de op de blokkerende ingang aangeslo-ten exterveilgheden. | |
| 4 | Vergrendelend | Geen ionisationsignaal gedetecteerd tijdens branderstart. | Controler fase/nul aansluiting van de voeding maar het toestel (fasegevoeligheid!), controller de gastroevoer, controller de ontsteking, ver-hoog de gas/luchtverhoudig op het gasblok voor min. last (zeskantschroef). |
| 5 | Vergrendelend | Ionisationsignaal valtweg tijdens bedrijf. | Controler de gasdruk tijdens bedrijf, controer de gas/luchtverhoudig met behulp van een verbrandingsanalyse. |
| 6 | Blokkerend Aanvoertemperatuur is boven de ingestelde waarde van de temperatuurbegrenzer (97°C) gekommen. | Controler of het toestel op automatisch bedrivij (⊙) is ingesteld, controller of de waterstroming door het toestel voldoet aan de eisen, controler of (P11+P12) < Instelling temperatuurbegrenzer (V10). | |
| 7 | Vergrendelend | Externe verilghe aangesloten op de vergren- delende ingang is onderbroken. | Controler de aangesloten exterveilgheden (waterdukrschakelaar(s), mech. STB, enz.) |
| 11 | Vergrendelend | Ionisationsignaal gedetecteerd voor branderstart. | Controler ionisatie-electrode, meet ionisatie-stroom bij uitgeschakelde brander, controller de bedrading tussen ionisatie-electrode en regelunit.. |
| 12 | Blokkerend Aanvoeroel is defect. Controller de wonderstandswaarde van de voe-ler (zie hoofdstuk "Weerstandswaarden voe-lers"), controller bedrading tussen aanvoer-voeer en regelunit. | ||
| 14 | Blokkerend | Tapwatervoeler (optioneel) is defect. | Controler de wonderstandswaarde van de voe-ler (zie hoofdstuk "Weerstandswaarden voe-lers"), controller bedrading tussen tapwater-voeer en regelunit. |
| 15 | Blokkerend Buitenvoeler (optioneel) is defect. Controller de wonderstandswaarde van de voe-ler (zie hoofdstuk "Weerstandswaarden voe-lers"), controller bedrading tussen buitenvoe-ler en regelunit. | ||
| 18 | Blokkerend Verdelervoel (optioneel) is defect. Controller de wonderstandswaarde van de voe-ler (zie hoofdstuk "Weerstandswaarden voe-lers"), controller bedrading tussen verdeler-voeer en regelunit. | ||
Storingen
| 20 | Vergrendelend | Storing gasklep V1, ionisatiesignaal gedetec-teerd langer dan 5 seconden na branderstop. | Controler sluiten van gasklep V1 in gas-combiblok, verrang gasblok. |
| 21 | Vergrendelend | Storing gasklep V2, ionisatiesignaal gedetec-teerd langer dan 5 seconden na branderstop. | Controler sluiten van gasklep V2 in gas-combiblok, verrang gasblok. |
| 22 | Vergrendelend | Luchtstroom teklein tijdens voorspoelen, de luchtdukschakelaar komt nicht in tijdens het voorspoelen. | Controler instelling luchtdukschakelaar, con-troleer of ventilator draait. |
| 23 | Vergrendelend | Luchtdukschakelaar valt Niet af, de luchtduk-schakelaar valt Niet af verwijl de ventilator uitge-schakeld is. | Controler instelling luchtdukschakelaar |
| 27 | Vergrendelend | Luchtdukschakelaar valt af tijdens bedrijf, ter-wijl de brander in bedrijf is valt de luchtduks-schakelaar af. | Controler instelling luchtdukschakelaar |
| 30 | Vergrendelend | CRC storing in parameterset ketelparameters (P11-P40). | Controler instillingen parameter P11-P40, verander waarde van een parameter binnen parameterset P11-P40 (storing verdwijnt), ver-ander alle parameters terug maar oorspronkelij-ke instelleningen. |
| 31 | Vergrendelend | CRC storing in parameterset veiligheidsparam-eters (V1-V16). | Controler instillingen parameter V1-V16, verander waarde van een parameter binnen parameterset V1-V16 (storing verdwijnt), ver-ander alle parameters terug maar oorspronkelij-ke instelleningen. |
| 32 | Blokkerend | Voedingsspanning�eregulunit is te laag. Controler | zekering van regulunit, controleer voeding�eregulunit. |
| 40 | Vergrendelend | Waterstromingsschakelaar is onderbroken ter-wijl pomp worden aangestuurd. | Controler functionaliteit van de pomp, contro-leer of de waterstroming door het toestel vol-doet aan de eisen, controleer functionaliteit van de waterstromingsschakelaar. |
| x.y. | Vergrendelend | alle storingscodes welke Niet voorkomen in hierboven genoemde lijst)Interne storing regulunit | Druk resetknop. Vervang de regulunit wanneer de storing Niet kan worden gereset of wanneer de storing zich blijft herhalen. |

In onderstaande grafieken zijn de weerstandswaarden weergegeven van alle voelers die worden gezbrukt in het standaardtoestel en de leverbare optiesets. De grafieken zijn een weergave van de gemiddelde waarden,kleine afwijkigen als gevolg van tolerancies�n mogelijk.
Bij het meten van de weerstandswaarde dient het toestel uitgeschakeldte+zijn.Meet zo zichd mightijk bij devoeler, om meetafwijkingen als geolg van kabelweerstanden te vermijden.
Verklaring van overeenstemming
Rendamax BV, Hamstraat 76, 6465 AG Kerkrade (NL), verklaart dat de producten
R3400/3500/3600
zijn geconstrueerd volgens volgende richtlijnen:
EN 656
EN 15417
EN 13836
EN 55014-1 / -2
EN 61000-3-2 /-3
EN 60 335-1/-2
voldoen aan de volgende normen:
Deze producten zijn geregisteerd onder CE nr.:
CE-0063AR3514
Kerkrade, 10-06-2013

A.J.G. Schuiling
Plant manager
R3400/R3500/R3600


SimpelGids