MFH53004BP - Multigereedschap SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MFH53004BP SCHEPPACH in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MFH53004BP SCHEPPACH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Multigereedschap in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MFH53004BP - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MFH53004BP van het merk SCHEPPACH.
GEBRUIKSAANWIJZING MFH53004BP SCHEPPACH
Verklaring van de symbolen op het product
Het gebruik van symbolen in deze handleiding is bedoeld om uw aandacht te vestigen op eventuele risico's. De veiligheidssymbolen en de bijbehorende uitleg moeten goed worden begrepen. De waarschuwingen zelf voorkomen geen risico's en kunnen de juiste maatregelen betreffende ongevallenpreventie niet vervangen.
![]() | Waarschuwing - Lees de handleiding door om het risico op letsel te verminderen. |
![]() | Let op! Benzine is zeer licht ontvlambaar. Vermijd roken, open vuur of vonkenregen in de buurt van brandstof. |
![]() | Waarschuwing! Bij het niet in acht nemen, bestaat levensgevaar, gevaar voor letsel of beschadiging aan het werktuig. |
![]() | Let op gevaar voor letsel!Handen en voeten niet bij een draaiende motor met het mes in aanraking brengen. |
![]() | Houd kinderen, toeschouwers en assistenten 15 m uit de buurt van de bosmaaier! |
![]() | Let op: gebruik geen zaagbladen of meerdelig metalen snijgereedschap! |
![]() | Gebruik een veiligheidshelm, gehoorbescherming en veiligheidsbril! |
![]() | Stevig schoeisel en werkhandschoenen dragen! |
![]() | Let op! De uitlaat en andere delen van de motor worden tijdens het bedrijf zeer heet, niet aanraken! |
![]() | Symbool voor de in te vullen “mengverhouding benzine/olie” op de tankdop. |
![]() | Let op! Gevaar voor verwonding door weggeslingerde voorwerpen. |
![]() | Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen. |
![]() | Het product voldoet aan de geldende Servische richtlijnen. |
![]() | Let op voor terugslag! |
![]() | Let op elektraleidingen! Houd minimaal 10 m afstand. |
![]() | Grastrimmer: Snijdiameter 450 mm, toerental max. 6900 min ^-1 |
![]() | Heggenschaar: Snijlengte 400 mm, motortoerental max. 4200 min ^-1 |
![]() | Bosmaaier: Snijdiameter 255 mm, toerental max. 7500 min ^-1 |
![]() | Boomzaag: Snijlengte 254 mm, motortoerental max. 4200 min ^-1 |
![]() | Gegarandeerd geluidsvermogensniveau |
![]() | Tankinhoud |
Inhoudsopgave:
Pagina:
- Inleiding.... 109
- Productbeschrijving (afb. 1)....109
- Leveringsomvang 109
- Beoogd gebruik.... 110
- Algemene veiligheidsvoorschriften 110
- Restrisico's....112
- Technische gegevens.... 113
- Uitpakken....114
- Voor de ingebruikname.... 114
- Montage en bediening.... 115
- Werkinstructies.... 118
- Reiniging.... 121
- Opslag.... 121
- Transport.... 122
- Onderhoud....122
- Reparatie & bestellen van reserveonderdelen.... 125
- Afvalverwerking en hergebruik.... 126
- Verhelpen van storingen.... 127
- Conformiteitsverklaring.... 181
1. Inleiding
Fabrikant:
Scheppach GmbH
Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe product.
Aanwijzing:
De fabrikant van dit product is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit product of door dit product ontstaan bij:
• Ondeskundige behandeling
- Het niet in acht nemen van de gebruikshandleiding
- Reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen
- Inbouw en vervanging van niet-originele reserveonderdelen
- Gebruik dat niet conform de voorschriften is
- Uitvallen van de elektrische installatie bij het niet in acht nemen van de elektrische voorschriften en VDE-voorschriften 0100, DIN 57113 / VDE 0113
Let op:
De gebruikshandleiding maakt deel uit van dit product. Deze bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het product veilig, vakkundig en economisch werkt, hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het product verhoogt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het product geldende voorschriften van uw land in acht nemen.
Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met alle bedienings- en veiligheidsinstructies. Gebruik het product uitsluitend als beschreven en voor de aangegeven toepassingen. Bewaar de gebruikshandleiding daarom goed, en verstrek alle documentatie als het product wordt doorgegeven aan derden.
2. Productbeschrijving (afb. 1)
- Motor-aandrijfeenheid
- Boomzaag
- Snoeischaar voor heggen
- Motorzeis
-
Gazontrimmer
-
Voorste handgreep
- Stopschakelaar
- "Vergrendeling" gashendel
- Starterkoord
- Benzinetank
- Gashendel
- automatische oliepomp
- Zaagketting
- kettingzaagblad
- Snij-eenheid heggenschaar
- Afstelhendel
- snijmes
- Beschermingsplaat (motorzeis + gazontrimmer)
- Bougiesleutel
- Steeksleutel
- Inbussleutel gr. 5
- Inbussleutel gr. 4
- Kabelbinder
- Mengfles olie-benzine
- Rugzak
- Flexibele as
3. Leveringsomvang
Pos. Aantal Aanduiding
| 1 1x Motor-aandrijfeenheid (1) |
| 2 1x Boomzaag (13, 14, 14a) |
| 3 1x Heggenschaar (3, 15, 15a) |
| 4 1x Motorzeis (17, 17a, 17c, 18) |
| 5 1x Gazontrimmer (18) |
| 26 1x flexibele as |
| 19 1x Bougiesleutel |
| 20 1x Steeksleutel |
| 21 1x Inbussleutel gr. 4 |
| 22 1x Inbussleutel gr. 5 |
| 23 5x Kabelbinder |
| 24 1x Mengfles olie-benzine |
| 25 1x Rugzak |
| 6 1x voorste handgreep (afb. 2) |
| 4x Bouten M5 x 35 (afb. 2) |
| 1x Afdekking (afb. 2) |
| 4x Moeren M5 (afb. 2) |
4. Beoogd gebruik
De motorzeis (gebruik van het snijmes) is geschikt voor het snoeien van lichte houtige gewassen, zwaar onkruid en kreupelhout.
De gazontrimmer (gebruik van de spoel met snijdraad) is geschikt voor het maaien van gazons, grasvelden en licht onkruid.
De heggenschaar is geschikt voor het snijden van heggen, bosjes en struiken.
De boomzaag is bedoeld om bomen te snoeien. De zaag is niet geschikt voor omvangrijke zaagwerkzaamheden, het kappen van bomen of het zagen van andere materialen dan hout.
Het opvolgen van de gebruikshandleiding van de fabrikant is een voorwaarde voor een correct gebruik van de machine. Elk ander gebruik, dat in deze handleiding niet uitdrukkelijk toegelaten wordt, kan tot schade aan het apparaat leiden en een ernstig gevaar voor de gebruiker vormen. Let met name ook op de beperkingen in de veiligheidsvoorschriften.
Let erop dat onze apparaten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het apparaat in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden wordt ingezet.
Let op! Vanwege het risico op lichamelijk letsel bij de gebruiker, mag het multifunctioneel benzine apparaat niet worden gebruikt voor de volgende werkzaamheden: voor het reinigen van looppaden en als hakselaar voor het verkleinen van boom- en hegsnijafval. Verder mag het multifunctioneel benzine apparaat niet worden gebruikt voor het egaliseren van bodemoneffenheden, zoals bijv. molshopen. Om veiligheidsredenen mag het multifunctioneel benzine apparaat niet als aandrijfaggregaat voor andere gereedschapsets van welk type dan ook worden gebruikt.
Het multifunctioneel benzine apparaat mag uitsluitend voor de genoemde toepassingen worden gebruikt. Elk ander of verdergaand gebruik is niet volgens de voorschriften. De gebruiker/bediener en niet de fabrikant is aansprakelijk voor ontstane schade of elke vorm van letsel.
Wie mogen het apparaat niet gebruiken:
Personen die niet bekend zijn met de gebruikshandleiding, kinderen, jongeren onder de 16 jaar en personen die onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen, of moe of ziek zijn.
5. Algemene veiligheidsvoorschriften
⚠ WAARSCHUWING Lees alle veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens, waar dit product van is voorzien.
Nalatigheden bij het niet naleven van de onderstaande aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken.
Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwijzingen voor toekomstig gebruik.
Veiligheidsinstructies
Tijdens het transport van apparaten
- Zet tijdens het transport altijd de motor uit.
- Nooit de motor met draaiend snijgereedschap dragen of transporteren.
- Draag de motor alleen in werkhouding: Motor op de rug, linkerhand op de voorste greep en rechterhand op de bedieningsgreep (ook bij links-handigen) snijgereedschap op de vloer leggen.
- Om het weglopen van brandstof, beschadigingen en letsel te vermijden, moet het apparaat tijdens het transport in voertuigen worden beveiligd tegen omkantelen. Controleer de tank op lekkage. Wij adviseren om de tank voor het transport te legen.
- Voor verzending moet in elk geval de tank eerst worden geleegd.
- Als u het apparaat niet gebruikt, moet altijd u de mesbescherming monteren.
- Zorg ervoor dat er zich geen personen of dieren in de buurt van het werkgebied bevinden (minimale afstand van 15 m). In het gemaaide en opwervelende gras kunnen vreemde voorwerpen zoals ste- nen terechtkomen. U bent verantwoordelijk voor de veiligheid in uw werkruimte en aansprakelijk voor schade aan personen of voorwerpen.
- Het multifunctioneel benzine apparaat mag in de buurt van personen of dieren niet gestart of gebruikt worden.
- Gebruik het apparaat niet als u moe of ongecon-centreerd bent, onder invloed bent van alcohol of drugs. Onopmerkzaamheid kan tot ernstige verwondingen leiden.
- Gebruik een toegestane veiligheidsbril. Gebruik een toegestane gehoorbescherming.
- Gebruik goede veiligheidshandschoenen.
- Gebruik goede werkschoenen met antislip-zool en stalen neuzen. Werk nooit met het apparaat als u sandalen draagt of blootvoets bent.
- Draag bij het kappen van bomen altijd een goedgekeurde veiligheidshelm.
- Draag geen wijde kleding of sieraden. Draag een lange broek ter bescherming van uw benen. Draag bij lang haar een haarnetje. Loszittende kleding, sieraden of lange haren kunnen worden vastgegrepen door bewegende delen. Draag geschikte stevige, nauwsluitend werkkleding.
- Houd lichaamsdelen en kledingstukken uit de buurt van het snijgereedschap wanneer u de motor start of laat draaien.
- Zorg tijdens het werken voor een stevige en veilige houding. Om struikelgevaar te voorkomen, mag u niet achteruit lopen met het apparaat.
• Vermijd abnormale lichaamshoudingen. - Bij langer gebruik van het multifunctioneel benzine apparaat kunnen er trillingsafhankelijke doorbloedingsproblemen ontstaan (ziekte van Raynaud). Aanbevelingen voor de gebruiksduur kunnen in dit geval niet worden aangegeven, omdat dit van persoon tot persoon kan verschillen. De volgende factoren kunnen invloed hebben op het uiterlijk: Doorbloedingsproblemen in de handen van de bediener, lagere buitentemperaturen, langere gebruikstijden. Daarom is het raadzaam om warme werkhandschoenen te dragen en regelmatige pauzes te nemen.
- De uitlaatgassen van verbrandingsmotoren zijn gif-tig en kunnen onder andere leiden tot verstikking.
- Het apparaat mag alleen buiten worden gebruikt.
- Vul de brandstoftank alleen in de open lucht of in voldoende geventileerde ruimtes.
- Benzine en benzinedampen zijn licht ontvlambaar. Houd het apparaat uit de buurt van brandbare materialen en ontstekingsbronnen, zoals ovens of fornuizen. Niet roken terwijl u het apparaat vult of bedient. Veeg gemorste benzine direct op.
- Start het multifunctioneel benzine apparaat alleen op een plaats verwijderd van de tankplaats.
- Zorg ervoor dat het deksel van de tank altijd goed gesloten is. Let op eventuele lekkages.
- Als de motor loopt of bij een hete machine mag de tankdop niet geopend worden of er brandstof worden bijgevuld.
- Tankdop langzaam openen zodat benzinedampen kunnen ontsnappen.
- Let op dat de grepen droog, schoon en vrij van olie of brandstofmengsel zijn.
- Gebruik het apparaat niet zonder uitlaat en correct geïnstalleerde uitlaatbescherming.
-
Raak de uitlaat niet aan. Gevaar voor verbrandingen.
-
Gebruik uitsluitend de in deze handleiding aanbevolen brandstof.
- Bewaar benzine alleen in daarvoor bedoelde en gecontroleerde containers op een veilige plaats.
- Sta bij het snijden op een helling altijd onder het snijgereedschap.
- Zorg er altijd voor dat er zich geen voorwerpen of iets dergelijks ophopen in de draadkop, de beschermkap of de motor.
- Gebruik geen draad of iets dergelijks in de spoel.
- Werk alleen bij daglicht of bij geschikt kunstlicht.
- Voer voor elk gebruik een visuele controle van het apparaat uit.
- Controleer of alle bouten en verbindingsstukken goed vastzitten.
- Houd het apparaat altijd met beide handen vast.
- Controleer voor elk gebruik het apparaat en de onderdelen en veiligheidsvoorzieningen op beschadigingen of slijtage en laat indien nodig de nodige reparaties uitvoeren. Schakel nooit beschermingsen veiligheidsvoorzieningen uit. Gebruik het apparaat niet als er schade of slijtageverschijnselen optreden.
- Houd het gereedschap schoon en functionerend om beter en veiliger te kunnen werken.
- Houd het apparaat tijdens het werken altijd op voldoende afstand van het lichaam.
- Bij onderbrekingen van het werk en bij het wisselen van locatie moet het apparaat altijd worden uitgeschakeld, moet worden gewacht tot het snijgereedschap tot stilstand is gekomen en moet de motor worden uitgeschakeld.
- Laat het apparaat nooit onbeheerd achter op de werkplek. Bewaar het apparaat op een veilige plaats wanneer u het niet gebruikt.
- Laat u niet afleiden tijdens het werken met dit apparaat. Daardoor kunt u de controle over het gereedschap verliezen. Gebruik het apparaat nooit in de regen, in een vochtige of natte omgeving en bewaar het niet buiten.
- Als het apparaat nat wordt, wacht u tot het volledig droog is voordat u het weer gebruikt.
- Controleer de werkruimte op vreemde voorwerpen voordat u met dit apparaat gaat werken en verwijder deze. Als u tijdens het snijden toch een vreemd voorwerp tegenkomt, schakel dan het apparaat uit en verwijder het voorwerp.
- Als de grastrimmer, bosmaaier of boomzaag door vreemde voorwerpen (stenen, grasresten, takken enz.) wordt geblokkeerd, verwijder dan de vreemde voorwerpen met een stomp voorwerp.
Verwijder vreemde voorwerpen nooit met de vingers. Dit kan tot ernstige verwondingen leiden. Gebruik geschikte veiligheidshandschoenen.
- Draaiend apparaat altijd uit de buurt van het li-chaam houden.
- Overbelast de machine niet en voer geen werkzaamheden uit waarvoor het apparaat niet is bedoeld.
- Let erop dat de ventilatie-openingen altijd vrij zijn van vervuilingen.
- Bewaar het apparaat buiten het bereik van kinderen.
- Bewaar het apparaat op een veilige en droge plaats.
- Controleer de machine op beschadigingen na een botsing of andere beschadigingen.
- Houd lichaamsdelen en kledingstukken uit de buurt van de draadkop wanneer u de motor start of laat draaien.
- Let er vooral bij het trimmen van gazonranden, grindranden en dergelijke op dat stenen en aarde uit de snijdraad kunnen worden weggeslingerd.
- Steek nooit wegen of paden over wanneer het apparaat is ingeschakeld.
- Snijd nooit tegen harde voorwerpen zoals stenen enz. Zo voorkomt u verwondingen en schade aan het apparaat.
- Apparaat nooit zonder veiligheidsvoorziening gebruiken.
- Houd de snijvoorziening nooit met de handen tegen. Wacht altijd totdat deze uit zichzelf stopt.
- Houd de draadkop zo dicht mogelijk bij de grond.
- Maai alleen gras dat op de grond groeit. Gras in muurvoegen of op stenen mag niet worden gemaaid.
- Zorg er altijd voor dat er zich geen voorwerpen of iets dergelijks ophopen in de draadkop, de beschermkap of de motor.
- Gebruik het apparaat uitsluitend met veiligheids- voorziening.
- Schakel het apparaat altijd uit voordat u dit wegzet.
- Let op het gevaar voor verwondingen in de buurt van het snijmechanisme dat dient voor het afsnijden van de draad.
- LET OP: Het snijgereedschap roteert na het neerzetten van de machine nog enkele seconden door.
- Leg het apparaat pas neer nadat het snijgereedschap tot stilstand is gekomen en de motor is uitgeschakeld.
- Vervang een beschadigd snijgereedschap onmiddellijk door een nieuwe.
- Gebruik altijd alleen de originele draad. Gebruik nooit metalen draad in plaats van de nylon draad.
- Het apparaat en de snijgereedschappen moeten regelmatig en op de juiste wijze worden gecontroleerd en onderhouden. Beschadigingen moeten door een gespecialiseerd garagebedrijf worden gerepareerd.
- Gebruik alleen door de fabrikant aanbevolen accessoires.
- Laat uw apparaat uitsluitend door gekwalificeerd deskundig personeel repareren met uitsluitend originele reserveonderdelen. Hiermee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het apparaat gewaarborgd blijft.
In deze gebruikshandleiding hebben wij punten die uw veiligheid betreffen van dit teken voorzien: ⚠
6. Restrisico's
Het product is vervaardigd volgens de stand van de techniek en de erkende veiligheidstechnische regels. Toch kan tijdens de werkzaamheden sprake zijn van enkele restrisico's.
- Bovendien kunnen er ondanks alle getroffen voorzieningen verborgen restrisico's bestaan.
- Restrisico's kunnen worden geminimaliseerd als de "veiligheidsvoorschriften" en het "gebruik conform de voorschriften" alsook de bedieningshandleiding worden opgevolgd.
- Voorkom dat u het product onbedoeld inschakelt: als u de stekker in het stopcontact steekt, mag de startknop niet worden ingedrukt. Gebruik het inzetstuk dat in deze gebruikshandleiding wordt aanbevolen. U verkrijgt dan optimale prestaties met uw product.
- Houd uw handen buiten de werkomgeving, wanneer het product in bedrijf is.
- Ook als u dit gereedschap conform de voorschriften gebruikt, blijven er altijd restrisico's bestaan. De volgende gevaren kunnen in relatie tot de constructie en de uitvoering van dit apparaat optreden.
- Lichamelijk letsel door trillingen van hand en arm als het apparaat gedurende langere tijd wordt gebruikt, niet conform de voorschriften wordt bediend en onderhouden.
- Letsel en materiële schade veroorzaakt door rondvliegende gereedschapsopzetstukken die door plotselinge beschadiging, slijtage of onjuiste bevestiging onverwacht uit/van het apparaat worden geslingerd.
- Waarschuwing! Dit apparaat genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten.
Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat het apparaat wordt gebruikt.
- De klauw bij elke snede als aanzetpunt gebruiken, altijd met lopende zaagketting de snede starten. Voor de snede zo uit, dat de zaag niet in het hout blijft steken.
- Let vooral op takken die onder spanning staan.
- Trek het apparaat alleen met draaiende zaagketting uit het hout.
- Werk nooit boven schouderhoogte of met één hand aan het apparaat.
- Blijf altijd buiten de valrichting staan. Blijf op hellingen boven de te kappen boom staan.
- Zaag altijd zijdelings aan een boom die op een helling staat, nooit van boven of onder.
- Let altijd op de valrichting van de af te snijden delen.
- Zet nooit het uiteinde van het zaagblad op de zaagsnede en zaag nooit met het uiteinde van het zaagblad.
- Gevaar voor terugslag! Er bestaat altijd gevaar voor terugslag wanneer het uiteinde van het zaagblad hout of andere voorwerpen raakt. De kettingzaag wordt daardoor oncontroleerbaar en kan met grote kracht in de richting van de gebruiker worden geslingerd.
- Gebruik het apparaat niet als hefboom om voorwerpen te verplaatsen.
- Gebruik altijd de kettingbescherming tijdens transport en opslag.
- Zet het apparaat tijdens het transport vast om brandstofverlies, schade of letsel te voorkomen.
- Waarschuwing! Houd passanten uit de buurt van het draaiende apparaat, werk echter nooit alleen.
- Blijf binnen gehoorsafstand van anderen voor het geval dat u hulp nodig hebt.
- Stop de motor onmiddellijk als er iemand in de buurt komt.
- Zorg ervoor dat de zaagketting niet in contact komt met vreemde voorwerpen zoals o.a. stenen, hekken, spijkers. Deze voorwerpen kunnen weggeslingerd worden en de gebruiker of omstanders verwonden of de zaagketting beschadigen.
- Nationale voorschriften kunnen het gebruik van de boomzaag beperken.
- Gebruik de machine nooit in een positie, waarin deze tot op 10 m afstand tot hoogspanningsleidingen kan komen.
Koppel altijd de bougiestekker los voordat aan het apparaat zelf wordt gewerkt (zoals bij transport, montage, ombouw, reinigings- en onderhoudswerkzaamheden)!
- Technische gegevens
| Snijgegevens grastrimmer | |
| Snijdiameter | 450 mm |
| Draaddikte 2 x 2,8 mm | |
| Draadlengte 4 m | |
| Toerental grastimmer max. | 6900 min ^-1 |
| Snijgegevens bosmaaier | |
| Snijdiameter 255 mm | |
| Snijbladdikte 1,4 mm | |
| Tandenaantal 3 | |
| Toerental bosmaaier max. | 7500 min ^-1 |
| Zaaggegevens heggenschaar | |
| Snijdiameter 24 mm | |
| Zwaard hoekafstelling | +90°/0°/-75° (165°) |
| Snijlengte 400 mm | |
| Snijsnelheid max. 1550 | min ^-1 |
| Zaaggegevens boomzaag | |
| Lengte geleideblad 300 | mm |
| Snijlengte 254 mm | |
| Geleideblad type AL10-39-507P | |
| Zaagkettingdeling 3/8" | |
| Type zaagketting | 3/8,50-39 |
| Dikte aandrijfelementen | 1,27 mm |
| Volume van de olietank | 125 cm ^3 |
| Toerental boomzaag min. | 4200 min ^-1 |
| aandrijving | |
| Cilinderinhoud | 51,7 cm ^3 |
| Nominaal motorvermogen | 1,45 kW |
| Stationair toerental | 3000 ±300 min ^-1 |
| Volume van de benzinetank | 920 cm ^3 |
| CO _2 -uitstoot | 1.059,5 g/kWh |
| Motortype 2-takt motor, | luchtgekoeld |
| Gewicht met grastrimmer | 11,98 kg |
| Gewicht met bosmaaier | 11,88 kg |
| Gewicht met boomzaag | 12,53 kg |
| Gewicht met heggenschaar | 13,20 kg |
Technische wijzigingen voorbehouden!
Geluid en trilling
△ Waarschuwing: Lawaai kan ernstige gezondheidsklachten tot gevolg hebben. Als het geluid van de machine hoger is dan 85 dB, dient u geschikte gehoorbescherming te dragen.
Beperk de geluidsproductie en trilling tot een minimum!
- Gebruik uitsluitend goed functionerende apparaten.
- Onderhoud en reinig het apparaat regelmatig.
- Pas uw werkwijze aan het apparaat aan.
• Zorg dat het apparaat niet overbelast raakt. - Laat het apparaat eventueel controleren.
- Schakel het apparaat uit als deze niet in bedrijf is.
- Draag handschoenen.
Informatie over geluidsproductie conform ISO 22868; EN ISO 3744:1995:
Geluidswaarden
| Geluidsvermogensniveau L_WA | 115,2 dB |
| Geluidsdrukniveau L_pA | 97,3 dB |
| Onzekerheid K_pA | 3 dB |
Trillingseigenschappen
Trillingswaarde conform ISO 22867:
| Trilling grastrimmer ah | Voor 6,67 m/s2 |
| Achter 5,67 m/s2 | |
| Bosmaaier ah | Voor 6,96 m/s2 |
| Achter 7,14 m/s2 | |
| Heggenschaar ah | Voor 6,62 m/s2 |
| Achter 6,62 m/s2 | |
| Boomzaag ah | Voor 6,62 m/s2 |
| Achter 3,99 m/s2 | |
| Onzekerheid Kh | 1,5 m/s2 |
8. Uitpakken
- Open de verpakking en haal het product er voorzichtig uit.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
- Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
- Controleer het product en de hulpstukken op transportschade. Bij klachten moet direct contact worden opgenomen met de expediteur. Reclamaties op een later tijdstip worden niet erkend.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
- Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het product aan de hand van de gebruikshandleiding.
- Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserveonderdelen uitsluitend originele onderdelen. Reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij de leverancier.
- Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het product aan.
⚠ WAARSCHUWING!
Het product en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!
9. Voor de ingebruikname
Controleer het apparaat voor elke ingebruikname op:
• Dichtheid van het brandstofsysteem.
- Perfecte staat en volledigheid van de veiligheids- voorzieningen en de snij-inrichting.
- Stevige bevestiging van de schroefverbindingen.
- Soepel lopen van alle bewegende delen.
1 Brandstof en olie
Aanbevolen brandstoffen
Gebruiken uitsluitend een mengsel van loodvrije benzine en speciale 2-taktmotorolie. Meng het brandstofmengsel volgens de brandstofmengtabel.
Let op: Gebruik geen brandstofmengsel dat meer dan 90 dagen lang opgeslagen is geweest.
Let op: Gebruik geen 2-takt olie dat een mengverhouding van 100:1 adviseert. Bij schade aan de motor op basis van onvoldoende smering vervalt de garantie van de fabrikant.
Let op: Gebruik alleen aangewezen en goedgekeurde tanks voor het transport en de opslag van brandstof.
Doe telkens de juiste benzine en 2-takt-olie in de meege-leverde mengfles. Schud vervolgens de tank goed door. Gebruik nooit olie voor 4-takt-motoren of watergekoel-de 2-takt-motoren. Hierdoor kan de bougie verontreinigd raken, de uitlaat geblokkeerd raken of de zuiger-veer verstopt raken.
Brandstofmengsels die een maand of langer niet zijn gebruikt, kunnen de carburateur verstoppen of de werking van de motor beïnvloeden. Voer brandstof wat u niet nodig heeft, in een luchtdichte tank en bewaar deze in een donkere, koele ruimte.
2 Brandstof-mengtabel
Mengmethode: 40 delen benzine op 1 deel olie
Voorbeeld:
1 | benzine : 0,025 | 2-takt-olie
5 | benzine : 0,125 | 2-takt-olie
Waarschuwing! Let op de uitlaatgassen.
Schakel de motor voor het tanken altijd uit. Giet nooit benzine in het apparaat, terwijl de motor draait of heet is. Er bestaat brandgevaar!
Vul de tank uitsluitend bij in de buitenlucht of in goed geventileerde ruimtes. Let erop dat er geen brandstof of kettingolie in de grond wegloopt (milieubescherming). Gebruik een geschikte ondergrond.
10. Montage en bediening
⚠ Let op!
Het product voor de ingebruikstelling in ieder ge- val volledig monteren!
MONTAGE
Bij de samenstelling van deze machine moet u de aangegeven montage-aanwijzingen opvolgen.
1. Monteer de greep aan de machineafb. 2-3
- Installeer de voorste handgreep zoals weergegeven in afbeelding 2.
- Zorg ervoor dat u de pen op het gat richt. Draai de bouten slechts lichtjes vast voordat u de meest comfortabele werkhouding met de draagriemen hebt ingesteld. De voorste handgreep moet worden uitgelijnd zoals weergegeven in afbeeldingen 2+3, waarna de bouten vast moeten worden gedraaid.
2. Schacht monteren afb. 4
- Trek de vergrendelbouten (a) eruit en druk het onderste deel van de schacht (b) naar beneden totdat de vergrendelbout vastklikt. De pen (a) bevindt zich in de juiste positie wanneer deze volledig in het boorgat is geplaatst.
- Haal vervolgens de knop (d) goed aan.
3. Monteer de bescherming afb. 5-7
- Bevestig de bescherming met de als standaardaccessoire meegeleverde sleutel; haal de schroeven goed aan.
⚠ Waarschuwing! Gebruik de machine nooit zon- der bescherming!
4. Montage en demontage van snij-inrichtingen Grastrimmer / spoel afb. 8-9
• Draai de moeren los.
Lijn de beide boorgaten van de flens en de afdekking uit. Houd de flens vast met een schroeven-draaier en draai de steeksleutel rechtsom; de moer zal loskomen. Verwijderen de afdekking door de moer los te draaien.
- Bevestig de nylon-snijkop .
Houd de flens vast, bevestig de nylon snijkop op de steel en draai deze linksom; de nylon-snijkop wordt bevestigd. Afb. 9
- Losmaken de nylon-snijkop.
Houd de flens vast met een schroevendraaier en draai vervolgens de nylon-snijkop rechtsom; nu kan hij worden vervangen.
Bosmaaier / snijmes
- Bevestig het zaagblad. Afb. 10-12
Verwijder de buitenflens na het losdraaien van de moeren. Lijn vervolgens het zaagblad (17), de buitenflens (17a), de afdekking (17b) en de moer uit. Let op dat de draairichting van het zaagblad moet overeenkomen met de richting van de pijl op het zaagblad. Houd de flens vast met een schroeven-draaier en draai de moer linksom vast; zorg ervoor dat de moer goed vastzit.
- Losmaken van het zaagblad. Houd de flens vast met een schroevendraaier en draai de moer los; dan kunt u het zaagblad verwijderen.
⚠ Waarschuwing!
Controleer voor gebruik of de snijkop goed is gemonteerd!
WERKING
Bij het werken met het apparaat als gazontrimmer en bosmaaier moet de kunststofbeschermkap voor mes- of draadbediening zijn gemonteerd om te voorkomen dat voorwerpen worden weggeslingerd.
Het geïntegreerde mes (A) in de snijdraad-bescherm-kap snijdt het draad automatisch af op de optimale lengte. Afb. 25
- Verwijder de vergrendelbouten en bevestig de flexibele as aan de motor tot de vergrendelbouten vastklikken. Afb. 13, 14
- Open het luchtfilterdeksel, schroef de gaskabel zoals weergegeven vast en hang deze aan de smoorklep. Afb. 15 - 17
- Met borgmoer borgen, gaskabel moet zich vrij kunnen bewegen, bij nullast alsook bij volgas. Afb. 18
- Kabel voor onderbreking van de ontsteking samenvoegen zoals in afb. 19 + 20 weergegeven.
• Luchtfilterdeksel weer met bout bevestigen. Afb. 21 - Bout op het greepdeel verwijderen, de andere zijde van de flexibele as in het greepdeel steken en met de bout op het greepdeel bevestigen. Afb. 22 + 23
- De gaskabel met tie-raps aan de flexibele as fixeren. Afb. 24
6. Breng de draagriem aan. Afb. 56 - 60
• Maak de draagriem vast. Afb. 56 - 58
- Breng de machine eerst in evenwicht als deze is uitgeschakeld.
- Het snijgereedschap mag bij een normale werkhouding de grond niet raken.
- Met behulp van de draagriemen kan de rugzak worden ingesteld op de gewenste lichaamslengte. Afb. 59
- Veiligheidsknop op de draagriem Afb. 60 LET OP! In noodgeval kan de veiligheidsknop (m) op de draagriem worden ingedrukt. De machine zal dan direct worden losgekoppeld van de draagriem en op de bodem vallen.
7. Montage van de heggenschaar afb. 47 - 49
- Verwijder bout (d), lijn de boorgaten (c) uit, plaats bout (d) weer terug en schroef deze vast.
- Plaats de heggenschaar (15) nauwkeurig op de verbindingsstang (3), zoals in afbeelding 47 wordt weergegeven.
• Klem hem vast met bout (a). - Instelling van de hoek door ontgrendeling van de blokkering. (afb. 48)
- De heggenschaar kan van 0^ tot 90^ (afb. 49) versteld worden.
8. Montage van zaagblad en zaagketting afb. 50 - 52
- Verwijder de beschermkap van het kettingwiel (afb. 52/pos. J) door het losmaken van de bevestigingsmoer (pos. I). De zaagketting (pos. F) wordt, zoals afgebeeld, in de groef gelegd die om het zaagblad (pos. E) loopt.
- Let op de uitlijning van de kettingtanden (afb. 51). Leg de zaagketting om het kettingwiel (pos. H). Let er daarbij op dat de tanden van de zaagketting goed in het kettingwiel grijpen.
- Plaats het zaagblad, zoals in afb. 51 getoond, in de opening bij de aandrijving. Het zaagblad moet in de kettingspanpen (pos. G) worden gehaakt.
- Plaats de beschermkap van het kettingwiel.
Let op! Draai de bevestigingsschroef pas definitief vast nadat de kettingspanning is ingesteld.
Spannen van de zaagketting afb. 52 - 55
Let op! Voor de controle en instelwerkzaamheden altijd de bougiestekker verwijderen.
- Draai de bevestigingsschroef (pos. I) voor de beschermkap van het kettingwiel enkele slagen los (afb. 52).
- Stel de kettingspanning in met de kettingspan-schroef (afb. 54/pos. K). Draai de schroef rechtsom om de kettingspanning te verhogen, of linksom om de kettingspanning te verlagen.
De zaagketting is juist gespannen als deze in het midden van het zaagblad ongeveer 2 mm opgetild kan worden (afb. 53). - Draai de bevestigingsschroef voor de beschermkap van het kettingwiel vast (afb. 55).
- Let op! Alle schakels moeten correct in de geleidingsgroef van het zaagblad liggen.
Aanwijzingen voor het spannen van de ketting:
De zaagketting moet correct gespannen zijn om een veilige werking te garanderen. De zaagketting is juist gespannen als deze in het midden van het zaagblad ongeveer 2 mm opgetild kan worden. Tijdens het zagen neemt de temperatuur van de zaagketting toe, waardoor de lengte verandert. Controleer tenminste elke 10 minuten de kettingspanning en pas deze zo nodig aan. Dit geldt in het bijzonder voor nieuwe zaagkettingen.
Haal na afloop van het werk de spanning van de zaag-ketting, aangezien de ketting bij het afkoelen korter zal worden. Zo helpt u schade aan de ketting te voorkomen.
9. Benzine bijvullen
⚠ Gevaar voor letsel! Benzine is explosief!
Motor uitschakelen en laten afkoelen!
Draag veiligheidshandschoenen!
Huid- en oogcontact vermijden!
Neem beslist het hoofdstuk "Veiligheidsinstructies" in acht.
- Gebruik het apparaat uitsluitend in de buitenlucht of in goed geventileerde ruimtes.
- Reinig de omgeving van het vulgedeelte. Verontreinigingen in de tank veroorzaken bedrijfsstoringen.
- Schud de tank met het brandstofmengsel vóór het vullen.
- Open voorzichtig het tankdeksel (B) zodat eventuele overdruk kan ontsnappen. Afb. 26
- Vul voorzichtig het brandstofmengsel bij tot aan de onderkant van de vulpijp.
- Sluit het tankdeksel (B) weer. Controleer of de tankdop goed is afgesloten.
- Maak het tankdeksel en de omgeving goed schoon.
- Controleer de tank en de brandstofleidingen op lekkage.
- Neem minimaal drie meter van de plek waar u brandstof hebt bijgevuld voordat u de motor start.
Benzine aftappen afb. 43
Leeg de tank uitsluitend in de buitenlucht of in goed geventileerde ruimtes. Let erop dat er geen brandstof of kettingolie in de grond wegloopt (milieubescherming). Gebruik een geschikte ondergrond.
- Houd een opvangbak onder de aftapplug voor de benzine.
- Schroef de tankdop los en verwijder deze.
- Tap het benzine/oliemengsel volledig af.
- Schroef de tankdop met de hand weer vast.
10. Apparaat starten
Start het apparaat niet, voordat u deze volledig heeft gemonteerd.
⚠ Gevaar voor letsel!
Start het benzine-combi-apparaat alleen als het aanbouwapparaat is aangesloten! Verwijder de overeenkomstige transportbescherming en inspecteer het apparaat op een goede bedrijfs-toestand. Gebruik nooit een beschadigd, slecht afgesteld of onderhouden apparaat of een apparaat dat niet volledig en veilig is gemonteerd.
Voor gebruik controleren!
- Controleer of het apparaat zich in een veilige toestand bevindt:
- Controleer het apparaat op lekken.
- Controleer het apparaat op zichtbare schade.
- Controleer of alle onderdelen van het apparaat goed zijn aangebracht.
- Controleer of alle veiligheidsvoorzieningen zich in goede staat bevinden.
Starten afb. 60, 26 - 30
Zodra het apparaat conform de voorschriften is ge- monteerd, start u de motor als volgt:
- Druk de motorschakelaar in de Aan-positie. Afb. 27
- Zet de choke-hendel op de positie. Afb. 27
- Druk de benzinepomp niet meer dan 5 keer in. Afb. 26
-
Trek 3 tot 5 keer aan de greep van de starterkoord (9) om de motor te starten. Afb. 28 LET OP! Nooit een voet op de schacht zetten of erop knielen.
-
Als de motor draait, moet u even wachten en vervolgens de chokehendel in de juiste stand zetten. Afb. 29
-
Voor het starten van de snij-inrichting bedient u met uw hand de vrijgavehendel (8) en met uw vingers de gashendel (11). Hoe verder u de gashendel indrukt, hoe hoger het toerental van de motor. Bij het loslaten van de gashendel gaat de motor weer stationair lopen en stopt het snijgereedschap. Afb. 30 Het snijgereedschap mag bij stationair bedrijf niet meedraaien of bewegen!
-
Als er problemen optreden, schakelt u de motor-schakelaar (7) direct op "0" zodat de motor stopt. Let op, de snij-inrichting kan nog enkele seconden verder draaien. Afb. 30
-
In noodgeval kan de veiligheidsknop (m) op de draagriem worden ingedrukt. De machine zal dan direct worden losgekoppeld van de draagriem en op de bodem vallen. Afb. 60
-
Voor het starten bij een warme motor, kunt u de choke-hendel in de positie "warme start en werken" laten.
Aanwijzing: Als de motor ook na meerdere pogingen niet aanspringt, dient u het hoofdstuk "Verhelpen van storingen aan de motor".
Aanwijzing: Trek het starterkoord er altijd recht uit. Als het starterkoord onder een hoek wordt aangetrokken, kan er wrijving bij het oog ontstaan. Door deze wrijving slijt het koord door en slijt sneller. Houd altijd de greep van het starterkoord vast, terwijl het koord weer naar binnen wordt getrokken.
Laat het koord nooit in uitgetrokken toestand, terug- schieten.
Aanwijzing: Start de motor niet in hoog gras.
△ Let op: Na het uitschakelen van de motor blijft de snij-inrichting nog enkele seconden nalopen; blijf dus uit de buurt van de snij-inrichting tot deze volledig tot stilstand is gekomen!
11. Werkinstructies
Werken met benzine-motorzeis/trimmer
- Zorg ervoor dat u bij een uitgeschakeld apparaat vertrouwd raakt met de bediening en geleiding, als u voor de eerste keer met de benzine-motorzeis werkt.
- De benzine-motorzeis is zo ontworpen dat deze door de gebruiker uitsluitend aan de rechterkant van het lichaam wordt geleid.
- Houd de benzine-motorzeis altijd met beide handen aan de grepen vast.
- Houd met uw rechterhand de bedieningsgreep en met uw linkerhand de handgreep van de handstang vast.
- Let er altijd op dat het snijgereedschap nog korte tijd doordraait nadat de gashendel is losgelaten.
- Let altijd op optimaal vrijlopen met stationaire motor, zodat het snijgereedschap bij een niet ingedrukte gashendel niet meer draait.
- Werk altijd met een hoger toerental, zo krijgt u het beste snijresultaat.
-
Zwenk het apparaat gelijkmatig met boogvormige bewegingen van links naar rechts en weer terug. Maai vervolgens de volgende baan. Afb. 46
Let op: Beweeg het apparaat altijd eerst terug naar de uitgangspositie voordat u de volgende baan maait. -
Als u bij werkzaamheden tegen een steen of boom stoot, schakel de motor uit en verwijder de bougiestekker, onderzoek vervolgens de benzine-motorzeis op beschadigingen.
- Let op: Bij werkzaamheden op lastig terrein en op hellingen altijd bijzonder voorzichtig te werk gaan. Snijd bij hoog gras altijd trapsgewijs om het apparaat niet te overbelasten. Snijd eerst de uiteinden, werk vervolgens trapsgewijs verder.
- Draag altijd een veiligheidsbril en gehoorbescherming en bij ontbossingswerkzaamheden een veiligheidshelm.
- De benzine-motorzeis is geschikt voor het uitdunnen van struikgewas, wildgroei, jonge bomen (met een stamdiameter van maximaal 2 cm) en hoog gras.
- Bij het gebruik van metalen snijgereedschap bestaat altijd het gevaar voor terugslag, als het gereedschap op een vast hindernis stuit (stenen, bomen, takken enz.). Daarbij wordt het apparaat tegen de draairichting in terug geslingerd.
- Bij wildgroei en kreupelhout "doopt" u de heggenschaar van bovenaf in. Het maaisel wordt dan fijngehakt.
- Let op! Het mes loopt na! Rem het mes niet af met de hand.
- Houd handen en voeten uit de buurt van de het mes/maaielement van de motorzeis.
LET OP: Ga bij deze werktechniek met bijzondere voorzichtigheid te werk, wat des te groter de afstand van het snijgereedschap tot aan de grond is, des te groter is het gevaar dat snoeisel en vreemde voorwerpen naar de zijde worden geslingerd.
Maaien met grastrimmer
- Gebruik de draadcassette om ook aan oneffen randen, omheiningen en bomen een nette snede te verkrijgen.
- Geleid de trimdraad voorzichtig langs een hindernis en snij met de draadpunt om de hindernis heen. Bij contact van de trimdraad met stenen, bomen en muren rafelt de draad vroegtijdig af of breekt.
- Vervang de kunststof draad nooit door een metalen draad - gevaar voor letsel!
Trimdraad-automatiek (afb. 44)
De grastrimmer wordt met een gevulde draadcassette geleverd.
De draad slijt tijdens de werkzaamheden.
Om ervoor te zorgen dat de nieuwe draad wordt toegevoerd, drukt u de trigger aan de draadcassette bij draaiende motor krachtig op de grond.
De draad wordt door de centrifugale kracht automatische vrijgegeven. Door het mes op de snijbescherming wordt de trimdraad op de juiste lengte ingekort.
Werken met de heggenschaar
- De heggenschaar is geschikt voor het snijden van heggen, bosjes en struiken.
- Houd de heggenschaar met beide handen op veilige afstand van het lichaam.
- De heggenschaar kan door zijn dubbelzijdige messen vooruit en achteruit of door zwenkbewegingen van de ene naar de andere kant worden gebracht.
- Snoei eerst de zijkanten van de heg en daarna pas de bovenkant.
- Snoei de heg van onderen naar boven.
- Snij de heg trapezevormig.
- Verwijder beslist vreemde objecten uit de heg (zoals draad), aangezien deze de messen van de heggenschaar kunnen beschadigen.
- Let op! De messen draaien na! Rem de messen niet af met de hand.
Hoekafstelling:
De heggenschaar kan tussen +90° tot -75° worden aangepast aan de werkomstandigheden door de mes-kop te verdraaien. Afb. 49
- Let op! Uitsluitend bij uitgeschakelde motor afstellen!
- Druk op beide hendels en zet de meskop in de gewenste stand. Afb. 48
- Laat beide hendels los tot ze in de tanden vastgrijpen.
- Controleer voor de ingebruikname of de verstelhendels correct zijn vastgeklikt. Afb. 49
Olie de messen en hoekafstelling voor aanvang van de werkzaamheden altijd in met milieuvriendelijke smeerolie.
Ook tijdens de werkzaamheden moeten de messen regelmatig worden ingeolied.
Let op! Uitsluitend bij uitgeschakelde motor voorzien van olie!
LET OP: Een onjuist gebruik en misbruik kan de heg-genschaar beschadigen en ernstig letsel door wegslin-gerende delen veroorzaken.
Om het gevaar op ongevallen door de heggenschaar te vermijden, dient u de volgende punten in acht te nemen:
- Snoei nooit struiken of hout van meer dan 2 cm diameter.
• Vermijd het contact met metalen delen, stenen enz. - Controleer de heggenschaar regelmatig op beschadigingen. Beschadigde heggenschaar nooit blijven gebruiken.
- Bij een merkbaar bot worden van de heggenschaar moet deze volgens de voorschriften door een gekwalificeerde technicien worden geslepen.
Bij merkbaar onbalans moet de heggenschaar worden vervangen.
Werken met de boomzaag
Oliën van zaagketting en geleideblad
Aanbevolen wordt om een in de handel verkrijgbare kettingzaagolie te gebruiken.
• Verwijder de olietankdop. (afb. 54 / L)
- Vul de olietank van de kettingzaag (afb. 54 / M) voor 80% met kettingzaagolie.
- Sluit de dop.
Controleer de olievoorziening
Controleer altijd of het automatische oliesysteem correct werkt. Zorg ervoor dat de olietank altijd is gevuld.
Tijdens het zagen moeten het zaagblad en ketting altijd voldoende geolied zijn om de wrijving met het kettingzwaard te beperken.
Het kettingzwaard en de ketting mogen niet drooglo- pen. Als droog of met te weinig olie wordt gezaagd, neemt de zaagprestatie af, wordt de levensduur van het kettingzwaard verkort, wordt de ketting snel bot en zal het zaagblad sterk slijten als gevolg van oververhit- ting. Te weinig olie is te herkennen aan de rookontwik- keling of de verkleuring van het zaagblad.
Om de smering van de zaagketting te controleren, houdt u de kettingzaag met de zaagketting boven een vel papier en geeft u enkele seconden vol gas.
Nu kunt u op het papier de desbetreffende ingestelde oliehoeveelheid controleren. Er moet altijd een geringe hoeveelheid olie van de zaagketting afspatten. Na enkele seconden moet een licht oliespoor zichtbaar zijn.
Let op dat er altijd voldoende olie in de olietank zit voor smering van de zaagketting.
Automatische smering van de zaagketting - Fijnafstelling afb. 61.
Met bout (R) kunt u de oliehoeveelheid verkleinen of vergroten.
Rechtsom - oliehoeveelheid verkleinen (-)
Linksom - Oliehoeveelheid verhogen (+)
Voorzorgsmaatregelen voor de zaagprocedure
Ga nooit onder een te zagen tak staan. Er bestaat dan groot gevaar dat de tak onverwacht op u valt. In het algemeen wordt aanbevolen om de takkenzaag onder een hoek van 60° ten opzichte van de tak te plaatsen.
Houd het apparaat met beide handen goed vast tijdens het snoeiwerk en zorg ervoor dat u stevig staat en een goed werkhouding aanneemt.
- Probeert nooit om het gereedschap met één hand te gebruiken.
Als u de controle over het gereedschap verliest, kan dit ernstig of dodelijk letsel tot gevolg hebben. Werk nooit vanaf een ladder, een boomtak of andere onstabiele ondergrond. - Zaag dikke takken niet in een keer, maar altijd in meerdere stappen.
- Plaats de zaagketting tegen de tak om te zagen.
- Oefen lichte druk uit om het apparaat te geleiden, zonder echter de motor over te belasten.
Maak vóór het snoeien het werkgebied vrij van takken en struikgewas die in de weg zitten. Zorg vervolgens voor een uitwijkplaats, op afstand van de plek waar de gezaagde takken vallen, en verwijder daar eventuele obstakels. Houd het werkgebied schoon en haal de gesnoeide takken direct weg. Let op uw standplaats, de windrichting en de mogelijke valrichting van de takken. Houd er rekening mee dat afgevallen takken terug kunnen veren. Plaats alle andere gereedschappen en apparatuur op een veilige afstand van de te zagen takken, maar niet op de plek die bestemd is om uit te wijken.
Kijk altijd naar de gezondheidstoestand van de boom.
Let op rot en gezondheidsproblemen in de wortels en takken. Als ze van binnen rot zijn, kunnen ze afbreken en onverwacht naar beneden vallen tijdens het zagen. U kunt ook geraakt worden door afgebroken en dode takken die naar beneden komen als gevolg van de beweging. Maak in zeer dikke of zware takken eerst een kleine inkeping aan de onderzijde van de tak voordat u van boven naar beneden zaagt. Zo voorkomt u dat de tak uitscheurt.
Algemene zaagtechniek
Zware takken breken gemakkelijk af bij het zagen. Er scheuren dan lange repen bast uit de stam, wat langdurige schade aan de boom tot gevolg heeft. Met de volgende zaagtechniek kunt u dit risico aanzienlijk verminderen:
- Zaag de tak eerst van onderen op ongeveer 10 cm van de stam in.
- Maak op ongeveer 15 cm van de stam van bovenaf een volgende zaagsnede.
- Zaag verder totdat de tak afbreekt. Er is nu geen risico op schade aan de bast van de stam.
- Verwijder tot slot de resterende stomp met een zui- vere snede in het verlengde van de stam.
- Om de schade aan de boom tot een minimum te beperken, adviseren we om daarna de wond af te dekken met wondbalsem.
Gevaren door reactiekrachten
Tijdens het gebruik van de zaagketting treden reactiekrachten op. De krachten die op het hout worden uitgeoefend, zijn tegengesteld aan de kracht van de gebruiker. Ze treden op wanneer de bewegende ketting in contact komt met een vast object zoals een tak, of wanneer deze wordt afgeklemd. Door deze krachten kunt u de controle over het apparaat verliezen, wat letsel tot gevolg kan hebben.
Inzicht in de oorzaak van deze krachten kan u helpen een schrikreactie en het verlies van de controle te voorkomen.
Deze zaag is zodanig ontworpen dat de terugslage-effecten minder ingrijpend zijn dan bij traditionele ket-tingzagen.
Houd het gereedschaptechter altijd stevig vast en zorg voor een goede werkhouding om in geval van twijfel de controle te behouden.
De meest voorkomende effecten zijn:
- terugslag
- terugstoot
- Naar voren trekken
terugslag
Terugslag kan optreden wanneer de bewegende zaagketting bij het bovenste kwadrant van het geleideblad een voorwerp raakt of wordt vastgeklemd.
De zaagkracht van de ketting oefent een rotatiekracht op de zaag uit die tegengesteld is aan de richting van de kettingbeweging. Dit leidt tot een opwaartse beweging van het geleideblad.
Terugslag (kickback) voorkomen
De beste bescherming is om situaties te voorkomen die leiden tot terugslag.
- Houd de positie van het bovenste geleideblad altijd in de gaten.
-
Laat dit onderdeel nooit in contact komen met een voorwerp. Zaag hier niets mee. Wees vooral voorzichtig in de buurt van metalen afrasteringen en bij het zagen van kleine, harde knoesten waarin de ketting gemakkelijk kan vastklemmen.
-
Zaag slechts één tak tegelijk.
Naar voren trekken
Het naar voren trekken vindt plaats wanneer de ketting bij de onderzijde van het blad plotseling vastloopt omdat deze wordt vastgeklemd of een vreemd voorwerp in het hout raakt. De ketting trekt de zaag dan naar voren. Het naar voren trekken treedt vooral op wanneer de ketting niet op volle snelheid draait wanneer deze in contact komt met het hout.
Naar voren trekken voorkomen
Wees bewust van de krachten en situaties die kunnen leiden tot het vastlopen van de ketting aan de onderzijde van het blad.
Begin altijd pas met zagen wanneer de ketting op volle snelheid draait.
terugstoot
Terugstoot ontstaat wanneer de ketting aan de bovenzijde van het blad plotseling vastloopt omdat deze is ingeklemd of een vreemd voorwerp in het hout raakt. Door de ketting kan de zaag dan met een schok te- gen de gebruiker drukken. Terugstoot komt vaak voor als de bovenzijde van het blad wordt gebruikt om te zagen.
Terugstoot voorkomen
Wees bewust van de krachten en situaties die kunnen leiden tot het vastlopen van de ketting aan de bovenzijde van het blad. Zaag slechts één tak tegelijk. Kantel het zaagblad niet naar de zijkant wanneer u het uit een zaagsnede trekt, omdat de ketting anders kan vastklemmen.
12. Reiniging
- Houd de grepen olievrij zodat u een goede houvast heeft.
- Reinig zo nodig het apparaat met een vochtige doek en eventueel met een mild spoelmiddel. Gebruik geen reinigingsmiddelen of oplosmiddelen; deze kunnen de kunststofonderdelen van het product aantasten.
- Zorg dat de veiligheidsinrichtingen, de ventilatiesleuven en de motorbehuizing zo stof- en vuilvrij mogelijk zijn. Wrijf het product met een schone doek af en blaas deze met perslucht bij lage druk uit.
- Wij adviseren u, om het product direct na elk gebruik te reinigen.
⚠ Let op!
- Trek vóór elke reiniging de bougiestekker los.
- Dompel het apparaat om te reinigen nooit onder in water of andere vloeistoffen.
- Bewaar het apparaat op een veilige en droge plaats en buiten het bereik van kinderen.
13. Opslag
Bewaar het product en de bijbehorende accessoires op een donkere, droge en vorstvrije en voor kinderen ontoegankelijke plaats.
De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 30°C. Bewaar het product in de originele verpakking. Dek het product af om het te beschermen tegen stof of vocht. Bewaar de gebruikshandleiding bij het product.
Voorzichtig: Berg het apparaat nooit langer op dan 30 dagen zonder de volgende stappen uit te voeren:
Het apparaat opbergen
Als u het apparaat langer dan 30 dagen wilt opbergen, moet deze hiervoor geschikt worden gemaakt. Anders zal de in de carburateur aanwezige, resterende brandstof verdund worden en kan een rubberachtig bezinksel achterblijven. Hierdoor wordt het starten moeilijker en zullen er kostbare reparatiewerkzaamheden moeten worden uitgevoerd.
1 Verwijder langzaam het deksel van de brandstof-tank om eventuele druk in de tank af te tappen. Leeg de tank voorzichtig. Leeg de tank uitsluitend in de buitenlucht of in goed geventileerde ruimtes. Let erop dat er geen brandstof of kettingolie in de grond wegloopt (milieubescherming). Gebruik een geschikte ondergrond.
2 Start de motor en laat deze draaien tot de motor stopt om het brandstof uit de carburateur te verwijderen.
3 Laat de motor afkoelen (ca. 5 minuten).
4 Verwijder de bougie.
5 Doe 1 theelepel schoon 2-takt-olie in de verbrandingsruimte. Trek nu meerdere keren langzaam aan het starterkoord om de interne componenten van een oliecoating te voorzien. Plaats de bougie weer terug.
Aanwijzing: Berg het apparaat op een droge locatie op, ver uit de buurt van mogelijke ontstekingsbronnen, zoals bijv. een oven, heetwaterboiler met gas, gasdroger etc.
Opnieuw in gebruik nemen
1 Verwijder de bougie.
2 Trek snel aan het starterkoord om overtollige olie uit de verbrandingsruimte te verwijderen.
3 Reinig de bougie en let op de juiste elektrodeafstand op de bougie; of plaats een nieuwe bougie met de juiste elektrodeafstand.
4 Bereid het apparaat voor gebruik voor.
14. Transport
Als u het apparaat wilt transporteren, moet u de ben-zinetank leegmaken, zoals in hoofdstuk 8 wordt toegelicht. Verwijder grof vuil van het apparaat met een borstel of handveger.
Monteer altijd de transportbescherming op alle snijgereedschappen. Afb. 1 (14a, 15a, 17a)
Om beschadigingen en letsel te vermijden, moet het apparaat tijdens het transport in voertuigen worden beveiligd tegen omkantelen.
15. Onderhoud
LET OP: Bij alle werkzaamheden aan en rond het snijgereedschap altijd veiligheidshandschoenen dragen. Als het apparaat niet wordt gebruikt of wordt getransporteerd of opgeslagen, moet u altijd de transportbescherming op alle snijgereedschappen monteren. Afb. 1 (14a, 15a, 17a)
Schakel altijd de motor uit en verwijder de bougiestekker alvorens de onderhouds- of reinigingswerkzaamheden uit te voeren.
- Besproei het apparaat nooit met water. Dit beschadigd de motor.
-
Reinig het apparaat met een doek, een handveger, etc.
-
Gebruik voor de reiniging van de kunststofdelen een vochtig doekje. Geen reinigingsmiddelen, oplosmiddelen of scherpe voorwerpen gebruiken.
- Om technische redenen wikkelen tijdens het gras nat gras en onkruid zich om de aandrijfas onder de snijbescherming. Verwijder dit omdat de motor anders door hoge wrijving oververhit raakt. Afb. 45
Regelmatige controles
Houd er rekening mee dat de volgende gegevens van toepassing zijn op een normaal gebruik.
Onder bepaalde omstandigheden (langere dagelijkse werkzaamheden, sterke stofbelasting, etc.) moeten de aangegeven intervallen overeenkomstig worden verkort.
- Voor aanvang van de werkzaamheden, na het vullen van de tank of na een schok of val: Snijgereedschap op stevige bevestiging controleren; algemene visuele controle op scheuren en schade. Beschadigd of stomp snijgereedschap direct vervangen, ook bij geringe haarscheurtjes. Snijgereedschap slijpen (ook indien nodig).
- Wekelijkse controle: Smering van de aandrijving (ook indien nodig).
- Indien nodig: Toegankelijke bevestigingsschroeven en moeren aanhalen. U voorkomt overmatige slijtage en schade aan het apparaat, door de voorschriften in deze gebruikshandleiding aan te houden.
Vervangen van de spoel/het snijdraad
Afb. 31 - 36
- Trek de spoelafdekking door krachtig te drukken op de bevestigingsstrip van de spoel (5) af.
- Verwijder de spoel met de draadresten en de drukveer.
- Verwijder de verbruikte spoel.
- Neem de nieuwe spoel en trek 10 cm van beide draden uit.
- Plaats de spoel (5) nu op de conisch toelopende veer en geleid beide draden door de ogen aan de spoelbehuizing.
- Plaats de spoelafdekking nu op de nieuwe spoel. Draai deze zo dat de uitsparingen van de spoelafdekking met de ogen van de spoelbehuizing overeenstemmen.
- Druk nu de spoelafdekking samen met de spoel tot deze vastklikt in de draadbehuizing.
- Door het mes (A) in de snijbescherming (18) wordt de trimdraad op de juiste lengte ingekort als de machine weer start.
Slijpen van het begrenzingsmes afb. 25 A
Het snijmes kan na verloop van tijd bot worden.
- Als u dit constateert, moet u de schroef losdraaien waarmee het snijmes op de beschermkap is bevestigd.
- Zet het mes vast in een bankschroef.
- Slijp de snijkant van het mes met een platte vijl en let erop dat de hoek van de snijkant wordt aangehouden.
- Belangrijk! Monteer het snijmes weer.
Vervang of scherp het zaagblad aan het einde van elk maaiseizoen of wanneer dit nodig is.
Slijpen van het snijmes (17)
Als de messen niet al te bot zijn, kunt u de snijkanten zelf scherpen.
- Zet het mes vast in een bankschroef.
- Slijp alle 3 de lemmets van het mes met een platte vijl en let erop dat de hoek van de snijkant wordt aangehouden. (\~25°). Vijl slechts in één richting.
- Vervang het zaagblad uiterlijk nadat het vijf keer is gescherpt.
Vervang het mes in geval van sterke slijtage of beschadigde snijkanten.
Als de lemmets niet zijn uitgebalanceerd, zal de motor- zeis sterk trillen, wat letselgevaar oplevert!
Haakse overbrenging smeren, bosmaaier Afb. 8 (O)
Behandel deze met vet op lithiumbasis. Verwijder de bout en breng het vet in, verdraai de schacht met de hand tot het vet uittreedt en breng vervolgens de bout weer aan. Let op! Breng slechts een beetje vet in. In geen geval overvullen!
Bougie vervangen reinigen.
Afb. 37 - 38
Controleer minimaal eenmaal per jaar of bij regelmatig slecht starten, de elektrodenafstand van de bougie.
De correcte afstand tussen de ontstekingsvlag en het ontstekingscontact is 0,63 mm/0,25".
- Wacht totdat de motor volledig is afgekoeld.
- Trek de bougiekap van de bougie en draai de bougie er met de meegeleverde bougiesleutel uit.
- Bij overmatige slijtage aan de elektrode of bij een zeer sterke aanslag moet de bougie door een bougie van hetzelfde type worden vervangen.
-
Sterke aanslag op de bougie kan veroorzaakt worden door: Te hoog olieaandeel in het benzinemengsel, slechte oliekwaliteit, verouderd benzinemengsel of verstopt luchtfilter.
-
Draai de bougie met de hand volledig in het schroefdraad. Voorkom daarbij het kantelen van de bougie.
- Draai de bougie met de meegeleverde bougiesleutel vast.
- Bij gebruik van een momentsleutel bedraagt het aanhaalmoment 12-15 Nm.
- Steek de bougiestekker weer correct op de bougie.
Luchtfilter reinigen. Afb. 39 - 42
Vervuilde luchtfilters verminderen het motorvermogen door een te geringe luchttoevoer naar de carburateur. Stof en pollen verstoppen de poriën van het schuimstofffilter. Regelmatige controle is daarom absoluut noodzakelijk.
- Maak het deksel van de luchtfilter los en verwijderd het sponsfilterelement.
- Plaats het deksel van het luchtfilter weer terug zodat er niets in het luchtkanaal kan vallen.
- Reinig het filterelement in een warm sopje, spoel het af en laat deze aan de lucht drogen.
Let op: Luchtfilter nooit met benzine of brandbare oplosmiddelen reinigen.
Om de levensduur van de motor niet te verkorten, moet een beschadigd luchtfilter direct worden vervangen.
⚠ Waarschuwing!
Laat de motor nooit draaien, als het luchtfilterelement niet is geplaatst.
Onderhoud van het geleideblad
Draai het zaagblad elke keer om als u de ketting geslepen of vervangen hebt. Daardoor voorkomt u een enkelzijdige slijtage van het zaagblad, in het specifiek aan het uiteinde en de onderzijde.
Reinig regelmatig:
1 = de opening voor de olietoevoer
2 = het oliekanaal
3 = de loopgroef van het zaagblad

Onderhoud en slijpen van de zaagketting
De juist geslepen ketting:
Een goed geslepen ketting zoekt zijn weg door het hout en vereist vrijwel geen druk. Werk niet met een botte of beschadigde zaagketting. Er is dan meer fysieke inspanning nodig, de trillingen nemen toe en het leidt tot onbevredigende resultaten en meer slijtage.
- Reinig de ketting.
- Controleer de ketting op breuken in de schakels en op beschadigde klinknagels.
- Vervang beschadigde of versleten kettingonderdelen door overeenkomstige reserveonderdelen die u zo nodig scherpt naar de vorm en grootte van de originele onderdelen.
- De ketting mag alleen door ervaren gebruikers worden geslepen!
Houd rekening met onderstaande hoeken en maten. Als de zaagketting niet goed is geslepen of de zaagdiepte te gering is, bestaat er een verhoogd risico op terugslageffecten die letsel tot gevolg kunnen hebben! De zaagketting kan niet op het geleideblad worden vastgezet. Het is daarom het beste om de ketting van het zaagblad te verwijderen en vervolgens te scherpen.
- Kies het juiste slijpgereedschap voor de kettingsteek.
De kettingsteek (bijv. 3/8") staat op elk mes als diepte- maat vermeld.
Gebruik uitsluitend speciale vijlen voor zaagkettingen! Andere vijlen hebben een verkeerde vorm en geven een verkeerd slijpresultaat.
Kies de diameter van vijl op basis van de kettingsteek. Neem beslist onderstaande hoek in acht bij het slijpen van de kettingtand.

text_image
A BA = vijlhoek
B = hoek van de zijplaat
Deze hoek moet identiek zijn voor alle messen.
Bij onregelmatig geslepen hoeken zal de ketting onregelmatig lopen, snel slijten en voortijdig breken.
Aan deze eisen kan alleen worden voldaan door regelmatig en voldoende lang te oefenen. Houd rekening met het volgende:
- Gebruik een vijlgeleider.
Een vijlgeleider moet worden gebruikt als de zaagketting met de hand wordt geslepen. De juiste vijlhoek staat hierop aangegeven. - Houd de vijl horizontaal (onder de juiste hoek ten opzichte van het geleideblad) en vijl volgens de hoekmarkering op de vijlgeleider. Steun de vijlgeleider af op de bovenste plaat en de dieptemaat.
- Vijl het mes steeds van binnen naar buiten.
- De vijl scherpt alleen in voorwaartse beweging. Licht de vijl op tijdens de teruggaande beweging.
- Voorkom dat de vijl de bevestigingsplaten en dynamische schakels raakt.
- Draai de vijl regelmatig verder om eenzijdige slijtage te voorkomen.
- Neem een stuk hard hout om bramen van snijranden te verwijderen.
Alle messen moeten dezelfde lengte hebben omdat anders ook de hoogte zal variëren.
De ketting loopt dan onregelmatig, wat het risico op defecten vergroot.
Aandrijving smeren, boomzaag
Smeer de aandrijving elke 10 tot 20 bedrijfsuren.
-
Plaats de vetspuit op de smeernippels afb. 54 (Q).
-
Pers hier wat vet in.
Let op! Breng slechts een beetje vet in. In geen geval overvullen.
Controleer de heggenschaar op zichtbare gebreken zoals:
- losse bevestigingen.
- versleten of beschadigde onderdelen.
- verbogen, gebroken of beschadigde snij-inrichting.
- Verkeerd gemonteerde en defecte afdekkingen of veiligheidsvoorzieningen.
- Slijtage, met name glijspeling van de snij-inrichting.
Beschadigd of stomp snijgereedschap direct vervangen, ook bij geringe beschadigingen.
Aandrijving smeren, heggenschaar
Smeer de aandrijving elke 10 tot 20 bedrijfsuren.
-
Plaats de vetspuit op de smeernippels afb. 48 (P).
-
Pers hier wat vet in.
Let op! Breng slechts een beetje vet in. In geen geval overvullen.
Olie de snij-inrichting en hoekafstelling met milieu-vriendelijke smeerolie.
Stationair toerental instellen afb. 62
Wanneer de snij-inrichting bij stationair bedrijf blijft lo- pen, moet u het stationair toerental corrigeren.
-
Laat de motor 3-5 minuten warmlopen (geen hoog toerental!).
-
Verdraai de stelschroef (S):
Rechtsom
-- Stationair toerental wordt verhoogd (+)
Linksom
-- Stationair toerental wordt verlaagd (-)
Het stationair toerental bedraagt 3000 min ^-1
Neem contact op met de fabrikant indien de snij-inrichting desondanks bij stationair toerental doorloopt. Werk in geen geval verder met het apparaat!
De gebruiker is in alle gevallen zelf verantwoordelijk voor schade die ontstaat doordat de aanwijzingen in deze gebruikshandleiding niet worden opgevolgd.
Dit geldt ook voor wijzigingen aan het apparaat, gebruik van ongeautoriseerde reserveonderdelen, aanbouwdelen, hulpmiddelen, andersoortig en niet-beoogd gebruik en gevolgschade door het gebruik van defecte onderdelen.
16. Reparatie & bestellen van reserve-onderdelen
Na reparatie of onderhoud controleren of alle veiligheidstechnische delen zijn bevestigd en in optimale toestand zijn. Delen, waarbij er gevaar voor verwonding voor andere personen en kinderen bestaat, on-toegankelijk bewaren.
Let op: Conform de wetgeving voor productgaranties wordt er geen garantie geboden voor schade die ontstaan is door incorrecte reparaties of door het niet gebruiken van originele reserveonderdelen.
Draag hiertoe een klantenservice of een geautoriseerde specialist op. Overeenkomstig geldt dit ook voor accessoires.
Reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijgbaar bij ons servicecentrum. Scan hiertoe de QR-code op de titelpagina.
Belangrijke aanwijzing bij reparatie:
Houd er bij retourlevering van het product voor reparatie rekening mee dat het om veiligheidsredenen vrij van olie en brandstof naar het servicestation moet worden gestuurd.
16.1 Bestelling van reserveonderdelen
Bij het bestellen van reserveonderdelen moeten de volgende gegevens worden vermeld:
- Modelaanduiding
- Artikelnummer
- Gegevens op het typeplaatje
Reserveonderdelen/accessoires
Voor de hier vermelde zaagblad en zaagketting set kunt u altijd de met de machine geleverde veiligheids- voorziening gebruiken.
| Grastrimmer/bosmaaier: | Artikelnr: |
| Spoel ∅ 450 7910700707 | |
| Mes 3 tands ∅ 255 x 1,4 7910700702 | |
| Transportbescherming mesblad | |
| 3-tands | 3904801065 |
| Mes 4 tands ∅ 255 x 1,5 7910700705 | |
| Transportbescherming mesblad | |
| 4-tands | 3904801066 |
| Mes 8 tands ∅ 255 x 1,5 7910700711 | |
| Transportbescherming mesblad | |
| 8-tands | 3904801066 |
| Beschermingsplaat grastrimmer 3904803034 | |
Boomzaag:
Zaagketting Oregon 91PJ040X 7910700704
Geleideblad Oregon 100SDEA318 3904801037
Zaagketting 3/8.50-39 7910100732
Geleideblad AL10-39-507P 7910100731
Transportbescherming ketting 3904801039
Verlenging voor boomzagen 7910700710
Heggenschaar:
Mes heggenschaar 400 mm 7910700703
Transportbescherming mesblad
400 mm 3904801043
16.2 Service-informatie
Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt. Slijtageonderdelen*: Spoel, V-snaar, motorolie, bougie, luchtfilter, mes, zaagketting
* niet persé meegeleverd!
Slijtageonderdelen
Ook bij beoogd gebruik zijn veel componenten aan normale slijtage onderhevig.
Dergelijke onderdelen moeten regelmatig worden vervangen, afhankelijk van het type en de duur. Tot deze onderdelen behoren onder andere het snijgereedschap en de houderplaat.
△ Waarschuwing! Gebruik uitsluitend reserveonderdelen en accessoires van de fabrikant. Als dit wordt nagelaten, kunnen de prestaties afnemen, kan letsel optreden en kan uw garantie vervallen.
17. Afvalverwerking en hergebruik
Aanwijzingen op de verpakking


De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen milieu-vriendelijk afvoeren.
Aanwijzingen betreffende de wetgeving Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)

Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur behoort niet bij het huishoudelijke afval, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Oude batterijen of accu's die niet vast in het afgedankte apparatuur zijn geïntegreerd, moeten vóór het afvoeren op niet-destructieve wijze worden verwijderd! Het afvoeren hiervan is geregeld in de wetgeving inzake batterijen.
- Eigenaars resp. gebruikers van elektrische en elektronische apparaten zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu's in te leveren.
- De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van persoonsgerelateerde gegevens op het af te voeren afgedankte apparaat!
- Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak betekent dat afgedankte elektrische en elektronische apparatuur niet bij het huishoudelijk afval mag worden gegooid.
- Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kunnen bij de volgende punten kosteloos worden ingeleverd:
- Openbare afvalverwijderings- of inzamelpunten (bijv. gemeentewerven).
- Verkooppunten van elektrische apparaten (stationair en online), voor zover dealers verplicht zijn ze terug te nemen of dit vrijwillig aanbieden.
- Tot drie afgedankte elektronische apparaten per apparaattype, met een randlengte van niet meer dan 25 centimeter, kunnen gratis naar de fabrikant worden teruggebracht zonder eerst een nieuw apparaat van de fabrikant te hoeven kopen, of naar een ander erkend verzamelpunt in je omgeving worden gebracht.
- Voor verdere aanvullende terugnamevoorwaarden van de fabrikanten en distributeurs verzoeken wij u contact op te nemen met de betreffende klantenservice.
- Bij levering van een nieuw elektrisch apparaat door de fabrikant aan een particulier huishouden, kan de fabrikant op verzoek van de eindgebruiker zorgen voor het kosteloos afhalen van het afgedankte elektrische apparaat. Neem hiertoe contact op met de klantenservice van de fabrikant.
- Deze uitspraken zijn alleen geldig voor apparaten die in de landen van de Europese Unie worden geinstalleerd en verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2012/19/EU vallen. In landen buiten de Europese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.
Informatie over het afvoeren van versleten apparatuur kunt u opvragen bij uw gemeente.
Brandstoffen en oliën
- Voor het afvoeren van het apparaat moeten de brandstoftank en het motorreservoir worden geleegd!
- Brandstof en motorolie horen niet bij het huishoudelijke afval of in het riool, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Lege olie- en brandstoftanks moet milieuvriendelijk worden afgevoerd.
18. Verhelpen van storingen
De volgende tabel toont storingssymptomen en beschrijft hoe u deze op kunt lossen, als uw product niet goed werkt. Als u het probleem hiermee niet kunt vinden en oplossen, neem dan contact op met uw service-werkplaats.
| Storing Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| Het apparaat springt niet aan | Luchtfilter vervuildBrandstofffilter verstoptOntbrekende brandstofvoorzieningFout in de brandstofleidingStartvoorziening is defectMotor overstroomdBougiestekker niet opgestokenGeen ontstekingsvonkMotor defectCarburateur defect | Luchtfilter reinigen/vervangenBrandstofffilter reinigen of vervangentankenBrandstofleiding op knikken of beschadigingen controlerenContact opnemen met een servicepuntBougie verwijderen, reinigen en drogen; vervolgens meerdere keren aan het starterkoord trekken; bougie weer monterenBougiestekker op juiste zitting controlerenBougie reinigen resp. vervangenOntstekingskabel op beschadigingen controlerenContact opnemen met een servicepuntContact opnemen met een servicepunt |
| Het apparaat draait en schakelt uit | Incorrecte instelling carburateur (stationair toerental) | Contact opnemen met een servicepunt |
| Motor start, snijgereedschap blijft echter staan | Snijgereedschap geblokkeerdInterne fout (aandrijfas, aandrijving)Koppeling defect | Motor uitschakelen en het voorwerp verwijderenContact opnemen met een servicepuntContact opnemen met een servicepunt |
| Apparaat werkt met onderbrekingen (stottert) | Carburateur is incorrect ingesteldBougie is verroestAan/uit-schakelaar defect | Contact opnemen met een servicepuntBougie reinigen of vervangenContact opnemen met een servicepunt |
| Rookontwikkeling | Onjuiste brandstofmengselCarburateur is incorrect ingesteld | Tweetaktmengsel in mengverhouding 40:1 gebruikenContact opnemen met een servicepunt |
| Apparaat werkt niet met het volledige vermogen | Machine is overbelastLuchtfilter is vervuildCarburateur is incorrect ingesteldGeluiddemper is verstopt | Tijdens het maaien/trimmen niet met kracht drukkenLuchtfilter reinigen of vervangenContact opnemen met een servicepuntUitlaat controleren |
| De bosmaaier werkt niet met volledig vermogen | Snijmes stomp of beschadigdSnoeimateriaal te hoog (apparaatoverbelasting) | Snijmes slijpen of vervangenGras trapsgewijs maaien |
| De grastrimmer werkt niet met volledig vermogen | Snijdraad te kort of beschadigdApparaat is overbelast, omdat gras te hoog is | Snijdraad opnieuw geleiden of vervangenGras trapsgewijs maaien |
| Snijdraad wordt niet geleid | Spoel leeg | Spoel vervangen |
| De boomzaag zaagt niet, hapt of trilt | Kettingspanning te hoogKetting botKetting verkeerd gemonteerdKetting versleten | Kettingspanning controleren en instellenKetting naslijpen of vervangenKetting opnieuw monterenKetting vernieuwen |
| Zaagketting wordt heet of smering van de zaagketting werkt niet | Geen olie in de tankOlietoevoerleiding verstoptKettingspanning te hoogKetting bot | Olie bijvullenOlietoevoerleiding reinigenKettingspanning instellenKetting naslijpen of vervangen |
Zichtbare gebreken moeten binnen de 8 dagen na ontvangst van de goederen worden gemeld, zo niet verliest de verkoper elke aanspraak op grond van deze gebreken. Onze machines worden geleverd met een garantie voor de duur van de wettelijke garantietermijn. Deze termijn gaat in vanaf het moment dat de koper de machine ontvangt. De garantie houdt in dat wij elk onderdeel van de machine dat binnen de garantietermijn aantoonbaar onbruikbaar wordt als gevolg van materiaal- of productiefouten, kosteloos vervangen. De garantie vervalt echter bij verkeerd gebruik of verkeerde behandeling van de machine. Voor onderdelen die wij niet zelf produceren, geven wij enkel de garantie die wij zelf krijgen van de oorspronkelijke leverancier. De kosten voor de montage van nieuwe onderdelen vallen ten laste van de koper. Eisen tot het aanbrengen van veranderingen of het toestaan van een korting en overige schadeloosstellingsclaims zijn uitgesloten.




















