RT0702C - Freesmachine MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RT0702C MAKITA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over RT0702C MAKITA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Freesmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RT0702C - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RT0702C van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING RT0702C MAKITA
▶ Abb.7: 1. Spannzangenkonus 2. Spannzangenmutter
BETRIEB
▶ Abb.31: 1. Spannzangenmutter 2. Spannzangenkonus
- In verband met ononderbroken research en ontwikkeling behouden wij ons het recht voor bovenstaande technische gegevens te wijzigen zonder voorafgaande kennisgeving.
- De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
- Het gewicht kan verschillen afhankelijk van de hulpstukken. De lichtste en zwaarste combinatie, volgens EPTA-procedure 01/2014, worden vermeld in de tabel.
Gebruiksdoeleinden
Het gereedschap is bedoeld voor het afkanttrimmen en profileren van hout, kunststof en soortgelijke materialen.
Voeding
Het gereedschap mag alleen worden aangesloten op een voeding van dezelfde spanning als aangegeven op het typeplatje, en kan alleen worden gebruikt op enkelfase-wisselstroom. Het gereedschap is dubbel-geïsoleerd en kan derhalve ook op een niet-geaard stopcontact worden aangesloten.
Geluidsniveau
De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens EN62841-2-17:
Geluidsdrukniveau ( L_pA ): 85 dB (A)
Geluidsvermogenniveau (LWA): 93 dB (A)
Onzekerheid (K): 3 dB (A)
OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereedschappen.
OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaarde(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.

WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming.
⚠ WAARSCHUWING: De geluidsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt.
⚠ WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getroffen ter bescherming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).
Trilling
De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN62841-2-17:
Gebruikstoepassing: onbelast draaien
Trillingsemissie ( a_n ): 2,5 m/s ^2 of lager
Onzekerheid (K): 1,5 m/s²
OPMERKING: De totale trillingswaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereedschappen.
OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaarde(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.

WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij-ns het gebruik van het elektrisch gereedschap de praktijk kan verschillen van de opgegeven arde(n) afhankelijk van de manier waarop het reedschap wordt gebruikt, met name van het ort werkstuk waarmee wordt gewerkt.

WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veiligdsmaatregelen worden getroffen ter beschering van de gebruiker die zijn gebaseerd op en schatting van de blootstelling onder praktomstandigheden (rekening houdend met alle en van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur durende welke het gereedschap is uitgeschaad en stationair draait, naast de ingeschakelde alsduur).
Verklaringen van conformiteit
Alleen voor Europese landen
De verklaringen van conformiteit zijn bijgevoegd in Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing.
Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap
⚠ WAARSCHUWING: Lees alle veiligheids-waarschuwingen, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens behorend bij dit elektrische gereedschap aandachtig door. Als u niet alle onderstaande aanwijzingen naleeft, kan dat resulteren in brand, elektrische schokken en/of ernstig letsel.
Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen.
De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoorschriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos).
Veiligheidswaarschuwingen specifiek voor een kantenfrees
- Houd het elektrisch gereedschap alleen vast bij het geïsoleerde oppervlak omdat het snijgarnituur met zijn eigen snoer in aanraking kan komen. Wanneer onder spanning staande draden worden geraakt, zullen de niet-geïsoleerde metalen delen van het gereedschap onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrische schok kan krijgen.
- Gebruik klemmen of andere bevestigingsmiddelen om het werkstuk op een stabiel platform te bevestigen en te ondersteunen. Als u het werkstuk in uw hand of tegen uw lichaam geklemd houdt, is het onvoldoende stabiel en kunt u de controle erover verliezen.
- De schacht van het kantenfreesbit moet overeenkomen met de aanwezige spankop.
- Gebruik uitsluitend een kantenfreesbit met een nominaal toerental dat minstens gelijk is aan het maximumtoerental vermeld op het gereedschap.
- Draag gehoorbescherming tijdens langdurig gebruik.
- Behandel de kantenfreesbits zeer voorzichtig.
- Controleer het kantenfreesbit vóór gebruik nauwkeurig op barsten of beschadigingen. Vervang een gebarsten of beschadigd bit onmiddellijk.
- Voorkom dat u spijkers raakt. Inspecteer het werkstuk op spijkers en verwijder deze zo nodig voordat u ermee begint te werken.
- Houd het gereedschap stevig vast.
- Houd uw handen uit de buurt van draaiende delen.
-
Zorg ervoor dat het kantenfreesbit het werkstuk niet raakt voordat u het gereedschap hebt ingeschakeld.
-
Laat het gereedschap een tijdje draaien voordat u het op het werkstuk gebruikt. Controleer op trillingen of schommelingen die op een verkeerd gemonteerd bit kunnen wijzen.
- Let goed op de draairichting van het kantenfreesbit en de voortgangsrichting.
- Laat het gereedschap niet onnodig ingeschakeld. Bedien het gereedschap alleen terwijl u het vasthoudt.
- Schakel het gereedschap uit en wacht altijd tot het kantenfreesbit volledig tot stilstand is gekomen voordat u het gereedschap uit het werkstuk verwijdert.
- Raak het kantenfreesbit niet onmiddellijk na gebruik aan. Het kan bijzonder heet zijn en brandwonden op uw huid veroorzaken.
- Smeer niet zonder na te denken thinner, benzine, olie en dergelijke op de voet van het gereedschap. Deze middelen kunnen scheuren in de voet van het gereedschap veroorzaken.
- Sommige materialen bevatten chemische stoffen die giftig kunnen zijn. Wees voorzichtig dat u geen stof inademt en het stof niet op uw huid komt. Volg de veiligheidsinstructies van de leverancier van het materiaal op.
- Draag altijd een stofmasker/ademhalingsap- paraat dat geschikt is voor het materiaal en de toepassing waarmee u werkt.
- Plaats het gereedschap op een stabiele plek. Anders kan het gereedschap per ongeluk vallen en letsel veroorzaken.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.
⚠ WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betreffende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwijzing kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES
ALET OP: Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en de stekker ervan uit het stopcontact is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap te controleren of af te stellen.
Het uitstekende deel van het kantenfreesbit afstellen
Om het uitstekende deel van het bit af te stellen, opent u de vergrendelhendel en beweegt u de voet naar wens omhoog of omlaag door de stelschroef te draaien. Sluit na het afstellen de vergrendelhendel stevig om de voet vast te zetten.
▶ Fig.1: 1. Voet van het gereedschap
2. Schaalverdeling 3. Uitstekend deel van het bit 4. Vergrendelhendel 5. Stelschroef 6. Zeskantmoer
OPMERKING: Als het gereedschap niet vergrendeld is, ondanks dat de vergrendelhendel is gesloten, draait u de zeskantmoer vast en sluit u daarna de vergrendelhendel.
In- en uitschakelen
ALET OP: Zorg er voor dat het gereedschap is uitgeschakeld, voordat u de stekker in het stop-contact steekt.
Om het gereedschap te starten, drukt u op de zijde I van de schakelaar. Om het gereedschap te stoppen, drukt u op de zijde O van de schakelaar.
▶ Fig.2: 1. Schakelaar
Elektronische functies
Het gereedschap is uitgerust met elektronische functies voor een eenvoudige bediening.
Indicatorlampje
▶ Fig.3: 1. Indicatorlampje
Het indicatorlampje brandt groen wanneer de stekker van het gereedschap in het stopcontact zit. Als het indicatorlampje niet brandt, kan het netsnoer of de regelaar stuk zijn. Als het indicatorlampje brandt, maar het gereedschap niet start ondanks dat het gereedschap ingeschakeld is, kunnen de koolborstels versleten zijn, of kan de regelaar, de motor of de aan-uitschakelaar kapot zijn.
Beveiliging tegen onbedoeld inschakelen
Het gereedschap kan niet worden ingeschakeld terwijl op de zijde I van de schakelaar wordt gedrukt, ondanks dat de stekker van het gereedschap in het stopcontact is gestoken.
Op dat moment knippert het indicatorlampje rood en geeft aan dat de beveiligingsfunctie tegen onbedoeld herstarten in werking is getreden.
Om de beveiliging tegen onbedoeld inschakelen te annuleren, drukt u op de zijde O van de schakelaar.
Zachte-startfunctie
De functie zachte-start minimaliseert de startschok en laat het gereedschap geleidelijk opstarten.
Constant-toerentalregeling
Elektronische toerentalregeling voor het aanhouden van een constant toerental.
Maakt een gladde afwerking mogelijk omdat het toerental constant wordt gehouden, zelfs bij belasting.
Toerentalregelaar
⚠ WAARSCHUWING: Gebruik de toerentalregelaar niet tijdens bedrijf. Als gevolg van de reactiekracht zou de gebruiker het kantenfreesbit kunnen aanraken. Dit kan leiden tot persoonlijk letsel.
⚠ LET OP: Als het gereedschap gedurende een lange tijd continu op een laag toerental wordt gebruikt, wordt de motor overbelast, waardoor het gereedschap defect raakt.
LET OP: De toerentalregelaar kan slechts tot stand 6 worden gedraaid en teruggedraaid tot stand 1. Forceer de regelaar niet voorbij de 6 of de 1 omdat de toerentalregeling daardoor defect kan raken.
U kunt het toerental van het gereedschap veranderen door de toerentalregelaar te draaien en in te stellen op een cijfer van 1 tot en met 6.
▶ Fig.4: 1. Toerentalregelaar
Het toerental wordt hoger wanneer u de toerentalregelaar in de richting van het cijfer 6 draait. Het toerental wordt lager wanneer u de toerentalregelaar in de richting van het cijfer 1 draait.
Hiermee kan het ideale toerental worden geselecteerd voor een optimale verwerking van het materiaal, d.w.z. het toerental kan zo worden afgesteld dat het geschikt is voor het materiaal en de diameter van het bit.
Zie de onderstaande tabel voor de verhouding tussen de cijfers op de toerentalregelaar en het toerental van het gereedschap bij benadering.
| Cijfer min | -1 |
| 1 10.000 | |
| 2 12.000 | |
| 3 17.000 | |
| 4 22.000 | |
| 5 27.000 | |
| 6 34.000 |
MONTAGE
ALET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en dat zijn stekker uit het stopcontact is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren.
Een kantenfreesbit aanbrengen en verwijderen
ALET OP: Draai de spankopmoer niet vast zonder dat een kantenfreesbit is aangebracht omdat anders de spankegel zal breken.
ALET OP: Gebruik uitsluitend de sleutels die bij het gereedschap werden geleverd.
Het kantenfreesbit kan op twee manieren worden aan- gebracht. Kies één van de twee manieren.
Met twee sleutels
Steek het kantenfreesbit helemaal in de spankegel en draai de spankopmoer stevig vast met behulp van één sleutel terwijl u de nek vasthoudt met de andere sleutel.
▶ Fig.5: 1. Vastdraaien 2. Losdraaien 3. Nek
- Spankopmoer
Met één sleutel
Steek het kantenfreesbit helemaal in de spankegel en draai de spankopmoer stevig vast met behulp van de sleutel terwijl u de asblokkering ingedrukt houdt.
▶ Fig.6: 1. Vastdraaien 2. Losdraaien 3. Asblokkering 4. Spankopmoer
Om het kantenfreesbit te verwijderen, volgt u de procedure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde.
De spankegel vervangen
ALET OP: Gebruik de juiste maat spankegel voor het kantenfreesbit dat u wilt gebruiken.
▲LET OP: Draai de spankopmoer niet vast zonder dat een kantenfreesbit is aangebracht omdat anders de spankegel kan breken.
- Draai de spankopmoer los en verwijder deze.
- Vervang de aanwezige spankegel door de gewenste spankegel.
- Breng de spankopmoer weer aan.
▶ Fig.7: 1. Spankegel 2. Spankopmoer
BEDIENING
⚠ LET OP: Houd het gereedschap altijd met één hand stevig vast aan de behuizing. Raak het metalen deel niet aan.
Voor de voet
⚠ WAARSCHUWING: Alvorens het gereedschap met de voet te gebruiken, brengt u altijd eerst de stofafzuigaansluitmond aan op de voet.
▶ Fig.8: 1. Stofafzuigaansluitmond 2. Vingerschroef 3. Voet
- Plaats de voet op het werkstuk dat u wilt frezen, zonder dat het kantenfreesbit het werkstuk raakt.
- Schakel het gereedschap in en wacht totdat het kantenfreesbit op volle snelheid draait.
- Beweeg het gereedschap voorwaarts over het oppervlak van het werkstuk en houd daarbij de voet vlak op het oppervlak van het werkstuk terwijl u het gereedschap voorwaarts beweegt totdat het frezen klaar is.
▶ Fig.9
Bij het frezen van de rand van het werkstuk moet het oppervlak van het werkstuk zich aan de linkerkant van het kantenfreesbit bevinden, gezien in de voortgangsrichting.
▶ Fig.10: 1. Werkstuk 2. Draairichting van het bit 3. Aanzicht vanaf de bovenkant van het gereedschap 4. Voortgangsrichting
Als u de langsgeleider of de trimgeleider gebruikt, zorgt u ervoor dat u deze langs de rechterkant houdt, gezien in de voortgangsrichting. Hierdoor blijft deze gelijklopen met de zijkant van het werkstuk.
▶ Fig.11: 1. Voortgangsrichting 2. Draairichting van het bit 3. Werkstuk 4. Langsgeleider
OPMERKING: Als u het gereedschap te snel voorwaarts beweegt, kan de snede van slechte kwaliteit zijn, of het kantenfreesbit of de motor worden beschadigd. Als u het gereedschap te langzaam voorwaarts beweegt, kan hierdoor de snede verbranden en lelijk worden. De juiste voortgangssnelheid is afhankelijk van de bitgrootte, het soort werkstuk en de freesdiepte. Alvorens in het eigenlijke werkstuk te werken, is het raadzaam eerst een proefsnede te maken in een stuk afvalhout. Zodoende kunt u precies zien hoe de snede eruit komt te zien en kunt u tevens de afmetingen controleren.
⚠ LET OP: Aangezien door buitensporig frezen de motor overbelast kan worden of het gereedschap moeilijk te besturen kan zijn, mag bij het frezen van groeven de freesdiepte niet meer dan 3 mm per werkgang bedragen. Als u groeven van meer dan 3 mm diep wilt frezen, voert u meerdere werkgangen uit met een steeds lager ingesteld bit.
Voet (hars)
Optioneel accessoire
U kunt de voet (hars) ook gebruiken als een optioneel accessoire, zoals aangegeven in de afbeelding.
Plaats het gereedschap op de voet (hars) en draai de klemschroef vast bij het gewenste uitstekende deel van het kantenfreesbit.
Voor de bedieningsprocedure raadpleegt u de bediening van de voet.
Malgeleider
Optioneel accessoire
In de malgeleider zit een gat waar het kantenfreesbit doorheen steekt, waardoor het mogelijk wordt om de kantenfrees te gebruiken met malpatronen.
▶ Fig.13
- Draai de schroeven los en verwijder de voetbescherming.
▶ Fig.14: 1. Voetbescherming 2. Schroeven
-
Plaats de malgeleider op de voet van het gereedschap en breng de voetbescherming weer aan. Zet vervolgens de voetbescherming vast door de schroeven vast te draaien.
-
Bevestig de mal op het werkstuk. Plaats het gereedschap op de mal en beweeg het gereedschap terwijl de malgeleider langs de zijkant van de mal glijdt.
▶ Fig.15: 1. Kantenfreesbit 2. Voet van het gereedschap 3. Voetbescherming 4. Mal 5. Werkstuk 6. Malgeleider
OPMERKING: Het werkstuk wordt gefreesd op een iets andere grootte dan de mal. Zorg voor de afstand (X) tussen het kantenfreesbit en de buitenrand van de malgeleider. De afstand (X) kan worden berekend met behulp van de volgende vergelijking:
Afstand (X) = (buitendiameter van de malgeleider - diameter van het kantenfreesbit) / 2
Langsgeleider
Optioneel accessoire
De langsgeleider wordt gebruikt bij het rechtuit frezen van een schuine kant of groef.
▶ Fig.16
- Bevestig de geleideplaat aan de langsgeleider met behulp van de bout en de vleugelmoer.
▶ Fig.17: 1. Bout 2. Geleideplaat 3. Langsgeleider 4. Vleugelmoer
- Bevestig de langsgeleidereenheid met behulp van de klemschroef.
▶ Fig.18: 1. Klemschroef 2. Langsgeleider 3. Vleugelmoer 4. Voet van het gereedschap
-
Draai de vleugelmoer van de langsgeleidereenheid los en stel de afstand in tussen het kantenfreesbit en de langsgeleider. Draai op de gewenste afstand de vleugelmoer stevig vast.
-
Beweeg tijdens het frezen het gereedschap met de langsgeleider strak langs de zijkant van het werkstuk.
Als de afstand tussen de zijkant van het werkstuk en de freespositie te groot is voor de langsgeleider, of als de zijkant van het werkstuk niet recht is, kan de langsgeleider niet worden gebruikt. In dat geval klemt u een rechte lat op het werkstuk en gebruikt u deze als een geleider om de kantenfreesvoet langs te bewegen. Beweeg het gereedschap in de richting van de pijl.
▶ Fig.19
Cirkels frezen
U kunt cirkels frezen als u de langsgeleider en de geleideplaat samen gebruikt, zoals aangegeven in de afbeeldingen.
De minimale en maximale straal van de te frezen cirkel (de afstand tussen het midden van de cirkel en het midden van het kantenfreesbit) zijn als volgt:
Min.: 70 mm
Max.: 221 mm
Cirkels frezen met een straal tussen 70 mm en 121 mm
▶ Fig.20: 1. Vleugelmoer 2. Geleideplaat 3. Langsgeleider 4. Middengat 5. Bout
Cirkels frezen met een straal tussen 121 mm en 221 mm
▶ Fig.21: 1. Vleugelmoer 2. Geleideplaat 3. Langsgeleider 4. Middengat 5. Bout
OPMERKING: Cirkels met een straal tussen 172 mm en 186 mm kunnen niet worden gefreesd met behulp van deze geleider.
- Lijn het middengat in de langsgeleider uit met het midden van de te frezen cirkel.
▶ Fig.22: 1. Spijker 2. Middengat 3. Langsgeleider - Sla een spijker met een diameter van minder dan 6 mm in het middengat om de langsgeleider te bevestigen.
- Beschrijf met het gereedschap rechtsom een cirkel rond de spijker.
Trimgeleider
Optioneel accessoire
Trimmen, gebogen lijnen frezen in fineerhout voor meubels en dergelijke kunnen gemakkelijk worden gedaan met de trimgeleider. Het geleiderwiel rolt langs de gebogen freeslijn en zorgt zo voor een gave snede.
▶ Fig.23
- Breng de trimgeleider en geleiderhouder aan op de voet met behulp van de klemschroef (A).
- Draai de klemschroef (B) los en stel de afstand in tussen het kantenfreesbit en de trimgeleider door de stelschroef los te draaien (1 mm per omwenteling). Op de gewenste afstand, draai de klemschroef (B) vast om de trimgeleider op zijn plaats vast te zetten.
▶ Fig.24: 1. Stelschroef 2. Geleiderhouder
-
Trimgeleider
-
Beweeg tijdens het frezen het gereedschap zodanig dat het geleiderwiel langs de zijkant van het werkstuk rolt.
▶ Fig.25: 1. Werkstuk 2. Kantenfreesbit 3. Geleiderwiel
Verstelbare freesvoet
Optioneel accessoire
De verstelbare freesvoet wordt gebruikt voor het trimmen van de randen van laminaatplaten en soortgelijke materialen.
De verstelbare freesvoet is handig om schuine kanten te frezen.
- Plaats het gereedschap op de verstelbare freesvoet, draai de klemschroeven los en kantel het gereedschap naar de gewenste hoek.
- Sluit de vergrendelhendel bij het gewenste uitstekende deel van het kantenfreesbit en draai de klemschroeven vast bij de gewenste hoek.
- Klem een rechte lat stevig op het werkstuk en gebruik deze als een geleider om de voet van de verstelbare freesvoet langs te bewegen. Beweeg het gereedschap in de richting van de pijl.
▶ Fig.26: 1. Klemschroeven 2. Vergrendelhendel
De bescherming voor de verstelbare freesvoet gebruiken met de voet
Nadat de bescherming voor de verstelbare freesvoet (vierkant) is verwijderd van de verstelbare freesvoet, kan deze worden aangebracht op de voet. De vorm van de bescherming voor de voet kan worden veranderd van rond naar vierkant.
- Verwijder de bescherming voor de verstelbare freesvoet vanaf de verstelbare freesvoet door de vier schroeven los te draaien en te verwijderen.
- Breng de bescherming voor de verstelbare freesvoet aan op de voet.
▶ Fig.27: 1. Bescherming voor de verstelbare freesvoet 2. Schroef
Versprongen freesvoet
Optioneel accessoire
De versprongen freesvoet wordt gebruikt voor het trimmen van de randen van laminaatplaten en soortgelijke materialen.
De versprongen freesvoet is handig bij het werken in een krappe ruimte.
▶ Fig.28
Het gereedschap gebruiken met de versprongen freesvoet
- Alvorens het gereedschap aan te brengen op de versprongen freesvoet, verwijdert u de spankopmoer en spankegel door de spankopmoer eraf te draaien.
▶ Fig.29: 1. Aandrijfkop 2. Spankopmoer 3. Spankegel
- Breng de aandrijfkop aan op het gereedschap door de asblokkering in te drukken en de aandrijfkop stevig vast te zetten met behulp van een sleutel.
▶ Fig.30: 1. Sleutel 2. Aandrijfkop 3. Asblokkering
- Breng de spankegel aan en draai de spankopmoer op de versprongen freesvoet, zoals aangegeven in de afbeelding.
▶ Fig.31: 1. Spankopmoer 2. Spankegel
- Breng de versprongen freesvoet aan op het gereedschap.
▶ Fig.32
- Haak de riem met behulp van een schroeven-draaier over de aandrijfkop en controleer of de volledige breedte van de riem om de aandrijfkop ligt.
▶ Fig.33: 1. Aandrijfkop 2. Riem
- Sluit de vergrendelhendel.
▶ Fig.34: 1. Vergrendelhendel
- Breng het kantenfreesbit als volgt aan.
Leg het gereedschap met de versprongen freesvoet op zijn zijkant neer. Steek de inbussleutel in het gat in de versprongen freesvoet.
Houd de inbussleutel in de stand aangegeven in de afbeelding, steek het kantenfreesbit in de spankegel op de as van de versprongen freesvoet vanaf de tegen-overgestelde kant en draai de spankopmoer stevig vast met behulp van een sleutel.
▶ Fig.35: 1. Sleutel 2. Inbussleutel 3. Kantenfreesbit
- Om het kantenfreesbit te verwijderen, volgt u de procedure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde.
De voet gebruiken met de versprongen-freesvoetplaat en handgreep-hulpstuk
De versprongen freesvoet kan voor meer stabiliteit ook worden gebruikt met een voet en een handgreep-hulpstuk (optioneel accessoire).
▶ Fig.36
- Draai de schroeven los en verwijder het bovenste deel van de versprongen freesvoet. Leg het bovenste deel van de versprongen freesvoet aan de kant.
▶ Fig.37: 1. Schroeven 2. Versprongen-freesvoetplaat 3. Bovenste deel van de versprongen freesvoet
- Breng de versprongen-freesvoetplaat met vier schroeven en het handgreep-hulpstuk met twee schroeven aan op de versprongen freesvoetplaat. Draai de rechte handgreep (optioneel accessoire) op het handgreep-hulpstuk. Een andere gebruikswijze is om de knophandgreep te verwijderen vanaf de invalfreesvoet (optioneel accessoire) en aan te brengen op het handgreep-hulpstuk. Om de knophandgreep aan te brengen, plaatst u hem op het handgreep-hulpstuk en zet u hem vast met een schroef.
Met rechte handgreep
▶ Fig.38: 1. Rechte handgreep 2. Handgreephulpstuk 3. Versprongen-freesvoetplaat
Met knophandgreep
▶ Fig.39: 1. Schroef 2. Knophandgreep 3. Handgreep-hulpstuk
Het gereedschap gebruiken met de invalfreesvoet
Optioneel accessoire
ALET OP: Bij gebruik als een bovenfrees, houdt u het gereedschap stevig met beide handen vast.
- Om het gereedschap als een bovenfrees te gebruiken, brengt u het gereedschap aan op een invalfreesvoet (optioneel accessoire) door deze helemaal omlaag te duwen. Afhankelijk van uw werkzaamheden kunt u een knophandgreep of rechte handgreep (optioneel accessoire) gebruiken.
▶ Fig.40: 1. Invalfreesvoet 2. Rechte handgreep - Om de rechte handgreep (optioneel accessoire) te gebruiken, draait u de schroef los en verwijdert u de knophandgreep.
▶ Fig.41: 1. Schroef 2. Knophandgreep - Draai de rechte handgreep op de voet.
▶ Fig.42: 1. Rechte handgreep
De freesdiepte instellen bij gebruik van de invalfreesvoet (optioneel accessoire)
▲LET OP: Houd tijdens gebruik het gereedschap altijd stevig aan beide handgrepen vast.
▶ Fig.43: 1. Stelknop 2. Vergrendelhendel
3. Diepteanwijzer 4. Stelmoer van aanslagstang 5. Sneltoevoerknop
6. Aanslagstang 7. Aanslagblok
8. Zeskantstelbout
- Plaats het gereedschap op een vlakke ondergrond. Zet de vergrendelhendel los en beweeg het gereedschapshuis omlaag totdat het kantenfreesbit net de vlakke ondergrond raakt. Zet de vergrendelhendel vast om het gereedschapshuis te vergrendelen.
- Draai de stelmoer van de aanslagstang linksom. Breng de aanslagstang omlaag tot deze de zeskantstelbout raakt. Lijn de diepteaanwijzer uit met de "0" op de schaalverdeling. De freesdiepte wordt door de diepte-aanwijzer aangegeven op de schaalverdeling.
- Houd de sneltoevoerknop ingedrukt en beweeg de aanslagstang omhoog tot de gewenste freesdiepte is verkregen. Een uiterst nauwkeurige instelling is mogelijk door de stelknop te draaien (1 mm per omwenteling).
- Door de stelmoer van de aanslagstang rechtsom te draaien, kunt u de aanslagstang stevig vastzetten.
- Nu kan uw vooraf bepaalde freesdiepte worden verkregen door de vergrendelhendel los te zetten en daarna het gereedschapshuis omlaag te brengen totdat de aanslagstang de stelbout van het aanslagblok raakt.
-
Plaats de voet op het werkstuk dat u wilt frezen, zonder dat het kantenfreesbit het werkstuk raakt.
-
Schakel het gereedschap in en wacht totdat het kantenfreesbit op maximaal toerental draait.
- Breng het gereedschapshuis omlaag en beweeg het gereedschap voorwaarts over het oppervlak van het werkstuk. Houd daarbij de voet vlak op het oppervlak van het werkstuk en beweegt het gereedschap gelijkmatig totdat het frezen klaar is.
Bij het frezen van de rand van het werkstuk moet het oppervlak van het werkstuk zich aan de linkerkant van het kantenfreesbit bevinden, gezien in de voortgangsrichting.
▶ Fig.44: 1. Werkstuk 2. Draairichting van het bit 3. Aanzicht vanaf de bovenkant van het gereedschap 4. Voortgangsrichting
Als u de langsgeleider of de trimgeleider gebruikt, zorgt u ervoor dat u deze langs de rechterkant houdt, gezien in de voortgangsrichting. Hierdoor blijft deze gelijklopen met de zijkant van het werkstuk.
▶ Fig.45: 1. Voortgangsrichting 2. Draairichting van het bit 3. Werkstuk 4. Langsgeleider
OPMERKING: Als u het gereedschap te snel voorwaarts beweegt, kan de snede van slechte kwaliteit zijn, of het kantenfreesbit of de motor worden beschadigd. Als u het gereedschap te langzaam voorwaarts beweegt, kan hierdoor de snede verbranden en lelijk worden. De juiste voortgangssnelheid is afhankelijk van de bitgrootte, het soort werkstuk en de freesdiepte. Alvorens in het eigenlijke werkstuk te werken, is het raadzaam eerst een proefsnede te maken in een stuk afvalhout. Zodoende kunt u precies zien hoe de snede eruit komt te zien en kunt u tevens de afmetingen controleren.
Langsgeleider voor geleiderhouder
Optioneel accessoire
De langsgeleider wordt gebruikt bij het rechtuit frezen van een schuine kant of groef.
▶ Fig.46: 1. Bout 2. Geleiderhouder 3. Vleugelmoer (A) 4. Bout 5. Vleugelmoer (B)
6. Geleideplaat 7. Langsgeleider
8. Vleugelbouten
- Breng de langsgeleidereenheid aan op de geleiderhouder (optioneel accessoire) met behulp van de bout en vleugelmoer (A).
- Steek de geleiderhouder in de gaten van de invalfreesvoet en draai de vleugelbouten vast.
- Om de afstand tussen het kantenfreesbit en de langsgeleider in te stellen, draait u de vleugelmoer (B) los. Op de gewenste afstand, draai de vleugelmoer (B) vast om de langsgeleider op zijn plaats vast te zetten.
Langsgeleider
Optioneel accessoire
De langsgeleider wordt gebruikt bij het rechtuit frezen van een schuine kant of groef.
▶ Fig.47
- Steek de geleidestangen in de gaten van de invalfreesvoet.
▶ Fig.48: 1. Geleidestang 2. Vleugelmoer 3. Langsgeleider - Stel de afstand in tussen het kantenfreesbit en de langsgeleider. Op de gewenste afstand, draai de vleugelmoeren vast om de langsgeleider op zijn plaats vast te zetten.
- Beweeg tijdens het frezen het gereedschap met de langsgeleider strak langs de zijkant van het werkstuk.
Als de afstand tussen de zijkant van het werkstuk en de freespositie te groot is voor de langsgeleider, of als de zijkant van het werkstuk niet recht is, kan de langsgeleider niet worden gebruikt. In dat geval klemt u een rechte lat op het werkstuk en gebruikt u deze als een geleider om de bovenfreesvoet langs te bewegen. Beweeg het gereedschap in de richting van de pijl.
▶ Fig.49
Malgeleider
Optioneel accessoire
In de malgeleider zit een gat waar het kantenfreesbit doorheen steekt, waardoor het mogelijk wordt om de kantenfrees te gebruiken met malpatronen.
▶ Fig.50
- Draai de schroeven in de voet van het gereedschap los, steek de malgeleider erdoor, en draai tenslotte de schroeven weer aan.
▶ Fig.51: 1. Schroef 2. Voet 3. Malgeleider - Bevestig de mal op het werkstuk. Plaats het gereedschap op de mal en beweeg het gereedschap terwijl de malgeleider langs de zijkant van de mal glijdt.
▶ Fig.52: 1. Kantenfreesbit 2. Voet van het gereedschap 3. Voetbescherming 4. Mal 5. Werkstuk 6. Malgeleider
OPMERKING: Het werkstuk wordt gefreesd op een iets andere grootte dan de mal. Zorg voor de afstand (X) tussen het kantenfreesbit en de buitenrand van de malgeleider. De afstand (X) kan worden berekend met behulp van de volgende vergelijking:
Afstand (X) = (buitendiameter van de malgeleider - diameter van het kantenfreesbit) / 2
Stofafzuigaansluitmond
Gebruik de stofafzuigaansluitmond om stof af te zuigen.
Voor de voet
Monteer de stofafzuigaansluitmond op de voet van het gereedschap met behulp van de vingerschroef.
▶ Fig.53: 1. Stofafzuigaansluitmond 2. Vingerschroef 3. Voet
Voor de invalfreesvoet
Optioneel accessoire
- Breng de stofafzuigaansluitmond met behulp van de vingerschroef aan op de invalfreesvoet zodanig dat het uitsteeksel op de stofafzuigaansluitmond past in de inkeping in de invalfreesvoet.
▶ Fig.54: 1. Stofafzuigaansluitmond 2. Vingerschroef 3. Invalfreesvoet - Sluit een stofzuiger aan op de stofafzuigaansluitmond.
▶ Fig.55
ONDERHOUD
ALET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en zijn stekker uit het stopcontact is verwijderd alvorens te beginnen met inspectie of onderhoud.
KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was-benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt.
Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijd met gebruik van Makita-vervangingsonderdelen.
De koolborstels vervangen
▶ Fig.56: 1. Slijtgrensmarkering
Controleer regelmatig de koolborstels.
Vervang ze wanneer ze tot aan de slijtgrensmarkering versleten zijn. Houd de koolborstels schoon, zodat ze gemakkelijk in de houders glijden. Beide koolborstels dienen tegelijkertijd te worden vervangen. Gebruik uitsluitend identieke koolborstels.
- Gebruik een schroevendraaier om de koolborsteldoppen te verwijderen.
- Haal de versleten koolborstels eruit, schuif de nieuwe erin, en zet daarna de koolborsteldoppen weer goed vast.
▶ Fig.57: 1. Koolborsteldop
ALET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Bij gebruik van andere accessoires of hulpstukken bestaat het gevaar van persoonlijke letsel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel.
Wenst u meer bijzonderheden over deze accessoires, neem dan contact op met het plaatselijke Makita-servicecentrum.
- Vlakgroefbits en groefbits
- Randbits
- Laminaattrimbits
• Langsgeleider, compleet - Trimgeleider, compleet
• Voet, compleet (hars)
• Verstelbare freesvoet, compleet - Invalfreesvoet, compleet
- Versprongen freesvoet, compleet
- Malgeleider
- Spankegel
- Sleutel
• Stofafzuigaansluitmond - Geleiderail
• Geleiderailadapterset
• Langsgeleider met microafstelling - Zijhandgreep
• Handgreep-hulpstuk
OPMERKING: Sommige items op de lijst kunnen zijn inbegrepen in de doos van het gereedschap als standaard toebehoren. Deze kunnen van land tot land verschillen.
Kantenfreesbits
Vlakgroefbit
▶ Fig.58
| D A L1 L2 | |||
| 6 20 50 15 | |||
| 1/4" | |||
| 8 8 60 25 | |||
| 6 50 18 | |||
| 1/4" | |||
| 6 6 50 18 | |||
| 1/4" |
Eenheid: mm
U-groefbit
▶ Fig.59
| D A L1 | L2 R | |||
| 6 6 60 | 28 3 | |||
| 1/4" |
Eenheid: mm
V-groefbit
▶ Fig.60
| D A L1 | L2 θ | |||
| 1/4" 20 | 50 | 15 | 90° |
Eenheid: mm
Afkanttrimbit met boorpunt
▶ Fig.61
| D A L1 | L2 L3 | |||
| 8 8 60 | 20 | 35 | ||
| 6 6 60 | 18 | 28 | ||
| 1/4" |
Eenheid: mm
Dubbele afkanttrimbit met boorpunt
▶ Fig.62
| D | A | L1 | L2 | L3 | L4 |
| 8 | 8 | 80 | 95 | 20 | 25 |
| 6 | 6 | 70 | 40 | 12 | 14 |
| 1/4" |
Eenheid: mm
Papegaaienbekbit
▶ Fig.63
| D | A1 | A2 | L1 | L2 | L3 | R |
| 6 | 25 | 9 | 48 | 13 | 5 | 8 |
| 1/4" | ||||||
| 6 | 20 | 8 | 45 | 10 | 4 | 4 |
| 1/4" |
Eenheid: mm
Afschuinbit
▶ Fig.64
| D | A | L1 | L2 | L3 | θ |
| 6 | 23 | 46 | 11 | 6 | 30^ |
| 6 | 20 | 50 | 13 | 5 | 45^ |
| 6 | 20 | 49 | 14 | 2 | 60^ |
Eenheid: mm
Kwartholprofielbit
▶ Fig.65
| D A L1 | L2 R | |||
| 6 20 43 | 8 4 | |||
| 6 25 48 | 13 8 |
Eenheid: mm
Ojiefbit met kogellager
▶ Fig.71
| D | A1 | A2 | L1 | L2 | L3 | R1 | R2 |
| 6 | 20 | 8 | 40 | 10 | 4,5 | 2,5 | 4,5 |
| 6 | 26 | 8 | 42 | 12 | 4,5 | 3 | 6 |
Eenheid: mm
Afkanttrimbit met kogellager
▶ Fig.66
| D A L1 L2 | |||
| 6 10 50 20 | |||
| 1/4" |
Eenheid: mm
Papegaaienbekbit met kogellager
▶ Fig.67
| D | A1 | A2 | L1 | L2 | L3 | R |
| 6 | 15 | 8 | 37 | 7 | 3,5 | 3 |
| 6 | 21 | 8 | 40 | 10 | 3,5 | 6 |
| 1/4" | 21 | 8 | 40 | 10 | 3,5 | 6 |
Eenheid: mm
Afschuinbit met kogellager
▶ Fig.68
| D | A1 | A2 | L1 | L2 | θ |
| 6 | 26 | 8 | 42 | 12 | 45° |
| 1/4" | |||||
| 6 | 20 | 8 | 41 | 11 | 60° |
Eenheid: mm
Kwartrondbit met kogellager
▶ Fig.69
| D | A1 | A2 | A3 | L1 | L2 | L3 | R |
| 6 | 20 | 12 | 8 | 40 | 10 | 5,5 | 4 |
| 6 | 26 | 12 | 8 | 42 | 12 | 4,5 | 7 |
Eenheid: mm
Kwartholprofielbit met kogellager
▶ Fig.70
| D | A1 | A2 | A3 | A4 | L1 | L2 | L3 | R |
| 6 | 20 | 18 | 12 | 8 | 40 | 10 | 5,5 | 3 |
| 6 | 26 | 22 | 12 | 8 | 42 | 12 | 5 | 5 |
Eenheid: mm
ESPECIFICACIONES