Evo 2T 300 (2019) - Motorfiets Beta - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Evo 2T 300 (2019) Beta in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Evo 2T 300 (2019) Beta
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Motorfiets in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Evo 2T 300 (2019) - Beta en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Evo 2T 300 (2019) van het merk Beta.
GEBRUIKSAANWIJZING Evo 2T 300 (2019) Beta
Dank u voor het gegeven vertrouwen en veel plezier. Wij willen u met dit boekje de nodige informatie geven voor een correct gebruik en een goed onderhoud van uw motor.
BETAMOTOR S.p.A. behoudt zich het recht wijzigingen aan te brengen in de gegevens, de kenmerken en de weergegeven afbeeldingen in deze handleiding, evenals het bepalen van verbeteringen aan haar modellen op ieder moment en zonder een specifieke mededeling.
Code 007.44.040.00.00
WAARSCHUWING
Het wordt aanbevolen om na het eerste of tweede uur van gebruik op terrein alle bevestigingen te controleren, en in het bijzonder:
- kroonwiel
• controleer juiste bevestiging voetsteunen - hendels/remklaywen/remschijven voor/achter
• controleer juiste bevestiging künststofonderdelen - bouten motor
- bouten schokdemper/schommelvork
- spaken/schroefassen wielen
- frame achter
- pijpverbindingen
- kettingspanning
WAARSCHUWING
Richt u zich, indien er bewerkingen op het voertuig moeten worden uitgevoerd, tot de hulpdienst van Betamotor.
INHOUDSOPGAVE
Toelichtingen op het gebruik van het voertuig 5
Symbolen 5
Rij veilig....6
Gegevens voertuigindicatie 8
Kennis van het voertuig....9
Elektrische structuur 14
Aanbevolen smeermiddelen en vloeistoffen 16
HFDST. 2 GEBRUIK VAN HET VOERTUIG....17
Hoofdelementen....18
Instructies werking digitale snelheidsmeter....22
Controleer vóór en na gebruik 26
Inrijden 26
Brandstoftoevoer 27
Starten motor 28
Uitschakelen motor 28
HFDST. 3 AFSTELLINGEN....29
Legenda symbolen 30
Koppeling 30
Gashendel 31
Gashendel 31
Afstelling positie stuur 31
Afstelling voorvork 32
Schokdemper 32
Bijstellen veringen in verhouding tot bestuurdersgewicht....34
Afstelling van de koplamp 34
HFDST. 4 CONTROLES EN ONDERHOUD....35
Legenda symbolen 36
Versnellingsbakolie 36
Koelvloeistof 37
Luchtfilter 39
Bougie 41
Carburateur....42
Voorrem....44
Achterrem 47
Koppelingshendel 50
Besturing stuurspeling 52
Olie vorken 53
Banden 56
Achterwielophangingsmechanisme....56
Ketting 57
Koplamp....59
Achterlamp 60
Richtingaanwijzers 60
Reiniging van het voertuig....61
Lange inactiviteit van het voertuig 62
Gepland onderhoud 63
Samenvatting aanhaalmomenten....64
HFDST. 5 DEMONTAGE EN MONTAGE BOVENBOUW....67
- Het voertuig moet verplicht voorzien zijn van: nummerplaat, registratiedocument, keurmerk en verzekering.
- Wijzigingen aan de motor of andere onderdelen worden door de wet bestraft met strenge sancties, met inbegrip van de confiscatie van het voertuig.
- Blijf niet op het voertuig zitten wanneer de standaard uitgeklapt is.
- Start de motor niet in gesloten ruimten.
LET OP:
Wijzigingen en sabotage tijdens de garantieperiode stellen de Fabrikant vrij van alle aansprakelijkheid en laten de garantie vervallen.
SYMBOLLEN

VEILIGHEID/AANDACHT
Het niet respecteren van de aanduiding van dit symbool kan leiden tot gevaar voor de persoon.

INTEGRITEIT VAN HET VOERTUIG
Het niet respecteren van de aanduiding van dit symbool kan leiden tot serieuze schade aan het voertuig en het vervallen van de garantie.

GEVAAR BRANDBARE VLOEISTOF

Lees aandachtig de handleiding over gebruik en onderhoud.

Het gebruik van het voertuig is gebonden aan het gebruik van speciale beschermende kleding en veiligheidsschoenen.

BESCHERMINGSHANDSCHOENEN VERPLICHT
Om de beschreven handelingen uit te voeren, is het gebruik van beschermingshandschoenen verplicht.

GEBRUIK VAN OPEN VUUR OF ONGECONTROLEERDE ONTSTEKINGSBRON-NEN VERBODEN

ROKEN VERBODEN

GSM-GEBRUIK VERBODEN

GEVAAR BIJTENDE STOFFEN
De vloeistoffen aangeduid met dit symbool zijn sterk bijtend: hanteren met zorg

VERGIFTIGINGSGEVAAR
RIJ VEILIG
• Respecteer de verkeersregels
- Draag altijd officieel erkende persoonlijke veiligheidsvoorzieningen
• Rijd altijd met de dimlichten aan
- De beschermbril altijd schoonhouden
- Draag kledij zonder bengelende uiteinden
- Niet rijden met breekbare of puntige voorwerpen in de zak
- De achteruitkijkspiegels goed afstellen
- Altijd zittend rijden, met beide handen aan het stuur en de voeten op de voetsteunen
- Niet gekoppeld aan andere voertuigen reizen
- Niet slepen of gesleept worden door andere voertuigen
• Houd altijd de veiligheidsafstanden
- Niet vertrekken met uitgeklapte standaard
- Steigeren, slalommen en schommelen is zeer gevaarlijk voor u, voor anderen en voor uw voertuig
- Gebruik op wegen vrij van grind of zand beide remmen; één alleen kan leiden tot gevaarlijk en oncontroleerbaar slippen
- Gebruik bij het remmen beide remmen om zo het voertuig met minder ruimte tot stilstand te brengen
- Rijd op natte wegen en op terrein voorzichtig en met een matige snelheid: gebruik de remmen met grotere gevoeligheid
Gegevens voertuigindicatie 8
Framenummer 8
Motoridentificatie 8
Kennis van het voertuig....9
Hoofdonderdelen 9
Voertuigafmetingen....10
Banden 10
Capaciteit 10
Voorwielophanging 11
Achterwielophanging....11
Voorrem 11
Achterrem....11
Motor....12
Carburateur....12
Verschil 13
Elektrische structuur 14
Bedradingsschema 14
Legenda bedradingsschema 15
Aanbevolen smeermiddelen en vloeistoffen 16

Het framenummer A is gedrukt op het balhoofd van het stuur aan de rechterkant.
MOTORIDENTIFICATIE
De motoridentificatie B is gedrukt op de aangegeven plaats in de atbeelding.
LET OP: Wijziging van het identificatienummer wordt krachtens de wet streng bestraft.
KENNIS VAN HET VOERTUIG

text_image
KENNIS VAN HET VOERTUIG 19 17 5 22 1 13 6 20 16 18 21 2 14 3 12 8 11 10 15 9 4 7 HOOFDONDERDELENHOOFDONDERDELEN
1 Brandstoftank
2 Tankdop
3 Demper
4 Achterschokdemper
5Koplamp
6 Achterlicht
7 Standaard
8 Voorvork
9 Voetsteunen bestuurder
10Lage bumper
11Motor
12Voorspatbord
13 Achterspatbord
14 Kickstartpedaal
15Versnellingspook
16Achterrempedaal
17Hendelvoorrem
18Koppelingshendel
19 Gashendel
20 Nummerplaat
21 Richtingaanwijzers
22 Hoorn
TECHNISCHE GEGEVENS
GEWICHT
| Versie EVO 125 EVO 250 EVO 300/300S$ | |||
| Droog gewicht [kg] 76 | 77 77 | ||
| Voorkant [kg] 38 38,5 | 38,5 | ||
| Achterkant [kg] 38 38,5 | 5 38,5 | ||
VOERTUIGAFMETINGEN
maximale lengte 2020 mm
maximale breedte 850 mm
wielbasis....1305 mm
maximale hoogte vanaf de grond 1115 mm
bodemvrijheid 310 mm
zadelhoogte 660 mm
BANDEN
| Afmetingen | Druk [Bar] | ||
| Voorband | Achterband | Voorband | Achterband |
| 2,75 - 21 | 4,00 - 18 | 0,4 ÷ 0,5 | 0,3 ÷ 0,4 |
CAPACITEIT
brandstoftank 2,8 liter
waarvan reserve....0,5 liter
koelcircuit:
| Versie EVO 125 EVO 2 | 50 EVO | 300/300S$ | |
| Met droog circuit [ml] | 630 | 530 | 530 |
| Met leeggemaakt circuit [ml] | 530 | 420 | 420 |
versnellingsbakolie 550 ml
VOORWIELOPHANGING
| Versie EVO 125 | EVO 250 EVO | 300/300SS | ||||
| Amplitude wiel [mm] 1 | 66 166 166 | |||||
| Rechtervorkpoot | Linkervorkpoot | Rechtervorkpoot | Linkervorkpoot | Rechtervorkpoot | Linkervorkpoot | |
| K veer[N/mm] | X7,6 | X7,6 X7,6 | ||||
| Type olie Fuchs 5113D SAE 5 | ||||||
| Olie hoeveelheid[g] | 297 | |||||
| Basisinstelling veervoorspanning | X | Volledigopen | X | Volledigopen | X | Volledigopen |
| Click-in overbrenging(uit volledig gesloten) | 22 X 2 | 2 X 22 X | ||||
ACHTERWIELOPHANGING
| Versie EVO 125 EVO 2 | 50 EVO 3 | 00/300SS | |
| K veer | 70N/mm | 70N/mm | 70N/mm |
| Lengte veer in zitting [mm] | 126,5 126,5 | 126,5 | |
| Type olie | Olie titan SAF 5045 Eu 137 RED | ||
| Click-in overbrenging (uit volledig gesloten) | 2,5 | 2,5 | 2,5 |
VOORREM
Met schijf ∅ 185 mm met hydraulische aansturing
ACHTERREM
Met schijf ∅ 160 mm met hydraulische aansturing
MOTOR
| Versie EVO 125 | EVO 250 EVO 300 EVO 300SS | |||
| Type | Eencilinder, 2T | Eencilinder, 2T | Eencilinder, 2T Eencilinder, 2T | |
| Boring x slag 54 x | 54,5 72,5 x 60 | 5 79 x 60,5 | 79 x 60,5 | |
| Cilinderinhoud [cm3] | 124,8 249 | 7 296,5 296 | 5 | |
| Compressieverhou-ding | 15,9:1 9:1 | 10,17:1 9,96:1 | ||
| CO2 [g/km] 60 68 | 66 66 | |||
| Brandstofverbruik [l/100km] | 2,6 2,9 | 2,8 2,8 | ||
| Voeding | naar carbu-rateur zonder mixer (1,5%) | naar carbu-rateur zonder mixer (1,5%) | naar carbu-rateur zonder mixer (1,5%) | naar carbu-rateur zonder mixer (1,5%) |
CARBURATEUR
| EVO 125 EVO 250 EVO 300/300SS | |||
| Type carburateur | PWK 28 PWK 28 | PWK 28 | |
| Sproeier maximum | 85 | 80 | 75 |
| Sproeier minimum | 42 | 38 | 38 |
| Sproeier starter | 60 | 60 | 60 |
| Naald | LHQ | LHQ | LHQ |
| Positie naald (van boven) | 3^ | 3^ | 3^ |
| Draaien luchtstroom (uit volledig gesloten) | 2 | 2 | 2 |
Koeling......met vloeistof; geforceerd vloeistofcircuit met pomp
Bougie....NGK IR GR7CI-8
Koppeling .... meerdere geoliede schijven
VERSCHIL
| Versie EVO 1 | 25 EVO 250 | EVO 300/300 | SS |
| Primaire aan-drijving | 20/71 22 | /69 22/69 | |
| Verband tot verandering 1° | 12/34 12 | /34 12/34 | |
| Verband tot verandering 2° | 14/32 14 | /32 14/32 | |
| Verband tot verandering 3° | 15/29 15 | /29 15/29 | |
| Verband tot verandering 4° | 18/27 18 | /27 18/27 | |
| Verband tot verandering 5° | 24/22 24 | /22 24/22 | |
| Verband tot verandering 6° | 28/18 28 | /18 28/18 | |
| Secundaire aan-drijving | 43/9 42/ | 1 42/11 |
Ontsteking......elektronische Hidria 12V-110W
1
Voor een beter functioneren en een langere levensduur van het voertuig wordt aangeraden om bij voorkeur de producten vermeld in de tabel te gebruiken:
| PRODUCTTYPE TECHNISCHE SPECIFICATIES | |
| GEMENGDE OLIETANK LIQUI MOLY RACING SYNTH 2T | |
| OLIE VERSNELLINGSBAKEN KOPPELING | LIQUI MOLY RACING 4T 10W-30 |
| REMOLIE LIQUI MOLY BRAKE FLUID | DOT4 |
| OLIE BESTURING KOPPELING LIQUI | MOLY BRAKE FLUID DOT4 |
| OLIE VORKEN FUCHS 5113D SAE 5 | |
| SMEEROLIE KOPPELING LIQUI MOLY SCHMIERFIXIX | |
| KOELVLOEISTOF | LIQUI MOLY COOLANT READY MIXRAF12 PLUS |
HFDST. 2 GEBRUIK VAN HET VOERTUIG
INHOUD THEMA'S
Hoofdelementen....18
Brandstofkraan....18
Starter....18
Koppelingshendel....18
Schakelaar links 19
Schakelaar rechts....19
Hendel voorrem en gas....19
Versnellingspook 20
Rempedaal 20
Kickstartpedaal 20
Standaard 20
Sleutels....21
Het voertuig wordt geleverd met twee sleutels (één als reserve). ......21
Beveiligingssysteem tegen ongeoorloofd gebruik 21
Instructies werking digitale snelheidsmeter....22
Hoofdonderdelen 22
Controlelampjes 22
Instructies voor de werking van de knop afstelling 23
Instructies voor de werking van de knop selectie....24
De instellingsmodus openen....24
Controleer vóór en na gebruik 26
Inrijden 26
Brandstoftoevoer 27
Starten motor....28
Uitschakelen motor....28

De brandstofkraan heeft drie standen:
OFF: brandstoftoevoer gesloten. De brandstof kan niet van de tank naar de carburateur gaan.
ON: brandstoftoevoer geopend. De brandstof gaat van de tank naar de carburateur. De brandstoftank loopt leeg totdat het reserveniveau wordt bereikt.
RES: toevoer van de reservebrandstof. De brandstof gaat van de tank naar de carburateur; de tank loopt volledig leeg.
Let op!
Tijdens wedstrijdgebruik of in extreme "trial zone" is het aanbevolen om de kraan op "RES" te zetten om optimale aanzuiging in alle omstandigheden te verzekeren.
STARTER
De startershendel bevindt zich bij de carburateur.
De starter naar boven duwen om te activeren.
KOPPELINGSHENDEL
De koppelingshendel 1 is gemonteerd aan de linkerkant van het stuur.
SCHAKELAAR LINKS
De verlichting en bediening van de schakelaar bevindt zich aan de linkerkant van het stuur en is opgebouwd uit:
1 - Claxonknop;
2 - Verlichtingsschakelaar:

verlichting en groot licht aan;

verlichting en dimlicht aan;
3 - Flash groot licht;
4 - Schakelaar richtingsverlichting: door de hendel naar links of rechts te verschuiven worden de richtingaanwijzers links of rechts geactiveerd; zet de hendel opnieuw in het midden om de richtingaanwijzers te deactiveren.

De omschakelaar om uit te schakelen bevindt zich aan de linkerkant van het stuur en is opgebouwd uit:
uitschakeling motor Ⓧ: u dient die ingedrukt te houden tot de motor uitgaat.

De voorremhendel 1 en de gashendel 2 zijn op de rechterkant van het stuur gemonteerd.

text_image
① Beta ②
text_image
6 5 4 3 2 N 1 Beta FACTORY
De versnellingspook is gemonteerd aan de linkerkant van de motor.
De positie van de versnellingsbak is aan- gegeven in de figuur.
REMPEDAAL
Het rempedaal is gepositioneerd voor de rechter voetsteun.
KICKSTARTPEDAAL
Het kickstartpedaal is gemonteerd aan de linkerkant van de motor.
Het bovenste deel is verstelbaar.
STANDAARD
Druk de standaard met de voet op de grond en laat deze de motor dragen. Zorg ervoor dat de grond stevig is en de positie stabiel.
LET OP! De standaard is uitgerust met een automatisch sluitsysteem. Wanneer de belasting van het voertuig op de standaard minder wordt, dan gaat deze standaard automatisch dicht.
LET OP: Niet op het voertuig stappen wanneer de standaard naar beneden is.
SLEUTELS
Het voertuig wordt geleverd met twee sleutels (één als reserve).
BEVEILIGINGSSYSTEEM TEGEN ONGEOORLOOFD GEBRUIK
Om het systeem in te schakelen:
- draai het wiel tot de stift van het blokkeersysteem via een van de vensters op het kroonwiel ontbloot wordt;
- steek de sleutel in het slot, draai de sleutel linksom en duw tot de stift op de eindaanslag komt. Vanuit deze positie draait u de sleutel rechtsom en haal dan de sleutel weg.
Op die manier is het achterwiel geblokkeerd.
Om het systeem uit te schakelen:
- steek de sleutel in het slot en draai de sleutel linksom:
- laat de sleutel los tot de stift in rustpositie komt. Via deze positie kan het achterwiel vrij draaien.
LET OP: de reservesleutel niet bij de motor laten, maar op een veilige plaats bewaren. Wij raden aan om het serienummer dat u op de sleutel aantreft te noteren, om zo eventueel een duplicaat te kunnen aanvragen.

LET OP! Voordat u het voertuig aanzet, moet u controleren of het systeem is uitgeschakeld.

text_image
HOOFDONDERDELEN Snelheidsmeter Gemeten interval: 0~360km/h (0~225 MPH) Maateenheid: km/h o MPH Controlelampjes Groot licht (blauw) E richtingaanwijzer (groen) ↔ ↔ MIL-controlelampje Selectieknop Druk vanuit het hoofdscherm om de selectieknop om de chronometer en de afstelling van de maximumsnelheid te selecteren. Opmerking: de inschakeling van het instrument ge- beurt samen met de inschakeling van de motor. Onderstaande instellingen kunnen alleen worden uitgevoerd als de motor gestart is. Tijd Chronometer: afstelling van de gedeeltelijke tijd op basis van de ingestelde afstand. Snelheidsregelaar: afstelling van de maximumsnelheid en gemiddelde snelheid. Knop Afstelling Druk op de knop Afstelling om te schakelen tussen Kilometerteller (ODO), Gedeeltelijke kilometerteller A/B (TRIP), Totaalteller, In het scherm Trip A/B houd de knop Afstelling 3 seconden ingedrukt om de gedeeltelijke teller B op nul te stellen Kilometerteller Gemeten interval: 0~99999 km (mijlen), automatisch gereset na 99999 km (mijlen). Maateenheid: 1 km (mijl). Gedeeltelijke kilometerteller Gemeten interval: 0~9999.9 km (mijlen), automatisch gereset na 999.9 km (mijlen). Maateenheid: 0.1 km (mijl).CONTROLELAMPJES

text_image
1 Beta 2 3 199 00000 000 00000 km/h1 Groot licht
Het systeem activeert het licht gelijktijdig met de activering van het groot licht.
2 Knipperlichten
Het systeem activeert het licht gelijktijdig met de activering van het groot licht.
3 Controlelampje Diagnose
Het systeem activeert het controlelampje wanneer er een technisch probleem wordt gedetecteerd.
INSTRUCTIES VOOR DE WERKING VAN DE KNOP AFSTELLING

other
| Stage | Time (h) | Distance (km/h) | |-------|----------|-----------------| | Start | 0 | 0 | | Mid | 1 | 1 | | End | 2 | 2 |INSTRUCTIES VOOR DE WERKING VAN DE KNOP SELECTIE

text_image
Druk op de knop Selectie om van de chronometer naar de afstelling van de snelheid over te gaan. Houd de knop Selectie 3 seconden ingedrukt om de chronometer op nul te stellen. 15000 → 00000 Druk op de knop Selectie om van de afstelling van de snelheid naar het hoofdscherm terug te keren. Houd de knop Selectie 3 seconden ingedrukt om de afstelling van de snelheid op nul te stellen. 380 km/h → 380 km/h OPMERKING: De gemiddelde snelheid en de maximumsnelheid worden geduren-de 3 seconden afwisselend weergegeven. Hoofdscherm.DE INSTELLINGSMODUS OPENEN
Werkingsinstructies

text_image
Houd vanuit het hoofdscherm de toetsencombinatie Afstelling + Selectie 3 seconden ingedrukt om de preferenties van de chronometer in te stellen. Druk op de knop Afstelling om de preferenties van de chronometer in te stellen.Instelling afstand chronometer

text_image
28.6 86.58 30.69Druk op de knop Selectie om te kiezen tussen automatische/handmatige modus van de chronometer.
Als u Auto kiest, drukt u op de knop Instelling om de instelling van de chrono te verlaten.

text_image
TEST AUTO TEST 5U3OPMERKING: Voorgedefinieerd: AUTO

text_image
288.00 869.00 140 88888.00Van a : naar a 2 overgaan
Druk op de knop Selectie om van het scherm voor instelling van de totale kilo- metertelling.

text_image
28.2 066 066 066 066Druk op de knop Afstelling om de instelling van de totale kilometerteller in te voeren.
Instelling gedeeltelijke kilometerteller (ODO)

Druk op de knop Afstelling om het huidige scherm ODO weer te geven.
Druk op de knop Selectie om de ODO-instellingen van de gebruiker in te voeren.

text_image
388 AMI 00000 km 66689 00000Druk op de knop Afstelling om de ODO-instellingen van de gebruiker in te voeren.

text_image
38.6 AM: 24.0000 0568 100 YEAR END 000000 HOLDDruk op de knop Afstelling om naar de functie afstelling ODO terug te keren.
Druk op de knop Selectie om naar de weergave van de functie afstelling ODO over te gaan.

text_image
28.0 28.00 28.0/km/h 00000 00000 HOURIn het scherm Instellingen houdt u beide knoppen Afstelling en Selectie gedurende 3 seconden ingedrukt om de instellingen te verlaten.
CONTROLEER VÓÓR EN NA GEBRUIK
Voor veilig rijden en een lange levensduur van het voertuig wordt aangeraden om:

• Alle vloeistofniveaus te controleren.
- Een correcte werking van de remmen en remblokken te controleren (pag. 46).
- De druk, algemene conditie en dikte van de trede te controleren (pag. 10).


- De juiste spanning van de spaken te controleren.
- De kettingspanning te controleren (pag. 57).

- De afstelling en de goede werking van alle flexibele besturingskabels te controleren.

- Schroeven en bouten in het algemeen na te lopen.
- Bij een draaiende motor de werking van de koplampen, achterlicht, remlicht, richtingaanwijzers, controlelampjes en de claxon te controleren.
- Het voertuig grondig te reinigen na gebruik op terrein (pag. 61).
INRIJDEN
Het inrijden duurt ongeveer 5 uur. Gedurende deze periode wordt aangeraden om:
- Te voorkomen op constante snelheid te rijden.
- Vermijd om de gashendel meer dan 3/4 over te draaien.
LET OP:
Na de eerste 5 uur de versnellingsbakolie vervangen.
Deze procedures moeten telkens worden herhaald wanneer zuiger, zuigerveren, cilinderblok, krukas of motoras worden vervangen.
BRANDSTOFTOEVOER
Gebruik een mengsel van superbenzine zonder lood en synthetische olie van 1,5%.
De brandstoftankinhoud is terug te vinden op pag. 10.
Draai de dop van de brandstoftank tegen de klok in om te openen.
Zet de dop van de brandstoftank op de zitting en schroef die met de klok mee om de dop te sluiten.

Raadpleeg de tabel voor het type oliemengsel "Aanbevolen smeermiddelen en vloeistoffen".

LET OP:
Het bijvullen wordt uitgevoerd met de motor uit.

LET OP:
Brandgevaar. De brandstof is licht ontvlambaar.

Voer het bijvullen van het voertuig niet uit in de buurt van open vuur of aange- stoken sigaretten en zet altijd de motor uit.

Niet bijvullen gedurende het gebruik van een mobiele telefoon.
Het bijvullen uitvoeren op een open en goed geventileerde plaats.
Let in het bijzonder op dat de brandstof niet in contact komt met warme delen van het voertuig. Maak eventuele sporen van gemorste brandstof direct schoon.

WAARSCHUWING: Vergiftigingsgevaar.
De brandstof is een giftige vloeistof, schadelijk voor de gezondheid.

Voorkom dat de brandstof in aanraking komt met huid, ogen en kleding. Adem de brandstofdampen niet in. In het geval van aanraking met de ogen, onmiddellijk spoelen met water en medische hulp inschakelen. In het geval van aanraking met de huid, onmiddellijk met zeep en water de betreffende gebieden reinigen. In het geval van inslikken, onmiddellijk een arts inschakelen. Vervang de kleding die in aanraking is gekomen met de brandstof.
WAARSCHUWING: Milieuvervuilingsgevaar.
De brandstof mag niet in watervoerende lagen, de grond of het afvoersysteem terechtkomen.
STARTEN MOTOR
Zet de brandstoftankkraan op ON of RES (zie pag. 18).
- Controleer of de versnellingsbak in neutraal staat (pag. 20).
- Trek aan de koppelingshendel (pag. 19).
MET KICKSTARTPEDAAL (pag. 20):
Het pedaal intrappen om de motor te starten door met de voet een flinke slag te geven.

LET OP
Zodra het pedaal ingetrapt is deze onmiddellijk loslaten. Dat voorkomt terugslag voor het hele startsysteem en de voet.
ALS DE MOTOR KOUD IS:
Zet de starter aan (pag. 18), start de motor, wacht een paar seconden, en breng de starter dan terug in beginpositie.
UITSCHAKELEN MOTOR
- Druk om de motor uit te schakelen op de aanwezige knop in de rechter schakelaar groep (zie pag. 19).
OPMERKING:
Met de motor uit altijd de brandstofkraan op OFF zetten (pag. 18).
HFDST. 3 AFSTELLINGEN
INHOUD THEMA'S
Legenda symbolen 30
Koppeling 30
Gashendel 31
Gashendel 31
Minimum toerental....31
Afstelling positie stuur 31
Afstelling voorvork 32
Afstelling terugveringsdemper 32
Afstelling veervoorspanning....32
Schokdemper 32
Afstelling terugveringsdemper 32
Afstelling veervoorspanning....33
Bijstellen veringen in verhouding tot bestuurdersgewicht....34
Afstelling van de koplamp 34

scherping aanhaalmoment

Schroefdraadborgmiddel
gemiddelde sterkte

Vet
KOPPELING
De positie van de hendel van koppeling kan worden afgesteld door de schroeven van de regelaar 1 aan te passen.
Wanneer de positie van de hendel is veranderd, moet u de regelaar 2 om de correcte speling zoals in het begin te herstellen.
De lege loop van de neuspartij mag niet minder dan 0,9 mm bedragen.

AANDACHT: een beperkte speling leidt tot vroegtijdige slijtage van de schijven en oververhitting van de hele koppelingsgroep.
GASHENDEL
De gashendel moet altijd een speling van 3-5 mm hebben. Bovendien mag bij een draaiende motor het toerental niet varieren wanneer naar rechts of links wordt uitgeweken.
Handel als volgt om de speling bij te regelen:
- Draai de borgmoer 1 los.
- Draai de regelaar 2 ten opzichte van de bekleding 3.
- Zet de borgmoer 2 vast.

Om deze handeling correct uit te voeren, is het aanbevolen om dit uit te voeren terwijl de motor warm is, en een elektronische toerenteller op de kabel van de bougie aan te sluiten.
Daarna draait u met een schroevendraaier aan de stelschroef A om het minimum op 900÷1.000 rpm af te stellen.
AFSTELLING POSITIE STUUR
Het stuur kan worden afgesteld door het heen en weer draaien.
- Draai schroef 1 los om het stuur af te stellen.
- Plaats het stuur volgens uw eigen behoeften.
- Draai op het aangegeven aanhaalmo- ment vast.

text_image
A M85 A C16
text_image
RL1240001 ① 20Nm
De groep hydraulische terugveringsdemper bepaalt de werking van de voorvork tijdens terugvering, en kan worden geregeld via de schroef 1. Door de schroef met de klok mee te draaien wordt de werking van de terugveringsdemper vergroot, terwijl tegen de klok in draaieni de werking van de terugveringsdemper vermindert.
Raadpleeg voor het standaard bijstellen pag. 11.
AFSTELLING VEERVOORSPANNING
De veervoorspanning wordt met behulp van de schroef 2 afgesteld. Als u rechtsom draait, neemt de voorspanning toe; als u linksom draait, neemt de voorspanning af.
Raadpleeg voor het standaard bijstellen pag. 11.
SCHOKDEMPER
AFSTELLING TERUGVERINGSDEMPER
De groep hydraulische terugveringsdemper bepaalt de werking van de schokdemper tijdens terugvering, en kan worden geregeld via de schroef 1. Door de schroef met de klok mee te draaien wordt de werking van de terugveringsdemper vergroot, terwijl tegen de klok in draaien de werking van de terugveringsdemper vermindert. Raadpleeg voor het standaard bijstellen pag. 11.
Opmerking: De afstelling kan gemakkelijk worden uitgevoerd met een scharnierende pijpsleutel.
AFSTELLING VEERVOORSPANNING
Volgt te werk om de veervoorspanning te passen:
Draai de borgmoer 1 los en draai de moer 2 met de klok mee om de veervoorspanning te vergroten (en dus van de schokdemper); draai tegen de klok in om de veervoorspanning te verminderen. Draai na het verkrijgen van de gewenste voorspanning de borgmoer 1 tot stagneren vast op de moer van afstelling 2.
Raadpleeg voor het standaard bijstellen pag. 11.
Opmerking: gebruik een specifieke sectorsleutel met vierkante neus voor de verplaatsing van de bouten.
LET OP! De schroef 3 mag om geen enkele reden worden verplaatst.

Hier worden de elastische coëfficiënten K van de veringen (voorvork en schokdemper) gerapporteerd die indicatief zijn voor de verhouding tot het gewicht van de bestuurder.
| p < 70 Kg 70 Kg | Kg < p < 80 Kg 80 Kg | < p | |||
| Regeling Regeling | Regeling | ||||
| Voorvork | Schokdemper | Voorvork | Schokdemper | Voorvork | Schokdemper |
| Standaard | Standaard | + 5 slagen vorspanning | + 1,5 slagen vorspanning | + 10 slagen vorspanning | + 3 slagen vorspanning |
LET OP! Toegestane max. voorbelasting schokdemper = +6 toeren
AFSTELLING VAN DE KOPLAMP

- De afstelling van de lichtstraal vindt plaats door de inclinatie van de optische groep aan te passen via de schroef 1 en de moer 2.
- Plaats het voertuig (vlak, maar niet op de standaard) op 10 m van een verticale wand.
- Meet de hoogte vanaf het midden van de schijnwerper op de grond en breng die met een kruisje aan op de muur op 9-/10 van de hoogte van de koplamp.
- Terwijl enkel het groot licht aan is, gaat u op de motor neerzitten en controleert u of de lichtstraal die op de muur wordt geprojecteerd net onder het kruisje op de muur valt. Als dit niet het geval is, moet u een afstelling uitvoeren.
- Het richten van de lichtstraal moet regelmatig gecontroleerd worden. De afstelling gebeurt enkel verticaal.
Op het einde van de afstelling moet u controleren of de moer 2 goed is aangehaald op de steun van het instrument.
HFDST. 4 CONTROLES EN ONDERHOUD
INHOUD THEMA'S
Legenda symbolen 36
Versnellingsbakolie....36
Niveau controleren 36
Vervanging 36
Koelvloeistof 37
Niveau controleren 37
Vervanging 38
Radiatorrooster 39
Luchtfilter 39
Ontkoppeling en montage luchtfilter....39
Reiniging luchtfilter 40
Bougie 41
Carburateur....42
Niveau drijver controleren 43
Voorrem 44
Vloeistofniveau voorrem controleren....44
Vloeistof voorrem bijvullen 44
Voorrem reinigen 45
Remblokken voorrem controleren 46
Schijfdikte rem controleren....46
Achterrem 47
Vloeistofniveau achterrem controleren 47
Vloeistof achterrem bijvullen 47
Achterrem reinigen 48
Remblokken achterrem controleren 49
Schijfdikte rem controleren....49
Koppelingshendel 50
Niveau controleren 50
Reinigen koppelingscircuit 51
Besturing stuurspeling 52
Olie vorken 53
Bruggen verwijderen....53
Olie vervangen rechter stang 53
Olie vervangen linker stang 54
Bruggen en details monteren....55
Banden 56
Achterwielophangingsmechanisme....56
Ketting 57
Kettingspanning controleren en aanpassen 57
Koplamp 59
Vervangen koplampen 59
Achterlamp 60
Richtingaanwijzers 60
Reiniging van het voertuig....61
Algemene voorzorgsmaatregelen 61
Lange inactiviteit van het voertuig 62
Gepland onderhoud 63
Samenvatting aanhaalmomenten....64

text_image
Aanscherping aanhaalmoment Schroefdraadborgmiddel gemiddelde sterkte
VERSNELLINGSBAKOLIE NIVEAU CONTROLEREN
Breng het voertuig in een verticale positie ten opzichte van de grond.
Wanneer de motor koud is, moet u via het kijkgat 1 controleren of er olie aanwezig is. Het oliepeil moet altijd via het kijkgat zichtbaar zijn. Als dit niet het geval is, moet u bijvullen via de vuldop 2.
De olie vermeld in de tabel "Aanbevolen smeermiddelen en vloeistoffen" op pag. 16 gebruiken.
VERVANGING
Voer altijd de vervanging uit als de motor warm is:
- Parkeer de motor op een vlakke en sta- biele bodem.
- Plaats een vat onder de motor
- Draai de tapdoppen 1 en 2 los
- Laat de carter volledig leeglopen
- Plaats de dop 2
- Vul met de hoeveelheid vloeistof aangegeven op pag. 10. De olie vermeld in de tabel "Aanbevolen smeermiddelen en vloeistoffen" op pag. 16 gebruiken
- Sluit de tapdop 1.
LET OP: Hete olie kan ernstige brandwonden veroorzaken!
KOELVLOEISTOF
NIVEAU CONTROLEREN
Breng het voertuig in een verticale positie ten opzichte van de grond.
Het controleren van het niveau moet worden uitgevoerd als de motor koud is op de volgende manier:
- Schroef de dop 1 los en zorg ervoor dat de vloeistof zichtbaar is in het onderste deel van de toevoerbuis.
- In het geval de vloeistof niet zichtbaar is, plaats het voertuig volgens figuur los en ga over tot bijvullen.
- Plaats na de handeling te hebben uitgevoerd weer de tapdop.
De olie vermeld in de tabel "Aanbevolen smeermiddelen en vloeistoffen" op pag. 16 gebruiken.

LET OP:
Draai nooit de tapdop van de radiator los als de motor warm is. Brandwon-dengevaar!

LET OP:
Draag geschikte beschermende kleding en beschermende handschoenen.

Koelvloeistof buiten het bereik van kinderen houden.

Laat de koelvloeistof niet in aanraking komen met huid, ogen of kleding. In geval van aanraking:
- met de ogen, onmiddellijk met water spoelen en een arts raadplegen;
- met de huid, onmiddellijk met zeep en water de betreffende gebieden reinigen. Vervang de kleding die in aanraking is gekomen met de koelvloeistof.
Ga in geval van inname van de koelvloeistof zo snel mogelijk over tot de interventie van een arts.

Parkeer de motor op een vlakke en stabiele bodem.
De vervanging van de koelvloeistof moet worden uitgevoerd als de motor koud is.
1) Draai de dop 1 los.
2) Plaats een vat onder de schroef 2.
3) Draai de schroef 2 los.
4) Laat de vloeistof wegstromen.
5) Draai de schroef 2 vast door de speciale sluitring te plaatsen.
6) Draai de ontluchtingsschroef 3 los en vul tot er vloeistof uit de schroef begint te komen.
7) Draai de schroef 3.
8) Plaats het voertuig volgens figuur los en ga over tot bijvullen.
9) Herplaats de tapdop 1.
De hoeveelheid vloeistof staat aangegeven op pag. 10.
De vloeistof vermeld in de tabel "Aanbevolen smeermiddelen en vloeistoffen" op pag. 16 gebruiken.

LET OP:
Draai nooit de tapdop van de radiator los als de motor warm is. Brandwon-dengevaar!

LET OP:
Draag geschikte beschermende kleding en beschermende handschoenen.

Koelvloeistof buiten het bereik van kinderen houden.

Laat de koelvloeistof niet in aanraking komen met huid, ogen of kleding. In geval van aanraking:
- met de ogen, onmiddellijk met water spoelen en een arts raadplegen;
- met de huid, onmiddellijk met zeep en water de betreffende gebieden reinigen. Vervang de kleding die in aanraking is gekomen met de koelvloeistof.
Ga in geval van inname van de koelvloeistof zo snel mogelijk over tot de interventie van een arts.
RADIATORROOSTER
Handel als volgt wanneer het rooster verstopt is:
Verwijder het rooster door het voertuig naar voren te trekken.
Schud het rooster en spoel.
Breng het rooster opnieuw aan door die naar de radiator te duwen.

Het is raadzaam om na iedere rit te con- troleren.
ONTKOPPELING EN MONTAGE LUCHTFILTER
Om toegang te krijgen tot het filter is het nodig:
- Draai de bevestigingsschroef 1 van de afdekking achteraan los.

text_image
①
- Verwijder het raamwerk van de filter en de filter door de schroef 2 los te draaien.

LET OP:
Controleer na iedere keer of er binnenin het filter geen enkel object is achtergebleven.
Ga over tot het weer in elkaar zetten, door de handeling in omgekeerde volgorde uit te voeren.
REINIGING LUCHTFILTER
- Was de filter zorgvuldig met water en zeep.
- Laat de filter drogen.
- Bevochtig de filter met specifieke olie en verwijder daarna de overtollige olie, zodat die niet druppelt.
- Indien nodig de filterdoos ook vanbinnen reinigen.

LET OP:
De filter niet met benzine of aardolie reinigen.

OPMERKING:
Als het filter is beschadigd, ga dan direct over tot vervangen. Neem voor de vervanging contact op met een geautoriseerd Betamotor service-center.
Controleer de staat van de pakkingen op de ondoorlaatbaarheid van de luchtfilterkast, opgesteld zoals op de foto is te zien. Vervang ze wanneer ze versleten zijn.
Neem voor de vervanging contact op met een geautoriseerd Betamotor servicecenter.

LET OP:
Zet nooit de motor aan zonder luchtfilter. De infiltratie van stof en vuil kan leiden tot schade en aanzienlijke slijtage.

LET OP:
Controleer na iedere keer of er binnenin het filter geen enkel object is achtergebleven.

Het behouden van de bougie in goede conditie draagt bij aan het verminderen van het verbruik van de motor en het optimaal functioneren.
Om de controle uit te voeren is het voldoende de dop van de bougie te halen en de bougie los te draaien.
Onderzoek met een diktemeter de afstand tussen de elektroden, die tussen de 0,7-0,8 mm zal moeten zijn. In het geval er niet aan deze waarde wordt voldaan, is het mogelijk deze te corrigeren door de aardelektrode te buigen.

text_image
0,7÷0,8 mmControleer ook dat er zich geen scheuren bevinden op het isolatiemateriaal of de gecorrodeerde elektroden; in die gevallen onmiddellijk overgaan tot vervanging.
Om de bougie te monteren, is het aanbevolen om de bougie handmatig tot tegen de aanslag aan te schroeven en daarna met de sleutel te blokkeren.

LET OP:
Voer de controle niet uit als de motor warm is.

Wanneer het nodig is om de bak van de carburateur te legen, ga dan te werk zoals hieronder beschreven.
Stel de brandstofkraan op OFF (zie pag. 18).
Leg een vod onder de carburator zodat die de brandstof kan opnemen die eruit loopt.
Draai de schroef 1 los en laat de brandstof wegstromen tot het bakje volledig leeg is.
Draai de schroef 1.

LET OP:
Voer de handeling uit met een koude motor.

LET OP:
Brandgevaar! De brandstof is licht ontvlambaar.


Voer de handeling niet uit in de buurt van open vuur of aangestoken sigaretten en zet altijd de motor uit.
Het bijvullen uitvoeren op een open en goed geventileerde plaats.

Maak eventuele sporen van gemorste brandstof direct schoon.

WAARSCHUWING:
Vergiftigingsgevaar! De brandstof is een giftige vloeistof, schadelijk voor de gezondheid.

Draag geschikte beschermende kle- ding en beschermende handschoenen.
Voorkom dat de brandstof in aanraking komt met huid, ogen en kleding. Adem de brandstofdampen niet in. In het geval van aanraking met de ogen, onmiddellijk spoelen met water en medische hulp inschakelen. In het geval van aanraking met de huid, onmiddellijk met zeep en water de betreffende gebieden reinigen. In het geval van inslikken, onmiddellijk een arts inschakelen. Vervang de kleding die in aanraking is gekomen met de brandstof.
WAARSCHUWING:
Milieuvervuilingsgevaar!
De brandstof mag niet in watervoerende lagen, de grond of het afvoersysteem terechtkomen.
NIVEAU DRIJVER CONTROLEREN
Verwijder de carburateur van het voertuig na de procedure van het lozen van de bak van de carburateur te hebben gevolgd.
Verwijder het bakje en plaats de carburator terug zoals in de afbeelding wordt voorgesteld.
Draai de carburator linksom en stop zodra de vlotter de naald van de benzine-inlaat begint te sluiten.
Het correcte peil is wanneer het vlakke oppervlak van de vlotters parallel is met het verdeelvlak van het bakje. Zie de 2 rode lijnen in de afbeelding.
LET OP:
de carburator niet verder dan deze positie draaien, anders drukt het gewicht van de vlotter de veer in de sluitnaald samen, waardoor een positie van de vlotter verschijnt die op het eerste zicht verkeerd lijkt. In de afbeelding is een carburator te zien met correct peil op verkeerde manier gepositioneerd.
Plaats het bakje terug op de carburator.
Monteer de carburator opnieuw op het voertuig, let erop dat u de metalen banden op de moffen goed vastzet.
LET OP:
voordat u het voertuig start, moet u con- troleren of er speling op de gashendel is (pag. 31).

Controleer via het niveaulampje A de aanwezigheid van remvloeistof. Het minimumniveau van de vloeistof mag nooit minder zijn dan de verkregen referentie op het lampje.
VLOEISTOF VOORREM BIJVULLEN
Ga over tot bijvullen om het niveau weer te herstellen, door de twee schroeven 1 los te draaien, de deksel 2 op te heffen, en de remvloeistof tot 5 mm onder de bovenrand van het reservoir bij te vullen.
De vloeistof vermeld in de tabel "Aanbevolen smeermiddelen en vloeistoffen" op pag. 16 gebruiken.

LET OP:
De remvloeistof is zeer corrosief, laat geen enkele druppel vallen op de gelakte onderdelen van het voertuig.

Voor het uitvoeren van deze handeling is het noodzakelijk beschermende handschoenen te gebruiken.

Vloeistof buiten het bereik van kinderen houden.

LET OP: Laat de vloeistof niet in aanraking komen met huid, ogen of kleding. In geval van aanraking:
- met de ogen, onmiddellijk met water spoelen en een arts raadplegen;
- met de huid, onmiddellijk met zeep en water de betreffende gebieden reinigen. Vervang de kleding die in aanraking is gekomen met de vloeistof.
Ga in geval van inname van de vloeistof zo snel mogelijk over tot de interventie van een arts.
VOORREM REINIGEN
Ga voor een luchtreiniging van het voorremcircuit als volgt te werk:
- Verwijder de rubberen dop 1 van het ventiel 2.
- Open de dop van het oliereservoir.
- Steek het ene uiteinde van een transparant buisje in ventiel 2, en het andere uiteinde in een vat.
•Pomp 2/3 keer en houd de hendel ingedrukt.
- Schroef het ventiel los en laat de olie uit het buisje lopen.
- Als in het buisje luchtbellen zichtbaar zijn, herhaal dan de voorgaande handeling totdat er geen continu lekken van olie meer is.
- Sluit het ventiel en laat de hendel los.
OPMERKING:
Bij deze handeling is het belangrijk om constant het reservoir te blijven bijvullen om het lekken van olie te compenseren.
•Verwijder het buisje.
•Herplaats de rubberen dop.
Sluit de dop van het oliereservoir. De vloeistof vermeld in de tabel "Aanbe- volen smeermiddelen en vloeistoffen" op pag. 16 gebruiken.

De remvloeistof is zeer corrosief, laat geen enkele druppel vallen op de gelakte onderdelen van het voertuig.

Voor het uitvoeren van deze handeling is het noodzakelijk beschermende handschoenen te gebruiken.

Vloeistof buiten het bereik van kinderen houden.

LET OP: Laat de vloeistof niet in aanraking komen met huid, ogen of kleding. In geval van aanraking:
- met de ogen, onmiddellijk met water spoelen en een arts raadplegen;
- met de huid, onmiddellijk met zeep en water de betreffende gebieden reinigen. Vervang de kleding die in aanraking is gekomen met de vloeistof.
Ga in geval van inname van de vloeistof zo snel mogelijk over tot de interventie van een arts.

text_image
2 mmREMBLOKKEN VOORREM CONTROLEREN
Om de slijtagestaat van de voorrem te controleren, is het genoeg om de knijper aan de onderkant te bekijken, waar het mogelijk is zicht te hebben op het uiteinde van de twee remblokken, die een remvoeringsdikte van ten minste 2 mm moeten tonen. In het geval de laag dunner is, onmiddellijk overgaan tot hun vervanging.
Opmerking:
De controle uitvoeren volgens de aangegeven tijden in de tabel op pag. 63.
Neem voor de vervanging contact op met een geautoriseerd Betamotor servicecenter.

Controleert regelmatig de staat van de schijf. In het geval er tekenen van schade, strepen of vervormingen te zien zijn, overgaan tot vervanging. Controleer de schijfdikte. De minimale dikte is ingesne- den in de schijf.
Overgaan tot vervanging van de remschijf als de limiet nabij of bereikt is.
Neem voor de vervanging contact op met een geautoriseerd Betamotor servicecenter.
ACHTERREM
VLOEISTOFNIVEAU ACHTERREM CONTROLLEREN
Controleer via het niveaulampje A de aanwezigheid van remvloeistof. Het minimumniveau van de vloeistof mag nooit minder zijn dan de verkregen referentie op het lampje.
VLOEISTOF ACHTERREM BIJVULLEN
Om het peil bij te villen, draait u de twee schroeven 1 los, breng de dop 2 omhoog en vul remvloeistof bij tot 5 mm onder de bovenrand van de tank.
De vloeistof vermeld in de tabel "Aanbevolen smeermiddelen en vloeistoffen" op pag. 16 gebruiken.

LET OP:
De remvloeistof is zeer corrosief, laat geen enkele druppel vallen op de gelakte onderdelen van het voertuig.

Voor het uitvoeren van deze handeling is het noodzakelijk beschermende handschoenen te gebruiken.

Vloeistof buiten het bereik van kinderen houden.

LET OP: Laat de vloeistof niet in aanraking komen met huid, ogen of kleding. In geval van aanraking:
- met de ogen, onmiddellijk met water spoelen en een arts raadplegen;
- met de huid, onmiddellijk met zeep en water de betreffende gebieden reinigen. Vervang de kleding die in aanraking is gekomen met de vloeistof.
Ga in geval van inname van de vloeistof zo snel mogelijk over tot de interventie van een arts.

Ga voor een luchtreiniging van het achterremcircuit als volgt te werk:
- Verwijder de rubberen dop 1 van het ventiel 2.
- Open de dop van het oliereservoir.
- Steek het ene uiteinde van een transparant buisje in ventiel 2, en het andere uiteinde in een vat.
•Pomp 2/3 keer en houd het pedaal ingedrukt. - Schroef het ventiel los en laat de olie uit het buisje lopen.
- Als in het buisje luchtbellen zichtbaar zijn, herhaal dan de voorgaande handeling totdat er geen continu lekken van olie meer is.
- Sluit het ventiel en laat het pedaal los.
OPMERKING:
Bij deze handeling is het belangrijk om constant het reservoir te blijven bijvullen om het lekken van olie te compenseren.
•Verwijder het buisje.
•Herplaats de rubberen dop.
- Sluit de dop van het oliereservoir.
De vloeistof vermeld in de tabel "Aanbe- volen smeermiddelen en vloeistoffen" op pag. 16 gebruiken.

LET OP:
De remvloeistof is zeer corrosief, laat geen enkele druppel vallen op de gelakte onderdelen van het voertuig.

Voor het uitvoeren van deze handeling is het noodzakelijk beschermende handschoenen te gebruiken.

Vloeistof buiten het bereik van kinderen houden.

LET OP: Laat de vloeistof niet in aanraking komen met huid, ogen of kleding. In geval van aanraking:
- met de ogen, onmiddellijk met water spoelen en een arts raadplegen;
- met de huid, onmiddellijk met zeep en water de betreffende gebieden reinigen. Vervang de kleding die in aanraking is gekomen met de vloeistof.
Ga in geval van inname van de vloeistof zo snel mogelijk over tot de interventie van een arts.
REMBLOKKEN ACHTERREM CONTROLEREN
Om de slijtagestaat van de achterrem te controleren, is het genoeg om de knijper aan de bovenkant te bekijken, waar het mogelijk is zicht te hebben op het uiteinde van de twee remblokken, die een remvoeringsdikte van ten minste 2 mm moeten tonen. In het geval de laag dunner is, onmiddellijk overgaan tot hun vervanging.
Opmerking:
De controle uitvoeren volgens de aangegeven tijden in de tabel op pag. 63.
Neem voor de vervanging contact op met een geautoriseerd Betamotor servicecenter.

text_image
2 mmSCHIJFDIKTE REM CONTROLEREN
Controleert regelmatig de staat van de schijf. In het geval er tekenen van schade, strepen of vervormingen te zien zijn, overgaan tot vervanging. Controleer de schijfdikte. De minimale dikte is ingesne- den in de schijf.
Overgaan tot vervanging van de remschijf als de limiet nabij of bereikt is.
Neem voor de vervanging contact op met een geautoriseerd Betamotor servicecenter.

Voor het controleren van het oliepeil van de koppelingspomp is het nodig de deksel 1 te verwijderen.
Verwijder de twee schroeven 2 en haal de deksel 1 tegelijk met de rubberen blaasbalg weg. Met de koppelingspomp in horizontale positie zou het oliepeil zich op 5 mm boven de bovenrand moeten bevinden.
De vloeistof vermeld in de tabel "Aanbevolen smeermiddelen en vloeistoffen" op pag. 16 gebruiken.

LET OP:
De koppelingsvloeistof is zeer corrosief, let daarom op geen enkele druppel te laten vallen op de gelakte onderdelen van het voertuig..

Voor het uitvoeren van deze handeling is het noodzakelijk beschermende handschoenen te gebruiken.

Vloeistof buiten het bereik van kinderen houden.

LET OP: Laat de vloeistof niet in aanraking komen met huid, ogen of kleding. In geval van aanraking:
- met de ogen, onmiddellijk met water spoelen en een arts raadplegen;
- met de huid, onmiddellijk met zeep en water de betreffende gebieden reinigen. Vervang de kleding die in aanraking is gekomen met de vloeistof.
Ga in geval van inname van de vloeistof zo snel mogelijk over tot de interventie van een arts.
REINIGEN KOPPELINGSCIRCUIT
- Verwijder de rubberen dop 1 van het ventiel 2.
- Open de dop van het oliereservoir.
- Steek het ene uiteinde van een transparant buisje in ventiel 2, en het andere uiteinde in een vat.
•Pomp 2/3 keer en houd de hendel ingedrukt. - Schroef het ventiel los en laat de olie uit het buisje lopen.
- Als in het buisje luchtbellen zichtbaar zijn, herhaal dan de voorgaande handeling totdat er geen continu lekken van olie meer is.
- Sluit het ventiel en laat de hendel los.
OPMERKING:
Bij deze handeling is het belangrijk om constant het reservoir te blijven bijvullen om het lekken van olie te compenseren.
•Verwijder het buisje.
•Herplaats de rubberen dop.
De vloeistof vermeld in de tabel "Aanbevo- len smeermiddelen en vloeistoffen" op pag. 16 gebruiken.

De koppelingsvloeistof is zeer corrosief, let daarom op geen enkele druppel te laten vallen op de gelakte onderdelen van het voertuig.

Voor het uitvoeren van deze handeling is het noodzakelijk beschermende handschoenen te gebruiken.

Vloeistof buiten het bereik van kinderen houden.

LET OP: Laat de vloeistof niet in aanraking komen met huid, ogen of kleding. In geval van aanraking:
- met de ogen, onmiddellijk met water spoelen en een arts raadplegen;
- met de huid, onmiddellijk met zeep en water de betreffende gebieden reinigen. Vervang de kleding die in aanraking is gekomen met de vloeistof.
Ga in geval van inname van de vloeistof zo snel mogelijk over tot de interventie van een arts.

Controleer regelmatig de speling van het stuurbalhoofd door de vork heen en weer te bewegen, zoals afgebeeld in de figuur. Voer in het geval u speling waarneemt de handeling op de volgende wijze uit:
Draai de schroeven 1 los.
Draai de schroef 2 los.
Verhelp de werkende speling met de moer 3.
Draai de schroeven vast zoals aangegeven.
OLIE VORKEN
De beschrijving met betrekking tot het vervangen van de olie in de vorken wordt enkel verstrekt voor informatiedoeleinden. In feite wordt aangeraden contact op te nemen met een geautoriseerde BETAMOTOR-dealer om deze handeling uit te voeren.
BRUGGEN VERWIJDEREN
Ga voor de vervanging als volgt te werk:
Plaats het voertuig op een middenbok.
Verwijder de voorwiel.
Verwijder het spatbord, de remklauw en de schijf terug.
Draai de afdichtingsschroeven 1 los van de staven en haal ze eruit.

text_image
1 200Schroef de contramoer voor bevestiging van de dop los en verwijder de dop.
Draai de schroef los voor bevestiging van het patroon dat onder de beenkap zit en verwijder het patroon.

Maak het been en het patroon daarna leeg door de olie te laten wegstromen.
Monteer het patroon opnieuw in het been en haal de bevestigingsschroef aan, daarna doet u opnieuw olie erin om het patroon te vullen.
Nieuwe olie ingieten met de hoeveelheid beschreven in pag. 11.
De vloeistof vermeld in de tabel "Aanbevolen smeermiddelen en vloeistoffen" op pag. 16 gebruiken.
Monteer de dop opnieuw op de stang, haal de contramoer aan schroef de dop op de stang met het been volledig uitgeschoven.
OLIE VERVANGEN LINKER STANG
Draai de bovenste dop 3 los.
Neem de veer weg en laat alle olie volledig wegstromen.
Nieuwe olie ingieten met de hoeveelheid beschreven in pag. 11
Strek het been en monteer de veer opnieuw.
Plaat de dop 3 en zet vast.
BRUGGEN EN DETAILS MONTEREN
Plaats de bruggen aan het voertuig, door de afdichting van de schroeven 1 aan het aangegeven aanhaalmoment te koppelen.
LET OP:
Het dichtdraaien van de schroeven moet gebeuren door de momentsleutel stabiel op het aanhaalmoment te plaatsen en herhaald dicht te draaien, tot het aanhaalmoment stabiel is.
Vet de wielas.
Plaats wiel en wielas.
Plaats de remklauw, schijf terug en spat- bord.
Draai op het aangegeven aanhaalmoment vast.

LET OP:
Het dichtdraaien van de schroeven moet gebeuren door de momentsleutel stabiel op het aanhaalmoment te plaatsen en herhaald dicht te draaien, tot het aanhaalmoment stabiel is.
Plaats het voertuig op de grond.
De vork 3-4 keer dichtknijpen en loslaten.
Draai de wielas en de schroeven voor de steunvoet vast.

LET OP:
Het dichtdraaien van de schroeven moet gebeuren door de momentsleutel stabiel op het aanhaalmoment te plaatsen en herhaald dicht te draaien, tot het aanhaalmoment stabiel is.

text_image
1 10Nm
text_image
10Nm 25Nm
text_image
10Nm 50Nm
text_image
45Nm 30Nm 45NmACHTERWIELOPHANGINGS-MECHANISME
Om een goede werking en een lange levensduur van de achtervering van het achterwielophangingsmechanisme te garanderen, is het raadzaam om regelmatig de correcte sluiting van de moeren en bouten te controleren.
Controleer dat de moeren en bouten van het mechanisme bij het aangegeven aanhaalmoment vastgedraaid zijn.
Verwijder de hele spatbordgroep om naar de bevestiging bovenaan te gaan (pag. 68).
OPMERKING: Het is aanbevolen om de zone van de stangen niet met waterstralen onder druk af te spoelen.
De controle uitvoeren volgens de aangegeven tijden in de tabel op pag. 63.
Neem contact op met een erkend Beta-motor service-center voor de controle van het mechanisme.
BANDEN
Plaats alleen banden die zijn goedgekeurd door BETAMOTOR.
Andere banden kunnen het functioneren van de motor op straat nadelig beïnvloeden.
- Om uw veiligheid te garanderen, moeten beschadigde banden onmiddellij vervangen worden.
- Gladde banden beïnvloeden op negatieve wijze het functioneren van de motor, vooral op gladde wegen en op terrein.
- Onvoldoende druk veroorzaakt abnormale slijtage en oververhitting van de band.
- Het voor- en achterwiel moeten worden uitgerust met banden van hetzelfde profiel.
- Controleer de druk alleen wanneer de banden koud zijn.
- Houd de bandendruk binnen de aangegeven grenzen.
KETTING
Voor een langere levensduur van de kettingaandrijving, is het aan te raden om regelmatig de spanning te controleren. Altijd vrijhouden van vastzittend vuil en insmeren.
Zorg ervoor dat het smeermiddel in geen enkel geval de achterband of de remschijf bereikt, anders zouden de grip van de band op de weg en het functioneren van de achterrem aanzienlijk worden verminderd en zou gemakkelijk de controle over de motor kunnen worden verloren.

Plaats het voertuig op een middenbok.
Voer een afstelling uit als de afstand tussen ketting en achterbrug minder dan 20 mm bedraagt.
Draai de pin 1 los.

text_image
EVO 20mm
Los de contramoer 2 (een per zijde) en manoeuvreer de regelaar 3 tot u de gewenste spanning verkrijgt.
Meet de afstand X tussen de nummerplaat- houder 4 en het contrast 5.
Manoeuvreer de regelaar 6 om dezelfde maat X tussen steun 7 en contrast 8 te verkrijgen.
Controleer of de afstand tussen ketting en achterbrug met de voorgeschreven afstand overeenkomt.
Als de afstand tussen de ketting en de achterbrug niet met de voorgeschreven afstand overeenstemt, moet u de afstelling opnieuw uitvoeren.
Op het einde van de afstelling houdt u de regelaar 3 geblokkeerd en haalt u de contramoer 2 (aan elke zijde) met het aangegeven koppel aan.
Draai de pin vast bij het aangegeven aanhaalmoment.
KOPLAMP
Houd het glas van de projector altijd schoon (pag. 61).
VERVANGEN KOPLAMPEN
Demonteer het koplamphuis door de twee bevestigingsschroeven 1 aangeduid in de afbeelding te verwijderen.
Handel als volgt om de lamp van het groot licht/dimlicht te vervangen: breng de rubberen kap 2 omhoog.
Draai de hele lamphouder 3 tegen de klok in en haal de lamphouder daarna uit het koplamphuis.
Draai de lamp tegen de wijzers in ten opzichte van de lamphouder. Voer de vervanging uit.
Handel in omgekeerde zin in vergelijking met het demonteren om de lamp en de lamphouder opnieuw te monteren.

text_image
1 1 Nm
Handel als volgt om de daglamp te vervangen:
Trek aan de hele lamphouder 4.
Neem de lamp vast en trek eraan ten opzichte van de lamphouder.
Voer de vervanging uit.
Handel in omgekeerde zin in vergelijking met het demonteren om de lamp en de lamphouder opnieuw te monteren.
Voer bovenstaande beschrijving in omgekeerde zin uit om de lampgroep opnieuw te monteren, let daarbij op voor de bevestigingen van het instrument en van de steun van de regelaar.
ACHTERLAMP
Houd het glas van de projector altijd schoon (zie pag. 61).
De achterlamp is verzegeld en voorzien van led-verlichting. Als één of meer leds doorgebrand zijn, is het noodzakelijk de hele groep te vervangen.
Neem voor de vervanging contact op met een geautoriseerd Betamotor servicecenter.
RICHTINGAANWIJZERS
Verwijder het glas door de schroef 1 los te draaien om bij de lamp te komen.
Haal de lamp uit de lamphouder en voer de vervanging uit.
REINIGING VAN HET VOERTUIG
ALGEMENE VOORZORGSMAATREGELEN

LET OP: reinig het voertuig nooit met apparatuur met een krachtige waterstraal onder hoge druk. Overmatige druk kan elektrische onderdelen, connectoren, flexibele kabels, lagers, etc. bereiken en ze beschadigen of vernietigen.

LET OP: was regelmatig met koud water de voertuigen die in de buurt van de zee (zout water) en op wegen waar met zout wordt gestrooid in de winter worden gebruikt. Bedek met een dun laagje olie of siliconenspray de niet gelakte onderdelen en die het meest worden blootgesteld, zoals velgen, voorvork en achterbrug. Bewerk de rubberen onderdelen en de remmen niet.
Sluit de uitlaat om te voorkomen dat er water lekt.
Vermijd bij het reinigen directe blootstelling aan het zonlicht.

Vermijd een directe waterstraal op de filterafdekking en de carburateur.
WASWIJZE
Gebruik een waterstraal om het vuil en modder op de gelakte oppervlakken zacht te maken. Eenmaal zacht, worden vuil en modder verwijderd met een zachte carrosseriespons doordrenkt van water en "shampoo". Vervolgens grondig met water afspoelen, en drogen met het blazen van lucht en een doek of suède.
Schoonmaakmiddelen verontreinigen het grondwater. Daarom moet het wassen van het voertuig plaatsvinden in een zone die uitgerust is voor de verzameling en zuivering van wasvloeistoffen door het wassen zelf.
NA HET WASSEN
Overgaan tot het lozen van de filterbus door het daarvoor bestemde luchtgat en het drogen.
Na het schoonmaken een klein stukje rijden, zodat de motor op temperatuur komt.


LET OP: met natte remmen wordt het remeffect verminderd. Voorzichtig de remmen gebruiken om ze te laten drogen.
Duw de stuurbescherming naar binnen, zodat het binnengedrongen water kan verdampen.
Wanneer de motor volledig gedroogd en afgekoeld is, alle afvoer- en werkingspunten insmeren.
Behandel alle kunststof- en gelakte onderdelen met niet-agressieve reinigingsmiddelen of producten, speciaal bedoeld voor de verzorging van het voertuig.
Om problemen met het elektrische gedeelte te voorkomen, moet u de elektrische contacten en schakelaars met een spray voor elektrische contacten behandelen.

LET OP: eventuele oxidatie van de elektrische contacten kan ernstige storingen op het voedingssysteem veroorzaken.
LANGE INACTIVITEIT VAN HET VOERTUIG
Bij verwachting van een lange periode van inactiviteit van het voertuig, bijvoorbeeld gedurende het winterseizoen, is het noodzakelijk enkele eenvoudige voorzorgsmaatregelen te nemen om te zorgen voor een goed onderhoud:
- Voer een grondige reiniging van alle onderdelen van het voertuig uit.
- Verminder de bandenspanning met ongeveer 30%, om zo de banden misschien van de grond te houden.
- Verwijder de bougie en breng enkele druppels motorolie erin via het gat. Laat de motor enkele toeren draaien door de pedaalstarthendel te bedienen. Schroef de bougie opnieuw aan.
- Bestrijk met een dun laagje olie of siliconenspray de niet-gelakte onderdelen, met uitzondering van de rubberen delen en de remmen.
- Bedek tegen stofbescherming het voertuig met een doek.
- Maak het bakje van de carburator leeg zoals beschreven op pag. 42.
NA EEN LANGE PERIODE VAN INACTIVITEIT
• Herstel de bandenspanning.
- Controleer alle schroeven van enig mechanisch belang op spanning.
GEPLAND ONDERHOUD
Einde inrijden 5 uur
| Tussenmoment 1 | 40 uur of 1.000 Km |
| Tussenmoment 2 | 80 uur of 2.000 Km |
| Tussenmoment 3 | 120 uur of 3.000 Km |
| Tussenmoment 4 | 160 uur of 4.000 Km |
| Tussenmoment 5 | 200 uur of 5.000 Km |
| Tussenmoment 6 | 240 uur of 6.000 Km |
| Tussenmoment 7 | 280 uur of 7.000 Km |
| Tussenmoment 8 | 320 uur of 8.000 Km |
| Tussenmoment 9 | 360 uur of 9.000 Km |
| Motor | |||||||||
| PSS | |||||||||
| Boogie | CCC | CCC | CCC | C | |||||
| Koppeling | CSC | CSC | CSC | ||||||
| Membraanklep | CCC | CCC | CCC | ||||||
| Cilinder | CCC | CCC | CCC | ||||||
| Zuigerveren | CSC | CSC | CSC | ||||||
| Zuigers | SSS | ||||||||
| Waterpomprotor | CSC | CSC | CSC | ||||||
| Afplating waterpomprotor | CCC | CCC | CCC | ||||||
| Tandwiel waterpomprotor | CCC | CCC | CCC | ||||||
| Waterpompas | CSC | CSC | CSC | ||||||
| Keering waterpompas | SSS | ||||||||
| Koelvloeistof | CSC | CSC | CSC | CSC | |||||
| Olie versnellingsbak | SS | SS | SS | SS | |||||
| Krukstang | SSS | ||||||||
| Krukaslagers motor | SSS | ||||||||
| Versnellingsbak | CCC | ||||||||
| Schokdemper | CCC | CCC | CCC | C | |||||
| Achterwielophangingsmechanisme | TTCT | CTCT | CTCT | ||||||
| Olie voorvork | SSS | ||||||||
| Stuurlagers en stuurspeling | CCC | CCC | CCC | C | |||||
| Wiellagers | CCC | CCC | CCC | C | |||||
| Spaken | CCC | CCC | CCC | C | |||||
| Luchtfilter | PPSPSP | SPSP | |||||||
| Gashendel | CCC | CCC | CCC | C | |||||
| Remsystem | CCC | CCC | CCC | C | |||||
| Rempomp olie | CCC | CCC | CCC | C | |||||
| Bediening van de koppeling olie | CCC | CCC | CCC | C | |||||
| Transmissie ketting | CCC | CCC | CCC | C | |||||
| Slijtage en druk banden | CCC | CCC | CCC | C | |||||
| Elektrische structuur | CCC | CCC | CCC | C | |||||
Legenda
C Controle (reiniging, afstelling, smering, vervanging indien nodig)
S Vervanging
R Afstelling
P Reiniging
T Aanscherping
SAMENVATTING AANHAALMOMENTEN
Hieronder wordt de aanscherping van alle aandraaimomenten beschreven die in het bijzonder onderworpen zijn aan afstelling of onderhoud:
| Voorstel | ||
| Aanscherping aandraaimoment [Nm] | Schroefdraad-borgmiddel | |
| Wielas 50 | ||
| Poten - wielas | 10* | |
| Stuurinrichting onder - bruggen vork | 25 | M |
| Stuurinrichting onder - bruggen vork | 10* | |
| Stuurinrichting boven - bruggen vork | 10 | |
| Steelpin op stuurinrichting boven vork | 10 | |
| Stuurbrug boven 20 | ||
| Achteras | ||
| Aanscherping aandraaimoment [Nm] | Schroefdraadborgmiddel | |
| Wielas | 80 | |
| Schokdemper - frame | 45 | |
| Schokdemper - barbell | 45 | |
| Wipschakelaar - frame | 30 | |
| Wipschakelaar - barbell | 45 | |
| Barbell - achterbrug | 45 | |
| Motor | ||
| Aanscherping aandraaimoment [Nm] | Schroefdraad-borgmiddel | |
| Dop afvoer versnellingsbakolie 10 | ||
| Ontluchtingsschroef koelinstallatie 10 | ||
| Motor - Frame | ||
| Aanscherping aandraaimoment [Nm] Vet | ||
| Voorspatbord 10 | ||
| Achterspatbord 2,5 G | ||
| Lichten | ||
| Aanscherping aandraaimoment [Nm] | Schroefdraadborgmiddel | |
| Bescherming koplamp | 1 | |
M Schroefdraadborgmiddel gemiddelde sterkte

LET OP: Het dichtdraaien van de schroeven moet gebeuren door de momentsleutel stabiel op het aanhaalmoment te plaatsen en herhaald dicht te draaien, tot het aanhaalmoment stabiel is.
HFDST. 5 DEMONTAGE EN MONTAGE BOVENBOUW
INHOUD THEMA'S
Demontage en montage zadel en achterspatbord ....68

text_image
2,5Nm 2 G 1 2,5Nm GDEMONTAGE EN MONTAGE ZADEL EN ACHTERSPATBORD
Verwijder de schroef 1 en 2 (twee aan iedere kant). Verwijder het spatbord.
Plaats aan het einde van de handeling de schroef 1 en 2 terug.
Draai op het aangegeven aanhaalmoment vast.
HFDST. 6 WAT TE DOEN IN EEN NOODSITUATIE
INHOUD THEMA'S
Defect opsporen....70
Alfabetische index....67
DEFECT OPSPOREN
| PROBLEEM | OORZAAK OPLOSSING | |
| De motor draait maar start niet | Brandstofkraan in de stand OFF | Positie van de kraan ofwel op ON of RES |
| Straalpiijpen van de carburator vuil | Neem contact op met een geautori-seerde BETAMOTOR-dealer | |
| Bougie zwart of vochtig gewor-den | Maak de bougie schoon en laat die drogen, eventueel vervangen | |
| Bougie met ongelijke afstand elektroden | Herstel de juiste afstand tussen de elektroden (pag. 41) | |
| Defect in het ontstekingssysteem Neem contact op met een geautori-seerde BETAMOTOR-dealer | ||
| De motor geeft onvol-doende vermogen af | Ontluchting van de tank is verstopt | Controleer de ontluchting van de tank |
| Voedingsinstallatie is vuil Neem contact op met een geautori-seerde BETAMOTOR-dealer | ||
| Luchfilter vuil Reinig de luchfilter | ||
| Defecte ontstekingssysteem Neem contact op met een geautori-seerde BETAMOTOR-dealer | ||
| De motor valt stil of sputtert | Geen brandstof Zet de brzndstofkraan op RES | |
| Onvoldoende dichting op de carburator | Controleer of de mof tussen de carburator en de motor intact is | |
| Connector of ontstekingspoel los of verroest | Controleer de connector. Reinig en behandel met een specifieke spray | |
| De motor raakt oververhit (er komt vloeistof/stoom uit de ontluchting van de radiator) | Radiatorrooster verstopt Verwijder en reinig het rooster (pag. 39) | |
| Radiator (luchtzijde) verstopt Maak de radiator schoon | ||
| Geen geforceerde ventilatie Controleer of de koelventilator correct werkt | ||
| Gedeeltelijk geblokkeerde uitlaat Neem contact op met een geautori-seerde BETAMOTOR-dealer | ||
| Verstuiving te mager Neem contact op met een geautori-seerde BETAMOTOR-dealer | ||
| Remmen voor onder-maats | Versleten remblokken Neem contact op met een geautori-seerde BETAMOTOR-dealer | |
| Aanwezigheid van lucht of vocht in het hydraulisch circuit | Neem contact op met een geautori-seerde BETAMOTOR-dealer | |
| Remmen achter onder-maats | Versleten remblokken Neem contact op met een geautori-seerde BETAMOTOR-dealer | |
| Aanwezigheid van lucht of vocht in het hydraulisch circuit | Neem contact op met een geautori-seerde BETAMOTOR-dealer | |
ALFABETISCHE INDEX
Aanbevolen smeermiddelen en vloeistoffen 16
Achterlamp 60
Achterrem 47
Achterwielophangingsmechanisme....56
Afstelling positie stuur 31
Afstelling van de koplamp 34
Afstelling voorvork 32
Banden....56
Besturing stuurspeling 52
Bijstellen veringen in verhouding tot bestuurdersgewicht....34
Bougie....41
Brandstoftoevoer 27
Carburateur....42
Controleer vóór en na gebruik 26
Defect opsporen....70
Elektrische structuur 14
Gashendel 31
Gashendel 31
Gegevens voertuigindicatie 8
Gepland onderhoud 63
Hoofdelementen.... 18
Inrijden 26
Instructies werking digitale snelheidsmeter....22
Kennis van het voertuig....9
Ketting 57
Koelvloeistof 37
Koplamp 59
Koppeling 30
Koppelingshendel 50
Lange inactiviteit van het voertuig 62
Legenda symbolen 30
Legenda symbolen 36
Luchtfilter 39
Olie vorken 53
Reiniging van het voertuig....61
Richtingaanwijzers 60
Rij veilig....6
Samenvatting aanhaalmomenten....64
Schokdemper 32
Starten motor....28
Symbolen 5
Toelichtingen op het gebruik van het voertuig 5
Uitschakelen motor....28
Versnellingsbakolie 36
Voorrem....44