DOLMAR CS246.4C - Multigereedschap

CS246.4C - Multigereedschap DOLMAR - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis CS246.4C DOLMAR in PDF-formaat.

📄 184 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice DOLMAR CS246.4C - page 82
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : DOLMAR

Model : CS246.4C

Categorie : Multigereedschap

Download de handleiding voor uw Multigereedschap in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CS246.4C - DOLMAR en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CS246.4C van het merk DOLMAR.

GEBRUIKSAANWIJZING CS246.4C DOLMAR

  • Prima di richiedere una riparazione è opportuno individuare il problema autonomamente. Se viene rilevata un’anomalia, controllare la macchina secondo la descrizione nel presente manuale. Non smontare o manomettere le parti non indicate nella descrizione. Per le riparazioni rivolgersi all’agente autorizzato dell’assistenza o al rivenditore di zona. Anomalia Probabile causa (problema di funzionamento) Soluzione Il motore non si avvia Impossibile utilizzare la pompa del carburante Premere da 7 a 10 volte Velocità di tiraggio ridotta della corda di avviamento Tirare con forza Mancanza di carburante Rifornire di carburante Filtro del carburante intasato Pulire Tubo del carburante piegato Raddrizzare il tubo del carburante Carburante deteriorato Il carburante deteriorato rende difcoltoso l’avviamento. Sostituire con carburante nuovo. (Sostituzione consigliata: 1 mese) Aspirazione eccessiva di carburante Portare la leva dell’acceleratore dalla posizione di velocità media alla posizione di velocità alta e tirare l’impugnatura di avviamento no ad avviare il motore. L’accessorio inizia la rotazione o il movimento a seguito dell’avviamento del motore. Prestare la massima attenzione all’accessorio. Se il motore ancora non si avvia, staccare la candela, asciugare l’elettrodo e rimontarla come in origine. Procedere quindi all’avviamento come specicato. Tappo della candela staccato Attaccarlo saldamente Candela contaminata Pulire Distanza anomala della candela Regolare la distanza Altra anomalia della candela Sostituire Carburatore anomalo Richiedere l’ispezione e la manutenzione. Impossibile tirare la corda di avviamento Richiedere l’ispezione e la manutenzione. Sistema di guida anomalo Richiedere l’ispezione e la manutenzione. Il motore si arresta subito La velocità del motore non aumenta Riscaldamento insufciente Eseguire l’operazione di riscaldamento La leva del dispositivo di avviamento è nella posizione di chiusura anche se il motore è stato riscaldato. Portarla nella posizione di apertura Filtro del carburante intasato Pulizia o sostituzione Filtro dell’aria contaminato o intasato Pulire Carburatore anomalo Richiedere l’ispezione e la manutenzione. Sistema di guida anomalo Richiedere l’ispezione e la manutenzione. L’accessorio non ruota o non si muove L’accessorio non è stato inserito nel punto specicato. Effettuare l’inserimento secondo le istruzioni. Sistema di guida anomalo Richiedere l’ispezione e la manutenzione. L’unità principale vibra in modo anomalo L’accessorio non è stato inserito nel punto specicato. Effettuare l’inserimento secondo le istruzioni. Leva allentata Serrarla saldamente. Sistema di guida anomalo Richiedere l’ispezione e la manutenzione. L’accessorio non si ferma immediatamente Rotazione al minimo elevata Effettuare la regolazione Filo dell’acceleratore staccato Attaccarlo saldamente Sistema di guida anomalo Richiedere l’ispezione e la manutenzione. Il motore non si arresta Connettore staccato Attaccarlo saldamente Impianto elettrico anomalo Richiedere l’ispezione e la manutenzione. Se il motore non si avvia dopo l’operazione di riscaldamento: Se non vengono rilevate anomalie, aprire l’acceleratore di circa 1/3 e avviare il motore. Spegnere immediatamente il motore Spegnere immediatamente il motore Spegnere immediatamente il motore Avviare il motore al minimo e portare la leva del dispositivo di avviamento nella posizione di chiusura82 Hartelijk dank voor uw aankoop van dit multifunctionele aandrijfsysteem van DOLMAR. Met trots bevelen wij u dit multifunctionele aandrijfsysteem van DOLMAR van harte aan als resultaat van een langdurig ontwikkelingsprogramma en jarenlange kennis en ervaring.Lees deze handleiding met daarin nauwkeurige beschrijvingen van de diverse punten die zijn hoogstaande prestaties demonstreren. Hierdoor bent u in staat de best mogelijke resultaten te behalen die het multifunctionele aandrijfsysteem van DOLMAR u kan bieden.Let op de volgende symbolen wanneer u de gebruiksaanwijzing leest.Lees de gebruiksaanwijzing en volg de waarschuwingen en veiligheidsvoorzorgsmaatregelen op!Draag een veiligheidshelm, gezichts- en gehoorbescherming!Besteed bijzondere zorg en aandacht! Brandstof (benzine)Verboden! Motor handmatig startenVerboden te roken! NoodstopGeen open vuur! EHBOVeiligheidshandschoenen vereist! AAN/START Draag stevige schoenen met antislipzolen.Veiligheidsschoenen met stalen neuzen worden aanbevolen!UIT/STOPHoud mensen en huisdieren weg van het werkgebied! SYMBOLEN Nederlands (Originele instructies) Inhoud PaginaSymbolen p. 82
  • Veiligheidsinstructies p. 83
  • Technische gegevens p. 86
  • Goedgekeurde hulpstukken p. 87
  • Namen van onderdelen p. 88
  • De handgreep monteren p. 89
  • Het hulpstuk monteren p. 89
  • Demonteren p. 90
  • Vóór het begin van het werk p. 91
  • Correct omgaan met het gereedschap p. 93
  • Tips voor gebruik en procedure voor stoppen p. 93
  • Onderhoudsinstructies p. 96
  • Opslag Algemene instructies - Voor een correcte gebruik dient de gebruiker deze gebruiksaanwijzing te lezen om zichzelf bekend te maken met de juiste manier van omgaan met het multifunctionele aandrijfsysteem. Gebruikers die onvoldoende geïnformeerd zijn, lopen de kans zichzelf en anderen in gevaar te brengen als gevolg van onjuist omgaan met het multifunctionele aandrijfsysteem. - Wij adviseren u het multifunctionele aandrijfsysteem uitsluitend uit te lenen aan personen die aantoonbare ervaring hebben in het gebruik van een multifunctioneel aandrijfsysteem. Geef altijd de gebruiksaanwijzing mee. - Allereerst dienen gebruikers de dealer te vragen om basisinstructies om zichzelf bekend te maken met het omgaan met een multifunctioneel aandrijfsysteem. - Laat geen kinderen of jonge mensen die jonger zijn dan 18 jaar met het multifunctionele aandrijfsysteem werken. Jongeren die ouder zijn dan 16 jaar mogen echter het gereedschap gebruiken om te oefenen, maar alleen onder toezicht van een gekwaliceerde begeleider. - Gebruik het multifunctionele aandrijfsysteem altijd met de hoogst mogelijke zorg en aandacht. - Gebruik het multifunctionele aandrijfsysteem alleen als u in goede lichamelijke conditie bent. Werk altijd rustig en voorzichtig. De gebruiker is aansprakelijk ten opzichte van anderen. - Gebruik het multifunctionele aandrijfsysteem nooit na het gebruik van alcohol of drugs, of wanneer u zich moe of ziek voelt. - Het gebruik van het gereedschap kan landelijk gereglementeerd zijn. Persoonlijke-veiligheidsuitrusting - De te dragen kleding dient functioneel en geschikt te zijn, d.w.z. nauwsluitend zonder te hinderen. Draag geen juwelen of kleding die in de struiken kunnen verstrikt raken. - Om tijdens het gebruik letsels aan hoofd, ogen, handen of voeten te voorkomen en uw gehoor te beschermen, moeten de volgende veiligheidsuitrusting en beschermende kleding worden gebruikt terwijl u met het multifunctionele aandrijfsysteem werkt. - Draag altijd een helm wanneer het risico bestaat op vallende objecten. U moet de veiligheidshelm (1) regelmatig controleren op schade en uiterlijk na 5 jaar worden vervangen. Gebruik alleen goedgekeurde veiligheidshelmen. - Het spatscherm (2) van de helm (of de veiligheidsbril) beschermt het gezicht tegen rondvliegend afval en stenen. Draag altijd een veiligheidsbril of een spatscherm wanneer u het multifunctionele aandrijfsysteem gebruikt om oogletsel te voorkomen. - Draag geschikte uitrusting om u te beschermen tegen het lawaai en gehoorbeschadiging te voorkomen (oorbeschermers (3), oordopjes, enz.). - Een werkoverall (4) beschermt tegen rondvliegend afval en opspringende stenen. Wij raden u sterk aan een werkoverall te dragen. - Speciale handschoenen (5) van dik leer maken deel uit van de voorgeschreven uitrusting en moeten altijd worden gedragen tijdens het gebruik van het multifunctionele aandrijfsysteem. - Draag altijd stevige schoenen (6) met een antislipzool wanneer u het multifunctionele aandrijfsysteem gebruikt. Dit beschermt u tegen letsel en garandeert dat u stevig staat. Het multifunctionele aandrijfsysteem starten - Zorg ervoor dat geen kinderen of andere personen zich in de buurt bevinden, en let ook op of er geen dieren in de werkomgeving zijn. - Zorg ervoor dat het hulpstuk op zijn plaats is bevestigd, controleer de gashendel op soepele bediening, en controleer de juiste werking van de uit- vergrendeling. - Het hulpstuk mag niet bewegen wanneer de motor stationair loopt. Neem bij twijfel contact op met uw dealer voor afstelling. Controleer of de handgrepen schoon en droog zijn en test de werking van de stopschakelaar. 15 meter Schematische voorstelling VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Bedoeld gebruik van het gereedschap Dit multifunctioneel aandrijfsysteem is bedoeld voor het aandrijven van een goedgekeurd hulpstuk dat wordt genoemd in deze gebruiksaanwijzing. Gebruik het gereedschap nooit voor enig ander doel.84 Start het multifunctionele aandrijfsysteem alleen in overeenstemming met de instructies. - Gebruik geen enkele andere methode om de motor te starten! - Gebruik het multifunctionele aandrijfsysteem en de gereedschappen uitsluitend voor de beschreven toepassingen. - Start de motor van het multifunctionele aandrijfsysteem alleen nadat deze volledig is gemonteerd. Het gereedschap mag uitsluitend worden gebruikt nadat alle toepasselijke toebehoren zijn gemonteerd! - Controleer vóór het starten of het hulpstuk geen contact maakt met harde voorwerpen, zoals takken, stenen, enz., omdat tijdens het starten het hulpstuk zal ronddraaien. - De motor moet onmiddellijk uitgeschakeld worden in geval van enige motorstoring. - Als het hulpstuk stenen of andere objecten raakt, moet u de motor onmiddellijk uitschakelen en het hulpstuk controleren. - Gebruik het multifunctionele aandrijfsysteem alleen wanneer de schouderriem is bevestigd, die goed moet worden afgesteld voordat het multifunctionele aandrijfsysteem wordt gebruikt. Het is belangrijk de schouderriem af te stellen overeenkomstig de lichaamsgrootte van de gebruiker om vermoeidheid tijdens gebruik te voorkomen. Houd het multifunctionele aandrijfsysteem nooit met slechts één hand vast tijdens het gebruik. - Houd tijdens gebruik het multifunctionele aandrijfsysteem altijd met twee handen vast. Zorg er altijd voor dat u stevig staat. - Gebruik het multifunctionele aandrijfsysteem zo, dat u geen uitlaatgassen kunt inademen. Laat de motor nooit draaien in een gesloten vertrek (kans op gasverstikking). Koolmonoxide is een geurloos gas. - Schakel de motor uit tijdens pauzes en wanneer u het multifunctionele aandrijfsysteem onbeheerd achterlaat, en leg het op een veilige plaats om gevaar voor anderen en beschadiging van het gereedschap te voorkomen. - Leg nooit een warm multifunctioneel aandrijfsysteem op droog gras of enige andere ontvlambare materialen. - De hele veiligheidsuitrusting en alle beschermkappen die bij het gereedschap zijn geleverd, moeten tijdens het werk worden gebruikt. - Laat de motor nooit lopen met een defecte uitlaatdemper. - Schakel de motor uit tijdens het transport. - Tijdens vervoer over lange afstanden moeten altijd de beschermingsdelen die bij het gereedschap werden geleverd worden gebruikt. - Leg tijdens vervoer per auto het multifunctionele aandrijfsysteem op een veilige plaats om te voorkomen dat er brandstof uit lekt. - Wanneer u het multifunctionele aandrijfsysteem vervoert, moet u ervoor zorgen dat de brandstoftank volledig leeg is. - Let erop dat bij het uitladen van het multifunctionele aandrijfsysteem uit de auto, de motor niet op de grond valt omdat hierdoor de brandstoftank ernstig kan worden beschadigd. - Behalve in noodgevallen mag u het multifunctionele aandrijfsysteem nooit op de grond laten vallen of weggooien omdat hierdoor het multifunctionele aandrijfsysteem zwaar beschadigd kan raken. - Let erop dat u het volledige gereedschap van de grond tilt wanneer u het verplaatst. Het is bijzonder gevaarlijk de brandstoftank over de grond te slepen en dit zal beschadiging en lekkage veroorzaken die kan leiden tot brand. - Nadat tegen het gereedschap is gestoten of het is gevallen, controleert u de conditie van het gereedschap voordat u de werkzaamheden hervat. Controleer het brandstofsysteem op brandstoekkage, en de bedieningselementen en veiligheidsvoorzieningen op een juiste werking. Als enige beschadiging zichtbaar is of u twijfelt, vraagt u ons erkende servicecentrum om inspectie en reparatie. Brandstof bijvullen - Schakel de motor uit tijdens het bijvullen van brandstof, houd het gereedschap uit de buurt van open vuur en rook niet. - Vermijd huidcontact met minerale-olieproducten. Adem de brandstofdampen niet in. Draag altijd veiligheidshandschoenen tijdens het bijvullen van de brandstof. Zorg dat u de beschermende kleding regelmatig vervangt en reinigt. - Wees voorzichtig geen brandstof of olie te morsen om bodemverontreiniging te voorkomen (milieubescherming). Reinig het multifunctionele aandrijfsysteem onmiddellijk nadat brandstof erop is gemorst. - Vermijd dat brandstof in aanraking komt met uw kleding. Kleed u onmiddellijk om als brandstof op uw kleding is gemorst (om te voorkomen dat de kleding vlam vat). - Inspecteer de brandstofvuldop regelmatig om zeker te zijn dat de dop stevig kan worden aangedraaid en niet lekt. - Draai de brandstofvuldop stevig vast. Verplaats het multifunctionele aandrijfsysteem voordat u de motor start (tenminste 3 meters afstand tot de plaats waar brandstof is bijgevuld.) - Vul nooit brandstof bij in een gesloten vertrek. Brandstofdampen verzamelen zich vlak boven de vloer (risico van explosie.) - Vervoer en bewaar brandstof alleen in goedgekeurde tanks. Zorg dat de opgeslagen brandstof niet toegankelijk is voor kinderen. p. 9983
  • Onderdelen vervangen 3 meter85 Gebruiksmethode - Gebruik het multifunctionele aandrijfsysteem alleen bij goed licht en zicht. Wees in de winter bedacht op gladde of natte plaatsen, ijs en sneeuw (gevaar voor uitglijden). Zorg er altijd voor dat u stevig staat. - Sta nooit op een ladder met een draaiend multifunctionele aandrijfsysteem. - Klim nooit in een boom om daar het multifunctionele aandrijfsysteem te gebruiken. - Werk nooit op onstabiele oppervlakken. - Voordat u met het hulpstuk begint te werken, moet het hulpstuk op maximaal toerental draaien. - Neem een pauze om te voorkomen dat u door vermoeidheid de controle over het gereedschap verliest. Wij adviseren u ieder uur 10 tot 20 minuten te rusten. Onderhoudsinstructies - Laat uw gereedschap onderhouden door ons erkende servicecentrum dat altijd uitsluitend gebruikmaakt van originele vervangingsonderdelen. Onjuiste reparatie en slecht onderhoud kan de levensduur van het gereedschap verkorten en de kans op ongevallen vergroten. - Bedien het multifunctionele aandrijfsysteem met zo weinig mogelijk lawaai en vervuiling. Controleer met name de carburateur op een verkeerde afstelling. - Maak het multifunctionele aandrijfsysteem regelmatig schoon en controleer of alle schroeven en moeren stevig zijn vastgemaakt. - Onderhoud of bewaar het multifunctionele aandrijfsysteem niet in de buurt van open vuur. - Bewaar het multifunctionele aandrijfsysteem altijd in een afgesloten ruimte en met een leeggemaakte brandstoftank. Als de brandstoftank moet worden afgetapt, moet dit in de open lucht gebeuren. Volg de relevante instructies voor het voorkomen van ongevallen die door de relevante beroepsverenigingen en verzekeringsmaatschappijen zijn uitgegeven. Breng geen wijzigingen aan het multifunctionele aandrijfsysteem aan, omdat hiermee uw veiligheid gevaar loopt. Het uitvoeren van onderhoud of reparaties door de gebruiker is beperkt tot de activiteiten die in de gebruiksaanwijzing zijn beschreven. Alle andere werkzaamheden moet worden uitgevoerd door een erkend servicecentrum. Gebruik uitsluitend originele vervangingsonderdelen en accessoires die zijn vervaardigd en geleverd door DOLMAR. Het gebruik van niet-goedgekeurde accessoires en gereedschappen leidt tot een verhoogde kans op ongevallen. DOLMAR aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor ongevallen of schade veroorzaakt door het gebruik van niet-goedgekeurde hulpstukken, bevestigingsmiddelen voor hulpstukken of accessoires. Trillingen - Personen met een slechte bloedsomloop die worden blootgesteld aan sterke trillingen, kunnen verwondingen aan bloedvaten of het zenuwstelsel oplopen. Trillingen kunnen de volgende symptomen veroorzaken in de vingers, handen of polsen: “slapen” (ongevoeligheid), tintellingen, pijn, stekend gevoel, veranderen van huidskleur of van de huid. Als een van deze symptomen zich voordoet, raadpleegt u uw huisarts! - Om de kans op deze “witte-vingerziekte” te verkleinen, houdt u uw handen warm tijdens het werk en onderhoudt u het gereedschap en de accessoires goed. EHBO Zorg dat er altijd een EHBO-doos beschikbaar is in de buurt waar er wordt gemaaid om eerste hulp te bieden bij eventuele ongevallen. Vervang onmiddellijk elk item dat uit de EHBO-doos is genomen. Geef de volgende informatie wanneer u hulp inroept: - Plaats van het ongeval - Beschrijving van het ongeval - Aantal gewonden - Soort letsels - Uw naam

EU-VERKLARING VAN CONFORMITEIT

Alleen voor Europese landen De EU-verklaring van conformiteit is opgenomen als Bijlage A in deze instructiehandleiding.86

TECHNISCHE GEGEVENS CS-246.4C

Model CS-246.4C Type handgreep Beugelhandgreep Afmetingen: lengte x breedte x hoogte (zonder snijblad) met beschermplaat mm 975 x 323 x 241 Afmetingen: lengte x breedte x hoogte (zonder snijblad) zonder beschermplaat mm 975 x 242 x 241 Gewicht (zonder kunststofbeschermkap en snijblad) kg 4,6 Volume (brandstoftank) l 0,6 Volume (oliereservoir) l 0,08 Cilinderinhoud cm

25,4 Maximaal motorvermogen kW 0,77 bij 7.000 min

Motortoerental bij aanbevolen max. astoerental min

Toerental op aangrijppunt van koppeling min

Carburateur Membraantype Ontstekingssysteem Contactloos, magneettype Bougie type NGK CMR4A Elektrodenafstand mm 0,7 - 0,8 Brandstof Benzine voor auto’s Motorolie Olie van API-classicatie SF-klasse of beter, of olie SAE 10W-30 (4-taktmotorolie voor auto’s) Trillingen Rechterhandgreep (achterste handvat) Linkerhandgreep (voorste handvat) Toepasselijke normen Hulpstuk a hv eq (m/s

) Onzekerheid (K) (m/s

) Onzekerheid (K) (m/s

1 Brandstoftank 2 Trekstartinrichting 3 Luchtlter 4 Stopschakelaar (stop - bedrijf) 5 Uitlaatdemper 6 Koppelingshuis 7 Achterste handvat 8 Bevestigingsoog 9 Handgreep 10 Gashendel 11 Uit-vergrendelhendel 12 Gaskabel 13 Schacht 14 Brandstofvuldop 15 Trekstarthandgreep 16 Uitlaatpijp 17 Olievuldop 18 Beschermplaat* Opmerking: In sommige landen wordt de beschermplaat niet bij het gereedschap geleverd.

LET OP: Voordat u werkzaamheden uitvoert aan het multifunctionele aandrijfsysteem, moet u altijd de motor uitschakelen en de bougiekap van de bougie aftrekken. Draag altijd veiligheidshandschoenen! LET OP: Start het multifunctionele aandrijfsysteem pas nadat deze geheel in elkaar is gezet. Bevestigen - Zet de hendel omhoog. - Lijn de pin op het hulpstuk uit met de groef van de koppeling en steek de pin erin. - Steek het hulpstuk erin tot aan de pijl op het hulpstuk. En controleer of de knop omhoog is gekomen. - Zet de hendel omlaag. (Zie de afbeeldingen rechts als hulpmiddel.)

LET OP: Voordat u werkzaamheden uitvoert aan het multifunctionele aandrijfsysteem, moet u altijd de motor uitschakelen en de bougiekap van de bougie aftrekken. Draag altijd veiligheidshandschoenen! LET OP: Start het multifunctionele aandrijfsysteem pas nadat deze geheel in elkaar is gezet. De beugelhandgreep bevestigen - Monteer de beschermplaat en de handgreep stevig met behulp van twee schroeven en klemmen. Plaats hierbij de beschermplaat aan de linkerkant van het gereedschap, zoals afgebeeld. - Zorg ervoor dat de beschermplaat/handgreep zich tussen de afstandshouder en de pijlmarkering bevindt. Verwijder of verkort de afstandshouder niet. - Verwijder na montage de beschermplaat niet. LET OP: Monteer de handgreep nooit op de sticker of de aansluiting. Opmerking: In sommige landen worden de beschermplaat en de pijlmarkering niet bij het gereedschap geleverd. Motor Aansluiting Pijlmarkering90 - Zet de hendel omhoog. - Druk op de knop en haal het hulpstuk eraf. (Probeer zo veel mogelijk het hulpstuk in een rechte lijn eraf e trekken.) Opmerking: - Laat de hendel niet omlaag staan wanneer geen hulpstuk is bevestigd. DEMONTEREN91 Controleren en bijvullen van de motorolie - Voer de volgende procedure uit bij koude motor. - Plaats de motor horizontaal, draai de olievuldop eraf (zie afb. 1) en controleer of het oliepeil tussen de inwendige randen in de oliebuis voor de boven- en ondergrens van het oliepeil staat (zie afb. 2). - Vul motorolie bij tot aan de markering van de bovengrens als er te weinig motorolie in zit (het oliepeil is dicht bij de ondergrens) (zie afb. 3). - Het gebied tussen de markeringen op de buitenkant is doorzichtig zodat het oliepeil van buitenaf kan worden gecontroleerd zonder de olievuldop eraf te hoeven draaien. Echter, wanneer de oliebuis erg vuil is geworden, kan deze ondoorzichtig zijn en moet het oliepeil worden gecontroleerd aan de hand van de inwendige randen binnenin de oliebuis. - Ter informatie, na ongeveer iedere 10 bedrijfsuren moet olie worden bijgevuld (na iedere 10 keer brandstof bijvullen). Als de olie door vuil van kleur is veranderd, ververst u de vuile olie door nieuwe. (Raadpleeg pagina 96 voor informatie over de verversingsinterval en verversingsprocedure.) Aanbevolen olie: SAE 10W-30 olie van API-classicatie, SF-klasse of beter (4-taktmotorolie voor auto’s) Hoeveelheid olie: Ongeveer 0,08 liter Opmerking: Als de motor niet horizontaal wordt gehouden, kan de olie binnenin de motor terechtkomen en te veel worden bijgevuld. Als de olie tot boven het bovenste merkteken wordt bijgevuld, kan de olie gemorst worden en vlam vatten waarbij witte rook vrijkomt. Tip 1 bij het verversen van de olie: “Olievuldop” - Verwijder stof of vuil rondom de olievulopening en draai de olievuldop eraf. - Zorg ervoor dat geen zand of stof op de olievuldop komt. Als dit toch gebeurt, kan het zand of stof dat aan de olievuldop kleeft leiden tot een onregelmatige oliecirculatie of slijtage van de motoronderdelen, waardoor storingen kunnen ontstaan. Afb. 1 Afb. 2 Oliebuis Afb. 3 VÓÓR HET BEGIN VAN HET WERK (1) Houd de motor horizontaal en draai de olievuldop eraf. (2) Vul motorolie bij tot aan de markering van de bovengrens (zie afb. 3). Gebruik voor het bijvullen een oliees. (3) Draai de olievuldop stevig vast. Bij onvoldoende vastdraaien kan olie eruit lekken. Olievuldop Oiebuis Inwendige rand (bovengrens) Markering op buitenkant (ondergrens) Inwendige rand (ondergrens) Markering op buitenkant (bovengrens) Motorolie Vul motorolie bij tot aan de inwendige rand (bovengrens). Het gedeelte tussen de markeringen op de buitenkant voor de boven- en ondergrens is doorzichtig zodat u van buitenaf kunt controleren of het oliepeil tussen de markeringen staat.92 BRANDSTOF BIJVULLEN Omgaan met brandstof Het is noodzakelijk uiterst voorzichtig om te gaan met brandstof. Brandstof kan stoffen bevatten die ook in oplosmiddelen voorkomen. Het bijvullen van brandstof moet gebeuren in een vertrek met een voldoende goede ventilatie of in de open lucht. Adem nooit brandstofdampen in en houd afstand tot de brandstof. Als uw huid herhaaldelijk in aanraking komt met brandstof gedurende een lange tijd, wordt uw huid droog, waardoor een huidziekte of allergie kan ontstaan. Als brandstof in uw oog komt, spoelt u uw oog uit met schoon water. Als uw oog daarna blijft irriteren, raadpleegt u een dokter. Bewaartermijn van brandstof Brandstof dient binnen een periode van 4 weken te worden opgebruikt, ook wanneer de brandstof wordt bewaard in een speciale jerrycan op een goed geventileerde plaats in de schaduw. Als geen speciale jerrycan wordt gebruikt, of als de brandstof in een open bak wordt bewaard, kan de brandstof binnen één dag verslechteren.

OPSLAG VAN MAAIER EN JERRYCAN

- Bewaar het gereedschap en de jerrycan op een koele plaats uit direct zonlicht. - Bewaar de brandstof nooit in de passagiersruimte of bagageruimte van een auto. Brandstof bijvullen

WAARSCHUWING: STRENG VERBODEN VOOR ONTBRANDBARE

MATERIALEN Gebruikte benzine: Benzine voor auto’s (loodvrije benzine) - Draai de brandstofvuldop een klein stukje los zodat een verschil in luchtdruk wordt opgeheven. - Draai de brandstofvuldop eraf, vul brandstof bij en laat de lucht uit de brandstoftank stromen door de brandstoftank iets te kantelen zodat de brandstofvulopening recht omhoog wijst. (Vul nooit brandstof bij via de olievulopening.) - Veeg rondom de brandstofvuldop goed schoon om te voorkomen dat vreemde stoffen in de brandstoftank kunnen vallen. - Na het bijvullen van brandstof draait u de brandstofvuldop weer vast.

  • Als enige onvolkomenheid of schade aan de brandstofvuldop wordt geconstateerd, moet deze worden vervangen.
  • De brandstofvuldop is een verbruiksartikel en moet daarom iedere twee tot drie jaar worden vervangen. Brandstofvuldop Bovengrens van brandstofpeil Brandstoftank Brandstof De motor is een viertaktmotor. Gebruik uitsluitend benzine voor auto’s (normale benzine of superbenzine). Tips voor het omgaan met brandstof - Gebruik nooit mengsmering, waarin motorolie zit. Als u dat doet, zal buitensporige koolafzetting of mechanische storing optreden. - Als verslechterde olie wordt gebruikt, zal dat leiden tot onregelmatig starten. Opmerking
  • Ververs de olie niet met de motor in een gekantelde positie.
  • Als olie wordt bijgevuld terwijl de motor is gekanteld, kan te veel olie worden bijgevuld waardoor verontreiniging en/of witte rook wordt veroorzaakt. Tip 2 bij het verversen van de olie: “Olielekkage” - Als olie eruit lekt tussen de brandstoftank en het motorblok, wordt de olie via de koelluchtinlaatopening naar binnen gezogen waardoor de motor verontreinigd raakt. Veeg gelekte olie af voordat u met het werk begint.93

CORRECT OMGAAN MET HET GEREEDSCHAP

De schouderriem bevestigen - Pas de lengte van de schouderriem aan overeenkomstig uw werkzaamheden. Volg de toepasselijke voorschriften voor ongevallenpreventie! INSCHAKELEN Houd tenminste 3 meters afstand tot de plaats waar brandstof is bijgevuld. Plaats het multifunctionele aandrijfsysteem op een schoon stuk grond en zorg ervoor dat het hulpstuk de grond of andere voorwerpen niet raakt. A: Startprocedure bij koude motor

1) Plaats het gereedschap op een vlakke ondergrond.

2) Zet de stopschakelaar (1) in de stand I (bedrijf).

BEDRIJF Uit-vergrendelhendel Hoog toerental Laag toerental Gashendel Bevestigingsoog TIPS VOOR GEBRUIK EN PROCEDURE VOOR STOPPEN Losmaken - In geval van nood, druk de knoppen (1) aan beide zijkanten in zodat het gereedschap los komt van uw lichaam. Let er goed op dat u op dat moment de controle over het gereedschap behoudt. Zorg ervoor dat het gereedschap zich niet in uw richting of in de richting van iemand die in de buurt staat beweegt. WAARSCHUWING: Als u geen complete controle over het gereedschap behoudt, kan dit ernstige lichamelijk letsels of de DOOD veroorzaken. STOP (1) (1)94

3) Brandstofhandpomp

Blijf op de brandstofhandpomp drukken tot de brandstof in de brandstofhandpomp stroomt. (Over het algemeen stroomt de brandstof in de brandstofhandpomp na 7 tot 10 keer duwen.) Als te vaak op de brandstofhandpomp wordt gedrukt, vloeit het overschot aan brandstof terug naar de brandstoftank. Opmerking: In geval van een overmatige brandstoftoevoer, verwijdert u de bougie en trekt u langzaam aan de trekstarthandgreep om overtollige brandstof te verwijderen. Maak ook het elektrodengedeelte van de bougie droog. Opgelet tijdens gebruik: Als de gashendel volledig wordt ingeknepen tijdens onbelast bedrijf, neemt het motortoerental toe tot meer dan 10.000 toeren min

of meer. Laat de motor nooit draaien op een hoger toerental dan nodig is en met een toerental van 6.000 tot 8.500 toeren min

Trek voorzichtig aan de trekstarthandgreep tot u weerstand voelt (compressiepunt). Laat de trekstarthandgreep terugtrekken en trek er vervolgens krachtig aan. Trek nooit door tot aan het einde van het trekstartkoord. Nadat aan de trekstarthandgreep is getrokken, mag u hem niet onmiddellijk loslaten. Houd de trekstarthandgreep vast tot het trekstartkoord is opgewonden in de trekstartinrichting.

Laat de motor gedurende 2 tot 3 minuten opwarmen. B: Startprocedure bij warme motor

1) Druk herhaaldelijk op de brandstofhandpomp.

2) Laat de gashendel in de stand voor stationair draaien staan.

3) Trek krachtig aan de trekstarthandgreep.

4) Als de motor moeilijk te starten is, zet u de chokehendel ongeveer 1/3 open.

Let goed op het hulpstuk dat kan gaan draaien. Wanneer de motor moeilijk te starten is, zoals in de winter Gebruik de chokehendel volgens de volgende procedure om de motor te starten.

  • Nadat de stappen 1) tot en met 3) van de startprocedure zijn uitgevoerd, zet u de chokehendel in de dichte stand.
  • Voer stap 4) van de startprocedure uit en start de motor.
  • Nadat de motor is gestart, zet u de chokehendel in de geopende stand.
  • Voer stap 5) van de startprocedure uit en voltooi het opwarmen. LET OP: Wanneer een dreun (geluid van een explosie) wordt gehoord en de motor afslaat, of de zojuist gestarte motor afslaat voordat de chokehendel wordt bediend, zet u de chokehendel terug in de geopende stand, en trekt u weer enkele keren aan de trekstarthandgreep om de motor te starten. LET OP: Als de chokehendel in de dichte stand blijft staan en alleen enkele keren aan de trekstarthandgreep wordt getrokken, wordt te veel brandstof aangezogen en zal de motor moeilijk te starten zijn. Geopend Dicht95 HET LAAG TOERENTAL (VOOR STATIONAIR DRAAIEN) AFSTELLEN Als het nodig is het laag toerental (voor stationair draaien) af te stellen, doet u dit met behulp van de stelschroef op de carburateur.

Als het nodig is het laag toerental af te stellen, draait u de stelschroef (rechts afgebeeld) met een kruiskopschroevendraaier. - Draai de stelschroef rechtsom om het motortoerental te verhogen. Draai de stelschroef linksom om het motortoerental te verlagen. - De carburateur is over het algemeen goed afgesteld vóór aevering aan de klant. Mocht het toch nodig zijn deze opnieuw af te stellen, neemt u contact op met een erkend servicecentrum. Carburateur Stelschroef STOPPEN

1) Laat de gashendel (2) volledig los en, nadat het motortoerental is

afgenomen, duw de stopschakelaar (1) naar de stand “STOP” om de motor uit te schakelen.

2) Bedenk dat het hulpstuk wellicht niet onmiddellijk stopt en laat het volledig

uitdraaien. STOP (1) (2)96 LET OP: Voordat u werkzaamheden uitvoert aan het multifunctionele aandrijfsysteem, moet u altijd de motor uitschakelen en de bougiekap van de bougie aftrekken (zie “De bougie controleren”). Draag altijd veiligheidshandschoenen! Gebruik nooit benzine, wasbenzine, thinner, alcohol, enz. Dit kan leiden tot verkleuren, vervormen of barsten. Om een lange levensduur te garanderen en eventuele schade aan het gereedschap te voorkomen, moeten de volgende onderhoudswerkzaamheden regelmatig uitgevoerd worden. Dagelijkse controle en onderhoud - Controleer het gereedschap voor het gebruik op losse bouten of ontbrekende onderdelen. Let met name goed op of het goedgekeurde hulpstuk correct op zijn plaats bevestigd is. - Controleer voor gebruik altijd op verstopping van de koelluchtinlaatopening en de koelribben van de cilinder. Maak ze schoon indien dat nodig is. - Voer de volgende werkzaamheden dagelijks uit na het gebruik:

  • Reinig de buitenkant van het multifunctionele aandrijfsysteem en inspecteer op beschadigingen.
  • Maak het luchtlter schoon. Maak het luchtlter meerdere keren per dag schoon als u in onder extreem stofge omstandigheden werkt.
  • Controleer of er voldoende verschil is tussen het stationair toerental en het aangrijptoerental om zeker te zijn dat het hulpstuk stilstaat wanneer de motor stationair draait (verlaag zo nodig het stationair toerental). In het geval het hulpstuk bij stationair toerental blijft draaien, neemt u contact op met het dichtstbijzijnde, erkende servicecentrum. - Controleer de werking van de stopschakelaar, de uit-vergrendelhendel en de gashendel. ONDERHOUDSINSTRUCTIES MOTOROLIE VERVERSEN Verslechterde motorolie verkort sterk de levensduur van de bewegende delen van de motor. Controleer het verversingsinterval en de bijvulhoeveelheid. LET OP: Over het algemeen zijn de motor zelf en de motorolie heet kort nadat de motor is uitgeschakeld. Alvorens de motorolie te verversen, controleert u op de motor zelf en de motorolie voldoende zijn afgekoeld. Als u dit niet doet, bestaat de kans op verbranding. Opmerking: Als de olie tot boven het bovenste merkteken wordt bijgevuld, kan de olie gemorst worden en vlam vatten waarbij witte rook vrijkomt. Verversingsinterval: In eerste instantie iedere 20 bedrijfsuren, en daarna iedere 50 bedrijfsuren Aanbevolen olie: SAE 10W-30 olie van API-classicatie, SF-klasse of beter (4-taktmotorolie voor auto’s) Volg de onderstaande procedure om de olie te verversen.

1) Controleer of de brandstofvuldop stevig vastgedraaid is.

2) Plaats een grote opvangbak (pan, enz.) onder het aftapgat.

Brandstofvuldop Olievuldop Olievuldop

3) Verwijder de aftapbout en draai daarna de olievuldop eraf om de motorolie

af te tappen uit het aftapgat. Wees hierbij voorzichtig de pakkingring van de aftapbout niet kwijt te raken en de verwijderde onderdelen niet vuil te maken.

4) Nadat de motorolie is afgetapt, draait u de aftapbout met daarop de

pakkingring stevig vast, zodat deze niet kan losraken en gaan lekken.

  • Gebruik een poetsdoek om de motorolie die aan de aftapbout en het gereedschap zit volledig af te vegen. Aftapbout Pakkingring Aftapgat Alternatieve methode voor het aftappen van de motorolie Draai de olievuldop eraf en kantel het multifunctionele aandrijfsysteem zodat dat de olievulopening onder zit. Vang de motorolie op in een opvangbak.97

ONTBRANDBARE MATERIALEN Controle- en reinigingsinterval: Dagelijks (iedere 10 bedrijfsuren) - Zet met de chokehendel de choke helemaal dicht en houd de carburateur vrij van stof of vuil. - Draai de bevestigingsbout los. - Verwijder de luchtlterkap door aan de onderkant te trekken. - Verwijder de luchtlterelementen en tik ertegen om het vuil te verwijderen. - Als de luchtlterelementen zwaar verontreinigd zijn: Verwijder de luchtlterelementen, dompel ze in warm water of in een oplos- sing van een mild schoonmaakmiddel in water, en droog ze grondig. Knijp er niet in en wrijf er niet over tijdens het wassen. - Alvorens de luchtlterelementen terug te plaatsen, moeten deze grondig droog zijn. Als de luchtlterelementen onvoldoende droog worden teruggeplaatst, kan dat leiden tot moeilijk starten. - Veeg olie die rondom de luchtlterkap en de ontluchting zit af met een poetsdoek. - Plaats het lterelement (spons) in het lterelement (vilt). Plaats de lterelementen zodanig in de achterplaat dat de spons aan de kant van de luchtlterkap zit. - Plaats de luchtlterkap onmiddellijk terug en zet hem vast met de bevestigingsbouten. (Plaats bij het monteren eerst de bovenrand en daarna de onderrand.) OPMERKING: - Reinig de luchtlterelementen meerdere keren per dag als onder extreem stofge omstandigheden wordt gewerkt. Vervuilde luchtlterelementen verlagen het motorvermogen en bemoeilijken het starten van de motor. - Verwijder de olie op de luchtlterelementen. Als u blijft doorwerken terwijl de luchtlterelementen vervuild zijn met olie, kan de olie buiten het luchtlter terechtkomen en tot milieuverontreiniging leiden. - Plaats de luchtlterelementen niet op de grond of op een vieze plaats. Er kan dan vuil of rommel aan blijven plakken waardoor de motor kan worden beschadigd. - Gebruik nooit brandstof om de luchtlterelementen te reinigen. Ze kunnen door de brandstof worden beschadigd. Achterplaat Filterelement (spons) Luchtlterkap Bevestigingsbout Filterelement (vilt) Ontluchting

5) Plaats de motor horizontaal en vul geleidelijk nieuwe motorolie bij tot aan de

markering van de bovengrens.

6) Draai na het bijvullen de olievuldop stevig vast, zodat deze niet kan

losraken en gaan lekken. Als de olievuldop niet stevig wordt vastgedraaid, kan deze gaan lekken. Markering van bovengrens Motorolie Inwendige rand (bovengrens) Markering op buitenkant (ondergrens) Inwendige rand (ondergrens) Markering op buitenkant (bovengrens) Chokehendel

TIPS VOOR HET OMGAAN MET OLIE

- Gooi verbruikte motorolie nooit weg met het afval, op de grond, of in een rioolput. Het weggooien van olie is bij wet geregeld. Houd u bij het weggooien altijd aan de betreffende wetten en regelgeving. In het geval u hierover vragen heeft, neemt u contact op met een erkend servicecentrum. - Olie verslechtert, ook wanneer de olie niet wordt gebruikt. Controleer en ververs de olie regelmatig (ververs de olie iedere 6 maanden).98

ONTBRANDBARE MATERIALEN Controle- en reinigingsinterval: Maandelijks (iedere 50 bedrijfsuren) Zuigkop in brandstoftank Controleer het brandstoflter regelmatig. Volg de onderstaande stappen om het brandstoflter te controleren. (1) Verwijder de brandstoftankvuldop en tap de brandstof af totdat de brandstoftank leeg is. Controleer de binnenkant van de brandstoftank op eventuele vreemde stoffen. Als u iets vindt, verwijdert u dit. (2) Gebruik een draadhaak om de zuigkop uit de brandstofvulopening te trekken. (3) Als het brandstoflter enigszins verstopt is, reinigt u het. Om het te reinigen, schudt u het en tikt u ertegen in de brandstof. Om beschadiging te voorkomen, knijpt u er niet is en wrijft u er niet over. De brandstof die is gebruikt voor het reinigen moet worden weggegooid volgens de methode beschreven in de regelgeving van uw land. Als het brandstoflter hard of ernstig verstopt is, vervangt u het. (4) Na het controleren, reinigen of vervangen van het brandstoflter, duwt u het zo ver mogelijk omlaag tot onderin de brandstoftank. Een verstopt of beschadigd brandstoflter kan leiden tot onvoldoende brandstoftoevoer en minder motorvermogen. Vervang het brandstoflter ten minste iedere drie maanden om verzekerd te zijn van een goede brandstoftoevoer naar de carburateur. 0,7 mm - 0,8 mm (0,028” - 0,032”)

DE BOUGIE CONTROLEREN

- Gebruik alleen de bijgeleverde moersleutel om de ontstekingsbougie te verwijderen of te installeren. - De afstand tussen de twee elektroden van de bougie moet 0,7 tot 0,8 mm (0,028” - 0,032”) bedragen. Als de afstand te groot of te klein is, moet u deze aanpassen. Als de elektroden van de bougie verstopt of vervuild zijn, moet u deze grondig schoonmaken of de bougie vervangen. LET OP: Raak de bougiekap nooit aan terwijl de motor draait (gevaar van elektrische schok door hoogspanning).

DE AFDICHTINGEN EN PAKKINGEN VERVANGEN

Nadat de motor uit elkaar is gehaald, moeten bij het weer in elkaar zetten altijd de afdichtingen en pakkingen worden vervangen door nieuwe. Alle onderhouds- of aanpassingswerkzaamheden die niet in deze gebruiksaanwijzing zijn beschreven, mogen alleen worden uitgevoerd door erkende servicecentra. Brandstoeiding Slangklem Brandstoflter Brandstoeiding

MATERIALEN Controle- en reinigingsinterval: Dagelijks (iedere 10 bedrijfsuren) Vervanging: Jaarlijks (iedere 200 bedrijfsuren) Vervang de brandstoeiding ieder jaar, ongeacht de gebruiksfrequentie. Brandstoekkage kan brand veroorzaken. Als tijdens de inspectie een lekkage wordt gevonden, vervangt u de brandstoeiding onmiddellijk.

DE BOUTEN, MOEREN EN SCHROEVEN

INSPECTEREN - Draai losse bouten. moeren, enz., weer vast. - Controleer op brandstof- en olielekkage. - Vervang beschadigde onderdelen door nieuwe voor een veilig gebruik.

DE ONDERDELEN REINIGEN

- Houd de motor altijd schoon. - Houd de koelribben van de cilinder vrij van stof en vuil. Stof en vuil dat zich tussen de koelribben ophoopt, zal leiden tot het vastlopen van de zuiger.99 WAARSCHUWING: Controleer of de motor is uitgeschakeld en afgekoeld voordat u begint met het aftappen van de brandstof. Vlak na het uitschakelen van de motor, is deze nog heet en kan brandwonden, ontbranding en brand veroorzaken. LET OP: Als het gereedschap gedurende een lange tijd niet gebruikt gaat worden, tapt u alle brandstof uit de brandstoftank en carburateur, en slaat u het op een droge, schone plaats op. Storingzoeken - Tap de brandstof af uit de brandstoftank en carburateur aan de hand van de volgende procedure:

1) Draai de brandstofvuldop eraf en tap de brandstof volledig af.

Als een vreemde substantie is achtergebleven in de brandstoftank, verwijdert u deze volledig.

2) Trek met behulp van een draadhaak het brandstoflter uit de

4) Plaats het brandstoflter terug in de brandstoftank en draai de

brandstofvuldop stevig vast.

5) Laat de motor vervolgens draaien tot deze afslaat.

- Verwijder de bougie en breng enkele druppels motorolie via het bougiegat in de cilinder. - Trek voorzichtig aan de trekstarthandgreep zodat de motorolie zich door de motor verspreidt, en monteer daarna de bougie weer. - Zet de hendel niet in de stand omlaag wanneer geen hulpstuk is bevestigd. Als de hendel in de stand omlaag staat terwijl geen hulpstuk is bevestigd, kan de stang van het hulpstuk niet worden ingestoken. - Normaal gesproken bergt u het gereedschap horizontaal op. Als dit niet mogelijk is, plaatst u het gereedschap zodanig dat de motor zich lager bevindt dan het snijgarnituur. Anders kan motorolie van binnenuit lekken. - Let er altijd op dat u het gereedschap op een veilige plaats opbergt om beschadiging van het gereedschap en persoonlijk letsel te voorkomen. - Bewaar de afgetapte brandstof in een speciale jerrycan op een goed geventileerde plaats in de schaduw. Aandachtspunt na langdurige opslag - Alvorens de motor na langdurige stilstand opnieuw te starten, moet de olie worden ververst (zie pag. 96). De olie verslechtert terwijl het gereedschap niet in gebruik is. Brandstof aftappen Vocht OPSLAG Probleem Systeem Waarneming Oorzaak Motor start niet of moeilijk Ontstekingssysteem Ontstekingsvonk OK Fout in brandstoftoevoer of compressiesysteem, mechanisch defect Geen ontstekingsvonk aanwezig Stopschakelaar ingeschakeld, bedradingsfout of kortsluiting, bougie of bougiekap defect, ontstekingsmodule defect Brandstoftoevoersysteem Brandstoftank is vol Onjuiste stand van chokehendel, carburateur defect, brandstoeiding geknikt of verstopt, brandstof vuil Compressie Geen compressie bij aantrekken Cilindervoetpakking defect, krukasafdichtingen beschadigd, cilinder of zuigerveren defect, of slechte afdichting van bougie Mechanisch defect Starter grijpt niet aan Gebroken startveer, gebroken onderdelen binnenin de motor Problemen bij starten van warme motor Brandstoftank vol, ontstekingsvonk aanwezig Carburateur is vervuild. Laat deze schoonmaken. Motor start, maar slat af Brandstoftoevoersysteem Brandstoftank is vol Verkeerde afstelling stationair draaien, carburateur vervuild Ontluchting brandstoftank defect, brandstoeiding niet open, gaskabel of stopschakelaar defect Onvoldoende prestaties Mogelijk zijn meerdere systemen tegelijk de oorzaak Slecht stationair lopen Luchtlter is vervuild, carburateur is vervuild, uitlaatdemper is verstopt, uitlaatkanaal in de cilinder is verstopt100 Gebruikstijd Item Voor gebruik Na smeren Dagelijks (10 uur) 30 uur 50 uur 200 uur Uitschakelen/ rusten Zie pagina Motorolie Inspecteren

Vastdraaien (bouten, moeren, enz.) Inspecteren

Laag toerental Inspecteren/ afstellen

Koelluchtinlaatkanaal Reinigen/ inspecteren

Afstand tussen luchtinlaatklep en luchtuitlaatklep Stel af