Sintesi - Fornuis FALMEC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Sintesi FALMEC in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Sintesi - FALMEC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Sintesi van het merk FALMEC.
GEBRUIKSAANWIJZING Sintesi FALMEC
TECHNISCHE VEILIGHEID Controleer of de afzuigkap intact is en alle delen ervan werken voordat u gaat instal- leren. Indien u afwijkingen opmerkt, mag u de installatie niet uitvoeren: in dat geval moet u contact opnemen met de verkoper. Indien u een cosmetisch defect vaststelt, mag de afzuigkap NIET geïnstalleerd worden. Doe het to- estel terug in zijn oorspronkelijke verpakking en neem contact op met de verkoper. Na de installatie worden geen klachten wegens cosmetische defecten aanvaard. Draag altijd persoonlijke beschermingsmiddelen (bv. veiligheidsschoenen) tijdens het installeren en ga correct en voorzichtig te werk. De meegeleverde kit voor de bevestiging (schroe- ven en pluggen) kan uitsluitend gebruikt worden op gemetselde muren: bij muren vervaardigd uit ander materiaal, dient u andere bevestigingssystemen te gebruiken, rekening houdend met de draagkracht van de muur en het gewicht van de afzuigkap (aan- geduid op pag. 2). Merk op dat installatie met andere bevestigingssy- stemen dan de meegeleverde systemen, of met sy- stemen die niet conform zijn, risico's van elektrische aard en mechanische afdichting met zich mee kan brengen. De kap niet buitenshuis installeren of op plaatsen waar deze aan weersinvloeden (regen, wind, enz.) is blootgesteld. ELEKTRISCHE VEILIGHEID De elektrische installatie waarop de kap wordt aangesloten, moet van een aardaan- sluiting zijn voorzien, in overeenstemming met de veiligheidsnormen van het land van ge- bruik. Bovendien moet deze installatie conform zijn met de Europese normen inzake radiostorin- gen. Vóór het installeren van de afzuigkap moet u contro- leren of de netspanning overeenkomt met de span- ning vermeld op het plaatje dat binnen in de afzui- gkap is aangebracht. Het stopcontact, gebruikt voor de elektrische aanslu- iting, moet gemakkelijk bereikbaar zijn wanneer het toestel geïnstalleerd is. Als dit niet mogelijk is, moet u zorgen voor een hoofdschakelaar om de afzuigkap indien nodig uit te zetten. Een eventuele wijziging van de elektrische installatie mag enkel door een bevoegde elektricien worden ui- tgevoerd. De maximale lengte van de bevestigingsschroef van de schouw (geleverd door de fabrikant) is 13 mm. Het gebruik van schroeven die niet conform zijn met deze instructies, kan leiden tot risico's van elektrische aard. Indien het toestel niet naar behoren werkt, mag u niet zelf proberen om het probleem op te lossen. Neem contact op met de verkoper of met een erkend servi- cebedrijf om de reparatie te laten uitvoeren. Tijdens het installeren van de afzuigkap moet u het toestel uitschakelen door de stekker uit het stopcontact te halen of via de hoofdschakelaar.115 NEDERLANDS VEILIGHEID ROOKAFVOER Sluit het toestel niet aan op afvoerkanalen voor rookgassen afkomstig van verbran- ding (bijvoorbeeld ketels, open haard, enz.) Voordat u de afzuigkap installeert, moet u controle- ren of alle geldende normen inzake de luchtafvoer naar buiten worden nageleefd.
WAARSCHUWINGEN VOOR DE GEBRUIKER
Deze waarschuwingen zijn opgesteld voor uw veiligheid en die van anderen. Gelieve deze handleiding dan ook aandachtig en volledig door te nemen voordat u het toestel in- stalleert of reinigt. De fabrikant wijst alle verantwoordelijkheid af voor eventuele schade die rechtstreeks of on- rechtstreeks kan worden veroorzaakt aan perso- nen, voorwerpen en huisdieren ten gevolge van het niet naleven van de veiligheidsaanwijzingen in deze handleiding. Het is zeer belangrijk dat deze handleiding sa- men bij het toestel wordt bewaard voor toekom- stige raadpleging. Indien het toestel wordt verkocht of aan iemand an- ders wordt doorgegeven, moet u ervoor zorgen dat u ook de handleiding overhandigt, zodat de nieuwe gebruiker op de hoogte kan worden gesteld van de werking van de afzuigkap en van de bijhorende wa- arschuwingen. Na het installeren van afzuigkappen in roestvrij staal dient deze te worden gereinigd om lijmsporen van de beschermlaag en eventuele vlekken van vet en olie weg te nemen, die het oppervlak van de afzuigkap kunnen aantasten indien ze niet worden verwijderd. Hiertoe raadt de fabrikant aan om de meegeleverde doekjes te gebruiken, die u eveneens apart kunt ko- pen. Vraag naar originele reserveonderdelen. GEBRUIKSBESTEMMING Het toestel is enkel en alleen bestemd voor het af- zuigen van dampen die tijdens het bereiden van gerechten ontstaan in huishoudelijke, niet-pro- fessionele keukens: Ieder ander gebruik wordt als oneigenlijk ge- bruik beschouwd, kan schade aan personen, vo- orwerpen en huisdieren veroorzaken en ontheft de fabrikant van elke verantwoordelijkheid. Het toestel mag niet worden gebruikt door kinderen jonger dan 8 jaar en door mensen met beperkte li- chamelijke, zintuiglijke of mentale capaciteiten, of zonder ervaring of de nodige kennis, tenzij ze onder toezicht staan of nadat ze instructies hebben gekre- gen over een veilig gebruik van het toestel en de inherente gevaren ervan hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. De reiniging en het onderhoud mag niet door kinde- ren zonder toezicht worden uitgevoerd.
Voordat u de reiniging of het onderhoud gaat uitvoeren, dient u het toestel uit te schakelen door de stekker uit het stopcon- tact te halen of de hoofdschakelaar te be- dienen. De afzuigkap niet gebruiken als uw handen vochtig zijn of als u op blote voeten loopt. Wanneer het toestel niet wordt gebruikt, moet u alti- jd controleren of alle elektrische onderdelen (lampen, motor) uit staan. Plaats geen voorwerpen op de gemotori- seerde kleppen. Controleer frituurpannen tijdens het gebruik: wanne- er de olie oververhit raakt, kan deze vlam vatten. Steek geen open vlammen aan onder de kap. Bereid geen geambeerde gerechten onder de kap. Gebruik de afzuigkap nooit zonder de metalen vet- lters; In dat geval kunnen vet en vuil zich in het toestel va- stzetten, waardoor de werking van de afzuigkap wor- dt aangetast. Toegankelijke delen van de afzuigkap kunnen heet zijn wanneer de afzuigkap samen met kookapparaten wordt gebruikt. Voer geen reiniging uit wanneer delen van de afzui- gkap nog heet zijn. Indien de reiniging niet wordt ui- tgevoerd volgens de aangegeven werkwijzen en met de producten die in deze handleiding staan vermeld, bestaat er brandgevaar. Schakel de hoofdschakelaar uit wanneer het toestel gedurende een lange perio- de niet wordt gebruikt. Indien tegelijk andere toestellen (ketels, kachels, haarden, enz.) worden gebruikt die met gas of met andere brandstof wor- den gevoed, moet voor u voldoende ventilatie zorgen in de ruimte waar de dampen worden af- gezogen, volgens de geldende normen.116 INSTALLATIE dit deel is uitsluitend voorbehouden Voordat u de afzuigkap gaat installeren moet u AAN- DACHTIG het hoofdstuk ”VEILIGHEIDSINSTRUCTIES EN WAARSCHUWINGEN” LEZEN. TECHNISCHE KENMERKEN De technische kenmerken van de afzuigkap vindt u op de stickers aan de binnenkant van de kap. PLAATSING De kap niet buitenshuis installeren of op plaatsen waar deze aan weer- sinvloeden (regen, wind, enz.) is blootgesteld. ELEKTRISCHE AANSLUITING (Uitsluitend voorbehouden aan personeel, gekwaliceerd voor de aansluiting) Ontkoppel de afzuigkap van het elektriciteitsnet voordat u handelingen gaat uitvoeren. Zorg ervoor dat de draden in de kap niet worden afgeslo- ten of doorgesneden: neem anders contact op met het dichtstbij- zijnde assistentiecentrum. Wendt u tot gekwaliceerd personeel om de elektrische aanslui- ting te laten uitvoeren. De aansluiting moet in overeenstemming zijn met de wettelijke voorschriften die van kracht zijn. Voordat de afzuigkap op het elektriciteitsnet wordt aangesloten, moet u controleren of:
- de netspanning overeenstemt met de spanning, vermeld op het etiket in de afzuigkap;
- de elektrische installatie voldoet aan de normen en de belasting kan verdragen (raadpleeg het plaatje met technische kenmerken in de afzuigkap);
- de voedingsstekker en -kabel niet in contact komen met temperatu- ren die hoger zijn dan 70 °C;
- de voedingsinstallatie uitgerust is met een efficiënte, correcte aarda- ansluiting volgens de geldende normen;
- het gebruikte stopcontact gemakkelijk bereikbaar is als de afzuigkap is geïnstalleerd. In geval van:
- toestellen met kabel zonder stekker: een "genormaliseerde" stekker gebruiken. De draden moeten als volgt worden aangesloten: ge- el-groen voor de aarde, blauw voor neutraal en bruin voor de fase. De stekker dient op een geschikt veiligheidsstopcontact aangeslo- ten te worden.
- vaste toestellen niet voorzien van een voedingskabel en stekker waar- mee ze van het stroomnet afgesloten kunnen worden, met een ope- ningsafstand tussen de contacten die in de omstandigheden van over- spanningscategorie III een volledige uitschakeling mogelijk maakt. Deze afsluitingsapparatuur moet voorzien worden op het voeding- snet, in overeenstemming met de installatienormen. De geel/groene aardkabel mag niet door de schakelaar worden onder- broken. De fabrikant wijst alle verantwoordelijkheid af indien de veiligheidsnor- men niet worden nageleefd. ROOKAFVOER
AFZUIGKAP MET ZUIGAFVOER NAAR BUITEN
In deze uitvoering wordt de geur en de damp via de afvoerbuis naar buiten afgevoerd. Daartoe moet de uitgangsaansluiting van de afzuigkap via een buis op een externe uitgang worden aangesloten. De afvoerbuis dient te voldoen aan het volgende:
- een diameter die niet kleiner mag zijn dan die van de aansluiting van de afzuigkap.
- een lichte helling naar beneden (val) om te vermijden dat de con- dens in de motor terugvloeit.
- een minimumaantal noodzakelijke bochten hebben.
- de noodzakelijke minimumlengte om trillingen te vermijden en te voorkomen dat het zuigvermogen van de afzuigkap vermindert. Als de afvoer door koude omgevingen gaat, dient deze geïsoleerd te worden.Bij motoren van 800m3/u of meer is een terugslagklep aanwezig om terugstroming van de buitenlucht te vermijden. Aanvulling voor Duitsland: Wanneer de afzuigkap gebruikt wordt in combinatie met een ander ener- giesysteem, mag de negatieve druk in de kamer niet meer dan 4 Pa (4 x 10-5 bar) bedragen. Gebruik van een contactschakelaar is verplicht.
AFZUIGKAP MET FILTERENDE INTERNE CIRCULATIE
Bij deze versie stroomt de lucht door de Koolstof. Zeo-lter om gezuiverd en gerecycled te worden in het milieu. Controleer of de Koolstof. Zeo-lters in de afzuigkap of motor geplaatst zijn. Als dit niet het geval is, moet u ze aanbrengen zoals aangegeven in de montage-instructies. Bij deze versie moet de terugslagklep niet gemonteerd worden: verwijder deze indien aanwezig op de aansluiting van de luchtuitgang van de motor. MONTAGE-INSTRUCTIES dit deel is uitsluitend voorbehouden aan gekwaliceerd personeel De afzuigkap kan in verschillende conguraties worden gebruikt. De algemene punten gelden voor elke installatie. Volg echter de punten die overeenstemmen met de gewenste instal- latie. WERKING
WANNEER DIENT DE AFZUIGKAP INGESCHAKELD TE
WORDEN? Zet de afzuigkap minstens een minuut aan voordat u gaat koken. Dit bevordert de luchtstroom om de dampen naar het aanzuigoppervlak te leiden. Na het koken dient u de afzuigkap in werking te laten tot alle dampen en geuren volledig zijn weggezogen: via de Timer-functie kunt u eventueel de uitschakeling van de afzuigkap instellen zodat deze na 15 minuten automatisch uitgaat. WELKE SNELHEID MOET U KIEZEN? snelheid (1-3): houdt met laag energieverbruik de lucht zuiver. snelheid (4-5): normale gebruiksomstandigheden. snelheid (6-7): bij aanwezigheid van een sterke geur en veel damp. snelheid (8-P): voor een snelle verwijdering van geuren en dampen. WANNEER DIENT U DE FILTERS TE WASSEN OF TE VERVAN- GEN? De metalen lters dienen om de 30 uren gereinigd worden. De "Koolstof.Zeo"-lters moeten elke 18 maanden opnieuw geactive- erd worden en elke 3 jaar worden vervangen. Raadpleeg het hoofdstuk “ONDERHOUD” voor meer details.117 NEDERLANDS TOUCH BEDIENINGSPANEEL ON/OFF Kort drukken: Inschakeling/uitschakeling afzuigkap Lang drukken: Activering automatische cyclus (A) voor de werking van de afzuigkap in functie van het vermogen van de kookplaten. Verhoging snelheid van 1 tot…9 (tot "P"). Snelheid "P": slechts enkele minuten actief, daarna snelheid 9. Vermindering snelheid van P naar 1. Met afzuigkap actief (kort drukken): TIMER (knipperende rode led) Automatische uitschakeling na 15 min. De functie wordt gedeactiveerd (rode led uit) als: - de motor uitgaat (toets
- nogmaals op de toets TIMER wordt gedrukt
Met afzuigkap uit (4 sec. lang drukken): opening kleppen voor onderhoud van de afzuigkap en de metalen lters
Houd de toets 4 seconden ingedrukt om de onderhoudsmo- dus te verlaten.
ALARM METALEN VETFILTER
Onderhoud na ongeveer 30 bedrijfsuren. Druk 5 seconden op de toets om de teller te re- setten
ALARM KOOLSTOF.ZEO-FILTER
Onderhoud na ongeveer 2000 bedrijfsuren. Druk 5 seconden op de toets om de teller te re- setten. Om het alarm te activeren: Met afzuigkap uit, drukt u de toetsen en 3 seconden lang in e per 3 secondi De led gaat aan. Bevestig met de toets Als het toetsenbord volledig inactief is, moet u, voordat u contact opneemt met de Technische Assistentiedienst, voor korte tijd (ongeveer 5 seconden) de elektrische stro- om van het toestel halen, indien mogelijk door de hoofdschakela- ar uit te zetten, om de normale werking te herstellen. Als dit niet werkt, neem dan contact op met de Technische Assi- stentiedienst. ONDERHOUD Voordat u de reiniging of het onderhoud gaat uitvoeren, dient u het toestel uit te schakelen door de stekker uit het stopcontact te halen of de hoofdschakelaar te bedienen. Gebruik geen reinigingsmiddelen met schurende, zure of corro- sieve stoen of doeken die krassen kunnen veroorzaken. Een constant onderhoud garandeert een goede werking en een blij- vend goed rendement. Besteed bijzondere aandacht aan de metalen vetlters: door deze lters en hun houders frequent te reinigen, wordt ophoping van ont- vlambaar vet in de kap vermeden.
REINIGING EXTERNE OPPERVLAKKEN
Het is aanbevolen om de externe oppervlakken van de kap minstens om de 15 dagente reinigen, om te vermijden dat oliehoudende of vet- te stoen zich kunnen vastzetten. Voor de reiniging van de afzuigkap van geborsteld roestvrij staal, raadt de fabrikant aan de "Magic Steel" doekjes te gebruiken die ook online besteld kunnen worden op de site www.e-falmec.com. Anders kan een vochtige doek gebruikt worden, lichtjes gedrenkt in een vloeibaar neutraal oplosmiddel of gedenatureerde alcohol. Spoel tot slot van de reiniging zorgvuldig na en droog met een zachte doek. Gebruik niet teveel water in de buurt van het toetsenpa- neel en de verlichting, om te vermijden dat het vocht de elektronische onderdelen bereikt. De kleppen niet in de vaatwasser wassen. De glazen panelen mogen alleen met specieke, niet corrosieve en niet schurende schoonmaakproducten worden gereinigd, met behulp van een zachte doek. De fabrikant wijst alle verantwoordelijkheid af wanneer deze instructies niet worden nageleefd.
REINIGING INTERNE OPPERVLAKKEN
Het is verboden om elektrische delen of delen van de mo- tor in de afzuigkap met vloeistoen of oplosmiddelen te reinigen. Raadpleeg de vorige paragraaf voor de interne metalen delen. METALEN VETFILTERS Geadviseerd wordt om de metalen lters (F) frequent te wassen (min- stens een keer per maand), door ze circa 1 uur in kokend water met afwasmiddel te laten weken zonder ze te buigen. Gebruik geen corrosieve, zure of alkalische schoonmaakmiddelen. Spoel ze zorgvuldig en wacht tot ze goed droog zijn voordat u ze weer terugplaatst. U mag de lters ook in de vaatwasser wassen. Raadpleeg de montage-instructies voor het plaatsen en verwijderen van de metalen vetlters.118 (F) KOOLSTOF-ZEO-FILTERS In normale gebruiksomstandigheden is het aanbevolen om de lters iedere 18 maanden te regenereren en na 3 jaar te vervangen. Volg de onderstaande procedure om de lter te regenereren: - Demonteer de lter volgens de aanwijzingen in de instructies (Afb. 12). - Plaats de lters A, B en C (indien aanwezig) in een oven voor huishou- delijk gebruik bij een temperatuur van 200°C gedurende circa 2 uur. - Laat de lter afkoelen en monteer de 4 lters daarna opnieuw op de metalen lterstructuur. OLIEOPVANGBAKJE Wij adviseren om het bakje om de 15 dagen te reinigen. Gebruik geen corrosieve, zure of alkalische schoonmaakmiddelen. Voor een zorgvuldige reiniging het olieopvangbakje verwijderen (zie af- beelding) en wassen met kokend water en een afwasmiddel. Spoel het zorgvuldig en wacht tot het goed droog is voordat u het terugplaatst. Het mag in de vaatwasser. SIKKERHEDSANVISNINGER OG ADVARSLER Deze waarschuwingen zijn opgesteld voor uw veiligheid en die van anderen. Gelieve deze handleiding dan ook aandachtig en volledig door te nemen voordat u het toestel in- stalleert of reinigt. De fabrikant wijst alle verantwoordelijkheid af voor eventuele schade die rechtstreeks of on- rechtstreeks kan worden veroorzaakt aan perso- nen, voorwerpen en huisdieren ten gevolge van het niet naleven van de veiligheidsaanwijzingen in deze handleiding. Het is zeer belangrijk dat deze handleiding sa- men bij het toestel wordt bewaard voor toekom- stige raadpleging. Gebruiksbestemming
- Deze kookplaat is bestemd voor huishoudelijk ge- bruik om gerechten klaar te maken en warm te houden.
- De kookplaat niet buitenshuis installeren of op plaatsen waar die aan weersinvloeden (regen, wind, enz.) is blootgesteld.
- Elk ander gebruik is niet toegestaan.
- Bouw deze kookplaat alleen in boven ovens of elektrische keukens die met een koelsysteem zijn uitgerust.
- Het toestel mag niet worden gebruikt door kinde- ren jonger dan 8 jaar en door mensen met beper- kte lichamelijke, zintuiglijke of mentale capacitei- ten, of zonder ervaring of de nodige kennis, tenzij ze onder toezicht staan of nadat ze instructies hebben gekregen over een veilig gebruik van het toestel en de inherente gevaren ervan hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. De reiniging en het onderhoud mag niet door kinde- ren zonder toezicht worden uitgevoerd.
- De kookplaat nooit onbewaakt achterlaten wan- neer die in werking is. Gevaar voor brandwonden
- Gebruik de blokkering van de bedieningselemen- ten om te verhinderen dat onbevoegden zelf het toestel kunnen aan zetten.
- plaats de stelen en handgrepen van potten en pannen zodanig dat kinderen er niet bij kunnen.
- Schakel de kookzones uit na gebruik.
- Geen metalen voorwerpen plaatsen op de inge- schakelde kookzones.119 NEDERLANDS Technische veiligheid
- De installatie moet door bekwame en gekwa- lificeerde installateurs worden uitgevoerd volgens de aanwijzingen in deze handlei- ding en in naleving van de geldende normen. Indien de voedingskabel of andere componen- ten beschadigd zijn, mag u de kookplaat NIET gebruiken: ontkoppel de kookplaat van de elektri- sche voeding en neem contact op met de verkoper of met een erkend centrum voor technische assi- stentie om het toestel te laten repareren. Breng geen wijzigingen aan op de elektrische, mechanische en functionele structuur van het toestel. Probeer niet om zelf reparaties of vervangingen uit te voeren: service uitgevoerd door personen die niet bekwaam of niet gekwaliceerd zijn, kunnen schade veroorzaken, zelfs zeer ernstig, aan voorwerpen en/of personen. In dat geval is deze schade niet door de garantie van de fa- brikant gedekt.
- Controleer of de kookplaat intact is en alle delen ervan werken voordat u gaat installeren. Indien u afwijkingen opmerkt, mag u de installatie niet uitvoeren: in dat geval moet u contact opnemen met de verkoper. De elektrische installatie waarop de ko- okplaat wordt aangesloten, moet van een aardaansluiting zijn voorzien, in overeen- stemming met de veiligheidsnormen van het land van gebruik. Bovendien moet deze instal- latie conform zijn met de Europese normen in- zake radiostoringen.
- De gegevens betreffende de aansluiting (span- ning en frequentie) aangegeven op het gegeven- splaatje van de kookplaat moeten overeenstem- men met de gegevens van het elektriciteitsnet. Vergelijk deze gegevens voordat u gaat aansluiten. Wendt u tot een elektricien in geval van twijfel.
- De kookplaat niet gebruiken voordat die is geïns- talleerd.
- Het is verboden om de inductiekookplaat te ge- bruiken op bewegende apparaten.
- De behuizing van het toestel nooit openen.
- Falmec garandeert de naleving van de veiligheid- snormen alleen bij gebruik van originele reserve- onderdelen.
- Het apparaat is niet bestemd voor gebruik met een externe timer of met een afstandsbediening.
WAARSCHUWINGEN VOOR HET GEBRUIK
- Voordat u het toestel voor de eerste keer inscha- kelt, moet u eventuele beschermfolie en stickers verwijderen.
- Tijdens het gebruik kunnen potten en pannen lawaai veroorzaken, dat te wijten kan zijn aan: – een hoog vermogensniveau. – andere materialen van de bodem van de potten.
- Nooit water gebruiken om brand te blussen. Scha- kel de kookzone uit. Doof de vlammen met een deksel, een brandvertragend deken of iets geli- jkaardigs.
- Bewaar geen brandbare voorwerpen in de lades onder de kookplaat. De bestekhouder moet ver- vaardigd zijn uit hittebestendig materiaal.
- Geen lege potten of pannen verwarmen, contro- leer altijd of er een minimale hoeveelheid vloei- stof in de potten aanwezig is.
- Schakel de kookplaat na gebruik altijd uit.
- Controleer de bereiding voortdurend indien u vet of olie gebruikt, omdat die snel kunnen ontbranden.
- Verwarm vet en olie maximaal gedurende een mi- nuut, gebruik nooit de Booster-functie hiervoor.
- Let op dat u zich niet verbrandt tijdens het gebru- ik van het toestel.
- Zorg ervoor dat er geen vaste of beweegbare ka- bel van het toestel met het glas of met een hete pan in contact komt.
- De kookplaat niet gebruiken om bokalen te verwarmen.
- De inductiekookplaat mag op geen enkele wijze worden afgedekt.
- De elektrische kabels mogen niet met de kookpla- at in contact komen.
- Het is aanbevolen om uw handen te beschermen tegen de warmte met behulp van speciale pan- nenlappen. Gebruik uitsluitend droge handscho- enen of pannenlappen.
- Gebruik alleen potten en pannen met een glad- de, magnetische bodem, die geschikt zijn voor inductiekookplaten.120
- Vermijd dat suiker, synthetische materialen of alu- miniumfolie met de hete zones in contact komen. Tijdens het afkoelen kunnen deze substanties barsten of andere veranderingen op het opper- vlak in glaskeramiek veroorzaken: schakel het to- estel uit en verwijder ze onmiddellijk uit de nog warme kookzone
- Verplaats de potten door ze op te tillen, om geen krassen te maken op het oppervlak van de ko- okplaat.
- De potten en de kookplaat moeten perfect scho- on zijn voordat ze met elkaar in contact komen.
- Geen voorwerpen op de kookplaat laten vallen!
Gebruik alleen potten met een magneti- sche bodem. Andere materialen zijn niet toegestaan.
- Gebruik potten waarvan de afmetingen geschikt zijn voor de gewenste kookzone.
- Gebruik altijd een pot of pan per kookzone, ook in BRIDGE-functie.
- Plaats geen warm keukengerei op de sensorto- etsen en op de controlelampjes, omdat dit de elektronica eronder kan beschadigen. Houd de bedieningselementen en de controlelam- pjes altijd schoon.
- Bewaar geen metalen voorwerpen rechtstreeks onder de kookplaat.
- Gebruik indien mogelijk altijd deksels, om warm- teverspreiding te vermijden.
- Kook met weinig water.
- Breng nadat u begonnen bent met het bakken of koken van de gerechten het vermogensniveau op een lager niveau. De pannen hebben verschillende bodems. De bodems kunnen volledig ijzerhoudend, gemen- gde ijzerhoudend en niet-ijzerhoudend zijn.
- De bodems van niet-ijzerhoudend materiaal (alu- minium, koper, …) kunnen niet met inductiepla- ten worden gebruikt.
- De bodems met gemengd materiaal worden niet gelijkmatig warm en kunnen geen hoge tempe- raturen bereiken. In de gevallen waarin de bo- dem voornamelijk uit niet-ijzerhoudend mate- riaal bestaat, herkent de kookplaat mogelijk de pan niet en wordt de kookzone niet geactiveerd. Daarnaast neigen sommige van deze materialen ertoe materiaal af te geven dat zich bindt met de zeefdruk van het glas, dat daardoor onherstelba- ar wordt beschadigd.
- Volledig ijzerhoudende platte bodems zijn het meest geschikt en de warmte wordt gelijkmatig verdeeld. Aanwijzingen voor de veiligheid en waar- schuwingen Waarschuwingen voor personen met een pace- maker: denk eraan dat er een elektromagnetisch veld on- tstaat in de onmiddellijke buurt van het toestel wanneer die in werking is. De mogelijkheid dat de werking van de pacemaker hierdoor wordt beïnv- loed, is zeer beperkt. Wend u in geval van twijfel tot de fabrikant van de pacemaker of tot uw arts. Het elektromagnetische veld van de ingeschakel- de kookplaat kan de werking van magnetiseerbare voorwerpen beïnvloeden. Kredietkaarten, geheu- genopslagsystemen, zakrekenmachines, enz. mo- gen zich niet in de onmiddellijke nabijheid van een ingeschakelde kookplaat bevinden. Metalen voorwerpen die bewaard worden in een lade onder het toestel kunnen gloeiend heet wor- den als het toestel gedurende lange tijd wordt ge- bruikt. Bewaar geen metalen voorwerpen in een lade rechtstreeks onder de kookplaat. Het toestel is voorzien van koelventilatoren. Als er zich onder het ingebouwde toestel een lade bevin- dt, dan moet men een tussenschot aanbrengen tus- sen deze lade en het onderste deel van het toestel, om de noodzakelijke ventilatie van de kookplaat in acht te nemen en ervoor te zorgen dat deze venti- latoren niet kunnen worden geblokkeerd. Gebruik nooit twee potten of pannen tegelijk op één enkele kookzone, op een rechthoekige kook- zone of een PowerFlex-kookzone.121 NEDERLANDS
BEVEILIGINGEN VAN DE KOOKPLAAT
Veiligheidsuitschakeling Als een kookzone langer dan de maximale inscha- keltijd aan staat op een zelfde vermogen, dan wor- dt die automatisch uitgeschakeld en wordt de re- stwarmte aangegeven. Om de kookzone opnieuw in te schakelen, moet u de benodigde toetsen aanraken. Vermo- gensni- veau low 1 2 3 4 5 6 7 8 9 P Maxi- male bedri- jfsduur in uren 8,7 2,0 8,7 6,7 5,3 4,3 3,5 2,8 2,3 1,9 1,5 De kookplaat gaat automatisch uit als een of me- erdere bedieningselementen langer dan 10 secon- den bedekt blijven. Om de correcte werking te hervatten: - verwijder de voorwerpen van het bedieningspa neel. - reinig het bedieningspaneel. - schakel de kookplaat en de betreende zone opnieuw in. Beveiliging tegen oververhitting Voordat de elementen van de kookplaat kunnen oververhitten, vermindert de controle het gebru- ikte vermogen volgens onderstaande beveiliging- sprocedure: - Uitschakeling van de booster en power booster indien aan. - Vermindering van het ingestelde vermogensnive- au. – Uitschakeling van de betreende kookzone. Op het display van de kookzones verschijnt het be- richt "E2". U kunt de kookzone opnieuw in werking stellen, wanneer de storingssignalering uitgaat. VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR DE MONTAGE Installeer de kookplaat alleen nadat de onderstel- len en hangmeubels van de keuken zijn geïnstall- eerd. Zorg ervoor dat de werkbladen goed zijn vastge- maakt met hittebestendige lijm, zodat ze niet kun- nen vervormen en niet loskomen. Het is verboden om het toestel boven een koe- lkast, diepvriezer, vaatwasser, wasmachine of dro- ogtrommel te installeren. ELEKTRISCHE VEILIGHEID De elektrische installatie waarop de ko- okplaat wordt aangesloten, moet van een aardaansluiting zijn voorzien, in overeen- stemming met de veiligheidsnormen van het land van gebruik. Bovendien moet deze installa- tie conform zijn met de Europese normen inzake radiostoringen. Controleer of de voedingskabel van de kookplaat na de inbouw niet aan mechanische belastingen on- derhevig is. Het stopcontact, gebruikt voor de elektri- sche aansluiting, moet gemakkelijk bereikbaar zijn wanneer het toestel geïnstalleerd is. Als dit niet mo- gelijk is, moet u zorgen voor een hoofdschakelaar om het toestel indien nodig uit te zetten. Een eventuele wijziging van de elektrische installatie mag enkel door een bevoegde elektricien worden uitgevoerd. Indien het toestel niet naar behoren werkt, mag u niet zelf proberen om het probleem op te lossen. Neem con- tact op met de verkoper of met een erkend assi- stentiecentrum om de reparatie te laten uitvoeren. Tijdens het installeren van de kookplaat moet u het toestel uitschakelen door de stekker uit het stopcontact te halen of via de ho- ofdschakelaar. ELEKTRISCHE AANSLUITING (Uitsluitend voorbehouden aan personeel, gekwaliceerd voor de aansluiting) Ontkoppel het toestel van het elektriciteitsnet voordat u handelingen op de kookplaat gaat uitvoeren. Controleer of er geen elektrische draden aan de binnenzi- jde van de kookplaat zijn losgekoppeld of doorgesneden: anders moet u met het dichtstbijzijnde assistentiecentrum contact op- nemen. Wendt u tot gekwaliceerd personeel om de elektrische aansluiting te laten uitvoeren. De aansluiting moet in overeen- stemming zijn met de wettelijke voorschriften die van kracht zijn. Voordat u de kookplaat op het elektriciteitsnet aansluit, moet u con- troleren of:
- de netspanning overeenstemt met de spanning vermeld op het ge- gevensplaatje dat zich aan de binnenzijde van de kookplaat bevindt;
- de elektrische installatie voldoet aan de normen en de belasting aan kan (raadpleeg het plaatje met technische kenmerken in de ko- okplaat);
- de voedingsstekker en -kabel niet in contact komen met temperatu- ren die hoger zijn dan 70 °C;
- de voedingsinstallatie uitgerust is met een efficiënte, correcte aarda- ansluiting volgens de geldende normen;122
- het stopcontact gebruikt voor de aansluiting gemakkelijk bereikbaar is wanneer de kookplaat eenmaal is geïnstalleerd.In geval van:• toestellen met kabel zonder stekker: een "ge-normaliseerde" stekker gebruiken. De draden moeten als volgt worden aangesloten: geel-groen voor de aarde, blauw voor neutraal en bruin voor de fase. De stekker dient op een geschikt veiligheidsstopcontact aangesloten te worden.• vaste toestellen niet voorzien van een voedingskabel en stekker wa-armee ze van het stroomnet afgesloten kunnen worden, met een openingsafstand tussen de contacten die in de omstandigheden van overspanningscategorie III een volledige uitschakeling mogelijk maakt.Deze afsluitingsapparatuur moet voorzien worden op het voedingsnet, in overeenstemming met de installatienormen.De geel/groene aardkabel mag niet door de schakelaar worden onder-broken.De fabrikant wijst alle verantwoordelijkheid af indien de veiligheidsnor-men niet worden nageleefd. Aansluiting van de kookplaat: netwerkaansluiting doorsnede van de kabelVoedin-gskabelKaliber van de scheidin-gsschakelaar220V - 240V~ 50/60Hz1P+N / 2P 3 x 2.5 mm²H 05 VV - FH 05 RR - F25 A *380V - 415V~ 50/60Hz2P+N 4 x 1.5 mm²H 05 VV - FH 05 RR - F16 A *380V - 415V~ 50/60Hz3P+N 5 x 1.5 mm²H 05 VV - FH 05 RR - F16 A ** berekend met de gelijktijdigheidsfactor in overeenstemming met de norm EN 60 335-2-6. VERMOGENS:Kenmerk Totaal vermogen2800-7400WPositie 1Nominaal vermogen1600WBooster-vermogen1850WPositie 2Nominaal vermogen2100WBooster-vermogen (1/2)3000WPositie 3Nominaal vermogen2100WBooster-vermogen (1/2)3000WPositie 4Nominaal vermogen1600WBooster-vermogen1850W PANORAMICO
bedieningse- lement beschrijving Kookplaat AAN/UIT. In geval er geen ander bedieningselement wordt geactiveerd, gaat de kookplaat na enkele seconden automatisch uitSelectie kookzone vooraan. Indien samen inge-drukt wordt de BRIDGE-functie geactiveerd.Selectie kookzone achteraan. Indien samen in-gedrukt wordt de BRIDGE-functie geacti-veerd.Blokkering bedieningselementen: indien lan-ger dan 2 seconden ingedrukt, worden alle bedieningselementen geblokkeerd. Herhaal de handeling om de bedieningselementen te deblokkeren.Verhoging vermogensniveau voor de bereiding en selectie booster, of verhoging van de kookti-jd van de TIMER-functie.Verlaging vermogensniveau voor de bereiding, of verlaging van de kooktijd van de TIMER-fun-ctie. Weergave display beschrijving Kookzone in stand-byVermogensniveaus van laag naar hoog, te selecteren met de toetsen + en -.Power boost: maximaal kookvermogenAanduiding van de restwarmteVermogensniveau tussen 0 en 1, geschikt om gerechten warm te houden (solodisplaydestro) Bridge-functie geactiveerd.(minimale diameter van de pot: Ø230 mm)Pot niet aanwezig op de kookplaat of niet geschikt wegens materiaal en afmeting.(minimale diameter van de pot: Ø120 mm) (su displaycentrale) Functie blokkering bedieningselementen ge-activeerd.123 NEDERLANDS WERKING EN
GEBRUIK VAN DE INDUCTIEKOOKPLAAT
GEBRUIK ALLEEN POTTEN VOOR INDUCTIEKOOKPLATEN. Wanneer een kookzone wordt ingeschakeld, wordt de bodem van de pot verwarmd. De kookzone verwarmt alleen dankzij de warmte die door de pot wordt afgegeven. De inductie detecteert automatisch de afmetingen van de pot. Het verwarmingsvermogen moet worden gekozen op basis van wat men wil bereiden. Hierna volgt een beknopte tabel: AFSTELLINGSZONES
Laten opkoken Ontdooien Rijst, pudding en gekookte gerechten Groenten, vis, diepgevroren producten
Stomen Groenten, vis, vlees
Koken Gekookte aardappelen, soepen, pasta Verse groenten
Op zacht vuur garen Vlees, lever, eieren, worstjes Goulash, roulade, pens
Garen Frituren Aardappelen, beignets, taartjes
Frituren, op het kookpunt brengen Steaks, omeletten Koken
Frituren, op het kookpunt brengen Grote hoeveelheden water op het kookpunt brengen Opmerking: de tijd voor het verwarmen van de inductiekookplaten is korter dan voor gaskookplaten. BASISFUNCTIES Zie tabel van het betreende model op de vorige pagina BRIDGE-FUNCTIE Via deze functie kan men de kookzones 1-2 en/of 3-4 samen laten werken Om te activeren: - Activeer de kookplaat; druk tegelijk op de symbolen
- het volgende symbool verschijnt (solodisplaydestro) display van de kookzone voo- raan; - Regel het vermogen met de toetsen + en –. Opmerking: de functie kan alleen geactiveerd worden tussen de 2 kookplaten rechts of links (niet de twee in het midden). BRIDGE-functie UITSCHAKELEN: druk tegelijk op de symbolen + . BOOSTER-FUNCTIE De Booster versterkt het vermogen, zodat men grote hoeveelheden kan verwarmen (bijvoorbeeld veel water om pasta te koken). Deze versterking van het vermogen is gedurende max. 10 minuten actief. - Schakel de kookplaat in; - selecteer de kookzone; - raak (+) aan tot het op de kookzone op het display wordt weerge- geven. Opmerking: men kan slechts één plaat rechts en één links te- gelijk instellen (in totaal niet meer dan 2). Als de buitenste plaat is ingesteld op ,dan kan plaat ernaast niet hoger worden ingesteld dan het niveau. Als de binnenste plaat is ingesteld op , dan gaat de buitenste plaat uit. KEEP WARM-FUNCTIE 42°C - Temperatuur van bereide gerechten behouden: Schakel de kookplaat in; Selecteer de kookzone; Raak de toets (+) en daarna de toets (-) aan: het symbool verschijnt
Kookplaat uitschakelen Om de kookzone uit te schakelen: Raak de toets ( - ) aan tot op het display van de kookzone 0 verschijnt. Als de kookzone nog erg warm is, dan wordt de restwarmte aange- geven
De kookplaat uitschakelen Raak de toets aan : alle kookzones worden uitgeschakeld. Op de displays van kookzones die nog erg warm zijn, verschijnt het symbool
De kookzones niet aanraken zolang de controlelampjes aan zijn. TIMERFUNCTIE
EN AUTOMATISCHE UITSCHAKELING
De timer heeft twee functies: 1 – TIMER; 2 – AUTOMATISCHE UITSCHAKELING van één of meerdere kook- zones U kunt een duur instellen tot 99 minuten. Aan het einde van de ingestelde tijd verschijnt 00 op het display met betrekking tot de tijd, en er wordt een geluidssignaal geactiveerd dat u met de toetsen ( + ) of ( - ) uitschakelt. TIMER Om in te stellen:
1. Schakel de kookplaat met de toets
in (als die uit staat) en raak tege- lijk de toetsen (+) en (-) aan.
2. Stel de gewenste tijd in door de toetsen ( + ) en ( - ) aan te raken.
De timer begint te lopen. Om de tijd te wijzigen, herhaalt u de procedure vanaf punt 1. Om de timer te annuleren:
1. Schakel de kookplaat in (als die uit staat) en raak tegelijk de toet-
sen ( + ) en ( - ) aan.
2. Druk op de toets ( - ) om de tijd op 00 te zetten.124
AUTOMATISCHE UITSCHAKELING Voor de functie automatische uitschakeling:
1 - schakel de kookplaat in;
2 - selecteer de kookzone;
3 - selecteer het vermogensniveau;
4 - stel de timer in zoals hiervoor beschreven.
Om de automatische uitschakeling voor een andere kookzone in te stellen, herhaalt u de procedure vanaf punt 2. TIMER en AUTOMATISCHE UITSCHAKELING kunnen tegelijkertijd worden gebruikt. WAT MOET U DOEN ALS ER PROBLEMEN ZIJN De kookplaat of de kookzones worden niet ingeschakeld:
- De kookplaat is niet op het elektriciteitsnet aangesloten.
- De zekering is doorgeslagen.
- Controleer of de blokkering actief is.
- De toetsen zijn bedekt met water of vet.
- Er ligt een voorwerp op de toetsen. Het symbool verschijnt
- Er staat geen pot op de kookzone.
- De gebruikte recipiënt is niet compatibel met de inductie.
- De diameter van de bodem van de pot is te klein ten opzichte van de kookzone. Het symbool [ E ] verschijnt:
- Koppel de kookplaat los en sluit daarna opnieuw aan.
- Neem contact op met het aftersalesteam. Eén van de kookzones of de hele kookplaat wordt uitgeschakeld:
- Het beveiligingssysteem tegen oververhitting is actief;
- De kookplaat of een kookzone is te lang ingeschakeld gebleven;
- één of meerdere toetsen zijn bedekt;
- één van de potten is leeg en de bodem is oververhit. De ventilator blijft verder werken na de uitschakeling van de kookplaat:
- Dit is geen storing: de ventilator blijft de elektronische centrale van het toestel verder beschermen.
- De ventilator stopt automatisch. 10 FOUTCODES In geval van een fout geeft de gebruikersinterface de foutcodes weer, die voor de technische dienst van nut zijn. Samen met het meegeleverde document "Foutcodes Basic 2", die gedetailleerde informatie bevat, is er een volledige beschrijving van de foutmatrixen beschikbaar. Hierna worden de standaard E.G.O.-foutcodes opgesomd. De geper- sonaliseerde gebruikersinterface kan hiervan afwijken. De algemene standaardfouten van de gebruikersinterface (Er xx) en de fouten van de kookzone (E/x) verschillen. In geval van fouten van de kookzone knippert het display van de kookzone met een fout, waarbij "E" wor- dt afgewisseld met een hexadecimale code "X". Foutcode Beschrijving Mogelijke oorzaken Oplossing
Indien een vaste "C" wordt weergegeven, is het mogelijk om de kookzone te congureren Geen fout, de gebruiker is in het menu van de instellingen. Plaats een geschikte pot op de betreen- de kookzone
Wanneer een knipperende "C" wordt weerge- geven, wordt de conguratie van de bereiding uitgevoerd. Na een correcte conguratie geeft het betreende display "-" weer. Als "-" niet wordt weergegeven, moet u de mo- gelijke oorzaken controleren met betrekking tot E/5 Geen fout, de gebruiker is in het menu van de instellingen Wacht op de weerga- ve van het symbool "-" of onderbreek de conguratieacti- viteit door op de keuzeschakelaar te drukken; "C" stopt met knipperen.
Een knipperen- de "E" op elke kookzone geeft aan dat alle con- guraties worden gewist De temperatuur van het glas of Pt is te hoog NTC -> tempe- ratuur van de elektronica is te hoog Handmatige con- guratie
De tempera- tuurlimieten zijn overschreden De temperatuur van het glas of Pt is te hoog NTC -> tempe- ratuur van de elektronica is te hoog Koel het systeem af
Pot niet geschikt, bijvoorbeeld verlies van de ma- gnetische eigen- schappen wegens temperatuur van de bodem Op de module creëert een pot een niet-correct werkingspunt, waardoor de toestellen beschadigd kunnen raken, bijvoorbeeld IGBT.
1. De fout wordt na 8
seconden automa- tisch geannuleerd en men kan de kookzone opnieuw gebruiken. Wanneer zich daarna nog meer fouten voor- doen, moet u de pot vervangen.
gewijzigd worden wanneer een fout wordt weergegeven zonder dat er een pot op de kookzone staat.
Inductiemodule niet gecon- gureerd (alle inductiemodules beantwoorden aan de gebruiker- sinterface maar elk element is verbonden met de specieke kookzone). Inductiemodule niet gecongu- reerd Annuleer de conguratie van de kookplaat en acti- veer de handmatige conguratie. Start het menu van de instellingen van de gebruikersinterfa- ce om de inductie- module te con- gureren. Vervang de module als de opgesomde punten niet werken.125 NEDERLANDS
Geen commu- nicatie tussen gebruikersinter- face en inductie- module Inductiemodule niet van stroom voorzien. Bekabeling defect of be- schadigd Controleer de voeding en de LIN-a- ansluitingen. Vervang de module als de aansluiting correct is
Fout netvoeding 1. Storing tijdens de detectie van de netvoedingsfre- quentie
Controleer de spanning en de frequentie van de netvoeding. Vervang de module als die correct zijn
Geen identiceer- bare fout Vervang de module of de gebruikersin- terface
Hardware van de inductiemodule defect Sensorsignaal buiten geldig bereik; defecte sensor of elektri- sche besturing Vervang de module
Hardware van de inductiemodule defect Hardwaresy- steem defect, gedetecte- erd door de automatische controle van de module Vervang de module
Conguratiefout 2 kookzones voor hetzelfde element van de gebruikersinter- face Elimineer de hand- matige conguratie in uitvoering met het instellingenmenu
Vaste waarde sensor (testfunctie voor T-sensor op inductor) Geen relevante thermische verandering (10 K) binnen 5 mi- nuten na de in- schakeling van de kookplaat Koel het systeem af Geen werking en geen weergave Overspanning op de voeding van de omschakeling (geen werking) Aansluiting op 400 V Koppel de aanslui- ting van de voeding- slijn los en corrigeer deze Opmerking: het systeem kan niet alle defecten automatisch detecteren, bijvoor- beeld in het geval van een stroomstoring in de gebruikersinterface.
REINIGING EN ONDERHOUD
LET OP! Gebruik nooit een stoomapparaat om te reinigen. Controleer voordat u de kookplaat gaat reinigen, of deze op kamer- temperatuur is. Reinig de kookplaat altijd na elk gebruik met een speciek schoon- maakproduct voor glaskeramiek. Gebruik geen producten die volgende stoen bevatten: - corrosieve producten (soda, zuren, ammoniak). - schurende producten (poeder of pasta’s). Geen puntige of schurende voorwerpen gebruiken. Na de reiniging moet u het toestel met een zachte doek afdrogen.
NUTTIGE TIPS VOOR HET ONDERHOUD
Wij adviseren u om uw kookplaat regelmatig te reinigen, zo mogeli- jk na elk gebruik. Gebruik geen schuursponsjes of schuurmiddelen. Vermijd ook agressieve chemische producten, zoals bijvoorbeeld ovenreinigingssprays, vlekafstotende producten, maar ook badka- mer- of universele reinigingsmiddelen. Een moment van afleiding is voldoende Laat de warme kookplaat niet in contact komen met plastic, alumi- niumfolie, suiker of levensmiddelen die suiker bevatten. Deze ma- terialen moeten onmiddellijk van de hete kookzone worden verwi- jderd met een metalen reinigingsspatel uit de warme kookzone worden verwijderd. Als ze smelten, kunnen ze het oppervlak beschadigen. Alvorens levensmiddelen met een hoog suikergehalte te koken, ad- viseren wij dan ook om de kookplaat met een geschikt product te behandelen. Een briljant resultaat in drie eenvoudige handelingen: Voor een grondige reiniging eerst grof vuil en etensresten verwijde- ren met een metalen reinigingsspatel. Daarna een paar druppels speciaal reinigingsmiddel op de koude kookplaat gieten en met keukenpapier of een schoon doekje inwri- jven. Tenslotte de kookplaat met een natte doek afnemen en afdrogen met een droge doek. Klaar! Hoe herken ik een schraper die geschikt is voor keramisch glas?
- Een schraper gemaakt van metaal ( smelt niet en vat geen vlam)
- Een schraper die gemakkelijk te vergrendelen en te ontgrende- len is
- Het mes is goed vastgemaakt en verschuift niet
- Het mes is robuust, schoon en roestvrij
- Een schraper zo mogelijk goedgekeurd door een certiceringsin- stantie (bijvoorbeeld TÜV-GS seal )
- Gebruikshandleiding en veiligheidsinstructies beschikbaar Als het toestel wordt ingebouwd boven een oven of een elektrische keuken voorzien van een pyrolytisch systeem, mag u het toestel niet in werking stellen terwijl het pyrolytische proces in uitvoering is, omdat dit de beveiliging tegen oververhitting van de kookplaat in werking kan doen treden (zie betreende hoofdstuk).126
WEGGOOIEN AAN HET EINDE VAN
DE GEBRUIKSDUUR Het symbool van de doorkruiste vuilnisbak, dat op uw toestel is aangebracht, geeft aan dat het product een AEEA is, dit be- tekent een “Afvalstof afkomstig van Elektrische en Elektroni- sche Apparatuur” en bijgevolg niet met ongescheiden afval mag worden gedumpt (dit betekent niet samen met “gemengde huishou- delijke afval”), maar afzonderlijk moet worden verwijderd, zodat het kan worden onderworpen aan speciale bewerkingen voor hergebruik, of aan een specieke verwerking om eventuele stoen die schadelijk zijn voor het milieu te verwijderen en grondstoen eruit te halen die ge- recycleerd kunnen worden. Door dit product correct te verwijderen, draagt u bij tot het vrijwaren van kostbare grondstoen en helpt u om potentieel negatieve eecten voor de menselijke gezondheid en voor het milieu te vermijden, die kunnen ontstaan door een onjuiste afval- verwijdering. Neem contact op met de plaatselijke instanties voor meer details over het dichtstbijzijnde punt voor verwijdering. Er kunnen boetes worden opgelegd wanneer deze afvalstoen niet in overeenstemming met de nationale wetgeving op verkeerde wijze worden verwijderd. INFORMATIE BETREFFENDE DE VERWIJDERING IN LANDEN VAN
De communautaire richtlijn betreende AEEA-apparaten word door elk land op een andere wijze in uitvoering gebracht. Indien u dit toestel wilt verwijderen, raden wij u daarom aan om contact op te nemen met de plaatselijke instanties of de verkoper om naar de correcte verwijde- ringsmethode te vragen. INFORMATIE BETREFFENDE DE VERWIJDERING IN LANDEN DIE
Notice-Facile