M3602B - Freesmachine MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis M3602B MAKITA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over M3602B MAKITA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Freesmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding M3602B - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. M3602B van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING M3602B MAKITA
| Model: M3602 | |
| Capaciteit van spankop 12 mm of 1/2" | |
| Capaciteit invalfrezen 0 - 60 mm | |
| Nullasttoerental 22.000 min | -1 |
| Totale hoogte 300 mm | |
| Nettogewicht 5,7 kg | |
| Veiligheidsklasse | ☐/II |
- In verband met ononderbroken research en ontwikkeling behouden wij ons het recht voor bovenstaande technische gegevens te wijzigen zonder voorafgaande kennisgeving.
- De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
• Gewicht volgens EPTA-procedure 01/2014
Gebruiksdoeleinden
Het gereedschap is bedoeld voor het afkanttrimmen en profileren van hout, kunststof en soortgelijke materialen.
Voeding
Het gereedschap mag alleen worden aangesloten op een voeding van dezelfde spanning als aangegeven op het typeplatje, en kan alleen worden gebruikt op enkelfase-wisselstroom. Het gereedschap is dubbel-geïsoleerd en kan derhalve ook op een niet-geaard stopcontact worden aangesloten.
Geluidsniveau
De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens EN62841-2-17:
Geluidsdrukniveau ( L_pA ): 87 dB (A)
Geluidsvermogenniveau ( L_WA ): 95 dB (A)
Onzekerheid (K): 3 dB (A)
OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereedschappen.
OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaarde(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.

WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming.

WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij-ns het gebruik van het elektrisch gereedschap de praktijk kan verschillen van de opgegevenarde(n) afhankelijk van de manier waarop het reedschap wordt gebruikt, met name van het port werkstuk waarmee wordt gewerkt.

WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veiligdsmaatregelen worden getroffen ter beschering van de gebruiker die zijn gebaseerd op een hatting van de blootstelling onder praktijkomndigheden (rekening houdend met alle fasen en de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedu- de welke het gereedschap is uitgeschakeld en tionair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).
Trilling
De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN62841-2-17:
Gebruikstoepassing: Groeven frezen in MDF Trillingsemissie ( a_n ): 3,1 m/s ^2
Onzekerheid (K): 1,5 m/s²
OPMERKING: De totale trillingswaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereedschappen.
OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaarde(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.

WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij-ns het gebruik van het elektrisch gereedschap de praktijk kan verschillen van de opgegevenarde(n) afhankelijk van de manier waarop het reedschap wordt gebruikt, met name van het port werkstuk waarmee wordt gewerkt.

WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veiligdsmaatregelen worden getroffen ter beschering van de gebruiker die zijn gebaseerd op en schatting van de blootstelling onder prakomstandigheden (rekening houdend met alle en van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur durende welke het gereedschap is uitgeschaad en stationair draait, naast de ingeschakelde alsduur).
Verklaringen van conformiteit
Alleen voor Europese landen
De verklaringen van conformiteit zijn bijgevoegd in Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing.
Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap
⚠ WAARSCHUWING: Lees alle veiligheids-waarschuwingen, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens behorend bij dit elektrische gereedschap aandachtig door. Als u niet alle onderstaande aanwijzingen naleeft, kan dat resulteren in brand, elektrische schokken en/of ernstig letsel.
Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen.
De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoorschriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos).
Veiligheidswaarschuwingen specifiek voor een bovenfrees
- Houd het elektrisch gereedschap alleen vast bij het geïsoleerde oppervlak omdat het snijgarnituur met zijn eigen snoer in aanraking kan komen. Wanneer onder spanning staande draden worden geraakt, zullen de niet-geïsoleerde metalen delen van het gereedschap onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrische schok kan krijgen.
- Gebruik klemmen of andere bevestigingsmiddelen om het werkstuk op een stabiel platform te bevestigen en te ondersteunen. Als u het werkstuk in uw hand of tegen uw lichaam geklemd houdt, is het onvoldoende stabiel en kunt u de controle erover verliezen.
- De schacht van het snijgarnituur moet overeenkomen met de aanwezige spankop.
- Gebruik uitsluitend een bit met een nominaal toerental dat minstens gelijk is aan het maximumtoerental vermeld op het gereedschap.
- Draag gehoorbescherming tijdens langdurig gebruik.
- Behandel de bovenfreesbits zeer voorzichtig.
- Controleer het bovenfreesbit vóór gebruik nauwkeurig op barsten of beschadigingen. Vervang een gebarsten of beschadigd bit onmiddellijk.
- Voorkom dat u spijkers raakt. Inspecteer het werkstuk op spijkers en verwijder deze zo nodig voordat u ermee begint te werken.
- Houd het gereedschap met beide handen stevig vast.
- Houd uw handen uit de buurt van draaiende delen.
-
Zorg ervoor dat het bovenfreesbit het werkstuk niet raakt voordat u het gereedschap hebt ingeschakeld.
-
Laat het gereedschap een tijdje draaien voordat u het op het werkstuk gebruikt. Controleer op trillingen of schommelingen die op een verkeerd gemonteerd bit kunnen wijzen.
- Let goed op de draairichting van het bovenfreesbit en de voortgangsrichting.
- Laat het gereedschap niet onnodig ingeschakeld. Bedien het gereedschap alleen terwijl u het vasthoudt.
- Schakel het gereedschap uit en wacht altijd tot het bovenfreesbit volledig tot stilstand is gekomen voordat u het gereedschap uit het werkstuk verwijdert.
- Raak het bovenfreesbit niet onmiddellijk na gebruik aan. Het kan bijzonder heet zijn en brandwonden op uw huid veroorzaken.
- Smeer niet zonder na te denken thinner, benzine, olie en dergelijke op de voet van het gereedschap. Deze middelen kunnen scheuren in de voet van het gereedschap veroorzaken.
- Sommige materialen bevatten chemische stoffen die giftig kunnen zijn. Wees voorzichtig dat u geen stof inademt en het stof niet op uw huid komt. Volg de veiligheidsinstructies van de leverancier van het materiaal op.
- Draag altijd een stofmasker/ademhalingsapparaat dat geschikt is voor het materiaal en de toepassing waarmee u werkt.
- Plaats het gereedschap op een stabiele plek. Anders kan het gereedschap per ongeluk vallen en letsel veroorzaken.
- Houd het snoer uit de buurt van uw voet en andere voorwerpen. Anders kan het snoer verstrikt raken en een ongeval met vallen veroorzaken waardoor persoonlijk letsel ontstaat.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.
⚠ WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betreffende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwijzing kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES
ALET OP: Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en de stekker ervan uit het stopcontact is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap te controleren of af te stellen.
De freesdiepte instellen
Leg het gereedschap op een vlakke ondergrond. Zet de vergrendelhendel los en beweeg het gereedschapshuis omlaag totdat het bovenfreesbit net de vlakke ondergrond raakt. Zet de vergrendelhendel vast om het gereedschap te vergrendelen. Houd de sneltoevoerknop ingedrukt en beweeg de aanslagstang omhoog of omlaag tot de gewenste freesdiepte is verkregen. Een uiterst nauwkeurige instelling is mogelijk door de aanslagstang te draaien (1,5 mm (1/16") per slag).
▶ Fig.1: 1. Nylonmoer 2. Aanslagstang
3. Sneltoevoerknop 4. Zeskantstelbout
5. Aanslagblok 6. Vergrendelhendel
ALET OP: De freesdiepte mag bij het frezen van groeven niet meer zijn dan 20 mm (13/16") per werkgang. Om dieper te frezen, freest u in twee of drie werkgangen met een steeds lager ingesteld bovenfreesbit.
Nylonmoer
Voor gereedschap zonder de knop
De bovenste begrenzing van het gereedschapshuis kan worden ingesteld met behulp van de nylonmoer. Stel de nylonmoer niet te laag af. Het bovenfreesbit zal daardoor gevaarlijk uitsteken.
Voor gereedschap met de knop
Door de knop te draaien kan de bovenste begrenzing van het gereedschapshuis worden ingesteld. Wanneer de punt van het bovenfreesbit verder dan noodzakelijk is teruggetrokken ten opzichte van het oppervlak van de grondplaat, draait u aan de knop om de bovenste begrenzing lager in te stellen.
▶ Fig.2: 1. Knop
ALET OP: Aangezien door buitensporig frezen de motor overbelast kan worden of het gereedschap moeilijk te besturen kan zijn, mag bij het frezen van groeven de freesdiepte niet meer zijn dan 20 mm (13/16") per werkgang. Als u groeven van meer dan 20 mm (13/16") diep wilt frezen, voert u meerdere werkgangen uit met een steeds dieper ingesteld bovenfreesbit.
ALET OP: Stel de knop niet te laag in. Het bovenfreesbit zal daardoor gevaarlijk uitsteken.
Aanslagblok
Aangezien het aanslagblok drie zeskantstelbouten heeft die per omwenteling 0,8 mm hoger of lager stellen, kunt u gemakkelijk drie verschillende freesdiepten realiseren zonder de aanslagstang opnieuw te hoeven instellen.
▶ Fig.3: 1. Aanslagstang 2. Zeskantstelbout 3. Aanslagblok
Stel de laagste zeskantstelbout in op de grootste freesdiepte volgens de procedure beschreven onder "De freesdiepte instellen".
Stel de twee resterende zeskantstelbouten in op minder grote freesdiepten. De verschillen in de hoogte van deze zeskantstelbouten zijn gelijk aan de verschillen in freesdiepte-instelling. Om de zeskantstelbouten in te stellen, draait u de zeskantstelbouten met een schroevendraaier of steeksleutel. Het aanslagblok is tevens handig voor het uitvoeren van drie werkgangen met een steeds grotere freesdiepte-instelling voor het frezen van diepe groeven.
In- en uitschakelen
A LET OP: Controleer voor u de stekker in het stopcontact steekt altijd of het gereedschap uitgeschakeld is.
⚠ LET OP: Zorg ervoor dat de asvergrendeling is ontgrendeld voordat u het gereedschap inschakelt.
Om het gereedschap in te schakelen, zet u de aan-uit-schakelaar in de stand "I". Om het gereedschap uit te schakelen, zet u de aan-uit-schakelaar in de stand "O".
▶ Fig.4: 1. Aan-uitschakelaar
⚠ LET OP: Houd het gereedschap stevig vast wanneer u het uitschakelt om de reactiekracht op te vangen.
Elektronische functies
Het gereedschap is uitgerust met elektronische functies voor een eenvoudige bediening.
Indicatorlampje
▶ Fig.5: 1. Indicatorlampje
Het indicatorlampje brandt groen wanneer de stekker van het gereedschap in het stopcontact zit. Als het indicatorlampje niet brandt, kan het netsnoer of de regelaar stuk zijn. Als het indicatorlampje brandt, maar het gereedschap niet start ondanks dat het gereedschap ingeschakeld is, kunnen de koolborstels versleten zijn, of kan de regelaar, de motor of de aan-uitschakelaar kapot zijn.
Beveiliging tegen onbedoeld inschakelen
Het gereedschap kan niet worden ingeschakeld, wanneer de aan-uitschakelaar in de stand "I" (aan) staat, zelfs niet wanneer het gereedschap van stroom wordt voorzien.
Op dat moment knippert het indicatorlampje rood en geeft aan dat de beveiligingsfunctie tegen onbedoeld herstarten in werking is getreden.
Om de beveiliging tegen onbedoeld inschakelen te deactiveren, zet u de aan-uitschakelaar terug in de stand "O" (uit).
Zachte-startfunctie
De functie zachte-start minimaliseert de startschok en laat het gereedschap geleidelijk opstarten.
MONTAGE
ALET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en dat zijn stekker uit het stopcontact is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren.
Het bovenfreesbit aanbrengen en verwijderen
Steek het bovenfreesbit zo ver mogelijk in de spankegel. Druk op de asvergrendeling zodat de as stil staat en zet de spankopmoer stevig vast met de steeksleutel. Als u bovenfreesbits met een kleinere schachtdiameter gebruikt, steekt u eerst een passende spankegelbus in de spankegel, en brengt u daarna het bovenfreesbit aan.
Om het bovenfreesbit te verwijderen, volgt u de procedure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde.
▶ Fig.6: 1. Asvergrendeling 2. Steeksleutel
- Losdraaien 4. Vastdraaien
ALET OP: Breng het bovenfreesbit stevig aan. Gebruik altijd de steeksleutel die bij het gereedschap werd geleverd. Een loszittend of te strak vastgezet bovenfreesbit kan gevaarlijk zijn.
KENNISGEVING: Draai de spankopmoer niet vast zonder dat een bovenfreesbit is aangebracht, en breng geen bits met een dunne schacht aan zonder een spankegelbus te gebruiken. Dit kan leiden tot het afbreken van de spankegel.
BEDIENING
ALET OP: Controleer voordat u het gereedschap bedient of het gereedschap automatisch omhoog komt tot aan de bovenste begrenzing, en het bovenfreesbit niet uitsteekt tot onder de voet van het gereedschap nadat de vergrendelhendel is losgezet.
ALET OP: Controleer voordat u het gereedschap bedient of de krullenvanger goed is aangebracht.
ALET OP: Gebruik altijd beide handgrepen en houd het gereedschap tijdens gebruik stevig aan beide handgrepen vast.
▶ Fig.7: 1. Krullenvanger
Plaats eerst de voet van het gereedschap op het werkstuk dat u wilt frezen, zonder dat het bovenfreesbit het werkstuk raakt. Schakel vervolgens het gereedschap in en wacht totdat het bovenfreesbit op volle snelheid draait. Breng het gereedschap omlaag en beweeg het gereedschap voorwaarts over het oppervlak van het werkstuk. Houd daarbij de voet van het gereedschap vlak op het oppervlak van het werkstuk en beweegt het gereedschap gelijkmatig totdat het frezen klaar is. Bij het frezen van de rand van het werkstuk moet het oppervlak van het werkstuk zich aan de linkerkant van het bovenfreesbit bevinden, gezien in de voortgangsrichting.
▶ Fig.8: 1. Werkstuk 2. Draairichting van het bit 3. Aanzicht vanaf de bovenkant van het gereedschap 4. Voortgangsrichting
OPMERKING: Als u het gereedschap te snel voorwaarts beweegt, kan de snede van slechte kwaliteit zijn, of het bovenfreesbit of de motor worden beschadigd. Als u het gereedschap te langzaam voorwaarts beweegt, kan hierdoor de snede verbranden en lelijk worden. De juiste voortgangssnelheid is afhankelijk van de maat van het bovenfreesbit, het soort werkstuk en de freesdiepte.
Alvorens in het eigenlijke werkstuk te werken, is het raadzaam eerst een proefsnede te maken in een stuk afvalhout. Zodoende kunt u precies zien hoe de snede eruit komt te zien en kunt u tevens de afmetingen controleren.
OPMERKING: Als u de langsgeleider of de trimgeleider gebruikt, zorgt u ervoor dat u deze langs de rechterkant aanbrengt, gezien in de voortgangsrichting. Hierdoor blijft deze gelijklopen met de zijkant van het werkstuk.
▶ Fig.9: 1. Voortgangsrichting 2. Draairichting van het bit 3. Werkstuk 4. Langsgeleider
Langsgeleider
De langsgeleider wordt gebruikt bij het rechtuit frezen van een schuine kant of groef.
Langsgeleider (type A)
Optioneel accessoire
Monteer de langsgeleider op de geleiderhouder met behulp van de vingerschroef (B). Steek de geleiderhouder in de gaten in de voet van het gereedschap en draai de vingerschroef (A) vast. Om de afstand tussen het bovenfreesbit en de langsgeleider in te stellen, draait u de vingerschroef (B) los en draait u de fijnregelschroef. Op de gewenste afstand, draai de vingerschroef (B) vast om de langsgeleider op zijn plaats vast te zetten.
▶ Fig.10: 1. Geleiderhouder 2. Fijnregelschroef 3. Langsgeleider
Langsgeleider (type B)
Optioneel accessoire
Steek de langsgeleider in de gaten in de voet van het gereedschap en draai de vingerschroef vast. Om de afstand tussen het bovenfreesbit en de langsgeleider in te stellen, draait u de vingerschroef los. Op de gewenste afstand, draai de vingerschroef vast om de langsgeleider op zijn plaats vast te zetten.
▶ Fig.11: 1. Vingerschroef 2. Langsgeleider
Beweeg tijdens het frezen het gereedschap met de langsgeleider strak langs de zijkant van het werkstuk. U kunt de werkbreedte van de langsgeleider naar wens vergroten door een extra stuk hout te bevestigen met behulp van de handige gaten in de langsgeleider. Bij gebruik van een bovenfreesbit met een grote diameter, bevestigt u stukjes hout aan de langsgeleider met een dikte van meer dan 15 mm (5/8") om te voorkomen dat het bovenfreesbit de langsgeleider raakt.
▶ Fig.12: 1. Langsgeleider 2. Hout
A=55 mm (2-3/16")
B=55 mm (2-3/16")
C=15 mm (5/8") of dikker
Malgeleider
Optioneel accessoire
In de malgeleider zit een gat waar het bovenfreesbit doorheen steekt, waardoor het mogelijk wordt om de bovenfrees te gebruiken met malpatronen.
▶ Fig.13
- Draai de schroeven in de voet los, steek de malgeleider erdoor, en draai tenslotte de schroeven weer aan.
▶ Fig.14: 1. Schroeven 2. Malgeleider
- Bevestig de mal op het werkstuk. Plaats het gereedschap op de mal en beweeg het gereedschap terwijl de malgeleider langs de zijkant van de mal glijdt.
▶ Fig.15: 1. Bovenfreesbit 2. Voet van het gereedschap 3. Grondplaat 4. Mal 5. Werkstuk 6. Malgeleider
OPMERKING: Het werkstuk wordt gefreesd op een iets andere grootte dan de mal. Zorg voor de afstand (X) tussen het bovenfreesbit en de buitenrand van de malgeleider. De afstand (X) kan worden berekend met behulp van de volgende vergelijking:
Afstand (X) = (buitendiameter van de malgeleider - diameter van het bovenfreesbit) / 2
Trimgeleider
Trimmen, gebogen lijnen frezen in fineerhout voor meubels en dergelijke kunnen gemakkelijk worden gedaan met de trimgeleider. Het geleiderwiel rolt langs de gebogen freeslijn en zorgt zo voor een gave snede.
Trimgeleider (type A)
Optioneel accessoire
Breng de trimgeleider aan op de geleiderhouder met behulp van de vingerschroef (B). Steek de geleiderhouder in de gaten in de voet van het gereedschap en draai de vingerschroef (A) vast. Om de afstand tussen het bovenfreesbit en de trimgeleider in te stellen, draait u de vingerschroef (B) los en draait u de fijnregelschroef. Draai de vingerschroef (C) los om het geleiderwiel omhoog of omlaag te verstellen. Draai na het verstellen alle vingerschroeven stevig vast.
▶ Fig.16: 1. Geleiderhouder 2. Fijnregelschroef
- Trimgeleider 4. Geleiderwiel
Trimgeleider (type B)
Optioneel accessoire
Breng de trimgeleider aan op de langsgeleider met behulp van de vingerschroeven (B). Steek de langsgeleider in de gaten in de voet van het gereedschap en draai de vingerschroef (A) vast. Om de afstand tussen het bovenfreesbit en de trimgeleider in te stellen, draait u de vingerschroeven (B) los. Draai de vingerschroef (C) los om het geleiderwiel omhoog of omlaag te verstellen. Draai na het verstellen alle vingerschroeven stevig vast.
▶ Fig.17: 1. Geleiderwiel 2. Trimgeleider
Beweeg tijdens het frezen het gereedschap zodanig dat het geleiderwiel langs de zijkant van het werkstuk rolt.
▶ Fig.18: 1. Bovenfreesbit 2. Geleiderwiel 3. Werkstuk
Stofafdekking (voor gereedschap met de knop)
Optioneel accessoire
De stofafdekking voorkomt dat zaagsel in het gereedschap wordt gezogen in de omgekeerde stand. Breng de stofafdekking aan zoals afgebeeld wanneer u het gereedschap gebruikt met in de winkel verkrijgbaar bovenfreesstatief. Verwijder het weer wanneer u het gereedschap in de normale stand gebruikt.
▶ Fig.19: 1. Schroef 2. Stofrafdekking
Afstandsstuk (voor gereedschap met de knop)
Optioneel accessoire
Het afstandsstuk voorkomt dat het bovenfreesbit in de spankop valt bij het wisselen van het bovenfreesbit in de omgekeerde stand.
Breng het afstandsstuk aan zoals afgebeeld wanneer u het gereedschap gebruikt met in de winkel verkrijgbaar bovenfreesstatief.
▶ Fig.20: 1. Spankopmoer 2. Spankegel 3. Afstandsstuk
Stofafzuiging
Optioneel accessoire
Gebruik de stofafzuigaansluitmond om stof af te zuigen.
▶ Fig.21: 1. Stofafzuigaansluitmond
De stofafzuigaansluitmond aanbrengen
▶ Fig.22: 1. Steun 2. Vergrendelhendel
- Zet de vergrendelhendel van de stofafzuigaansluitmond omhoog.
- Plaats de stofafzuigaansluitmond op de voet van het gereedschap zodat zijn bovenkant wordt vastgegrepen in de haak op de voet van het gereedschap.
- Steek de steunen van de stofafzuigaansluitmond in de haken op de voorkant van de voet van het gereedschap.
- Duw de vergrendelhendel omlaag tot op de voet van het gereedschap.
- Sluit een stofzuiger aan op de stofafzuigaansluitmond.
▶ Fig.23
De stofafzuigaansluitmond verwijderen
- Zet de vergrendelhendel omhoog.
- Trek de stofafzuigaansluitmond uit de voet van het gereedschap terwijl u de steunen vasthoudt tussen uw duim en vinger.
ONDERHOUD
ALET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en zijn stekker uit het stopcontact is verwijderd alvorens te beginnen met inspectie of onderhoud.
KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was-benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt.
De koolborstels vervangen
▶ Fig.24: 1. Slijtgrensmarkering
Controleer regelmatig de koolborstels.
Vervang ze wanneer ze tot aan de slijtgrensmarkering versleten zijn. Houd de koolborstels schoon, zodat ze gemakkelijk in de houders glijden. Beide koolborstels dienen tegelijkertijd te worden vervangen. Gebruik uitsluitend identieke koolborstels.
- Gebruik een schroevendraaier om de koolborsteldoppen te verwijderen.
- Haal de versleten koolborstels eruit, schuif de nieuwe erin, en zet daarna de koolborsteldoppen weer goed vast.
▶ Fig.25: 1. Koolborsteldop
Voor gereedschap met de knop
ALET OP: Zorg ervoor dat de knop weer wordt aangebracht na het plaatsen van een nieuwe koolborstel.
Zet de vergrendelhendel los en verwijder de knop door deze linksom te draaien.
▶ Fig.26: 1. Knop
OPMERKING: De drukveer zal uit de knop komen, dus wees voorzichtig dat u de drukveer niet kwijt raakt.
Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijd met gebruik van Makita-vervangingsonderdelen.
Afkanttrimbit met boorpunt
▶ Fig.31
Eenheid: mm
| D A L1 | L2 L3 | |||
| 12 12 60 | 20 35 | |||
| 8 8 60 | 20 35 | |||
| 6 6 60 | 18 28 |
Dubbele afkanttrimbit met boorpunt
▶ Fig.32
Eenheid: mm
| D A L | 1 L2 L3 L4 | ||||
| 6 6 70 | 40 12 14 |
Sleufbit
▶ Fig.33
Eenheid: mm
| D A L1 L2 | |||
| 12 30 | 55 | 6 | |
| 1/2" | |||
| 12 30 | 55 | 3 | |
| 1/2" | |||
Plankverbindingsbit
▶ Fig.34
Eenheid: mm
| D A1 | A2 | L1 | L2 L3 | ||
| 12 38 | 27 61 4 20 |
Papegaaienbekbit
▶ Fig.35
Eenheid: mm
| D | A1 | A2 | L1 | L2 | L3 | R |
| 6 | 25 | 9 | 48 | 13 | 5 | 8 |
| 6 | 20 | 8 | 45 | 10 | 4 | 4 |
Afschuinbit
▶ Fig.36
Eenheid: mm
| D A L1 L2 L3 θ | |||||
| 6 | 23 | 46 | 11 | 6 | 30° |
| 6 20 50 13 5 | 45° | ||||
| 6 20 49 14 2 | 60° | ||||
▶ Fig.37
Eenheid: mm
| D | A1 | A2 | L1 | L2 | L3 | C |
| 12 | 30 | 20 | 55 | 12 | 20 | 4 |
| 1/2" |
Kwartrondbit
▶ Fig.38
Eenheid: mm
| D | A1 | A2 | L1 | L2 | L3 | R |
| 12 | 30 | 20 | 55 | 12 | 20 | 4 |
| 1/2" |
Kwartholprofielbit
▶ Fig.39
Eenheid: mm
| D A L1 | L2 R | |||
| 6 20 43 | 8 4 | |||
| 6 25 48 | 13 8 |
Afkanttrimbit met kogellager
▶ Fig.40
Eenheid: mm
| D A L1 L2 | |||
| 6 | 10 50 | 20 | |
| 1/4" | |||
Papegaaienbekbit met kogellager
▶ Fig.41
Eenheid: mm
| D | A1 | A2 | L1 | L2 | L3 | R |
| 6 | 15 | 8 | 37 | 7 | 3,5 | 3 |
| 6 | 21 | 8 | 40 | 10 | 3,5 | 6 |
| 1/4" | 21 | 8 | 40 | 10 | 3,5 | 6 |
Afschuinbit met kogellager
▶ Fig.42
Eenheid: mm
| D | A1 | A2 | L1 | L2 | θ |
| 6 26 8 | 42 12 | 45° | |||
| 1/4" | |||||
| 6 | 20 | 8 | 41 | 11 | 60° |
Kwartrondbit met kogellager
▶ Fig.43
Eenheid: mm
| D A1 | A2 A3 | L1 L2 L3 | R | ||||
| 6 20 | 12 8 40 | 10 5,5 4 | |||||
| 6 26 | 12 8 42 | 12 4,5 7 |
Kwartholprofielbit met kogellager
▶ Fig.44
Eenheid: mm
| D A1 | A2 A3 | A4 L1 | L2 L3 R | |||||
| 6 20 | 18 12 | 8 40 10 | 5,5 3 | |||||
| 6 26 | 22 12 | 8 42 12 | 5 5 |
Ojiefbit met kogellager
▶ Fig.45
Eenheid: mm
| D A1 | A2 L1 | L2 L3 | R1 | R2 | ||||
| 6 20 | 8 40 | 10 | 4,5 | 2,5 | 4,5 | |||
| 6 26 | 8 42 | 12 | 4,5 | 3 6 |
Ronde-hoekbit met dubbel kogellager
▶ Fig.46
Eenheid: mm
| D A1 | A2 A3 | L1 L2 L3 | R | ||||
| 12 35 | 27 19 7 | 0 11 3,5 | 3 | ||||
| 1/2" |
ESPECIFICACIONES