GA038G - Vermaler MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GA038G MAKITA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Vermaler in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GA038G - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GA038G van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING GA038G MAKITA
Haakse accuslijpmachine GEBRUIKSAANWIJZING 86
Totale lengte met BL4050F 535 mm Nettogewicht 4,4 - 7,9 kg 4,6 - 8,2 kg Nominale spanning Max. 36 V - 40 V gelijkspanning
- In verband met ononderbroken research en ontwikkeling, behouden wij ons het recht voor de bovenstaande technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
- De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
- Het gewicht kan verschillen afhankelijk van de hulpstukken, waaronder de accu. De lichtste en zwaarste com- binatie, overeenkomstig de EPTA-procedure 01/2014, worden getoond in de tabel. Toepasselijke accu’s en laders Accu BL4025 / BL4040 / BL4050F* / BL4080F*
- : Aanbevolen accu Lader DC40RA / DC40RB / DC40RC
- Sommige van de hierboven vermelde accu’s en laders zijn mogelijk niet leverbaar afhankelijk van waar u woont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand. Aanbevolen bekabelde voedingsbron Draagbare voedingseenheid PDC01 / PDC1200
- De hierboven vermelde bekabelde voedingsbron(nen) is/zijn mogelijk niet leverbaar afhankelijk van waar u woont.
- Alvorens de bekabelde voedingsbron te gebruiken, leest u de instructies en waarschuwingsopschriften erop. Symbolen Hieronder staan de symbolen die voor het gereedschap kunnen worden gebruikt. Zorg ervoor dat u de betekenis ervan kent voordat u het gereedschap gaat gebruiken. Lees de gebruiksaanwijzing. Draag een veiligheidsbril. Bedien altijd met twee handen. Gebruik de beschermkap niet bij doorslijpen.87 NEDERLANDS Ni-MH Li-ion Alleen voor EU-landen Als gevolg van de aanwezigheid van schadelijke componenten in het apparaat, kunnen oude elektrische en elektronische apparaten, accu‘s en batterijen negatieve gevolgen hebben voor het milieu en de gezondheid van mensen. Gooi elektrische en elektronische appara- ten en accu‘s niet met het huisvuil weg! In overeenstemming met de Europese richtlijn inzake oude elektrische en elektronische apparaten en inzake accu‘s en batterijen en oude accu‘s en batterijen, alsmede de toepas- sing daarvan binnen de nationale wetgeving, dienen oude elektrische apparaten, accu‘s en batterijen gescheiden te worden opgeslagen en te worden ingeleverd bij een apart inzame- lingspunt voor huishoudelijk afval dat de mili- eubeschermingsvoorschriften in acht neemt. Dit wordt op het apparaat aangegeven door het symbool van een doorgekruiste afvalcontainer. Gebruiksdoeleinden Het gereedschap is bedoeld voor het slijpen, schuren, draadborstelen, gaten slijpen en doorslijpen van metaal en steen zonder gebruik van water. Geluidsniveau De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens EN62841-2-3: Model Geluidsdrukniveau
): (dB (A)) Onzekerheid (K): (dB (A)) GA037G 91 99 3 GA038G 90 98 3 OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaarde(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de prak- tijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getroen ter bescherming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkomstandigheden (reke- ning houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). WAARSCHUWING: Het slijpen van dunne metaalplaten of andere trillende constructies met een groot opper- vlak, kan leiden tot een totale geluidsemissie die veel hoger is (tot 15 dB) dan de opgegeven geluidsemissiewaarden. Plaats zware, exibele geluiddempende matten of iets soortgelijks op dergelijke werkstukken om te voor- komen dat zij geluid maken. Houd rekening met de verhoogde geluidsemissie bij zowel de risicobeoordeling van blootstelling aan geluid als de keuze van afdoende gehoorbescherming. Trilling De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN62841-2-3: Gebruikstoepassing: slijpen van oppervlakken met normale zijhandgreep Model Trillingsemissie (a
) Onzekerheid (K): (m/s
GA037G 5,5 1,5 GA038G 7,0 1,5 Gebruikstoepassing: slijpen van oppervlakken met trillingsdempende zijhandgreep Model Trillingsemissie (a
) Onzekerheid (K): (m/s
Gebruikstoepassing: schuren met schijf met normale zijhandgreep Model Trillingsemissie (a
GA037G 3,0 1,5GA038G 2,5 m/s of lager 1,5 Gebruikstoepassing: schuren met schijf met trillingsdempende zijhandgreep Model Trillingsemissie (a
GA037G 2,5 1,5GA038G 2,5 m/s of lager 1,5 OPMERKING: De totale trillingswaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaarde(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de prak- tijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getroen ter bescherming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkomstandigheden (reke- ning houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). WAARSCHUWING: De opgegeven trillingsemissiewaarde geldt voor de voornaamste toepassingen van het elektrisch gereedschap. Als het elektrisch gereedschap echter voor andere toepassingen wordt gebruikt, kan de trillingsemissiewaarde daarvoor anders zijn. EG-verklaring van conformiteit Alleen voor Europese landen De EG-verklaring van conformiteit is bijgevoegd als Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing. VEILIGHEIDSWAAR- SCHUWINGEN Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING Lees alle veiligheidswaar- schuwingen, instructies, afbeeldingen en techni- sche gegevens die bij dit elektrisch gereedschap worden geleverd. Als niet alle onderstaande instructies worden opgevolgd, kan dat leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor- schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). Veiligheidswaarschuwingen voor een accuslijpmachine Gemeenschappelijke veiligheidswaarschu- wingen voor slijp-, schuur-, draadborstel- en doorslijpwerkzaamheden:
1. Dit elektrisch gereedschap is bedoeld voor
gebruik als slijp-, schuur-, draadborstel-, gat- slijp- of doorslijpgereedschap. Lees alle vei- ligheidswaarschuwingen, instructies, afbeel- dingen en technische gegevens die bij dit elektrisch gereedschap worden geleverd. Als u nalaat alle onderstaande instructies te volgen, kan dit leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel.
2. Werkzaamheden zoals polijsten mogen niet
worden uitgevoerd met dit elektrisch gereed- schap. Werkzaamheden waarvoor dit elektrisch gereedschap niet is bedoeld kunnen gevaarlijke situaties opleveren en tot persoonlijk letsel leiden.
3. Bouw dit elektrisch gereedschap niet om zodat
u het kunt gebruiken op een manier waar- voor het niet speciek is ontworpen en die niet wordt vermeld door de fabrikant van het gereedschap. Dergelijk ombouwen kan leiden tot verlies van controle over het gereedschap en ernstig persoonlijk letsel veroorzaken.
4. Gebruik geen accessoires die niet speciek
zijn ontworpen en vermeld door de fabri- kant van het gereedschap. Ook wanneer het accessoire kan worden aangebracht op uw elek- trisch gereedschap, is een veilige werking niet gegarandeerd.89 NEDERLANDS
5. Het nominale toerental van het accessoire
moet minstens gelijk zijn aan het maximumto- erental vermeld op het elektrisch gereedschap. Accessoires die met een hoger toerental draaien dan hun nominaal toerental kunnen stuk breken en in het rond vliegen.
6. De buitendiameter en de dikte van het acces-
soire moeten binnen het capaciteitsbereik van het elektrisch gereedschap vallen. Accessoires met verkeerde afmetingen kunnen niet afdoende worden afgeschermd of beheerst.
De afmetingen van het bevestigingspunt van het accessoire moet overeenkomen met de afmetin- gen van de bevestigingshardware van het elek- trisch gereedschap. Accessoires die niet over- eenkomen met de bevestigingshardware van het elektrisch gereedschap, zullen niet gebalanceerd draaien en buitensporig trillen, en kunnen leiden tot verlies van controle over het gereedschap.
Gebruik nooit een beschadigd accessoire. Inspecteer het accessoire vóór ieder gebruik, bijvoorbeeld een slijpschijf op ontbrekende schilfers en barsten; een rugschijf op barsten, scheuren of buitensporige slijtage; en een draadborstel op losse of gebroken draden. Nadat het elektrisch gereedschap of acces- soire is gevallen, inspecteert u het op schade of monteert u een onbeschadigd accessoire. Na inspectie en montage van een accessoire, zorgt u ervoor dat u en omstanders niet in het rotatievlak van het accessoire staan, en laat u het elektrisch gereedschap draaien op het maximale, onbelaste toerental gedurende één minuut. Beschadigde accessoires breken normaal gesproken in stukken gedurende deze testduur.
9. Gebruik persoonlijke-beschermingsmiddelen.
Afhankelijk van de toepassing gebruikt u een spatscherm, een beschermende bril of een veiligheidsbril. Al naar gelang de toepassing draagt u een stofmasker, gehoorbeschermers, handschoenen en een werkschort die in staat zijn kleine stukjes slijpsel of werkstukfragmen- ten te weerstaan. De oogbescherming moet in staat zijn rondvliegend afval te stoppen dat ont- staat bij de diverse toepassingen. Het stofmasker of ademhalingsapparaat moet in staat zijn deeltjes te lteren die ontstaat bij de betreende toepas- sing. Langdurige blootstelling aan hard lawaai kan uw gehoor aantasten.
10. Houd omstanders op veilige afstand van het
werkgebied. Iedereen die zich binnen het werk- gebied begeeft, moet persoonlijke-bescher- mingsmiddelen gebruiken. Fragmenten van het werkstuk of van een uiteengevallen accessoire kunnen rondvliegen en letsel veroorzaken buiten de onmiddellijk werkomgeving.
11. Houd het elektrisch gereedschap alleen vast
aan het geïsoleerde oppervlak van de hand- grepen wanneer u werkt op plaatsen waar het snijgarnituur met verborgen bedrading in aanraking kan komen. Door contact met onder spanning staande draden, zullen ook de niet-geïsoleerde metalen delen van het elektrisch gereedschap onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrische schok kan krijgen.
12. Leg het elektrisch gereedschap nooit neer
voordat het accessoire volledig tot stilstand is gekomen. Het ronddraaiende accessoire kan de ondergrond pakken zodat u de controle over het elektrisch gereedschap verliest.
13. Laat het elektrisch gereedschap niet draaien
terwijl u het naast u draagt. Als het ronddraai- ende accessoire u per ongeluk raakt, kan het verstrikt raken in uw kleding waardoor het acces- soire in uw lichaam wordt getrokken.
14. Maak de ventilatieopeningen van het elektrisch
gereedschap regelmatig schoon. De ventilator van de motor zal het stof de behuizing in trekken, en een grote opeenhoping van metaalslijpsel kan leiden tot elektrisch gevaarlijke situaties.
15. Gebruik het elektrisch gereedschap niet in de
buurt van brandbare materialen. Vonken kun- nen deze materialen doen ontvlammen.
16. Gebruik geen accessoires die met vloeistof
moeten worden gekoeld. Het gebruik van water of andere vloeibare koelmiddelen kan leiden tot elektrocutie of elektrische schokken. Terugslag en aanverwante waarschuwingen: Terugslag is een plotselinge reactie op een beknelde of vastgelopen draaiende schijf, rugschijf, borstel of enig ander accessoire. Beknellen of vastlopen veroorzaakt een snelle stilstand van het draaiende accessoire dat op zijn beurt ertoe leidt dat het elektrisch gereedschap zich ongecontroleerd beweegt in de tegenovergestelde richting van de draairichting van het accessoire op het moment van vastlopen. Bijvoorbeeld, als een slijpschijf bekneld raakt of vast- loopt in het werkstuk, kan de rand van de schijf die het beknellingspunt ingaat, zich invreten in het oppervlak van het materiaal waardoor de schijf eruit klimt of eruit slaat. De schijf kan daarbij naar de gebruiker toe of weg springen, afhankelijk van de draairichting van de schijf op het beknellingspunt. Slijpschijven kunnen in derge- lijke situaties ook breken. Terugslag is het gevolg van misbruik van het elektrisch gereedschap en/of onjuiste gebruiksprocedures of -omstandigheden, en kan worden voorkomen door goede voorzorgsmaatregelen te treen, zoals hieronder vermeld.
1. Houd het elektrisch gereedschap stevig
met beide handen vast en houd uw armen en lichaam zodanig dat u in staat bent een terugslag op te vangen. Gebruik altijd de extra handgreep (indien aanwezig) voor een maxi- male controle over het gereedschap in geval van terugslag en de koppelreactiekrachten bij het starten. De gebruiker kan een terugslag of de koppelreactiekrachten opvangen indien de juiste voorzorgsmaatregelen worden getroen.
2. Plaats uw hand nooit in de buurt van het draai-
ende accessoire. Het accessoire kan terugslaan over uw hand.
3. Plaats uw lichaam niet in het gebied waar het
elektrisch gereedschap naar toe gaat wanneer een terugslag optreedt. Een terugslag zal het gereedschap bewegen in de tegenovergestelde richting van de draairichting van de schijf op het moment van beknellen.90 NEDERLANDS
Wees bijzonder voorzichtig bij het werken met hoeken, scherpe randen, enz. Voorkom dat het accessoire springt of bekneld raakt. Hoeken, scherpe randen of springen veroorzaken vaak beknel- len van het draaiende accessoire wat leidt tot terug- slag of verlies van controle over het gereedschap.
5. Bevestig geen kettingsschijf, gesegmenteerde
diamantschijf met randopeningen van meer dan 10 mm, of getand zaagblad. Dergelijke bladen leiden vaak tot terugslag of verlies van controle over het gereedschap. Veiligheidswaarschuwingen speciek voor slijp- en doorslijpwerkzaamheden:
1. Gebruik uitsluitend schijven van het type dat
wordt vermeld voor uw elektrisch gereedschap en de specieke beschermkap voor de te gebruiken schijf. Schijven waarvoor het elek- trisch gereedschap niet is ontworpen, kunnen niet goed worden afgeschermd en zijn niet veilig.
2. Het slijpoppervlak van schijven met een ver-
zonken middengat moet bij het aanbrengen lager liggen dan het vlak van de bescherm- rand. Bij een onjuist aangebrachte schijf die boven het vlak van de beschermrand uitsteekt is geen goede bescherming mogelijk.
De beschermkap moet stevig worden vastgezet aan het elektrisch gereedschap en in de maximaal beschermende stand worden gezet zodat het kleinst mogelijke deel van de schijf is blootgesteld in de richting van de gebruiker. De beschermkap dient om de gebruiker te beschermen tegen aanraking met de schijf, stukjes die daarvan af breken en vonken die brandgevaar voor kleding opleveren.
4. Schijven mogen uitsluitend worden
gebruikt voor de aanbevolen toepassingen. Bijvoorbeeld: u mag niet slijpen met de zijkant van een doorslijpschijf. Doorslijpschijven zijn bedoeld voor slijpen met de rand. Krachten op het zijoppervlak kunnen deze schijven doen breken.
Gebruik altijd onbeschadigde schijenzen van de juiste afmetingen en vorm voor de te gebrui
ken schijf. Een goede schijens ondersteunt de schijf en verkleint daarmee de kans op het breken van de schijf. Flenzen voor doorslijpschijven kunnen verschillen van enzen voor slijpschijven.
6. Gebruik geen deels afgesleten schijven van
grotere elektrische gereedschappen. Schijven die zijn bedoeld voor grotere elektrische gereed- schappen zijn niet geschikt voor de hogere snel- heid van een kleiner elektrisch gereedschap en kunnen in stukken breken.
Bij gebruik van een multifunctionele schijf, gebruikt u altijd de juiste beschermkap voor de gebruikte toepassing. Als u niet de juiste bescherm- kap gebruikt, wordt u mogelijk niet voldoende goed beschermd waardoor ernstig letsel kan ontstaan. Aanvullende veiligheidswaarschuwingen speciek voor doorslijpwerkzaamheden:
1. Laat de doorslijpschijf niet vastlopen en oefen
geen buitensporige druk erop uit. Probeer niet een buitensporig diepe snede te slijpen. Een te grote kracht op de schijf verhoogt de belasting en de kans dat de schijf in de snede verdraait of vastloopt, waardoor terugslag kan optreden of de schijf kan breken.
2. Plaats uw lichaam niet in één lijn achter de
ronddraaiende schijf. Wanneer de schijf, op het aangrijppunt in het werkstuk, zich van uw lichaam af beweegt, kunnen door de mogelijke terugslag de ronddraaiende schijf en het elektrisch gereed- schap in uw richting worden geworpen.
3. Wanneer de schijf vastloopt of u het slijpen
onderbreekt, schakelt u het elektrisch gereed- schap uit en houdt u dit stil totdat de schijf volledig tot stilstand is gekomen. Probeer nooit de doorslijpschijf uit de snede te halen terwijl de schijf nog draait omdat hierdoor een terugslag kan optreden. Onderzoek waarom de schijf is vastgelopen en tref afdoende maatregelen om de oorzaak ervan op te heen.
4. Begin niet met doorslijpen terwijl de schijf al in
het werkstuk steekt. Wacht totdat de schijf op volle toeren draait en breng daarna de schijf voorzichtig terug in de snede. Wanneer het elektrisch gereedschap opnieuw wordt gestart terwijl de schijf al in het werkstuk steekt, kan de schijf vastlopen, omhoog lopen of terugslaan.
5. Ondersteun platen en grote werkstukken om
de kans op het beknellen van de schijf en terugslag te minimaliseren. Grote werkstukken neigen door te zakken onder hun eigen gewicht. U moet het werkstuk ondersteunen vlakbij de snijlijn en vlakbij de rand van het werkstuk aan beide kanten van de schijf.
6. Wees extra voorzichtig bij het maken van een
invalslijpsnede in bestaande wanden of op andere plaats waarvan u de onderkant niet kunt zien. De uitstekende schijf kan gas- of water- leidingen, elektrische bedrading of voorwerpen die terugslag veroorzaken raken.
7. Probeer niet een gebogen snede te maken. Een
te grote kracht op de schijf verhoogt de belasting en de kans dat de schijf in de snede verdraait of vastloopt, waardoor terugslag kan optreden of de schijf kan breken met mogelijk ernstig letsel tot gevolg.
8. Voordat u een gesegmenteerde diamantschijf
gebruikt, controleert u dat de diamantschijf randopeningen van 10 mm of minder tussen de segmenten heeft, met alleen een negatieve hellingshoek. Veiligheidswaarschuwingen speciek voor schuurwerkzaamheden:
1. Gebruik een schuurpapierschijf van de juiste
afmeting. Volg de aanbevelingen van de fabri- kant bij uw keuze van het schuurpapier. Te groot schuurpapier dat te ver uitsteekt over de rand van het schuurblok levert snijgevaar op en kan beknellen of scheuren van de schijf of terug- slag veroorzaken. Veiligheidswaarschuwingen speciek voor draadborstelwerkzaamheden:
1. Wees erop bedacht dat ook tijdens normaal
gebruik borsteldraden door de borstel worden rondgeslingerd. Oefen niet te veel kracht uit op de borsteldraden door een te hoge belasting van de borstel. De borsteldraden kunnen met gemak door dunne kleding en/of de huid dringen.91 NEDERLANDS
Als het gebruik van een beschermkap wordt aanbevolen voor draadborstelen, zorgt u ervoor dat de draadschijf of draadborstel niet in aanra- king komt met de beschermkap. De draadschijf of draadborstel kan in diameter toenemen als gevolg van de werkbelasting en centrifugale krachten. Aanvullende veiligheidswaarschuwingen:
1. Bij gebruik van een slijpschijf met een verzon-
ken middengat, mag u uitsluitend met glasve- zel versterkte schijven gebruiken.
2. GEBRUIK NOOIT een stenen komschijf op
deze slijpmachine. Deze slijpmachine is niet ontworpen voor dit type schijven en het gebruik ervan kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
Let erop dat u de as, de ens (met name de monta- gekant) en de borgmoer niet beschadigt. Als deze onderdelen beschadigd raken, kan de schijf breken.
4. Zorg ervoor dat de schijf niet in aanraking is
met het werkstuk voordat u het gereedschap hebt ingeschakeld.
Laat gereedschap een tijdje draaien voordat u het op het werkstuk gaat gebruiken. Controleer op tril- lingen of schommelingen die op onjuiste montage of een slecht uitgebalanceerd schijf kunnen wijzen.
6. Gebruik de aangegeven kant van de schijf om
7. Laat het gereedschap niet ingeschakeld lig-
gen. Schakel het gereedschap alleen in wan- neer u het vasthoudt.
8. Raak het werkstuk niet onmiddellijk na bewer-
king aan. Het kan bijzonder heet zijn en brand- wonden op uw huid veroorzaken.
9. Raak accessoires niet onmiddellijk na bewer-
king aan. Deze kunnen bijzonder heet zijn en brandwonden op uw huid veroorzaken.
10. Houd u aan de instructies van de fabrikant
voor het juist aanbrengen en gebruiken van de schijven. Behandel de schijven voorzichtig en berg deze met zorg op.
11. Gebruik geen afzonderlijke verloopbussen of
adapters om slijpschijven met een groot asgat aan dit gereedschap aan te passen.
12. Gebruik uitsluitend enzen die geschikt zijn
voor dit gereedschap.
13. Voor gereedschap waarop schijven met een
geschroefd asgat dienen aangebracht te wor- den, moet u ervoor zorgen dat de schroefdraad in de schijf lang genoeg is zodat de as hele- maal erin gaat.
Zorg ervoor dat het werkstuk goed ondersteund is.
15. Houd er rekening mee dat de schijf nog een
tijdje blijft draaien nadat het gereedschap is uitgeschakeld.
16. Indien de werkplaats uiterst warm en vochtig
is, of erg verontreinigd is met geleidend stof, gebruikt u een kortsluitstroomonderbreker (30 mA) om de veiligheid van de gebruiker te verzekeren.
17. Gebruik het gereedschap niet op materialen
die asbest bevatten.
18. Wanneer u een doorslijpschijf gebruikt, dient
u altijd te werken met de stofbeschermkap indien dit door de plaatselijke regelgeving wordt vereist.
19. Schijven bedoeld voor doorslijpen mogen niet
aan zijwaartse druk worden blootgesteld.
Draag geen stoen werkhandschoenen tijdens gebruik van dit gereedschap. Vezels van stoen handschoenen kunnen binnendringen in het gereed- schap waardoor het gereedschap defect kan raken.
21. Verzeker u er vóór aanvang van de werkzaam-
heden van dat er geen voorwerpen, zoals elektriciteits-, gas- en waterleidingen, verbor- gen zitten in het werkstuk. Anders kan dit een elektrische schok, een lekstroom of een gaslek veroorzaken.
22. Als een tussenschijf is bevestigd op de schijf,
mag u deze niet verwijderen. De diameter van de tussenschijf moet groter zijn dan de borg- moer, buitenens en binnenens.
23. Alvorens een slijpschijf aan te brengen,
controleert u altijd of de tussenschijf geen abnormaliteiten vertoont, zoals ontbrekende schilfers en barsten.
24. Draai de borgmoer goed vast. Als de schijf te
vast wordt gedraaid, kan deze breken, en onvol- doende vastdraaien kan leiden tot wiebelen. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betreende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu
1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op
(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.
2. Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem
niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu
aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand- wonden en zelfs een ontplong veroorzaken.
4. Als elektrolyt in uw ogen is terechtgeko-
men, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.
5. Voorkom kortsluiting van de accu:
(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spij- kers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden, en zelfs defecten.92 NEDERLANDS
6. Bewaar en gebruik het gereedschap en de
accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.
7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-
neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontploen in het vuur.
8. Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in,
snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp. Dergelijke hande- lingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
9. Gebruik nooit een beschadigde accu.
10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn
onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke stoen. Voor commercieel transport en dergelijke door derden en transporteurs moeten speciale vereis- ten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Als voorbereiding van het artikel dat wordt getransporteerd is het noodzakelijk een expert op het gebied van gevaarlijke stoen te raadplegen. Houd u tevens aan mogelijk strengere nationale regelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.
11. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert
u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.
12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereed-
schappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, bui- tensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt.
13. Als u het gereedschap gedurende een lange
tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.
14. Tijdens en na gebruik, kan de accu heet wor-
den waardoor brandwonden of koude brand- wonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.
15. Raak de aansluitpunten van het gereedschap
niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.
16. Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond
vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Hierdoor kan oververhitting, brand, een barst en een storing in het gereedschap of de accu ontstaan waar- door brandwonden of persoonlijk letsel kunnen ontstaan.
17. Behalve indien gebruik van het gereedschap
is toegestaan in de buurt van hoogspannings- leidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.
18. Houd de accu uit de buurt van kinderen.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’s die zijn gewijzigd, kan ertoe leiden dat de accu ontploft en brand, persoonlijk letsel en schade veroor- zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens- duur van de accu
1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen
is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.
2. Laad een volledig opgeladen accu nooit
opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.
3. Laad de accu op bij een omgevingstempera-
tuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.
4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u
hem vanaf het gereedschap of de lader.
5. Laad de accu op als u deze gedurende een
lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken. Belangrijke veiligheidsinstructies voor de draadloos-eenheid
1. Haal de draadloos-eenheid niet uit elkaar en
2. Houd de draadloos-eenheid uit de buurt van
kinderen. Indien per ongeluk ingeslikt, raad- pleegt u onmiddellijk een arts.
3. Gebruik de draadloos-eenheid uitsluitend met
4. Stel de draadloos-eenheid niet bloot aan regen
of natte omstandigheden.
5. Gebruik de draadloos-eenheid niet op plaatsen
waar de temperatuur hoger is dan 50 °C.
6. Bedien de draadloos-eenheid niet op plaatsen
in de buurt van medische instrumenten, zoals een pacemaker.
7. Bedien de draadloos-eenheid niet op plaatsen
in de buurt van geautomatiseerde apparaten. Bij bediening ervan kan in de geautomatiseerde apparaten een storing of fout optreden.
8. Bedien de draadloos-eenheid niet op plaatsen
met een hoge temperatuur of op plaatsen waar statische elektriciteit of elektrische ruis kan worden gegenereerd.
9. De draadloos-eenheid kan elektromagnetische
velden genereren, maar deze zijn niet schade- lijk voor de gebruiker.
10. De draadloos-eenheid is een nauwkeurig
instrument. Wees voorzichtig dat u de draad- loos-eenheid niet laat vallen of ergens tegen- aan stoot.
11. Raak de aansluitpunten van de draadloos-een-
heid niet aan met blote handen of metaalach- tige materialen.93 NEDERLANDS
12. Verwijder altijd de accu uit het apparaat wan-
neer u de draadloos-eenheid erin aanbrengt.
13. Open de afdekking van de gleuf niet op plaat-
sen waar stof of vocht in de gleuf kan binnen- dringen. Houd de ingang van de gleuf altijd schoon.
14. Breng de draadloos-eenheid altijd in de juiste
15. Druk niet te hard op de knop voor draad-
loos inschakelen op de draadloos-eenheid en/of druk niet op de knop met een scherp voorwerp.
16. Sluit altijd de afdekking van de gleuf tijdens
17. Verwijder de draadloos-eenheid niet uit de
gleuf terwijl voeding wordt geleverd aan het gereedschap. Als u dit doet, kan een storing optreden in de draadloos-eenheid.
18. Verwijder de sticker op de draadloos-eenheid
19. Plak geen stickers op de draadloos-eenheid.
20. Laat de draadloos-eenheid niet liggen op een
plaats waar statische elektriciteit of elektrische ruis kan worden gegenereerd.
21. Laat de draadloos-eenheid niet liggen op een
plaats die is blootgesteld aan hoge tempe- raturen, zoals in een auto die in de zon staat geparkeerd.
22. Laat de draadloos-eenheid niet liggen op een
plaats met veel stof of poeder, of op een plaats waar corrosief gas kan worden gegenereerd.
23. Door een plotselinge verandering in tempe-
ratuur kan condens op de draadloos-eenheid worden gevormd. Gebruik de draadloos-een- heid niet voordat de condens volledig is verdampt.
24. Veeg de draadloos-eenheid voorzichtig
schoon met een droge, zachte doek. Gebruik geen wasbenzine, thinner, geleidend vet en dergelijke.
25. Bewaar de draadloos-eenheid in de bijgele-
verde doos of een antistatische container.
26. Breng geen andere apparaten dan een draad-
loos-eenheid van Makita aan in de gleuf van het gereedschap.
27. Gebruik het gereedschap niet als de afdekking
van de gleuf beschadigd is. Water, stof en vuil die in de gleuf binnendringen, kunnen een storing veroorzaken.
28. Trek en draai niet meer dan nodig is aan de
afdekking van de gleuf. Plaats de afdekking terug als deze los komt van het gereedschap.
29. Vervang de afdekking van de gleuf als deze
FUNCTIES LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren. De accu aanbrengen en verwijderen LET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, kun- nen deze uit uw handen glippen en het gereedschap of de accu beschadigen, of kan persoonlijk letsel worden veroorzaakt. ► Fig.1: 1. Rood deel 2. Knop 3. Accu Om de accu te verwijderen verschuift u de knop aan de voorkant van de accu en schuift u tegelijkertijd de accu uit het gereedschap. Om de accu aan te brengen lijnt u de lip op de accu uit met de groef in de behuizing en duwt u de accu op zijn plaats. Steek de accu zo ver mogelijk in het gereedschap tot u een klikge- luid hoort. Wanneer het rode deel zichtbaar is, zoals aangege- ven in de afbeelding, is de accu niet geheel vergrendeld. LET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden. LET OP: Breng de accu niet met kracht aan. Als de accu niet gemakkelijk in het gereedschap kan wor- den geschoven, wordt deze niet goed aangebracht. De resterende acculading controleren Druk op de testknop op de accu om de resterende acculading te zien. De indicatorlampjes branden gedurende enkele seconden. ► Fig.2: 1. Indicatorlampjes 2. Testknop Indicatorlampjes Resterende acculadingBrandt Uit Knippert75% tot 100%50% tot 75%25% tot 50%0% tot 25%Laad de accu op. Er kan een storing zijn opgetreden in de accu.94 NEDERLANDS OPMERKING: Afhankelijk van de gebruiksomstan- digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge- lijk dat de aangegeven acculading verschilt van de werkelijke acculading. OPMERKING: Het eerste (meest linker) indicator- lampje knippert wanneer het accubeveiligingssys- teem in werking is getreden. Gereedschap-/ accubeveiligingssysteem Het gereedschap is voorzien van een gereedschap-/ accubeveiligingssysteem. Dit systeem schakelt auto- matisch de voeding naar de motor uit om de levensduur van het gereedschap en de accu te verlengen. Het gereedschap kan tijdens het gebruik automatisch stop- pen als het gereedschap of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld: Overbelastingsbeveiliging Wanneer het gereedschap of de accu wordt gebruikt op een manier waardoor een abnormaal hoge stroom wordt getrokken, stopt het gereedschap automatisch zonder dat een indicatorlampje gaat branden. Schakel in die situatie het gereedschap uit en stop het gebruik dat ertoe leidde dat het gereedschap overbelast raakte. Schakel daarna het gereedschap in om het weer te starten. Oververhittingsbeveiliging Wanneer het gereedschap of de accu oververhit is, stopt het gereedschap automatisch. Laat het gereed- schap afkoelen, voordat u het gereedschap opnieuw inschakelt. Beveiliging tegen te ver ontladen Als de acculading onvoldoende is, stopt het gereed- schap automatisch. In dit het geval verwijdert u de accu vanaf het gereedschap en laadt u de accu op. Beveiliging tegen andere oorzaken Het beveiligingssysteem is ook ontworpen voor andere oorzaken die het gereedschap kunnen beschadigen, en zorgt ervoor dat het gereedschap automatisch stopt. Voer alle volgende stappen uit om de oorzaken op te heen, wanneer het gereedschap tijdelijk is onderbro- ken of tijdens het gebruik is gestopt.
1. Schakel het gereedschap uit en schakel het
daarna weer in om het opnieuw te starten.
2. Laad de accu('s) op of vervang hem/ze door (een)
3. Laat het gereedschap en de accu('s) afkoelen.
Als geen verbetering optreedt nadat het beveiligings- systeem is gereset, neemt u contact op met uw lokale Makita-servicecentrum. Asvergrendeling WAARSCHUWING: Bedien de asvergrende- ling nooit terwijl de as draait. Dit kan ernstig letsel of beschadiging van het gereedschap veroorzaken. Druk de asvergrendeling in om te voorkomen dat de as meedraait wanneer u accessoires aanbrengt of verwijdert. ► Fig.3: 1. Asvergrendeling Werking van de schakelaar LET OP: Controleer altijd, voordat u de accu in het gereedschap aanbrengt, of de aan-uitscha- kelaar op de juiste manier schakelt en weer terug- keert naar de uit-stand nadat deze is losgelaten. LET OP: Omwille van uw veiligheid is dit gereedschap uitgerust met een uit-vergren- delknop die voorkomt dat het gereedschap onbedoeld wordt ingeschakeld. Gebruik het gereedschap NOOIT wanneer dit kan worden ingeschakeld door gewoon de trekkerschakelaar in te knijpen zonder de uit-vergrendelknop te bedienen. Stuur het gereedschap voor deugde- lijke reparatie terug naar ons erkend servicecen- trum ALVORENS het verder te gebruiken. LET OP: Knijp de aan-uitschakelaar niet hard in zonder de uit-vergrendelknop te bedienen. Hierdoor kan de schakelaar kapot gaan. LET OP: U mag NOOIT het doel of de werking van de uit-vergrendelknop teniet doen of deze vastplakken. Om te voorkomen dat de aan-uitschakelaar per ongeluk wordt ingeknepen, is een uit-vergrendelknop aangebracht. Om het gereedschap te starten, bedient u de uit-vergren- delknop en knijpt u vervolgens de aan-uitschakelaar in. Om het gereedschap te stoppen, laat u de aan-uitscha- kelaar los. ► Fig.4: 1. Uit-vergrendelknop 2. Aan-uitschakelaar Beveiliging tegen onopzettelijk herstarten Wanneer de schakelaar in de aan-stand staat en de accu wordt aangebracht, start het gereedschap niet. Om het gereedschap te starten, schakelt u de schake- laar uit en weer in. Actieve terugkoppelingsdetectietechnologie Het gereedschap detecteert elektronisch situaties waarin de schijf of het accessoire gevaar loopt om vast te lopen. In deze situatie wordt het gereedschap auto- matisch uitgeschakeld om verder ronddraaien van de as te voorkomen (het voorkomt niet terugslag). Om het gereedschap te starten, schakelt u eerst het gereedschap uit, heft u de oorzaak van de plotselinge afname van het toerental op, en schakelt u daarna het gereedschap weer in.95 NEDERLANDS Zachte-startfunctie De zachte-startfunctie voorkomt abrupt schoksgewijs inschakelen. Elektrische rem De elektrische rem wordt ingeschakeld nadat het gereedschap is uitgeschakeld. De rem werkt niet wanneer de elektrische voeding wordt onderbroken, zoals wanneer de accu per ongeluk wordt verwijderd, terwijl de knop is ingeschakeld. MONTAGE LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren. De zijhandgreep (handvat) monteren LET OP: Controleer altijd voor gebruik of de zijhandgreep stevig vastzit. Draai de zijhandgreep vast op het gereedschap in een van de standen aangegeven in de afbeelding. ► Fig.5 De beschermkap aanbrengen en verwijderen (voor schijf met een verzonken middengat, lamellenschijf, exischijf, schijfvormige draadborstel, doorslijpschijf, diamantschijf) WAARSCHUWING: Bij gebruik van een schijf met een verzonken middengat, lamellenschijf, exischijf of schijfvormige draadborstel moet de beschermkap zodanig op het gereedschap wor- den gemonteerd dat de gesloten zijde van de kap altijd naar de gebruiker is gekeerd. WAARSCHUWING: Wanneer u een doorslijp- schijf of diamantschijf gebruikt, moet u altijd een beschermkap gebruiken die speciaal ontworpen is voor gebruik met doorslijpschijven. Voor gereedschap met een beschermkap met een borgschroef Monteer de beschermkap met de uitsteeksels aan de beschermkapband recht tegenover de inkepingen in het lagerhuis. Draai vervolgens de beschermkap naar een dusdanige hoek dat deze de gebruiker beschermt tijdens de werkzaamheden. Draai de schroef vooral stevig vast. Om de beschermkap te verwijderen, volgt u de proce- dure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde. ► Fig.6: 1. Beschermkap 2. Lagerhuis 3. Schroef Voor gereedschap met een beschermkap met een klemhendel Draai de moer los en trek daarna de hendel in de rich- ting van de pijl. ► Fig.7: 1. Moer 2. Hendel Monteer de beschermkap met de uitsteeksels aan de beschermkapband recht tegenover de inkepingen in het lagerhuis. Draai vervolgens de beschermkap naar een dusdanige hoek dat deze de gebruiker beschermt tijdens de werkzaamheden. ► Fig.8: 1. Beschermkap 2. Lagerhuis ► Fig.9: 1. Beschermkap Draai de moer stevig vast met een sleutel en sluit daarna de hendel in de richting van de pijl om de beschermkap vast te zetten. Als de hendel te strak of te los zit om de beschermkap vast te zetten, opent u de hendel en draait u de moer los of vast met behulp van de sleutel om de klemkracht van de beschermkap aan te passen. ► Fig.10: 1. Moer 2. Hendel Om de beschermkap te verwijderen, volgt u de proce- dure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde. Een schijf met een verzonken middengat of een lamellenschijf aanbrengen en verwijderen Optioneel accessoire WAARSCHUWING: Bij gebruik van een schijf met een verzonken middengat of een lamellenschijf, moet de beschermkap zodanig op het gereedschap worden aangebracht dat de gesloten zijde van de kap altijd naar de gebruiker is gekeerd. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat de pasrand van de binnenens perfect past in de binnendiameter van de schijf met een verzonken middengat of lamellenschijf. Als u de binnenens met de verkeerde zijkant aanbrengt, kunnen gevaar- lijke trillingen het gevolg zijn. Breng de binnenens aan op de as. Zorg ervoor dat het ingedeukte deel van de binnenens wordt aangebracht op het rechte deel onderaan de as. Plaats de schijf op de binnenens en draai de borgmoer vast met het uitsteeksel omlaag gericht (wijzend naar de schijf). ► Fig.11: 1. Borgmoer 2. Schijf met een verzonken middengat 3. Binnenens 4. Pasrand Om de borgmoer vast te draaien, drukt u de asver- grendeling stevig in zodat de as niet kan draaien, en gebruikt u vervolgens de borgmoersleutel om de borg- moer stevig rechtsom vast te draaien. ► Fig.12: 1. Borgmoersleutel 2. Asvergrendeling Om de schijf te verwijderen, volgt u de procedure in omgekeerde volgorde.96 NEDERLANDS Een exischijf aanbrengen of verwijderen Optioneel accessoire WAARSCHUWING: Gebruik altijd de bijge- leverde beschermkap wanneer een exischijf op het gereedschap is aangebracht. De schijf kan tijdens het gebruik kapotslaan en de beschermkap helpt om persoonlijk letsel te voorkomen. ► Fig.13: 1. Borgmoer 2. Flexischijf 3. Rugschijf
Houd u aan de instructies voor een schijf met een ver- zonken middengat, maar gebruik tevens een rugschijf onder de schijf. Een schuurpapierschijf aanbrengen of verwijderen Optioneel accessoire ► Fig.14: 1. Borgmoer voor schuren
2. Schuurpapierschijf 3. Rubber rugschijf
1. Bevestig de rubber rugschijf op de as.
2. Breng de schijf aan op de rubber rugschijf en draai
de borgmoer voor schuren op de as.
3. Vergrendel de as met de asvergrendeling en draai
de borgmoer voor schuren stevig rechtsom vast met behulp van de borgmoersleutel. Om de schijf te verwijderen, volgt u de procedure in omgekeerde volgorde. OPMERKING: Gebruik schuuraccessoires die wor- den beschreven in deze gebruiksaanwijzing. Deze moeten afzonderlijk worden aangeschaft. De Ezynut aanbrengen en verwijderen Optioneel accessoire Alleen voor gereedschappen met M14-asschroefdraad. Bevestig de binnenens, de slijpschijf en de Ezynut zodanig op de as dat het Makita-logo op de Ezynut naar buiten wijst. ► Fig.15: 1. Ezynut 2. Slijpschijf 3. Binnenens 4. As Druk de asvergrendeling stevig in en draai de Ezynut vast door de slijpschijf zover mogelijk rechtsom te draaien. ► Fig.16: 1. Asvergrendeling Draai de buitenste ring van de Ezynut linksom om hem los te draaien. OPMERKING: De Ezynut kan met de hand worden losgedraaid wanneer de pijl voor de uitsparing staat. Anders is een borgmoersleutel vereist om de moer los te draaien. Steek één pen van de sleutel in een gat en draai de Ezynut linksom. ► Fig.17: 1. Pijl 2. Uitsparing ► Fig.18 Een doorslijpschijf of diamantschijf aanbrengen Optioneel accessoire WAARSCHUWING: Wanneer u een doorslijp- schijf of diamantschijf gebruikt, moet u altijd een beschermkap gebruiken die speciaal ontworpen is voor gebruik met doorslijpschijven. WAARSCHUWING: Gebruik NOOIT een doorslijpschijf om zijdelings mee te slijpen. Breng de binnenens aan op de as. Plaats de schijf op de binnenens en draai de borgmoer op de as vast. ► Fig.19: 1. Borgmoer 2. Doorslijpschijf of diamant- schijf 3. Binnenens 4. Beschermkap voor doorslijpschijf of diamantschijf Voor Australië en Nieuw-Zeeland ► Fig.20: 1. Borgmoer 2. Buitenens 78
3. Doorslijpschijf of diamantschijf
4. Binnenens 78 5. Beschermkap voor
doorslijpschijf of diamantschijf Een komvormige draadborstel aanbrengen Optioneel accessoire LET OP: Gebruik de draadborstel niet wanneer deze beschadigd is of onbalans heeft. Het gebruik van een beschadigde draadborstel verhoogt de kans op ver
wonding door aanraking van afgebroken borsteldraden. Leg het gereedschap ondersteboven zodat de as goed toegankelijk is. Verwijder alle accessoires vanaf de as. Draai de kom- vormige draadborstel op de as en draai hem vast met behulp van de bijgeleverde sleutel. ► Fig.21: 1. Komvormige draadborstel Een schijfvormige draadborstel aanbrengen Optioneel accessoire LET OP: Gebruik de schijfvormige draadbor- stel niet wanneer deze beschadigd is of onbalans heeft. Het gebruik van een beschadigde schijfvor- mige draadborstel verhoogt de kans op verwonding door aanraking van afgebroken borsteldraden. LET OP: Gebruik bij de schijfvormige draad- borstel ALTIJD de beschermkap, waarbij de bui- tendiameter van de schijfvormige draadborstel binnenin de beschermkap moet vallen. De schijf kan tijdens het gebruik kapotslaan en de bescherm- kap helpt om persoonlijk letsel te voorkomen. Leg het gereedschap ondersteboven zodat de as goed toegankelijk is. Verwijder alle accessoires vanaf de as. Draai de schijf- vormige draadborstel op de as en zet deze vast met de bijgeleverde sleutel. ► Fig.22: 1. Schijfvormige draadborstel97 NEDERLANDS De gatenzaag aanbrengen Optioneel accessoire Leg het gereedschap ondersteboven zodat de as goed toegankelijk is. Verwijder alle accessoires vanaf de as. Draai de gatenzaag op de as en zet hem daarna vast met behulp van de bijgeleverde sleutel. ► Fig.23: 1. Gatenzaag De stofbeschermkap voor slijpen aanbrengen Optioneel accessoire Met optionele accessoires kunt u dit gereedschap gebrui- ken voor het schuren van betonnen oppervlakken. LET OP: De stofbeschermkap voor diamant- komschijven is uitsluitend bedoeld voor het schu- ren van betonnen oppervlakken met een diamant- komschijf. Gebruik deze beschermkap niet met enig ander slijpaccessoire of voor enig ander doel. LET OP: Verzeker u er vóór gebruik van dat de stofzui- ger is aangesloten op het gereedschap en is ingeschakeld. Leg het gereedschap ondersteboven en breng de stof- beschermkap aan. Breng de binnenens aan op de as. Pas de komvormige diamantschijf op de binnenens en draai de borgmoer op de as vast. ► Fig.24:
1. Borgmoer 2. Komvormige diamantschijf
3. Komvormige diamantschijf met naaf
4. Binnenens 5. Stofbeschermkap 6. Lagerhuis
OPMERKING: Voor informatie over het aanbrengen van de stofbeschermkap, raadpleegt u de gebruiks- aanwijzing van de stofbeschermkap. De stofbeschermkap voor doorslijpen aanbrengen Optioneel accessoire Met optionele accessoires kunt u dit gereedschap gebruiken voor het doorslijpen van steen. ► Fig.25 OPMERKING: Voor informatie over het aanbrengen van de stofbeschermkap, raadpleegt u de gebruiks- aanwijzing van de stofbeschermkap. Een stofzuiger aansluiten Optioneel accessoire WAARSCHUWING: Zuig nooit metaaldeeltjes op afkomstig van slijp-, doorslijp- of schuurwerk- zaamheden. Metaaldeeltjes die door dergelijke werk- zaamheden zijn gevormd, zijn dermate heet dat ze stof en het lter in de stofzuiger kunnen doen ontbranden. Om een stoge werkomgeving als gevolg van het doorslijpen van ste- nen te voorkomen, gebruikt u een stofbeschermkap en een stofzuiger. Raadpleeg tevens de gebruiksaanwijzing van de stofbescherm- kap voor informatie over het aanbrengen en gebruik ervan. ► Fig.26:
1. Stofbeschermkap 2. Slang van de stofzuiger
BEDIENING WAARSCHUWING: Het is in geen geval ooit nodig om grote druk op het gereedschap uit te oefenen. Het gewicht van het gereedschap oefent voldoende druk uit. Forceren of te grote druk uitoe- fenen kan ertoe leiden dat de schijf breekt, hetgeen gevaarlijk is. WAARSCHUWING: Vervang ALTIJD de schijf als het gereedschap tijdens het slijpen is gevallen. WAARSCHUWING: Laat NOOIT de schijf met kracht op uw werkstuk terechtkomen. WAARSCHUWING: Voorkom dat de schijf springt of bekneld raakt, met name bij het wer- ken rond hoeken, scherpe randen enz. Dat kan leiden tot terugslag of verlies van controle over het gereedschap. WAARSCHUWING: Gebruik dit gereedschap NOOIT met houtzagen en andere zaagbladen. Zulke zaagbladen op een slijpmachine leiden vaak tot terugslag of verlies van controle over het gereed- schap, wat kan leiden tot persoonlijk letsel. LET OP: Schakel nooit het gereedschap in terwijl dat het werkstuk al raakt omdat hierdoor letsel kan worden veroorzaakt bij de gebruiker. LET OP: Draag tijdens gebruik altijd een vei- ligheidsbril of spatscherm. LET OP: Schakel na gebruik altijd het gereed- schap uit en wacht tot de schijf helemaal tot stilstand is gekomen voordat u het gereedschap neerlegt. LET OP: Houd het gereedschap ALTIJD stevig vast met één hand op de behuizing en de andere hand aan de zijhandgreep (handvat). OPMERKING: Een multifunctionele schijf kan worden gebruikt voor zowel slijp- als doorslijpwerkzaamheden. Raadpleeg de tekst onder "Gebruik als slijpmachine of schuurmachine" voor slijpwerkzaamheden, en raadpleeg de tekst onder "Gebruik met een doorslijp- schijf of diamantschijf" voor doorslijpwerkzaamheden. Gebruik als slijpmachine of schuurmachine ► Fig.27 Schakel het gereedschap in en breng daarna de schijf op/in het werkstuk. In het algemeen geldt: houd de rand van de schijf onder een hoek van ongeveer 15° op het oppervlak van het werkstuk. Tijdens de inloopduur van een nieuwe schijf mag u de slijpmachine niet in voorwaartse richting bewegen omdat deze anders in het werkstuk kan 'invreten'. Pas nadat de rand van de schijf door slijtage is afgerond, mag u de schijf in zowel voorwaartse als achterwaartse richting gebruiken.98 NEDERLANDS Praktijkvoorbeeld: gebruik met komvormige diamantschijf ► Fig.28 Houd het gereedschap horizontaal en plaats de volle- dige komvormige diamantschijf op het oppervlak van het werkstuk. Gebruik met een doorslijpschijf of diamantschijf Optioneel accessoire WAARSCHUWING: Laat de schijf niet vastlopen en oefen geen buitensporige druk uit. Probeer niet een buitensporig diepe snede te slijpen. Een te grote kracht op de schijf verhoogt de belasting en de kans dat de schijf in de snede ver- draait of vastloopt, waardoor terugslag kan optreden, de schijf kan breken of de motor oververhit kan raken. WAARSCHUWING: Begin niet met doorslij- pen terwijl de schijf al in het werkstuk steekt. Wacht totdat de schijf op maximaal toerental draait en breng daarna de schijf voorzichtig in de snede terwijl u het gereedschap voorwaarts beweegt over het oppervlak van het werkstuk. Wanneer het elektrisch gereedschap wordt ingescha- keld terwijl de schijf al in het werkstuk steekt, kan de schijf vastlopen, omhoog lopen of terugslaan. WAARSCHUWING: Tijdens het doorslijpen mag u nooit de hoek van de schijf veranderen. Door zijdelingse druk uit te oefenen op de doorslijp- schijf (zoals bij slijpen), zal de schijf barsten en breken waardoor ernstig persoonlijk letsel wordt veroorzaakt. WAARSCHUWING: Een diamantschijf moet haaks op het door te slijpen werkstuk worden gebruikt. Praktijkvoorbeeld: gebruik met doorslijpschijf ► Fig.29 Praktijkvoorbeeld: gebruik met diamantschijf ► Fig.30 Gebruik met een komvormige draadborstel Optioneel accessoire LET OP: Controleer de werking van de draad- borstel door het gereedschap onbelast te laten draaien terwijl u erop let dat niemand vóór of in één lijn met de draadborstel staat. KENNISGEVING: Voorkom tijdens gebruik van de draadborstel te veel druk waardoor de draden van de komvormige draadborstel te veel verbui- gen. Dit kan leiden tot voortijdig afbreken. Praktijkvoorbeeld: gebruik met een komvormige draadborstel ► Fig.31 Gebruik met een schijfvormige draadborstel Optioneel accessoire LET OP: Controleer de werking van de schijf- vormige draadborstel door het gereedschap onbelast te laten draaien terwijl u erop let dat niemand vóór of in één lijn met de schijfvormige draadborstel staat. KENNISGEVING: Voorkom tijdens gebruik van de draadborstel te veel druk waardoor de draden van de schijfvormige draadborstel te veel verbui- gen. Dit kan leiden tot voortijdig afbreken. Praktijkvoorbeeld: gebruik met een schijfvormige draadborstel ► Fig.32 Gebruik met een gatenzaag Optioneel accessoire LET OP: Controleer de werking van de gaten- zaag door het gereedschap onbelast te laten draaien terwijl u erop let dat niemand vóór de gatenzaag staat. KENNISGEVING: Kantel het gereedschap niet tijdens gebruik. Dit kan leiden tot een voortijdig defect. Praktijkvoorbeeld: gebruik met een gatenzaag ► Fig.33 FUNCTIE VOOR DRAADLOOS INSCHAKELEN Mogelijkheden van de functie voor draadloos inschakelen Met de functie voor draadloos inschakelen kunt u schoon en comfortabel werken. Door een ondersteunde stofzuiger aan te sluiten op het gereedschap, kunt u de stofzuiger automatisch laten in- en uitschakelen bij bediening van de schakelaar van het gereedschap. ► Fig.34 Om de functie voor draadloos inschakelen te gebruiken, dient u de volgende zaken voor te bereiden:
- Een draadloos-eenheid (optioneel accessoire)
- Een stofzuiger die de functie voor draadloos inschakelen ondersteunt In het kort bestaat het instellen van de functie voor draad- loos inschakelen uit de volgende punten. Raadpleeg elke paragraaf voor informatie over de procedure.
1. De draadloos-eenheid aanbrengen
2. Registratie van het gereedschap op de stofzuiger
3. De functie voor draadloos inschakelen starten99 NEDERLANDS
De draadloos-eenheid aanbrengen Optioneel accessoire LET OP: Plaats het gereedschap op een vlakke en stabiele ondergrond wanneer u de draadloos-eenheid aanbrengt. KENNISGEVING: Verwijder het stof en vuil vanaf het gereedschap voordat u de draad- loos-eenheid aanbrengt. Stof en vuil kunnen een storing veroorzaken wanneer ze binnendringen in de gleuf voor de draadloos-eenheid. KENNISGEVING: Om een storing als gevolg van statische elektriciteit te voorkomen, raakt u een materiaal aan dat statische elektriciteit ontlaadt, zoals een metalen onderdeel van het gereedschap, voordat u de draadloos-eenheid oppakt. KENNISGEVING: Let er bij het aanbrengen van de draadloos-eenheid altijd op dat de draad- loos-eenheid in de correcte richting wordt aange- bracht en dat de afdekking volledig wordt gesloten.
1. Open de afdekking op het gereedschap, zoals
aangegeven in de afbeelding. ► Fig.35: 1. Afdekking
2. Breng de draadloos-eenheid aan in de gleuf en
sluit vervolgens de afdekking. Wanneer u de draadloos-eenheid aanbrengt, lijnt u de uitsteeksels uit met de uitsparingen in de gleuf. ► Fig.36: 1. Draadloos-eenheid 2. Uitsteeksel
3. Afdekking 4. Uitsparing
Wanneer u de draadloos-eenheid verwijdert, opent u langzaam de afdekking. De haken op de achterkant van de afdekking, tillen de draadloos-eenheid op terwijl u de afdekking omhoog trekt. ► Fig.37: 1. Draadloos-eenheid 2. Haak 3. Afdekking Nadat de draadloos-eenheid is verwijderd, bewaart u hem in de bijgeleverde doos of een antistatische container. KENNISGEVING: Gebruik altijd de haken op de achterkant van de afdekking wanneer u de draad- loos-eenheid verwijdert. Als de haken niet aangrij- pen op de draadloos-eenheid, sluit u de afdekking volledig en opent u hem weer langzaam. Registratie van het gereedschap op de stofzuiger OPMERKING: Een stofzuiger van Makita die de func- tie voor draadloos inschakelen ondersteunt, is vereist voor registratie van het gereedschap. OPMERKING: Voltooi het aanbrengen van de draad- loos-eenheid in het gereedschap voordat u de regis- tratie van het gereedschap start. OPMERKING: Gedurende de registratie van het gereedschap mag u de trekkerschakelaar van het gereedschap niet inknijpen en de aan-uitknop van de stofzuiger niet bedienen. OPMERKING: Raadpleeg tevens de gebruiksaanwij- zing van de stofzuiger. Als u wilt dat de stofzuiger wordt ingeschakeld tegelijk met de bediening van de schakelaar van het gereed- schap, moet u van tevoren de registratie van het gereedschap voltooien.
Breng de accu’s aan in de stofzuiger en het gereedschap.
Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op “AUTO”. ► Fig.38: 1. Standbyschakelaar
3. Houd de knop voor draadloos inschakelen op de
stofzuiger gedurende 3 seconden ingedrukt totdat de lamp van draadloos inschakelen groen knippert. En houd daarna op dezelfde manier de knop voor draad- loos inschakelen op het gereedschap ingedrukt. ► Fig.39: 1. Knop voor draadloos inschakelen
2. Lamp van draadloos inschakelen
Nadat de stofzuiger en het gereedschap met succes aan elkaar zijn gekoppeld, zullen de lampen van draad- loos inschakelen gedurende 2 seconden groen bran- den, waarna ze blauw gaan knipperen. OPMERKING: De lampen van draadloos inschake- len stoppen na 20 seconden met groen knipperen. Druk op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap terwijl de lamp van draadloos inschake- len op de stofzuiger knippert. Als de lamp van draad- loos inschakelen niet groen knippert, drukt u kort op de knop voor draadloos inschakelen en houdt u deze weer ingedrukt. OPMERKING: Als u twee of meer gereedschappen registreert op één stofzuiger, voltooit u de registratie van de gereedschappen één voor één. De functie voor draadloos inschakelen starten OPMERKING: Voltooi de registratie van het gereed- schap op de stofzuiger voordat u de functie draadloos inschakelen gebruikt. OPMERKING: Raadpleeg tevens de gebruiksaanwij- zing van de stofzuiger. Nadat een gereedschap in de stofzuiger is geregis- treerd, wordt de stofzuiger automatisch in- en uitge- schakeld door de bediening van de schakelaar van het gereedschap.
Breng de draadloos-eenheid aan in het gereedschap.
Sluit de slang van de stofzuiger aan op het gereedschap. ► Fig.40
3. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op
“AUTO”. ► Fig.41: 1. Standbyschakelaar
4. Druk kort op de knop voor draadloos inschakelen
op het gereedschap. De lamp van draadloos inschake- len knippert blauw. ► Fig.42: 1. Knop voor draadloos inschakelen
2. Lamp van draadloos inschakelen
5. Schakel het gereedschap in. Controleer of de
stofzuiger is ingeschakeld terwijl het gereedschap in gebruik is. Om het draadloos inschakelen van de stofzuiger te stoppen, drukt u op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap.100 NEDERLANDS OPMERKING: De lamp van draadloos inschakelen op het gereedschap stopt met blauw knipperen wanneer gedurende 2 uur geen bediening plaatsvindt. In dat geval zet u de standby- schakelaar van de stofzuiger op “AUTO” en drukt u nogmaals op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap. OPMERKING: De stofzuiger wordt met een vertra- ging in- en uitgeschakeld. Er treedt een tijdsvertra- ging op wanneer de stofzuiger de bediening van de schakelaar van het gereedschap detecteert. OPMERKING: Het zendbereik van de draadloos-eenheid kan variëren afhankelijk van de locatie en omgevingsomstandigheden. OPMERKING: Als twee of meer gereedschappen zijn gere- gistreerd in één stofzuiger, kan de stofzuiger worden ingescha- keld ondanks dat u uw gereedschap niet inschakelt omdat een andere gebruiker de functie voor draadloos inschakelen gebruikt. Beschrijving van de status van de lamp van draadloos inschakelen ► Fig.43: 1. Lamp van draadloos inschakelen De lamp van draadloos inschakelen toont de status van de functie voor draadloos inschakelen. Raadpleeg de onder- staande tabel voor de betekenis van de status van de lamp. Status Lamp van draadloos inschakelen Beschrijving Kleur Brandt Knippert Duur Standby Blauw 2 uur Het draadloos inschakelen van de stofzuiger is beschikbaar. De lamp wordt automatisch uitgeschakeld wanneer gedurende 2 uur geen bediening plaatsvindt. Bij inge- schakeld gereedschap. Het draadloos inschakelen van de stofzuiger is beschikbaar en het gereedschap is ingeschakeld. Registratie van het gereed- schap Groen
seconden Klaar voor registratie van het gereedschap. Wachten op registra- tie door de stofzuiger.
seconden De registratie van het gereedschap is voltooid. De lamp van draadloos inschakelen knippert blauw. Registratie van het gereed- schap annuleren Rood
seconden Klaar om de registratie van het gereedschap te annuleren. Wachten op annuleren door de stofzuiger.
seconden Het annuleren van de registratie van het gereedschap is voltooid. De lamp van draadloos inschakelen knippert blauw. Overig Rood 3 seconden De draadloos-eenheid wordt van stroom voorzien en de functie voor draadloos inschakelen start nu op. Uit - - Het draadloos inschakelen van de stofzuiger is gestopt. Registratie van het gereedschap op de stofzuiger annuleren Voer de volgende procedure uit om de registratie van het gereedschap in de stofzuiger te annuleren.
Breng de accu’s aan in de stofzuiger en het gereedschap.
Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op “AUTO”. ► Fig.44: 1. Standbyschakelaar
Houd de knop voor draadloos inschakelen op de stofzuiger gedurende 6 seconden ingedrukt. De lamp van draadloos inschakelen knippert groen en brandt daarna rood. Houd daarna op dezelfde manier de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap ingedrukt. ► Fig.45: 1. Knop voor draadloos inschakelen
2. Lamp van draadloos inschakelen
Als het annuleren met succes is uitgevoerd, zullen de lampen van draadloos inschakelen gedurende 2 secon- den rood branden, waarna ze blauw gaan knipperen. OPMERKING: De lampen van draadloos inschakelen stoppen na 20 seconden met rood knipperen. Druk op de knop voor draadloos inschakelen op het gereed- schap terwijl de lamp van draadloos inschakelen op de stofzuiger knippert. Als de lamp van draadloos inschakelen niet rood knippert, drukt u kort op de knop voor draadloos inschakelen en houdt u deze weer ingedrukt.101 NEDERLANDS Storingzoeken van de functie voor draadloos inschakelen Alvorens u verzoekt om reparatie, kunt u zelf als volgt het probleem opsporen en oplossen. Als u met een probleem kampt dat in deze handleiding niet wordt beschreven, probeer dan niet het gereedschap te demon- teren. Laat reparaties over aan een erkend Makita-servicecentrum, uitsluitend met gebruik van originele Makita-vervangingsonderdelen. Probleemomschrijving Waarschijnlijke oorzaak (storing) Oplossing De lamp van draadloos inschakelen brandt/knippert niet. De draadloos-eenheid is niet aange- bracht in het gereedschap. De draadloos-eenheid is verkeerd aangebracht in het gereedschap. Breng de draadloos-eenheid op de juiste wijze aan. De aansluitingen van de draadloos-een- heid en/of de gleuf zijn vuil. Veeg het stof en vuil op de aansluitingen van de draadloos-eenheid voorzichtig af en reinig de gleuf. Er is niet op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap gedrukt. Druk kort op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap. De standbyschakelaar op de stofzuiger is niet op “AUTO” gezet. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op “AUTO”. Geen voeding. Voorzie het gereedschap en de stofzuiger van voeding. De registratie van het gereedschap/ het annuleren van de registratie van het gereedschap kan niet met succes worden voltooid. De draadloos-eenheid is niet aange- bracht in het gereedschap. De draadloos-eenheid is verkeerd aangebracht in het gereedschap. Breng de draadloos-eenheid op de juiste wijze aan. De aansluitingen van de draadloos-een- heid en/of de gleuf zijn vuil. Veeg het stof en vuil op de aansluitingen van de draadloos-eenheid voorzichtig af en reinig de gleuf. De standbyschakelaar op de stofzuiger is niet op “AUTO” gezet. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op “AUTO”. Geen voeding. Voorzie het gereedschap en de stofzuiger van voeding. Onjuiste bediening Druk kort op de knop voor draadloos inschakelen en voer de procedures voor de registratie/het annule- ren van de registratie opnieuw uit. Het gereedschap en de stofzuiger staan te ver uit elkaar (buiten het zendbereik). Plaats het gereedschap en de stofzuiger dichter bij elkaar. Het maximale zendbereik is ongeveer 10 meter, echter, dit kan verschillen afhankelijk van de omstandigheden. Voordat de registratie van het gereed- schap/het annuleren van de registratie van het gereedschap werd voltooid: - de schakelaar van het gereedschap werd aan gezet of; - de aan-uitknop op de stofzuiger werd ingeschakeld. Druk kort op de knop voor draadloos inschakelen en voer de procedures voor de registratie/het annule- ren van de registratie opnieuw uit. De procedure voor de registratie van het gereedschap op het gereedschap of de stofzuiger is niet voltooid. Voer de procedure voor de registratie van het gereedschap tegelijkertijd uit op het gereedschap en de stofzuiger. Radiostoring door andere apparaten die sterke radiogolven genereren. Houd het gereedschap en de stofzuiger uit de buurt van apparaten zoals Wi-Fi-apparaten en magnetrons.102 NEDERLANDS Probleemomschrijving Waarschijnlijke oorzaak (storing) Oplossing De stofzuiger wordt niet in- en uitgeschakeld tegelijk met de bedie- ning van de schakelaar van het gereedschap. De draadloos-eenheid is niet aange- bracht in het gereedschap. De draadloos-eenheid is verkeerd aangebracht in het gereedschap. Breng de draadloos-eenheid op de juiste wijze aan. De aansluitingen van de draadloos-een- heid en/of de gleuf zijn vuil. Veeg het stof en vuil op de aansluitingen van de draadloos-eenheid voorzichtig af en reinig de gleuf. Er is niet op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap gedrukt. Druk kort op de knop voor draadloos inschakelen en controleer of de lamp van draadloos inschakelen blauw knippert. De standbyschakelaar op de stofzuiger is niet op “AUTO” gezet. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op “AUTO”. Meer dan 10 gereedschappen zijn geregistreerd in de stofzuiger. Voer de registratie van het gereedschap opnieuw uit. Als meer dan 10 gereedschappen zijn geregistreerd in de stofzuiger, wordt de eerste registratie van een gereedschap automatisch gewist. De stofzuiger heeft alle registraties van de gereedschappen gewist. Voer de registratie van het gereedschap opnieuw uit. Geen voeding. Voorzie het gereedschap en de stofzuiger van voeding. Het gereedschap en de stofzuiger staan te ver uit elkaar (buiten het zendbereik). Plaats het gereedschap en de stofzuiger dichter bij elkaar. Het maximale zendbereik is ongeveer 10 meter, echter, dit kan verschillen afhankelijk van de omstandigheden. Radiostoring door andere apparaten die sterke radiogolven genereren. Houd het gereedschap en de stofzuiger uit de buurt van apparaten zoals Wi-Fi-apparaten en magnetrons. De stofzuiger is ingeschakeld terwijl het gereedschap niet in gebruik is. Andere gebruikers gebruiken op hun gereedschap de functie voor draadloos inschakelen van de stofzuiger. Schakel de knop voor draadloos inschakelen van de andere gereedschappen uit of annuleer de registra- tie van de andere gereedschappen. ONDERHOUD LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijd met gebruik van Makita-vervangingsonderdelen. De ventilatieopeningen schoonmaken Zorg dat het gereedschap en de ventilatieopeningen steeds goed schoon blijven. Maak regelmatig de ventilatieopeningen schoon en let goed op dat ze niet verstopt raken. ► Fig.46: 1. Luchtuitlaatopening
2. Luchtinlaatopening
Verwijder het stofrooster vanaf de luchtinlaatopening en reinig het zodat de lucht er ongehinderd door kan stromen. ► Fig.47: 1. Stofrooster KENNISGEVING: Reinig het stofrooster wan- neer het verstopt zit met stof of vreemde voorwer- pen. Als u het gereedschap blijft gebruiken met een verstopt stofrooster, kan het gereedschap beschadigd raken.103 NEDERLANDS
COMBINATIE VAN TOEPASSINGEN EN ACCESSOIRES
Optioneel accessoire LET OP: Als het gereedschap met een verkeerde beschermkap wordt gebruikt, kunnen de volgende risico's zich voordoen.
- Als een beschermkap voor doorslijpen wordt gebruikt voor het slijpen van een oppervlak, kan de beschermkap tegen het werkstuk komen wat tot een slechte controle over het gereedschap leidt.
- Als een beschermkap voor slijpen wordt gebruikt voor doorslijpen met behulp van een gelijmde slijp- schijf of diamantschijf, bestaat een verhoogd risico van blootstelling aan de draaiende schijf, rond- vliegende vonken en deeltjes, naast blootstelling aan afgebroken stukjes van de schijf in het geval de schijf uit elkaar breekt.
- Als een beschermkap voor doorslijpen of een beschermkap voor slijpen wordt gebruikt voor opper- vlaktebewerkingen met een komvormige diamantschijf, kan de beschermkap tegen het werkstuk komen wat tot een slechte controle over het gereedschap leidt.
- Als een beschermkap voor doorslijpen of een beschermkap voor slijpen wordt gebruikt met een schijfvormige draadborstel die dikker is dan de maximale dikte zoals vermeld in "TECHNISCHE GEGEVENS", kunnen de draden tegen de beschermkap komen waardoor de draden afbreken.
- Het gebruik van een stofbeschermkap tijdens het doorslijpen of oppervlaktebewerkingen op beton of metselwerk, verlaagt het risico van blootstelling aan stof.
- Bij gebruik van een ens-gemonteerde multifunctionele schijf (voor zowel slijpen als doorslijpen), gebruikt u alleen de beschermkap voor doorslijpen.
- Toepassing Model van 180 mm Model van 230 mm
2 - Beschermkap (voor slijpschijf)
4 Slijpen/schuren Schijf met een verzonken middengat of lamellenschijf
8 Slijpen Flexischijf
9 - Rubber rugschijf
10 Schuren Schuurpapierschijf
11 - Borgmoer voor schuren
12 Draadborstelen Schijfvormige draadborstel104 NEDERLANDS - Toepassing Model van 180 mm Model van 230 mm 13 Draadborstelen Komvormige draadborstel 14 Gaten zagen Gatenzaag
15 - Beschermkap (voor doorslijpschijf)
16 Doorslijpen Doorslijpschijf of diamantschijf 17 Slijpen/doorslijpen Multifunctionele schijf -
18 - Binnenens 78 (alleen Australië en Nieuw-Zeeland) *2
19 - Buitenens 78 (alleen Australië en Nieuw-Zeeland) *2
20 - Zijhandgreep voor de stofbeschermkap *3
21 - Stofbeschermkap voor doorslijpen *3*4
22 - Speciale ens *5
23 Doorslijpen Diamantschijf
24 - Stofbeschermkap voor slijpen *6
25 Slijpen Komvormige diamantschijf *6 - - Borgmoersleutel OPMERKING: *1 Alleen voor gereedschappen met M14-asschroefdraad. OPMERKING: *2 De binnenens 78 en buitenens 78 moeten tezamen worden gebruikt. (Alleen Australië en Nieuw-Zeeland) OPMERKING: *3 De zijhandgreep voor de stofbeschermkap en de stofbeschermkap voor doorslijpen moeten teza- men worden gebruikt. OPMERKING: *4 Voor meer informatie, raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van de betreende beschermkap. OPMERKING: *5 De binnenens voor een slijpmachine die is uitgerust met een remfunctie bij gebruik tezamen met de stofbeschermkap. OPMERKING: *6 Voor meer informatie, raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van de betreende beschermkap. OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Bij gebruik van andere accessoires of hulpstukken bestaat het gevaar van persoonlijke let- sel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel. Wenst u meer bijzonderheden over deze acces- soires, neem dan contact op met het plaatselijke Makita-servicecentrum.
Notice-Facile