MAKITA RT001G - Freesmachine

RT001G - Freesmachine MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis RT001G MAKITA in PDF-formaat.

📄 180 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice MAKITA RT001G - page 82

Gebruikersvragen over RT001G MAKITA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Freesmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RT001G - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RT001G van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING RT001G MAKITA

GEBRUIKSAANWIJZING 82

Totale hoogte met BL4025 245 mm met BL4040 251 mm Nominale spanning Max. 36 V - 40 V gelijkspanning Nettogewicht 2,2 - 2,5 kg

  • In verband met ononderbroken research en ontwikkeling, behouden wij ons het recht voor de bovenstaande technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
  • De technische gegevens van de accu kunnen van land tot land verschillen.
  • Het gewicht kan verschillen afhankelijk van de hulpstukken, waaronder de accu. De lichtste en zwaarste com- binatie, overeenkomstig de EPTA-procedure 01/2014, worden getoond in de tabel. Toepasselijke accu’s en laders Accu BL4020 / BL4025 / BL4040 Lader DC40RA / DC40RB / DC40RC
  • Sommige van de hierboven vermelde accu’s en laders zijn mogelijk niet leverbaar afhankelijk van waar u woont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand. Gebruiksdoeleinden Het gereedschap is bedoeld voor het afkanttrimmen en proleren van hout, kunststof en soortgelijke materialen. Geluidsniveau De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens EN62841-2-17: Gebruikstoepassing: onbelast draaien Geluidsdrukniveau (L

): 92 dB (A) Onzekerheid (K): 3 dB (A) OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestme- thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed- schap te vergelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Trilling De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN62841-2-17: Gebruikstoepassing: onbelast draaien Trillingsemissie (a

of lager Onzekerheid (K): 1,5 m/s 283 NEDERLANDS OPMERKING: De totale trillingswaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver- gelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Verklaringen van conformiteit Alleen voor Europese landen De verklaringen van conformiteit zijn bijgevoegd in Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing. VEILIGHEIDSWAAR- SCHUWINGEN Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING Lees alle veiligheidswaar- schuwingen, instructies, afbeeldingen en techni- sche gegevens die bij dit elektrisch gereedschap worden geleverd. Als niet alle onderstaande instructies worden opgevolgd, kan dat leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor- schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). Veiligheidswaarschuwingen voor een accukantenfrees

1. Gebruik klemmen of andere bevestigingsmid-

delen om het werkstuk op een stabiel platform te bevestigen en te ondersteunen. Als u het werkstuk in uw hand of tegen uw lichaam geklemd houdt, is het onvoldoende stabiel en kunt u de controle erover verliezen.

2. Houd het elektrisch gereedschap alleen vast

aan de geïsoleerde oppervlakken omdat het snijgarnituur met verborgen bedrading in aanraking kan komen. Wanneer onder spanning staande draden worden geraakt, zullen de niet-ge- isoleerde metalen delen van het gereedschap onder spanning komen te staan zodat de gebrui- ker een elektrische schok kan krijgen.

3. Gebruik uitsluitend een kantenfreesbit met een

nominaal toerental dat minstens gelijk is aan het maximumtoerental vermeld op het gereed- schap. Als het gereedschap een variabel-toe- rentalregelfunctie heeft, stelt u het toerental van het gereedschap lager in dan het nominale toerental van het kantenfreesbit.

4. De schacht van het kantenfreesbit moet over-

eenkomen met de aanwezige spankop.

5. Draag gehoorbescherming tijdens langdurig

6. Behandel de kantenfreesbits zeer voorzichtig.

7. Controleer het kantenfreesbit vóór gebruik

nauwkeurig op barsten of beschadigingen. Vervang een gebarsten of beschadigd kanten- freesbit onmiddellijk.

8. Voorkom dat u spijkers raakt. Inspecteer het

werkstuk op spijkers en verwijder deze zo nodig voordat u ermee begint te werken.

9. Houd het gereedschap stevig vast.

10. Houd uw handen uit de buurt van draaiende

11. Zorg ervoor dat het kantenfreesbit het werk-

stuk niet raakt voordat u het gereedschap hebt ingeschakeld.

12. Laat het gereedschap een tijdje draaien voor-

dat u het op het werkstuk gebruikt. Controleer op trillingen of schommelingen die op een verkeerd gemonteerd kantenfreesbit kunnen wijzen.

13. Let goed op de draairichting van het kanten-

freesbit en de voortgangsrichting.

14. Laat het gereedschap niet onnodig ingescha-

keld. Bedien het gereedschap alleen terwijl u het vasthoudt.

15. Schakel het gereedschap uit en wacht altijd

tot het kantenfreesbit volledig tot stilstand is gekomen voordat u het gereedschap uit het werkstuk verwijdert.

16. Raak het kantenfreesbit niet onmiddellijk na

gebruik aan. Het kan bijzonder heet zijn en brandwonden op uw huid veroorzaken.

17. Smeer niet zonder na te denken thinner,

benzine, olie en dergelijke op de voet van het gereedschap. Deze middelen kunnen scheuren in de voet van het gereedschap veroorzaken.

18. Gebruik kantenfreesbits met de correcte scha-

chtdiameter die geschikt zijn voor de maxi- mumsnelheid van het gereedschap.

19. Sommige materialen bevatten chemische

sto󰀨en die giftig kunnen zijn. Wees voorzichtig dat u geen stof inademt en het stof niet op uw huid komt. Volg de veiligheidsinstructies van de leverancier van het materiaal op.84 NEDERLANDS

20. Draag altijd een stofmasker/ademhalingsap-

paraat dat geschikt is voor het materiaal en de toepassing waarmee u werkt. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betre󰀨ende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu

1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op

(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.

2. Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem

niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.

3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu

aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand- wonden en zelfs een ontplo󰀩ng veroorzaken.

4. Als elektrolyt in uw ogen is terechtgeko-

men, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.

5. Voorkom kortsluiting van de accu:

(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spij- kers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden, en zelfs defecten.

6. Bewaar en gebruik het gereedschap en de

accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.

7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-

neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontplo󰀨en in het vuur.

8. Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in,

snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp. Dergelijke hande- lingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.

9. Gebruik nooit een beschadigde accu.

10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn

onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke sto󰀨en. Voor commercieel transport en dergelijke door derden en transporteurs moeten speciale vereis- ten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Als voorbereiding van het artikel dat wordt getransporteerd is het noodzakelijk een expert op het gebied van gevaarlijke sto󰀨en te raadplegen. Houd u tevens aan mogelijk strengere nationale regelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.

11. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert

u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.

12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereed-

schappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, bui- tensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt.

13. Als u het gereedschap gedurende een lange

tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.

14. Tijdens en na gebruik, kan de accu heet wor-

den waardoor brandwonden of koude brand- wonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.

15. Raak de aansluitpunten van het gereedschap

niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.

16. Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond

vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Hierdoor kan oververhitting, brand, een barst en een storing in het gereedschap of de accu ontstaan waar- door brandwonden of persoonlijk letsel kunnen ontstaan.

17. Behalve indien gebruik van het gereedschap

is toegestaan in de buurt van hoogspannings- leidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.

18. Houd de accu uit de buurt van kinderen.

BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’s die zijn gewijzigd, kan ertoe leiden dat de accu ontploft en brand, persoonlijk letsel en schade veroor- zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens- duur van de accu

1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen

is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.

2. Laad een volledig opgeladen accu nooit

opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.

3. Laad de accu op bij een85 NEDERLANDS

omgevingstemperatuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.

4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u

hem vanaf het gereedschap of de lader.

5. Laad de accu op als u deze gedurende een

lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken. Belangrijke veiligheidsinstructies voor de draadloos-eenheid

1. Haal de draadloos-eenheid niet uit elkaar en

2. Houd de draadloos-eenheid uit de buurt van

kinderen. Indien per ongeluk ingeslikt, raad- pleegt u onmiddellijk een arts.

3. Gebruik de draadloos-eenheid uitsluitend met

4. Stel de draadloos-eenheid niet bloot aan regen

of natte omstandigheden.

5. Gebruik de draadloos-eenheid niet op plaatsen

waar de temperatuur hoger is dan 50 °C.

6. Bedien de draadloos-eenheid niet op plaatsen

in de buurt van medische instrumenten, zoals een pacemaker.

7. Bedien de draadloos-eenheid niet op plaatsen

in de buurt van geautomatiseerde apparaten. Bij bediening ervan kan in de geautomatiseerde apparaten een storing of fout optreden.

8. Bedien de draadloos-eenheid niet op plaatsen

met een hoge temperatuur of op plaatsen waar statische elektriciteit of elektrische ruis kan worden gegenereerd.

9. De draadloos-eenheid kan elektromagnetische

velden genereren, maar deze zijn niet schade- lijk voor de gebruiker.

10. De draadloos-eenheid is een nauwkeurig

instrument. Wees voorzichtig dat u de draad- loos-eenheid niet laat vallen of ergens tegen- aan stoot.

11. Raak de aansluitpunten van de draadloos-een-

heid niet aan met blote handen of metaalach- tige materialen.

12. Verwijder altijd de accu uit het apparaat wan-

neer u de draadloos-eenheid erin aanbrengt.

13. Open de afdekking van de gleuf niet op plaat-

sen waar stof of vocht in de gleuf kan binnen- dringen. Houd de ingang van de gleuf altijd schoon.

14. Breng de draadloos-eenheid altijd in de juiste

15. Druk niet te hard op de knop voor draad-

loos inschakelen op de draadloos-eenheid en/of druk niet op de knop met een scherp voorwerp.

16. Sluit altijd de afdekking van de gleuf tijdens

17. Verwijder de draadloos-eenheid niet uit de

gleuf terwijl voeding wordt geleverd aan het gereedschap. Als u dit doet, kan een storing optreden in de draadloos-eenheid.

18. Verwijder de sticker op de draadloos-eenheid

19. Plak geen stickers op de draadloos-eenheid.

20. Laat de draadloos-eenheid niet liggen op een

plaats waar statische elektriciteit of elektrische ruis kan worden gegenereerd.

21. Laat de draadloos-eenheid niet liggen op een

plaats die is blootgesteld aan hoge tempe- raturen, zoals in een auto die in de zon staat geparkeerd.

22. Laat de draadloos-eenheid niet liggen op een

plaats met veel stof of poeder, of op een plaats waar corrosief gas kan worden gegenereerd.

23. Door een plotselinge verandering in tempe-

ratuur kan condens op de draadloos-eenheid worden gevormd. Gebruik de draadloos-een- heid niet voordat de condens volledig is verdampt.

24. Veeg de draadloos-eenheid voorzichtig

schoon met een droge, zachte doek. Gebruik geen wasbenzine, thinner, geleidend vet en dergelijke.

25. Bewaar de draadloos-eenheid in de bijgele-

verde doos of een antistatische container.

26. Breng geen andere apparaten dan een draad-

loos-eenheid van Makita aan in de gleuf van het gereedschap.

27. Gebruik het gereedschap niet als de afdekking

van de gleuf beschadigd is. Water, stof en vuil die in de gleuf binnendringen, kunnen een storing veroorzaken.

28. Trek en draai niet meer dan nodig is aan de

afdekking van de gleuf. Plaats de afdekking terug als deze los komt van het gereedschap.

29. Vervang de afdekking van de gleuf als deze

FUNCTIES LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren. De accu aanbrengen en verwijderen LET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, kunnen deze uit uw handen glippen en het gereedschap of de accu beschadigen, of kan persoonlijk letsel worden veroorzaakt. Om de accu te verwijderen verschuift u de knop aan de voorkant van de accu en schuift u tegelijkertijd de accu uit het gereedschap. ► Fig.1: 1. Rood deel 2. Knop 3. Accu86 NEDERLANDS Om de accu aan te brengen lijnt u de lip op de accu uit met de groef in de behuizing en duwt u de accu op zijn plaats. Steek de accu zo ver mogelijk in het gereed- schap tot u een klikgeluid hoort. Als u het rode deel aan de bovenkant van de knop kunt zien, is de accu niet goed aangebracht. LET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden. LET OP: Breng de accu niet met kracht aan. Als de accu niet gemakkelijk in het gereedschap kan worden geschoven, wordt deze niet goed aangebracht. De resterende acculading controleren Druk op de testknop op de accu om de resterende acculading te zien. De indicatorlampjes branden gedu- rende enkele seconden. ► Fig.2: 1. Indicatorlampjes 2. Testknop Indicatorlampjes Resterende acculading Brandt Uit Knippert 75% tot 100% 50% tot 75% 25% tot 50% 0% tot 25% Laad de accu op. Er kan een storing zijn opgetreden in de accu. OPMERKING: Afhankelijk van de gebruiksomstan- digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge- lijk dat de aangegeven acculading verschilt van de werkelijke acculading. OPMERKING: Het eerste (meest linker) indicator- lampje knippert wanneer het accubeveiligingssys- teem in werking is getreden. Gereedschap-/ accubeveiligingssysteem Het gereedschap is voorzien van een gereedschap-/ accubeveiligingssysteem. Dit systeem schakelt auto- matisch de voeding naar de motor uit om de levensduur van het gereedschap en de accu te verlengen. Het gereedschap kan tijdens het gebruik automatisch stop- pen als het gereedschap of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld: Overbelastingsbeveiliging Als de accu wordt gebruikt op een manier die ertoe leidt dat een abnormaal hoge stroomsterkte wordt getrok- ken, stopt het gereedschap automatisch zonder enige aanduiding. In dat geval schakelt u het gereedschap uit en stopt u met het gebruik dat er toe leidde dat het gereedschap overbelast raakte. Schakel vervolgens het gereedschap in om weer te starten. Oververhittingsbeveiliging Als het gereedschap of de accu oververhit is, stopt het gereedschap automatisch. Laat in dat geval het gereed- schap en de accu afkoelen voordat u het gereedschap opnieuw inschakelt. Beveiliging tegen te ver ontladen Als de acculading onvoldoende is, stopt het gereed- schap automatisch. In dit het geval verwijdert u de accu vanaf het gereedschap en laadt u de accu op. Beveiliging tegen andere oorzaken Het beveiligingssysteem is ook ontworpen voor andere oorzaken die het gereedschap kunnen beschadigen, en zorgt ervoor dat het gereedschap automatisch stopt. Voer alle volgende stappen uit om de oorzaken op te he󰀨en, wanneer het gereedschap tijdelijk is onderbro- ken of tijdens het gebruik is gestopt.

1. Schakel het gereedschap uit en schakel het

daarna weer in om het opnieuw te starten.

2. Laad de accu('s) op of vervang hem/ze door (een)

3. Laat het gereedschap en de accu('s) afkoelen.

Als geen verbetering optreedt nadat het beveiligings- systeem is gereset, neemt u contact op met uw lokale Makita-servicecentrum. De trekkerschakelaar gebruiken Om het gereedschap in te schakelen, drukt u op de vergrendel-ontgrendelknop. Het gereedschap wordt op standby gezet. Om het gereedschap te starten, drukt u in standby op de aan-uitknop. Om het gereedschap te stoppen, drukt u nogmaals op de aan-uitknop. Het gereedschap wordt op standby gezet. Om het gereedschap uit te schakelen, drukt u in standby op de vergrendel-ontgrendelknop. ► Fig.3: 1. Vergrendel-ontgrendelknop 2. Aan-uitknop OPMERKING: Als het gereedschap gedurende 10 seconden op standby blijft staan zonder bediend te worden, wordt het gereedschap automatisch uitge- schakeld en gaat de lamp uit. OPMERKING: U kunt het gereedschap ook stoppen en uitschakelen, door tijdens gebruik op de vergren- del-ontgrendelknop te drukken. De lamp op de voorkant gebruiken LET OP: Kijk niet direct in het lamplicht of in de lichtbron. Om de lamp in te schakelen, drukt u op de87 NEDERLANDS vergrendel-ontgrendelknop. Om de lamp uit te schake- len, drukt u nogmaals op de vergrendel-ontgrendelknop. KENNISGEVING: Wanneer het gereedschap oververhit is, knippert de lamp. Laat het gereed- schap afkoelen voordat u het weer gebruikt. OPMERKING: Gebruik een droge doek om vuil van de lens van de lamp af te vegen. Wees voorzichtig dat u de lens van de lamp niet bekrast omdat dan de verlichting minder wordt. ► Fig.4: 1. Lamp Toerentalregelaar Het toerental van het gereedschap kan worden veran- derd door de toerentalregelaar te draaien. De onder- staande tabel toont het cijfer op de toerentalregelaar en het bijbehorende toerental. ► Fig.5: 1. Toerentalregelaar Cijfer Toerental 1 10.000 min

LET OP: Verander het toerental niet tijdens gebruik. Hierdoor kan het gereedschap onverwacht reageren en letsel worden veroorzaakt. KENNISGEVING: Als het gereedschap gedu- rende een lange tijd ononderbroken op een laag toerental wordt gebruikt, zal de motor overbelast raken, waardoor een storing zal optreden. KENNISGEVING: De toerentalregelaar kan slechts tot stand 5 worden gedraaid en terugge- draaid tot stand 1. Forceer de regelaar niet voorbij de 5 of de 1 omdat de toerentalregeling daardoor defect kan raken. Elektronische functies Het gereedschap is uitgerust met elektronische functies voor een eenvoudige bediening.

  • Constant-toerentalregeling De toerentalregelfunctie zorgt voor een constant toerental ongeacht de belastingsomstandigheden.
  • Zachte start De functie zachte-start minimaliseert de start- schok en laat het gereedschap geleidelijk starten.
  • Slimme rem Met de slimme rem stopt het gereedschap gelei- delijk. De slimme rem voorkomt beschadiging van het werkstuk als gevolg van terugslag en stelt u in staat om de volgende bediening sneller te starten. Als het gereedschap continu het kantenfreesbit niet stil zet nadat de schakelaar is uit gezet, laat u het gereedschap onderhouden door een Makita-servicecentrum. MONTAGE LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren. Een kantenfreesbit aanbrengen en verwijderen KENNISGEVING: Draai de spankopmoer niet vast zonder dat een kantenfreesbit is aangebracht omdat anders de spankegel kan breken. Steek het kantenfreesbit helemaal in de spankegel. Druk de asblokkering in en draai de spankopmoer vast met behulp van een sleutel. ► Fig.6: 1. Asblokkering 2. Losdraaien 3. Vastdraaien

4. Sleutel 5. Spankopmoer

U kunt de spankopmoer ook stevig vastdraaien met behulp van de twee sleutels. ► Fig.7: 1. Sleutel 2. Losdraaien 3. Vastdraaien

Om het kantenfreesbit te verwijderen, volgt u de proce- dure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde. OPMERKING: Mogelijk keert de asblokkering niet terug naar zijn oorspronkelijke stand wanneer u de spankopmoer vastdraait na het aanbrengen van het kantenfreesbit. De asblokkering keert terug naar zijn oorspronkelijke stand wanneer u het gereedschap start. ► Fig.8: 1. Asblokkering De spankegel vervangen LET OP: Gebruik de juiste maat spankegel voor het kantenfreesbit dat u wilt gebruiken. LET OP: Draai de spankopmoer niet vast zon- der dat een kantenfreesbit is aangebracht omdat anders de spankegel kan breken.

1. Draai de spankopmoer los en verwijder deze.

2. Vervang de aanwezige spankegel door de

► Fig.9: 1. Spankegel 2. Spankopmoer De kantenfreesvoet aanbrengen en verwijderen

1. Open de vergrendelhendel van de kantenfrees-

voet, en steek daarna het gereedschap in de kanten- freesvoet door de groef op het gereedschap uit te lijnen met de uitsteeksels op de kantenfreesvoet.

2. Sluit de vergrendelhendel.

► Fig.10: 1. Vergrendelhendel88 NEDERLANDS OPMERKING: U kunt de kantenfreesvoet (hars) ook gebruiken als een optioneel accessoire, zoals aange- geven in de afbeelding. Als de kantenfreesvoet (hars) wordt gebruikt, draait u de vingermoer los of vast in plaats van de vergrendelhendel te openen of sluiten. Lijn de tandheugel op het gereedschap uit met het tandwiel op de kantenfreesvoet. ► Fig.11: 1. Vingermoer 2. Tandheugel 3. Tandwiel

3. Bevestig de stofafzuigaansluitmond aan de kan-

tenfreesvoet en draai daarna de vingerschroef vast. ► Fig.12: 1. Stofafzuigaansluitmond 2. Vingerschroef ► Fig.13 Om de voet van het gereedschap te verwijderen, volgt u de procedure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde. LET OP: Als u het gereedschap gebruikt met de kantenfreesvoet, zorgt u ervoor dat de stofafzuigaansluitmond is aangebracht op de kantenfreesvoet. De verstelbare freesvoet aanbrengen en verwijderen Optioneel accessoire

1. Open de vergrendelhendel van de verstelbare

freesvoet, en steek daarna het gereedschap in de verstelbare freesvoet door de groef op het gereed- schap uit te lijnen met de uitsteeksels op de verstelbare freesvoet.

2. Sluit de vergrendelhendel.

► Fig.14: 1. Vergrendelhendel Om de voet van het gereedschap te verwijderen, volgt u de procedure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde. De versprongen freesvoet aanbrengen en verwijderen Optioneel accessoire

1. Druk de asblokkering in en draai daarna de span-

kopmoer los. ► Fig.15: 1. Spankopmoer 2. Asblokkering 3. Sleutel

2. Verwijder de spankopmoer en de spankegel.

► Fig.16: 1. Spankopmoer 2. Spankegel

3. Breng de aandrijfkop aan op het gereedschap

door de asblokkering in te drukken en de aandrijfkop vast te zetten met behulp van de sleutel. ► Fig.17: 1. Sleutel 2. Aandrijfkop 3. Asblokkering

4. Draai de schroeven van de voetplaat los en verwij-

der de voetplaat. ► Fig.18: 1. Voetplaat

5. Open de vergrendelhendel van de versprongen

freesvoet, en bevestig daarna de versprongen freesvoet aan het gereedschap. ► Fig.19: 1. Vergrendelhendel

6. Leg de riem om de aandrijfkop met behulp van

een staaf, zoals een platkopschroevendraaier, door de riem met de hand te draaien. ► Fig.20: 1. Aandrijfkop 2. Riem

8. Bevestig de voetplaat door de schroeven vast te

draaien. ► Fig.22: 1. Voetplaat

9. Steek de spankegel en het kantenfreesbit en in

10. Steek de inbussleutel in het gat van de verspron-

gen freesvoet, en draai daarna de spankopmoer vast met behulp van de sleutel. ► Fig.24: 1. Spankopmoer 2. Sleutel 3. Inbussleutel Om de voet van het gereedschap te verwijderen, volgt u de procedure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde. OPMERKING: U kunt de riem ook aanbrengen rond de aandrijfkop zonder de voetplaat te verwijderen, zoals aangegeven in de afbeelding. ► Fig.25: 1. Aandrijfkop 2. Riem De invalfreesvoet aanbrengen en verwijderen Optioneel accessoire

1. Open de vergrendelhendel van de invalfreesvoet,

en steek daarna het gereedschap helemaal in de invalf- reesvoet door de groef op het gereedschap uit te lijnen met de uitsteeksels op de invalfreesvoet.

2. Sluit de vergrendelhendel.

► Fig.26: 1. Vergrendelhendel Om de voet van het gereedschap te verwijderen, volgt u de procedure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde. De parallelgeleider aanbrengen op en verwijderen vanaf de invalfreesvoet Optioneel accessoire Steek de geleidestangen in de gaten van de invalf- reesvoet, en draai daarna de vleugelbouten vast. Om de liniaal te verwijderen, volgt u de procedure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde. ► Fig.27: 1. Vleugelbout 2. Geleidestang De stofafzuigaansluitmond aanbrengen op en verwijderen vanaf de invalfreesvoet Steek de stofafzuigaansluitmond in de invalfreesvoet zodat het uitsteeksel op de stofafzuigaansluitmond valt in de inkeping in de invalfreesvoet, en draai daarna de vingerschroef op de stofafzuigaansluitmond vast. Om de stofafzuigaansluitmond te verwijderen, volgt u de procedure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde. ► Fig.28: 1. Uitsteeksel 2. Stofafzuigaansluitmond

3. Vingerschroef89 NEDERLANDS

► Fig.29 BEDIENING De freesdiepte instellen Om de freesdiepte in te stellen, opent u de vergren- delhendel en beweegt u vervolgens de voet van het gereedschap omhoog of omlaag door de stelschroef te draaien. Na het instellen sluit u de vergrendelhendel stevig. ► Fig.30: 1. Vergrendelhendel 2. Stelschroef KENNISGEVING: Als het gereedschap niet vergrendeld is na het sluiten ven de vergrendel- hendel, draait u de zeskantmoer vast en sluit u daarna de vergrendelhendel. ► Fig.31: 1. Zeskantmoer De freesdiepte instellen terwijl de invalfreesvoet is aangebracht Optioneel accessoire

1. Plaats het gereedschap op een vlakke

2. Draai de aanslagvoet en selecteer de

aanslagbout. ► Fig.32: 1. Aanslagbout 2. Aanslagvoet

3. Draai de borgmoer los en houd de toevoerknop

ingedrukt terwijl u de aanslagstang omhoog trekt. ► Fig.33: 1. Aanslagstang 2. Borgmoer

4. Duw het gereedschap omlaag tot de punt van het

kantenfreesbit tegen de vlakke ondergrond aan komt, en draai daarna de borghendel om het gereedschap vast te zetten. ► Fig.34: 1. Borghendel 2. Kantenfreesbit

5. Houd de toevoerknop ingedrukt en duw de aan-

slagstang omlaag totdat deze de aanslagbout raakt. ► Fig.35: 1. Aanslagstang 2. Aanslagbout

6. Schuif de diepteaanwijzer zodat de punt van de

aanwijzer “0” aanwijst op de schaalverdeling. ► Fig.36: 1. Diepteaanwijzer

7. Stel de freesdiepte in door de toevoerknop inge-

drukt te houden terwijl u de aanslagstang omhoog trekt. ► Fig.37: 1. Aanslagstang 2. Toevoerknop

8. Om de freesdiepte nauwkeurig in te stellen, draait

u de jnregelknop op de aanslagstang zodat deze op “0” staat. ► Fig.38: 1. Fijnregelknop

9. Draai de kop van de aanslagstang om de

gewenste diepte in te stellen. Voor een grotere diepte draait u de kop linksom. Voor een minder grote diepte draait u de kop rechtsom. (De diepte verandert met 1 mm per omwenteling.) ► Fig.39: 1. Kop van de aanslagstang

10. Draai de borgmoer van de aanslagstang vast.

► Fig.41: 1. Borghendel Door het gereedschap omlaag te duwen tot de aan- slagstang tegen de aanslagbout komt, bereikt u de freesdiepte die u met de bovenstaande procedure hebt ingesteld. Het gereedschap gebruiken met de kantenfreesvoet Plaats de voet van het gereedschap op het werkstuk, zonder dat het kantenfreesbit het werkstuk raakt. Schakel het gereedschap in en wacht totdat het kan- tenfreesbit op maximaal toerental draait. Beweeg het gereedschap naar voren over het oppervlak van het werkstuk. Houd de voet van het gereedschap vlak op het werkstuk terwijl u het gereedschap beweegt. Bij het frezen van de rand van het werkstuk, moet het oppervlak van het werkstuk zich aan de linker- kant van het kantenfreesbit bevinden, gezien in de voortgangsrichting. ► Fig.42 OPMERKING: Voordat u in het daadwerkelijke werk- stuk freest, adviseren wij u eerst een proefsnede te maken. De juiste voortgangssnelheid is afhankelijk van de maat van het kantenfreesbit, het soort werk- stuk en de freesdiepte. Als u het gereedschap te snel voorwaarts beweegt, kan de snede van slechte kwaliteit zijn, of het kantenfreesbit of de motor wor- den beschadigd. Als u het gereedschap te langzaam voorwaarts beweegt, kan het gefreesde oppervlak verbranden en lelijk worden. Als u de trimschoen, de langsgeleider of de trimgeleider gebruikt, zorgt u ervoor dat u deze langs de rechterkant houdt, gezien in de voortgangsrichting. Hierdoor blijft deze gelijklopen met de zijkant van het werkstuk. ► Fig.43: 1. Kantenfreesbit 2. Werkstuk

KENNISGEVING: Aangezien door buitensporig frezen de motor overbelast kan worden of het gereedschap moeilijk te besturen kan zijn, mag bij het frezen van groeven de freesdiepte niet meer dan 3 mm per werkgang bedragen. Als u groeven van meer dan 3 mm diep wilt frezen, voert u meer- dere werkgangen uit met een steeds lager ingesteld kantenfreesbit. De langsgeleider gebruiken

1. Breng de langsgeleider aan met behulp van de

bout en de vleugelmoer. ► Fig.44: 1. Bout 2. Vleugelmoer

2. Bevestig de langsgeleider aan de kantenfreesvoet

met behulp van de klemschroef. ► Fig.45: 1. Klemschroef

3. Draai de vleugelmoer van de langsgeleider los en

stel de afstand in tussen het kantenfreesbit en de langs- geleider. Draai op de gewenste afstand de vleugelmoer vast. ► Fig.46: 1. Vleugelmoer90 NEDERLANDS

4. Beweeg het gereedschap met de langsgeleider

strak langs de zijkant van het werkstuk. ► Fig.47 Als de afstand (A) tussen de zijkant van het werkstuk en de freespositie te groot is voor de langsgeleider, of als de zijkant van het werkstuk niet recht is, kan de langs- geleider niet worden gebruikt. In dat geval klemt u een rechte lat op het werkstuk en gebruikt u deze als een geleider om de kantenfreesvoet langs te bewegen. Beweeg het gereedschap in de richting van de pijl. ► Fig.48 De langsgeleider gebruiken om cirkels te frezen Om cirkels te frezen, brengt u de langsgeleider aan zoals aangegeven in de afbeelding. De minimale en maximale straal van de te frezen cirkel (de afstand tussen het midden van de cirkel en het midden van het kantenfreesbit) zijn als volgt:

  • Maximaal: 221 mm Cirkels frezen met een straal tussen 70 mm en 121 mm ► Fig.49: 1. Middengat Cirkels frezen met een straal tussen 121 mm en 221 mm ► Fig.50: 1. Middengat OPMERKING: Cirkels met een straal tussen 172 mm en 186 mm kunnen niet worden gefreesd met behulp van deze geleider. Lijn het middengat in de langsgeleider uit met het mid- den van de te frezen cirkel. Sla een spijker met een diameter van minder dan 6 mm in het middengat om de langsgeleider vast te zetten. Draai met het gereedschap rechtsom rond de spijker. ► Fig.51: 1. Spijker 2. Middengat De malgeleider gebruiken Met de malgeleider is het mogelijk om met behulp van een mal herhaaldelijk een malpatroon te frezen.

1. Draai de schroeven van de voetplaat los en verwij-

der daarna de voetplaat vanaf de kantenfreesvoet.

2. Plaats de malgeleider op de voet van het gereed-

schap en bevestig daarna de voetplaat door de schroe- ven vast te draaien. ► Fig.52: 1. Voetplaat 2. Malgeleider

3. Plaats het gereedschap op de mal en beweeg het

gereedschap zodat de malgeleider langs de zijkant van de mal glijdt. ► Fig.53 OPMERKING: De daadwerkelijk gefreesde grootte op het werkstuk verschilt iets van de grootte van de mal. Het verschil is de afstand (X) tussen het kan- tenfreesbit en de buitenrand van de malgeleider. De afstand (X) kan worden berekend met behulp van de volgende vergelijking: Afstand (X) = (buitendiameter van de malgeleider - diameter van het kantenfreesbit) / 2 ► Fig.54: 1. Kantenfreesbit 2. Malgeleider 3. Afstand (X) 4. Buitendiameter van malgeleider

De trimgeleider gebruiken Optioneel accessoire Met de trimgeleider is het mogelijk om de gebogen zij- kant, zoals bij meubels, te frezen door het geleiderwiel langs de zijkant van het werkstuk te bewegen. ► Fig.55

1. Draai de klemschroef los, breng vervolgens

de trimgeleider aan op de kantenfreesvoet, en draai daarna de klemschroef vast. ► Fig.56: 1. Klemschroef

2. Draai de klemschroef los en stel de afstand in

tussen het kantenfreesbit en de trimgeleider door de stelschroef te draaien (1 mm per omwenteling). Draai op de gewenste afstand de klemschroef vast om de trimgeleider vast te zetten. ► Fig.57: 1. Stelschroef 2. Klemschroef

3. Beweeg het gereedschap zodanig dat het gelei-

derwiel langs de zijkant van het werkstuk rolt. ► Fig.58: 1. Werkstuk 2. Kantenfreesbit

Het gereedschap gebruiken met de verstelbare freesvoet De verstelbare freesvoet wordt gebruikt voor het trim- men van de randen van laminaatplaten en soortgelijke materialen. De verstelbare freesvoet is handig om schuine kanten te frezen. Draai de vleugelschroeven los, kantel ver- volgens het gereedschap onder de gewenste hoek, en draai daarna de vleugelschroeven vast. Klem een rechte lat stevig op het werkstuk en gebruik deze als een geleider om de voet van de verstelbare freesvoet langs te bewegen. Beweeg het gereedschap in de richting van de pijl. ► Fig.59: 1. Vleugelschroef De verstelbare freesvoetplaat gebruiken met de kantenfreesvoet Om de kantenfreesvoet te gebruiken met een vierkante voetplaat, verwijdert u de voetplaat vanaf de verstel- bare freesvoet en bevestigt u hem vervolgens op de kantenfreesvoet. ► Fig.60: 1. Verstelbare freesvoetplaat

2. Kantenfreesvoetplaat91 NEDERLANDS

KENNISGEVING: Gebruik schroeven in de kantenfreesvoet wanneer u de verstelbare frees- voetplaat aanbrengt. De schroeven in de verstel- bare freesvoet zijn korter dan de schroeven in de kantenfreesvoet. Het gereedschap gebruiken met de versprongen freesvoet De versprongen freesvoet wordt gebruikt voor het trim- men van de randen van laminaatplaten en soortgelijke materialen. De versprongen freesvoet is handig bij werken in een krappe ruimte. ► Fig.61 De kantenfreesvoet gebruiken met de versprongen freesvoetplaat en handgreep De versprongen freesvoetplaat kan voor meer stabiliteit ook worden gebruikt met een kantenfreesvoet en een handgreep-hulpstuk (optioneel accessoire).

1. Draai de schroeven van de versprongen frees-

voetplaat los en verwijder daarna de versprongen frees- voetplaat vanaf de versprongen freesvoet. ► Fig.62: 1. Versprongen freesvoetplaat

2. Kantenfreesvoetplaat

2. Bevestig de versprongen freesvoetplaat aan de

kantenfreesvoet door de schroeven vast te draaien.

3. Bevestig het handgreep-hulpstuk en de rechte

handgreep op de versprongen freesvoetplaat door de schroeven vast te draaien. ► Fig.63: 1. Rechte handgreep

2. Handgreep-hulpstuk

In plaats van de rechte handgreep kan de knophand- greep, die vanaf de invalfreesvoet is verwijderd, worden bevestigd op versprongen freesvoet. ► Fig.64: 1. Schroef 2. Knophandgreep Het gereedschap gebruiken met de invalfreesvoet Houd tijdens gebruik de handgrepen altijd met twee handen stevig vast. Bedien het gereedschap op dezelfde manier als met de kantenfreesvoet. De langsgeleider gebruiken Optioneel accessoire

1. Breng de langsgeleider aan op de geleiderhouder

door de vleugelmoer vast te draaien. Steek de gelei- derhouder in de gaten van de invalfreesvoet, en draai daarna de vleugelbouten vast. ► Fig.65: 1. Vleugelbout 2. Geleiderhouder

3. Vleugelmoer 4. Langsgeleider

2. Draai de vleugelmoer van de langsgeleider los en

stel de afstand in tussen het kantenfreesbit en de langs- geleider. Draai op de gewenste afstand de vleugelmoer vast. ► Fig.66: 1. Vleugelmoer

3. Bedien het gereedschap op dezelfde manier als

de langsgeleider voor de kantenfreesvoet. ► Fig.67 De malgeleider gebruiken Optioneel accessoire

1. Draai de schroeven van de voet van het gereed-

schap los en verwijder ze. Plaats de malgeleider op de voet van het gereedschap en draai daarna de schroe- ven vast. ► Fig.68: 1. Schroef 2. Malgeleider

2. Bedien het gereedschap op dezelfde manier als

de malgeleider voor de kantenfreesvoet. ► Fig.69 De parallelgeleider gebruiken De parallelgeleider wordt gebruikt bij het rechtuit frezen van een schuine kant of groef. Stel de afstand tussen het kantenfreesbit en de parallelgeleider af. Draai op de gewenste afstand de vleugelbouten vast om de paral- lelgeleider vast te zetten. Beweeg tijdens het frezen het gereedschap met de parallelgeleider strak langs de zijkant van het werkstuk. ► Fig.70 Als de afstand (A) tussen de zijkant van het werkstuk en de freespositie te groot is voor de parallelgeleider, of als de zijkant van het werkstuk niet recht is, kan de parallel- geleider niet worden gebruikt. In dat geval klemt u een rechte lat op het werkstuk en gebruikt u deze als een geleider om de invalfreesvoet langs te bewegen. Beweeg het gereedschap in de richting van de pijl. ► Fig.71 De knophandgreep vervangen door de rechte handgreep Om de rechte handgreep aan te brengen op de invalf- reesvoet, draait u de schroef uit de knophandgreep, verwijdert u de knophandgreep, en brengt u de rechte handgreep aan door deze vast te draaien. ► Fig.72: 1. Knophandgreep 2. Schroef 3. Rechte handgreep FUNCTIE VOOR DRAADLOOS INSCHAKELEN Mogelijkheden van de functie voor draadloos inschakelen Met de functie voor draadloos inschakelen kunt u schoon en comfortabel werken. Door een ondersteunde stofzuiger aan te sluiten op het gereedschap, kunt u de stofzuiger automatisch laten in- en uitschakelen bij bediening van de schakelaar van het gereedschap. ► Fig.73 Om de functie voor draadloos inschakelen te gebruiken,92 NEDERLANDS dient u de volgende zaken voor te bereiden:

  • Een draadloos-eenheid (optioneel accessoire)
  • Een stofzuiger die de functie voor draadloos inschakelen ondersteunt In het kort bestaat het instellen van de functie voor draadloos inschakelen uit de volgende punten. Raadpleeg elke paragraaf voor informatie over de procedure.

1. De draadloos-eenheid aanbrengen

2. Registratie van het gereedschap op de stofzuiger

3. De functie voor draadloos inschakelen starten

De draadloos-eenheid aanbrengen Optioneel accessoire LET OP: Plaats het gereedschap op een vlakke en stabiele ondergrond wanneer u de draadloos-eenheid aanbrengt. KENNISGEVING: Verwijder het stof en vuil vanaf het gereedschap voordat u de draad- loos-eenheid aanbrengt. Stof en vuil kunnen een storing veroorzaken wanneer ze binnendringen in de gleuf voor de draadloos-eenheid. KENNISGEVING: Om een storing als gevolg van statische elektriciteit te voorkomen, raakt u een materiaal aan dat statische elektriciteit ontlaadt, zoals een metalen onderdeel van het gereedschap, voordat u de draadloos-eenheid oppakt. KENNISGEVING: Let er bij het aanbrengen van de draadloos-eenheid altijd op dat de draadloos-eenheid in de correcte richting wordt aangebracht en dat de afdekking volledig wordt gesloten.

1. Open de afdekking op het gereedschap, zoals

aangegeven in de afbeelding. ► Fig.74: 1. Afdekking

2. Breng de draadloos-eenheid aan in de gleuf en

sluit vervolgens de afdekking. Wanneer u de draadloos-eenheid aanbrengt, lijnt u de uitsteeksels uit met de uitsparingen in de gleuf. ► Fig.75: 1. Draadloos-eenheid 2. Uitsteeksel

3. Afdekking 4. Uitsparing

Wanneer u de draadloos-eenheid verwijdert, opent u langzaam de afdekking. De haken op de achterkant van de afdekking, tillen de draadloos-eenheid op terwijl u de afdekking omhoog trekt. ► Fig.76: 1. Draadloos-eenheid 2. Haak 3. Afdekking Nadat de draadloos-eenheid is verwijderd, bewaart u hem in de bijgeleverde doos of een antistatische container. KENNISGEVING: Gebruik altijd de haken op de achterkant van de afdekking wanneer u de draad- loos-eenheid verwijdert. Als de haken niet aangrij- pen op de draadloos-eenheid, sluit u de afdekking volledig en opent u hem weer langzaam. Registratie van het gereedschap op de stofzuiger OPMERKING: Een stofzuiger van Makita die de func- tie voor draadloos inschakelen ondersteunt, is vereist voor registratie van het gereedschap. OPMERKING: Voltooi het aanbrengen van de draad- loos-eenheid in het gereedschap voordat u de regis- tratie van het gereedschap start. OPMERKING: Gedurende de registratie van het gereedschap mag u de trekkerschakelaar van het gereedschap niet inknijpen en de aan-uitknop van de stofzuiger niet bedienen. OPMERKING: Raadpleeg tevens de gebruiksaanwij- zing van de stofzuiger. Als u wilt dat de stofzuiger wordt ingeschakeld tegelijk met de bediening van de schakelaar van het gereed- schap, moet u van tevoren de registratie van het gereedschap voltooien.

1. Breng de accu’s aan in de stofzuiger en het

2. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op

“AUTO”. ► Fig.77: 1. Standbyschakelaar

3. Houd de knop voor draadloos inschakelen op de

stofzuiger gedurende 3 seconden ingedrukt totdat de lamp van draadloos inschakelen groen knippert. En houd daarna op dezelfde manier de knop voor draad- loos inschakelen op het gereedschap ingedrukt. ► Fig.78: 1. Knop voor draadloos inschakelen

2. Lamp van draadloos inschakelen

Nadat de stofzuiger en het gereedschap met succes aan elkaar zijn gekoppeld, zullen de lampen van draad- loos inschakelen gedurende 2 seconden groen bran- den, waarna ze blauw gaan knipperen. OPMERKING: De lampen van draadloos inschake- len stoppen na 20 seconden met groen knipperen. Druk op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap terwijl de lamp van draadloos inschake- len op de stofzuiger knippert. Als de lamp van draad- loos inschakelen niet groen knippert, drukt u kort op de knop voor draadloos inschakelen en houdt u deze weer ingedrukt. OPMERKING: Als u twee of meer gereedschappen registreert op één stofzuiger, voltooit u de registratie van de gereedschappen één voor één. De functie voor draadloos inschakelen starten OPMERKING: Voltooi de registratie van het gereed- schap op de stofzuiger voordat u de functie draadloos inschakelen gebruikt. OPMERKING: Raadpleeg tevens de gebruiksaanwij- zing van de stofzuiger. Nadat een gereedschap in de stofzuiger is geregis- treerd, wordt de stofzuiger automatisch in- en uitge- schakeld door de bediening van de schakelaar van het gereedschap.93 NEDERLANDS

1. Breng de draadloos-eenheid aan in het

2. Sluit de slang van de stofzuiger aan op het

gereedschap. ► Fig.79

3. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op

“AUTO”. ► Fig.80: 1. Standbyschakelaar

4. Druk kort op de knop voor draadloos inschakelen

op het gereedschap. De lamp van draadloos inschake- len knippert blauw. ► Fig.81: 1. Knop voor draadloos inschakelen

2. Lamp van draadloos inschakelen

5. Schakel het gereedschap in. Controleer of de

stofzuiger is ingeschakeld terwijl het gereedschap in gebruik is. Om het draadloos inschakelen van de stofzuiger te stoppen, drukt u op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap. OPMERKING: De lamp van draadloos inschakelen op het gereedschap stopt met blauw knipperen wan- neer gedurende 2 uur geen bediening plaatsvindt. In dat geval zet u de standbyschakelaar van de stofzui- ger op “AUTO” en drukt u nogmaals op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap. OPMERKING: De stofzuiger wordt met een vertra- ging in- en uitgeschakeld. Er treedt een tijdsvertra- ging op wanneer de stofzuiger de bediening van de schakelaar van het gereedschap detecteert. OPMERKING: Het zendbereik van de draadloos-een- heid kan variëren afhankelijk van de locatie en omgevingsomstandigheden. OPMERKING: Als twee of meer gereedschappen zijn geregistreerd in één stofzuiger, kan de stofzuiger worden ingeschakeld ondanks dat u uw gereedschap niet inschakelt omdat een andere gebruiker de functie voor draadloos inschakelen gebruikt. Beschrijving van de status van de lamp van draadloos inschakelen ► Fig.82: 1. Lamp van draadloos inschakelen De lamp van draadloos inschakelen toont de status van de functie voor draadloos inschakelen. Raadpleeg de onder- staande tabel voor de betekenis van de status van de lamp. Status Lamp van draadloos inschakelen Beschrijving Kleur Brandt Knippert Duur Standby Blauw 2 uur Het draadloos inschakelen van de stofzuiger is beschikbaar. De lamp wordt automatisch uitgeschakeld wanneer gedurende 2 uur geen bediening plaatsvindt. Bij inge- schakeld gereed- schap. Het draadloos inschakelen van de stofzuiger is beschikbaar en het gereedschap is ingeschakeld. Registratie van het gereed- schap Groen

seconden Klaar voor registratie van het gereedschap. Wachten op registra- tie door de stofzuiger.

seconden De registratie van het gereedschap is voltooid. De lamp van draadloos inschakelen knippert blauw. Registratie van het gereed- schap annuleren Rood

seconden Klaar om de registratie van het gereedschap te annuleren. Wachten op annuleren door de stofzuiger.

seconden Het annuleren van de registratie van het gereedschap is voltooid. De lamp van draadloos inschakelen knippert blauw. Overig Rood 3 seconden De draadloos-eenheid wordt van stroom voorzien en de functie voor draadloos inschakelen start nu op. Uit - - Het draadloos inschakelen van de stofzuiger is gestopt. Registratie van het gereedschap op de stofzuiger annuleren Voer de volgende procedure uit om de registratie van het gereedschap in de stofzuiger te annuleren.

1. Breng de accu’s aan in de stofzuiger en het

2. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op

“AUTO”. ► Fig.83: 1. Standbyschakelaar

3. Houd de knop voor draadloos inschakelen op de

stofzuiger gedurende 6 seconden ingedrukt. De lamp van draadloos inschakelen knippert groen en brandt daarna rood. Houd daarna op dezelfde manier de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap ingedrukt. ► Fig.84: 1. Knop voor draadloos inschakelen

2. Lamp van draadloos inschakelen

Als het annuleren met succes is uitgevoerd, zullen de lampen van draadloos inschakelen gedurende 2 secon- den rood branden, waarna ze blauw gaan knipperen.94 NEDERLANDS OPMERKING: De lampen van draadloos inschakelen stoppen na 20 seconden met rood knipperen. Druk op de knop voor draadloos inschakelen op het gereed- schap terwijl de lamp van draadloos inschakelen op de stofzuiger knippert. Als de lamp van draadloos inschakelen niet rood knippert, drukt u kort op de knop voor draadloos inschakelen en houdt u deze weer ingedrukt. Storingzoeken van de functie voor draadloos inschakelen Alvorens u verzoekt om reparatie, kunt u zelf als volgt het probleem opsporen en oplossen. Als u met een probleem kampt dat in deze handleiding niet wordt beschreven, probeer dan niet het gereedschap te demon- teren. Laat reparaties over aan een erkend Makita-servicecentrum, uitsluitend met gebruik van originele Makita-vervangingsonderdelen. Probleemomschrijving Waarschijnlijke oorzaak (storing) Oplossing De lamp van draadloos inschakelen brandt/knippert niet. De draadloos-eenheid is niet aange- bracht in het gereedschap. De draadloos-eenheid is verkeerd aangebracht in het gereedschap. Breng de draadloos-eenheid op de juiste wijze aan. De aansluitingen van de draadloos-een- heid en/of de gleuf zijn vuil. Veeg het stof en vuil op de aansluitingen van de draadloos-eenheid voorzichtig af en reinig de gleuf. Er is niet op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap gedrukt. Druk kort op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap. De standbyschakelaar op de stofzuiger is niet op “AUTO” gezet. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op “AUTO”. Geen voeding. Voorzie het gereedschap en de stofzuiger van voeding. De registratie van het gereedschap/ het annuleren van de registratie van het gereedschap kan niet met succes worden voltooid. De draadloos-eenheid is niet aange- bracht in het gereedschap. De draadloos-eenheid is verkeerd aangebracht in het gereedschap. Breng de draadloos-eenheid op de juiste wijze aan. De aansluitingen van de draadloos-een- heid en/of de gleuf zijn vuil. Veeg het stof en vuil op de aansluitingen van de draadloos-eenheid voorzichtig af en reinig de gleuf. De standbyschakelaar op de stofzuiger is niet op “AUTO” gezet. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op “AUTO”. Geen voeding. Voorzie het gereedschap en de stofzuiger van voeding. Onjuiste bediening Druk kort op de knop voor draadloos inschakelen en voer de procedures voor de registratie/het annule- ren van de registratie opnieuw uit. Het gereedschap en de stofzuiger staan te ver uit elkaar (buiten het zendbereik). Plaats het gereedschap en de stofzuiger dichter bij elkaar. Het maximale zendbereik is ongeveer 10 meter, echter, dit kan verschillen afhankelijk van de omstandigheden. Voordat de registratie van het gereed- schap/het annuleren van de registratie van het gereedschap werd voltooid: - de schakelaar van het gereedschap werd aan gezet of; - de aan-uitknop op de stofzuiger werd ingeschakeld. Druk kort op de knop voor draadloos inschakelen en voer de procedures voor de registratie/het annule- ren van de registratie opnieuw uit. De procedure voor de registratie van het gereedschap op het gereedschap of de stofzuiger is niet voltooid. Voer de procedure voor de registratie van het gereedschap tegelijkertijd uit op het gereedschap en de stofzuiger. Radiostoring door andere apparaten die sterke radiogolven genereren. Houd het gereedschap en de stofzuiger uit de buurt van apparaten zoals Wi-Fi-apparaten en magnetrons.95 NEDERLANDS Probleemomschrijving Waarschijnlijke oorzaak (storing) Oplossing De stofzuiger wordt niet in- en uitgeschakeld tegelijk met de bedie- ning van de schakelaar van het gereedschap. De draadloos-eenheid is niet aange- bracht in het gereedschap. De draadloos-eenheid is verkeerd aangebracht in het gereedschap. Breng de draadloos-eenheid op de juiste wijze aan. De aansluitingen van de draadloos-een- heid en/of de gleuf zijn vuil. Veeg het stof en vuil op de aansluitingen van de draadloos-eenheid voorzichtig af en reinig de gleuf. Er is niet op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap gedrukt. Druk kort op de knop voor draadloos inschakelen en controleer of de lamp van draadloos inschakelen blauw knippert. De standbyschakelaar op de stofzuiger is niet op “AUTO” gezet. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op “AUTO”. Meer dan 10 gereedschappen zijn geregistreerd in de stofzuiger. Voer de registratie van het gereedschap opnieuw uit. Als meer dan 10 gereedschappen zijn geregistreerd in de stofzuiger, wordt de eerste registratie van een gereedschap automatisch gewist. De stofzuiger heeft alle registraties van de gereedschappen gewist. Voer de registratie van het gereedschap opnieuw uit. Geen voeding. Voorzie het gereedschap en de stofzuiger van voeding. Het gereedschap en de stofzuiger staan te ver uit elkaar (buiten het zendbereik). Plaats het gereedschap en de stofzuiger dichter bij elkaar. Het maximale zendbereik is ongeveer 10 meter, echter, dit kan verschillen afhankelijk van de omstandigheden. Radiostoring door andere apparaten die sterke radiogolven genereren. Houd het gereedschap en de stofzuiger uit de buurt van apparaten zoals Wi-Fi-apparaten en magnetrons. De stofzuiger is ingeschakeld terwijl het gereedschap niet in gebruik is. Andere gebruikers gebruiken op hun gereedschap de functie voor draadloos inschakelen van de stofzuiger. Schakel de knop voor draadloos inschakelen van de andere gereedschappen uit of annuleer de registra- tie van de andere gereedschappen. ONDERHOUD LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijd met gebruik van Makita-vervangingsonderdelen. KANTENFREESBITS Optioneel accessoire Vlakgroefbit ► Fig.85 D A L1 L2

1/4″ 6 60 18 28 Eenheid: mm Dubbele afkanttrimbit met boorpunt ► Fig.89 D A L1 L2 L3 L4

1/4″ 20 18 12 8 40 10 5,5 3 1/4″ 26 22 12 8 42 12 5 5 Eenheid: mm97 NEDERLANDS Ojiefbit met kogellager ► Fig.99 D A1 A2 L1 L2 L3 R1 R2 6 20 8 40 10 4,5 2,5 4,5 6 26 8 42 12 4,5 3 6 1/4″ 20 8 40 10 4,5 2,5 4,5 1/4″ 26 8 42 12 4,5 3 6 Eenheid: mm OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Bij gebruik van andere accessoires of hulpstukken bestaat het gevaar van persoonlijke let- sel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel. Wenst u meer bijzonderheden over deze acces- soires, neem dan contact op met het plaatselijke Makita-servicecentrum.

  • Langsgeleider, compleet
  • Trimgeleider, compleet
  • Kantenfreesvoet, compleet
  • Kantenfreesvoet (hars), compleet
  • Verstelbare freesvoet, compleet
  • Invalfreesvoet, compleet
  • Versprongen freesvoet, compleet
  • Originele Makita accu’s en acculaders OPMERKING: Sommige items op de lijst kunnen zijn inbegrepen in de doos van het gereedschap als standaard toebehoren. Deze kunnen van land tot land verschillen. Accessoires die gebruikt kunnen worden met deze kantenfrees Het gereedschap kan in diverse toepassingen worden gebruikt met de volgende accessoires. Sommige accessoires zijn mogelijk niet leverbaar in uw land. ► Fig.100

1. Kantenfreesvoet (metaal)

2. Kantenfreesvoet (hars)

Duidelijk zicht op de snede.

3. Verstelbare freesvoet

4. Versprongen freesvoet

Maakt nauwkeurig werken langs randen mogelijk.

  • Gebruik met onderdelen van de trimgeleider.

11. Stofafzuigaansluitmond

12. Voetplaat (metaal)

13. Vierkante voetplaat (voetplaat van de verstelbare

14. Versprongen freesvoetplaat (voetplaat van de

versprongen freesvoet) Door de versprongen freesvoetplaat te gebruiken met het handgreep-hulpstuk, kan de handgreep worden bevestigd.

15. Voetplaat (hars)

19. Stofafzuigaansluitmond voor de invalfreesvoet

20. Malgeleider voor de invalfreesvoet

Hiermee kan de langsgeleider voor de kanten- freesvoet worden gebruikt op de invalfreesvoet.

22. Parallelgeleider

Fijnregelfunctie van de positionering.

Voor een nauwkeurige rechte snede.

26. Verstekschaalverdeling

Voor het instellen van de hoek van de geleiderail.

27. Verbindingsstangen geleiderail (2 stuks)

Voor het koppelen van twee geleiderails.

28. Klem (standaardtype)

Voor het bevestigen van de geleiderail.

29. Klem (snel type)

Voor het bevestigen van de geleiderail.

Reparatieonderdelen van de geleiderail voor de kunststof tape op de bovenkant.

Reparatieonderdelen van de geleiderail voor de rubber tape op de onderkant.

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : RT001G

Categorie : Freesmachine