MAKITA DMR108N - Radio

DMR108N - Radio MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis DMR108N MAKITA in PDF-formaat.

📄 108 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice MAKITA DMR108N - page 46
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : DMR108N

Categorie : Radio

Download de handleiding voor uw Radio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DMR108N - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DMR108N van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING DMR108N MAKITA

ook knop voor koppelen via Bluetooth

17. Vak voor hoofdaccu

18. Vak voor back-upbatterijen

SYMBOLEN Hieronder worden de symbolen getoond die worden gebruikt voor de apparatuur. Zorg ervoor dat u de betekenis van de symbolen begrijpt voordat u het apparaat gebruikt. Lees de handleiding. Alleen voor EU-landen. Vanwege de aanwezigheid van gevaarlijke componenten in afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, accu's en batterijen, kunnen deze een negatieve invloed hebben op het milieu en de menselijke gezondheid. Gooi elektrische en elektronische apparaten, accu's en batterijen niet weg met het huisvuil! In overeenstemming met de Europese richtlijn en nationale wetgeving inzake afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en afgedankte accu's en batterijen, moeten afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, batterijen en accu's afzonderlijk worden opgeslagen en ingeleverd bij een afzonderlijk inzamelpunt voor gemeentelijk afval dat opereert in overeenstemming met de regelgeving inzake milieubescherming. Dit wordt aangegeven met het symbool van de doorgekruiste afvalcontainer op het apparaat

BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES WAARSCHUWING: Bij het gebruik van elektrisch gereedschap moeten altijd elementaire veiligheidsmaatregelen worden gevolgd, om het risico op brand, elektrische schokken en persoonlijk letsel te beperken, waaronder de volgende:

1. Lees deze handleiding en de handleiding van de

oplader vóór gebruik zorgvuldig door.

2. Alleen reinigen met een droge doek.

3. Blokkeer de ventilatieopeningen niet. Installeer het

apparaat in overeenstemming met de instructies van de fabrikant.

4. Niet installeren in de buurt van warmtebronnen,

zoals radiatoren, kachels of andere apparaten (inclusief versterkers) die warmte produceren.

5. Gebruik alleen accessoires/hulpstukken die door de

fabrikant zijn gespeciceerd.

6. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact

tijdens onweer of als het apparaat voor lange tijd niet wordt gebruikt.

7. Een radio op batterijen met inwendige batterijen of

een losse accu mag alleen worden opgeladen met de aanbevolen batterij-/acculader. Een acculader die geschikt is voor een bepaald type accu, kan brandgevaar opleveren indien gebruikt met een ander type accu.

8. Gebruik de radio op batterijen uitsluitend met de

speciek daarvoor bedoelde accu’s. Door een ander type accu’s te gebruiken, kan brandgevaar ontstaan.

9. Als de accu niet wordt gebruikt, houd deze dan uit

de buurt van andere metalen voorwerpen zoals: paperclips, muntjes, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen objecten die contactpunten47 NEDERLANDS van de accu kunnen verbinden. Het kortsluiten van de accupolen kan leiden tot vonken, brandwonden of brand.

10. Vermijd lichamelijk contact met geaarde

oppervlakken zoals leidingen, radiotoren en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op elektrische schokken als uw lichaam geaard is.

11. Bij verkeerd gebruik kan vloeistof vrijkomen uit de

accu; vermijd contact. Als u per ongeluk in contact komt met deze vloeistof, spoel dan met water. Als er vloeistof in contact komt met de ogen, raadpleeg dan bovendien een arts. Vloeistof die vrijkomt uit de accu kan irritatie of brandwonden veroorzaken.

12. Gebruik geen accu’s of gereedschap dat beschadigd

of gewijzigd is. Beschadigde of aangepaste accu’s kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen, wat kan leiden tot brand, explosies of letsel.

13. Stel accu’s of gereedschap niet bloot aan vuur

of extreme temperaturen. Blootstelling aan vuur of temperaturen boven 130°C kan een explosie veroorzaken.

14. Volg alle instructies m.b.t. het opladen op en laad

de accu of het gereedschap nooit op buiten het in de handleiding aangegeven temperatuurbereik. Foutief opladen of opladen bij temperaturen buiten het toegestane temperatuurbereik kan leiden tot schade aan de accu en de kans op brand verhogen.

1. Lees, voordat u de accu gebruikt, alle instructies en

waarschuwingen op de (1) acculader, de (2) accu en het (3) product dat gebruik maakt van de accu.

2. Demonteer de accu niet.

3. Als de gebruiksduur extreem veel korter is

geworden, stop het gebruik dan onmiddellijk. Dit kan leiden tot een risico op oververhitting, mogelijke brandwonden en zelfs een explosie.

4. Als er elektrolyt in uw ogen komt, spoel ze dan

met schoon water en raadpleeg onmiddellijk een arts. Het kan leiden tot het verlies van uw gezichtsvermogen.

5. Sluit de accu niet kort:

(1) Raak de contactpunten niet aan met geleidende materialen. (2) Bewaar de accu niet in een doos met andere metalen voorwerpen, zoals spijkers, muntjes, etc. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan leiden tot een grote stroomafgifte, oververhitting, mogelijke brandwonden en zelfs een defect.

6. Bewaar het gereedschap en de accu niet op

plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot of hoger kan zijn dan 50°C (122°F).

7. Verbrand de accu niet, zelfs als de accu ernstig

beschadigd of volledig versleten is. De accu kan exploderen in vuur.

8. Spijker de accu niet vast, knip niet in de accu, plet

de accu niet, gooi niet met de accu en sla niet met harde voorwerpen op de accu. Dergelijk gedrag kan leiden tot brand, overmatige hitte of een explosie.

9. Maak geen gebruik van beschadigde accu’s.

10. Om risico’s te voorkomen, moet de handleiding

omtrent het vervangen van de accu worden gelezen vóór gebruik. En de maximale stroomontlading van de accu moet groter dan of gelijk aan 8A zijn.

11. De meegeleverde lithium-ion-accu’s zijn onderhevig

aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke stoffen.

12. Wanneer u de accu wilt weggooien, moet u deze

uit het apparaat halen en op een veilige plaats weggooien. Volg de plaatselijke regelgeving met betrekking tot de verwijdering van accu’s.

13. Gebruik de accu alleen in combinatie met de door

Makita gespeciceerde producten. Als de accu wordt geïnstalleerd in een niet-conform product, kan dit leiden tot brand, extreme warmte, een explosie of het lekken van elektrolyt.

14. Als het apparaat gedurende een lange periode

niet wordt gebruikt, moet de accu uit het apparaat worden verwijderd

15. Tijdens en na gebruik kan de accu warm worden,

wat kan leiden tot brandwonden.

16. Raak de accuaansluiting van het apparaat niet

onmiddellijk na gebruik aan, omdat het heet genoeg kan worden om brandwonden te veroorzaken.

17. Zorg ervoor dat er geen spanen, stof of aarde in

de aansluiting, gaten en groeven van de accu terechtkomen. Dit kan leiden tot slechte prestaties of uitval van het apparaat of de accu.

18. Tenzij het apparaat gebruik in de buurt van

hoogspanningsleidingen ondersteunt, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van hoogspanningsleidingen. Dit kan een storing of defect aan het apparaat of de accu veroorzaken.

19. Houd de accu uit de buurt van kinderen.

LET OP: ● Ontplofngsgevaar als de accu onjuist wordt vervangen. ● Alleen vervangen door accu van hetzelfde of soortgelijk type. ● Gebruik alleen originele accu’s van Makita. Het gebruik van niet-originele accu’s of accu’s die zijn48 NEDERLANDS aangepast kan ertoe leiden dat de accu barst en brand, lichamelijk letsel of schade veroorzaakt. Het zal er bovendien toe leiden dat de garantie van Makita op het gereedschap en op oplader vervalt. Tips voor het behoud van een maximale levensduur van de accu

1. Laad de accu op voordat deze volledig is ontladen.

Stop altijd het gebruik van het gereedschap en laad de accu op als u merkt dat er minder vermogen is.

2. Laad nooit een volledig opgeladen accu op.

Overladen verkort de levensduur van de accu.

3. Laad de accu op bij een kamertemperatuurvan 10°C

- 40°C (50°F - 104°F). Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.

4. Wanneer u de accu niet gebruikt, verwijder deze dan

uit het apparaat of de oplader.

5. Laad de accu op als u deze niet gebruikt voor een

lange periode (meer dan zes maanden). Het plaatsen van de accu/ batterijen Opmerking: Door back-upbatterijen in het daarvoor bestemde vak te plaatsen, voorkomt u dat gegevens die zijn opgeslagen in het voorkeurzendergeheugen verloren gaan. Installatie back-upbatterijen (Fig. 2 & 8)

1. Trek de vergrendeling van het accuvak naar buiten

om het accuvak te ontgrendelen. Er is een vak voor de hoofdaccu en een vak voor de back-upbatterijen.

2. Verwijder het deksel van het vak voor de back-

upbatterijen en plaats 2 nieuwe UM-3 (AA-formaat) batterijen. Zorg ervoor dat de batterijen in de juiste richting (polariteit) worden geplaatst, zoals getoond aan de binnenkant van het vak voor de batterijen. Plaats het deksel van het vak voor de batterijen terug.

3. Plaats, nadat de back-upbatterijen zijn geplaatst, de

hoofdaccu om de radio van stroom te voorzien. In de onderstaande tabel vindt u een overzicht van accu’s die geschikt zijn voor deze radio.49 NEDERLANDS BEDRIJFSTIJD

  • In de onderstaande tabel vindt u een overzicht van accu’s die geschikt zijn voor deze radio.
  • De volgende tabel geeft een indicatie van de gebruiksduur op één acculading in de radiomodus. Accucapaciteit Accuspanning BIJ LUIDSPREKERVERMOGEN = 50mW + 50mW Eenheid: Uur (bij benadering) 10.8V - 12V max 14.4V 18V Radio/AUX In Bluetooth

met USB-opladen 1.3Ah BL1013 BL1014

1.5Ah BL1016 9.0 2.0 BL1415N 8.0 2.0 BL1815N 8.5 2.5 2.0Ah BL1021B 12.0 2.5 BL1820B 11.0 3.5 3.0Ah BL1430B 13.0 4.0 BL1830B 16.0 5.0 4.0Ah BL1041B 24.0 5.0 BL1440 21.0 5.5 BL1840B 22.0 7.0 5.0Ah BL1850B 28.0 9.0 6.0Ah BL1460B 28.0 8.0 BL1860B 34.0 11.0 : Blokaccu : Schuifaccu WAARSCHUWING: Gebruik alleen de hierboven vermelde accu-cartridges. Gebruik van andere accu-cartridges kan leiden tot letsel en/of brand. Opmerking: ● De tabel betreffende gebruiksduur hierboven dient ter referentie. De werkelijke gebruiksduur kan variëren, afhankelijk van het soort accu, de oplaadomstandigheden en de gebruiksomgeving. ● Sommige van de hierboven genoemde accu's mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van de regio waar u zich bevindt.50 NEDERLANDS

INSTALLATIE EN VOEDING

De schuifaccu aanbrengen en verwijderen (Fig. 3 & 4) ● Schakel het apparaat altijd uit voordat u de accu plaatst of verwijdert. ● Houd het apparaat en de accu stevig vast wanneer u de accu plaatst of verwijdert. ● Om de accu aan te brengen, lijnt u de lip op de accu uit met de groef in de behuizing en duwt u de accu op zijn plaats. Steek de accu zo ver mogelijk in het gereedschap tot u een klikgeluid hoort. ● Als u het rode deel aan de bovenkant van de knop kunt zien, is de accu niet goed aangebracht. Breng de accu zo ver mogelijk aan tot het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit de radio vallen en letsel veroorzaken bij u of anderen in uw omgeving. ● Oefen geen grote kracht uit bij het aanbrengen van de accu. Als de accu niet gemakkelijk erin kan worden geschoven, wordt deze niet goed aangebracht. ● Als u de accu wilt verwijderen, trekt u deze uit het apparaat terwijl u de knop op de voorkant van de accu verschuift of de knoppen op beide zijkanten van de accu indrukt. ● Pas op dat uw vingers niet bekneld raken bij het openen en sluiten van het accudeksel. Een blokaccu plaatsen of verwijderen (Fig. 5) ● U kunt de accu plaatsen door de tong op de accu uit te lijnen met de groef in de behuizing en de accu op zijn plaats te schuiven. ● U kunt de accu verwijderen door de accu uit de aansluiting te halen terwijl u de knoppen op de zijkant van de accu indrukt. Plaats de vergrendeling van het accuvak terug in de oorspronkelijke positie. Een lager vermogen, vervorming en een 'stotterende geluidsweergave' of de weergave van zowel het pictogram dat aangeeft dat de accu bijna leeg is als de melding 'POWERFAIL' op het display zijn allemaal tekenen dat de hoofdaccu moet worden vervangen. Opmerking: De accu kan niet worden opgeladen via de meegeleverde netadapter. Als het pictogram dat aangeeft dat de accu bijna leeg is op het display verschijnt en de melding 'EMPTY' blijft knipperen, moeten de back-upbatterijen worden vervangen. Aanduiding van de resterende acculading (Fig. 6 & 7)

1. Indicatorlampjes 2. Controleknop

Alleen voor accu's met een 'B' aan het einde van het modelnummer Druk op de testknop op de accu om de resterende accucapaciteit af te lezen. De indicatorlampjes branden gedurende enkele seconden. Indicatorlampjes Resterende capaciteit Opgelicht Uit Knippert 75% ~ 100% 50% ~ 75% 25% ~ 50% 0% ~ 25% (Alleen voor LXT-accu's) Laad de accu op (Alleen voor LXT-accu's) Er heeft mogelijk een storing opgetreden in de accu

OPMERKING: ● Afhankelijk van de gebruiksomstandigheden en de omgevingstemperatuur kan de indicatie enigszins afwijken van de werkelijke capaciteit. ● Het eerste (meest linkse) indicatielampje knippert wanneer het accubeschermingssysteem in werking is getreden. (Alleen voor LXT-accu's) De exibele staafantenne gebruiken (Fig. 9) Zet de exibele staafantenne recht omhoog, zoals weergegeven in de afbeelding. De meegeleverde netadapter gebruiken (Fig. 10) Verwijder de rubberen bescherming en steek de stekker van de netadapter in de voedingsingang op de linkerkant van de radio. Steek de adapter in een standaard stopcontact. Als de adapter wordt gebruikt, wordt de accu automatisch losgekoppeld. De netadapter moet worden losgekoppeld van het lichtnet als deze niet wordt gebruikt.51 NEDERLANDS Opmerking: Wanneer uw radio last heeft van storing op de AM-band door de adapter, plaats de radio dan verder uit de buurt van de netadapter en zorg dat de afstand tussen de adapter en de radio minimaal 30cm is. GEBRUIK

1. Druk op de Powerknop om uw radio in te

ingedrukt om automatisch afstemmen uit te voeren. Uw radio scant vanaf de huidig weergegeven frequentie naar hogere frequenties op de AM/FM-band en stopt automatisch met scannen wanneer er een zender met voldoende sterkte wordt gevonden.

4. Na een paar seconden wordt de weergave op het

display bijgewerkt. Het display toont de frequentie van het gevonden signaal.

5. U kunt naar andere zenders zoeken door de

Afstemknop , net als eerder, ingedrukt te houden.

6. Wanneer het einde van de golfband is bereikt, gaat

uw radio door met afstemmen vanaf het andere uiteinde van de golfband.

7. Draai aan de Afstemknop

om het volume naar wens in te stellen. Opmerking: ● Zorg er tijdens het instellen van het volume voor dat de letters FM/AM op het display NIET knipperen. ● Als de letters AM/FM op het display knipperen, geeft dit aan dat u handmatig moet afstemmen op zenders (zie paragraaf “Handmatig afstemmen – AM/FM” voor meer details).

8. Druk op de Powerknop

om uw radio uit te schakelen. Handmatig afstemmen – AM/FM

1. Druk op de Powerknop om uw radio in te

3. Druk op de Afstemknop

en u ziet dat FM of AM knippert op het display. Opmerking: ● FM/AM knippert ca. 10 seconden. Binnen deze periode is alleen handmatig afstemmen toegestaan. ● Als u het volume wilt instellen terwijl FM/AM knippert, druk dan op de Afstemknop om het knipperen te stoppen en draai vervolgens aan de Afstemknop om het volume in te stellen.

4. Draai aan de Afstemknop om af te stemmen op

5. Wanneer het einde van de golfband is bereikt, gaat

uw radio door met afstemmen vanaf het andere uiteinde van de golfband.

6. Gebruik de Afstemknop

om het volume naar wens in te stellen. Voorkeurzenders instellen in de AM/ FM-modus Er zijn 5 voorkeurzenders voor zowel AM- als FM-radio. Ze worden op dezelfde manier gebruikt voor de beide golfbanden.

1. Druk op de Powerknop

om uw radio in te schakelen.

2. Druk op de Bronknop

om de gewenste golfband te selecteren. Stem zoals eerder beschreven af op de gewenste radiozender.

3. Houd de knop van de gewenste voorkeurzender

(1 tot 5) ingedrukt tot het display na de frequentie bijvoorbeeld “P4” weergeeft. De zender wordt opgeslagen met behulp van het voorkeurzendernummer. Herhaal deze procedure indien gewenst voor de resterende voorkeurzenders.

4. Voorkeurzenders die al zijn opgeslagen kunnen

indien nodig worden overschreven door de bovenstaande procedure te volgen. Displayweergave – FM Uw radio heeft meerdere displayweergavemogelijkheden voor FM-zenders:

1. Druk herhaaldelijk op de Menu/Info-knop

om de RDS-informatie van de huidige zender te bekijken. a. Zendernaam Geeft de naam van de huidige zender weer. b. Programmatype Geeft het type van de huidige zender weer, bijvoorbeeld Pop, Klassiek, Nieuws, etc. c. Radiotekst Geeft radiotekstberichten weer, zoals nieuwsitems, etc. d. Jaar/Dag Geeft het jaar en de dag van de week weer volgens de datuminstelling van uw radio. e. Datum/Dag Geeft de datum en dag van de week weer volgens de datuminstelling van uw radio. f. Frequentie Geeft de frequentie van de huidige FM-zender weer. FM-stereo (auto)/mono Als de FM-zender die u beluistert een zwak signaal heeft, dan kan er wat ruis hoorbaar zijn. Het is mogelijk deze ruis te verminderen door de radio te forceren de zender in mono af te spelen in plaats van stereo.52 NEDERLANDS

1. Druk (herhaaldelijk) op de Aan/uit-knop om de

FM-band te selecteren en stem zoals eerder beschreven af op de gewenste FM-zender.

2. Houd de Menu/Info-knop

ingedrukt om het menu te openen.

3. Draai aan de Afstemknop totdat de instelling 'FM

Auto/mono' op het display verschijnt. Als deze instelling is ingesteld op 'Auto', druk dan op de Afstemknop om over te schakelen naar de monomodus en de hoeveelheid ruis te verminderen. Druk op de Afstemknop om de optie te selecteren. Een voorkeurzender oproepen in de AM/FM-modus

1. Druk op de Powerknop om uw radio in te

3. Druk kort op de knop van de gewenste

voorkeurzender om af te stemmen op de voorkeurzender die is opgeslagen in het voorkeurzendergeheugen. De tijd- en datumnotatie instellen U kunt zelf de gewenste tijd- en datumnotatie selecteren die wordt gebruikt in de stand-bymodus en op de schermen van de afspeelmodus. De geselecteerde notatie wordt daarna ook gebruikt bij het instellen van de alarmen.

1. Houd de Menu/Info-knop

ingedrukt om het menu te openen.

2. Draai aan de Afstemknop tot “CLOCK xxH”

verschijnt op het display en druk op de Afstemknop om de instelling te openen. De tijdnotatie begint te knipperen.

3. Draai aan de Afstemknop

om de 12- of 24-uursnotatie te selecteren. Druk op de Afstemknop om de gekozen tijdnotatie te bevestigen. Opmerking: Als u voor de 12-uursnotatie kiest, dan gebruikt de radio de 12-uursklok voor het instellen.

4. Houd de Menu/Info-knop

ingedrukt om het menu te openen.

5. Draai aan de Afstemknop tot er een datum (bijv.

THU APR 3) verschijnt op het display en druk op de Afstemknop om de instelling te openen. De datumnotatie begint te knipperen.

6. Draai aan de Afstemknop

om de gewenste datumnotatie te selecteren. Druk op de Afstemknop om uw keuze te bevestigen. De tijd en datum instellen

1. Houd de Menu/Info-knop ingedrukt.

2. Draai aan de Afstemknop

tot “CLOCK ADJ” verschijnt op het display. Druk op de Afstemknop om de instelling te openen.

3. De uurinstelling begint te knipperen op het display.

Draai aan de Afstemknop om het gewenste uur te selecteren en druk op de Afstemknop om de instelling te bevestigen. Draai vervolgens aan de Afstemknop om het gewenste aantal minuten te selecteren en druk daarna ter bevestiging op de Afstemknop

4. Draai aan de Afstemknop

tot “DATE ADJ” verschijnt op het display. Druk op de Afstemknop om de instelling te openen.

5. Draai aan de Afstemknop

om het gewenste jaar te selecteren en druk op de Afstemknop om de instelling te bevestigen. Draai vervolgens aan de Afstemknop om de gewenste maand te selecteren en druk op de Afstemknop om de instelling te bevestigen. Draai tot slot aan de Afstemknop om de gewenste dag te selecteren en druk op de Afstemknop om de instelling te bevestigen. Radio Data System (RDS) Als u de tijd instelt met behulp van de RDS-functie, dan synchroniseert uw radio de tijd telkens wanneer de radio afstemt op een radiozender die gebruik maakt van RDS met CT-signalen.

1. Nadat u hebt afgestemd op een zender die RDS-

gegevens uitzendt, houdt u de Menu/Info-knop ingedrukt.

2. Draai aan de Afstemknop

tot “RDS CT” en een kloksymbool verschijnen op het display. Druk op de Afstemknop om de instelling te openen.

3. Draai aan de Afstemknop

tot “RDS CT” verschijnt op het display. Druk op de Afstemknop om de instelling te bevestigen. De tijd van de radio wordt nu automatisch ingesteld op basis van de ontvangen RDS-gegevens.

4. Nadat deze handeling is voltooid, verschijnt het RDS-

pictogram op het LCD-display om aan te geven dat de radiotijd is ingesteld met behulp van de RDS- kloktijd. Telkens wanneer de tijd wordt gesynchroniseerd met RDS CT is de tijd op de radio 5 dagen geldig. De wekker instellen Uw radio beschikt over twee alarmen die elk kunnen worden ingesteld om u te wekken met AM/FM-radio of met het zoemeralarm. De alarmen kunnen worden ingesteld als de radio in de stand-bymodus staat of tijdens het afspelen. a. De alarmtijd van het radioalarm instellen:

1. Het radioalarm kan worden ingesteld wanneer de

radio in- of uitgeschakeld is.53 NEDERLANDS

2. Houd de Radioalarm-knop

ingedrukt, het radioalarmsymbool en het uur knipperen op het display en u hoort een pieptoon.

3. Draai, terwijl het radioalarmsymbool

knippert, aan de Afstemknop om het uur te selecteren en druk nogmaals op de Afstemknop om de uurinstelling te bevestigen. Draai vervolgens aan de Afstemknop om de minuten te selecteren en druk op de Afstemknop om de minuutinstelling te bevestigen.

4. Draai aan de Afstemknop en het display toont de

opties voor de alarmfrequentie. U kunt kiezen uit de volgende alarmfrequenties: ONCE – het alarm gaat eenmaal af DAILY – het alarm gaat elke dag af WEEKDAY – het alarm gaat alleen op weekdagen af WEEKEND – het alarm gaat alleen in het weekend af Druk op de Afstemknop om de instelling te bevestigen.

5. Draai, terwijl het radioalarmsymbool knippert, aan de

Afstemknop om de gewenste golfband en zender voor het wekken te selecteren en druk vervolgens op de Afstemknop om uw keuze te bevestigen.

6. Draai aan de Afstemknop

om het gewenste volume te selecteren en druk op de Afstemknop om het volume te bevestigen. Het instellen van het radioalarm is nu voltooid. Opmerking: Als er geen nieuwe zender voor het radioalarm wordt geselecteerd, dan selecteert de radio de zender die het laatst werd gebruikt voor het radioalarm. Opmerking: Als de geselecteerde AM/FM-zender niet beschikbaar is wanneer het alarm afgaat, dan wordt in plaats daarvan het zoemeralarm gebruikt. b. Het HWS-zoemeralarm (Humane Wake System) instellen: Als u het HWS-zoemeralarm selecteert, zal er op de alarmtijd een pieptoon worden geactiveerd. De pieptoon van het alarm wordt elke 15 seconden korter en wordt gevolgd door een minuut stilte. Daarna wordt deze cyclus herhaald.

1. Het zoemeralarm kan worden ingesteld wanneer de

radio is ingeschakeld of uitgeschakeld.

2. Houd de Zoemeralarm-knop

ingedrukt, het symbool en de uurcijfers knipperen op het display en u hoort een pieptoon.

3. Draai, terwijl het zoemeralarmsymbool

knippert, aan de Afstemknop om het uur te selecteren en druk nogmaals op de Afstemknop om de uurinstelling te bevestigen. Draai vervolgens aan de Afstemknop om de minuten te selecteren en druk op de Afstemknop om de minuutinstelling te bevestigen.

4. Draai aan de Afstemknop en het display toont de

opties voor de alarmfrequentie. U kunt kiezen uit de volgende alarmfrequenties: ONCE – het alarm gaat eenmaal af DAILY – het alarm gaat elke dag af WEEKDAY – het alarm gaat alleen op weekdagen af WEEKEND – het alarm gaat alleen in het weekend af Druk op de Afstemknop om de instelling te bevestigen. Opmerking: U kunt het volume van het zoemeralarm niet instellen. Wanneer het alarm afgaat U kunt een alarm dat afgaat annuleren door op de Aan/ uit-knop te drukken. Een alarm uitschakelen/annuleren U kunt een actief alarm annuleren door op de Aan/ uit-knop te drukken of het alarm uitschakelen door de bijbehorende alarmknop ingedrukt te houden. Sluimermodus

1. Druk wanneer het alarm afgaat op een willekeurige

knop, behalve de Powerknop , om het alarm voor 5 minuten te dempen. De melding “SNOOZE” verschijnt op het display.

2. U kunt de demptijd van de sluimertimer aanpassen

door de Menu/Info-knop ingedrukt te houden om het menu te openen.

3. Draai aan de Afstemknop

tot “SNOOZE X” verschijnt op het display en druk vervolgens op de Afstemknop om de instelling te openen. Draai aan de Afstemknop om de demptijd van de sluimertimer in te stellen op 5, 10, 15 of 20 minuten.

4. Als u de sluimertimer wilt annuleren terwijl het alarm

is gedempt, druk dan op de Powerknop

Slaaptimer Uw radio kan worden ingesteld om automatisch uit te schakelen nadat een vooraf ingestelde tijd is verstreken. De slaaptimer kan worden ingesteld op 60, 45, 30, 15, 120 of 90 minuten.

1. Houd de Powerknop

ingedrukt om de instelling van de slaaptimer te openen. De melding “SLEEP XX” verschijnt op het display.

2. Blijf de Powerknop

ingedrukt houden en de instelling van de slaaptimer begint te veranderen op het display. Laat de knop los wanneer de gewenste instelling van de slaaptimer verschijnt op het display. De instelling wordt opgeslagen en het display keert terug naar de normale weergave.54 NEDERLANDS

3. Uw radio schakelt automatisch uit nadat de

vooraf ingestelde slaaptimer is verstreken. Het slaaptimerpictogram wordt getoond op het display om aan te geven dat de slaaptimer actief is.

4. Als u de slaaptimerfunctie wilt annuleren voordat de

vooraf ingestelde tijd is verstreken, druk dan simpelweg op de Powerknop om de radio handmatig uit te schakelen. Loudness U kunt met uw radio compensatie op lagere en hogere frequenties krijgen door de loudness-functie in te stellen.

1. Houd de Menu/Info-knop

ingedrukt om het menu te openen.

2. Draai aan de Afstemknop tot “LOUD ON” of

“LOUD OFF” op het display verschijnt. Druk op de Afstemknop om de instelling te openen.

3. Draai aan de Afstemknop

om ON te selecteren en de loudness-functie in te schakelen en druk vervolgens op de Afstemknop om de instelling te bevestigen.

4. Als u de loudness-functie uit wilt schakelen, selecteer

dan OFF en druk vervolgens op de Afstemknop om de instelling te bevestigen. AUX-INGANG Aan de voorkant van uw radio zit een 3,5mm aux- ingang waarmee de radio een audiosignaal van een extern audioapparaat kan ontvangen (bijv. een mp3- of cd-speler).

1. Sluit een externe audiobron (bijvoorbeeld mp3- of cd-

speler) aan op de AUX-INGANG.

2. Druk op de Powerknop om uw radio in te schakelen.

3. Druk herhaaldelijk op de Bronknop tot “AUX1” wordt

4. Voor de beste geluidskwaliteit wordt aanbevolen het

volume op uw audioapparaat te verhogen tot meer dan tweederde van het maximale niveau en daarna het volume op de radio naar wens in te stellen. OPMERKING: Audiokabel wordt niet meegeleverd als standaardaccessoire. AUX kan niet worden gebruikt als alarmbron. Luisteren naar Bluetooth

muziek U moet uw Bluetooth

-apparaat koppelen met uw radio voordat u automatisch verbinding kunt maken en Bluetooth

-muziek kunt afspelen/streamen via de radio. Koppelen creëert een permanente 'band', zodat twee apparaten elkaar altijd kunnen herkennen. Uw Bluetooth

1. Druk op Bron om de Bluetooth

-functie te selecteren. De melding 'BT READY' wordt weergegeven op het display en 'READY' knippert elke 2 seconden.

2. Volg de handleiding van uw bronapparaat om

op te activeren op het apparaat en ervoor te zorgen dat de apparaten kunnen koppelen.

3. Druk op Koppelen via Bluetooth

. De melding 'BT PAIR' verschijnt vervolgens op het display en knippert elke seconde. U kunt nu op uw Bluetooth

-apparaat zoeken naar de radio. Zodra de naam van uw radio verschijnt op uw Bluetooth

-apparaat, drukt u op dit item in de lijst met Bluetooth

-apparaten. Bij sommige oudere mobiele telefoons (met een Bluetooth

-versie ouder dan BT2.1) moet u mogelijk het wachtwoord '0000' invoeren.

-apparaat maakt verbinding met de radio.

5. Zodra de verbinding tot stand is gebracht, blijft de

tekst 'BLUETOOTH' op het display staan en wordt het display na 10 seconden gedimd. U kunt nu de muziek op uw Bluetooth

-apparaat afspelen via de radio. Afspelen vanaf een Bluetooth

1. Druk op Bron om de Bluetooth

-functie te selecteren. De melding 'BT READY' wordt weergegeven op het display en 'READY' knippert elke 2 seconden.

2. Zoek en maak verbinding met de radio op uw

-apparaat. Sommige apparaten maken mogelijk automatisch verbinding met de radio. U kunt nu de muziek op uw Bluetooth

-apparaat afspelen via de radio. Opmerking: ● De radio kan maximaal met 8 Bluetooth

-apparaten koppelen. Wanneer u met meer dan 8 Bluetooth

apparaten koppelt, wordt de koppelingsrecord van het apparaat waarmee het langst niet is gekoppeld overschreven in de koppelingsgeschiedenis. ● Als er 2 Bluetooth

-apparaten zoeken naar uw radio, wordt de radio als beschikbaar weergegeven op beide apparaten. ● Als de verbinding van uw Bluetooth

-apparaat met de radio tijdelijk is verbroken, moet u uw apparaat handmatig opnieuw verbinden met de radio. ● Als de naam van uw radio verschijnt in de lijst met Bluetooth

-apparaten, maar uw apparaat geen verbinding met de radio kan maken, verwijder het item (de radio) dan uit de lijst en koppel het apparaat opnieuw met de radio door de eerder beschreven stappen te volgen.55 NEDERLANDS ● Het effectieve bereik tussen de radio en het gekoppelde apparaat is ongeveer 10 meter (30 voet). ● Eventuele obstakels tussen de radio en het apparaat kunnen het bereik verminderen. De verbinding met uw Bluetooth

2-3 seconden ingedrukt om de verbinding met uw Bluetooth

-apparaat te verbreken. De tekst 'BLUETOOTH' wordt niet langer weergegeven op het display om aan te geven dat Bluetooth

is gedeactiveerd. Opladen met de USB- voedingspoort (Fig. 10) Er zit een USB-poort op de voorkant van de radio. Met de USB-poort kunt u een USB-apparaat opladen.

1. Sluit het USB-apparaat (bijv. een iPod of mp3- of cd-

speler) aan met een in de handel verkrijgbare USB- kabel.

2. Druk op de Powerknop

om uw radio in te schakelen.

3. Ongeacht of de radio wordt gevoed met netstroom

of door batterijen, de radio kan het USB-apparaat opladen wanneer de radio is ingeschakeld en is afgestemd op de FM -frequentieband, of in de BT- modus of AUX-modus staat, welke wordt afgebeeld wanneer de externe audiobron is aangesloten. Opmerking: U kunt geen USB-apparaten opladen in de AM-modus, omdat de radio-ontvangst tijdens het opladen van USB- apparaten zeer slecht wordt. ● Het maximumvolumeniveau van de luidspreker wordt lager wanneer uw USB-apparaat wordt opgeladen. ● De USB-poort kan een stroom van maximaal 1A en 5V leveren. Belangrijk: ● Alvorens een USB-apparaat aan te sluiten op de USB-poort, maakt u altijd eerst een reservekopie van de gegevens op het USB-apparaat. Als u dat niet doet, kunnen uw gegevens per ongeluk verloren gaan. ● Mogelijk levert de radio geen stroom aan sommige USB-apparaten. ● Als u de voedingspoort niet gebruikt en nadat het opladen klaar is, trekt u de USB-kabel eruit en sluit u de afdekking. ● Sluit geen stroombron aan op de USB-poort. Als u dat toch doet, bestaat de kans op brand. De USB-poort is alleen bedoeld voor het opladen van een laagspanningsapparaat. Plaats altijd de afdekking terug op de USB-poort wanneer geen laagspanningsapparaat wordt opgeladen. ● Steek geen spijker, draad, enz. in de USB- voedingspoort. Als u dat toch doet, kan kortsluiting leiden tot rookontwikkeling en brand. ● Sluit deze USB-poort niet aan op de USB-poort van een computer aangezien het zeer waarschijnlijk is dat hierdoor de apparaten defect raken. ONDERHOUD LET OP: Gebruik nooit benzine, wasbenzine, thinner, alcohol, enz. Dit kan leiden tot verkleuren, vervormen of barsten. TECHNISCHE GEGEVENS Voedingsvereisten Netspanningsadapter 12V DC 1,200mA, middenpen positief Batterij UM-3 (AA-formaat) x 2 voor back-up Blokaccu: 10,8V Schuifaccu: 10.8V - 18V Frequentiebereik FM 87.50-108 MHz (0.05MHz/stap) AM (MW) 522-1,710 kHz (9kHz/stap) Bluetooth

-woordmerk en -logo’s zijn gedeponeerde handelsmerken in eigendom van Bluetooth SIG, Inc.) Bluetooth

-specicatie vermogensklasse 2 Zendbereik Max. 10m (varieert afhankelijk van gebruiksomstandigheden) Ondersteunde codec SBC Compatibel Bluetooth