MF1200-4E - Multigereedschap SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MF1200-4E SCHEPPACH in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MF1200-4E SCHEPPACH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Multigereedschap in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MF1200-4E - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MF1200-4E van het merk SCHEPPACH.
GEBRUIKSAANWIJZING MF1200-4E SCHEPPACH
LET OP: Lees de gebruiksaanwijzing voordat u begint!
- Inleiding 69
- Overzicht 69
- Strekking van de levering 69
- Voorzien gebruik 70
- Belangrijke informatie 70
- Technische gegevens 73
- Alvorens het apparaat te starten 74
- Montage en bediening 74
- Aanwijzingen voor het werk 75
- Onderhoud 78
- Opslag 80
- Afvoer en recycling 81
- Probleemoplossingen 81
- Conformiteitsverklaring 119
- Garantiecertificaat 120
Page:
Verklaring van de symbolen op het instrument
![]() | NL | Lees voorafgaand aan de inbedrijfstelling de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften! | ![]() | NL | Het apparaat mag niet bij regen of in vochtige omgevingen worden gebruikt. Risico op een elektrische schok! |
![]() | NL | Waarschuwing! Bij niet naleven levensgevaar, risico op letsel of beschadiging van het gereedschap mogelijk. | ![]() | NL | Waarschuwing! Kans op letsel! Laat uw handen of voeten niet in contact komen met de messen als de motor draait. |
![]() | NL | Waarschuwing! Houd kinderen, omstanders en personen die helpen op een afstand van 15 meter van de bosmaaier! | ![]() | NL | Let op: gebruik geen zaagbladen of meerdelig metalen snijgereedschap! |
![]() | NL | Gebruik de oorbescherming, de beschermhelm en de bril! | ![]() | NL | Draag slevige schoenen tijdens het gebruik van het apparaat! Draag veiligheidshandschoenen. |
![]() | NL | Waarschuwing! Kans op letsel! Laat uw handen of voeten niet in contact komen met de messen als de motor draait. | ![]() | NL | Waarschuwing van vallende voorwerpen |
![]() | NL | Waarschuwing! Pas op voor wegschietende voorwerpen, ge-raakt door de maaiende delen. | ![]() | NL | Het product voldoet aan de toe-passelijke Europese richtlijnen. |
![]() | NL | Beschemingsklasse II | ![]() | NL | Pas op voor elektrische bedrading! Houd tenminste 10 m afstand. |
![]() | NL | Gras trimmer Snijdiameter 430 mm Toerental max. 9000 min ^-1 | ![]() | NL | Heggenschaar Snijlengte max. 400 mm Toerental max 1400 min ^-1 |
![]() | NL | Maaiblad Snijdiameter 255 mm Toerental max. 9300 min ^-1 | ![]() | NL | Kettingzaag Snijlengte max. 254 mm Snijsnelheid max. 10 m/s |
![]() | NL | Gegarandeerd geluidsvermo-gensniveau | ![]() | NL | Schakel altijd het apparaat uit en koppel de voeding los voordat u instel- en reinigingswerkzaamheden aan het apparaat uitvoert of als het netsnoer in de knoop zit of beschadigd is.. |
1. Inleiding
FABRIKANT:
scheppach
Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat.
ADVIES:
- Volgens de van toepassing zijnde wet voor product-aansprakelijkheid is de producent van dit apparaat niet aansprakelijk voor schade die ontstaat door of door middel van dit apparaat in geval van:
- Onjuist gebruik,
- Niet-naleving van de gebruiksinstructies,
- Reparaties door derden, niet-erkende getrainde werklui,
- Installatie en vervanging van niet-originele reserveonderdelen,
- Ongepast gebruik, falen van het elektronisch systeem ten gevolge van niet-naleving van de elektrische specificaties en de VDE 0100, DIN 57113 / VDE 0113 voorschriften.
Aanbevelingen:
Lees de volledige handleiding voor de montage en besturing van het apparaat. Deze handleiding is bedoeld om het gebruik van het apparaat gemakkelijker te maken voor u en om vertrouwd te geraken met het gebruik van het apparaat.
De handleiding bevat belangrijke nota's over hoe veilig, goed en economisch gebruik te maken van uw apparaat, en over hoe u gevaar kan vermijden, reparatiekosten kann besparen, downtime kan verminderen en de betrouwbaarheid en levensduur van uw apparaat kan vergroten. Bovenop de veiligheidsvoorschriften in deze handleiding, moet u ook voldoen aan de geldende voorschriften van uw land in verband met het gebruik van het apparaat. Plaats de gebruiksaanwijzing in een doorzichtig plastic map om deze te beschermen tegen vuil en vocht, en bewaar ze in de nabijheid van het apparaat. De instructies moeten gelezen en nauw gevolgd worden door iedereen vooraleer het apparaat te gebruiken. Enkel getrainde personen die op de hoogte gebracht zijn van de mogelijke
gevaren en risico's mogen het apparaat gebruiken.
De vereiste minimumleeftijd moet worden voldaan.
Als aanvulling op de veiligheidsvoorschriften in deze handleiding en de speciale voorschriften van uw land, moeten ook de algemeen erkende technische regels voor het gebruik van houtverwerkende apparaten in acht genomen worden.
Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding of de veiligheidsvoorschriften.
2. Overzicht (Afb. 1)
Inhoud van de levering
- Motoraandrijving
- Boomzaag
- Heggenschaar
- Met maaiblad uitgeruste bosmaaier
- Grastrimmer
- Voorste handgreep
- Veiligheidsschakelaar
- Startknop
-
-
- 11.-
- Automatische oliepomp
- Kettingzaag
- Kettingzaag geleideblad
- Maaigedeelte
- Afstellinghendel
- Maaiblad
- Beschermkap (maaiblad + grastrimmer)
-
- Steeksleutel
- Inbussleutel (maat 4)
- Inbussleutel (maat 5)
- Draaggordel
3. Inhoud van de levering
- Open de verpakking en haal het apparaat er voorzichtig uit.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
- Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
- Inspecteer de apparatuur en accessoires op transportschade. In het geval van klachten dient de leverancier onmiddellijk op de hoogte gesteld te worden. Klachten die op een later tijdstip ontvangen worden, worden niet als zodanig erkend.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
- Leest de gebruiksaanwijzing om u vertrouwd te maken met het apparaat voordat u deze in gebruik neemt.
- Daarna kunt u het op een milieuvriendelijke manier afvoeren.
- Gebruik alleen originele onderdelen en accessoires, zowel betreffende aan slijtage onderhevige onderdelen als reserveonderdelen. Onderdelen zijn verkrijgbaar bij uw dealer.
- Specificeer de onderdeelnummers, evenals het type en bouwjaar van het apparaat in uw bestellingen.
⚠ Let op!
Het apparaat en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met kunststof zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!
Afb. 1 + 2
- Motoraandrijving
- Boomzaag
- Heggenschaar
- Met maaiblad uitgeruste bosmaaier
- Grastrimmer
- Steeksleutel (20)
• Inbussleutel (maat 4) (21)
• Inbussleutel (maat 5) (22) - Draaggordel (23)
• Voorste handgreep (Afb. 2)
• 4 bouten M5 x 35 (Afb. 2) - Kap (Afb. 2)
• 4 moeren M5 (Afb. 2)
4. Voorzien gebruik
De bosmaaier (met gebruik van het maaiblad) is ontworpen om jonge bomen, taai onkruid en struikgewas te maaien.
De grastrimmer (met behulp van spoel en snijlijn/ draad) is ontworpen voor het maaien van grasvelden, weilanden en klein onkruid.
De heggenschaar is gemaakt voor het snoeien van hagen, struiken en heesters.
De door motor aangedreven kettingzaag is ontworpen voor het snoeien van boomtakken. Het is niet geschikt voor zwaarder zaagwerk, het kappen van bomen of het zagen van andere materialen dan hout. De gebruiksaanwijzing, zoals geleverd door de fabrikant, moet worden nageleefd om te garanderen dat de apparatuur goed wordt gebruikt. Elk gebruik dat niet uitdrukkelijk is toegestaan in de handleiding kan leiden tot schade aan de apparatuur en brengt de gebruiker in ernstig gevaar. Draagt u zorg voor het in acht nemen van de beperkingen in de veiligheidsvoorschriften.
Let erop, dat onze apparaten reglementair niet voor bedrijfsmatig, ambachtelijk of industrieel gebruik geconstrueerd zijn. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid, wanneer het apparaat in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemingen evenals bij soortgelijke werkzaamheden ingezet wordt.
Belangrijk! Vanwege het hoge risico op lichamelijk letsel voor de gebruiker, moet de met maaiblad uitgeruste bosmaaier niet worden gebruikt voor het uitvoeren van de volgende werkzaamheden: om vuil en puin buiten looppaden te reinigen of het versnipperen van snoeivuil van bomen en heggen. Ook moet de met maaiblad uitgeruste bosmaaier niet worden gebruikt voor het nivelleren van grondophopingen, zoals molshopen. De apparatuur mag alleen worden gebruikt voor het voorgeschreven doel. Elk ander gebruik wordt beschouwd als een geval van onjuist gebruik. De gebruiker / bediener, en niet de fabrikant, zal aansprakelijk worden gesteld voor schade of letsel van welke aard dan ook als gevolg van dergelijk onjuist gebruik.
Niet-toegestane gebruikers:
Personen die niet vertrouwd zijn met de handleiding, kinderen, jongeren onder de leeftijd van 16 jaar, evenals personen die onder invloed staan van alcohol, drugs of medicijnen mogen het apparaat niet bedienen.
5. Belangrijke opmerkingen
△ Let op! Lees alle veiligheidswaarschuwingen en alle voorschriften. Als de waarschuwingen en voorschriften niet worden opgevolgd, kan dit een elektrische schok, brand of ernstig letsel tot gevolg hebben.
Bewaar alle waarschuwingen en voorschriften voor toekomstig gebruik.
Het in de waarschuwingen gebruikte begrip "elektrisch gereedschap" heeft betrekking op elektrische gereedschappen voor gebruik op het stroomnet (met netsnoer) en op elektrische gereedschappen voor gebruik met een accu (zonder netsnoer).
Elektrische veiligheid
- De aansluitstekker van het gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag in geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapterstekkers in combinatie met geaarde gereedschappen. Onveranderde stekkers en passende stopcontacten beperken het risico van een elektrische schok.
- Voorkom aanraking van het lichaam met geaarde oppervlakken, bijvoorbeeld van buizen, verwarmingen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico door een elektrische schok wanneer uw lichaam geaard is.
- Houd het gereedschap uit de buurt van regen en vocht. Het binnendringen van water in het elektriche gereedschap vergroot het risico van een elektrische schok.
- Gebruik de kabel niet voor een verkeerd doel, om het gereedschap te dragen of op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de kabel uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewegende gereedschapdelen. Beschadigde of in de war geraakte kabels vergroten het risico van een elektrische schok.
- Wanneer u buitenshuis met elektrisch geedschap werkt, dient u alleen verlengkabels te gebruiken die voor gebruik buitenshuis zijn goedgekeurd. Het gebruik van een voor gebruik buitenshuis geschikte verlengkabel beperkt het risico van een elektrische schok.
- Als het gebruik van het elektrische gereedschap in een vochtige omgeving onvermijdelijk is, dient u een aardlekschakelaar te gebruiken. Het gebruik van een aardlekschakelaar vermindert het risico van een elektrische schok.
- Houd de kabel uit de buurt van het snoeigebied.
-
Het snoer voor gebruik controleren op tekenen van schade en veroudering.
-
De heggenschaar mag alleen worden gebruikt als het snoer zich in onbeschadigde toestand bevindt.
- Stekker niet aan de kabel uit het stopcontact trekken. Apparaat niet aan de kabel dragen. Elke beschadiging van de kabel vermijden.
- Bescherm de kabel tegen hitte, verstorende vloeistoffen en scherpe kanten. Beschadigde kabels direct vervangen.
- Tijdens het blokkeren van de snij-inrichting, bijv. door dikke takken enz. moet de heggenschaar direct buiten werking worden geplaatst, stekker loskoppelen en pas daarna mag de oorzaak van de blokkering worden verholpen.
- Gebruik uitsluitend snoeren en stekkers die zijn goedgekeurd voor gebruik in de buitenlucht;
- Het snoer HO7RN-F 2x1,0 met vastgelaste contourstekker.
- Verlengsnoer HO7RN-F 3G1,5 met spatwaterbeveiligde schukokoppeling.
- Voor het gebruik van elektrisch gereedschap wordt het gebruik van een werkstroom-veiligheidsvoorziening of een lekstroomveiligheidsschakelaar met een activeringsstroom van 30 mA of minder aanbevolen. Neem hiertoe contact op met uw elektricien!
Waarschuwing! Dit elektrisch apparaat genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat de machine wordt gebruikt.
Veiligheidsinstructies
Tijdens het transport van apparaten
- Zet tijdens het transport altijd de motor uit.
- Nooit de motor met draaiend snijgereedschap dragen of transporteren.
- Draag de motor alleen in werkhouding: Motor op de rug, linkerhand op de voorste greep en rechterhand op de bedieningsgreep (ook bij links-handigen) snijgereedschap op de vloer leggen.
- Als u het apparaat niet gebruikt, moet altijd u de mesbescherming monteren.
- Zorg ervoor dat er geen personen of dieren aanwezig zijn in de buurt van het werkgebied (minimale afstand van 15 m). Gras dat gemaaid en hierdoor omhoog geworpen wordt kan voorwerpen zoals stenen bevatten. U bent verantwoordelijk voor de veiligheid binnen uw werkgebied en aansprakelijk voor schade aan personen of eigendommen.
- Het is niet toegestaan om ofwel te starten of gebruik maken van de bosmaaier in de nabijheid van personen of dieren.
-
Gebruik niet het gereedschap wanneer u moe bent of afgeleid, of wanneer uw reactievermogen wordt vertraagd wanneer u onder invloed van alcohol of medicijnen bent. Onoplettendheid kan ernstige verwondingen veroorzaken.
-
Gebruik een goedgekeurde veiligheidsbril. Gebruik goedgekeurde gehoorbescherming.
- Gebruik handschoenen van goede kwaliteit.
- Gebruik antislip veiligheidsschoenen met stalen neuzen van hoge kwaliteit. Gebruik het gereedschap nooit wanneer u sandalen draagt of op blo-te voeten.
- Draag altijd een goedgekeurde veiligheidshelm voor het werken in een bos.
- Draag geen te wijde kleding of sieraden. Draag een lange broek om uw benen te beschermen. Draag voor lang haar een veiligheidshelm. Losse kleding, sieraden en lange haren kunnen vastraken in de bewegende delen. Draag geschikte en duurzame, strakke werkkleding.
- Houd lichaamsdelen en kleding weg van het maai-gereedschap wanneer u de motor start of deze laat draaien.
- Zorg ervoor dat u zich in een stabiele en veilige positie bevindt tijdens het werk. Vermijd het achteruit lopen met het gereedschap vanwege het risico op struikelen.
- Vermijd een onnatuurlijke houding.
- Wanneer u lange tijd werkt met de bosmaaier, kunnen zich door de trillingen bloedcirculatiestoornissen voordoen (ziekte van Raynaud). In dit geval is het onmogelijk om de tijdsduur hiervan te specificeren, omdat dit kan verschillen van persoon tot persoon. De volgende factoren kunnen een invloed hebben op dit fenomeen: bloedsomloopstoornissen in de handen van de gebruiker, lage buitentemperaturen en lange werkuren. De volgende factoren kunnen een invloed hebben op dit fenomeen. Daarom wordt het aanbevolen om warme, beschermende handschoenen te dragen en regelmatig pauzes in te lassen.
- Zorg altijd voor een goede en veilige werkhouding waarbij u stabiel staat.
- Verander regelmatig van lichaamshouding om niet vermoeid te raken of kramp te krijgen.
- Het is niet toegestaan om de bosmaaier in gesloten of slecht geventileerde ruimten te gebruiken.
- Sta altijd lager dan de bosmaaier tijdens het maaien op een helling.
- Zorg er altijd voor dat er zich geen voorwerpen of ander vuil in de maaikop, de beschermende kap of in de motor bevinden.
- Gebruik geen ijzerdraad of dergelijke in de snijlijnspoel.
- Werk uitsluitend tijdens het daglicht of wanneer het werkgebied goed is verlicht met behulp van een verlichting.
- Onderwerp het gereedschap aan een visuele inspectie voor elk gebruik.
- Controleer of alle schroeven en verbindingsdelen zijn aangedraaid.
- Gebruik altijd beide handen om het gereedschap vast te houden.
- Controleer voor elk gebruik het apparaat, de onderdelen en bescherming op schade of slijtage en voer, indien nodig, de reparaties uit.
Maak nooit de bescherming- en veiligheidsonder- delen onbruikbaar. Gebruik het apparaat niet wan- neer er beschadigingen of tekenen van slijtage zichtbaar zijn.
- Houd het gereedschap schoon en functioneel om beter en veiliger werk te garanderen.
- Houd altijd een veilige afstand tussen het apparaat en uw lichaam tijdens het werk.
- Schakel het gereedschap altijd uit wanneer het werk onderbroken wordt of bij wijziging van de locatie; wacht tot het draaiende gedeelte volledig tot stilstand is gekomen en zet de motor af.
- Laat het gereedschap nooit zonder toezicht op de plaats van het werk. Bewaar het gereedschap op een veilige plaats wanneer het werk wordt onderbroken.
- Personen die de machine bedienen, mogen niet worden afgeleid, daar men de controle over het gereedschap kan verliezen.
- Gebruik nooit het gereedschap bij regen of in een vochtige of natte omgeving en berg deze niet buiten op.
- Mocht het apparaat nat worden, wacht tot deze helemaal droog is voordat u deze opnieuw gebruikt.
- Vermijd het contact met metalen delen, stenen enz.
- Vóór de aanvang van de werkzaamheden is het raadzaam om de te maaien oppervlakte te controleren op eventuele aanwezige voorwerpen en deze te verwijderen. Mocht u desondanks een voorwerp tegenkomen tijdens het maaien, schakel het apparaat uit en verwijder dit object.
- Als het gereedschap is vastgelopen door een voorwerp (stenen, stapel gras), schakel het uit en verwijder het object met een stomp voorwerp. Gebruik nooit uw vingers om vastgeklemde voorwerpen te verwijderen, daar dit ernstige verwondingen kan veroorzaken.
- Houd altijd het draaiende apparaat verwijderd van uw lichaam.
- Laat de motor niet in overbelaste toestand draaien en gebruik deze niet voor werk waar het apparaat niet voor is ontworpen.
- Controleer altijd of de ventilatieopeningen vrij zijn van vuil.
- Bewaar het gereedschap buiten het bereik van kinderen.
- Bewaar het gereedschap op een veilige en droge plaats.
- Controleer de motor op schade na stoten of op andere schade.
- Houd lichaamsdelen en kledingstukken uit de buurt van de trimmerkop als u de motor start of draaiende houdt.
- Houdt u altijd in gedachten dat vooral tijdens het maaien van graskanten, grindpaden en soortgelijke locaties, stenen en vuil door de snijlijn kunnen worden weggeslingerd.
- Steek nooit een weg of een pad over met een in werking zijnde machine.
- Laat het draaiende maagedeelte nooit tegen harde voorwerpen, zoals stenen, etc. komen.
Op deze manier voorkomt u verwondingen en schade aan het gereedschap.
- Bij het gebruik van metalen snijgereedschap bestaat altijd het gevaar voor terugslag, als het gereedschap op een vast hindernis stuit (stenen, bomen, takken enz.). Daarbij wordt het apparaat tegen de draairichting in terug geslingerd.
- Gebruik het apparaat nooit zonder bevestigde beschermingsonderdelen.
- Gebruik nooit uw handen om de maai-inrichting te stoppen. Wacht altijd tot deze uit zichzelf stopt.
- Houd en begeleid de trimmerkop zo dicht mogelijk bij de grond.
- Maai uitsluitend gras dat op de grond groeit. Maai geen gras in scheuren in muren, dat op rotsen groeit, etc.
- Zorg er altijd voor dat er geen voorwerpen of ander vuil in de trimmerkop, in de beschermende kap of in de motor verzameld is.
- Gebruik alleen het gereedschap als de bescherming is bevestigd.
- Schakel het gereedschap altijd uit, voordat u het neer zet.
- Onthoud dat er een risico op verwondingen bestaat op de plaats in de maai-inrichting die bestemd is voor het afsnijden van de lijn.
- WAARSCHUWING: het maigedeelte draait nog enkele seconden door na het uitzetten van de motor.
- Legt u het apparaat pas neer zodra het maaige-deelte tot stilstaand is gekomen en de motor uit-geschakeld is.
- Indien het maaigedeelte is beschadigd, dan dient deze onmiddellijk vervangen te worden.
- Gebruik altijd alleen de originele lijn/draad. Gebruik nooit een metalen draad in plaats van de nylon lijn.
- Het apparaat en het maaigedeelte moeten goed gecontroleerd en periodiek onderhouden worden. Schade moet worden gerepareerd door een service center.
- Gebruik alleen accessoires die aanbevolen worden door de fabrikant. Zie onderhoud / accessoires.
- Gebruik in geen geval meerdelige metalen snijmessen, snijgereedschap met zwenkkettingen of klepelmaaiers.
- Laat uw apparaat onderhouden door gekwalificeerd personeel en door het gebruik van uitsluitend originele onderdelen. Dit zorgt ervoor dat het apparaat in de toekomst veilig zal werken.
Residuele risico's
- Er zullen altijd residuele risico's bestaan, zelfs als u deze apparatuur gebruikt volgens de instructies. De volgende gevaren kunnen zich voordoen naar aanleiding van de bouw en het ontwerp van dit gereedschap.
-
Gevaren voor de gezondheid als gevolg van een verrekte hand en arm als de apparatuur wordt gebruikt gedurende een langere periode en als het niet op juiste wijze wordt bediend of onderhouden.
-
Verwondingen en materiële schade, veroorzaakt door het onverwacht wegschieten van bevestigingsonderdelen van het apparaat als gevolg van plotselinge schade, slijtage of onjuiste bevestiging.
- Waarschuwing! Dit apparaat genereert tijdens het gebruik een elektromagnetisch veld. Onder be-paalde omstandigheden kan dit magnetisch veld van invloed zijn op actieve of passieve medische implantaten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te verminderen, raden wij aan dat mensen met medische implantaten hun arts en de fabrikant raadplegen van het medische implantaat alvorens de machine te bedienen.
- Begin altijd met een lopende zaagketting met zagen. Voor de snede zo uit, dat de zaag niet in het hout blijft steken.
- Let vooral op takken die gespannen staan.
- Trek altijd het apparaat uit het hout terwijl de ketting draait.
- Werk nooit met het gereedschap boven schouderhoogte of met slechts één hand.
- Vermijd altijd de zone waar de takken vallen. Positioneert uzelf op een helling boven de te kappen boom.
- Neem tijdens het uitvoeren van zaagwerkzaamheden altijd een zijwaartse positie aan ten opzichte van een op een helling staande boom, werk nooit van boven of beneden af.
- Kijk altijd naar de zone waar de afgezaagde takken vallen.
- Start nooit het zagen met het uiteinde van de kettinggeleider en zaag nooit met het uiteinde van de kettinggeleider.
- Risico op terugslag! Er is altijd een risico op terugslag wanneer het uiteinde van de kettinggeleider het hout of andere voorwerpen raakt. Dit maakt de kettingzaag oncontroleerbaar en deze kan met grote kracht wegschieten in de richting van de gebruiker.
- Gebruik het gereedschap niet als een hefboom om voorwerpen te verplaatsen.
- Gebruik altijd de beschermhoes tijdens transport en opslag.
- Zet het gereedschap vast tijdens het vervoer om schade of letsel te voorkomen.
- Waarschuwing! Houd voorbijgangers weg bij een machine in werking tijdens uw werk.
- Blijft binnen gehoorsafstand van anderen in het geval u hulp nodig hebt.
- Stop de motor onmiddellijk als iemand u benadert.
- Zorg ervoor dat de zaagketting niet in contact komt met voorwerpen zoals stenen, hekken, spijkers en dergelijke. Deze objecten kunnen wegschieten en daarmee de gebruiker of voorbijgangers verwonden of beschadiging veroorzaken aan de zaagketting.
- Nationale specificaties kunnen het gebruik van de verlengde kettingzaag beperken.
- Gebruik de boomzaag en de heggenschaar nooit in een positie, waarin deze tot op 10 m afstand tot hoogspanningsleidingen kan komen.
Koppel altijd de netstekker los voordat aan het apparaat zelf wordt gewerkt (zoals bij transport, montage, ombouw, reinigings- en onderhoudswerkzaamheden)!
Monteer altijd direct de transportbescherming.
- Technische gegevens
| MF1200-4E | |
| Technische gegevens | |
| Maaiogegevens gras trimmer | |
| Snijdiameter mm | 430 |
| Diameter snijlijn mm | 2 x 2,0 |
| Lengte snijlijn m | 4 |
| Toerental gras trimmer max. min ^-1 | 6000 |
| Maaiogegevens maablad | |
| Snijdiameter mm | 255 |
| Dikte maablad mm | 1,4 |
| Hoeveelheid messen | 3 |
| Toerental Maaiogegevens maablad max min ^-1 | 7100 |
| Maaiogegevens heggenschaar | |
| Snijdiameter mm | 24 |
| Kanteling° | +90°/0°/-75° (165°) |
| Maailengte mm | 400 |
| Snijsnelheid max. min ^-1 | 1500 |
| Maaiogegevens boomzaag | |
| Geleiderail lengte mm | 305 |
| Maailengte mm | 254 |
| Type geleiderail | Oregon 100SDEA318 |
| Zaagketting divisie | 3/8" |
| Type kettingzaag | 91PJ040X |
| Dikte kettinglinkr " | 1,27 |
| Capaciteit oliereservoir cm ^3 | 125 |
| Motor | |
| Motor V / Hz | 220-240 V ~ 50 Hz |
| Max. motorvermogen W | 1200 |
Kunnen onderhevig zijn aan technische veranderingen!
Informatie over geluidsemissie gemeten volgens relevante normen:
Geluidsdrukniveau L_pA = 94 dB(A)
Geluidsdrukniveau L_WA = 108 dB(A)
Onzekerheid K_PA = 3 dB(A)
Draag oordoppen.
De impact van geluid kan gehoorschade veroorzaken.
Gras trimmer: Trilling A_hv = 9.8 m/s^2
Maaiblad: Trilling A_hv = 9.8 m/s^2
Heggenschaar: Trilling A_hv = 17,3 m/s^2
Boomzaag: Trilling A_hv = 13,2 m/s^2
Onzekerheid K_PA = 1,5 m/s^2
Verminder geluidsgeneratie en trillingen tot een minimum!
- Gebruik alleen apparatuur in perfecte staat.
- Onderhoud en reinig de apparatuur regelmatig.
- Past uw manier van werken aan aan de apparatuur.
- Het apparaat niet overbelasten.
-
Laat het apparaat controleren, indien nodig.
-
Schakel de apparatuur uit wanneer deze niet in gebruik is.
- Draag handschoenen.
In deze handleiding hebben we de plaatsen die te maken hebben met uw veiligheid met dit teken gemarkeerd: △
7. Alvorens het apparaat te starten
Voor ieder gebruik dient u het volgende te controleren :
- Dat de apparatuur in perfecte staat is en dat de veiligheidsvoorzieningen en het maagedeelte compleet zijn.
- Dat alle schroeven goed zijn vastgezet.
- Dat alle bewegende delen soepel bewegen.
8. Bevestiging en werking
MONTAGE
Volg de afgedrukte instructies bij de montage van deze machine op.
1 Monteer de handgreep op de machine. Afb. 2-3
- Installeer de voorste handgreep, zoals getoond op afbeelding 2.
- Zorgt u ervoor dat u de pin tegenover het gat geplaatst is. Draai de schroeven slechts losjes vast, zodat u de meest comfortabele werkhouding hebt ingesteld wat betreft de maaihoogte. Het voorste handvat moet worden afgesteld zoals getoond op de foto's 2 + 3, draai vervolgens de schroeven aan.
2. Montage van de schaft. Afb. 4
- Draai aan de stergreep (a) om de spanning van de houderplaat te halen.
- Schuif nu de steel van de betreffende apparaatkop in de houder. Let er bij het inschuiven op dat de kogel (b) op het gat (c) is uitgelijnd en hierin vastklikt.
- Zet vervolgens de steel vast in de houder door aan de stergreep te draaien.
3. Montage van de beschermkap. Afb. 5-7
- Bevestig de beschermkap met inbussleutel en moersleutel, bijgesloten als standaardaccessoires voor het juiste aandraaien van de moeren.
⚠ Waarschuwing! Gebruik de machine nooit zon- der gemonteerde beschermkap!
4. Monteren en demonteren van de maaikop van de grastrimmer / nylon maaikop. Afb. 8-9
- Draai de moer los. Plaats de twee gaten van de flens en schild tegenover elkaar, gebruik een schroevendraaier om de flens, zoals hieronder getoond, vast te houden en draai de pijpsleutel met de klok mee, de moer komt hiermee los. Verwijder het deksel door de moer los te draaien.
- Monteer de nylon maaikop.
Verwijder het andere schild nadat de moer losgedraaid is. Houd de flens vast, plaats de nylon maai-kop op de as en draai tegen de klok in, de nylon maai-kop is gemonteerd. Afb. 9
• Demonteer de nylon maaikop
Gebruik een schroevendraaier om de flens vast te houden en draai de nylon maaikop met de klok mee, deze kan nu vervangen worden.
Bosmaaier / Maaiblad
• Montage van het maaiblad. Afb 10-12
Verwijder de buitenste flens na het losdraaien van de moer, plaats vervolgens het maaiblad (17), de buitenste flens (17b), het schild (17a) en de moer volgens de volgorde van de afbeelding hieronder. Let op dat de draairichting van het maaiblad dezelfde is als de afbeelding hieronder. Gebruik een schroevendraaier om de flens vast te houden en draai de moer tegen de klok in, zorg ervoor dat de moer voldoende is aangedraaid.
- Demontage van het maaiblad. Gebruik een schroevendraaier om de flens vast te houden en de moer los te draaien, het maaiblad kan nu worden verwijderd..
⚠ Waarschuwing!
Verzekert u zich voor het gebruik ervan dat het maai-blad op correcte wijze gemonteerd is!
WERKING
Bij het werken met de apparatuur als grastrimmer en bosmaaier, moet de bijbehorende plastic beschermkap voor het maaiblad of de grastrimmer bevestigd worden om te voorkomen dat voorwerpen weggeslingerd worden door het apparaat.
Het geïntegreerde mes (A) in de snijlijn bescherm-kap snijdt automatisch de lijn op optimale lengte. Afb. 17 (A)
5. Bevestiging van de draagriem. Afb. 13-16
- De gecombineerde, van een motor voorziene grastrimmer, kettingzaag en bosmaaier moet worden gebruikt met een draaggordel.
- Het evenwicht van de machine dient te worden ingesteld met uitgeschakelde motor.
- Doe de draaggordel aan.
- Stel de riemlengte in, zodat de karabijnhaak (k) zich ongeveer een handbreedte onder de rechter heup bevindt. Klik het multifunctionele apparaat vast met de karabijnhaak. Hang de bosmaaier aan de haak.
- Hang de machine.
- Wanneer u zich in een normale werkhouding bevindt, moet het blad de grond raken tijdens deze normale werkhouding.
- Haak de bosmaaier voor gebruik aan de karabijn-haak (k) van de draagriem terwijl de motor draait.
- Veiligheidsriem op de draagriem
LET OP! In geval van nood kan de veiligheidsvergrendeling (I) uit het harnas worden getrokken. De machine komt dan onmiddellijk los van de draagriem (9) en valt op de grond.
6. Montage van de heggenschaar (Afb. 27-29)
- Verwijder schroef (d), lijn de boorgaten (c) uit, plaats schroef (d) weer terug en schroef deze vast.
- Plaats de heggenschaar (15) nauwkeurig, zoals getoond in Figuur 27, op de drijfstang (3).
• Met schroef (a) terminals. - Stel de hoek in door het ontgrendelen van de grendel (Afb. 29)
- De heggenschaar is kantelbaar van 0° tot 90° (Fig. 29).
7. Montage van zaagblad en zaagketting (Fig. 30-32)
- Verwijder de kettingtandwiel beschermkap (Afb. 32 / Punt J) door het losdraaien van de bevestigingsmoer (punt I). De zaagketting (pos. F) wordt, zoals afgebeeld, in de groef gelegd die om het zaagblad (pos. E) loopt.
- Let op de uitlijning van de kettingtanden (afb. 31). Leg de zaagketting om het kettingwiel (pos. H). Let er daarbij op dat de tanden van de zaagketting goed in het kettingwiel grijpen.
- Plaats het zaagblad, zoals in afbeelding 31 getoond, in de opening bij de aandrijving. Het zaagblad moet in de kettingspanpen (pos. G) worden gehaakt.
- Plaats de beschermkap van het kettingwiel.
Let opl Draai de bevestigingsschroef pas definitief vast nadat de kettingspanning is ingesteld (zie punt 7.1).
7.1 Spannen van de zaagketting (Fig. 33-35)
- Draai de bevestigingsschroef (pos. I) voor de beschermkap van het kettingwiel enkele slagen los (Fig. 32).
- Stel de kettingspanning in met de kettingspan-schroef (Fig. 34/ Pos. K). Draai de schroef rechtsom om de kettingspanning te verhogen, of linksom om de kettingspanning te verlagen. De zaagketting is juist gespannen als deze in het midden van het zaagblad ongeveer 2 mm opgetild kan worden (Fig. 33).
- Draai de bevestigingsschroef voor de beschermkap van het kettingwiel vast. (Fig. 35).
- Let op! Alle schakels moeten correct in de geleidingsgroef van het zaagblad liggen.
Aanwijzingen voor het spannen van de ketting:
De zaagketting moet correct gespannen zijn om een veilige werking te garanderen. De zaagketting is juist gespannen als deze in het midden van het zaagblad ongeveer 2 mm opgetild kan worden. Tijdens het zagen neemt de temperatuur van de zaagketting toe, waardoor de lengte verandert. Controleer tenminste elke 10 minuten de kettingspanning en pas deze zo nodig aan. Dit geldt in het bijzonder voor nieuwe zaagkettingen. Haal na afloop van het werk de spanning van de zaagketting, aangezien de ketting bij het afkoelen korter zal worden. Zo helpt u schade aan de ketting te voorkomen.
8. Starten van het apparaat
Start het apparaat niet voordat deze volledig gemonteerd is.
⚠ Gevaar op letsel!
Start het multituingereedschap alleen als er een hulpstuk is aangesloten! Verwijder de aangepaste transportbescherming en controleer het apparaat op een goede werkfunctionaliteit.
Gebruik nooit een beschadigd, slecht afgesteld of slecht onderhouden of een niet volledig en veilig gemonteerd apparaat.
Controleer voor gebruik!
- Controleer de veiligheid van het apparaat:
- Controleer het apparaat op visuele gebreken.
- Controleer of alle onderdelen van het apparaat stevig zijn gemonteerd.
- Controleer of alle veiligheidsvoorzieningen in goede staat zijn.
Opmerking: start de motor niet in hoog gras.
⚠ Let op: als de motor is uitgeschakeld, blijft het maigedeelte nog een paar seconden doordraaien: dus niet het maigedeelte aanraken voordat deze tot stilstand is gekomen!
9. Werkinstructies
Werken met de bosmaaier / grastrimmer
- Wanneer u voor de eerste keer werkt met de bosmaaier, maakt uzelf dan vertrouwd met de werking en de controle van het maaigedeelte met uitgeschakelde motor.
- Het ontwerp van de bosmaaier staat uitsluitend het gebruik aan de rechterzijde van het lichaam van de gebruiker toe.
- Houd de bosmaaier stevig vast met beide handen op de handgrepen.
- Houd met uw rechterhand de bedieningsgreep en met uw linkerhand de handgreep van de handstang vast.
- Let erop dat het maaigedeelte nog even blijft doordraaien na het loslaten van de gashendel. Altijd zo dat het maaigedeelte niet meer draait bij een juist stationair motortoerental zonder de gashendel in te drukken. (zie onderhoud)
- Werkt altijd met een hoge snelheid, wat u de beste maairesultaten zal geven.
- Zwenk het apparaat gelijkmatig met boogvormige bewegingen van links naar rechts en weer terug. Maai vervolgens de volgende baan. Afb. 26 Let op: Beweeg het apparaat altijd eerst terug naar de uitgangspositie voordat u de volgende baan maait.
- Let op: wees altijd extra voorzichtig bij het werken in moeilijk terrein en op hellingen. Maai hoog gras trapsgewijs om het apparaat niet over te belasten. Snijd eerst de uiteinden en werk vervolgens in fasen.
-
Draag altijd een veiligheidsbril, gehoorbescherming en een veiligheidshelm.
-
Gebruik het maaiblad om kreupelhout, geile groei, jonge boompopulaties (stamdiameter tot maximaal 2 cm) en hoog gras te maaien.
- Tijdens het gebruik van metalen maagereedschappen, bestaat er in het algemeen een risico van terugslag wanneer het gereedschap een vast obstakel raakt (stenen, bomen, takken, etc.). Daardoor wordt het gereedschap tegen de draairichting in naar achteren geworpen.
- Om geile groei en kreupelhout te maaien, "dompelt" u het maaiblad van bovenaf "onder" in de vegetatie Het maaisel wordt dan fijngehakt
- Let op! Het mes loopt na! Rem het mes niet af met de hand.
- Houd handen en voeten uit de buurt van de het mes/maaielement van de motorzeis.
WAARSCHUWING: wees vooral voorzichtig bij het toepassen van deze werktechniek, want hoe verder het maagereedschap zich van de grond bevindt, des te groter is het risico dat te maaien objecten en deeltjes opzij worden geslingerd
Maaien met de grastrimmer
- Gebruik de plastic draadcassette voor een correcte snede, ook op onregelmatige randen, rond afrasteringpalen en bomen.
- Benader voorzichtig met de lijn een obstakel en gebruik het uiteinde van de lijn om rond het obstakel te maaien. Als de lijn in contact komt met stenen, bomen en muren, slijt de lijn of breekt af.
- Vervang nooit de nylon lijn door een metalen draad.
- Kans op verwondingen
Grastrimmer met automatische draadtoevoer (Afb. 24)
De bosmaaier wordt geleverd met een gevulde draadcassette. Deze draad zal tijdens het werk slij- ten. Om nieuw draad aan te voeren, dient u met kracht de kop van de draadcassette op de grond te drukken terwijl de motor op werksnelheid draait. De lijn wordt automatisch aangevoerd door centrifugale kracht. Het mes in de beschermkap zal de draad op de juiste lengte inkorten.
Werken met de heggenschaar
- De heggenschaar is geschikt voor het snijden van heggen, bosjes en struiken.
- Houd de heggenschaar met beide handen op veilige afstand van het lichaam.
- De maximale snijdiameter is afhankelijk van de houtsoort, de leeftijd, het vochtgehalte en de hardheid van het hout.
- Snoei daarom de hele dikke takken met een takkenschaar terug op de gewenste lengte voordat de haag wordt geknipt.
- De heggenschaar kan door zijn dubbelzijdige messen vooruit en achteruit of door heen-en-weergaande bewegingen van de ene naar de andere kant worden bewogen.
-
Snoei eerst de zijkanten van de heg en daarna pas de bovenkant.
-
Snoei de heg van onderen naar boven.
- Snij de heg trapezevormig. Zo voorkomt u dat de onderkant van de haag kaal wordt als gevolg van lichtgebrek.
- Span een koord langs de bovenkant van de haag wanneer u de bovenkant van de haag gelijkmatig wilt knippen.
- Knip in meerdere passages als sterk moet worden teruggesnoeid.
- Verwijder beslist vreemde objecten uit de heg (zoals draad), aangezien deze de messen van de heggenschaar kunnen beschadigen.
- Let op! De messen draaien na! Rem de messen niet af met de hand.
De juiste kniptijd:
- Bladhaag: juni en oktober
- Conifeerhaag: april en augustus
- Snelgroeende haag: vanaf mei om de 6 weken
Let op voor nestelende vogels in de haag. Stel in dat geval het knippen uit of sla dit gedeelte over.
Hoekafstelling
De heggenschaar kan tussen +90° tot -75° worden aangepast aan de werkomstandigheden door de meskop te verdraaien. Afb. 29.
- Let op! Uitsluitend bij uitgeschakelde motor afstellen!
- Druk op beide hendels en zet de meskop in de gewenste stand. Afb. 29
- Laat beide hendels los tot ze in de tanden vastgrijpen.
- Controleer voor ingebruikname of de verstelhendel juist is vastgeklikt. Afb. 29
Olie de mesbladen en hoekafstelling voor aanvang van de werkzaamheden altijd in met milieuvriendelijke smeerolie.
Ook tijdens de werkzaamheden moeten de mesbladen regelmatig worden ingeolied.
Let op! Uitsluitend bij uitgeschakelde motor voorzien van olie!
LET OP: Een onjuist gebruik en misbruik kan de heg-genschaar beschadigen en ernstig letsel door weg-slingerende delen veroorzaken.
Om het risico tot ongevallen door het gebruik van het maaiblad te minimaliseren, dient u kennis te nemen van de volgende punten:
- Maait nooit struiken of hout waarvan de diameter groter is dan 2 cm.
- Vermijd het contact met metalen voorwerpen, ste- nen, enz.
- Controleer regelmatig het maaiblad op schade. Nooit een beschadigd maaiblad blijven gebruiken.
- Wanneer het maaiblad bot wordt, dan moet deze volgens de instructies worden geslepen. Wanneer het maaiblad uit balans is, dan moet deze worden vervangen.
Werken met de boomzaag
Oliën van zaagketting en geleideblad
Aanbevolen wordt om hiervoor in de handel verkrijgbare kettingzaagolie te gebruiken.
Verwijder het deksel van de olietank. (Fig. 34/L)
Vul de olietank van de kettingzaag (Fig. 34/M) voor 80% met kettingzaagolie.
Sluit het deksel.
Controleer de olievoorziening
Verzeker u er altijd van dat het automatische oliesysteem correct functioneert. Zorg ervoor dat de olietank altijd is gevuld.
Tijdens het zagen moeten de rails en ketting altijd voldoende geolied zijn om de wrijving met het kettingzwaard te beperken.
Het kettingzwaard en de ketting mogen niet drooglopen. Als droog of met te weinig olie wordt gezaagd, neemt de zaagprestatie af, wordt de levensduur van het kettingzwaard verkort, wordt de ketting snel bot en zal de rails sterk slijten als gevolg van oververhitting. Te weinig olie is te herkennen aan de rookontwikkeling of de verkleuring van de rails.
Om de smering van de zaagketting te controleren, houdt u de kettingzaag met de zaagketting boven een vel papier en geeft u enkele seconden vol gas.
Nu kunt u op het papier de desbetreffende ingestelde oliehoeveelheid controleren. Er moet altijd een geringe hoeveelheid olie van de zaagketting afspatten. Na enkele seconden moet een licht oliespoor zichtbaar zijn.
Let erop dat er altijd voldoende olie in de olietank zit voor de smering van de zaagketting.
Automatische smering van de zaagketting – Fijnafstelling afb. 36.
Met schroef (R) kunt u de oliehoeveelheid verkleinen of vergroten.
Rechtsom: oliehoeveelheid verkleinen (-)
Linksom: oliehoeveelheid vergroten (-)
Voorzorgsmaatregelen voor de zaagprocedure
Ga nooit onder een te zagen tak staan. Er bestaat dan groot gevaar dat de tak onverwacht op u valt. In het algemeen wordt aanbevolen om de takkenzaag onder een hoek van 60° ten opzichte van de tak te plaatsen.
Houd het apparaat met beide handen goed vast tijdens het snoeiwerk en zorg ervoor dat u stevig staat en een goed werkhouding aanneemt.
- Probeert nooit om het apparaat met één hand te gebruiken. Als u de controle over het gereedschap verliest, kan dit ernstig of dodelijk letsel tot gevolg hebben. Werk nooit vanaf een ladder, een boomtak of andere onstabiele ondergrond.
- Zaag dikke takken niet in een keer, maar altijd in meerdere stappen.
- Plaats de kettingzaag tegen de tak om te zagen.
- Oefen lichte druk uit om het apparaat te geleiden, zonder echter de motor over te belasten.
Maak vóór het snoeien het werkgebied vrij van takken en struikgewas die in de weg zitten. Zorg vervolgens voor een uitwijkplaats, op afstand van de plek waar de gezaagde takken vallen, en verwijder daar eventuele obstakels. Houd het werkgebied schoon en haal de gesnoeide takken direct weg. Let op uw standplaats, de windrichting en de mogelijke valrichting van de takken. Houd er rekening mee dat afgevallen takken terug kunnen veren. Plaats alle andere gereedschappen en apparatuur op een veilige afstand van de te zagen takken, maar niet op de plek die bestemd is om uit te wijken.
Kijk altijd naar de gezondheidstoestand van de boom
Let op rot en gezondheidsproblemen in de wortels en takken. Als ze van binnen rot zijn, kunnen ze afbreken en onverwacht naar beneden vallen tijdens het zagen. U kunt ook geraakt worden door afgebroken en dode takken die naar beneden komen als gevolg van de beweging.
Maak in zeer dikke of zware takken eerst een kleine inkeping aan de onderzijde van de tak voordat u van boven naar beneden zaagt. Zo voorkomt u dat de tak uitscheurt.
Algemene zaagtechniek
Zware takken breken gemakkelijk af bij het zagen. Er scheuren dan lange repen bast uit de stam, wat langdurige schade aan de boom tot gevolg heeft. Met de volgende zaagtechniek kunt u dit risico aanzienlijk verminderen:
- Zaag de tak eerst van onderen op ongeveer 10 cm van de stam in.
- Maak op ongeveer 15 cm van de stam van bovenaf een volgende zaagsnede.
- Zaag verder totdat de tak afbreekt. Er is nu geen risico op schade aan de bast van de stam.
- Verwijder tot slot de resterende stomp met een zuivere snede in het verlengde van de stam.
- Om de schade aan de boom tot een minimum te beperken, adviseren we om daarna de wond af te dekken met wondbalsem.
Gevaren door reactiekrachten
Tijdens het gebruik van de kettingzaag treden reactiekrachten op. De krachten die op het hout worden uitgeoefend, zijn tegengesteld aan de kracht van de gebruiker. Ze treden op wanneer de bewegende ketting in contact komt met een vast object zoals een tak, of wanneer deze wordt afgeklemd. Door deze krachten kunt u de controle over het apparaat verliezen, wat letsel tot gevolg kan hebben.
Inzicht in de oorzaak van deze krachten kan u helpen een schrikreactie en het verlies van de controle te voorkomen.
Deze zaag is zodanig ontworpen dat de terugslage-effecten minder ingrijpend zijn dan bij traditionele kettingzagen.
Houd het apparaat echter altijd stevig vast en zorg voor een goede werkhouding om in geval van twijfel de controle te behouden.
De meest voorkomende effecten zijn:
- Terugslag (kickback)
- Terugstoot
- Naar voren trekken
Terugslag (kickback)
Terugslag kan optreden wanneer de bewegende zaagketting bij het bovenste kwadrant van het geleideblad een voorwerp raakt of wordt vastgeklemd.
De zaagkracht van de ketting oefent een rotatiekracht op de zaag uit die tegengesteld is aan de richting van de kettingbeweging. Dit leidt tot een opwaartse beweging van het geleideblad.
Terugslag (kickback) voorkomen
De beste bescherming is om situaties te voorkomen die leiden tot terugslag.
- Houd de positie van het bovenste geleideblad altijd in de gaten.
-
Laat dit onderdeel nooit in contact komen met een voorwerp. Zaag hier niets mee. Wees vooral voorzichtig in de buurt van metalen afrasteringen en bij het zagen van kleine, harde knoesten waarin de ketting gemakkelijk kan vastklemmen.
-
Zaag slechts één tak tegelijk.
Naar voren trekken
Het naar voren trekken vindt plaats wanneer de ketting bij de onderzijde van het blad plotseling vastloopt omdat deze wordt vastgeklemd of een vreemd voorwerp in het hout raakt. De ketting trekt de zaag dan naar voren.
Het naar voren trekken treedt vooral op wanneer de ketting niet op volle snelheid draait wanneer deze in contact komt met het hout.
Naar voren trekken voorkomen
Wees bewust van de krachten en situaties die kunnen leiden tot het vastlopen van de ketting aan de onderzijde van het blad. Begin altijd pas met zagen wanneer de ketting op volle snelheid draait.
Terugstoot
Terugstoot ontstaat wanneer de ketting aan de bovenzijde van het blad plotseling vastloopt omdat deze is ingeklemd of een vreemd voorwerp in het hout raakt. Door de ketting kan de zaag dan met een schok tegen de gebruiker drukken. Terugstoot komt vaak voor als de bovenzijde van het blad wordt gebruikt om te zagen.
Terugstoot voorkomen
Wees bewust van de krachten en situaties die kunnen leiden tot het vastlopen van de ketting aan de bovenzijde van het blad. Zaag slechts één tak tegelijk. Kantel het geleideblad niet naar de zijkant wanneer u het uit een zaagsnede trekt, omdat de ketting anders kan vastklemmen.
10. Onderhoud
WAARSCHUWING!
Voor alle werkzaamheden aan het apparaat het netsnoer uit het stopcontact halen.
Bij alle werkzaamheden aan en rond het snijgereedschap altijd veiligheidshandschoenen dragen.
Als het apparaat niet wordt gebruikt of wordt getransporteerd of opgeslagen, moet u altijd de transportbeveiliging op alle snijgereedschappen monteren. Afb. 1 (14a, 15a, 17c)
Voor het uitvoeren van onderhoud- of reinigingswerkzaamheden, altijd de motor uitschakelen.
- Het apparaat niet met water afspuiten. Dit beschadigt de motor.
- Reinig het apparaat met een doek, met een handborstel, etc.
- Gebruik een vochtige doek om de plastic onderdelen te reinigen. Gebruik geen schoonmaakmiddelen, oplosmiddelen of scherpe voorwerpen.
- Tijdens het werk omwikkelt om technische redenen nat gras en onkruid de aandrijfas onder de beschermkap. Verwijder dit, daar de motor anders oververhit zou raken door te veel wrijving. Afb. 25
Regelmatige inspecties
Onthoud dat de volgende specificaties betrekking hebben op normaal gebruik. Door omstandigheden (langere periodes van het dagelijkse werk, ernstige blootstelling aan stof, enz.), worden de opgegeven intervallen navenant korter.
- Vóór aanvang van de werkzaamheden: Controleer of de maaionderdelen stevig bevestigd zijn, een algemene visuele inspectie, het slijpen van het maaiblad (indien nodig).
- Snijgereedschappen scherpen (ook, indien nodig).
- Wekelijkse inspectie:
Smering van de aandrijving (ook, indien nodig).
- Indien nodig:
Draai de toegankelijke bevestigingsschroeven en moeren opnieuw vast. U voorkomt een overmatige slijtage en beschadigingen van het gereedschap, door de instructies in deze handleiding te volgen.
Vervanging van de draadspoel/draad (Afb. 18-23)
- Verwijder de beschermdop van de draadspoel (5) door krachtig te drukken tussen de bevestigingsplaten.
- Verwijder de spoel met resterend nylon draad en de drukveer.
- Verwijder de lege spoel.
- Neem de nieuwe spoel en trek er aan weerskan- ten 10 cm nylon draad uit.
- Plaats nu de spoel (5) op de conische veer en begeleid beide nylon draden elk door de ronde metalen ogen op de spoelbehuizing.
- Plaats dan de spoeldeksel op de nieuwe spoel (5). Draai deze zo, dat de platen van de spoelafdekking met de veren in de spoelbehuizing worden geduwd.
-
Druk nu op de spoeldeksel samen met de spoel, tot deze zich in de spoelbehuizing bevinden.
-
Het mes (A) in de beschermkap (17) verkort de trimdraad op de juiste lengte, als de motor op-nieuw gestart wordt
Het slijpen van het maaiblad Afb. 17 (A)
Het maaiblad kan na zekere tijd bot worden.
- Wanneer u dit ziet, verwijdert u de schroef die het maaiblad vasthoudt op de veiligheidskap.
- Klem het maaiblad in een bankschroef.
- Slijp het mes met een platte vijl en zorg ervoor dat de hoek van de snijkant niet wordt veranderd tijdens dit proces.
- Belangrijk! Monteer het snijmes opnieuw.
Vervanging en slijpen van het maaiblad aan het einde van het maaiseizoen: altijd het maaiblad slijpen of desgewenst vervangen door een nieuwe.
Slijpen van het snijmes (17)
Als de messen niet al te bot zijn, kunt u de snijkanten zelf scherpen.
- Zet het mes vast in een bankschroef.
- Slijp alle 3 de lemmets van het mes met een platte vijl en let erop dat de hoek van de snijkant wordt aangehouden. (\~25°). Vijl slechts in één richting.
- Vervang het lemmet uiterlijk nadat het vijf keer is gescherpt.
Vervang het mes in geval van zware slijtage of gebroken messen. Ongebalanceerde maaibladen veroorzaken hevig trillen van de bosmaaier – kans op ongevallen!
Smering toptandwiel geleideblad Afb.8 (O)
Smeer met een vet op lithiumbasis. Verwijder de schroef en breng het vet in, draai de as tot het vet zichtbaar wordt en vervang de schroef.
Let op! Breng slechts een beetje vet in. In geen geval overvullen.
Zorg voor het geleideblad
Draait het geleideblad iedere keer dat u de ketting slijpt of vervangt. Dit voorkomt een eenzijdige slijtage van het geleideblad, met name de voorkant en de on-
derkant.
Reinigt regelmatig:
1 = de opening van de olievoorziening
2 = het oliekanaal
3 = de geleidegroef van het geleideblad

Onderhoud en slijpen van de zaagketting
De juist geslepen ketting
Een goed geslepen ketting zoekt zijn weg door het hout en vereist vrijwel geen druk. Werk niet met een botte of beschadigde zaagketting. Er is dan meer fysieke inspanning nodig, de trillingen nemen toe en het leidt tot onbevredigende resultaten en meer slijtage.
- Reinig de ketting.
- Controleer de ketting op breuken in de schakels en op beschadigde klinknagels.
- Vervang beschadigde of versleten kettingonderdelen door overeenkomstige reserveonderdelen die u zo nodig scherpt naar de vorm en grootte van de originele onderdelen.
- De ketting mag alleen door ervaren gebruikers worden geslepen!
Houd rekening met onderstaande hoeken en ma- ten. Als de zaagketting niet goed is geslepen of de zaagdiepte te gering is, bestaat er een verhoogd risico op terugslageffecten die letsel tot gevolg kunnen hebben! De zaagketting kan niet op het geleideblad worden vastgezet. Het is daarom het beste om de ketting van het geleideblad te verwijderen en vervolgens te scherpen. - Kies het juiste slijpgereedschap voor de kettingsteek.
De kettingsteek (bijvoorbeeld 3/8") staat op elke ket- tingtand als dieptemaat vermeld.
Gebruik uitsluitend speciale vijlen voor zaagkettingen! Andere vijlen hebben een verkeerde vorm en geven een verkeerd slijpresultaat. Kies de diameter van vijl op basis van de kettingsteek. Neem beslist onderstaande hoek in acht bij het slijpen van de kettingtand.

text_image
A BA = vijlhoek
B = hoek van de zijplaat
Deze hoek moet identiek zijn voor alle kettingtanden. Bij onregelmatig geslepen hoeken zal de ketting onregelmatig lopen, snel slijten en voortijdig breken.
Aan deze eisen kan alleen worden voldaan door regelmatig en voldoende lang te oefenen. Houd rekening met het volgende:
- Gebruik een vijlgeleider. Een vijlgeleider moet worden gebruikt als de zaagketting met de hand wordt geslepen. De juiste vijlhoek staat hierop aangegeven.
- Houd de vijl horizontaal (onder de juiste hoek ten opzichte van het geleideblad) en vijl volgens de hoekmarkering op de vijlgeleider. Steun de vijlgeleider af op de bovenste plaat en de diepte-instelling.
- Vijl de kettingtand steeds van binnen naar buiten.
- De vijl scherpt alleen in voorwaartse beweging. Licht de vijl op tijdens de teruggaande beweging.
- Voorkom dat de vijl de bevestigingsplaten en dynamische schakels raakt.
- Draai de vijl regelmatig verder om eenzijdige slijtage te voorkomen.
- Neem een stuk hard hout om bramen van snijranden te verwijderen.
Alle kettingtanden moeten dezelfde lengte hebben omdat anders ook de hoogte zal variëren.
De ketting loopt dan onregelmatig, wat het risico op defecten vergroot.
Aandrijving smeren, boomzaag
Smeer de aandrijving elke 10 tot 20 bedrijfsuren.
- Plaats de vetspuit op de smeernippels, afb. 34(Q).
- Pers hier wat vet in.
Let op! Breng slechts een beetje vet in. In geen geval overvullen.
Controleer de heggenschaar op zichtbare gebreken zoals:
- Losse bevestigingen
- Versleten of beschadigde onderdelen
- Verbogen, gebroken of beschadigde snij-inrichting
- Verkeerd gemonteerde en defecte afdekkingen of veiligheidsvoorzieningen.
- Slijtage, met name glijspeling van de snij-inrichting.
Beschadigd of stomp snijgereedschap direct vervangen, ook bij geringe beschadigingen.
Aandrijving smeren, heggenschaar
Smeer de aandrijving elke 10 tot 20 bedrijfsuren.
- Plaats de vetspuit op de smeernippels, afb. 28 (P).
- Pers hier wat vet in.
Let op! Breng slechts een beetje vet in. In geen geval overvullen.
Olie de snij-inrichting en hoekafstelling met milieu-vriendelijke smeerolie.
De gebruiker is zelf altijd verantwoordelijk voor schade die ontstaat indien de aanwijzingen in deze gebruikshandleiding niet worden opgevolgd. Dit geldt ook voor wijzigingen aan het apparaat, gebruik van ongeautoriseerde reserveonderdelen, aanbouwdelen, hulpmiddelen, andersoortig en niet-beoogd gebruik en gevolgschade door het gebruik van defecte onderdelen.
Slijtageonderdelen
Ook bij beoogd gebruik zijn veel onderdelen aan normale slijtage onderhevig.
Dergelijke onderdelen moeten regelmatig worden vervangen, afhankelijk van het type en de duur. Tot deze onderdelen behoren onder andere het snijgereedschap en de houderplaat.
⚠ Waarschuwing!
Gebruik uitsluitend reserveonderdelen en accessoires van de fabrikant. Als dit wordt nagelaten, kunnen de prestaties afnemen, kan letsel optreden en kan uw garantie vervallen.
Bestellen van vervangende onderdelen
Vermeldt de volgende gegevens wanneer u vervangingsonderdelen bestelt:
- Type machine
- Artikelnummer van de machine
Reserveonderdelen/accessoires
Voor de hier vermelde snijtoebehoren kunt u altijd de met de machine geleverde veiligheidsinrichting gebruiken.
Beschermingsplaat grastrimmer 3904801023
Boomzaag:
Zaagketting Oregon 91PJ040X 7910700704
Geleiderail Oregon 100SDEA318
3904801037
Transportbeveiliging ketting 3904801039
Heggenschaar:
Mesblad heggenschaar 400mm 7910700703
U moet er rekening mee houden dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan een slijtage door gebruik of een natuurlijke slijtage, resp. dat de volgende delen nodig zijn als verbruiksmaterialen.
Slijtstukken*: koolborstels, spoel, mesblad, zaagketting, geleiderail
* niet verplicht bij de leveringsomvang begrepen!
11. Opslag
Reinigen
- Houdt handgrepen vrij van olie, zodat u altijd een veilige grip heeft.
- Reinig de apparatuur zoals aanbevolen met een vochtige doek en, indien nodig, een mild afwasmiddel.
⚠ Belangrijk!
- Dompel nooit het apparaat in water of andere vloeistoffen om het schoon te maken.
- Bewaar het multi-tuingereedschap op een veilige en droge plaats, buiten het bereik van kinderen.
Opslag
Opmerking: Bewaar de apparatuur op een droge plaats en ver weg van mogelijke ontstekingsbronnen, zoals een oven, een gasverwarmde warmwaterboiler, een gasverwarmde droger, etc.
Transport
Monteer altijd de transportbeveiliging op alle snijgereedschappen. Afb. 1 (14a, 15a, 17a)
Om beschadigingen en letsel te vermijden, moet het apparaat tijdens het transport in voertuigen worden beveiligd tegen omkantelen.
12. Afvalverwerking en hergebruik
Het toestel bevindt zich in een verpakking om transportschade te voorkomen. Deze verpakking is een grondstof en bijgevolg herbruikbaar of kan in de grondstofkringloop teruggebracht worden. Batterijen horen niet thuis bij het huisvuil. Gooi ze niet in het vuur of in het water. Batterijen moeten worden ingezameld, gerecycleerd of milieuvriendelijk verwijderd. Het toestel en zijn accessoires bestaan uit diverse materialen, zoals b.v. metaal en kunststof. Ontdoe u van defecte onderdelen op de inzamelplaats waar u gevaarlijke afvalstoffen mag afgeven. Informeer u in uw speciaalzaak of bij uw gemeentebestuur!
Oude apparatuur mag niet bij het huisafval worden gegooid!

Dit symbool geeft aan dat dit product conform de richtlijn inzake verbruikte elektrische en elektronische apparatuur (2012/19/EU) en nationale wettelijke bepalingen niet bij het huishoudelijk vuil mag worden gegooid. Dit product moet bij een hiervoor bestemde verzamelpunt worden afgegeven. Dit kan bijv. door teruggave bij de aanschaf van een soortgelijk product of door inlevering bij een erkend inzamelpunt voor het recyclen van verbruikte elektrische en elektronische apparatuur. Het onjuist afvoeren van oude apparatuur kan door mogelijke gevaarlijke stoffen, die veelal in verbruikte elektrische en elektronische apparatuur zijn verwerkt, negatieve effecten op het milieu en de gezondheid van de mens hebben. Door een juiste afvoer van dit product levert u bovendien een bijdrage aan een effectief gebruik van natuurlijke ressources. Informatie inzake inzamelpunten voor verbruikte apparatuur kunt u opvragen bij de gemeente, de publieke afvalverwerker, een erkend afvalverwerkingsstation voor het afvoeren van verbruikte elektrische en elektronische apparatuur of uw afvalverwerkingsstation.
13. Probleemoplossingen
De volgende tabel toont storingssymptomen en beschrijft hoe u deze op kunt lossen, als uw machine niet goed werkt. Als u het probleem niet kunt vinden en kan oplossen, neem dan contact op met uw service-werkplaats.
| Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| Apparaat start niet. • Netspanning niet aan• Aan/Uit-schakelaar defect• Versleten koolborstels• Motor defect• Elektrasnoer beschadigd | • Controleer de contactdoos resp. de stroomvoorziening, zo nodig laat u het repareren door een erkende elektricien.• Reparatie laten uitvoeren door een geautoriseerde service-werkplaats• Reparatie laten uitvoeren door een geautoriseerde service-werkplaats• Reparatie laten uitvoeren door een geautoriseerde service-werkplaats• Controleer het verlengsnoer en laat deze zo nodig repareren. | |
| Apparaat loopt met onderbrekingen. | • Elektrasnoer beschadigd• Inwendige verbindingen zijn los• Aan/Uit-schakelaar defect | • Controleer het verlengsnoer en laat deze zo nodig vervangen.• Reparatie laten uitvoeren door een geautoriseerde service-werkplaats• Reparatie laten uitvoeren door een geautoriseerde service-werkplaats |
| Slechte snijkwaliteit | • Snoeimessen zijn bot | • Slijp de messen of laat het mesprofiel vervangen |
| Motor loopt, maar de aandrijving beweegt niet | • De motor wordt geblokkeerd door een dikke tak of andere objecten | • Heggenschaar direct uitschakelen, uitsteken en het blokkerende object verwijderen |
| De boomzaag zaagt niet, hapt of trilt | • Kettingspanning te hoog• Ketting bot• Ketting verkeerd gemonteerd• Ketting versleten | • Kettingspanning controleren en instellen• Ketting naslijpen of vervangen• Ketting opnieuw monteren• Ketting vernieuwen |
Zichtbare gebreken moeten binnen de 8 dagen na ontvangst van de goederen worden gemeld, zo niet verliest de verkoper elke aanspraak op grond van deze gebreken. Onze machines worden geleverd met een garantie voor de duur van de wettelijke garantietermijn. Deze termijn gaat in vanaf het moment dat de koper de machine ontvangt. De garantie houdt in dat wij elk onderdeel van de machine dat binnen de garantietermijn aanloonbaar onbruikbaar wordt als gevolg van materiaal- of productiefouten, kosteloos vervangen. De garantie vervalt echter bij
verkeerd gebruik of verkeerde behandeling van de machine. Voor onderdelen die wij niet zelf produceren, geven wij enkel de garantie die wij zelf krijgen van de oorspronkelijke leverancier. De kosten voor de montage van nieuwe onderdelen vallen ten laste van de koper. Eisen tot het aanbrengen van veranderingen of het toestaan van een korting en overige schadeloosstellingsclaims zijn uitgesloten.



















