SRX120EWG - Warmtepomp DIMPLEX - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SRX120EWG DIMPLEX in PDF-formaat.
| Producttype | Warmtepomp (convectorventilator voor centrale verwarming) |
| Model | SRX120EWG |
| Merk | Dimplex |
| Afmetingen (L x H x D) | 670 x 530 x 145 mm |
| Gewicht | 15 kg |
| Voeding | 100-250 V ~, 50-60 Hz |
| Maximaal elektrisch vermogen | 12,5 W |
| Standby-verbruik | < 4 W |
| Verwarmingsvermogen (bij waterdebiet 45°C) | 1,1 kW |
| Watertemperatuurbereik | 25 - 85 °C |
| Maximale watertemperatuur | 85 °C |
| Maximale werkdruk | 1,0 MPa |
| Drukval | 13,1 kPa |
| Maximale luchtstroom | 345 m³/h |
| Geluidsdrukniveau (op 1 m, snelheid 2) | 38 dB(A) |
| Volume warmtewisselaar | 430 ml |
| Beschermingsgraad | IP20 |
| Lengte netsnoer | 1 m |
| Belangrijkste functies | Verwarming, handmatige en automatische modus (eco), 3 ventilatorsnelheden, slaapkamerstand (stil), hoge temperatuurstand, terugvalmodus, toetsvergrendeling, programmeerbaar via cassette |
| Hydraulische aansluitingen | Koperen buizen Ø 15 mm, aansluiting in tweepijpssysteem |
| Elektrische aansluitingen | Fase (L), nul (N), aarde (PE), zwarte stuurgeleider (aansturing) |
| Onderhoud en reiniging | Afvegen met zachte, vochtige doek, binnenkant stofvrij maken met borstel of stofzuiger, ontluchten van de warmtewisselaar indien nodig |
| Garantie | 2 jaar |
| Onderdelen en repareerbaarheid | Neem contact op met Dimplex voor onderdelen, onderhoud voorbehouden aan een specialist |
Veelgestelde vragen - SRX120EWG DIMPLEX
Gebruikersvragen over SRX120EWG DIMPLEX
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Warmtepomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SRX120EWG - DIMPLEX en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SRX120EWG van het merk DIMPLEX.
GEBRUIKSAANWIJZING SRX120EWG DIMPLEX
http://www.engels.be/
Belangrijke veiligheidsinstrumenties
Het verwarmingstoestel mag nicht onmiddelijk onder of voor een vast geinstalleerd stopcontact aangebracht worden.
Dit toestel kan worden gebruikt door kinderen van 8aar en ouder en door personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale vermogens of gebrek aan ervaring en kennis, mits dit gebeurt onder toezicht of met instructies in verband met het veilige gebruik van het toestel en men begrijpt welke risico's erbij zich betrokken.
Kinderen mogen Niet met het toestel spelen. Reiniging en onderhoud door gebruikers mag nicht zonder toezicht door kinderen worden uitgevoerd. Kinderen onder 3aar要去en uit de buurt worden gehonden, tenzij ze doorlopend onder toezicht staan.
Kinderen in de leeftijdsgroep van 3 tot 8JAar mogen het toestel Niet op het stopcontact aansluiten, reguleren of schoonmaken of gebruikersonderhoud plegen. Kinderen mogen het toestel uitsluitend in/uitschakelen als het toestel is geplaatst of geinstallerd in de bedoelde normale bedrijfspositie en er toezicht op hen worden gehonden of zij instructies hebben gekreten met betrekking tot het veilige gebruik van het apparaat en als zij begrijpen welke risico's ermee gepaard gaan.

Er is een waarschuwingssymbol op het verwarmingstoestel aangebracht. Dit symbol wijst erop dat het toestel nicht afgedekt mag worden.
LET OP: Sommige onderdelen van dit product hunnen heet worden en brandwondenveroorzaken. Hier moet met name goed op worden gelet als er kinderen en kwetsbare mensen aanwezig+zijn.
BELANGRIJK: Het netsnoer van het toestel moet bij schade door de fabrikant, een klantendienstfilial of een vergelijkbaar gekwalificeerde persoon verrangen worden.
Er moet een ontkoppelingsmiddel met geschikte isolator worden opgenomen in de vaste bedrading, in overeenstemming met de bedrangisregels.
Het toestel要去 geinstalleerd worden dat de bedieningselementen Niet door een persoon, die zich in het bad of onder de douche bevindt, aangeraakt kan worden.
| \( \mathbf{\widehat{ }} \) | SRX 080 | SRX 120 | SRX 140 | SRX 180 | |
| Verwarmingsvermögen (kW) bij voorlooptemperatuur \( {45}^{ \circ }\mathrm{C} \) | 2 | 0,7 | 1,1 | 1,4 | 1,8 |
| Temperatuurbereik voorlooptemperatuur (℃) | 25 - 85 | ||||
| Maximaal toegestane voorlooptemperatuur (℃) | 85 | ||||
| Toegestane bedrijfsoverdruk (MPa) | 1,0 | ||||
| Drukkeries (kPa) | 11,3 | 13,1 | 13,7 | 15,8 | |
| Luchtvolumestroom (m3/h) | 3 | 228 | 345 | 410 | 540 |
| 2 | 125 | 190 | 225 | 300 | |
| 1 | 60 | 100 | 120 | 160 | |
| Geluidsdrukniveau op 1m (dB(A)) | 47 | ||||
| 38 | |||||
| 27 | |||||
| Nominale spanning | ~100-250V 50-60Hz | ||||
| Stroomverbruik | 3 | 10,5 | 12,5 | 15,0 | 16,4 |
| 2 | 8 | 8 | 8 | 8 | |
| 1 | 6 | 6 | 6 | 6 | |
| Energie tijdens stand-by | < 4 W | ||||
| Beschemklasse | IP20 | ||||
| Volume van warmtewisselaar (ml) | 310 | 430 | 480 | 600 | |
| Afmetingen B x H x D (mm) | 503 x 530 x 145 | 670 x 530 x 145 | 740 x 530 x 145 | 911 x 530 x 145 | |
| Gewicht (kg) | 12 | 15 | 17,5 | 22 | |
Beschrijving toestel
Bij het model SmartRad gaat het om een ventilatorconvector voor de opwarming of koeling van woonruimtes. Het is de bedoeling dat het toestel worden aangesloten op de centrale verwarming en het is geschikt voor gebruikt in warmtepompinstallaties. U(Int)knt het toestel ook gebruiken in combinatie met andere verwarmingsssystemen, zoals olie- of gasverbranding. Het toestel zuijt lucht aan vanaf de onderkant, die in de warmtewisselaar worden opgewarmd of afgekoeld en maar boven worden uitgeblazen. Het toestel zuijt lucht aan vanaf de onderkant, die in de warmtewisselaar worden opgewarmd of afgekoeld en maar boven worden uitgeblazen.
Afbeelding 1:
(a) Behuizingsafdekking (b) Bedieningspaneel
(c) Luchtuitlaatrooster (d) 1 m aansluiitleiding
- De ventilatorconvectoren mogen alleen in centrale verwarmingsinstallaties met gesloten regelcircuit gezruikt worden.
-
De verwarmingsinstallatie moet als dubbel buissysteme uitgevoerdহ.
-
De toestellen要去en voldoende gedimensioneerd worden om de warmteverliezen in de ruimte te können compenseren.
Aantekeningen bij de installmentie
Brandbare stoffen of vloeistoffen en andere Licht ontvlambare voorwerpen uit de buurt van het verwarmingstoestel honden. Het verwarmingstoestel mag Niet in waar door stof belaste ruimtes gezruikt worden.
Montagevoorbereiding
- Verpakkingsmaterial verwijderen.
- De vier bevestigingschroeven aan de onderkant van het toestel afschroeven (zie aflb. 2) om de behuizingsafdekking te konnen verwijderen.
- De behuizingsafdekking zo bewaren dat beschadigentingijdens de installmentenkzaamheden uitgesloten zich.
Bevestiging aan de muur
- Bij droogbouwwanden geschikt bevestigingsmaterial gebruiken (niet bijgeleverd).
- Zoals in afb. 5 getoond aan een stabiele muur vier boorgaten aftekenen en boren. Alle afmetingen zijn in mm.
- Pluggen inbrengen en de beiden bovenste schroeven voormonteren (nog Niet volledig indraaien).
- Het toestel in de beiden bovenste schroeven inhangen.
- De beiden onderste schroeven inzetten en vastdraaien, daarna de beiden bovenste schroeven eveneens vastdraaien.
Hydraulische aansluiting
Om voor voldoende doorloop van verwarmingswater door de ventilatorconvectoren te zorgen,要去en de volgende punten in acheit genomen worden:
- De toestellen zich voor de installmentie op systemen met een buis Niet geschikt.
- De nominale aansluitbuiswijdte moet een minimale binnendiameter van 15 mm hebben.
- Worden de toestellen op een verwarmingsinstallatie met verschillende warmteverdeelsystemen (bijv. Vloerverwarming) geinstalleerd,要去 voor een afzonderlijk circuit gezorgd worden om voldoende waterdoorloop te garanderen.
Voor een optimale werkung (warmteafgiffe) van de ventilatorconvectoren is een hydraulische afstelling aan de verwarmingsinstallatie vereist. Afb. 6 toont de verschillende hydraulische aansluitmögelijkheden aan het toestel.
De aanbevolen voor- en terugloopsaansluitingen zijn in afb. 5 weergegeven.
Deplaatsing van de verwarmingsbuizenaar het toestel kan in de vloer of aan de muur gebeuren. Het toestel wordt af fabriek met twee aan de warmtewisselaar gemonteerde koperbruiskeidingen, diameter 15 mm, geleverd.
Voor en tijdens het vullen van de verwarmingsinstallatie moeten alle buisverbindingen op dichtheid gecontroleerd worden. Tijdens het vullen要去 het ontluchtingsventiel (zie afb. 5) geopend zijn, opdat de lucht in het toestel kan ontsappen. Na de ingebruikneming (circulatiepomp loopt) eventuele opnieuw ontluchten.
Elektrische aansluiting
WAARSCHUWING: Het toestel moet geaard worden.
WAARSCHUWING: Fasedraad (bruin) en nulleider (blauw) moot nicht verwisseld worden, sondern dit tot functiestoringen kan leiden.
De elektrische aansluiting要去en voedingsspanning haben van 110 - 240V 50 - 60Hz
Het toestel moet door een geautoriseerde elektrotechnicus, rekening houdende met de bestaande normen enplaatslijke installmentievoorschriften, geinstalleerd worden.
Voor het uitvoeren van de installmentwerkzaamheden moet gecontroleerd worden of de spanningsvoedinguitgeschakeld is.
Het toestel is met een flexibele aansluitleiding van 1 m lenght (4× 0,75mm^2) , uiterust, waarnee het verwarmingstoestel direct via een geschikte wandaansluitdoos op de elektrische voeding aangesloten kan worden. Er moet een ontkoppelingsmiddel met geschikte isolator worden opgenomen in de vaste bedrading, in overeenstemming met de bedrangisregels. De isolator moet een contactopeningsbreedte van minimaal 3mm op elke pool hebben en moet volledige ontkoppeling bieden in omstandigheden met overspanning in categorie III.
Aderbezetting van de aansluitleiding:
Bruin: "L" - fasedraad voedingsspanning
Blaw: "N" - nulleider voedingsspanning
Groen/geel: "PE" - aarddraad
Zwart: stuurdraad (verlaging; aan/uit)
Schakelbeeld zie afb. 8.
Waakvlam
Met activering van de Zwarte waakvlambedrading (stuurdraad) kutu de ondergrens voor de temperatuur op het toestel instellen met behulp van een externe timer of schakelaar. Eventuele temperatuurverlagingen worden via de stuurdraad ook doorgegeven aan nageschakelde toestellen. Als er een programmeercassette op de hoofdeenheid van het toestel wordt aangesloten en is geactiveerd, worden de stuursignalen ook via de stuurdraad doorgegeven aan eventuele nageschakelde toestellen. Zie afbeelding 8 voor meer informatie. Bij buitenbedrifftelling, bijv. voor onderhoudswerkzaamheden, moet ervoor gezorgd worden dat naast de netvoeding ook de stuurdraad spanningsvrij geschakeld is, waar deze eventuel vreeemde spanning kan voeren (via een schakelklokcontact of piloottoestel met programmeercassette).
WAARSCHUWING: Bij het overschakelen op gestuurd bedrijf is aan deze kabel netspanning voorhanden!
WAARSCHUWING: Stuurdraad nicht aarden.
Aansluiting op externe toestellen
De EC SmartRad kan worden aangesloten op een,aantal externe toestellen die de energiebesparende werking ervan kuren verbeteren. Dit gebeurt door middel van een relais op de printplaat (zie afbeelding 7 voor details). De basisfunctie van het relais is dat als er energievraag is, het relais in werking za treden.
Bij aansluiting op een gebouwbeheersystem kan het relais worden geconfigureerd als "spanningsvrij" contactpunt, te gebruiken voor het versturen van een signalaar een geschikt regelsystem (zie afbeelding 7 "A").
Bij aansluiting op een pomp/ventiel kan de SmartRad een externe pomp en een extern ventiel via de eigensroomtoevoer van energie voorzien. Een standardesolenoideklep of springveerklep (zie afbeelding 7 "B") of een standard circulatiepomp (zie afbeelding 7 "C") konnen worden bedraad zoals weergegeven.
NO = Normaal Open, waar bij het ventiel/de pomp worden bediend.
N = Neutraal voor het ventiel/de pomp.
LET OP: het ventiel en de pomp moeten worden geclassified ered met de correcte spanning.
LET OP: de stroomvereistenogensniet hoger+zijn dan 3Amps bij 250 VAC.
Bij aansluiting op een gemotoriseerd ventiel kan de SmartRad een standard gemotoriseerd ventiel met de eigenvstroomvoorziening in- en uitschakelen.
NO = Normaal Open, waar bij het ventiel worden geopend.
NG = Normaal Gesloten, waar bij het ventiel worden gesloten.
N = Neutraal voor het ventiel.
SmartRad-softwarefuncties
De EC SmartRad beschicht over een aantal softwarefuncties die bijdragen aan de gebruiksvriendelijkheid van het toestel. Deze verschillende functies zijn toegankelijk met behulp van de tuimelschakelaars op de hoofdprintplaat en要去en worden geselecteerd tijdens de installmentie van het toestel.
Slaapkamerstand, voor geruisloze werkung kan een aantal lage motorsnelheden worden geselecteerd. Deze functie is maar handig in ruimten met weinig geluid, zoals slaapkamers. Voor deze functie zet u tuimelschakelaar 1 aan. Merk op dat de prestaties van de SmartRadijdens de geruisloze werkung verminderen en het toestel dus qua grootte op de ruimte moet worden afgestemd.
Hoge temperatuurstand, voor gebruik met warmtegeneratoren die hoge temperaturen produceren, zoals olie- of gasverbranding. In deze stand worden de ondergrens van de watertemperatuur verhoogd maar 45^
Voor deze functie zet u tuimelschakelaar 2 aan.
Terugstellingsstand, voor gebruik bij toepassenen met een waakvlam. Als in deze stand een terugstellingssigmaal (lager instelpunt) worden ontvangen, redueert de SmartRad het
instelpunt op een variabile schaal, zodate er een bepaalde hoveeelheid warmte in de ruimte aanwezig blijft. Alsdezest stand wordenuit gezet,gaat het toestel bij een terugstellingssignaal over op een stand voor vorstbescherming.Dit heeft geen gevolgen voor de normale comfortstand.
Bedrijfsstand, op dit toestel is zowel een verwarmingsstand als een afkoelstand beschikbaar. Tuimelschakelaar 4要去.altijd aan+zijn om de afkoeling te activeren.
Relaisstand, waar bij de relais worden geactiveerd in overeenstemming met de bedrijfsomstandigheden.
Voor deze functie zet u tuimelschakelaar 6 aan.
Sleutelbediening, Deze stand is handig voor openbare ruimten zoals scholen of kanoren. De bedieningselementen op het toestel worden in deze stand uitgeschakeld. Voor activering houdt u de toets langer dan 15 seconden ingedrukt. De toetsen, en dethermostaatknop worden dan uitgeschakeld. Als u het toestel opnieuw wilt activeren, houdt u de toets langer dan 15 seconden ingedrukt.
Afmontage
Na de installmenterkzaamheden de behuizingsafdekking plaatsen. Hiervoor de vier bevestigingschroeven aan de onderkant van het toestel inschroeven.
Bediening
Het bedieningspaneel wordt in afbeelding 3 weergegeven.
De verschillende elementen haben de volgende betekenis:
A-Toetsstand
B-Indicatie aan/uit
C-Indicatie handmatig bedrijf
D-Indicatie automatisch bedrijf
E-Toets ventilatorstand
F - Indicatie lage ventilatorstand
G-Indicatie middelsteventilatorstand
H-Indicatie hoge ventilatorstand
J - Instelwiel thermostat
K - Afdekking voor steeplaats programmeercassette
Zorg altijd dat het toestel goed werkt. De luchtinlaat- en uitlaatroosters mogen Niet afgedekt of afgesloten worden.
Handmatig bedrijf
Druk toets 0 een keer of Meerere keren in totdat de gele 0-indicator brandt.
Druk de toets één keer of meerdere keren in om de maximale gewenste ventilatorstand (ventilatortoerental) te kiezen. De ingestelde ventilatorstand worden via de rode indicatie (1, 2, 3) gesignaleerd.
Met de draaiknop de gewenste ruimtetemperatuur instellen.
De ingestelde ventilatorstand worden afhankelijk van deruimtetelemperatuur in- en uitgeschakeld.
Automatisch bedrijf (eco)
Toets den keer ofeermaals indrukken tot de rode indicatie eco brandt.
Met de draaiknop de gewenste ruimteteperatuur instellen. Afhankelijk van de actuèle ruimteteperatuur en de aan de thermostat ingestelde gewenste temperatuur bepaalt de elektronica een van de drie möglichke ventilatorstanden (ventilatortoerental).
Afhankelijk van het verschilussen actuele ruimte- en gewenste temperatuur kiest de elektronica de vereiste ventilatorstand. Indien nodig kan het aantal möglichke ventilatorstanden verlaagd worden. Als u bijvoorbeeld de ventilatorstanden wilt beperken tot een maximum van 2, drukt u een keer op de toets ofeerde keren totdat de tweede indicator brandt.
Het gebruik met een programmecassette of een schakelklok kan alleen in het automatische bedrijf (eco) gebeuren. Een stuursignal duidt aan dat het toestel het instelpunt heeft bereikt. Het groene eco-lampje zal dan.gaan branden.
Storingsindicatie
Bij een te geringe watertemperatuur worden het gebruik van het toestel onderbroken en knippert de rode indicatie. In dit geval moet de correcte werkig van de verwarmingsinstallatie of van de circulatiepomp gecontroleerd worden. Bijkomende aanwijzingen vindt u in het hoofdstuk "Foutdiagnose".
Ingebruikneming met lucht/waterwarmtepompen
Bij de ingebruinkeming van een lucht/waterwarmtepomp, vooral bij lage buitentemperaturen, moet de buffer-accumulator van de warmtepomp een temperatuur van minstens 14^ hebben opdat het ontdooien van de warmtepompverdamper möglichk is. Daarom voor het openen van de ventielen van het verwarmingscircuit ervoor zorgen dat een eventuele vereiste ontdooiing uitgevoerd werk.
Foutdiagnose
De volgende problemen können ertoe leiden dat de ventilatorconvector onvoldoende warmte produeert en de rode -indicatie möglichk knippert. Mogelijk oorzaken hiervan zich:
Ingesloten lucht in de warmtewisselaar — toestel spanningsvrij schakelen, behuizing afnemen en warmtewisselaar ontluchten. Positie van de ontluchtingsschroef zich afb. 5.
Watertemperatuur te laag — stel de aanvoertemperatuur hoger op het verwarmingssystem.
Onvoldoende wateraanvoersnelheid via het toestel — pas de aanvoersnelheid (hydraulische evenwicht) aan. Hiervoor de thermostaatkranen aan de andere radiatoren zichtdraaien.
Vuil op de warmtewisselaar — reinig de warmtewisselaar. Zie hiervoort het hoofdstuk "Onderhoud".
Buitenvlakken reinigen
Om te reinigen要去hverwarmingstoesteluitgeschakeld en afgekoeldzijn.De oppervlakken van het verwarmingstoestel kunnendoorhetafvegenmeteenzacht,vochtigdoekgereinigd en dan gedroogd worden.Om te reinigen geen schuurpoeder of meubelpoetsmiddel gebruiken omdatdeze hoppervlak kunnen beschadigen.
Tijdens installmentie van het toestel is een handig idee om de plastic verpakking en de doos te gebruiken om het toestel na installmentie af te dekken. Dit voorkomt dat bouwmaterialen zoals pleisterwerk of verf op het toestelterecht komen tijdens andere renovatiewerkzaamheden aan de ruimte.
Onderhoud - door de vakman uit te voeren
Het toestel要去hertuitvoeren van onderhoudswerkzaamheden spanningsvrij geschakeld worden. Stof ofpluizen die zich binnenin het verwarmingstoestel afzetten,moeten regelmatig verwijderd worden. Hiervoor het toestelspanningsvrij schakelen, de 4 bevestigingsschroeven aan deonderkant van het toestel losdraaien en de behuizingsafdekking voorzichtig afnemen.Met een zachte borstel ofeen stofzuiger de vuilafzettingen verwijderen.
Ingesloten luckt in de warmtewisselaar kan door het openen van het ontluchtingsventiel (afbeelding 5) verwijderd worden.
Er kan ook een luchtfilter worden aangebracht op de luchtinlaat van het toestel. Neem contact op met Dimplex voor meer informatie.
De gebruiksaanwijzing behoort bij het toestel en moet goed bewaard worden. Bij verandering van eigenaar要去 de gebruiksaanwijzing aan de nieuwe eigenaar doorgegeven worden.
Garantie
Voor dit toestel gehen we tweeJAar garantie conform onze garantiebepalingen.
Glen Dimplex Benelux
Saturnus 8
8448 CC Heerenveen
Nederland
Tel. +31 (0)513-789 840
Fax +31 (0)513-789 841
info@glendimplex.nl
Technische veranderingen voorbehonden