29130 - Modelbouw Märklin - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 29130 Märklin in PDF-formaat.
| Producttype | Transformator en regelaar voor modelspoorbaan |
| Merk | Märklin |
| Model | 29130 |
| Voeding | 230 V ~ 50/60 Hz |
| Uitgangsspanning | 18 V ~ |
| Uitgangsstroom | Minder dan 1 A |
| Maximaal vermogen | 18 VA |
| Aantal adressen | 4 (78, 72, 60, 24) |
| Functies | Snelheidsregeling, omkering rijrichting, functiebesturing (verlichting) |
| Compatibel baantype | Märklin C-rails |
| Bescherming | Thermische schakelaar tegen overbelasting en kortsluiting |
| Onderhoud | Controleer regelmatig de staat van kabel en behuizing, gebruik op een stabiel en droog oppervlak |
| Veiligheid | Niet buitenshuis gebruiken, kabel niet aanpassen, geen verlengsnoer gebruiken |
| Repareerbaarheid | Stroomsnoer niet door gebruiker vervangbaar, neem contact op met Märklin klantenservice |
| Land van herkomst | Duitsland |
Veelgestelde vragen - 29130 Märklin
Gebruikersvragen over 29130 Märklin
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Modelbouw in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 29130 - Märklin en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 29130 van het merk Märklin.
GEBRUIKSAANWIJZING 29130 Märklin
1 - Netaansluitsnnoer
2-aansluitstekker
3-Aansluitbus
4-RodeAansluitdraden
5 - Bruine Aansluitdraden
6-Adreskeuzeschakelaar
7 - Rijregelaar
8-Functietoets
2
- Veiligheidsvoorschriften 21
- Transformer aansluten 22
- Technische gegevens 22
- Kortsluiting of overbelasting 23
- Aansluiten van de Controller 23
- Bediening 24
1. Veiligheidsvoorschriften
Lees eerst de onderstaande veiligheidsvoorschriften voor dat u de Marklin transformator gaat gebruiken:
- Alle transformatorenmonary op een stopcontact met de op het typeplaatje op de transformator aangegeven netspanning worden aangesloten.
- De transformator is uitsluitend geschikt voor het gebruik binnenshuis.
Voorbeeld:
Typeplaatje van de
-
Monteer detrafo op een vast onderstel. Gebruik de trafo Niet op een vochtig oflichtontvlambaar onderstel.
-
De transformator is geen kinderspeelgoed. Hij dient uitsluitend voor de besturing van de modelbaan.
Bij het verplaatsen van de transformator mag deze nooit aan het netsnoor gedragen of versleept worden. De transformator, als deze in gebruik is geweest, eerst lien afkoelen en daarna pas verplaatsen. - Controleer regelmatig de toestand van het netsnoer, alsmede de behuizing van detrafo op beschadigin gen. Deze optische controle mag alleen uitgevoerd worden als, van alle in gebruik zijnde trafo's de netstekker uit de wandcontactdoos is genomen. Bij de geringste verdenking van een beschadiging mag de transformator pas, na een grondige controle en reparatie door een erkend herstelbedrijf (bijv. Märklin-service-centrum) waar gebruikt worden. Het netsnoer van de trafo mag Niet verrangen worden. Zorg er in dat geval voor dat de trafo op een correcte afgevoerd worden (bijv. witgoed verzamelpunt) of stuur deTRAFOopnaar hetMärklin-service centrum voor omruil.
- De vast verbonden aansluitkabel van de netvoeding maar de bang mag Niet worden verlangd. Het gebruik van een verlangkabel of een stroomverdeler is nicht toegestaan.
Besteouders,
Transformatoren voor spelegoed zijn nicht bedoeld om als spelegoed te worden gebruikt. Het gebruik ervandient te gebeuren onder voortdurend toezicht van deouders.
Wijs uw kinderen er uitdrukkelijk op, om de transformator uitsluitend te gebruiken waar deze voor bestemd is, n.l. als besturingsapparaat. Tijdens het spelen mag de transformator Niet verplaatst worden. In uitgeschakelde toestand nooit aan het netsnoer oppakken en verplaatsen. Wijs uw kinderen op de bevaren van het elektriciteitsnet.
Controleer regelmatig (afhankelijk van het gebruik tot 1 keer per week) zoals reeds beschreiben de transformator en+zijn aansluitkabels, in uitgeschakelde en van het elektriciteitsnet geschieren toestand, op beschadigingen. Bij de gingste verdenking op beschadiging van de Transformer mag deze pas na de reparatie in het Márkin-Service-Centrum wee gebruikt worden.
Wijst u kinderen er absolut op, dat veranderingen aan de bekabeling van de modelbaan en de aanwezigee elektrische toebehoren nooit zonder toezicht moot worden gedaan.
2. Transformer aansluten
Controleer voor het aansluiten van de transformator aan de modelbaan, of alle stekkers van de reeds aangesloten transformatoren uit de wandcontactdoos zich verwijderd!
De netvoeding is alleen geschikt voor het voeden van het Controller. Er konnen geen andere verbruikers aangesloten worden.
Voor het aansluiten, eenvoudig de klinkstekker van de aansluitkabel in de Controller steken.
Voorzichtig: er mogen nooit gelifiktijdig twee netvoedingen en 2 Controller op een baan aangesloten worden.
- Technische gegevens
| Ingangspanning 230 V (≈) 50/60 Hz |
| Uitgangsspanning 18 V (=) |
| Uitgangsstroom < 1 A |
| Uitgangsvermogen max. 18 VA |
4. Kortsluiting of overbelasting
Een ingebouwde thermische schakelaar beschermt de Transformer bij overbelasting of kortsluiting gegen beschadigingen. De loks blijven allemaal staan, de elektrische toebehoren können nicht meer geschakeld worden en alle aangesloten lampen doven.
De volgende handelwijze worden aanbevolen:
- Trek de netstekker van alle gebruike transformatoren uit de contactdozen.
- Zoek de kortsluiting op de baan op en hef die op.
- De thermische schakelaar keert na ca. 1minuut in de bedrijfstoestand terug. Na verloop van deze tijd können alle Transformer wee in bedrijf genomen worden.
Wordt deze aftschakeling herhaald zonder dat kortsluiting bevonden kan worden, dan is er sprake van overbelasting van de Transformer. In dit geval moet het aantal aangesloten verbruikers op deze Transformer verminderd worden.
5. Aansluiten van de Controller
Voor de stroomvoorziening heeft de Controller de meegeleverde transformator gebruikt.
Belangrijke opmerking:
De Controller mag alleen op de transformator aangeslo- ten worden. Het gebruik van andere transformatoren is nicht toegestaan!
5.1 Controller aan de transformator aansluten
Voor de stroomvoorziening heeft de Controller de transformator nodig. Daar voor要去 de zwarte aansluitsteker (2) in de stekkerbus (3) van de Controller gestoken worden. -zie afbeeling 3
5.2 De Controller aan de modelbaan aansluten
De rode en de bruine aansluitdraden van de Controller kuren alleen aan de Marklin C-rails aangesloten worden. De C-rails worden ook meegeleverd in deze startset. Sluit de op de Controller aangesloten rode draad (4) met de platte stekker aan op het contact dat verbonden is met de middengeleider, aan de onderzijde van de C-rail. Sluit de op de Controller aangesloten bruine draad (5) met de platte stekker aan op het contact dat verbonden is met derailstaven, aan de onderzijde van de C-rail -zie afbeelding 2
U kunt elk gewenst C-railstuk als aansluitrail gebruiken. Steek de netstekker (1) van de transformator in de wandcontactdoos.
6. Bediening
6.1 Delta-adressen
De Controller kan in totaal 4 verschillende adressen anderscheiden.
1 = 78
2 = 72
3 = 60
4 = 24
6.2 Locadres
De loc-adressen zijn vanaf de fabriek ingesteld. De adressen zijn vermeld in de bijbehorende gebruiks-aanwijzing van de locomotieven. Deze instellingen zijn nicht bindend. Ze können met behulp van de gebruiks-aanwijzing gewijzigd worden. Als een locomotief met de Controller bestuurd要去 worden, dient een adres ingesteld te worden dat door de Controller aangestuurd kan worden.
De volgende adressen zijn toepasbaar:
| Stand van de adreskeuzeschkelaar Logadres | |
| 1 | 78 |
| 2 | 72 |
| 3 | 60 |
| 4 | 24 |
6.3 Loc kiezen
Op de adreskeuzeschakelaar (6) worden de loc uit gezocht die men wil besturen.


72 is gekozen78 is gekozen
6.4. Loc besturen
De rijregelaar (7) bestuurt.altijd maar een locomotief en wel die locomotief die op de adreskeuzeschakelaaruitgekozen is. Alle andere locomotieven rijden met delast ingestelde snugheid door.
Opmerking: indien een ander adres gekozen worden en de rijregelaar staat in een bepaalde stand, dan rijdt de zojuist „verlaten" loc met deze ingestelde snugheid door. Pas na hem opniew aan te kiezen kan de loc waar bestuurd worden.
Na het omschakelenaar een andere locomotief duurt het nog een Klein momentje voordat de gekozen loc ook daadwerkelijk kan worden bestuurd. Deze eigenschap maakt het möglichk over andere
adressen—heen te draaien zicher dat de waar bij behorende locomotieven door de actuele stand van de rijregelaar beinvloed worden. Gebruik dit korte moment om, na het kiezen van de locomotief, de stand van de rijregelaar aan te passen aan de ingestelde snugheid van de gekozen le comotief of aan de gewenste snugheid van de locomotief.

Rijregelaar maar rechts draaien (maximaal tot de aanslag): de loc gaat sneller rijden.

Rijregelaar in de stand "0" (linker aanslag): loc stopt.

Rijregelaar aan links draaien: de loc gaat langzamer rijden.

Rijregelaar door de linker aanslagheen draaien: omscha- kelen van de rijrichting.
6.5 Functies schakelen
De Controller kan bij digitale locomotieven een functie aansturen. Het isdezelfde functie, die bij de Control Unit 6021 met de toets „function", bij het Mobile Station 60652 met de „lichttoets" en bij het Central Station 60212 met de toets „f0" geschakeld worden.
1ste stap:
Loc met de adreskeuzeschakelaar (6)kiezen, tenzij de loc met deschakelbare functie reeds gekozen is.
2de stap:
Druk op de functietoets (8).
Als de functie uitgeschak
keld was, dan
is deze nu ingeschakeld.
Was de functie
ingeschakeld dan is deze
nu uitgeschakeld.

1 - Netaansluitsnøer
2-aansluitstekker
3-Aansluitbus
4-RodeAansluitdraden
5 - Bruine Aansluitdraden
6-Adreskeuzeschakelaar
7 - Rijregelaar
8 - Functietaets