DOLMAR SP7650.4R - Niet gecategoriseerd

SP7650.4R - Niet gecategoriseerd DOLMAR - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis SP7650.4R DOLMAR in PDF-formaat.

📄 264 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice DOLMAR SP7650.4R - page 106
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : DOLMAR

Model : SP7650.4R

Categorie : Niet gecategoriseerd

Download de handleiding voor uw Niet gecategoriseerd in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SP7650.4R - DOLMAR en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SP7650.4R van het merk DOLMAR.

GEBRUIKSAANWIJZING SP7650.4R DOLMAR

  • Hartelijk dank voor uw keuze van de DOLMAR mistblazer met benzinemotor. Wij zijn er zeker van dat de DOLMAR mistblazer u zal bevallen, daar deze het resultaat is van een jarenlang ontwikkelingsprogramma op basis van onze brede kennis en ervaring. Deze mistblazer koppelt de voordelen van de laatste technische vindingen aan een uitgekiend ergonomisch ontwerp. Het is een handig, compact apparaat en staat klaar voor professionele inzet in tal van verschillende werkzaamheden. Lees, begrijp en volg de instructies in deze handleiding, om tot in de details volledig gebruik te maken van de prima prestaties die dit apparaat biedt. Dit garandeert u een optimaal veilige en doeltreffende werking van uw DOLMAR mistblazer. Nederlands SYMBOLEN Het is erg belangrijk dat u de volgende symbolen herkent en begrijpt wanneer u deze gebruiksaanwijzing doorleest. WAARSCHUWING/GEVAAR Draag altijd ademhalingsbescherming Lees de gebruiksaanwijzing totdat u alles begrijpt en volg de aanwijzingen Hete delen – Brandgevaar voor vingers en handen Verboden Brandstof (benzine) Niet roken Handmatige motorstart Geen open vuur Noodstop Draag stevig schoeisel met antislipzolen Eerste hulp Draag passende veiligheidskleding AAN/START Draag beschermende handschoenen UIT/STOP Houd omstanders op afstand wanneer u gaat sproeien Gevaar voor verlies van vingers of hand, door impellerbladen Houd uw werkomgeving vrij van personen en dieren Lang haar kan verstrikt raken en ongelukken veroorzaken Draag oog- en oorbescherming Gifgassen of gevaarlijke dampen Werk niet op slecht geventileerde plaatsen Inhoudsopgave Pagina Symbolen p. 106
  • Belangrijke veiligheidsvoorschriften p. 107
  • Technische gegevens p. 113
  • Benaming van de onderdelen p. 114
  • Montage-aanwijzingen p. 115
  • Alvorens de motor te starten p. 116
  • Starten en stoppen van de motor p. 118
  • Stationair-toerental regelen p. 119
  • Bedieningsmethode p. 120
  • Inspectie en onderhoud p. 126
  • Opslag p. 129
  • Storingen verhelpen p. 1311

BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN WAARSCHUWING: ● Lees alle veiligheidsvoorschriften en alle aanwijzingen. Veronachtzamen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en instructies voor latere naslag. Algemene aanwijzingen ● Om verzekerd te zijn van een correcte en veilige bediening moet de gebruiker de instructies in deze handleiding lezen, begrijpen en opvolgen om vertrouwd te geraken met de mistblazer (1). Gebruikers die onvoldoende deskundig zijn riskeren ongelukken voor zichzelf en anderen door onjuiste bediening. ● Het is aan te bevelen de mistblazer alleen uit te lenen aan personen die vertrouwd zijn met de werking hiervan. ● Reik altijd de gebruiksaanwijzing over. ● Onervaren gebruikers moeten zich door de dealer laten instrueren in de eerste beginselen voor het correcte gebruik van de mistblazer. ● Kinderen en personen onder de 18 jaar mogen niet werken met de mistblazer. Personen boven de 16 jaar mogen in hun trainingsfase het gereedschap wel bedienen, maar dan alleen onder direct toezicht van een bevoegd instructeur. ● Gebruik de mistblazer altijd met uiterste zorg en waakzaamheid. ● Gebruik de mistblazer enkel wanneer u in goede lichamelijke conditie verkeert. ● Verricht alle werkzaamheden steeds zorgvuldig en nauwgezet. De gebruiker is verantwoordelijk voor de veiligheid van derden. ● Gebruik de mistblazer nooit als u onder de invloed van alcohol of medicijnen bent (2). ● Gebruik het apparaat niet wanneer u zich eigenlijk te moe voelt. ● Bewaar deze instructies voor latere naslag. Bedoeld gebruik van het apparaat ● Gebruik het geschikte apparaat. De mistblazer is alleen bestemd voor het sproeien van chemische en andere vloeistoffen voor de wering van onkruid en schadelijke insecten in fruitboomgaarden, bloembedden en groententuinen, voor bomen, heesters en andere gewassen, zoals kofe, tabaksplanten en katoen. Het apparaat kan ook goede diensten verrichten bij de zorg voor jonge bomen, zoals bijv. de wering van bastkevers en ander ongedierte en plantenziekten.Nooit gebruiken voor enige andere doeleinden. ● Gebruik alleen plantveilige producten die door de fabrikant speciaal zijn aanbevolen voor het gebruik met mistblazers of sproeiers en die voldoen aan alle geldende veiligheidsvoorschriften, normen en wetten.Vraag uw dealer om nader advies over het gebruik en de bediening van uw mistblazer. Houd u altijd aan alle plaatselijk geldende veiligheidsvoorschriften, normen en wetten.Alle bedienend en onderhoudspersoneel moeten getraind zijn in en vertrouwd met de juiste omgang met de toegepaste chemicaliën, benevens de eerste hulp bij ongelukken en de voorschriften voor het wegwerpen van chemische vloeistoffen. WAARSCHUWING: ● Uw mistblazer is alleen voor professioneel gebruik. Verhuur of leen de mistblazer niet uit zonder de gebruiksaanwijzing. Zie er op toe dat iedereen die het apparaat gebruikt de informatie in deze gebruiksaanwijzing kent en begrijpt. Beschermende kleding en uitrusting ● Om letsel bij het gebruik van chemische stoffen te vermijden, dient u een geschikte veiligheidsuitrusting te dragen tijdens het vullen, het gebruik en het reinigen van de mistblazer. Neem altijd alle aanwijzingen van de fabrikant van de chemische stoffen in acht voor de juiste bescherming van uw ogen, huid en ademhaling. Die kunnen verschillen van en strikter zijn dan de volgende voorzorgsmaatregelen. ● Bij het gebruik van giftige chemicaliën kan het nodig zijn dat de gebruiker en eventuele omstanders zijn uitgerust met passende ademhalingsapparatuur, goedgekeurd voor de gebruikte chemicaliën. Zie het etiket van de chemische producten. Het inademen van giftige stoffen kan leiden tot ernstig en mogelijk zelfs fataal letsel. ● Draag functionele, goed passende kleding, die redelijk nauwsluitend is zonder u te hinderen in uw bewegingen. Draag geen sieraden zoals kettingen, losse kledingstukken of lang haar dat in de luchtinlaat kan worden gezogen. (3) ● Ter voorkoming van hoofd-, oog-, hand- of voetverwondingen en om uw gehoor te beschermen moet u tijdens het gebruik van de mistblazer de volgende beschermende kleding en veiligheidsuitrusting dragen. (2) (1) (3)108

Neem vooral de volgende voorschriften zorgvuldig in acht ● Kleding moet nauwsluitend en afgekleed zitten, maar moet wel steeds voldoende bewegingsruimte bieden. Vermijd losse jasjes, wijde, gescheurde of omgeslagen broeken, en dassen, shawls of loshangend haar dat in de luchtinlaat gezogen kan worden. Draag een overall of lange broek om uw benen te beschermen. Werk niet in korte broek. (5) ● Het lawaai van de mistblazer zou uw gehoor kunnen beschadigen. Draag oorbeschermers (oordoppen of oorkleppen) om uw oren te beschermen. Regelmatige of veelvuldige gebruikers moeten hun gehoor regelmatig laten testen. (4) ● Draag altijd rubber/chemicaliënbestendige handschoenen bij werken met de mistblazer. Zorg vooral dat u stevig staat. Draag rubber/chemicaliënbestendige laarzen. (5) ● Deugdelijke oogbescherming is vereist. Ook al is de uitblaasopening van de gebruiker af gericht, tijdens het gebruik van de mistblazer kan een windstoot de mist doen weerkaatsen of naar u toe blazen. (4) ● Werk nooit met de mistblazer zonder uw ogen te beschermen met een passende veiligheidsbril of een gezichtsmasker met afdoende bescherming van boven en opzij, die voldoet aan de voorschriften van ANSI Z 87.1 (of de plaatselijke veiligheidseisen).

OMGANG MET CHEMICALIEN

● Sommige chemicaliën die u met de mistblazer kunt gebruiken kunnen giftige en/ of bijtende stoffen bevatten. Dergelijke chemicaliën kunnen gevaarlijk zijn en ernstig of zelfs fataal letsel voor mens en dier veroorzaken en/of ernstige schade toebrengen aan planten en het milieu. Vermijd het direct contact met chemicaliën. Neem de voorschriften van de fabrikant van de chemische stoffen in acht omtrent het lichamelijk contact met de producten. ● Lees telkens vóór het mengen of gebruik van de chemicaliën het etiket en de gebruiksaanwijzing van de chemicaliën, evenals voor opslag of wegwerpen ervan. Vertrouw niet te veel op uw geheugen. Onachtzaamheid of vergissingen kunnen ernstig of zelfs fataal letsel veroorzaken. ● Lees voor het gebruik aandachtig elk etiket op de verpakking van de chemicaliën. Chemische stoffen zijn geclassiceerd in categorieën van giftigheid. Elke categorie heeft een specieke manier van behandelen. Maakt u zich vertrouwd met de kenmerken van de betreffende categorie voor elke chemische stof die u gebruikt. Chemicaliën mogen alleen worden gebruikt door personen die zijn opgeleid in het hanteren ermee en de vereiste maatregelen voor eerste hulp bij ongelukken. ● Chemicaliën kunnen schadelijk zijn voor mens en dier en ook voor het milieu, indien zij ondeskundig worden gebruikt. Bovendien is het niet aanbevolen om bepaalde chemicaliën met giftige, bijtende of corrosieve eigenschappen in uw mistblazer te gebruiken. ● Meng alleen verdelgingsmiddelen die samen toegepast kunnen worden. Bij menging van ongeschikte stoffen kunnen giftige dampen vrijkomen. Zorg bij het hanteren en het sproeien van chemicaliën dat u steeds handelt volgens de plaatselijk geldende voorschriften, normen en milieuwetgeving. Ga niet sproeien op een dag met veel wind. Ter bescherming van het milieu mag u niet meer gebruiken dan de aanbevolen hoeveelheid – sproei niet meer dan nodig. Wees vooral voorzichtig wanneer u werkt in de buurt van waterwegen, plassen of meren. ● Open tijdens het sproeien niet te vaak uw mond om iets te eten of te drinken of iets te roken terwijl er chemicaliën in de lucht zijn. Probeer nooit om met uw mond enige buis, mondstuk, pijp of leiding schoon te blazen. Hanteer chemicaliën altijd in een goed- geventileerde ruimte en draag daarbij geschikte beschermende kledij en uitrusting. Bewaar en vervoer chemicaliën niet samen met etenswaren, dranken of medicijnen en gebruik de verpakking van de chemicaliën nooit om andere stoffen in te bewaren. Giet geen chemische vloeistoffen in andere houders, vooral niet in de opslagmaterialen voor etenswaren en/of dranken. ● In het geval dat u per ongeluk chemicaliën inslikt of dat ze op uw huid of kleding komen, stopt u met werken en raadpleegt u onmiddellijk de instructies van de fabrikant van de chemicaliën. Als het niet duidelijk is wat u het best kunt doen, neemt u onverwijld contact op met een arts of een vergiftigingsadviesdienst. Zorg dat u het etiket van het product bij de hand hebt om het te tonen aan of voor te lezen voor de personen die u raadpleegt. Gemorste chemicaliën dient u onmiddellijk op te ruimen. Houd u bij het wegdoen van restjes aan de plaatselijk geldende voorschriften en wetten. ● Bewaar chemicaliën altijd buiten het bereik van kinderen, onbevoegden en huisdieren. Bewaar de chemicaliën wanneer u ze niet gebruikt op een veilige, afgesloten plaats. Volg de aanwijzingen van de fabrikant voor de juiste opslag van de stoffen. (4) (5)108

Toebereiden van chemicaliën ● Volg bij het verdunnen of toebereiden van chemische vloeistoffen de instructies van de fabrikant. ● Maak altijd net voldoende van de oplossing voor het op handen zijnde werk, zodanig dat er na aoop niets overblijft. ● Meng de chemicaliën strikt aan de hand van de instructies – bij het mengen van onjuiste stoffen kunnen giftige dampen vrijkomen of explosieve mengsels ontstaan. ● Sproei nooit onverdunde chemicaliën. ● Maak de vereiste oplossing en vul de houder daarmee alleen buitenshuis op een goed-geventileerde plaats. ● De gebruiker moet zich goed op de hoogte stellen van de naam van de te gebruiken chemicaliën. Opslag ● Laat de te sproeien oplossing niet langer dan een dag in de houder staan. ● Bewaar en vervoer de te sproeien oplossing alleen in daarvoor goedgekeurde containers. ● Bewaar of vervoer de te sproeien oplossing nooit in houders die bestemd zijn voor etenswaren, dranken of veevoeder e.d. ● Bewaar of vervoer de te sproeien oplossing nooit samen met etenswaren, dranken of veevoeder e.d. ● Houd de te sproeien oplossing uit de buurt van kinderen, onbevoegde personen en dieren. ● Bewaar de te sproeien oplossing in een afgesloten ruimte waarvan de toegang met een slot beveiligd is. Wegwerpen Giet nooit de resten van de chemicaliën of vervuilde mengsels in open water, afvoerput of riool, de goten of putten van de openbare weg en dergelijke. Bij het wegwerpen van vervuilde mengsels dient u zich te houden aan alle plaatselijk geldende voorschriften, normen en wetten. Houd u strikt aan de veiligheidsvoorschriften van de fabrikant van de chemicaliën. Vullen van de houder ● Zorg dat alle aansluitingen stevig vast zitten en controleer of de buizen en de leiding goed zijn aangesloten en in goede staat verkeren. Houd de sproeimiddel- toevoerhendel gesloten. ● Voordat u de mistblazer met chemicaliën gaat gebruiken, vult u die eerst met schoon water om te zien of alles goed gemonteerd is en om te oefenen met het sproeien. Controleer hierbij ook zorgvuldig op lekkage. Wanneer u zich vertrouwd hebt gemaakt met de werking van de mistblazer, kunt u de normale bedieningsprocedures gaan volgen. ● Vul uw mistblazer buitenshuis, op een goed-geventileerde plaats. ● Gebruik geen: – licht ontvlambare stoffen in de mistblazer, want die kunnen gevaar voor een explosie opleveren, met kans op ernstig of fataal letsel; – bijtende of corrosieve stoffen in de mistblazer, want die kunnen schade aan het apparaat veroorzaken; – Vloeistoffen met temperaturen boven 50°C, om het gevaar van brandwonden en schade aan het apparaat te vermijden. Om de sproeimiddeltank te vullen plaatst u de mistblazer op een egaal horizontaal oppervlak en giet u het mengsel er in, maar alleen bij helder licht en duidelijk zicht. Om het risico van vervuiling van de omgeving te vermijden, dient u goed op te letten de sproeimiddeltank niet overmatig te vullen met de chemische oplossing. Om het risico van letsel te vermijden, mag u de mistblazer niet vullen terwijl u die op uw rug draagt. Als u de sproeimiddeltank vult met een slang die van een centrale watertoevoer komt, let u dan op dat het uiteinde van de slang niet in de oplossing hangt, om het risico van terugstromen te voorkomen, d.w.z. de kans dat de chemicaliën in de watertoevoer kunnen worden gezogen als er plotseling een vacuüm zou ontstaan. Bereken nauwkeurig de juiste hoeveelheid chemische oplossing die nodig is, zodat er na het werk niets resteert in de tank. Na het bijvullen sluit u de sproeimiddeltankdop en draait u die stevig vast. ● Controleer tijdens het bijvullen en tijdens gebruik zorgvuldig op lekkage. Lekkage uit de sproeimiddeltank of een losse pakking kan op uw kleding terechtkomen en daardoor met uw huid in contact komen.110

Starten van de mistblazer ● Let vooral op dat er geen kinderen of andere personen binnen een straal van 20 meter komen (6) en let ook op dat er geen dieren in de buurt van uw werkplek komen. Gebruik de mistblazer niet in een stedelijk gebied. ● Controleer vóór het werk of de mistblazer geheel veilig is voor gebruik: Controleer de veilige werking van de gasgeeftrekker. De gasgeeftrekker moet gecontroleerd worden op een soepele gelijkmatige werking. Controleer ook de juiste werking van de gasgeeftrekker-vergrendeling. Controleer of de handgrepen schoon en droog zijn en probeer de werking van de I-O schakelaar uit. Zorg dat de handgrepen vrij zijn van olie en brandstof. ● Om het risico van lekkage en chemicaliën op uw huid te voorkomen, controleert u of de dop van de houder en alle verbindingen in de baan van het sproeimiddel goed afsluiten en zorgt u dat de slang stevig vastzit en in goede staat verkeert. Houd de sproeimiddel-toevoerhendel gesloten. ● Let op dat de sproeimiddel-toevoerhendel gesloten is voordat u het apparaat start. ● Controleer of de bougiedop stevig op de bougie is bevestigd – een losse bougiedop kan vonken doen overspringen, waardoor brandgevaarlijke dampen vlam kunnen vatten en brand veroorzaken. ● Controleer de conditie van de draagbanden en vervang beschadigde of versleten banden. ● Verstel de schouderband op een voor u comfortabele lengte voordat u gaat werken. In noodgevallen kunt u zich snel uit de schouderband losmaken en de machine van u af werpen. Oefen de beweging voor het afdoen van de schouderband enkele malen om er vertrouwd mee te geraken voordat u het apparaat gaat gebruiken. Werp de machine bij de oefeningen niet van u af, want dat kan het apparaat beschadigen. ● Wikkel bij het trekken aan de startgreep niet het startkoord om uw hand. Laat de starthendel niet terugspringen, maar leid het startkoord zo dat het goed opwikkelt. Als u dit veronachtzaamt, kunt u zich de hand of vingers verwonden en kan er schade aan het startmechanisme ontstaan. ● Na het starten kunt u de hulp van iemand anders nodig hebben om de mistblazer op uw rug te plaatsen. Om het risico van letsel voor uw assistent door losse voorwerpen, chemische mist / vloeistof of aanraking hete uitlaatgassen te voorkomen, laat u de motor tijdens dit korte interval even stationair draaien; waarschuwt u uw assistent om niet vlak voor de mist-uitblaasopening of de uitlaat te gaan staan. In andere gevallen kan de mistblazer ook zonder assistentie gestart en bediend worden. ● Start de mistblazer altijd alleen volgens de aanwijzingen. ● Gebruik geen andere methoden voor het starten van de motor (7)! ● Gebruik de mistblazer en de accessoires alleen voor de voorgeschreven doeleinden. ● Start de motor van de mistblazer pas nadat het gehele apparaat compleet gemonteerd is. Bediening van het apparaat is alleen toegestaan nadat alle juiste accessoires er op zijn gemonteerd. ● Zet de motor onmiddellijk af als u enig teken van motorstoring bemerkt. ● U kunt de mistblazer met één hand bedienen met uw rechterhand op de bedieningsgreep. Te dragen als rugzak, met de schouderbanden over beide schouders. Om te voorkomen dat u de beheersing over het apparaat verliest, mag u de mistblazer nooit meedragen met de schouderband(en) over één schouder. ● Bij het werken met de mistblazer houdt u altijd uw vingers stevig om de handgreep geklemd en houdt u de bedieningsgreep tussen uw duim en wijsvinger. Houd uw hand in deze stand om het apparaat voortdurend onder controle te houden. Zorg dat de bedieningsgreep in goede staat verkeert en vrij is van vocht, pek, olie of vet. ● Zorg altijd dat u stevig staat, goed in evenwicht. ● Om de sproeimiddeltank goed rechtop te houden en het risico van lekkage te verminderen, mag u zich niet zijwaarts of voorover buigen. Laat u zich door de knieën zakken terwijl u zich zo goed mogelijk ondersteunt om uw evenwicht te bewaren. Onthoud dat de mistblazer vol met vloeistof een aanzienlijk gewicht vertegenwoordigt. Wees extra voorzichtig met buigen, leunen en gewoon lopen. ● Bedien de mistblazer zodanig dat u de uitlaatgassen niet inademt. Laat het apparaat nooit draaien in een afgesloten ruimte (gevaar voor verstikking of gasvergiftiging). Koolmonoxide is een geurloos gas. Zorg altijd voor voldoende ventilatie. ● Uw mistblazer is niet geïsoleerd tegen elektrische schokken. Om het risico van elektrocutie te vermijden, mag u deze mistblazer nooit gebruiken in de nabijheid van draden of kabels (hoogspanning e.d.) die onder stroom staan. Ga niet sproeien op of in de buurt van elektrische installaties. 20 m (66 ft) (6) (7) 20 m110

● Schakel de motor uit wanneer u een rustpauze neemt of wanneer u de mistblazer onbeheerd achterlaat. Zet het apparaat op een veilige plaats om risico voor anderen te vermijden, evenals brandgevaar door ontvlambare materialen en gevaar voor schade aan het apparaat (8). ● Leg de mistblazer als die heet is nooit in droog gras of licht ontvlambare materialen. ● Zet de op hoge snelheid draaiende mistblazer niet op de grond, want kleine voorwerpen zoals zand, gras of stof e.d. kunnen in de luchtinlaat gezogen worden, waarna ze het ventilatorwiel kunnen beschadigen. ● Laat tijdens een rustpauze de mistblazer niet in de volle hitte van de zon staan en niet in de buurt van enige warmtebron. ● Tijdens gebruik moeten alle beschermkappen en veiligheidsvoorzieningen die bij het apparaat behoren er op aangebracht zijn. ● Laat de motor niet draaien als er iets mis is met de uitlaatdemper. ● Steek uw hand niet in de uitlaatopening. Tijdens het gebruik kan de uitlaatdemper zo heet worden dat u zich er aan kunt branden. ● Raak niet langdurig het motordeksel aan. Het kan tijdens gebruik erg heet worden en brandwonden veroorzaken. ● Schakel de motor uit voor vervoer van het apparaat (8). ● Zorg dat de mistblazer tijdens vervoer in een auto of vrachtwagen stabiel is neergezet, om brandstoekkage te voorkomen. ● Voor transport van de mistblazer dient u te zorgen dat de brandstoftank en de vloeistof/sproeimiddeltank helemaal leeg zijn. Brandstof bijvullen ● Schakel de motor (8) uit voor het bijtanken, houd de machine weg bij open vuur (9) en rook beslist niet. ● Voorkom huidcontact met benzine. Adem geen benzinedampen in. Draag altijd beschermende handschoenen bij het tanken. Verwissel regelmatig uw beschermende kleding en reinig die ook regelmatig. ● Vermijd het morsen van benzine of olie om vervuiling van de grond te voorkomen (ter bescherming van het milieu). Veeg gemorste benzine direct af en maak de mistblazer goed schoon. Laat natte lappen opdrogen voordat u ze wegwerpt in een goed sluitende afvalbak, om het gevaar van spontane ontbranding te voorkomen. ● Zorg dat u geen benzine op uw kleding morst. Verkleed u onmiddellijk als er benzine op uw kleding is gemorst (vanwege brandgevaar). ● Controleer regelmatig de brandstoftankdop op lekkage en let op dat de dop goed afsluit. ● Draai de borgschroef van de benzinetankdop stevig vast. Start de motor altijd op een andere plaats (tenminste 3 meter verwijderd) dan de plaats waar u hebt bijgetankt (10). ● Ga nooit bijvullen in een afgesloten ruimte. Benzinedampen vormen zeer brandbare gassen op grondniveau (explosiegevaar). ● Bewaar en vervoer de brandstof alleen in goedgekeurde containers. Zorg dat uw brandstofvoorraad niet toegankelijk is voor kinderen. ● Probeer niet om een nog hete of draaiende motor bij te vullen. Bedieningsvoorschriften ● Gebruik de mistblazer alleen bij helder licht en duidelijk zicht. Pas tijdens de koude jaargetijden goed op voor glibberige of natte grond, ijzel, sneeuw en ijs (gevaar voor uitglijden). Zorg altijd dat u stevig staat (11). ● Werk nooit op een onstabiele ondergrond of een steile helling (11). ● Als u niet op de hoogte bent van de risico’s die zijn verbonden aan het specieke middel dat u gebruikt, zie dan het etiket en/of het veiligheidsgegevensvel van het product en/of raadpleeg de fabrikant/leverancier van het product. U kunt ook uw werkgever, een overheidsinstantie en andere instanties verzoeken om nadere informatie over gevaarlijke materialen. Bepaalde andere overheden hebben lijsten gepubliceerd met stoffen die bekend staan als kankerverwekkend, giftig voor de voorplanting enz. (11). ● Om gevaar voor letsel te voorkomen, mag u nooit de luchtstroom op omstanders richten, want de hoge luchtdruk kan schadelijk zijn voor de ogen en de krachtige luchtstroom kan gruis e.d. met grote snelheid uitwerpen (12). ● Sproei nooit in de richting van personen of dieren die letsel kunnen oplopen of kwetsbare eigendommen die door het sproeien beschadigd kunnen worden (12). ● Steek nooit enig voorwerp in de luchtinlaat van het apparaat of in de uitblaaspijp van de mistblazer. Dat kan de ventilator beschadigen en kan gevaar voor ernstig letsel opleveren zowel voor u als gebruiker als voor omstanders, als het voorwerp of gebroken onderdelen met kracht worden weggeslingerd. ● Let altijd op de windrichting, en werk vooral niet tegen de windrichting in. ● Om gevaar voor struikelen en vallen te voorkomen, mag u nooit in achterwaartse richting lopend met het apparaat werken. ● Schakel de motor altijd uit voordat u het apparaat gaat reinigen of onderhouden of voordat u onderdelen gaat vervangen. ● Neem regelmatig even rust om verlies aan beheersing door vermoeidheid te voorkomen. Wij raden u aan om elk uur een rustpauze van 10 tot 20 minuten in te lassen. (8) (9) (10) 3 m (10 ft) (11) (12) 3 m112

Na aoop van het werk ● Wast u zich altijd zorgvuldig met water en zeep na het sproeien of hanteren van chemicaliën. Neem direct een douche en was alle beschermende kleding afzonderlijk van uw andere wasgoed. Volg alle aanvullende aanbevelingen van de fabrikant van de chemicaliën. Maak de mistblazer altijd vrij van stof en vuil. ● Leeg na elk gebruik de sproeimiddeltank, spoel die uit en maak hem goed schoon, samen met de bijbehorende delen. Dit dient om te voorkomen dat het mengsel zou kristalliseren, wat later verstopping en chemische schade aan het apparaat kan veroorzaken. Daarnaast kunnen de chemische resten een ongewenst effect hebben als u later sproeit met een ander soort chemicaliën (zo zouden resten van een onkruidverdelger de planten die u later met een insectenwerend middel besproeit kunnen doden of beschadigen). Bewaar de mistblazer niet met resterend sproeimiddel in de sproeimiddeltank. ● Houd kinderen, mensen die er niet bij betrokken zijn en huisdieren uit de buurt van plaatsen waar u zojuist gesproeid hebt. Na het gebruik van bepaalde chemicaliën, vooral landbouwpesticiden, moet er een kennisgeving in het behandelde gebied worden geplaatst om aan te geven dat een “Periode van Beperkte Toegang” (REI) geldt. Zie het etiket van het chemische product en de van toepassing zijnde overheidsbepalingen. Onderhoudsaanwijzingen ● Maak het apparaat voor opslag schoon en verricht het nodige onderhoud. ● Ga milieubewust te werk. Gebruik de mistblazer met zo min mogelijk lawaai en luchtvervuiling als mogelijk. Laat vooral de afstelling van de carburateur regelmatig controleren. ● Maak de mistblazer regelmatig schoon en controleer of alle bouten en moeren stevig vast zitten. ● Onderhoud of bewaar de blazer nooit in de nabijheid van open vuur, vonken, enz. (13). ● Sla de mistblazer altijd met een lege brandstoftank en een lege sproeimiddeltank op in een goed geventileerde, met een slot afgesloten ruimte. (13) Pas op voor ongelukken en volg alle relevante veiligheidsinstructies, uitgegeven door overheidsinstellingen en verzekeringsinstanties. Maak geen enkele aanpassing of modicatie aan de mistblazer, want dat kan uw veiligheid in gevaar brengen. Het uitvoeren van onderhoud of reparaties door de gebruiker is beperkt tot de in deze gebruiksaanwijzing omschreven punten. Alle andere werkzaamheden dienen door een erkende servicedienst uitgevoerd te worden. Gebruik enkel originele reserveonderdelen en accessoires geleverd door DOLMAR. Het gebruik van niet-goedgekeurde onderdelen of toebehoren verhoogt de kans op ongelukken en verwondingen. DOLMAR aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor ongelukken of schade die voortvloeit uit het gebruik van niet-goedgekeurde onderdelen of toebehoren. Eerste hulp Voor het geval van ongelukken dient een goed gevulde eerstehulpkoffer in de buurt van de werkzaamheden aanwezig te zijn. Vul direct na gebruik van de inhoud de eerstehulpkoffer weer volledig aan. Wanneer u hulp inroept, geeft u altijd de volgende informatie: ● Plaats van het ongeluk ● Wat er gebeurd is ● Aantal gewonden ● Aard van de verwondingen ● Uw naam Verpakking De DOLMAR mistblazer wordt geleverd in een beschermende kartonnen doos die dient om beschadiging tijdens transport te voorkomen. Karton is een essentiële grondstof en kan dus opnieuw worden gebruikt of gerecycled (als kringlooppapier). BEWAAR DEZE GEBRUIKSAANWIJZING. WAARSCHUWING: ● Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van vertrouwdheid met het apparaat (na veelvuldig gebruik), maar neem alle veiligheidsvoorschriften voor het betreffende product altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwijzing kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.112

Alleen voor Europese landen EU-verklaring van conformiteit Makita verklaart dat de volgende machine(s): Aanduiding van de machine: Mistblazer met benzinemotor Modelnummer/Type: SP-7650.4 R Specicaties: zie de tabel onder “TECHNISCHE GEGEVENS” Voldoet aan de volgende Europese richtlijnen: 2006/42/EU, 2000/14/EU En is gefabriceerd in overeenstemming met de volgende normen of genormaliseerde documenten:

EN ISO 28139, ISO 10988

De technische documentatie overeenkomstig 2006/42/EU is opvraagbaar bij: Makita, Jan-Baptist Vinkstraat 2, 3070, België De conformiteitsbeoordelingsprocedure vereist door richtlijn 2000/14/EU was in overeenstemming met annex V. Gemeten geluidsvermogenniveau: 110,1 dB Gegarandeerd geluidsvermogenniveau: 111 dB

) 2 800 Cilinderinhoud (cm

) 75,6 Brandstof Autobenzine Inhoud brandstoftank (L) 1,8 Motorolie SAE 10W-30 olie van API-classicatie SF-klasse of hoger (motorolie voor 4-takt automotoren) Hoeveelheid motorolie (L) 0,22 Carburateur (membraancarburateur) WALBRO WYK Bougie NGK CMR6A Electrodenafstand (mm) 0,7 – 0,8 Inhoud sproeimiddeltank (L) 15,0 Sproeibereik (horizontaal/verticaal) (m) 16 / 13 Maximale luchtstroomsnelheid (m/s) 85 Luchtstroomvolume (m

) 2,7 Onzekerheid K (m/s

) 0,8 Gemiddeld geluidsdrukniveau volgens ISO

dB (A) 95,4 Onzekerheid K dB (A) 2,9 Gemiddeld geluidsvermogenniveau volgens ISO 22868

1. Gebruik de olie en de bougie die staan voorgeschreven in de tabel.

2. Deze specicaties kunnen worden gewijzigd zonder voorafgaande kennisgeving.

3. Gebruik het peilstreepje voor 10 L als richtlijn voor een bruto gewicht van 25 kg voor de mistblazer inclusief het chemicaliënmengsel.

4. De trillingen en het geluidsvolume zijn gemeten bij gebruik van de rechte (lange) blaaspijp.114

3. Gasgeeftrekker 14. Brandstoftankdop 25. Zwenkpijp

7. Peilglas voor aezen van de hoeveelheid

33. Filterzeef van de sproeimiddeltank (in de

MONTAGE-AANWIJZINGEN Monteren van de mistsproeipijpen LET OP: ● Alvorens u enig werk aan de mistblazer gaat verrichten, zet u altijd eerst de motor af en trekt u de bougiedoppen van de bougie af. ● Draag altijd beschermende handschoenen! ● Start de mistblazer pas nadat die volledig is gemonteerd. ● Controleer na het monteren nog eens of alle slangklemmen stevig vast zitten. OPMERKING: ● Zorg voor het vastdraaien dat de bout van elke slangklem aan de buitenkant komt te zitten, zoals in de afbeelding.

1. Bevestig de zwenkpijp (1) aan de exibele pijp (2).

Zet ze vast met de slangklem met doorsnede van 76 mm (3).

2. Bevestig de exibele pijp aan de elleboogpijp (4) van de mistblazer.

Zet ze vast met de slangklem met doorsnede van 100 mm (5).

3. Bevestig de rechte pijp (6) aan de zwenkpijp (1).

Lijn de sleuf van de rechte pijp uit met de nok van de zwenkpijp, draai de rechte pijp totdat die vastklikt en zet de pijpen dan vast met de slangklem met doorsnede van 76 mm (3). OPMERKING: ● De hierboven genoemde rechte pijp omvat in feite drie pijpen, waaruit u kunt kiezen al naar gelang de vereisten van uw werk. – Rechte pijp (lang) (6) – Rechte pijp (kort) (7) – Pijp met gebogen uiteinde (8) Als vaste accessoire(s) bij de mistblazer kan er slechts één of een combinatie van de bovengenoemde pijpen zijn bijgeleverd; welke ervan kan van land tot land verschillend zijn. Indien nodig, kunt u de andere pijpen aanschaffen als optionele accessoires. (2) (3) (1) (4) (5) (6) (6) (7) (8)116

4. Bevestig twee van de 76-mm diameter slangklemmen (3) losjes op de pijp (die

klemmen zullen later worden gebruikt om de sproeimiddel-toevoerhendel en de buisverbinding vast te zetten). Bevestig het tussenmondstuk (10) aan de rechte pijp. Zet ze vast met een andere 76-mm diameter slangklem (3). (10) (3) (3) (3) (11) (12) (9) (1) (2)

5. Plaats de sproeimiddel-toevoerhendel (9) op de pijp.

Zorg dat de open kant van het steunpunt van de knop (11) naar de zwenkpijp toe gericht is. Lijn het steunpunt van de knop uit met de uitsparing in het uitstekende deel van de rechte pijp (12). Zet ze vervolgens vast met de 76-mm diameter slangklemmen (3).

1. Plaats het apparaat op uw rug en stel de schouderband bij (zie “Verstellen van de

2. Schuif de bedieningsgreep (1) langs de buis naar de meest comfortabele stand.

3. Zet de bedieningsgreep vast door de knop (2) aan te draaien.

ALVORENS DE MOTOR TE STARTEN

1. Controleren en bijvullen van motorolie

1) Volg de onderstaande procedure wanneer de motorolie koud is, d.w.z. wanneer

de mistblazer niet ingeschakeld is geweest. ● Inspectie: Zet de mistblazer neer op een egale ondergrond en verwijder de olievuldop. Controleer of het oliepeil tussen de bovenste (1) en onderste (2) peilstreepjes in het oliepeilglas (3) staat. Als de olie niet tot aan het 100 mL peil (4) reikt, vult u dan verse olie bij. ● Olie bijvullen: Zet de mistblazer neer op een egale ondergrond en verwijder de olievuldop. Vul olie bij tot aan het bovenste peilstreepje van het oliepeilglas.

2) Over het algemeen zult u na ongeveer elke 20 gebruiksuren motorolie moeten

bijvullen. Dit interval betekent dat u de olie moet verversen voor elke 10 – 15 keer ongeveer dat u de brandstof voor de mistblazer bijvult.

3) Ververs de olie wanneer die vuil is of duidelijk van kleur veranderd is. (Zie

pag. 126 voor de werkwijze en de regelmaat waarmee u de olie moet verversen.) Aanbevolen olie: Originele DOLMAR motorolie of SAE10W-30 olie van API-classicatie SF-klasse of hoger (4-takt motorolie voor auto’s) Oliecapaciteit: Ongeveer 0,22 L (220 mL) (3) (1) (4) (2) LET OP: ● Als de mistblazer in opslag niet precies rechtop staat, kan de olie uit het peilglas in de motor vloeien, hetgeen bij controleren van het oliepeil een onjuiste oliepeilaanduiding geeft. Dit kan resulteren in het overmatig bijvullen telkens wanneer u motorolie bijvult. Zet het apparaat bij opslag precies rechtop. ● Als het oliepeil boven het maximum komt, kan de olie vuil worden en kan de motor witte rook uitstoten omdat die teveel olie verbrandt. Controlepunt #1: Betreffende de olievuldop bij het olie bijvullen ● Verwijder stof of vuil rond de olievulopening voordat u de olievuldop verwijdert. ● Verwijder de olievuldop en leg deze op een schone plek, zodat er geen zand, vuil of andere ongerechtigheden aan kunnen komen. Vuil dat aan de olievuldop blijft kleven kan de motorolie vervuilen als u niet oppast. Vuile olie, met zand, stof of andere zaken die er niet in thuis horen, kan extra slijtage aan de motor veroorzaken omdat de smeerwerking van de olie teniet wordt gedaan, waardoor de motor defect kan raken.116

Controlepunt #2: Als er olie gemorst wordt bij het bijvullen ● Gemorste olie op de buitenkant van de mistblazer kan leiden tot vervuiling van de motorolie. Veeg daarom alle gemorste olie weg voordat u de motor start.

2. Brandstof bijvullen

WAARSCHUWING: ● Bij het bijvullen van brandstof dient u vooral de volgende punten in acht te nemen om ontbranding en brandgevaar te voorkomen: – Het bijvullen van brandstof moet gebeuren op een plaats waar geen open vuur is. Breng nooit enig brandend voorwerp (sigaret e.d.) dichtbij de plaats waar u brandstof tankt. – Zet de motor af en laat die afkoelen voordat u brandstof gaat bijvullen. – Kies een vlakke ondergrond voor het bijvullen van brandstof. Vermijd onstabiele en slecht geventileerde plaatsen voor het bijvullen van brandstof. – Verricht het bijvullen van brandstof bij helder licht en goed zicht. – Kies een vrije open omgeving voor het bijvullen van brandstof. – Open de brandstoftankdop heel voorzichtig. Door inwendige druk zou er brandstof uit de vulopening kunnen komen. – Wees voorzichtig dat u geen brandstof morst. Veeg eventueel gemorste brandstof vlot weg. – Vul niet meer brandstof bij dan nodig. – Verricht het bijvullen van brandstof op een goed geventileerde plaats. ● Ga voorzichtig om met brandstof. – Brandstof die op uw huid of in uw ogen komt, kan leiden tot allergische reacties of irritatie. Roep onmiddellijk medische assistentie in wanneer u een fysieke afwijking bespeurt. Opslagtermijn van brandstof Brandstof hoort binnen 4 weken opgebruikt te worden, zelfs al bewaart u die in een speciale container in een goed geventileerde, donkere ruimte. In een open of minder geschikte container kan brandstof al binnen een dag onbruikbaar worden. Opslag van de machine en de brandstoftank ● Bewaar de machine en de brandstoftank op een koele plek, uit de zon. ● Bewaar brandstof nooit in de kofferruimte of het passagierscompartiment van een auto. Brandstof De motor is een 4-takt motor. Zorg dat u altijd benzine voor auto’s gebruikt (normaal of super). Opmerkingen over brandstof ● Gebruik nooit een benzine-olie mengsel (mengsmering). Dat kan overmatige koolaanslag en mechanische storingen veroorzaken. ● Bij gebruik van bedorven brandstof zal de motor onregelmatig starten. Voor het bijvullen van brandstof stopt u de motor en wacht u tot die afgekoeld is. Brandstof-bijvulmethode ● Draai de brandstoftankdop een beetje los om de druk binnen de tank gelijk te maken met de buitenluchtdruk. ● Haal de tankdop er af en vul brandstof bij terwijl u de tank scheef houdt om de gassen uit de tank te laten door de vulopening naar boven te houden. (Vul nooit de tank tot aan de nok toe vol.) ● Draai de tankdop na het bijvullen stevig dicht. ● Als de tankdop vervormd of beschadigd is, vervangt u die. ● De tankdop zal op den duur slijtage vertonen. Vervang de tankdop om de twee tot drie jaar.118

WAARSCHUWING: ● Start de motor in geen geval op dezelfde plek als waar u brandstof getankt heeft. Ga minstens 3 meter bij de tankplek vandaan voordat u de motor start. – Anders kan er brandgevaar ontstaan. ● De uitlaatgassen van de motor zijn giftig. Laat de motor niet draaien op een slecht geventileerde plaats, bijvoorbeeld in een tunnel, in een gebouw enz. – Gebruik van de motor op een slecht geventileerde plek kan leiden tot vergiftiging door uitlaatgassen. ● Stop en inspecteer de motor onmiddellijk wanneer u na het starten iets abnormaals bespeurt, zoals een vreemd geluid, geur, of trilling. – Als u de motor blijft gebruiken terwijl zich een dergelijk abnormaal verschijnsel voordoet, kan dat leiden tot ongelukken. ● Controleer of de motor daadwerkelijk stopt wanneer u de stopregelhendel in de “O” stand zet. ● Let op dat de sproeimiddel-toevoerhendel gesloten is voordat u het apparaat start.

1) Wanneer de motor koud is, of na het bijtanken (koude start):

(1) Plaats het apparaat op een vlakke ondergrond. (2) Zet de stopregelhendel (1) in de “I” stand. (1) (3) (3) Druk enkele malen op de opvoerpomp (2) totdat er brandstof in de opvoerpomp komt. ● Meestal komt er na 7 tot 10 maal drukken brandstof in de carburateur. ● Als u de opvoerpomp te vaak indrukt, zal het teveel aan benzine teruggevoerd worden naar de brandstoftank. (4) Zet de chokehendel (3) omhoog. (5) Houd het luchtlterdeksel met uw linkerhand vast om te voorkomen dat de motor in beweging komt en zet u schrap in een stabiele houding. (6) Trek langzaam aan de startgreep tot u compressie voelt. Geef er vervolgens een stevige ruk aan. Het kan vaak twee tot vier pogingen vergen totdat de motor start. ● Trek het startkoord nooit volledig uit. ● Laat de startgreep geleidelijk terugkeren tot in de behuizing. Als u de startgreep abrupt loslaat, kan de greep tegen uw lichaam aan zwiepen of niet goed terugkeren. (7) Wanneer de motor start, zet u de chokehendel geleidelijk omlaag terwijl u goed let op hoe de motor loopt. Zorg dat u de chokehendel uiteindelijk helemaal omlaag zet. ● Bij koud weer of wanneer de motor afgekoeld is, moet u de chokehendel altijd langzaam omlaag zetten. Anders kan de motor afslaan. (8) Grijp de bedieningsgreep (de uitstand-borgknop wordt bij het vastgrijpen losgezet) en trek aan de gasgeeftrekker om de motor te laten warmdraaien. Laat de motor 2 tot 3 minuten warmdraaien. (9) Wanneer de motor gelijkmatig draait en snel op toeren komt zodra u vol gas geeft, is de motor voldoende opgewarmd. (2)118

OPMERKING: ● De motor kan beschadigd raken als de chokehendel verder gezet wordt dan de “CLOSE” stand. ● Als de motor knalt en afslaat, of als de motor al voor het verstellen van de chokehendel weer stopt, zet u deze hendel terug in de “OPEN” stand en trekt u enkele malen aan de startgreep om de motor weer te starten. ● Als u aan de startgreep blijft trekken met de chokehendel in de “CLOSE” stand, kan de motor niet of nauwelijks meer starten omdat die door een teveel aan brandstof is verzopen. ● Als de motor door te veel brandstof is verzopen, verwijdert u de bougie en trekt u een paar keer snel aan de starthendel om het teveel aan brandstof te lozen. Maak de elektrode van de bougie goed droog. ● Wanneer de gasklep niet terugkomt in een stand waarin deze de stationairstelschroef raakt, zelfs niet wanneer de gasgeeftrekker staat ingesteld op een laag toerental, stel dan de bedieningskabel opnieuw af zodat de klep terugkeert in de correcte stand.

2) Wanneer de motor warm is (warme start)

(1) Plaats de mistblazer op een vlakke ondergrond. (2) Druk enkele malen op de opvoerpomp. (3) Zorg dat de chokehendel omlaag staat. (4) Houd het luchtlterdeksel met uw linkerhand vast om te voorkomen dat de motor in beweging komt en zet u schrap in een stabiele houding. (5) Trek langzaam aan de startgreep tot u compressie voelt. Geef er vervolgens een stevige ruk aan. (6) Wanneer de motor niet gemakkelijk start, draait u de gasklep ongeveer 1/3 open.

1) Laat de gasgeeftrekker los om het motortoerental te verminderen en zet

dan de stopregelhendel in de “O” stand. STATIONAIR-TOERENTAL REGELEN GEVAAR: ● De carburateur is in de fabriek naar behoren afgesteld. Maak nooit enige andere afstelling dan alleen voor het stationair-toerental. Voor andere afstellingen dient u contact op te nemen met een erkend servicecentrum. Controleren van het stationair-toerental Stel het stationair-toerental in op 2 800 toeren/min

● Als het nodig is het stationair-toerental bij te regelen, kunt u de stelschroef (1) bijstellen met een kruiskopschroevendraaier. ● Draai de stelschroef naar rechts om het toerental van de motor te verhogen. Draai de stelschroef naar links om het motortoerental te verlagen. (1)120

BEDIENINGSMETHODE Aanbrengen van de lterzeven De mistblazer is voorzien van een lterzeef bij de opening van de sproeimiddeltank en nog één bij de pijpinlaatkop. Zie er altijd op toe dat elke lterzeef op zijn plaats is aangebracht. Om een lterzeef aan te brengen, drukt u die op zijn plaats. Om de lterzeef te verwijderen, trekt u die los. WAARSCHUWING: ● Draai de tankdop stevig vast. Als u nalaat de tankdop stevig aan te draaien, kan er sproeimiddel gaan lekken, kan de druk minder worden enzovoort. Verstellen van de schouderband Stel de schouderband in op een lengte waarbij u veilig en comfortabel kunt werken met de mistblazer op uw rug. Verstel de band zoals getoond in de afbeelding. (1) Heupgordel (optioneel accessoire) Met de heupgordel (optioneel accessoire) kan de gebruiker het apparaat stabieler dragen. Afstellen van de bedieningsgreep Verstel de bedieningsgreep langs de zwenkpijp naar de meest comfortabele stand. Vullen van de sproeimiddeltank

1. Houd de pakking (1) in goede staat, schoon en goed ingevet met smeervet.

2. Zet de mistblazer op een egale ondergrond.

3. Sluit voor het vullen van de sproeimiddeltank altijd de sproeimiddel-toevoerhendel

4. De sproeimiddeltank kan tot 15 liter aan sproeimiddel bevatten.

Met een volle tank zal het totale gewicht inclusief sproeimiddel bijna 30 kg bedragen. Houd de hoeveelheid sproeimiddel beperkt, zodat de mistblazer met sproeimiddel in de tank niet al te zwaar en onhandelbaar wordt voor de gebruiker. Wanneer er 10 liter aan sproeimiddel in wordt gegoten (zodat het peilglas aan de zijkant van de tank tot aan het 10-liter streepje is gevuld) bedraagt het totale gewicht van het apparaat ongeveer 25 kg. Het is aanbevolen om te zorgen dat het totale gewicht van het apparaat niet boven de 30 kg komt voor mannen en niet boven de 25 kg voor vrouwen. Aan het sproeimiddelpeil in het peilglas aan de zijkant van de mistblazer kunt u het totale peil van de vloeistof in de sproeimiddeltank aezen. Sproeimiddel-mengfunctie Het sproeimiddel-mengapparaat binnenin de sproeimiddeltank maakt het mogelijk om sproeimiddel te mengen met luchtbellen die er uit komen tijdens het sproeien.122

Bediening van de mistblazer Om het motortoerental te verhogen, grijpt u de bedieningsgreep (de uitstand- borgknop wordt bij het vastgrijpen losgezet) en trekt u aan de gasgeeftrekker. De druk die u op de gasgeeftrekker uitoefent bepaalt het motortoerental. De stand van de stopregelhendel kan de hoek van de gasgeeftrekker beperken. De stopregelhendel heeft vier standen. “O”(motorstop), “I”, en twee standen voor het beperken van de gasgeeftrekkerstand. In stand “I” wordt het motortoerental niet beperkt (dus kunt u de gasgeeftrekker helemaal intrekken). De hoek van de gasgeeftrekker wordt beperkt vanaf één stap boven de stand “I”. De gasgeeftrekker wordt nog sterker beperkt wanneer u de stopregelhendel nog een stapje verder voorbij stand “I” zet. Stel het motortoerental af op de vereisten van de werkplek en de werkomstandigheden. Stroomsnelheid-regelknop Met de stroomsnelheid-regelknop kunt u een ruim bereik aan stroomsnelheden kiezen. Regelen van de stroomsnelheid Draai de stroomsnelheid-regelknop (1) op het tussenmondstuk zo dat het cijfer op de stroomsnelheid-regelknop tegenover het driehoekige pijltje (2) staat om de gewenste stroomsnelheid te kiezen. Uitstroomsnelheid Sproei door de rechte pijp in een hoek van 0 graden tot een negatief aantal graden vanuit de horizontale stand te houden. Stand van de knop Uitstroomsnelheid (L/min) (gemiddelde waarde) 1 0,36 2 1,0 3 1,6 4 2,5 OPMERKING: ● Gebruik de getallen in de bovenstaande tabel als richtlijn en onthoud dat ze moeten worden bijgesteld, al naar gelang het soortelijk gewicht van de chemische oplossing in de sproeimiddeltank. Sproeimiddel-toevoerhendel Om de toevoer van sproeimiddel te starten (A) draait u de sproeimiddel-toevoerhendel (1) horizontaal, parallel aan de buis. Om de toevoer van sproeimiddel te stoppen (B) draait u de sproeimiddel- toevoerhendel verticaal, haaks op de buis. (2) (1) (1) (A) (B)122

Aanbrengen en verwijderen van het verstuivingsdeksel Om het verstuivingsdeksel (1) aan te brengen, plaatst u dat op het voorste sproeimondstuk (2), zodanig dat de uitstekende nok (3) precies tegenover de inkeping (4) in het voorste sproeimondstuk komt. (2) (4) (1) (3) (2) (3) (4) (1) (5) (6) Maak het verstuivingsdeksel vast door het helemaal naar rechts te draaien. Om het verstuivingsdeksel te verwijderen, volgt u de bovenstaande aanwijzingen in omgekeerde volgorde. Vervangen van het sproeimondstuk door een speciaal mondstuk voor kleine hoeveelheden (optioneel accessoire) Wanneer u slechts een kleine hoeveelheid sproeimiddel moet verstuiven, vervangt u de dop van het sproeimondstuk door een ander type bijgeleverde mondstukdop met een kleine uitstroomopening. Om het sproeimondstuk te vervangen, gaat u als volgt te werk.

1. Verwijder de schroef (1) van het tussenmondstuk (2) en verwijder dan het voorste

sproeimondstuk (3) en het verstuivingsdeksel (4).

2. Steek de punt van een platte schroevendraaier in de sleuf (5) bovenin het

sproeimondstuk en verwijder de dop van het sproeimondstuk (6) door die geheel linksom te draaien.124

3. Plaats een ander bijgeleverd sproeimondstuk met een kleine uitstroomopening.

OPMERKING: ● Kies het geschikte sproeimondstuk uit de volgende twee, afhankelijk van het soort (de viscositeit) van de gebruikte chemicaliën. (7) (8) (9) (3) (10) Type sproeimondstuk Viscositeit van chemicaliën Voorbeeld van chemicaliën Uitstroomsnelheid (L/min)*

Aluminium sproeimondstuk (zilverkleurig) (7) *

Hoog MALATHION (Mengen met olie.) 0,14 Koperen sproeimondstuk (goudkleurig) (8) *

Laag Aqua K-Othrine (Mengen met water.) 0,075 Koperen sproeimondstuk met ponsmarkering (goudkleurig) (9) *

Laag Cipermetrinato (Mengen met water.) 0,060 Opmerking 1: De uitstroomsnelheid getoond in de tabel geldt in het geval van enkel water en dient dus alleen als richtlijn. Dit varieert afhankelijk van de gebruikte chemicaliën. Opmerking 2: Welke type(n) sproeimondstuk(ken) bij de mistblazer zijn geleverd kan van land tot land verschillen.

4. Bevestig het voorste sproeimondstuk (3) en zet het vast met de schroef (1).

OPMERKING: ● Bij gebruik van een sproeimondstuk met een kleine uitstroomopening kunt u het verstuivingsdeksel (4) achterwege laten en kunt u dat opbergen om het niet te verliezen.

Zorg dat de mistblazer rechtop blijft staan wanneer u het apparaat vervoert of opbergt. Als u het apparaat vervoert of opslaat in een andere stand dan rechtopstaand, kan er olie in de motor van de mistblazer overlopen. Dat kan leiden tot olielekkage en het afgeven van witte rook door verbranding van de olie, en het luchtlter kan door olie vervuild raken. GEVAAR: ● Voor het vervoer of opslag van de mistblazer zet u altijd eerst de motor af.124

De sproeimiddeltank legen en schoonmaken WAARSCHUWING: ● Draag altijd rubber/chemicaliënbestendige handschoenen voor het legen en reinigen van de sproeimiddeltank. Legen van de sproeimiddeltank WAARSCHUWING: ● Tap nooit chemicaliën of spoelwater af door de dop onderaan de sproeimiddeltank te openen. ● Voor en na het legen dient u te zorgen dat de sproeimiddel- toevoerhendel gesloten is. ● Als er nog chemische oplossing in de sproeimiddeltank overgebleven is na het volgen van de methode beschreven in de gebruiksaanwijzing, kantelt u het apparaat dan naar de kant van de pijp, om alle resterende chemische oplossing er uit te gieten.

1. Zet de mistblazer op een stabiele ondergrond. Zorg dat

het sproeimondstuk (1) lager is dan de onderkant van de sproeimiddeltank (2) en plaats er een opvangbak onder.

2. Zet de knop (3) in de stand E.

3. Open de sproeimiddeltankdop (4) een beetje om overdruk uit de tank te laten ontsnappen.

4. Open de sproeimiddel-toevoerhendel (5). De chemische oplossing wordt door het sproeimondstuk geloosd.

5. Spoel de tank van binnen uit met water.

(3) (1) (4) (2) (5) De lterzeef van de sproeimiddeltank reinigen Verwijder de tankdop, neem de lterzeef uit de tank en reinig deze na gebruik.126

1. Draai de dop (1) los en verwijder die samen met de lterzeef (2).

2. Verwijder alle stof en gruis uit de lterzeef.

3. Plaats de lterzeef terug op de oorspronkelijke plaats. Let op dat u de dop stevig

GEVAAR: ● Voordat u inspectie en onderhoud verricht, stopt u de motor en laat u die afkoelen. Verwijder ook de bougie en de bougiedop. – Als u begint met inspectie of onderhoud vlak nadat de motor is gestopt of met de bougiedop nog op zijn plaats, dan loopt u de kans op brandwonden of ongelukken als de motor onverwacht zou starten. ● Let na inspectie of onderhoud zorgvuldig op dat alle onderdelen goed op hun plaats zitten. Zo ja, dan kunt u het apparaat gaan bedienen. ● Draag voor inspectie en onderhoud altijd rubber/chemicaliënbestendige handschoenen. KENNISGEVING: ● Gebruik nooit benzine, spiritus, tri of thinner en dergelijke voor het reinigen. Dat zou kunnen leiden tot verkleuring, kromtrekken of barsten. Motorolie verversen Te lang gebruikte motorolie zal de levensduur van de heen en weer bewegende en roterende onderdelen aanzienlijk bekorten. Vergeet niet te controleren wanneer en hoeveel olie er ververst moet worden. GEVAAR: ● Meestal zullen de motor zelf en de motorolie nog enige tijd heet blijven, ook nadat de motor is gestopt. Als u de olie wilt gaan verversen, moet u eerst controleren of de motor zelf en de motorolie daarin voldoende zijn afgekoeld. Doet u dat niet, dan bestaat het gevaar dat u zich zult branden. Bovendien kan vlak nadat de motor is gestopt niet alle olie terugkeren naar het carter. Controleer het oliepeil niet direct nadat de motor is gestopt. ● Als u olie bijvult tot voorbij de aangegeven limiet, kan de olie verontreinigd raken of verbranden met een witte rookontwikkeling. Verversingsinterval: Eerst na de eerste 20 gebruiksuren, en daarna om de 50 gebruiksuren Aanbevolen olie: SAE10W-30 olie van API-Classicatie SF-Klasse of hoger (4-takt olie voor automotoren) Werkwijze voor het verversen van de olie

1. Zet de mistblazer neer op een egale ondergrond.

2. Plaats een bak voor afgewerkte motorolie onder het aftapgat (1) om de olie in op te vangen.

De olieopvangbak moet tenminste een inhoud hebben van 220 mL om alle olie te kunnen bevatten.

3. Draai de olieaftapbout (2) los om de olie te laten weglopen. Wees voorzichtig dat er geen

olie morst op de brandstoftank of andere onderdelen. LET OP: ● Pas op dat u de pakking (aluminium tussenring) (3) niet kwijt raakt. Leg de olieaftapbout (2) op een plek waar deze niet vuil kan worden.

4. Verwijder de olievuldop (4). (Door de olievuldop (4) te verwijderen kan de olie gemakkelijker

uit de motor weglopen.) LET OP: ● Leg de olievuldop (4) op een plek waar deze niet vuil kan worden. 5. Naarmate het oliepeil lager wordt, zult u de mistblazer geleidelijk naar de kant van het aftapgat moeten kantelen zodat alle olie uit de motor kan weglopen. 6. Nadat alle olie uit de motor gelopen is, draait u de olieaftapbout (2) weer stevig vast. Als de bout niet goed vast zit, kan er olie uit de motor blijven lekken. LET OP: ● Vergeet niet de pakking (aluminium tussenring) (3) terug te plaatsen wanneer u de olieaftapbout weer aanbrengt. 7. Extra olie bijvullen tijdens het olie verversen gaat op dezelfde manier als eerder werd beschreven voor het bijvullen van olie wanneer het oliepeil te laag geworden is. Olie bijvullen moet altijd via de opening van de olievuldop. (Voorgeschreven oliepeil: Ongeveer 220 mL)

8. Na het bijvullen van olie draait u de olievuldop (4) stevig vast, om olielekkage te voorkomen.

(3) (2) (1) (4) (2) (1) Schoonmaken van de buisverbinding WAARSCHUWING: ● Verwijder nooit de slangklem, de buis of de dop wanneer de sproeimiddel- toevoerhendel open staat. ● Maak de dop niet los wanneer de sproeimiddel-toevoerhendel open staat.126

Opmerkingen bij het verversen van de motorolie ● Gooi afgewerkte motorolie niet weg met het huisvuil en loos het niet in de natuur of in een sloot. Het afvoeren van olie is wettelijk geregeld. Volg altijd de geldende wetten en bepalingen als u afgewerkte motorolie wilt wegdoen. Raadpleeg een erkende onderhoudsdienst als u hieromtrent vragen hebt. ● Ook wanneer u olie gewoon bewaart zal de olie op den duur bederven. Controleer regelmatig of de olie die u wilt gebruiken nog goed is (vervang de olie minstens elke 6 maanden). (4) (3) (2) (1) Reinigen van het luchtlter

WAARSCHUWING: ONTVLAMBARE MATERIALEN STRENG VERBODEN

Interval voor reinigen en inspectie: Dagelijks (elke 10 gebruiksuren)

1. Draai de knopbout (1) los.

2. Verwijder het luchtlterdeksel (2).

3. Neem het het element (3) er uit en verwijder met een borstel alle vuil van het

element. OPMERKING: ● Het element is van het droge type en het mag niet nat worden. Spoel het in geen geval uit met water.

4. Vervang het element door een nieuw als het beschadigd of te zeer vervuild is.

5. Veeg eventuele olie die op de luchtinlaat is gekomen weg met een poetsdoek of

6. Installeer het element in het luchtlterhuis (4).

7. Breng het luchtlterdeksel weer aan en draai de knopbout vast.

GEVAAR: ● Reinig het element verscheidene keren per dag als er erg veel stof aan blijft kleven. ● Als u door blijft werken terwijl er aan het element nog olie kleeft, kan er olie uit het luchtlter lekken, met als gevolg olievervuiling. Controleren van de bougie LET OP: ● Voor het verwijderen van de bougie maakt u eerst de bougie en de cilinderkop goed schoon, om te voorkomen dat er stof of zand e.d. in de cilinder kan komen. ● De motor moet afgekoeld zijn voordat u de bougie verwijdert, om te voorkomen dat het inwendige schroefdraad in de cilinderkop beschadigd wordt. ● Schroef de bougie naderhand weer precies recht in het schroefgat. Als u de bougie er scheef indraait, zal dit het schroefdraad in de cilinderkop beschadigen.

1. Openen/sluiten van het bougiedeksel

Om het bougiedeksel te openen, licht u de naad van de bougiedekselnok omhoog en schuift u het deksel in de richting aangegeven als “OPEN”, zoals in de afbeelding rechts. Om het deksel te sluiten, schuift u het in de richting van “CLOSE” totdat het klikpunt onder de bougiedekselnok net over het motordeksel valt. Vervolgens drukt u de bougiedekselnok er in.

2. Verwijderen van de bougie

Gebruik de bijgeleverde bougiesleutel om de bougie te verwijderen of weer vast te draaien.

3. Controleren van de bougie

De speling tussen de twee elektroden van de bougie (zie de afbeelding) moet 0,7 tot 0,8 mm bedragen. Stel de juiste speling bij als de elektrodenafstand te groot of te klein is. Maak de bougie grondig schoon of vervang de bougie wanneer deze verontreinigd is of veel koolaanslag heeft.

4. Vervangen van de bougie

Gebruik ter vervanging een NGK-CMR6A bougie. 0,7 – 0,8 mm128

Reinigen van het brandstoflter ● Een verstopt brandstoflter kan leiden tot startproblemen of de onmogelijkheid het toerental te verhogen. ● Controleer het brandstoflter regelmatig op de volgende wijze:

1. Verwijder de brandstoftankdop (1) en tap de brandstof af totdat de tank helemaal

leeg is. Controleer de binnenkant van de tank op eventuele ongerechtigheden. Verwijder eventueel aanwezig vuil of gruis.

2. Trek het brandstoflter (2) met een draad uit de tank via de brandstofvulopening.

3. Als het brandstoflter vuil is, reinigt u het met schone benzine. Vervuilde benzine

moet u wegwerpen in overeenstemming met de ter plaatse geldende voorschriften. Als het brandstoflter erg vuil is, vervangt u het.

4. Doe het brandstoflter terug in de benzinetank en maak de tankdop weer stevig

vast. OPMERKING: ● Bij het weer aanbrengen van het brandstoflter plaatst u het in de stand zoals in de afbeelding staat aangegeven. Voor vervanging neemt u contact op met uw erkende onderhoudsdienst. (1) (2) (2) (4) (3) (2) (1) Reinigen van het verbindingspijp-lterelement

1. Verwijder de slangklem (1) en de slang (2).

2. Trek het lterelement (3) er uit en verwijder met een borstel het vuil ervan.

Als het lterelement er niet makkelijk uit te trekken is, gebruikt u dan een dun stokje om het te grijpen.

3. Vervang het element door een nieuw als het beschadigd of te zeer vervuild is.

4. Druk het lterelement in de verbindingspijp (4) totdat het uiteinde van het element

precies gelijk komt met de rand van de pijp.

5. Breng de slang aan en zet deze vast met de slangklem.

Vervangen van de sproeimiddelslang ● Controleer de sproeimiddelslang (1) regelmatig. Als de slang beschadigd is, kan er chemisch sproeimiddel uit lekken. Vervang de slang indien nodig, als volgt.

1. Verwijder het sproeimondstuk (2) van de pijp (3).

2. Maak de slangklem los en vervang dan de oude slang door een nieuwe.

Inspectie van bouten, moeren en schroeven ● Draai losgetrilde bouten, moeren e.d. weer vast. ● Controleer op lekkage van benzine of olie. ● Vervang beschadigde onderdelen door nieuwe voor veilige werking van het apparaat. Vervangen van pakkingen en afdichtingen Bij het demonteren en weer monteren van de motor vervangt u vooral de pakkingen en afdichtingen door nieuwe. (3) (2) (1)128

Reinigen van onderdelen ● Houd de motor altijd goed schoon. ● Houd de cilinderkoelvinnen vrij van stof en vuil. Als de koelvinnen bedekt raken met stof of vuil, kan de motor vastlopen. ● De uitgeblazen lucht wordt eerst aangezogen via de luchtinlaat met het inlaatrooster (1). Wanneer u merkt dat de blaaskracht afneemt, moet u de motor stoppen en controleren of het rooster van de luchtinlaat niet geblokkeerd of verstopt geraakt is. ● Als u de blokkering of verstopping niet opheft, kan de motor oververhit raken en beschadigd worden. WAARSCHUWING: ● Gebruik de mistblazer nooit zonder het inlaatrooster. Controleer voor elk gebruik of het inlaatrooster op zijn plaats zit en vrij is van vuil of schade. (1) Onderhoud of afstellingen die niet beschreven worden in deze handleiding mogen alleen worden uitgevoerd door een erkende onderhoudsdienst. OPSLAG De brandstof aftappen WAARSCHUWING: ● Voordat u de brandstof aftapt, moet u de motor stoppen en laten afkoelen. – Direct na het afzetten van de motor kan die nog erg heet zijn, met kans op brandwonden en het uitbreken van brand. LET OP: ● Als u het apparaat voor langere tijd opbergt, dient u alle brandstof uit de tank en de carburateur af te tappen, om het apparaat dan op te bergen op een droge en schone plek. Tap de brandstof uit de tank en de carburateur af op de volgende wijze:

1) Verwijder de brandstoftankdop en tap alle brandstof af.

Als er verontreinigingen achterblijven in de brandstoftank, verwijdert u al dat vuil volledig.

2) Trek het brandstoflter met een draad uit de tank via de vulopening.

3) Druk op de opvoerpomp totdat alle brandstof daaruit verwijderd is en tap

daarna de instromende brandstof uit de tank af.

4) Plaats het brandstoflter terug in de brandstoftank en draai de tankdop stevig

5) Laat de motor vervolgens lopen tot deze vanzelf stopt.

6) Verwijder de bougie en druppel een paar druppels motorolie in het bougiegat.

7) Trek voorzichtig aan de startgreep om de motorolie door de motor te

verspreiden en breng dan de bougie weer op zijn plaats.

8) Zorg bij opslag dat het apparaat rechtop blijft staan.

9) Bewaar de afgetapte brandstof in een speciale container in een goed

geventileerde plaats in de schaduw. Legen van de sproeimiddeltank WAARSCHUWING: ● Voordat u de sproeimiddeltank gaat legen, zet u eerst de motor af en wacht u tot die is afgekoeld. – Direct na het afzetten van de motor kan die nog erg heet zijn, met kans op brandwonden en het uitbreken van brand. Voordat u de mistblazer opbergt, leegt u de sproeimiddeltank volgens de aanwijzingen onder “De sproeimiddeltank legen en schoonmaken”. Reinigen van de lterzeef bovenop de sproeimiddeltank Voordat u de mistblazer opbergt, moet u altijd de lterzeef bovenop de sproeimiddeltank schoonmaken. Voor het reinigen van de lterzeef volgt u de aanwijzingen onder “De sproeimiddeltank legen en schoonmaken”. Schoonmaken van de lterzeef bij de buisverbinding Voordat u de mistblazer opbergt, maakt u altijd eerst de lterzeef bij de buisverbinding schoon. Voor het reinigen van de lterzeef volgt u de aanwijzingen onder “De sproeimiddeltank legen en schoonmaken”. LET OP: ● Let op dat u de motor uitschakelt voordat u de mistblazer opbergt.130

Vastzetten van de rechte pijp met een bijgeleverde handlus Wanneer u de mistblazer opbergt, kunt u de rechte pijp vastzetten met een bijgeleverde handlus die u aan het frame bevestigt. Vastzetten van de pijp in die stand maakt het transport van het apparaat gemakkelijker. Onderhoudsinterval Gebruiksduur Onderdeel Voor de bediening Na het smeren Dagelijks (elke 10 uren) 30 uren 50 uren 200 uren Afsluiten/ rusten Verwijzingspa- gina Motorolie Inspecteren

Onderdelen vastdraaien (bouten, moeren) Inspecteren

Filterzeef van de sproeimiddeltank Inspecteren

Gasgeeftrekker Werking controleren

Brandstofpijp Inspecteren

Speling tussen de luchtinlaatklep en de luchtuitlaatklep Afstellen

Olieleiding Inspecteren

*1 Voer de eerste verversing uit na 20 gebruiksuren. *2 Laat de inspectie na 200 gebruiksuren uitvoeren bij een erkende onderhoudsdienst of een servicecentrum. *3 Laat de motor gewoon even doorlopen na het legen van de brandstoftank om ook alle brandstof uit de carburateur te verwijderen.130

STORINGEN VERHELPEN Ga eerst zelf na wat er aan de hand zou kunnen zijn, voordat u om reparatie verzoekt. Als u ontdekt wat er mis kan zijn, volgt u de herstelinstructies voor het apparaat zoals beschreven in deze handleiding. Demonteer geen onderdelen en probeer geen ingrepen uit die niet in de handleiding beschreven staan. Als reparatie nodig is, neemt u contact op met een erkende onderhoudsdienst of uw plaatselijke dealer. Probleem of storing Mogelijke oorzaak (defect) Oplossing De motor start niet. De I-O schakelaar staat op “STOP”. Zet de I-O schakelaar op “START”. Vergeten de opvoerpomp te gebruiken. 7 tot 10 maal indrukken. Te langzaam uitgetrokken startkoord. Goed hard aan trekken. Onvoldoende brandstof. Brandstof bijvullen. Onjuiste stand van de chokehendel. Stel in op “CLOSE” (koude start). Stel in op “OPEN” (warme start). Brandstoflter verstopt. Reinigen. Geknakte of geblokkeerde brandstoeiding. Buig de brandstoeiding recht of vervang die. Brandstof vervuild. Met vervuilde brandstof kan het starten niet goed lukken. Vervangen door een nieuwe. (Aanbevolen vervangingsperiode: 1 maand) Teveel brandstof, motor verzopen. Zet de gasgeeftrekker van gemiddelde snelheid op hoge snelheid en trek aan de startgreep totdat de motor start. Als de motor nog steeds niet start, verwijdert u de bougie, zorgt u dat de elektroden droog zijn en brengt u de bougie weer aan. Start vervolgens zoals beschreven. Losgeraakte bougiedop. Stevig vastmaken. Vervuilde bougie. Reinigen. Onjuiste elektrodenafstand van de bougie. Stel de elektrodenafstand bij. Defecte bougie. Vervangen. Storing in de carburateur. Verzoek om inspectie en onderhoud. Trekken aan het startkoord lukt niet, of er is geen compressie voelbaar. Verzoek om inspectie en onderhoud. Storing in de aandrijving/elektrisch systeem. (Defecte I-O schakelaar, defecte bedrading, losse aansluiting, enz.) Verzoek om inspectie en onderhoud. De motor slaat al gauw af. Het motortoerental wordt niet hoger. Onvoldoende opgewarmde motor. Laat de motor even warmdraaien. De chokehendel staat op “CLOSE” hoewel de motor al is warmgedraaid. Stel in op “OPEN”. Laag stationair-toerental. Regel het stationair-toerental bij. Brandstoflter verstopt. Reinigen. Vervuild of geblokkeerd luchtlter. Reinigen. Storing in de carburateur. Verzoek om inspectie en onderhoud. Probleem in de uitlaat (verstopt e.d.). Verzoek om inspectie en onderhoud. Storing in de aandrijving/elektrisch systeem. Verzoek om inspectie en onderhoud. Losgeraakte gasklepdraad. Stevig vastmaken. De motor stopt niet. Laat de motor stationair draaien en zet de chokehendel dicht, op “CLOSE”. Losse aansluitstekker. Stevig vastmaken. Defect in het elektrisch systeem. Verzoek om inspectie en onderhoud. Als de motor wel opgewarmd is, maar niet start: Als u geen oplossing vindt via de aangegeven controles, draait u het gas ongeveer 1/3 open en start u vervolgens de motor.132