ALECTO WS5200 - Weerstation

WS5200 - Weerstation ALECTO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis WS5200 ALECTO in PDF-formaat.

📄 367 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice ALECTO WS5200 - page 3
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : ALECTO

Model : WS5200

Categorie : Weerstation

Download de handleiding voor uw Weerstation in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WS5200 - ALECTO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WS5200 van het merk ALECTO.

GEBRUIKSAANWIJZING WS5200 ALECTO

Inleiding Hartelijk bedankt voor het aanschaffen van dit draadloze WiFi-weerstation, dat is ontworpen met de nieuwste WiFi-technologie en met laag vermogen werkt. Zowel de binnen- als buiteneenheid vereist 2 stuks type AA lithiumbatterijen. In de volgende gebruikshandleiding vindt u stapsgewijs alle instructies voor installatie, gebruik en probleemoplossing. 1 Waarschuwingen en aandachtspunten Waarschuwing: Alle metalen voorwerpen, waaronder de installatiemast van uw weerstation, lopen de kans op blikseminslag. Installeer het weerstation nooit tijdens een storm. Waarschuwing: Uw weerstation op een hoge plek installeren, kan leiden tot letsel of zelfs de dood. Voer zoveel mogelijk van de aanvankelijke controle en bediening uit op de grond en binnenin een gebouw of huis. Installeer het weerstation uitsluitend in helder, droog weer. 2 Snelstartgids Hoewel de handleiding uitgebreid is, kan veel van de informatie die erin staat gevoelsmatig zijn. De handleiding is bovendien niet in de gebruikelijke volgorde opgesteld, omdat de paragrafen op onderdelen zijn geordend. De volgende snelstartgids beschrijft alleen de noodzakelijke stappen om het weerstation te installeren, te bedienen en te uploaden naar het internet, samen met verwijzingen naar de relevante paragrafen. Vereist Stap Beschrijving Paragraaf Pagina

De installatiemast installeren

De buiteneenheid installeren

De binneneenheid installeren

Display van de binneneenheid

Tabel 1: Snelstartgids3 3 Controle en locatieonderzoek voorafgaand aan installatie

3.1 Locatieonderzoek voorafgaand aan installatie

Voordat u uw weerstation op een permanente plek installeert, raden wij u aan het weerstation een week op een tijdelijke locatie te gebruiken waar deze eenvoudig te bereiken is. Op deze manier kunt u alle functies controleren, de juiste werking garanderen en uzelf bekend maken met het weerstation en de kalibratieprocedures. U kunt hierdoor ook het draadloze bereik van het weerstation testen.

3.2 Locatieonderzoek

Voer een locatieonderzoek uit voordat u het weerstation installeert. Houd rekening met het volgende:

1. Het wordt voor de beste resultaten aanbevolen om de regenmeter elke

paar maanden schoon te maken. Zorg ervoor dat het weerstation gemakkelijk te bereiken is.

2. Vermijd stralende warmteoverdracht van gebouwen en constructies.

3. Vermijd belemmeringen door regen en wind.

4. Draadloos bereik. De radiocommunicatie tussen de ontvanger en

zender in een open veld kan een afstand van maximaal 100 meter bereiken, vooropgesteld dat er geen verstorende obstakels aanwezig zijn zoals gebouwen, bomen, voertuigen of hoogspanningslijnen.

5. bronnen van radio-interferentie zoals pc's, radio's of tv's kunnen in het

ergste geval de radiocommunicatie volledig blokkeren. Houd hier rekening mee bij het kiezen van console- of montagelocaties. Zorg ervoor dat uw displayconsole minstens anderhalve meter verwijderd is van elektronische apparaten om interferentie te voorkomen. 4 Aan de slag Als alleen de originele sensorinrichting is gekoppeld met de display, dan kan de display worden gebruikt met 2 stuks type AA lithiumbatterijen als back-up en DC-netvoeding als de hoofdvoedingsbron.4

Aan tal Onderdeelbeschrijving

Buitensensor met ingebouwde: Thermo-/hygrometer / regenmeter / windsnelheidssensor/ windrichtingssensor

Windsnelheidcupjes (voor bevestiging aan de behuizing van de buitensensor)

Windvaan (voor bevestiging aan de behuizing van de buitensensor)

U-bouten voor installatie op een mast

Moeren met schroefdraad voor U-bouten (maat M6)

Metalen montageplaat voor gebruik met de U-bouten

Sleutel voor de M6 bouten

Aansluitkabel USB naar 2, 5*0.7mm DC 5V voedingsstekker

Gebruikshandleiding: (deze handleiding) Tabel 2: Leveringsomvang

Figuur 1: Onderdelen van de sensorinrichting5 1 Windsnelheidcupjes 6 Antenne 2 Windvaan 7 U-bouten 3 Thermo- en hygrometersensoren 8 Klep van batterijvak 4 Regenvanger 9 Resettoets 5 Waterpas 10 Led’s (rood) ter indicatie van gegevensoverdracht Tabel 3: Gedetailleerde items van de sensorinrichting

4.2.1 De U-bouten en installatiemast installeren

Om de U-bouten te installeren, die vervolgens worden gebruikt om het sensorpakket op een mast te monteren, moet de meegeleverde metalen plaat worden geïnstalleerd waarin de uiteinden van de U-bouten worden gestoken. De metalen plaat, te zien in Figuur 2, heeft vier gaten waardoor de uiteinden van de twee U-bouten passen. De plaat zelf wordt in een groef aan de onderzijde van het apparaat gestoken. Houd er rekening mee dat de ene zijde van de plaat een rechte rand heeft (die in de groef past), de andere zijde is in een hoek van 90 graden gebogen en heeft een gebogen profiel (die uiteindelijk de installatiemast vast zal houden). Nadat de metalen plaat er eenmaal is ingestoken, verwijdert u de moeren van de U-bouten en steekt u beide U-bouten door de betreffende gaten in de metalen plaat, zoals te zien in Figuur 2.

Figuur 2: De U-bouten installeren Draai de schroef op de moeren aan de uiteinden van de U-bouten los. Deze worden later tijdens de uiteindelijke installatie weer vastgedraaid. De uiteindelijke installatie is te zien in Figuur 3.6 Figuur 3: De U-bouten en moeren geïnstalleerd De plaat en U-bouten zijn op dit punt nog niet nodig maar door dit nu uit te voeren, lopen de windvaan en windsnelheidcupjes later minder kans op beschadiging.

4.2.2 De windvaan installeren

Druk de windvaan op de schacht aan de onderzijde van de sensor totdat deze niet meer verder gaat, zoals te zien in Figuur 4. Draai de schroef vast met een kruiskopschroevendraaier (maat PH0) totdat de windvaan niet van de schacht kan worden verwijderd, zoals te zien in Figuur 4. Zorg ervoor dat de windvaan vrij kan draaien. De beweging van de windvaan heeft een kleine mate van wrijving, wat helpt bij het verstrekken van stabiele metingen van de windrichting.

Figuur 4: Installatieschema van windvaan

4.2.3 De windsnelheidcupjes installeren

Druk de windsnelheidcupjes in de schacht, zoals te zien in Figuur 5. Draai de schroef vast met een schroevendraaier. Zorg ervoor dat de windsnelheidcupjes vrij kunnen draaien.7

Figuur 5: Installatieschema van windsnelheidcupje

4.2.4 De regenmeter installeren

Installeer de trechter van de regenmeter. Draai rechtsom om de trechter te bevestigen op de buitensensor.

Figuur 6: De regenmeter installeren en onderhouden

4.2.5 De batterijen installeren

Plaats 2x type AA batterijen in het batterijvak. De led-indicator op de achterzijde van de zender zal vier seconden inschakelen en gewoonlijk elke 16 seconden knipperen (de updateperiode voor de sensoroverdracht).8

Figuur 7: Installatieschema van batterijen Opmerking: Als er geen led oplicht of als er eentje constant brandt, controleer dan of de batterijen op de juiste manier zijn geïnstalleerd of dat er een reset is opgetreden. Installeer de batterijen niet achterstevoren. De buitensensor kan anders permanent worden beschadigd. Opmerking: Wij raden u aan om 1,5V lithiumbatterijen te gebruiken. Wij raden af om oplaadbare batterijen te gebruiken. Deze hebben een lagere spanning, werken niet goed binnen een breed temperatuurbereik en gaan minder lang mee, wat tot een zwakkere ontvangst leidt.

4.2.6 Het gemonteerde buitensensorpakket installeren

4.2.6.1 Vóór de installatie

Voordat u aan de slag gaat met de buiteninrichting beschreven in deze paragraaf, wilt u misschien eerst de instellingsstappen uitvoeren vanaf paragraaf 5.2, terwijl u het in elkaar gezette buitensensorpakket bij de hand houdt (echter bij voorkeur niet dichter dan 1,5 m vanaf de console). Dit maakt eventuele probleemoplossing en afstellingen eenvoudiger en vermijdt mogelijke afstand- of interferentiegerelateerde problemen tijdens de instellingen. Nadat de instellingen zijn afgerond en alles goed werkt, kunt u weer hier terugkeren voor de buiteninstallatie. Als er problemen optreden na de installatie buiten, dan liggen deze vrijwel zeker aan afstand, obstakels, enz.9

U kunt een pijp aan een permanente structuur bevestigen en daar vervolgens het sensorpakket aan bevestigen (zie Figuur 8). De U-bouten zijn geschikt voor een pijpdiameter van 2,5 - 5 cm (pijp niet inbegrepen). Figuur 8: Installatieschema van sensorpakket Plaats het sensorpakket uiteindelijk bovenop de voorbereide installatiepijp. De U-bouten zouden hiervoor los genoeg moeten zitten, draai de moeren anders wat losser. Eenmaal op zijn plek, draait u alle vier de moeren gelijkmatig handvast. Het gehele pakket dient nu in de juiste richting te worden afgesteld door het bovenop de installatiepijp te draaien. Zoek naar de pijl gemarkeerd “WEST” bovenop het sensorpakket, direct naast de lichtsensor. Het gehele sensorpakket moet worden gedraaid totdat deze pijl naar het Westen wijst. Het is handig om een kompas te gebruiken voor een optimale afstelling (veel mobiele telefoons hebben een kompasapplicatie). Eenmaal in de juiste richting gedraaid, zorgt u ervoor dat het pakket niet meer kan draaien door de bouten wat strakker aan te draaien (met een sleutel). Opmerking: Gebruik de waterpas naast de regensensor om te controleren of de sensorinrichting volledig waterpas zit. De regenmeter zal geen nauwkeurige metingen verstrekken als de sensor niet waterpas zit.

4.2.7 Resettoets en zender-led

Reset de sensorinrichting in het geval dat deze geen gegevens zendt. Gebruik een open gebogen paperclip om de RESETTOETS drie seconden ingedrukt te houden en opnieuw te synchroniseren met de console door de console uit en weer in te schakelen. Houd de console ongeveer 3 meter van de sensorinrichting vandaan.10

4.3 Voor optimale prestaties van de draadloze communicatie

Opmerking: Voor een goede communicatie, dient u de afstandssensor(en) rechtop op een verticaal oppervlak te monteren, zoals een muur. Leg de sensor niet plat neer. De draadloze communicatie is gevoelig voor interferentie, afstand, muren en metalen barrières. Houd rekening met het volgende voor een probleemloze draadloze communicatie. Elektromagnetische interferentie (EMI). Houd de console een aantal meter uit de buurt van computerschermen en tv’s. Radiofrequentie-interferentie (RFI). Als u andere apparaten hebt die op dezelfde frequentieband werken als uw binnen- en/of buitensensoren en de communicatie tussen de sensor en console raakt verstoord, probeer deze andere apparaten dan uit te schakelen om te bepalen welk apparaat de verstoring veroorzaakt. U moet de zenders of ontvangers misschien verplaatsen om de interferentie te vermijden en een betrouwbare communicatie tot stand te brengen. De gebruikte frequentie is 868.

1. Nominale gezichtslijn. Dit apparaat heeft een nominale gezichtslijn

van 91 meter (zonder interferentie, barrières of muren), maar gewoonlijk krijgt u slechts 30 meter in de meeste feitelijke installaties waarbij het signaal barrières en muren moet passeren.

2. Metalen barrières. Radiofrequentie zal geen metalen barrières

passeren, zoals aluminium beplating. Als u metalen beplating hebt, zorg er dan voor dat de afstandssensor en console door een raam op elkaar gericht zijn voor een betere gezichtslijn.11 Hieronder volgt een tabel met mogelijke ontvangstverlies vergeleken met overdrachtsmedia. Elke “muur” of obstructie kort het overdrachtsbereik in met hieronder vermelde factor. Medium Verlaging in RF-signaalsterkte Glas (onbehandeld) 5-15% Kunststoffen 10-15% Hout 10-40% Steen 10-40% Beton 40-80% Metaal 90-100% Tabel 5: Verlaging in RF-signaalsterkte

De voor- en achterzijde van de displayconsole staat afgebeeld in Figuur 13.

Figuur 13: Voor- en achterzijde van displayconsole Zie Figuur 14. (1) Klap de bureausteun uit en plaats de 1,5 tot 3 meter uit de buurt van de buitensensor. (2) Verwijder de batterijklep op de achterzijde van de console en installeer 2 x type AA alkaline- of lithiumbatterijen van hoge kwaliteit volgens Figuur 14. (3) Wacht enkele minuten totdat de afstandssensoren met de displayconsole zijn gesynchroniseerd. (4) Om te voorkomen dat het verhogen van de eigen temperatuur van de displayconsole de nauwkeurigheid van de gemeten temperatuur en vochtigheid aantast, wordt de temperatuur- en vochtigheidssensor aan het antenne-einde geplaatst, uit de buurt van de behuizing van het station. Laat de antenne van de console recht omhoog wijzen voor nauwkeurige metingen van de binnentemperatuur en -vochtigheid.12 Figuur 14: De batterijen installeren voor de displayconsole 5 De displayconsole gebruiken

11. Weersvoorspelling

4. Cycluspictogram voor

8-kanaals thermo-/hygrometer binnen/buiten (optioneel)

5. Buitentemperatuur

13. WiFi-signaalpictogram

6. Buitenvochtigheid

7. Binnenvochtigheid

8. Binnentemperatuur

Tabel 6: Gedetailleerde items van de displayconsole

5.2 Aanvankelijke instelling van de displayconsole

Installeer de batterijen om de displayconsole van stroom te voorzien. Het apparaat zal 2 seconden na een reset de softwareversie en frequentie-informatie laten zien. Alle segmenten van de LCD zullen 3 seconden oplichten na de reset en het apparaat zal vervolgens 3 minuten lang het buitenkanaal beginnen te registreren.

De console is voorzien van vijf toetsen voor eenvoudige bediening14

Figuur 17 Toets Beschrijving MODUS Twee seconden ingedrukt houden om de instellingsmodus te openen. Indrukken om te wisselen tussen normale modus, max. modus, min. modus, alarmmodus hoog, alarmmodus laag en de weergavemodus van het MAC-adres. TEMP+ Terwijl de console alleen op batterijen werkt, kunt u op deze toets drukken om de weergave te wisselen tussen buitentemperatuur, gevoelstemperatuur, dauwpunt en warmte-index. Wanneer de DC-netvoeding wordt gebruikt, wisselt deze toets de weergave tussen buitentemperatuur, gevoelstemperatuur, dauwpunt, warmte-index, 8-kanaals temperatuur en vochtigheid (optioneel) en cyclusmodus. WIND - Indrukken om te wisselen tussen de gemiddelde windsnelheid en windstoten. Twee seconden ingedrukt houden om de weergave van de windrichting te wisselen tussen graden en letters. REGEN/DRUK Twee seconden ingedrukt houden om te wisselen tussen regen en druk. In de regenmodus indrukken om te wisselen tussen hoeveelheid neerslag, regen-event, regen per uur, regen per week, regen per maand en regen per jaar. In de drukmodus indrukken om te wisselen tussen relatieve druk en absolute druk. LICHT Indrukken om de helderheid van het LCD-achtergrondlicht aan te passen (hoog, gemiddeld en uit); alleen beschikbaar wanneer de USB-aansluiting als voeding wordt gebruikt. Indrukken om de instellingsmodus op elk gewenst moment te verlaten.15 Toets Beschrijving TEMP+ (en) REGEN/DRUK Houd deze twee toetsen gelijkertijd 4 seconden ingedrukt om de Bluetooth-functie te activeren voor WiFi-configuratie (zie paragraaf 7.1.2) Tabel 7: Toetsfuncties

5.3 Instellingsmodus

Opmerking: De tijdzone- en zomertijdinstellingen kunnen alleen via de app WS View Plus worden geprogrammeerd. U dient de tijdzone correct in te stellen als u de console hebt verbonden met het internet en deze instelling moet voor uw installatie worden aangepast, anders zal de console met de standaard instelling worden gesynchroniseerd als u deze parameters niet correct instelt via de app. Houd de toets MODE twee seconden ingedrukt om de instellingsmodus te openen. Druk op de toets MODE (niet ingedrukt houden) om naar de volgende instelling te gaan. Druk op elk gewenst moment op de toets LIGHT om de instellingsmodus af te sluiten. Tabel 8 toont de volgorde en commando’s van de instellingsmodus. Reset naar standaard fabriekswaarden: [MODE] + [LIGHT] voor 5s Commando Modus Instellingen Afbeelding [MODE] + 2 seconden Instellingsmo dus openen, pieptoon aan of uit Druk op [TEMP +] of [WIND -]om UIT en AAN te schakelen. Hierdoor zal de pieptoon niet langer klinken wanneer u toetsen indrukt.16 Commando Modus Instellingen Afbeelding [MODE] Max./min. registraties wissen Druk op [TEMP +] of [WIND -]om UIT en AAN te schakelen. Wanneer ingesteld op AAN, worden de minimale en maximale waarden elke dag om middernacht (00:00) gewist. Wanneer ingesteld op UIT, moeten de minimale en maximale waarden handmatig worden gewist. [MODE] 12-uurs/ 24-uurs formaat Druk op [TEMP +] of [WIND -] om het uurformaat te wisselen tussen 12 uur en 24 uur. [MODE] Uur Druk op [TEMP +] of [WIND -] om de uren te verhogen of verlagen. [MODE] Minuut Druk op [TEMP +] of [WIND -] om de minuten te verhogen of verlagen. [MODE] Jaar Druk op [TEMP +] of [WIND -] om het jaar te verhogen of verlagen [MODE] Maand Druk op [TEMP +] of [WIND -] om de maand te verhogen of verlagen [MODE] Dag Druk op [TEMP +] of [WIND -] om de dag te verhogen of verlagen [MODE] Meeteenheid voor druk Druk op [TEMP +] of [WIND -] om de meeteenheid voor de druk te wisselen tussen hap, mmHg en inHg.17 Commando Modus Instellingen Afbeelding [MODE] Relatieve drukkalibratie Druk op [TEMP +] of [WIND -] om de relatieve druk te verhogen of verlagen Zie paragraaf 5.4.3 voor meer informatie over het kalibreren van de relatieve druk . [MODE] Meeteenheid voor temperatuur Druk op [TEMP +] of [WIND -] om de meeteenheid voor de temperatuur te wisselen tussen °F en °C.

[MODE] Meeteenheid voor wind Druk op [TEMP +] of [WIND -] om de meeteenheid voor de wind te wisselen tussen km/u, mph, knopen, m/s en bft.

[MODE] Meeteenheid voor regen Druk op [TEMP +] of [WIND -] om de meeteenheid voor de regen te wisselen tussen in en mm.

[MODE] + 2 seconden betekent dat u de toets MODE twee seconden ingedrukt moet houden. [MODE] betekent dat u gewoon op de toets MODE moet drukken. Tabel 8: Volgorde van de instellingsmodus en opsomming van commando’s

5.4 Barometrische drukweergave

5.4.1 Absolute en relatieve druk weergeven

Houd [RAIN/PRE] twee seconden ingedrukt houden om te wisselen tussen regen en druk. Druk in de regenmodus op [RAIN/PRE] om te wisselen tussen absolute en relatieve druk18 Absolute druk is de gemeten atmosferische druk, is een hoogtefunctie en, in mindere mate, verandert in weersomstandigheden. Absolute druk is niet gecorrigeerd volgens zeeniveau. Relatieve druk is wel gecorrigeerd volgens zeeniveau. Zie paragraaf 5.4.3 voor meer informatie over relatieve druk en kalibratie.

5.4.2 Veranderingssnelheid van de drukgrafiek

De snelheid waarmee de drukgrafiek verandert, wordt links van de pictogrammen voor de weersvoorspelling weergegeven en duidt op het verschil tussen de dagelijkse gemiddelde druk en het gemiddelde over de afgelopen 30 dagen (in hPa). Figuur 18

5.4.3 Informatie over relatieve druk en kalibratie

De kalibratie was ingesteld in de WS View Plus-app. Om de drukomstandigheden van de ene locatie met de andere te vergelijken, corrigeren meteorologen de druk volgens het zeeniveau. Omdat de luchtdruk lager is op grotere hoogtes, is de op zeeniveau gecorrigeerde druk (de druk op uw locatie als u zich op zeeniveau zou bevinden) over het algemeen hoger dan uw gemeten druk. Uw absolute druk kan dus als 726,95 mmHg (969 mb) worden aangegeven op een hoogte van 305 m, maar de relatieve druk is echter 762 mmHg (1016 mb). De standaard zeeniveaudruk is 759,97 mmHg (1013 mb). Dit is de gemiddelde zeeniveaudruk over de hele wereld. Relatieve drukmetingen hoger dan 759,97 mmHg (1013 mb) worden als hoge druk beschouwd, terwijl relatieve drukmetingen lager dan 759,97 mmHg als lage druk worden beschouwd. Om de relatieve druk op uw locatie te bepalen, zoekt u een officieel rapportagestation bij u in de buurt (het internet is de beste bron voor real-time barometeromstandigheden, zoals Weather.com of Wunderground.com) en stelt u uw weerstation in volgens dit officiële rapportagestation.19

5.5.1 Meetintervallen voor neerslag

Houd [RAIN/PRE] twee seconden ingedrukt houden om te wisselen tussen regen en druk. Druk in de regenmodus op [RAIN/PRE] om te wisselen tussen hoeveelheid neerslag (mm/u), regen-event, regen per uur, regen per dag, regen per week, regen per maand en regen per jaar.

5.5.2 Intervallen voor regendefinities

Neerslag per uur of mm/U wordt bepaald als de laatste 10 minuten neerslag vermenigvuldigd met zes (10 minuten x 6 = 1 uur). Dit wordt ook wel onmiddellijke regen per uur genoemd. Event wordt bepaald als aanhoudende regen en wordt gereset als de neerslag in een periode van 24 uur minder dan 1 mm (0,039 inch) is. Dagelijks wordt bepaald als de neerslag sinds middernacht (00:00). Wekelijks wordt bepaald als het totaal in een kalenderweek en wordt gereset op zondagochtend om middernacht (zondag tot en met zaterdag). Maandelijks wordt bepaald als het totaal in een kalendermaand en wordt gereset op de eerste dag van de maand. Jaarlijks wordt bepaald als de totale hoeveelheid neerslag van 1 januari tot 31 december.

Druk op de toets [WIND -] om te wisselen tussen de gemiddelde windsnelheid en windstoten. Houd de toets [WIND -] twee seconden ingedrukt om de weergave van de windrichting te wisselen tussen graden en letters. Windsnelheid wordt bepaald als de gemiddelde windsnelheid gedurende de updateperiode van 16 seconden. Windstoot wordt bepaald als de piekwindsnelheid gedurende de updateperiode van 16 seconden.

5.7 Temperatuurweergave

Als de temperatuur lager is dan het minimale bereik, zal het temperatuurveld streepjes laten zien (--. -). Als de temperatuur hoger is dan het maximale bereik, zal het temperatuurveld ook streepjes laten ziens (--. -).20

5.7.1 Weergave van gevoelstemperatuur, dauwpunt en warmte-index

Druk op de toets [TEMP] om te wisselen tussen buitentemperatuur, gevoelstemperatuur, windstoot, dauwpunt en warmte-index. Dit apparaat ondersteunt tot 8 aanvullende thermo-/hygrometersensoren. Als u deze extra sensoren hebt, druk dan op de toets [TEMP +] om te wisselen tussen buitentemperatuur, windstoor, dauwpunt, warmte-index,8-kanaals temperatuur en vochtigheid en cyclusmodus.

U kunt de instellingen voor de hoog-alarmen bekijken door een derde keer op de toets MODE te drukken. De hoog-alarmen zullen worden weergegeven, zoals te zien in Figuur 19 (a). U kunt de instellingen voor de laag-alarmen bekijken door een vierde keer op de toets MODE te drukken. De laag-alarmen zullen worden weergegeven, zoals te zien in Figuur 19 (b). Druk nogmaals op de toets LIGHT om terug te keren naar de normale modus.

Terwijl Alarm Hoog wordt weergegeven (zie paragraaf 5.8.1 ,)houdt u de toets og te MODE 2 seconden ingedrukt om de instellingsmodus voor alarm ho openen .21 Terwijl Alarm Laag wordt weergegeven (zie paragraaf 5.8.1 ,)houdt u de toets MODE 2 seconden ingedrukt om de instellingsmodus voor alarm laag te openen. Druk op de toets MODE om op te slaan en verder te gaan naar de volgende alarminstelling. Druk op elk gewenst moment op de toets LIGHT om de instellingsmodus voor alarm hoog te verlaten. Tabel 9 toont de volgorde en commando’s van de alarmmodus. Commando Modus Instellingen [MODE] + 2 seconden Instellingsmodus alarm hoog openen, alarmuren Druk op [TEMP +] of [WIND -] om de uren van het alarm te verhogen of verlagen. Druk op [RAIN/PRE] om het tijdalarm in of uit te schakelen. Wanneer het alarm is ingeschakeld, zal het alarmtijdpictogram verschijnen. [MODE] Alarmminuten Druk op [TEMP +] of [WIND -] om de minuten van het alarm te verhogen of verlagen. Druk op [RAIN/PRE] om het tijdalarm in te schakelen. Het alarmtijdpictogram zal verschijnen. Druk nogmaals op [RAIN/PRE] om het tijdalarm uit te schakelen. Het alarmtijdpictogram zal verdwijnen.22 Commando Modus Instellingen [MODE] Alarm hoge binnentemperatuur Druk op [TEMP +] of [WIND -] om de alarmwaarde te verhogen of verlagen. Druk op [RAIN/PRE] om het alarm in te schakelen. Het alarmpictogram zal verschijnen. Druk op [RAIN/PRE] om het alarm uit te schakelen. Het alarmpictogram zal verdwijnen. [MODE] Alarm hoge binnenvochtigheid Druk op [TEMP +] of [WIND -] om de alarmwaarde te verhogen of verlagen. Druk op [RAIN/PRE] om het alarm in te schakelen. Het alarmpictogram zal verschijnen. Druk op [RAIN/PRE] om het alarm uit te schakelen. Het alarmpictogram zal verdwijnen. [MODE] Alarm hoge buitentemperatuur Druk op [TEMP +] of [WIND -] om de alarmwaarde te verhogen of verlagen. Druk op [RAIN/PRE] om het alarm in te schakelen. Het alarmpictogram zal verschijnen. Druk op [RAIN/PRE] om het alarm uit te schakelen. Het alarmpictogram zal verdwijnen.23 Commando Modus Instellingen [MODE] Alarm hoge buitenvochtigheid Druk op [TEMP +] of [WIND -] om de alarmwaarde te verhogen of verlagen. Druk op [RAIN/PRE] om het alarm in te schakelen. Het alarmpictogram zal verschijnen. Druk op [RAIN/PRE] om het alarm uit te schakelen. Het alarmpictogram zal verdwijnen. [MODE] Alarm hoge windstoot Druk op [TEMP +] of [WIND -] om de alarmwaarde te verhogen of verlagen. Druk op [RAIN/PRE] om het alarm in te schakelen. Het alarmpictogram zal verschijnen. Druk op [RAIN/PRE] om het alarm uit te schakelen. Het alarmpictogram zal verdwijnen. [MODE] Alarm hoge hoeveelheid neerslag Druk op [TEMP +] of [WIND -] om de alarmwaarde te verhogen of verlagen. Druk op [RAIN/PRE] om het alarm in te schakelen. Het alarmpictogram zal verschijnen. Druk op [RAIN/PRE] om het alarm uit te schakelen. Het alarmpictogram zal verdwijnen.24 Commando Modus Instellingen [MODE] Alarm lage binnentemperatuur Druk op [TEMP +] of [WIND -] om de alarmwaarde te verhogen of verlagen. Druk op [RAIN/PRE] om het alarm in te schakelen. Het alarmpictogram zal verschijnen. Druk op [RAIN/PRE] om het alarm uit te schakelen. Het alarmpictogram zal verdwijnen. [MODE] Alarm lage binnenvochtigheid Druk op [TEMP +] of [WIND -] om de alarmwaarde te verhogen of verlagen. Druk op [RAIN/PRE] om het alarm in te schakelen. Het alarmpictogram zal verschijnen. Druk op [RAIN/PRE] om het alarm uit te schakelen. Het alarmpictogram zal verdwijnen. [MODE] Alarm lage buitentemperatuur Druk op [TEMP +] of [WIND -] om de alarmwaarde te verhogen of verlagen. Druk op [RAIN/PRE] om het alarm in te schakelen. Het alarmpictogram zal verschijnen. Druk op [RAIN/PRE] om het alarm uit te schakelen. Het alarmpictogram zal verdwijnen.25 Commando Modus Instellingen [MODE] Alarm lage buitenvochtigheid Druk op [TEMP +] of [WIND -] om de alarmwaarde te verhogen of verlagen. Druk op [RAIN/PRE] om het alarm in te schakelen. Het alarmpictogram zal verschijnen. Druk op [RAIN/PRE] om het alarm uit te schakelen. Het alarmpictogram zal verdwijnen. [MODE] Alarminstellingsmodus afsluiten. [MODE] + 2 seconden betekent dat u de toets MODE 2 seconden ingedrukt moet houden. [MODE] betekent dat u gewoon op de toets MODE moet drukken. Tabel 9: Volgorde van de alarminstellingsmodus en opsomming van commando’s

U kunt de max. waarde controleren door op de toets MODE te drukken en de max. waarden worden weergegeven, zoals te zien in Figuur 20 (a). Houd de toets MODE ingedrukt terwijl de max. waarden worden weergegeven om de max. waarden te wissen. U kunt de min. waarde controleren door nogmaals op de toets MODE te drukken en de min. waarden worden weergegeven, zoals te zien in Figuur 20 (b). Houd de toets MODE ingedrukt terwijl de min. waarden worden weergegeven om de min. waarden te wissen. Druk op de toets LIGHT om terug te keren naar de normale modus.26 (a) (b) Figuur 20

5.9.1.1 Max./min. waarden weergeven voor gevoelstemperatuur,

warmte-index en dauwpunt Terwijl de max. waarden worden weergegeven zoals beschreven in paragraaf

5.9.1 ,drukt u eenmaal op de toets TEMP+ om de gevoelstemperatuur weer te

geven, tweemaal voor het dauwpunt, driemaal voor de warmte-index en een vierde keer om terug te keren naar de buitentemperatuur. Terwijl de min. waarden worden weergegeven zoals beschreven in paragraaf

5.9.1 ,drukt u ee nmaal op de toets TEMP+ om de gevoelstemperatuur weer te

geven, tweemaal voor het dauwpunt, driemaal voor de warmte-index en een vierde keer om terug te keren naar de buitentemperatuur.

5.9.1.2 Max. waarden weergeven voor windsnelheid en windstoot

Terwijl de max. waarden worden weergegeven zoals beschreven in paragraaf

5.9.1 ,drukt u eenmaal op de toets WIND- om de max. windstoot weer te

geven en tweemaal om terug te keren naar de windsnelheid.

5.9.1.3 Regen per uur en hoeveelheid neerslag weergeven

Terwijl de max. waarden worden weergegeven zoals beschreven in paragraaf

5.9.1 ,drukt u eenmaal op de toets RAIN om de max. regen per uur weer te

geven en tweemaal om de hoeveelheid neerslag te controleren.

5.9.1.4 Min. en max. waarden weergeven van absolute en relatieve druk

Terwijl de max. waarden worden weergegeven zoals beschreven in paragraaf

5.9.1 ,houdt u de toets RAIN/PRE twee seconden ingedrukt om de

drukweergave te openen. Druk vervolgens op de toets RAIN/PRE om te wisselen tussen relatieve druk en absolute druk.27 Terwijl de min. waarden worden weergegeven zoals beschreven in paragraaf

5.9.1 ,houdt u de toets RAIN/PRE twee seconden ingedrukt om de

drukweergave te openen. Druk vervolgens op de toets RAIN/PRE om te wisselen tussen relatieve druk en absolute druk. Druk op de toets LIGHT om terug te keren naar de normale modus.

5.10 De draadloze sensor opnieuw synchroniseren

Druk in de weergavemodus thermo-/hygrosensor buiten/windstoot/dauwpunt/warmte-index 5 seconden op de toets TEMP+, en de console zal de buitensensorinrichting opnieuw registreren. Druk in de weergavemodus kanaal 1-8 thermo-/hygrosensor 5 seconden op de toets TEMP+, and de console zal het huidige kanaal van de buitensensor opnieuw registreren. Druk in de cyclusmodus 5 seconden op de toets TEMP+, en de console zal zowel de sensorinrichting als kanaalsensoren 1-8 opnieuw registreren.

5.11 Het achtergrondlicht bedienen

Houd de toets LIGHT 2s ingedrukt om de WiFi-chip uit de energiebesparingsmodus te wekken. De datumweergave zal “WAK” tonen om aan te geven dat de display gewekt is. Dit is nuttig wanneer de functie Live Data (Live gegevens) in de WS View Plus-app moet worden geactiveerd voor live gegevensreferentie, omdat het systeem niet snel op de commando’s van de WS View Plus -app reageert wanneer ingesteld op de WiFi-energiebesparingsmodus.

5.11.1 Met USB-kabel (inbegrepen)

Het achtergrondlicht kan alleen ingeschakeld blijven wanneer de consoledisplay van stroom wordt voorzien via de USB-kabel. Druk op de toets LIGHT om de helderheid in te stellen op hoog, gemiddeld of uit.

5.11.2 Zonder USB-voeding

Druk kort op een willekeurige toets om het achtergrondlicht 15 seconden lang in te schakelen.

Met de trendpijltjes kunt u snel bepalen of de temperatuur of druk stijgt of daalt gedurende een updateperiode van drie uur, die elke 30 minuten wordt bijgewerkt.28 Tabel 10 beschrijft de omstandigheden voor stijgende of dalende druk elke 3 uur. Trendindicatoren Omstandigheid Vochtigheidsverandering per 3 uur Temperatuurverandering per 3 uur

5.13 Indicator van de draadloze signaalkwaliteit

De draadloze signaalsterkte toont de ontvangstkwaliteit. Als het signaal niet wordt verloren, zal de signaalsterkte-indicator vier balkjes tonen. Als het signaal eenmaal verloren gaat, worden er drie balkjes getoond, zoals te zien in Figuur 26. Vier balkjes Drie balkjes Geen signaalverlies Eenmalig signaalverlies Tabel 11

5.14 Weersvoorspelling

De vijf weerpictogrammen zijn zonnig, licht bewolkt, bewolkt, regenachtig en sneeuw. Het weersvoorspellingspictogram is gebaseerd op de mate waarop de barometrische druk verandert. Het duurt minstens èèn maand totdat het weerstation de barometrische drukverandering over tijd heeft ingeleerd.29 Zonnig Licht bewolkt Bewolkt Regenachtig Sneeuw De druk neemt gedurende een aanhoudende periode toe De druk neemt iets toe, of aanvankelijke inschakeling De druk neemt iets af De druk neemt gedurende een aanhoudende periode af De druk neemt gedurende een aanhoudende periode af en de temperatuur is onder het vriespunt Tabel 12: Opsomming van de weersvoorspelling Opmerking: Wanneer de druk drastisch afneemt, knippert het regenpictogram om stormachtig aan te geven. Wanneer de druk dramatisch afneemt en de temperatuur onder het vriespunt terechtkomt, knippert het sneeuwpictogram om een sneeuwstorm aan te geven.

5.14.1 Stormwaarschuwing

Als de barometrische druk snel daalt, knippert het weersvoorspellingspictogram.

5.14.2 Beschrijving en beperkingen van de weersvoorspelling

Als de verandering in druk versnelt, verbetert het weer over het algemeen (zonnig tot licht bewolkt). Als de druk trager verandert, wordt het weer over het algemeen slechter (bewolkt, regenachtig). Als de veranderingssnelheid relatief stabiel is, zal het licht bewolkt worden aangegeven. De reden waarom de huidige omstandigheden niet overeenkomen met het voorspellingspictogram, is omdat de weersvoorspelling 24-48 uur van tevoren wordt berekend. Deze voorspelling is op de meeste locaties slechts 70% nauwkeurig en het is een goed idee om het Nationaal Weersinstituut te raadplegen voor nauwkeurigere weersvoorspellingen. Deze weersvoorspelling is op bepaalde locaties min of meer nauwkeurig. Het is echter nog steeds een interessant educatief hulpmiddel om te leren waarom het weer verandert.30 Het Nationaal Weersinstituut (en andere weerdiensten zoals Accuweather en The Weather Channel) hebben veel middelen tot hun beschikking om weersomstandigheden te voorspellen, waaronder een weerradar, weermodellen en gedetailleerde kaarten van de grondomstandigheden. 6 Specificaties: Buitengegevens Zendafstand in open veld

16 s31 Binnengegevens Bereik binnentemperatuur

0-50˚C (32 tot + 122˚F) (--- weergegeven wanneer buiten bereik) Resolutie

Meetbereik luchtdruk

0,1hPa (0,25 mmHg) Alarmduur

60s Stroomverbruik Basisstation : 5V DC (connectorkabel USB naar 2,5*0.7mm DC 5V voedingsstekker inbegrepen) Basisstation : 2 x AA-lithiumbatterijen (niet inbegrepen) Afstandssensor: 2 x AA-lithiumbatterijen (niet inbegrepen) 7 Live publiceren op internet Uw console kan uw sensorgegevens naar bepaalde internetgebaseerde weerdiensten zenden. De ondersteunde diensten staan in de tabel hieronder vermeld: Hosting- dienst Website Beschrijving Ecowitt Weather https://www. ecowitt. net Ecowitt is een nieuwe weerserver die een aantal sensoren kan hosten die niet door andere diensten worden ondersteund.32 Hosting- dienst Website Beschrijving Weather Underground WeatherUndeground. com Weather Underground is een gratis weerhostingservice waarmee u uw weerstationgegevens in real-time kunt verzenden en bekijken, grafieken en meters kunt bekijken, tekstgegevens kunt importeren voor meer gedetailleerde analyse en iPhone-, iPad- en Android-applicaties kunt gebruiken die beschikbaar zijn op Wunderground.com. Weather Underground is een dochteronderneming van The Weather Channel en IBM. Weather Cloud WeatherCloud. net Weathercloud is een real-time sociaal weernetwerk gevormd door waarnemers van over de hele wereld Weather Observation Website (WOW) http://wow. metoffice.gov.uk/ WOW is een weerobservatiewebsite gebaseerd in het Verenigd Koninkrijk. Bij WOW kan iedereen zijn eigen weergegevens indienen, waar ook ter wereld. Persoonlijke website

Uploaden naar uw persoonlijke website wordt ook ondersteund, vooropgesteld dat deze website hetzelfde protocol gebruikt als Wunderground of Ecowitt. Tabel 13: Ondersteunde weerdiensten33

7.1 WiFi configureren via Bluetooth om de weerstationconsole

te verbinden Om weergegevens naar deze diensten te verzenden, moet u de console configureren om te worden verbonden met uw WiFi-router voor internettoegang. Tijdens het instellen van de consolegegevens en het bijwerken van de firmware is de communicatie tussen uw telefoon en console gebaseerd op Bluetooth (BLE), dus uw telefoon moet zich 5 meter binnen de radius van de console bevinden. Wanneer het apparaat verbinding heeft gemaakt met uw netwerk waarmee ook uw telefoon is verbonden, dan zal verdere configuratie zoals live data, kalibratie, datum, tijdzone, enz. gebaseerd zijn op uw WLAN en is het niet zo afstandsgevoelig meer. Opmerking 1: De WiFi-chip voorzien op deze console ondersteunt alleen de 2,4GHz modus met 2,0 MHz CLK-snelheid. Dus moeten bepaalde nieuwe WiFi-routers of toegangspunten handmatig op de 2,4GHZ modus worden ingesteld en moet zelfs de latentiemodus worden ingeschakeld om dit apparaat te kunnen hosten. Routers en toegangspunten waarvan dat bekend is: Ubiquiti UAP-PRO Of het is zelfs nodig om deze optie uit te schakelen:34 Controleer de instellingen van uw WiFi-router of toegangspunten en neem contact op met de fabrikant van de router als u nog steeds problemen ondervindt bij het verbinden van de console met uw WiFi-netwerk.35 Opmerking: Als u de opstelling test met het buitensensorpakket in de buurt en binnenshuis, kunt u overwegen om verbinding te maken met WiFi, maar nog geen van de weerdiensten te configureren. De reden is dat de binnentemperaturen en -vochtigheid geregistreerd door de buitensensor, en zoals gerapporteerd aan de weerdienst(en), de omstandigheden binnenshuis weerspiegelen en niet de omstandigheden buitenshuis. Deze zullen dus incorrect zijn. Bovendien kan de regenvanger tijdens het hanteren worden gekanteld, waardoor regen wordt geregistreerd terwijl het misschien niet echt heeft geregend. Een manier om dit te voorkomen is door alle instructies op te volgen, maar echter opzettelijk een onjuist wachtwoord te gebruiken! U gaat dan na de permanente installatie buitenshuis terug om het het wachtwoord te wijzigen na het wissen van de consolegeschiedenis. Hierdoor begint de upload naar de diensten met een schone lei.

7.1.1 De mobiele applicatie downloaden

De WiFi-configuratie wordt uitgevoerd met uw mobiele apparaat, iOS of Android. Begin door de betreffende WS View Plus-applicatie voor uw apparaat te downloaden van de Apple App Store of Google Play Store.

7.1.2 WiFi configureren via Bluetooth

Houd de toetsen “TEMP/+” en “RAIN PRE” gelijkertijd 2 seconden ingedrukt om de configuratiemodus te activeren. De datumsectie op de LCD-display zal het volgende weergeven: Als u een Apple iOS-apparaat gebruikt, zie paragraaf 7.1.2.1 . Als u een Android-apparaat gebruikt, zie paragraaf 7.1.2.2 .

7.1.2.1 Apple iOS-gebruikers

Start de WS View Plus-app op het homescherm van uw mobiele apparaat. Kies “Allow While Using App” (Toestaan tijdens gebruik van app) wanneer de vraag “Allow WS View Plus to access your location?” (WS View Plus toegang tot uw locatie verlenen?) verschijnt. Als u deze optie niet selecteert, zal uw telefoon geen verbinding maken met het weerstation:36 Het apparaat configureren

3) Volg de instructies;

vink het vakje aan om “voltooide actie” te bevestigen en druk op Next (Volgende).37

4) De app zal nu naar het

apparaat zoeken. Zorg ervoor uw telefoon en apparaat binnen 5m afstand van elkaar te houden.

apparaten hebt, zullen deze allemaal in de lijst verschijnen. Selecteer het apparaat. De laatste vier cijfers van de apparaat-ID zijn hetzelfde als de laatste vier cijfers van het MAC-adres van het apparaat. Als u uw apparaat-ID niet kunt vinden, drukt u op Vernieuwen om bij te werken.

automatisch verbinding maken met de console.

selecteer uw SSID in de lijst. Als het een dual-band router is en de SSID's verschillen, zorg er dan voor dat u verbinding maakt met de 2, 4 GHz-band. Voer het WiFi-wachtwoord in.

Ecowitt-account hebt, kun u uw account koppelen. Tik op ON (Aan) en kies een uploadinterval in minuten. Noteer het MAC-adres. Zo niet, sla deze stap dan over.

9) Als u al een Weather

Underground-account hebt, kun u uw account koppelen. Voer de station-ID en het stationswachtwoord in dit paneel in dat u van Wunderground.com hebt gekregen. Zo niet, sla deze stap dan over.

*Opmerking: U kunt na stap 7) het uploaden naar weerdiensten (Ecowitt Weather / Weather Underground / Weather Cloud / WOW / persoonlijke website) op deze pagina instellen of dit doen nadat de WiFi-configuratie is afgerond.38 Als u weerdiensten hebt geconfigureerd nadat de WiFi-configuratie is voltooid, selecteert u uw apparaat in de lijst met apparaten. Dit zat het scherm “Live Data” (Live gegevens) oproepen. Druk op het scherm “Live Data” (Live gegevens) op de toets “More” (Meer) rechtsboven in de hoek en selecteer “Weather Services” (Weerdiensten) in het menu. Dit brengt u naar het scherm “Upload” voor het apparaat.

WeatherCloud-acco unt hebt, kun u uw account koppelen. WeatherCloud.net. Voer in dit paneel de station-id en het wachtwoord in. Zo niet, sla deze stap dan over.

WeatherObservationsWeb-a ccount hebt, kun u uw account koppelen. Voer in dit paneel de station-id en het wachtwoord in. Zo niet, sla deze stap dan over.

gegevens naar uw eigen server. Uw website moet hetzelfde protocol gebruiken als Wunderground of Ecowitt. Voer alle vereiste informatie in.39

afgerond, worden uw apparaat-ID, IP-adres en MAC-adres weergegeven. Als u meerdere apparaten hebt, zullen deze allemaal in de lijst verschijnen. Klik op het apparaatveld om console-instellingen te veranderen.

apparaat om de live gegevens te zien.

Activeer nu de applicatie die u hebt gedownload op uw mobiele apparaat. De volgende instructies bevatten gewoonlijk screenshots voor de Android-applicatie naast elkaar. Het apparaat configureren40

1) Druk op “Configure

a New Device” (Een nieuw apparaat configureren).

2) Selecteer het apparaat dat u

gebruikt in de lijst met apparaten en druk vervolgens op Next (Volgende).

3) Volg de aanwijzingen,

vink het vakje aan om “actie voltooid” te bevestigen en druk op Next (Volgende).

4) De app zal nu naar

het apparaat zoeken. Zorg ervoor uw telefoon en apparaat binnen 5m van elkaar te houden.

5) Als u meerdere apparaten

hebt, zullen deze allemaal in de lijst verschijnen. Selecteer het apparaat. De laatste vier cijfers van de apparaat-ID zijn hetzelfde als de laatste vier cijfers van het MAC-adres van het apparaat. Als u uw apparaat-ID niet kunt vinden, drukt u op Vernieuwen om bij te werken.

automatisch verbinding maken met de console.41

selecteer uw SSID in de lijst. Als het een dual-band router is en de SSID's verschillen, zorg er dan voor dat u verbinding maakt met de 2, 4 GHz-band. Voer het WiFi-wachtwoord in.

Ecowitt-account hebt, kun u uw account koppelen. Tik op ON (Aan) en kies een uploadinterval in minuten. Noteer het MAC-adres. Zo niet, sla deze stap dan over.

9) Als u al een Weather

Underground-account hebt, kun u uw account koppelen. Voer de station-ID en het stationswachtwoord in dit paneel in dat u van Wunderground.com hebt gekregen. Zo niet, sla deze stap dan over.

WeatherCloud-acco unt hebt, kun u uw account koppelen. WeatherCloud.net. Voer in dit paneel de station-id en het wachtwoord in. Zo niet, sla deze stap dan over.

WeatherObservationsWeb-a ccount hebt, kun u uw account koppelen. Voer in dit paneel de station-id en het wachtwoord in. Zo niet, sla deze stap dan over.

12) Upload uw gegevens

naar uw eigen server. Uw website moet hetzelfde protocol gebruiken als Wunderground of Ecowitt. Voer alle vereiste informatie in. Zo niet, sla deze stap dan over.42

afgerond, worden uw apparaat-ID, IP-adres en MAC-adres weergegeven. Als u meerdere apparaten hebt, zullen deze allemaal in de lijst verschijnen. Klik op het apparaatveld om console-instellingen te veranderen.

15) Selecteer het apparaat

om de live gegevens te zien. Uw mobiele apparaat dient te zijn teruggekeerd naar uw normale WiFi-netwerkinstellin g en het scherm “Live Data” (Live gegevens) dient de metingen van uw sensoren weer te geven.43 Het Mac-adres van het apparaat controleren Druk in de normale modus vijfmaal op de toets MODE om het MAC-adres te controleren. Het MAC- adres te zien in Figuur is bijvoorbeeld 88:4A:18:13:89:77.

Andere functies van WS View Plus

U kunt de gewenste weergave-eenheden of de standaard homepagina voor de app instellen door “Settings” (Instellingen) in het submenu te selecteren:44

Druk op de toets “More” (Meer) rechtsboven in de hoek van het scherm “Live Data” (Live gegevens) om het kalibratiescherm te openen.

8.3 Totale neerslag bewerken

Druk op de toets “More” (Meer) rechtsboven in de hoek van het scherm “Live Data” (Live gegevens) om eventueel de totale neerslag te bewerken.

8.4 Apparaatinstellingen

Druk op de toets “More” (Meer) rechtsboven in de hoek van het scherm “Live Data” (Live gegevens) en selecteer “Device Settings” (Apparaatinstellingen) om het volgende in te stellen: Sensortype selecteren. Tijdzone instellen. Apparaat herstarten. Resetten naar fabrieksinstellingen. Firmware-upgrade (verschijnt alleen wanneer er nieuwe firmware beschikbaar is)45

Druk op “More” (Meer) op het scherm “Live Data” (Live gegevens) en selecteer “Sensors ID” (Sensor-ID) om het volgende in te stellen: Sensor-ID, signaalsterkte en batterijstatus controleren. 1-4 balkjes betekent 1-4 geslaagde opeenvolgende signaalontvangsten zonder er eentje te hebben gemist. De sensor offline registreren. De sensor in- of uitschakelen. De sensor-ID offline invoeren. 9 Onderhoud Voer de volgende stappen uit om uw station goed te onderhouden

1. Maak de regenmeter eens per 3 maanden schoon. Draai de trechter

linksom en til deze op voor toegang tot het mechanisme van de regenmeter en maak schoon met een vochtig doekje. Verwijder vuil, restjes en insecten. Als een insectenplaag een probleem is, spuit de inrichting dan lichtjes in met insecticide.46

UNLOCK ONTGRENDELEN Figuur : De regenmeter installeren en onderhouden

1. Vervang de batterijen elke 1-2 jaar. De batterijen kunnen na

langdurig gebruik beginnen te lekken wegens weersomstandigheden. Inspecteer de batterijen om de 3 maanden in veeleisende omgevingen.

2. In sneeuwachtige omgevingen, kunt u de bovenkant van het

weerstation met siliconenspray tegen ijsvorming inspuiten om sneeuwophoping te voorkomen.47 10 Probleemoplossing Probleam Oplossing

buitensensorinrichting communiceert niet met de displayconsole. De sensorinrichting is mogelijk niet goed gestart en de gegevens zijn als ongeldig geregistreerd door de console, de controle moet worden gereset. Druk op de resettoets zoals beschreven in paragraaf 4.2 . Gebruik een open gebogen paperclip om de resettoets 3 seconden ingedrukt te houden om de console opnieuw te synchroniseren met de sensorinrichting op een afstand van ongeveer 3 meter. De led naast het batterijvak zal elke 16 seconden knipperen. Als de led niet elke 16 seconden knippert… Vervang de batterijen in de buitensensorinrichting. als u de batterijen recent hebt vervangen, controleer dan de polariteit. Ga verder naar de volgende stap als de sensor elke 16 seconden knippert. Er kan een tijdelijk communicatieverlies optreden als gevolg van ontvangstverlies in verband met interferentie of andere factoren op de installatieplek, of de batterijen in de sensorinrichting zijn mogelijk vervangen en de console was niet gereset. De oplossing kan zo simpel zijn als het uit- en inschakelen van de console (verwijder de AC-voeding en batterijen, wacht 10 seconden en installeer de AC-voeding en batterijen weer). Metingen van de temperatuursensor zijn overdag te hoog. Zorg ervoor dat de sensorinrichting zich niet te dicht bij warmtegenererende bronnen of constructies bevindt, zoals gebouwen, bestrating, muren of airconditionings. Gebruik de kalibratiefunctie om installatieproblemen te compenseren die optreden wegens warmtebronnen. Zie paragraaf 10.2.48 Probleam Oplossing De relatieve druk komt niet overeen met het officiële rapportagestation U bekijkt mogelijk de absolute druk, niet de relatieve druk. Selecteer de relatieve druk. Zorg ervoor dat u de sensor correct kalibreert volgens een officieel lokaal weerstation. Zie paragraaf 5.4.3 voor meer informatie . De regensensor rapporteert regen wanneer het niet regent Een onstabiele installatie (bijv. een zwaaiende installatiemast) kan ertoe leiden dat de regenvanger onjuist neerslag registreert. Zorg ervoor de sensorinrichting stabiel en horizontaal te plaatsen. Gegevens worden niet gerapporteerd aan Wunderground. com

1. Controleer of uw wachtwoord correct is. Dit

is het wachtwoord dat u hebt geregistreerd op Wunderground.com. Uw Wunderground.com-wachtwoord mag niet beginnen met niet-alfabetische karakters (een beperking van Wundeground.com, niet het station). $oewkrf is bijvoorbeeld geen geldig wachtwoord, maar oewkrf$ is wel geldig.

2. Controleer of uw station-ID correct is. De

station-ID bestaat uit allemaal hoofdletters en het meestvoorkomende probleem is dat een O wordt vervangen door een 0 (of andersom). Bijvoorbeeld, KAZPHOEN11, niet KAZPH0EN11

3. Zorg ervoor dat de datum en tijd correct zijn

ingesteld op de console. Wanneer incorrect, stuurt u mogelijk oude gegevens en geen real-time gegevens.

4. Zorg ervoor dat uw tijdzone correct is

ingesteld. Wanneer incorrect, stuurt u mogelijk oude gegevens en geen real-time gegevens.49 Probleam Oplossing

5. Controleer de firewall-instellingen van uw

router. De console stuurt gegevens via poort

1. Controleer het WiFi-symbool op de display.

Als de draadloze verbinding is geslaagd, zal het WiFi-pictogram worden weergegeven in het tijdsveld.

2. Zorg ervoor dat de WiFi-instellingen van uw

modem correct zijn (netwerknaam en wachtwoord).

3. De console ondersteunt en maakt alleen

verbinding met 2, 4 GHz routers. Als u een 5 GHz router bezit en deze is een dual-band router, zorg er dan voor de 2, 4GHz router in te schakelen.

4. De console ondersteunt geen