SONY XM5ES - Hi-Fi set

XM5ES - Hi-Fi set SONY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis XM5ES SONY in PDF-formaat.

📄 112 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice SONY XM5ES - page 77
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Nederlands NL Svenska SV

Download de handleiding voor uw Hi-Fi set in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding XM5ES - SONY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. XM5ES van het merk SONY.

GEBRUIKSAANWIJZING XM5ES SONY

ɹ18ES Solución de problemas La siguiente lista de comprobación está pensada para ayudar a corregir los problemas que surjan con la unidad. Consulte los procedimientos de conexión y utilización antes de revisar la siguiente lista de comprobación. La luz del indicador de estado no se ilumina. El fusible se ha fundido. – Cambie el fusible por uno nuevo. El cable de tierra no está conectado correctamente. – Conecte el cable de tierra a un punto metálico del chasis del automóvil. La tensión que llega al terminal de entrada remota (REMOTE) es demasiado baja. – Encienda la unidad de audio del vehículo si no está encendida. – Utilice un relé si el sistema emplea demasiados amplificadores. Compruebe la tensión de la batería (10,5 V - 16 V). La luz del indicador de estado pasa de blanco a rojo. Apague el amplificador. Las salidas de los altavoces se han cortocircuitado. – Rectifique la causa del cortocircuito. Apague el amplificador. Asegúrese de que el cable de altavoz y el cable de tierra estén bien conectados. El amplificador está anormalmente caliente. El amplificador se calienta anormalmente. – Utilice altavoces con la impedancia adecuada: 2 Ω – 8 Ω (estéreo) o 4 Ω – 8 Ω (al utilizarlos como amplificador puente). Asegúrese de colocar el amplificador en un lugar bien ventilado. El sonido se interrumpe. El protector térmico se ha activado. – Reduzca el volumen. Se oye el ruido del alternador. Los cables de conexión de alimentación están instalados demasiado cerca de los cables de clavijas RCA. – Separe los cables. El cable de tierra no está conectado correctamente. – Conecte el cable de tierra a un punto metálico del automóvil. Los cables negativos de los altavoces están en contacto con el chasis del automóvil. – Mantenga los cables alejados del chasis del automóvil. El sonido se oye amortiguado. El interruptor FILTER está ajustado en “LP”. – Al conectar el altavoz de rango completo, ajústelo en “OFF” o “HP”. El sonido es demasiado bajo. El ajuste del control INPUT SENS no es adecuado. Gire el control INPUT SENS en el sentido de las agujas del reloj. Si estas soluciones no mejoran la situación, póngase en contacto con su distribuidor Sony más cercano. Sitio de soporte Si tiene alguna pregunta para obtener la información de soporte más reciente sobre este producto, visite el sitio web que aparece a continuación: Clientes de EE. UU./Canadá/América Latina: https://www.sony.com/am/support Clientes de países europeos: https://www.sony.eu/support Clientes de otros países/regiones: https://www.sony-asia.com/support2NL Geproduceerd in Thailand Het naamplaatje met de werkspanning enz. bevindt zich onder aan de behuizing. De CE-markering geldt alleen in landen waar deze wettelijk van kracht is. Dit is met name het geval in landen die deel uitmaken van de EER (Europese Economische Ruimte) en Zwitserland. De UKCA- markering geldt alleen in landen waar deze wettelijk van kracht is. Dit is met name het geval in het VK. Opmerking voor klanten: de volgende informatie geldt enkel voor apparatuur verkocht in landen waar de EU-richtlijnen van kracht zijn Dit product werd vervaardigd door of in opdracht van Sony Corporation. EU-importeur: Sony Europe B.V. Vragen aan de EU-importeur of met betrekking tot Europese productconformiteit kunnen worden gericht aan de gemachtigde vertegenwoordiger, Sony Belgium, bijkantoor van Sony Europe B.V., Da Vincilaan 7-D1, 1930 Zaventem, België. Verwijdering van oude batterijen, elektrische en elektronische apparaten (van toepassing in de Europese Unie en andere landen met afzonderlijke inzamelingssystemen) Dit symbool op het product, de batterij of op de verpakking wijst erop dat het product en de batterij, niet als huishoudelijk afval behandeld mogen worden. Op sommige batterijen kan dit symbool gebruikt worden in combinatie met een chemisch symbool. Het chemisch symbool voor lood (Pb) wordt toegevoegd wanneer de batterij meer dan 0,004% lood bevat. Door deze producten en batterijen op juiste wijze af te voeren, vermijdt u mogelijke negatieve gevolgen voor mens en milieu die zijn gekoppeld aan verkeerde afvalbehandeling. Het recyclen van materialen draagt bij aan het behoud van natuurlijke bronnen. In het geval dat de producten om redenen van veiligheid, prestaties dan wel in verband met data-integriteit een permanente verbinding met een ingebouwde batterij vereisen, mag deze batterij enkel door gekwalificeerd servicepersoneel worden vervangen. Om ervoor te zorgen dat de batterij, elektrische en elektronische apparaten op een juiste wijze zal worden behandeld, dienen deze producten aan het eind van hun levenscyclus worden ingeleverd bij het juiste inzamelingspunt voor het recyclen van elektrisch en elektronisch materiaal. Voor alle andere batterijen verwijzen we u naar het hoofdstuk over het veilig verwijderen van batterijen. Lever de batterijen in bij het juiste inzamelingspunt voor het recyclen van batterijen. Voor meer informatie over het recyclen van dit product of de batterij, kunt u contact opnemen met de gemeentelijke instanties, de organisatie belast met de verwijdering van huishoudelijk afval of de winkel waar u het product of batterij hebt gekocht. Met alle vragen of problemen over dit apparaat die niet aan bod komen in deze gebruiksaanwijzing, kunt u terecht bij uw Sony-leverancier. Installeer dit toestel voor veiligheidsredenen in de bagageruimte of onder een stoel. Raadpleeg voor meer informatie."Installatie en aansluiting" (pagina 8)3NL Kenmerken

  • Nominaal uitgangsvermogen van 100 W (bij 4 Ω) en 165 W (bij 2 Ω).
  • Autoradio's zonder lijnuitgang kunnen rechtstreeks met behulp van een luidsprekerkabel-naar-RCA-adapter (niet bijgeleverd) aangesloten worden op de luidsprekeruitgang van uw autoradio (hoogniveau-invoeraansluiting).
  • Met de High-level Sensing-inschakelfunctie kan dit toestel ook geactiveerd worden zonder REMOTE-verbinding.
  • Ingebouwde hoogdoorlaatfilter (HP), laagdoorlaatfilter (LP) en banddoorlaatfilter (BP) voor voor- en achterkanaal.
  • Ingebouwd variabel LPF- (laagdoorlaatfilter) en variabel subsonischfiltercircuit voor subwooferkanaal.
  • Uitgerust met beveiligingscircuit en -lampje.
  • Twee subwooferaansluitingen voor parallelle subwooferverbinding.
  • voor een stabiel en gecontroleerd uitgangsvermogen. *1 Klasse D-technologie Klasse D-technologie is een methode voor het omzetten en versterken van muzieksignalen met MOSFET's naar snelle pulssignalen. Deze technologie is uiterst efficiënt en genereert weinig warmte. *2 Dynamic Distortion Suppressor De functie Dynamic Distortion Suppressor onderdrukt vervorming die optreedt bij hogere afspeelniveaus en zorgt zo voor heldere basklanken. *3 Active Thermal Control De functie Active Thermal Control regelt de bedrijfstemperatuur van het toestel zodat u langdurig en stabiel bij een hoog volume kunt afspelen. *4 Pulsvoeding Dit toestel is uitgerust met een ingebouwde vermogensregulator die de voeding die geleverd wordt door de 12VDC-autoaccu door middel van een halfgeleiderschakelaar omzet naar snelle pulsen. Deze pulsen worden versterkt door de ingebouwde pulstransformator en worden gescheiden in een positieve en een negatieve voeding alvorens weer te worden omgezet naar gelijkstroom. Dankzij deze methode kan het schommelende voltage van de autoaccu opgevangen worden. Dit lichte voedingssysteem staat garant voor een zeer efficiënte voeding met een lage impedantie.4NL Inhoudsopgave Kenmerken p. 3
  • Onderdelen en bedieningselementen Eindversterker p. 5
  • Basafstandsbediening p. 7
  • Installatie en aansluiting Onderdelen voor installatie en aansluiting p. 8
  • Installatie p. 8
  • Aansluiting p. 10
  • Aanvullende informatie Voorzorgsmaatregelen p. 16
  • Onderhoud p. 16
  • Specificaties p. 17
  • Problemen oplossen p. 18
  • Ondersteuningssite NL Eindversterker Ventilatieopening Via deze opening wordt de warmte afgevoerd. Afhankelijk van de temperatuur van de versterker wordt een van de drie beschikbare ventilatorstatussen geselecteerd (uit, lage snelheid, hoge snelheid). Afdekking koellichaam U kunt de richting van de afdekking van het koellichaam naar wens aanpassen (pagina 9). Statuslampje Licht wit op tijdens het bedrijf. Als het beveiligingscircuit geactiveerd wordt, gaat het statuslampje rood branden in plaats van wit. Raadpleeg "Problemen oplossen" (pagina 18) voor meer informatie. TURN-ON-schakelaar Hiermee kunt u de inschakelmodus van de versterker selecteren. p. 185
  • "REMOTE": kies deze optie voor afstandsschakeling. De versterker wordt ingeschakeld wanneer deze een inschakelsignaal ontvangt via de REMOTE- aansluiting. Raadpleeg "REMOTE-aansluiting" (pagina 11) voor meer informatie.
  • "SIGNAL": kies deze optie voor High-level Sensing-schakeling. De versterker wordt ingeschakeld wanneer deze een inschakelsignaal ontvangt via de INPUT- aansluiting. Deze functie is alleen beschikbaar voor hoogniveau- invoeraansluitingen (luidsprekerniveau). Raadpleeg "REMOTE-aansluiting" (pagina 11) voor meer informatie. Onderdelen en bedieningselementen Bedieningspaneel (bovenpaneel)

ȺȻ6NL INPUT MODE-gedeelte: CH 1-4-schakelaar Hiermee kunt u de invoermodus selecteren voor CH 1, CH 2, CH 3 en CH 4.

  • "1-4": voor 4-kanaalsstereo-invoer.
  • "1": voor 1-kanaalsinvoer.
  • "1-2": voor 2-kanaalsinvoer.
  • "1+3/2+4": voor 4-kanaalsinvoer. SUB CH-schakelaar Hiermee kunt u de invoermodus selecteren voor SUB CH (subwooferkanaal).
  • "5": voor monosubwooferinvoer.
  • "5+6": voor stereosubwooferinvoer.
  • "1+2": gebruikt het signaal dat wordt ingevoerd via INPUT 1+2.
  • "3+4": gebruikt het signaal dat wordt ingevoerd via INPUT 3+4. LINE OUT MODE-schakelaar Hiermee kunt u de signaaluitvoermodus instellen op de LINE OUT 1- en 2-aansluiting. De signalen die uitgevoerd worden via alle LINE OUT-aansluitingen zijn ongefilterd en worden niet beïnvloed door de FILTER-instellingen.
  • "THRU": stereo-uitvoer (doorvoermodus)
  • "STEREO": stereo-uitvoer (optelmodus)
  • "ALL": mono-uitvoer (optelmodus) CH 1/2- en CH 3/4-gedeelte: FILTER-schakelaar Hiermee kunt u de filtermodus voor CH 1/2 en CH 3/4 instellen.
  • "OFF": hiermee kunt u de filter uitschakelen.
  • "HP" (hoogdoorlaatfilter): frequenties die lager zijn dan de instelling van de HPF- regelaar worden gefilterd.
  • "LP" (laagdoorlaatfilter): frequenties die hoger zijn dan de instelling van de LPF- regelaar worden gefilterd.
  • "BP" (banddoorlaatfilter): het frequentiebereik voor de HPF-regelaar is automatisch ingesteld op 50 Hz - 500 Hz; het frequentiebereik voor de LPF-regelaar is automatisch ingesteld op 500 Hz - 5 kHz. Frequenties buiten het bereik van de HPF- en LPF-instellingen worden gefilterd. RANGE-schakelaar Hiermee kunt u het frequentiebereik voor de HPF-regelaar (hoogdoorlaatfilter) en LPF- regelaar (laagdoorlaatfilter) instellen.
  • "50-500": frequentiebereik voor subwoofer.
  • "500-5k": frequentiebereik voor middentonenluidspreker of tweeter. HPF-regelaar (hoogdoorlaatfilter) Past afhankelijk van de instellingen bij RANGE de kantelfrequentie aan binnen het bereik 50 Hz - 500 Hz of 500 Hz - 5 kHz. LPF-regelaar (laagdoorlaatfilter) Past afhankelijk van de instellingen bij RANGE de kantelfrequentie aan binnen het bereik 50 Hz - 500 Hz of 500 Hz - 5 kHz. INPUT SENS-regelaar (invoergevoeligheid) Hiermee kunt u de gevoeligheid van het invoerniveau voor CH 1/2 en CH 3/4 aanpassen. Draai de regelaar rechtsom wanneer het uitvoerniveau van de aangesloten audioapparaten laag is. SUB CH-gedeelte: SUBSONIC FILTER-schakelaar Hiermee kunt u de subsonische filter in- of uitschakelen. SUBSONIC FILTER-regelaar Hiermee kunt u de kantelfrequentie (5 Hz tot 50 Hz) van de subsonische filter instellen. LPF-schakelaar (laagdoorlaatfilter) Hiermee kunt u de laagdoorlaatfilter in- of uitschakelen. LPF-regelaar (laagdoorlaatfilter) Hiermee kunt u de kantelfrequentie (50 Hz tot 500 Hz) van de laagdoorlaatfilter instellen. INPUT SENS-regelaar (invoergevoeligheid) Hiermee kunt u de gevoeligheid van het invoerniveau aanpassen voor SUB CH. INPUT 1 CH 1 INPUT 2 CH 2 INPUT 3 CH 3 INPUT 4 CH 4 INPUT 1 CH 1 CH 2 CH 3 CH 4 INPUT 1 CH 1 CH 3 INPUT 2 CH 2 CH 4 INPUT 1 CH 1 INPUT 3 CH 3 INPUT 2 CH 2 INPUT 4 CH 4

INPUT 47NL Draai de regelaar rechtsom wanneer het uitvoerniveau van de aangesloten audioapparaten laag is. SPEAKER OUT-aansluitschroefkop +12 V-aansluitschroefkop REMOTE-aansluitschroefkop GROUND-aansluitschroefkop BASS REMOTE-aansluiting Aansluiting voor de basafstandsbediening. INPUT VOLTAGE-schakelaar Hiermee kunt u het type invoeraansluiting selecteren.

  • "LOW": selecteer deze optie voor een laagniveau-invoeraansluiting (lijnniveau) via RCA-kabels (niet bijgeleverd).
  • "HIGH": selecteer deze optie voor een hoogniveau-invoeraansluiting (luidsprekerniveau) via een luidsprekerkabel- naar-RCA-adapter (niet bijgeleverd). INPUT-aansluiting Zie "Invoeraansluiting" (pagina 12) voor meer informatie over de aansluiting. LINE OUT-aansluiting Zie "Uitvoeraansluiting" (pagina 15) voor meer informatie over de aansluiting. SPEAKER OUT-aansluiting Zie "Luidsprekeraansluiting" (pagina 14) voor meer informatie over de aansluiting. Zekering (40 A) +12 V-aansluiting REMOTE-aansluiting GROUND-aansluiting Basafstandsbediening Met de basafstandsbediening kun u het basuitvoerniveau van SUB CH (subwooferkanaal) regelen. Om deze functie te gebruiken, sluit u de kabel van de basafstandsbediening aan op de BASS REMOTE-aansluiting op het aansluitpaneel (voorpaneel). Volumeregelknop Draai de knop rechtsom om het volume (de versterking) te verhogen. Draai de knop linksom om het volume (de versterking) te verlagen. OPGELET Als u de versterking te veel aanpast, kan het door de aangesloten subwoofer geproduceerde geluid vervormd raken. Wees dus voorzichtig bij het aanpassen van de versterking met de basafstandsbediening. Het door de aangesloten subwoofer geproduceerde geluid kan ook vervormd raken als het volume van uw autoradio te hoog staat. Aansluitpaneel (voorpaneel)

BASS REMOTE ȼȽ ɀȿɂɁȾ Ȏ8NL Onderdelen voor installatie en aansluiting Deze onderdelenlijst omvat niet alle inhoud van de verpakking. Installatie

  • Installeer de versterker in de bagageruimte of onder een stoel.
  • Kies voor uw eigen veiligheid een installatieplaats waar het toestel u niet hindert tijdens het rijden.
  • Installeer de versterker niet in de buurt van de verwarming en op plaatsen die blootgesteld worden aan direct zonlicht of waar de temperatuur hoog kan oplopen.
  • Installeer de versterker niet onder het vloertapijt, want de warmte die de versterker ontwikkelt, kan dan moeilijk worden afgevoerd.
  • Installeer de versterker evenmin op plaatsen waar deze in contact komt met regen, vocht, stof en vuil. De versterker monteren

Zet de versterker op de gewenste montageplaats en markeer de positie van de 4 schroefopeningen op een montageplaat (niet bijgeleverd). 2 Boor in elke markering een gat van 3 mm voor en monteer de versterker op de plaat met behulp van de montageschroeven . De bevestigingsschroeven zijn 20 mm lang, dus moet de montageplaat dikker zijn dan 20 mm. Installatie en aansluiting Montageschroef (5 × 20 mm) (4) Montagebeugel (1) Bevestigingsschroef(2 × 5 mm) (2) Montageschroef(3 × 12 mm) (2) Dubbelzijdige tape (1) Inbussleutel (2,5 mm) (1) De versterker installeren 9NL De richting van de afdekking van het koellichaam aanpassen U kunt de richting van de afdekking van het koellichaam naar wens aanpassen. 1 Schuif de afdekking naar voor en hef de afdekking op om deze te verwijderen. 2 Draai de afdekking naar de gewenste richting. 3 Breng de afdekking op een lijn met de haakjes op de versterker en verschuif de afdekking tot deze op zijn plaats klikt.

  • Installeer de basafstandsbediening niet in de buurt van een verwarming, op plaatsen die blootgesteld worden aan direct zonlicht of op plaatsen waar de temperatuur hoog kan oplopen.
  • Vermijd installatie van de basafstandsbediening op plaatsen waar deze in contact komt met stof, vuil of vocht.
  • Installeer de basafstandsbediening: – op een vlakke ondergrond; – waar deze de bewegingen van de bestuurder niet hindert; – waar deze het stuur, de pook en het rempedaal niet hindert. Montagevoorbeeld Installatie met de montagebeugel

Bevestig de montagebeugel met behulp van de bevestigingsschroeven aan de basafstandsbediening. U kunt de montagebeugel naar wens horizontaal of verticaal vastmaken. De basafstandsbediening installeren

10NL 2 Maak de basafstandsbediening met behulp van de montageschroeven vast op de gekozen montageplaats. Installatie met de dubbelzijdige tape

Kleef de dubbelzijdige tape op de onderkant van de basafstandsbediening. Lijn de dubbelzijdige tape zoals hieronder weergegeven uit met de basafstandsbediening. 2 Bevestig de basafstandsbediening op een vlakke ondergrond. Reinig de gekozen montageplaats met een droge doek voor u de dubbelzijdige tape aanbrengt. Aansluiting

  • Alvorens aansluitingen door te voeren, moet u eerst de massaklem van de autoaccu loskoppelen om kortsluiting te vermijden. Sluit de +12 V- voedingskabel pas aan op de versterker wanneer alle andere kabels aangesloten zijn.
  • Deze versterker is uitsluitend ontworpen voor gebruik met een negatieve massa van 12 V DC.
  • Voor optimale prestaties vereist de versterker een goede voeding; gebruik de versterker dus niet met een zwakke accu.
  • Als uw auto uitgerust is met een computersysteem voor navigatie enz. en u de massa-aansluiting loskoppelt van de autoaccu, kan het computergeheugen beschadigd raken. Koppel de massakabel niet los en sluit de +12 V- voedingskabel pas aan op de versterker wanneer alle andere kabels aangesloten zijn om kortsluitingen te voorkomen.
  • Houd de in- en uitvoerkabels tijdens de aansluiting en installatie uit de buurt van de +12 V- voedingskabel. Als u de kabels dicht bij elkaar plaatst, kan er ruis hoorbaar zijn. Opmerkingen over aansluitingen
  • Om verbinding te maken met de aansluitingen op het aansluitpaneel en om verschillende instellingen te wijzigen, verwijdert u de bovenste afdekking om toegang te krijgen tot het bedieningspaneel (bovenpaneel).
  • Let op dat u de schroef niet te hard aandraait om schade aan de aansluitingen of kabels te vermijden.

11NL *1 Als u een originele fabrieksautoradio of een ander type zonder afstandsbedieningsuitgang voor de versterker hebt, verbindt u de afstandsbedieningsingang (REMOTE) met de ACC-voeding. Bij een hoogniveau-invoeraansluiting kan de versterker ook zonder REMOTE-verbinding geactiveerd worden. Wij kunnen echter niet garanderen dat deze functie werkt bij alle autoradio's.*2 Aarding naar het autochassis. +12 V-aansluiting

  • Sluit de +12 V-voedingskabel pas aan op de +12 V- aansluiting wanneer alle andere aansluitingen gemaakt zijn.
  • Gebruik een +12 V-voedingskabel met een zekering van 160 A.
  • Tijdens bedrijf aan vol vermogen passeert er een stroom van meer dan 160 A door het systeem. Zorg er dus voor dat de kabels die verbonden worden met de +12 V-aansluiting minstens AWG- 1/0 zijn of een doorsnede van meer dan 55 mm² hebben.
  • Alle voedingskabels die aangesloten zijn op de positieve pool van de accu moeten binnen 450 mm vanaf de pool van de accu van een zekering worden voorzien. Dit moet gebeuren voordat de kabels door een metalen oppervlak worden geleid.
  • Zorg ervoor dat de kabels tussen de autoaccu en het metalen punt op het autochassis minstens even dik zijn als de +12 V-voedingskabel waarmee de versterker op de accu aangesloten is.
  • Zorg ervoor dat de kabels tussen de autoaccu en het metalen punt op het autochassis niet meer dan AWG-1/0 zijn of een doorsnede van 55 mm² hebben, en minstens even dik zijn als de +12 V- voedingskabel waarmee de versterker op de accu aangesloten is. GROUND-aansluiting
  • Zorg ervoor dat de massakabel altijd stevig verbonden is met een metalen punt op het autochassis. Als de verbinding losraakt, kunnen er storingen optreden.
  • Tijdens bedrijf aan vol vermogen passeert er een stroom van meer dan 160 A door het systeem. Zorg er dus voor dat de kabels die verbonden worden met de GROUND-aansluiting minstens AWG-1/0 zijn of een doorsnede van meer dan 55 mm² hebben. REMOTE-aansluiting
  • Om de versterker in te schakelen via een afstandsinschakelkabel, zet u de TURN-ON- schakelaar op "REMOTE" en verbindt u vervolgens de afstandsbedieningsuitgang (REMOTE OUT) van uw autoradio met de REMOTE-aansluiting.
  • Wanneer u een autoradio zonder afstandsbedieningsuitgang (REMOTE OUT) voor de versterker gebruikt, verbindt u de REMOTE- aansluiting met de ACC-voeding van de auto of gebruikt u in plaats daarvan de Sensing- inschakelfunctie.
  • Gebruik een afstandsinschakelkabel met een dikte van AWG-8 tot AWG-18 of een doorsnede van 8,4 mm² tot 0,82 mm². Opmerkingen over het gebruik van de instellingen voor High-level Sensing- schakeling
  • Bij een hoogniveau-invoeraansluiting kan de versterker ook zonder REMOTE-verbinding geactiveerd worden. Wij kunnen echter niet garanderen dat deze functie werkt bij alle autoradio's.
  • Door de TURN-ON-schakelaar op "SIGNAL" te zetten, werkt de versterker automatisch wanneer deze een inschakelsignaal ontvangt via de INPUT- aansluiting. Voedingsaansluitingen +12 V REMOTE REMOTE OUT*

GROUND Zekering (160 A)naar een metalen punt op het autochassisminder dan 450 mm12NL De INPUT-aansluiting kan zowel door laagniveau- als hoogniveau-aansluitingen gebruikt worden. Een laagniveau-invoeraansluiting maken Zet de INPUT VOLTAGE-schakelaar op "LOW" en verbind uw autoradio met behulp van een RCA- kabel (niet bijgeleverd) met de INPUT-aansluiting.

  • RCA-kabel (niet bijgeleverd) Een hoogniveau-invoeraansluiting maken Zet de INPUT VOLTAGE-schakelaar op "HIGH" en verbind de luidsprekerkabel van uw autoradio met behulp van een luidsprekerkabel-naar-RCA-adapter (niet bijgeleverd) met de INPUT-aansluiting.
  • Luidsprekerkabel-naar-RCA-adapter (niet bijgeleverd) Hieronder vindt u de aansluitingen en instellingen die meestal gebruikt worden wanneer u een autoradio op deze versterker aansluit. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing die bij uw autoradio geleverd is voor meer informatie over de invoeraansluiting voor uw autoradio. 4-kanaalsinvoer Zie "Luidsprekeraansluiting" (pagina 14) of .
  • Gebruik een luidsprekerkabel-naar-RCA-adapter (niet bijgeleverd) die geschikt is voor een hoogniveau-invoeraansluiting.OpmerkingZet de instellingen bij INPUT MODE op het bedieningspaneel (bovenpaneel) op de volgende posities wanneer u voor deze aansluiting kiest:– Stel CH 1-4 in op "1-4".– Stel SUB CH afhankelijk van uw behoeften in op "1+2" of "3+4". 5-kanaalsinvoer Zie "Luidsprekeraansluiting" (pagina 14) of .
  • Gebruik een luidsprekerkabel-naar-RCA-adapter (niet bijgeleverd) die geschikt is voor een hoogniveau-invoeraansluiting. Invoeraansluiting INPUTVOLTAGELOW HIGH

3+4 ** *13NL Opmerking Zet de instellingen bij INPUT MODE op het bedieningspaneel (bovenpaneel) op de volgende posities wanneer u voor deze aansluiting kiest: – Stel CH 1-4 in op "1-4". – Stel SUB CH in op "5". 6-kanaalsinvoer Zie "Luidsprekeraansluiting" (pagina 14) of .

  • Gebruik een luidsprekerkabel-naar-RCA-adapter (niet bijgeleverd) die geschikt is voor een hoogniveau-invoeraansluiting. Opmerking Zet de instellingen bij INPUT MODE op het bedieningspaneel (bovenpaneel) op de volgende posities wanneer u voor deze aansluiting kiest: – Stel CH 1-4 in op "1-4". – Stel SUB CH in op "5+6". 1-kanaalsinvoer Zie "Luidsprekeraansluiting" (pagina 14) of .
  • Gebruik een luidsprekerkabel-naar-RCA-adapter (niet bijgeleverd) die geschikt is voor een hoogniveau-invoeraansluiting. Opmerking Zet de instellingen bij INPUT MODE op het bedieningspaneel (bovenpaneel) op de volgende posities wanneer u voor deze aansluiting kiest: – Stel CH 1-4 in op "1". – Stel SUB CH in op "1+2". 2-kanaalsinvoer Zie "Luidsprekeraansluiting" (pagina 14) of .
  • Gebruik een luidsprekerkabel-naar-RCA-adapter (niet bijgeleverd) die geschikt is voor een hoogniveau-invoeraansluiting. Opmerking Zet de instellingen bij INPUT MODE op het bedieningspaneel (bovenpaneel) op de volgende posities wanneer u voor deze aansluiting kiest: – Stel CH 1-4 in op "1-2". – Stel SUB CH in op "1+2". 4-kanaalsinvoer Zie "Luidsprekeraansluiting" (pagina 14) of . *1 Gefilterd signaal. Tweeteruitvoer of HPF-uitvoer van de autoradio.*2 Gefilterd signaal. Wooferuitvoer of LPF-uitvoer van de autoradio.*3 Gebruik een luidsprekerkabel-naar-RCA-adapter (niet bijgeleverd) die geschikt is voor een hoogniveau-invoeraansluiting. Opmerking Zet de instellingen bij INPUT MODE op het bedieningspaneel (bovenpaneel) op de volgende posities wanneer u voor deze aansluiting kiest: – Stel CH 1-4 in op "1+3/2+4". – Stel SUB CH in op "3+4". FRONT AUDIO OUT REAR AUDIO OUT SUB OUT INPUT MODE 1-4

314NL 3-kanaalsinvoer Zie "Luidsprekeraansluiting" (pagina 14) of .

  • Gebruik een luidsprekerkabel-naar-RCA-adapter (niet bijgeleverd) die geschikt is voor een hoogniveau-invoeraansluiting. Opmerking Zet de instellingen bij INPUT MODE op het bedieningspaneel (bovenpaneel) op de volgende posities wanneer u voor deze aansluiting kiest: – Stel CH 1-4 in op "1-4". – Stel SUB CH in op "5".
  • Gebruik voldoende krachtige luidsprekers. Te lichte luidsprekers kunnen beschadigd raken.
  • Sluit geen actieve luidsprekers (met een ingebouwde versterker) aan op de luidsprekeraansluitingen van de versterker. Hierdoor kunnen de actieve luidsprekers beschadigd raken.
  • Gebruik luidsprekers met een geschikte impedantiewaarde. – 2 Ω tot 8 Ω (stereo) – 4 Ω tot 8 Ω (bridgeverbinding)
  • Verbind de -aansluiting van het luidsprekersysteem niet met het autochassis en verbind de -aansluiting van de rechterluidspreker evenmin met die van de linkerluidspreker. Opmerkingen
  • Kies afhankelijk van uw behoeften de gewenste instelling bij FILTER, RANGE, INPUT SENS enz. voor CH 1/2 en CH 3/4.• Hieronder vindt u een afbeelding van de luidsprekeraansluitingen die meestal gebruikt worden om deze versterker aan te sluiten. Raadpleeg de gebruiksaanwijzingen die bij uw autoradio en luidsprekers geleverd zijn voor meer informatie over de luidsprekeraansluitingen voor uw autoradio. Systeem met 4 luidsprekers + 2 subwoofers Zie "Invoeraansluiting" (pagina 12) , , , , of . AUDIO OUT SUB OUT INPUT MODE 1-4

Luidsprekeraansluiting Voorluidspreker (min. 4 Ω)Subwoofer (min. 4 Ω)Achterluidspreker (min. 4 Ω)15NL Systeem met 4 luidsprekers + 1 subwoofer Zie "Invoeraansluiting" (pagina 12) , , , , of . Systeem met 2 overbrugde luidsprekers + 2 subwoofers Zie "Invoeraansluiting" (pagina 12) . Systeem met 2 overbrugde luidsprekers + 1 subwoofer Zie "Invoeraansluiting" (pagina 12) . Deze versterker kan via de LINE OUT-aansluiting signalen uitvoeren naar bijkomende versterkers. Op die manier is een flexibel systeem met meerdere versterkers mogelijk. Opmerkingen

  • Audiosignalen die via de LINE OUT-aansluitingen worden uitgevoerd, worden niet beïnvloed door signaalverwerkingfuncties zoals de HPF- en LPF- instellingen.
  • Zet de LINE OUT MODE-schakelaar op het bedieningspaneel (bovenpaneel) afhankelijk van uw behoeften op "THRU", "STEREO" of "ALL".
  • Raadpleeg de gebruiksaanwijzing die bij de bijkomende versterker geleverd is voor meer informatie over de aansluiting. Voorluidspreker (min. 4 Ω) Subwoofer (min. 2 Ω) Achterluidspreker (min. 4 Ω) Luidsprekers met volledig bereik (min. 2 Ω) Subwoofer (min. 4 Ω) Uitvoeraansluiting Luidsprekers met volledig bereik (min. 2 Ω) Subwoofer (min. 2 Ω) Bijkomende versterker16NL Voorzorgsmaatregelen
  • Deze eindversterker is uitgerust met een beveiligingscircuit* dat de transistors en luidsprekers beschermt wanneer de versterker niet naar behoren functioneert. Probeer de beveiligingscircuits niet te testen door het koellichaam af te dekken of het toestel te overbelasten.
  • Als de auto in de volle zon geparkeerd is en het er erg warm in is, moet u het toestel voor gebruik eerst laten afkoelen.
  • Houd voor uw eigen veiligheid het volume van het toestel op een gematigd niveau zodat u het verkeer nog voldoende kunt horen.
  • Zorg ervoor dat er geen vocht op de versterker terechtkomt.
  • Beveiligingscircuit Deze versterker is uitgerust met een beveiligingscircuit dat in de volgende gevallen wordt geactiveerd: – Wanneer het toestel oververhit raakt; – Wanneer er een gelijkstroom wordt opgewekt; – Wanneer de luidsprekeraansluitingen kortgesloten zijn. Het statuslampje knippert en het toestel wordt uitgeschakeld. Als dit gebeurt, stopt u het afspelen van het medium, schakelt u de aangesloten apparatuur uit en spoort u de oorzaak van de storing op. Als het toestel oververhit is, wacht u tot het afgekoeld is voor u het opnieuw gebruikt. Als u vragen of problemen hebt in verband met uw toestel die niet in deze gebruiksaanwijzing worden behandeld, neem dan contact op met de dichtstbijzijnde Sony-verdeler. Onderhoud Let erop dat u de zekering vervangt door een exemplaar met dezelfde ampèrewaarde als de originele zekering. Als de zekering is doorgebrand, controleer dan de stro omaansluiting en vervang de zekering. Als de zekering opnieuw doorbrandt nadat u deze hebt vervangen, is er wellicht een intern defect. Neem in dat geval contact op met uw dichtstbijzijnde Sony-verdeler. Aanvullende informatie De zekering vervangen Waarschuwing Gebruik nooit een zekering met een ampèrewaarde die hoger ligt dan deze van de zekering die bij de versterker geleverd is. De versterker kan hierdoor immers beschadigd raken.17NL Specificaties Circuitsysteem: Circuit met klasse D-technologie Pulsvoeding Ingangen: RCA-stekkeraansluitingen Aanpassingsbereik invoerniveau: 0,2 V - 8 V (RCA-stekkeraansluitingen) 3 V - 16 V (hoogniveau-invoer) Uitgangen: Luidsprekeraansluitingen RCA-stekkeraansluitingen Luidsprekerimpedantie: 2 Ω - 8 Ω (stereo) 4 Ω - 8 Ω (bij gebruik als bridgeversterker) Maximale uitvoer: 4 luidsprekers: 237,5 W × 4 (bij 2 Ω) / totaal 950 W 1 woofer/subwoofer: 950 W (bij 2 Ω) Nominaal vermogen: 2 luidsprekers: 330 W × 2 (bij 4 Ω) 4 luidsprekers: 165 W × 4 (bij 2 Ω), 100 W × 4 (bij 4 Ω) 1 woofer/subwoofer: 450 W × 1 (bij 4 Ω) 1 woofer/subwoofer: 750 W × 1 (bij 2 Ω) Frequentierespons: CH 1-4: 10 Hz - 40 kHz ( dB) SUB CH: 10 Hz - 500 Hz ( dB) THD (totale harmonische vervorming): 0,05% of minder (bij 1 kHz, 4 Ω) Laagdoorlaatfilter: 50 Hz - 500 Hz, 12 dB/oct 500 Hz - 5 kHz, 12 dB/oct Hoogdoorlaatfilter: 50 Hz - 500 Hz, 12 dB/oct 500 Hz - 5 kHz, 12 dB/oct Subsonisch filter: 5 Hz - 50 Hz, 24 dB/oct Voedingsvereisten: 12 V DC-autoaccu (negatieve massa) Voedingsspanning: 10,5 V - 16 V Stroomverbruik: Bij nominaal vermogen: 30 A (4 Ω, 100 W × 4) 80 A (2 Ω, 750 W × 1) Afstandsbedieningsingang: 4 mA Afmetingen: Ong. 380 mm × 60 mm × 215 mm (b/h/d) 380 mm 330 mm 215 mm 196 mm 60 mm Gewicht: Ong. 4,3 kg excl. accessoires Inhoud van de verpakking: Hoofdtoestel (1) Basafstandsbediening (1) Onderdelen voor installatie en aansluiting (1 set) Ontwerp en specificaties kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd.
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SONY

Model : XM5ES

Categorie : Hi-Fi set