R600 - Cv-ketel Elco - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis R600 Elco in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - R600 Elco
Gebruikersvragen over R600 Elco
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Cv-ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding R600 - Elco en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. R600 van het merk Elco.
GEBRUIKSAANWIJZING R600 Elco
Bedienings- en Installatiehandleiding alleen voor bevoegde vakmensen

Bedienings- en Installatiehandleiding
Alleen voor bevoegde vakmensen
R 600
elco


| Inhoud | 2 | |
| Veiligheid | Algemene bepalingen. 3 Toepassing . 3 Normen en | |
| Constructie | Opbouw van het toestel. 4 Werkingsprincipe . 4 | |
| Technische gegevens | 5 | |
| Leveromvang | Standaard toestel. 7 Accessoires . 7 | |
| Installatie | Transport. 8 Beplating Opstelling . 10 Aansluiten . 11 | |
| Inbedrijftstelling | Water en hydraulisch systeme . 13 Gastoevoer . 14 Condensafvoer . 14 Rookgasafvoer en luchtinlaat . 14 Toestel voorbereiden voor start . 15 Verbrandingsanalyse . 16 Waterstroming . 17 | |
| Controle van veiligheidsrelevante componenten . 18 Controle op Toestel uit bedrijf nemen . 18 Inbedrijftstellingsrapport . 19 | ||
| Bediening | Bediening . 20 Beschrijving Overzicht display / program van | |
| Onderhoud | Controlepunter . 23 Electrodes verwangen | |
| Condensbak reinigen . 24 Sifon reinigen . 24 Verbrandingskamer inspecteren . 24 Waterdruk en | ||
| Gasdruk . 25 Controle op | ||
| Controle van veiligheidsrelevante componenten . 25 Onderhoudsrapport . 26 | ||
| Storingen | 27 | |
| Weerstandswaarden voelers | 30 | |
| Verklaring van overeenstemming | 31 | |
Algemene bepalingen Toepassing Normen en voorschriften
Algemene bepalingen
Deze documentatie bevat informatatie, die dient als basis voor een veilige en bedrijfszekere installmentie, inbedrijfname, en levenscylus van het R600 verwarmingstoestel. Alle handelingen beschreiben in deze documentatie月至en enkel uitgevoerd worden door waarvoorgecertificierde bedrijven.
Veranderingen aan deze documentatie können zonder voorafgaande kennisgeving worden uitgevoerd. Hiermee verplichten wij ons Niet om erder geleverde producten dienovereenkomstig aan te passen.
Het verrangen van onderdelen dient uitsluitend te geschieden met originele componenten, bij het gebruik van Nietoriginele componenten vervalt de garantie.
Toepassing
De R600 mag enkel gebruikt worden voor de verwarming van water in verwarmings- en warmwatersystemen. Het toestel dient te worden aangesloten in gesloten systemen met een maximale watertemperatuur van 100^ (maximaalthermostat), maximaal instelbare gewenste waarde is 90^ .
Normen en voorschriften
Installatie, gebruik en onderhoud van de R600 dient.altijd te geschieden met inachtneming van alle geldende (Europese en lokale)normen en voorschriften, waaronder:
- Lokale voorschriften met betrekking tot het installereren van luchttoevoeren rookgasafvoersystemen;
- Voorschriften met betrekking tot het aansluien van electrische toestellen op de electrische hoofdvoorziening;
- Voorschriften met betrekking tot het aansluiken van verwarmingstoestelen op het gasnet;
- Normen en voorschriften voor verilgheidsvoorzijeningen in verwarmingsinstallaties;
- Alle aanvullende lokale wetten en voorschriften betrekking hebende op het installereren en gebruiken van verwarmingsinstallaties.
De R600 is CE gekeurd volgens de volgende Europese regelgevingen:
Aanvullende nationale normen:
Duitsland:
RAL-UZ61/DIN4702-8
Zwitserland:
Opbouw van het toestel Werkingsprincipe




Werkingsprincipe
De R600 is een traploos modulerend verwarmingstoestel. De regelunit in het toestel past de modulatiegraad van het toestel automatisch aan de warmtevraag van het systeem aan. Dit worden gedaan door middel van het varieren van de snelheid van de ingebouwde ventilator. Het Whirlwind gas/lucht mengsystem zal verrolgens automatisch de gashoeveelheid aanpassen aan de gekozen ventilatorsnelheid, om een optimale verbranding en bijbehorend rendement te garanderen. Na verbranding worden de rookgassen, met behulp van de ventilator, van boven
getransporteerd, waarna deze het toestel aan de achterzijde verlaten via de rookgasadapter.
Het retourwateruit het systemtreedt de warmtewisselaar binnen aan de onderzijde, waar de laagst mogelijk rookgastemperatuur heerst. In dit ge- deelte vindt de condensatie plaats. Het water wordt verwolgens van beneden maar boven getransporteerd, waar het na doorstroming van de brander het toestel verlaat via de aanvoeraanslui-ting. Het tegenstroomprincipe (water omhoog, rookgassen omaaag) garandeert zeer effici:ente verbrandingswaarden.
Opbouw van het toestel
De R600 is opgebouwduit de volgende hoofdcomponenten:
1 Beplating
2 Voorpanee
3 Stelvoeten
4 Bedieningspaneel (onder afdekkap)
5 Rookgasaansluiting
6 Luchtinlaat (onder beplating)
7 Gasaansluiting
8 Anvoeraansluiting waterzijdig
9 Retouraansluiting waterzijdig
10 2^e (warme) retouraansluiting (voor gebruik als split system)
11 Vul/aftap kraan
12 Doorvoer tbv electrische aansluitingen
13 Frame
14 Brander/1' warmtewisselaar
15 2^e / 3^e warmtewisselaar
16 Waterverdeelstukken
17 Condensbak
18 Whirlwind gas/lucht mengsysteme
19 Ventilator
20 Gasblok
21 Gasdrukschakelaar
22 Inspectieluik verbrandingskamer
23 Onstekings- en ionisatie-electrode
24 Sifon
25 Rookgasadapter
De LMS14 regelunit controleert het toestel tijdens bedrijf via:
- Ketelregeling (stand alone bedrijf);
Weersafhankelijke regeling (met opti- oneel verkrijgbare buitenvoeler); - 0 -10V externe aansturing (temperatuur of belasting) door gebouwenbeheersystem.
Technische gegevens
| R601 R602 | R603 | R604 | R605 | R606 | R607 | |||
| Nominal vermogen bij 80-60°C max/min* | kW | 142.1/23.3 | 190.1/39.5 | 237.2/39.5 | 285.2/39.5 | 380.2/76.6 | 475.3/76.6 | 539.0/76.6 |
| Nominal vermogen bij 75-60°C max/min* | kW | 142.2/23.5 | 190.3/39.5 | 237.4/39.5 | 285.5/39.5 | 380.6/76.6 | 475.8/76.6 | 539.6/76.6 |
| Nominal vermogen bij 40/30°C max/min* | kW | 150.7/26.7 | 201.6/45.2 | 251.4/45.1 | 302.3/45.2 | 403.1/87.7 | 503.9/87.7 | 571.5/87.7 |
| Nominate belasting Hi max/min* | kW | 145.0/24.5 | 194.0/41.5 | 242.0/41.5 | 291.0/41.5 | 388.0/80.5 | 485.0/80.5 | 550.0/80.5 |
| Rendement bij 80/60°C % 98.0 | ||||||||
| Rendement bij 40/30°C % | 103.9 | |||||||
| Jaarrendement (NNG 75/60°C) | % | 106.8 | ||||||
| Jaarrendement (NNG 40/30°C) | % | 110.4 | ||||||
| Stilstandsverliezen (Twater = 70°C) | % | 0.21 | 0.18 | 0.17 | 0.16 | 0.15 | 0.14 | 0.13 |
| Max. hoeveelheid condensaat | l/h | 11 | 15 | 19 | 22 | 30 | 37 | 42 |
| Gasverb. H-gas (G20) max/min (10,9 kWh/m3) | m3/h | 13.3/2.3 | 17.8/3.8 | 22.2/3.8 | 8 | 26.7/3.8 | 35.6/7.4 | 44.5/7.4 |
| Gasverb. L-gas (G25) max/min (8,34 kWh/m3) | m3/h | 17.4/2.9 | 23.2/5.0 | 29.0/5.0 | 34.9/5.0 | 46.5/9.7 | 58.2/9.7 | 66.0/11.2 |
| Gasverb. LL-gas (G25) max/min (8,34 kWh/m3) | m3/h | 17.4/2.9 | 23.2/5.8 | 29.0/5.8 | 34.9/5.8 | 46.5/11.2 | 58.2/11.2 | 66.0/11.2 |
| Gasverb. Propan (G31) max/min (12,8 kWh/kg) | kg/h | 11.3/1.9 | 15.2/3.2 | 18.9/3.2 | 22.7/3.2 | 30.3/6.3 | 37.9/6.3 | 43.0/6.3 |
| Gasdruk H-gas (G20) | mbar | 20 | ||||||
| Gasdruk L/LL-gas (G25) | mbar | 25 | ||||||
| Gasdruk Propan (G31) | mbar | 30/50 | ||||||
| Maximale gasdruk | mbar | 100 | ||||||
| Rookgasttemperatuur bij 80/60°C max/min | °C | 78/61 | ||||||
| Rookgasttemperatuur bij 40/30°C max/min | °C | 56/30 | ||||||
| Rookgashoeveelheid max/min* | m3/h | 238/40 | 318/69 | 397/69 | 477/69 | 636/134 | 795/134 | 901/134 |
| CO2installing aardgas H/E/L/LL max/min | % | 10.2/9.4 | ||||||
| CO2installing aardgas P max/min | % | 11.9/10.0 | ||||||
| NOx waarde max/min | mg/kWh | 35/15 | ||||||
| CO waarde max/min | mg/kWh | 14/8 | ||||||
| Max. toelaatbare schoorsteenweerstand max/min | Pa | 160/10 | 160/10 | 200/10 | 200/10 | 200/10 | 250/10 | 250/10 |
| Watervolume | I | 27 | 31 | 35 | 61 | 68 | 75 | |
| Waterdruk max/min | bar 8/1 | |||||||
| Maximale water temperatuur (maximaalthermostat) | °C | 100 | ||||||
| Maximaal instilbare gewenste temperatuur | °C | 90 | ||||||
| Nominale waterstroming bij dT=20K | m3/h | 6.1 | 8.1 | 10 | 2 | 12 | 16.3 | 2 |
| Waterzijdige werkstand bij nominale waterstroming | kPa | 10 | 18 | 28 | 15 | 27 | 42 | |
| Electrische aansluiting | V | 230/400 | ||||||
| Frequentie | Hz | 50 | ||||||
| Zekerig | A | 10 | ||||||
| IP klasse | - | IP20 | ||||||
| Max. opgenomen vermogen max/min (excl. pomp) | W | 158/43 | 200/35 | 230/35 | 260/35 | 470/61 | 650/61 | 770/61 |
| Max. opgenomen vermogen 3-traps pomp (optie) | W | 170/90 | 190/120 | 380/210 | 380/210 | 530/300 | 720/380 | 1150/600 |
| Max. opgenomen vermogen toeer.ger. pomp (optie) | W | 180/10 | 180/10 | 435/25 | 435/25 | 450/25 | 800/35 | 800/35 |
| Max. opgenomen vermogen bypasspomp (optie) | W | 55/35 | 85/65 | 170/90 | 170/90 | 190/120 | 460/225 | 470/280 |
| Gewicht (leeg) | kg | 295 | 345 | 400 | 465 | 535 | 590 | 650 |
| Geluidsniveau op 1 m afstand | dB(A) | 59 | ||||||
| Minimale ionisatiestroom | μA | 6 | ||||||
| PH waarde condensaat | - | 3.2 | ||||||
| CE registratienummer | - | CE-0063BS3840 | ||||||
| Wateraansluitingen | - | R2" | DN65 PN16 | |||||
| Gasaansluiting | - | R3/4" | R1" | R1" | R1" | R1.1/2" | R1.1/2" | R1.1/2" |
| Rookgasaansluiting | mm | 150 | 150 | 200 | 200 | 250 | 250 | 250 |
| Luchtinlaat (voortopepassing als gesloten toestel) | mm | 130 | 150 | 150 | 150 | 200 | 200 | 200 |
| Condensaataansluiting | mm | 40 | 40 | 40 | 40 | 40 | 40 | |
- min vermogen bij gassoorten H/L/Propaan. Voor typen R602-R607 bij gassoort LL is min vermogen 15% hoger.




| Dimension | R601 | R602 | R603 | R604 | R605 | R606 | R607 | |
| L mm 1105 | 1260 | 1470 | 1220 | 1435 | 1585 | 1735 | ||
| L2 mm | 127.5 | 127.5 | 137.5 | |||||
| H mm 1480 | 1480 | 1500 | 1500 | 1500 | 1500 | 1500 | ||
| H2 mm 1120 | 1130 | 1130 | 1150 | 1245 | 1245 | 1245 | ||
| B mm | 670 | 670 | 670 | 770 | 770 | 770 | 770 | 770 |
| B2 mm | 225 | 235 | 235 | 235 | 215 | 215 | 215 | 215 |
| B3 mm | 260 | 260 | 260 | 310 | 310 | 310 | 310 | 310 |
| B4 mm | 260 | 260 | 260 | 490 | 490 | 490 | 490 | 490 |
| B5 mm | 130 | 130 | 130 | 245 | 245 | 245 | 245 | 245 |
| D1 mm (Diam.) | 130 | 150 | 150 | 150 | 200 | 200 | 200 | 200 |
| D2 mm (Diam.) | 150 | 150 | 200 | 200 | 250 | 250 | 250 | 250 |
| W1 R" / DN | R2" | R2" | R2" | DN65 PN16 | ||||
| W2 R" / DN | R2" | R2" | R2" | DN65 PN16 | ||||
| G R | R 3/4" | R 1" | R 1" | R 1" | R 1" | R 1 1/2" | ||
1 Electrische aansluitingen
2 Gas aansluiting
3 Water aanvoer
4137Maten getgur (Koug) 187.5
5 Luchtinlaat (onder beplating)
6 Water 2e retour (Warm)
7 Vul/aftapkraan
8 Rookgasafvoer
9 Condensafvoer
Leveromvang
Standaard toestel Accessoires
Standaard toestel
Een standardaard toestel bevat volgende componenten:
| Component | Aantal | Verpakking |
| R600 Verwarmingstoestel,Complet samengebouwd engetest | 1 | gemonteerd op houten blokken incl houten stool-rand, gesealed in PE folie |
| Stelvoeten | 4 | |
| Sifon voor condensaataansluiting 1 Kartonnen doos op warmtwisselsaar (onder bepla-ting) | ||
| Ombouwset tbv aardgas L en propaan incl. instructie | 1 | Kartonnen doos op warmtwisselsaar (onder bepla-ting) |
| Bedienings- en Installatiehandleiding 1 In map, bevestigdoanfterzijde toestel | ||
| Onderdelenlijst 1 In map, bevestigd aanfterzijde toestel | ||
| Electroschema's 1 In map, bevestigd aanfterzijde toestel | ||
Accessoires
Naast het verwarmingstoestel können volgende accessoires besteld en geleverdijken:
- Standaard 3-traps pomp incl. aan-sluitset;
- Toerengeregelde pomp incl. aansluitset;
Veiligheidsventiel, manometer en ontluchter (3,4,5 or 6 bar) incl. aansluitset; - 2x max. waterdukschakelaar en 1 externe maximaalthermostaat incl. aansluitset;
Gasfilter incl. aansluitset;
Max. gasdrukschakelaar; - Externe maximaalthermostaat incl. aansluitset;
Gaslektester (niet verkrijgbaar voor R601); - Gecontroleerde bypass (incl. pomp)
incl. aansluitset; - Platenwarmtewisselaar (dT=10K/15K of dT=20K) incl. aansluitset;
- Drukloze verdeler, toepasbaar voor dT=10K/15K en dT=20K incl. aan-sluitset;
-
Duo verdeler voor aansluiten van 2 toestellen in cascade (excl. aansluitset);
-
Uitbredingsmodule AVS75 voor aansturing van een gemengde verwarmingsgroep of aansturing van een ruimteventilator en/of externe hoofdgasklep. Per toestel konnen maximaal 3 AVS75 modules aangesloten worden (2x verwarmingsgroep, 1x ruimteventilator/ext. hoofdgasklep);
- Additionele regelaar RVS63 voor secu-daire verwarmingsgroepen, indieneer dan 2 verwarmingsgroepengeregelddienen te worden (incl. wandkast, alle benodigde voelers en dompelbuizen en aansluitmaterialiaaltbvy busverbinding met de R600).
Bovenstaande accessoires zichen specaaal ontwikkeld voor de R600 en+zijn daarmee eer eenvoudig te installereren (plug and play).Door het kiezen van de gewennen combinatie van accessoires, kurz u uw eigien systemm moeiteloos samenstellen. Vraag uw leverancier vooreer informatie.
Transport

1 Hijsband (4x)
2 Afstandshoeder (2x)
3 Bevestigingspositie hijsband (4x)
Transport
De R600 worden volledig samengebouwd en ingesteld geleverd. De bredte van het toestel is 670mm voor de typen R601-R603 en 770mm voor de typen R604-R607, hierdoor is het mogelijk het toestel door een normale deur te transporteren zonder componenten te demonteren. Het toestel kan met behulp van een palletwagen worden getransporteerd, de palletwagen kan van de voorzijde of de zijkant onder het toestel geplaatst worden. Wonneer intern transport dit vereist, kan het toestel worden gedemonteerd en inkleiner delen worden getransporteerd. De tabel hieronder geeft voor de hoofdbestanddelen in gedemonteerde toestand aan met welke gewichten en afmetingen rekening gehouden dient te worden.
Wanner de R600 met behulp van een kraan worden getransporteerd, dient altijd eerst de beplating verwijderd te worden. Bevestig de kraan altijd met hijsbanden aan het frame van het toestel.
| Component | R601 | |||||||
| Brander/1ewarmtewisselaar Gewicht [kg] | 86 | 100 | 112 | 135 | 158 | 181 | 198 | |
| Lengte [mm] | 735 | 885 | 1035 | 735 | 885 | 1035 | 1185 | |
| Breedte [mm] | 400 | 400 | 400 | 680 | 680 | 680 | 680 | |
| Hoopte [mm] | 321 | 321 | 321 | 321 | 321 | 321 | 321 | |
| 2e/3ewarmtewisselaar Gewicht [kg] | 90 | 103 | 116 | 150 | 170 | 198 | 219 | |
| Lengte [mm] | 735 | 885 | 1035 | 735 | 885 | 1035 | 1185 | |
| Breedte [mm] | 400 | 400 | 400 | 680 | 680 | 680 | 680 | |
| Hoopte [mm] | 244 | 244 | 244 | 244 | 244 | 244 | 244 | |
| Condensbak | Gewicht [kg] | 7 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 15 |
| Lengte [mm] | 589 | 739 | 889 | 589 | 739 | 889 | 1039 | |
| Breedte [mm] | 385 | 385 | 385 | 665 | 665 | 665 | 665 | |
| Hoopte [mm] | 225 | 225 | 225 | 225 | 225 | 225 | 225 | |
| Frame | Gewicht [kg] | 15 | 16 | 17 | 17 | 18 | 19 | 21 |
| Lengte [mm] | 990 | 1140 | 1350 | 1100 | 1320 | 1470 | 1620 | |
| Breedte [mm] | 624 | 624 | 624 | 724 | 724 | 724 | 724 | |
| Hoopte [mm] | 335 | 335 | 335 | 335 | 335 | 335 | 335 | |
| U-frame met electrobak Gewicht [kg] | 11 | 11 | 11 | 12 | 12 | 12 | 12 | 12 |
| Lengte [mm] | 628 | 628 | 628 | 728 | 728 | 728 | 728 | |
| Breedte [mm] | 1304 | 1304 | 1304 | 1304 | 1304 | 1304 | 1304 | |
| Hoopte [mm] | 202 | 202 | 202 | 202 | 202 | 202 | 202 |
Beplating verwijderen


Transport
De beplating dient voor transport van het toestel verwijderd te worden om beschadigingen te voorkomen. Het verwijderen van de beplating gaat als volgt:



Opstelling


Opstelling
Het toestel dient te worden opgesteld in een vorstvrijne ruimte. In geval van een dakopstelling dient het systeme dusdanig te worden aangelegd, dat het toestel Niet het hoogste punt van de installation is. Het toestel dient geplaatst te worden met inachtneming van voldoen de vrij ruimte aan de verschillende zichden, zich afbeelding voor minimale vrij ruimte. Wanner het toestel zonder of met te weinig vrij ruimte worden opgesteld, bemoeilukt dit de onderhoudswerkzaamheden.
Wanneer het toestel juist is gespositionneerd, kuren de houten blokken (1) worden verwijderd en de verstelbare voeten (2) (met dampers) op de juiste hoogte worden afgesteld. Alle aansluitingen op het toestel dienen pas te worden aangesloten nadat de voeten juist zijn afgesteld, aangezien de afstelling invloeg heeft op de hoogte van de aansluitingen.

Aansluiten

Aansluiten
Dit hoofdstuk geeft aan hoe de volgende aansluitingen op een correcte manier te make:
Waterzijdige aansluitingen
Condensafvoer
- Gasaansluiting
Rookgasafvoer
Luchtinlaat (onder beplating)
- Electrische aansluitingen
Het toestel dient te worden aangesloten met inachtneming van de (inter-) nationale en lokale normen en voorschriften, de installmenteur is verantwoordelijk voor de najeving hiervan.

Waterzijdige aansluitingen
Het toestel dient op dusdanige wijze te worden aangesloten, dat waterstroming door het toestel tijdens bedrivf gegarandeerd wordt. Sluit de aanvoerleiding (4) en retourleiding (5) van het systeme spanningsvrij aan op de aansluitingen van het toestel. Wanner het toestel wordt gebruikt in een systeem met twee retourleidingen, dan dient de retourleiding als koude retour. De 2^ retourleiding (6) dient dan als warmerretour (verwijder kap/blindflens voor aansluiten).
De (optionele) set met veiligheids-ventiel, manometer en ontlucht derient op de aanvoeraansluiting (4) van het toestel te worden gemonteerd, alvorens deze aan te sluiten op de aanvoerleiding van het system.
De (optionele) pompset dient op de retouraansluiting (5) van het toestel te worden gemonteerd, alvorens deze aant te sluiten op de retourleiding van het systeme.
Condensafvoer (7)
De sifon (inclusief in leveromvang toestel) dient, na deze met water te hebben gemonteerd op de aansluiting aan de onderzijde van de condensbak. Leid de slang onder het frame van het toestel en sluit deze aan op het afvoersysteme in het ketelhuis. De aansluiting op het afvoersysteme dient alkijd een open verbinding te zich, om overstroming van het toestel te voorkomen in geval van aver stopping van de afvoer.
Aansluiten

Gasaansluiting (1)
De gasaansluiting mag uitsluitend door gecertificierde bedrijven worden aangesloten. Hierbij dienen de (inter) nationale en lokale normen en voorschriften in acheit genomen te worden.
Sluit de gasleiding van het systeme spanningsvrij aan op de gasaansluiting (1) van het toestel. Er dient een gasafsluiter direct achter het toestel geplaatst te worden.
Een gasfilter (optioneel) kan direct op het toestel worden aangesloten, alvorens de gasleiding van het systeme te monteren.
Rookgasafvoer (7)
Regelgevingen met betrekking tot de constructie van rookgasafvoersystemen zich per land zeer verschillend. Bij aan-sluiten van de rookgasafvoer van het toestel die-nen alle lokaal geldende voorschriften ten behoeve van rookgasafvoersystemen in acht genomen te worden.
Sluit de rookgasafvoerbuis aan op de aansluiting (7) van het toestel, maak hierbij uitsluitend gebruik van afvoersystemen met een naadloze aansluiting. Een aparte condensafvoer voor het rookgasafvoersysteme is Nietoodzakelijk, aangezien het conden-saat via de sifon van het toestel afge-voerd kan worden. Let op volgende punten:
- Gebruik van RVS of kunststof (PPS) rookgasafvoersystemen worden aanbevolen
- De diameter van het rookgasafvoersysteme dient te worden berekend volgens de geldende lokale normen.
- De lenghte van de rookgasafvoerbuis dient zo kort möglich gegonden te worden (zie palningsdocumentatie voor maximale afvoerlengthe)
- Horizontale afvoerdelen dienen onder een aftschot van tenmiste 3^ te worden gemonteerd
Luchtinlaat (3)
De luchtinlaat kan worden aangesloten wonneer het toestel als gesloten uittvoer-ring worden gebruikt. Verwijder de afdekplaat (3) en sluit de aanzuigbuis aan op de aansluiting in de ketel. De diameter van de inlaatbuis dient, samen met de rookgasafvoer, berekend te worden volgens de geldende lokale voorschriften. De totale waterrstand van rookgasafvoer en luchtinlaat mag Niet groter zich dan de maximaal toelaatbare waterrstand (zie hoofdstuk "Technische gevevens").
Wanner het toestel als open toestel wordt geinstalleerd, dient er een luchtinlaatbuis met verticaal leidingdeel tot boven het toestel te worden aangesloten.

Electrische aansluitingen
De electrische aansluitingen mogen uitsluitend door gecertificateerde bedrijven worden aangesloten. Hierbij dienen de (inter)nationale en lokale normen en voorschriften in acheit genomen te worden.
De voeding van het toestel dient te worden aangesloten middels een allpolige hoofdschakelaar met een minimale contactafstand van 3mm .Dezeschakelaar kan tevens worden gebruikt om het toestel spanningsloos te makeen voor onderhoudswerk-Zaamheden.
Alle kabels können via de doorvoering aan de achterzijde van de ketel (10) door de kabelbalk (11) geleid worden tot in het aansluit-paneel (12) aan de voorzijde van het toestel.
Sluit alle kabels aan op de klemmenstreuk, zie electroschema (in envelop aan achechterijde van het toestel) voor de betekenis van de aanwezige klemmen.
Water en hydraulisch system
Het inbedrijfstellen van het toestel mag enkel worden uitgevoerd door hiervoor gecertificiered personeel. Bij inbedrijnemen van het toestel door nichtgecertificierde Personen verralt de garantie. Een inbedrijfstellingsrapport dient te worden ingevuld (zie einde van dit hoofdstuk voor voorbeeld van inbedrijfstellingsrapport).
Dit hoofdstuk geeft de inbedrijfstelling van een standardt toestel wee. Indien het toestel is uitergerust met een uitgebrendere regeling (optioneel), dient de bij de regelaar geleverde documen-tatie geraadpleegd te worden voor het inbedrijfnemen van de regeling.
| Nominal vermogen [kW] | Max. concentratie \( \mathrm{{Ca}}{\left( {\mathrm{{HCO}}}_{3}\right) }_{2} \) [mol/m \( {}^{3} \) ] | Max. totale hardheid \( \left\lbrack {{\mathrm{d}}^{0}\mathrm{H}}\right\rbrack \) |
| 50 - 200 2.0 11.2 | ||
| 200 - 600 1.5 8.4 |
Waterkwaliteit
De PH-waarde van het systeemwater要去 zichussen 8,0 en 9,5 bevinden. Hetchloridegehalte mag Niet hoger zijndan 50~mg / l . Binnendringen van zuurstof door diffusie dient te allen tijdeworden voorkomen.Schade aan dewarmtwisselaar door zuurstofdiffusievalt Niet onder garantie.
In installaties met grote watervolumes dient rekening gehonden te worden met maximale (bij)vul-waarden in combinatie met de hardheid van het vulwater, een en ander zoals vastgelegd in de dutse norm VDI2035. In de tabel hiernaast zijn de nominale waarden voor (bij)vulwater te vinden voor de R600, gerelateerd aan de VDI2035.
| Concentratie\( Ca(HCO_{3})_{2} \) | Vermogen van installmenté Q (kW) | |||||||
| 150 | 200 | 250 | 300 | 400 | 500 | 600 | ||
| mol/m3 | \( d^{o}H \)Max. | (bij)vulwater volume V max [m3] | ||||||
| ≤0.5 | ≤2.8 | - | - | - | - | - | ||
| 1.0 | 5.6 | - | - | - | - | - | - | - |
| 1.5 | 8.4 | 3 | 4 | 5 | 6 | 8 | 10 | 12 |
| 2.0 | 11.2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 6.3 | 7.8 | 9.4 |
| 2.5 | 14.0 | 1.9 | 2.5 | 3.1 | 3.8 | 5.0 | 6.3 | 7.5 |
| ≥3.0 | ≥16.8 | 1.6 | 2.1 | 2.6 | 3.1 | 4.2 | 5.2 | 6.3 |
De tabel hiernaast geeft een indicatie van de relatieussen waterkwaliteit en het maximale (bij)vulvolume gedurende levensduur van het toestel. Raadpleeg de originele tekst van de VDI2035 voor verdere informatie.

Waterdruk
Open de aflsuiters maar het systeme. Controleer de waterdruk in het system. Indien de waterdruk te laag is (zie tabel), moet water worden bijgevuld tot minimaal de in de tabel vermde waterdruk. Voor het bijvullen kan gebruik worden gamaakt van de vul- en aftapkraan (2) op de retouraan-sluiting (1) van het toestel.
Controleer of het toestel op dusdanige wijze is aangesloten, dat waterstroming over het toestelijdens bedrijf te allenijke kan worden gegardeerd. De waterstroming worden bewaakt middels een stromingsschakelaar, welke het toestel vergrendeld in geval van te lage waterstroming.
Inbedrijfstelling
Gastoevoer
Condensafvoer
Rookgasafvoer en luchtinlaat


Gastroevoer
Controleer de gasaansluiting maar de ketel op lekkage. Indien lekkage worden vastgesteld, dient de aansluiting te worden hersteld alvorens het toestel te starten!
Ontlucht de gasleiding tot aan het gasblok. Hiervoor kan gebruik worden gemaatk van de meetnippel (1) op de gasdrukschakelaar.
Vergeet Niet om de nippel na ontluchten te sluiten!
Controleer de gassoort en verbrandingswaarde, raadpleeg eventueel uw gasbedrijf voor verder informatie. Raadpleeg de instructie in de ombouwset wanner het toestel moet worden omgebouwd van/naar aardgas H/L of propaan.
Condensafvoer
Verwijder de sifon (2) van de aan-sluitigonderde condensbak.Vul de sifon met water en monteer deze terug onder de condensbak.De sifon moet gezuld+zijnvoordathettoestelwordt gestart,om te voorkomen dat rookgassen via de sifon in het ketelhuis gebla-zen worden.
Rookgasafvoer en luchtinlaat
Controleer of de rookgasafvoer en luchtinlaat voldoen aan de lokaal geldende voorschriften. Installations die nicht voldoen aan de voorschriften, mogen nicht inbedrijf genomen worden.
Controleer of alle doorlaatopeningen vrij,zijn.
De diameter van de rookgasafvoer en luchtinlaat moot Niet worden gereduceerd.
Inbedrijfstelling
Toestel voorbereiden voor start

Legenda:
A Aan/Uit toets
B ESC-toets
C Ruimtetepmateraur draaiknop
D Bevestigingstoets (OK)
E Handbedrijf-functietoets
F Schoorsteenveger-functietaets
G Infot-oets
H Reset-toets
Bedrijfsmodustoets vermaring
L Display
M Functietoets tapwater

Toestel voorbereiden voor start
- Open gaskraan;
- Schakel hoofdschakelaar in voor coedingsspanning;
- Schakel toestel in via aan/uitschakelaar (1);
- Selecteer bedrijfsmodus,standby (①);
- Controller de draairichting van de pomp;
- Ontlucht de pomp, verwijder de eindkap van de motorbehuizing.
Het worden aanbevolen om het toestel na de start eenijdje op 50% tbelasting te lately draaien ter stabilisatie van de verbrandingswaarden. Dit kan als volgt worden ingesteld:
- Druktoets 1 > 3 Sek, ketel wordt in regelstop-functie ingeschakeld;
- Druk Info-toets (G), de actuèle ketelbelasting (%) worden weergegeven;
- Via „instellen“ (bevestigen met OK-toets) kan nu de ketelbelasting worden verandered, draai met de draaischakelaar (C) en bevestig de waarde 50% met de OK-toets.
Na het controlleren/corrigeren van de verbrandingswaarden (zie volgende pagina), kann de regelstop-functie worden beeindig door drukken van debedrijfsmodus-toets (I) >3 sec.
Verbrandingsanalyse

Instellen verbrandingswaarde bij vollast
Start het toestel op regelstopbedrijf in deellast 50% . Wanner het toestel op 50% belasting brandt, het toestel 3 minutes latent stabilieren. Verhoog verwolgens stapsgewijds de belasting tot 100% . Controller de gasdruk aan de inlaat van het gasblok gedurende het opmodulerenaar 100% : de gas-druk mag Niet onder de minimaal voergeschreven waarde komen (zie technische gegevens). Stel de mini-male gasdrukschakelaar (1) in op 75% van de benodigde gasdruk.
| Verbrandingswaarden aardgas G20 / G25 | ||
| R601-R607 | ||
| CO2,max % | 10.2 ± 0.2 | |
| COmax | ppm | < 30 |
| Verbrandingswaarden propaan G31 | ||
| Ketel ombouwen vóör inbedrijfna-me! zie ombouwinstructie in optieset | ||
| R601-R607 | ||
| CO2,max % | 11.9 ± 0.2 | |
| COmax | ppm | < 30 |

Controleer de verbrandingswaarden via het meetpunt in de schoorsteen-aansluiting (3).Indienoodzakelijk hunnen de verbrandingswaarden worden gecorrigeerd met behulp van de instelschroef aan de uitlaat van het gasblok (2).
Instellen verbrandingswaarde bij minimumlast
Schakel het toestel om maar minimumlast (0%) .Controller de verbrandingswaarden opdezelfde wijze als beschreven voor vollast. De verbrandingswaarden konnen, indien moodzakelijk, worden gecorrigeerd met behulp van de zeskant stelschroef aan de zichkant van het gasblok (4).
Controleren verbrandingswaarde bij 50% belasting
Het is aanbevolen om de verbrandingswaarde bij 50% belasting te meten alsreferentie voor een stabiele gas/luchtverhouding over het gehele modulatiegebied van het toestel. De CO_2 waardeClientzichtbevinden tussend ingestelde waarden bij vollast en minimumlast.De CO-waarde moet ongeveer gewijk zijn aan de waarden bij vollast en minimumlast.
| Verbrandingswaarden aardgas G20 / G25 | ||
| R601-R607 | ||
| CO2.min % | 9.4 ± 0.2 | |
| COmin ppm | < | |

Vergeet nicht om na de verbrandingsanalyse de regelstop-modus te beeindigen en het toestel terug te zettenaar automatische bedrijf
| Verbrandingswaarden propaan G31 | |
| Ketel ombouwen vóör inbedrijf-name! zie ombouwinstructie in optieset | |
| R601-R607 | |
| CO2.min % 10.0 ± 0.2 | |
| COmin ppm | < |

Waterstroming
Waterstroming
De waterstroming door het toestel kan op twee manieren worden gecontroleerd. Hieronder volgen voor beiden manieren de handelingsmethode.
T meting
Meet het temperatuurverschil over het toestel ( T aanvoer-retour) wanner het toestel in bedrijf is op vollast. De nominale T is 20K, de actuele waarde dient zich alkijdussen 15K en 25K te bevinden om een goede functionaliteit te garanderen. Eenindicatie van de actuele waterstroming(qactuel) kan worden gezonden met de volgende berekening (zie onderstaande tabel voor nominale Waarden):
$$ \mathrm {q} _ {\text {a c t u e e l}} = \left(\Delta \mathrm {T} _ {\text {n o m i a a l}} / \Delta \mathrm {T} _ {\text {g e m e t e n}}\right) ^ {*} \mathrm {q} _ {\text {n o m i a a l}} [ \mathrm {m} ^ {3} / \mathrm {h} ] $$
p meting
Meet het drukverschil over het toestel ( p aanvoer-retour) wonneer de pomp is ingeschakeld op maximaal toerental (brander hoeft nicht ingeschakeld te zich). De nominale p voor elk type R600 is te vinden in onderstaande tabel, de actuele p dient zich te bevinden tussen: 0.35^ p_nominal≤ P≤ 1.75^ p_nominal. Een individatie van de actuele waterstroming (q_actuel) kan worden gezonden met de volgende berekening (zie onderstaande tabel voor nominale waarden):
$$ \mathrm {q} _ {\text {a c t u e e l}} = \sqrt {\left(\Delta \mathrm {p} _ {\text {g e m e t e n}} / \Delta \mathrm {p} _ {\text {n o m i a l}}\right) ^ {*}} \quad \mathrm {q} _ {\text {n o m i a l}} [ \mathrm {m} ^ {3} / \mathrm {h} ] $$
| Gegevens waterstroming | ||||||||
| R601 | R602 | R603 | R604 | R605 | R606 | R607 | ||
| Nominale waterstroming | [m3/h] | 6.1 | 8.1 | 10.2 | 12.2 | 16.3 | 20.4 | |
| ΔT bij nom. waterstroming | [°C] | 20 | ||||||
| Δp bij nom. waterstroming | [kPa] | 10 | 18 | 28 | 15 | 27 | 42 | |
Inbedrijfstelling
Controle van veiligheidsrelevante componenten Controle op gasdichtheid Toestel uit bedrijf nemen

1 23
Controle van veiligheidsrelevante componenten
De functionaliteit van alle veiligheidsrelevante componenten dient te worden gecontroleerd. Betreffende componenten op een standard toestel zich de aanvoervoeler, rookgasvoeler, waterstromingsschakelaar, minimum gasdrukschakelaar en ionisatie-electrode.
Aanvoervoeler (1)
Verwijder de stekker van de voeler terwijl de ketel is ingeschakeld. Dit dient te resulteren in een storing met nummer 20. Terugplaatsen van de stekker leidt tot automatisch resetten van de storing door de regelaar, de ketel begint bij warmtevraag aan de startprocedure.
Retourvoeler (2)
Verwijder de stekker van de voeler terwijl de ketel is ingeschakeld. Dit dient teresulteren in een storing met nummer 40.Terugplaatsen van de stekker leidt tot automatisch resetten van de storing door de regelaar, de ketel begint bij warmtevraag aan de startprocedure.
Rookgasvoeler (2)
Verwijder de stekker van de voeler terwijl de ketel is ingeschakeld. Dit dient te resulteren in een storing met nummer 28. Terugplaatsen van de stekker leidt tot automatisch resetten van de storing door de regelaar, de ketel begint bij warmtevraag aan de startprocedure.



Minimum gasdrukschakelaar (5)
Sluit de gaskraan verwijl het toestel in standby positie (6) staat. Open langzaam de meetnippel in de gasleiding (4),meet tegelijkkertijd de gasdruk op de meetnippel van de gasdrukschakelaar (5). In het display van de regelaar verschijnt een storing met nummer 2 zodra de gasdruk onder de op de schakelaar ingestelde waarde is gekommen. Controller het schakelpunt van de schakelaar op de drukmeter zodra de storing in het display verschijnt.Vergeet Niet alle meet-nippels te sluiten en de gaskraan te openen na de test.
Ionisatie-electrode (6)
Verwijder de electrische aansluiting van de ionisatie-electrode verwijl het toestel in bedrijf is, dit resulteert in een storing met nummer 128. Het toestel zal probeen te herstarten. Wanner de electrische aansluiting van de ionisatie-electrode nog steeds is verwijderd, za de herstart resulteren in een storing met nummer 133, wanner de aansluiting is teruggeplaatst, za de ketel succesvol herstarten.
De ionisatiestroom kan worden gemeten door een multimeter (ingesteld op A ) aan te sluiten:tussen de ionisatie-electrode en de electrische aansluiting. De ionisatiestroom dient alttijd hoger te..., dan 1.2 A in normale condites za de ionisatie-stroom minimaal 6 A bedragen.
Controle op gasdichtheid
Controleer na inbedrijfname alle aansluitingen op gasdichtheid, gebruik hiervoor gaslek spray of geschikte electronische meetapparatuur. Te meten aansluitingen zich:
- Meetnipples;
Toestelaansluitingen;
Aansluitingen gas/luchtmengsystem,
Toesteluitbedrijnfemen
Wanner het toestel voor langere periode buiten gebruik gesteld worden, dient het toestel middels volgende procedureuitgeschakeld te worden:
Schakel het toestel in standby positie (6);
Schakel het toestel UIT met de aan/uit schakelaar op het bedieningspaneel (7);
Maak het toestel spanningsloos via de hoofdschakelaar in de ketelruimte;
- Sluit de gaskraan.
Inbedrijfstellingsrapport
| Inbedrijfstellingsrapport R600 | ||||
| Project | ||||
| Ketel type Project | ||||
| Serienummer Adres | ||||
| Bouwjaar Plaats | ||||
| Nominate belasting (Hi) [kW] Datum | ||||
| Nominaal vermogen (Hi) [kW] Technicus | ||||
| System | ||||
| Waterdruk | [bar] | Kelder | Installatie: | |
| Water pH [-] Begane grond | ☐ | |||
| Water hardheid | [d°H] | ☐ | ||
| Water chloridegehalte | [mg/l] | Anders: ........................................................... | ||
| Water ΔT vollast | [°C] | Hydraulica: | Open verdeler | ☐ |
| Water Δpketel | [kPa] | Platenwarmtewisselaar | ☐ | |
| Waterstroming | [m3/h] | Bypassketel | ☐ | |
| Pomp instelling | [-] | Anders:........................................................... | ||
| Veiligheidsfuncties | ||||
| Maximaalthermostaat instelling | [°C] | Aanvoervoeler gecontroleerd | ☐ | |
| Temp. begrenzer instelling | [°C] | Rookgasveeler gecontroleerd | ☐ | |
| Min. gasdrukschakelaar instelling | [mbar] | Stromingsschakelaar gecontr. | ☐ | |
| Ontstekingstijd brander [sec] | ||||
| Verbrandingsanalyse | ||||
| 100% belasting | 50% belasting | Min. belasting | ||
| Gasverbruik | [m3/h] | [m3/h] | [m3/h] | |
| Gasdruk | [mbar] | [mbar] | [mbar] | |
| CO2 | [%] | [%] | [%] | |
| O2 | [%] | [%] | [%] | |
| CO | [ppm] | [ppm] | [ppm] | |
| NOx | [ppm] | [ppm] | [ppm] | |
| Tomgeving | [°C] | [°C] | [°C] | |
| Trookgas | [°C] | [°C] | [°C] | |
| Twater, aanvoer | [°C] | [°C] | [°C] | |
| Twater, retour | [°C] | [°C] | [°C] | |
| Ionisatiestroom | [μA] | [μA] | [μA] | |
| pventilator | [mbar] | [mbar] | [mbar] | |
| pboven brander | [mbar] | [mbar] | [mbar] | |
| pvuhaard | [mbar] | [mbar] | [mbar] | |
| Opmerkingen | ||||
Bediening

Bedrijfsmodustoets tapwater (M)
Om de tapwaterbereiding in te schakelen (balk in het display onder de waterkraan).
Bedrijfsmodustoets verwarming (I)
Om 4 verschillende bedrijfsmodi voor verwarming in te stellen:
Auto uur: automatische modus volgens tijdprogramma.
Zon 24 ur: verwarmen tot nominale comforttemperatuur
Maan 24 aur: verwarmen tot gereduceerde temperatuur Werking met vorstbescherming: verwarminguitgeschakeld, vorstbescherming aan.
Display (L)
Informatietoets (G)
Oproepen van de volgende informatie zonder invloed op de regeling: temperaturen, bedrijfsmodus verwarming/drinkwater, foulmeldingen.
Ruimtetemperatuur-regelknop (C)
- Om de comfortsabele ruimtetepmateru te veranderen.
- Met deze draaiknop kennen bij het programmeren instellen genkozen en veranderd worden.
Bevestigingstoets OK (D)
ESC-toets (B)
Deze bevde toetsen worden samen met de grote draaiknop gebruikt voor het programmeren en configureren van de regeling. Instellenen die nicht met de bedieningselementen bediend konnen worden, gebeuren via de programmering.
Door de ESC-loets in te drukken, gaat u telkens een stap terug; veranderde waarden worden waar bij Niet over-genomen.
Om hier het volgende bedieningsniveau te gaan of de veranderdewaarde op te sloan, wordt de OK-toets ingedrukt.
Handbedrijf-functietoets (E)
Met deze toets gaat de regelaar maar handmatige bediening; alle pompen draaien, de menginrichting worden nicht langer aangestuurd, de ketel worden op 60^ ingesteld (weergave door middel van steeksleutel-symbool).
Aan/uit schakelaar (A)
Positie 0:
Het gehele apparaat en de op het apparaat aingesloten elektrische componenten zijn spanningsloos.
Het apparaat en de op het apparaat aangesloten componenten zijn maar voor gebruik.
Legenda:
A Aan/Uit toets
B ESC-toets
C Ruimtetemperatuur draaiknop
D Bevestigingstoets (OK)
E Handbedrijf-functietoets
F Schoorsteenveger-functietoets
G Infot-oets
H Reset-toets
Bedrijfsmodustoets verwarming
L Display
M Functietaets tapwater
Ontluchtingsfunctie (E)
Wordt de handtoets langer dan 3 sec. ingedrukt, wordt de automatische ontluchting aan de kant van het water uitgevoerd bijv. na het voor de eerste keer vullen van de installmentie.
Daar bij worden de installmentie in de modus veilige functie geschakeld.
De pompen worden verschidene keren in- en uitgeschakeld. Daardoor worden de eventuele aanwezige 3-wegklep op warmwaterpositie geschakeld en de pomp(en) worden een+aantal kerenuit/aan gezet. Aan het einde van deze functie schakelt de ketel maar normal bedrijf terug.
Schoorsteenveger-functietoets (F)
Door deze toets kort in te drukken gaat de ketel waar de bedrijfstoestand voor emissiemeting; door de toets opnieuw in te drukken, resp. automatisch na 15 minuten, worden deze functie opnieuwuitgeschakeld (weergave door middel van steeksleutel-symbol).
Reset toets (H)
Door het kort indrukken van de toets wordt de vergrendeling van de brander opgeheven.
Beschrijving display /programmeren


Verwarmen met de ingestelde comfortwaarde

Verwarmen met de ingestelde gereduceerde waarde

Verwarmen met de ingestelde vorst-beschermingswaarde

Proces bezig - a.u.b. wachten

Brander in Werking (enkel olie-/gasketel)

Foutmeldingen
INFO
Infoniveau geactiveerd
PROG
Programminggeactveerd
ECO
Verwarming tijdelijk uitgeschakeld; ECO-functions actief

Vakantiefunctie actief

Verwarmingskring
No.
Manuele bediening / schoorsteenvegermodus
Nummer van de bedieningsregel (parameternummer)

Programming
Toets OK indrukken (1x)
Basisweergave (toetsen)
Toets OK indrukken (1x)
Toets INFO indrukken (4 sec.)
Eindgebruiker
-gewenst menu selecteren
met toets OK bevestigen
-gwenste parameterers selecteren
met toets OK bevestigen
- met + - wiel wijzigen
- met toets OK bevestigen
met toets ESC terug maar
basisinstelling
Inbedrijfstelling Installateur
- gewenste gebrukerniveaue selecteren
met toets OK bevestigen
-gewenst menu selecteren
met toets OK bevestigen - gewenste parameterers selecteren
met toets OK bevestigen - met + - wiei wizigen
- met toets OK bevestigen
met toets ESC terug maar basisinstelling
Overzicht van basisfuncties
| Toets | Actie | Werkwijze | Weergave/functie |
| Gewenste kamtertemperatur instellen | VG2 samen met VG1Draaiknop links/rechts bedierenDraaiknop opnieuw draienOpstaan met de toets @RESC of 5 sec. wachten of:Druk op de toets | Ingestelde comfortwaarde met knipperende temp.weergaveKnipperende temperatuurweergave in stappenvan 0,5 °C van 10,0 ... 30Ingestelde comfortwaarde aangenomenIngestelde comfortwaarde nicht aangenomen- Na 3 sec. verschijnt de basisweergave | |
| Gewenste kamtertemperatur voor HK1 of HK2 instellen | 2. VG onafhankelijk van HK1Draaiknop links/rechts in druktenToets OKDraaiknop links/rechts indrukenOpstaan met toets OKof 5 sec. wachten of - idrukken van toets@ESC | Verwarmingskring selecterenVerwarmingskring wordt overgenomenknipperende temperatueraanduiding in 0,5 °C stappenvan 10,0-30°CComfortinstelling overgenomenComfortinstelling nicht overgenomen- Na 3 sec. verschijnt basisinstellung | |
| Drinkwaterfunctie AAN- of UIT-schakelen | Druk op toets Drinkwaterfunctie Aan/Uit(Segmentbalk onder drinkwater-symbol zichtbaar/onzichtbaar)- Aan: drinkwaterbereiding volgens schakelprogramma- Uit : geen drinkwaterbereiding-Beschermingsfunctie actief | ||
| Auto | Bedrijfsmodus wisselen | Fabrieksinstalling1 x kort op toets drukkennogiens op toets drukkennogiens op toets drukken | Automatische functie aan, met:- Verwarmingsfunctie volgens tijdprogramma-Temperatuirstellingswaarden volgens verwarmingsprogramma-Beschermingsfuncties actiefZomer/winter automatische wijziging actief-ECO-functies actief(Segmentbalk met�abij horend symbool zichtaar)Voordurend COMFORT verwarmen Aan, met:- Verwarmingsfunctie zonder tijdprogramma op ingestelde waarde-Beschermende functies actiefVoordurend GEREDUCEERD verwarmen, Aan met:- Verwarmingsfunctie zonder tijdprogramma op ingestelde waarde-Beschermingsfuncties actiefZomer/winter automatische wijziging actief-ECO-functies actiefBeschermende functie aan met:- Verwarmingsfunctie uitzgeschakeld-Temperatuur volgens vorbsteschemiring- Beschermingsfuncties actief |
| Regelaarstopfunctie 1 x op | toets drukken > 3 sec. nogens op toets drukken > 3 sec. | 304: Regelaarstopfunctie Instelwaarde instellenna 3 sec. verschijnt basisaanduiding | |
| Weergave van verschillende inlichtingen | 1 x druk op de toetsHerhaalde druk op de toetsHerhaalde druk op de toets......Druk op de toets | INFO-segment worden ingevoedg- Status ketel - Kamertemperatureur-Kamertemperatureur min.- Status drinkwater - Kamertemperatureur max.- Status kring 1 - Buitentemperatureur- Status kring 2 - Buitentemperatureur min.- Buitentemperatureur max.- Uur / datum - Drinkwatertemperatuur 1-Foutmeling - Kettemperatuur Onderhoudsmelding - Vertrektemperatuur(weergave van de inforegels is afblankelijk van de configuratie)Terug maar de basisweergave: INFO-segment verdwijnt | |
| Bedrijfsmodus volgens manueel in te stellen nominale waardenWijziging van de in de fabriek ingestelde keteltemperatuur | kort op toets drukkenkort op toets drukkenDraaiknop +/- draaienkort op toets drukkenDraaiknop OKkort op toets drukken@ESCkort op toets drukken@ | Handmatige bediening aan (schroevendraiersymbol zichtaar)- Verwarmingsmodus met vooraf ingestelde keteltemperatuur(fabrieksinstilling = 60 °C)301: Handbedrivf Waarde handmatige bediening instellen?Knipperende temperatuurweergaveGewenste waarde instellenStatus ketelHandmatige bediening uit (symbool sleutel gaat uit) | |
| Ontluchtingsfunctie | 1 x op toets drukken > 3 sec.opnieuw op toets drukken > 3 sec.. | 312: Ontluchtingsfunctie AANOntluchtingsfunctie UIT | |
| Activering schoonsteen-vegerfunctie | Druk op de toets (< 3 sec.)Herhaalde druk op toets (< 3 sec.) | Schoorsteenfunctie AAnSchoorsteenfunctie UIt | |
| Korte verlag | ng van de kamert. via QAA75 | Verwarmen met ingestelde gereduceerde waardeVerwarmen met ingestelde comfortwaarde | |
| RESET | Reset toets | Apparaat manuele vergrendel, Niet vrijgeven. Apparaatwordt ontrendel, alarmbel verwijdnt | |
Onderhoud
Controlepunter Electrodes verrangen
Onderhoud aan het toestel mag uitsluitend worden uitgevoerd door gecertificheelde personeel.
Om goed functioneren van de R600 zeker te stellen, dient tenmintse een keer perJAar onderhoud aan het toestel gepleegd te worden. Er dient tevens een onderhoudsrapport ingevuld te worden (zie einde van dit hoofdstuk voor voorbeeld van onderhoudsrapport).
Controlepunter
De volgende activiteiten dienen bij onderhoud te worden uitgevoerd,zie vol-gende paragraphen voor gedetailleerdeuitleg van de afzonderlijke punten:
- Vervang de ontstekings- en ionisatie-electrode;
Reinig de condensbak;
Reinig de sifon; - Inspector de verbrandingskamer, reinig deze indienoodzakelijk;
- Controller de waterdruk in het systeme:
-
Controleer de waterkwaliteit van zo-wel het systeme- alsook het vulwater;
-
Controller de waterstroming door het toestel;
- Controleer/corrigeer de verbrandingswaarden op vollast en minimumlast met behulp van een rookgasmeter;
- Controller de gasdrukaar het toestel:
- Controller de gasdichtheid van alle afgedichte verbindingen enmeetnippels;
- Controller de functionaliteit van alleveiligheidsrelevante componenten;
Maak een onderhoudsrapport.

Electrodes verrangen
De electrodes zich in de rechterzijde van het toestel gemonteerd. Vervang de ontstekingselectrode (1) en ionisatie-electrode (2) zoals weergegeven in de afbeeling.
Onderhoud
Condensbak reinigen
Sifon reinigen
Verbrandingskamer inspectoren

Condensbak reinigen
- Verwijder de stekker van de rookgasvoeiler (1);
- Verwijder de interne rookgasbuis (2) van het toestel om toegang te krijgen tot de binnenzijde van de condensbak;
- Reinig de condensbak (3):
- Monteer de rookgasbuis waar in het toestel;
- Monteer de stekker op de rookgas-voeler.




Sifon reinigen
- Demonteer de sifon (4) van de aan-sluiting onder de condensbak;
Reinig de sifon en vul deze daarna met schoon water; - Monteer de sifon onder de condensbak.
Verbrandingskamer inspectoren
- Het inspectieluik bevindt zich aan de rechterzijde van het toestel.
- Verwijder de stralingsplaat (5) van de warmtewisselaar;
- Verwijder het inspectieluik (6);
- Inspector de verbrandingskamer (7), renig deutsche indienoodzakelijk;
- Monteer het inspectieluik en de stralingsplaat na inspectie terug op de oorspronkelijke positie.
Waterdruk en waterkaliteit
Controleer of de waterdruk en waterkwaliteit voldoen aan de gestelde eisen. Zie voor meer informatie de paragraaf "Water en hydraulisch systeme" in het hoofdstuk "Inbedrijfstelling".
Waterstroming
Controleer of de waterstroming door het toestel zich binnen de gestelde limieten bevindt. Check if the water flow rate through the boiler is within the limits. Zie voor meer informatie de paragraaf "Waterstroming" in het hoofdstuk "Inbedrijfstelling".
Verbrandingsanalyse
Controleer de verbranding op vollast en minimumlast, corrigeer de instelling indienoodzakelijk.Een extra analyse op 50% belasting terreferentie wordt aanbevolen.Zie voormeer informatie de paragraaf "Verbrandingsanalyse" in het hoofdstuk "Inbedrijfstelling".
Gasdruk
Controleer de dynamische druk van de gastoevoer aan het toestel, wanner het toestel in bedrijf is op vollast. Wanner het toestel deeluitmaakt van een cascade, dienen tijdens de meting alle toestellen op vollast in bedrijf te zich. Zie technische gegevens voor vereiste drukken.
Controle op gasdichtheid
Controleer alle aansluitingen op gas-dichtheid, gebruik hiervoor gaslek spray of geschikte electronische meetapparatuur. Te meten aansluitingen zich:
- Meetnippels;
Toestelaansluitingen;
Aansluitingen gas/luchtmengsystem, etc.
Controle van veiligheidsrelevante componenten
Controleer de functionaliteit en instellen-gen van alle aangesloten veiligheidsrelevante componenten. Zie voor meer informatie de paragraaf "Controle van veiligheidsrelevante componenten" in het hoofdstuk "Inbedrijfstelling".
Onderhoudsrapport
| Onderhoudsrapport R600 | |||
| Project | |||
| Ketel type Project | |||
| Serienummer Adres | |||
| Bouwjaar Plaats | |||
| Nominale belasting (Hi) [kW] Datum | |||
| Nominaal vermogen (Hi) [kW] Technicus | |||
| Systeem | |||
| Waterdruk [bar] | |||
| Water pH [-] | |||
| Water hardheid [d°H] | |||
| Water chloridegehalte [mg/l] | |||
| Water ΔT vollast [°C] | |||
| Water Δpketel [kPa] | |||
| Waterstroming [m3/h] | |||
| Pomp instelling [-] | |||
| Veilgheidsfuncties | |||
| Maximaalthermostaatinstalling [°C] | Aanvoervoeler gecontrolerd ☐ | ||
| Temp. begrenzer installing [°C] | Rookgasveiler gecontrolerd ☐ | ||
| Min. gasdrukschakelaar installing [mbar] | Stromingsschakelaar gecontr. ☐ | ||
| Ontstekingstijd brander [sec] | |||
| Verbrandingsanalyse | |||
| 100% belasting | 50% belasting | Min. belasting | |
| Gasverbruik | [m3/h] | [m3/h] | [m3/h] |
| Gasdruk | [mbar] | [mbar] | [mbar] |
| CO2 | [%] | [%] | [%] |
| O2 | [%] | [%] | [%] |
| CO | [ppm] | [ppm] | [ppm] |
| NOx | [ppm] | [ppm] | [ppm] |
| Tomgeving | [°C] | [°C] | [°C] |
| Trookgas | [°C] | [°C] | [°C] |
| Twater, aanvoer | [°C] | [°C] | [°C] |
| Twater, retour | [°C] | [°C] | [°C] |
| Ionisatiestroom | [μA] | [μA] | [μA] |
| pventilator | [mbar] | [mbar] | [mbar] |
| Pboven brander | [mbar] | [mbar] | [mbar] |
| Pvuurhaard | [mbar] | [mbar] | [mbar] |
| Opmerkingen | |||
In geval van een storing worden in het display, naast een waarschuwingsindicatie ( ), een storingscode (knipperend) weergegeven. Voordat de storing worden geset, dient deoorzaak gezonden en opgelost te worden. Onderstaande tabel geeft alle mogelijkste storingscodes wee, inclusief een indicatie van de maybeke orzaak en oplossing.
| Code | Storing |
| 0 | Geen storing |
| 10 | Voelerfout buitenvoeler |
| 20 Voelerfout ketelvoeler 1 | |
| 25 Voelerfout vaste-brandstofketel (hout) | |
| 26 Voelerfout aanvoertemperatuur verdeler | |
| 28 | rookgasvoeler |
| 30 | Voelerfout aanvoertemperatuur 1 |
| 31 Voelerfout aanvoertemperatuur 1 koeling | |
| 32 | Voelerfout aanvoertemperatuur 2 |
| 38 Voelerfout aanvoertemperatuur voorregelaar | |
| 40 Voelerfout retourtemperatuur 1 | |
| 46 Voelerfout retourtemperatuur cascade | |
| 47 Voelerfout retourtemperatuur verdeler | |
| 50 | Voelerfout tapwatertemperatuur 1 |
| 52 | Voelerfout tapwatertemperatuur 2 |
| 54 | Voelerfout tapwatervoorregelaar |
| 57 Voelerfout tapwater recirculatietemperatuur | |
| 60 Voelerfout ruimtemperatuur 1 | |
| 65 Voelerfout ruimtemperatuur 2 | |
| 68 Voelerfout ruimtemperatuur 3 | |
| 70 Voelerfout buffertemperatuur 1 | |
| 71 Voelerfout buffertemperatuur 2 | |
| 72 Voelerfout buffertemperatuur 3 | |
| 73 | Voelerfout collectortemperatuur 1 |
| 74 | Voelerfout collectortemperatuur 2 |
| 78 | Dynamische drukschakelaar |
| 82 | LPB-bus adressout |
| 83 | BSB-bus kortsluiting |
| 84 | BSB-bus adressout |
| 85 | BSB-bus wireless communicationse |
| 91 | EEPROM-fout bij vergrendelingsinformatie |
| 98 | Algemene storing uittbreidingsmodule 1 |
| 99 | Algemene storing uittbreidingsmodule 2 |
| 100 | Tweeijd-Masters geprogrammeerd (LPB) |
| 102 | Tijd-Master zonder reserve (LPB) |
| 103 | communicatiebout |
| 105 | Storingsmelding |
| 109 | Keteltemperatuurbewaking |
| 110 | STB-vergrendeling |
| 111 | Vergrendeling temperatur BBewaking |
| 117 | Drukgrens H1, H4, H5, H6 of H7 overschreden |
| 118 | Kritische onderste drukgrens H1, H4, H5, H6 of H7 underschreden |
| 119 | Storing drukschakelaar |
| 121 | Aanvoertemperatuur 1 (verwarmingsgroep 1) bewaking |
| 122 | Aanvoertemperatuur 2 (verwarmingsgroep 2) bewaking |
| 125 | Storing pompbewaking |
| 126 | Bewaking tapwaterlading |
| 127 | Legionellatemperatuur nicht bereikt |
| 128 | Ionisatiestoring tijdens bedrijf (vlam valt weg) |
| 129 | Ventilatorfout of Luchtdukschakelaarfout |
| 130 | Grenswaarde rookgastemperatuur overschreden |
| 131 | Branderstoring |
| 132 | Gasdrukschakelaar- of luchtdukschakelaarfout |
| 133 | Ionisatiestoring tijdens start (geen vlam herkend) |
| 146 | Configuratiefout algemene storingsmelding |
| 151 | Interne storing |
| 152 | Programmatiefout parameterinstellungen |
| 153 | Toestel handmatig vergrendeld |
| 160 | Ventilatorfout |
| 162 | Luchtdukschakelaar schakelt nicht |
| 164 | Fout stromingsschakelaar verwarmingsgroep |
| 166 | Luchtdukschakelaar nicht in ruststand |
| 169 | Sitherm Pro systeemfout |
| 170 | Fout waterduksensor primair |
| 171 | Alarmcontact H1 of H4 actief |
| 172 | Alarmcontact H2 (EM1, EM2 of EM3) of H5 actief |
| 173 | Alarmcontact H6 actief |
| 174 | Alarmcontact H3 of H7 actief |
| 176 | Bovenste drukgrens H2 (EM1, EM2 of EM3) overschreden |
| 177 | Kritische onderste drukgrens H2 (EM1, EM2 of EM3) anderschreden |
| 178 | Temperatuurbewaking verwarmingsgroep 1 |
| 179 | Temperatuurbewaking verwarmingsgroep 2 |
| 183 | Toestel in programmatiemodus |
| 193 | Fout pompbewaking na vlamherkenning |
| 195 | Maximale vultijd per tapwaterlading overschreden |
| 196 | Maximale vultijd per week overschreden |
| 215 | Storing ventilator luchtklep |
| 216 | Stroing toestel |
| 217 | Voelerfout |
| 218 | Drukbewaking |
| 241 | Voelerfout aanvoervoeler solar |
| 242 | Voelerfout retourvoeler solar |
| 243 | Voelerfout zwembadtemperatuur |
| 270 | Bewakingsfunctie |
| 317 | Netfrequentie buiten bereik |
| 320 | Voelerfout tapwater laadtemperatuur |
| 321 | Voelerfout taptemperatuur warmtwisselaar |
| 322 | Bovenste drukgrens H3 overschreden |
| 323 | Kritische onderste drukgrens H3 anderschreden |
| 324 | BX zelfde voeler |
| 325 | BX / uitbreidingsmodule zelfde voeler |
| 326 | BX / menggroep zelfde voeler |
| 327 | Uitbreidingsmodule zelfde functie |
| 328 | Menggroep zelfde functie |
| 329 | Uitbreidingsmodule/menggroep zelfde functie |
| 330 | Voeler BX1 geen functie |
| 331 | Voeler BX2 geen functie |
| 332 | Voeler BX3 geen functie |
| 333 | Voeler BX4 geen functie |
| 334 | Voeler BX5 geen functie |
| 335 | Voeler BX21 geen functie(EM1, EM2 of EM3) |
| 336 | Voeler BX22 geen functie(EM1, EM2 of EM3) |
| 337 | Voeler BX1 geen functie |
| 338 | Voeler BX12 geen functie |
| 339 | Collectorpomp Q5 ontbreekt |
| 340 | Collectorpomp Q16 ontbreekt |
| 341 | Collectorvoeler B6 ontbreekt |
| 342 | Solar tapwatervoeler B31 ontbreekt |
| 343 | Solarintegratie ontbreekt |
| 344 | Solarregelaar buffer K8 ontbreekt |
| 345 | Solarregelaar zwembad K18 ontbreekt |
| 346 | Pomp vaste-brandstofketel Q10 ontbreekt |
| 347 | Vergelijkingsvoeler vaste-brandstofketel ontbreekt |
| 348 | vaste-brandstofketel adresfout |
| 349 | Buffer terugstroombbeveiliging Y15 ontbreekt |
| 350 | Buffer adresfout |
| 351 | Voorregelaar / transportpomp adresfout |
| 352 | Adresfout open verdeler |
| 353 | Voeler gezamenlijke aanvoer B10 ontbreekt |
| 371 | Aanvoertemperatuur 3 (verwarmingsgroep 3) bewaking |
| 372 | Temperatuurbewaking verwarmingsgroep 3 |
| 373 | Algemene storing uittbreidingsmodule 3 |
| 374 | Sitherm Pro berekening |
| 375 | Tapwater stappenmotor |
| 376 | Drifttest grenswaarde |
| 377 | Drifttest verhinder |
| 378 | Herhalingsstell erintere storing agelopen |
| 379 | Herhalingssteller vreemdlicht agelopen |
| 380 | Herhalingsstell er ionisatiestoring tijdens bedrij afgelopen |
| 381 | Herhalingsstell er ionisatiestoring tijdens start agelopen |
| 382 | Herhalingssteller ventilatorfout agelopen |
| 383 | Geen herhaling toegestaan |
| 384 | Vreemdlicht |
| 385 | Onderspanning netspanning |
| 386 | Ventilatortoerental buiten bereik |
| 387 | Storing luchtduksen schakelaar |
| 388 | Tapwatervoeler geen functie |
| 426 | Terugmeling rookgasklep |
| 427 | Configuratie rookgasklep |
| 429 | Dynamische waterdruk te hoog |
| 430 | Dynamische waterdruk te laag |
| 431 | Voeler primaire warmtewisselaar |
| 432 | Functionele aarde nicht (goed) aangesloten |
| 433 | Temperatuur primaire warmtewisselaar te hoog |

NTC 10kΩ Temperatuurvoeler (aanvoer-, retour-, rookgas-, tapwater- en verdelervoeler)

NTC 1kΩ Temperatuurvoeler (buitenvoeler)
In onderstaande grafieken zijn de weerstandswaarden weergegeven van alle voelers die worden gezrukt in het standaardtoestel en de leverbare optiesets. De grafieken zijn een wee-gave van de gemiddelde waarden,kleine afwijkigen als gevolg van tolerancies zichen mogelijk.
Bij het meten van de weerstandswaarde dient het toestel uitgeschakeldte+zijn.Meet zo zich mogelijk bij devoeler, om meetafwijkingen als gevolg van kabelweerstanden te vermijden.
Verklaring van overeenstemming
Rendamax BV, Hamstraat 76, 6465 AG Kerkrade (NL), Verklaart dat het product
R600
Is geconstrueree volgens volgende richtlijnen:
EN 298
EN 656
EN 15420
EN 55014-1/-2
EN 61000-3-2 /-3
EN 60 335-1/-2
En voldoet aan de volgende normen:
Dit product is geregisteerd onder CE nummer:
CE-0063BS3840
Kerkrade, 22-04-2010

R 600


Sommaire 2
SimpelGids