FERROLI Atlas D - Cv-ketel

Atlas D - Cv-ketel FERROLI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Atlas D FERROLI in PDF-formaat.

📄 108 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice FERROLI Atlas D - page 56
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : FERROLI

Model : Atlas D

Categorie : Cv-ketel

Download de handleiding voor uw Cv-ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Atlas D - FERROLI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Atlas D van het merk FERROLI.

GEBRUIKSAANWIJZING Atlas D FERROLI

AANWIJZINGEN VOOR GEBRUIK, INSTALLATIE EN ONDERHOUD

cod. 3541H744 - Rev. 00 - 12/2021 FRNL ALGEMENE WAARSCHUWINGEN• Lees de waarschuwingen in deze handleidingaandachtig door, omdat ze belangrijke veilighei-dsinformatie bevatten met betrekking tot de in-stallatie, het gebruik en het onderhoud.• De handleiding is een essentieel onderdeel vanhet product en moet zorgvuldig bewaard wordendoor de gebruiker voor verdere raadpleging.• Bij verhuizing of verandering van eigenaar vanhet apparaat, dient deze handleiding de verwar-mingsketel altijd te vergezellen zodat deze doorde nieuwe eigenaar, gebruiker en/of installateurkan worden geraadpleegd.• De installatie en het onderhoud moeten door te-chnisch gekwalificeerd personeel worden uitge-voerd en met inachtneming van de geldendenormen en overeenkomstig de aanwijzingen vande fabrikant.• Verkeerde installatie of slecht onderhoud kan let-sel veroorzaken aan personen of dieren en totmateriële schade leiden. De fabrikant aanvaardtgeen enkele aansprakelijkheid voor schade dieveroorzaakt is door een niet goed uitgevoerde in-stallatie, oneigenlijk gebruik en het niet opvolgenvan de door de fabrikant verstrekte aanwijzin- gen.

  • Alvorens een willekeurige reinigings- of onde-rhoudswerkzaamheid uit te voeren, het apparaatvan het elektriciteitsnet loskoppelen door de ho-ofdschakelaar van de installatie uit te schakelenen/of de daarvoor bestemde afsluitsystemen teactiveren.• In geval van storingen en/of als het apparaat sle-cht werkt, moet het uitgeschakeld worden. Ermogen op geen enkele wijze pogingen tot repa-ratie of andere ingrepen worden ondernomen.Wendt u zich uitsluitend tot technisch gekwalifi-ceerd, geautoriseerd personeel. Eventuele repa-raties-vervangingen van producten mogenuitsluitend door technisch gekwalificeerd perso-neel worden uitgevoerd en uitsluitend met ge-bruik van originele onderdelen ter vervanging.Het niet naleven van bovenstaande voorschrif-ten kan tot gevolg hebben dat het apparaat nietveilig meer is.• De goede werking van het apparaat kan uitslui-tend gewaarborgd worden indien periodiek eenonderhoudsbeurt door gekwalificeerd personeelwordt uitgevoerd.• Dit apparaat mag alleen gebruikt worden voorhet doel waarvoor het uitdrukkelijk ontworpen is.Ieder ander gebruik wordt als oneigenlijk, en dusgevaarlijk beschouwd.• Controleer na het verwijderen van de verpakkingof de inhoud intact is. De onderdelen van de ver-pakking mogen niet binnen het bereik van kinde-ren worden achtergelaten, want dat kan gevaaropleveren.• Het apparaat mag worden gebruikt door kinde-ren van 8 jaar en ouder en door personen met li-chamelijke, zintuiglijke of geestelijkebeperkingen of met een gebrek aan ervaring ofkennis, mits ze onder toezicht staan en geïn-strueerd zijn betreffende het veilige gebruik vanhet apparaat en bekend zijn met de daaraan ver-bonden gevaren. Kinderen mogen niet met hetapparaat spelen. De door de gebruiker uit te vo-eren reiniging en het onderhoud mogen ook doorkinderen vanaf 8 jaar worden uitgevoerd, mitsdeze onder toezicht staan.• Het apparaat in geval van twijfel niet gebruikenen contact opnemen met de leverancier.• Het apparaat en de bijbehorende accessoires moeten op passende wijze tot afval verwerkt worden, in overeenstemming met de geldendevoorschriften.• De afbeeldingen in deze handleiding zijn een ve-reenvoudigde voorstelling van het product. Erkunnen lichte en niet-significante verschillen zijntussen deze voorstelling en het geleverde pro-duct.DE CE-MARKERING CERTIFICEERT DAT DE PRODUCTEN VOLDOEN AAN DE ESSENTIËLE EISEN VAN DE BETROKKEN GELDENDE RICHTLIJNEN.DE VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING KAN BIJ DE PRODU-CENT WORDEN AANGEVRAAGD.Dit symbool dat op het product, op de verpakking of op de documentatie staat, geeft aan dat het product aan het einde van de gebruiksduur niet samen met huishoudelijk afval mag worden ingezameld of verwijderd.Een onjuist beheer van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kan leiden tot het vrijkomen van gevaarlijke stoffen in het product. Om schade aan het milieu of aan de gezondheid te voorkomen, wordt de gebruiker verzo-cht om deze apparatuur te scheiden van andere soorten afval en deze bij de gemeentelijke inzameldienst af te geven of op te laten halen door de distribu-teur, volgens de voorwaarden en de voorschriften die zijn vastgelegd in de nationale bepalingen ter uitvoering van Richtlijn 2012/19/EU. Dit symbool betekent “Let op” en bevindt zich in de nabijheid van alle waarschuwingen die betrekking hebben op de veiligheid. Houd u strikt aan dergelijke voorschriften om risico’s voor, en letsel en schade aan personen, dieren en zaken te voorkomen. Dit symbool verwijst naar een opmerking of een belangrijke waarschu-wing. ATLAS D cod. 3541H744 - Rev. 00 - 12/2021

1. ALGEMENE WAARSCHUWINGEN• Lees de aanwijzingen in deze handleiding aandachtig door en leef ze na.• Na de installatie van de ketel moet u de gebruiker informeren over de werking en moet u hemdeze handleiding overhandigen, die een integraal en essentieel onderdeel vormt van het pro-duct. De handleiding moet zorgvuldig bewaard worden voor toekomstige raadpleging.• De installatie en het onderhoud moet door technisch gekwalificeerd personeel worden uitge-voerd en met inachtneming van de geldende normen en overeenkomstig de aanwijzingenvan de fabrikant. Alle ingrepen op verzegelde regelinrichtingen zijn verboden.• Verkeerde installatie of slecht onderhoud kan letsel veroorzaken aan personen of dieren entot materiële schade leiden. De fabrikant aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor scha-de die veroorzaakt is door een niet goed uitgevoerde installatie, oneigenlijk gebruik en hetniet opvolgen van de aanwijzingen.• Alvorens willekeurige reinigings- of onderhoudswerkzaamheden uit te voeren, het apparaatvan het elektriciteitsnet loskoppelen door de hoofdschakelaar van de installatie uit te schake-len en/of de daarvoor bestemde afsluitsystemen te activeren.• In geval van storingen en/of als het apparaat slecht werkt, moet het uitgeschakeld worden.Er mogen op geen enkele wijze pogingen tot reparatie of andere ingrepen worden uitgevoerd.Wendt u zich uitsluitend tot technisch gekwalificeerd, geautoriseerd personeel. Eventuele re-paraties-vervanging van producten mogen uitsluitend door technisch gekwalificeerd persone-el worden uitgevoerd en uitsluitend met gebruik van originele onderdelen ter vervanging. Hetniet naleven van bovenstaande voorschriften kan tot gevolg hebben dat het apparaat niet ve-ilig meer is.• Dit apparaat mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het uitdrukkelijk ontworpenis. Ieder ander gebruik wordt als oneigenlijk, en dus gevaarlijk beschouwd.• De onderdelen van de verpakking mogen niet binnen het bereik van kinderen worden achter-gelaten, want dat kan gevaar opleveren.• Het apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (met inbegrip van kinderen) van wiede lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke vermogens beperkt zijn, of die gebrek aan erva-ring en kennis hebben, tenzij zij worden bijgestaan door een persoon die verantwoordelijk isvoor hun veiligheid of aanwijzingen hebben ontvangen over het gebruik van het apparaat.• Het apparaat en de bijbehorende accessoires moeten op passende wijze tot afval verwerktworden, in overeenstemming met de geldende voorschriften.• De afbeeldingen in deze handleiding zijn een vereenvoudigde voorstelling van het product.Er kunnen lichte en niet-significante verschillen zijn tussen deze voorstelling en het geleverdeproduct.2. GEBRUIKSAANWIJZINGEN2.1 PresentatieGeachte klant,Wij danken u dat uw keus is gevallen op een verwarmingsketel FERROLI met geavanceerd con-cept en vooruitstrevende technologie, een uiterst betrouwbare constructie van hoogstaande kwa-liteit. Wij verzoeken u deze handleiding aandachtig door te lezen, want er staan belangrijkeveiligheidsvoorschriften in vermeld omtrent installatie, gebruik en onderhoud.ATLAS D is een hoge-rendements warmtegenerator voor distributie van warm sanitairwater (optioneel) en verwarming, die geschikt is om met blaasbranders op olie te we-rken. De verwarmingsketel bestaat uit gietijzeren elementen, met dubbelkegelvormigeen stalen trekstangassemblage. Het controlesysteem werkt met een microprocessor metdigitale interface, met geavanceerde functies voor warmteregeling. Op de verwarmingsketel kan een externe boiler voor sanitair warm water(optie) aangesloten worden. Alle functies in deze handleiding, die be-trekking hebben op de productie van sanitair warm water, zijn alleen ac-tief als er een optionele boiler is aangesloten, zoals aangegeven opsez. 3.32.2 BedieningspaneelPaneelfig. 1 - RegelpaneelLegenda paneel1 Toets verlagen ingestelde temperatuur warm sanitair water2 Toets verlagen ingestelde temperatuur warm sanitair water3 Toets verlagen ingestelde temperatuur verwarmingsinstallatie4 Toets verhogen ingestelde temperatuur verwarmingsinstallatie5 Display6 Keuzetoets modus Zomer/ Winter7 Keuzetoets modus Economy / Comfort8 Resettoets9 Toets in-/uitschakelen apparaat10 Toets menu "Weersafhankelijke Temperatuur"11 Aanduiding ingestelde temperatuur warm sanitair water bereikt12 Symbool warm sanitair water13 Aanduiding sanitaire werking14 Instelling/ temperatuur uitgang warm sanitair water15 Aanduiding modus Eco (Economy) of Comfort16 Temperatuur externe sensor (externe sonde optioneel)17 Verschijnt wanneer de externe Sonde of de Klokthermostaat met Afstandsbe-diening aangesloten is (beide optioneel) Omgevingstemperatuur (met optionele Klokthermostaat met Afstandsbediening)19 Aanduiding brander ingeschakeld20 Aanduiding antivrieswerking21 Aanduiding druk verwarmingsinstallatie22 Aanduiding Storing23 Instelling / temperatuur drukzijde verwarming24 Symbool verwarming25 Aanduiding werking verwarming26 Aanduiding ingestelde temperatuur drukzijde verwarming bereikt27 Aanduiding modus ZomerAanduiding tijdens de werkingVerwarmingHet verzoek om verwarming (door de Omgevingsthermostaat of de Timerafstandsbediening) wor-dt aangeven door het knipperen van de warme lucht boven de radiator (det. 24 en 25 - fig. 1 De streepjes die de verwarmingsgraad aangeven (det. 26 - fig. 1) gaan branden naar-mate de temperatuur van de verwarmingssensor de ingestelde waarde dichter benadert.fig. 2Sanitair water (Comfort)Het verzoek om sanitair water (naar aanleiding van gebruik van warm sanitair water)wordt aangegeven door het knipperen van het warme water onder de kraan (det. 12 en

13 - fig. 1). Controleer of de functie Comfort geactiveerd is(det. 15 - fig. 1)

De streepjes die de graad van het sanitaire water aangeven (det. 11 - fig. 1) gaan bran-den naarmate de temperatuur van de sensor van het sanitaire water de ingestelde waar-de dichter benadert.fig. 3Uitschakeling boiler (economy)De gebruiker kan het verwarmen/op temperatuur houden van de boiler uitschakelen. Alsde boiler uitgeschakeld wordt, wordt er geen sanitair warm water geleverd.Wanneer de verwarming van de boiler actief is (standaardinstelling), is het symboolCOMFORT op het display actief (det. 15 - fig. 1), terwijl als deze uitgeschakeld is, op hetdisplay het symbool ECO actief is (det. 15 - fig. 1)De gebruiker kan de boiler uitschakelen (modus ECO) door te drukken op de toets eco/ comfort (det. 7 - fig. 1). Om de modus COMFORT te activeren nogmaals drukken op de toets eco/comfort (det. 7 - fig. 1).

2.3 In- en uitschakelenKetel zonder stroomvoedingfig. 4 - Ketel zonder stroomvoeding

Wanneer de stroomvoeding en/of gastoevoer van het apparaat wordt onder-broken functioneert het antivriessysteem niet. Voor lange pauzes tijdens dewinterperiode is het raadzaam, om vorstschade te voorkomen, al het water inde verwarmingsketel, het sanitaire water en het water in de installatie af te tap-pen; of alleen het sanitaire water af te tappen en een speciaal antivriesmiddelin de verwarmingsinstallatie te doen, in overeenstemming sez. 3.3met hetgeenvermeld staat in .

  • Schakel de stroom naar het apparaat in. fig. 5 - Aanzetten verwarmingsketel
  • De eerstvolgende 120 seconden wordt op het display FH weergegeven, hetgeen betekent dat de verwarmingsinstallatie ontlucht wordt.
  • De eerste 5 seconden verschijnt op het display tevens de softwareversie van de kaart.
  • Wanneer de melding FH niet meer zichtbaar is, is de verwarmingsketel gereed om automatisch te starten telkens wanneer er sanitair warm water wordt gebruikt of wanneer de omgevingsthermostaat hierom vraagt. Uitschakelen verwarmingsketel Druk 1 seconde op de toets on/off (detail 9 - fig. 1) . fig. 6 - Uitschakelen verwarmingsketel Wanneer de verwarmingsketel word uitgezet, wordt de elektronische kaart nog van stroom voorzien. De sanitaire en verwarmingswerking is niet meer actief. Het antivriessysteem blijft actief. Druk nogmaals 1 seconde op de toets on/off (detail 9 - fig. 1) om de ketel weer aan te zetten. fig. 7 De verwarmingsketel is onmiddellijk gereed om te functioneren telkens wanneer er warm sanitair water wordt gebruikt of de omgevingsthermostaat hierom vraagt.

Omschakelen Zomer/Winter Druk 1 seconde op de toets zomer/winter (detail 6 - fig. 1). fig. 8 Op het display wordt het symbool Zomer (detail 27 - fig. 1) actief: de verwarmingsketel levert uitsluitend warm water. Het antivriessysteem blijft actief. Druk weer 1 seconde op de toets zomer/winter (detail 6 - fig. 1) om de modus Zomer te deactiveren. Regeling van verwarmingstemperatuur Bedien de verwarmingstoetsen (detail 3 en 4 - fig. 1) om de temperatuur te variëren van minimaal 30 °C tot maximaal 80 °C. Wij raden u in elk geval aan de verwarmingsketel niet onder de 45° te laten werken. fig. 9 Regeling van temperatuur sanitair water -/+ Bedien de toetsen voor sanitair water fig. 1 (detail 1 en 2 - ) om de temperatuur te variëren van minimaal 10°C tot maximaal 65°C. fig. 10 Regeling van de omgevingstemperatuur (met optionele omgevingsthermostaat) Stel met behulp van de omgevingsthermostaat de voor de vertrekken gewenste tempe- ratuur in. Als er geen omgevingsthermostaat aanwezig is zorgt de verwarmingsketel er- voor dat het systeem op de ingestelde setpoint-temperatuur aan de drukzijde van de installatie gehouden wordt. Regeling van de omgevingstemperatuur (met optionele timerafstandsbediening) Stel met behulp van de timerafstandsbediening de gewenste temperatuur voor de ver- trekken in. De verwarmingsketel stelt de temperatuur van het water in de installatie af op grond van de gewenste omgevingstemperatuur. Voor wat de werking met timerafstand- sbediening betreft, wordt verwezen naar de betreffende gebruikershandleiding. Weersafhankelijke temperatuur Wanneer de externe temperatuursonde (optioneel) wordt geïnstalleerd, wordt op het di- splay van het bedieningspaneel (detail 5 - fig. 1) de werkelijke, door de sonde gemeten buitentemperatuur weergegeven. Het regelsysteem van de verwarmingsketel werkt met "Weersafhankelijke Temperatuur". In deze modus wordt de temperatuur van de verwar- mingsinstallatie gereguleerd overeenkomstig de externe weersomstandigheden, zodat gedurende het hele jaar verhoogd comfort en energiebesparing wordt gegarandeerd. Namelijk bij toename van de buitentemperatuur wordt de uitgangstemperatuur van de in- stallatie volgens een vastgestelde "compensatiecurve" verlaagd. Bij regeling met Weersafhankelijke temperatuur wordt de temperatuur die ingesteld is met de verwarmingstoetsen -/+ (detail 3 en 4 - fig. 1) de maximum uitgangstemperatuur van de installatie. Aanbevolen wordt om de maximumwaarde in te stellen, zodat het sy- steem bij het regelen gebruik kan maken van het gehele functioneringsbereik. De verwarmingsketel moet tijdens de installatiefase door gekwalificeerd personeel wor- den afgesteld. Ter verhoging van het comfort kan de gebruiker echter ook enige aanpas- singen programmeren. Compensatiecurve en verplaatsen van curven Door eenmaal op de toets mode (detail 10 - fig. 1) te drukken wordt de huidige compen- satiecurve (fig. 11) afgebeeld en kan ze gewijzigd worden met de toetsen sanitair water (detail 1 en 2 - fig. 1). Stel de gewenste curve in van 1 - 10 op grond van het kenmerk (fig. 13). Wanneer de curve op 0 wordt ingesteld, is de weersafhankelijke temperatuur niet geac- tiveerd. fig. 11 - Kromming stooklijn Door te drukken op de verwarmingstoetsen (detail 3 en 4 - fig. 1) wordt toegang verkre- gen tot parallelle verplaatsing van de curven (fig. 14), die gewijzigd kan worden met de toetsen sanitair water (detail 1 en 2 - fig. 1). fig. 12 - Parallel verplaatsen van de curven Druk nogmaals op de toets mode (detail 10 - fig. 1) om de modus voor afstellen van pa- rallelle verplaatsing van de curven af te sluiten.

cod. 3541H742 - Rev. 00 - 11/2019 Als de omgevingstemperatuur lager blijkt dan de gewenste waarde wordt aanbevolen een hogere curve in te stellen en omgekeerd. Verhoog of verlaag de curve met ééneenheid en verifieer daarna de omgevingstemperatuur.fig. 13 - Compensatiecurvenfig. 14 - Voorbeeld van parallelle verplaatsing van de compensatiecurvenRegeling vanaf de timerafstandsbediening tabella 1Is de verwarmingsketel aangesloten op een Timerafstandsbediening(optioneel), dan worden de bovengenoemde afstellingen uitgevoerd volgenshetgeen vermeld staat in . Bovendien wordt op het display van het bediening-spaneel (detail 5 - fig. 1) de actuele, door de Timerafstandsbediening gemetenomgevingstemperatuur weergegeven.Tabella. 1Regeling hydraulische druk installatieDe vuldruk bij een koude installatie, weergegeven op het display, moet ongeveer 1,0 barbedragen. Wanneer de druk in de installatie onder de minimumwaarden daalt, activeertde kaart van de verwarmingsketel storing F37 (fig. 15).fig. 15 - Storing druk installatie onvoldoende Wanneer de druk in de installatie weer hersteld is, activeert de verwarmingske-tel een ontluchtingscyclus van 120 seconden, hetgeen op het display met FHwordt weergegeven.

3.1 Algemene regelsDE INSTALLATIE VAN DE VERWARMINGSKETEL MAG UITSLUITEND DOOR GES-PECIALISEERD EN SPECIFIEK OPGELEID PERSONEEL WORDEN UITGEVOERD,MET INACHTNEMING VAN ALLE INSTRUCTIES VAN DEZE TECHNISCHE HAND-LEIDING, VAN DE BEPALINGEN VAN DE GELDENDE WETGEVING, VAN DE VOOR-SCHRIFTEN VAN DE PLAATSELIJK EN LANDELIJK VAN KRACHT ZIJNDENORMEN, EN VOLGENS DE REGELS VAN GOEDE TECHNIEK.3.2 2.3 InstallatieplaatsDe verwarmingsketel moet in een aparte ruimte geïnstalleerd worden, met ventilatieope-ningen naar buiten, in overeenstemming met de geldende voorschriften. Als er zich indezelfde ruimte meerdere branders of afzuigsystemen bevinden die tegelijk kunnen fun-ctioneren, moeten de ventilatieopeningen zodanig van afmeting zijn dat alle apparatuurtegelijkertijd kan functioneren. De plaats van installatie mag geen brandbare voorwerpenof materialen bevatten, bijtende gassen of vluchtige stoffen, die aangezogen wordendoor de branderventilator en verstopping van de interne leidingen van de brander of deverbrandingskop kunnen veroorzaken. Het vertrek moet droog zijn en mag niet bloot-staan aan regen, sneeuw of vorst. Als het apparaat wordt ingebouwd of als er meubels naast worden gemonteerd,moet er ruimte worden vrijgehouden om de ommanteling te demonteren en denormale onderhoudswerkzaamheden uit te voeren. Na montage van de ve-rwarmingsketel met de brander op de deur aan de voorzijde, moet er gecontro-leerd worden of de deur probleemloos geopend kan worden, zonder dat debrander tegen de muur of andere obstakels stoot.3.3 Hydraulische aansluitingenHet thermisch vermogen van het apparaat moet vooraf worden vastgesteld door bereke-ning van de warmtebehoefte van het gebouw volgens de geldende voorschriften. Vooreen correcte en regelmatige werking van de installatie is het noodzakelijk dat alle com-ponenten zijn aangesloten. Het is raadzaam om tussen de verwarmingsketel en de ve-rwarmingsinstallatie afsluiters te plaatsen waarmee de verwarmingsketel zo nodig vande installatie geïsoleerd kan worden. De afvoer van de veiligheidsklep moet worden verbonden met een trechter ofeen verzamelleiding, om te voorkomen dat er water over de vloer loopt als eroverdruk in het verwarmingscircuit is. Indien dit niet gebeurt en de afvoerklepingrijpt waardoor de ruimte onder water loopt, kan de fabrikant van de verwar-mingsketel niet aansprakelijk worden gesteld.Gebruik de leidingen van de hydraulische installaties niet voor aarding vanelektrische apparaten.Reinig, voordat u de installatie verricht, alle leidingen van het systeem zorgvuldig omeventuele restmaterialen of vuil te verwijderen, die de goede werking van het apparaatnadelig kunnen beïnvloeden.Verricht de aansluitingen op de overeenkomstige aansluitpunten volgens de afbeeldingop en de op het apparaat cap. 5 aangebrachte symbolen.Kenmerken van het water van de installatieBij een waterhardheidsgraad van meer dan 25° Fr (1°F = 10ppm CaCO3), is het nood-zakelijk dat het water op passende wijze behandeld wordt om afzettingen in de verwar-mingsketel te voorkomen. Na behandeling mag de hardheidsgraad niet minder dan 15°F bedragen (DPR 236/88 betreffende gebruik van water bestemd voor consumptie). Behandeling van het water is onontbeerlijk bij uitgebreide installaties of bij frequente in-voer van suppletiewater in de installatie. Indien er een waterontharder bij de inlaat van het koude water van de verwar-mingsketel wordt geïnstalleerd, dient u erop te letten dat de hardheidsgraadniet te laag wordt daar de magnesiumanode van de boiler daardoor snellerachteruit kan gaan.Antivriessysteem, antivriesmiddel, additieven en remmende stoffenDe verwarmingsketel is uitgerust met een antivriessysteem, dat de ketel inschakelt in ve-rwarmingsmodus wanneer de temperatuur van het toevoerwater onder de 6 °C daalt.Het systeem functioneert niet wanneer het apparaat niet van stroom en/of gas wordt vo-orzien. Het gebruik van antivriesmiddelen, additieven en remmende stoffen is, indien no-odzakelijk, uitsluitend toegestaan indien de fabrikant van dergelijke vloeistof ofadditieven garant staat voor het feit dat zijn producten voor het betreffende doel geschiktzijn en geen schade veroorzaken aan de warmtewisselaar of aan overige componentenen/of materialen van verwarmingsketel en installatie. Het is verboden antivriesmiddelen,additieven en remmende stoffen te gebruiken die bestemd zijn voor algemene doelein-den en niet specifiek bedoeld voor verwarmingsinstallaties en ongeschikt voor het ma-teriaal waaruit verwarmingsketel en installatie samengesteld zijn.Regeling van verwarmingstem-peratuurDeze temperatuur kan zowel in het menu van de Timerafstandsbediening afge-steld worden als op het bedieningspaneel van de verwarmingsketel.Regeling van temperatuur sanitair waterDeze temperatuur kan zowel in het menu van de Timerafstandsbediening afge-steld worden als op het bedieningspaneel van de verwarmingsketel.Omschakelen Zomer/WinterDe functie Zomer heeft voorrang op de eventuele vraag om verwarming van de Timerafstandsbediening.Keuze Eco/ComfortBij uitschakeling van de functie Sanitair in het menu van de Timerafstandsbedie-ning gaat de verwarmingsketel over naar de modus Economy. In dit geval is toets - fig. 1 op het bedieningspaneel van de verwarmingsketel uitgeschakeld.Bij inschakeling van de functie Sanitair in het menu Timerafstandsbediening gaat de verwarmingsketel over naar de modus Comfort. In dit geval kan met toets 7 fig. 1 op het bedieningspaneel van de verwarmingsketel een van beide functies gekozen worden.Weersafhankelijke tempera- tuur Zowel de Timerafstandsbediening als de elektronische kaart van de ketel behe-ren beide de regeling met Weersafhankelijke Temperatuur: van deze twee is de Weersafhankelijke Temperatuur van de kaart van de verwarmingsketel prioritair.

cod. 3541H742 - Rev. 00 - 11/2019 Aansluiten van een boiler voor sanitair warm water De elektronische kaart van het apparaat biedt de mogelijkheid voor het beheren van eenexterne boiler voor de productie van sanitair warm water. Maak de hydraulische aanslu-itingen volgens schema fig. 16 (pompen en terugslagkleppen dienen apart te wordenbesteld). Maak: de elektrische aansluitingen volgens het schakelschema op cap. 5.4.Het is noodzakelijk om een temperatuurvoeler te monterenFERROLI. Het besturingssy-steem van de ketel herkent na inschakeling de aanwezigheid van de temperatuurvoelervan de boiler en configureert automatisch het systeem, waarna het display en de con-troles met betrekking tot de sanitaire functies worden geactiveerd.fig. 16 - Aansluitschema voor een externe boilerLegenda8 Uitgang warm sanitair water9 Ingang sanitair koud water10 Toevoer installatie11 Retour installatie3.4 Aansluiting van de branderEr kan gebruik worden gemaakt van een oliebrander met geblazen lucht voor vuurgan-gen onder druk, indien de kenmerken ervan geschikt zijn voor de afmetingen van de vu-urgang van de ketel en voor de overdruk ervan. De brander moet gekozen wordenvolgens de aanwijzingen van de fabrikant, op grond van het werkbereik, brandstofver-bruik, drukveld en de lengte van de verbrandingskamer. Monteer de brander volgens deaanwijzingen van Uw Fabrikant. Het opgenomen elektrisch vermogen van de brander mag de in de tabeltechnische gegevens vermelde waarde niet overschrijden.3.5 Elektrische aansluitingenAansluiting op het elektriciteitsnet De elektrische veiligheid van het apparaat wordt alleen bereikt wanneer hetcorrect geaard is, overeenkomstig de geldende veiligheidsnormen. Laat dooreen vakman controleren of de aarding efficiënt en afdoende is. De fabrikant isniet aansprakelijk voor eventuele schade die ontstaat doordat de installatie nietgeaard is. Laat bovendien controleren of de elektrische installatie geschikt isvoor het maximumvermogen dat door het apparaat wordt opgenomen (dit staatvermeld op de typeplaat van de verwarmingsketel). De verwarmingsketel is voorbedraad en voorzien van een kabel van het type "Y" zonder stekker, voor aansluiting op het elektriciteitsnet. De aansluitingen op het net moeten wor-den gerealiseerd met een vaste aansluiting, door middel van een tweepolige schakelaarmet een opening tussen de contacten van minstens 3 mm; er moeten zekeringen vanmax. 3A tussen verwarmingsketel en lijn worden geplaatst. Het is belangrijk dat de po-lariteiten (LIJN: bruine draad / NEUTRAAL: blauwe draad / AARDE: geel-groene draad)in acht worden genomen bij het aansluiten van de elektriciteitsleiding. Zorg er bij het in-stalleren of vervangen van de voedingskabel voor dat de aardgeleider 2 cm langer is dande andere. De voedingskabel van het apparaat mag niet door de gebruiker worden vervan-gen. Als de kabel beschadigd is, moet het apparaat worden uitgeschakeld endient u zich voor vervanging van de kabel uitsluitend tot gekwalificeerde vak-mensen te wenden. Als de elektrische voedingskabel vervangen wordt, mag ui-tsluitend een kabel “HAR H05 VV-F 3x0,75 mm2 worden gebruikt met eenbuitendiameter van maximaal 8 mm.Omgevingsthermostaat (optie) LET OP: DE OMGEVINGSTHERMOSTAAT MOET SCHONE CONTACTENHEBBEN. DOOR 230 V. AAN TE SLUITEN OP DE KLEMMEN VAN DE OM-GEVINGSTHERMOSTAAT WORDT DE ELEKTRONISCHE KAART ONHER-STELBAAR BESCHADIGD.Bij het aansluiten van timerafstandsbedieningen of timers, mag de voedingvoor deze voorzieningen niet van hun schakelcontacten worden genomen. Devoeding ervan moet rechtstreeks door het net of door batterijen worden gele-verd, afhankelijk van het type voorziening. Toegang tot het elektrische klemmenbord Draai de twee schroeven “A” op het paneel los en verwijder het deurtje fig. 17 - Toegang tot het elektrische klemmenbord3.6 Aansluiting op het rookkanaal Het apparaat moet aangesloten worden op een rookkanaal dat ontworpen en gebouwdis in overeenstemming van de geldende normen. De leiding van de ketel naar het roo-kkanaal moet gemaakt zijn van materiaal, dat bestand is tegen hoge temperaturen encorrosie. Het wordt aanbevolen om te zorgen voor optimale afdichting op de verbinding-spunten en de volledige leiding tussen ketel en schoorsteen op warmte te isoleren, tervoorkoming van condensvorming.4. SERVICE EN ONDERHOUDAlle hieronder beschreven werkzaamheden die afstellingen, wijzigingen en inbedrijfstellingbetreffen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door Gekwalificeerd en hiervoor opgeleid Per-soneel (dat voldoet aan de technisch-professionele vereisten op grond van de geldende vo-orschriften), zoals het personeel van de plaatselijke Technische Klantenservice.FERROLI is geenszins aansprakelijk voor schade aan zaken en/of persoonlijk letsel, ve-roorzaakt door ingrepen op het apparaat, uitgevoerd door onbevoegde en ondeskundigepersonen.4.1 InstellingenTEST modus inschakelen Druk gelijktijdig op de toetsen verwarming (details 3 en 4 - fig. 1) gedurende 5 seconden om de TEST modus in te schakelen. De verwarmingsketel wordt onafhankelijk van het verzoek van de installatie of om sanitair water ingeschakeld. Op het display knipperen de symbolen verwarming (detail 24 - fig. 1) en sanitair water (detail 12 - fig. 1).fig. 18 - TEST modus Om de TEST modus uit te schakelen, de inschakelingsvolgorde herhalen. De TEST modus wordt hoe dan ook automatisch na 15 minuten uitgeschakeld. Afstelling branderHet rendement van de verwarmingsketel en de goede werking ervan hangen nauw sa-men met de precisie waarmee de brander wordt afgesteld. Volg nauwkeurig de aanwij-zingen van de fabrikant op. Het eerste stadium van duplexbranders moet ingesteld zijnop een vermogenswaarde, die niet minder mag bedragen dan het nominale minimu-mvermogen van de verwarmingsketel. Het vermogen van het tweede stadium mag nietmeer bedragen dan het nominale maximumvermogen van de verwarmingsketel.

Controles die uitgevoerd moeten worden bij de eerste ontsteking en naar aan-leiding van alle onderhoudswerkzaamheden die afsluiting van de installatiesmet zich meebrengen, of na een ingreep op de veiligheidsinrichtingen of delenvan de verwarmingsketel:Alvorens de verwarmingsketel te ontsteken• Zet eventuele afsluitkleppen tussen de verwarmingsketel en de installaties open.• Controleer of het brandstofsysteem lekdicht is.• Controleer of de voorbelasting van het expansievat correct is• Vul de hydraulische installatie en zorg ervoor dat de verwarmingsketel en de instal-latie volledig ontlucht zijn door de ontluchtingsklep op de verwarmingsketel en deeventuele ontluchtingskleppen op de installatie te openen. • Controleer of er geen waterlekken in de installatie, de circuits van het sanitaire wa-ter, de verbindingen of de verwarmingsketel zitten.• Controleer of de elektrische installatie goed is uitgevoerd en of de aarding naarbehoren werkt.• Controleer of er zich in de buurt van de verwarmingsketel geen ontvlambare vloei-stoffen of materialen bevindenControles tijdens de werking• Schakel het apparaat in zoals beschreven in sez. 2.3.• Controleer de lekdichtheid van het brandstofcircuit en van de waterinstallaties.

  • Controleer de doeltreffendheid van de afvoerleiding en de rookgas-luchtpijpen tijdens de werking van de verwarmingsketel.• Controleer of de watercirculatie tussen de verwarmingsketel en de installaties cor-rect verloopt.• Controleer of de ontsteking van de verwarmingsketel correct werkt door hem ver-schillende malen te ontsteken en weer uit te zetten door middel van de omgeving-sthermostaat of de afstandsbediening.• Verzeker u ervan dat het brandstofverbruik dat de gasmeter aangeeft overeenkomtmet de waarden in de tabel met technische gegevens op sez. 5.3.• Controleer of branderdeur en verbrandingskamer lekdicht zijn.• Controleer of de brander goed werkt. Voer deze controle uit met de betreffende in-strumenten, volgens de aanwijzingen van de fabrikant.• Controleer de correcte programmering van de parameters en programmeer het ap-paraat naar gelang de persoonlijke behoeften (compensatiecurves, vermogen, tem-peratuur).4.3 OnderhoudPeriodiek onderhoudOm de goede werking van het apparaat in de loop der tijd te handhaven, is het nood-zakelijk een jaarlijkse controle te laten uitvoeren door gekwalificeerd personeel, deze vo-orziet in de volgende verificaties:• De besturings- en veiligheidsinrichtingen moeten goed functioneren.• Het circuit voor rookafvoer moet optimaal functioneren.• Controleer of de brandstoftoevoer- en -afvoerleidingen niet verstopt of beschadigdzijn.• Reinig het filter van de brandstofaanzuigleiding.• Bepaal het juiste brandstofverbruik• Reinig de verbrandingskop bij de brandstofuitgang, op de wervelschijf.• Laat de brander gedurende ongeveer 10 minuten op volle kracht werken en analy-seer daarna het verbrandingsproces als volgt:- De juiste afstelling van alle elementen, die in deze handleiding vermeld staan- Temperatuur van de rook in de afvoerleiding- Percentage CO2• De gaskokers moeten vrij zijn van obstakels en geen lekken vertonen• Brander en warmtewisselaar moeten schoon zijn, zonder afzettingen. Maak geengebruik van chemische producten of staalborstels om ze te reinigen.• De gas- en waterinstallaties moeten lekdicht zijn.• De waterdruk van de installatie moet in de ruststand circa 1 bar zijn; indien dit niethet geval is, de installatie naar deze waarde terugbrengen.• De circulatiepomp mag niet geblokkeerd zijn.• Het expansievat moet gevuld zijn.• Controleer de magnesiumanode en vervang ze, indien nodig. Ommanteling, paneel en sierelementen van de verwarmingsketel kunnen in-dien nodig schoongemaakt worden met een zachte doek, eventueel bevochtigdmet water met zeepoplossing. Vermijd het gebruik van elke soort schuurmiddelof oplosmiddel.Reiniging van de verwarmingsketel 1. Schakel de stroom naar de verwarmingsketel uit.2. Verwijder het bovenste en onderste paneel aan de voorkant.3. Draai de knoppen op de deur los om de deur te openen.4. Maak de binnenkant van de verwarmingsketel en het volledige traject van de afge-voerde rook schoon met een borstel of met druklucht.5. Bevestig de betreffende knop om de deur weer te sluiten.Voor het reinigen van de brander raadpleegt u de aanwijzingen van de Fabrikant.

4.4 Oplossen van storingen

DiagnostiekDe verwarmingsketel is voorzien van een geavanceerd zelfdiagnosesysteem. Bij eenstoring in de verwarmingsketel knippert de display samen met het storingssymbool (de-tail 22 - fig. 1) en geeft de storingscode weer.Er bestaan storingen die permanente blokkering veroorzaken (aangeduid met de letter “A”): om de werking te resetten gedurende 1 seconde op de toets RESET (detail 8 - fig. 1) drukken of de optionele klokthermostaat met afstandsbediening RESETTEN; in-dien de ketel niet start de storing oplossen die aangeduid wordt met de bedrijfslampjes. Er zijn andere storingen die leiden tot tijdelijke blokkering (aangeduid met de letter “F”), die automatisch worden opgeheven zodra de waarde weer binnen het normale werkin-gsbereik van de verwarmingsketel komt.Tabella. 2 - Overzicht storingen Code storingStoring Mogelijke oorzaak Oplossing A01 Blokkering van de brander(DE RESET VINDT ALLEEN PLAATS OP DE BRANDER)Zie gebruikershandleiding van de brander A02 Storing parameters kaart Onjuiste instelling parameter kaartControleer en wijzig eventueel de parameter kaart A03 Ingrijpen temperatuurbeveiligingVerwarmingssensor beschadigdControleer positie en werking van de verwarmingssensorOnvoldoende watercirculatie in de installatieControleer de circulatiepompLucht in de installatie Ontlucht de installatie A04 Storing parameters kaart Onjuiste instelling parameter kaartControleer en wijzig eventueel de parameter kaart F07 Storing in bedrading Connector X5 niet aangesloten Controleer de bedrading F09 Storing parameters kaart Onjuiste instelling parameter kaartControleer en wijzig eventueel de parameter kaart F10 Storing sensor drukzijde 1Sensor beschadigdControleer de bedrading of vervang de sensorKortsluiting in bedradingBreuk in bedrading F11 Storing sensor sanitair waterSensor beschadigdControleer de bedrading of vervang de sensorKortsluiting in bedradingBreuk in bedrading F12 Storing parameters kaart Onjuiste instelling parameter kaartControleer en wijzig eventueel de parameter kaart F13 Storing in bedrading Connector X12 niet aangesloten Controleer de bedrading F14 Storing sensor drukzijde 2Sensor beschadigdControleer de bedrading of vervang de sensorKortsluiting in bedradingBreuk in bedrading F16 Storing parameters kaart Onjuiste instelling parameter kaartControleer en wijzig eventueel de parameter kaart F34 Voedingsspanning lager dan 170V.Problemen met het elektriciteitsnet Controleer het elektriciteitsnet F35 Abnormale netfrequentie Problemen met het elektriciteitsnet Controleer het elektriciteitsnet F37 Druk van waterinstallatie verke- erd Druk te laag Vul de installatieSensor beschadigd Controleer de sensor F39 Storing sonde buitentemperatuurSonde beschadigd of kortsluiting in bedradingControleer de bedrading of vervang de sensorSonde niet aangesloten na inschakeling van de weersafhankelijke temperatuurSluit de buitensonde weer aan of schakel de weersafhankelijke temperatuur uit F40 Druk van waterinstallatie verkeerdDruk te hoogControleer de installatieControleer de veiligheidsklepControleer het expansievat A41 Plaats sensorenSensor drukzijde niet aangebracht in ketelbehuizingControleer positie en werking van de verwarmingssensor F42 Storing verwarmingssensor Sensor beschadigd Vervang de sensor F47 Storing sensor waterdruk installatieBreuk in bedrading Controleer de bedrading ATLAS D

5.1 Afmetingen, aansluitingen en hoofdcomponentenfig. 19 - Vooraanzichtfig. 20 - Achteraanzichtfig. 21 - Zijaanzicht10 Toevoer installatie 1" 1/2"11 Retour installatie 1" 1/2"246 Drukomzetter275 Aftapkraan verwarmingsinstallatie278 Dubbele sensor (verwarming + veiligheid)a5 Opening brandera6 Aansluiting brander5.2 BelastingverliesBelastingsverlies waterzijdefig. 22 - DrukhoogteverliesA mbarB Debiet l/uur5.3 Tabel technische gegevens

fig. 23 - Schakelschema32 Circulatiepomp verwarming (optie)42 Temperatuursonde sanitair water (optioneel)72 Omgevingsthermostaat (optie)130 Circolatiepomp sanitair water (optioneel)138 Externe sonde (optie)139 Klokthermostaat met afstandsbediening (optioneel)211 Branderconnector246 Drukomzetter278 Dubbele sensor (verwarming + veiligheid)304 Branderconnector 2° stadium (alleen bij de versie met 6 en 7 elementen)