Atlas D - Cv-ketel FERROLI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Atlas D FERROLI in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Atlas D FERROLI
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Cv-ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Atlas D - FERROLI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Atlas D van het merk FERROLI.
GEBRUIKSAANWIJZING Atlas D FERROLI
- Lees de waarschuwingen in deze handleiding aandachtig door, omdat ze belangrijke veiligheidsinformatie bevatten met betrekking tot de installatie, het gebruik en het onderhoud.
- De handleiding is een essentieel onderdeel van het product en moet zorgvuldig bewaard worden door de gebruiker voor verdere raadpleging.
- Bij verhuizing of verandering van eigenaar van het apparaat, dient deze handleiding de verwarmingsketel altijd te vergezellen zodat deze door de nieuwe eigenaar, gebruiker en/of installateur kan worden geraadpleegd.
- De installatie en het onderhoud moeten door technisch gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd en met inachtneming van de geldende normen en overeenkomstig de aanwijzingen van de fabrikant.
- Verkeerde installatie of slecht onderhoud kan letsel veroorzaken aan personen of dieren en to materiële schade leiden. De fabrikant aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade die veroorzaakt is door een niet goed uitgevoerde installatie, oneigenlijk gebruik en het niet opvolgen van de door de fabrikant verstrekte aanwijzingen.
- Alvorens een willekeurige reinigings- of onderhoudswerkzaamheid uit te voeren, het apparaat van het elektriciteitsnet loskoppelen door de hoofdschakelaar van de installatie uit te schakelen en/of de daarvoor bestemde afsluitsystemen te activeren.
- In geval van storingen en/of als het apparaat slecht werkt, moet het uitgeschakeld worden. Er mogen op geen enkele wijze pogingen tot reparatie of andere ingrepen worden ondernomen. Wendt u zich uitsluitend tot technisch gekwalificeerd, geautoriseerd personeel. Eventuele reparaties-vervangingen van producten mogen uitsluitend door technisch gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd en uitsluitend met gebruik van originele onderdelen ter vervanging. Het niet naleven van bovenstaande voorschriften kan tot gevolg hebben dat het apparaat niet veilig meer is.
-
De goede werking van het apparaat kan uitsluitend gewaarborgd worden indien periodiek een onderhoudsbeurt door gekwalificeerd personeel wordt uitgevoerd.
-
Dit apparaat mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het uitdrukkelijk ontworpen is. Ieder ander gebruik wordt als oneigenlijk, en dus gevaarlijk beschouwd.
- Controleer na het verwijderen van de verpakking of de inhoud intact is. De onderdelen van de verpakking mogen niet binnen het bereik van kinderen worden achtergelaten, want dat kan gevaar opleveren.
- Het apparaat mag worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door personen met lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke beperkingen of met een gebrek aan ervaring of kennis, mits ze onder toezicht staan en geïnstrueerd zijn betreffende het veilige gebruik van het apparaat en bekend zijn met de daaraan verbonden gevaren. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. De door de gebruiker uit te voeren reiniging en het onderhoud mogen ook door kinderen vanaf 8 jaar worden uitgevoerd, mits deze onder toezicht staan.
- Het apparaat in geval van twijfel niet gebruiken en contact opnemen met de leverancier.
- Het apparaat en de bijbehorende accessoires moeten op passende wijze tot afval verwerkt worden, in overeenstemming met de geldende voorschriften.
- De afbeeldingen in deze handleiding zijn een vereenvoudigde voorstelling van het product. Er kunnen lichte en niet-significante verschillen zijn tussen deze voorstelling en het geleverde product.

DE CE-MARKERING CERTIFICATET DAT DE PRODUCTEN VOLDOEN AAN DE ESSENTIÈLE EISEN VAN DE BETROKKEN GELDENDERICHTLIJNEN. DE VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING KAN BIJ DE PRODU- CENT WORDEN AANGEVRAAGD.

Dit symbool dat op het product, op de verpakking of op de documentatie staat, geeft aan dat het product aan het einde van de gebruiksduur niet samen met huishoudelijk afval mag worden ingezameld of verwijderd.
Een onjuist beheer van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kan leiden tot het vrijkomen van gevaarlijke stoffen in het product. Om schade aan het milieu of aan de gezondheid te voorkomen, wordt de gebruiker verzocht om deze apparatuur te scheiden van andere soorten afval en deze bij de gemeentelijke inzameldienst af te geven of op te laten halen door de distributeur, volgens de voorwaarden en de voorschriften die zijn vastgelegd in de nationale bepalingen ter uitvoering van Richtlijn 2012/19/EU.

Dit symbool betekent "Let op" en bevindt zich in de nabijheid van alle waarschuwingen die betrekking hebben op de veiligheid. Houd u strikt aan dergelijke voorschriften om risico's voor, en letsel en schade aan personen, dieren en zaken te voorkomen.

Dit symbool verwijst naar een opmerking of een belangrijke waarschuwing.
NL
- Lees de aanwijzingen in deze handleiding aandachtig door en leef ze na.
- Na de installatie van de ketel moet u de gebruiker informeren over de werking en moet u hem deze handleiding overhandigen, die een integraal en essentieel onderdeel vormt van het product. De handleiding moet zorgvuldig bewaard worden voor toekomstige raadpleging.
- De installatie en het onderhoud moet door technisch gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd en met inachtneming van de geldende normen en overeenkomstig de aanwijzingen van de fabrikant. Alle ingrepen op verzegelde regelinrichtingen zijn verboden.
- Verkeerde installatie of slecht onderhoud kan letsel veroorzaken aan personen of dieren en tot materiële schade leiden. De fabrikant aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade die veroorzaakt is door een niet goed uitgevoerde installatie, oneigenlijk gebruik en het niet opvolgen van de aanwijzingen.
- Alvorens willekeurige reinigings- of onderhoudswerkzaamheden uit te voeren, het apparaat van het elektriciteitsnet loskoppelen door de hoofdschakelaar van de installatie uit te schakelen en/of de daarvoor bestemde afsluitsystemen te activeren.
- In geval van storingen en/of als het apparaat slecht werkt, moet het uitgeschakeld worden. Er mogen op geen enkele wijze pogingen tot reparatie of andere ingrepen worden uitgevoerd. Wendt u zich uitsluitend tot technisch gekwalificeerd, geautoriseerd personeel. Eventuele reparaties-vervanging van producten mogen uitsluitend door technisch gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd en uitsluitend met gebruik van originele onderdelen ter vervanging. Het niet naleven van bovenstaande voorschriften kan tot gevolg hebben dat het apparaat niet veilig meer is.
- Dit apparaat mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het uitdrukkelijk ontworpen is. Ieder ander gebruik wordt als oneigenlijk, en dus gevaarlijk beschouwd.
- De onderdelen van de verpakking mogen niet binnen het bereik van kinderen worden achtergelaten, want dat kan gevaar opleveren.
- Het apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (met inbegrip van kinderen) van wie de lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke vermogens beperkt zijn, of die gebrek aan ervaring en kennis hebben, tenzij zijn worden bijgestaan door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of aanwijzingen hebben ontvangen over het gebruik van het apparaat.
- Het apparaat en de bijbehorende accessoires moeten op passende wijze tot afval verwerkt worden, in overeenstemming met de geldende voorschriften.
- De afbeeldingen in deze handleiding zijn een vereenvoudigde voorstelling van het product. Er kunnen lichte en niet-significante verschillen zijn tussen deze voorstelling en het geleverde product.
2. GEBRUIKSAANWIJZINGEN
2.1 Presentatie
Geachte klant,
Wij danken u dat uw keus is gevallen op een verwarmingsketel FERROLI met geavanceerd concept en vooruitstrevende technologie, een uiterst betrouwbare constructie van hoogstaande kwaliteit. Wij verzoeken in deze handleiding aandachtig door te lezen, want er staan belangrijke veiligheidsvoorschriften in vermeld omtrent installatie, gebruik en onderhoud.
ATLAS D is een hoge-rendements warmtegenerator voor distributie van warm sanitair water (optioneel) en verwarming, die geschikt is om met blaasbranders op olie te werken. De verwarmingsketel bestaat uit gietijzeren elementen, met dubbelkegelvormige en stalen trekstangassemblage. Het controlesysteem werkt met een microprocessor met digitale interface, met geavanceerde functies voor warmteregeling.

Op de verwarmingsketel kan een externe boiler voor sanitair warm water (optie) aangesloten worden. Alle functies in deze handleiding, die betrekking hebben op de productie van sanitair warm water, zijn alleen actief als er een optionele boiler is aangesloten, zoals aangegeven op sez. 3.3
2.2 Bedieningspaneel
Paneel

text_image
11 12 14 19 15 579 1621 88°C ecomfort -88°C 88°C bar 26 24 25 23 22 214 20 18 17 86 eco comfort on off mode r es etfig. 1 - Regelpaneel
Legenda paneel
1 Toets verlagen ingestelde temperatuur warm sanitair water
2 Toets verlagen ingestelde temperatuur warm sanitair water
3 Toets verlagen ingestelde temperatuur verwarmingsinstallatie
4 Toets verhogen ingestelde temperatuur verwarmingsinstallatie
5 Display
6 Keuzetoets modus Zomer/ Winter
7 Keuzetoets modus Economy / Comfort
8 Resettoets
9 Toets in-/uitschakelen apparaat
10 Toets menu "Weersafhankelijke Temperatuur"
11 Aanduiding ingestelde temperatuur warm sanitair water bereikt
12 Symbool warm sanitair water
13 Aanduiding sanitaire werking
14 Instelling/ temperatuur uitgang warm sanitair water
15 Aanduiding modus Eco (Economy) of Comfort
16 Temperatuur externe sensor (externe sonde optioneel)
17 Verschijnt wanneer de externe Sonde of de Klokthermostaat met Afstandsbediening aangesloten is (beide optioneel)
18 Omgevingstemperatuur (met optionele Klokthermostaat met Afstandsbediening)
19 Aanduiding brander ingeschakeld
20 Aanduiding antivrieswerking
21 Aanduiding druk verwarmingsinstallatie
22 Aanduiding Storing
23 Instelling / temperatuur drukzijde verwarming
24 Symbool verwarming
25 Aanduiding werking verwarming
26 Aanduiding ingestelde temperatuur drukzijde verwarming bereikt
27 Aanduiding modus Zomer
Aanduiding tijdens de werking
Verwarming
Het verzoek om verwarming (door de Omgevingsthermostaat of de Timerafstandsbediening) wordt aangeven door het knipperen van de warme lucht boven de radiator (det. 24 en 25 - fig. 1).
De streepjes die de verwarmingsgraad aangeven (det. 26 - fig. 1) gaan branden naar-male de temperatuur van de verwarmingssensor de ingestelde waarde dichter benadert.

text_image
-1+ 53°C 70°C -1+ eco on off reset mo o co convert barfig. 2
Het verzoek om sanitair water (naar aanleiding van gebruik van warm sanitair water) wordt aangegeven door het knipperen van het warme water onder de kraan (det. 12 en 13 - fig. 1). Controleer of de functie Comfort geactiveerd is(det. 15 - fig. 1)
De streepjes die de graad van het sanitaire water aangeven (det. 11 - fig. 1) gaan branden naarmale de temperatuur van de sensor van het sanitaire water de ingestelde waarde dichter benadert.

De gebruiker kan het verwarmen/op temperatuur houden van de boiler uitschakelen. Als de boiler uitgeschakeld wordt, wordt er geen sanitair warm water geleverd.
Wanneer de verwarming van de boiler actief is (standaardinstelling), is het symbool COMFORT op het display actief (det. 15 - fig. 1), terwijl als deze uitgeschakeld is, op het display het symbool ECO actief is (det. 15 - fig. 1)
De gebruiker kan de boiler uitschakelen (modus ECO) door te drukken op de toets eco/comfort (det. 7 - fig. 1). Om de modus COMFORT te activeren nogmaals drukken op de toets eco/comfort (det. 7 - fig. 1).
2.3 In- en uitschakelen
Ketel zonder stroomvoeding

fig. 4 - Ketel zonder stroomvoeding
Wanneer de stroomvoeding en/of gastoevoer van het apparaat wordt onderbroken functioneert het antivriessysteem niet. Voor lange pauzes tijdens de winterperiode is het raadzaam, om vorschade te voorkomen, al het water in de verwarmingsketel, het sanitaire water en het water in de installatie af te tappen; of alleen het sanitaire water af te tappen en een speciaal antivriesmiddel in de verwarmingsinstallatie te doen, in overeenstemming sez. 3.3met hetgeen vermeld staat in .
Aanzetten verwarmingsketel
- Maak de brandstofkleppen open.
- Schakel de stroom naar het apparaat in.

- De eerstvolgende 120 seconden wordt op het display FH weergegeven, hetgeen betekent dat de verwarmingsinstallatie ontlucht wordt.
- De eerste 5 seconden verschijnt op het display tevens de softwareversie van de kaart.
- Wanneer de melding FH niet meer zichtbaar is, is de verwarmingsketel gereed om automatisch te starten telkens wanneer er sanitair warm water wordt gebruikt of wanneer de omgevingsthermostaat hierom vraagt.
Uitschakelen verwarmingsketel
Druk 1 seconde op de toets on/off (detail 9 - fig. 1).

Wanneer de verwarmingsketel word uitgezet, wordt de elektronische kaart nog van stroom voorzien.
De sanitaire en verwarmingswerking is niet meer actief. Het antivriessysteem blijft actief.
Druk nogmaals 1 seconde op de toets on/off (detail 9 - fig. 1) om de ketel weer aan le zetten.

De verwarmingsketel is onmiddellijk gereed om te functioneren telkens wanneer er warm sanitair water wordt gebruikt of de omgevingsthermostaat hierom vraagt.
2.4 Instellingen
Omschakelen Zomer/Winter
Druk 1 seconde op de toets zomer/winter (detail 6 - fig. 1).

Op het display wordt het symbool Zomer (detail 27 - fig. 1) actief: de verwarmingsketel levert uitsluitend warm water. Het antivriessysteem blijft actief.
Druk weer 1 seconde op de toets zomer/winter (detail 6 - fig. 1) om de modus Zomer te deactiveren.
Regeling van verwarmingstemperatuur
Bedien de verwarmingstoetsen (detail 3 en 4 - fig. 1) om de temperatuur te variëren van minimaal 30 °C tot maximaal 80 °C.
Wij raden u in elk geval aan de verwarmingsketel niet onder de 45° te laten werken.

text_image
38°C eco 80°C 12bar on off mode resetfig. 9
Regeling van temperatuur sanitair water
-/+ Bedien de toetsen voor sanitair water fig. 1 (detail 1 en 2 - ) om de temperatuur te variëren van minimaal 10°C tot maximaal 65°C.

text_image
55°C 48°C 12bar eco on off com brt mode resetfig. 10
Regeling van de omgevingstemperatuur (met optionele omgevingsthermostaat)
Stel met behulp van de omgevingsthermostaat de voor de vertrekken gewenste temperatuur in. Als er geen omgevingsthermostaat aanwezig is zorgt de verwarmingsketel ervoor dat het systeem op de ingestelde setpoint-temperatuur aan de drukzijde van de installatie gehouden wordt.
Regeling van de omgevingstemperatuur (met optionele timerafstandsbediening)
Stel met behulp van de timerafstandsbediening de gewenste temperatuur voor de vertrekken in. De verwarmingsketel stelt de temperatuur van het water in de installatie af op grond van de gewenste omgevingstemperatuur. Voor wat de werking met timerafstandsbediening betreft, wordt verwezen naar de betreffende gebruikershandleiding.
Weersafhankelijke temperatuur
Wanneer de externe temperatuursonde (optioneel) wordt geïnstalleerd, wordt op het display van het bedieningspaneel (detail 5 - fig. 1) de werkelijke, door de sonde gemelen buitentemperatuur weergegeven. Het regelsysteem van de verwarmingsketel werkt met "Weersafhankelijke Temperatuur". In deze modus wordt de temperatuur van de verwarmingsinstallatie gereguleerd overeenkomstig de externe weersomstandigheden, zodat gedurende het hele jaar verhoogd comfort en energiebesparing wordt gegarandeerd. Namelijk bij toename van de buitentemperatuur wordt de uitgangstemperatuur van de installatie volgens een vastgestelde "compensatiecurve" verlaagd.
Bij regeling met Weersafhankelijke temperatuur wordt de temperatuur die ingesteld is met de verwarmingstoetsen -J+ (detail 3 en 4 - fig. 1) de maximum uitgangstemperatuur van de installatie. Aanbevolen wordt om de maximumwaarde in te stellen, zodat het systeem bij het regelen gebruik kan maken van het gehele functioneringsbereik.
De verwarmingsketel moet tijdens de installatiefase door gekwalificeerd personeel worden afgesteld. Ter verhoging van het comfort kan de gebruiker echter ook enige aanpassingen programmeren.
Compensatiecurve en verplaatsen van curven
Door eenmaal op de toets mode (detail 10 - fig. 1) te drukken wordt de huidige compensatiecurve (fig. 11) afgebeeld en kan ze gewijzigd worden met de toetsen sanitair water (detail 1 en 2 - fig. 1).
Stel de gewenste curve in van 1 - 10 op grond van het kenmerk (fig. 13).
Wanneer de curve op 0 wordt ingesteld, is de weersafhankelijke temperatuur niet geactiveerd.

text_image
08 CU -11°C atcfig. 11 - Kromming stooklijn
Door te drukken op de verwarmingstoetsen (detail 3 en 4 - fig. 1) wordt toegang verkregen tot parallelle verplaatsing van de curven (fig. 14), die gewijzigd kan worden met de toetsen sanitair water (detail 1 en 2 - fig. 1).

text_image
30 -11°C -0F atcc = +fig. 12 - Parallel verplaatsen van de curven
Druk nogmaals op de toets mode (detail 10 - fig. 1) om de modus voor afstellen van parallele verplaatsing van de curven af te sluiten.
Als de omgevingstemperatuur lager blijkt dan de gewenste waarde wordt aanbevolen een hogere curve in te stellen en omgekeerd. Verhoog of verlaag de curve met één eenheid en verifieer daarna de omgevingstemperatuur.

line
| Date | Series 1 | Series 2 | Series 3 | Series 4 | Series 5 | Series 6 | Series 7 | Series 8 | Series 9 | Series 10 | |---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---| | 2010-10-20 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | | (after label) | (value not labeled) | (value not labeled) | (value not labeled) | (value not labeled) | (value not labeled) | (value not labeled) | (value not labeled) | (value not labeled) | (value not labeled) | (value not labeled) | | (after label) | (value not labeled) | (value not labeled) | (value not labeled) | (value not labeled) | (value not labeled) | (value not labeled) | (value not labeled) | (value not labeled) | (value not labeled) | (value not labeled) | | (after label) | (value not labeled) | (value not labeled) | (value not labeled) | (value not labeled) | (value at point ~85) | (value at point ~85) | (value at point ~85) | (value at point ~85) | (value at point ~85) | (value at point ~85) | | (after label) | (value not labeled) | (value at point ~85) | (value at point ~85) | (value at point ~85) | (value at point ~85) | (value at point ~85) | (value at point ~85) | (value at point ~85) | (value at point ~85) | (value at point ~85) | | (after label) | (value not labeled) | (value at point ~85) | (value at point ~85) | (value at point ~85) | (value at point (~85)) | (value at point ~85) | (value at point ~85) | (value at point ~85) | (value at point ~85) | (value at point ~85) | | (after label) | (value not labeled) | (value at point ~85) | (value at point ~85) | (value at point ~85) | (value at point ~85) | (value at point ~100) | (value at point ~100) | (value at point ~100) | (value at point ~100) | (value at point ~100) | | (after label) | (value not labeled) | (value at point ~85) | (value at point ~85) | (value at point ~85) | (value at point ~85) | (value at point ~100) | (value at point ~100) | (value at point ~100) | (value at point ~100) | (value at point ~100) |fig. 13 - Compensatiecurven

line
OFFSET = 20 | X-axis | Y-axis (labeled) | |---|---| | -20 | 90 | | -10 | 85 | | 0 | 80 | | 10 | 75 | | 20 | 70 | | 30 | 65 | | 40 | 60 | | 50 | 55 | | 60 | 50 | | 70 | 45 | | 80 | 40 | | 90 | 35 | | 100 | 30 |
line
| x | y | |----|------| | 20 | 40 | | 10 | 85 | | 0 | 90 | | -10| 75 | | -20| 60 |fig. 14 - Voorbeeld van parallelle verplaatsing van de compensatiecurven
Regeling vanaf de timerafstandsbediening

tabella 1Is de verwarmingsketel aangesloten op een Timerafstandsbediening (optioneel), dan worden de bovengenoemde afstellingen uitgevoerd volgens hetgeen vermeld staat in . Bovendien wordt op het display van het bedieningspaneel (detail 5 - fig. 1) de actuele, door de Timerafstandsbediening gemeten omgevingstemperatuur weergegeven.
Tabella. 1
| Regeling van verwarmingstemperatuur | Deze temperatuur kan zowel in het menu van de Timerafstandsbediening afgesteld worden als op het bedieningspaneel van de verwarmingsketel. |
| Regeling van temperatuur sanitair water | Deze temperatuur kan zowel in het menu van de Timerafstandsbediening afgesteld worden als op het bedieningspaneel van de verwarmingsketel. |
| Omschakelen Zomer/Winter | De functie Zomer heeft voorgang op de eventuele vraag om verwarming van de Timerafstandsbediening. |
| Keuze Eco/Comfort | Bij uitschakeling van de functie Sanitair in het menu van de Timerafstandsbediening gaat de verwarmingsketel over naar de modus Economy. In dit geval toets 7 - fig. 1 op het bedieningspaneel van de verwarmingsketel uitgeschakeld.Bij inschakeling van de functie Sanitair in het menu Timerafstandsbediening gaat de verwarmingsketel over naar de modus Comfort. In dit geval kan mettoets 7 - fig. 1 op het bedieningspaneel van de verwarmingsketel een van beide functies gekozen worden. |
| Weersafhankelijke temperatuur | Zowel de Timerafstandsbediening als de elektronische kaart van de ketel beheren beide de regeling met Weersafhankelijke Temperatuur: van deze twee is de Weersafhankelijke Temperatuur van de kaart van de verwarmingsketel prioritair. |
Regeling hydraulische druk installatie
De vuldruk bij een koude installatie, weergegeven op het display, moet ongeveer 1,0 bar bedragen. Wanneer de druk in de installatie onder de minimumwaarden daalt, activeert de kaart van de verwarmingsketel storing F37 (fig. 15).

text_image
F37fig. 15 - Storing druk installatie onvoldoende

Wanneer de druk in de installatie weer hersteld is, activeert de verwarmingsketel een ontluchtingscyclus van 120 seconden, hetgeen op het display met FH wordt weergegeven.
3. INSTALLATIE
3.1 Algemene regels
DE INSTALLATIE VAN DE VERWARMINGSKETEL MAG UITSLUITEND DOOR GESPECIALISEERD EN SPECIFIEK OPGELEID PERSONEEL WORDEN UITGEVOERD, MET INACHTNEMING VAN ALLE INSTRUCTIES VAN DEZE TECHNISCHE HANDLEIDING, VAN DE BEPALINGEN VAN DE GELDENDE WETGEVING, VAN DE VOORSCHRIFTEN VAN DE PLAATSELIJK EN LANDELIJK VAN KRACHT ZIJNDE NORMEN, EN VOLGENS DE REGELS VAN GOEDE TECHNIEK.
3.2 2.3 Installatieplaats
De verwarmingsketel moet in een aparte ruimte geïnstalleerd worden, met ventilatieopeningen naar buiten, in overeenstemming met de geldende voorschriften. Als er zich in dezelfde ruimte meerdere branders of afzuigsystemen bevinden die tegelijk kunnen functioneren, moeten de ventilatieopeningen zodanig van afmeting zijn dat alle apparatuur tegelijkertijd kan functioneren. De plaats van installatie mag geen brandbare voorwerpen of materialen bevatten, bijtende gassen of vluchtige stoffen, die aangezogen worden door de branderventilator en verstopping van de interne leidingen van de brander of de verbrandingskop kunnen veroorzaken. Het vertrek moet droog zijn en mag niet blootstaan aan regen, sneeuw of vorst.

Als het apparaat wordt ingebouwd of als er meubels naast worden gemonteerd, moet er ruimte worden vrijgehouden om de ommanteling te demonteren en de normale onderhoudswerkzaamheden uit te voeren. Na montage van de verwarmingsketel met de brander op de deur aan de voorzijde, moet er gecontroleerd worden of de deur probleemloos geopend kan worden, zonder dat de brander tegen de muur of andere obstakels stoot.
3.3 Hydraulische aansluitingen
Het thermisch vermogen van het apparaat moet vooraf worden vastgesteld door berekening van de warmtebehoefte van het gebouw volgens de geldende voorschriften. Voor een correcte en regelmatige werking van de installatie is het noodzakelijk dat alle componenten zijn aangesloten. Het is raadzaam om tussen de verwarmingsketel en de verwarmingsinstallatie afsluiters te plaatsen waarmee de verwarmingsketel zo nodig van de installatie geïsoleerd kan worden.

De afvoer van de veiligheidsklep moet worden verbonden met een trechter of een verzamelleiding, om te voorkomen dat er water over de vloer loopt als er overdruk in het verwarmingscircuit is. Indien dit niet gebeurt en de afvoerklep ingrijpt waardoor de ruimte onder water loopt, kan de fabrikant van de verwarmingsketel niet aansprakelijk worden gesteld.
Gebruik de leidingen van de hydraulische installaties niet voor aarding van elektrische apparaten.
Reinig, voordat u de installatie verricht, alle leidingen van het systeem zorgvuldig om eventuele restmaterialen of vuil te verwijderen, die de goede werking van het apparaat nadelig kunnen beïnvloeden.
Verricht de aansluitingen op de overeenkomstige aansluitpunten volgens de afbeelding op en de op het apparaal cap. 5 aangebrachte symbolen.
Kenmerken van het water van de installatie
Bij een waterhardheidsgraad van meer dan 25° Fr (1°F = 10ppm CaCO3), is het noodzakelijk dat het water op passende wijze behandeld wordt om afzettingen in de verwarmingsketel te voorkomen. Na behandeling mag de hardheidsgraad niet minder dan 15°F bedragen (DPR 236/88 betreffende gebruik van water bestemd voor consumptie). Behandeling van het water is onontbeerlijk bij uitgebreide installaties of bij frequente invoer van suppletiewater in de installatie.

Indien er een waterontharder bij de inlaat van het koude water van de verwarmingsketel wordt geinstalleerd, dient u erop te letten dat de hardheidsgraad niet te laag wordt daar de magnesiumanode van de boiler daardoor sneller achteruit kan gaan.
Antivriessysteem, antivriesmiddel, additieven en remmende stoffen
De verwarmingsketel is uitgerust met een antivriessysteem, dat de ketel inschakelt in verwarmingsmodus wanneer de temperatuur van het toevoerwater onder de 6 °C daalt. Het systeem functioneert niet wanneer het apparaat niet van stroom en/of gas wordt voorzien. Het gebruik van antivriesmiddelen, additieven en remmende stoffen is, indien noodzakelijk, uitsluitend toegestaan indien de fabrikant van dergelijke vloeistof of additieven garant staat voor het feit dat zijn producten voor het betreffende doel geschikt zijn en geen schade veroorzaken aan de warmtewisselaar of aan overige componenten en/of materialen van verwarmingsketel en installatie. Het is verboden antivriesmiddelen, additieven en remmende stoffen te gebruiken die bestemd zijn voor algemene doeleinden en niet specifiek bedoeld voor verwarmingsinstallaties en ongeschikt voor het materiaal waaruit verwarmingsketel en installatie samengesteld zijn.
Aansluiten van een boiler voor sanitair warm water
De elektronische kaart van het apparaat biedt de mogelijkheid voor het beheren van een externe boiler voor de productie van sanitair warm water. Maak de hydraulische aansluitingen volgens schema fig. 16 (pompen en terugslagkleppen dienen apart te worden besteld). Maak: de elektrische aansluitingen volgens het schakelschema op cap. 5.4. Het is noodzakelijk om een temperatuurvoeler te monterenFERROLI. Het besturingssysteem van de ketel herkent na inschakeling de aanwezigheid van de temperatuurvoeler van de boiler en configureert automatisch het systeem, waarna het display en de controles met betrekking tot de sanitaire functies worden geactiveerd.

flowchart
graph TD
A["Input 10"] --> B["Reactor Unit"]
C["Input 11"] --> B
B --> D["Reactor Unit"]
D --> E["Output 8"]
D --> F["Output 9"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style C fill:#f9f,stroke:#333
style E fill:#ccf,stroke:#333
style F fill:#ccf,stroke:#333
fig. 16 - Aansluitschema voor een externe boiler
Legenda
8 Uitgang warm sanitair water
9 Ingang sanitair koud water
10 Toevoer installatie
11 Retour installatie
3.4 Aansluiting van de brander
Er kan gebruik worden gemaakt van een oliebrander met geblazen lucht voor vuurgangen onder druk, indien de kenmerken ervan geschikt zijn voor de afmetingen van de vu-urgang van de ketel en voor de overdruk ervan. De brander moet gekozen worden volgens de aanwijzingen van de fabrikant, op grond van het werkbereik, brandstofverbruik, drukveld en de lengte van de verbrandingskamer. Monteer de brander volgens de aanwijzingen van Uw Fabrikant.

Het opgenomen elektrisch vermogen van de brander mag de in de tabel technische gegevens vermelde waarde niet overschrijden.
3.5 Elektrische aansluitingen
Aansluiting op het elektriciteitsnet

De elektrische veiligheid van het apparaat wordt alleen bereikt wanneer het correct geaard is, overeenkomstig de geldende veiligheidsnormen. Laat door een vakman controleren of de aarding efficiënt en afdoende is. De fabrikant is niet aansprakelijk voor eventuele schade die ontstaat doordat de installatie niet geaard is. Laat bovendien controleren of de elektrische installatie geschikt is voor het maximumvermogen dat door het apparaat wordt opgenomen (dit staat vermeld op de typeplaat van de verwarmingsketel).
De verwarmingsketel is voorbedraad en voorzien van een kabel van het type "Y" zonder stekker, voor aansluiting op het elektriciteitsnet. De aansluitingen op het net moeten worden gerealiseerd met een vaste aansluiting, door middel van een tweepolige schakelaar met een opening tussen de contacten van minstens 3 mm; er moeten zekeringen van max. 3A tussen verwarmingsketel en lijn worden geplaatst. Het is belangrijk dat de polariteiten (LIJN: bruine draad / NEUTRAAL: blauwe draad / AARDE: geel-groene draad) in acht worden genomen bij het aansluiten van de elektriciteitsleiding. Zorg er bij het installeren of vervangen van de voedingskabel voor dat de aardgeleider 2 cm langer is dan de andere.

De voedingskabel van het apparaat mag niet door de gebruiker worden vervangen. Als de kabel beschadigd is, moet het apparaat worden uitgeschakeld en dient u zich voor vervanging van de kabel uitsluitend tot gekwalificeerde vakmensen te wenden. Als de elektrische voedingskabel vervangen wordt, mag uitsluitend een kabel "HAR H05 VV-F 3x0,75 mm2 worden gebruikt met een buitendiameter van maximaal 8 mm.
Omgevingsthermostaat (optie)

LET OP: DE OMGEVINGSTHERMOSTAAT MOET SCHONE CONTACTEN HEBBEN. DOOR 230 V. AAN TE SLUITEN OP DE KLEMMEN VAN DE OMGEVINGSTHERMOSTAAT WORDT DE ELEKTRONISCHE KAART ONHER-STELBAAR BESCHADIGD.
Bij het aansluiten van timerafstandsbedieningen of timers, mag de voeding voor deze voorzieningen niet van hun schakelcontacten worden genomen. De voeding ervan moet rechtstreeks door het net of door batterijen worden geleverd, afhankelijk van het type voorziening.
Toegang tot het elektrische klemmenbord
Draai de twee schroeven "A" op het paneel los en verwijder het deurtje

text_image
A A'fig. 17 - Toegang tot het elektrische klemmenbord
3.6 Aansluiting op het rookkanaal
Het apparaat moet aangesloten worden op een rookkanaal dat ontworpen en gebouwd is in overeenstemming van de geldende normen. De leiding van de ketel naar het rookkanaal moet gemaakt zijn van materiaal, dat bestand is tegen hoge temperaturen en corrosie. Het wordt aanbevolen om te zorgen voor optimale afdichting op de verbindingspunten en de volledige leiding tussen ketel en schoorsteen op warmte te isoleren, ter voorkoming van condensvorming.
4. SERVICE EN ONDERHOUD
Alle hieronder beschreven werkzaamheden die afstellingen, wijzigingen en inbedrijfstelling betreffen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door Gekwallificeerd en hiervoor opgeleid Personeel (dat voldoet aan de technisch-professionele vereisten op grond van de geldende voorschriften), zoals het personeel van de plaatselijke Technische Klantenservice.
FERROLI is geenszins aansprakelijk voor schade aan zaken en/of persoonlijk letsel, veroorzaakt door ingrepen op het apparaat, uitgevoerd door onbevoegde en ondeskundige personen.
4.1 Instellingen
TEST modus inschakelen
Druk gelijktijdig op de toetsen verwarming (details 3 en 4 - fig. 1) gedurende 5 seconden om de TEST modus in te schakelen. De verwarmingsketel wordt onafhankelijk van het verzoek van de installatie of om sanitair water ingeschakeld.
Op het display knipperen de symbolen verwarming (detail 24 - fig. 1) en sanitair water (detail 12 - fig. 1).

text_image
-1 50 80 12 bar eco on off c o m b r s e tfig. 18 - TEST modus
Om de TEST modus uit te schakelen, de inschakelingsvolgorde herhalen.
De TEST modus wordt hoe dan ook automatisch na 15 minuten uitgeschakeld.
Afstelling brander
Het rendement van de verwarmingsketel en de goede werking ervan hangen nauw samen met de precisie waarmee de brander wordt afgesteld. Volg nauwkeurig de aanwijzingen van de fabrikant op. Het eerste stadium van duplexbranders moet ingesteld zijn op een vermogenswaarde, die niet minder mag bedragen dan het nominale minimumvermogen van de verwarmingsketel. Het vermogen van het tweede stadium mag niet meer bedragen dan het nominale maximumvermogen van de verwarmingsketel.
4.2 Inwerkingstelling

Controles die uitgevoerd moeten worden bij de eerste ontsteking en naar aanleiding van alle onderhoudswerkzaamheden die afsluiting van de installaties met zich meebrengen, of na een ingreep op de veiligheidsinrichtingen of delen van de verwarmingsketel:
Alvorens de verwarmingsketel te ontsteken
- Zet eventuele afsluitkleppen tussen de verwarmingsketel en de installaties open.
- Controleer of het brandstofsysteem lekdicht is.
- Controleer of de voorbelasting van het expansievat correct is
- Vul de hydraulische installatie en zorg ervoor dat de verwarmingsketel en de installatie volledig ontlucht zijn door de ontluchtingsklep op de verwarmingsketel en de eventuele ontluchtingskleppen op de installatie te openen.
- Controleer of er geen waterlekken in de installatie, de circuits van het sanitaire water, de verbindingen of de verwarmingsketel zitten.
- Controleer of de elektrische installatie goed is uitgevoerd en of de aarding naar behoren werkt.
- Controleer of er zich in de buurt van de verwarmingsketel geen ontvlambare vloeistoffen of materialen bevinden
Controles tijdens de werking
- Schakel het apparaat in zoals beschreven in sez. 2.3.
- Controleer de lekdichtheid van het brandstofcircuit en van de waterinstallaties.
- Controleer de doeltreffendheid van de afvoerleiding en de rookgas-luchtpijpen tijdens de werking van de verwarmingsketel.
- Controleer of de watercirculatie tussen de verwarmingsketel en de installaties correct verloopt.
- Controleer of de ontsteking van de verwarmingsketel correct werkt door hem verschillende malen te ontsteken en weer uit te zetten door middel van de omgevingsthermostaat of de afstandsbediening.
- Verzeker u ervan dat het brandstofverbruik dat de gasmeter aangeeft overeenkomt met de waarden in de tabel met technische gegevens op sez. 5.3.
- Controleer of branderdeur en verbrandingskamer lekdicht zijn.
- Controleer of de brander goed werkt. Voer deze controle uit met de betreffende instrumenten, volgens de aanwijzingen van de fabrikant.
- Controleer de correcte programmering van de parameters en programmeer het apparaat naar gelang de persoonlijke behoeften (compensatiecurves, vermogen, temperatuur).
4.3 Onderhoud
Periodiek onderhoud
Om de goede werking van het apparaat in de loop der tijd te handhaven, is het noodzakelijk een jaarlijkse controle te laten uitvoeren door gekwalificeerd personeel, deze voorziet in de volgende verificaties:
- De besturings- en veiligheidsinrichtingen moeten goed functioneren.
- Het circuit voor rookafvoer moet optimaal functioneren.
- Controleer of de brandstoftoevoer- en -afvoerleidingen niet verstopt of beschadigd zijn.
- Reinig het filter van de brandstofaanzuigleiding.
• Bepaal het juiste brandstofverbruik - Reinig de verbrandingskop bij de brandstofuitgang, op de wervelschijf.
-
Laat de brander gedurende ongeveer 10 minuten op volle kracht werken en analyseer daarna het verbrandingsproces als volgt:
-
De juiste afstelling van alle elementen, die in deze handleiding vermeld staan
- Temperatuur van de rook in de afvoerleiding
-
Percentage CO2
-
De gaskokers moeten vrij zijn van obstakels en geen lekken vertonen
- Brander en warmtewisselaar moeten schoon zijn, zonder afzettingen. Maak geen gebruik van chemische producten of staalborstels om ze te reinigen.
- De gas- en waterinstallaties moeten lekdicht zijn.
- De waterdruk van de installatie moet in de ruststand circa 1 bar zijn; indien dit niet het geval is, de installatie naar deze waarde terugbrengen.
- De circulatiepomp mag niet geblokkeerd zijn.
- Het expansievat moet gevuld zijn.
- Controleer de magnesiumanode en vervang ze, indien nodig.

Ommanteling, paneel en sierelementen van de verwarmingsketel kunnen indien nodig schoongemaakt worden met een zachte doek, eventueel bevochtigd met water met zeepoplossing. Vermijd het gebruik van elke soort schuurmiddel of oplosmiddel.
Reiniging van de verwarmingsketel
- Schakel de stroom naar de verwarmingsketel uit.
- Verwijder het bovenste en onderste paneel aan de voorkant.
- Draai de knoppen op de deur los om de deur te openen.
- Maak de binnenkant van de verwarmingsketel en het volledige traject van de afgevoerde rook schoon met een borstel of met druklucht.
- Bevestig de betreffende knop om de deur weer te sluiten.
Voor het reinigen van de brander raadpleegt u de aanwijzingen van de Fabrikant.
4.4 Oplossen van storingen
Diagnostiek
De verwarmingsketel is voorzien van een geavanceerd zelfdiagnosesysteem. Bij een storing in de verwarmingsketel knippert de display samen met het storingssymbool (detail 22 - fig. 1) en geeft de storingscode weer.
Er bestaan storingen die permanente blokkering veroorzaken (aangeduid met de letter "A"): om de werking te resetten gedurende 1 seconde op de toets RESET (detail 8 - fig. 1) drukken of de optionele klokthermostaat met afstandsbediening RESETTEN; indien de ketel niet start de storing oplossen die aangeduid wordt met de bedrijfslampjes.
Er zijn andere storingen die leiden tot tijdelijke blokkering (aangeduid met de letter "F"), die automatisch worden opgeheven zodra de waarde weer binnen het normale werkingsbereik van de verwarmingsketel komt.
Tabella. 2 - Overzicht storingen
| Code storing | Storing Mogelijke oorzaak Op | ossing | |
| A01 | Blokkering van de brander (DE RESET VINDT ALLEEN PLAATS OP DE BRANDER) | Zie gebruikershandleiding van de brander | |
| A02 | Storing parameters kaart Onjuiste | instelling parameter kaart | Controleer en wijzig eventueel de parameter kaart |
| A03 | Ingrijpen temperatuurbeveiliging | Verwarmingssensor beschadigd | Controleer positie en werking van de verwarmingssensor |
| Onvokdoende watercirculatie in de installatie | Controleer de circulatiepomp | ||
| Lucht in de installatie Ontlucht de installatie | |||
| A04 | Storing parameters kaart Onjuiste | instelling parameter kaart | Controleer en wijzig eventueel de parameter kaart |
| F07 | Storing in bedrading Connector | X5 niet aangesloten Controleer de bedrading | |
| F09 | Storing parameters kaart Onjuiste | instelling parameter kaart | Controleer en wijzig eventueel de parameter kaart |
| F10 | Storing sensor drukzijde 1 | Sensor beschadigd | Controleer de bedrading of vervang de sensor |
| Kortsluiting in bedrading | |||
| Breuk in bedrading | |||
| F11 | Storing sensor sanitair water | Sensor beschadigd | Controleer de bedrading of vervang de sensor |
| Kortsluiting in bedrading | |||
| Breuk in bedrading | |||
| F12 | Storing parameters kaart Onjuiste | instelling parameter kaart | Controleer en wijzig eventueel de parameter kaart |
| F13 | Storing in bedrading Connector | X12 niet aangesloten Controleer de bedrading | |
| F14 | Storing sensor drukzijde 2 | Sensor beschadigd | Controleer de bedrading of vervang de sensor |
| Kortsluiting in bedrading | |||
| Breuk in bedrading | |||
| F16 | Storing parameters kaart Onjuiste | instelling parameter kaart | Controleer en wijzig eventueel de parameter kaart |
| F34 | Voedingsspanning lager dan 170V. | Problemen met het elektriciteitsnet | Controleer het elektriciteitsnet |
| F35 | Abnormale netfrequentie Problemen met het elektriciteitsnet | Controleer het elektriciteitsnet | |
| F37 | Druk van waterinstallatie verkeerd | Druk te laag | Vul de installatie |
| Sensor beschadigd Controleer de sensor | |||
| F39 | Storing sonde buitentemperatuur | Sonde beschadigd of kortsluiting in bedrading | Controleer de bedrading of vervang de sensor |
| Sonde niet aangesloten na inschakeling van de weersafhankelijke temperatuur | Sluit de buitensonde weer aan of schakel de weersafhankelijke temperatuur uit | ||
| F40 | Druk van waterinstallatie verkeerd | Druk te hoog | Controleer de installatie |
| Controleer de veiligheidsklep | |||
| Controleer het expansievat | |||
| A41 | Plaats sensoren | Sensor drukzijde niet aangebracht in ketelbehuizing | Controleer positie en werking van de verwarmingssensor |
| F42 | Storing verwarmingssensor | Sensor beschadigd Vervang de sensor | |
| F47 | Storing sensor waterdruk installatie | Breuk in bedrading | Controleer de bedrading |
5.1 Afmetingen, aansluitingen en hoofdcomponenten

| C∅ mm | Fmm | a5∅ mm | a6∅ mm | |
| ATLAS D 25 | 120÷130 400 115 | 150 | ||
| ATLAS D 37 | 120÷130 500 115 | 150 | ||
| ATLAS D 50 | 120÷130 600 115 | 150 | ||
| ATLAS D 63 | 120÷130 700 115 | 150 | ||
| ATLAS D 75 | 120÷130 800 115 | 150 |
10 Toevoer installatie 1" 1/2"
11 Retour installatie 1" 1/2"
246 Drukomzetter
275 Aftapkraan verwarmingsinstallatie
278 Dubbele sensor (verwarming + veiligheid)
a5 Opening brander
a6 Aansluiting brander
5.2 Belastingverlies
Belastingsverlies waterzijde

line
| B | A | | ---- | --- | | 2000 | 20 | | 2500 | 21 | | 3000 | 22 | | 3500 | 24 | | 4000 | 26 | | 4500 | 29 | | 5000 | 34 |fig. 22 - Drukhoogteverlies
A mbar
B Debiet l/uur
| Gegeven | Eenheld | Waarde | Waarde | Waarde | Waarde | Waarde | ||
| Model ATLAS | D 25 | ATLAS D 37 | ATLAS D 50 | ATLAS D 63 | ATLAS D 75 | |||
| Aantal elementen aantal | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | |||
| Max. thermische opbrengst | kW | 28.3 | 41.9 | 56.6 | 71.3 | 84.6 | (Q) | |
| Min. thermische opbrengst | kW | 22.4 | 22.3 | 33.4 | 44.5 | 55.8 | (Q) | |
| Max. thermisch vermogen verwarming | kW | 25 | 37 | 50 | 63 | 75 | (P) | |
| Min. thermisch vermogen verwarming | kW | 20 | 20 | 30 | 40 | 50 | (P) | |
| Pmax rendement (80-60°C) | % | 88.2 | 88.3 | 88.4 | 88.4 | 88.7 | ||
| Rendement 30% | % | 92.2 | 91.7 | 91.4 | 91.0 | 90.5 | ||
| Efficiëntieklasse Richtlijn 92/42 EEG | ★★★ | |||||||
| Max. bedrijfsdruk verwarming | bar | 6 | 6 | 6 | 6 | 6 | (PMS) | |
| Min. bedrijfsdruk verwarming | bar | 0.8 | 0.8 | 0.8 | 0.8 | 0.8 | ||
| Max. verwammingstemperatuur | °C | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 | (tmax) | |
| Inhoud verwamingswater | l | 18 | 23 | 28 | 33 | 38 | ||
| Beschemingsgraad | IP | XOD | XOD | XOD | XOD | XOD | ||
| Voedingsspanning | V/Hz | 230/50 | 230/50 | 230/50 | 230/50 | 230/50 | ||
| Opgenomen elektrisch vermogen | W | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 | ||
| MAX elektrische absorptie brander | W | 170 | 180 | 230 | 250 | 250 | ||
| Leeggewicht | kg | 127 | 166 | 205 | 244 | 283 | ||
| Lengte verbrandingskamer | mm | 350 | 450 | 550 | 650 | 750 | ||
| Diameter verbrandingskamer | mm | 300 | 300 | 300 | 300 | 300 | ||
| Belastingsverlies rookzijde | mbar | 0.11 | 0.35 | 0.38 | 0.5 | 0.6 | ||
5.4 Schakelschema

text_image
304 211 139 72 138 42 130 32 230V 50Hz L N -4676/01/11/20/14/5/6/7/8 N DBM06H 13X 2 3 4 5 X1 2X X7 12 246 OUT +5V GND DSP05 810°C 888 bar *fig. 23 - Schakelschema
32 Circulatiepomp verwarming (optie)
42 Temperatuursonde sanitair water (optioneel)
72 Omgevingsthermostaat (optie)
130 Circolatiepomp sanitair water (optioneel)
138 Externe sonde (optie)
139 Klokthermostaat met afstandsbediening (optioneel)
211 Branderconnector
246 Drukomzetter
278 Dubbele sensor (verwarming + veiligheid)
304 Branderconnector 2° stadium (alleen bij de versie met 6 en 7 elementen)