GN4 N - Cv-ketel FERROLI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GN4 N FERROLI in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over GN4 N FERROLI
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Cv-ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GN4 N - FERROLI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GN4 N van het merk FERROLI.
GEBRUIKSAANWIJZING GN4 N FERROLI
Wij danken u om te hebben gekozen voor GN4 N, een geavanceerde verwarmingsketel van Ferroli die zowel avant-gardetechnologie als een hoge betrouwbaarheid en kwaliteit biodt.
Wij verzoeken u deze handledig aandachtig door te nemen en zorgvuldig te bewaren voor latere raadplegingen.
GN4 N is een warmtegenerator met hoog rendement voor de productie van warm water voor verwarming, en voorzien voor de werking met blaasluchtbranders van gasvormige of vloeibare brandstof.
Het ketellichaam bestaat uit een element in gietijzer, waarvan de bouw en het precieze ontwerp van de koelribben borg staan voor een hoge werkingsefficientre in elke richting.

Belangrijke waarschuwingen
- Onderhavige handleiding bevat belangrijke aanwijzingen relatief aan de gebruiks-, de installmente en de onderhoudsveiligheid en maakt wezenlijk deeluit van het product. Gelieve de handleiding te lezen voor het gebruik en zorgvuldig te bewaren voor latere raadplegingen.
- Dit apparaat dientuitsluitend te worden gebruikt voor het doel waarvoort het door de fabrikant is voorbestemd. Dit apparaat dient om water bij atmosferische druk te verwarmen tot een temperatuur onder het kookpunt en wordt aangesloten op een verwarmingsinstallatie en/of een installmentie voor de distributie van warm water voor huishoudelijkde doeleinden, in functie van de karakteristieken, prestaties en warmtepotentiaal van de ketel. Elk ander gebruik worden bijgevolg beschouwd als oneigenlijk en dus gaavarlijk.
- Het is verboden de componenten van het apparaat te openen of te wijzigen, met uitzondering van de onderden die onderworpen zijn aan onderhoudsbeurten. Het is evenmin toegelaten het apparaat te wijzigen om de prestaties of gebruiksdoel ervan te veranderen.
- De installment en het onderhoud worden UITgevoerd met inachtneming van de geldende normen, ove
reennkomstig de instructies van de fabrikant en wordenuitgevoerd door vakbekwaam personeel.
- Een verkeerde installmentie of een ontoreikend onderhoud konnen schade toebrengen aan Personen, dieren of voorwerpen. De fabrikant wijst elke verantwoordelijk af voor schade tengevolge van een verkeerde installmentie, een oneigenlijk gebruik en de Niet inachtneming van de gebruiksaanwijzingen.
- Alvorens om het even welke reinigings- of onderhoudsbeurtuit te voeren, het apparaat loskoppelen van het elektriciteitsnet met de schakelaar van de installmenten/of de voorziene onderschappingsnrichtingen.
In geval van een defect en/of slechte werkking van het apparaat, dit LASTe uitschakelen en zelf geen reparations ofrechtstreekse ingrepenuitvoeren. Zich uitsluitend wenden tot vakbekwaam personeel. - Nadat de verpakking ward verwijderd, controleren of de inhoud ervan intact is. De verpakkingselementen buiten het bereik van kinderen houden, waar zij een bron van gevaar hunnen zich.


Certificatie
De marketing CE wijst erop dat de apparatuur Ferroli conform de vereisten is bevat in de van toepassing zijnde Europese richtlijnen.
Dit apparaat is in het bijzonder conform de volgende EG-richtlijnen:
Richtlijn Gas 90/396
Richtlijn Rendement 92/42
- Richtlijn Laagspanning 73/23 (wijziging 93/68)
- Richtlijn Elektromagnetische-Compatibleititeit 89/336 (wijziging 93/68)
1. GEBRUKSAANWIJZINGEN
1.1 Bedieningspaneel

Legende
1 Voorziening elektronische verdeelkast
2 Thermometer
3 Veiligheidsthermostat
4 Regelthermostaat 2^ Stadium
5Lijnschakelaar
6 Controleampje blokkeren brander

fig.1
1.2 Ontsteking
Breng de hoofdschakelaar 5 in de stand "I" om de verwarmingsketel en brande te voeden. Voor de werkig van de brander, de relatieve handeiding raadplegen.
1.3 Regeling
Stel de gewenste temperatuur van de installmentie in met behulp van de regelthermostat 4. Indien deze aangesloten is op de thermoregelkast (optie), gelieve de gebruikshandleiding te raadplegen.
1.4 Uitschakeling
Voor korte periodes van stilstand volstaat het de schakelaar 5 (fig. 1) op het bedieningspaneel in de stand "0" te zetten. Voor langere periodes van stilstand. dient de schakelaar 5 te worden afgezet en de brandstofklep te worden gesloten. Voor lange periodes van stilstand in de winter is het bovendien nodig, om vorstschade te voorkomen, de installmentie te voorzien van een antivriesproduct of volledig te ledigen.
1.5 Problemen
Er knen zich twee situatuies voordoen waarbij de installatione stilvalt, die door de gebruiker knen worden verholpen:
a De branderblok aangeduid door het controelampje 6 (fig. 1). De handleiding van de brander raadplegen.
b Een ingreep van de veiligheidsthermostat wanneer de temperatuur in de verwarmingsketel een waarde bereikt die gevaarlijk kan zich. Om de werking te herstellen, de dop 3 losdraaien en de resetknop indrukken.
Indien het probleem aanhoudt, zich wenden tot vakbekwaam personeel of een service centrum.
In geval van een defect en/of slechte werkig van het apparaat, dit LASTe uitschakelen enzfle geen reparations ofrechtstreekse ingrepen uitvoeren. Zich uitsluitend wenden totvakbekwaam en erkend personeel.
2. INSTALLATIE
Algemene voorschriften
Dit apparaat dient uitsluitend te worden gebruikt voor het doel waarvoort het door de fabrikant is voorbestemd. Dit apparaat dient om water bij atmssferische druk te verwarmen tot een temperatuur onder het kookpunt en wordt aangesloten op een verwarmingsinstallatie en/of een installmentie voor de distributie van warm water voor huishoudelijk doeleinden, in functie van de karakteristieken, prestaties en warmtepotentiaal van de ketel. Elk ander gebruik wordt bijgevolg beschouwd als oneigenlijk.

DE INSTALLATIE VAN DE VERWARMINGSKETEL WORDT UITSLUITEND UITGEVOERD DOOR GESPECIALISEERD EN VAKBREKWAAAM PERSONEEL, MET INACHTNEMING VAN ALLE AANWIJZINGEN AANWEZIG IN DEZE TECHNISCHE HANDLEIDING, DE BEPALINGEN VAN DE WETTEN VAN KRACHI, DE VOORSCHRIFTEN VAN DE NATIONALE EN LOKALE NORMEN EN DE REGELS RELATIEF AAN EEN GOED TECHNISCH GEBRUK.
Een verkeerde installmentie kan schade toebrengen aan personen, dieren en voorwerpen. De fabrikant kan hiervoort verantwoordelijk worden gesteld.
Installatieplaats
De verwarmingsinstallatie dient te worden geinstalleerd in een ruimte met verluchtingsopeningen aan buiten toe, zoals voorgeschreven door de wet van kracht. Indien indezelfde ruimte meerere branders of luchtafzuiigers+zijn opgesteld die gelijktijdig in werkung+knen,zijn,dient de groote van de verluchtingsopeningen aangepast te zijn aan de gelijktijdige werkng van alle apparatuur.
De installmentieplaats dient vrij teijken van brandbare voorwerpen of materiaal, corroderende gassen, vluchtige stoffen of bestanddelen die kuren worden aangetrokken door de ventilator van de brander en zo de interne kanalen van de brander of de verbrandingskop verstoppen. De ruimte dient droog teijken en Niet blootgesteld aan regen, sneeuw of vorst.
Plaatsing verwarmingsketel
De minimumruimtes aangeduid op de figuur dienen te worden gerespecteerd. Zorg er in het bijzonder voor dat na de montage van de verwarmingsketel en brander op de achefterste deur, deze LASTe kan worden geopend zonder dat de brander gegen de muur of een andere ketel botst. Laat een vrij ruimte van minstens 100 mm in de richting waar de deur opengaat.

fig.2
2.1 Aansluitingen op de waterleiding
Voer de aansluiting van het apparaat op de waterleiding uit, met inachtneming van de aanwijzingen vlakbij elk aansluitpunt en op figuur 2 in deze handleiding.
De aansluiting wordt op zodanige wijze uitgevoerd dat de buizen nicht worden belast. Het is verplicht een veiligheidsklep te monteren op het verwarmingscircuit, zo dicht möglichk bij de verwarmingsketel, zonder obstakel of onserschappingsinrichting:tussen de ketel en de klep.
Het apparaat wordt geleverd zonder expansievat. De aansluiting dient bijgevolg te worden uitgevoerd door de installateur.
Denk eraan dat de druk in de installmentie, buiten werkig, begrepen istussen 0,5 en 1 bar.
2.2 Aansluiting brander
De gasolie- of gasbrander - blaasluchtbrander voor drukhaarden - kan worden gebruikt indien zijn werkingskarakteristieken aanegpast zich een de afmetingen van de haard van de verwarmingsketel en zich overdruk. De keuze van de brander gebeurt vooraf met inachtneming van de instructies van de fabrikant, in functie van het gebruiksdoel, het brandstofverbruik en de drukwaarden, alsook de lengte van de verbrandingskamer.
Monteer de brander volgens de instructies van de Fabrikant.
2.3 Elektrische aansluitingen

De verwarmingsketel worden aangesloten op een eenfasige elektriciteitsleiding van 230 Volt-50 Hz, met vaste aansluiting en een bipolaire schakelaar waarvan de contacten een opening van minstens 3mm hebben, met aangepastezekeringen. De brander en de eventuelethermostat aansluiten, met inachtneming van het schakelschema weergegeven in hoofdstuk 4.
De elektrische verilgheit van het apparaat worden slechts bereikt wanner deze LASTe correct werk aangesloten op een doeltreffende aardleiding, uitgevoerd zoals voorzien door de geldende verilgheidsnormen. De doeltreffendheid van de aardleiding dient door vakbekwaam personeel te worden nagekeken. De fabrikant kan nicht verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele schade voortvloeieend uit de afwezigheid van een aardleiding. Om na te gaan of de elektrische installmentatie aangepast is aan het max. opgenomen vermogen van het apparaat en aangeduid op het gegevensplaatje, er in het bijzonder over waken dat de doorsnede van de kabels van de installmentie aangepast is aan het apparaat.
2.4 Aansluiting aan het rookkanaal
Het is raadzaam de verwarmingsketel te koppelen aan een goed rookkanaal, gebouwd met inachtneming van de geldende normen. De leiding van de verwarmingsketel waar het rookkanaal dient van een materiaal te zich dat aangepast is aan het doel, m.a.w. bestand is谈起hoge temperaturen en corrosie. De verbindingspunten dienen luchtdicht te worden gehonden en de hele leiding tussen de ketel en het rookkanaal dient te worden geisoleerd, om condensvorming te voorkomen.
2.5 Assemblage verwarmingsketel
De verwarmingsketel kan geleverd worden:
1 Met de elementen gedemonteerd, in 4 afzonderlijke verpakkingen die de mantel, het instrumentenbord, de elementen en de accessoires voor de montage van de elementen bevat.
Volg voor de assemblage van het ketellicham de aanwijzingen bijgevoegd bij de groep elementen. Volg voor de assemblage van de mantel en het instrumentenbord de volgende aanwijzingen.
2 Met het lichaam gemonteerd in 3 afzonderlijke verpakkingen die de mantel, het instrumentenbord en het ketellichaam bevatten.Volg voor de assemblage van de mantel en het instrumentenbord de volgende aanwijzingen.


A Indien het ketellichaaam B reeds gemonteerd wordt geleverd en geplaatst op een pallet, de boute 1 verwijderen die hem bevestigen aan het pallet en hem plaatsen voor de definitieve installment. Gaervolgens over tot de montage van de verschillende panelen.
Monteer he
achterpaneel 1
op de spiën 2
en zet de bouteen aan zonder
ze teveel aan te spannen.

C Monteer de rechter-en linkerflanken, door het aantal zijpanelen te kiezen in functie van de afmetingen van de verwarmingsketet (zie tabel).



E
D Verbind de panelen onderling, met behulp van de schroeven 1, de rondsels 2 en de moeren 3. Verstevig de onderkant van de panelen met de ijzers 4 vastgezet met de schroeven 5.
E De moeren "A" aanzetten. De staaf voor de bevestiging van de flanken "B"
F Bevestig de flanken aan de achechterste wand "A" met behulp van de schroeven "B".



G De rechterflank bevestigen aan de staaf "A" met behulp van de schroeven "B" (rechteraanzicht). Herhaal de handelingen van punt G voor de linkerflank.
H Bevestig de flanken aan de achechterste wand "A" met behulp van de schroeven "B".
I Bevestig de beschemingskast van de bekabeling "A" met behulp van de schroeven "B" aan de zijflanken.



L Bevestig het instrumentenbord aan de flanken, met behulp van de bijgeleverde lipjes "A". Voerussen de schroefkop en het lipje het versterkingsveertje "B".


M Monteer de veiligheidsthermostaat, dethermostaat van de verwarmingsketel en de thermowaterstandsmeter.
N Monteer het onderste voorpaneel "A".


- Monteer het bovenste paneel "A".
P Monteer het lid of de leden "A" in functie van de lenghte van de verwarmingsketel (zie tabel 1 reeks C).
3. SERVICE EN ONDERHOUD
Alle handelingen relatief aan de regelingen, inwerkingstelling en onderhoud dienen te worden uitgevoerd door vakbekwaam en opgeleid personeel, overeenkomstig de geldende nomen.
FERROLI S.p.A wijst elke verantwoordelijkheid af voor schade toegebracht aan voorwerpen en/of Personen, voortvloeendiuit de wijziging van het apparaat vanwege Niet bekwame en nicht bevoegde Personen.
Alvorens om het even welke reinigings- of onderhoudsbeurt uit te voeren, het apparaat loskoppelen van het elektriciteitsnet met de schakelaar van de installmentie en/of de voorziene onsderschappingsinrichtingen.
3.1 Inwerkinstelling
Controles te verrachten bij de eerste ontsteking en na alle onderhoudshandelingen waar bij de installmentie werd losgekoppeld of na een ingreep op de beveiligingen of onderdelen van de verwarmingsketel:
Vór de eerste ontsteking
Vórde eerste ontsteking,controleren of:
a de installmentie gezuld werd bij de juiste druk en goed ontlucht is;
b er geen water- of brandstoflekken zich;
c of de elektrische voeding correct is;
d of het hele rookkanaal correct uitgevoerd is en zich Niet te richt in de buurt van brandbare onderdelen bevindt;
e of er zich in de buurt van het apparaat geen brandbare stoffen bevinden;
f of de groote van de brander aangepast is aan het vermogen van de verwarmingsketel;
g of de waterkleppen open zich.
Eerste ontsteking
Na deze eerste controles, worden overgeaan tot de volgende ontstekingshandelingen:
1 De brandstofklep openen.
2 Dethermostat 4 (fig.1) regelen op de gewenste temperatuur.
3 De schakelaar stroomopwaarts van de ketel en de schakelaar 5 (fig. 1) op het bedieningspaneel uitzetten.
Nu treedt de brander in werkung en begint te verwarmingsketel te functioneren.
Na de eerste ontsteking
Na de eerste ontsteking, controleren of:
1 De deur van de brander en de rookkamer luchtdicht zich.
2 De brander correct werk. Deze controle worden verricht met behulp van de waarvoortoorziene instrumenten en volgens de aanwijzingen van de fabrikant.
3 Of de thermostaten correct werken.
4 Of het water circuleert in de installment.
5 Of de rook volledig wordt aangezogen door het rookkanaal..
3.2 Regelingen
Regelingbrander
Het rendement van de verwarmingsketel en de correcte werkig ervan hangen vooral af van hoe nauwkeurig de brander wird geregeld.
Volg zorgvuldig de aanwijzingen van de relatieve fabrikant. Voor de branders met 2 stadia dient het vermogen van het eerste stadium Niet onder het min. nominaal vermogen van de verwarmingsketel te liggen. Het vermogen van het tweede stadium mag Niet hoger liggen dan het max. nominaal vermogen van de ketel.
3.3 Uitschakeling
Voor korte perodes van stilstand volstaat het de schakelaar 5 (fig. 1) op het bedieningspaneel uit te zetten. Voor langere periodes van stilstand dient de schakelaar 5 te worden afgezet en de brandstofklep te worden gesloten.
3.4 Onderhoud
Voor een groe betrouwbaarheid van de verwarmingsinstallatie en een zo laag möglich energieverbruik is het raadzaam regelmatig, minstens eenmaal perJAr, over te gaan tot de reiniging van de ketel. Het onderhoud wordt uitgevoerd door vakbekwaam en opgeleid personeel.
Reiniging van de verwarmingsketel
1 Koppel de verwarmingsketel los van het elektriciteitsnet
2 Verwijder de bovenste en onderste voorpanelen.
3 Open de deur door de relativie knoppen los te draaien.
4 Reinig de bennenkant van de ketel en het hele trajct van de afvoerdampen, met behulp van een stok of perslucht.
5 Vervolgens de leur vastmaken met de relativie knop.
Voor de reiniging van de brander, de aanwijzingen van de Fabrikant raadplegen.
32 Circulator (niet geleverd)
49 Veiligheidsthermostaat
72 Kamerthermostaat (niet geleverd)
98 Schakelaar
114 Watergebrecskacheklaar
159 Testknop
170 Regelthermostat hetel 1^ stadium
171 Regelthermostatketel 2^ stadium
211 Aansluiting brander
Opmerking Kabels met stippellij te leggen door de installmenteur
TÜRKÇE
Degerl musterimiz,