BLAUPUNKT Madrid 170 BT - Autoradio

Madrid 170 BT - Autoradio BLAUPUNKT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Madrid 170 BT BLAUPUNKT in PDF-formaat.

📄 188 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice BLAUPUNKT Madrid 170 BT - page 61
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BLAUPUNKT

Model : Madrid 170 BT

Categorie : Autoradio

Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Madrid 170 BT - BLAUPUNKT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Madrid 170 BT van het merk BLAUPUNKT.

GEBRUIKSAANWIJZING Madrid 170 BT BLAUPUNKT

Conformiteitsverklaring Blaupunkt Competence Center Car Multimedia-Evo Sales GmbH verklaart dat dit apparaat voldoet aan de basisvereisten en de overige toepasselijke bepalingen van Richtlijn 2014/53/EG. De conformiteitsverklaring kan worden ingekeken op het internet op de website www.blaupunkt.com

Verklaring van overeenstemming met de Richtlijn Radioapparatuur 2014/53/EG Verklaring van overeenstemming met de Richtlijn RoHS 2011/65/EU.

Garantie De garantievoorwaarden kunnen worden gedownload van de website www.blaupunkt.com

Garantie Als u in het kader van de garantie gebruik moet maken van de hersteldienst, dan kunt u informatie over de servicepartners die zulke diensten leveren in uw land, vinden op de website www.blaupunkt.com.

HBediening Plaats van de knoppen

Schakel het apparaat aan door op de knop (4) te drukken. Het systeem wordt opgestart. Houd de knop (4) 2 seconden ingedrukt om het apparaat uit te schakelen.

HET GELUID UITSCHAKELEN

Druk kort op de knop MUTE (1) om het geluid uit te schakelen. Druk er opnieuw op om het geluid terug in te schakelen.

HET VOORPANEEL VERWIJDEREN

Druk op de losmaakknop (5) om het afneembare voorpaneel los te maken.

HET GELUIDSNIVEAU REGELEN

Druk kort op de knop MENU (4) om de gewenste regelstand te kiezen. De regelstand kan worden gewijzigd in deze volgorde: -BASS-TRE-BAL-FAD-EQ-XBASS-BEEP- DX-STEREO-CLOCK-AREA TRE: Hoge tonen BAL: Balans FAD: Faden EQ: Equalizer DX: Afstand Door aan de audioknop (19) te draaien kunnen de directe geluidskwaliteit en de instellingen worden aangepast. Houd de knop MENU (4) 2 seconden ingedrukt om door te gaan naar het menu RDS - zie hieronder: AF-TA-TA VOL-REG-EON AF: Alternatieve frequenties TA: Verkeersinformatie TA VOL: Volume van de verkeersinformatie EON: Informatie over van een andere zender (Enhanced Other Network) EQ (Equalizer) Druk kort op de knop EQ om een van de onderstaande standen EQ te kiezen, die al geconfigureerd zijn: CLASSICS

EQ OFF XBASS Houd de knop EQ 2 seconden ingedrukt om de functie XBASS op te starten. Houd de knop opnieuw ingedrukt om deze functie uit te schakelen. Zoemer (BEEP) in-/uitschakelen De autoradio is uitgerust met twee zoemstanden. Draai aan de volumeknop om een van de standen te kiezen. - Stand Zoemer aan (Beep on)

Telkens u op een knop drukt, wordt een bevestigingsgeluid weergegeven. - Stand Zoemer uit (Beep off)

Als u op een knop drukt, wordt er geen bevestigingsgeluid weergegeven. LOC/DX: Door in deze functie aan de audioknop (6) te draaien, wordt de functie Lokaal ingeschakeld. Als het apparaat in de stand LOC werkt, zal de ontvangstgevoeligheid bij het zoeken van radiozenders verminderen. Dit betekent dat u enkel zenders zult ontvangen die een goede ontvangstkwaliteit garanderen. Alle zenders met lage geluidskwaliteit worden genegeerd. Als het apparaat in de stand DX werkt, zal de ontvangstgevoeligheid bij het zoeken van radiozenders vergroten. Dit betekent dat de radio het signaal van een groter aantal zenders zal ontvangen. STEREO/MONO: Draai de audioknop (6) in deze functie om te kiezen tussen de geluidsstand STEREO of MONO. In de stand STEREO kunt u het stereosignaal op de FM-band ontvangen. In de stand MONO

worden de zenders die in stereo uitzenden, geconverteerd naar mono. In bepaalde gevallen wanneer het signaal van lage kwaliteit is, zorgt de keuze van de stand MONO ervoor dat er minder ruis optreedt. KLOK De stand klok (CLOCK) is te vinden in het menu SEL. Er kan tussen het formaat 12 uur en 24 uur worden gekozen. Opgelet: Als u de zone EUR (USA of LAT) kiest in de stand AREA (ZONE), wordt de Klok automatisch ingesteld in het formaat 24 (12). Als u het formaat 12 (24) wilt gebruiken voor de zone EUR (USA of LAT), dan moet u de klok opnieuw formateren. ZONE (AREA): In de stand AREA kunt u kiezen uit de zones EUR/USA/LAT. Volume TA: Deze functie geeft de mogelijkheid om de minimale geluidssterkte van de ontvangen verkeersinformatie te regelen. Het regelbereik is 10-43. De standaardinstelling is 21. Draai aan de volumeknop om het volume van de verkeersinformatie aan te passen. REG in-/uitschakelen Als de functie AF is ingeschakeld, kunt u het menu SEL gebruiken om in de stand REG de functie REG in en uit te schakelen. Bepaalde zendstations veranderen soms voor bepaalde tijd hun programma van normale uitzending naar regionale uitzending. Als de functie regionaal is ingeschakeld, zal het programma dat op dat moment wordt beluisterd, niet worden gewijzigd

EON in-/uitschakelen De functie EON kan worden in-/uitgeschakeld in het menu SEL. De functie EON is standaard ingeschakeld. INFORMATIE WEERGEVEN Druk op de knop DISP (9) om gedurende 5 seconden de tijd op het scherm weer te geven. Na deze 5 seconden keert het scherm terug naar de informatieweergave.

(1) Manuele configuratie: Houd de knop DISP 2 seconden ingedrukt. De uurwaarde begint te knipperen. Druk op de knop / om de gepaste uurwaarde in te stellen. Druk kort op de knop DISP om de minutenwaarde te wijzigen. U kunt ook de knop / gebruiken om de gepaste minutenwaarde in te stellen. Druk opnieuw op de knop DISP om te bevestigen. (2) Tijd synchroniseren met een RDS-station: Dit is mogelijk als u een RDS-station ontvangt met een kwalitatief goed signaal (het symbool AF knippert niet op het lcd-scherm). Enkele minuten later wordt de tijd gesynchroniseerd met de correcte tijdswaarde die met het signaal van de radiozender wordt meegezonden. (Opgelet: Sommige RDS-stations hebben deze functie niet). LCD-SCHERM Het lcd-scherm maakt het mogelijk om de huidige frequentie en de ingeschakelde functies weer te geven op de display. AUX-INGANGEN Het apparaat kan met behulp van het contact AUX IN (11) worden aangesloten op een draagbare speler. Druk op de knop SRC om over te gaan naar de stand AUX, wanneer er al een externe geluidsbron op de radio is aangesloten. FUNCTIE RESET De knop RESET (21) kan worden opgestartBediening

met behulp van de punt van een balpen of met een dun metalen voorwerp. De knop RESET wordt gebruikt in de volgende situaties: - Nadat het apparaat voor de eerste maal is geïnstalleerd, wanneer de volledige bekabeling is aangesloten. - Als er geen enkele van de functieknoppen werkt. - De display toont een foutmelding. Opgelet: Door op de knop RESET (21) te drukken wordt het apparaat niet terug opgestart. Gebruik een katoenen watje met wat isopropylalcohol om het contact op het voorpaneel schoon te vegen.

RADIO Druk op de knop SRC (4) om de stand radio te kiezen. Op de display verschijnen de stand radio en de band en frequentie die in het geheugen zijn opgeslagen.

EEN RADIOBAND KIEZEN

Ga naar de radiostand en druk op de knop BAND (3) om de gewenste band te kiezen. De ontvangstband kan als volgt worden gewijzigd:

Druk kort op de knop (12) of (8) om de automatische zoekfunctie op te starten. De radio zoekt automatisch een zender (naar boven en naar onder). Houd de knop 2 seconden ingedrukt, totdat het bericht „MANUAL” (manuele stand) op de display verschijnt. Zo gaat u naar de stand om manueel een zender te zoeken. In deze stand kunt u geleidelijk langs de opeenvolgende frequenties lopen (naar boven en naar onder) totdat u de zender hebt gevonden. Als er gedurende 5 seconden geen enkele van de twee knoppen wordt ingedrukt, keert de radio terug naar de automatische zoekstand en op de display verschijnt het bericht „AUTO”.

- Automatisch programma’s opslaan in het geheugen - Druk 2 seconden op de knop TS (2) zodat de radio begint te zoeken vanaf de frequentie 87,5 MHz en de signaalsterkte controleert totdat de radio één zoekcyclus heeft beëindigd. Daarna worden een paar zenders met het sterkste signaal opgeslagen onder de standaardnummers van de knoppen die aan de band FM3 zijn toegeschreven. De eerste zoekcyclus werkt in de stand LOCAL (lokaal) en zoekt de zenders met het sterkste ontvangstsignaal. Als het minder dan 6 zenders zijn, dan voert de radio een tweede zoekcyclus uit in de stand (LOCAL OFF). - Programma’s scannen Druk kort op de knop TS (2) om de al ingestelde zenders te scannen. De radio stopt 5 seconden bij een reeds geconfigureerd nummer zonder het geluid te verstillen.

MANUEEL ZENDERS OPSLAAN EN

REEDS GECONFIGUREERDE ZENDERS OPROEPEN Druk 2 seconden op een van de knoppen die zijn toegeschreven aan de radiozenders (1-6) die in het geheugen zijn opgeslagen. De zender die op dat moment speelt, wordt onder de

nummerknop opgeslagen in het geheugen. Druk kort op de knop van de geprogrammeerde zender (1-6) om naar het signaal te luisteren van de zender die aan dit nummer is toegeschreven. RDS (RADIO DATA SYSTEM) BEDIENEN De stand RDS kan worden ingesteld in de stand AF in het systeemmenu. Draai aan de audioknop om de functie AF in of uit te schakelen. Telkens de functie AF wordt ingeschakeld, verschijnt het symbool „AF” op de display. De naam van het programma wordt weergegeven, wanneer er een RDS-station wordt ontvangen. Het symbool „AF” begint te knipperen als als de kwaliteit van het signaal verslechtert. Op het moment dat er een noodsignaal wordt ontvangen, verschijnt het bericht „ALARM” op de display, en het volume van de uitzending wordt automatisch aangepast aan het ingestelde geluidsniveau, als de volumecontrole is ingesteld op het minimumniveau. Regionale programma’s bedienen Dit is mogelijk in de stand REG in het systeemmenu, als de functie AF is ingeschakeld. Door aan de audioknop te draaien kunt u de functie REG in- of uitschakelen. Als de functie AF is uitgeschakeld, kan de functie REG niet worden uitgeschakeld. Bepaalde zendstations veranderen soms voor bepaalde tijd hun programma van normale uitzending naar regionale uitzending. Als de functie regionaal is ingeschakeld, zal het programma dat op dat moment wordt beluisterd, niet worden gewijzigd. Nadat de functie regionaal is uitgeschakeld, kunt u overgaan naar een ontvangstsignaal dat wordt uitgezonden door een regionale zender. Verkeersinformatie beluisteren Door aan de audioknop te draaien in de stand TA in het systeemmenu kunt u de functie TA in- of uitschakelen. Door de stand TA in te schakelen kunt u verkeersinformatie ontvangen. Als het apparaat werkt in de stand CD (MP3) of AUX, wordt er tijdelijk overgeschakeld in radiostand. Als de functie EON verkeersinformatie detecteert in een ander programma, schakelt het apparaat tijdelijk over naar de zender die met de functie EON is verbonden. Als het volume onder de drempelwaarde ligt, wordt het verhoogd tot die waarde. Door de stand TA in te schakelen, wordt de functie TA ingeschakeld voor één segment. Op het moment dat er een signaal van een TP-zender wordt ontvangen, wordt de functie TP opgestart voor dat bepaald segment. Functie TA verstoren Door de functie TA over te schakelen naar STOP wordt de ontvangst van verkeersinformatie geannuleerd (stand TA in het menu RDS – mogelijke gevallen: enkel aan/uit, als er geen enkele TA-zender wordt ontvangen. Wanneer er een TA-station wordt ontvangen, verschijnen de opties aan/stop/uit in de gepaste stand TA in het menu). Hierdoor wordt de stand TA echter niet uitgeschakeld. Er kan ongewild worden overgeschakeld naar de stand EON TA, wanneer de informatie EON TA al werd ontvangen van de zender die op dat moment is gekozen, en de radio overschakelt naar een signaal van deze EON-zender, maar te ver van de EON-zender is om het signaal te ontvangen. In deze situatie wordt de radio terug overgeschakeld naar de zender die op dat momentBediening

wordt ontvangen. Het bovenstaande voorbeeld illustreert een situatie waarbij de gebruiker een verkeerd programma beluistert of het volume plots is gedempt. De gegevens die door de functie RDS worden gebruikt zijn PI, PS, AF, TP, TA, EON en PTY. PS: Naam van het programma Dit is de naam van de zender die wordt weergegeven met behulp van alfanumerieke tekens. AF: Alternatieve frequenties Dit is een lijst van frequenties van radiozenders die hetzelfde programma uitzenden. TP: Identificatie van het verkeersinformatieprogramma Dit zijn identificatiegegevens die afkomstig zijn van zenders die verkeersinformatie uitzenden. TA: Identificatie van de verkeersinformatie Dit zijn identificatiegegevens die aangeven dat er al dan niet verkeersinformatie wordt uitgezonden. EON: Informatie over programma’s van een andere zender (Enhanced Other Network) Dit is informatie die wordt uitgezonden in de functies PI, AF, TP, TA, enz., met betrekking tot andere programma’s die afkomstig zijn van andere zenders dan de zender die op dat moment wordt ontvangen.

DE USB-SPELER BEDIENEN

De USB-poort (10) is te vinden op het voorpaneel van het apparaat. Deze poort dient om USB-drivers (10) aan te sluiten. Als er een USB-driver is aangesloten, zoekt het apparaat de MP3/WMA-bestanden die erop staan en begint ze af te spelen. Als de USB-driver al is aangesloten, druk dan op de knop SRC (4) totdat de stand USB op de display verschijnt. BESTANDEN KIEZEN Druk op de knop (8) of (12) om naar het volgende of vorige bestand te gaan. Op de display verschijnt het nummer van het bestand. Houd de knop (12) of (8) ingedrukt om de bestanden naar voor of naar achter te doorzoeken. Als de knop wordt losgelaten, begint het apparaat te spelen. AFSPELEN PAUZEREN Druk op de knop (19) om het afspelen te pauzeren. Druk opnieuw op de knop om het afspelen te hervatten.

ALLE BESTANDEN SCANNEND

AFSPELEN Druk op de knop SCN (18) om de eerste seconden van elk bestand af te spelen. Druk opnieuw op de knop om het scannend afspelen te stoppen en weer normaal af te spelen. FUNCTIE HERHALEN Er zijn drie herhaalvarianten: RPT all---RPT folder---RPT one (respectievelijk: Herhaal alles -> Herhaal map -> Herhaal één bestand) Druk op de knop RPT (17) om een van deze functies te kiezen. RPT all: Herhaalt alle bestanden. RPT folder: Herhaalt alle bestanden uit de map. RPT one: Herhaalt één nummer.

RANDOM ALLE BESTANDEN AFSPELEN

Druk op de knop RDM (16) om alle bestanden in random volgorde af te spelen. Druk opnieuw op de knop om de functie random afspelen uit te schakelen.

om naar de onderliggende of bovenliggende map te gaan. De knoppen DIR- (15) of DIR+ (14) starten geen functie op als er op de cd met MP3 bestanden geen mappen zijn aangemaakt.

BESTANDEN KIEZEN MET DE KNOP

AS/PS Druk op de knop AS. De stand “Zoeken volgens het bestandnummer” wordt opgestart. Draai aan de draaiknop (6) om het gewenste bestandnummer te kiezen en druk daarna op de draaiknop (6) om de keuze te bevestigen. Het apparaat zoekt het gekozen bestand en begint het af te spelen. Het is ook mogelijk om direct bestanden te zoeken met behulp van de numerieke knoppen: M1-M6: 1-6 BAND: 7 : 8 : 9 DISP: 0. Als u een bestandnummer hebt gekozen, wacht het apparaat enkele seconden tot de draaiknop (6) wordt ingedrukt. Na enkele seconden begint het apparaat het bestand te zoeken, zelfs als de draaiknop MENU (6) niet is ingedrukt. Opgelet:

1. Het hoofdapparaat bedient enkel

standaard USB-geheugens die door Microsoft worden ondersteund.

2. USB-MP3-spelers zijn geen

standaardapparaten, wat betekent dat verschillende merken en verschillende modellen hun eigen standaarden hebben. Dit betekent dat ons apparaat niet elke MP3-speler zal bedienen.

3. Als er een MP3-speler met een normale

batterij (geen oplaadbare batterij) wordt aangesloten, moet eerst de batterij uit de speler worden gehaald, en daarna mag de speler pas op de USB-poort worden aangesloten. Als dit niet gebeurt, kan de batterij barsten. OPGELET U mag de speler niet op het hoofdapparaat aansluiten, als er belangrijke bestanden in het USB-geheugen opgeslagen zijn. Verkeerde bediening van de speler kan leiden tot het verlies van de bestanden. Onze firma is niet aansprakelijk voor het verlies van deze gegevens. TF BEDIENEN Op het voorpaneel is er een TF-kaartgleuf (22). Als er een TF-kaart in de TF-kaartgleuf wordt gestoken, zoekt het apparaat de MP3/WMA-bestanden die erop staan en begint ze af te spelen. Dit mechanisme werkt op dezelfde manier zoals is beschreven bij de bediening van de MP3/WMA-bestanden. Als het apparaat in een andere stand werkt, dan drukt u op de knop SRC (4) om naar de stand SD over te gaan. ONDERSTEUNDE MP3/WMA-DECODERINGSSYSTEMEN Het hoofdapparaat bedient de hieronder vermelde decoderingssystemen voor MP3/WMA (Windows Media Audio). Standaard Snelheid gegevenstran sfer (kB/s) Onderste unde systemen

2. Bestand: 999 max.

3. Diepte van de map: 8 lagen

OPGELET U mag de USB-speler of de TF-kaart niet op het hoofdapparaat aansluiten, als er belangrijke bestanden in opgeslagen zijn. U mag geen CD-R/RW afspelen als er belangrijke bestanden op staan. Verkeerde bediening van de speler kan leiden tot het verlies van de bestanden. Onze firma is niet aansprakelijk voor het verlies van deze gegevens. BLUETOOTH BEDIENEN *)

APPARATEN VOORKOPPELEN IN

BLUETOOTHSTAND (i) Als u de bluetoothstand wilt gebruiken, controleer dan of uw gsm de bluetoothfunctie ondersteunt. (ii) De parameters van de zendkracht verschillen van telefoon tot telefoon. We raden aan om een afstand van maximaal 3 m tussen de gsm en het apparaat te behouden, om zo een verbinding van goede kwaliteit te krijgen. Plaats geen metalen voorwerpen of hindernissen op het zendtraject tussen de gsm en het apparaat. KOPPELEN

bediening van Bluetoothverbindingen vindt u in de handleiding van uw telefoon).

2) Op de lijst in uw telefoon zou de optie

“CAR KIT” (autoset) moeten verschijnen. Kies de optie “BP 170 BT” en voer het wachtwoord “0000” in. Indien het wachtwoord wordt gevraagd.

3) Als de apparaten gekoppeld zijn,

verschijnt het symbool BT op het lcd-scherm. Inkomend gesprek aannemen/weigeren Bij een inkomend gesprek klikt u op de knop om het gesprek aan te nemen. Door op de knop te drukken wordt het gesprek geweigerd. Gesprek beëindigen Druk na het einde van het gesprek op de knop om de verbinding te verbreken. Contacten/inkomende gesprekken/uitgaande gesprekken/gemiste gesprekken bekijken (voor telefoons met een Androidsysteem of van het merk iPhone) Druk op de knop SRC zodat het bericht “PHONE” (telefoon) op de display verschijnt. Druk op de knop zodat het bericht “BOOK” (telefoonboek/contacten) op de display verschijnt. Als u nogmaals op de knop drukt, verschijnen de volgende opties: BOOK---RECEIVED---DIALED---MISSED-- -PHONE (Contacten -> Inkomende -> Uitgaande -> Gemiste -> Telefoon) Met de knop of kunt u in elk van deze opties de opgeslagen nummers controleren. Opgelet: Als de apparaten voor de eerste maal worden aangekoppeld, verschijnt er op uw gsm informatie dat de telefoon met de autoradio is verbonden. U moet hiermee akkoord gaan en “YES” (ja) indrukken om dit te bevestigen.

(Opgelet: Het is belangrijk dat het telefoonnummer in het geheugen van de telefoon is opgeslagen, en niet op de SIM-kaart). Een nummer bellen

1) Een nummer bellen door manueel

het telefoonnummer in te voeren. Druk op de knop SRC zodat het bericht „PHONE” (telefoon) op de display verschijnt. Houd de knop ingedrukt. De lcd-display is volledig leeg. Nu kunt u het telefoonnummer invoeren en door op de knop te drukken kunt u het ingevoerde nummer bevestigen. (Opgelet: Als u een verkeerd nummer invoert, druk dan op de knop om de verkeerde cijfers te annuleren.) Op het voorpaneel vindt u de cijfers 1-6 en de knoppen 0/7/8/9/*/# waaraan de volgende functies zijn toegeschreven: 0: Knop Display (DISP) 7: EQ:

1) Opnieuw hetzelfde nummer

bellen Druk op de knop SRC zodat het bericht „PHONE” (telefoon) op de display verschijnt. Houd de knop 2 seconden ingedrukt, om het laatste telefoonnummer opnieuw te bellen.

2) Een nummer uit uw

contacten/inkomende gesprekken/uitgaande gesprekken/gemiste gesprekken bellen (voor telefoons met een Androidsysteem of van het merk iPhone) - Ga naar de optie „Contacten/inkomende gesprekken/uitgaande gesprekken/gemiste gesprekken bekijken” en kies daarna het gewenste telefoonnummer. Druk op de knop om het gewenste nummer te kiezen. Opgelet: Als uw gsm twee (2) SIM-kaarten heeft, wordt tijdens het bellen met behulp van het voorpaneel van het apparaat de standaardkaart gekozen (of zal er telkens een verzoek verschijnen om de kaart aan te duiden, die u wilt gebruiken voor het gesprek). Een gesprek doorverbinden tussen uw gsm en het apparaat In de stand gesprek kunt u op de knop (20) drukken om het telefoongesprek door te verbinden van uw telefoon naar de radio. Geluid doorsturen via Bluetooth (functie A2DP) Druk op de knop SRC (4) zodat het bericht „PHONE” (telefoon) op de display verschijnt. Schakel daarna de muziekspeler op uw telefoon aan om een nummer af te spelen. Het geluid zal door de luidspreker van het apparaat worden afgespeeld. Druk op de knop (19) op het voorpaneel om het nummer te stoppen/te hervatten. Druk op de knop (12) of (8) om het volgende/vorige nummer te kiezen. Bluetoothverbinding inschakelen/verbreken Druk 2 seconden op de knop SRC om de Bluetoothverbinding in te schakelen/te verbreken.Specificatie

1. : Knop voeding aan/uit

2. VOL+: Knop om het volume te verhogen.

4. : In de stand RADIO: Druk kort op de knop om de functies naar onder te

doorzoeken. Houd de knop ingedrukt om manueel uit te schakelen. In de stand MP3/WMA: Druk kort op de knop om één bestand terug te gaan. Houd de knop ingedrukt om snel terug te gaan.

5. VOL- : Knop om het volume te verlagen.

In de stand MP3/WMA: Druk op de knop om de functie SCANNEN in/uit te schakelen.

8. 1 : In de stand RADIO: Nummer 1. Zie pagina 11 - ZENDERS OPSLAAN.

In de stand MP3/WMA: Druk op de knop om het afspelen te stoppen/te hervatten.

9. 4 RDM: In de stand RADIO: Nummer 4. Zie pagina 11 - ZENDERS OPSLAAN.

In de stand MP3/WMA: Functie random afspelen in-/uitschakelen.

10. 5 DIR-: In de stand RADIO: Nummer 5. Zie pagina 11 - ZENDERS OPSLAAN.

In de stand MP3/WMA: Druk op de knop om terug te keren naar de vorige map. Dit is de knop , als het apparaat in Bluetoothstand werkt. *)

11. SRC: Dit is de functie SRC (geluidsbron).

12. : Druk op de knop om het geluid uit te schakelen/terug in te schakelen.

13. : In de stand RADIO: Dit is de functie TS (zie pagina 11).

In de stand MP3/WMA: Dit is de zoekfunctie. (Zie pagina 12). In de stand BT: Bedient de functie die op pag. 14 is besproken: een nummer bellen.

14. SEL: Dit is dezelfde functie als de knop MENU. Zie pagina 9.

15. : In de stand RADIO: Druk kort op de knop om de functie te zoeken. Houd de

knop ingedrukt om de functie manueel te vinden.

ALGEMENE INFORMATIE Vereisten betreffende de voeding: Gelijkstroom 12 V, negatieve aarding Afmetingen van de montagebasis: 178 (b) x 97 (d) x 50 (h) Tooncontrole - Lage tonen (bij 100 Hz): ±10 dB - Hoge tonen (bij 10 kHz): ±10 dB - Maximaal uitgangsvermogen: 4X40 W - Stroomverbruik: 10 A (max.) (betreft versies met normale voeding) RADIO

Controleer de kabelverbinding vooraleer u de checklist controleert. Raadpleeg de dichtstbijzijnde vertegenwoordiger van de firma, als het probleem na controle van de checklist nog steeds optreedt. Verschijnsel Oorzaak Oplossing Geen voeding. Het contact van de wagen is niet ingeschakeld. Zet de contactsleutel in de stand “ACC” (tussenstand), als de voeding is aangesloten op het schakelcircuit in de wagen, en de motor niet draait. Doorgebrande zekering. Vervang de zekering. Er kan geen cd worden in- of uitgeschoven. Er zit al een cd in de cd-speler. Neem de cd uit de cd-speler en steek pas daarna de volgende cd erin. De cd is in een slechte stand ingeschoven. Steek de cd er met de bedrukte kant naar boven in. De cd is vuil of beschadigd. Reinig de cd of probeer een andere cd af te spelen. Te hoge temperatuur in de wagen. Koel de wagen of wacht tot de omgevingstemperatuur terug normaal wordt. Er is condens aanwezig. Laat de cd-speler ongeveer een uur uitgeschakeld en probeer opnieuw. Geen geluid. Het volume staat op het minimum. Pas het volume aan aan het gewenste niveau. De bekabeling is niet correct aangesloten. Controleer de aansluiting van de leidingen. Storingen in het weergegeven geluid. De montagehoek van het apparaat bedraagt meer dan 30 graden. Zet het apparaat in een hoek van minder dan 30 graden. De cd is heel vuil of beschadigd. Reinig de cd of probeer een andere cd af te spelen.

bedieningsknoppe n werken niet. De ingebouwde microcomputer werkt niet correct door ruis. Druk op de resetknop (RESET). Het voorpaneel is niet goed op zijn plaats bevestigd. De radio werkt niet. De functie voor automatische keuze van de radiozenders werkt niet. De antenneleiding is niet aangesloten. Sluit de antenneleiding zorgvuldig aan. Het signaal is te zwak. Kies manueel een zender.

  • Onder voorbehoud van modifi caties • Omfattas av modifi kationer • Jollei uudistustöitä