MAKITA DLM330Z - Grasmaaier

DLM330Z - Grasmaaier MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis DLM330Z MAKITA in PDF-formaat.

📄 148 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice MAKITA DLM330Z - page 62
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : DLM330Z

Categorie : Grasmaaier

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DLM330Z - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DLM330Z van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING DLM330Z MAKITA

Accugrasmaaier GEBRUIKSAANWIJZING 62

Onderdeelnummer van vervangingssnijblad van grasmaaier GB00000042 Afmetingen (l x b x h) tijdens gebruik L: 1.285 mm tot 1.350 mm B: 375 mm H: 935 mm tot 975 mm tijdens opslag (zonder grasmand) 520 mm x 375 mm x 775 mm Nominale spanning 18 V gelijkstroom Nettogewicht 11,6 - 12,5 kg Beschermingsklasse IPX4

  • In verband met ononderbroken research en ontwikkeling, behouden wij ons het recht voor de bovenstaande technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
  • De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
  • Het gewicht kan verschillen afhankelijk van de hulpstukken, waaronder de accu. De lichtste en zwaarste com- binatie, overeenkomstig de EPTA-procedure 01/2014, worden getoond in de tabel. Toepasselijke accu’s en laders Accu BL1830B / BL1840B / BL1850B / BL1860B Lader DC18RC / DC18RD / DC18RE / DC18SD / DC18SE / DC18SF / DC18SH

Sommige van de hierboven vermelde accu’s en laders zijn mogelijk niet leverbaar afhankelijk van waar u woont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand. WAARSCHUWING: Gebruik geen bekabelde voeding, zoals een accuadapter of draagbare voeding- seenheid met dit gereedschap. De kabel van een dergelijke voeding kan het gebruik hinderen waardoor per- soonlijk letsel wordt veroorzaakt. Symbolen Hieronder staan de symbolen die voor het gereedschap kunnen worden gebruikt. Zorg ervoor dat u de betekenis ervan kent voordat u het gereedschap gaat gebruiken. Wees vooral voorzichtig en let goed op. Lees de gebruiksaanwijzing. Gevaar: let op weggeworpen voorwerpen. Omstanders moeten een afstand van zeker 15 meter bewaren tot het gereedschap. Breng nooit uw handen of voeten dichtbij het snijblad onder de grasmaaier. Het snijblad blijft nadraaien nadat de motor is uitgeschakeld. Verwijder de contactsleutel vóór het inspecteren, bijstellen, reinigen, onder- houden, achterlaten of opbergen van de grasmaaier. Waarschuwing: Koppel de accu los alvo- rens onderhoud uit te voeren. Waarschuwing: activeer de uitschakelin- richting voordat u onderhoud uitvoert. Alleen voor EU-landen Als gevolg van de aanwezigheid van schadelijke componenten in het apparaat, kunnen oude elektrische en elektronische apparaten, accu‘s en batterijen negatieve gevolgen hebben voor het milieu en de gezondheid van mensen. Gooi elektrische en elektronische appara- ten en accu‘s niet met het huisvuil weg! In overeenstemming met de Europese richtlijn inzake oude elektrische en elektronische apparaten en inzake accu‘s en batterijen en oude accu‘s en batterijen, alsmede de toepas- sing daarvan binnen de nationale wetgeving, dienen oude elektrische apparaten, accu‘s en batterijen gescheiden te worden opgeslagen en te worden ingeleverd bij een apart inzame- lingspunt voor huishoudelijk afval dat de mili- eubeschermingsvoorschriften in acht neemt. Dit wordt op het apparaat aangegeven door het symbool van een doorgekruiste afvalcontainer.63 NEDERLANDS

Gegarandeerd geluidsvermogenniveau conform EU-richtlijn inzake geluidsemissie buitenhuis.

Geluidsvermogenniveau conform de Regelgeving Geluidsregeling van NSW, Australië Gebruiksdoeleinden De machine is bedoeld om het gazon te maaien. Geluidsniveau De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens EN 60335-2-77, IEC 62841-4-3: Geluidsdrukniveau (L

): 89,0 dB (A) Onzekerheid (K): 3 dB (A) OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestme- thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed- schap te vergelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Trilling De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN 60335-2-77, IEC 62841-4-3: Trillingsemissie (a

OPMERKING: De totale trillingswaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver- gelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). EG-verklaring van conformiteit Alleen voor Europese landen De EG-verklaring van conformiteit is bijgevoegd als Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing. VEILIGHEIDSWAAR- SCHUWINGEN Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING: Lees alle veiligheids- waarschuwingen, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens behorend bij dit elektrische gereedschap aandachtig door. Als u niet alle onder- staande aanwijzingen naleeft, kan dat resulteren in brand, elektrische schokken en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor- schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). Veiligheid op de werkplek

1. Zorg dat uw werkomgeving schoon is en hel-

der verlicht. Op een rommelige of donkere werk- plek gebeuren vaker ongevallen.

2. Gebruik elektrisch gereedschap niet in een

explosieve atmosfeer, zoals in de buurt van licht ontvlambare vloeisto󰀨en, gassen of stof. Elektrisch gereedschap wekt vonken op die het stof of de dampen kan doen ontbranden.

3. Houd kinderen en omstanders uit de buurt tij-

dens het gebruik van elektrisch gereedschap. Als u afgeleid wordt, kunt u de macht over het gereedschap verliezen.64 NEDERLANDS Elektrische veiligheid

1. Let op dat de stekker van het gereedschap

goed in het stopcontact past. Probeer nooit om de netsnoerstekker op enige wijze aan te passen. Gebruik met geaard elektrisch gereed- schap (met aardaansluiting) nooit een adapter of verloopstekker. Met de standaardstekker in een overeenkomstig stopcontact verkleint u de kans op een elektrische schok.

2. Voorkom aanraking met geaarde oppervlak-

ken, zoals pijpen, radiatoren, fornuizen of koelkasten. De kans op een elektrische schok is groter wanneer uw lichaam is geaard.

3. Bedien de grasmaaier niet in de regen of onder

natte omstandigheden. Dit kan de kans op een elektrische schok vergroten.

4. Behandel het snoer voorzichtig. Til het gereed-

schap niet aan het snoer op en trek er niet aan maar pak de stekker vast om die uit het stopcontact te verwijderen. Houd het netsnoer uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewegende delen. Beschadigde en in de war geraakte snoeren verhogen de kans op een elek- trische schok.

5. Bij gebruik van elektrisch gereedschap bui-

tenshuis, gebruikt u een verlengsnoer dat geschikt is voor gebruik buitenshuis. Een ver- lengsnoer dat geschikt is voor gebruik buitenshuis verkleint de kans op elektrische schokken.

Als het onvermijdbaar is een elektrisch gereed- schap te gebruiken in een vochtige omgeving, gebruikt u een voeding met een reststroombe- veiliging (RCD). Het gebruik van een RCD verkleint de kans op elektrische schokken.

7. Elektrische gereedschappen kunnen elek-

tromagnetische velden (EMF) genereren die ongevaarlijk zijn voor de gebruiker. Echter, gebruikers met een pacemaker of andere soort- gelijke medische apparaten dienen voor advies contact op te nemen met de fabrikant van hun apparaat en/of een dokter voordat ze dit elektrisch gereedschap gebruiken. Persoonlijke veiligheid

Let altijd goed op, kijk naar wat u aan het doen bent, en gebruik uw gezond verstand tijdens het werken met een elektrisch gereedschap. Ga niet met elektrisch gereedschap werken wanneer u moe bent of als u drugs, alcohol of medicijnen hebt ingenomen. Een ogenblik van onoplettend- heid kan tijdens het gebruik van een elektrisch gereedschap leiden tot ernstig persoonlijk letsel.

2. Gebruik persoonlijke-veiligheidsmid-

delen. Draag altijd oogbescherming. Veiligheidsmiddelen, zoals stofmaskers, slipvaste veiligheidsschoenen, veiligheidshelm en gehoor- bescherming, gebruikt in toepasselijke situaties, dragen bij tot vermindering van persoonlijk letsel.

3. Voorkom onbedoeld starten. Controleer dat de

schakelaar in de uit-stand staat alvorens het gereedschap aan te sluiten op de voeding en/ of accu, op te pakken of te dragen. Door elek- trisch gereedschap te dragen met uw vinger op de schakelaar, of door het gereedschap op een voe- ding aan te sluiten terwijl de schakelaar aan staat, neemt de kans op ongelukken sterk toe.

4. Verwijder afstelsleutels en tangen voordat u

het elektrisch gereedschap inschakelt. Een sleutel of tang die nog aan een draaiend deel van het elektrisch gereedschap vastzit, kan persoonlijk letsel veroorzaken.

5. Reik niet te ver. Zorg altijd voor een stevige

stand en goede lichaamsbalans. Zo heeft u een betere controle over het elektrisch gereedschap in onverwachte situaties.

6. Draag geschikte kleding. Draag geen losse

kleding of sieraden. Houd uw haar en kle- ding uit de buurt van draaiende onderdelen. Loshangende kleding, sieraden en lang haar kunnen verstrikt raken in bewegende delen.

7. Als het elektrisch gereedschap is uitgerust

met een aansluiting voor stofafzuig- en stof- opvangvoorzieningen, zorgt u ervoor dat deze zijn aangesloten en correct worden gebruikt. Het gebruik van een stofvanger kan gevaar door stof verminderen.

8. Laat bekendheid met gereedschappen door

veelvuldig gebruik er niet toe leiden dat u gemakzuchtig wordt en de veiligheidsprin- cipes voor het werken met gereedschappen negeert. Een ondoordachte handeling kan in een fractie van een seconde leiden tot ernstig letsel.

9. Draag tijdens het gebruik van elektrisch

gereedschap altijd een veiligheidsbril om uw ogen te beschermen tegen letsel. De bril moet voldoen aan ANSI Z87.1 in de Verenigde Staten, aan EN 166 in Europa, en aan AS/ NZS 1336 in Australië en Nieuw-Zeeland. In Australië en Nieuw-Zeeland is het wettelijk verplicht om tevens een spatscherm te dragen om uw gezicht te beschermen. Het is de verantwoordelijkheid van de werk- gever om ervoor te zorgen dat geschikte beschermingsmiddelen gebruikt worden door de gebruikers van het gereedschap en anderen in de onmiddellijke omgeving van de werkplek. Gebruik en verzorging van elektrisch gereedschap

1. Overbelast het elektrisch gereedschap niet.

Gebruik het juiste elektrisch gereedschap voor het werk. Het juiste elektrisch gereedschap werkt beter en veiliger binnen het aangegeven capaciteitsbereik.

2. Gebruik het elektrisch gereedschap niet als

het niet kan worden in- en uitgeschakeld met de schakelaar. Ieder elektrisch gereedschap dat niet met de schakelaar kan worden bediend is gevaarlijk en moet eerst worden gerepareerd.65 NEDERLANDS

3. Trek de stekker uit het stopcontact en/of ver-

wijder de accu, indien afneembaar, vanaf het elektrisch gereedschap voordat u afstellingen maakt, accessoires verwisselt of het elektrisch gereedschap opbergt. Dergelijke preventieve veiligheidsmaatregelen verlagen de kans dat het elektrisch gereedschap per ongeluk wordt gestart.

4. Bewaar elektrische gereedschappen die niet

worden gebruikt buiten het bereik van kinde- ren en voorkom dat personen die onbekend zijn met het gebruik ervan of met deze instruc- ties het elektrisch gereedschap gebruiken. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk in de handen van onervaren gebruikers.

5. Onderhoud het elektrisch gereedschap en

de accessoires. Controleer op een slechte uitlijning of het aanlopen van draaiende delen, het afbreken van onderdelen en alle andere situaties die van invloed kunnen zijn op de werking van het elektrisch gereedschap. Als het elektrisch gereedschap beschadigd is, laat u het eerst repareren voordat u het gebruikt. Veel ongelukken worden veroorzaakt doordat het elektrisch gereedschap slecht wordt onderhouden.

6. Houd snij- en zaaggarnituren scherp en

schoon. Goed onderhouden snij- en zaaggarnitu- ren met scherpe snij- en zaagranden lopen minder vaak vast en zijn gemakkelijker te gebruiken.

7. Gebruik het elektrisch gereedschap met de

bijbehorende accessoires, bits, enz., overeen- komstig deze instructies, met inachtneming van de werkomstandigheden en het werk dat wordt uitgevoerd. Het gebruik van het elektrisch gereedschap bij andere werkzaamheden dan waarvoor het is bedoeld, kan leiden tot gevaarlijke situaties.

8. Houd de handgrepen en oppervlakken die

vastgepakt worden droog, schoon en vrij van olie en vetten. Gladde handgrepen en opper- vlakken die vastgepakt worden maken het veilig hanteren en bedienen van het gereedschap in onverwachte situaties onmogelijk.

9. Draag tijdens het gebruik van dit gereedschap

geen sto󰀨en werkhandschoenen die erin ver- strikt kunnen raken. Wanneer werkhandschoe- nen verstrikt raken in de bewegende delen kan persoonlijk letsel worden veroorzaakt. Gebruik en verzorging van gereedschap dat op een accu werkt

1. Laad alleen op met de acculader aanbevolen

door de fabrikant. Een acculader die geschikt is voor een bepaald type accu, kan brandgevaar opleveren indien gebruikt met een ander type accu.

2. Gebruik elektrisch gereedschap uitsluitend

met de daarvoor bestemde accu. Gebruik van andere accu’s kan gevaar voor letsel of brandge- vaar opleveren.

3. Als de accu niet wordt gebruikt, houdt u deze

uit de buurt van metalen voorwerpen, zoals paperclips, muntgeld, sleutels, spijkers, schroeven en andere kleine metalen voorwer- pen die een kortsluiting kunnen veroorzaken tussen de accupolen. Kortsluiting tussen de accupolen kan leiden tot brandwonden of brand.

4. Onder zware gebruiksomstandigheden kan

vloeistof uit de accu komen. Voorkom aanra- king! Als u er per ongeluk mee in aanraking komt, spoelt u het er met water af. Als de vloei- stof in uw ogen komt, raadpleegt u tevens een arts. Vloeistof uit de accu kan irritatie en brand- wonden veroorzaken.

5. Gebruik geen accu of gereedschap dat

beschadigd of gewijzigd is. Beschadigde of gewijzigde accu’s kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen dat kan leiden tot brand, explosie of gevaar van letsel.

6. Stel een accu of gereedschap niet bloot

aan vuur of buitensporige temperaturen. Blootstelling aan vuur of temperaturen hoger dan 130 °C kunnen een explosie veroorzaken.

7. Volg alle oplaadinstructies en laad de accu

of het gereedschap niet op buiten het tem- peratuurbereik opgegeven in de instructies. Verkeerd opladen of bij een temperatuur buiten het opgegeven bereik kan de accu beschadigen en de kans op brand vergroten. Reparatie

Laat uw elektrisch gereedschap repareren door een vakbekwame reparateur die gebruik maakt van uitsluitend identieke vervangingsonderde- len. Zo bent u ervan verzekerd dat de veiligheid van het elektrisch gereedschap behouden blijft.

2. Repareer nooit een beschadigde accu. Het

repareren van een accu mag uitsluitend wor- den uitgevoerd door de fabrikant of een erkend servicecentrum.

3. Volg de instructies voor het smeren en verwis-

selen van accessoires. Veiligheidswaarschuwingen voor een accugrasmaaier

1. Gebruik de grasmaaier niet bij slechte weers-

omstandigheden, met name wanneer de kans op bliksem bestaat. Dit verkleint de kans om door de bliksem getro󰀨en te worden.

2. Inspecteer het gebied waar de grasmaaier

gebruikt gaat worden zorgvuldig op de aanwe- zigheid van dieren. Dieren kunnen gewond raken tijdens het gebruik van de grasmaaier.

3. Inspecteer het gebied waar de grasmaaier

gebruikt gaat worden zorgvuldig en verwijder alle stenen, stokken, draden, botten en andere vreemde voorwerpen. Weggeworpen voorwer- pen kunnen leiden tot persoonlijk letsel.

4. Voordat u de grasmaaier gebruikt, inspecteert

u altijd of het snijblad en de bijbehorende onderdelen niet zijn versleten of beschadigd. Versleten of beschadigde onderdelen verhogen de kans op letsel.

5. Controleer veelvuldig de grasopvanger op

slijtage en beschadigingen. Een versleten of beschadigde grasopvanger kan de kans op per- soonlijk letsel verhogen.

6. Houd de beschermkappen op hun plaats. De

beschermkappen moeten in werkende staat zijn en goed gemonteerd zijn. Een beschermkap die los zit, beschadigd is of niet goed werkt, kan persoonlijk letsel veroorzaken.66 NEDERLANDS

7. Zorg ervoor dat alle koelluchtinlaten vrij zijn

van vuil. Verstopte luchtinlaten en vuil kunnen leiden tot oververhitting of de kans op brand.

8. Draag tijdens gebruik van de grasmaaier altijd

slipvast veiligheidsschoeisel. Gebruik de grasmaaier niet wanneer u op blote voeten loopt of open sandalen draagt. Dit verkleint de kans op letsel aan uw voeten door contact met het bewegende snijblad.

9. Draag tijdens gebruik van de grasmaaier altijd

een lange broek. Blootliggende huid verhoogt de kans op letsel door weggeworpen voorwerpen.

10. Gebruik de grasmaaier niet op nat gras. Loop

gewoon en ren niet. Dit verkleint de kans op uit- glijden en vallen die kunnen leiden tot persoonlijk letsel.

11. Gebruik de grasmaaier niet op zeer steile

hellingen. Dit verkleint de kans op verlies van controle, uitglijden en vallen die kunnen leiden tot persoonlijk letsel.

12. Verzeker u bij het werken op hellingen er altijd

van dat u stevig staat, werk altijd dwars op de helling, nooit hellingopwaarts of -afwaarts, en wees uiterst voorzichtig bij het veranderen van richting. Dit verkleint de kans op verlies van controle, uitglijden en vallen die kunnen leiden tot persoonlijk letsel.

13. Wees uiterst voorzichtig wanneer u de gras-

maaier achteruit laat rijden of naar u toe trekt. Wees u altijd bewust van uw omgeving. Dit verkleint de kans op struikelen tijdens gebruik.

14. Raak het snijblad en andere gevaarlijke

bewegende delen niet aan terwijl deze nog bewegen. Dit verkleint de kans op letsel door bewegende delen.

15. Bij het verwijderen van vastgelopen materiaal

of het schoonmaken van de grasmaaier verze- kert u zich ervan dat alle aan-uitschakelaars uit staan en de accu is losgekoppeld. Onverwachts in werking treden van de grasmaaier kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betref- fende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstige verwondingen. BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN WAARSCHUWING: Lees alle veiligheids- waarschuwingen en alle instructies. Het niet vol- gen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. Instructie

Lees de gebruiksaanwijzingen aandachtig door. Zorg dat u vertrouwd bent met de bedieningsorga- nen en het correcte gebruik van de grasmaaier.

Laat nooit kinderen of anderen die niet vertrouwd zijn met deze instructies de grasmaaier bedienen. De toegestane leeftijd van gebruikers kan ook zijn vastgelegd in de plaatselijke wetgeving.

Gebruik de grasmaaier nooit met personen, in het bijzonder kinderen, of huisdieren dicht in de buurt.

4. Onthoud dat de bediener of gebruiker aanspra-

kelijk is voor ongelukken met letsel aan andere personen of schade aan hun eigendommen.

5. Houd toezicht op kinderen om te zorgen dat ze

niet met de grasmaaier gaan spelen.

Lichamelijke conditie - Gebruik de grasmaaier niet onder de invloed van alcohol, stimulerende of verdo- vende middelen, of na het innemen van medicijnen. Voorbereidingen

Draag bij gebruik van de grasmaaier altijd stevig schoeisel en een lange broek. Gebruik de grasmaaier niet wanneer u op blote voeten loopt of open sandalen draagt. Draag geen juwelen of kleding die erg ruim valt of waarvan koordjes of bandjes los bungelen. Deze kunnen door de bewegende delen gegrepen worden.

Inspecteer de grasmaaier vóór gebruik altijd visueel op beschadigde, ontbrekende of verkeerd gemonteerde beschermkappen of schilden.

3. Zorg dat er geen andere personen in de buurt

zijn voordat u met maaien begint. Stop de grasmaaier wanneer er iemand nadert.

4. Steek de contactsleutel pas in de grasmaaier

wanneer die klaar voor gebruik is.

Draag tijdens het gebruik van elektrisch gereedschap altijd een veiligheidsbril om uw ogen te beschermen tegen letsel. De bril moet voldoen aan ANSI Z87.1 in de Verenigde Staten, aan EN 166 in Europa, en aan AS/ NZS 1336 in Australië en Nieuw-Zeeland. In Australië en Nieuw-Zeeland is het wettelijk verplicht om tevens een spatscherm te dragen om uw gezicht te beschermen. Het is de verantwoordelijkheid van de werk- gever om ervoor te zorgen dat geschikte beschermingsmiddelen gebruikt worden door de gebruikers van het gereedschap en anderen in de onmiddellijke omgeving van de werkplek.67 NEDERLANDS

6. Controleer vóór gebruik zorgvuldig de snijbla-

den en de bouten van de snijbladen op barsten of andere beschadigingen. Vervang gebarsten of beschadigde snijbladen of bouten van de snijbladen onmiddellijk.

7. Verwijder vóór het maaien eerst obstakels en

voorwerpen zoals stenen, ijzerdraad, glas, botten en grote takken uit uw werkgebied, om schade aan de grasmaaier en persoonlijk letsel te voorkomen.

8. Als het snijblad van de grasmaaier een voor-

werp raakt, kan ernstig letsel worden veroor- zaakt. Controleer altijd vóór het maaien het gras op voorwerpen die hinder of gevaar kun- nen veroorzaken en verwijder ze op afdoende wijze.

9. Kijk uit voor kuilen, sporen, hobbels, stenen en

andere verborgen voorwerpen. Ongelijkmatig terrein kan leiden tot uitglijden en vallen. In lang gras kunnen obstakels verborgen zitten.

10. Gebruik persoonlijke-veiligheidsmid-

delen. Draag altijd oogbescherming. Veiligheidsmiddelen, zoals stofmaskers, slipvaste veiligheidsschoenen, veiligheidshelm en gehoor- bescherming, gebruikt in toepasselijke situaties, dragen bij tot vermindering van persoonlijk letsel. Bediening

1. Reik niet te ver. Zorg altijd voor een goede

balans. Zorg altijd dat u stevig staat op hellin- gen. Loop gewoon en ren niet.

2. Schakel de grasmaaier uit, verwijder de

contactsleutel, en verzeker u ervan dat alle bewegende delen volledig tot stilstand zijn gekomen: - wanneer u de grasmaaier achterlaat; - voor het ophe󰀨en van een blokkering of het vrijmaken van het uitwerpkanaal; - voor het controleren, reinigen of werken aan de grasmaaier; - na het raken van een vreemd voorwerp. Inspecteer de grasmaaier op beschadigingen en voer reparatiewerkzaamheden uit alvo- rens de grasmaaier opnieuw te starten en te bedienen, - als de grasmaaier op ongebruikelijke manier begint te trillen.

3. Gebruik de grasmaaier in geen geval wanneer

de beveiligingskappen of schermen defect zijn, of wanneer beveiligingsdelen zoals de keerschotten en/of grasmand afwezig zijn.

4. Vermijd het gebruik van de grasmaaier onder

slechte weersomstandigheden, met name wanneer de kans op bliksem bestaat.

5. Draag tijdens het gebruik van de grasmaaier

altijd oogbescherming en stevige schoenen.

6. Gebruik de grasmaaier alleen bij daglicht of

7. Schakel de grasmaaier zorgvuldig in volgens

de voorschriften, met uw voeten op veilige afstand van de snijblad(en).

8. Wees voorzichtig uw handen en voeten niet te

verwonden aan het snijblad.

9. Zorg er altijd voor dat de ventilatieopeningen

10. Maai altijd horizontaal langs een glooiing,

nooit omhoog en omlaag. Wees uiterst voor- zichtig wanneer u op een hellend vlak van richting verandert. Probeer niet om te maaien op al te steile hellingen.

11. Wees uiterst voorzichtig wanneer u de gras-

maaier achteruit laat rijden of naar u toe trekt.

12. Stop de snijblad(en) wanneer u de grasmaaier

moet kantelen om hem te verplaatsen over een ander oppervlak dan gras, en ook wanneer u de grasmaaier vervoert van of naar het te maaien terrein.

13. Kantel de grasmaaier niet wanneer u de motor

inschakelt, behalve wanneer het noodzakelijk is de grasmaaier iets te kantelen om de motor te starten. In dat geval kantelt u hem niet verder dan strikt noodzakelijk en tilt u alleen het van u afgerichte deel iets omhoog. Zorg er altijd voor dat u beide handen op de bedie- ningspositie houdt voordat u de grasmaaier weer op de grond laat zakken.

14. Plaats nooit uw handen of voeten onder of

vlakbij de draaiende onderdelen. Blijf steeds uit de buurt van de uitwerpopening.

15. Vervoer de grasmaaier niet terwijl de gras-

maaier is ingeschakeld.

16. Gebruik de grasmaaier niet wanneer het gras

17. Houd de handgreep altijd stevig vast.

18. Raak het snijblad of andere scherpe randen

niet aan bij het optillen of dragen van de grasmaaier.

19. Houd uw handen en voeten uit de buurt van

het draaiende snijblad. Let op - Het snij- blad blijft nadraaien nadat de grasmaaier is uitgeschakeld.

20. Stop onmiddellijk met het gebruik wanneer u

iets vreemds opmerkt. Schakel de grasmaaier uit en verwijder de contactsleutel. Inspecteer vervolgens de grasmaaier.

21. Als de grasmaaier is uitgerust met een maai-

hoogte-instelling, mag u nooit de maaihoogte veranderen terwijl de grasmaaier draait.

22. Laat de schakelhendel los en wacht tot het

snijblad gestopt is voordat u een tuinpad, trottoir, oprijlaan, straat of weg oversteekt, of enig terrein waar grind ligt. Verwijder de con- tactsleutel ook wanneer u de grasmaaier even achterlaat, wanneer u een eindje verder iets moet oprapen, of als u om enige andere reden afgeleid bent van waar u mee bezig was.

23. Als de grasmaaier een vreemd voorwerp raakt,

gaat u als volgt te werk: - Stop de grasmaaier, laat de schakelhendel los en wacht tot het snijblad helemaal tot stil- stand is gekomen. - Verwijder de contactsleutel en de accu. - Controleer de grasmaaier zorgvuldig op beschadigingen. - Vervang het snijblad als het op enige wijze beschadigd is. Repareer alle beschadigingen voordat u de grasmaaier opnieuw start en in gebruik neemt.

24. Start de grasmaaier niet terwijl u recht voor de

schudden (onmiddellijk controleren) - inspecteer op schade; - vervang of repareer alle beschadigde delen; - controleer op loszittende delen en zet die goed vast.

Richt het uitgeworpen materiaal nooit op iemand. Voorkom dat materiaal wordt uitgewor- pen tegen een muur of obstakel. Het materiaal kan terugkaatsen naar de gebruiker. Zet het snijblad stil wanneer u een verharde ondergrond oversteekt.

27. Trek de grasmaaier niet naar achteren behalve

indien absoluut noodzakelijk. Wanneer u niet anders kan dan de grasmaaier achteruit te bewe- gen vanaf een afrastering of andere, soortgelijke obstructie, kijkt u omlaag en naar achter de gras- maaier vóór en tijdens het achteruit bewegen.

28. Schakel de motor uit en wacht tot het snijblad

volledig tot stilstand is gekomen, voordat u de grasvanger verwijdert. Denk eraan dat het snijblad blijft nalopen nadat de grasmaaier is uitgeschakeld.

29. Als u het gereedschap op een modderige

ondergrond, natte helling of gladde plaats gebruikt, let u erop dat u stevig staat.

30. Dompel het gereedschap niet onder in een

31. Let bij het gebruik van het gereedschap op

leidingen en kabels. Onderhoud en opslag

Vervang alle versleten of beschadigde onderde- len, voor uw veiligheid. Gebruik uitsluitend origi- nele vervangingsonderdelen en accessoires.

2. Inspecteer en onderhoud de grasmaaier

3. Indien niet in gebruik, bewaart u de grasmaaier

buiten bereik van kinderen.

4. Zorg dat alle moeren, bouten en schroeven

stevig zijn aangedraaid, om het gereedschap veilig te kunnen gebruiken.

5. Controleer veelvuldig de grasmand op slijtage

en beschadigingen. Voor de opslag, verzekert u uzelf ervan dat de grasmand leeg is. Vervang een versleten grasmand uit veiligheidsover- wegingen altijd door een origineel, nieuw vervangingsonderdeel.

6. Gebruik uitsluitend de in deze handleiding

door de fabrikant voorgeschreven snijbladen.

7. Wees uiterst voorzichtig tijdens het bijstellen

van de grasmaaier om te voorkomen dat uw vingers bekneld raken tussen het draaiende snijblad en de vaste delen van de grasmaaier.

9. Laat de grasmaaier altijd eerst afkoelen voor-

10. Onthoud goed bij onderhoud aan de snijbla-

den dat ook als de stroom is uitgeschakeld, de snijbladen nog wel kunnen bewegen.

11. Haal de veiligheidsvoorzieningen niet uit

elkaar en knoei er niet aan. Controleer regel- matig of ze correct werken. Doe nooit iets dat de beoogde werking van een veiligheidsvoor- ziening hindert of de bescherming die een veiligheidsvoorziening biedt vermindert.

12. Laat het gereedschap niet onbeheerd buiten in

13. Wanneer u de machine opbergt, vermijdt u

direct zonlicht en regen, en bergt u het op een plaats op die niet heet of vochtig wordt. Gebruik en verzorging van gereedschap dat op een accu werkt

Laad alleen op met de acculader aanbevolen door de fabrikant. Een acculader die geschikt is voor een bepaald type accu, kan brandgevaar opleveren indien gebruikt met een ander type accu.

2. Gebruik elektrisch gereedschap uitsluitend

met de daarvoor bestemde accu. Gebruik van andere accu’s kan gevaar voor letsel of brandge- vaar opleveren.

3. Als de accu niet wordt gebruikt, houdt u deze

uit de buurt van metalen voorwerpen, zoals paperclips, muntgeld, sleutels, spijkers, schroeven en andere kleine metalen voorwer- pen die een kortsluiting kunnen veroorzaken tussen de accupolen. Kortsluiting tussen de accupolen kan leiden tot brandwonden of brand.

4. Onder zware gebruiksomstandigheden kan

vloeistof uit de accu komen. Voorkom aanra- king! Als u er per ongeluk mee in aanraking komt, spoelt u het er met water af. Als de vloei- stof in uw ogen komt, raadpleegt u tevens een arts. Vloeistof uit de accu kan irritatie en brand- wonden veroorzaken.

Gebruik geen accu of gereedschap dat bescha- digd of gewijzigd is. Beschadigde of gewijzigde accu’s kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen dat kan leiden tot brand, explosie of gevaar van letsel.

6. Stel een accu of gereedschap niet bloot

aan vuur of buitensporige temperaturen. Blootstelling aan vuur of temperaturen hoger dan 130 °C kunnen een explosie veroorzaken.

7. Volg alle oplaadinstructies en laad de accu

of het gereedschap niet op buiten het tem- peratuurbereik opgegeven in de instructies. Verkeerd opladen of bij een temperatuur buiten het opgegeven bereik kan de accu beschadigen en de kans op brand vergroten. Elektrische veiligheid en accu

1. Werp de accu(’s) niet in een vuur. De accu kan

exploderen. Raadpleeg de lokale regelgeving voor mogelijke speciale verwerkingsvereisten.

2. Open of vervorm de accu(’s) niet. Het elektrolyt

is agressief en kan letsel toebrengen aan de ogen en huid. Het kan giftig zijn bij inslikken.

Laad de accu niet op in de regen of op een natte plaats.

4. Laad de accu niet buitenshuis op.

5. Raak de lader, inclusief de stekker en de con-

tacten van de lader, niet met natte handen aan.

6. Vervang de accu niet in de regen.

7. Laat de aansluitpunten van de accu niet nat

worden met een vloeistof, zoals water, en dompel de accu niet onder. Laat de accu niet in de regen liggen en laad of berg de accu niet op een vochtige of natte plaats op. Als de aan- sluitpunten nat worden of vloeistof binnendringt in de accu, kan kortsluiting ontstaan in de accu en bestaat de kans op oververhitting, brand of explosie.69 NEDERLANDS

8. Nadat de accu vanaf het gereedschap of de

acculader is verwijderd, vergeet u niet het accudeksel op de accu te bevestigen en deze op een droge plaats op te bergen.

9. Vervang de accu niet met natte handen.

10. Vermijd gevaarlijke omgevingen. Gebruik de

machine niet op vochtige of natte plaatsen en stel hem niet bloot aan regen. Als water binnen- dringt in de machine, wordt de kans op een elektri- sche schok groter.

11. Als de accu nat wordt, laat u het water eruit

lopen en veegt u hem af met een droge doek. Laat de accu volledig drogen op een droge plaats voordat u hem gebruikt. Reparatie

Laat uw elektrisch gereedschap repareren door een vakbekwame reparateur die gebruik maakt van uitsluitend identieke vervangingsonderde- len. Zo bent u ervan verzekerd dat de veiligheid van het elektrisch gereedschap behouden blijft.

2. Repareer nooit een beschadigde accu. Het

repareren van een accu mag uitsluitend wor- den uitgevoerd door de fabrikant of een erkend servicecentrum. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betref- fende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstige verwondingen. Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu

1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op

(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.

2. Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem

niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.

3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu

aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand- wonden en zelfs een ontplo󰀩ng veroorzaken.

4. Als elektrolyt in uw ogen is terechtgeko-

men, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.

5. Voorkom kortsluiting van de accu:

(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spij- kers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden, en zelfs defecten.

6. Bewaar en gebruik het gereedschap en de

accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.

7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-

neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontplo󰀨en in het vuur.

8. Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in,

snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp. Dergelijke hande- lingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.

9. Gebruik nooit een beschadigde accu.

10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn

onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke sto󰀨en. Voor commercieel transport en dergelijke door derden en transporteurs moeten speciale vereis- ten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Als voorbereiding van het artikel dat wordt getransporteerd is het noodzakelijk een expert op het gebied van gevaarlijke sto󰀨en te raadplegen. Houd u tevens aan mogelijk strengere nationale regelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afge- dekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.

11. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert

u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.

12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereed-

schappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, bui- tensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt.

13. Als u het gereedschap gedurende een lange

tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.

14. Tijdens en na gebruik, kan de accu heet wor-

den waardoor brandwonden of koude brand- wonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.

15. Raak de aansluitpunten van het gereedschap

niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.

16. Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond

vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Hierdoor kan oververhitting, brand, een barst en een storing in het gereedschap of de accu ontstaan waar- door brandwonden of persoonlijk letsel kunnen ontstaan.

17. Behalve indien gebruik van het gereedschap

is toegestaan in de buurt van hoogspannings- leidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.70 NEDERLANDS

18. Houd de accu uit de buurt van kinderen.

BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’s die zijn gewijzigd, kan ertoe leiden dat de accu ontploft en brand, persoonlijk letsel en schade veroor- zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens- duur van de accu

1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen

is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.

2. Laad een volledig opgeladen accu nooit

opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.

3. Laad de accu op bij een omgevingstempera-

tuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.

4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u

hem vanaf het gereedschap of de lader.

5. Laad de accu op als u deze gedurende een

lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken. MONTAGE WAARSCHUWING: Zorg er altijd voor dat de contactsleutel en de accu zijn verwijderd, alvorens u enig werk aan de grasmaaier gaat uitvoeren. Als u de contactsleutel en de accu niet verwijdert, kan dat leiden tot ernstig persoonlijk letsel als de grasmaaier plotseling zou starten. WAARSCHUWING: Start nooit de grasmaaier voordat het geheel naar behoren is gemonteerd. Het apparaat in een gedeeltelijk gemonteerde toe- stand bedienen, kan na per ongeluk inschakelen leiden tot ernstig persoonlijk letsel. De handgreep aanbrengen KENNISGEVING: Bij het aanbrengen van de handgrepen leidt u de kabel zodanig dat deze niet bekneld raakt door iets tussen de handgrepen. Als de kabel beschadigd is, werkt mogelijk de schakelaar van de grasmaaier niet.

1. Plaats beide uiteinden van de onderste handgreep

in de groeven van het maaidek, draai vervolgens de klemhendels aan en klap tenslotte de klemhendels om. ► Fig.1: 1. Klemhendel 2. Onderste handgreep OPMERKING: Verzeker u ervan dat er geen opening zit tussen de onderste handgreep en het maaidek nadat de klemhendel is omgeklapt. ► Fig.2

2. Lijn de opening in de bovenste handgreep uit

met de opening in de onderste handgreep en steek vervolgens de bout vanaf de buitenkant erdoor, en draai daarna de vingermoer vanaf de binnenkant vast. Voer dezelfde procedure uit aan de andere kant. ► Fig.3: 1. Vingermoer 2. Bout OPMERKING: Houd de bovenste handgreep stevig vast, zodat deze niet uit uw hand valt.

3. Bevestig de kabelklem aan de handgreep. Geleid

de kabel zoals aangegeven in de afbeelding. ► Fig.4: 1. Kabelklem Het mulch-inzetstuk verwijderen

2. Houd het mulch-inzetstuk vast aan het handvat

en trek het uit het maaidek, zoals aangegeven in de afbeelding. ► Fig.6: 1. Handvat 2. Mulch-inzetstuk De grasmand aanbrengen en verwijderen Om de grasmand aan te brengen, volgt u de onder- staande stappen.

2. Pak het handvat van de grasmand vast en haak

vervolgens de grasmand aan de stang van het maai- dek, zoals aangegeven in de afbeelding. ► Fig.8: 1. Stang 2. Handvat 3. Grasmand Om de grasmand te verwijderen, opent u de achterklep en verwijdert u vervolgens de grasmand door het hand- vat vast te pakken. Het mulch-inzetstuk aanbrengen

1. Open de achterklep en verwijder de grasmand.

► Fig.9: 1. Achterklep 2. Grasmand

2. Houd het mulch-inzetstuk vast aan het handvat

en plaats het vervolgens in het maaidek door het er zo ver mogelijk in te duwen, zoals aangegeven in de afbeelding. ► Fig.10: 1. Handvat 2. Mulch-inzetstuk71 NEDERLANDS

FUNCTIES De accu aanbrengen en verwijderen LET OP: Schakel het apparaat altijd uit voor- dat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het apparaat en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het apparaat en de accu niet stevig vast- houdt, kunnen deze uit uw handen glippen waardoor het apparaat of de accu kan worden beschadigd of persoonlijk letsel kan worden veroorzaakt. LET OP: Zorg dat u voor gebruik het accu- deksel stevig afsluit. Anders zou er modder, vuil en water in kunnen komen en het gereedschap of de accu kunnen beschadigen. LET OP: Schuif de accu altijd volledig naar binnen totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het apparaat vallen en letsel veroorzaken bij u of anderen in uw omgeving. LET OP: Druk de accu er niet met kracht in. Als de accu er niet soepel in schuift, houdt u die waar- schijnlijk in de verkeerde stand. LET OP: Houd het accudeksel stevig vast tij- dens het aanbrengen of verwijderen van de accu. De accu aanbrengen:

1. Open het accudeksel terwijl u de ontgrendelknop

ingedrukt houdt. ► Fig.11: 1. Accudeksel 2. Ontgrendelknop

2. Lijn de lip op de accu uit met de gleuf in de gras-

maaier en schuif daarna de accu erin tot deze met een klikgeluid op zijn plaats wordt vergrendeld. ► Fig.12: 1. Accu

3. Steek de contactsleutel in op de plaats die in de

afbeelding is aangegeven, zover de sleutel gaat. ► Fig.13: 1. Contactsleutel

4. Sluit het accudeksel stevig.

De accu uit de grasmaaier verwijderen:

1. Open het accudeksel terwijl u de ontgrendelknop

2. Trek de accu uit de grasmaaier terwijl u de knop

aan de voorkant van de accu verschuift.

3. Trek de contactsleutel eruit.

4. Sluit het accudeksel.

Beveiligingssysteem voor apparaat/ accu Het apparaat is uitgerust met een beveiligingssysteem voor apparaat/accu. Dit systeem schakelt automatisch de voeding naar de motor uit om de levensduur van het apparaat en de accu te verlengen. Het apparaat kan tij- dens het gebruik automatisch stoppen als het apparaat of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld. Overbelastingsbeveiliging Als de machine/accu wordt gebruikt op een manier waardoor een abnormaal hoge stroom wordt getrokken, stopt het apparaat automatisch en brandt het indica- torlampje rood. Wanneer dat gebeurt, schakelt u de machine uit en stopt u de toepassing die ertoe leidde dat de machine overbelast raakte. Schakel vervolgens de machine in om hem weer te starten. Oververhittingsbeveiliging Wanneer het apparaat oververhit is, stopt het apparaat automatisch en gaat het indicatorlampje rood branden. Laat het apparaat afkoelen voordat u het apparaat weer inschakelt. Beveiliging tegen te ver ontladen Wanneer de acculading laag wordt, stopt het apparaat automatisch en gaat het indicatorlampje rood branden. Als het apparaat niet werkt, ook niet wanneer de scha- kelaars worden bediend, verwijdert u de accu vanaf het apparaat en laadt u de accu op. Beveiliging tegen andere oorzaken Het beveiligingssysteem is ook ontworpen voor andere oorzaken die de machine kunnen beschadigen, en zorgt ervoor dat de machine automatisch stopt. Voer alle volgende stappen uit om de oorzaken op te he󰀨en, wanneer de machine tijdelijk is onderbroken of tijdens het gebruik is gestopt.

1. Schakel de machine uit en schakel hem daarna

weer in om hem opnieuw te starten.

2. Laad de accu('s) op of vervang hem/ze door (een)

Als geen verbetering optreedt nadat het beveiligings- systeem is gereset, neemt u contact op met uw lokale Makita-servicecentrum. OPMERKING: Het moment waarop de lamp gaat branden is afhankelijk van de temperatuur op de werkplek en de toestand van de accu. De resterende acculading controleren ► Fig.14: 1. Indicatorlampje Als de resterende acculading laag wordt, knippert het indicatorlampje rood. Bij verder gebruik stopt het appa- raat en brandt het indicatorlampje rood. Laad in dat geval de accu op.72 NEDERLANDS De resterende acculading controleren Alleen voor accu’s met indicatorlampjes ► Fig.15: 1. Indicatorlampjes 2. Testknop Druk op de testknop op de accu om de resterende acculading te zien. De indicatorlampjes branden gedu- rende enkele seconden. Indicatorlampjes Resterende acculading Brandt Uit Knippert 75% tot 100% 50% tot 75% 25% tot 50% 0% tot 25% Laad de accu op. Er kan een storing zijn opgetreden in de accu. OPMERKING: Afhankelijk van de gebruiksomstan- digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge- lijk dat de aangegeven acculading verschilt van de werkelijke acculading. OPMERKING: Het eerste (meest linker) indicator- lampje knippert wanneer het accubeveiligingssys- teem in werking is getreden. De trekkerschakelaar gebruiken WAARSCHUWING: Alvorens u de accu aan- brengt, controleert u eerst of de schakelhendel goed werkt en bij loslaten automatisch naar de oorspronkelijke stand terugkeert. Bediening van het apparaat met een schakelaar die niet goed werkt kan leiden tot ongecontroleerde bewegingen, met kans op ernstig lichamelijk letsel. OPMERKING: De grasmaaier start niet zonder dat u de schakelknop indrukt, ook al trekt u de schakel- hendel in. OPMERKING: De grasmaaier start mogelijk niet vanwege overbelasting wanneer u lang of dicht gras in één keer probeert te maaien. Stel in dat geval de maaihoogte hoger in. Deze grasmaaier is voorzien van een contactsleutel en een handgreepschakelaar. Als er iets niet in orde is met één van deze twee schakelaars, staakt u onmiddellijk het gebruik en laat u ze controleren bij uw dichtstbij- zijnde erkende Makita-servicecentrum.

1. Breng de accu aan. Plaats de contactsleutel en

sluit daarna het accudeksel stevig. ► Fig.16: 1. Accu 2. Contactsleutel

2. Druk op de schakelknop en houd deze ingedrukt.

draaien. De grasmaaier blijft draaien totdat u de scha- kelhendel loslaat.

Laat de schakelhendel los om de motor te stoppen. De maaihoogte instellen WAARSCHUWING: Plaats bij het instellen van de maaihoogte nooit uw hand of voet onder de grasmaaierbehuizing. WAARSCHUWING: Controleer vóór het gebruik zorgvuldig of de hendel juist in de gleuf valt. WAARSCHUWING: Raak het draaiende snij- blad niet aan. De maaihoogte is instelbaar binnen een bereik van 20 mm tot 75 mm. Verwijder de contactsleutel en trek vervolgens de maai- hoogte-instelhendel tot buiten het maaidek en verplaats deze naar de gewenste maaihoogte. ► Fig.18: 1. Maaihoogte-instelhendel De onderstaande tabel toont het verband tussen het cijfer op het maaidek en de maaihoogte bij benadering. Cijfer Maaihoogte 1 20 mm 2 26 mm 3 33 mm 4 42 mm 5 52 mm 6 62 mm 7 71 mm 8 75 mm OPMERKING: De waarden voor de maaihoogte mogen slechts als richtlijn worden gebruikt. Afhankelijk van de toestand van het gazon en de ondergrond, kan de daadwerkelijke gazonhoogte iets afwijken van de ingestelde hoogte. OPMERKING: Met een maaiproef in een min- der opvallende plaats kunt u door uitproberen de gewenste hoogte vinden. Grasniveau-indicator ► Fig.19: 1. Grasniveau-indicator De grasniveau-indicator geeft de hoeveelheid gemaaid gras aan.

  • Zolang de grasmand nog niet vol is, zal de indica- tor tijdens het maaien blijven zweven.
  • Wanneer de grasmand vol is, zal de indicator tijdens het maaien niet meer zweven. In dat geval stopt u onmiddellijk met maaien en leegt u de grasmand. Na het legen van de grasmand reinigt u die zo dat er weer lucht door de mazen stroomt. OPMERKING: Deze indicator is slechts een grove richtlijn. Afhankelijk van de toestand binnenin de gras- mand,werkt deze indicator niet altijd goed.73 NEDERLANDS De hoogte van de handgreep afstellen WAARSCHUWING: Raak het draaiende snij- blad niet aan. LET OP: Voordat u de bouten verwij- dert, houdt u de bovenste handgreep stevig vast. Anders kan de handgreep vallen en letsel veroorzaken. De hoogte van de handgreep kan worden afgesteld op drie hoogten.

1. Draai de vingermoeren van de handgreep los en

verwijder vervolgens de bouten en vingermoeren. ► Fig.20: 1. Vingermoer

2. Stel de hoogte van de handgreep af.

3. Steek de bouten vanaf de buitenkant erdoor en

draai daarna de vingermoeren vanaf de binnenkant vast. Het mulch-inzetstuk gebruiken Het mulch-inzetstuk maakt het mogelijk om het maaisel naar de grond terug te voeren zonder het maaisel op te vangen in de grasmand. Wanneer u het apparaat met het mulch-inzetstuk gebruikt, moet u de grasmand verwijderen. KENNISGEVING: Wanneer u de machine met het mulch-inzetstuk gebruikt, verzekert u zich ervan dat de totale lengte van het gras na het maaien 30 mm of meer is, en de maailengte 15 mm of minder is. ► Fig.21: (1) 30 mm of meer (2) 15 mm of minder BEDIENING Maaien WAARSCHUWING: Voor het maaien verwij- dert u alle takken en stenen van het te maaien terrein. Bovendien kunt u beter ook van tevoren alle onkruid uit het te maaien grasveld wieden. WAARSCHUWING: Draag bij het maaien altijd een beschermende bril of een veiligheidsbril met volledig gesloten zijkantbescherming. LET OP: Als het maaisel of een vreemd voor- werp zich ophoopt binnenin het maaidek, moet u eerst de contactsleutel en accu verwijderen, en handschoenen aantrekken voordat u het maaisel of vreemde voorwerp verwijdert. KENNISGEVING: Gebruik deze machine alleen voor het maaien van een gazon. Maai geen onkruid met deze machine. ► Fig.22 Houd bij het maaien de handgreep met beide handen stevig vast. De richtlijn voor de maaisnelheid is ongeveer 2 tot 4 seconden per 1 meter. ► Fig.23 De middellijnen van de voorwielen kunnen worden gebruikt als richtlijn voor de maaibreedte. Gebruik de middellijnen als richtlijn bij het maaien in banen. Overlap elke baan met de helft of een derde van de breedte van de vorige baan om het gazon gelijkmatig te maaien. ► Fig.24: 1. Maaibreedte 2. Overlapping 3. Middenlijn Verander de maairichting bij elke baan om te voorko- men dat het graspatroon in één richting wordt gevormd. ► Fig.25 Controleer regelmatig het gemaaide gras in de gras- mand. Leeg de grasmand voordat deze vol raakt. Vóór elke periodieke inspectie dient u de grasmaaier uit te schakelen en daarna de contactsleutel en de accu te verwijderen. KENNISGEVING: Als u de grasmaaier gebruikt met een volle grasmand kan het snijblad niet soe- pel draaien, hetgeen de motor overmatig belast, waardoor de kans op defecten toeneemt. Maaien van erg lang gras Probeer niet om erg lang gras in één keer kort te maaien. Maai uw gazon liever in meerdere maaibeur- ten. Laat een dag of twee tussen de maaibeurten, tot uw gehele gazon gelijkmatig kort is. OPMERKING: Als u erg lang gras in één keer hele- maal kort maait, kan het gras afsterven. Tevens kan de binnenkant van het maaidek verstopt raken door het gemaaide gras. De grasmand legen WAARSCHUWING: Om ongelukken te voor- komen, controleert u regelmatig de grasmand op schade of verzwakking door slijtage. Vervang zo nodig de grasmand.

1. Laat de schakelhendel los.

2. Verwijder de contactsleutel.

3. Open de achterklep en verwijder de grasmand

door het handvat vast te pakken. ► Fig.26: 1. Achterklep 2. Handvat

4. Leeg de grasmand.74 NEDERLANDS

ONDERHOUD WAARSCHUWING: Zorg altijd dat de con- tactsleutel en de accu uit de grasmaaier zijn verwijderd voordat u de grasmaaier opbergt of draagt, of voordat u inspectie of onderhoud gaat verrichten. WAARSCHUWING: Verwijder altijd de con- tactsleutel wanneer de grasmaaier niet in gebruik is. Bewaar de contactsleutel op een veilige plaats, buiten bereik van kinderen. WAARSCHUWING: Draag handschoenen bij het verrichten van inspectie of onderhoud. WAARSCHUWING: Draag bij het verrichten van inspectie of onderhoud altijd een bescher- mende bril of een veiligheidsbril met zijkappen. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijd met gebruik van Makita-vervangingsonderdelen. Onderhoud

1. Verwijder de contactsleutel en accu en sluit

daarna het accudeksel.

2. Leg de grasmaaier op zijn zijkant. Reinig het

maaisel dat zich heeft opgehoopt op de onderkant van het maaidek.

3. Giet water op de onderkant van het gereedschap

waaraan het snijblad is bevestigd. KENNISGEVING: Was het gereedschap niet met water onder hoge druk.

5. Inspecteer de bewegende onderdelen op schade,

defecten en slijtage. Beschadigde of ontbrekende onderdelen moeten worden gerepareerd of vervangen.

6. Berg de grasmaaier op een veilige plaats op bui-

ten bereik van kinderen. Opslag LET OP: Wanneer u de machine rechtop zet, plaatst u de machine op een vlakke en stabiele ondergrond. Als de machine op een instabiele ondergrond wordt geplaatst, kan de machine omval- len en letsel veroorzaken. Berg de grasmaaier binnenshuis op, in een koele, droge en afgesloten ruimte. Berg de grasmaaier en de accula- der niet op op een plaats waar de temperatuur tot 40 °C of hoger kan oplopen.

1. Verwijder de accu en de contactsleutel.

2. Verwijder de grasmand.

3. Klap de klemhendels naar buiten, vouw daarna de

handgreep voorover en klap vervolgens de klemhen- dels terug. ► Fig.27: 1. Klemhendel

4. Draai de vingermoeren van de handgreep los en

klap vervolgens de bovenste handgreep dubbel. ► Fig.28: 1. Vingermoer 2. Bovenste handgreep

5. Zet de machine rechtop.

OPMERKING: Wanneer u de grasmaaier rechtop zet, mag u niet alleen de handgreep vastpakken, maar pakt u het maaidek en de handgreep vast.

6. Berg de grasmand op tussen de handgreep en de

grasmaaierbehuizing. ► Fig.29: 1. Grasmand De grasmaaier dragen LET OP: Voordat u de grasmaaier draagt, ver- zekert u zich ervan dat de accu en contactsleutel zijn verwijderd. Wanneer u de grasmaaier draagt, houdt u het ach- terhandvat en de onderste draaggreep aan de voor- kant van de machine vast, zoals aangegeven in de afbeelding. ► Fig.30: 1. Onderste draaggreep 2. Achterhandvat Het snijblad van de grasmaaier aanbrengen of verwijderen WAARSCHUWING: Verwijder altijd eerst de contactsleutel en de accu voordat u het snijblad gaat verwijderen of aanbrengen. Als u de contact- sleutel en de accu niet verwijdert, kan dat leiden tot ernstig letsel. WAARSCHUWING: Nadat de schakelhen- del is losgelaten, blijft het snijblad nog enkele seconden nadraaien. Voer geen enkele handeling uit voordat het snijblad volledig tot stilstand is gekomen. WAARSCHUWING: Draag bij het hanteren van het snijblad altijd handschoenen. Het snijblad van de grasmaaier verwijderen

1. Leg de grasmaaier zodanig op zijn zijkant dat de

maaihoogte-instelhendel bovenop komt.

2. Om het snijblad te blokkeren, steekt u een schroe-

vendraaier of soortgelijk gereedschap in de opening in het maaidek.

3. Draai de bout linksom los met de sleutel.

► Fig.31: 1. Snijblad van de grasmaaier 2. Sleutel

3. Schroevendraaier 4. Opening

4. Verwijder de bout en het snijblad in die volgorde.

► Fig.32: 1. Snijbladvoet 2. Snijblad van de gras- maaier 3. Bout75 NEDERLANDS Het snijblad van de grasmaaier monteren Om het snijblad van de grasmaaier aan te brengen, volgt u de verwijderingsprocedure in omgekeerde volgorde. WAARSCHUWING: Breng het snijblad van de grasmaaier zorgvuldig aan. Het heeft een boven- en onderkant. WAARSCHUWING: Draai de bout rechtsom stevig aan om het snijblad vast te zetten. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het snij- blad van de grasmaaier en alle bevestigingsdelen correct zijn aangebracht en stevig zijn vastgezet. WAARSCHUWING: Als u het snijblad ver- vangt, volgt u altijd de instructies die in deze handleiding worden gegeven. PROBLEMEN OPLOSSEN Alvorens u verzoekt om reparatie, kunt u zelf als volgt het probleem opsporen en oplossen. Als u een probleem ondervindt dat niet in deze gebruiksaanwijzing wordt beschreven, mag u niet proberen het apparaat uit elkaar te halen. Laat reparaties over aan een erkend Makita-servicecentrum, uitsluitend met gebruik van originele Makita-vervangingsonderdelen. Probleemomschrijving Waarschijnlijke oorzaak (storing) Oplossing De grasmaaier start niet. De accu is niet aangebracht. Breng een opgeladen accu aan. Probleem met de accu (onvoldoende spanning) Laad de accu op. Als het opladen geen e󰀨ect heeft, vervangt u de accu. De contactsleutel is niet ingestoken. Steek de contactsleutel er in. Na kortstondig gebruik stopt de motor al gauw. De accu is bijna leeg. Laad de accu op. Als het opladen geen e󰀨ect heeft, vervangt u de accu. De maaihoogte is te laag. Vergroot de maaihoogte. Het maximale motortoerental wordt niet bereikt. De accu is niet juist aangebracht. Breng de accu aan zoals beschreven in deze handleiding. De accuspanning valt weg. Laad de accu op. Als het opladen geen e󰀨ect heeft, vervangt u de accu. Het aandrijfsysteem werkt niet goed. Vraag uw plaatselijke erkende servicecentrum om reparatie. Het snijblad van de grasmaaier draait niet rond: stop de grasmaaier onmiddellijk! Een vreemd voorwerp, zoals een tak, is vastgeraakt dichtbij het snijblad. Verwijder het vreemde voorwerp. Het aandrijfsysteem werkt niet goed. Vraag uw plaatselijke erkende servicecentrum om reparatie. Abnormale trillingen: stop de grasmaaier onmiddellijk! Het snijblad is niet meer gebalanceerd, of overmatig of ongelijkmatig gesleten. Vervang het snijblad. OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita- apparaat dat in deze gebruiksaanwijzing wordt beschreven. Het gebruik van andere accessoires of hulpstukken kan gevaar voor persoonlijke verwonding opleveren. Gebruik accessoires of hulpstukken uit- sluitend voor de aangegeven doeleinden. Wenst u meer bijzonderheden over deze acces- soires, neem dan contact op met het plaatselijke Makita-servicecentrum.

  • Snijblad van de grasmaaier
  • Originele Makita-accu en -acculader OPMERKING: Sommige items op de lijst kunnen zijn inbegrepen in de doos van het product als stan- daard toebehoren. Deze kunnen van land tot land verschillen.76 ESPAÑOL ESPAÑOL (Instrucciones originales) ESPECIFICACIONES Modelo: DLM330 Anchura de la siega (diámetro de la cuchilla) 330 mm Velocidad en vacío 4.300 min