PARKSIDE PSGS 120 A1 - Lasapparaat

PSGS 120 A1 - Lasapparaat PARKSIDE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis PSGS 120 A1 PARKSIDE in PDF-formaat.

📄 194 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice PARKSIDE PSGS 120 A1 - page 93
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : PARKSIDE

Model : PSGS 120 A1

Categorie : Lasapparaat

Download de handleiding voor uw Lasapparaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PSGS 120 A1 - PARKSIDE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PSGS 120 A1 van het merk PARKSIDE.

GEBRUIKSAANWIJZING PSGS 120 A1 PARKSIDE

332971_1907_Kompaktschweissgeraet_PSGS_120_A1_Einleger_LB8.indd 5332971_1907_Kompaktschweissgeraet_PSGS_120_A1_Einleger_LB8.indd 5 25.03.20 16:2025.03.20 16:20Aanwijzing Herziening van de hoofdstukken: z Hoofdstuk "Gevulde draadlassen" onder het punt "Gevulde draad plaatsen" De toorts

dient bij de montage en demontage met de wijzers van de klok mee te worden gedraaid en niet, zoals in de gebruikershandleiding is beschreven, tegen de wijzers van de klok in. z Hoofdstuk "Gevulde draadlassen" onder het punt "Gasfles monteren" en onder het punt "Aanpassing van het apparaat voor gevulde draadlassen met beschermgas" Voordat u de gasfles

verbindt, moet u ervoor zorgen dat de regelaar van de drukregelaar op de stand "OFF" is gezet. Draai hiervoor de regelaar van de drukregelaar met de wijzers van de klok mee en niet, zoals in de bedieningshandleiding is beschreven, tegen de wijzers van de klok in. Voor het verhogen van de gasstroom draait u de regelaar van de drukregelaar tegen de wijzers van de klok in de richting van de stand "ON" in en niet, zoals in de bedieningshandleiding is beschreven, met de wijzers van de klok mee. De standen "ON" en "OFF" worden op de regelaar van de drukregelaar correct getoond. NL BE 332971_1907_Kompaktschweissgeraet_PSGS_120_A1_Einleger_LB8.indd 6332971_1907_Kompaktschweissgeraet_PSGS_120_A1_Einleger_LB8.indd 6 25.03.20 16:2025.03.20 16:20Informacja Korekta rozdziałów: z Rozdział „Spawanie drutem rdzeniowym” wpunkcie „Stosowanie druta rdzeniowego” Dyszę palnika

Klap, voordat u begint te lezen, de pagina met afbeeldingen uit en maak u aansluitend vertrouwd met alle functies van dit apparaat.

Geschikt voor lassen bij verhoogd elektrisch risico Lasvonken kunnen een explosie of brand veroorzaken. Eenfasige statische frequentieomvormer- transformator-gelijkrichter. Vlamboogstralen kunnen de ogen beschadigen en de huid verwonden.

lsoIatieklasse Elektromagnetische velden kunnen de werking van pacemakers verstoren.

Gestandaardiseerde bedrijfsspanning Let op, mogelijke gevaren!

1max Grootste opgegeven waarde van de netstroom

1eff Effectieve waarde van de grootste netstroom

Opgegeven waarde van de lasstroom Massaklem Metaal-inert- en actiefgas-lassen inclusief het gebruik van vuldraad Booglassen met de hand met beklede staafelektroden Wolfraam-inert gas-lassen85NL/BE Legenda van de gebruikte pictogrammen / Inleiding 4-IN-1- COMPACT LASAPPARAAT PSGS 120 A1 z Inleiding Hartelijk gefeliciteerd! U hebt gekozen voor een van onze hoogwaardige appa- raten. Leer het product voor de eerste ingebruikname kennen. Lees hiertoe aandachtig de volgende handleiding en de veiligheidsvoorschriften. De ingebruikname van dit gereedschap mag alleen door geïnstrueerde personen gebeuren.

BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN

HOUDEN! z Gebruik conform de voorschriften Het apparaat is voorzien voor lassen met gevulde draad, MMA-lassen (lassen met staafelektroden) en TIG-lassen (wolfraam-inert gas-lassen). Bij het gebruik van gevulde draden die geen beschermgas in vaste vorm bevatten, moet bovendien beschermgas worden gebruikt. Bij gebruik van de meege- leverde argon gasfles van 0,95l kan korte tijd (afhankelijk van de ingestelde gasstroom ca. 6 tot 10 minuten) ook zonder externe beschermgastoevoer met beschermgas worden gelast. Bij gebruik van een externe beschermgasbron zijn een aparte drukregelaar en adapter noodzakelijk (telkens niet meegeleverd). Bij gebruik van zelfbeschermende gevulde draad is geen aanvullend gas nodig. Het beschermgas is in dit geval in verpulverde vorm in de draad vervat, waardoor het direct in de vlamboog wordt geleid en het maakt het apparaat bij werkzaamheden buiten ongevoelig voor wind. Alleen draadelektroden die geschikt zijn voor het apparaat, mogen worden gebruikt. Dit lasapparaat is geschikt voor het booglassen met de hand van staal (MMA-lassen), roestvrij staal, plaatstaal, verzinkt metaal en gegoten materialen met behulp van de bijbehorende beklede elektroden. Neem hiervoor de gegevens van de elektro- denfabrikant en van de fabrikant van de MMA-toortshouder in acht. Alleen elek- troden die geschikt zijn voor het appa- raat, mogen worden gebruikt. Neem bij wolfraam-inert gas-lassen (TIG-lassen) beslist de gebruiksaanwijzing en de veiligheidsinstructies van de gebruikte TIG-toorts in acht naast de aanwijzin- gen en veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing. Ondeskundige hantering van het product kan gevaarlijk zijn voor personen, dieren en goederen. Het lasscherm mag alleen met laslenzen zoals voorzetglazen, die als dusdanig gemarkeerd zijn, worden gebruikt en die in principe alleen worden gebruikt om te lassen. Het lasscherm is niet geschikt voor laserlassen! Gebruik het product alleen zoals beschreven en voor de ver- melde toepassingen. Bewaar deze hand- leiding goed. Overhandig bij overdracht Gecomprimeerd argon gas Gas onder druk Gelijkstroom

Waarde van de nullastspanning

Opgegeven waarde van de netspanning86 NL/BE van het product aan derden, ook alle documenten. Elk gebruik dat afwijkt van het gebruik conform de voorschriften, is verboden en mogelijk gevaarlijk. Schade door niet-inachtneming of verkeerd gebruik, wordt niet door de garantie gedekt en valt niet onder de aansprake- lijkheid van de fabrikant. Het apparaat is ontworpen voor huishoudelijk gebruik en mag niet commercieel of industrieel worden gebruikt. Bij commercieel gebruik vervalt de garantie. Bestanddeel van het beoogde gebruik is ook de inachtneming van de veiligheidsaanwij- zingen en van de montagehandleiding en van de gebruiksaanwijzingen in de handleiding. De geldende ongevallenpreventievoor- schriften moeten uiterst nauwgezet worden gerespecteerd. Het apparaat mag niet worden gebruikt: in ruimtes die niet voldoende geventileerd zijn; in een explosiegevaarlijke omgeving; om buizen te ontdooien; in de buurt van mensen met een pacemaker; en in de buurt van licht ontvlambare materialen. Restrisico Ook wanneer u het apparaat volgens de voorschriften gebruikt, blijven er altijd restrisico's bestaan. De volgende geva- ren kunnen zich voordoen met betrek- king tot de constructie en uitvoering van dit 4-in-1-compacte lasapparaat: oogletsels door verblinding; aanraken van hete onderdelen van het apparaat of van het werkstuk (brandwonden); bij ondeskundige beveiliging tegen ongevallen en brandgevaar door vliegende vonken of slakdeeltjes; schadelijke emissies van roken en gassen, bij gebrek aan lucht resp. onvoldoende afzuiging in gesloten ruimtes. Verminder het restrisico door het apparaat zorgvuldig en volgens de voorschriften te gebruiken en alle aanwijzingen op te volgen. z Leveringsomvang 1 4-in-1-compact lasapparaat 120 A1 2 Lasmondstukken voor staaldraad (1x 0,8 mm; 1x 0,6 mm) 1 Slakkenhamer met staalborstel 1 Lasschild 1 Gebruiksaanwijzing 1 Massaklem met kabel 1 MIG-toorts met laskabel

Lasspoel voor gevulde draad 450 g voor lassen met beschermgas 1 Gasfles argon 0,95 l

Drukregelaar z Beschrijving van de onderdelen

Afdekking draadaanvoereenheid

Draairegelaar voor draadaanvoer

Draairegelaar voor instelling van de lasstroom

Massakabel met massaklem

Keuzeschakelaar voor lasmodus

Hoofdschakelaar AAN/UIT (incl. stroomcontrolelampje)

Gevulde draad-lasspoel (staal) Ø 0,8 mm/450 g

Slakkenhamer met staalborstel

Snelaansluiting drukregelaar

Houderschroef drukregelaar

Houder gevulde draad

Ontgrendelingsknop z Technische gegevens Ingangsvermogen: 4,1 kW Netaansluiting: 230 V~ 50 Hz Gewicht: 7,8 kg Beveiliging: 16 A Lassen met gevulde draad: Lasstroom: I

= 60 V Grootste opgegeven waarde van de netstroom:

17,8 A Effectieve waarde van de opgegeven stroom:

= 60 V Grootste opgegeven waarde van de netstroom:

17,8 A Effectieve waarde van de opgegeven stroom:

= 60 V Grootste opgegeven waarde van de netstroom:

17,8 A Effectieve waarde van de opgegeven stroom:

6,9 A Karakteristiek Dalende Technische en optische wijzigingen kunnen in het kader van de verdere88 NL/BE ontwikkeling zonder aankondiging wor- den uitgevoerd. Alle maten, verwijzin- gen en gegevens van deze handleiding zijn dan ook zonder garantie. Juridische claims die op basis van de handleiding worden ingediend, kunnen daarom niet worden opgeëist. Veiligheidsaanwijzingen Lees de handleiding zorgvuldig door en neem de beschreven aanwijzingen in acht. Maak u met behulp van de handleiding vertrouwd met het apparaat, het correcte gebruik ervan en de veiligheidsaanwijzingen. Op het typeplaatje staan alle technische gegevens van dit lasapparaat. Neem kennis van de technische specificaties van dit apparaat.

WAARSCHUWING Houd de verpakkingsmaterialen uit de buurt van kleine kinderen. Er bestaat verstikkingsgevaar! Dit apparaat kan door kinde- ren vanaf 16 jaar alsmede door personen met vermin- derde fysieke, sensorische of mentale vaardigheden of een gebrek aan ervaring en kennis worden gebruikt, als zij onder toezicht staan of geïnstrueerd werden met betrekking tot het veilige gebruik van het appa- raat en ze de hieruit voort- vloeiende gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud mogen niet door kinderen worden uitgevoerd zonder dat er toezicht op hen wordt gehouden. Laat reparaties en/of onder- houdswerkzaamheden alleen door gekwalificeerde elektri- ciens uitvoeren. Gebruik alleen de meegele- verde laskabels. Het apparaat mag tijdens het gebruik niet direct tegen de wand staan, niet worden afge- dekt of tussen andere apparaten geklemd, zodat altijd voldoende lucht door de luchtsleuven kan worden opgenomen. Controleer of het apparaat juist op de netspanning is aangesloten. Vermijd trekspanning van de netwerkkabels. Trek de stroom- stekker uit het stopcontact, voordat u het apparaat op een andere plaats opstelt. Wanneer het apparaat niet wordt gebruikt, schakelt u het altijd uit met de AAN-/ UIT-schakelaar. Leg de elektro- denhouder op een geïsoleerde ondergrond en neem de elektroden pas na 15 minuten afkoeling uit de houder. Inleiding / Veiligheidsaanwijzingen89NL/BE Let op de staat van de laska- bels, de elektrodenhouder en de massaklemmen. Slijtage aan de isolering en aan de stroom- voerende delen kan gevaarlijk zijn en de kwaliteit van de las- werkzaamheden verminderen. Booglassen produceert vonken, gesmolten metalen deeltjes en rook. Let daarom op: Verwijder alle brandbare substanties en/of materialen uit de werkplek en uit de onmiddellijke omgeving. Zorg voor ventilatie van de werkplek. Las niet op containers, vaten of buizen die brandbare vloeistof- fen of gassen bevatten of bevat hebben. WAARSCHUWING Vermijd elk direct contact met het elektri- sche lascircuit. De nullastspan- ning tussen elektrodetang en massaklem kan gevaarlijk zijn, er bestaat het gevaar van een elektrische schok. Berg het apparaat niet op in een vochtige of natte omge- ving of in de regen. Hier geldt de beschermingsklasse IP21S. Bescherm de ogen met de daarvoor bedoelde beschermende glazen (DIN graad9-10), die u op het mee- geleverde lasscherm bevestigt. Draag handschoenen en droge beschermende kleding, die vrij is van olie en vet, om de huid te beschermen tegen de ultraviolette stralen van de vlamboog. WAARSCHUWING Gebruik de lasstroombron niet om leidin- gen te ontdooien. Let op: De straling van de vlamboog kan de ogen beschadigen en verbranding van de huid veroorzaken. Booglassen produceert vonken en druppels gesmolten metaal, het gelaste werkstuk begint te gloeien en blijft relatief lang zeer heet. Raak het werkstuk daarom niet met blote handen aan. Bij booglassen komen dampen vrij die schadelijk zijn voor de gezondheid. Zorg ervoor dat u deze indien mogelijk niet inademt. Bescherm uzelf tegen de gevaarlijke gevolgen van booglassen en houd personen die niet bij het werk betrokken Veiligheidsaanwijzingen90 NL/BE zijn, op een afstand van min- stens 2 m van de vlamboog verwijderd. LET OP! Tijdens het gebruik van het lasapparaat kan het, afhanke- lijk van de netspanning aan het aansluitpunt, tot storingen in de stroomvoorziening voor andere verbruikers komen. Neem in geval van twijfel contact op met uw energieleve- rancier. Tijdens het gebruik van het lasapparaat kan het tot functiestoringen van andere apparaten komen, bijv. hoor- apparaten, pacemakers, enz. z Gevarenbronnen bij booglassen Bij booglassen zijn er een reeks gevarenbronnen. Daarom is het voor de lasser bijzonder belang- rijk om de volgende regels in acht te nemen, om zichzelf en anderen niet in gevaar te bren- gen en schadelijke gevolgen voor mens en apparaat te vermijden. Laat de werkzaamheden aan de netspanning, bijv. aan kabels, stekkers, contactdozen enz., alleen door een elektri- cien uitvoeren volgens natio- nale en lokale voorschriften. Koppel bij ongevallen het lasapparaat onmiddellijk los van de stroomvoorziening. Wanneer elektrische contact- spanningen optreden, schakel het apparaat dan onmiddellijk uit en laat het nakijken door een elektricien. Let aan de lasstroomzijde altijd op goede elektrische contacten. Draag tijdens het lassen altijd aan beide handen iso- lerende handschoenen. Die beschermen tegen elektrische schokken (nullastspanning van het elektrische lascircuit), tegen schadelijke stralingen (warmte- en UV-stralen) en tegen gloei- end metaal en spetters. Draag stevige, isolerende schoenen. De schoenen moeten ook isoleren als het nat is. Halve schoenen zijn niet geschikt, omdat vallende, gloeiende metalen druppels brandwonden kunnen veroor- zaken. Draag geschikte bescher- mende kledij, geen syntheti- sche kledingstukken. Kijk niet met onbeschermde ogen in de vlamboog, gebruik Veiligheidsaanwijzingen91NL/BE alleen een lassers-lasscherm met goedgekeurd bescherm- glas volgens DIN. De vlam- boog geeft behalve licht- en warmtestralen, die verblinding resp. verbranding veroorza- ken, ook UV-stralen af. Deze onzichtbare ultraviolette stralen veroorzaken bij onvoldoende bescherming zeer pijnlijke bindvliesontsteking die pas enkele uren later wordt opge- merkt. Daarnaast veroorzaken UV-stralen op onbeschermde lichaamsdelen verbrandingen zoals bij zonnebrand. Ook personen of assistenten die zich in de buurt van de vlam- boog bevinden, moeten op de gevaren worden gewezen en met de nodige beschermende middelen zijn uitgerust. Stel, indien nodig, schermen op. Tijdens lassen, vooral in kleine ruimtes, dient voor voldoende toevoer van frisse lucht te wor- den gezorgd, omdat rook en schadelijke gassen ontstaan. Aan containers waarin gassen, brandstoffen, minerale oliën of dergelijke worden opgeslagen, mogen – ook wanneer ze reeds lang geleden werden leeggemaakt – geen laswerk- zaamheden worden uitge- voerd, omdat door restanten explosiegevaar bestaat. In brand- en explosiegevaar- lijke ruimtes gelden speciale voorschriften. Lasverbindingen die aan grote belastingen worden blootgesteld en aan bepaalde veiligheidseisen moeten voldoen, mogen alleen door speciaal daartoe opgeleide en beproefde lassers worden uitgevoerd. Voorbeelden zijn drukketels, geleiderails, aan- hangwagenkoppelingen enz. LET OP! Sluit de massaklem altijd zo dicht als mogelijk bij de lasnaad aan, zodat de lasstroom de kortst mogelijke weg van de elektrode naar de massaklem kan nemen. Ver- bind de massaklem nooit met de behuizing van het lasappa- raat! Sluit de massaklem nooit aan op geaarde delen, die ver van het werkstuk verwijderd liggen, bijv. een waterleiding in een andere hoek van de ruimte. Anders zou het kun- nen dat het aardingssysteem van de ruimte waarin u last, beschadigd wordt. Gebruik het lasapparaat niet in de regen. Veiligheidsaanwijzingen92 NL/BE Plaats het lasapparaat alleen op een vlakke plek. De uitgang is bij een omge- vingstemperatuur van 20°C bemeten. De lastijd mag bij hogere temperaturen worden verminderd. Gevaar door elektrische schok: Elektrische schok van een lase- lektrode kan dodelijk zijn. Las niet bij regen of sneeuw. Draag droge isoleerhandschoenen. Neem de elektrode niet met blote handen vast. Draag geen natte of beschadigde handschoenen. Bescherm uzelf tegen elektrische schok door isoleringen tegen het werkstuk. Open de behuizing van de inrichting niet. Gevaar door lasrook: Het inademen van lasrook kan schadelijk zijn voor de gezond- heid. Houd het hoofd niet in de rook. Gebruik inrichtingen in open gebieden. Gebruik ontluch- ting om de rook te verwijderen. Gevaar door lasvonken: Lasvonken kunnen een explosie of brand veroorzaken. Houd brandbare stoffen uit de buurt van lassen. Las niet naast brand- bare stoffen. Lasvonken kunnen brand veroorzaken. Houd een brandblusser in de buurt klaar en iemand die toekijkt en de blusser onmiddellijk kan gebruiken. Las niet op vaten of andere gesloten containers. Gevaar door vlam- boogstralen: Vlamboogstralen kunnen de ogen beschadigen en de huid verwonden. Draag hoofdbedek- king en veiligheidsbril. Draag gehoorbescherming en hoog gesloten hemdkraag. Draag beschermende lashelm en per- fecte filtersterkte. Draag volledige lichaamsbescherming. Gevaar door elektro- magnetische velden: Lasstroom produceert elektro- magnetische velden. Gebruik deze niet samen met medische implantaten. Wikkel de laskabels nooit rond het lichaam. Breng laskabels samen. z Specifieke veiligheids- aanwijzingen

Controleer met behulp van een lichte lichtbron (bijv. aansteker) Veiligheidsaanwijzingen93NL/BE altijd voor aanvang van de laswerkzaamheden of het lasscherm correct werkt. Door lasspetters kan het beschermglas beschadigd geraken. Vervang beschadigd of gekrast beschermglas onmiddellijk. Vervang beschadigde of sterk vervuilde resp. gekraste com- ponenten onmiddellijk. Het apparaat mag alleen door personen worden gebruikt, die 16 jaar of ouder zijn. Maak u vertrouwd met de veiligheidsvoorschriften voor lassen. Neem hierbij ook de veiligheidsaanwijzingen van uw lasapparaat in acht. Zet het lasscherm altijd op wanneer u last. Indien u het niet gebruikt, kunt u ernstige netvliesletsels oplopen. Draag altijd beschermende kledij tijdens het lassen. Gebruik het lasscherm niet zonder beschermglas, omdat anders de optische eenheid kan worden beschadigd. Er bestaat gevaar op oogletsel! Vervang het beschermglas tijdig voor een goed zicht en onvermoeibaar werken. z Omgeving met verhoogd gevaar voor een elektrische schok Bij lassen in omgevingen met een verhoogd gevaar voor een elek- trische schok dienen de volgende veiligheidsinstructies in acht te worden genomen. Omgevingen met verhoogd gevaar voor een elektrische schok treft u bijvoorbeeld aan: op werkplekken waar de bewegingsruimte is beperkt, zodat de lasser in een gefor- ceerde houding (bijv. knielend, zittend, liggend) werkt en elektrisch geleidende delen aanraakt; op werkplekken die geheel of gedeeltelijk elektrisch gelei- dend zijn begrensd en waar een groot gevaar bestaat door te vermijden of toevallig aanra- ken door de lasser; op natte, vochtige of warme werkplekken, waar de lucht- vochtigheid of transpiratie de weerstand van de menselijke huid en de isolerende eigen- schappen van de bescher- mende uitrusting aanzienlijk verlaagt. Veiligheidsaanwijzingen94 NL/BE Ook een metalen ladder of een steiger kunnen een omgeving met verhoogd gevaar voor een elek- trische schok scheppen. In een dergelijke omgeving dienen een isolerende onder- grond en tussenlagen te worden gebruikt, verder dienen kaphand- schoenen en hoofdbedekkingen van leer of van andere isolerende stoffen te worden gedragen om het lichaam van aarde te isoleren. De lasstroombron moet zich buiten het werkgebied resp. elektrisch geleidende vlakken en buiten het bereik van de lasser bevinden. Aanvullend bescher- ming tegen een schok door netspanning bij een storing kan door het gebruik van een aard- lekschakelaar zijn voorzien, die bij een lekstroom van niet meer dan 30 mA wordt gebruikt en alle inrichtingen voor het netspan- ningsbedrijf in de buurt voedt. De aardlekschakelaar moet voor alle stroomtypen zijn geschikt. Middelen voor het snel elektrisch ontkoppelen van de lasstroom- bron of het lasstroomcircuit (bijv. noodstopinrichting) moeten gemakkelijk zijn te bereiken. Bij gebruik van lasapparaten onder elektrisch gevaarlijke omstandigheden mag de uit- gangsspanning van het lasap- paraat dat stationair draait, niet hoger zijn dan 113 V (piek- waarde). Dit lasapparaat mag op basis van de uitgangsspanning in deze gevallen worden gebruikt. z Lassen in nauwe ruimten Bij het lassen in nauwe ruimten kan een gevaar voor toxische gassen (verstikkingsgevaar) ontstaan. In nauwe ruimten mag alleen worden gelast, wanneer er geïnstrueerde personen in de onmiddellijke nabijheid aanwe- zig zijn, die in geval van nood kunnen ingrijpen. Hier dient voor aanvang van het lasproces een analyse door een deskundige te worden uitgevoerd om te bepa- len welke stappen noodzakelijk zijn om de veiligheid van het werk te waarborgen en welke voorzorgsmaatregelen dienen te worden genomen gedurende het eigenlijke lasproces. Veiligheidsaanwijzingen95NL/BE z Optellen van nullastspanningen Wanneer meer dan één lasstroom- bron tegelijkertijd in werking is, kunnen de nullastspanningen ervan optellen en tot een ver- hoogd elektrisch risico leiden. Las- stroombronnen moeten zo worden aangesloten, dat dit risico wordt geminimaliseerd. De individuele lasstroombronnen met hun aparte besturingen en aansluitingen moe- ten duidelijk worden gemarkeerd, zodat herkenbaar is wat bij welk lasstroomcircuit hoort. z Beschermende kledij Tijdens de werkzaamheden moet de lasser over heel zijn lichaam beschermd zijn tegen straling en verbranding door de juiste kledij en gezichtsbe- scherming. Volgende stappen dienen in acht te worden genomen: – Trek de beschermende kledij aan voor de laswerkzaamhe- den. – Trek handschoenen aan. – Open vensters, om de lucht- aanvoer te garanderen. – Draag een veiligheidsbril. Aan beide handen moeten kaphandschoenen van geschikt materiaal (leer) wor- den gedragen. Zij dienen in perfecte staat te zijn. Om de kledij te beschermen tegen vonken en verbranding, dienen geschikte schorten te worden gedragen. Wanneer de aard van de werkzaam- heden, bijv. lassen boven het hoofd, dat eist, moet een beschermend pak worden gedragen en, indien nodig, een hoofdbescherming. Bij het inschroeven van de gasfles dienen handschoenen te worden gedragen om uw handen te beschermen. z Bescherming tegenstralen en verbrandingen Op de werkplek met een affiche "Voorzichtig! Niet in de vlammen staan!" op het gevaar voor de ogen wijzen. De werkplekken dienen moge- lijk zo te worden afgeschermd dat personen in de buurt beschermd zijn. Onbevoegden moeten uit te buurt van las- werkzaamheden blijven. Veiligheidsaanwijzingen96 NL/BE In de onmiddellijke omgeving van vaste werkplekken mogen de wanden noch licht van kleur zijn, noch glanzend. Vensters moeten minstens tot op hoofdhoogte worden beveiligd tegen doorlaten of weerkaatsing van stralen, bijv. door geschikte verf. z EMC-apparaat- classificatie Conform de norm IEC 60974-10 gaat het hier om een lasappa- raat met de elektromagnetische compatibiliteit van klasse A. Daardoor voldoet het aan de bij- behorende eisen in de industrie en in de woning. In woonwijken mag hij worden aangesloten op het openbare laagspanningsnet. Ook wanneer het 4-in-1-compacte lasapparaat voldoet aan de emissiegrenswaarden volgens de norm, kunnen booglasapparaten toch tot elektromagnetische sto- ringen in gevoelige installaties en apparaten leiden. De gebruiker is verantwoordelijk voor storingen die bij het lassen door de vlamboog ontstaan en de gebruiker moet gepaste bescher- mingsmaatregelen nemen. Hierbij dient de gebruiker vooral te letten op: – net-, bedienings-, signaal- en telecommunicatiekabels; – computer en andere micropro- cessorgestuurde apparaten; – televisie-, radio- en andere weergaveapparatuur; – elektronische en elektrische veiligheidsvoorzieningen; – personen met pacemakers of hoorapparaten; – meet- en kalibreerinrichtingen; – immuniteit tegen storingen van andere inrichtingen in de buurt; – het tijdstip waarop de laswerk- zaamheden worden uitgevoerd. Om mogelijke storende stralingen te verminderen, wordt aanbevolen: – de netaansluiting van een netfilter te voorzien; – het 4-in-1-compacte lasappa- raat regelmatig te onderhouden en op een goed onderhoudsni- veau te houden; – laskabels moeten volledig worden afgewikkeld en, indien mogelijk, parallel over de grond lopen; – apparaten en installaties die gevaar lopen door storende straling, moeten, indien moge- lijk, uit het lasgebied worden verwijderd of worden afge- schermd. Veiligheidsaanwijzingen97NL/BE z Voor de ingebruikname Neem alle onderdelen uit de verpakking en controleer of het 4-in-1-compacte lasapparaat of de afzonderlijke onderdelen beschadigd zijn. Als dit zo is, gebruik dan het 4-in-1-compacte lasapparaat niet. Neem contact op met de fabrikant via het vermelde serviceadres. Verwijder alle beschermende folies en overige transportverpakkingen. Controleer of de levering compleet is. z Montage z Lasschild monteren Plaats het donkere lasglas

met het opschrift omhoog in het schild

(zie afbeelding C). Druk hiervoor evt. licht van de voorzijde tegen het glas, totdat dit vastklikt. Het opschrift van het donkere lasglas

moet nu vanaf de voorzijde van het bescher- mingsschild zichtbaar zijn. Schuif de handgreep

van bin- nenaf in de passende uitsparing van het schild, tot deze vastklikt (zie afbeelding C). z Lassen met gevulde draad WAARSCHUWING Om het gevaar van een elektrische schok, een letsel of een beschadiging te vermijden, trekt u voor elk onderhoud of werkvoorbereidende activiteit de stroomstekker uit het stop- contact. Let op: naargelang de toepassing wor- den verschillende lasdraden gebruikt. Met dit apparaat kunnen lasdraden met een diameter van 0,6 tot 0,8 mm worden gebruikt. Aanvoerrol, lasmondstuk en draaddia- meter moeten altijd bij elkaar passen. Het apparaat is geschikt voor draadrol- len tot maximaal 1000 g. z Gasfles monteren Aanwijzing: Bij het inschroeven van de gasfles

dienen handschoenen te worden gedragen om uw handen te beschermen. Verwijder eerst de kunststof bescherm- kap van de argon gasfles van 0,95 liter

door te draaien en te trekken met de wijzers van de klok mee. Plaats de gasfles met het naar de drukregelaar

uitgelijnde aansluitschroefdraad in de houder die daarvoor in het apparaat is voorzien, zie afbeelding E. Let erop dat de bevestigingsbanden

omsluiten. Trek deze echter niet te strak. Controleer of aan de drukregelaar

de stand "Off" is ingesteld. Draai hiervoor de regelaar van de drukrege- laar tegen de wijzers van de klok in. Leid nu het aansluitschroefdraad van de gasfles

naar de inlaat van de drukregelaar

. Verbind vervolgens de beschermgas-aanvoerleiding

met de snelsluiting van de drukregelaar

. Schuif hiervoor de bescherm- gas-aanvoerleiding

in de snelsluiting van de drukregelaar

totdat deze vastklikt. Draai de gasfles

, zoals op afbeelding E wordt getoond, om deze op de drukregelaar

aan te sluiten. Bij het fixeren van de drukregelaar

stroomt kortstondig gas naar buiten. De gasstroom stopt, wanneer de verbinding volgens de voorschriften tot stand is gebracht. Om een vaste verbinding te realiseren, maakt u, indien nodig, de houderschroef

los. Schroef nu de drukregelaar

tegenhoudt tot beide stevig en gasdicht Voor de ingebruikname / Montage / Lassen met gevulde draad98 NL/BE met elkaar zijn verbonden. Pak hierbij de houder van de drukregelaar

vast en niet de drukregelaar

zelf om beschadigingen te voorkomen. Draai de drukregelaar

(die nu zijn verbonden) tot de drukregelaar

weer in de verticale positie staat en draai de houderschroef

van de druk- regelaar

door de bevestigingsbanden

uit het appa- raat, wanneer de laswerkzaamheden zijn afgerond. z Aanpassing van het apparaat voor lassen met gevulde draad met beschermgas De correcte aansluitingen voor het lassen met gevulde draad met gebruik van beschermgas worden in afbeelding U getoond.

Verbind vervolgens de stekker

met de met "+" gemarkeerde aansluiting (zie afbeelding U) en draai deze met de wijzers van de klok mee om te fixeren. Raadpleeg een vakman, wanneer u twijfelt. Verbind dan de massakabel

met de dienovereenkomstig met "-" gemarkeerde aansluiting (zie afbeel- ding U) en draai de aansluiting met de wijzers van de klok mee om deze te fixeren.

De gasstroom kan nu worden ingesteld via de drukregelaar

(zie afbeelding V). Door de regelaar van de drukregelaar met de wijzers van de klok mee te draaien, wordt de gasstroom verhoogd. Wanneer u beschermgas uit een externe bron (bijv. 20 l-gasfles) wilt gebruiken, dan is een aparte drukregelaar nodig (niet meegeleverd). Verbind de externe beschermgasbron met de beschermgas-aanvoerleiding

van het lasapparaat. Hiervoor is evt. een adapter nodig (niet meegeleverd). Neem ook de aanwijzingen over uw aparte drukregelaar in acht. Als richtwaarde voor de in te stellen gasstroom kan de volgende formule worden toegepast: Gevulde draaddiameter in mm x 10 = gasstroom in l/min Voor een draad van 0,8 mm resulteert dat bijvoorbeeld in een waarde van ca.8 l/min. Lassen met gevulde draad99NL/BE z Aanpassing van het apparaat voor lassen met gevulde draad zonder beschermgas Wanneer u de gevulde draad met geïn- tegreerd beschermgas gebruikt, hoeft er geen extern beschermgas worden aangevoerd. Verbind eerst de stekker

met de met "-" gemarkeerde aansluiting en draai deze met de wijzers van de klok mee om te fixeren. Raadpleeg een vakman, wanneer u twijfelt. Verbind dan de massakabel

met de dienovereenkomstig met "+" gemarkeerde aansluiting en draai deze met de wijzers van de klok mee om te fixeren. z Vuldraad aanbrengen Ontgrendel en open de afdekking voor de draadaanvoereenheid

door de ontgrendelknoppen

omhoog te drukken (zie afbeeldingT). Ontgrendel de roleenheid door de rolhouder

met de wijzers van de klok mee te draaien (zie afbeel- dingG). Trek de rolhouder

van de as af (zie afbeelding G). Aanwijzing: let erop dat het uiteinde van de draad niet loskomt waardoor de rol op eigen kracht afrolt. Het uiteinde van de draad mag pas tijdens de montage worden losgemaakt. Pak de vuldraad-lasspoel

volledig uit, zodat deze ongehinderd kan worden afgerold. Maak het uiteinde van de draad echter nog niet los. Plaats de draadrol op de as. Let erop dat de rol op de zijde van de draaddoorvoer

wordt afgewikkeld (zie afbeeldingen H, N). Plaats de rolhouder er

weer op en vergrendel deze door aan te drukken en tegen de wijzers van de klok in te draaien (zie afbeelding H). Draai de stelschroef

los en zwenk deze naar voren (zie afbeelding I). Draai de drukroleenheid

naar de zijkant weg (zie afbeelding J). Maak de aanvoerrolhouder los

door tegen de wijzers van de klok in te draaien en trek deze er naar voren af (zie afbeelding K). Controleer op de bovenzijde van de aanvoerrol

, of de juiste draad- dikte is aangegeven. Indien nodig moet de aanvoerrol worden omge- draaid of vervangen. De meegele- verde lasdraad (Ø 0,8mm) moet in de aanvoerrol

met de aange- geven draaddikte van Ø 0,8mm worden gebruikt. De draad moet zich in de voorste groef bevinden! Plaats de aanvoerrolhouder

terug op en schroef deze met de wijzers van de klok mee vast. Let op de correct uitlijning van de aanvoer- rolhouder (zie afbeeldingen I, J). Verwijder het toortsmondstuk

door tegen de wijzers van de klok in te trekken en te draaien (zie afbeel- dingL). Schroef het lasmondstuk

eruit (zie afbeelding L). Leid de toorts

zo recht mogelijk van het lasapparaat weg (leg deze op de grond). Neem het uiteinde van de draad uit de spoelrand (zie afbeelding M). Kort het uiteinde van de draad in met een draadschaar of een zijknip- tang om het beschadigde gebogen uiteinde van de draad te verwijderen (zie afbeelding M). Aanwijzing: de draad moet heel de tijd gespannen worden gehouden, Lassen met gevulde draad100 NL/BE om te vermijden dat hij loskomt en afrolt! Het is aan te raden om de werkzaamheden altijd met een andere persoon uit te voeren. Schuif de gevulde draad door de draaddoorvoer

(zie afbeel- dingN). Leid de draad langs de aanvoerrol

en schuif deze daarna in de gevulde draadhouder

(zie afbeelding O). Zwenk de drukroleenheid

de richting van de aanvoerrol

(zie afbeelding P). Haak de stelschroef

erin (zie afbeelding P). Stel de contradruk in met de stel- schroef

. De lasdraad moet vast tussen drukrol en aanvoerrol

in de voorste groef zitten zonder bekneld te raken (zie afbeelding P). Schakel het lasapparaat met de hoofdschakelaar

in (zie afbeel- ding A). Duw de toortsknop in

Nu schuift het draadaanvoersysteem de lasdraad door het slangenpakket en de toorts

Zodra de lasdraad 1 – 2 cm uit de toortshals

opnieuw loslaten (zie afbeelding Q). Schakel het lasapparaat weer uit. Schroef het lasmondstuk

bij de diameter van de gebruikte las- draad past (zie afbeelding R). Bij de meegeleverde lasdraad (Ø0,8mm) moet het lasmondstuk

met de markering 0,8 mm worden gebruikt. Schuif het toortsmondstuk

met een gelijktijdige draaibeweging tegen de wijzers van de klok in weer op de toortshals

(zie afbeelding S). WAARSCHUWING Om het gevaar van een elektrische schok, een letsel of een beschadiging te vermijden, trekt u voor elk onderhoud of werkvoorbereidende activiteit de stroomstekker uit het stop- contact. z Inbedrijfstelling z Apparaat in- en uitschakelen Schakel het lasapparaat met de hoofd- schakelaar

in en uit. Wanneer u het lasapparaat langere tijd niet gebruikt, trekt u de stroomstekker uit het stopcon- tact. Alleen dan is het apparaat volledig zonder stroom. z Lassen met gevulde draad kiezen Stel eerst de modus "MIG/MAG" in door de keuzeschakelaar voor de lasmodus

te bedienen. z Lasstroom instellen Met de draairegelaar voor instelling van de lasstroom

op de voorzijde van het lasapparaat kunnen de gewenste lasstromen worden ingesteld. De nodige lasstroom is afhankelijk van de gebruikte lasdraaddiameter, van de materiaaldikte en van de gewenste branddiepte. z Draadaanvoer instellen Om een constante vlamboog te produ- ceren, kan met de draairegelaar voor de draadaanvoer

een nauwkeurige instelling voor de draadaanvoer tot stand worden gebracht. Aanbevolen wordt om met een instelling in de mid- denpositie te beginnen en de snelheid eventueel te verlagen of te verhogen. Lassen met gevulde draad / Inbedrijfstelling101NL/BE De nodige lasstroom is afhankelijk van de gebruikte lasdraaddiameter, van de materiaaldikte en van de gewenste branddiepte. Ook moeten de te over- bruggen afstanden van de te lassen werkstukken in acht worden genomen. Richtwaarden voor de draadaanvoer en lasstroom, voor gangbare gevulde draden, treft u aan in de tabel aan de binnenzijde van de afdekking van de draadaanvoereenheid

z Lassen Overbelastingsbeveiliging Het lasapparaat is beveiligd tegen ther- mische overbelasting door een automa- tische veiligheidsinrichting (thermostaat met automatische herinschakeling). De veiligheidsinrichting onderbreekt het stroomcircuit bij overbelasting en het gele controlelampje Overbelastingsbe- veiliging

brandt. Bij activering van de veiligheidsin- richting laat u het apparaat afkoelen. Na ca. 15 minuten is het apparaat weer gereed voor bedrijf. Lasschild WAARSCHUWING

RISICO VOOR DE GEZONDHEID! Wanneer u het lasschild niet gebruikt, kan de vlamboog UV-straling en hitte verspreiden die schadelijk zijn voor de gezondheid en uw ogen verwonden. Gebruik het lasschild altijd wanneer u last. WAARSCHUWING

VERBRANDINGSGEVAAR! Gelaste werkstukken zijn zeer heet, waardoor u zich eraan kunt verbran- den. Gebruik altijd een tang om gelaste, hete werkstukken te verplaatsen. Nadat u het lasapparaat elektrisch hebt aangesloten, gaat u als volgt tewerk: Verbind de massakabel met de mas- saklem

met het te lassen werkstuk. Let erop dat er een goed elektrisch contact is. Op de te lassen plaats moeten roest en verf van het werkstuk worden verwijderd. Kies de gewenste lasstroom en de draadaanvoer afhankelijk van de lasdraaddiameter, materiaaldikte en gewenste branddiepte, zoals eerder werd beschreven. Leid het toortsmondstuk

naar de plaats van het werkstuk waar moet worden gelast en houd het lasschild

voor uw gezicht. Druk de toortsknop in

om een vlamboog te verkrijgen. Wanneer de vlamboog brandt, voert het apparaat draad in het smeltbad. De optimale instelling van lasstroom en draadaanvoersnelheid bepaalt u met behulp van testen op een proefstuk. Een goed ingestelde vlam- boog heeft een zachte, gelijkmatige zoemtoon. Bij een scherp of hard geknetter, verlaagt u de draadaanvoersnelheid of schakelt u naar een hoger presta- tieniveau (lasstroom verhogen). Wanneer de lasspleet groot genoeg is, wordt de toorts

langzaam langs de gewenste zijde geleid. De afstand tussen het gasmondstuk en werkstuk moet zo kort mogelijk zijn (in geen geval groter dan 10 mm). Pendel eventueel lichtjes om het smeltbad een beetje te vergroten. Voor degenen met minder ervaring bestaat de eerste moeilijkheid uit het vormen van een passende vlamboog. Daarvoor moeten de lasstroom en de draadaanvoersnel- heid juist worden ingesteld. Inbedrijfstelling102 NL/BE De branddiepte (komt overeen met de diepte van de lasnaad in het materiaal) moet zo diep mogelijk zijn, het smeltbad mag echter niet door het werkstuk doorvallen. Als de draadaanvoersnelheid te hoog en/of de lasstroom te laag is, kan de lasdraad niet correct smelten. Daardoor duikt de lasdraad steeds opnieuw in het smeltbad tot tegen het werkstuk. De slak mag pas na het afkoelen van de naad worden verwijderd. Om een lashandeling aan een onderbroken naad verder te zetten: Verwijder eerst de slak op het bevestigingspunt. In de naadvoeg wordt de vlamboog ontstoken, naar de aansluitplaats geleid, daar juist gesmolten en aansluitend wordt de lasnaad verder geleid. VOORZICHTIG! Let erop dat de toorts na het lassen altijd op een geïsoleerde plaats moet worden weggelegd. Schakel het lasapparaat na voltooi- ing van de laswerkzaamheden en bij pauze altijd uit en trek de stroomstek- ker

altijd uit het stopcontact. z Lasnaad maken Steeknaad of duwend lassen De toorts wordt naar voren geschoven. Resultaat: de branddiepte is kleiner, naadbreedte groter, bovenrups van de naad (zichtbaar oppervlak van de lasnaad) vlakker en de bindfouttole- rantie (fout in de materiaalversmelting) groter. Sleepnaad of trekkend lassen De toorts wordt van de lasnaad weg- getrokken (afbeelding W). Resultaat: branddiepte groter, naadbreedte kleiner, bovenrups van naad hoger en de bindfouttolerantie kleiner.

Lasverbindingen Er zijn twee basisverbindingen in de lastechniek: stompnaad- (buitenhoek) en hoeknaadverbinding (binnenhoek en overlapping). Stompnaadverbindingen Bij stompnaadverbindingen tot een dikte van 2mm worden de lasranden volledig tegen elkaar aangebracht. Voor grotere diktes dient volgens de volgende tabel (afbeelding X) te worden gehandeld:

S = 1–3 mm 3–4 mm 4–6 mmd = vlak 0,5–1,5 mm 1,5–2,5 mm 2–3 mmd = loodlijn1–1,5 mm 1,5–2,5 mm 2–3 mmd = voorkant1–2 mm 2–3 mm 3–4 mm Inbedrijfstelling103NL/BE Vlakke stompnaadverbindingen Lassen moeten zonder onderbreking en met voldoende indringdiepte worden uitgevoerd, daarom is een goede voorbereiding uitermate belangrijk. De factoren die de kwaliteit van het lasresultaat beïnvloeden, zijn: de stroom- sterkte, de afstand tussen de lasranden, de helling van de toorts en de juiste diameter van de lasdraad. Hoe steiler de toorts tegenover het werkstuk wordt gehouden, hoe hoger de indringdiepte is en omgekeerd. Om vervormingen die tijdens de materiaalbehandeling kunnen optreden, te voorkomen of te beperken, is het goed om de werkstukken met een voorziening vast te zetten. Het dient te worden vermeden om de gelaste structuur te verstijven, zodat breuken in de las worden vermeden. Deze moeilijkheden kunnen worden beperkt, wanneer de mogelijkheid bestaat om het werkstuk zo te draaien dat de las in twee tegenovergestelde doorvoeren kan worden geleid. Lasverbindingen aan de buitenhoek Dit type voorbereiding is zeer eenvou- dig (afbeeldingen Y, Z).

Bij dikkere materialen is dit echter niet meer geschikt. In dit geval is het beter om een verbinding zoals hieronder voor te bereiden, waarbij de rand van een plaat wordt afgeschuind (afbeel- dingAB).

Hoeklasverbindingen Een hoeklas ontstaat wanneer de werkstukken loodrecht ten opzichte van elkaar staan. De lasnaad moet de vorm hebben van een gelijkzijdige driehoek en een kleine keelhoogte hebben (afbeeldingen AC, AD). Lasverbindingen in de binnenhoek De voorbereiding van deze lasver- binding is zeer eenvoudig en wordt gebruikt voor diktes tot 5 mm. De maat "d" moet tot het minimum worden beperkt en moet in elk geval kleiner zijn dan 2 mm zijn (afbeelding AC). Inbedrijfstelling104 NL/BE

Bij dikkere materialen is dit echter niet meer geschikt. In dit geval is het beter om een verbinding zoals in afbeelding AB voor te bereiden, waarbij de rand van een plaat wordt afgeschuind.

Overlappende lasverbindingen De meest gebruikelijke voorbereiding is die met rechte lasranden. De las kan door een normale hoeklasnaad worden losgemaakt. De beide werkstukken moeten zo dicht als mogelijk tegen elkaar worden aangebracht, zoals in afbeelding AE wordt getoond.

z MMA-lassen Volg de gegevens bij uw MMA-elektro- denhouder voor MMA-lassen. Neem bovendien de veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht. De MMA-modus kan door het bedienen van de keuzeschakelaar Lasmodus

worden geselecteerd (onderste stand). z WIG/TIG-lassen Volg de gegevens bij uw WIG-toorts voor WIG-/TIG-lassen. De WIG-modus kan door het bedienen van de keuzes- chakelaar Lasmodus

worden geselec- teerd (middelste stand "TIG"). Neem bovendien de veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht. z Onderhoud en reiniging Aanwijzing: Het lasapparaat moet om perfect te functioneren en voor de nale- ving van de veiligheidseisen regelmatig worden onderhouden en gereviseerd. Ondeskundig en foutief gebruik kunnen tot uitvallen en schade aan het apparaat leiden. Laat de reparaties alleen uitvoeren door gekwalificeerde elektra-vaklieden. Schakel de hoofdvoedingsbron en de hoofdschakelaar van het apparaat uit, voordat u onderhoudswerkzaam- heden aan het lasapparaat uitvoert. Maak het lasapparaat en het toebe- horen regelmatig schoon met behulp van lucht, poetsdoek of een borstel. Bij defecte apparaatonderdelen of indien onderdelen moeten worden vervangen, richt u zich tot het betreffende vakpersoneel. ... / MMA-lassen / WIG/TIG-lassen / Onderhoud en reiniging105NL/BE z Milieu- en verwijderingsinformatie Recycling van grond- stoffen in plaats van afvalverwijdering! Apparaat, accessoires en verpakking dienen op een milieuvriendelijke manier te worden gerecycled. Voer het lasapparaat niet af via het huisvuil, gooi het niet in vuur of in water. Wanneer mogelijk, dienen appa- raten die niet meer goed functioneren, te worden gerecycled. Vraag uw lokale leverancier om hulp. Neem hiervoor 2012/19/EU in acht. z EU-conformiteits- verklaring Wij, C. M. C. GmbH Documentverantwoordelijke: Dr. Christian Weyler Katharina-Loth-Str. 15 DE-66386 St. Ingbert DUITSLAND verklaren alleen verantwoordelijk te zijn voor het feit dat het product 4-in-1-compact lasapparaat Artikelnummer: 2253 Productiejaar: 2020/17 IAN: 332971_1907 Model: PSGS 120 A1 voldoet aan de belangrijke beveili- gingsvereisten die in de Europese Richtlijnen EU-laagspanningsrichtlijn 2014/35/EU EU-richtlijn Elektromagnetische compatibiliteit 2014/30/EU RoHS-richtlijn 2011 / 65 / EU + 2015/863/EU en in de wijzigingen hiervan zijn vastgelegd. De fabrikant is alleen verantwoordelijk voor het opstellen van de conformiteits- verklaring. Het bovengenoemde object van de Verklaring voldoet aan de voorschriften van de Richtlijn 2011/65/EU van het Europese Parlement en van de Raad d.d. 8. juni 2011 ter beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparaten. Voor de conformiteitsbeoordeling werd gebruik gemaakt van de volgende geharmoniseerde normen: EN 60974-1:2018/A1:2019 EN 60974-10:2014/A1:2015 St. Ingbert, 17-1-2020

i. o. Dr. Christian Weyler

- Kwaliteitswaarborg - Milieu- en verwijderingsinformatie / EU-conformiteits verklaring106 NL/BE z Aanwijzingen over garantie en afhandelen van de service Garantie van Creative Marketing & Consulting GmbH Geachte klant, U ontvangt 3 jaar garantie op dit appa- raat vanaf de aankoopdatum. In geval van schade aan dit product kunt u een rechtmatig beroep doen op de verkoper van het product. Deze wettelijke rechten worden door onze hierna vermelde garantie niet beperkt. z Garantievoorwaarden De garantietermijn gaat in op de aankoopdatum. Bewaar het originele kassabon zorgvuldig. Dit document geldt als aankoopbewijs. Wanneer binnen 3 jaar na aankoopdatum van dit product een materiaal- of productiefout optreedt, dan zullen wij het product – naar ons oordeel – gratis repareren of vervangen. Deze garantie vereist dat het defecte apparaat binnen 3 jaar vanaf uw aankoop (kassabon) wordt ingediend en er schriftelijk kort wordt beschreven wat het gebrek is en wanneer het is opgetreden. Wanneer het defect onder onze garan- tie valt, ontvangt u het gerepareerde product of een nieuw product terug. Door de reparatie of de vervanging van het product begint geen nieuwe garantietermijn. z Garantieperiode en wettelijke garantieclaims De garantieperiode wordt door de waarborg niet verlengd. Dit geldt ook voor vervangen en gerepareerde onderdelen. Schade en defecten die eventueel al bij de aankoop aanwezig zijn, moeten onmiddellijk na het uit- pakken worden gemeld. Reparaties na afloop van de garantieperiode dienen te worden betaald. z Omvang van de garantie Het apparaat wordt volgens strenge kwaliteitsrichtlijnen zorgvuldig geprodu- ceerd en voor levering grondig getest. De garantie geldt voor materiaal- of productiefouten. De garantie is niet van toepassing op productonderdelen, die onderhevig zijn aan normale slijtage en hierdoor als aan slijtage onderhevige onderdelen gelden, of op breekbare onderdelen, zoals bijv. schakelaars, accu‘s of dergelijke onderdelen, die gemaakt zijn van glas. Deze garantie wordt ongeldig, wanneer het product werd beschadigd, niet correct werd gebruikt of werd onderhouden. Voor een deskundig gebruik van het product dienen alleen de in de originele gebruiksaanwijzing genoemde aanwijzingen strikt in acht te worden genomen. Vermijd absoluut toepassingsdoelen en handelingen die in de originele gebruiksaanwijzing worden afgeraden of waartegen wordt gewaarschuwd. Het product is uitsluitend bestemd voor privégebruik en niet voor commerciële doeleinden. Bij verkeerd gebruik en ondeskundige behandeling, bij gebruik van geweld en bij reparaties die niet door een door ons geautoriseerd servicefiliaal zijn uitgevoerd, vervalt de garantie. z Afwikkeling in geval van garantie Om een snelle afhandeling van uw reclamatie te waarborgen, dient u de volgende aanwijzingen in acht te nemen: Aanwijzingen over garantie en afhandelen van de service107NL/BE Houd a.u.b. bij alle vragen de kassa- bon en het artikelnummer (bijv. IAN) als bewijs voor aankoop binnen handbe- reik. Het artikelnummer vindt u op het typeplaatje, een gravure, het titelblad van uw gebruiksaanwijzing (beneden links) of de sticker op de achter- of onderzijde. Wanneer er storingen in de werking of andere gebreken optre- den, dient u eerst telefonisch of per e-mail contact met de hierna genoemde serviceafdeling op te nemen. Een als defect geregistreerd product kunt u dan samen met uw aankoopbe- wijs (kassabon) en de vermelding over wat het gebrek is en wanneer het is opgetreden, voor u franco verzenden aan het u meegedeelde serviceadres. Aanwijzing: Op www.lidl-service.com kunt u deze en nog vele andere gebruiksaanwijzingen, pro- ductvideotypen en software downloaden. Met deze QR-code komt u direct op de Lidl-Service-pagina (www.lidl-service.com) terecht en kunt u uw gebruiksaanwijzing openen door het artikelnummer (IAN) 332971_1907 in te voeren. z Service Zo kunt u ons bereiken: NL, BE Naam: ITSw bv Internetadres: www.cmc-creative.de E-mail: itsw@planet.nl Telefoon: 0031 (0) 900-8724357 Kantoor: Duitsland IAN 332971_1907 Let erop dat het volgende adres geen serviceadres is. Neem eerst contact op met het hier- boven vermelde servicepunt. C. M. C. GmbH Katharina-Loth-Str. 15 DE-66386 St. Ingbert DUITSLAND Aanwijzingen over garantie en afhandelen van de service108 NL/BE109PL Objaśnienie użytych piktogramów ................................................... Strona 110 Wprowadzenie ............................................................................................ Strona 111 Użytkowanie zgodne zprzeznaczeniem ................................................................Strona 111 Zakres dostawy ................................................................................................... Strona 112 Opis elementów .................................................................................................. Strona 113 Dane techniczne .................................................................................................. Strona 113 Wskazówki dotyczące bezpieczeństwa ..........................................Strona 114 Źródła zagrożenia podczas spawania łukiem elektrycznym...................................... Strona 117 Maska spawalnicza– szczegółowe wskazówki dotyczące bezpieczeństwa ...............Strona 120 Środowisko ozwiększonym zagrożeniu elektrycznym .............................................. Strona 120 Spawanie w ciasnych pomieszczeniach ................................................................. Strona 121 Sumowanie napięć biegu jałowego ....................................................................... Strona 122 Odzież ochronna ................................................................................................Strona 122 Ochrona przeciw promieniowaniu i oparzeniom ..................................................... Strona 123 Klasyfikacja urządzenia wg EMC ..........................................................................Strona 123 Przed uruchomieniem ...............................................................................Strona 124 Montaż ............................................................................................................. Strona 124 Montaż osłony spawalniczej ................................................................................. Strona 124 Spawanie drutem rdzeniowym ........................................................... Strona 124 Montaż butli gazowej .......................................................................................... Strona 124 Ustawienie urządzenia do spawania drutem rdzeniowym z gazem ochronnym ...........Strona 125 Ustawienie urządzenia do spawania drutem rdzeniowym bez gazu ochronnego ........Strona 126 Zakładanie drutu rdzeniowego.............................................................................. Strona 126 Uruchamianie ............................................................................................... Strona 128 Włączanie i wyłączanie urządzenia......................................................................Strona 128 Wybieranie spawania zużyciem drutu rdzeniowego ...............................................Strona 128 Ustawianie prądu spawania .................................................................................Strona 128 Ustawianie podajnika drutu .................................................................................. Strona 128 Spawanie ........................................................................................................... Strona 128 Tworzenie spoiny spawalniczej ............................................................................. Strona 130 Spawanie MMA ........................................................................................... Strona 132 Spawanie metodą TIG/WIG .................................................................. Strona 132 Konserwacja i czyszczenie ..................................................................... Strona 132 Wskazówki dotyczące ochrony środowiska iutylizacji.......... Strona 132 Deklaracja zgodności UE ........................................................................ Strona 133 Wskazówki dotyczące gwarancji iserwisu .................................. Strona 133 Warunki gwarancji .............................................................................................. Strona 133 Okres gwarancji iustawowe roszczenia ztytułu braków .......................................... Strona 134 Zakres gwarancji ................................................................................................. Strona 134 Przebieg zgłoszenia gwarancyjnego ..................................................................... Strona 134 Serwis ................................................................................................................ Strona 135 Spis treści110