BST 352 V - Boormachinehouder Eibenstock - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BST 352 V Eibenstock in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over BST 352 V Eibenstock
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Boormachinehouder in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BST 352 V - Eibenstock en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BST 352 V van het merk Eibenstock.
GEBRUIKSAANWIJZING BST 352 V Eibenstock
Belangrijke aanwijzingen
Belangrijke aanwijzingen en waarschuwingen worden aangegeven met symbolen:

text_image
! 4 5 6 7 8Waarschuwing voor algemeen gevaar
Waarschuwing voor gevaarlijke elektrische spanning
Waarschuwing voor hete oppervlakken
De machine, boorkroon en boorstandaard zijn zwaar – pas op voor beknellingsgevaar
Scheur- of snijgevaar

Gebruik gehoorbescherming
Gebruik oogbescherming
Gebruik een veiligheidshelm
Gebruik veiligheidshandschoenen
Gebruik veiligheidsschoenen
Trek voor alle werkzaamheden aan het apparaat altijd de stekker uit het stopcontact!
| Afmetingen: | 525 x 320 x 1040 mm |
| Lengte van de kolom: | 995 mm |
| Gewicht: | 22,5 kg |
| Max. doordiameter | 352 mm |
| Hellingshoek: | 0° bis 45° |
| Vergrendeling in toppositie: | Yes |
| Bevestiging op de motor: | Snelwisseling bevestiging |
| Aanpassing op oppervlak: | 4 positieschroeven / 2 bobbelniveaus |
| Bestelnummer | 09647000 |
Beschikbare speciale accessoires:
| Onderdeel | Bestelnr. |
| Bevestigingsset (beton) | 35721000 |
| Bevestigingsset (metselwerk) | 35724000 |
| Reserve geleidepin | 35722000 |
| Metselwerk – geleidepin | 35725000 |
| Snelsteuneenheid | 35730000 |
| Waterafzuiging WR 352 | 35873000 |
| Rubberen dichting ED 352 voor WR 352 | 3586L000 |
| Onderdrukpomp VP04 | 09204000 |
| Onderdrukslang | 35855000 |
| Vacuümset BST 352 V | 3585G000 |
Leveringsomvang
Diamant boorinstallatie, as, basispakking, draaihendel en gebruiksaanwijzingen in een kartonnen doos.
Toepassing voor Bestemd Doeleinde
De diamant boorinstallatie BST 352 V is ontwikkeld voor diamantkern boorkoppen met een speciale snelwisseling bevestiging (b.v.: EBM 352/3)
De max. boordiameter mag niet groter zijn dan 352 mm.
In het geval van boren boven het hoofd, moet een efficiënte wateropvang worden gebruikt.
De fabrikant is niet aansprakelijk in het geval van verkeerd gebruik of misbruik.
Gebruik

Controleer na elke herafstelling altijd of de schroeven stevig zijn aangedraaid om een zo veilig mogelijk gebruik van de boorinstallatie te garanderen.
Het draaihendel monteren
- Bevestig het draaipunt (1) links of rechts op de slede (2). Dit hangt af van het uit te voeren werk.
- Controleer of het draaipunt (1) goed vastzit.

text_image
2 1 KlickDe Boorinstallatie Verankeren
Centreringsindicator boorgat:
De boor is voorzien van een centrerinngsindicator om snel en precies te centreren.

- Markeer het midden van het te boren gat.
- Klap de boorgatmarkering uit tot aan de aanslag (zie afb.).
- Plaats de boorstandaard zo dat de punt van de markering precies op de markering van het midden van het boorgat wijst.
- Nadat de boorstandaard stevig is ge-monteerd, klapt u de boorgatmarkering weer in.
Verankering in beton d.m.v. geleidepinnen
Om de boorstandaard met pluggen te bevestigen, moet u de vacuümgreep en de voetafdichting uit de voetplaat verwijderen.

text_image
C D B A- Teken de positie van het bevestigingsgat op het te boren oppervlak af.
- Boor een gat (∅ 16) van 50 mm diep (A) waarin de plug M12 (B) moet worden geplaatst; plaats de plug en zet deze open met het pluggereedschap (C).
■ Schroef de snelspanbout (D) in de plug.

Voor metselwerk moeten met- selwerkpluggen worden ge- bruikt.

text_image
F E D- Plaats de standaard.
- Bevestig de sluitring (E) en vervolgens de bevestigingsmoer (F) op de snel-spanschroef (D).
- Draai de moer (F) vast met een sleutel SW 27.
■ Voor en na het vastdraaien van de moer (F) moeten de 4 stelschroeven worden aangepast aan de ondergrond.

Controleer altijd of de standaard stevig is gemonteerd.
Verankering op de vloer d.m.v. onderdruk
Gebruik de onderdrukmontage nooit op de muur of boven het hoofd!
Het oppervlak waarop de basis wordt verankerd, moet voor lage-drukmontage vlak zijn, niet poreus en zonder barsten. Als dit niet het geval is, kan dit montagetype niet worden gebruikt. U hebt voor de onderdrukmontage een onderdrukpomp, en onderdrukslang nodig, sowie das Vakuumset BST 352 V (zie afbeelding). Deze onderdelen zijn op verzoek verkrijgbaar.

Positioneer de montageplaat van de vacuümset op de boor zoals getoond in de afbeelding.
Draai de knop 90° in de diagonale instelling. Dit vergrendelt de montageplaat op de voet.
Controleer of de montageplaats goed vast zit.
Plaats de rubberring op de uitsparing aan de onderkant van de voet.

Zorg ervoor dat de stelschroef zodanig wordt ingesteld dat deze niet uitsteekt aan de onderkant van de voet; dit om te voorkomen dat het vacuum wordt beïnvloed en de installatie los kan komen van de montageplaat.
Bij het aansluiten van het vacuüm op een voldoende krachtig vacuüm (min. - 0,8 bar), controleren of de afdichtringen niet zijn vesleten.
Sluit de boorinstallatie aan op de onderdrukpomp d.m.v. een onderdrukslang. Zet de boorinstallatie in de juiste positie, open de klep van de montageplaat en schakel de pomp in.
De onderdrukpomp moet tijdens de gehele gebruiksduur blijven werken en zondig geplaatst worden dat u de manometer kunt zien.
Controleer of de boorinstallatie stevig is verankerd voordat u begint met boren!

Sluit de kogelkraan om de vacuümbevestiging los te maken. Hierdoor wordt een ontluchtingsventiel geopend waardoor het vacuum kan ontsnappen. Zo kan de standaard indien nodig worden verplaatst terwijl de vacuumpomp draait.
Bevestiging d.m.v. de snelsteuneenheid
Om de boorinstallatie vast te kunnen zetten d.m.v. de snelsteuneenheid, moet de afstand tot de tegenoverstaande muur tussen 1,7 m en 3 m zijn.

text_image
H GPlaats de boorstandaard. Plaats de snelklemkolom zo dicht mogelijk achter de kolom op de standaardvoet. Zet de boorstandaard vast door de slinger (G) met de klok mee te draaien. Zet de instelling vast met de bijbehorende bout (H).
Opgelet!
Het is belangrijk dat de boorinstallatie stevig op het oppervlak is verankerd. Incorrecte bevestiging kan leiden tot persoonlijk letsel of beschadiging van de booreenheid. Ongecontroleerde bewegingen tijdens het boren kunnen ervoor zorgen dat de boorkop tegen het oppervlak slaat waardoor stukjes van de segmenten af kunnen breken. De boorkop kan ook scheef komen te zitten in het boorgat, waardoor het beschadigd raakt.
De Kernboormotor Bevestigen



Draag werkhandschoenen!
Opgelet! Uw handen lopen tijdens montage van de machine het risico verpletterd te raken.

Beweeg de machinehouder zo ver omhoog totdat deze in de eindstand vastklikt.
Open met behulp van de toevoerhendel de vergrendeling van de montageplaat.
Verwijder deze en verbind ze zoals hieronder beschreven met de kernboormachine.
De levering omvat een montageplaat, een spie 10 mm en 4 inbusbouten M8 x 25.

De montageplaat wordt met de spie zo op de machine geplaatst dat de bussen in de montageplaat zich aan dezelfde kant bevinden als de versnellingsschakeling van de machine. Vervolgens worden de vier schroeven geplaatst en vastgedraaid.
Plaats de kernboormachine met de gemonteerde plaat in de boorstandaard en vergrendel deze met behulp van de toevoerhendel.

Voor het gebruik van de kernboormachine moeten de gebruiksaanwijzing en de bijbehorende veiligheids-instructies strikt worden opgevolgd!
Het ontgrendelen van de wagen:

text_image
1 2Om de slede (1) te ontgrendelen, trekt u de borgknop (2) naar buiten.
Om de slede te vergrendelen, beweegt u deze totdat de vergrendelingsas door het gat in de kolom gaat en in zijn positie vastklikt.
Vergrendel de slede altijd wanneer de module niet wordt gebruikt.
Gebruiksaanwijzingen
Neem a.u.b. de volgende opmerkingen in acht voor veilig gebruik van het apparaat:
Details van de werkomgeving
- Houd de werkomgeving vrij van alles waardoor bedieningen belemmerd kunnen worden.
- Zorg voor voldoende verlichting in de werkomgeving.
- Volg de regelgevingen m.b.t. de stroomaansluiting.
- Leg de voedingskabel zodanig neer dat het geen beschadiging kan oplopen door de boor.
- Zorg ervoor dat u de werkomgeving in het oog kunt houden en dat alle benodigde gebruikselementen en veiligheidinstallaties bereikbaar blijven.
- Houd andere personen uit de werkomgeving om ongelukken te voorkomen.
Ruimtevereisten voor gebruik en onderhoud
Houd wanneer mogelijk een vrije ruimte voor gebruik en onderhoud van ca. 2 m rondom de boorpositie, zodat u veilig kunt werken en onmiddellijk toegang hebt in geval van een storing.
Boren
Boor in het begin zeer traag, omdat de boorkop slechts begint te boren met een kleine fractie van het geboorde oppervlak in het materiaal. Als u te snel of met teveel druk boort, kan de boorkop klem komen te zitten.
Schuin boren

- Verwijder de schroef (1) waarmee de kolom in een hoek van 90° wordt vastgezet.
- Draai indien nodig de twee schroeven (2) aan de zijkant van de voetplaat los.
■ Maak met behulp van de schuifhendel de vergrendeling (3) aan de steun los. - Draai nu de kolom tot de gewenste hoek.
- Draai de vergrendeling (3) en de twee schroeven (2) weer vast.
De schaalverdeling op de tandkolom vergemakkelijkt het instellen van de boorhoek.
Nat boren
Tijdens het boren met water wordt het gebruik van een wateropvangring aanbevolen. Deze ring wordt bevestigd aan de schroeven op de standaardplaat met behulp van een beugel. Hiermee kan schoon geboord worden, vooral in geval van hoog of opzij boren. (zie speciale accessoires).
De Kernbooreenheid Demonteren





- Beweeg de machinehouder met de kernboor omhoog totdat het in de eindstoppositie vergrendelt.
■ Verwijder de boorkop. - Draai het vergrendelhendel op de machinehouder los en verwijder de kernboormachine van de boorinstallatie
■ Draai de bevestigingsmoer (F) los - Houd de boorinstallatie hierbij stevig vast!
■ Verwijder de boorinstallatie.
■ Schroef de snelklemschroef (D) los
Zorg en Onderhoud
- Houd de boorinstallatie altijd schoon, voornamelijk de getande kolom en de 4 schuiflagers in de machinehouder.U dient de pignonas ietwat te smeren zodat het vrij kan bewegen.
- De 4 schuiflagers in de machinehouder moeten zonder speling langs de kolom schuiven om een goede prestatie van de boorinstallatie te garanderen.
Opgelet!
U dient na elke tiende boring te controleren of de schuifstukken niet langer stevig bevestigd zijn wegens boortrillingen.
Mocht de positie zijn veranderd, dan kunt u het als volgt opnieuw afstellen:

- Draai met behulp van een steeksleutel SW 17 de contramoer op de inbusbout los.
- Stel met behulp van een inbussleutel SW 8 de inbusbouten en daarmee de positie van de glijballen ten opzichte van de kolom af.
- Draai de borgmoer weer vast en controleer of de machinehouder soepel beweegt op de geleidingskolom van het diamantboorstatief.
Handelingen bij Storing

Schakel de machine uit bij storingen en koppel deze los van het stroomnet. Werkzaamheden aan de elektra van de machine mogen alleen door een erkend elektricien worden uitgevoerd.
Probleemoplossing
| Fout | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
| Boorunit heeft speling (trilling) | De standaard is losgeraakt. | Vleugelmoer vastdraaien |
| De geleiding heeft te veel speling. | Geleidingsinstelling aan-passen | |
| Glijkogels versleten | Glijkogels vernieuwen |
Garantie
Op Eibenstock-gereedschap staat garantie overeenkomstig de nationale, wettelijke bepalingen (de faktuur of leveringsbon geldt als garantiebewijs) Defecten, die aan natuurlijke slijtage, overbelasting of onvakkundige behandeling toe te schrijven zijn, zijn van de garantie uitgesloten.
Defecten, die door materiaal- of fabricagefouten zijn ontstaan, worden gratis door levering van een nieuw onderdeel of reparatie verholpen. Klachten kunnen alleen ingewilligd worden, als het apparaat, zonder gedemonteerd te zijn geweest, naar de leverancier of naar een Eibenstock-werkplaats gezonden wordt.
EU - Verklaring van Conformiteit
De machine (d.w.z. EBM 352/3) gebruikt in deze boorinstallatie moet voldoen aan de vereisten beschreven in de specificaties van de boorinstallatie (d.w.z. boordiameter, motorbevestiging). Wij verklaren hierbij dat dit apparaat ontwikkeld is in overeenstemming met 2006/42/EC. Dit apparaat mag niet in bedrijf worden gesteld totdat bepaald is dat het Elektrisch Gereedschap aan te sluiten op dit apparaat voldoet aan 2006/42/EC (herkenbaar door de CE-markering op het Elektrisch Gereedschap).
