PARKSIDE PTKS 2000 G5 - Niet gecategoriseerd

PTKS 2000 G5 - Niet gecategoriseerd PARKSIDE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis PTKS 2000 G5 PARKSIDE in PDF-formaat.

📄 140 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice PARKSIDE PTKS 2000 G5 - page 48
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : PARKSIDE

Model : PTKS 2000 G5

Categorie : Niet gecategoriseerd

Download de handleiding voor uw Niet gecategoriseerd in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PTKS 2000 G5 - PARKSIDE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PTKS 2000 G5 van het merk PARKSIDE.

GEBRUIKSAANWIJZING PTKS 2000 G5 PARKSIDE

NL / BE Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing Pagina

  • Inhoud Inleiding p. 48
  • Gebruiksdoel p. 48
  • Algemene beschrving p. 49
  • Omvang van de levering p. 49
  • Overzicht p. 49
  • Beschrving van de werking p. 49
  • Technische gegevens p. 49
  • Veiligheidsinstructies p. 50
  • Symbolen en pictogrammen p. 50
  • Algemene veiligheidsinstructies voor elektrisch gereedschap p. 51
  • Veiligheidsinstructies voor tafelcirkelzagen p. 52
  • Veiligheidsaanwzingen voor de omgang met de laser p. 53
  • Veiligheidsaanwzingen voor de omgang met batteren p. 53
  • Elektrische aansluiting p. 54
  • Belangrke aanwzingen p. 54
  • Defecte elektrische aansluitkabel p. 54
  • Wisselstroommotor p. 54
  • Montage p. 55
  • Montage, onderdelen vervangen en instellingen p. 55
  • Montage van frame en tafelverbreding p. 55
  • Tafelinleg vervangen p. 55
  • Montage/vervanging van het zaagblad p. 55
  • Spltwig monteren / instellen; Batter plaatsen p. 56
  • Zaagbladbeschermer monteren / demonteren p. 56
  • Afzuiginrichting aansluiten p. 56
  • Voor ingebruikname p. 56
  • Bediening p. 56
  • Aan-, uitschakelen p. 56
  • Toerental wzigen p. 56
  • Instellen van de zaagdiepte p. 57
  • Werken met de parallelaanslag p. 57
  • Instellen van de zaagbreedte p. 57
  • Aanslaglengte instellen p. 57
  • Afstelling van de parallelaanslag p. 57
  • Schaal van parallelaanslag afstellen p. 57
  • Dwarsaanslag p. 57
  • Hoekinstelling p. 57
  • Gebruik van de laser p. 57
  • Afstellen van de laser p. 57
  • Bedrf p. 58
  • Werkinstructies p. 58
  • Uitvoering van zaagbewerkingen in lengterichting p. 58
  • Zagen van smalle werkstukken p. 58
  • Zagen van zeer smalle werkstukken p. 58
  • Uitvoering van zaagbewerkingen onder verstek p. 58
  • In dwarsrichting zagen p. 58
  • Het zagen van spaanplaat p. 58
  • Transport p. 58
  • Reiniging en onderhoud p. 59
  • Reiniging p. 59
  • Algemene onderhoudswerkzaamheden p. 59
  • Bewaring p. 59
  • Afvalverwerking en milieubescherming p. 59
  • Reserveonderdelen/Accessoires p. 59
  • Garantie p. 60
  • Reparatieservice p. 60
  • Service-Center p. 60
  • Importeur p. 60
  • Foutopsporing p. 61
  • Vertaling van de originele CE-conformiteitsverklaring Inleiding Hartelk gefeliciteerd met de aankoop van uw nieuw apparaat. Daarmee hebt u voor een hoogwaardig product gekozen. Dit apparaat werd tdens de productie op kwaliteit gecontroleerd en aan een eindcontrole onderworpen. De functionaliteit van uw apparaat is bgevolg verzekerd. De gebruiksaanwzing vormt een bestanddeel van dit pro- duct. Ze omvat belangrke aanwzingen voor veiligheid, gebruik en afvalverwdering. Maak u vóór het gebruik van het product met alle bedienings- en veiligheidsinstructies vertrouwd. Gebruik het product uitsluitend zoals beschreven en voor de aan- gegeven toepassingsgebieden. Bewaar de handleiding goed en overhandig alle documenten b het doorgeven van het product mee aan derden. Gebruiksdoel De tafelcirkelzaag dient voor het zagen van hout van alle moge- lk soorten in lengte- en dwarsrichting (alleen met dwarsaanslag) in overeeenstemming met het machineformaat. Rondhout van wel- ke aard dan ook mag niet worden gezaagd. De machine mag uitsluitend voor haar beoogde gebruiksdoel worden gebruikt. Elk ander gebruik geldt als oneigenlk en daarom niet toegelaten gebruik. Voor daaruit voortvloeiende schades en letsels is alleen de gebruiker/bediener aansprakelk en niet de fabrikant. Er mogen voor de machine alleen geschikte zaagbladen (HM- of CV-zaagbladen) worden gebruikt. Het gebruik van HSS-zaagbladen en slpschven van welke aard dan ook is verboden. Een integraal onderdeel van het gebruik voor het beoogde gebruiksdoel is de naleving van de veiligheids- aanwzingen, de montage-instructies en de bedieningsinstructies in de gebruiksaanwzing. Personen die de machine bedienen en onderhouden, moeten daarmee vertrouwd zn en moeten op mogelke gevaren attent gemaakt zn. Bovendien dienen de voorschriften voor de ongevallenpreventie strikt nageleefd te worden. De overige algemene voorschriften op arbo-medisch en veiligheidstechnisch gebied dienen in acht genomen te worden. Let op! B he gebruik van apparaten moeten enkele veiligheidsmaatrege- len in acht worden genomen om letsels en schade te vermden. Lesen daarom de gebruiksaanwzing / veiligheidsaanwzingen zorgvuldig door. Bewaar deze zorgvuldig, zodat u te allen tde over de informatie kunt beschikken. Mocht u de machine op enige moment aan derden overdragen, dan zou u deze ge- bruiksaanwzing incl. veiligheidsaanwzingen ook mee moeten geven. W aanvaarden geen aansprakelkheid voor ongelukken of schaes die het resultaat zn van het negeren van deze hand- leiding en van de veiligheidsaanwzingen. W stellen ons als fa- brikant niet aangesprakelk voor de gevolgen van eigenmachtige modicaties en de daaruit resulterende schade. Ook b correct gebruik voor het beoogde gebruiksdoel kunnen bepaalde restrisi- co‘sniet volledig worden uitgesloten. Op basis van de constructie en de opbouw van de machine kunnen de volgende gevaren / risico‘s optreden: p. 131
  • Aanraking van het zaagblad in de niet afgedekte zone
  • In het lopende zaagblad grpen (snwonden)NL BE

4 Zaagblad (niet zichtbaar) 5 Tafelinleg 6 Tafelverbreding 7 Geleiderail 8 Schaal 9 Handwiel 10 Onderstel 11 Klemschroef 12 Kruk 13 Aan/uit-schakelaar 14 Toerentalschakelaar 15 Excenterhendel 16 Parallelaanslag

26 Verzonken schroeven tafelinleg

32 Schroef met kartelmoer en borgring

33 Groef 34 Kartelschroef 35 Aanslagrail 36 Dwarsaanslag Beschrving van de werking De tafelcirkelzaag dient voor het zagen van hout van alle moge- lk soorten in lengte- en dwarsrichting (alleen met dwarsaanslag) in overeeenstemming met het machineformaat. Rondhout van wel- ke aard dan ook mag niet worden gezaagd. Technische gegevens Tafelcirkelzaag .................................................... PTKS 2000 G5 Wisselstroommotor ....................................230-240 V~; 50 Hz Onbelast toerental n

  • Terugslag van werkstukken en werkstukdelen
  • Wegspringen van hardmetalen fragmenten van een defect zaagblad
  • Gehoorschade, wanneer de noodzakelke gehoorbescher- ming niet wordt gebruikt.
  • Houtstofemissies zn schadelk voor de gezondheid b ge- bruik van de machine in gesloten ruimtes. W wzen u erop dat onze apparaten - zoals vermeld onder het beoogde gebruiksdoel - niet geconstrueerd zn voor commerci- eel, professioneel of industrieel gebruik. We aanvaarden geen aansprakelkheid en bieden geen garantie, wanneer het appa- raat in commerciële, ambchtelke of industriële bedrven of voor daarmee gelk te stellen activiteiten wordt gebruikt. Algemene beschrving Omvang van de levering Pak het apparaat uit en controleer, of de inhoud volledig is: - Zaagtafel met voorgemonteerd hardmetalen zaagblad met 24 tanden. hardmetalen zaagblad met 48 tanden - Zaagbladbeschermer met bevestigingsmateriaal - Spltwig - Laser - Batteren 1,5V AAA (2x) - Geleiderail - Parallelaanslag - Aanslagrail - Dwarsaanslag - Tafelverbreding (2x) - Schuifstok - Standpoten (4x) - Middelstrook, kort (2x) - Middelstrook, lang (2x) - Rubberen voeten (4x) - Standbeugels (2x) - Tafelsteunen kort (4x) - Gebruiksaanwzing Montagemateriaal (a) Zeskantschroef met ens, 16 stuks; (b) Blinde schroef, 20 stuks; (c) U-schf, 20 stuks; (d) Veerring, 20 stuks; (e) Moer, 28 stuks Gereedschap - (h) Inbussleutel HX 6 - (k) Ringsleutel SW 10/22 - (i) Steeksleutel SW 8/10 Benodigde extra gereedschappen - Kruiskopschroevendraaier De afbeeldingen vindt u op de voorste en achterste uitklapbare bladzde. Overzicht

1 Zaagtafel 2 Zaagbladbeschermer 3 Spltwig (niet zichtbaar)NL BE

  • Bedrfsmodus S6 40%: Continubedrf met intermitterende belasting (loopduur 10 min.). Om de motor niet ontoelaatbaar te laten opwarmen mag de motor 40% van de looptd met het aangegeven nominale ver- mogen lopen en moet vervolgens 60% van de looptd zonder last verder lopen. **Bedrfsmodus S1: duurloop met constante belasting Dit apparaat is bedoeld voor aansluiting op een stroomnet met op het overgavepunt (het wandstopcontact) een systeemimpe- dantie Zmax (interne weerstand van het net) van maximaal 0,5367Ohm. De gebruiker moet ervoor zorgen dat het appa- raat uitsluitend wordt aangesloten op een stroomnet dat aan deze voorwaarden voldoet. Indien nodig, kan de systeemimpedantie b het plaatselke energiebedrf worden nagevraagd. - De vermelde totale trillingswaarden en geluidsemissiewaar- den zn gemeten volgens een genormeerde testprocedure en kunnen worden gebruikt om een elektrisch gereedschap met een ander gereedschap te vergelken. - De vermelde totale trillingswaarden en geluidsemissiewaar- den kunnen ook worden gebruikt voor een voorlopige in- schatting van de belasting. Waarschuwing: De trillings- en geluidsemissies kunnen tdens het werkel- ke gebruik van het elektrische gereedschap afwken van de vermelde waarden, afhankelk van de manier waarop het elektrische werktuig wordt gebruikt en vooral van de aard van het bewerkte werkstuk. Er moeten veiligheidsmaatregelen voor de bescherming van de gebruiker worden vastgelegd, die gebaseerd zn op een inschatting van de trillingsbelasting in werkelke gebruiksomstandigheden (hierb moeten rekening worden gehouden met alle onderdelen van de bedrfscyclus, b- voorbeeld die momenten waarop het elektrische apparaat is uitgeschakeld en die momenten waarop het is ingescha- keld maar onbelast draait). Veiligheidsinstructies LET OP! B gebruik van elektrische gereedschappen dienen ter bescherming tegen een risico op een elektrische schok, lichame- lk letsel en brandgevaar de volgende principiële veiligheids- maatregelen in acht te worden genomen. Lees al deze instructies alvorens dit elektrisch werktuig te gebruiken en bewaar de veilig- heidsinstructies op een veilige plek. Symbolen en pictogrammen Symbolen op het apparaat Gebruiksaanwzing raadplegen. Draag een veiligheidsbril. Draag een gehoorbescherming. Draag een ademhalingsbescherming. Let op - Risico op letsel. Grp nooit in het lopende zaag- blad. Apparaat niet blootstellen aan regen. Stel het apparaat niet bloot aan vocht. Werk niet met het apparaat als het regent. Let op! - Laserstraling. Niet in de laserstraal kken. Laser klasse 2 Deze markering is aangebracht aan de zaagbladbeschermer. Beschermingsniveau II (Dubbele isolatie) Machines horen niet b huishoudelk afval thuis. Toerentalschakelaar 3200 min

Toerentalschakelaar 5000 min

Additioneel pictogram op de zaagbladen Let op - een beschadigd zaagblad mag in geen geval ver- der worden gebruikt. Vervang een beschadigd zaagblad per omgaande. Symbolen in de handleiding Gevaarsymbolen met gegevens ter preventie van lichamelke letsels en materiële schade. Gebodsteken (in plaats van het uitroepingsteken is het gebod toegelicht) met gegevens ter preventie van bescha- digingen. Aanwzingsteken met informatie voor een betere omgang met het apparaat. Let op! Gevaar voor ongevallen en letsel door een elektri- sche schok. Trek de netstekker alvorens afstelling, onderhoud of repa- ratie.NL BE

3) Veiligheid van personen

a) Wees aandachtig, let erop wat u doet en ga ver- standig aan het werk met elektrisch gereedschap. Gebruik geen elektrisch gereedschap als u moe bent of onder de invloed van drugs, alcohol of medicnen staat. Een moment van onoplettendheid b het gebruik van het elektrische gereedschap kan tot ernstige ver- wondingen leiden. b) Draag persoonlke beschermingsuitrusting en al- td een beschermbril. Het dragen van een persoonlke beschermingsuitrusting, zoals stofmasker, slipvre veiligheids- schoenen, beschermende helm of gehoorbescherming, al naargelang de aard en de toepassing van het elektrische gereedschap, doet het risico voor verwondingen afnemen. c) Vermd een onopzettelke ingebruikname. Verge- wis u dat het elektrische gereedschap uitgescha- keld is voordat u het op de stroomvoorziening en/ of de accu aansluit, het opneemt of draagt. Als u b het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger aan de schakelaar hebt of het apparaat ingeschakeld p de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot ongevallen leiden. d) Verwder instelgereedschap of schroefsleutel voordat u het elektrische gereedschap inschakelt. Gereedschap of een sleutel, die zich in een draaiend appa- raatonderdeel bevindt, kan tot verwondingen leiden. e) Vermd een abnormale lichaamshouding. Zorg voor een veilige stand en houd te allen tde uw evenwicht. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter controleren. f) Draag geschikte kled. Draag geen ruimzittende kleding of sieraden. Houd haar, kled en hand- schoenen op een veilige afstand tot bewegende onderdelen. Loszittende kled, sieraden of lang haar kan/ kunnen door bewegende onderdelen vastgegrepen worden. g) Wanneer stofafzuig- en opvangsystemen kunnen worden gemonteerd, moeten deze aangesloten worden en correct worden gebruikt. Gebruik van een stofafzuiginrichting kan gevaren door stof doen afnemen. h) Laat u niet verleiden tot een vals gevoel van vei- ligheid en negeer nooit de veiligheidsregels voor elektrische gereedschappen, ook wanneer u na veelvuldig gebruik vertrouwd bent met het elek- trisch gereedschap. Onoplettende handelingen kunnen in fracties van seconden ernstig lichamelk letsel tot gevolg hebben.

4) Gebruik en behandeling van het elektrische ge-

reedschap a) Overbelast het apparaat niet. Gebruik voor uw werk het daarvoor bestemde elektrische gereed- schap. Met het passende elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger in het aangegeven vermogensgebied. b) Gebruik geen elektrisch gereedschap, waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap, dat niet meer in- of uitgeschakeld kan worden, is gevaarlk en moet gerepareerd worden. c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of verwder de afneembare accu, voordat u instellingen aan het apparaat verricht, gebruiksaccessoires verwis- selt of het elektrische gereedschap weglegt.Deze voorzorgsmaatregel voorkomt een onopzettelke start van het elektrische gereedschap. d) Bewaar ongebruikt elektrisch gereedschap buiten het bereik van kinderen. Laat personen het appa- Algemene veiligheidsinstructies voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING! Lees alle veiligheidsaanw- zingen, instructies, borden en technische gege- vens die voor dit elektrische gereedschap gel- den. Verzuim b de naleving van de veiligheidsinstructies en aanwzingen kan een elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken. Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwzing voor de toekomst. Het in de veiligheidsinstructies gebruikte begrip „Elektrisch gereedschap“ heeft betrekking op elektrisch gereedschap met netvoeding (met netsnoer) en op elektrisch gereedschap met bat- tervoeding (zonder netsnoer).

1) Veiligheid op de wekplaats

a) Houd uw werkruimte netjes en goed verlicht. Wan- orde of onverlichte werkomgevingen kunnen tot ongevallen leiden. b) Werk met het elektrische gereedschap niet in een explosieve omgeving, waarin er zich brandbare vloeistoffen, gassen of stoffen bevinden. Elektrisch gereedschap produceert vonken, die het stof of de dampen kunnen doen ontsteken. c) Houd kinderen en andere personen tdens het ge- bruik van het elektrische gereedschap op een vei- lige afstand. In geval van aeiding kunt u de controle over het apparaat verliezen.

2) Elektische veiligheid

a) De aansluitstekker van het elektrische gereed- schap moet in het stopcontact passen. De stekker mag op geen enkele manier veranderd worden. Gebruik geen adapterstekkers samen met geaard elektrisch gereedschap. Ongewzigde stekkers en passende stopcontacten doen het risico voor een elektrische schok afnemen. b) Vermd lichamelk contact met geaarde opper- vlakken, zoals van buizen, verwarmingsinstalla- ties, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico door een elektrische schok als uw lichaam geaard is. c) Houd elektrisch gereedschap op een veilige af- stand tot regen of nattigheid. Het binnendringen van water in elektrisch gereedschap doet het risico voor een elek- trische schok toenemen. d) Gebruik het snoer niet voor een ander doeleinde om het elektrische gereedschap te dragen, op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd het snoer op een veilige afstand tot hitte, olie, scherpe kanten of bewegende appa- raatonderdelen. Beschadigde of verstrikt geraakte snoe- ren doen het risico voor een elektrische schok toenemen. e) Als u met elektrisch gereedschap in de open lucht werkt, maakt u enkel gebruik van verlengsnoe- ren, die ook voor buiten geschikt zn. Het gebruik van een voor buiten geschikt verlengsnoer doet het risico voor een elektrische schok afnemen. f) Wanneer het gebruik van het elektrische gereed- schap in een vochtige omgeving niet te vermden is, gebruik dan een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar reduceert het risico op een elektri- sche schok.NL BE

raat niet gebruiken, die daarmee niet vertrouwd zn of deze aanwzingen niet gelezen hebben. Elektrisch gereedschap is gevaarlk als het door onervaren personen gebruikt wordt. e) Verzorg het elektrische gereedschap en de bbe- horende werktuigen zorgvuldig. Controleer, of be- weegbare onderdelen foutloos functioneren en niet klemmen, of er onderdelen gebroken of zodanig beschadigd zn, dat de werking van het elektrische gereedschap in negatieve zin beïnvloed wordt. Laat beschadigde onderdelen vóór het ge- bruik van het apparaat repareren. Tal van ongevallen hebben hun oorzaak in slecht onderhouden elektrisch gereedschap. f) Houd snd-/snoeigereedschap scherp en netjes. Zorgvuldig onderhouden snd-/snoeigereedschap met scher- pe sndkanten geraken minder gekneld en is gemakkelker te bedienen. g) Gebruik elektrisch gereedschap, toebehoren, ge- bruiksgereedschap enz. in overeenstemming met deze aanwzingen. Houd daarb rekening met de arbeidsomstandigheden en de uit te voeren acti- viteit. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere dan de voorziene toepassingen kan tot gevaarlke situaties leiden. h) Houd grepen en greepvlakken droog, schoon en vr van olie en vet. Gladde grepen en greepvlakken maken het moeilk om elektrisch gereedschap in onvoorziene situaties veilig te bedienen en onder controle te houden.

a) Laat uw elektrisch gereedschap uitsluitend door gekwaliceerd, vakkundig geschoold personeel en enkel met originele reserveonderdelen repareren. Daardoor wordt verzekerd dat de veiligheid van het elektri- sche gereedschap in stand gehouden wordt. Veiligheidsinstructies voor tafelcirkelzagen

1) Veiligheidsinstructies met betrekking tot de veilig-

heidsafdekking a) Laat beschermkappen in gemonteerde toestand. Beschermkappen moeten in functionele staat ver- keren en correct zn aangebracht. Losse, beschadigde of niet juist functionerende beschermkappen moeten worden gerepareerd of vervangen. b) Zorg ervoor dat het zaagblad de beschermkap, de spltwig of het werkstuk niet raakt voordat u het elektrische gereedschap inschakelt. Onbedoeld contact van deze componenten met het zaagblad kan tot een gevaarlke situatie leiden. c) Stel de spltwig af zoals beschreven in deze ge- bruiksaanwzing. Een onjuiste afstand, positie en uitl- ning kunnen betekenen dat de spltwig niet effectief is in het voorkomen van terugslag. d) Om de spltwig te laten functioneren, moet het op het werkstuk inwerken. B sneden in werkstukken die te kort zn om de spltwig te laten aangrpen, is de spltwig niet effectief. Onder deze omstandigheden kan terugslag niet worden voorkomen door de spltwig. e) Gebruik het juiste zaagblad voor de spltwig. Voor een goede werking van de spltwig moet de zaagbladdiame- ter passen b de corresponderende spltwig, moet het blad van het zaagblad dunner zn dan de spltwig en moet de tandbreedte groter zn dan de dikte van de spltwig.

2) Veiligheidsinstructies voor zaagprocessen

GEVAAR: Houd uw vingers en handen uit de buurt van het zaagblad of het te zagen gebied. Een moment van onoplettendheid of uitglden kan uw hand naar het zaagblad trekken en ernstig letsel veroorzaken. b) Voer het werkstuk alleen tegen de draairichting in naar het zaagblad toe. Als u het werkstuk in dezelfde richting toevoert als de draairichting van het zaagblad boven de tafel, kan dit ertoe leiden dat het werkstuk en uw hand in het zaagblad worden getrokken. c) Gebruik b het maken van langssnedes nooit de verstekaanslag om het werkstuk aan te voeren, en gebruik nooit de parallelaanslag om de lengte aan te passen b het maken van dwarssneden met de verstekaanslag. Gelktdig geleiden van het werkstuk met de parallelaanslag en de verstekaanslag ver- groot de kans dat het zaagblad vastloopt en terugslag op- treedt. d) Oefen b het maken van langssnedes altd de voedingskracht op het werkstuk uit tussen de aan- slagrail en het zaagblad. Gebruik een duwstok als de afstand tussen de aanslagrail en het zaagblad kleiner is dan 150 mm en een duwblok als de afstand kleiner is dan 50 mm. Dergelke werkhulpmid- delen zorgen ervoor dat uw hand op veilige afstand van het zaagblad blft. e) Gebruik alleen de duwstok die door de fabrikant is geleverd of die is vervaardigd volgens de in- structies. De duwstok zorgt voor voldoende afstand tussen hand en zaagblad. f) Gebruik nooit een beschadigde of gezaagde duw- stok. Een beschadigde duwstok kan breken en ervoor zor- gen dat uw hand bekneld raakt in het zaagblad. g) Werk niet “onderhands”. Gebruik altd de paral- lelaanslag of de verstekaanslag om het werkstuk te positioneren en te geleiden. „Onderhands“ betekent het werkstuk ondersteunen of geleiden met uw handen in plaats van met een parallelle aanslag of verstekaanslag. Onderhands zagen leidt tot verkeerde uitlning, vastlopen en terugslag. h) Reik nooit rond of over een roterend zaagblad. Het reiken naar een werkstuk kan leiden tot onbedoeld contact met het roterende zaagblad.

i) Ondersteun lange en/of brede werkstukken ach-

ter en/of aan de zkant van de zaagtafel zodat ze horizontaal blven. Lange en/of brede werkstukken heb- ben de neiging om op de rand van de zaagtafel te kantelen; dit leidt tot controleverlies, vastlopen van het zaagblad en terugslag. j) Voer het werkstuk gelkmatig toe. Buig of draai het werkstuk niet. Als het zaagblad vastloopt, moet u het elektrische gereedschap onmiddellk uitschakelen, de stekker uit het stopcontact trek- ken en de oorzaak van het vastlopen verhelpen. Het vastlopen van het zaagblad door het werkstuk kan terug- slag of blokkering van de motor veroorzaken. k) Verwder geen afgesneden materiaal terwl de zaag draait. Afgezaagd materiaal kan vast komen te zitten tussen het zaagblad en de aanslagrail of in de beschermkap en kunnen uw vingers in het zaagblad trekken als het wordt verwderd. Schakel de zaag uit en wacht tot het zaagblad tot stilstand is gekomen voordat u het materiaal verwdert. l) Gebruik voor lengtesnedes op werkstukken dun- ner dan 2 mm een extra parallelaanslag die in contact is met het tafeloppervlak. Dunne werkstukkenNL BE

4) Veiligheidsinstructies voor de bediening van tafel-

cirkelzagen a) Schakel de tafelzaag uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat u het tafelinzetstuk ver- wdert, het zaagblad vervangt, aanpassingen aanbrengt aan de spltwig of de beschermkap van het zaagblad en wanneer u de machine onbe- heerd achterlaat. Er worden voorzorgsmaatregelen geno- men om ongelukken te voorkomen. b) Laat de tafelcirkelzaag nooit onbeheerd achter. Schakel het elektrische gereedschap uit en laat het niet staan voordat het volledig tot stilstand is ge- komen. Een onbeheerde lopende zaag vormt een ongecon- troleerd gevaar. c) Plaats de tafelzaag op een vlakke, goed verlichte plaats waar u veilig kunt staan en uw evenwicht kunt bewaren. De installatieplaats moet voldoen- de ruimte bieden om de grootte van uw werk- stukken goed te kunnen dragen. Rommelige, donkere werkplekken en oneffen, gladde vloeren kunnen allemaal tot ongevallen leiden. d) Verwder regelmatig spanen en zaagmeel van onder de zaagtafel en/of van de stofzuiger. Opge- hoopt zaagmeel is ontvlambaar en kan vanzelf ontbranden. e) Borg de tafelcirkelzaag. Een niet goed bevestigde tafel- cirkelzaag kan verschuiven of kantelen. f) Verwder plaatsingsgereedschap, houtafval enz. van de tafelcirkelzaag voordat u deze inschakelt. Aeiding of mogelke blokkeringen kunnen gevaarlk zn. g) Gebruik altd zaagbladen van de juiste maat en met een geschikt centergat (bv. ruitvormig of rond). Zaagbladen die niet in de montagedelen van de zaag passen, draaien niet vloeiend en leiden tot verlies van controle. h) Gebruik nooit beschadigd of onjuist zaagbladmon- tagemateriaal, zoals enzen, sluitringen, schroe- ven of moeren. Dit bevestigingsmateriaal voor het zaag- blad is speciaal ontworpen voor uw zaag voor een veilige bediening en optimale prestaties.

i) Ga nooit op de tafelcirkelzaag staan en gebruik

hem niet als opstapje. Er kan ernstig letsel ontstaan als het elektrische gereedschap omvalt of als u per ongeluk met het zaagblad in aanraking komt. j) Zorg ervoor dat het zaagblad in de juiste draai- richting is gemonteerd. Gebruik geen slpschven of staalborstels b de tafelcirkelzaag. Onjuiste mon- tage van het zaagblad of het gebruik van accessoires die niet worden aanbevolen, kan tot ernstig letsel leiden. Veiligheidsaanwzingen voor de omgang met de laser – Let op: Laserstraling Niet in de laserstraal kken Laserklasse 2 – Deze markering is aangebracht aan de zaagbladbeschermer. Veiligheidsaanwzingen voor de omgang met batteren 1 Let er altd hoop dat de batteren met de juiste polariteit (+ en -) ingelegd worden zoals op de batter aangegeven is. 2 Batteren niet kortsluiten. 3 Probeer niet om niet oplaadbare batteren op te laden. 4 Batteren niet te ver ontladen! 5 Oude en nieuwe batteren en batteren van verschillende types of fabrikaten niet tegelkertd gebruiken! Vervang alle batteren van een set tegelkertd. kunnen bekneld raken onder de parallelaanslag en terugslag veroorzaken.

3) Terugslag - oorzaken en navenante veiligheidsin-

structies Terugslag is de plotselinge reactie van het werkstuk als gevolg van een vasthaken, vastlopen van het zaagblad of een snede in het werkstuk onder een hoek ten opzichte van het zaagblad, of als een deel van het werkstuk klem komt te zitten tussen het zaag- blad en de parallelaanslag of een ander stilstaand object. In de meeste gevallen wordt b terugslag het werkstuk door het achterste deel van het zaagblad gegrepen, van de zaagtafel ge- tild en naar de bediener geslingerd. Een terugslag is het gevolg van een verkeerd of onvakkundig gebruik van de tafelcirkelzaag. Dit kan worden vermeden met ge- paste voorzorgsmaatregelen, die hieronder worden beschreven. a) Sta nooit op dezelfde ln van het zaagblad. Blf altd aan de kant van het zaagblad waarop de aanslagrail zich bevindt. In het geval van een terugslag kan het werkstuk met hoge snelheid naar mensen worden ge- worpen die voor en in ln van het zaagblad staan. b) Reik nooit over of achter het zaagblad om het werkstuk te trekken of te ondersteunen. Er kan on- bedoeld contact met het zaagblad zn, of terugslag kan er- toe leiden dat uw vingers in het zaagblad worden getrokken. c) Houd het werkstuk dat wordt afgezaagd nooit vast en druk het nooit tegen het roterende zaag- blad. Het tegen het zaagblad drukken van het werkstuk dat wordt afgezaagd, leidt tot vastlopen en terugslag. d) Ln de aanslagrail parallel uit met het zaagblad. Een niet goed uitgelnde aanslagrail drukt het werkstuk tegen het zaagblad en veroorzaakt terugslag. e) Ondersteun grote platen om het risico op terug- slag door een vastgelopen zaagblad te verminde- ren. Grote platen kunnen door hun eigengewicht doorbui- gen. Platen moeten overal worden ondersteund waar ze uit het tafeloppervlak steken. f) Wees vooral voorzichtig b het zagen van werk- stukken die gedraaid, geknoopt, kromgetrokken zn of die geen rechte rand hebben waarop ze met een verstekaanslag of langs een aanslagrail geleid kunnen worden. Een kromgetrokken, geknoopt of gedraaid werkstuk is onstabiel en leidt tot een verkeerde uitlning van de zaagsnede met het zaagblad, vastlopen en terugslag. g) Zaag nooit meerdere werkstukken die op elkaar of achter elkaar gestapeld zn. Het zaagblad kan een of meer onderdelen vastgrpen en terugslag veroorzaken. h) Als u een zaag, waarvan het zaagblad in het werkstuk steekt, opnieuw wilt starten, centreert u het zaagblad in de zaagspleet zo, dat de zaag- tanden niet in het werkstuk blven haken. Als het zaagblad vastloopt, kan het werkstuk opgetild worden en een terugslag veroorzaken wanneer de zaag opnieuw wordt gestart.

i) Houd de zaagbladen schoon, scherp en voldoende

afgesteld. Gebruik nooit kromgetrokken zaag- bladen of zaagbladen met gebarsten of gebroken tanden. Scherpe en correct geplaatste zaagbladen minima- liseren vastlopen, blokkeren en terugslag.NL BE

6 Verwder lege batteren per omgaande uit het apparaat en voer ze op de juiste wze af! 7 Batteren niet verhitten! 8 Niet rechtstreeks aan batteren lassen of solderen! 9 Batteren niet ontmantelen! 10 Batteren niet vervormen! 11 Batteren niet in open vuur gooien! 12 Batteren buiten bereik van kinderen bewaren. 13 Laat kinderen geen batteren vervangen zonder er toezicht op te houden! 14 Bewaar batteren niet in de buurt van open vuur, kachels of andere hittebronnen. De batter niet in direct zonlicht leggen en deze niet b heet weer in voertuigen gebruiken of op- slaan. 15 Ongebruikte batteren in de originele verpakking bewaren en weghouden b metalen voorwerpen. Uitgepakte batteren niet mengen of door elkaar gooien! Dit kan tot een kortslui- ting van de batter en beschadigingen, verbrandingen en brandgevaar leiden. 16 Neem de batteren uit het apparaat, wanneer dit langere td niet worden gebruikt, tenz het om noodgevallen gaat! 17 Batteren die zn uitgelopen, NOOIT zonder adequate be- scherming vastpakken. Wanneer de uitgelopen vloeistof met de huid in aanraking komt, zou u de huid op die plek meteen onder een lopende kraan moeten afspoelen. Voorkom in ieder geval dat ogen en mond met de vloeistof in aanraking komen. Gebeurt dat wel, dan dient u per omgaande een arts op te zoeken. 18 Battercontacten en ook de contracontacten reinigen voordat de batteren worden ingelegd. Restrisico‘s Dit elektrische gereedschap is gebouwd volgens de stand van de techniek en de erkende veiligheidstech- nische regels. Toch kunnen zich b het werk individu- ele restrisico‘s manifesteren.

  • Gezondheidsrisico door stroom b gebruik van ongeschikte elektrische aansluitkabels.
  • Bovendien kunnen ondanks alle genomen maatregelen nog restrisico‘s bestaan die niet meteen in het oog springen.
  • Restrisico‘s kunnen worden geminimaliseerd, wanneer de “veiligheidsaanwzingen” en het “gebruik voor het beoogde gebruiksdoel” alsmede de gebruiksaanwzing volledig in acht worden genomen.
  • Belast de machine niet onnodig: een te sterke druk b het za- gen beschadigt het zaagblad al snel. Dit kan tot verminderde prestaties van de machine b de verwerking leiden en de nauwkeurigheid b het zagen verminderen.
  • Vermd toevallige inwerkingstellingen van de machine: wan- neer de stekker in het stopcontact wordt gestoken, mag de bedrfstoets niet ingedrukt zn/worden.
  • Gebruik de werktuigen die in dit handboek aanbevolen worden. Zo zorgt u ervoor dat uw zaag optimale prestaties levert.
  • Houd uw handen uit de buurt van het arbeidsbereik, als het apparaat in werking is.
  • Schakel het apparaat uit en trek de netstekker uit het stopcon- tact, voordat u instellingen en onderhoud verricht. Elektrische aansluiting De geïnstalleerde elektromotor is bedrfsklaar aan- gesloten. De aansluiting voldoet aan de toepasselke VDE- en DIN-bepalingen. De netaansluiting b de klant en de gebruikte verlengsnoeren moeten aan deze voorschriften voldoen.
  • Het product voldoet aan de eisen van EN 61000-3-11 en er gelden speciale aansluitingsvoorwaarden. Dit betekent dat een gebruik aan vr kiesbare aansluitingspunten niet toege- staan is.
  • Het apparaat kan b ongunstige netomstandigheden tot tde- lke spanningsuctuaties leiden.
  • De maximaal toegelaten netimpedantie b het elektrische aansluitpunt van 0,5367 Ohm mag niet worden overschre- den.
  • U dient als gebruiker veilig te stellen - indien nodig in overleg met de energieleverancier - dat de continue belastbaarheid van het stroomnet b de aansluiting op het openbare net toe- reikend is voor de aansluiting van dit product. Belangrke aanwzingen B overbelasting van de motor schakelt deze zichzelf uit. Na een afkoelingsperiode (verschilt qua td) laat de motor zich weer inschakelen. Defecte elektrische aansluitkabel B stroomkabels doen zich vaak isolatieschades voor. Oorzaken hiervoor kunnen zn:
  • Drukpunten, wanneer aansluitkabels door ramen of deurope- ningen worden gevoerd.
  • Knikpunten door onvakkundige bevestiging of installatie van de aansluitkabel.
  • Insndingen doordat er over de kabel heen wordt gereden.
  • Isolatieschade doordat de kabel uit het stopcontact wordt ge- trokken.
  • Scheurvorming door veroudering van de isolatie. Dergelke beschadigde elektrische kabels mogen niet worden ge- bruikt en zn levensgevaarlk als gevolg van de isolatieschade. Controleer elektrische kabels regelmatig op schades. Let er b de controles op dat de kabel niet op de netstroom is aangesloten. Elektrische kabels moeten voldoen aan de toepasselke VDE- en DIN-bepalingen. Gebruik uitsluitend elektrische kabels met de markering H05VV-F. Een opdruk van de typeaanduiding op de aansluitkabel is voor- geschreven.
  • Wanneer een vervanging van de aansluitkabel noodzakelk is, dan moet deze door de fabrikant of zn vertegenwoordiger worden uitgevoerd, om veiligheidsrisico's te voorkomen. Wisselstroommotor
  • De netspanning moet 230-240 V~ bedragen.
  • Verlengsnoeren tot 25 m lengte moeten een doorsnede van 2,5 mm

vertonen. Aansluitingen en reparaties van de elektrische uitrusting mogen alleen door een deskundige elektricien worden verricht. Vermeld b eventuele aanvragen de volgende gegevens:

  • Stroomtype van de motor
  • Gegevens van de machinetypeplaat
  • Gegevens van de motortypeplaatNL BE

12. Plaats de parallelaanslag (16) op de geleiderail (7) (Fig. 16).

Schuif de parallelaanslag (16) tegen het zaagblad (4). Het zaagblad moet loodrecht liggen. Instelling 0° op de schaal (8). Er zn 2 schalen (o/n) op de geleiderail (7) (afb. 17). Deze geven de afstand tussen de parallelaanslag en het zaagblad aan. Kies de gepaste schaal naar gelang de paral- lelaanslag (16) gemonteerd is voor het bewerken van dik of dun materiaal: bovenste aanslagrail (blauwe cfers): schaal (b), onderste aanslagrail (zwarte cfers): schaal (n). Ln de schaal uit op de markering. Schuif daartoe de paral- lelaanslag (16) op de blauwe dan wel zwarte nulmarkering overeenkomstig met de markering op het kkglas (p) op de paralellaanslag (16).

13. Als de schaal correct ligt, draait u de vier moeren van de slot-

bouten vast aan om de geleiderail vast te zetten. Controleer eerst de positie van de spltwig voordat u de machine in gebruik neemt. Om transporttechnische redenen is de spltwig op de onderste stand ingesteld. Tafelinleg vervangen (Afb. 18)

1. B sltage of beschadiging moet de tafelinleg (5) worden ver-

vangen, anders bestaat een verhoogd risico op letsel.

2. Verwder de 2 verzonken schroeven (26).

3. Hef het inlegblad van de tafel (5) achteraan lichtjes op en

schuif het naar achteren in de richting van de pl. Neem de tafelinleg (5) eruit. Grp eventueel op de linkerkant in het midden van de tafelinleg (5) om de neus van de tafelinleg (5) los te maken.

4. De montage van de nieuwe tafelinleg vindt in de omgekeerde

volgorde plaats. Montage/vervanging van het zaagblad (Afb. 3+18-21)

1. Let op! Trek de stekker uit het stopcontact en

draag beschermende handschoenen.

2. Zaagbladbeschermer (2) demonteren.

3. Demonteer de laser (28) door de schroeven (z) te lossen.

4. Demonteer de tafelinleg (5) (zie „Vervangen van de tafelin-

5. Klemschroef (11) lossen. Draai aan het handwiel (9) om het

zaagblad (4) schuin te zetten en vlotter de binnenzeskantsleu- tel (h) en de ringsleutel (k) te kunnen aanzetten.

6. De inbussleutel (h) (HX6) op de schroef aanzetten en met de

steeksleutel (k) (SW 22) op de motoras tegenhouden.

7. Let op! Schroef in rotatierichting van het zaagblad draaien.

De losgedraaide schroef verwderen.

8. Buitenste ens afnemen en het oude zaagblad schuin naar

beneden van de binnenste ens aftrekken.

9. Zaagbladens voor montage van het nieuwe zaagbald zorg-

vuldig met een draadborstel reinigen.

10. Het nieuwe zaagblad in omgekeerde volgorde weer plaatsen

en aandraaien. Let op! Loopinrichting in acht nemen, de zaag- schuinte van de tanden moet in looprichting, d.w.z. naar voren, wzen.

12. Monteer de laser (28) weer. Neem het hoofdstuk „Afstellen

van de laser“ in acht.

13. Voordat u weer met de zaag gaat werken, moet de correcte

werking van de beveiligingen worden gecontroleerd. Montage Controleer vóór de eerste inbedrfstelling de vaste zit van de buitenste ens van het zaag- blad. Montage, onderdelen vervangen en instellingen Let op! Trek de stekker uit het stopcontact, voordat er onderhoud, werkvoorbereidingen en montagehande- lingen aan de cirkelzaag worden verricht. Leg alle meegeleverde onderdelen op een vlak oppervlak. Groe- peer gelke onderdelen. Steek de schroef van buiten naar binnen in en borg de verbindin- gen met moeren van binnen. Aanwzing: Draai de moeren en schroeven tdens de montage slechts zover aan dat deze niet eraf kunnen vallen. Montage van frame en tafelverbreding (afb. 1-13)

1. Leg de tafelcirkelzaag met de zaagtafel (1) op de vloer. Als

de zaagtafel (1) niet effen op de vloer ligt, corrigeer dan met behulp van de kruk (12) de positie van de spltwig (3) en van het zaagblad (4).

2. Ln de tafelverbreding (6) uit met de zaagtafel. Het “Parksi-

de”-logo op de tafelverbredingen (6) is daarb van de zaag- tafel (1) verwderd.

3. Bevestig de tafelverbreding (6) losjes op de zaagtafel (1) met

behulp van de zeskantschroeven met mof (a) (afb. 6). De vier tafelpoten (19) moeten samen met de tafelsteunen (24) op de behuizing worden ge- schroefd.

4. Bevestig de tafelsteunen (24) losjes op de behuizing van de

tafelcirkelzaag samen met de vier tafelpoten (19). Gebruik de zeskantschroeven met mof (a). Gebruik voor de tafelverbre- ding (6) de zeskantschroeven met mof (a), de veerringen (d), de U-schven (c) en de moeren (e).

6. Draai nu alle schroeven van de tafelpoten (19) en van de

8. Zet de tafelcirkelzaag op het ondergestel (10).

Let op! Beide standbeugels moeten op de be- vestigingpunten (25) aan de achterkant van de machine worden bevestigd! (afb. 7).

9. Schroef de standbeugel (23) in de gaten op de achterste

poten (19). Montagemateriaal: telkens 2 slotbouten (b), de U-schjiven (c), de veerringen (d) en moeren (e) (afb. 13). Geleiderail met schaal monteren (afb. 14-17)

10. Bevestig vier slotbouten (b) losjes met een moer op de zaag-

tafel (1) en op de tafelverbreding (6). De schroefkoppen moe- ten daarb naar buiten wzen. Selecteer telkens de twee buitenste boorgaten van de zaag- tafel (1) en de beide buitenste boorgaten van de tafelverbre- ding (6).

11. Trek de beide delen van de geleiderail (7) op de slotbouten

op de zaagtafel en op de tafelverbreding. Steek de beide delen van de geleiderail ineen.NL BE

Let b het monteren van zaagbladen op de vol- gende aanwzingen: - Zaagbladen moeten zo worden vastgeklemd dat ze tdens het gebruik niet losraken. - Zorg ervoor dat de montage alleen op de gereedschapsna- ven of het klemoppervlak van de zaagbladen wordt uitge- voerd en dat de snranden niet in contact komen met de klemelementen. - Draai de bevestigingsschroef alleen vast met een geschikte sleutel en met een aanhaalmoment van x,x Nm. - Het verlengen van de moersleutel of aanspannen met een hamer is niet toegestaan. - Reining de opspanvlakken van vervuiling, vet, olie en wa- ter. - Draai de klemschroeven alleen vast volgens de instructies van de fabrikant. Spltwig monteren / instellen; Batter plaatsen Let op! Trek de stekker uit het stopcontact! De instelling van het zaagblad (4) moet na elke zaagbladwisseling worden gecontroleerd. (Afb. 18-22)

3. Demonteer de laser (28) door de schroeven (z) te lossen.

4. Draai de twee verzonken schroeven van de tafelinleg (26) los

en verwder de tafelinleg (5).

5. Maak de bevestigingsschroef (27) los (gebruik de hiervoor

de meegeleverde steeksleutel SW8).

6. Schuif de spltwig (3) helemaal naar boven.

9. Monteer de laser (28) weer. Neem het hoofdstuk „Afstellen

11. Plaatsing van de batteren:

- Zet de schakelaar (29) laser aan/uit in de stand „0“ (laser uit). - Verwder de battervakafdekking (31) door de schroef (30) los te draaien. Verwder nu de battervakafdekking (31) door deze zdelings eraf te wippen. - Leg de meegeleverde batteren (type AAA) in en let daar- b op de juiste ligging van de polen - Plaats de battervakafdekking (31) weer terug en bevestig deze met de schroef (30). Opmerkingen over de batteren: - Wanneer u de laser langere td niet gebruikt, zou u de batteren uit het battervak moeten halen. Het uitlopen van battervloeistof zou het apparaat kunnen beschadigen. - Batteren niet wegleggen op radiatoren of langere td blootstellen aan sterk zonlicht; temperaturen boven 45° kunnen het apparaat beschadigen. Zaagbladbeschermer monteren / demonteren (Afb. 23)

1. Schroef met kartelmoer (32) en onderlegring van de zaag-

bladbeschermer (2) demonteren. Plaats de zaagbladbescher- mer (2) van boven op de spltwig (3).

2. Breng de schroef met kartelmoer (32) en onderlegring aan,

3. Schroef (32) aanspannen. De zaagbladbeschermer moet vr

4. De demontage vindt in de omgekeerde volgorde plaats. Let

op! Voordat u begint te zagen, moet de zaagbladbeschermer (2) op het werksuk neergelaten zn. Afzuiginrichting aansluiten (Afb. 24)

1. Steek een afzuigslang op de afzuigadapter (17). Borg de af-

zuigslang eventueel met een slangklem om te verhinderen dat deze van de afzuigadapter (17) afgldt.

2. Een huishoudelke stofzuiger is niet geschikt als afzuiginrich-

ting. Gebruik een multifunctionele zuiger of een specieke afzuiger voor houtspaanders. Voor ingebruikname

  • De machine moet stabiel staan, m.a.w. het moet stevig op het ondergestel vastgeschroefd zn.
  • Voor ingebruikname moeten alle afdekkingen en beveiligin- gen correct zn gemonteerd.
  • Het zaagblad moet vr kunnen draaien.
  • B reeds bewerkt hout op vreemde voorwerpen zoals spkers of schroeven enz. letten.
  • Voordat u de aan/uit-schakelaar bedient, dient u zich ervan te verzekeren of het zaagblad correct gemonteerd is en be- wegende delen licht beweegbaar zn.
  • Overtuig u voor aansluiting van de machine of de gegevens op de typeplaat overeenkomen met de specicaties van de netstroom.
  • Sluit de machine uitsluitend op een correct gemonteerd, ge- aard stopcontact aan dat minimaal met 16A gezekerd is.
  • Sluit het apparaat aan op een stopcontact met een aardlek- schakelaar (Residual Current Device) met een gemeten lek- stroom van niet meer dan 30 mA. Controleer vóór de eerste inbedrfstelling de vaste zit van de buitenste ens van het zaag- blad. Bediening Aan-, uitschakelen (Afb.3) - Door indrukken van de groene toets “Ï” (13) kan de zaag worden ingeschakeld. Voor aanvang van het zagen afwach- ten tot het zaagblad zn maximale toerental heeft bereikt. - Om de zaag weer uit te schakelen, moet de rode toets “0” (13) worden ingedrukt. Toerental wzigen (Abb.3) U kunt met de toerentalschakelaar tussen twee motortoerentallen schakelen: 3200 min

Dwarsaanslag (Afb. 27) - Dwarsaanslag (36) in een groef (33) van de zaagtafel schui- ven. - Kartelschroef (34) losdraaien. - Dwarsaanslag (36) draaien tot de gewenste hoekmaat is ingesteld. De kerf aan de geleidingsstaaf toont de ingestelde hoek. - Kartelschroef (34) weer aandraaien. Let op! - Aanslagrail (35) niet te ver in de richting van het zaagblad schuiven. - De afstand tussen de aanslagrail (35) en het zaagblad (4) zou ca. 2 cm moeten bedragen. Hoekinstelling (Afb. 27+3) Met de tafelcirkelzaag kunnen verstekzaagbewerkingen naar links van 0°-45° ten opzichte van de aanslagrail worden uitge- voerd. Controleer voor elke zaagbewerking dat tussen de aanslagrail (35), de dwarsaanslag (36) en het zaagblad (4) geen botsing mogelk is. - Klemschroef (9) losmaken - Door draaien van het handwiel (11) de gewenste hoekmaat op de schaal (10) instellen. - Klemschroef (9) in de gewenste hoekstand arreteren. Gebruik van de laser (Afb. 29-30) - De laser (28) maakt het u mogelk met een cirkelzaag preci- siebewerkingen uit te voeren. - Het laserlicht wordt gegenereerd door een laserdiode die door twee batteren wordt gevoed. Het laserlicht wordt op- gewd tot een ln en treedt uit via de laseruitgangsopening. Deze ln kunt u vervolgens als optische markering voor de zaagln b de precisiebewerking gebruiken. Neem de veilig- heidsaanwzingen voor de laser in acht. - Plaatsing van de batteren - Laser inschakelen: Schakelaar Laser Aan/Uit (29) op I zetten. De schakelaar Laser Aan/Uit (29) is b gemonteerde zaag- bladbeschermer (2) via een uitsparing daarin toegankelk (afb. 29). Uit de laseruitgangsopening wordt nu een rode laserstraal geprojecteerd. Wanneer u tdens het zagen de laserstraal langs de zaaglnmarkering voert, levert dat mooie zaagsneden op. - Laser uitschakelen: Schakelaar Laser Aan/Uit (29) op 0 zet- ten. De laserstraal dooft. Zet de laser altd uit, wanneer u hem niet nodig heeft om de batter te ontzien. - De laserstraal kan door afgezet stof en spaanders geblok- keerd worden. Verwder deze deeltjes daarom na elk ge- bruik (apparaat uitgeschakeld) van de laseruitgangsopening. Afstellen van de laser (Afb. 30) Wanneer de laser (28) niet meer de correcte zaagln aangeeft, kan deze worden nagesteld. Draai hiervoor de schroeven (z) los.Stel de laser zo in dat de laserstraal de sntanden van het zaagblad (4) raakt. Draai de schroeven (z) weer aan. Draai de schroeven (z) afwisselend en gelkmatig weer aan. Instellen van de zaagdiepte (Afb. 3) Door draaien aan de kruk (12) kan het zaagblad op de gewens- te zaagdiepte (traploos) worden ingesteld. - Rechtsom draaien: grotere zaagdiepte - Linksom draaien: kleinere zaagdiepte Stel het zaagblad zo in dat het ca. 5 mm boven het te zagen werkstuk staat. Controleer de instelling aan de hand van een zaagproef. Werken met de parallelaanslag Instellen van de zaagbreedte (Afb. 16-17) - B het zagen van houten elementen in lengterichting moet de parallelaanslag (16) worden gebruikt. - De parallelaanslag moet aan de rechterzde van het zaag- blad (4) gemonteerd worden. - Op de geleidingsrail (16) bevinden zich 2 schalen (o/n). Deze geven de afstand tussen de parallelaanslag (16) en het zaagblad (4) aan (afb. 25). - Afhankelk van of de parallelaanslag (16) is gedraaid voor het bewerken van dik of dun materiaal, selecteert u de juiste schaal: hoge aanslagrail (dik materiaal): schaal (o) lage aan- slagrail (dun materiaal): schaal (n) - Parallelaanslag (16) op de gewenste maat instellen b het kkglas (p) en met de excentrische hendel (15) xeren. De excentrische hendel (15) moet zo tegen de aanslagrail leunen, dat een spanning met matige kracht kan plaatsvin- den. Als dit niet werkt, draait u de excentrische hendel verder met de klok mee om vaster te draaien of tegen de klok in om los- ser te draaien. Aanslaglengte instellen (Afb. 25) - Vuistregel: Het achterste einde van de aanslag ligt gelk met een denkbeeldige ln. Deze begint ca. b het midden van het zaagblad en verloopt onder 45° naar achteren. - Benodigde zaagbreedte instellen. Afstelling van de parallelaanslag (Afb. 26) - Let op! Zaagbladbeschermer verwderen - Zaagblad (4) op maximale zaagdiepte instellen. - Parallelaanslag (16) zo instellen dat de rail het zaagblad aanraakt. - Wanneer de parallelaanslag (16) niet op een ln met het zaagbad (4) ligt, als volgt te werk gaan. De schroeven (r) aan de parallelaanslag zover losdraaien dat zich de paralle- laanslag (16) parallel aan het zaagblad (4) laat uitlnen. - Schroeven (r) weer vastdraaien. Schaal van parallelaanslag afstellen (Afb. 28) - Controleer of de indicator van het kkglas (p) van de paral- lelaanslag (16) de correcte waarde voor de zaagln weer- geeft. Is dit niet het geval, ga dan als volgt te werk: - Draai de schroef (q) los waarmee de indicator van het kk- glas (p) op de parallelaanslag (16) is bevestigd. Nu kunt u de indicator van het kkglas (p) op de juiste positie instellen. - Draai de schroef (q) van het kkglas (p) weer vast.NL BE

Bedrf Werkinstructies Na elke nieuwe instelling adviseren w een zaagproef om de ingestelde maten te controleren. Na inschakeling van de zaag afwachten tot het zaagblad zn max. toerental heeft bereikt, voordat u de zaagbewerking verricht. Lange werkstukken beveiligen tegen wegkantelen aan het einde van het zaagproces (bv. met een rolbok enz.). Gebruik alleen zaagbladen die zn gemarkeerd met een toeren- tal dat gelk is aan of hoger is dan dat op het elektrische gereed- schap. Opletten b het insnden Gebruik het apparaat uitsluitend met afzuiging. Controleer en reinig regelmatig de afzuigkanalen. Geschiktheid van de zaagbladen: - 24 tanden: zachte materialen, hoge spaanderafname, grof zaagbeeld - 48 tanden: harde materialen, lagere spaanderafname, fner zaagbeeld Uitvoering van zaagbewerkingen in lengterichting (Afb. 31) Hierb wordt een werkstuk in zn lengterichting doorgezaagd. Een kant van het werkstuk wordt tegen de parallelaanslag (6) ge- drukt, terwl de vlakke zde op de zaagtafel (1) rust. De zaagbladbeschermer (2) moet altd op het werkstuk worden neergelaten. De lichaamspositie b het zagen in lengterichting mag nooit op een ln met het zaagsnedeverloop liggen. - Parallelaanslag (16) in overeenstemming met de werkstuk- hoogte en de gewenste breedte instellen. - Zaag inschakelen: - Handen met aaneengesloten vingers vlak op het werkstuk leggen en het werkstuk langs de parallelaanslag (16) in het zaagblad (4) schuiven. - Zdelingse geleiding met de linker of rechter hand (afhanke- lk van de positie van de parallelaanslag) slechts tot aan de voorzde van de zaagbladbeschermer (2). - Werkstuk altd tot aan het einde van de sptwig (3) door- schuiven. - De zaagresten blven op de zaagtafel (1) liggen tot het zaagblad (4) zich weer in rustpositie bevindt. - Lange werkstukken beveiligen tegen wegkantelen aan het ein- de van het zaagproces! (bv. met een rolbok enz.) Zagen van smalle werkstukken (Afb. 32) B het zagen van werkstukken met een breedte van minder dan 120 mm in lengterichting dient men absoluut van een schuifstok (18) gebruik te maken. De schuifstok is inbegrepen in de leve- ring. Vervang een versleten of beschadigde schuifstok meteen.

  • De parallelaanslag in overeenstemming met de beoogde werkstukbreedte instellen.
  • Werkstuk met beide handen vooruit schuiven, in het bereik van het zaagblad absoluut een schuifstok (18) gebruiken als hulpmiddel.
  • Werkstuk altd tot aan het einde van de sptwig doorschui- ven. Let op! B korte werkstukken moet de schuifstok al b aanvang van de zaagsnede worden gebruikt. Zagen van zeer smalle werkstukken (Afb. 33) Om zeer smalle werkstukken met een breedte van 30 mm of min- der te kunnen zagen in lengterichting, moet absoluut een schuif- hout worden gebruikt. Schuifhout wordt niet meegeleverd! (Verkrgbaar in de vakhan- del) Versleten schuifhout op td vervangen.
  • De parallelaanslag moet op de zaagbreedte van het werkstuk worden ingesteld.
  • Werkstuk met het schuifhout tegen de aanslagrail drukken en met de schuifstok (18) tot aan het einde van de sptwig door- schuiven. Uitvoering van zaagbewerkingen onder verstek (Afb. 34) Versteksneden worden principieel met behulp van de paralle- maanslag (6) uitgevoerd. - Zaagblad (4) op de gewenste hoek instellen. - Parallelaanslag (16) afhankelk van de werkstukbreedte en -hoogte instellen. - Zaagnsede in overeenstemming met de werkstukbreedte uit- voeren. In dwarsrichting zagen (Afb. 27, 35) - Dwarsaanslag (36) in een van de beide groeven (33) van de zaagtafel schuiven. Op de gewenste hoekmaat instellen. Mocht het zaagblad (4) eveneens schuin gezet worden, dan moet de linker groef (33) worden gebruikt. Daardoor komen uw hand en de dwarsaanslag niet in contact met de zaag- badbeschermer. - Aanslagrail (35) gebruiken. - Werkstuk stevig tegen de dwarsaanslag (36) drukken. - Zaag inschakelen. - Dwarsaanslag (36) en werkstuk in de richting van het zaag- blad schuiven om de zaagsnede uit te voeren. – Let op: Houd altd het begeleide werkstuk vast en nooit het vre gedeelte dat eraf wordt gezaagd. - Dwarsaanslag (36) altd zo ver doorschuiven dat het werk- stuk volledig doorgezaagd is. - Zaag weer uitschakelen. Zaagafval pas verwderen, wan- neer het zaagblad stilstaat. Het zagen van spaanplaat Om het uitbreken van de zaagranden b het zagen van spaan- plaat te vermden, zou het zaagblad (4) niet hoger dan 5 mm boven de werkstukdikte moeten worden ingesteld. Transport (Afb. 36/37)

1. Schakel het elektrische gereedschap voor elk transport uit en

scheid het van de netstroom.

2. Trek een eventueel aangesloten afzuigslang van de afzui-

3. Laat het zaagblad met behulp van de kruk neer (12). Door

linksom te draaien, wordt het zaagblad (4) naar beneden versteld.NL BE

4. Draag het elektrische gereedschap met minimaal twee perso-

nen. Til het niet op aan de tafelverbredingen. Gebruik voor het vervoeren van de machine uitsluitend de daartoe voorzie- ne transportgrepen (afb. 36/37).

5. Bescherm het elektrische gereedschap tegen slagen, stoten en

sterke trillingen, bv. b vervoer in voertuigen.

6. Beveilig het elektrische gereedschap tegen kantelen en weg-

7. Gebruik de beveiligingsvoorzieningen nooit als handgreep

voor de handling of verplaatsingen. Reiniging en onderhoud Trek voor elke instelling, onderhoud of reparatie de stekker uit het stopcontact. Laat reparatiewerkzaamheden en onderhoud, die niet zn beschreven in deze handleiding, uitvoeren door een ge- specialiseerd service-center. Gebruik uitsluitend originele onderdelen. Wanneer een vervanging van de aansluitkabel noodzakelk is, dan moet deze door de fabrikant of zn vertegenwoordiger wor- den uitgevoerd, om veiligheidsrisico's te voorkomen. Voer de onderstaande reinigings- en onderhoudswerkzaamheden regelmatig uit. Daardoor is een lange levensduur en een betrouw- bare werking gegarandeerd. Reiniging Het apparaat mag niet met water worden be- sproeid, noch in water worden geplaatst. Er be- staat anders een risico op een elektrische schok.

  • Houd beveiligingen, luchtsleuven en motorbehuizingen zo- veel mogelk vr van stof en vuil. Wrf het apparaat af met een schone doek of blaas het uit met perslucht met lage druk.
  • W adviseren om het apparaat meteen na gebruik te reini- gen.
  • Reinig de zaagbladen regelmatig.
  • Verwder vuil zoals hars op de zaagbladen alleen met oplos- middelen die de mechanische eigenschappen van de zaag- bladen niet aantasten.
  • Probeer gomachtige oppervlakken met een goed uitgewron- gen, vochtige, lauwe doek te reinigen. Let erop dat er geen vloeistoffen in het binnenste van de behuizing kunnen indrin- gen! Als alternatief kunt u een speciale reiniger (harsverwderaar) of multispray gebruiken. Neem de veiligheidsinstructies en in- structies van de fabrikant van de speciale reiniger/multispray in acht.
  • Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen: die zouden de kunststof delen van het apparaat kunnen aantasten.
  • Smeer ter verlenging van de levensduur van het gereedschap eens per maand de draaiende delen. Smeer niet de motor. Algemene onderhoudswerkzaamheden
  • Controleer het apparaat en toebehoren voor elk gebruik op duidelke gebreken, zoals losse, versleten of beschadigde onderdelen. Vervang ze indien nodig.
  • Vervang botte, verbogen of anderszins beschadigde zaag- bladen.
  • B onderhoudswerkzaamheden aan de zaagbladen, zoals reparatie of naslpen, is het essentieel om de instructies van de fabrikant te volgen. Onderhoudswerkzaamheden en wzigingen aan cir- kelzaagbladen mogen alleen worden uitgevoerd door een vakman, d.w.z. een persoon met vakopleiding en ervaring die bekend is met de vereisten voor constructie en ontwerp en die bekend is met de vereiste veiligheidsni- veaus. Bewaring
  • Bewaar het apparaat op een droge en stofvre plaats en bui- ten het bereik van kinderen. Afvalverwerking en milieubescherming Breng het apparaat, de toebehoren en de verpakking naar een geschikt recyclagepunt. Machines horen niet b huishoudelk afval thuis. Volgens de Europese Richtln 2012/19/EU betreffende afge- dankte elektrische en elektronische apparatuur en de omzetting in nationaal recht moeten afgedankte elektrische apparaten ge- scheiden worden ingezameld en worden meegegeven voor een milieuvriendelke recyclage. Recycling-alternatief betreffende de eis tot terugzending: De eigenaar kan het elektrisch apparaat terugsturen of is ertoe verplicht mee te werken aan een vakkundige recyclage als h zich van het apparaat ontdoet. Het oude apparaat kan hiervoor ook op een terugnamepunt worden achtergelaten waar het apparaat wordt verwderd zoals vastgelegd in de nationale wetgeving inzake recycling en afvalverwerking. Dit is niet van toepassing op accessoires die b oude apparaten zn gevoegd en hulpmiddelen zonder elektrische bestanddelen.
  • Geef het apparaat in een recyclagepark af. De gebruikte onderdelen van kunststof en metaal kunnen per categorie ge- scheiden worden en zodoende gerecycleerd worden. Raad- pleeg hiervoor ons servicecenter.

Garantie Geachte cliënte, geachte klant, U krgt op dit apparaat 3 jaar garantie, te rekenen vanaf de da- tum van aankoop. Ingeval van gebreken aan dit product heeft u tegenover de ver- koper van het product wettelke rechten. Deze wettelke rechten worden door onze hierna beschreven garantie niet beperkt. Garantievoorwaarden De garantietermn begint met de datum van aankoop. Gelieve de originele kassabon goed te bewaren. Dit document wordt als bews van de aankoop benodigd. Indien er zich binnen drie jaar, te rekenen vanaf de datum van aankoop van dit product, een materiaal- of fabricagefout voor- doet, wordt het product door ons – naar onze keuze – voor u gratis gerepareerd of vervangen. Deze garantievergoeding stelt voorop dat binnen de termn van drie jaar het defecte apparaat en het bews van aankoop (kassabon) voorgelegd en dat schrifte- lk kort beschreven wordt, waarin het gebrek bestaat en wanneer het zich voorgedaan heeft. Als het defect door onze garantie gedekt is, krgt u het gerepa- reerde of een nieuw product terug. Met herstelling of uitwisseling van het product begint er geen nieuwe garantieperiode. Garantieperiode en wettelke kwaliteitsgarantie De garantieperiode wordt door de garantievergoeding niet ver- lengd. Dit geldt ook voor vervangen en gerepareerde onderde- len. Eventueel al b de aankoop bestaande beschadigingen en gebreken moeten onmiddellk na het uitpakken gemeld worden. Na het verstrken van de garantieperiode tot stand komende reparaties worden tegen verplichte betaling van de kosten uitge- voerd. Omvang van de garantie Het apparaat werd volgens strikte kwaliteitsrichtlnen zorgvuldig geproduceerd en vóór aevering nauwgezet getest. De garantievergoeding geldt voor materiaal- of fabricagefouten. Deze garantie is niet van toepassing op productonderdelen, die aan een normale sltage blootgesteld zn en daarom als aan sltage onderhevige onderdelen beschouwd kunnen worden (b.v. lters of deksels) of op beschadigingen aan breekbare onderde- len (b.v. schakelaars, accu’s of onderdelen, die van glas gemaakt zn). Deze garantie valt weg wanneer het product beschadigd, niet oordeelkundig gebruikt of niet onderhouden werd. Voor een vakkundig gebruik van het product dienen alle in de gebruiks- aanwzing vermelde aanwzingen nauwgezet in acht genomen te worden. Gebruiksdoeleinden en handelingen, die in de ge- bruiksaanwzing afgeraden worden of waarvoor gewaarschuwd wordt, dienen onvoorwaardelk vermeden te worden. Het product is uitsluitend voor het privé- en niet voor het commer- ciële gebruik bestemd. B een verkeerde of onoordeelkundige be- handeling, toepassing van geweld en b ingrepen, die niet door het door ons geautoriseerde serviceliaal doorgevoerd werden, valt de garantie weg. Afhandeling ingeval van garantie Gelieve aan de volgende aanwzingen gevolg te geven om een snelle behandeling van uw verzoek te garanderen:

  • Gelieve voor alle aanvragen de kassabon en het artikelnum- mer (IAN 360590_2010) als bews van de aankoop klaar te houden.
  • Gelieve het artikelnummer uit het typeplaatje, een gravering, op de voorpagina van uw handleiding (onderaan links) of als sticker aan de achter- of onderzde af te leiden.
  • Indien er zich functiefouten of andere gebreken voordien, contacteert u in eerste instantie de hierna vernoemde service- afdeling telefonisch of per e-mail. U krgt dan bkomende informatie over de afhandeling van uw klacht.
  • Een als defect geregistreerd product kunt u, na overleg met onze klantenservice, mits toevoeging van het bews van aankoop (kassabon) en de vermelding, waarin het gebrek bestaat en wanneer het zich voorgedaan heeft, voor u franco naar het u medegedeelde serviceadres zenden. Om proble- men b de acceptatie en extra kosten te vermden, maakt u onvoorwaardelk uitsluitend gebruik van het adres, dat u medegedeeld wordt. Zorg ervoor dat de verzending niet on- gefrankeerd, als volumegoed, per expresse of via een andere speciale verzendingswze plaatsvindt. Gelieve het apparaat met inbegrip van alle b de aankoop bgeleverde accessoi- res in te zenden en voor een voldoende veilige transportver- pakking te zorgen. Reparatieservice U kunt reparaties, die niet onder de garantie vallen, tegen bere- kening door ons serviceliaal laten doorvoeren. Z maakt graag voor u een kostenraming op. W kunnen uitsluitend apparaten behandelen, die voldoende ver- pakt en gefrankeerd ingezonden werden. Opgelet: Gelieve uw apparaat gereinigd en met een aanwzing op het defect naar ons serviceliaal te zenden. Ongefrankeerd – als volumegoed, per expresse of via een ande- re speciale verzendingswze – ingezonden apparaten worden niet geaccepteerd. De afvalverwerking van uw defecte ingezonden apparaten voe- ren w gratis door. Service-Center

Service België Tel.: 070 270 171 (0,15 EUR/Min.) E-Mail: grizzly@lidl.be IAN 360590_2010 Importeur Gelieve in acht te nemen dat het volgende adres geen ser- viceadres is. Contacteer in eerste instantie het hoger vermelde servicecenter. Grizzly Tools GmbH & Co. KG Stockstädter Straße 20 63762 Großostheim Duitsland www.grizzlytools-service.euNL BE

uitschakeling van de mo- tor Bevestigingsmoer te licht aangetrokken Bevestigingsmoer rechtse schroefdraad aandraaien

2. Motor start niet op a) Uitval netzekering a) Netzekering controleren

b) Verlengsnoer defect b) Verlengsnoer vervangen c) Aansluitingen aan motor of schakelaar niet in orde c) Door elektricien laten controleren d) Motor of schakelaar defect d) Door elektricien laten controleren

3. Foute draairichting motor Condensator defect Door elektricien laten controleren

4. Motor levert geen ver-

mogen, de zekering rea- geert a) Doorsnede van het verlengsnoer is niet toereikend a) Zie Elektrische aansluiting b) Overbelasting door bot zaagblad b) Zaagblad vervangen

5. Brandplekken op het sn-

  • Het hierboven beschreven voorwerp van de verklaring voldoet aan de voorschriften van de richtln 2011/65/EU van het Europese Parlement en van de Raad van 8 juni 2011 inzake beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlke stoffen in elektrische en elektronische apparaten Christian FrankDocumentatiegelastigde132