Poweduction Heat Controler - Temperatuurregelaar GYS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Poweduction Heat Controler GYS in PDF-formaat.
Questions des utilisateurs sur Poweduction Heat Controler GYS
0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.
Poser une nouvelle question sur cet appareil
Download de handleiding voor uw Temperatuurregelaar in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Poweduction Heat Controler - GYS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Poweduction Heat Controler van het merk GYS.
GEBRUIKSAANWIJZING Poweduction Heat Controler GYS
RUVertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Deze gebruikershandleiding bevat aanwijzingen voor het gebruik van uw apparaat en de veiligheidsmaatregelen die in acht geno- men moeten worden. Leest u deze handleiding alstublieft aan- dachtig door alvorens het apparaat in gebruik te nemen, en bewaar de handleiding als naslagwerk. Voor het in gebruik ne- men van het product moeten deze instructies gelezen en goed begrepen worden. Voer geen wijzigingen of onderhoud uit die niet in de handleiding vermeld staan. Geen enkel lichamelijk letsel of schade, veroorzaakt door het niet naleven van de instructies in deze handleiding, kan verhaald worden op de fabrikant van het apparaat. Raadpleeg, in geval van problemen of onzekerheid over het gebruik, een gekwalificeerd persoon, die u kan helpen het apparaat correct te gebruiken. Deze apparatuur mag alleen worden gebruikt voor het verwarmen van ijzerhoudende mate- rialen binnen de grenzen die op de apparatuur en de handleiding zijn aangegeven. De veiligheidsvoorschriften moeten gerespec- teerd worden. In geval van onjuist of gevaarlijk gebruik kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld. Elk ander gebruik, niet vermeld in deze handleiding, is strikt verboden, en mogelijk gevaarlijk. Het apparaat is semi-automatisch en vereist de aanwe- zigheid van een gebruiker. Dit apparaat kan gebruikt worden door kinderen ouder dan 8 jaar en door personen met lichamelijke, zintuiglijke of mentale be- perkingen, of personen met gebrek aan ervaring of kennis, alleen als ze onder voldoende toezicht staan of als ze de instructies voor het veilig gebruik van het apparaat hebben ontvangen, en als de bestaande risico’s goed begrepen zijn. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reinigen en onderhoud van het ap- paraat door de gebruiker mogen niet uitgevoerd worden door kinderen zonder toezicht. Gebruik het apparaat niet wanneer de voedingskabel of de stekker beschadigd zijn. Bedek het apparaat niet. Dragers van een pacemaker mogen niet in de buurt van het appa- raat komen. Risico op storing van het functioneren van pacema- kers in de buurt van het apparaat. Raadpleeg een arts, voordat u zich in de buurt van een inductie verwarmingssysyteem begeeft. Let op! Zeer heet oppervlak. Kan brandwonden veroorzaken.
- De onderdelen en de apparatuur die heet worden kunnen brandwonden veroorzaken.
- Raak de opgewarmde onderdelen niet met blote handen aan.
- Wacht tot de onderdelen en de apparatuur afgekoeld zijn al- vorens deze aan te raken.
- Let u erop dat sieraden (in het bijzonder ringen) of metalen voorwerpen niet dichtbij het inductie-systeem en de inductor ko- men tijdens het opwarmen.
POWERDUCTION HEAT CONTROLER
NLVertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
- Verwijder alle sieraden en andere metalen voorwerpen van uw lichaam, voor u dit apparaat gebruikt.
- Personen met metalen implantaten in het lichaam mogen dit ap- paraat niet gebruiken.
- Bij brandwonden, grondig en met veel water afspoelen en on- middellijk een arts raadplegen. Aansluiting :
- Dit apparaat moet aangesloten worden op een geaard stopcontact. Onderhoud :
- Als de voedingskabel beschadigd is moet deze vervangen worden door de fabrikant, zijn reparatie dienst of een gekwali- ficeerd persoon, om zo ieder risico te vermijden.
- Waarschuwing ! Haal altijd eerst de stekker uit het stopcontact voor u werkzaamheden op het apparaat verricht.
- De kap regelmatig afnemen en met een blazer stofvrij maken. Maak van deze gelegenheid gebruik om met behulp van geï- soleerd gereedschap ook de elektrische verbindingen te laten controleren door gekwalificeerd personeel.
- Gebruik nooit oplosmiddelen of andere agressieve reinigings- middelen.
- Reinig de oppervlaktes van het apparaat met een droge doek. Regelgevinga :
- Het toestel is in overeenstemming met de Europese richtlijnen.
- De conformiteitsverklaring is te vinden op onze internetsite.
- EAC (Euraziatische Economische Gemeenschap) merkteken van overeenstemming. Afvalverwerking :
- Afzonderlijke inzameling vereist. Apparaat niet weggooien met het huishoudelijk afval.
- De fabrikant van dit product neemt deel aan het hergebruik en recyclen van de verpakkingen, door middel van een contributie aan een globaal sorteer en recyclage systeem van huishoudelijk verpakkingsafval
- Product recyclebaar, niet bij het huishoudelijk afval gooien. ALGEMENE OMSCHRIJVING De Powerduction Heat Controller functioneert als thermostaat voor de Powerduction 110/160LG apparaten. De Power- duction Heat Controller reguleert de temperatuur van een op te warmen onderdeel, als de Powerduction tussen 80°C en 350°C ingesteld is.
NLVertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
1. Koppel de pedaal van de Powerduction af, en sluit vervolgens de Powerduction Heat Controller aan.
2. Sluit de kabel van het apparaat aan op de voorzijde van de Powerduction.
3. De Powerduction Heat Controller is nu aangesloten. Kies een bedieningsmodule.
WERKING MET 2 THERMOKOPPELS (MEEGELEVERD) (FIG I) Positioneer de schakelaar (8) op ON en druk op de knop om op te warmen (9) (activeren met pedaal). Sluit de meegeleverde thermokoppels aan aan de zijkant van het apparaat : De thermokoppels moeten zo dicht mogelijk bij de zone die zich onder het ferriet van de inductor bevindt geïns- talleerd worden. Aangeraden wordt om de onderkant van de op te warmen zone te perforeren (ongeveer 1 tot 2 mm diep) met een boortje met diameter 2. Als de schakelaars (1) en (2) op de OFF positie staan, zal de Powerduction Heat Controller de hoogst gemeten meting op de Powerduction 110/160LG weergeven. FUNCTIONEREN MET EEN PYROMETER (art. code 064119) (FIG I)
1. Zet de schakelaars (2), (7) en (8) op ON
2. Sluit een thermokoppel (meegeleverd) aan op een thermometer voor thermokoppel (niet meegeleverd)
3. Sluit de pyrometer aan op de Powerduction Heat Controller (2 aansluitingen)
Respecteer tijdens het aansluiten van de pyrometer de positieve en negatieve polen van de aansluiting. De positieve pool moet aan de voorzijde van de Powerduction Heat Controller bevinden, de negatieve pool aan de achterzijde.
POWERDUCTION HEAT CONTROLER
NLVertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing+ +- -
4. Installeer de pyrometer, met behulp van de adapter en de meegeleverde nylon schroefjes, op de lans van de Power-
5. Installeer de thermokoppel op het te verwarmen onderdeel, zo dicht mogelijk bij het ferriet van de inductor (het
wordt aanbevolen om het onderdeel aan de onderkant van de op te warmen zone te perforeren (ongeveer 1 tot 2 mm diep) met een boortje met diameter 2 om daar de thermokoppel in te kunnen plaatsen). Instellen van de emissie (tijdens het opwarmen, en wanneer u op dezelfde plek blijft)
1. Draai, met behulp van een platte schroevendraaier 2.5, de schroef van de blauwe knop (zie aansluit- sche-
ma) totdat de door de thermometer getoonde waarde identiek is aan de getoonde waarde op de Powerduction 110/160LG (+/- 3°C).
2. Wanneer het instellen afgerond is, kunt u de thermokoppel van het op te warmen onderdeel afhalen.
De instelling van de emissie is essentieel voor een correcte meting. Door met de wijzers van de klok mee aan de draaiknop te draaien zal de getoonde waarde op de Powerduction 110/160LG verlagen, en de temperatuur van het onderdeel zal verhogen. Door tegen de wijzers van de klok in aan de draaiknop te draaien zal de getoonde aanbeveling verhogen en de temperatuur van het onderdeel verlagen. Het wordt aanbevolen om het verwarmende onderdeel in de tegengestelde richting ten opzichte van de pyro-meter te plaatsen. Aansluitschema richtingvan het opwarmenpyrometer
NLVertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzingAutomationSecurity elektrisch contact zonder potentiaalverschil tussen de twee polenVoltage met deze aansluiting kunt u een pyrometer waarmee u de spanning kunt meten aansluiten, of een externe schakelaar (die de pedaal vervangt)PyrometerEmissivity met deze knop kunt u de instelling wijzigen (dankzij de schroef), en kunt u de temperatuurmeting verjnen naar gelang de emissie van het op te warmen onderdeel.Power met deze aansluiting kunt u de pyrometer aansluiten (voorbeeld : pyrometer - art. code 064119)Instelling van de Schakelaars 1 Op On : annuleren meten van thermokoppel 22 Op ON : annuleren van het meten van thermokoppel 13 et 4 niet aangesloten5 Op ON : activeert een OFFSET voor het initieel tonen van 100°C (knop 5 is prioritair ten opzichte van alle andere) (niet gebruiken voor een meting met thermokoppel)6 Op ON en indien schakelaar 5 OFF initiële weergave is 0 (niet gebruiken voor een me-ting met thermokoppel)7 et 8 Op ON activeren van de pedaal aangesloten op de ingang REMOTEFUNCTIONEREN MET DE PYROMETER ANALOGE UITGANG (niet meegeleverd) Gebruik een sensor met pyrometer met een analoge uitgang direct op de aansluitingen van het apparaat (aan te passen naar gelang de datasheet van de gebruikte pyrometer)Voorbeeld van een pyrometer die stroom meetIn dit geval moet de waarde van de weerstand shunt R op U T° aangepast worden, volgens de aanwijzing en de gewenste precisie (10 mV per Graad).Wanneer de 2 OFF zijn, wordtde hoogste meting getoond
NLVertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing Concordantietabel Spanning U T° Temperatuur in ° Celsius Temperatuur Fahrenheit 1 V 0°C 32°F 2 V 100°C 210°F 3 V 200°C 390°F 4 V 300°C 570°F
HANDMATIGE MODULE (FIG II & III) Voor een optimaal gebruik van dit apparaat wordt aangeraden het vermogen in te stellen tussen 30 en 50%. Om in de module «instellen van de externe temperatuur» te geraken :
1. Druk gedurende 5 seconden op de knop opwarmen (9).
2. De knop knippert ieder seconde en » rEG » wordt getoond.
De knop op de lans (10) en het pneumatische pedaal (11) worden in deze module gedeactiveerd. Om het opwarmen in te stellen en te activeren :
1. Instellen : druk op de hoger/lager instel-knoppen (14).
De instelling varieert tussen 80°C en 350°C (standaard waarde 250°C), verhoging/verlaging per 10°C. Deze war- de wordt getoond gedurende 1 seconde.
2. Stel het gewenste opwarmend vermogen in (%) : houdt de knop «verwisselen inductor» (13) ingedrukt en druk
op de hoger/lager instelknoppen (14). Het opwarmend vermogen varieert van 10% tot 100% (standaard waarde 50%). Het vermogen wordt weergegeven met LEDlampjes.
3. Het opwarmen : sluit het pneumatische pedaal van de generator (11) aan op het bedieningspaneel en druk erop.
Het lampje dat het minimum vermogen aangeeft (12) knippert bij 10 Hz om aan te geven dat het vermogen is geactiveerd. Het is mogelijk om het opwarmen opnieuw in te stellen wanneer dit actief is. In dit geval is het niet nodig om stap 3 uit te voeren. Het opwarmen volgt de nieuwe instelling automatisch op. AUTOMATISCHE MODULE (FIG II) Het is mogelijk om het apparaat met een automaat te besturen (zie aansluitschema) met een extern besturingspaneel. Om in de module «regelen van de externe temperatuur » (zie aansluitschema hieronder) :
1. Sluit het apparaat aan op de netspanning.
2. Wacht het einde van de opstartfase af (5 seconden).
3. Sluit het contact Start.
4. Wacht op het uitdoven van OK/Secur (500 ms).
5. Laat het contact Start los na het detecteren van OK/Secur.
6. Controleer of de uitgang OK/Secur gesloten blijft.
Het apparaat gaat over op de «module externe besturing» en laat een melodie horen. De knop voor het opwarmen (9) en het LEDlampje van de knop van de lans (10) knipperen één keer per seconde zolang deze module geactiveerd blijft. Voor het instellen van de temperatuur en het opwarmend vermogen : voer dezelfde procedure uit als in de handmatige module. Voor het activeren van het opwarmen :
1. Sluit het contact Start. Het apparaat zal gaan opwarmen totdat de gewenste temperatuur is bereikt.
Als het apparaat een fout detecteert zal de uitgang OK/Secur zich openen en zal het opwarmen stoppen. Om het defect te verhelpen kunt u het contact Start openen en drukken op de knop die het opwarmen zal starten (9). Het apparaat gaat terug naar de module «instellen»
NLVertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing AANSLUITSCHEMA Functie N° draad Type Elektrische instellingen Waarden Verklaring Generator klaar OK/Secur 1/3 Digitale uitgang Type Toegestane continue stroom Droog contact 5 A 30 V Gesloten Generator klaar om op te warmen Open Storing generator Aarde 8 Aarde Aarde Aarde Aarde Start 9/8 Digitale ingang Residu spanning (open circuit) Ingangsimpedantie 15 V
Behoeft het gebruik van een droog contact : een gesloten contact activeert het opwarmen. Ingestelde spanning U T°
+/-5% Ingang afbeelding van de gemeten temperatuur. Zie concordantietabel Voeding bedi- eningspaneel 12/13 Continue voeding Uitgaande spanning Uitgaande impedantie 15 V 100 Ω
NLVertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
Gâchette méca relais extérieur mode asservissement500ms500ms 500msTrekkermechanischExternrelaisServomodule
- Wanneer na 5 seconden de temperatuur niet evolueert zal het apparaat zichzelf uitschakelen « E12 ». - Wanneer een thermokoppel zichzelf uitschakelt, zal het reguleren stoppen omdat de spanning U T° de grens van 4.9 V zal overschrijden. Wanneer de temperatuur in korte tijd sterk daalt (wanneer de thermokoppel-sensoren zich afkoppe- len bijvoorbeeld) zal het opwarmen stoppen en zal het apparaat zichzelf uitschakelen (storing E11). - Om het apparaat zo precies mogelijk in te stellen moeten de meetpunten zo dicht mogelijk bij de inductor geplaatst worden. - Daarom bevinden de 2 thermokoppels zich op de externe zijde. - De display geeft de hoogst gemeten temperatuur aan. GARANTIE De garantie dekt alle gebreken en fabricagefouten gedurende twee jaar vanaf de aankoopdatum (onderdelen en arbeidsloon). De garantie dekt niet :
- Alle overige schade als gevolg van vervoer.
- De gebruikelijke slijtage van onderdelen (Bijvoorbeeld : kabels, klemmen, enz.).
- Incidenten als gevolg van verkeerd gebruik (verkeerde elektrische voeding, vallen, ontmanteling).
- Gebreken ten gevolge van de gebruiksomgeving (vervuiling, roest, stof). In geval van storing moet het apparaat teruggestuurd worden naar uw distributeur, samen met: - Een gedateerd aankoopbewijs (betaalbewijs, factuur ...). - Een beschrijving van de storing.
SimpelGids