BARTSCHER 115059 - Elektrische oven

115059 - Elektrische oven BARTSCHER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 115059 BARTSCHER in PDF-formaat.

📄 40 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice BARTSCHER 115059 - page 36
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL

Gebruikersvragen over 115059 BARTSCHER

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Elektrische oven in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 115059 - BARTSCHER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 115059 van het merk BARTSCHER.

GEBRUIKSAANWIJZING 115059 BARTSCHER

  • Het plaatje met de gegevens van het apparaat zit aan de binnenkant van het bedieningspaneel.
  • Het model en het serienummer van het apparaat staan ook vermeld op de labels onder het merk en op de verpakking. 2 ALGEMENE AANWIJZINGEN De fabrikant van het apparaat kan niet verantwoordelijk worden geacht voor eventuele schade die veroorzaakt wordt door het niet naleven van de hieronder vermelde verplichtingen.

AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATEUR

  • Lees deze handleiding aandachtig, want zij levert belangrijke informatie over de veiligheid bij de installatie, het gebruik en het onderhoud van het apparaat.
  • De installatie, aanpassing aan een ander gastype en het on- derhoud van het apparaat moeten worden uitgevoerd door gekwalifi ceerd personeel dat hiertoe geautoriseerd is door de fabrikant, in overeenstemming met de geldende veili- gheidsvoorschriften en de instructies in deze handleiding.
  • Stel het model van het apparaat vast. Het model wordt aan- gegeven op de verpakking en op het gegevensplaatje van het apparaat.
  • Installeer het apparaat alleen in vertrekken met voldoende ventilatie.
  • Dek de luchtinlaat- en uitlaatopeningen van het apparaat niet af.
  • Maak de onderdelen van het apparaat niet onklaar.

AANWIJZINGEN VOOR DE GEBRUIKER

  • Lees deze handleiding aandachtig, want zij levert belangrijke informatie over de veiligheid bij de installatie, het gebruik en het onderhoud van het apparaat.
  • Bewaar deze handleiding op een veilige, bekende plaats, om haar altijd te kunnen raadplegen zolang het apparaat mee- gaat.
  • De installatie, aanpassing aan een ander gastype en het on- derhoud van het apparaat moeten worden uitgevoerd door gekwalifi ceerd personeel dat hiertoe geautoriseerd is door de fabrikant, in overeenstemming met de geldende veili- gheidsvoorschriften en de instructies in deze handleiding.
  • Maak voor assistentie uitsluitend gebruik van door de fabri- kant erkende technische centra, en sta op het gebruik van originele vervangingsonderdelen.
  • Laat minstens tweemaal per jaar onderhoud plegen op het apparaat. Geadviseerd wordt om een onderhoudscontract af te sluiten.
  • Het apparaat is bestemd voor professioneel gebruik en moet worden bediend door opgeleide personen.
  • Het apparaat is bestemd voor het bereiden van voedsel in overeenstemming met de gebruiksaanwijzingen. Ieder ander gebruik is oneigenlijk.
  • Laat het apparaat niet gedurende lange periodes leeg werken. Voor het gebruik moet het apparaat worden voor- verwarmd.
  • Houd het apparaat tijdens de werking in het oog.
  • In het geval van een storing of een defect in het apparaat moet de gaskraan worden dichtgedraaid en/of moet de ho- ofdschakelaar van de elektrische voeding, die bovenstrooms van het apparaat geplaatst is, worden uitgeschakeld.
  • Voer de reiniging uit volgens de instructies in het hoofdstuk “INSTRUCTIES VOOR DE REINIGING".
  • Houd geen ontvlambare materialen in de buurt van het appa- raat. BRANDGEVAAR.
  • De kinderen zouden moeten worden gecontroleerd om ervo- or te zorgen dat zij niet met het toestel spelen.
  • Dit toestel is niet voorgenomen voor gebruik door personen (met inbegrip van kinderen) met verminderde fysieke, sen- sorische of geestelijke mogelijkheden, of onervarenheid en kennis, tenzij zij supervisie of instructie betreffende gebruik van het toestel door een persoon verantwoordelijk voor hun veiligheid zijn gegeven.
  • Dek de luchtinlaat- en uitlaatopeningen van het apparaat niet af.
  • Maak de onderdelen van het apparaat niet onklaar.

AANWIJZINGEN VOOR DE ONDERHOUDSMONTEUR

  • Lees deze handleiding aandachtig, want zij levert belangrijke informatie over de veiligheid bij de installatie, het gebruik en het onderhoud van het apparaat.
  • De installatie, aanpassing aan een ander gastype en het on- derhoud van het apparaat moeten worden uitgevoerd door gekwalifi ceerd personeel dat hiertoe geautoriseerd is door de fabrikant, in overeenstemming met de geldende veili- gheidsvoorschriften en de instructies in deze handleiding.
  • Stel het model van het apparaat vast. Het model wordt aan- gegeven op de verpakking en op het gegevensplaatje van het apparaat.
  • Installeer het apparaat alleen in vertrekken met voldoende ventilatie.
  • Dek de luchtinlaat- en uitlaatopeningen van het apparaat niet af.
  • Maak de onderdelen van het apparaat niet onklaar.

AANWIJZINGEN VOOR DE REINIGING

  • Maak de gesatineerde buitenkant van roestvrij staal, het op- pervlak van de bereidingsbakken en het oppervlak van de kookplaten iedere dag schoon.
  • Laat de inwendige delen van het apparaat minstens tweema- al per jaar schoonmaken door een geautoriseerd technicus.
  • Reinig het apparaat niet met directe waterstralen of stralen met hoge druk.
  • Gebruik geen bijtende producten om de vloer onder het ap- paraat schoon te maken.

3 VEILIGHEIDS- EN CONTROLEVOORZIENINGEN

  • De stralingselementen zijn voorzien van eentemperatuurbe- grenzer, die ingrijpt door deelektrische voeding naar de weer- standen teonderbreken wanneer de temperatuur deingestel- de maximumgrens overschrijdt.

3.1 ELEKTRISCHE OVEN

VEILIGHEIDSTHERMOSTAAT De fabrikant van het apparaat kan niet verantwoordelijk worden geacht voor eventuele schade die veroorzaakt wordt door het niet naleven van de hieronder vermelde verplichtingen.

  • Het apparaat is voorzien van een handmatig terug te stellen veiligheidsthermostaat die de verwarming uitschakelt wan- neer de bedrijfstemperatuur boven de maximaal toegestane temperatuur stijgt.
  • Om de werking van het apparaat te hervatten moet de re- setknop van de thermostaat worden ingedrukt. Dit mag al-36 leen worden gedaan door een gekwalifi ceerd, geautoriseerd technicus. 4 AFVOER VAN DE VERPAKKING EN HET APPARAAT ALS AFVAL

De verpakking is gemaakt van milieuvriendelijke materialen. De onderdelen van recyclebaar kunststof zijn:

  • de transparante afdekking, de zakjes van de instructie- handleiding en van de inspuiters (van polyethyleen - PE).
  • de spansluitstrips (van polypropyleen – PP).

Het apparaat bestaat voor meer dan 90% van zijn gewicht uit recyclebare metalen materialen (roestvrij staal, gealumineerd staal, koper... ). Het apparaat moet worden afgevoerd in overeenstemming met de geldende voorschriften.

  • Niet achterlaten in het milieu.
  • Maak het apparaat onbruikbaar voordat het wordt afgevoerd.

INSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATIE

AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATEUR

De fabrikant van het apparaat kan niet verantwoordelijk worden geacht voor eventuele schade die veroorzaakt wordt door het niet naleven van de hieronder vermelde verplichtingen.

  • Lees deze handleiding aandachtig, want zij levert belangrijke informatie over de veiligheid bij de installatie, het gebruik en het onderhoud van het apparaat.
  • De installatie, aanpassing aan een ander gastype en het on- derhoud van het apparaat moeten worden uitgevoerd door gekwalifi ceerd personeel dat hiertoe geautoriseerd is door de fabrikant, in overeenstemming met de geldende veili- gheidsvoorschriften en de instructies in deze handleiding.
  • Stel het model van het apparaat vast. Het model wordt aan- gegeven op de verpakking en op het gegevensplaatje van het apparaat.
  • Installeer het apparaat alleen in vertrekken met voldoende ventilatie.
  • Dek de luchtinlaat- en uitlaatopeningen van het apparaat niet af.
  • Maak de onderdelen van het apparaat niet onklaar. Apparatuuruit de serie DROP-IN (inbouw)
  • Voer de installatie strikt volgens devoorschriften van de in de appendix bijgevoegde schema’s uit.
  • Verricht de installatie uitsluitend op metalen meubels (geen hout en/of andere brandbarematerialen).
  • Let op de route van de voedingskabel: de doorgangen mo- gen geen scherpe randen en/of snijdende bramen vertonen. Bovendien mag de kabel op geen enkel punt warmer worden dan 50°C boven de omgevingstemperatuur.

5 TOEPASSELIJKE NORMEN EN WETTEN

Installeer het apparaat overeenkomstig de geldende veili- gheidsnormen. De installatie en de aansluiting van de apparatuur moet worde- nuitgevoerd overeenkomstig de geldende normen. Installeer het apparaat overeenkomstig de norm EN1717 en de nationale geldende reglementen inzake water. 6 UITPAKKEN Controleer de conditie van de verpakking. Als deze zichtbaar beschadigd is, moet de expediteur worden gevraagd om een inspectie van de goederen.

  • Verwijder de verpakking
  • Verwijder de folie die de buitenpanelen beschermt. Verwijder de eventueel achtergebleven lijm met een geschikt oplosmid- del. 7 PLAATSING
  • De afmetingen van het ruimtebeslag van het apparaat en de positie van de aansluitingen worden aangegeven in het in- stallatieschema aan het begin van deze handleiding.
  • Het apparaat kan afzonderlijk of in combinatie met andere apparaten van dezelfde serie worden geïnstalleerd.
  • Het apparaat is niet geschikt voor inbouw.
  • Plaats het apparaat op minstens 10 cm van de wanden eromheen. Deze afstand mag kleiner zijn als de wanden onbrandbaar of thermisch geïsoleerd zijn.

7.1 MONTAGE VAN HET APPARAAT OP EEN BASIS

Volg de instructies die worden gegeven bij het gebruikte type ondersteuning.

7.2 VERBINDING VAN APPARATEN

  • Zet de apparaten tegen elkaar en zet hen waterpas zodat de werkbladen op elkaar aansluiten.
  • Verbind de apparaten met elkaar met behulpvan speciale verbindingsprofi elen enafdeklijsten (die op aanvraag lever- baar zijn) 8 VERBINDINGEN De positie en de afmeting van de aansluitingen worden vermeld in het installatieschema aan het begin van deze handleiding.

8.1 VERBINDING MET HET ELEKTRICITEITSNET

Controleer of het apparaat geschikt is om te werken met de spanning en de frequentie waarmee het zal worden gevoed. Controleer dit aan de hand van de gegevens van het type- plaatje van het apparaat.

  • Installeer vóór het apparaat, op een gemakkelijk toegankelij- ke plaats, een meerpolige schakelaar met een geschikt ver- mogen, met een opening tussen de contacten van minstens 3 mm en een uiterst gevoelige beveiliging. De maximale lekstroom van het apparaat bedraagt 1 mA/kW.
  • Gebruik een buigzame voedingskabel met rubberen isolatie, met eigenschappen van minstens het type H05 RN-F.
  • Sluit de voedingskabel aan op het klemmenbord, zoals aan- gegeven in het schakelschema dat bij het apparaat geleverd is.
  • Zet de voedingskabel vast met de kabelklem.
  • Bescherm de voedingskabel buiten het apparaat met een buis van metaal of hard plastic.

8.2 AARDING EN EQUIPOTENTIAALVERBINDING

Verbind elektrische apparaten met een deugdelijke aardingslei- ding. Sluit de aardgeleider aan op de klem met het symbo-

dat naast het ingangsklemmenbord van de lijn zit. Verbind de metalen structuur van het elektrische apparaat met een equipotentiaal knooppunt. Sluit de geleider aan op de klem met het symbool die op de buitenkant van de bodem zit.37

8.3 VERBINDING MET DE WATERLEIDING

Voed het apparaat met drinkwater. De voedingsdruk van het water moet tussen 150 kPa en 300 kPa liggen. Gebruik een drukverlager als de voedingsdruk hoger is dan de aangegeven maximumdruk.

  • Installeer bovenstrooms van het apparaat, op een gemakke- lijk te bereiken plaats, een mechanisch fi lter en een afslu- itkraan.
  • Tap eventuele ijzerdeeltjes af uit de aansluitleidingen alvo- rens het fi lter en het apparaat te verbinden.
  • Maak de niet verbonden aansluitpunten dicht met een goed sluitende dop.
  • Controleer na de aansluiting of er geen lekken zijn op de ver- bindingspunten.

8.4 VERBINDING MET DE WATERAFVOERPUNTEN

De afvoerleidingen moeten worden gerealiseerd met materia- len die bestand zijn tegen een temperatuur van 100 °C. De onderkant van het apparaat mag niet worden geraakt door de damp die veroorzaakt wordt door de afvoer van heet water. 9 INBEDRIJFSTELLING Zie het hoofdstuk “INSTRUCTIES VOOR HET ONDERHOUD".

INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIK

AANWIJZINGEN VOOR DE GEBRUIKER

De fabrikant van het apparaat kan niet verantwoordelijk worden geacht voor eventuele schade die veroorzaakt wordt door het niet naleven van de hieronder vermelde verplichtingen.

  • Lees deze handleiding aandachtig, want zij levert belangrijke informatie over de veiligheid bij de installatie, het gebruik en het onderhoud van het apparaat.
  • Bewaar deze handleiding op een veilige, bekende plaats, om haar altijd te kunnen raadplegen zolang het apparaat mee- gaat.
  • De installatie, aanpassing aan een ander gastype en het on- derhoud van het apparaat moeten worden uitgevoerd door gekwalifi ceerd personeel dat hiertoe geautoriseerd is door de fabrikant, in overeenstemming met de geldende veili- gheidsvoorschriften en de instructies in deze handleiding.
  • Maak voor assistentie uitsluitend gebruik van door de fabri- kant erkende technische centra, en sta op het gebruik van originele vervangingsonderdelen.
  • Laat minstens tweemaal per jaar onderhoud plegen op het apparaat. Geadviseerd wordt om een onderhoudscontract af te sluiten.
  • Het apparaat is bestemd voor professioneel gebruik en moet worden bediend door opgeleide personen.
  • Het apparaat is bestemd voor het bereiden van voedsel in overeenstemming met de gebruiksaanwijzingen. Ieder ander gebruik is oneigenlijk.
  • Laat het apparaat niet gedurende lange periodes leeg werken. Voor het gebruik moet het apparaat worden voor- verwarmd.
  • Houd het apparaat tijdens de werking in het oog.
  • In het geval van een storing of een defect in het apparaat moet de gaskraan worden dichtgedraaid en/of moet de ho- ofdschakelaar van de elektrische voeding, die bovenstrooms van het apparaat geplaatst is, worden uitgeschakeld.
  • Voer de reiniging uit volgens de instructies in het hoofdstuk “INSTRUCTIES VOOR DE REINIGING".
  • Houd geen ontvlambare materialen in de buurt van het appa- raat. BRANDGEVAAR.
  • De kinderen zouden moeten worden gecontroleerd om ervo- or te zorgen dat zij niet met het toestel spelen.
  • Dit toestel is niet voorgenomen voor gebruik door personen (met inbegrip van kinderen) met verminderde fysieke, sen- sorische of geestelijke mogelijkheden, of onervarenheid en kennis, tenzij zij supervisie of instructie betreffende gebruik van het toestel door een persoon verantwoordelijk voor hun veiligheid zijn gegeven.
  • Dek de luchtinlaat- en uitlaatopeningen van het apparaat niet af.
  • Maak de onderdelen van het apparaat niet onklaar.

10 GEBRUIK VAN GLASKERAMIEK

Let op: Gebruik uitsluitend pannen met een platte bodem en een diameter die geschikt is voor de kookzone. De onderkant van de pannen moet schoon, glad en droog zijn, om krassen in het oppervlak van de glaskeramiekplaat te vermijden. Leg geen aluminiumfolie of plastic voorwerpen op de warme opper- vlakken van de glaskeramiekplaat. De glaskeramiekplaat mag in geen geval worden gebruikt om voorwerpen op te zetten.

AAN- EN UITZETTEN VAN DE VERHITTING

De bedieningsknop van de stralingselementen kan in de vol- gende standen worden gebruikt: 0 Uit 1 Laagste stand 2...5 Middelste stand 6 Hoogste stand Aanzetten

  • Draai de knop in de gewenste kookzone om. Let op: Er gaat een lampje onder de vitrokeramische kookplaat dat aangeeft dat de temperatuur van de kookzone hoger is dan 50°C. Uitzetten
  • Draai de knop van de keuzeschakelaar in de stand “ 0 ”.

11 GEBRUIK VAN DE ELEKTRISCHE OVEN

AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK

  • Het apparaat is bestemd voor de bereiding van voedsel dat op de meegeleverde roosters wordt gezet
  • Laat de ovendeur tijdens het gebruik niet open of op een kier.
  • Het apparaat is voorzien van een handmatig terug te stellen veiligheidsthermostaat die de verwarming uitschakelt wan- neer de bedrijfstemperatuur boven de maximaal toegestane temperatuur stijgt.
  • Ventilator in de ovenruimte, waardoor voedselontdooid (lucht op kamertemperatuur) ofgekookt kan worden met gedwon- gen convectie(warme lucht); (mod. Geventileerde oven).

AAN- EN UITZETTEN VAN DE VERHITTING

De werking van de elektrische oven wordt bestuurd met twee bedieningsknoppen (om het type verhitting en de bereiding- stemperatuur in te stellen). Een geel controlelampje signaleert dat de verwarmingselementen in werking zijn. De bedieningsknop van de keuzeschakelaar kan in de volgen- de standen worden gebruikt: 0 Uit Verhitting bovenste element (gril) ingeschakeld38 Verhitting onderste element ingeschakeld Verhitting onderste + bovenste element ingeschakeld De bedieningsknop van de thermostaat kan in de volgende standen worden gebruikt: 0 Uit 110 Laagste temperatuur 280 Hoogste temperatuur Aanzetten

  • Draai de knop van de keuzeschakelaar in de gewenste ge- bruiksstand.
  • Draai de thermostaatknop op de stand van de gewenste be- reidingstemperatuur.
  • Het gele controlelampje gaat branden.
  • Als het gele controlelampje uitgaat, is de ingestelde tempe- ratuur bereikt. Uitzetten
  • Draai de thermostaatknop in de stand “ 0 ”.
  • Draai de knop van de keuzeschakelaar in de stand “ 0 ”. Start ventilatie (Mod. Geventileerde oven) De schakelaar kan in de volgende standen worden gebruikt: 1 Aan 0 Uit Aanzetten
  • Duw de schakelaar in de stand 1.
  • De schakelaar gaat aan. Uitzetten
  • Duw de schakelaar in de stand 0.
  • De schakelaar gaat uit.

12 PERIODES WAARIN HET APPARAAT NIET WORDT

GEBRUIKT Doe het volgende als het apparaat een tijd niet zal worden ge- bruikt:

  • Maak het apparaat grondig schoon.
  • Wrijf alle roestvrij stalen oppervlakken in met een doek met vaselineolie, zodat er een beschermend laagje wordt aange- bracht.
  • Laat de deksels open staan.
  • Draai kranen dicht en zet hoofdschakelaars uit die vóór het apparaat zijn geplaatst. Doe het volgende als het apparaat lange tijd niet is gebruikt:
  • Controleer het apparaat, alvorens het weer te gebruiken.
  • Laat elektrische apparaten gedurende minstens 60 minuten functioneren op de laagste temperatuur.

INSTRUCTIES VOOR DE REINIGING

AANWIJZINGEN VOOR DE REINIGING

De fabrikant van het apparaat kan niet verantwoordelijk worden geacht voor eventuele schade die veroorzaakt wordt door het niet naleven van de hieronder vermelde verplichtingen.

  • Schakel de elektrische voeding van het apparaat uit, indien aanwezig, alvorens welke handeling dan ook te gaan ver- richten.
  • Maak de gesatineerde buitenkant van roestvrij staal, het op- pervlak van de bereidingsbakken en het oppervlak van de kookplaten iedere dag schoon.
  • Laat de inwendige delen van het apparaat minstens tweema- al per jaar schoonmaken door een geautoriseerd technicus.
  • Reinig het apparaat niet met directe waterstralen of stralen met hoge druk.
  • Gebruik geen bijtende producten om de vloer onder het ap- paraat schoon te maken.
  • Maak de oppervlakken schoon met een doek of spons en water en gewone, niet-schurende reinigingsmiddelen. Wrijf de doek in de richting van de satinering. Spoel de doek vaak uit, en maak het apparaat vervolgens goed droog.
  • Gebruik geen schuursponzen of andere voorwerpen van ijzer.
  • Gebruik geen chemische producten die chloor bevatten.
  • Gebruik geen scherpe voorwerpen, die de oppervlakken kun- nen krassen of beschadigen. Reiniging van de rotor van de oven (Geventileerde oven)
  • Maak de rotor regelmatig schoon.Wanneer er zich teveel vet op de bladen afzet,wordt de motor oververhit en de warmte slechtverdeeld, waardoor het voedsel niet gelijkmatiggaar word.

INSTRUCTIES VOOR HET ONDERHOUD

AANWIJZINGEN VOOR DE ONDERHOUDSMONTEUR

De fabrikant van het apparaat kan niet verantwoordelijk worden geacht voor eventuele schade die veroorzaakt wordt door het niet naleven van de hieronder vermelde verplichtingen.

  • Lees deze handleiding aandachtig, want zij levert belangrijke informatie over de veiligheid bij de installatie, het gebruik en het onderhoud van het apparaat.
  • De installatie, aanpassing aan een ander gastype en het on- derhoud van het apparaat moeten worden uitgevoerd door gekwalifi ceerd personeel dat hiertoe geautoriseerd is door de fabrikant, in overeenstemming met de geldende veili- gheidsvoorschriften en de instructies in deze handleiding.
  • Stel het model van het apparaat vast. Het model wordt aan- gegeven op de verpakking en op het gegevensplaatje van het apparaat.
  • Installeer het apparaat alleen in vertrekken met voldoende ventilatie.
  • Dek de luchtinlaat- en uitlaatopeningen van het apparaat niet af.
  • Maak de onderdelen van het apparaat niet onklaar.

13 AANPASSING AAN EEN ANDER TYPE GAS

Zie het hoofdstuk “Instructies voor het onderhoud". 14 INBEDRIJFSTELLING Na de installatie, aanpassing aan een ander gastype of on- derhoudswerkzaamheden moet de werking van het apparaat worden gecontroleerd. In het geval van storingen moet de para- graaf “Oplossen van storingen”, verderop in deze handleiding, worden geraadpleegd. Stel het apparaat in werking volgens de instructies en de aanwijzingen voor het gebruik die te vinden zijn in het ho-39 ofdstuk “INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIK”, en controleer het volgende:

  • de stroomwaarden van elke fase.
  • de inschakeling van de verwarmingselementen.

Het geselecteerde stralingselement wordt niet warm Mogelijke oorzaken:

  • Controleer de smeltkleppen.
  • Hoofdschakelaar van de elektrische voeding niet ingescha- keld.
  • Voedingsspanning onvoldoende, of onjuiste elektrische aan- sluiting van het apparaat.
  • De energieregelaar is defect
  • Element defect of slecht aangesloten (interne weerstand do- orgebrand). De verwarming kan niet worden geregeld Mogelijke oorzaken:
  • De regelthermostaat van de temperatuur is defect.

15.2 ELEKTRISCHE OVEN

Het apparaat wordt niet warm. Mogelijke oorzaken:

  • De regelthermostaat van de temperatuur is defect.
  • De verwarmingselementen zijn defect.
  • De veiligheidsthermostaat is geactiveerd.
  • De van de rotor is defect. ( mod.geventileerde oven). De verwarming kan niet worden geregeld Mogelijke oorzaken:
  • De regelthermostaat van de temperatuur is defect.

16 VERVANGING VAN ONDERDELEN

AANWIJZINGEN VOOR DE VERVANGING VAN ONDER-

  • Schakel de elektrische voeding van het apparaat uit, indien aanwezig, alvorens welke handeling dan ook te gaan ver- richten.
  • Controleer telkens wanneer er een onderdeel van het gascir- cuit vervangen is of er geen lekken zijn op de verbindingspun- ten met het circuit zelf.
  • Controleer na de vervanging van een onderdeel van het elektrische circuit of de verbinding met de bedrading in orde is.
  • Wees voorzichtig bij het vervangen van de stralingselemen- ten, en bijzonder goed op hij het hanteren en terugplaatsen van de onderdelen.

16.1 GLASKERAMIEKPLAAT

Vervanging van de stralingselementen

  • Verwijder de bodem van het apparaat.
  • Vervang de defecte component. Vervanging van de energieregelaar
  • Verwijder de bodem van het apparaat.
  • Vervang de defecte component. Glaskeramiekplaat
  • Als de glaskeramiekplaat kapot is, wordt geadviseerd hem bij ons bedrijf te laten vervangen.

16.2 ELEKTRISCHE OVEN

Vervanging van het verwarmingselement

  • Werk vanuit de binnenkant van de ovenruimteof vanaf de achterkant van het fornuis. Koppelhet verwarmingselement los en haal deschroeven op de fl enzen los.
  • Demonteer en vervang het onderdeel.
  • Monteer alle onderdelen weer. Doe dit door de werkzaamhe- den voor de demontage omgekeerd uit te voeren. Vervanging van de rotor (mod.Geventileerde oven)
  • Verwijder de roosters en de interne roosterhouders,haal de bescherming van de rotor weg.
  • Demonteer en vervang het onderdeel.
  • Monteer alle onderdelen weer. Doe dit door de werkzaamhe- den voor de demontage omgekeerd uit te voeren. Vervanging de motor van de rotor (mod.Geventileerde oven)
  • Verwijder de bescherming van de rotor weg.
  • Demonteer het rugpaneel.
  • Demonteer en vervang het onderdeel.
  • Monteer alle onderdelen weer. Doe dit door de werkzaamhe- den voor de demontage omgekeerd uit te voeren. Vervanging van de thermostaat voor temperatuurregeling, de keuzeschakelaar, het controlelampje en de veiligheids- thermostaat
  • Demonteer het frontpaneel.
  • Maak het onderdeel los van de bedrading.
  • Haal de bol weg uit de steunwinkelhaak in de ovenruimte (thermostaat). Vervanging van de deurafdichting.
  • Maak hen los (ze zijn aan vastgeduwd aan de uiteinden).
  • Demonteer en vervang het onderdeel.
  • Monteer alle onderdelen weer. Doe dit door de werkzaamhe- den voor de demontage omgekeerd uit te voeren.

17 REINIGING VAN DE INWENDIGE DELEN

  • Controleer de conditie van de inwendige delen van het ap- paraat.
  • Verwijder eventuele vuilafzettingen.
  • Controleer het dampafvoersysteem en maak het schoon. 18 BELANGRIJKSTE ONDERDELEN
  • Motor van de rotor (Geventileerde oven)
Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BARTSCHER

Model : 115059

Categorie : Elektrische oven