DDA460PT2 - Boor MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DDA460PT2 MAKITA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Boor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DDA460PT2 - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DDA460PT2 van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING DDA460PT2 MAKITA
Haakse accuboormachine GEBRUIKSAANWIJZING 35
Totale lengte *Met de voorhandgreep naar voren gekanteld 538 mm
- 608 mm Nominale spanning 36Vgelijkspanning Nettogewicht 5,7 - 6,4 kg
- Inverbandmetononderbrokenresearchenontwikkeling,behoudenwijonshetrechtvoordebovenstaande technischegegevenszondervoorafgaandekennisgevingtewijzigen.
- De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
- Hetgewichtkanverschillenafhankelijkvandehulpstukken,waaronderdeaccu.Delichtsteenzwaarstecom- binatie, overeenkomstig de EPTA-procedure 01/2014, worden getoond in de tabel. Toepasselijke accu’s en laders Accu BL1815N / BL1820 / BL1820B / BL1830 / BL1830B / BL1840 / BL1840B / BL1850 / BL1850B / BL1860B Lader DC18RC / DC18RD / DC18RE / DC18SD / DC18SE / DC18SF / DC18SH
- Sommigevandehierbovenvermeldeaccu’senladerszijnmogelijknietleverbaarafhankelijkvanwaaru woont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand. Gebruiksdoeleinden Dit gereedschap is bedoeld voor het boren in hout, metaal en kunststof. Geluidsniveau Detypische,A-gewogengeluidsniveauszijngemeten volgens EN62841-2-1: Geluidsdrukniveau(L
):96dB(A) Onzekerheid(K):3dB(A) OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n)is/zijngemetenvolgenseenstandaardtestme- thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed- schaptevergelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n)kan/kunnenookwordengebruiktvooreen beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getroen ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Trilling Detotaletrillingswaarde(triaxialevectorsom)zoals vastgesteld volgens EN62841-2-1: Gebruikstoepassing: boren in metaal Trillingsemissie(a h,D ):2,5m/s
of lager Onzekerheid(K):1,5m/s 236 NEDERLANDS OPMERKING:Detotaletrillingswaarde(n)is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver- gelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar- de(n)kan/kunnenookwordengebruiktvooreen beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getroen ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Verklaringen van conformiteit Alleen voor Europese landen Deverklaringenvanconformiteitzijnbijgevoegdin BijlageAbijdezegebruiksaanwijzing. VEILIGHEIDSWAAR- SCHUWINGEN Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING: Lees alle veiligheids- waarschuwingen, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens behorend bij dit elektrische gereedschap aandachtig door. Als u niet alle onder- staandeaanwijzingennaleeft,kandatresulterenin brand, elektrische schokken en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor- schriften duidt op gereedschappen die op stroom van hetlichtnetwerken(metsnoer)ofgereedschappenmet eenaccu(snoerloos). Veiligheidswaarschuwingen voor een accuboormachine Veiligheidsinstructies voor alle werkzaamheden
1. Gebruik de hulphandgreep (hulphandgrepen).
Verliezen van de macht over het gereedschap kan letsel veroorzaken.
Houd het elektrisch gereedschap alleen vast aan de geïsoleerde handgrepen wanneer de kans bestaat dat het accessoire in aanraking komt met verborgen bedrading. Wanneer accessoires in aanraking komen met onder spanning staande dra- den, zullen de niet-geïsoleerde metalen delen van het gereedschap onder spanning komen te staan zodat degebruikereenelektrischeschokkankrijgen.
Zorg ook altijd dat u stevig op een solide bodem staat. Let bij het werken op hoge plaatsen op dat er zich niemand recht onder u bevindt.
4. Houd het gereedschap stevig vast.
5. Houd uw handen uit de buurt van draaiende
6. Laat het gereedschap niet draaiend achter.
Schakel het gereedschap alleen in wanneer u het stevig vasthoudt.
7. Raak direct na uw werk het boorbit of het werk-
stuk niet aan. Zij kunnen bijzonder heet zijn en brandwonden op uw huid veroorzaken.
Bepaalde materialen kunnen giftige chemicaliën bevatten. Vermijd contact met uw huid en zorg dat u geen stof inademt. Volg de veiligheidsvoor- schriften van de fabrikant van het materiaal.
9. Als het boorbit niet kan worden losgemaakt
ondanks dat de klauwen geopend zijn, gebruikt u een tang om het eruit te trekken. In dat geval kan met de hand eruit trekken leiden tot letselvanwegezijnscherperand. Veiligheidsinstructies bij gebruik van lange boorbits
Gebruik nooit op een hoger toerental dan het maximale nominale toerental van het boorbit. Op eenhogertoerentalzalhetbitwaarschijnlijkverbui- genalshetvrijronddraaitzondercontactmethet werkstuk,waardoorpersoonlijkletselkanontstaan.
2. Begin altijd te boren op een laag toerental en
terwijl de punt van het bit contact maakt met het werkstuk. Op een hoger toerental zal het bit waarschijnlijkverbuigenalshetvrijronddraait zonder contact met het werkstuk, waardoor per- soonlijkletselkanontstaan.
3. Oefen alleen druk uit in een rechte lijn met het
bit en oefen geen buitensporige druk uit. Bits kunnen verbuigen waardoor ze kunnen breken of udecontrolekuntverliezen,metpersoonlijkletsel tot gevolg. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betreende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.37 NEDERLANDS Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu
1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op
(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.
2. Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem
niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu
aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand- wonden en zelfs een ontplong veroorzaken.
4. Als elektrolyt in uw ogen is terechtgeko-
men, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.
5. Voorkom kortsluiting van de accu:
(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spij- kers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden, en zelfs defecten.
6. Bewaar en gebruik het gereedschap en de
accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.
7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-
neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontploen in het vuur.
8. Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in,
snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp.Dergelijkehande- lingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
9. Gebruik nooit een beschadigde accu.
10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn
onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke stoen. Voorcommercieeltransportendergelijkedoor derden en transporteurs moeten speciale vereis- ten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Als voorbereiding van het artikel dat wordt getransporteerdishetnoodzakelijkeenexpertop hetgebiedvangevaarlijkestoenteraadplegen. Houdutevensaanmogelijkstrengerenationale regelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.
11. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert
u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.
12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereed-
schappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, bui- tensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkagevanelektrolyt.
13. Als u het gereedschap gedurende een lange
tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.
14. Tijdens en na gebruik, kan de accu heet wor-
den waardoor brandwonden of koude brand- wonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.
15. Raak de aansluitpunten van het gereedschap
niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.
16. Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond
vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Dit kan leiden tot slechte prestaties of een defect van het gereedschap of de accu.
17. Behalve indien gebruik van het gereedschap
is toegestaan in de buurt van hoogspannings- leidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.
18. Houd de accu uit de buurt van kinderen.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’sdiezijngewijzigd,kanertoeleidendatdeaccu ontploftenbrand,persoonlijkletselenschadeveroor- zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens- duur van de accu
1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen
is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.
2. Laad een volledig opgeladen accu nooit
opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.
3. Laad de accu op bij een omgevingstempe-
ratuur tussen 10°C en 40°C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.
4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u
hem vanaf het gereedschap of de lader.
5. Laad de accu op als u deze gedurende een
lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.38 NEDERLANDS
FUNCTIES LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitge- schakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de func- ties op het gereedschap af te stellen of te controleren. De accu aanbrengen en verwijderen LET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, kun- nen deze uit uw handen glippen en het gereedschap of de accu beschadigen,ofkanpersoonlijkletselwordenveroorzaakt. ►Fig.1: 1. Rood deel 2.Knop3. Accu Omdeaccuteverwijderenverschuiftudeknopaandevoorkant vandeaccuenschuiftutegelijkertijddeaccuuithetgereedschap. Omdeaccuaantebrengenlijntudelipopdeaccuuitmet degroefindebehuizingenduwtudeaccuopzijnplaats. Steekdeaccuzovermogelijkinhetgereedschaptotueen klikgeluid hoort. Als u het rode deel aan de bovenkant van de knop kunt zien, is de accu niet goed aangebracht. LET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden. LET OP: Breng de accu niet met kracht aan. Als deaccunietgemakkelijkinhetgereedschapkanwor- den geschoven, wordt deze niet goed aangebracht. De resterende acculading controleren Alleen voor accu’s met indicatorlampjes ►Fig.2: 1.Indicatorlampjes2. Testknop Druk op de testknop op de accu om de resterende acculading te zien.Deindicatorlampjesbrandengedurendeenkeleseconden. Indicatorlampjes Resterende acculading Brandt Uit Knippert 75% tot 100% 50% tot 75% 25% tot 50% 0% tot 25% Laad de accu op. Er kan een storingzijn opgetreden in de accu. OPMERKING:Afhankelijkvandegebruiksomstan- digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge- lijkdatdeaangegevenacculadingverschiltvande werkelijkeacculading. Gereedschap-/accubeveiligingssysteem Het gereedschap is voorzien van een gereedschap-/accube- veiligingssysteem.Ditsysteemschakeltautomatischdevoe- ding naar de motor uit om de levensduur van het gereedschap endeaccuteverlengen.Hetgereedschapkantijdenshet gebruik automatisch stoppen als het gereedschap of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld: Overbelastingsbeveiliging Wanneer het gereedschap/de accu wordt bediend op een manier waarop een abnormaal hoge stroomsterkte wordt getrok- ken, stopt het gereedschap automatisch. Wanneer dat gebeurt, schakelt u het gereedschap uit en stopt u de toepassing die ertoe leidde dat het gereedschap oververhit raakte. Schakel vervolgens het gereedschap in om het weer te starten. Oververhittingsbeveiliging Wanneer het gereedschap/de accu oververhit is, stopt het gereedschap automatisch. Laat in deze situatie het gereedschap/de accu afkoelen voordat u het gereed- schap weer inschakelt. Beveiliging tegen te ver ontladen Als de acculading onvoldoende is, stopt het gereed- schapautomatisch.Indithetgevalverwijdertudeaccu vanaf het gereedschap en laadt u de accu op. Aan-uitknop WAARSCHUWING: Schakel altijd de aan-uit- knop uit wanneer het gereedschap niet wordt gebruikt. Omhetgereedschapstandbytezetten,druktuopde aan-uitknop tot de aan-uitlamp gaat branden. Om uit te schakelen, drukt u nogmaals op de aan-uitknop. ►Fig.3: 1. Aan-uitknop OPMERKING: Dit gereedschap maakt gebruik van de automatische uitschakelfunctie. Om onbedoeld starten te voorkomen wordt de aan-uitknop automa- tisch uitgeschakeld wanneer de trekkerschakelaar nietwordtingeknepenbinneneenbepaaldetijdsduur nadat de aan-uitknop is ingeschakeld. De trekkerschakelaar gebruiken LET OP: Alvorens de accu in het gereed- schap te plaatsen, moet u altijd controleren of de trekkerschakelaar goed werkt en bij het loslaten terugkeert naar de stand “OFF”. ►Fig.4: 1. Trekkerschakelaar Omhetgereedschaptestarten,knijptudetrekkerscha- kelaarinterwijldehoofdschakelaarisingeschakeld. Hoeharderudetrekkerschakelaarinknijpt,hoesneller het gereedschap draait. Laat de trekkerschakelaar los om het gereedschap te stoppen.39 NEDERLANDS OPMERKING: Het gereedschap stopt automatisch wanneer u de trekkerschakelaar gedurende ongeveer 6 minuten ingeknepen houdt. De lamp op de voorkant gebruiken LET OP: Kijk niet direct in het lamplicht of in de lichtbron. ►Fig.5: 1. Lamp Knijpdetrekkerschakelaarinomdelampinteschake- len.Delampblijftbrandenzolangdetrekkerschakelaar wordt ingeknepen. Ongeveer 10 seconden nadat u de trekkerschakelaar hebt losgelaten, gaat de lamp uit. OPMERKING: Wanneer het gereedschap oververhit is, stopt het gereedschap automatisch en begint de lamp te knipperen. Laat in dat geval de trekkerscha- kelaar los. De lamp gaat na 5 minuten uit. OPMERKING: Gebruik een droge doek om vuil van de lens van de lamp af te vegen. Wees voorzichtig dat u de lens van de lamp niet bekrast omdat dan de verlichting minder wordt. De omkeerschakelaar bedienen ►Fig.6: 1. Omkeerschakelaar LET OP: Controleer altijd de draairichting alvorens het gereedschap te starten. LET OP: Verander de stand van de omkeer- schakelaar alleen nadat het gereedschap volledig tot stilstand is gekomen. Als u de draairichting verandertterwijlhetgereedschapnogdraait,kanhet gereedschap beschadigd raken. LET OP: Zet de omkeerschakelaar altijd in de neutrale stand wanneer u het gereedschap niet gebruikt. Dit gereedschap heeft een omkeerschakelaar voor het veranderen van de draairichting. Druk de omkeerscha- kelaar in vanaf kant A voor de draairichting rechtsom, of vanaf kant B voor de draairichting linksom. Wanneer de omkeerschakelaar in de neutrale stand staat, kan de schakelhendel niet worden ingeknepen. Automatische toerentalwisselfunctie Dit gereedschap heeft een “hoog-toerentalfunctie” en een “hoog-koppelfunctie”. Het gereedschap verandert automatisch de bedienings- functie aan de hand van de werkbelasting. Als de werk- belasting laag is, draait het gereedschap in de “functie voor hoge snelheid” om sneller te kunnen werken. Als de werkbelasting hoog is, draait het gereedschap in de “functie voor hoog koppel” om krachtiger te kunnen werken. ►Fig.7: 1. Functie-indicator De functie-indicator brandt groen wanneer het gereed- schap in de “hoog-koppelfunctie” draait. Als het gereedschap onder buitensporige belasting draait, knippert de functie-indicator groen. De functie-in- dicator stopt met knipperen en gaat branden of gaat uit wanneer u de belasting op het gereedschap verlaagt. Status van functie-indicator Bedienings- functie Brandt Uit Knippert Hoog- toerentalfunctie Hoog- koppelfunctie Waarschuwing wegens overbelasting Snelheidskeuze KENNISGEVING: Gebruik de snelheidskeu- zeknop alleen nadat het gereedschap volledig tot stilstand is gekomen. Als de snelheid van het gereedschap wordt veranderd voordat het gereed- schap tot stilstand is gekomen, kan het gereedschap worden beschadigd. KENNISGEVING: Zet de snelheidskeuzeknop altijd voorzichtig in de juiste stand. Als u het gereedschap gebruikt met de snelheidskeuzeknop halverwege tussen de standen 1 en 2, kan het gereedschap beschadigd worden. De twee snelheidsbereiken kunnen vooraf worden geselecteerd met behulp van de snelheidskeuzeknop. Om de snelheid te veranderen, drukt u de vergrendel- knop in en draait u de snelheidskeuzeknop zodanig dat depijlpuntisuitgelijndmetstand1voorlagesnelheidof met stand 2 voor hoge snelheid. ►Fig.8: 1. Vergrendelknop 2.Pijlpunt
3. Snelheidskeuzeknop
Koppelbegrenzer De koppelbegrenzer treedt in werking wanneer een bepaald koppelniveau is bereikt in de instelling voor lagesnelheid(stand1).Demotorwordtlosgekoppeld van de uitgaande as. Zodra dit gebeurt, stopt het boor- bit met draaien. MONTAGE LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren. De zijhandgreep (hulphandgreep) aanbrengen LET OP: Controleer altijd voor gebruik of de zijhandgreep stevig vastzit. Draaidezijhandgreepstevigophetgereedschap.De zijhandgreepkannaarwensopbeidezijkantenvanhet gereedschap worden aangebracht. ►Fig.9: 1.Zijhandgreep40 NEDERLANDS Voorhandgreep LET OP: Beweeg de voorhandgreep niet ver- der dan de grenzen aangegeven door de pijlen in de afbeelding. Wees voorzichtig dat uw hand niet bekneld raakt onder de voorhandgreep. Houd uw hand uit de buurt van de boorspankop. Dit kan leiden tot ernstige ongevallen. LET OP: Verzeker u er altijd van dat de zes- kantbouten (aan beide zijkanten) van de voor- handgreep stevig zijn vastgedraaid. De voorhandgreep kan in elke stand worden bevestigd binnen 0° - 112,5°, zoals aangegeven in de afbeelding. ►Fig.10: 1. Voorhandgreep Om de stand te veranderen, draait u de zeskantbouten (aanbeidezijkanten)losmetbehulpvaneeninbussleu- tel en kantelt u de voorhandgreep naar de gewenste stand. Draai daarna de zeskantbouten stevig vast. ►Fig.11: 1. Voorhandgreep 2. Inbussleutel Het boorbit aanbrengen of verwijderen Om het boorbit aan te brengen, plaatst u het zo ver mogelijkindespankop.Draaidespankopmetdehand vast. Steek de spankopsleutel in elk van de drie ope- ningen en draai ze rechtsom vast. Zorg ervoor dat u alle driespankopopeningeningelijkematevastdraait. Omhetboorbitteverwijderen,draaitudespankops- leutel in slechts één opening linksom en draait u vervol- gens de spankop met de hand los. ►Fig.12: 1. Spankopsleutel Plaats na gebruik de spankopsleutel terug in de opberg- houder in het gereedschap, zoals aangegeven in de afbeelding. ►Fig.13 BEDIENING LET OP: Druk de accu altijd stevig aan totdat die op zijn plaats vastklikt. Wanneer het rode deel aan de bovenkant van de knop nog zichtbaar is, zit de accu er nog niet helemaal in. Schuif hem er helemaal in totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit nalaat, zou de accu uit het gereedschap kunnen vallen en uzelf of anderen kunnen verwonden. LET OP: Wanneer de snelheid sterk afneemt, verlaagt u de belasting of stopt u het gereedschap om te voorkomen dat het gereedschap wordt beschadigd. LET OP: Houd het gereedschap tijdens gebruik stevig vast. Het gereedschap vasthouden LET OP: Dit is een krachtig gereedschap. Een hoog koppel wordt uitgeoefend en het is belang- rijk dat het gereedschap stevig wordt vastgehou- den en goed wordt afgesteund. Pak de handgreep met één hand vast en de voorhand- greep met de andere hand. ►Fig.14: 1. Voorhandgreep 2. Handgreep Als u een groot gat boort met behulp van een gatenzaag meteenzelftappendbit,enz.,moetdezijhandgreep (hulphandgreep)alsafsteunpuntwordengebruiktomhet gereedschap veilig onder controle te kunnen houden. Alshetbitvooruit(rechtsom)draait,moethetgereedschap worden afgesteund om een linksom draaiende reactie
kracht op te kunnen vangen in het geval het bit vastloopt. ►Fig.15: 1. Reactiekracht 2. Vooruit 3.Zijhandgreep Als het bit achteruit draait, steunt u het gereedschap zodanig af dat een rechtsom draaiende reactiekracht wordt opgevan- gen.Alshetboorbitmoetwordenverwijderduiteengedeelte- lijkgeboordgat,zorgtuervoordathetgereedschapafdoende wordt afgesteund voordat u het bit achteruit laat draaien. ►Fig.16: 1. Reactiekracht 2. Achteruit Gebruik als boormachine Boren in hout Bijhetboreninhoutverkrijgtudebesteresultatenmet houtboortjesvoorzienvaneengeleideschroefpunt. Dezegeleideschroefpuntvergemakkelijkthetboren, door het boorbit het werkstuk in te trekken. Boren in metaal Omtevoorkomendathetboorbitbijhetbeginvanhetboren zijdelingswegglijdt,maaktumeteenhamereneencenter- ponseenputjepreciesopdeplaatswaaruwiltboren.Plaats dandepuntvanhetboorbitinhetputjeenbeginmetboren. Gebruikbijhetboreninmetaaleensmeermiddel. Uitzonderingenhierbijzijnijzerenkoper,diedroog geboord moeten worden. LET OP: Het boren zal niet sneller verlopen als u hard op het gereedschap drukt. In feite zaldergelijkharddrukkenalleenmaarleidentot beschadiging van het boorbit, lagere prestaties van het gereedschap en een kortere levensduur van het gereedschap. LET OP: Houd het gereedschap stevig vast en let vooral goed op wanneer het boorbit door het werkstuk heen breekt. Op het moment dat het boor- gat doorbreekt wordt een enorme wringende kracht uitgeoefend op het gereedschap/boorbit. LET OP: Een vastgelopen boorbit kan een- voudig verwijderd worden door de draairichting te veranderen met de omkeerschakelaar, om zo het boorbit eruit te draaien. Houd het gereedschap daarbij wel stevig vast, want er is kans op een plotselinge terugslag. LET OP: Zet het werkstuk altijd vast in een bankschroef of soortgelijke klemvoorziening. LET OP: Boor niet in materialen waarvan u vermoedt dat er verborgen spijkers of andere voorwerpen in zitten die ertoe kunnen leiden dat het boorbit vastloopt of breekt. LET OP: Als het gereedschap continu wordt bediend totdat de accu leeg is, laat u het gereed- schap gedurende 15 minuten liggen alvorens verder te werken met een volle accu.41 NEDERLANDS Een touw (tuiriem) bevestigen Veiligheidswaarschuwingen speciek voor wer- ken op hoogte Lees alle veiligheidswaarschuwingen en alle instructies. Het niet volgen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot ernstig letsel.
1. Houd het gereedschap altijd vastgebonden
tijdens het werken ‘op hoogte’. De maximale lengte van het touw is 2 m. De maximaal toegestane valhoogte van het touw (tuiriem) mag niet meer zijn dan 2 meter.
2. Gebruik uitsluitend met een touw dat geschikt
is voor dit gereedschap en een draagvermo- gen heeft van minstens 7,0 kg (15,4 lbs).
3. Veranker het touw van het gereedschap niet
aan iets op uw lichaam of aan een verplaats- baar voorwerp. Veranker het touw van het gereedschap aan een stevige constructie die de krachten van een vallend gereedschap kan opvangen.
4. Verzeker u er vóór gebruik van dat het touw
goed is vastgemaakt aan beide uiteinden.
5. Inspecteer het gereedschap en touw vóór elk
gebruik op beschadigingen en correcte wer- king (inclusief het materiaal en de stiksels). Gebruik het niet wanneer het beschadigd is of niet correct werkt.
6. Wikkel touwen niet rondom scherpe of ruwe
randen en laat ze er niet mee in aanraking komen.
7. Bevestig het andere uiteinde van het touw bui-
ten het werkgebied zodat een vallend gereed- schap stevig bevestigd blijft.
8. Bevestig het touw zodanig dat het gereed-
schap tijdens het vallen zich verwijderd van de gebruiker. Een gereedschappen dat valt zal aan het touw slingeren, waardoor letsel kan worden veroorzaakt of u uw evenwicht kunt verliezen.
9. Gebruik niet nabij bewegende onderdelen of
draaiende machines. Als u zich hier niet aan houdt, kan dat leiden tot beknellingsgevaar of verstrikkingsgevaar.
10. Draag het gereedschap niet aan de bevesti-
gingsvoorziening of het touw.
11. Verplaats het gereedschap uitsluitend tussen
uw handen terwijl u een goed evenwicht hebt.
12. Bevestig een touw niet aan het gereedschap
op een manier waardoor beschermkappen, schakelaars of uit-vergrendelingen niet correct kunnen werken.
13. Voorkom dat u verstrikt raakt in het touw.
14. Houd het touw uit de buurt van het snij- of
zaaggebied van het gereedschap.
15. Gebruik multiactie-karabijnhaken en kara-
bijnhaken met schroefsluiting. Gebruik geen enkelvoudige karabijnhaken met veersluiting.
16. In het geval een gereedschap valt, moet het
worden gelabeld en buiten bedrijf gesteld, en moet het worden geïnspecteerd door de Makita-fabriek of een Makita-servicecentrum. ►Fig.17: 1.Gatvoortouw(tuiriem) ONDERHOUD LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoudofafstellingentewordenuitgevoerdbijeen erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijdmetgebruikvanMakita-vervangingsonderdelen. OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven.Bijgebruikvanandereaccessoiresof hulpstukkenbestaathetgevaarvanpersoonlijkelet- sel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel. Wenstumeerbijzonderhedenoverdezeacces- soires,neemdancontactopmethetplaatselijke Makita-servicecentrum.
Notice-Facile