XM1ES - Hi-Fi set SONY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis XM1ES SONY in PDF-formaat.
| Producttype | Mono eindversterker |
| Merk | Sony |
| Model | XM1ES |
| Categorie | Subwooferversterker |
| Versterkingstechnologie | Klasse D met schakelende voeding |
| Nominaal vermogen (RMS) | 1.000 W (2 Ω, 100 Hz, THD+N 1,0%) 600 W (4 Ω, 100 Hz, THD+N 1,0%) |
| Maximaal vermogen | 1.550 W (2 Ω) |
| Frequentierespons | 10 Hz – 500 Hz (+0,5 dB) |
| Totale harmonische vervorming (THD) | 0,05% of minder (100 Hz) |
| Luidsprekerimpedantie | 2 Ω tot 8 Ω |
| Laagdoorlaatfilter (LPF) | 50 Hz – 500 Hz, 24 dB/octaaf, schakelbaar |
| Subsonisch filter | 5 Hz – 50 Hz, 24 dB/octaaf, schakelbaar |
| Ingangsgevoeligheid | 0,2 V – 8 V (laag niveau) 3 V – 16 V (hoog niveau) |
| Benodigde voeding | Voertuigaccu 12 V DC (negatieve massa) Spanning: 10,5 V – 16 V |
| Stroomverbruik | 90 A (bij nominaal vermogen 2 Ω) 4 mA (afstandsbedieningsingang) |
| Zekering | 25 A (geïntegreerd) |
| Afmetingen (B × H × D) | 270 mm × 60 mm × 215 mm |
| Gewicht | Ongeveer 2,9 kg (zonder accessoires) |
| Speciale functies | Dynamische vervormingsonderdrukker, actieve thermische regeling, beveiligingscircuits, afstandsbediening voor bas |
| Ingangen | RCA (laag niveau) en hoog niveau ingang (via adapter) |
| Uitgangen | Luidsprekeraansluitingen en LINE OUT (RCA) voor doorlussen |
| Inschakeling | Via afstandsbediening (REMOTE) of signaaldetectie (SIGNAL) |
| Onderhoud | Reinigen met een droge doek; zekering vervangen door een identiek type |
| Veiligheid | Beveiligingscircuit tegen oververhitting, kortsluiting, gelijkstroom |
| Onderdelen en repareerbaarheid | Vervangbare zekering; neem voor reparatie contact op met een erkende Sony-dealer |
| Algemene informatie | Gemaakt in Thailand; CE- en UKCA-keuring; EU-importeur: Sony Europe B.V. |
Veelgestelde vragen - XM1ES SONY
Gebruikersvragen over XM1ES SONY
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Hi-Fi set in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding XM1ES - SONY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. XM1ES van het merk SONY.
GEBRUIKSAANWIJZING XM1ES SONY
Sony Belgium, bijkantoor van Sony Europe B.V., Da Vincilaan 7-D1, 1930 Zaventem, Belgique.

Installeer dit toestel voor veiligheidsredenen in de bagageruimte of onder een stoel. Raadpleeg voor meer informatie."Installatie en aansluiting" (pagina 8)
Geproduceerd in Thailand
Het naamplaatje met de werkspanning enz. bevindt zich onder aan de behuizing.
De CE-markering geldt alleen in landen waar deze wettelijk van kracht is. Dit is met name het geval in landen die deel uitmaken van de EER (Europese Economische Ruimte) en Zwitserland. De UKCA-markering geldt alleen in landen waar deze wettelijk van kracht is. Dit is met name het geval in het VK.
Opmerking voor klanten: de volgende informatie geldt enkel voor apparatuur verkocht in landen waar de EU-richtlijnen van kracht zijn
Dit product werd vervaardigd door of in opdracht van Sony Corporation.
Vragen aan de EU-importeur of met betrekking tot Europese productconformiteit kunnen worden gericht aan de gemachtigde vertegenwoordiger, Sony Belgium, bijkantoor van Sony Europe B.V., Da Vincilaan 7-D1, 1930 Zaventem, België.

Verwijdering van oude batterijen, elektrische en elektronische apparaten (van toepassing in de Europese Unie en andere landen met afzonderlijke inzamelingssystemen)
Dit symbool op het product, de batterij of op de verpakking wijst erop dat het product en de batterij, niet als huishoudelijk afval behandeld mogen worden. Op sommige batterijen kan dit symbool gebruikt worden in combinatie met een chemisch symbool. Het chemisch symbool voor lood (Pb) wordt toegevoegd wanneer de batterij meer dan 0,004% lood bevat. Door deze producten en batterijen op juiste wijze af te voeren, vermijdt u mogelijke negatieve gevolgen voor mens en milieu die zijn gekoppeld aan verkeerde afvalbehandeling. Het recyclen van materialen draagt bij aan het behoud van natuurlijke bronnen. In het geval dat de producten om redenen van veiligheid, prestaties dan wel in verband met data-integriteit een permanente verbinding met een ingebouwde batterij vereisen, mag deze batterij enkel door gekwalificeerd servicepersoneel worden vervangen. Om ervoor te zorgen dat de batterij, elektrische en elektronische apparaten op een juiste wijze zal worden behandeld, dienen deze producten aan het eind van hun levenscyclus worden ingeleverd bij het juiste inzamelingspunt voor het recyclen van elektrisch en elektronisch materiaal. Voor alle andere batterijen verwijzen we u naar het hoofdstuk over het veilig verwijderen van batterijen. Lever de batterijen in bij het juiste inzamelingspunt voor het recyclen van batterijen. Voor meer informatie over het recyclen van dit product of de batterij, kunt u contact opnemen met de gemeentelijke instanties, de organisatie belast met de verwijdering van huishoudelijk afval of de winkel waar u het product of batterij hebt gekocht.
Met alle vragen of problemen over dit apparaat die niet aan bod komen in deze gebruiksaanwijzing, kunt u terecht bij uw Sony-leverancier.
Kenmerken
- Nominaal uitgangsvermogen van 600 W (bij 4 Ω) en 1.000 W (bij 2 Ω).
- Klasse D-technologie*1
- Deze eindversterker is uitsluitend bestemd voor gebruik in combinatie met subwoofers.
•Dynamic Distortion Suppressor*2
•Active Thermal Control*3 - Autoradio's zonder lijnuitgang kunnen rechtstreeks met behulp van een luidsprekerkabel-naar-RCA-adapter (niet bijgeleverd) aangesloten worden op de luidsprekeruitgang van uw autoradio (hoogniveau-invoeraansluiting).
- Met de High-level Sensing-inschakelfunctie kan dit toestel ook geactiveerd worden zonder REMOTE-verbinding.
- Ingebouwd variabel LPF- (laagdoorlaatfilter) en variabel subsonischfiltercircuit.
- Uitgerust met beveiligingscircuit en -lampje.
- Twee luidsprekeraansluitingen voor parallelle subwooferaansluitingen.
- Pulsvoeding voor een stabiel en gecontroleerd uitgangsvermogen.
Klasse D-technologie is een methode voor het omzetten en versterken van muzieksignalen met MOSFET's naar snelle pulssignalen. Deze technologie is uiterst efficiënt en genereert weinig warmte.
\*2 Dynamic Distortion Suppressor
De functie Dynamic Distortion Suppressor onderdrukt vervorming die optreedt bij hogere afspeelniveaus en zorgt zo voor heldere basklanken.
\*3 Active Thermal Control
De functie Active Thermal Control regelt de bedrijfstemperatuur van het toestel zodat u langdurig en stabiel bij een hoog volume kunt afspelen.
\*4 Pulsvoeding
Dit toestel is uitgerust met een ingebouwde vermogensregulator die de voeding die geleverd wordt door de 12 V DC-autoaccu door middel van een halfgeleiderschakelaar omzet naar snelle pulsen. Deze pulsen worden versterkt door de ingebouwde pulstransformator en worden gescheiden in een positieve en een negatieve voeding alvorens weer te worden omgezet naar gelijkstroom. Dankzij deze methode kan het schommelende voltage van de autoaccu opgevangen worden. Dit lichte voedingssysteem staat garant voor een zeer efficiënte voeding met een lage impedantie.
Inhoudsopgave
Kenmerken. 3
Onderdelen en bedieningselementen
Eindversterker 5
Basafstandsbediening 7
Installatie en aansluiting
Onderdelen voor installatie en aansluiting ..... 8
Installatie 8
Aansluiting.... 10
Aanvullende informatie
Voorzorgsmaatregelen 14
Onderhoud 15
Specificaties.... 15
Problemen oplossen.... 16
Ondersteuningssite.... 17
Eindversterker
Via deze opening wordt de warmte afgevoerd. Afhankelijk van de temperatuur van de versterker wordt een van de drie beschikbare ventilatorstatussen geselecteerd (uit, lage snelheid, hoge snelheid).
2 fdekking koellichaam
U kunt de richting van de afdekking van het koellichaam naar wens aanpassen (pagina 9).
3 Statuslampje
Licht wit op tijdens het bedrijf. Als het beveiligingscircuit geactiveerd wordt, gaat het statuslampje rood branden in plaats van wit. Raadpleeg "Problemen oplossen" (pagina 16) voor meer informatie.
4 TURN-ON-schakelaar
Hiermee kunt u de inschakelmodus van de versterker selecteren.
- "REMOTE": kies deze optie voor afstandsschakeling. De versterker wordt ingeschakeld wanneer deze een inschakelsignaal ontvangt via de REMOTE-aansluiting. Raadpleeg "REMOTE-aansluiting" (pagina 11) voor meer informatie.
- "SIGNAL": kies deze optie voor High-level Sensing-schakeling. De versterker wordt ingeschakeld wanneer deze een inschakelsignaal ontvangt via de INPUT-aansluiting. Deze functie is alleen beschikbaar voor hoogniveau-invoeraansluitingen (luidsprekerniveau). Raadpleeg "REMOTE-aansluiting" (pagina 11) voor meer informatie.
5 INPUT MODE-schakelaar
Hiermee kunt u de invoermodus selecteren.
- "1": voor 1-kanaalsinvoer via de INPUT 1-aansluiting. Voert vanaf de INPUT 1-aansluiting een signaal uit naar de SPEAKER OUT-aansluiting.
- "1+2": voor 2-kanaalsinvoer via de INPUT 1- en INPUT 2-aansluiting. Voert de combinatie van beide invoersignalen (INPUT 1+2) uit naar de SPEAKER OUT-aansluiting.
6 LINE OUT MODE-schakelaar
Hiermee kunt u de signaaluitvoermodus instellen op de LINE OUT 1- en 2-aansluiting. De signalen die uitgevoerd worden via de LINE OUT-aansluitingen zijn ongefilterd en worden niet beïnvloed door filterinstellingen.
- "THRU": het stereosignaal van de INPUT 1-aansluiting wordt uitgevoerd naar de LINE OUT1-aansluiting en het stereosignaal van de INPUT 2-aansluiting wordt uitgevoerd naar de LINE OUT 2-aansluiting.
- "ALL": het gecombineerde monosignaal wordt uitgevoerd. De invoersignalen (INPUT 1+2) worden gecombineerd en uitgevoerd naar de LINE OUT 1- en 2-aansluiting.
7 SUBSONIC FILTER-schakelaar
Hiermee kunt u de subsonische filter in- of uitschakelen.
8 SUBSONIC FILTER-regelaar
Hiermee kunt u de kantelfrequentie (5 Hz tot 50 Hz) van de subsonische filter instellen.
9 LPF-schakelaar (laagdoorlaatfilter)
Hiermee kunt u de laagdoorlaatfilter in- of uitschakelen.
10 LPF-regelaar (laagdoorlaatfilter)
Hiermee kunt u de kantelfrequentie (50 Hz tot 500 Hz) van de laagdoorlaatfilter instellen.
11 INPUT SENS-regelaar (invoergevoeligheid)
Hiermee kunt u de gevoeligheid van het invoerniveau aanpassen. Draai de regelaar rechtsom wanneer het uitvoerniveau van de aangesloten audioapparaten laag is.
12 SPEAKER OUT-aansluitschroefkop
13 +12 V-aansluitschroefkop REMOTE-aansluitschroefkop GROUND-aansluitschroefkop
Aansluitpaneel (voorpaneel)

text_image
BASS REMOTE INPUT VOLTAGE LOW HIGH INPUT 1 L R 2 LINE OUT 1 2 SPEAKER OUT 25 A 25 A 25 A 25 A +12 V REMOTE GROUND 20 14 15 16 17 18 1914 BASS REMOTE-aansluiting
Aansluiting voor de basafstandsbediening.
15 INPUT VOLTAGE-schakelaar
Hiermee kunt u het type invoeraansluiting selecteren.
- "LOW": selecteer deze optie voor een laagniveau-invoeraansluiting (lijnniveau) via RCA-kabels (niet bijgeleverd).
- "HIGH": selecteer deze optie voor een hoogniveau-invoeraansluiting (luidsprekerniveau) via een luidsprekerkabelnaar-RCA-adapter (niet bijgeleverd).
16 INPUT-aansluiting
Zie "Invoeraansluiting" (pagina 12) voor meer informatie over de aansluiting.
17 LINE OUT-aansluiting
Zie "Uitvoeraansluiting" (pagina 14) voor meer informatie over de aansluiting.
18 SPEAKER OUT-aansluiting
Zie "Luidsprekeraansluiting" (pagina 13) voor meer informatie over de aansluiting.
19 Zekering (25 A)
20 +12 Vansluiting REMOTE-aansluiting GROUND-aansluiting
Basafstandsbediening
Met de basafstandsbediening kun u het basuitvoerniveau van de versterker regelen. Om deze functie te gebruiken, sluit u de kabel van de basafstandsbediening aan op de BASS REMOTE-aansluiting 14 op het aansluitpaneel (voorpaneel).

text_image
21 SONY21 Volumeregelknop
Draai de knop rechtsom om het volume (de versterking) te verhogen.
Draai de knop linksom om het volume (de versterking) te verlagen.
OPGELET
Als u de versterking te veel aanpast, kan het door de aangesloten subwoofer geproduceerde geluid vervormd raken. Wees dus voorzichtig bij het aanpassen van de versterking met de basafstandsbediening. Het door de aangesloten subwoofer geproduceerde geluid kan ook vervormd raken als het volume van uw autoradio te hoog staat.
Installatie en aansluiting
Onderdelen voor installatie en aansluiting
① Montageschroef (5 × 20 mm) (4)

② Montagebeugel (1)

③ Bevestigingsschroef (2 × 5 mm) (2)

④ Montageschroef (3 × 12 mm) (2)

⑤ Dubbelzijdige tape (1)

⑥ Inbussleutel (2,5 mm) (1)

Deze onderdelenlijst omvat niet alle inhoud van de verpakking.
Installatie
De versterker installeren
- Installeer de versterker in de bagageruimte of onder een stoel.
- Kies voor uw eigen veiligheid een installatieplaats waar het toestel u niet hindert tijdens het rijden.
- Installeer de versterker niet in de buurt van de verwarming en op plaatsen die blootgesteld worden aan direct zonlicht of waar de temperatuur hoog kan oplopen.
- Installeer de versterker niet onder het vloertapijt, want de warmte die de versterker ontwikkelt, kan dan moeilijk worden afgevoerd.
- Installeer de versterker evenmin op plaatsen waar deze in contact komt met regen, vocht, stof en vuil.
De versterker monteren
1 Zet de versterker op de gewenste montageplaats en markeer de positie van de 4 schroefopeningen op een montageplaat (niet bijgeleverd).
2 Boor in elke markering een gat van 3 mm voor en monteer de versterker op de plaat met behulp van de montageschroeven ①. De bevestigingsschroeven ① zijn 20 mm lang, dus moet de montageplaat dikker zijn dan 20 mm.

De richting van de afdekking van het koellichaam aanpassen
U kunt de richting van de afdekking van het koellichaam naar wens aanpassen.
1 Schuif de afdekking naar voor en hef de afdekking op om deze te verwijderen.

2 Draai de afdekking naar de gewenste richting.
3 Breng de afdekking op een lijn met de haakjes op de versterker en verschuif de afdekking tot deze op zijn plaats klikt.

De basafstandsbediening installeren
- Installeer de basafstandsbediening niet in de buurt van een verwarming, op plaatsen die blootgesteld worden aan direct zonlicht of op plaatsen waar de temperatuur hoog kan oplopen.
- Vermijd installatie van de basafstandsbediening op plaatsen waar deze in contact komt met stof, vuil of vocht.
-
Installeer de basafstandsbediening:
-
op een vlakke ondergrond;
- waar deze de bewegingen van de bestuurder niet hindert;
- waar deze het stuur, de pook en het rempedaal niet hindert.
Montagevoorbeeld

Installatie met de montagebeugel
1 Bevestig de montagebeugel ② met behulp van de bevestigingsschroeven ③ aan de basafstandsbediening.
U kunt de montagebeugel ② naar wens horizontaal of verticaal vastmaken.

2 Maak de basafstandsbediening met behulp van de montageschroeven ④ vast op de gekozen montageplaats.

Installatie met de dubbelzijdige tape
1 Kleef de dubbelzijdige tape ⑤ op de onderkant van de basafstandsbediening.
Lijn de dubbelzijdige tape ⑤ zoals hieronder weergegeven uit met de basafstandsbediening.

2 Bevestig de basafstandsbediening op een vlakke ondergrond.
Reinig de gekozen montageplaats met een droge doek voor u de dubbelzijdige tape ⑤ aanbrengt.

- Alvorens aansluitingen door te voeren, moet u eerst de massaklem van de autoaccu loskoppelen om kortsluiting te vermijden. Sluit de +12 V-voedingskabel pas aan op de versterker wanneer alle andere kabels aangesloten zijn.
- Deze versterker is uitsluitend ontworpen voor gebruik met een negatieve massa van 12 V DC.
- Voor optimale prestaties vereist de versterker een goede voeding; gebruik de versterker dus niet met een zwakke accu.
- Als uw auto uitgerust is met een co mputersysteem voor navigatie enz. en u de massa-aansluiting loskoppelt van de autoaccu, kan het computergeheugen beschadigd raken. Koppel de massakabel niet los en sluit de +12 V-voedingskabel pas aan op de versterker wanneer alle andere kabels aangesloten zijn om kortsluitingen te voorkomen.
- Houd de in- en uitvoerkabels tijdens de aansluiting en installatie uit de buurt van de +12 V-voedingskabel. Als u de kabels dicht bij elkaar plaatst, kan er ruis hoorbaar zijn.
Opmerkingen over aansluitingen
- Om verbinding te maken met de aansluitingen op het aansluitpaneel en om verschillende instellingen te wijzigen, verwijdert u de bovenste afdekking om toegang te krijgen tot het bedieningspaneel (bovenpaneel).
- Let op dat u de schroef niet te hard aandraait om schade aan de aansluitingen of kabels te vermijden.

Voedingsaansluitingen

text_image
+12 V REMOTE GROUND naar een metalen punt op het autochassis REMOTE OUT*1 minder dan 450 mm Zekering (100 A) *2*1 Als u een originele fabrieksautoradio of een ander type zonder afstandsbedieningsuitgang voor de versterker hebt, verbindt u de afstandsbedieningsingang (REMOTE) met de ACC-voeding. Bij een hoogniveau-invoeraansluiting kan de versterker ook zonder REMOTE-verbinding geactiveerd worden. Wij kunnen echter niet garanderen dat deze functie werkt bij alle autoradio's.
*2 Aarding naar het autochassis.
+12 V-aansluiting
- Sluit de +12 V-voedingskabel pas aan op de +12 V-aansluiting wanneer alle andere aansluitingen gemaakt zijn.
- Gebruik een +12 V-voedingskabel met een zekering van 100 A.
- Tijdens bedrijf aan vol vermogen passeert er een stroom van meer dan 100 A door het systeem. Zorg er dus voor dat de kabels die verbonden worden met de +12 V-aansluiting minstens AWG-6 zijn of een doorsnede van meer dan 14 mm ^2 hebben.
- Alle voedingskabels die aangesloten zijn op de positieve pool van de accu moeten binnen 450 mm vanaf de pool van de accu van een zekering worden voorzien. Dit moet gebeuren voordat de kabels door een metalen oppervlak worden geleid.
- Zorg ervoor dat de kabels tussen de autoaccu en het metalen punt op het autochassis minstens even dik zijn als de +12 V-voedingskabel waarmee de versterker op de accu aangesloten is.
- Zorg ervoor dat de kabels tussen de autoaccu en het metalen punt op het autochassis niet meer dan AWG-1/0 zijn of een doorsnede van 55 mm ^2 hebben, en minstens even dik zijn als de +12 V-voedingskabel waarmee de versterker op de accu aangesloten is.
GROUND-aansluiting
- Zorg ervoor dat de massakabel altijd stevig verbonden is met een metalen punt op het autochassis. Als de verbinding losraakt, kunnen er storingen optreden.
- Tijdens bedrijf aan vol vermogen passeert er een stroom van meer dan 100 A door het systeem. Zorg er dus voor dat de kabels die verbonden worden met de GROUND-aansluiting minstens AWG-6 zijn of een doorsnede van meer dan 14 mm ^2 hebben.
REMOTE-aansluiting
- Om de versterker in te schakelen via een afstandsinschakelkabel, zet u de TURN-ON-schakelaar op "REMOTE" en verbindt u vervolgens de afstandsbedieningsuitgang (REMOTE OUT) van uw autoradio met de REMOTE-aansluiting.
- Wanneer u een autoradio zonder afstandsbedieningsuitgang (REMOTE OUT) voor de versterker gebruikt, verbindt u de REMOTE-aansluiting met de ACC-voeding van de auto of gebruikt u in plaats daarvan de Sensing-inschakelfunctie.
- Gebruik een afstandsinschakelkabel met een dikte van AWG-8 tot AWG-18 of een doorsnede van 8,4 mm ^2 tot 0,82 mm ^2 .
Opmerkingen over het gebruik van de instellingen voor High-level Sensingschakeling
- Bij een hoogniveau-invoeraansluiting kan de versterker ook zonder REMOTE-verbinding geactiveerd worden. Wij kunnen echter niet garanderen dat deze functie werkt bij alle autoradio's.
- Door de TURN-ON-schakelaar op "SIGNAL" te zetten, werkt de versterker automatisch wanneer deze een inschakelsignaal ontvangt via de INPUT-aansluiting.
Invoeraansluiting
De INPUT-aansluiting kan zowel door laagniveau- als hoogniveau-aansluitingen gebruikt worden.
Een laagniveau-invoeraansluiting maken Zet de INPUT VOLTAGE-schakelaar op "LOW" en verbind uw autoradio met behulp van een RCA-kabel (niet bijgeleverd) met de INPUT-aansluiting.

* RCA-kabel (niet bijgeleverd)
Een hoogniveau-invoeraansluiting maken
Zet de INPUT VOLTAGE-schakelaar op "HIGH" en verbind de luidsprekerkabel van uw autoradio met behulp van een luidsprekerkabel-naar-RCA-adapter (niet bijgeleverd) met de INPUT-aansluiting.

flowchart
graph TD
A["Device"] --> B["Luidsprekeruitgang (links)"]
A --> C["Luidsprekeruitgang (rechts)"]
B --> D["Input Voltage"]
C --> D
D --> E["Low High"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#ccf,stroke:#333
style D fill:#dfd,stroke:#333
style E fill:#dfd,stroke:#333
* Luidsprekerkabel-naar-RCA-adapter (niet bijgeleverd)
Hieronder vindt u de aansluitingen en instellingen die meestal gebruikt worden wanneer u een autoradio op deze versterker aansluit. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing die bij uw autoradio geleverd is voor meer informatie over de invoeraansluiting voor uw autoradio.
A Aansluiting voor 1-kanaalsinvoer
Zie "Luidsprekeraansluiting" (pagina 13) 1 of 2.

text_image
AUDIO OUT INPUT MODE 1 1 +2 ** Gebruik een luidsprekerkabel-naar-RCA-adapter (niet bijgeleverd) die geschikt is voor een hoogniveau-invoeraansluiting.
Opmerking
Zet de INPUT MODE-schakelaar op "1" wanneer u voor deze aansluiting kiest.
B Aansluiting voor 2-kanaalsinvoer
Zie "Luidsprekeraansluiting" (pagina 13) 1 of 2.

text_image
AUDIO OUT INPUT MODE 1 1 +2 ** Gebruik een luidsprekerkabel-naar-RCA-adapter (niet bijgeleverd) die geschikt is voor een hoogniveau-invoeraansluiting.
Opmerking
Zet de INPUT MODE-schakelaar op "1+2" wanneer u voor deze aansluiting kiest.
© Aansluiting voor 2-kanaalsinvoer met 2 mono-eindversterkers
Zie "Luidsprekeraansluiting" (pagina 13) 3.

flowchart
graph TD
A["INPUT MODE 1 1 +2"] --> B["OUTPUT MODE 1 1 +2"]
C["INPUT MODE 1 1 +2"] --> D["OUTPUT MODE 1 1 +2"]
E["AUDIO OUT"] --> F["OUTPUT MODE 1 1 +2"]
G["R"] --> H["OUTPUT MODE 1 1 +2"]
* Gebruik een luidsprekerkabel-naar-RCA-adapter (niet bijgeleverd) die geschikt is voor een hoogniveau-invoeraansluiting.
Opmerkingen
- Zet de INPUT MODE-schakelaar op "1" wanneer u voor deze aansluiting kiest.
- We raden aan om voor deze aansluiting een andere mono-eindversterker van Sony (XM-1ES) te gebruiken.
Luidsprekeraansluiting
- Deze versterker is bestemd voor gebruik in combinatie met subwoofers.
- Gebruik voldoende krachtige luidsprekers. Te lichte luidsprekers kunnen beschadigd raken.
- Sluit geen actieve luidsprekers (met een ingebouwde versterker) aan op de luidsprekeraansluitingen van de versterker. Hierdoor kunnen de actieve luidsprekers beschadigd raken.
- Gebruik luidsprekers met een geschikte impedantiewaarde.
- 2 Ω tot 8 Ω voor een systeem met 1 luidspreker - 4 Ω tot 8 Ω voor een systeem met 2 luidsprekers
- Verbind de -aansluiting van het luidsprekersysteem niet met het autochassis en verbind de -aansluiting van de rechterluidspreker evenmin met die van de linkerluidspreker.
Hieronder vindt u de luidsprekeraansluitingen die meestal gebruikt worden om deze versterker aan te sluiten. Raadpleeg de gebruiksaanwijzingen die bij uw autoradio en luidsprekers geleverd zijn voor meer informatie over de luidsprekeraansluitingen voor uw autoradio.
1 Systeem met 1 subwoofer (monogeluid)
Zie "Invoeraansluiting" (pagina 12) A of B.

text_image
Subwoofer (min. 2 Ω)2 Systeem met 2 subwoofers (monogeluid)
Zie "Invoeraansluiting" (pagina 12) A of B.

text_image
Subwoofer (min. 4 Ω)3 Systeem met 2 subwoofers en 2 mono-eindversterkers (stereogeluid)
Zie "Invoeraansluiting" (pagina 12) C.

text_image
Subwoofer (min. 2 Ω)Uitvoeraansluiting
Deze versterker kan via de LINE OUT-aansluiting signalen uitvoeren naar bijkomende versterkers. Op die manier is een flexibel systeem met meerdere versterkers mogelijk.
Hieronder vindt u de aansluitingen en instellingen die meestal gebruikt worden wanneer u de versterker op bijkomende versterkers aansluit. Voor meer informatie over het aansluiten van meerdere versterkers raadpleegt u de gebruiksaanwijzing die bij de bijkomende versterkers en luidsprekers geleverd is.
Opmerking
Audiosignalen die via LINE OUT-aansluitingen worden uitgevoerd, worden niet beïnvloed door signaalverwerkingfuncties zoals SUBSONIC FILTER en de LPF-instellingen.
Aansluiting voor 1-kanaalsuitvoer
- Zet voor invoeraansluiting A de LINE OUT MODE-schakelaar op het bedieningspaneel op "THRU".
- Zet voor invoeraansluiting B de LINE OUT MODE-schakelaar op het bedieningspaneel op "ALL".
- Het geluid dat uitgevoerd wordt via LINE OUT is het gecombineerde geluid van INPUT 1 (L) en INPUT 2 (R).

text_image
Bijkomende versterkerAansluiting voor 2-kanaalsuitvoer
- Zet voor invoeraansluiting A de LINE OUT MODE-schakelaar op het bedieningspaneel op "ALL".
- Het geluid van LINE OUT 1 (L) en LINE OUT 2 (R) is gelijk.
- Zet voor invoeraansluiting B de LINE OUT MODE-schakelaar op het bedieningspaneel op "THRU".

text_image
Bijkomende versterkerAanvullende informatie
Voorzorgsmaatregelen
- Deze eindversterker is uitgerust met een beveiligingscircuit* dat de transistors en luidsprekers beschermt wanneer de versterker niet naar behoren functioneert. Probeer de beveiligingscircuits niet te testen door het koellichaam af te dekken of het toestel te overbelasten.
- Als de auto in de volle zon geparkeerd is en het er erg warm in is, moet u het toestel voor gebruik eerst laten afkoelen.
- Houd voor uw eigen veiligheid het volume van het toestel op een gematigd niveau zodat u het verkeer nog voldoende kunt horen.
- Zorg ervoor dat er geen vocht op de versterker terechtkomt.
\* Beveiligingscircuit
Deze versterker is uitgerust met een be veiligingscircuit dat in de volgende gevallen wordt geactiveerd:
- Wanneer het toestel oververhit raakt;
- Wanneer er een gelijkstroom wordt opgewekt;
- Wanneer de luidsprekeraansluitingen kortgesloten zijn.
Het statuslampje knippert en het toestel wordt uitgeschakeld. Als dit gebeurt, stopt u het afspelen van het medium, schakelt u de aangesloten apparatuur uit en spoort u de oorzaak van de storing op. Als het toestel oververhit is, wacht u tot het afgekoeld is voor u het opnieuw gebruikt.
Als u vragen of problemen hebt in verband met uw toes tel die niet in deze gebruiksaanwijzing worden behandeld, neem dan contact op met de dichtstbijzijnde Sony-verdeler.
Onderhoud
De zekering vervangen
Let erop dat u de zekering vervangt door een exemplaar met dezelfde ampèrewaarde als de originele zekering.
Als de zekering is doorgebrand, controleer dan de stroomaansluiting en vervang de zekering.
Als de zekering opnieuw doorbrandt nadat u deze hebt vervangen, is er wellicht een intern defect.
Neem in dat geval contact op met uw dichtstbijzijnde Sony-verdeler.

Gebruik nooit een zekering met een ampèrewaarde die hoger ligt dan deze van de zekering die bij de versterker geleverd is. De versterker kan hierdoor immers beschadigd raken.
Specifications
Circuitsysteem:
Circuit met klasse D-technologie
Pulsvoeding
Ingangen:
RCA-stekkeraansluitingen
Aanpassingsbereik invoerniveau:
0,2 V - 8 V (RCA-stekkeraansluitingen)
3 V - 16 V (hoogniveau-invoer)
Uitgangen:
Luidsprekeraansluitingen
RCA-stekkeraansluitingen
Luidsprekerimpedantie:
2 Ω - 8 Ω
Maximale uitvoer:
1.550 W (bij 2 Ω)
1.000 W (bij 4 Ω)
Nominaal vermogen:
1.000 W RMS (100 Hz, 1,0% THD+N, bij 2 Ω)
600 W RMS (100 Hz, 1,0% THD+N, bij 4 Ω)
Frequentierespons:
10 Hz - 500 Hz ( dB)
THD (totale harmonische vervorming):
0,05% of minder (100 Hz)
Laagdoorlaatfilter
50 Hz - 500 Hz, 24 dB/oct
Subsonische filter
5 Hz - 50 Hz, 24 dB/oct
Voedingsvereisten:
12 V DC-autoaccu (negatieve massa)
Voedingsspanning:
10,5 V - 16 V
Stroomverbruik:
Bij nominaal vermogen: 90 A (2 Ω, 1.000 W × 1)
Afstandsbedieningsingang: 4 mA
Afmetingen:
Ong. 270 mm × 60 mm × 215 mm (b/h/d)

text_image
A B C D EA 270 mm
B 220 mm
© 215 mm
D 196 mm
E 60 mm
Gewicht:
Ong. 2,9 kg excl. accessoires
Inhoud van de verpakking:
Hoofdtoestel (1)
Basafstandsbediening (1)
Onderdelen voor installatie en aansluiting (1 set)
Ontwerp en specificaties kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd.
Problemen oplossen
De onderstaande controlelijst kan u helpen bij het oplossen van de meeste problemen die zich met het toestel kunnen voordoen. Raadpleeg eerst de procedures voor aansluiting en bediening voor u de onderstaande controlelijst doorneemt.
Het statuslampje licht niet op.
→ De zekering is doorgebrand.
— Vervang de zekering door een nieuwe.
→ De massakabel is niet stevig aangesloten.
- Maak de massakabel altijd stevig vast aan een metalen punt op het autochassis.
→ Het voltage dat ingevoerd wordt in de afstandsbedieningsingang (REMOTE) is te laag.
— Schakel de autoradio in als deze uitgeschakeld is.
- Gebruik een relais als het systeem te veel versterkers gebruikt.
→ Controleer het voltage van de accu (10,5 V - 16 V).
De kleur van het statuslampje verandert van wit naar rood.
→ Schakel de versterker uit. De
luidsprekeruitgangen zijn kortgesloten.
— Los de oorzaak van de kortsluiting op.
→ Schakel de versterker uit. Zorg ervoor dat de luidsprekerkabel en massakabel goed aangesloten zijn.
De versterker wordt abnormaal warm.
→ De versterker warmt abnormaal op.
- Gebruik luidsprekers met een geschikte impedantie: 2 Ω - 8 Ω.
→ Zet de versterker op een goed verluchte plaats.
Het geluid wordt onderbroken.
→ De thermische beveiliging is geactiveerd.
— Verlaag het volume.
Er is alternatorruis hoorbaar.
→ De voedingskabels zijn te dicht bij de RCA-stekkerkabels geïnstalleerd.
— Houd deze kabels bij elkaar uit de buurt.
→ De massakabel is niet stevig aangesloten.
- Maak de massakabel altijd stevig vast aan een metalen punt op de auto.
→ Negatieve luidsprekerkabels raken het autochassis.
— Houd deze kabels uit de buurt van het autochassis.
Het volume is te laag.
→ De instelling van de INPUT SENS-regelaar is niet geschikt. Draai de INPUT SENS-regelaar rec htsom.
Neem contact op met de dichtstbijzijnde Sonyverdeler als deze oplossingen niet helpen.
Ondersteuningssite
Raadpleeg de onderstaande website als u vragen hebt over dit product of de recentste ondersteuningsinformatie wilt raadplegen:
Klanten in de VS/Canada/Latijns-Amerika:
Klanten in Europese landen:
Klanten in andere landen/regio's: