DIMPLEX LA 35TUR plus - Waterpomp

LA 35TUR plus - Waterpomp DIMPLEX - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis LA 35TUR plus DIMPLEX in PDF-formaat.

📄 32 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice DIMPLEX LA 35TUR plus - page 4
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Producttype Reversibele lucht/water-warmtepomp voor buitenopstelling
Model LA 35TUR+
Merk Dimplex
Afmetingen (H x B x D) 2100 x 1735 x 980 (750) mm
Gewicht transporteenheid 595 kg
Voedingsspanning 3~/PE 400V (50Hz), beveiliging C25A
Stuurspanning 230 V AC 50 Hz via warmtepompmanager
Maximaal elektrisch vermogen 12,4 kW (bij A2/W35)
Nominaal verwarmingsvermogen (A7/W35) 30,2 kW (2 compressoren) / 17,3 kW (1 compressor)
Nominaal koelvermogen (A35/W9) 24,9 kW (2 compressoren) / 13,6 kW (1 compressor)
Toepassingsgebied verwarmen -25 °C tot +40 °C
Toepassingsgebied koelen +10 °C tot +45 °C
Koelmiddel R417A, 22,0 kg (GWP 1950, CFK-vrij)
Beschermingsgraad IP24 (buiten)
Geluidsniveau (energieoptimaliseerd) Tot 70 dB(A)
Geluidsdruk op 10 m Tot 43 dB(A)
Aansluitingen verwarming G 1 1/2" binnendraad (vertrek en terugloop)
Aansluiting additionele warmtewisselaar G 1 1/4" buitendraad
Minimaal debiet verwarmingswater 2,4 m³/h (bij A7/W55/45)
Onderhoud lektest Jaarlijks bij koelmiddelhoeveelheid ≥6 kg (conform EG 842/2006)

Veelgestelde vragen - LA 35TUR plus DIMPLEX

Hoe moet de warmtepomp worden geïnstalleerd?
De installatie moet worden uitgevoerd door een bevoegde service. Plaats de pomp op een vlakke, horizontale ondergrond. Zorg dat de aanzuig- en uitblaasopeningen vrij blijven. Houd rekening met de minimale afstanden tot muren zoals in de handleiding aangegeven. Sluit de verwarmings- en elektrische aansluitingen volgens de schema's aan en gebruik de meegeleverde filter in de retourleiding.
Wat zijn de afmetingen en het gewicht van de LA 35TUR+?
De afmetingen zijn 2100 mm hoog, 1735 mm breed en 980 mm diep (zonder aansluitingen). Het transportgewicht inclusief verpakking is 595 kg.
Hoe wordt de condensaatleiding aangesloten?
Het condenswater moet vorstvrij worden afgevoerd. Gebruik een buis met minimaal 50 mm diameter en leid deze vorstvrij naar de afvoer. Leid condenswater niet direct in bezinkvijvers of putten om schade door agressieve dampen te voorkomen.
Wat is het minimale debiet verwarmingswater?
Het minimale debiet is afhankelijk van het werkpunt. Bij A7/W55/45 is dit 2,4 m³/h. Zorg dat dit debiet in alle bedrijfstoestanden wordt gehandhaafd om bevriezing van de plaatwarmtewisselaar te voorkomen.
Hoe wordt de inbedrijfstelling uitgevoerd?
De inbedrijfstelling moet in de verwarmingsmodus gebeuren. Zet alle verbruiker kringen dicht, zorg voor voldoende waterdebiet, kies 'Automatisch' op de warmtepompmanager en start het programma 'Inbedrijfstelling' in het menu 'Speciale functies'. Wacht tot een retourtemperatuur van minimaal 25 °C en open dan langzaam de kringen.
Hoe reinig ik de verdamper van de warmtepomp?
Reinig de verdamper, ventilator en condenswaterafvoer voor het stookseizoen. Schakel alle stroomkringen spanningsvrij. Gebruik geen scherpe voorwerpen. Verwijder bladeren, twijgen en ijs. Controleer de condenswaterbak regelmatig.
Wat moet ik doen bij een storing?
Raadpleeg het display van de warmtepompmanager voor de storingscode. Zie de handleiding van de manager voor diagnose. Als u de storing niet zelf kunt verhelpen, waarschuw dan een bevoegde service. Werkzaamheden aan de warmtepomp mogen alleen door vakpersoneel worden uitgevoerd.
Is de warmtepomp geschikt voor koeling?
Ja, de LA 35TUR+ is reversibel en kan zowel verwarmen als koelen. Gebruik het optionele externe vierwegomschakelventiel voor optimale prestaties. In de koelmodus werkt de pomp bij luchttemperaturen van +10 °C tot +45 °C en minimale watertemperatuur van +7 °C.
Welk koelmiddel wordt gebruikt?
Het koelmiddel is R417A met een GWP van 1950. Het is CFK-vrij, breekt de ozonlaag niet af en is niet brandbaar. De totale vulhoeveelheid is 22,0 kg.
Hoe vaak moet de lektest worden uitgevoerd?
Volgens EG-verordening 842/2006 moet de koelkringloop jaarlijks op lekkage worden gecontroleerd omdat de koelmiddelhoeveelheid meer dan 6 kg bedraagt. De test moet worden gedocumenteerd en minimaal 5 jaar worden bewaard.

Gebruikersvragen over LA 35TUR plus DIMPLEX

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Waterpomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LA 35TUR plus - DIMPLEX en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LA 35TUR plus van het merk DIMPLEX.

GEBRUIKSAANWIJZING LA 35TUR plus DIMPLEX

Montage- en gebruiksaanwijzing

DIMPLEX LA 35TUR plus - Montage- en gebruiksaanwijzing - 1

Reversibele lucht/water- warmtepomp voor buitenopstelling

Inhoudsopgave

1 Direct lezen a.u.b. NL-2

1.1 Belangrijke aanwijzingen ....NL-2
1.2 Doelmatig gebruik....NL-2
1.3 Wettelijke voorschriften en regels....NL-2
1.4 Energiebesparend gebruik van de warmtepomp....NL-3

2 Gebruiksdoeleinde van de warmtepomp ....NL-3

2.1 Toepassingsgebied....NL-3
2.2 Werkwijze ....NL-3

3 Leveromvang....NL-4

3.1 Basisapparaat....NL-4
3.2 Schakelkastje....NL-4
3.3 Warmtepompmanager....NL-4

4 Accessoires ....NL-4

4.1 Elektrische verbindingsleiding ....NL-4
4.2 Vierwegomschakelventiel ....NL-4

5 Transport....NL-5

6 Plaatsing NL-5

6.1 Algemeen....NL-5
6.2 Condensaatleiding....NL-5

7 Montage....NL-5

7.1 Algemeen....NL-5
7.2 Aansluiting op verwarming....NL-5
7.3 Elektrische aansluiting....NL-6

8 Inbedrijfstelling.... NL-7

8.1 Algemeen....NL-7
8.2 Voorbereiding ....NL-7
8.3 Werkwijze ....NL-7

9 Reiniging / onderhoud ....NL-7

9.1 Onderhoud....NL-7
9.2 Reiniging aan de kant van de verwarming....NL-8
9.3 Reiniging luchtzijde....NL-8
9.4 Onderhoud....NL-9

10 Storingen / storingsdiagnose.... NL-9

11 Buitenbedrijfstelling / verwijdering afvalstoffen ....NL-9

12 Toestelinformatie ....NL-10

Bijvoegsel....A-I

1 Direct lezen a.u.b.

1.1 Belangrijke aanwijzingen

DIMPLEX LA 35TUR plus - Belangrijke aanwijzingen - 1

OPGELET!

Bij apparaten met een koelmiddelhoeveelheid van 6 kg of meer moet de koelkringloop conform verordening (EG) nr. 842/2006 jaarlijks op lekkage gecontroleerd worden.

DIMPLEX LA 35TUR plus - OPGELET! - 1

OPGELET!

Het apparaat is niet voor frequentieomzetting geschikt.

DIMPLEX LA 35TUR plus - OPGELET! - 1

OPGELET!

De warmtepomp mag bij het transport max. 45° worden gekanteld (in iedere richting).

DIMPLEX LA 35TUR plus - OPGELET! - 1

OPGELET!

Vóór de inbedrijfstelling moet de transportbeveiliging worden verwijderd.

DIMPLEX LA 35TUR plus - OPGELET! - 1

OPGELET!

Het aanzuig- en uitblaasbereik mag niet beperkt of geblokkeerd worden.

DIMPLEX LA 35TUR plus - OPGELET! - 1

OPGELET!

De landelijke bouwvoorschriften in acht nemen!

DIMPLEX LA 35TUR plus - OPGELET! - 1

OPGELET!

Bij opstelling in de buurt van de wand moeten gebouwtechnische invloeden in acht genomen worden. In het uitblaasveld van de ventilator mogen geen ramen of deuren aanwezig zijn.

DIMPLEX LA 35TUR plus - OPGELET! - 1

OPGELET!

Bij opstelling in de buurt van de wand kan zich door de luchtstroming in de aanzuig- en uitblaaszone meer vuil opeenhopen. De koelere buitenlucht moet zo worden uitgeblazen dat bij aangrenzend verwarmde ruimtes het warmteverlies niet verhoogd wordt.

DIMPLEX LA 35TUR plus - OPGELET! - 1

OPGELET!

Opstelling in kommen of binnenplaatsen is niet toegestaan, omdat de afgekoelde lucht zich boven de grond verzamelt en bij langere werking weer door de warmtepomp wordt aangezogen.

DIMPLEX LA 35TUR plus - OPGELET! - 1

OPGELET!

De meegeleverde filter moet in de terugloop verwarming vóór de warmtepomp worden ingebouwd.

DIMPLEX LA 35TUR plus - OPGELET! - 1

OPGELET!

Let op het rechtsdraaiende veld: Bij een verkeerde bedrading wordt het opstarten van de warmtepomp verhinderd. Een desbetreffende aanwijzing wordt in de warmtepompmanager weergegeven (bedrading aanpassen).

DIMPLEX LA 35TUR plus - OPGELET! - 1

OPGELET!

Gebruik geen zand-, soda-, zuur- of chloorhoudende schoonmaakmiddelen, omdat deze het oppervlak aantasten.

DIMPLEX LA 35TUR plus - OPGELET! - 1

OPGELET!

Om afzettingen in de condensor van de warmtepomp te voorkomen (bv. roest) wordt aanbevolen, een geschikt systeem als corrosiebescherming te gebruiken. Wij raden daarom aan, diffusie-open verwarmingssystemen van een elektrofysische corrosiebeveiliging te voorzien (bijv. ELYSATOR-systeem).

DIMPLEX LA 35TUR plus - OPGELET! - 1

OPGELET!

Alvorens het toestel te openen, dienen alle stroomkringen vrij van spanning te zijn.

DIMPLEX LA 35TUR plus - OPGELET! - 1

OPGELET!

Werkzaamheden aan de warmtepomp mogen uitsluitend door een bevoegde en vakkundige service uitgevoerd worden.

Dit apparaat is uitsluitend voor het door de fabrikant beoogde gebruiksdoeleinde vrijgegeven. Elk ander of verderreikend gebruik wordt als oneigenlijk gebruik beschouwd. Hiertoe wordt ook de inachtneming van de desbetreffende productdocumentatie gerekend. Het is niet toegestaan het apparaat te veranderen of om te bouwen.

1.3 Wettelijke voorschriften en regels

Deze warmtepomp is volgens artikel 1, paragraaf 2 k) van de EG-richtlijn 2006/42/EC (richtlijn voor machines) voor huiselijk gebruik bestemd en valt daarmee onder de eisen van de EG-richtlijn 2006/95/EC (laagspanningsrichtlijn). De pomp is daarmee ook bestemd voor gebruik door leken voor het verwarmen van winkels, kantoren en andere soortgelijke werkomgevingen, evenals voor het verwarmen van landbouwbedrijven, hotels, pensions en dergelijke of voor het verwarmen van andere wooninrichtingen.

De constructie en uitvoering van de warmtepomp voldoen aan alle overeenkomstige EG-richtlijnen, DIN- en VDE-voorschriften (zie CE-conformiteitsverklaring).

Bij de elektrische aansluiting van de warmtepomp dienen de overeenkomstige VDE-, EN- en IEC-normen en het Algemeen Reglement voor Elektrische Installaties (A.R.E.I.) te worden nageleefd. Bovendien dienen de aansluitvoorwaarden van de netbeheerders opgevolgd te worden.

Bij het aansluiten van het verwarmings- resp. koelsysteem dienen de betreffende voorschriften opgevolgd te worden.

Personen, in het bijzonder kinderen, die wegens hun fysieke, zintuiglijke of mentale vaardigheden of wegens hun gebrek aan kennis of ervaring niet in staat zijn het toestel op een veilige manier te gebruiken, mogen dit toestel niet zonder toezicht of instructies van een verantwoordelijke persoon gebruiken.

Er moet op kinderen toegezien worden, om te garanderen dat ze niet met het apparaat spelen.

DIMPLEX LA 35TUR plus - Wettelijke voorschriften en regels - 1

OPGELET!

Bij apparaten met een koelmiddelhoeveelheid van 6 kg of meer moet de koelkringloop conform verordening (EG) nr. 842/2006 jaarlijks op lekkage gecontroleerd worden.

Meer informatie hieromtrent vindt u in het hoofdstuk Reiniging / onderhoud.

1.4 Energiebesparend gebruik van de warmtepomp

Door met deze warmtepomp te werken, draagt u bij aan een beter milieu. De voorwaarde voor een energiebesparende werking is de juiste dimensionering van de warmtebron- en verwarmingssysteem.

Het is van groot belang voor de effectiviteit van een warmtepomp dat het temperatuurverschil tussen verwarmingswater en warmtebron zo gering mogelijk gehouden wordt. Daarom is een zorgvuldige dimensionering van de warmtebron en de verwarmingsinstallatie dringend aan te bevelen. Een temperatuur verschil van meer dan één Kelvin leidt tot een stijging van het stroomverbruik van ca. 2,5 %. Let erop dat bij het dimensioneren van de verwarmingsinstallatie ook rekening gehouden moet worden met speciale lasten, zoals de warmwaterbereiding, en dat deze ook voor lagere temperaturen gedimensioneerd moeten worden. Een vloerverwarming (oppervlakteverwarming) is door lagere vertrektemperaturen van (30 °C tot 40 °C) optimaal geschikt voor het gebruik van een warmtepomp.

Tijdens het gebruik dient verontreiniging van de warmtewisselaars te worden voorkomen, omdat hierdoor het temperatuurverschil verhoogd wordt, met een lagere vermogenscoëfficiënt als gevolg.

Een aanzienlijke bijdrage tot energiebesparend gebruik wordt ook geleverd door de warmtepompmanager, indien op de juiste manier ingesteld. Meer aanwijzingen hieromtrent vindt u in de gebruiksaanwijzing van de warmtepompmanager.

2 Gebruiksdoeleinde van de warmtepomp

2.1 Toepassingsgebied

De lucht/water-warmtepomp is uitsluitend ontworpen voor het verwarmen en koelen van verwarmingswater. Deze kan in aanwezige of nieuw te plaatsen verwarmingsinstallaties gebruikt worden.

De warmtepomp is geschikt voor de mono-energetische en bivalente werking tot een buitenlucht temperatuur van -25°C.

Bij continu werking moet een terugloopvoeler van het warme water van meer dan 18 °C aangehouden worden om probleemloos ontdooien van de verdamper te waarborgen.

De warmtepomp is niet ontworpen voor de verhoogde warmtebehoefte tijdens het drogen na de bouw. Daarom moet in de extra warmtebehoefte met speciale apparaten ter plaatse worden voorzien. Voor het drogen na de bouw in de herfst of in de winter is het raadzaam een additioneel verwarmingselement (als toebehoren verkrijgbaar) te installeren.

In de koelmodus is de warmtepomp voor luchttemperaturen van +10 °C + 45 °C geschikt.

De pomp kan voor stille en dynamische koeling worden gebruikt. De minimale watertemperatuur is +7 °C.

OPGELET!

Het apparaat is niet voor frequentieomzetting geschikt.

2.2 Werkwijze

Verwarmen

Omgevingslucht wordt door de ventilator aangezogen en daarbij door de verdamper (warmtewisselaar) geleid. De verdamper koelt de lucht af, d.w.z. hij onttrekt warmte aan de lucht. De gewonnen warmte wordt in de verdamper op de werkvloeistof (koelmiddel) overgedragen.

Met behulp van een elektrisch aangedreven compressor wordt de opgenomen warmte door drukverhoging op een hoger temperatuurniveau gebracht en via de condensor (warmtewisselaar) aan het verwarmingswater afgegeven.

Via de additionele warmtewisselaar kan tegelijkertijd, of ook separaat, afval- en zwembadwater worden bereid.

Daarbij wordt de elektrische energie gebruikt om de warmte van de omgeving op een hoger temperatuurniveau te brengen. Omdat de aan de lucht onttrokken energie aan het water wordt overgedragen om het te verwarmen, wordt dit apparaat ook lucht/water-warmtepomp genoemd.

De lucht/water-warmtepomp bestaat uit de hoofdcomponenten verdamper, ventilator en expansieventiel evenals de geluidsarme compressoren, de condensor en de elektrische besturing.

Bij lage omgevingstemperaturen verbindt zich luchtvochtigheid als rijp met de verdamper en belemmert de warmteoverdracht. Indien nodig, wordt de verdamper automatisch door de warmtepomp ontdooid. Afhankelijk van het weer kunnen daarbij stoomwolken bij de luchtuitlaat ontstaan.

Koelen

In de bedrijfsmodus „Koelen“ worden de verdamper en condensor in hun bedrijfswijze omgekeerd.

Het verwarmingswater staat via de nu als verdamper werkende condensor de warmte aan het koelmiddel af. Met de compressor wordt het koelmiddel op een hogere temperatuur gebracht. Via de condensor (in de verwarmingsmodus verdamper) wordt de warmte aan de omgevingslucht afgegeven.

Via de additionele warmtewisselaar kan de afvalwarmte ook voor warmwaterbereiding, zwembad- of badverwarming worden gebruikt.

3 Leveromvang

3.1 Basisapparaat

De warmtepomp wordt geleverd in een compacte uitvoering die onderstaande componenten bevat.

De koelkringloop is "hermetisch gesloten" en bevat het in het Kyoto-protocol aangegeven gefluorideerde koelmiddel R417A met een GWP-waarde van 1950. Het is CFK-vrij, breekt geen ozon af en is niet brandbaar.

DIMPLEX LA 35TUR plus - Basisapparaat - 1

Het schakelkastje bevindt zich in de warmtepomp. Nadat de onderste frontplaat er is afgenomen en de zich linksboven bevindende bevestigingsschroef is losgedraaid, kan het schakelkastje uitgeklapt worden.

Het schakelkastje bevat de aansluitklemmen voor het stroomnet, de vermogencontactoren en de softstarteenheid.

De steekcontacten voor de stuurlijn bevinden zich op het plaatwerk van het schakelkastje nabij het draaipunt.

3.3 Warmtepompmanager

Voor de werking van de reversibele lucht/water-warmtepomp moet de bij de levering inbegrepen warmtepompmanager voor reversibele warmtepompen worden gebruikt.

De warmtepompmanager is een comfortabel elektronisch regelen besturingsapparaat. Hij stuurt en bewaakt de hele verwarmings- en koelinstallatie, afhankelijk van de buitentemperatuur, de warmwaterbereiding en de veiligheidstechnische voorzieningen.

De ter plaatse aan te brengen buitentemperatuurvoeler incl. bevestigingsmateriaal wordt met de eenheid warmtepomp en warmtepompmanager meegeleverd.

Het functioneren en het gebruik van de warmtepompmanager wordt in de daartoe bijgeleverde gebruiksaanwijzing beschreven.

4 Accessoires

4.1 Elektrische verbindingsleiding

De elektrische verbindingsleiding is een voor de werking noodzakelijk toebehoren. Zij verbindt de warmtepomp met de warmtepompmanager en is in meerdere lengtes verkrijgbaar.

4.2 Vierwegomschakelventiel

Het externe vierwegomschakelventiel (Y12) zorg voor een voor verwarmen en koelen geoptimaliseerde werking van de reversibele lucht/water-warmtepomp. Door de omschakeling van de stroomrichting wordt de warmtewisselaar in de warmtepomp zowel in de verwarmings- als koelmodus in de tegenstroom optimaal doorstroomd. De voor de automatische omschakeling vereiste elektromotorische actuator wordt door de warmtepompmanager aangestuurd. (max. toegestane schakelstroom 2A).

Zonder gebruik van het externe vierwegomschakelventiel wordt het warmtevermogen en de vermogenscoëfficiënt zoals in de toestelinformatie vermeld gereduceerd. In de pure verwarmingsmodus zonder extern vierwegventiel moet de hydraulische aansluiting zodanig plaatsvinden, dat de warmtewisselaar in de tegenstroom onder druk wordt gezet (neem opmerking in paragraaf 7.2 „Aansluiting op verwarming“ in acht).

Het externe vierwegomschakelventiel met een regeltijd van max. 30 seconden is als speciaal toebehoren verkrijgbaar en garandeert een mengverliesvrije omschakeling van het waterdebiet via het genoemde temperatuurbereik. Aangeraden wordt op een geschikte plek een filter met maaswijdte van 0,6 mm aan te brengen.

In de zich in de bijlage bevindende hydraulische en elektrische schema's is de fundamentele opbouw te herkennen. Aan het vierwegomschakelventiel is een gedetailleerde montageaanwijzing bijgevoegd.

5 Transport

OPGELET!

De warmtepomp mag bij het transport max. 45° worden gekanteld (in iedere richting).

De pomp dient op een transportpallet naar de montageplaats te worden getransporteerd. Het basisapparaat kan aan de ene kant getransporteerd worden met een handpalletwagen of kraan. Na het transport moeten de transport-/hijsogen eruit geschroefd worden en de plaatopeningen met de meegeleverde sluitstoppen worden afgesloten.

Na het transport moet de transportbeveiliging in het apparaat op de bodem aan beide zijden worden verwijderd.

Transportboeuvial

Transportbeveiliging verwijderen / inschroeven

OPGELET!

Vóór de inbedrijfstelling moet de transportbeveiliging worden verwijderd.

6 Plaatsing

6.1 Algemeen

Het apparaat dient op een permanent effen, glad en horizontaal oppervlak te worden geplaatst. Daarbij moet het frame rondom dicht bij de grond liggen om een passende geluidsisolatie te garanderen en volledig afkoelen van de watervoerende delen te voorkomen. Is dat niet het geval, kunnen extra geluiddempende maatregelen noodzakelijk zijn. Verder moet de warmtepomp dusdanig opgesteld worden, dat de luchtuitstromingsrichting van de ventilator dwars op de hoofdwindrichting staat om vlot ontdooien van de verdamper mogelijk te maken. Onderhoudswerkzaamheden moeten zonder problemen kunnen worden uitgevoerd. Dat is gewaarborgd, indien de op de afbeelding weergegeven afstanden ten opzichte van de vaste wanden gerespecteerd worden.

≥0 m 1 m 2 m 0,4 m

De aangegeven maten gelden alleen bij individuele plaatsing.

OPGELET!

Het aanzuig- en uitblaasbereik mag niet beperkt of geblokkeerd worden.

OPGELET!

De landelijke bouwvoorschriften in acht nemen!

OPGELET!

Bij opstelling in de buurt van de wand moeten gebouwtechnische invloeden in acht genomen worden. In het uitblaasveld van de ventilator mogen geen ramen of deuren aanwezig zijn.

OPGELET!

Bij opstelling in de buurt van de wand kan zich door de luchtstroming in de aanzuig- en uitblaaszone meer vuil opeenhopen. De koelere buitenlucht moet zo worden uitgeblazen dat bij aangrenzend verwarmde ruimtes het warmteverlies niet verhoogd wordt.

OPGELET!

Opstelling in kommen of binnenplaatsen is niet toegestaan, omdat de afgekoelde lucht zich boven de grond verzamelt en bij langere werking weer door de warmtepomp wordt aangezogen.

6.2 Condensaatleiding

Het bij het gebruik ontstane condenswater dient vorstvrij te worden afgevoerd. De warmtepomp dient horizontaal te worden geplaatst, zodat het water goed kan afvloeien. De condenswaterbuis moet minstens een diameter van 50 mm hebben en moet vorstvrij in de afvoerleiding worden geleid. Condenswater niet direct in bezinkvijvers en putten leiden. Agressieve dampen en een niet vorstvrij aangelegde condensaatleiding kunnen de verdamper vernielen.

7 Montage

7.1 Algemeen

De warmtepomp is voorzien van de volgende aansluitingen:

■ Vertrek/terugloop van de verwarmingsinstallatie
■ Vertrek/terugloop van de warmwaterkringloop
Condenswaterafvoer
■ Stuurlijn naar de warmtepompmanager
■ Stroomvoorziening

7.2 Aansluiting op verwarming

De aansluitingen op de warmtepomp aan de verwarmingskant moeten in het apparaat zelf worden aangebracht. De betreffende aansluitafmetingen zijn in de toestelinformatie te vinden. De aan te sluiten slangen worden naar beneden toe uit het apparaat geleid. Als hulpstuk is een optioneel buizenpakket verkrijgbaar, waarmee de aansluitingen zijdelings afgevoerd kunnen worden. Bij het aansluiten aan de warmtepomp dienen de overgangen met een sleutel te worden vastgehouden.

Voordat de warmtepomp aan de verwarmingskant aangesloten wordt, dient de verwarmingsinstallatie doorgespoeld te worden, om mogelijk vuil, resten van isolatiemateriaal etc. te verwijderen. Wanneer de condensor door resten en vervuiling verstopt raakt, kan dit tot uitval van de warmtepomp leiden.

OPGELET!

De meegeleverde filter moet in de terugloop verwarming vóór de warmtepomp worden ingebouwd.

De reinigings- en onderhoudsinstructies zijn te vinden in de montage- en gebruiksaanwijzing van de filter.

Na installatie van de verwarming dient het verwarmingssysteem te worden gevuld, ontlucht en onder druk te worden gezet.

Bij het vullen van de installatie moet op het volgende worden gelet:

■ onbehandeld vul- en suppletiewater moet drinkwaterkwaliteit hebben
(kleurloos, helder, zonder afzettingen)
- het vul- en suppletiewater moet zijn voorgefilterd (poriënwijdte max. 5μm)

Kalksteenvorming in warmwaterverwarmingsinstallaties kan niet volledig worden voorkomen, maar is bij installaties met vertrektemperaturen onder 60 °C verwaarloosbaar gering.

Bij warmtepompen voor gemiddelde en voor hoge temperatuur kunnen ook temperaturen boven 60 °C worden bereikt.

Daarom moeten voor het vul- en suppletiewater volgens VDI 2035 blad 1 de volgende richtcijfers aangehouden worden:

Totaal verwarmings-vermogen in [kW]Totaal aardalkaliënin mol/m3 resp.mmol/lTotalehardheid in °dH
tot 200≤ 2,0 ≤ 11,2
200 tot 600≤ 1,5 ≤ 8,4
>600 < 0,02 < 0,11

Het wordt aangeraden het optioneel verkrijgbare vierwegomschakelventiel te gebruiken. Een precieze omschrijving van de inbouw staat vermeld in de met het ventiel meegeleverde handleiding.

Opmerking:

Als de warmtepomp met het vierwegomschakelventiel wordt gebruikt, moeten te allen tijde de hydraulische aansluitingen volgens de met het ventiel meegeleverde handleiding plaatsvinden. De handleiding beschrijft de precieze werkwijze bij de opbouw van de juiste hydraulica. Het niet naleven hiervan leidt tot beperkingen in de werking van de warmtepomp.

Belangrijk:

De opmerkingen/instellingen in de handleiding van de warmtepompmanager moeten te allen tijde in acht worden genomen en dienovereenkomstig worden doorgevoerd; het niet naleven leidt tot functiestoringen.

Als de warmtepomp uitsluitend in de verwarmingsmodus wordt gebruikt geldt het volgende:

Wordt de warmtepomp uitsluitend voor het verwarmen gebruikt, dan bestaat de mogelijkheid de hydraulische aansluitingen op de condensor tegen elkaar verwisseld aan te sluiten. In dit geval hoeft geen rekening te worden gehouden met de sticker op het apparaat. Aansluiting [A] dient als vertrek verwarming, aansluiting [B] als terugloop verwarming.

Belangrijk: De opmerkingen/instellingen in de handleiding van de warmtepompmanager moeten te allen tijde in acht worden genomen en dienovereenkomstig worden doorgevoerd; het niet naleven leidt tot functiestoringen.

Bij deze vorm van gebruik is geen koelmodus mogelijk. De installatie kan uitsluitend in de verwarmingsmodus worden gebruikt. De vermogenscoëfficiënten gelden zoals in de toestelinformatie vermeld.

Min. debiet verwarmingswater

Het minimale debiet verwarmingswater van de warmtepomp dient in elke bedrijfstoestand van de verwarmingsinstallatie gegarandeerd te zijn. Dit kan bijv. door installatie van een dubbele, differentiedrukloze verdeler worden bereikt. Een drastische daling onder het minimumdebiet kan de warmtepomp volledig verwoesten doordat de plaatwarmtewisselaar in de koelkringloop bevriest.

i OPMERKING

Het gebruik van een overloopventiel is alleen bij vloer- of wandverwarming en een max. debiet verwarmingswater van 1,3 m³/h aan te bevelen. Bij veronachtzaming kunnen er storingen in de installatie ontstaan.

Vorstbeveiliging

Warmtepompen die aan vorst blootstaan, dienen met de hand te worden geleegd (zie afbeelding). Indien de warmtepompmanager en de verwarmings-circulatiepomp bedrijfsklaar zijn, werkt de vorstbeveiliging van de warmtepompmanager. Bij buitenbedrijfstelling van de warmtepomp of bij stroomuitval moet de installatie worden geleegd. Bij warmtepompsystemen waarbij stroomuitval niet herkend kan worden (vakantiehuis), moet de verwarmingskring met een geschikte vorstbeveiliging worden gebruikt.

DIMPLEX LA 35TUR plus - Vorstbeveiliging - 1

7.3 Elektrische aansluiting

De vermogensaansluiting van de warmtepomp wordt via een conventionele 4-aderige kabel aangesloten.

De kabel moet ter plekke beschikbaar worden gesteld en de draaddoorsnede moet conform de vermogenopname van de warmtepomp (zie bijvoegsel toestelinformatie) evenals de betreffende VDE- (EN-) en VNB-voorschriften worden gekozen.

De spanningsvoorziening voor de warmtepomp moet worden voorzien van een alpolige afschakeling met ten minste 3 mm contactopeningsafstand (bv. een hoofdschakelaar van de elektriciteitsmaatschappij) en een 3-polige vermogensschakelaar met één uitschakeling voor alle buitenkabels (uitschakelstroom volgens toestelinformatie). Bij het aansluiten moet het rechtsdraaiende veld van de lastvoeding gegarandeerd worden.

Fasenvolgorde: L1, L2, L3.

OPGELET!

Let op het rechtsdraaiende veld: Bij een verkeerde bedrading wordt het opstarten van de warmtepomp verhinderd. Een desbetreffende aanwijzing wordt in de warmtepompmanager weergegeven (bedrading aanpassen).

De stuurspanning wordt via de warmtepompmanager gevoed.

De stroomvoorziening van de warmtepompmanager met 230 V AC-50 Hz, vindt plaats volgens zijn eigen gebruiksaanwijzing (zekering 16 A).

De stuurlijnen (niet bij de levering inbegrepen) hebben aan beide zijden rechthoekige steekcontacten. Aan het ene einde wordt de stuurlijn met de warmtepompmanager en aan het andere einde met het schakelkastje in de warmtepomp verbonden. De steekaansluitingen op de warmtepomp bevinden zich aan de onderzijde van het schakelkastje.

Als stuurlijn worden twee gescheiden leidingen gebruikt. De ene leiding is voor de 230 V stuurspanning en de andere voor het signaal resp. extra lage spanning bestemd.

Nadere aanwijzingen vindt u in de gebruiksaanwijzing van de warmtepompmanager.

Voor detailinformatie zie bijvoegsel Elektrische schema's.

8 Inbedrijfstelling

8.1 Algemeen

Voor een inbedrijfstelling volgens de voorschriften dient deze door een door de fabriek bevoegde service ( uitgevoerd te worden. Onder bepaalde voorwaarden is daarmee een verlenging van de garantie verbonden. (vgl. garantie).

De inbedrijfstelling dient in de verwarmingsmodus te worden uitgevoerd.

8.2 Voorbereiding

Voorafgaand aan de inbedrijfstelling dienen de volgende punten gecontroleerd te worden:

Alle aansluitingen van de warmtepomp dienen als beschreven in Hoofdstuk7 gemonteerd te zijn.
In de verwarmingskring moeten alle kranen, die de correcte stroming van het verwarmingswater zouden kunnen belemmeren, geopend zijn.
■ De luchtaanzuig-/uitblaasweg moeten vrij worden gehouden.
- De draairichting van de ventilator moet overeenstemmen met de pijlrichting.
De instellingen van de warmtepompmanager moeten overeenkomstig de gebruiksaanwijzing ervan aan de verwarmingsinstallatie zijn aangepast.
■ Het condenswater moet ongehinderd kunnen aflopen.

8.3 Werkwijze

De inbedrijfstelling van de warmtepomp verloopt via de warmtepompmanager. De instellingen moeten volgens de handleiding worden uitgevoerd.

Bij een verwarmingswatertemperatuur van minder dan 7 °C is inbedrijfstelling niet mogelijk. Het water in de buffertank moet met de 2de warmtebron tot minstens 18 °C verwarmd worden.

Vervolgens moet het volgende verloop worden gerespecteerd om de inbedrijfstelling storingsvrij te realiseren:

1) alle verbruikerkringen moeten worden gesloten.
2) Het waterdebiet van de warmtepomp moet gegarandeerd zijn.
3) Kies de bedrijfsmodus "Automatisch" op de manager.
4) In het menu "Speciale functies" moet het programma "Inbedrijfstelling" worden gestart.
5) Wacht tot er een teruglooptemperatuur van minimaal 25 °C bereikt is.
6) Vervolgens worden de afsluitventielen van de verwarmingskringen achtereenvolgens weer langzaam geopend en wel dusdanig dat het debiet verwarmingswater door langzaam openen van de betreffende verwarmingskring constant verhoogd wordt. De temperatuur van het verwarmingswater in de buffertank mag daarbij niet onder de 20 °C zakken, om ontdooien van de warmtepomp te allen tijde mogelijk te maken.
7) Wanneer alle verwarmingskringen volledig zijn geopend en een teruglooptemperatuur van minstens 18 °C aangehouden wordt, is de inbedrijfstelling voltooid.

9 Reiniging / onderhoud

9.1 Onderhoud

Om de lak te beschermen, moet u erop letten dat er geen voorwerpen tegen het toestel aanleunen of erop gelegd worden. De buitendelen van de warmtepomp kunnen met een vochtige doek en met gewone schoonmaakmiddelen schoongemaakt worden.

OPGELET!

Gebruik geen zand-, soda-, zuur- of chloorhoudende schoonmaakmiddelen, omdat deze het oppervlak aantasten.

Om storingen door vuil in de warmtewisselaar van de warmtepomp te voorkomen, moet ervoor worden gezorgd dat er geen vuil in de warmtewisselaar van het verwarmingssysteem kan komen. Indien zich toch bedrijfsstoringen door vervuiling voordoen, moet de installatie schoongemaakt worden zoals hieronder beschreven.

9.2 Reiniging aan de kant van de verwarming

Vooral bij het gebruik van stalen componenten kan zuurstof in de verwarmingswaterkringloop oxidatieproducten (roest) veroorzaken. De roest komt via ventielen, circulatiepompen of kunststof buizen in het verwarmingssysteem terecht. Daarom moet er vooral bij het volledige buizensysteem op een diffusiedichte installatie gelet te worden.

DIMPLEX LA 35TUR plus - Reiniging aan de kant van de verwarming - 1

OPGELET!

Om afzettingen in de condensor van de warmtepomp te voorkomen (bv. roest) wordt aanbevolen, een geschikt systeem als corrosiebescherming te gebruiken. Wij raden daarom aan, diffusie-open verwarmingssystemen van een elektrofysische corrosiebeveiliging te voorzien (bijv. ELYSATOR-systeem).

Ook resten van smeer- en afdichtingsmiddelen kunnen het warme water vervuilen.

Indien de vervuiling zo groot is dat het de prestaties van de condensor in de warmtepomp belemmert, moet een installateur de installatie reinigen.

Volgens de huidige stand van kennis adviseren wij om te reinigen met een fosforzuur van 5% of, indien er vaker moet worden gereinigd, met een mierenzuur van 5%.

In beide gevallen moet de reinigingsvloeistof op kamertemperatuur zijn. Het is raadzaam de warmtewisselaar tegen de normale doorstroomrichting in uit te spoelen.

Om te voorkomen dat zuurhoudend reinigingsmiddel in de kringloop van de verwarmingsinstallatie terechtkomt, raden wij aan het spoelapparaat direct op het vertrek en de terugloop van de condensor van de warmtepomp aan te sluiten.

Daarna moet er met geschikte, neutraliserende middelen nogmaals grondig gespoeld worden, zodat beschadigingen door eventueel in het systeem achtergebleven resten van een reinigingsmiddel worden voorkomen.

De zuren moeten voorzichtig worden gebruikt en de desbetreffende voorschriften moeten in acht genomen worden.

In geval van twijfel moet met de fabrikant van het reinigingsmiddel worden overlegd!

9.3 Reiniging luchtzijde

De verdamper, ventilator en condenswaterafvoer moeten voor het begin van het stookseizoen worden gereinigd (bladeren, twijgen etc. verwijderen).

DIMPLEX LA 35TUR plus - Reiniging luchtzijde - 1

OPGELET!

Alvorens het toestel te openen, dienen alle stroomkringen vrij van spanning te zijn.

Gebruik voor het schoonmaken geen scherpe of harde voorwerpen, om de verdamper en de condenswaterbak niet te beschadigen.

Bij extreme weersomstandigheden (bijv. sneeuwverstuivingen) kan sporadisch ijsvorming aan de aanzuig- en uitblaasroosters ontstaan. Verwijder in dergelijke gevallen ijs en sneeuw bij de aanzuig- en uitblaaszones, om het minimale luchtdebiet te waarborgen.

Om een probleemloze afvloeiing uit de condenswaterbak te waarborgen, moet deze regelmatig gecontroleerd en eventueel gereinigd worden.

Om bij het binnenste van het apparaat te komen, is het mogelijk alle frontplaten eraf te halen. Daarbij dient erop gelet te worden dat de bovenste deksels pas na het verwijderen van het onderste deksel kunnen worden verwijderd.

Daartoe moeten beide vergrendelingen worden geopend. Vervolgens moet het deksel licht naar voren worden gekanteld en er naar boven toe worden uitgelicht.

DIMPLEX LA 35TUR plus - OPGELET! - 1

Openen van het onderste deksel Sluiten van het onderste deksel

De bovenste zijdelingse platen en de platen aan de achterkant zijn in de dekselplaat gehaakt. Voor de demontage worden de twee schroeven losgedraaid en de platen door ze terug te trekken eruit gelicht.

DIMPLEX LA 35TUR plus - OPGELET! - 2

Openen van de zijdelingse en achterste dekselplaten boven
Sluiten van de zijdelingse en achterste dekselplaten boven

De dekselplaten aan ventilatorzijde kunnen na het wegnemen van de twee bovenste platen aan de zijkant gedemonteerd worden. Daartoe moeten de schroeven worden losgedraaid, moet de plaat enigszins naar rechts resp. naar links worden geschoven en vervolgens er naar voren toe worden uitgenomen.

DIMPLEX LA 35TUR plus - OPGELET! - 3

Openen van de bovenste voorste dek- Sluiten van de bovenste voorste dek- sels sels

9.4 Onderhoud

Volgens de verordening (EG) nr. 842/2006 moeten alle koelkringlopen, die een koelmiddelvolume van minstens 3 kg, (bij "hermetisch gesloten" koelkringlopen minstens 6 kg) bevatten, door de operateur jaarlijks op dichtheid gecontroleerd worden.

De lektest moet worden gedocumenteerd en minimaal 5 jaar worden bewaard. De controle moet conform verordening (EG) nr. 1516/2007 door gecertificeerd personeel worden uitgevoerd. Voor de documentatie kan de tabel in het bijvoegsel worden gebruikt.

10 Storingen / storingsdiagnose

Deze warmtepomp is een kwaliteitsproduct dat storingsvrij dient te werken. Als er toch een keer een storing optreedt, wordt dit op het display van de warmtepompmanager weergegeven. Zie hiertoe de pagina Storingen en Storingsdiagnose in de gebruiksaanwijzing van de warmtepompmanager. Wanneer u de storing niet zelf kunt verhelpen, waarschuw dan de bevoegde service.

OPGELET!

Werkzaamheden aan de warmtepomp mogen uitsluitend door een bevoegde en vakkundige service uitgevoerd worden.

11 Buitenbedrijfstelling / verwijdering afvalstoffen

Alvorens de warmtepomp te demonteren, dient de machine spanningsvrij en dienen alle kleppen afgesloten te zijn. Milieurelevante eisen m.b.t. terugwinning, recyclage en afvoer van afvalstoffen en componenten volgens de gebruikelijke normen dienen te worden nageleefd. Dit geldt in het bijzonder voor het vakkundig verwijderen van het koelmiddel en de koelolie.

12 Toestelinformatie

1 Type- en verkoopbenamingLA 35TUR+
2 Bouwvorm
2.1 Uitvoering Reversibel met additionele warmtewisselaar
2.2 Regelaar extern
2.3 Telling warmtehoeveelheid geïntegreerd
2.4 Montageplaats / beschermingsgraad volgens EN 60529 Buiten / IP24
2.5 Vorstbeveiliging condenswaterbak / verwarmingwatermet verwarming / ja ^1
2.6 Vermogensniveaus 2
3 Gebruiksgrenzen
3.1 Verwarmingswater-vertrek / verwarmingwater-terugloop°Ctot 60^2 ± 2 / vanaf 18
Koelwater-vertrek °C+7 ^8 / +9 ^7 tot +20
Lucht (verwarmen) °C -25 tot +40
Lucht (koelen) °C +10 tot +45
4 Vermogensgegevens / debiet ^3
4.1 Verwarmingswaterdebiet / interne drukdifferentie A7/W35/30 m ^3 /h / Pa5,2 / 2900
A7/W45/38m ^3 /h / Pa3,5 / 1400
Minimaal debiet verwarmingwater A7/W55/45m ^3 /h / Pa2,4 / 700
4.2 Warmtevermogen / vermogenscoëfficiënt ^4 5 6 EN 255EN 14511
bij A-7 / W35kW / ---717,8 / 2,917,6 / 2,8
kW / ---810,1 / 3,09,9 / 2,9
bij A2 / W35kW / ---724,2 / 4,023,6 / 3,7
kW / ---814,0 / 4,313,6 / 4,0
bij A7 / W35kW / ---730,2 / 4,5
kW / ---817,3 / 4,8
bij A7 / W55kW / ---727,1 / 2,8
kW / ---815,4 / 3,1
bij A10 / W35kW / ---733,4 / 5,132,6 / 4,9
kW / ---818,3 / 5,317,5 / 5,1
4.3 Minimaal koelwaterdebiet / interne drukdifferentiem ^3 /h / Pa5,2 ^9 / 2900
4.4 Koelvermogen / vermogenscoëfficiënt ^10
bij A27 / W9kW/---727,3 / 3,6
bij A27 / W7kW / ---815,0 / 4,2
bij A27 / W18kW / ---732,0 / 3,9
kW / ---819,1 / 4,9
bij A35 / W9kW/---724,9 / 2,8
bij A35 / W7kW / ---813,6 / 3,3
bij A35 / W18kW / ---729,7 / 3,2
kW / ---817,6 / 4,0
4.5 Gelulidsniveau energie- / geluldsoptimaliseerddB(A)tot 72 / bis 70
4.6 Geluidsdruk op 10 m afstand (ultblaaszljde) ^11 dB(A)tot 43
4.7 Debiet additionele warmtewisselaar / interne drukdifferentiem ^3 /h / Pa2,5 / 9400
4.8 Luchtdebiet (regelbereik EC-ventilator)m ^3 /h5000 - 15000
5 Afmetingen, aansluitingen en gewicht
5.1 Afmetingen toestel zonder aansluitingen H x B x L mm 2100 x 1735 x 980 (750)
5.2 Toestelaansluitingen voor verwarming inch G 1 1/2" binnendraad
5.3 Toestelaansluiting voor additionele warmtewisselaar(benutting afvalwarmte) inchG 1 1/4" buitendraad
5.4 Gewicht transporteenheid/-eenheden incl. verpakking kg 595
5.5 Koelmiddel; totaal vulgewicht type / kg R417A / 22,0
5.6 Smeermiddel; totale capaciteit type / liter Polyolester (POE) / 4,1
6 Elektrische aansluiting
6.1 Voedingsspanning; beveiliging 3~/PE 400V (50Hz) / C25A
6.2 Stuurspanning; zekering- / -
6.3 Aanloopstroom m. softstarter A30
6.4 Nominaal elektriciteitsverbruik A2 W35/ max. opname ^4 7 kW6,4 / 12,4
6.5 Nominale stroom A2 W35 / cos ^7 A / ---11,5 / 0,8
6.6 Max. vermogenopname compressorbeveiliging(per compressor)W70; thermostatisch geregeld
7 Voldoet aan de Europese veiligheidsvoorschriften12
8 Andere kenmerken van de uitvoering
8.1 Type ontdooling (al naar gelang de behoefte)Circuitomkeer
8.2 Hydraulisch vierwegomschakelventiel (extern) ^6 Toebehoren (aanbevolen)
  1. De verwarmingscirculatiepomp en de regelaar van de warmtepomp dienen altijd bedrijfsklaar te zijn.

  2. Zie vermogenscurves; bij luchttemperaturen van -25°C tot 0°C, vertrektemperatuur van 50°C tot 60°C stijgend.

  3. Warmwaterbereiding via additionele warmtewisselaar in de parallelmodus Het vermogen van de afvalwarmte resp. bereikbare boilertemperatuur is afhankelijk van het betreffende werkpunt (temperatuurniveau/vermogensniveau). Als de boilertemperatuur stijgt, daalt het vermogen van de afvalwarmte.

  4. Deze gegevens beschrijven de afmeting en het rendement van de installatie conform EN 14511 (5K bij A7) resp. EN 255 (10K bij A2) zonder wind- en regenkap. Bij economische en energetische berekeningen moet met verdere invloedfactoren rekening gehouden worden, in het bijzonder met ontdooigedrag, bivalentiepunt en regeling. Hierbij betekent bijv. A7/W35: buitenluchttemperatuur 7 en vertrektemperatuur verwarmingswater 35.

  5. De vermelde vermogenscoëfficiënten worden ook bij parallelle warmwaterbereiding via de additionele warmtewisselaar bereikt.

  6. De aangegeven waarden gelden bij gebruik van de optioneel verkrijgbare hydraulische vierwegomschakelventiel (handleiding toebehoren in acht nemen). Zonder gebruik van het vierwegomschakelventiel reduceert het warmtevermogen zich met ca. 10%, de vermogenscoëfficiënten met ca. 12%.

  7. Werking met 2 compressoren

  8. Werking met 1 compressor

  9. Levert in de werking met 2 compressoren bij A35/W18 een koelwatertemperatuurverschil van 5K ± 1K. Vereist om de benutting van de afvalwarmte in de koelmodus veilig te stellen.

  10. In de koelmodus en bij benutting van afvalwarmte via de additionele warmtewisselaar worden duidelijk hogere vermogenscoëfficiënten bereikt.

  11. Het aangegeven geluidsdrukniveau komt overeen met het bedrijfsgeluid van de warmtepomp in de verwarmingsmodus bij 35°C vertrektemperatuur.

12.z. CE-conformiteitsverklaring

Bijvoegsel

1 Afmetingen....A-II

1.1 Afmetingen....A-II

2 Diagrammen....A-III

2.1 Curves verwarmingsmodus ......A-III
2.2 Curves koelmodus....A-IV

3 Elektrische schema's....A-V

3.1 Sturing ......A-V
3.2 Vermogen....A-VI
3.3 Aansluitschema ....A-VII
3.4 Legende....A-VIII

4 Hydraulische basisschema's A-IX

4.1 Mono-energetische installatie verwarmen en koelen en warm water....A-IX
4.2 Mono-energetische installatie met vierwegventiel verwarmen en koelen en warm water ......A-X
4.3 Mono-energetische installatie verwarmen en koelen en warm water en zwembad......A-XI
4.4 Mono-energetische installatie met vierwegventiel verwarmen en koelen en warm water en zwembad ....A-XII
4.5 Legende....A-XIII

5 Conformiteitsverklaring....A-XIV

6 Onderhoudswerkzaamheden....A-XV

1 Afmetingen

1.1 Afmetingen
DIMPLEX LA 35TUR plus - Afmetingen - 1
Legende - optie zijdelingse aansluitingen
⑤ Bereik doorvoeringen condienstwaterafvoer ⑥ Bereik doorvoeringen stroomkabels
① Terugloop verwarming Ingang in de WP 1 ½ binnendraad ② Vertrek verwarming Uitgang uit WP 1 ½ binnendraad ③ Terugloop warm water Ingang uit warmtepom 1 ½ buitendraad ④ Vertrek warm water Uitgang uit warmtepom 1 ½ buitendraad ⑦ Bereik doorvoeringen condenswaleralvoer, stroomkabels

2 Diagrammen

2.1 Curves verwarmingsmodus
DIMPLEX LA 35TUR plus - Diagrammen - 1

line | Temperature in °C | Verwarmingvermögen in [kW] (35/5,2) | Verwarmingvermögen in [kW] (45/3,5) | Verwarmingvermögen in [kW] (55/2,4) | Verwarmingvermögen in [kW] (60/2,4) | | ------------------ | ----------------------------------- | ----------------------------------- | ----------------------------------- | ----------------------------------- | | -20 | ~12 | ~11 | ~10 | ~9 | | 0 | ~14 | ~13 | ~12 | ~11 | | 10 | ~16 | ~15 | ~14 | ~13 | | 20 | ~18 | ~17 | ~16 | ~15 | | 30 | ~20 | ~19 | ~18 | ~17 | | 40 | ~22 | ~21 | ~20 | ~19 | | 50 | ~25 | ~24 | ~23 | ~22 | | 60 | ~28 | ~27 | ~26 | ~25 | | 70 | ~30 | ~29 | ~28 | ~27 | | 80 | ~32 | ~31 | ~30 | ~29 | | 90 | ~34 | ~33 | ~32 | ~31 | | 100 | ~36 | ~35 | ~34 | ~33 | | 110 | ~38 | ~37 | ~36 | ~35 | | 120 | ~40 | ~39 | ~38 | ~37 | | 130 | ~42 | ~41 | ~40 | ~39 | | 140 | ~44 | ~43 | ~42 | ~41 | | 150 | ~46 | ~45 | ~44 | ~43 | | 160 | ~48 | ~47 | ~46 | ~45 | | 170 | ~50 | ~49 | ~48 | ~47 | | 180 | ~52 | ~51 | ~50 | ~49 | | 190 | ~54 | ~53 | ~52 | ~51 | | 200 | ~56 | ~55 | ~54 | ~53 | The chart displays a line graph with multiple lines representing different configurations. The x-axis represents 'Temperature in °C' and the y-axis represents 'Verwarmingvermögen in [kW]' for each configuration. The legend indicates that the line color corresponds to the specific ratio of the code used. The chart is saved as a PNG file named 'Temperatuur wateruitlaat / verwarmingswaterdebiet'.

DIMPLEX LA 35TUR plus - Diagrammen - 2

line | Temperatuur luchtinlaat in [°C] | Verbruik in [kW] (incl. aandeel pompvermögen) | | ------------------------------- | --------------------------------------------- | | -2 | 8 | | 0 | 10 | | 1 | 11 | | 0 | 12 | | 0 | 13 |

DIMPLEX LA 35TUR plus - Diagrammen - 3

line | Verwarmingwaterdebiet in [m³/h] | Drukverlies in [Pa] | | ------------------------------ | ------------------- | | 0 | 0 | | 1 | 500 | | 2 | 1000 | | 3 | 1500 | | 4 | 2500 | | 5 | 3500 | | 6 | 4500 | | 7 | 5500 | | 8 | 6500 |

DIMPLEX LA 35TUR plus - Diagrammen - 4

line | Temperature luchtinlaat in [°C] | Vermogenscoefficient (incl. aandeel pompvermögen) | | ------------------------------- | ------------------------------------------------- | | -2 | 1.5 | | -1 | 2.5 | | 0 | 3.5 | | 1 | 4.5 | | 2 | 5.5 | | 3 | 6.5 | | 4 | 7.5 | | 5 | 8.0 | | 6 | 8.5 |

DIMPLEX LA 35TUR plus - Diagrammen - 5

line | Debiets addedionelle warmtewisselaar in [m³/m] | Drukverlies in [Pa] | | ---------------------------------------------- | ------------------- | | 0 | 0 | | 1 | 2000 | | 2 | 4000 | | 3 | 6000 | | 4 | 8000 | | 5 | 10000 | | 6 | 12000 |

2.2 Curves koelmodus
DIMPLEX LA 35TUR plus - Diagrammen - 6

line | Temperature luchtinlaat [°C] | Werking met 1 compressor | Werking met 2 compressoren | Voorwaarden | | --------------------------- | ------------------------ | ------------------------- | ----------- | | 5 | 18 | 31 | 5.2 | | 5 | 14 | 26 | 5.2 | | 5 | 10 | 21 | 5.2 |

DIMPLEX LA 35TUR plus - Diagrammen - 7

line | Temperatuur luchtinlaat in [°C] | Verbruik in [kW] (incl. aandeel pompvermögen) | | ------------------------------ | --------------------------------------------- | | 5 | 5.5 | | 1 | 6.0 | | 0 | 6.5 | | 1 | 7.0 | | 2 | 7.5 | | 0 | 8.0 | | 2 | 8.5 | | 5 | 9.0 | | 3 | 9.5 | | 0 | 10.0 | | 3 | 10.5 |

DIMPLEX LA 35TUR plus - Diagrammen - 8

line | Koelwaterdebiet in [m³/h] | Drukverlies in [Pa] | | ------------------------ | ------------------- | | 0 | 0 | | 1 | ~200 | | 2 | ~500 | | 3 | ~1000 | | 4 | ~1500 | | 5 | ~2000 | | 6 | ~3000 | | 7 | ~4500 | | 8 | ~6500 |

DIMPLEX LA 35TUR plus - Diagrammen - 9

line | Temperatuur luchtinlaat in [°C] | Vermogenscoëfficiënt (incl. aandeel pompvermögen) | | ------------------------------ | ----------------------------------------------- | | 5 | 7 | | 1 | 6 | | 0 | 5 | | 1 | 4.5 | | 2 | 4 | | 3 | 3.5 | | 0 | 2.5 |

DIMPLEX LA 35TUR plus - Diagrammen - 10

line | Debiets addedionelle warmtewisselaar in [m³/h] | Drukverlies in [Pa] | | ---------------------------------------------- | ------------------- | | 0 | 0 | | 4 | ~500 | | 15 | ~2000 | | 2 | ~6000 | | 2 | ~12000 |

F4 Hogedrukpressostaat

F5 Lagedrukpressostaat

F7 Thermostaat heetgasbewaking

F12 Storing N7

F13 Storing N8

F20 Thermostaat schakelkastje

F23 Storing ventilator

K1 Veiligheidsschakelaar compressor 1

K2 Lastrelais ventilator

K3 Veiligheidsschakelaar compressor 2

M1 Compressor 1

M2 Ventilator

M3 Compressor 2

M6 Schakelkastventilator

N1 Warmtepompmanager

R18 Voeler voor heet gas

R25 Druksensor koelkringloop - lage druk (p0)

R26 Druksensor koelkringloop - hoge druk (pc)

W1 Verbindingsleiding warmtepompmanager - manager 230V

W2 Verbindingsleiding warmtepomp - manager <25V

X1 Klemmenstrook: lastvoeding

X2 Klemmenstrook: interne bedrading = 230V

X3 Klemmenstrook: interne bedrading < 25V

X6 Klemmenstrook: oliebakverwarming

X12 Steekcontact: verbindingsleiding

Warmtepomp - manager = 230V

X13.1 Steekcontact: verbindingsleiding

Warmtepomp - manager < 25V

X13.2 Steekcontact: verbindingsleiding

Warmtepomp - manager < 25V

Y1 Vierwegomschakelventiel

# Kabelkern-nr.

Klaar bedraad

Kan desgewenst door de klant worden aangesloten

4 Hydraulische basisschema's

4.1 Mono-energetische installatie verwarmen en koelen en warm water

DIMPLEX LA 35TUR plus - Mono-energetische installatie verwarmen en koelen en warm water - 1

flowchart
graph TD
    A["R1 (X3-R1)"] --> B["M14 (X2-M14)"]
    B --> C["SMF"]
    C --> D["X2-M16 (X3-R2.1)"]
    D --> E["M8 (X2-M18)"]
    E --> F["X2-M18"]
    F --> G["SMF"]
    G --> H["X2-M16 (X2-M16)"]
    H --> I["SMF"]
    I --> J["X2-M16 (X2-M14)"]
    J --> K["SMF"]
    K --> L["X2-M16 (X2-M18)"]
    L --> M["SMF"]
    M --> N["X2-M16 (X3-R3)"]
    N --> O["K20 (N1-N04)"]
    O --> P["E10.1"]
    P --> Q["SMF"]
    Q --> R["X2-M16 (X3-R3)"]
    R --> S["K21 (X2-K21)"]
    S --> T["SMF"]
    T --> U["A (45231224)"]
    U --> V["S"]
    V --> W["SMF"]
    W --> X["A (45231224)"]
    X --> Y["S"]
    Y --> Z["A (45231224)"]
    Z --> AA["S"]
    AA --> AB["A (45231224)"]
    AB --> AC["S"]
    AC --> AD["A (45231224)"]
    AD --> AE["S"]
    AE --> AF["A (45231224)"]
    AF --> AG["S"]
    AG --> AH["A (45231224)"]
    AH --> AI["S"]
    AI --> AJ["A (45231224)"]
    AJ --> AK["S"]
    AK --> AL["A (45231224)"]
    AL --> AM["S"]
    AM --> AN["A (45231224)"]
    AN --> AO["S"]
    AO --> AP["A (45231224)"]
    AP --> AQ["S"]
    AQ --> AR["A (45231224)"]
    AR --> AS["S"]
    AS --> AT["A (45231224)"]
    AT --> AU["S"]
    AU --> AV["A (45231224)"]
    AV --> AW["S"]
    AW --> AX["A (45231224)"]
    AX --> AY["S"]
    AY --> AZ["A (45231224)"]
    AZ --> BA["S"]
    BA --> BB["A (45231224)"]
    BB --> BC["S"]
    BC --> BD["A (45231224)"]
    BD --> BE["S"]
    BE --> BF["A (45231224)"]
    BF --> BG["S"]
    BG --> BH["A (45231224)"]
    BH --> BI["S"]
    BI --> BJ["A (45231224)"]
    BJ --> BK["S"]
    BK --> BL["A (45231224)"]
    BL --> BM["S"]
    BM --> BN["A (45231224)"]
    BN --> BO["S"]
    BO --> BP["A (45231224)"]
    BP --> BQ["S"]
    BQ --> BR["A (45231224)"]
    BR --> BS["S"]
    BS --> BT["A (45231224)"]
    BT --> BU["S"]
    BU --> BV["A (45231224)"]
    BV --> BW["S"]
    BW --> BX["A (45231224)"]
    BX --> BY["S"]
    BY --> BZ["A (45231224)"]
    BZ --> CA["S"]
    CA --> CB["A (45231224)"]
    CB --> CC["S"]
    CC --> CD["A (45231224)"]
    CD --> CE["S"]
    CE --> CF["A (45231224)"]
    CF --> CG["S"]
    CG --> CH["A (45231224)"]
    CH --> CI["S"]
    CI --> CJ["A (45231224)"]
    CJ --> CK["S"]
    CK --> CL["A (45231224)"]
    CL --> CM["S"]
    CM --> CN["A (45231224)"]
    CN --> CO["S"]
    CO --> CP["A (45231224)"]
    CP --> CQ["S"]
    CQ --> CR["A (45231224)"]
    CR --> CS["S"]
    CS --> CT["A (45231224)"]
    CT --> CU["S"]
    CU --> CV["A (45231224)"]
    CV --> CW["S"]
    CW --> CX["A (45231224)"]
    CX --> CY["S"]
    CY --> CZ["A (45231224)"]
    CZ --> DA["S"]

4.2 Mono-energetische installatie met vierwegventiel verwarmen en koelen en warm water

DIMPLEX LA 35TUR plus - Mono-energetische installatie met vierwegventiel verwarmen en koelen en warm water - 1

flowchart
graph TD
    A["Input Source"] --> B["R1 (X3-R7)"]
    B --> C["M14 (X2-M14)"]
    C --> D["Resistor"]
    D --> E["M18 (X2-M18)"]
    E --> F["Resistor"]
    F --> G["SMF"]
    G --> H["Y12 (M17.2-N02+NC2)"]
    H --> I["Resistor"]
    I --> J["Output A"]
    H --> K["Output B"]
    H --> L["Output C"]
    H --> M["Output D"]
    H --> N["Output E"]
    H --> O["Output F"]
    H --> P["Output G"]
    H --> Q["Output H"]
    H --> R["Output I"]
    H --> S["Output J"]
    H --> T["Output K"]
    H --> U["Output L"]
    H --> V["Output M"]
    H --> W["Output N"]
    H --> X["Output O"]
    H --> Y["Output P"]
    H --> Z["Output Q"]
    H --> AA["Output R"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333
    style C fill:#cfc,stroke:#333
    style D fill:#fcc,stroke:#333
    style E fill:#cff,stroke:#333
    style F fill:#ffc,stroke:#333
    style G fill:#cfc,stroke:#333
    style H fill:#fcc,stroke:#333
    style I fill:#ffc,stroke:#333
    style J fill:#cfc,stroke:#333
    style K fill:#fcc,stroke:#333
    style L fill:#cfc,stroke:#333
    style M fill:#cfc,stroke:#333
    style N fill:#cfc,stroke:#333
    style O fill:#cfc,stroke:#333
    style P fill:#cfc,stroke:#333
    style Q fill:#cfc,stroke:#333
    style R fill:#fcc,stroke:#333
    style S fill:#cfc,stroke:#333
    style T fill:#cfc,stroke:#333
    style U fill:#cfc,stroke:#333
    style V fill:#cfc,stroke:#333

4.3 Mono-energetische installatie verwarmen en koelen en warm water en zwembad

DIMPLEX LA 35TUR plus - Mono-energetische installatie verwarmen en koelen en warm water en zwembad - 1

flowchart
graph TD
    A["R1 (X3-R1)"] --> B["5"]
    B --> C["R20 (N172-B4)"]
    C --> D["M18 (X2-M18)"]
    D --> E["M19 (N1-N016)"]
    E --> F["M20 (X2-M16)"]
    F --> G["M21 (X3-R13)"]
    G --> H["R21 (X3-R2.1)"]
    H --> I["M16 (X2-M16)"]
    I --> J["SMF"]
    J --> K["A"] 45233325
    K --> L["E101"]
    L --> M["K20 (N1-N04)"]
    M --> N["3"]
    N --> O["K20"]
    O --> P["E101"]
    P --> Q["R3 (X3-R3)"]
    Q --> R["E9"]
    R --> S["K21"]
    S --> T["(X2-K21)"]
    T --> U["R3"]
    U --> V["4"]
    V --> W["SMF"]
    W --> X["A"]
    X --> Y["45233325"]
    Y --> Z["E9"]
    Z --> AA["K21"]
    AA --> AB["(X2-K21)"]
    AB --> AC["R3"]
    AC --> AD["4"]

4.4 Mono-energetische installatie met vierwegventiel verwarmen en koelen en warm water en zwembad

DIMPLEX LA 35TUR plus - Mono-energetische installatie met vierwegventiel verwarmen en koelen en warm water en zwembad - 1

flowchart
graph TD
    A["3"] --> B["E10.1"]
    B --> C["K20 (N1-N04)"]
    C --> D["M21 (N1-N07/N08)"]
    D --> E["M15 (N1-N011)"]
    E --> F["M22 (N1-N012/N013)"]
    F --> G["M15 (N1-N011)"]
    G --> H["M14 (X2-M14)"]
    H --> I["R2.1 (X3-R2.1)"]
    I --> J["M16 (X2-M16)"]
    J --> K["SMF"]
    K --> L["Y12 (N17.2-N02+NC2)"]
    L --> M["(A)"]
    M --> N["(B)"]
    N --> O["(C)"]
    O --> P["(A)"]
    P --> Q["(B)"]
    Q --> R["44233325"]
    R --> S["4"]
    S --> T["R3 (X3-R3)"]
    T --> U["E9"]
    U --> V["(X2-K21)"]
    V --> W["K21"]
    W --> X["(X2-R1)"]
    X --> Y["R1 (X3-R1)"]
    Y --> Z["R20 (N17.2-B4)"]
    Z --> AA["5"]
    AA --> AB["R5 (X3-R5)"]
    AB --> AC["M21 (N1-N07/N08)"]
    AC --> AD["M15 (N1-N011)"]
    AD --> AE["M22 (N1-N012/N013)"]
    AE --> AF["M15 (N1-N011)"]
    AF --> AG["M14 (X2-M14)"]
    AG --> AH["R2.1 (X3-R2.1)"]
    AH --> AI["M16 (X2-M16)"]
    AI --> AJ["M19 (N1-N016)"]
    AJ --> AK["M18 (X2-M18)"]
    AK --> AL["4"]
    AL --> AM["R3 (X3-R3)"]
    AM --> AN["E9"]
    AN --> AO["(X2-K21)"]

4.5 Legende

DIMPLEX LA 35TUR plus - Legende - 1

Afsluiter

DIMPLEX LA 35TUR plus - Legende - 2

Overstroomventiel

DIMPLEX LA 35TUR plus - Legende - 3

Veiligheidsklepcombinatie

DIMPLEX LA 35TUR plus - Legende - 4

Circulatiepomp

DIMPLEX LA 35TUR plus - Legende - 5

Expansievat

DIMPLEX LA 35TUR plus - Legende - 6

Door kamertemperatuur gestuurd ventiel

DIMPLEX LA 35TUR plus - Legende - 7

Afsluiter met terugslagklep

DIMPLEX LA 35TUR plus - Legende - 8

Afsluiter met waterafvoer

DIMPLEX LA 35TUR plus - Legende - 9

Warmteverbruiker

DIMPLEX LA 35TUR plus - Legende - 10

Vier-weg-omschakelventiel

DIMPLEX LA 35TUR plus - Legende - 11

Temperatuurvoeler

DIMPLEX LA 35TUR plus - Legende - 12

Flexibele aansluitslang

DIMPLEX LA 35TUR plus - Legende - 13

Terugslagklep

DIMPLEX LA 35TUR plus - Legende - 14

Driewegmenger

DIMPLEX LA 35TUR plus - Legende - 15

Lucht/water-warmtepomp reversibel

DIMPLEX LA 35TUR plus - Legende - 16

Warmtepompmanager

DIMPLEX LA 35TUR plus - Legende - 17

Seriebuffervat

DIMPLEX LA 35TUR plus - Legende - 18

Warmwaterboiler

E9 Flensverwarming warm water

E10.1 Dompelweerstand

K20 Veiligheidsschakelaar 2de warmtebron

K21 Veiligheidsschakelaar flensverwarming

M13 Verwarmingscirculatiepomp hoofdkring

M14 Verwarmingscirculatiepomp 1ste verwarmingskring

M15 Verwarmingscirculatiepomp 2de verwarmingskring

M18 Warmwaterlaadpomp

M19 Zwembadwatercirculatiepomp

M21 Menger hoofdkring of 3de verwarmingskring

M22 Menger 2de verwarmingskring

N1 Warmtepompmanager

N3 Airconditioningsstation 1

N4 Airconditioningsstation 2

N17.1 Module: koeling algemeen

N17.2 Module: koeling actief

R1 Buitenwandvoeler

R2,1 Extra terugloopvoeler

R3 Warmwatervoeler

R5 Temperatuurvoeler 2de verwarmingskring

R13 Voeler 3de verwarmingskring / voeler hernieuwbaar

R20 Zwembadvoeler

Y12 Vierwegomschakelventiel

5 Conformiteitsverklaring

CE

EG - conformiteitsverklaring EC Declaration of Conformity Déclaration de conformité CE

De ondergetekende Glen Dimplex Deutschland GmbH

bevestigt hiermee dat het (de) hieronder vermelde apparaat/apparaten aan de hieronder vermelde geldende EG-richtlijnen voldoet/voldoen. Bij elke verandering van het (de) apparaat/apparaten verliest deze verklaring haar geldigheid.

Laagspanningsrichtlijn 2006/96/EG

EMV-richtlijn 2004/108/EG

Drukapparatuurrichtlijn 97/23/EG

EC Directives

Conformiteitsbeoordelingsprocedure conform drukapparatuurrichtlijn:

Module A1

De EG-conformiteitsverklaring is verstrekt.

6 Onderhoudswerkzaamheden

Telefoonnummer: ____

Koelkringloop: Soort koelmiddel:

Inhoud in kg: ____

Hermetisch gesloten: ja nee

DIMPLEX LA 35TUR plus - Onderhoudswerkzaamheden - 1

De volgende onderhoudswerkzaamheden en lektests werden uitgevoerd conform verordening (EG) nr. 842/2006:

Datumafgetapt / aangevuldNaam van het vakbedrijf:Handtekening van de controleur
Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : DIMPLEX

Model : LA 35TUR plus

Categorie : Waterpomp