RR 2T 125 (2019) - Motorfiets Beta - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RR 2T 125 (2019) Beta in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over RR 2T 125 (2019) Beta
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Motorfiets in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RR 2T 125 (2019) - Beta en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RR 2T 125 (2019) van het merk Beta.
GEBRUIKSAANWIJZING RR 2T 125 (2019) Beta
Dank u voor het gegeven vertrouwen en veel plezier. Wij将以 met dit boekje de nodige informatie given voor een correct gebruik en een goed onderhoud van uw motor.
BETAMOTOR S.p.A. beholdt zich hetrecht wijzigingen aan te brengen in de gegevens, de kenmerken en de weergegeven afbeeldingen in deze handleding, evenals het bepalen van verbeteringen aanhaar modellen op ieder moment en zonder een specifieke mededeling.
Code 035.44.007.00.00
WAARSCHUWING
Het wordt aanbevolen om na het eerste of tweede uur van gebruik op terrein alle bevestigingen te controleren, en in het bijzonder:
- kroonwiel
- controller juiste bevestiging yoetsteunen
hendels/remklauwen/remschijven voor/achter - controller juiste bevestiging kunststofonderdelen
bouten motor
bouten schokdemperschommelvork - spaken/schroetassen wielen
frameGPCter - pijpverbindingen
- kettingspanning
WAARSCHUWING
Richt u zich, indien er bewerkingen op het voertuig要去en worden uitgevoerd, tot de hulpdienst van Betamotor.
INHOUDSOPGAVE
Toelichtingen op het gebruik van het voertuig 5
Symbolen 5
Rijveilig. 6
HFDST. 1 ALGEMENE INFORMATIE 7
Gegevens Voertuigindicatie voertuig 8
Levering 8
Kennis van het voertuig. 9
Aanbevolen smeermiddelen en vloeistoffen 16
HFDST. 2 GEBRUK VAN HET VOERTUIG 17
Hoofdelementen 18
Instructies working digitale snelheidsmeter 23
Controleer voor en na gebruik 33
Inrijden 33
Brandstoffoevoer 34
Starten motor 35
Uitschakelen motor 35
HFDST. 3 AFSTELLINGEN 37
Legendasymbolen 38
Remmen 38
Koppeling 38
Gashendel 39
Afstelling van het toerental 39
Afstelling bediening persventiel 42
Afstelling stuur 42
Afstelling voorvork 43
Afstelling schokdemper 44
HFDST. 4 CONTROLES EN ONDERHOUD 47
Legendasymbolen 48
Versnellingsbakolie 48
Koelvloeistof 51
Luchtfilter 54
Bougie 55
Carburateur. 56
Voorrem 58
Achterrem 61
Koppelingshendel 64
Besturing en afstellingstuurspeling 66
Vorke 67
Voorwiel 67
Banden 68
Achterwielophangingsmechanisme 68
Ketting 69
Koplamp 71
Vervangen koplampen 71
Achterlamp 71
Reiniging van het voertuig 72
Lange inactiviteit van het voertuig 73
Gepland onderhoud 74
Samenvatting aanhaalmomenten 76
HFDST. 5 DEMONTAGE EN MONTAGE BOVENBOUW
Demontage en montage zadel 78
Demontage en montage filterafdekking 79
Demontage en montage complete brandstoftank 79
HFDST. 6 WAT TE DOEN IN EEN NOODSITUATIE 81
Defect opsponen 82
HFDST. 7 INDICATIONS VOOR PERIODIEKE REVISIEWERKPLAATSEN.83
Indicaties voor periodieke revisiewerkplaatsen 84
TOELICHTINGEN OP HET GEBRUIK VAN HET VOERTUIG
- Het voertuig moet verplicht voorzien zijn van: nummerplaat, registratiedocument, keurmerk en verzekering.
- Wijzigingen aan de motor of andere onderdelen worden door de wet bestraft met strengge sancties, met inbegrip van de confiscatie van het voertuig.
- Rij behoedzaam om uw leven en dat van anderen te beschermen. Draag altije een veiligheidshelm en houd altijd uw dimlichten aan.
- Blijf nicht op het voertuig zitten wanneer de standard uitgeklapt is.
- Start de motor nicht in gesloten ruimten.
LET OP:
Wijzigingen en sabotage tijdens de garantieperiode stellen de Fabrikant vrij van alle aansprakelijkheid en lately de garantie vervallen.
SYMBOLEN

VEILIGHEID/AANDACHT
Het Niet respecteren van de aanduiding van dit symbol kan leiden tot gevaar voor de persoon.

INTEGRITEIT VAN HET VOERTUIG
Het Niet respecteren van de aanduiding van dit symbool kan leiden tot seriez schade aan het voertuig en het vervallen van de garantie.

GEVAAR BRANDBARE VLOEISTOF

Lees aandachtig de handleiding over gebruik en onderhoud.

Het gebruik van het voertuig is gebonden aan het gebruik van speciale beschermende kleding en veiligheidsschoenen.

BESCHERMINGSHANDSCHOENEN VERPLECHT
Om de beschreiben handelingen uit te voeren, is het gebruik van beschermingshandschoenen verplicht.

GEBRUK VAN OPEN VUUR OF ONGECONTROLERDE ONTSTEKINGSBRONNEN VERBODEN

ROKEN VERBODEN

GSM-GEBRUIK VERBODEN

GEVAAR BIITENDSTOFFEN
De vloeistoffen aangeduid met dit symbool zichn sterk bijtend: hanteren met zorg

VERGIFTIGINGSGEVAAR
RIJ VEILIG
- Respecteer de verkeersregels
- Draag altijd officieel erkende personlijke veiligheidsvoorzieningen
- De beschermbril altijd schoonhoven
- Niet rijden met breekbare of suntige voorwerpen in de zak
- De weiteruitkijkspiegels goed afstellen
- Altijd zittend rijden, met beiden handen aan het stuur en de voeten op de voetsteunen
- Niet gekoppeld aan andere voertuigen reizen
- Niet slepen of gesleegt worden door andere voertuigen
- Houd altijd de veiligheidsafstanden
- Niet vertrekken met uitgeklapte standard
- Steigeren, slalommen en schommelen is zeer gevaarlijk voor u, voor anderen en voor uw voertuig
- Gebruik op wegen vrij van grind of zand beiden remmen; een alleen kan leiden tot gevaarlijk en onontroleerbaar slipspen
- Gebruik bij het remmen beiden remmen om zo het voertuig met minder ruimte tot stilstand te brengen
- Rijd op natte wegen en op terrein voorzichtig en met een matige snelheid: gezruik de remmen met grotere gevoeligheid
Gegevens Voertuigindicatie voertuig 8
Levering 8
Kennis van het voertuig. 9
Hoofdonderdelen: 9
Technische gegevens 10
Gewicht 10
Voertuigafmetingen 10
Banden 10
Wielen 10
Capaciteit 10
Voorwielophanging 11
Achterwielophanging 11
Voorrem 11
Achterrem. 11
Motor. 12
1. Elektrische structuur 14
Bedradingsschema 14
Legenda Bedradingsschema 15
Lampen 16
Aanbevolen smeermiddelen en vloeistoffen 16
1

GEGEVENS VOERTUIGINDICATIE VOERTUIG
FRAMENUMMER
Hetframenummer A is gedrukt op het balhoofd van het stuur aan de rechterkant.

MOTORIDENTIFICATIE
De motoridentificatie B is gedrukt op de aangegeven plaat in de afbeelding.
LEVERING
De standardkit bevat: handleiding voor gebruik en onderhoud, gereedschap set en bedrangsdapter voor aansluiting van de CAN-grep op een scan tool.
KENNIS VAN HET VOERTUIG


HOOFDONDERDELEN:
1 - Brandstoffank
2 - Tankdop
3 - Demper
4 - Achterschokdempers
5 - Koplamp
6 - Achterlicht
7 - Standard
8 - Voorvork
9 - Voetsteunen bestuurder
10 - Lage bumper
(Bumperkit)
11-Zadel
12-Motor
13 - Voorspatbord
14 - Nummerplaat
15 - Lichtfilterafdekking
16 - Zijkant voor
17 - Zijkant achefter
18 - Bumper stang
19 - Achterspatbord
20 - Kickstartpedaal
TECHNISCHE GEGEVENS
GEWICHT
Gewicht bij werkung met alle brandstof en optionals
107 kg (voorkant 51 Kg; achterkant 56 Kg)
VOERTUIGAFMETINGEN
maximale lengte (Met houder nummerplaat) 2270 mm
maximale breedte 810 mm
maximalehoogtevanafde grond 1255mm
wielbasis 1477 mm
zadelhoogte 910 mm
bodemvrijheid 315 mm
hoogte voetsteunen 410 mm
FRAME . molybdeen staal met dubbel draagframe over uitlaatlamp
BANDEN
| Afmetingen Druk [Bar] | |||
| Voorband Achterband Voorband Achterband | |||
| 90/90-21 | 120/80-18 | 1,5 (weggebruik) 1,8 | (weggebruik) |
| 80/100-21 | 120/90-18 | ||
| 130/90-18 | 1 (terreingebruik) 1 | (terreingebruik) | |
voorste velg. 21x1,6-36 gaten
achterste velg 18x1,85-36 gaten
WIELEN
| Afmetingen | |
| Voorwiel Achterwiel | |
| J 1.6x21 J 1.85x18 | |
CAPACITEIT
brandstoftank 8,5 liters
haarvan reserve 1,5 liters
koelcircuit 1,3 liter
versnellingsbakolie .690 ml na normale onderhoudswerkzaamheden
720 ml na een complete revisie van de motor
VOORWIELOPHANGING
Hydraulische voorvork op stangen ondersteboven (stangen 48mm met open cartridge system
veer. K 3,9 N/mm
type olie Fuchs SAE 5W
hoeveelheid olie 510 g
amplitude wiel 290 mm
click-in compression (uit volledig gesloten) 10
click-in overbrenging (uit volledig gesloten) 10
click-in compressedemper (uit volledig open) 0
ACHTERWIELOPHANGING
Mono schokdempo met progressief veermechanisme
veer. K 4,8 Kg/mm
compressie statische druk - SAG - (zie pag. 46) 35 mm
race-schokdemper 135 mm
amplitudeachterwiel 290mm
click-in compressie hoge snelheid (uit volledig gesloten) 23
click-in compression lage snelheid (uit volledig gesloten) 26
click-in overbrenging (uit volledig gesloten) 33
VOORREM
Schijf 260 mm vlettende remklawd dubbelzuiger
ACHTERREM
Schijf 240 mm vlettende remklawen enkelzuiger
MOTOR
| Versie RR 125 | |
| Type | Tweetakt eencilinder met vloeistof gekoeld en elektrische start |
| Boring x slag [mm] | 54 x 54,5 |
| Cilinderinhoud [cm3] | 124,8 |
| Compressieverhouding | 15:1 |
| CO2 [g/km] * # | 74 |
| Brandstofverbruik [l/100km] * # | 3,21 |
- Gegeven enkel geldig voor de versie EUROPA
WMTC cyclus gerelateerde waarden, voor de klasse L voertuigen
Voeding. .narrar carburateur
Carburatour
| Versie | RR 125 Europa RR | 125 |
| Sproeier maximum 95 175 | ||
| Sproeier minimum 35 50 | ||
| Sproeier starter 50 85 | ||
| Naald N84I NOZH | ||
| Positie naald (van boven) 3° 3° | ||
| Draaien luchtstroom (uit volledig gesloten) 1+1/2 | 2+1/4 |
Koeling.......met vloeistof; geforceerd vloeistofcircuit met pomp
Koppeling . meerdere geoliede schijven
Verschil
| Versie | RR 125 Europa RR | 125 |
| Primaire aandrijving 23/73 23/73 | ||
| Verband tot verandering \( 1^a \) 12/3 | 3 12/33 | |
| Verband tot verandering \( 2^a \) 15/3 | 1 15/31 | |
| Verband tot verandering \( 3^a \) 17/2 | 8 17/28 | |
| Verband tot verandering \( 4^a \) 19/2 | 6 19/26 | |
| Verband tot verandering \( 5^a \) 21/2 | 5 21/25 | |
| Verband tot verandering \( 6^a \) 20/2 | 0 20/20 | |
| Secundaire aandrijving 13/45 1 | 3/50 | |
Afvoerklep .Centrifugaal bediend met contrastveren
Ontsteking. CDI zonder schakelaar met digitale afwijking voorontsteking
Starten. kickstarter
1
Richtingaanwijzers 12V-H6W
Achter positielicht/stoplicht/ Nummerplaat Licht. LED
AANBEVOLEN SMEERMIDDELEN EN VLOEISTOFFEN
Voor een better functioneren en een langere levensduur van het voertuig worden aan geraden om bij voorkeur de producten vermeld in de tabel te gebruiken:
| PRODUCTTYPE TECHNISCHE SPECIFICATIES | |
| BRANDSTOF | BENZINE (OE5ENZINE 95 RON) |
| OLIE MENG LIQUI MOLY RACING SYNTH 2T | |
| OLIE VERSNELLINGSBAK EN KOPPELING | LIQUI MOLY RACING SYNTH 10W50 |
| REMOLIE LIQUI MOLY BRAKE FLUID DOT 5.1 | |
| OLIE BESTURING KOPPELING | LIQUI MOLY BRAKE FLUID DOT 5.1 |
| OLIE WORKEN FUCHS SAE 5W | |
| SMEEROLIE LIQUI MOLY SCHMIERFIX | |
| KOELVLOEISTOF | LIQUI MOLY COOLANT READY MIX RAF12 PLUS |
Opmerking:
Voor het navullen en verrangen is het aanbevolen om de opgegeven babel strikt na te volgen.
HFDST. 2 GEBRUIK VAN HET VOERTUIG
INHOUD THEMA'S
Hoofdelementen 18
Dop brandstofank 18
Brandstofkraan 18
Starter. 19
Koppelingshendel 19
Schakelaar links 20
Schakelaar rechts 20
Hendel voorrem en gas 20
Versnellingspook 21
Rempedaal 21
Kickstartpedaal 21
Standaard 21
Sleutels 22
Stuurslot 22
Instructies werking digitale snelheidsmeter 23
Controleer voor en na gebruik 33
Inrijden 33
Brandstoffoevoer 34
Starten motor 35
Uitschakelen motor 35



HOOFDELEMENTENDOP BRANDSTOFTANK
Ontkoppel de ventilatiebuis 1. Om de brandstoffank te openen, draai dop 2 gegen de klok in.
Zet om de dop van de brandstoffank te sluiten deze op de sluiting en vastdraaien met de klok mee.
BRANDSTOFKRAAN
De brandstofkraan heeft drie standen:
OFF: brandstoftoevoer gesloten. De brandstof kan nicht van de tank maar de carburateur gaan.
ON: brandstoftoevoer geopend. De brandstof gaat van de tank waar de carburateur. De brandstoftank loopt leeg totdat het reserveniveau worden bereikt.
RES: toevoer van de reservebrandstof. De brandstof gaat van de tank maar de carburateur; de tank loopt volledig leeg.
STARTER
De startershendel bevindt zich bij de carburateur.
De starter waar boven duwen om te activeren.

KOPPELINGSHENDEL
De koppelingshendel is gemonteerd aan de linkerkant van het stuur.

2

SCHAKELAAR LINKS
De verlichting en bediening van de schakelaar bevindt zich aan de linkerkant van het stuur en is opgebouwd UIT:
1 - Claxonknop;
2 - Verlichtingsschakelaar:
verlichting en groot Licht aan;
verlichting en dimlicht aan;
3 - Flash grootlicht;
4 - Schakelaar richtingsverlichting: door de hendel maar links of rechts te verschuiven worden de richtingaanwijzers links of rechts geactiveerd; de hendel verplaatst zich waar terugaar het midden, om zo de richtingaanwijzers weeuruit te kunnen schakelen.

SCHAKELAAR RECHTS
Met knop 5 wordt de motor uitgeschakeld.

De voorremhendel A en de gashendel B zich op de rechterkant van het stuur gemonteerd.
VERSNELLINGSPOOK
De versnellingspook is gemonteerd aan de linkerkont van de motor. De positie van de versnellingsbak is aangegeven in de figuur.

REMPEDAAL
Het rempedaal is gespositioneerd voor de rechter voetsteun.
Door het pedaal waar beneden te duwen, wordt de ache terrem activeert.

KICKSTARTPEDAAL
Het kickstartpedaal is gemonteerd aan de rechterkant van de motor.
Het bovenste deel is verstelbaar.

STANDAARD
Druk de standard met de voet op de grond en LAST deze de motor dragen. Zorg ervoor dat de grond stevig is en de positie stabel.

2

Wanneer u met de motor op ruw terrein rijdt, kunt u de standard met een rubberen elastiek extra vastzetten.
SLEUTELS
Het voertuig worden geleverd met twee sleutels (eén als reserve).

STUURSLOT
Om het stuurslot in te schakelen:
-
draai het stuur gegen de klok in;
-
druk de sleutel in en draai deze gegen de klok in;
Haal vanuit deze stand de sleutel eruit.
Om het stuurslot uit te schakelen:
-draai de sleutel met de klok mee;
- draai het stuur met de klok mee;
Vanuit deze stand kan het stuur vrij bewogen worden en kan de sleutel eruit worden gehaald.
LET OP: niede reservesleutel bij de motorlaten,maar op een veilige plaats bewaren.
Wij raden aan om het serialummer dat is afgedrukt op de sleutel te noteren, om zo eventueel een duplicateat aan te konnen vragen.
1 Algemene informatie
2 Werkingsomstandigheden
3 Algemene kenmerken
3.1 Procedure activeren dashboard
3.1.1 Activeringshandelingen
3.2 LCD-schem
3.2.1 Algemene kenmerken LCD
3.2.2 Snelheid
3.2.3 Kilometerteller
3.2.4 Gedeelite A
3.2.5 Gedeelte B
3.2.6 Klok
3.2.7 Rijtijd
3.2.8 Eenheden instellen
3.2.9 Wielomvang instellen
3.2.10 Niveau van de motoraccu
3.2.11 Tabel knopfuncties
3.3 Controleampjes
4 Knoopcelbatterij
1 ALGEMENE INFORMATIE
Het dashboard bevat drie hoofdonderdelen:
-Lcd-schem voor het bekijken van alle nodige informatie
-2knoppen
- Knoopcelbatterij

2 WERKINGSOMSTANDIGHEDEN
Voedingsspanning: van 10 tot 16V
Minimale vereiste spanning zonder verlies van gegevens: 6.5V
3 ALGEMENE KENMERKEN
3.1 PROCEDURE ACTIVEREN DASHBOARD
Het dashboard voert een activatieprocedure uit wanner deze is ingeschakeld. Er zich drie verschillende handelingen möglichk die leiden tot aktivatie van het dashboard.
De startprocedure bestaat uit het inschakelen van de contrôleelampjes en deLCD-achtergrondverlichting, die gedurende 2 seconden alle segmenten verlicht za weergeven. Na de startprocedure za het dashboard gedurende 30 seconden aanblijven, en verwolgens uitschakelen als er geen handelingen zichn verricht, zoals knappen, signal van de snelheidssensor of het aanzetten van de motor.
3.1.1 ACTIVERINGSHANDELINGEN
3.1.1.1 Energievoorziening van de ingeschakelde motor (draaiende motor)
Wanner de energievoorziening van het dashboard is geactiveerd (bijv. als de motor worden aangezet), voert het dashboard het normale activeringsprocesuit en blijft de motor draaien.
3.1.1.2 Rotatie van de wielen
Als de motor een snelheidsimpuls genereert, is het dashboard ingeschakeld om het normale activeringsproces uit te voeren. Na de procedure za het dashboard de "normale" werkingsmodus tonen en za alles uitschakelen na 30 seconden als er geen neue snelheidsimpulsen worden ontvangen.
3.1.1.3 Druk op de knuppen
Als een of beiden knappen worden ingedrukt, za het dashboard geactiveerd worden en za het activeringsproces worden uitgevoerd. Na de procedure za het dashboard de "normale" werkingsmodus tonen en za deze uitschakelen na 30 seconden als er geen{nieuwe snugheidsimpulsen worden ontvangen.
3.2 LCD-SCHERM
Het dashboard is uitgerust met eenLCD-schem waarop de volgende informatie verschijnt.
- Snelheid
- Voedingsstaat elektrische installmentie
- Kilometerteller (afstand of gebruikstijd)
- Gedeelten TOTAL-A-B (afstand of gebruikstij
- Klok

Elk van deze informatie wordt onafhankelijk bijgewerkt, met een verschillende bijwerkfreiagentie afhankelijk van het soort informatie en haar veranderlijkheid.
3.2.1 ALGEMENE KENMERKEN LCD
Elk van de volgende informatie die wordt weergegeven op hetLCD-display worden onafthankelijk bijgewerkt, met een verschillende bijwerkfreiagentie afthankelijk van het soort informatie enhaar veranderlijkheid.
3.2.2 SNELHEID
Het dashboard berekent en toont de snelheid van de motor op het lcd-schem. Informatie over de snelheid worden verkregen via:
speciale digitale input voor het meten van de gemeten Frequentie van de snelheidssensor.
3.2.2.1 Configuratie van de digitale input snelheidssensor
Configuratie van parameters voor het lezen van de impulsesen en het weergeven van de snugheid.
Weergegeven meeteenheid: [km/u of mph]
Indicatie van de minimumsnelheid: [5km / u]
Toegestane afwijking snelheidsmeter: [5 %]
Wielparameters:
-
De wielemotrek kan gekozen worden:tussen 2 waarden:
-
Standard omtrek: (enduro) 2100mm
Secundaire omtrek: 1811mm -
Impulsen per wielomwenteling: [1 impuls/toer]
3.2.2.2 Lcd-snelheid
De snelheid en de relatieve maateenheid (km/u of mph) zijn altijd zichtaar.
Weergegeven bereik km/u: van 0 tot 199 km/u.
Weergegeven bereik mph: van 0 tot 199 mph.
De afbeeldingen hieronder latent de individatie van de weergegeven snelheid in km/um en mph zien:


Het dashboard geeft de kilometerteller weeop het lcd-schem.
Deze optie kan worden weergegeven door te bladeren met behulp van de "MODE"-knop.
De 6-cijferige indicator en het symbol "ODO" worden verlicht.
Elke eventuale eerste O wordt weergegeben.
Het bereik van de indicator loopt van 000000 tot 999999 kilometers of ijlen. Als de afgelegde afstand groter is dan 999999km (ml), za de indicator 999999 blijven tonen.
Minimale maateenheid: 1 kilometer of mijl.

3.2.4 GEDEELTE A
Het dashboard biedt twee gedeeltes, weergegeven op hetLCD-display.
Deze optie kan worden weergegeven door te bladeren met behulp van de "MODE"-knop op het dashboard.
4-cijferige indicator (3 cijfers + decimalaken + 1 lijfer); symbol "TRIP" met een "A" verschijnt aan de rechterkant.
Weergegeven bereik van 0.0 tot 999.9km of vrijl.
De teller Gedeelte A telt van 0 tot 999.9, en begint verwolgens weeR bij O om te kunnen blijven tellen.
Minimale maateenheid: 0.1 km of mijl.
Houd om het Gedeelte A op nul te stellen de "SET"-knop voor langer dan 2 secon- den ingedrukt.
Het gedeelte A geeft de gedeeltelijke rijtijd A wee door de "SET"-knop voor minder dan 2 seconden ingedrukt te houden. De reistijd wordt weergegeven in het aantal uren in decimale notatie. Bijvoorbeeld, voor 30 minutes reistijd wordt 0.5 weergegeven, voor lu en 20 min. wordt 1.3 aangeduid, etc.

3.2.5 GEDEELTE B
Deze optie kan worden weergegeven door te bladeren met behulp van de "MODE"-knop op het dashboard.
4-cijferige indicator (3 cijfers + decimalteken + 1 cijfer); symbol "TRIP" met een "B" verschijnt aan de
Weergegeven bereik van 0.0 tot 999.9km of vrijl.
De teller Gedeelte B telt van O tot 999.9, en begint verwolgens weeR bij O om te kunnen blijven tellen.
Minimale maateenheid: 0.1 km of mijl.
Houd om het Gedeelte B op nul te stellen de "SET"-knop voor langer dan 2 secon- den ingedrukt.
Door de "SET"-knop hinter dan 2 seconden ingedrukt te houden, geeft het Gedeelte B de gedeeltekijrjtijd B wee. De reistijd wordt weergegeven in het aantal uren in decimale notatie. Bijvoorbeeld, voor 30 minuten reistijd wordt O.5 weergegeven, voor 1u en 20 min. wordt 1.3 aangeduid, etc.

3.2.6 KLOK
Het dashboard is uitergerust met een klok, die worden weergegeven op hetLCD-display. Dearend wordt verkreten van een kwartskristal en wordt bewaard in het geheugen totdat het dashboard wordt aangesloten op de interne knoopcelbatterij.
| Indeling klok | 24h u als de maateenheid worden ingesteld op km |
| 12h u als de maateenheid worden ingesteld op mi |


3.2.7 RIJTJD
Het dashboard geeft de rijtijd waar op hetLCD-schem. De tijd worden verzregen van een kwartskristal en wordt door middel van een knop is opgeslagen. Wanner de motor wordt aangezet, wordt de rijtijd op nul gesteld.

3.2.8 INSTellen MAATEENHEID
Het dashboard bildet de mogelijkheid om de meeteenheid voor het meten van afstanden te wijzigigen.


3.2.9 INSTellen WIELOMTREK
Het dashboard biedt de möglichkeid om de wieomtrek te selecteren door te kiezen:tussen twee vooraf ingestelde waarden:
2100mm (enduro)
1811mm


De wielomtrek worden opgeslagen door de knappen "MODE" en "SET" longer dan 2 seconden ingedrukt te houden. De indicateie "Saved" verschijnt gedurende 1 seconde op het scherm.

3.2.10 VOEDINGSNIVEAU ELEKTRISCHE INSTALLATIE
Het dashboard toont het spanningsniveau van het vermogen.
Correlatie tussen de indicatiestreepjes en het spanningsniveau:
| Streepies | Spanning [V] | Streepies | Spanning [V] |
| 0 → 1 | 11 | 4 → 5 | 13 |
| 1 → 2 | 11.5 | 5 → 6 | 13.5 |
| 2 → 3 | 12 | 6 → 7 | 14 |
| 3 → 4 | 12.5 | 7 → 8 | 14.5 |
Het niveau wordt elke 30 seconden bijgewerkt. Ledere bijwerking geeft een stijging of daling van 1 streepje wee.

LET OP:
Als het opschrift "HIGH" verschijnt met de indicator die knippert,zet de motor en neem contact op met een geaurisi-seerde BETAMOTOR-dealer.

3.2.11 TABEL KNOPFUNCTIES
| Modus | Snelheid | Functie Knop Tijd | (sec) Handeling | ||
| ODO | MODE <2 TOTAL- TRIPA | - TRIPB - TOTAL | |||
| SET <2 Rijtijc-km - Rijti d | |||||
| O Klokmodus MODE&SET >2 Klokmodus | |||||
| O Wielomvang MODE >10 Wielomtrektmodus | |||||
| O | SET >10 Km/h - mph - Km/h | ||||
| TRIPA | MODE <2 TRIPA - TRIPB - ODO - TRIPA | ||||
| SET <2 Rijtijc-km - Rijti d | |||||
| SET >2 Resetten Ged. A en rijtijd | |||||
| O Klokmodus MODE&SET >2 Klokmodus | |||||
| TRIPB | MODE <2 TRIPB - ODO - TRIPA - TRIPB | ||||
| SET <2 Rijtijc-km - Rijti d | |||||
| SET >2 Resetten Ged. B en rijtijd | |||||
| O Klokmodus MODE&SET >2 Klokmodus | |||||
| Modus Snelheid | Functie Knop Tijd (sec) | Handeling | |||
| CLOCK MODE | 0 In input instelling klokmodus | MODE <2 Verhoegt de cijfers in uren | |||
| MODE >2 Verhoegt src el de cijfers in uren | |||||
| SET <2 Verhoegt de cijfers in minuten | |||||
| SET >2 | Verhoegt snel de cijfers in minutes | ||||
| MODE&SET >2 Sluit instellingsmodus van del klok en slaat de ingestelde tijd op | |||||
| NO ACTION >10 Sluit automatisch zonder op te slaan | |||||
| Modus Snelheid | Functie Knop Tijd (sec) Handling | ||||
| WHEEL LENGTH | 0 In input instelling wielemotrek | MODE <2 Verander o | mtrek 2100 - 1811 | ||
| MODE&SET | >2 | Sluit de instelling voor de wielemotrek en slaat de ingestelde waarde op | |||
| NO ACTION | >10 | Sluit automatisch zonder op te slaan | |||

3.3 CONTROLLAMPJES
Indicator aantal LED-controleampjes:

Specificeer controelampjes:
Aantal controelampjes: 4
| LED-nummer | Functie Symbool | |
| LED 1 Knipper | ichten | ←→ |
| LED 2 Groot Licht | IDL | |
| LED 4 | MIL-controleampje (defect besturingssystem motor) |
Vermogen van +12V worden alleen geleverd aan het dashboard wonneer het voertuig worden gestart (regulerende lijn)
Knipperlichten

Het systemd activeert het Licht gelijktijdig met de activering van de richtingaanwijzers.
Grootlicht
Het systemd activeert het Licht gelijktijdig met de activering van het grootlicht.
MIL-controleampje (defect besturingssystem motor)

Geeft een defect aan in het besturingsystem van de motor. Neem zo spoedig可想而知 contact op met een geauthoriseerde Betamotor-dealer, in geval van een langdurige inschakeling.
4 KNOOPCELBATTERIJ
Het dashboard bevat een knoopcelbatterij (1) om de kloktijd op te slaan in het geheugen wanneer de motor uit staat.
Type batterij: CR2032.

CONTROLER VOOR EN NA GEBRUK
Voor veilig rijden en een lange levensduur van het voertuig worden aangeraden om:
1 Alle vloeistofniveauaus te controleren.
2 Een correcte werkung van de remmen en remblokken te controlleren (pag. 60).
3 De druk, algemene conditie en dikte van de trede te controleren (pag. 68).
4 De juiste spanning van de spaken te controlleren.
5 De kettingspanning te controlleren (pag. 69).
6 De afstelling en de goede werkig van alle flexibele besturingskabels te controeren.
7 Schroeven en boutein in het algemeen na te lopen.
8 Bij een draaiende motor de werkung van de koplampen, achechterlicht, remlicht, richtingaanwijzers, controelampjes en de claxon te controleren.
9 Het voertuig grondig te reinigen na gebruik op terrein (pag. 72).
INRIJDEN
Het inrijden duurt ongeveer 5 uur. Gedurende deutsche periode wordt aangeraden om: 1 De eerste toevoer uit te voeren met een brandstofmengsel tot 3% .
2 De olie vermeld in de tabel "Aanbevolen smeermiddelen en vloeistoffen" op pag. 16 te gebruiken.
3 Tijdens de eerste 3 uwr dat de motor draait mag maar tot 70% vanhaar potentie worden gebruikt. Bovendien mag de snelheid Nieteer dan 11000 toeren per minuut zich.
4 In de volgende 2 uren dat de motor draait kan tot 90% van haar potentie worden gebrukt.
5 Het voertuig te gebruiken na de motor goed te hebben lately opwarmen.
6 Te voorkomen op constante snelheid te rijden (door te variieren in snelheid zullen de verschillende onderdelen zich gelijkmatiger en in een korter tijsdsbestek ordinen).
Deze procedures moeten telkens worden herhaald wonneer zuiger, zuigerveren, cylinderblok, krukas of motoras worden verrangen.
LET OP: Na de eerste 3aar of 15 liter gemengde brandstof de versnellingsbakolie verrangen.
2 BRANDSTOFFTOEVOER
Zie pag. 16 voor de brandstofspecificaties. Meng de brandstof met olie, volgens de percentages aan gegeven in de tabel. De olie vermeld in de tabel "Aanbevolen smeermiddelen en vloeistoffen" op pag. 10 te gebruiken.
| RR 125 Europa RR 1 | 25 |
| 2% 2,5% |
De brandstoftankinhoud is terug te vinden op pag. 10.
Voor het bijvullen, verwijder de dop van de brandstoftank (pag. 18).
Na het bijvullen de dop eropplaatsen en stevig sluiten.
LET OP:
Het bijvullen wordt uitgevoerd met de motoruit.

LET OP:
Brandgevaar. De brandstof islicht ontvlambaar.

Voer het bijvullen van het voertuig Niet uit in de buurt van open vuur of aange-stoken sigaretten en zet.altijd de motor uit.

Niet bijvullen gedurende het gebruik van een mobiele telefoon.
Het bijvullen uithoeren op een open en goed geventileerde plaats.
Let in het bijzonder op dat de brandstof Niet in contact komt met warme delen van het voertuig. Maak eventuele sporen van gemorste brandstof direct schoon.

WAARSCHUWING: Vergiftigingsgevaar.
De brandstof is een giftige vloeistof, schadelijk voor de gezondheid.

Voorkom dat de brandstof in aanraking komt met huid, ogen en kleding. Adem de brandstofdampen Niet in. In het geval van aanraking met de ogen, onmiddelijk spoelen met water en medische hulp inschakelen. In het geval van aanraking met de huid, onmiddelijk met zeep en water de betreffende gebieden reinigen. In het geval van inslikken, onmiddelijk een arts inschakelen. Vervang de kleding die in aanraking is gekomen met de brandstof.
WAARSCHUWING: Milieuvervuilingsgevaar.
De brandstof mag nicht in watervoerendelagen, de grond of het afvoersystemterechtkommen.
STARTEN MOTOR
Zet de brandstoftankkraan op ON of RES (pag. 18).
Controller of de versnellingsbak in neutral staat (pag. 21).
Trek aan de koppelingshendel (pag. 19).
Klap de standard in (pag. 21).
MET KICKSTARTPEDAAI (pag. 21):
Het pedaal intrappen om de motor te starten door met de voet een flinke slag te geben.


LET OP
Zodra het pedaal ingetrapt is deze onmiddelijk loslaten. Dat voorkomt terugslag voor het hele startsystem en de voet.
ALS DE MOTOR KOUD IS:
Zet de starter aan (pag. 19), start de motor zoals hierboven beschreiben, wacht eenaar seconden, en breng de starter dan terug in beginpositie.
UITSCHAKELEN MOTOR
Druk om de motor uit te schakelen op de aanwezige knopinde schakelaan groep (pag. 20).
OPMERKING:
Met de motor uit altijd de brandstofkraan op OFF zetten (pag. 18).
HFDST. 3 AFSTALLINGEN
INHOUD THEMA'S
Legendasymbolen 38
Remmen 38
Voorrem 38
Achterrem. 38
Koppeling 38
Gashendel 39
Afstelling van het toerental 39
Carburateur instellenen volgens de arbeitsomstandigheden 40
Afstelling bediening persventiel 42
Afstelling stuur 42
Afstelling positie drug 42
Afstelling positie stuur 43
Afstelling voorvork 43
Afstelling terugveringsdemper 43
Afstelling veeroorspanning 44
Afstelling schokdemper 44
Afstelling hydraulische terugveringsdemper 44
Afstelling compressiedemper 44
Afstelling hydraulische compressiedemper (hoge en lage snelheid) 45
Afstelling veeroorspanning 45
Bijstellen veringen in verhouding tot bestuurdersgewicht 46
Controle compressie statische druk 46
LEGENDA SYMBOLEN

scherping aanhaalmoment

Schroefdraadborgmiddel
delde sterkte

Smeerolie



REMMEN
VOORREM
De voorrem is van het schijftype met een hydraulische hendel.
De positie van de hendel van rem 2 kan worden afgesteld door de schroeven van de regelaar 1 aan te passen.
ACHTERREM
De basispositie van rempedaal 3 kan worden gewijzigd met behulp van de borgmoer (gevestigd onder de stofkap 4) en het afstellen van de schroeven van regelaar 5. Draai de borgmoer los en pas de schroeven van de regelaar aan om de gewenste hoogte in te stellen. Draai de borgmoer vast aan het einde van de bewerking
KOPPELING
De schroeven van regelaar 6 makes de afstelling möglichk van de afstand van hendel 7 van het handvat. De speling worden automatisch terug verkreten.
GASHENDEL
De gashendel moet altijd een speling van 3-5 mm hebben. Bovendien mag bij een draaiende motor het toerental Niet varieren wonneer maar rechts of links wordenuitgeweken.
Duw de beschemingskap 1 terug. Draai de borgmoer 2 los en draai in overeenstemming aan de schroeven van regelaar 3. Draai de borgmoer vast en controllerer de vloeijebebeweging van het handvat met gashendel.

AFSTELLING VAN HET TOERENTAL
De afstelling van het toerental beinvloed sterk het starten op de juiste manier en de reactie van het gaspedaal.
Het toerental wordt geregeld met de schroef van regelaar 1 en de schroef van luchtregelaar 2. Met de schroef van regelaar 1 wordt de basispositie van de gasklep geregeld. Door de schroef met de klok mee te draaien wordt de rotatiesnelheid verhoogd, en vice versa verminderd. Met de schroef van regelaar 2 wordt de hoeveelheid lucht gemengd met brandstof op stationair toerental geregeld. Door de schroef gegen de klok in te draaien neemt de hoeveelheid lucht toe (mager mengsel), terwijl met de klok mee draaien de hoeveelheid lucht doet verminderen (vet mengsel).

Ga om correct de werkking van het toerental in te stellen te werk zoals hierna beschreiben:
- Draai tot stagneren de schroef van luchtregelaar 2 stevig vast en draai deze verrolgens los tot de waarde die wordt beschreiben in de (pag. 12).
- Laat de motor voor ongeveer 5 minutes opwarmen totdat de temperatuur van werkinq worden bereikt.
- Draai langzaam de schroef van luchtregelaar 2 met de klok mee, totdat het stationaire toerental begint te Dalen.
- Noteer de positie; draai verwolgens langzaam de schroef van de luchtregelaar 2 gegen de klok in, todat het stationair toenental waar zakt.
- Pas de schroef aan:tussen deze twee posities op het punt van hoogste stationair toerental.
Indien er gedurende de afstelling zoals hierboven beschreiben een aanzienlijke stijging van het aantal toeren waardeembaar is, moet het stationaire toerental terug maar normaliveau worden verlaagd, om daarna de stappen te volgen zoals hierboven beschreiben.
Als na het uitvoeren van de handeling hier geen bevredigende resultaten uit zich gekomen, dan zou dat konnen liggen aan een nicht juiste minimale spreier.
Als de schroef van de luchtregelaar volledig is vast gedraaid, maar er geen verandering in het aantal toeren waardeembaar is, is het nodig om een Klein beetje gas te geben en stoom te creeren.
Probeer na het verwangen van de stoorn opnieuw de afstellingsprocedure uit te voeren.
OPMERKING:
Het juiste stationaire toerental moet zich:tussen de 1700-1800 toeren/min. bevinden.
CARBURATEUR INSTELLINGEN VOLGENS DE ARBEIDSOMSTANDIGHEDEN
Zie de volgende tabellen om de carburaturinstellungen aan te passen volgens de omgevingtemperatuur en de hoogte.
Legende:
| SLM Boven | zeeniveau |
| AVA Draaien luchtstroom (uit volledig gesloten) | |
| Gm Sproeil minimum | |
| SPL Naald | |
| POS Positie naald (van boven) | |
| GM Sproeil maximum | |
| VLV Ventie | |
Standaardinstellingen
| Versie RR 125 | |||||||
| Altitude(SLM) | Carburatorinstalling | Omgevingstemperatuur | |||||
| -20°C÷÷7°C | -6°C÷5°C | 6°C÷15°C | 16°C÷24°C | 25°C÷36°C | 37°C÷49°C | ||
| -2°F÷20°F | 19°F÷41°F | 42°F÷60°F | 61°F÷78°F | 79°F÷98°F | 99°F÷120°F | ||
| 3000 m | AVA 2,25 2,7 | 5 2,75 3, | 25 3,25 | ||||
| 10000 ft | Gm 50 48 48 | 48 48 48 | |||||
| ↑ | GM 175 | 172 170 | 168 165 | ||||
| SPL NOZH | NOZH NOZH | NOZH NOZH | NOZH NOZH | ||||
| 2301 m | POS 3 3 2 2 | 2 | |||||
| 7501 ft | VLV | 7 7 7 7 | 7,5 | ||||
| 2300 m | AVA 2,25 2,25 | 25 2,75 2, | 75 3,25 3, | 25 | |||
| 7500 ft | Gm 50 | 50 50 50 | 50 50 | ||||
| ↑ | GM 178 | 175 172 | 170 168 | 165 | |||
| SPL NOZH | NOZH NOZH | NOZH NOZH | NOZH NOZH | ||||
| 1501 m | POS 3 3 3 2 | 2 2 | |||||
| 5001 ft | VLV | 7 7 7 7 7 | 7,5 | ||||
| 1500 m | AVA 2,25 2,25 | 25 2,25 2, | 75 2,75 3, | 25 | |||
| 5000 ft | Gm 52 | 50 50 50 | 50 50 | ||||
| ↑ | GM 180 | 178 175 | 172 170 | 168 | |||
| SPL | NOZG | NOZH NOZH | NOZH NOZH | ||||
| 751 m | POS 4 3 | 3 3 2 2 | |||||
| 2501 ft | VLV | 7 7 7 7 7 | 7 | ||||
| 750 m | AVA 2,25 | 25 2,25 2, | 25 2,25 2, | 75 2,75 | |||
| 2500 ft | Gm 52 | 52 50 50 | 50 50 | ||||
| ↑ | GM 182 | 180 178 | 175 | 172 | 170 | ||
| SPL | NOZG | NOZG | NOZH NOZH NOZH | ||||
| 301 m | POS 4 4 | 3 3 3 2 | |||||
| 1001 ft | VLV | 7 7 7 7 7 | 7 | ||||
| 300 m | AVA 1,75 | 2,25 2, | 25 2,25 2, | 25 2,75 | |||
| 1000 ft | Gm 55 | 52 52 50 | 50 50 | ||||
| ↑ | GM 185 | 182 180 | 178 175 | 172 | |||
| SPL | NOZF | NOZG | NOZG | NOZH | NOZH | NOZH | |
| 0 m | POS 5 4 | 4 3 3 3 | |||||
| 0 ft | VLV | 7 7 7 | 7 7 7 | ||||




AFSTELLING BEDIENING PERSVENTIEL
LET OP! Het voertuig is uitgerust met een afvoerklep waarvan de ontwikkeling is getest bij de LASTE keuring van de motor. Pas in geen geval de positie van deschroef van regelaar 1 aan 1.
Neem contact op met een geautoriseerde Betamotor-dealer voor een möglichke aanpassing.
AFSTELLING STUUR
AFSTELLING POSITIE BRUG
Dekleinebrug1kan respectievelijk worden geplaatst in de gaten 2,3of4.
Haal de schroef weg zoals aangegeven in de figuur om de positie van de brug aan te passen.
Verwijder het stuur.
Verwijder de schroef 5.
Plaats de brug volgens uw eigien behoef- ten.
Plaats aan het einde van de handeling des schroef 5 terug na schroefdraadborgmiddel te hebben gebruikt en draai op het aangegeven aanhaalmoment vast.
Plaats het stuur.
Plaats de grande brug.
Plaats de schroef 6 terug. Draai op het aangegeven aanhaalmoment vast.

AFSTELLING POSITIE STUUR
Het stuur kan worden aangepast door het heen en weer draaien.
Draai schroef 1 los om het stuur aan te passen.
Plaats het stuur volgens uw eigien behoeften.
Draai op het aangegeven aanhaalmoment vast.

AFSTELLING VOORVORK AFSTELLING TERUGVERINGSDEMPER
De groep hydraulische terugveringsdempers bepaalt de werkung van de voorvork tijdens terugvering, en kan worden geregeld via de knop A. Door de schroef met de klok mee te draaien (richting de +) worden de werkung van de terugveringsdempers vergroot, terwijl gegen de klok in draaien (richting de -) de werkung van de terugveringsdempers vermindert.
Raadpleeg voor het standard bijstellen pag. 11.



AFSTELLING VEERVOORSPANNING
Ringmoer B stelt de veervoorspanning in. Draai met de klok mee om de veervoorspanning te vergroten, draai tegende klok in om de veervoorspanning te verminderen.
Voorspanning varieert met 1mm bij elke volledige omwenteling.
Raadpleeg voor het standard bijstellen pag. 11.
AFSTELLING COMPRESSIEDMPER
De groep hydraulische compressiedemper bepaalt de werking van de voorvork tijdens compressie, en kan worden geregold via de knop C bij hetkleine uiteinde van de leest van de voorvork. Door met de klok mee te draaien (richting de +) wordt de werking van de compressiedemper vergroot, terwijl gegen de klok in draaien (richting de -) deze werking vermindert.
Raadpleeg voor het standard bijstellen pag. 11.

AFSTELLING SCHOKDEMPER
AFSTELLING HYDRAULISCHE TERUGVERINGSDEMPER
Draai aan de schroef A om de hydraulische terugveringsdemper af te stellen.
Tegen de klok in draaien (losdraaien) vermindert de remming.
Raadpleeg voor het standard bijstellen pag. 11.
AFSTELLING HYDRAULISCHE COMPRESSIEDEMPER (HOGE EN LAGE SNELHEID)
Afstelling voor compressie bij lage snelheid:
- Draai met behulp van een schroevendraaier schroef C met de klok mee los om de hydraulische compressiedemper te vergroten.
Raadpleeg voor het standard bijstellen pag. 11.
Afstelling voor compressie bij hoge sleid:
- Draqi de knop D gegen de klok in om de hydraulische compressiedemper te verminderen.
Raadpleeg voor het standard bijstellen pag. 11.
LET OP:
Door vanuit de standardpositie de knoptegen de klok in te draaien (en zo te sluiten), za de centrale schroef za een eensgezinde beweging make, derhalve deze gelijk aan de knop draait.
Raadpleeg voor het standard bijstellen pag. 11.
AFSTELLING
VEERVOORSPANNING
Draai de borgmoer E los en draai de moer F met de klok mee om de veervoorspanning te vergroten (en dus van de schokdemper); draai gegen de klok in om de veervoorspanning te verminderen. Draai na het verkrijgen van de gewenste voorspanning de borgmoer E tot stagneren vast op de moer van afstelling F.
Raadpleeg voor het standard bijstellen pag. 11.
Opmerking: gebruik voor het draaien van de bout de speciale moersleutel, meegeleverd in de gereedschapskit aangegeven in de afbeeling.





CONTROLE COMPRESSIE STATISCHE DRUK
Voor het controlleren van de staatische compressione van de schokdempo is het nodig:
- De motor op de middenbokplaatsen.
- De verticale aufstand:tussen de as van het awhile en een gekozen geschikt referentiepunt in de awhile te meten.
- De hoogte H, te noteren.
- De standard in te klappen.
- De motor in verticale positie te behouden en de neue afstand:tussen de wielas en het eerder gekozen referentiepunt te meten.
- De hoogte H_2 te noteren.
Controleer of de waarde van de statische compressie X = H1 - H2 het gerapporteerde op pag. 11. Als dat nicht het geval is, voer dan de afstelling van veervoorspanning UIT zoals hierboven beschreiben.
BIJSTELLEN VERINGEN IN VERHOUDING TOT BESTUURDERSGEWICHT
Hier worden de elastische coefficienten K van de veringen (voorvork en schokdemp) gerapporteer die indicatief zijn voor de verhouding tot het gewicht van de bestuurder. Raadpleeg voor de codes de Betamotor accessirecatalogus.
| Voorvork | |
| Gewicht bestuurdern [kg] K (elastische coefficiennt vering) | |
| 70 - 85,9 | |
| 85 - 95,4,2 | |
| 95 - 105,4,6 | |
| >105,4,8 | |
| Schokdemper | |
| Gewicht bestuurdern [kg] K (elastische coëfficient vering) | |
| 70 - 85 4,8 | |
| 85 - 95 5,0 | |
| 95 - 105 5,2 | |
| >105 5,4 | |

Standaardinstelling
HFDST. 4 CONTROLES EN ONDERHOUD
INHOUD THEMA'S
Legenda symbolen 48
Versnellingsbakolie 48
Niveau controlleren 48
Vervanging 50
Koelvloeistof 51
Niveau controlleren 51
Vervanging 52
Luchtfilter 54
Ontkoppeling en montage luchtfilter 54
Reiniging luchtfilter - RR 125 Europa . 55
Reiniging luchtfilter - RR 125 55
Bougie 55
Carburateur 56
Afvoerbakcarburateur 56
Niveau drijver controleren 57
Voorrem 58
Vloeistofiveau voorrem controlleren 58
Vloeistof voorrem bijvullen 58
Voorrem reinigen 59
Remblokken voorrem controleren 60
Schijfdikte rem controleren 60
Achterrem 61
Vloeistofiveau achterrem controleren 61
Vloeistof ache terrem bijvullen 61
Achterrem reinigen 62
Remblokken achterrem controleren 63
Schijfdikte rem controleren 63
Koppelingshendel 64
Niveau controlleren 64
Reinigen 65
Besturing en afstelling stuurspeling 66
Vorke 67
Voorwiel 67
Klemmen 67
Banden 68
Achterwielophangingsmechanisme 68
Ketting 69
Kettingspanning controlleren en aanpassen 69
Kettingslijtage controlleren 70
Koplamp 71
Vervangen koplampen 71
Achterlamp 71
Reiniging van het voertuig 72
Agemene voorzorgsmaatregelen 72
Lange inactiviteit van het voertuig 73
Gepland onderhoud 74
Samenvatting aanhaalmomenten 76
LEGENDA SYMBOLEN

scherping aanhaalmoment
Schroefdraadborgmiddel
iddelde sterkte

Smeerolie



VERSNELINGSBAKOLIE
NIVEAU CONTROLEREN
Breng het voertuig in een verticale positie ten opzichte van de grond.
Parkeer de motor op een vlakke en stabiele bodem.
Verwijder de inspectiedop 1.
Het oliepeil moet de onderste rand van de spindelcentrering bereiken.
Als dit nicht het geval is, ga dan over tot het bijvullen via de vuldop 2.
LET OP: de inspectiedop dient ALLEEN om het niveau te controlen. Voor oliedrainage zie de paragraaf "Vervanging" op pag. 50.
De olie vermeld in de babel "Aanbevolens smeermiddelen en vloeistoffen" op pag. 16 gebruiken.
Om de handeling vlotter te lately verlopen, worden aangeraden de veer 3 te verwijdersen.
Duw de remtang in het voertuig.

Op die manier worden de schroef 1 vrij-gegeven.
Na de handeling, draai de schroef 1vast aan 1ONm en breng de veer 3 weeer aan.

LET OP! Na de handeling wordt de rempedaal herhaaldelijk ingetrapt om de achefterste rem wee terkunnen gebruiken.

4



VERVANGING
Voer altijd de verwang ing uit als de motor warm is:
- Parkeer de motor op een vlakke en stabiele bodem.
- Verwijder de motorbescherming door des schroeven los te draaien zoals aangegeven in de figuur.
- Plaats een vat onder de motor.
!
LET OP:
Hete olie kan ernstige brandwondenveroorzaken!
- Draai de tapdoppen 1 en 2 los.
- Laat de carter volledig leeglopen.
- Plaats de dop 2 en sluit zoals aangegeven.
Vul met de hoeveelheid vloeistof aangegeven op pag. 10.
De olie vermeld in de tabel "Aanbevolen smeermiddelen en vloeistoffen" op pag. 16 gebruiken.
Sluit de tapdop 1.
WAARSCHUWING:
Gooi gebruekte olie weg overeenkomstig met de van kracht zijnde verordenen.
KOELVLOEISTOF NIVEAU CONTROLEREN
Breng het voertuig in een verticale positie ten opzichte van de grond.
Het controleren van het niveau moet worden uitgevoerd als de motor koud is op de volgende manier:
- Schroef de dop 1 los en zorg ervoor dat de vloeistof zichtaar is in het onderste deel van de toevoerbuis.
In het geval de vloeistof nicht zichtbaar is, draai de ontluchtingsplug 2 los en ga over tot bijvullen. - Plaats na de handeling te hebben uitgevoerd, weer de tapdop en de ontluchtingsplug.
De vloeistof vermeld in de tabel "Aanbevolen smeermiddelen en vloeistoffen" gebruiken.

LET OP:
Draai nooit de tapdop van deradiator los als de motor warm is. Brandwondengevaar!

LET OP:
Draag geschichte beschemende kleding en beschemende handsohen.

Koelvloeistof buiten het bereik van kinderen houden.

Laat de koelvloeistof Niet in aanraking komen met huid, ogen of kleding. In geval van aanraking:
- met de ogen, onmiddelijk met water spoelen en een arts raadplegen;
- met de huid, onmiddelijk met zeep en water de betreffende gebieden reinigen. Vervang de kleding die in aanraking is gekomen met de koelvloeistof.
Ga in geval van inname van de koelvloeistof zo snel möglichk over tot de interventie van een arts.


4

VERVANGING
Parkeer de motor op een vlakke en stabiele bodem.
De verwanging van de koelvloeistof moet worden uifgevoerd als de motor koud is.
- Draai de dop 1 los.

-
Plaats een vat onder de schroef 2.
-
Draai de schroef 2 los.
-
Laat de vloeistof wegstromen.
-
Draai de schroef 2 vast door de speciale sluitring teplaatsen.

- Draai de reinigingsschroef 3 los.
-Ga over tot het vullen.

Wanner het vullen is voltooid, spoelt u de motorgroep door de schroef 4. Controleer het vloeistof niveau na het spoelen en vul indien nodig bij.
- Herplaats de tapdop en de reinigings-schroef.
De hoeveelheid vloeistof staat aangegeven op pag. 11.
De vloeistof vermeld in de tabel "Aanbe-volen smeermiddelen en vloeistoffen" op pag. 16 gelebruiken.

LET OP:
Draai nooit de tapdop van de radiator los als de motor warm is. Brandwon-dengevaar!

LET OP:
Draag geschickt beschermende kleding en beschermende handsohenen.

Koelvloeistof buiten het bereik van kinderen houden.

Laat de koelvloeistof nicht in aanraking komen met huid, ogen of kleding. In geval van aanraking:
- met de ogen, onmiddelijk met water spoelen en een arts raadplegen;
- met de huid, onmiddelijk met zeep en water de betreffende gebieden reinigen. Vervang de kleding die in aanraking is gekomen met de koelvloeistof.
Ga in geval van inname van de koelvloeistof zo snel möglichk over tot de interventie van een arts.
4



LUCHTFILTER
Het is raadzaam om na iedere rit te controleren.
ONTKOPPELING EN MONTAGE LUCHTFILTER
Om toegang te krijgen tot het filter is het nodig:
-Het zadel te verwijdersen (pag. 78).
Maak de filterafdekking los (pag. 79).
Maak de schroefbevestiging van filter 1 los
-Verwijder het luchtfilter 2

LET OP:
Controleer na iedere keer of er binenin het filter geen enkel object is achtergebleven.

OPMERKING:
Als het filter is beschadigd, ga dan direct over tot verrangen. Neem voor de verranging contact op met een geauthoriseerd Betamotor service-center.

LET OP:
Zet nooit de motor aan zonder luchtfilter. De infiltratie van stof en vuil kan leiden tot schade en aanzienlijke slijtage.

LET OP:
Controleer na iedere keer of er binnenin het filter geen enkel object is achtergebleven.
Ga over tot het werk in elkaar zetten, door de handeling in omgekeerde volgorde uit te voeren.
REINIGING LUCHTFILTER - RR 125 EUROPA
Blaas het filter UIT met perslucht.
REINIGING LUCHTFILTER - RR 125
- Was de filter zorgvuldig met water en zeep.
- Laat de filter drogen.
- Bevochtig de filter met specifieke olie en verwijder daarna de overtollige olie, zodate die nicht druppelt.
BOUGIE
Het behouden van de bougie in goede conditie draagt bij aan het verminderen van het verbruik van de motor en het optimaal functioneren.
Voor toegang tot de bougie is hetoodzakelijk om de volle brandstoftank van het luchtfilter te demonteren (pag. 79).
Om de contrôle uit te voeren is het voldoende de dop van de bougie te halen en de bougie los te draaien, door de bijgeleverde sleutel te gebruiken.
Maak grondig de elektroden schoon met behulp van een staalborstel. Blaas de bougie uit met perslucht om te voorkomen dat eventueel residu in de motor terecht
kan komen.
Onderzoek met een diktemeter de afstand tussen de elektroden, die tussen de 0,5-0,7 mm zal要去en zich. In het geval er Niet aan deze waarde worden voldaan, is het möglichneste te corrigeren door de aardelektrode te buigen.

De bougie kan er als volgt uitzien:
in het zwart net "vette" brandstof
in het hazelnootbruin met gemengde
brandstof
in het wit met "magere" brandstof
Controleer ook dat er zich geen scheuren bevinden op het isolatiematerialial of de gecorrodeerde elektroden; in die gevallen onmiddelijk overgaan tot verwangng. Smeer de draad van de bougie in en draai (als de motor koud is) met vaste hand tot stagneren zich, om daarna te vergrendelen met de sleutel.

LET OP:
Wanneer het nodig is om de bak van de carburateur te legen, ga dan te werk zoals hieronder beschreiben.
Verwijder de kettingbescherming 1, sluit de brandstofkraan enplaats een doek onder de carburateur om de brandstof die eruit lekt te konnen opvangen.
Open de afvoerschroef 2 om de brandstof te lozen. Sluit de afvoerschroef weeer. Plaats de kettingbescherming weeer en draai de schroef dicht op 10nm
LET OP: Voer de handeling uit met een koude motor.
LET OP: Brandgevaar! De brandstof is Licht ontvlambaar.
Voer de handeling Niet uit in de buurt van open vuur of aangestoken sigaretten en zet altijd de motor uit.
Het bijvullen uittvoeren op een open en goed geventileerde plaats.
Maak eventuele sporen van gemorste brandstof direct schoon.

WAARSCHUWING:
Vergiftigingsgevaar!
De brandstof is een giftige vloeistof, schadelijk voor de gezondheid.

Draag geschikte beschemende kleding en beschemende handschoenen.
Voorkom dat de brandstof in aanraking komt met huid, ogen en kleding. Adem de brandstofdampen Niet in. In het geval van aanraking met de ogen, onmiddelijk spoelen met water en medische hulp inschakelen. In het geval van aanraking met de huid, onmiddelijk met zeep en water de betreffende gebieden reinigen. In het geval van inslikken, onmiddelijk een arts inschakelen. Vervang de kleding die in aanraking is gekomen met de brandstof.
WAARSCHUWING:
Milieuervuilingsgevaar!
De brandstof mag nicht in watervaerende lagen, de grond of het afvoersysteme terechtkommen.
NIVEAU DRIJVER CONTROLEREN
Verwijder de carburateur van het voertuig na de procedure van het lozen van de bak van de carburateur te hebben gevolgd (pag. 56)
Verwijder de bak van de carburateur.
Houd de carburateur op onceveer 60^ zo dat de drijver het naaldventiel raakt zonder te hard te drukken. In deze positie zou de punt van de drijver onceveer parallel要去en zich aan de oppervlakteafdichting van de bak van de carburateur (zie illustratie).
Als de hoogte van de drijver Niet voldoet aan de nominale waarde, controlleren dan het naaldventiel van de drijver en verwang deze indien nodig.
Als het naaldventiel van de vrijver in orde is, kan de hoogte van de vrijver worden aangepast door de hendel van de vrijver 1 om te buigen.
Plaats de bak van de carburateur en de carburateur zich en contrôleer het stationaire toerental.


4


VOORREM
VLOEISTOFNIVEAU VOORM CONTROLLEREN
Controleer via het niveaulampje A de aanwezigheid van remvloeistof. Het minimumniveau van de vloeistof mag nooit minder zichdan de verkregen referentie op het lampje.
VLOEISTOF VOORREM BIJVULLEN
Ga over tot bijvullen om het niveau waar te herstellen, door de twee schroeven 1 los te draaien, de deksel 2 op te heffen, en de remvloeistof tot 5mm onder de bovenrand van het reservoir bij te vullen.
De vloeistof vermeld in de tabel "Aanbevolen smeermiddelen en vloeistoffen" op pag. 60 gebruiken.

LET OP:
De remvloeistof is zeer corrosief, laat geen enkele druppel vallen op de gelakte onderdelen van het voertuig.

Voor het uitvoeren van deze handeling is hetoodzakelijk beschermende handschoenen te gebruiken.

Vloeistof buiten het bereik van kinderen houden.

LET OP: Laat de vloeistof Niet in aanraking komen met huid, ogen of kleding. In geval van aanraking:
- met de ogen, onmiddelijk met water spoelen en een arts raadplegen;
- met de huid, onmiddelijk met zeep en water de betreffende gebieden reinigen. Vervang de kleding die in aanraking is gekomen met de vloeistof.
Ga in geval van inname van de vloeistof zo snel möglichk over tot de interventie van een arts.
VOORREM REINIGEN
Ga voor een luchtreiniging van het voorremcircuit als volgt te werk:
- Verwijder de rubberen dop 1 van het ventiel 2.
- Open de dop van het oliereservoir.
- Steek het ene uiteinde van een transparentuisje in ventsiel 2, en het andere uiteinde in een vat.
Pomp 2/3 keer en houd de hendel ingedrukt. - Schroef het ventiel los en LAST de olie uithet buisje lopen.
- Als in hetuisje luchtbellen zichtaar zijn, herhaal dan de voorgaande handeling tot dat er geen continu lekken van olie meer is.
- Sluit het ventiel en LAST de hendel los.
OPMERKING:
Bij deze handeling is het belangrijk om constant het reservoir te blijven bijvullen om het lekken van olie te compenseren.
- Verwijder hetuisje.
Herplaats de rubberen dop. - Sluit de dop van het oliereservoir.
De vloeistof vermeld in de tabel "Aanbevolen smeermiddelen en vloeistoffen" op pag. 16 gebruiken.

LET OP:
De remvloeistof is zeer corrosief, LASTG enkele druppel vallen op de gelakte onderdelen van het voertuig.

Voor het uitvoeren van deze handeling is hetoodzakelijk beschermende handschoenen te gebruiken.

Vloeistof buiten het bereik van kinderen houden.

LET OP: Laat de vloeistof nicht in aanraking komen met huid, ogen of kleding. In geval van aanraking:
- met de ogen, onmiddelijk met water spoelen en een arts raadplegen;
- met de huid, onmiddelijk met zeep en water de betreffende gebieden reinigen.
Vervang de kleding die in aanraking is gekomen met de vloeistof.
Ga in geval van inname van de vloeistof zo snel möglichk over tot de interventie van een arts.



REMBLOKKEN VOORREM CONTROLLEREN
Om de slijtagestaat van de voorrem te controlleren, is het genoeg om de knijper aan de onderkant te bekijken, waar het mogelijk is zich te hebben op het uiteinde van de twee remblokken, die een remvoeringsdikte van ten minste 2 mm要去tonen. In het geval de laag dunner is, onmiddelijk overgaan tot hun verranging.
Opmerking:
De controle uittvoeren volgens de aangegeven tijden in de babel op pag. 74.
Neem voor de vervanging contact op met een geautoriseerd Betamotor servicecenter.
SCHIJFDIKTE REM CONTROLEREN
Controleert regelmatig de staat van des schijf. In het geval er tekenen van schade, strepen of verrormingen te zien zijn, overgaan tot verranging. Controleer des schijfdikte. De minimale dikte is ingesneden in de schijf.
Overgaan tot verranging van de remschijf als de limiet nabij of bereikt is.
Neem voor de verranging contact op met een geauthoriseerd Betamotor servicecenter.
ACHTERREM
VLOEISTOFNIVEAU ACHTERREM CONTROLEREN
Controleer via het niveaulampje A de aanwezigheid van remvloeistof. Het minimumniveau van de vloeistof mag nooit minder zichn dan de verkreten referentie op het lampje.
VLOEISTOF ACHTERREM BIJVULLEN
Om het niveau te herstellen, overgaan tot bijvullen via de tapdop 1.
De vloeistof vermeld in de tabel "Aanbevolen smeermiddelen en vloeistoffen" op pag. 16 gebruiken.

LET OP:
De remvloeistof is zeer corrosief, laat geen enkele druppel vallen op de gelakte onderdelen van het voertuig.

Voor het uitvoeren van deze handeling is hetoodzakelijk beschermende handschoenen te gebruiken.

Vloeistof buiten het bereik van kinderen honden.

LET OP: Laat de vloeistof nicht in aanraking komen met huid, ogen of kleding. In geval van aanraking:
- met de ogen, onmiddelijk met water spoelen en een arts raadplegen;
- met de huid, onmiddelijk met zeep en water de betreffende gebieden reinigen. Vervang de kleding die in aanraking is gekomen met de vloeistof.
Ga in geval van inname van de vloeistof zo snel möglichk over tot de interventie van een arts.

4

ACHTERREM REINIGEN
Ga voor een luchtreiniging van het achterremcircuit als volgt te werk:
-Verwijder de rubberen dop 1 van het ventiel 2.
- Open de dop van het oliereservoir.
Steek het ene uiteinde van een transparentuisje in ventiel 2, en het andere uiteinde in een vat.
Pomp 2/3 keer en houd het pedaal ingedrukt.
- Schroef het ventiel los en LAST de olie uithet buisie lopen.
- Als in hetuisje luchtbellen zichtaar zijn, herhaal dan de voorgaande handeling todat er geen continu lekken van oliemeer is.
- Sluit het ventiel en LAST het pedaal los.
OPMERKING:
Bij deze handeling is het belangrijk om constant het reservoir te blijven bijvullen om het lekken van olie te compenseren.
-Verwijder het buisje.
Herplaats de rubberen dop.
- Sluit de dop van het oliereservoir.
De vloeistof vermeld in de tabel "Aanbevolen smeermiddelen en vloeistoffen" op pag. 16 gebruiken.

LET OP:
De remvloeistof is zeer corrosief, LASTG enkele druppel vallen op de gelakte onderdelen van het voertuig.

Voor het uitvoeren van deze handeling is hetoodzakelijk beschermende handschoenen te gebruiken.

Vloeistof buiten het bereik van kinderen houden.

LET OP: Laat de vloeistof nicht in aanraking komen met huid, ogen of kleding. In geval van aanraking:
- met de ogen, onmiddelijk met water spelelen en een arts raadplegen;
- met de huid, onmiddelijk met zeep en water de betreffende gebieden reinigen.
Vervang de kleding die in aanraking is gekomen met de vloeistof.
Ga in geval van inname van de vloeistof zo snel möglichk over tot de interventie van een arts.
REMBLOKKEN ACHTERREM CONTROLEREN
Om de slijtagestaat van de achterrem te controlleren, is het genoeg om de knijper aan de bovenkant te bekijken, waar het möglichk is zich te hebben op het uiteinde van de twee remblokken, die een remvoeringsdikte van ten minste 2 mm要去tonen. In het geval de laag dunner is, onmiddelijk overgaan tot hun verranging.
Opmerking:
De controle uithoeren volgens de aangegeven fijden in de tabel op pag. 74.
Neem voor de verwangng contact op met een geautoriseerd Betamotor servicecenter.

SCHIJFDIKTE REM CONTROLEREN
Controleert regelmatig de staat van des schijf. In het geval er tekenen van schade, strepen of verrormingen te zien zijn, overgaan tot verranging. Controleer des schijfdikte. De minimale dikte is ingesneden in de schijf.
Overgaan tot verwanging van de remschijf als de limiet nabij of bereikt is.
Neem voor de verwangng contact op met een geautoriseerd Betamotor servicecenter.

4


KOPPELINGSHENDEL NIVEAU CONTROLEREN
Voor het controlleren van het oliepeil van de koppelingspomp is het nodig de deksel 2 te verwijderen.
Verwijder de twee schroeven 1 en haal de deeksel 2 tegelijk met de rubberen blaasbalg weg. Met de koppelingspomp in horizontale positie zou het oliepeil zich op 5mm boven de bovenrand要去en bevinden.
Overgaan tot bijvullen in het geval het niveau lager zouং dan hier aangegeven.
De vloeistof vermeld in de tabel "Aanbevolen smeermiddelen en vloeistoffen" op pag. 16 gebruiken.

LET OP:
De koppelingsvloeistof is zeer corrosief, let.darom op geen enkele druppel te laten vallen op de gelakte onderdelen van het voertuig..

Voor het uitvoeren van deze handeling is hetoodzakelijk beschermende handschoenen te gebruiken.

Vloeistof buiten het bereik van kinderen honden.

LET OP: Laat de vloeistof nicht in aanraking komen met huid, ogen of kleding. In geval van aanraking:
-
met de ogen, onmiddelijk met water spoelen en een arts raadplegen;
-
met de huid, onmiddelijk met zeep en water de betreffende gebieden reinigen. Vervang de kleding die in aanraking is gekomen met de vloeistof.
Ga in geval van inname van de vloeistof zo snel möglichk over tot de interventie van een arts.
REINIGEN
Ga voor een luchtreiniging van het koppelingscircuit als volgt te werk:
- Verwijder de rubberen dop 1 van het ventiel 2.
- Open de dop van het oliereservoir.
- Steek het ene uiteinde van een transparentuisje in ventiel 2, en het andere uiteinde in een vat.
Pomp 2/3 keer en houd de hendel ingedrukt. - Schroef het ventiel los en LAST de olie uithet buisje lopen.
- Als in hetuisje luchtbellen zichtaar zijn, herhaal dan de voorgaande handeling tot dat er geen continu lekken van olie meer is.
- Sluit het ventiel en LAST de hendel los.
OPMERKING:
Bij deze handeling is het belangrijk om constant het reservoir te blijven bijvullen om het lekken van olie te compenseren.
-Verwijder hetuisje.
Herplaats de rubberen dop.
De vloeistof vermeld in de tabel "Aanbevolen smeermiddelen en vloeistoffen" op pag. 16 gebruiken.

LET OP:
De koppelingsvloeistof is zeer corrosief, letkaarom op geen enkele druppel te latent vallen op de gelakte onderdelen van het voertuig.

Voor het uitvoeren van deze handeling is hetoodzakelijk beschermende handschoenen te gebruiken.

Vloeistof buiten het bereik van kinderen houden.

LET OP: Laat de vloeistof Niet in aanraking komen met huid, ogen of kleding. In geval van aanraking:
- met de ogen, onmiddelijk met water spoelen en een arts raadplegen;
- met de huid, onmiddelijk met zeep en water de betreffende gebieden reinigen.
Vervang de kleding die in aanraking is gekomen met de vloeistof.
Ga in geval van inname van de vloeistof zo snel möglichk over tot de interventie van een arts.
4

BESTURING EN AFSTELLING STUURSPELING
Controleer regelmatig de speling van het stuurbalhoofd door de vork heb en weerte bewegen, zoals afgebeeld in de figuur. Voer in het geval u speling waarneemt dehandeling op de volgende wijze UIT:

- Draai de schroeven 1 los
- Draai de schroef 2 los
- Verhelp de werkende spelimg met demoer 3
Draai de schroeven vast zoals aangegeven.

LET OP:
Het dichtdraaien van de schroeven moet gebeuren door de momentsleutel stabel op het aanhaalmoment teplaatsen en herhaald dicht te draaien, tot het aanhaalmoment stabel is.
VORKE
Neem contact op met een erkend Betamotor service-center voor het onderhoud.
Raadpleeg de aanwijzingen in de afbeelding voor de controle van de aanhaalmomenten.

LET OP:
Het dichtdraaien van de schroeven moet gebeuren door de momentsleutel stabel op het aanhaalmoment teplaatsen en herhaald zicht te draaien, tot het aanhaalmoment stabel is.

VOORWIEL
KLEMMEN
Na het demonteren van het wie!
De vork 3-4 keer dichtknijpen en loslaten.

Draai de wielas en de schroeven voor de steunvoetjes vast bij het aangegeven aanhaalmoment.

LET OP:
Het dichtdraaien van de schroeven moet gebeuren door de momentsleutel stabel op het aanhaalmoment teplaatsen en herhaald zicht te draaien, tot het aanhaalmoment stabel is.

4

ACHTERWIELOPHANGSG-MECHANISME
Om een goede werkung en een lange levensduur van de achtervering van het中断wielophangingsmechanisme te garanderen, is het raadzaam om regelmatig de correcte sluiting van de moeren en bouteu te controeren.
Controleer dat de moeren en bouteen van het mechanisme bij het aangegeven aanhaalmoment vastgedraaid zich.
BANDEN
Plaats alleen banden die zich goedgekeurd door BETAMOTOR.
Andere banden können het functioneren van de motor op staat nadelig beinvloeden.
- Om uw veiligheid te garanderen,要去en beschadigde banden onmiddevervangen worden.
- Gladde banden beinvloeden op negatieve wijze het functioneren van de motor, vooral op gladde wegen en op terrein.
- Onvoldoende druk veroorzaakt abnormale slijtage en oververhitting van de band.
- Het voor- enijkeniel moeten worden uitergerust met banden van hetzelfde profiel.
- Controller de druk alleen wanneer de banden koud+zijn.
- Houd de bandendruk binnen de aangegeven grenzen.
KETTING
Voor een langere levensduur van de kettingaandrijving, is het aan te raden om regelmatig de spanning te controleren. Altijd vrijhonden van vastzittend vuil en insmeren.
Zorg ervoor dat het smeermiddel in geen enkel geval dechterband of de remschijf bereikt, anders zouden de grip van de band op de weg en het functioneren van de hinterrem aanzienlijk worden verminderd en zou gemakkelijk de contrôle over de motor können worden verloren.
KETTINGSPANNING CONTROLEREN EN AANPASSEN
Parkeer de motor op een vlakke en stabiele bodem.
Span de hetting aan als deze meer dan 20 mm spelimgheeft.

- Draai de pin 1 los.

4

- Draai de borgmoeren A los bij beiden hinterbruggen.
- Gebruik de beiden zichden van de schroeven van regelaar B om de gewenste kettingspanning te bereiken
- Draai de borgmoeren A vast bij beiden hinterbruggen.
- Draai de pin 1 vast bij het aangegeven aanhaalmoment.


KETTINGSLIJTAGE CONTROLEREN
laats de versnellingsbak in neutraal, en trek het bovenste deel van de ketting omhoog met een kracht van 10-15 kilogram (zie de afbeelding). Meet nu de afstand van 18 stappen op het onderste deel van de ketting. Vervang de ketting als de vastgestelde hoogte ≥ 272 mm is. Kettingen slijten nicht altijd gelijkmatig, en om deze reden要去 het meten op verschillende punten van de ketting herhaald worden.
Wonneer een neue ketting is geplaatst, wordt het aangeraden ook de rondsel en het kronwiel te verrangen. Een neue ketting za sneller slijten op oude en versleten rondsels. Pas de spanning in het geval van verranging aan zoals beschreiben op pag. 69.
KOPLAMP
Houd het glas van de projector altijd schoon (pag. 72).
Controleer regelmatif de correcte richting van de lichtstraal.
VERVANGENKOPLAMPEN
Verwijder de bevestigingschroeven en verplaats het koplamphuis maar voren.
Verwijder voorzichtig de lamp van positie 1, compleet met lamphouder. Til voor de verwanging van het grote Licht/dimlicht de rubberen kap 2 op, haal het verbindingsstuk los, druk op de spiraal 3, verwijder de lamphouder, en verwang de lamp dooreen nieuwe te plaatsen. Zorg ervoor nicht de bol aan te raken, omdat dit de werkig vermindert.
Ga voor het herplaatsen in omgekeerde volgorde te werk van wat hierboven beschreiben worden.
Sluit het koplamphuis aan op de steun-aansluiingen en kaak het vast met twee elastieken.
ACHTERLAMP
Houd het glas van de projector altijd schoon (pag. 72).
De hinterlamp is verzegeld en voorzien van led-verlichting. Als een of meer leds doorgebrand zich, is hetoodzakelijk de hele groep te verrangen.
Neem voor de verranging contact op met een geauthoriseerd Betamotor servicecenter.


REINIGING VAN HET VOERTUIG ALGEMENE VOORZORGSGMAATREGELE
LET OP: reinig het voertuig nooit met apparatuur met een krachtige waterstraal onder hoge druk. Overmatige druk kan elektrische onderdelen, connectoren, flexibele kabels, lagers, etc. bereiken en ze beschadigen of vernietigen.
LET OP: was regelmatig met koud water de voertuigen die in de buurt van de zee (zout water) en op wegen waar met zout worden gastrooid in de winter worden gezruikt. Bedek met een dun laagje olie of siliconenspray de nicht gelakte onderdelen en die het meest worden bloatgesteld, zoals velgen, voorvork en acheterbrug. Bewerk de rubberen onderdelen en de remmen Niet.
Sluit de uitlaat om te voorkomen dat er water lekt.
Vermijd bij het reinigen directe bloatstelling aan het zonlicht.
Vermijd een directe waterstraal op de filterafdekking en de carburateur.
WASWIJZE
Gebruik een waterstraal om het vuil en modder op de gelakte oppervlakken zich te makeen. Eenmaal zich, worden vuil en modder verwijderd met een zichte carrosseriespons doordrenkt van water en "shampoo". Vervolgens grondig met water afspoelen, en drogen met het blazen van lucht en een doek of suède.
Schoonmaakmiddelen verontreinigen het grondwater. Daarom要去 het wassen van het voertuigplaatsvinden in een zone die uitgerust is voor de verzameling en zuivering van wasvloeistoffen door het wassen zich.
NA HET WASSEN
Overgaan tot het lozen van de filterbus door het waarvoor bestemde luchtgat en het drogen.
Na het schoonmaken eenklein stukje rijden, zodat de motor op temperatuur komt.


LET OP: met natte remmen worden het remeffect verminderd. Voorzichtig de remmen gebruiken om ze te latenten drogen.
Duw de stuurbescherming maar binnen, zodat het binnengedrongen water kan verdampen.
Wanneer de motor volledig gedroogd en afgekoeld is, alle afvoer en werkingspunten insmeren.
Behandel alle kunststof- en gelakte onderdelen met nicht-agressieve reinigingsmiddelen of producten, special bedoeld voor de verzorging van het voertuig.
LANGE INACTIVITEIT VAN HET VOERTUIG
Bij verwachting van een langeperiode van inactiviteit van het voertuig, bijvoorbeeld gedurende het winterseizoen, is hetoodzakelijk enkele eenvoudige voorzorgsmaatregelen te nemen om te zorgen voor een goed onderhoud:
- Voer een grondige reiniging van alle onderdelen van het voertuig UIT.
- Verminder de bandenspanning met ongeveer 30% , om zo de banden misschien van de grond te houden.
- Bestrijk met een dun laagje olie of siliconenspray de nicht-gelakte onderdelen, met uitzondering van de rubberen delen en de remmen.
- Bedek gegen stofbescherming het voertuig met een doek.
NA EEN LANGE PERIODE VAN INACTIVITEIT
Herstel de bandenspanning.
- Controller alle schroeven van enig mechanismisch belang op spanning.
4 GEPLAND ONDERHOUD
CONTROLES EN ONDERHOUD
| Motor | ||||||||||||||||
| Ole versnellingsbak en koppeling | ||||||||||||||||
| Bougle | ||||||||||||||||
| Inbusbauten | ||||||||||||||||
| Boden bevestiging motor * | ||||||||||||||||
| Bauten kickstartpedaal en versnellingsspook | ||||||||||||||||
| Bougadop | ||||||||||||||||
| Wrijingsschijven geleidende en aangedreven | ||||||||||||||||
| Koppelingsplaten | ||||||||||||||||
| Kippelingsystem - klok | ||||||||||||||||
| Drijwerklagers (prinne as) | ||||||||||||||||
| Cilinier | ||||||||||||||||
| Zuliers en zuligeronderden | ||||||||||||||||
| Kukstang | ||||||||||||||||
| Krukstags motor en aftrichtringen | ||||||||||||||||
| Oppervaktbeeld versnellingsbak | ||||||||||||||||
| Waterpomafchirungen | ||||||||||||||||
| Atvoerkkap | ||||||||||||||||
| Membraankdep | ||||||||||||||||
| Atstelling torental | ||||||||||||||||
| Tankbuis | ||||||||||||||||
| Ontluchtingspijen | ||||||||||||||||
| Geinstalleerd niveau en watstand van | ||||||||||||||||
| koelsystem | ||||||||||||||||
| Weerstand ultiata | ||||||||||||||||
| Voeiend zich en atstelling controlekbels | ||||||||||||||||
| Voistofriveau koppelingsporto | ||||||||||||||||
| Filterdoos en luchtfilter | ||||||||||||||||
| Laastste aandriying |
Legenda
C Controle (reiniging, afstelling, smering, verranging indien nodig)
S Vervanging
R Afstelling
P Reiniging
T Aanscherping
| Einde inrijden - 3 uuR | Tussenmoment 1 - 30 uuR | Tussenmoment 2 - 60 uuR | Tussenmoment 3 - 90 uuR | Tussenmoment 4 - 120 uuR | Tussenmoment 5 - 150 uuR | Tussenmoment 6 - 180 uuR | ||
| Remmen | Niveau vloeistof en dikte blokken | C | C | C | C | C | C | C |
| Dikte schijven | C | C | C | C | ||||
| Weerstand pijpen | C | C | C | C | ||||
| Vrije slag en soepelheid besturing | C | C | C | C | C | C | C | |
| Delen van de cyclus | Weerstand en werkung schokdemper en voorvork | C | C | C | C | |||
| Verbinding acheterwielophanging | C | C | C | C | ||||
| Beschemkap | C | C | C | C | ||||
| Weerstand brandstofleiding | C | C | C | C | ||||
| Stuurlagers | C | C | C | C | ||||
| Schroeven | TTTTTT | |||||||
| Wieten | Spanning spaken en coaxiale cirkels | C | C | C | C | |||
| Banden (slijtage en druk) | C | C | C | C | ||||
| Speling lagers | C | C | C | C | ||||
Legenda
C Controle (reiniging, afstelling, smering, verranging indien nodig)
S Vervanging
R Afstelling
P Reiniging
T Aanscherping
| (*) Bevestiging | Schroef Schroefdraadborg-middel | Aanhaalmoment [Nm] |
| Motorframe | Speciale M10-schroef | 45 |
| Bevestiging kogelkop-peling voor | M8x16 M 35 | |
| Bevestiging kogelkop-pelingijken | M8x60 35 | |
| Kogelkoppeling op motor | M8x16 M 35 |
WAARSCHUWING:
In het geval er bewerkingen要去en worden uitgevoerd op de motor, neem contact op met een geauto- riseerde Betamotor-dealer.
SAMENVATTING AANHAALMONTEN
Hieronder worden de aanscherping van alle aandraaimomenten beschreiben die in het bijzonder onderworpen zijn aan afstelling of onderhoud:
| Voorstel | ||
| Aanscherping aandraaimoment [Nm] | Schroefdraad-borgmiddel | |
| Wielas 50 | ||
| Poten - wielas 10* | ||
| Remklauw - vork 35 M | ||
| Linker brugsteel 1,5 | ||
| Stuurinrichting onder - bruggen vork 12* | ||
| Stuurinrichting boven - bruggen vork 17* | ||
| Steelpin op stuurinrichting boven vork 20 | ||
| Stuurbrug onder - stuurinrichting vork 40 M | ||
| Stuurbrug boven - stuurbrug onder 25 | ||
| Achteras | ||
| Aanscherping aandraaimoment [Nm] | Schroefdraadborgmiddel | |
| Wielas 130 | ||
| Schokdemper - frame 70 | M | |
| Schokdemper - barbell | 50 | |
| Wipschakelaar - frame | 90 | |
| Wipschakelaar - barbell | 90 | |
| Barbell - hinterbrug 90 | ||
| Motor | ||
| Aanscherping aandraaimoment [Nm] | Schroefdraadborg-middel | |
| Dop afvoer versnellingsbakolie | 15 | |
| Motor - Frame | ||
| Aanscherping aandraaimoment [Nm] | Schroefdraad-borgmiddel | |
| Pinnen motor - frame | 45 | |
| Kogelkoppeling - frame (bevestiging voor) | 35 | M |
| Kogelkoppeling - frame (bevestigingijken) | 35 | |
| Kogelkoppeling - motor | 35 | M |
M Schroefdraadborgmiddel gemiddelde sterkte
- LET OP: Het dichtdraajen van de schroeven moet gebeuren door de momentsleutel stabel op het aanhaalmoment teplaatsen en herhaald zich te draajen, tot het aanhaalmoment stabel is.
HFDST. 5 DEMONTAGE EN MONTAGE BOVENBOUW
INHOUD THEMA'S
Trek het zadel maar hetijkenste van de motor.
Voor het herplaatsen,plaats de holte 1 van het zadel op de drager 2.
Druh het zadel in het midden waar beneden en duw het op hetzelfde momentaar voren tot de kogelkoppeling op de eigen plaats vastklikt.

LET OP:
Controleer of de kogelkoppeling goed 3 is gekoppeld aan de knoopsluiting.

DEMONTAGE EN MONTAGE FILTERAFDEKKING
Het zadel te verwijderen (pag. 78).
Pak de filterafdekking van de voorzijde en trek maar buiten.
Plaats voor de hermontage de klepjes op de specifieke plekken.
Duw de filterafdekking richting het voertuig.

DEMONTAGE EN MONTAGE COMPLETE BRANDSTOFTANK
Ontkoppel de tankventilatiebuis.
Plaats de brandstofkraan op OFF (pag. 18) en ontkoppel de brandstofbuis van de kraan.

LET OP:
Voer de handeling uit met een koude motor.

LET OP:
Brandgevaar! De brandstof islicht ontvlambaar.


Voer de handeling Niet uit in de buurt van open vuur of aangestoken sigaretten en zet.altijd de motor uit.
Het bijvullen uittvoeren op een open en goed geventileerde plaats.

Maak eventuele sporen van gemorste brandstof direct schoon.
Verwijder de luchtfilterafdekking (pag. 79).

Verwijder de twee bevestigingschroeven 1 van de tank op het frame en de bevestigingschroef 2 (eén per kant) van de afdekking op de radiator.

Til de tank compleet op van de zijafdekking.

Voer voor het weer in elkaar zetten de hierboven beschreiben handeling in omgekeerde volgorde uit. Draai de tankschroeven vast bij de aanhaalmomenten.
HFDST. 6 WAT TE DOEN IN EEN NOODSITUATIE
INHOUD THEMA'S
Defect opsporen 82
Alfabetische index. 83
DEFECT OPSPOREN
| PROBLEEM | OORZAAK OPLOSSING |
| De motor start nicht | - Verstopt brandstofsystem (buizen, brandstoffank, kraan) |
| - Luchtfilter buitensporig vies Controller | |
| - De bougie ontvangt geen stroom | |
| - Verzopen motor | |
| - Buitensporige afstand tussen de elektroden | |
| - Verbinderingsstuk of staafbobine los of verroest | |
| - Aanwezigheid van water in de carburateur | |
| De motor worden gestart, maar het MIL-lampje brandt | - Probleem met het motorbesturings-system |
| Op het instrument verzucht het opschrift "High Voltage" | - Overmatige lading |
| De motor slaat over | - Bougie met ongelijke afstand elektroden |
| - Vuile bougie Reinig of verrang de bougie | |
| De motor heeft geen minimum toerental | - Stationaire spreier verstopt Neem contact |
| - Schroeven regelaar slecht afgesteld De aanpassing uitvoeren | |
| - Defecte bougie Bougie verrangen | |
| - Defecte ontstekingssystem Controller | |
| De motor raakt over-verhit en verliest stroom | - Gedeeltelijk geblokkeerde uitaat |
| - Membraanklep beschadigd | |
| - Defect in het ontstekingssystem | |
| Buitensporige rook - Eventuale storing suspensiengin-stallatie | |
| Remmen voor onder-maats | - Versleten remblokken Neem contact op met een geautori-seerde BETAMOTOR-dealer |
| - Aanwezigheid van lust of vocht in het hydraulisch circuit | |
| Remmen darüber ondermaats | - Versleten remblokken Neem contact op met een geautori-seerde BETAMOTOR-dealer |
| - Aanwezigheid van lust of vocht in het hydraulisch circuit | |
HFDST. 7 INDICATIES VOOR PERIODIEKE REVISIEWERKPLAATSEN
INHOUD THEMA'S
Indicaties voor periodieke revisiewerkplaatsen. 98
Alfabetische index. 100
INDICATIES VOOR PERIODIEKE REVISIEWERKPLAATSEN
Indications voor periodieke revisiewerkplaatsen, in overeenstemming met EU-verordening 2019/621.
| 1. REMSYSTEEM | ||
| ITEM/GROEP REFERENTIE IN DE DOCUMENTATIE OPMERKINGEN | ||
| 1.1.13. Remvoeringen en -blokken HFDST. 4-CONTROLES EN ONDERHOUND;PARAGRAFEN "REMBLOKKEN VOORREMCONTROLLEREN", "REMBLOKKEN ACHTER-REM CONTROLLEREN" | ||
| 1.6. Antiblokkeersystem (ABS) NIET | AANWEZIG | |
| 2. STUURINrichtING | ||
| 2.2.2. Stuurwiel/kruiskoppelingen en vorken en sturddempers | STUURDEMPER NIET AAN-WEZIG | |
| 4. LICHTEM, REFLECTERENDE INRICHTINGEN EN ELEKTRISCHE INSTALLATIONS | ||
| 4.1. Koplampen | ||
| 4.1.1. Toestand en werkung HFDST. | 1 - ALGEMENE INFORMATIE;PARAGRAAF "LAMPEN" | |
| 4.1.2. Utlijning NIET AANWEZIG | ||
| 4.1.3. Schakelaars HFDST. 2 - GEBRUK VAN HET VOERTUIG;PARAGRAAF "SCHAKELAAR LINKS" | VOERTUIG ELEKTRONISCHEINTERFACE AFWEZIG | |
| 4.1.5. Verstelinrichting (indien verplicht) | NIET VERPLECHT | |
| 4.2.1. Toestand en werkung INSTALLATIE VAN DAGRIJVER- | lichtING AANWEZIG | |
| 4.11. Elektrische bedrading HFDST. | 1 - ALGEMENE INFORMATIE;PARAGRAAF "BEDRADINGSSCHEMA" | |
| 4.13. Accu NIET AANWEZIG | ||
| 5. ASSEN, WIELEN, BANDEN EN OPHANGING | ||
| 5.1.1. Assen TWEEASSIG | ||
| 5.2.2. Wielen HFDST. 1 - ALGEMENE INFORMATIE;PARAGRAAF "WIELEN" | ||
| 5.2.3. Banden HFDST. 1 - ALGEMENE INFORMATIE;PARAGRAAF "BANDEN" | ||
| 6. CHASSIS EN MET HET CHASSIS VERBONDEN DELEN | ||
| 6.1.3. Brandstoffanks en leidingen (incl. brandstoffanks en -leidingen voor verwarming) | HFDST. 1 - ALGEMENE INFORMATIE; PARAGRAAF "KENNIS VAN HET VOERTUIG" HFDST. 2 - GEBRUIK VAN HET VOERTUIG; PARAGRAFEN "DOP BRANDSTOFANK", "BRANDSTOFKRAAN", "DOP GEMENGDE OLIETANK" (INDIEN AANWEZIG) | |
| 6.1.9. Motorprestaties NIET BESCHIK KBAAR | ||
| 7. DIVERSE UI TRUSTINGEN | ||
| 7.11. Kilometerteller (indien vereist) HFDST. 2 - GEBRUIK VAN HET VOERTUIG; PARAGRAAF "INSTRUCTIES WERKING DIGITALE SNELHEIDSMETER" | VOERTUIG ELEKTRONISCHE INTERFACE AFWEZIG | |
| 8. OVERLASTFACTOREN | ||
| 8.1.1. Geluidsonderdrukkingssystem | ZIE OVERZICHTSPLAATJE AAN BOARD | |
| 8.2.1.2. Gasvormige emissies NIET VAN TOEPASSING OP | TWEETAKTMOTOREN | |
ALFABETISCHE INDEX
Aanbevolen smeermiddelen en vloeistoffen 16
Achterlamp 71
Achterrem 61
Achterwielophangingsmechanisme. 68
Afstelling bediening persventiel 42
Afstelling schokdemper 44
Afstelling stuur 42
Afstelling van het toerental 39
Afstelling voorvork 43
Banden 68
Besturing en afstelling stuurspeling 66
Bougie 55
Brandstoffoevoer 34
Carburateur 56
Controleer voor en na gebruik 33
Defect opsporen 82
Demontage en montage complete brandstoftank 79
Gegevens Voertuigindicatie voertuig 8
Gepland onderhoud 74
Hoofdelementen 18
Indications voor periodieke revisiewerkplaatsen. 84
Inrijden 33
Instructies working digitale snelheidsmeter 23
Kennis van het voertuig. 9
Ketting 69
Koelvloeistof 51
Koplamp 71
Koppeling 38
Koppelingshendel 64
Lampen 16
Lange inactiviteit van het voertuig 73
Legenda symbolen 38
Legenda symbolen 48
Levering 8
Luchtfilter 54
Reiniging van het voertuig 72
Remmen 38
Rijveilig. 6
Samenvatting aanhaalmomenten. 76
Starten motor 35
Symbolen 5
Technische gegevens 10
Toelichtingen op het gebruik van het voertuig 5
Uitschakelen motor 35
Versnellingsbakolie 48
Vervangen koplampen 71
Voorrem 58
Voorwiel 67
Vorke 67