AF506 - Nietmachine MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis AF506 MAKITA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Nietmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AF506 - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AF506 van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING AF506 MAKITA
GEBRUIKSAANWIJZING 36
- Inverbandmetononderbrokenresearchenontwikkelingbehoudenwijonshetrechtvoorbovenstaandetech- nischegegevenstewijzigenzondervoorafgaandekennisgeving.
- De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen. Symbolen Hieronder staan de symbolen die voor het gereedschap worden gebruikt. Zorg ervoor dat u weet wat ze beteke- nen alvorens het gereedschap te gebruiken. Leesdegebruiksaanwijzing. Draag een veiligheidsbril. Draag gehoorbescherming. Gebruik het gereedschap niet op een steiger of ladder. Gebruiksdoeleinden Het gereedschap is bedoeld voor het bevestigen van materialenbijbinnenafwerkingenmeubelbouw. Het gereedschap is uitsluitend bedoeld voor professio- nele toepassingen met hoge volumes. Gebruik het niet voor enig ander doel. Het is niet bedoeld om beves- tigingsmiddelen in een hard oppervlak, zoals staal of beton, te schieten. Geluidsniveau Detypische,A-gewogengeluidsniveauszijngemeten volgens ISO11148-13(EN12549): Geluidsdrukniveau (L
): 109 dB (A) Onzekerheid (K): 1,5 dB (A) OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n)is/zijngemetenvolgenseenstandaardtestme- thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed- schaptevergelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getroen ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Trilling De totale trillingswaarde zoals vastgesteld volgens ISO11148-13(ISO8662-11): Trillingsemissie (a
OPMERKING:Detotaletrillingswaarde(n)is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver- gelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.37 NEDERLANDS WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getroen ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). EG-verklaring van conformiteit Alleen voor Europese landen DeEG-verklaringvanconformiteitisbijgevoegdals BijlageAbijdezegebruiksaanwijzing. VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN Waarschuwingen voor pneumatisch nagelpistool/nietpistool WAARSCHUWING: Lees alle veiligheids- waarschuwingen en alle instructies. Het niet vol- gen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. Omwillevanuwpersoonlijkeveiligheidendejuistewerkingen onderhoud van het gereedschap, leest u deze gebruiksaan- wijzingalvorenshetgereedschaptegebruiken. Algemene veiligheidswaarschuwingen
Al het overige gebruik buiten het beoogde gebruik van dit gereedschap is verboden. Gereedschappen die bevestigingsmiddelen aanbrengen door middel van continu herhaaldelijk schieten of herhaaldelijk schieten mogen uitsluitend worden gebruikt in productietoepassingen.
2. Houd uw vingers uit de buurt van de trekker
wanneer u het gereedschap niet gebruikt en wanneer u het verplaatst van de ene werkplek naar de andere.
3. Meerdere gevaren. U moet de veiligheidsin-
structies lezen en begrijpen voordat u het gereedschap aansluit, loskoppelt, laadt, bedient, onderhoudt, van accessoires voorziet of in de buurt ervan werkt. Als u dit niet doet, kan dat leiden tot ernstig lichamelijk letsel.
4. Houd alle lichaamsdelen, zoals handen, benen,
enz., uit de schietrichting en verzeker u ervan dat het bevestigingsmiddel niet door het werk- stuk heen in een lichaamsdeel kan schieten.
5. Wees bij gebruik van het gereedschap erop
bedacht dat het bevestigingsmiddel kan afket- sen en letsel kan veroorzaken.
6. Houd het gereedschap stevig vast en wees
voorbereid om de terugslag op te vangen.
7. Alleen vakbekwame gebruikers mogen het
bevestigingsgreedschap bedienen.
8. Wijzig het bevestigingsgreedschap niet.
Wijzigingen kunnen de eectiviteit van de vei- ligheidsvoorzieningen verlagen en de risico’s voor de gebruiker en/of omstanders vergroten.
9. Gooi de gebruiksaanwijzing niet weg.
10. Gebruik het gereedschap niet als het gereed-
schap beschadigd is.
11. Wees voorzichtig bij het hanteren van de
bevestigingsmiddelen, met name bij het laden en verwijderen, omdat de bevestigingsmidde- len scherpe punten hebben die letsel kunnen veroorzaken.
12. Controleer het gereedschap altijd vóór gebruik
op kapotte, verkeerd aangesloten of versleten onderdelen.
13. Reik niet te ver. Gebruik uitsluitend op een
veilige werkplek. Zorg altijd voor een stevige stand en goede lichaamsbalans.
14. Houd omstanders uit de buurt (bij het werken
op een plaats waar waarschijnlijk mensen voorbij komen). Zet uw werkgebied duidelijk af.
15. Richt het gereedschap nooit op uzelf of
16. Plaats uw vinger nooit om de trekker wan-
neer u het gereedschap oppakt, wanneer u naar een andere werkplek of -positie gaat, en wanneer u met het gereedschap loopt omdat de vinger om de trekker tot onbedoelde bedie- ning van het gereedschap kan leiden. Voor gereedschappen waarop de bedieningsfunctie kan worden gekozen, controleert u altijd het gereedschap vóór gebruik om er zeker van te zijn dat de correcte bedieningsfunctie is gekozen.
17. Draag uitsluitend handschoenen die vol-
doende gevoel en een veilige bediening van de trekker en alle afstelmogelijkheden bieden.
18. Als u het gereedschap neerlegt, legt u het neer
op een vlakke ondergrond. Als u de haak van het gereedschap gebruikt, hangt u het gereed- schap veilig op een stabiel oppervlak op.
19. Bedien het gereedschap niet onder invloed
van alcohol, drugs en dergelijke. Gevaren door projectielen
Het bevestigingsgereedschap moet worden losge- koppeld wanneer bevestigingsmiddelen worden verwijderd, afstellingen worden gemaakt, vastge- lopen bevestigingsmiddelen worden verwijderd en accessoires worden verwisseld.
Let er tijdens gebruik op dat de bevestigingsmidde- len het materiaal correct penetreren en niet kunnen afketsen of per ongeluk in de richting van de gebrui- ker en/of omstanders worden geschoten.
3. Tijdens gebruik kan afval vanaf het werkstuk
en het bevestigings-/verzamelsysteem worden weggeworpen.38 NEDERLANDS
Draag tijdens het gebruik van elektrisch gereed- schap altijd een veiligheidsbril om uw ogen te beschermen tegen letsel. De bril moet voldoen aan ANSI Z87.1 in de Verenigde Staten, aan EN 166 in Europa, en aan AS/NZS 1336 in Australië en Nieuw- Zeeland. In Australië en Nieuw-Zeeland is het wette- lijk verplicht om tevens een spatscherm te dragen om uw gezicht te beschermen. Het is de verantwoordelijkheid van de werk- gever om ervoor te zorgen dat geschikte beschermingsmiddelen gebruikt worden door de gebruikers van het gereedschap en anderen in de onmiddellijke omgeving van de werkplek.
5. De risico’s voor anderen moeten worden
beoordeeld door de gebruiker.
6. Wees voorzichtig met gereedschappen zonder
contactschoen omdat deze onbedoeld kunnen worden afgeschoten en letsel kunnen veroor- zaken bij de gebruiker en/of omstanders.
Zorg er altijd voor dat het gereedschap veilig op het werkstuk is geplaatst en niet kan wegglijden.
Draag gehoorbescherming om uw oren te bescher- men tegen het uitlaatgeluid en draag hoofdbescher- ming. Draag tevens lichte maar geen losse kleding. Manchetten moeten dichtgeknoopt zijn of de mouwen moeten worden opgerold. Draag geen stropdas. Gevaren bij gebruik
1. Houd het gereedschap correct vast: wees
voorbereid om normale of plotselinge bewe- gingen, zoals terugslag, op te vangen.
2. Zorg voor een goede lichaamsbalans en ste-
3. Een geschikte veiligheidsbril moet worden
gebruikt en geschikte handschoenen en beschermende kleding worden aanbevolen.
Geschikte gehoorbescherming moet worden gedragen.
5. Gebruik de correcte voeding, zoals beschre-
ven in de gebruiksaanwijzing.
6. Gebruik het gereedschap niet op bewegende
platformen of in de laadruimte van vrachtwa- gens. Door een plotselinge beweging van het platform kunt u de controle over het gereedschap verliezen en kan letsel worden veroorzaakt.
7. Ga er altijd vanuit dat in het gereedschap
bevestigingsmiddelen zitten.
8. Werk niet gehaast en forceer het gereedschap
niet. Hanteer het gereedschap voorzichtig.
9. Zorg ervoor dat u tijdens het gebruik van het
gereedschap stevig staat en uw evenwicht goed bewaart. Controleer dat er niemand onder u staat wanneer u op een hoge plaats werkt, en maakdeluchtslangvastomgevaarlijkesituaties te voorkomen als er plotseling aan wordt getrok- ken of deze bekneld raakt.
10. Op daken en andere hoge plaatsen schroeft u
bevestigingsmiddelen erin terwijl u voorwaarts beweegt.Uglijdtgemakkelijkwegalsubevesti- gingsmiddelenerinschroeftterwijluachterwaarts kruipt. Als u bevestigingsmiddelen in een rechtop- staande ondergrond schroeft, werkt u van boven naar beneden. U kunt op deze manier schroeven zonder snel vermoeid te raken.
Een bevestigingsmiddel zal krom gaan of het gereedschap kan vastlopen als u per ongeluk bovenop een ander bevestigingsmiddel of in een knoest in het hout schroeft. Het bevestigingsmiddel kan wegschieten en iemand raken, of het gereed- schap zelf kan gevaarlijk terugslaan. Kies de plaats voor het bevestigingsmiddel met zorg.
12. Laat het geladen gereedschap of de luchtcom-
pressor onder druk, niet gedurende een lange tijd in de zon liggen. Zorg ervoor dat stof, zand, houtsnippers en vreemde stoen niet kunnen binnendringen in het gereedschap op de plaats waar u het laat liggen.
Probeer nooit tegelijkertijd van binnenuit en van buitenaf bevestigingsmiddelen erin te schroeven. De bevestigingsmiddelen kunnen er dwars doorheen schieten of afketsen en een groot gevaar opleveren. Gevaren door herhalende bedieningen
Wanneer een gereedschap gedurende een lange tijd wordt gebruikt, kan de gebruiker een oncomfortabel gevoel ervaren in de handen, armen, schouders, nek of andere lichaamsdelen.
Bij gebruik van een gereedschap moet de gebruiker een geschikte en ergonomische houding aannemen. Zorg ervoor dat u stevig staat en vermijd lastige en ongebalanceerde houdingen.
3. Als de gebruiker symptomen ervaart, zoals
aanhoudende of terugkerende ongemakken, pijn, kloppingen, tintelen, gevoelloosheid, brandend gevoel of stijfheid, mag u deze tekenen niet negeren. De gebruiker dient een vakbekwame zorgmedewerker te raadplegen aangaande zijn algemene activiteiten.
Het ononderbroken gebruik van het gereedschap kan leiden tot RSI (Repetitive Strain Injury) als gevolg van de terugslag van het gereedschap.
Om RSI (Repetitive Strain Injury) te voorkomen, mag de gebruiker niet te ver reiken of buitensporige kracht uitoefenen. Bovendien moet de gebruiker rusten wanneer hij/zij zich moe voelt.
6. Voer een risicobeoordeling uit met betrekking
tot het gevaar van zich herhalende bewegin- gen. Deze moet zich richten op skelet-spier- aandoeningen en dient bij voorkeur te zijn gebaseerd op de aanname dat een afname van de vermoeidheid tijdens het werken eectief is in het verminderen van de aandoeningen. Gevaren door accessoires en verbruiksartikelen
1. Koppel de voeding, zoals perslucht, gas of
accu al naar gelang van toepassing, naar het gereedschap los alvorens accessoires zoals de contactschoen te verwisselen/vervangen, of het gereedschap af te stellen.39 NEDERLANDS
Gebruik uitsluitend de grootte en het type accessoi- res die door de fabrikant worden geleverd.
3. Gebruik uitsluitend smeermiddelen aanbevo-
len in deze handleiding. Gevaren door de werkplek
Uitglijden, struikelen en vallen zijn de hoofdoor- zaken van letsel op de werkplek. Wees bedacht op gladde oppervlakken veroorzaakt door het gebruik van het gereedschap en tevens op struikelgevaar veroorzaakt door de persluchtslang.
2. Wees extra voorzichtig in een onbekende
omgeving. Er kunnen verborgen gevaren zijn, zoals elektriciteits- of andere nutsleidingen.
Dit gereedschap is niet voor gebruik in omgevingen met explosiegevaar en is niet geïsoleerd tegen aanraking van stroomvoerende kabels.
Verzeker u ervan dat er geen elektriciteitskabels, gasleidingen, enz. zijn die een gevaarlijke situatie zouden kunnen veroorzaken als ze worden bescha- digd door het gebruik van dit gereedschap.
5. Houd uw werkplek schoon en zorg voor goede
verlichting. Op een rommelige of donkere werk- plek gebeuren vaker ongevallen.
6. Er kunnen plaatselijk regels gelden met betrek-
king tot geluid, waaraan u zich dient te houden door de geluidsproductie onder het voorge- schreven niveau te houden. In bepaalde geval- len moeten geluidsschermen worden gebruikt om het geluidsniveau te beperken. Gevaren door stof en uitlaatgassen
Controleer altijd de omgeving. De lucht die het gereed- schap uitstoot, kan stof of voorwerpen wegblazen die de gebruiker en/of omstanders kunnen raken.
2. Richt de uitlaat zodanig dat in een zeer stoge
omgeving het opwerpen van stof minimaal is.
3. Als stof of voorwerpen worden uitgestoten in
de werkomgeving, vermindert u de uitstoot zo veel mogelijk om de gezondheidsrisico’s en kans op letsel te verkleinen. Gevaren door geluid
Onbeschermde blootstelling aan hoge geluidsni- veaus kan leiden tot permanente en onherstelbare gehoorschade en andere problemen zoals tinnitus (sis-, uit-, brom- of pieptonen in het oor).
Voer een risicobeoordeling uit met betrekking tot gevaren door geluid op de werkplek en tref geschikte beheersmaatregelen voor deze gevaren.
Geschikte methoden om het risico te verkleinen zijn onder andere het gebruik van dempingsmaterialen die voorkomen dat werkstukken ‘meezingen’.
4. Gebruik geschikte gehoorbescherming.
Bedien en onderhoud het gereedschap zoals aanbe- volen in deze instructies om een onnodige toename van het geluidsniveau te voorkomen.
6. Tref geluidsverminderende maatregelen,
bijvoorbeeld door het werkstuk op geluiddem- pende ondersteuning te plaatsen. Gevaren door trillingen
De trillingsemissie tijdens gebruik is afhankelijk van de grijpkracht, de contactdruk, de werkrichting, de afstelling van de voeding, het werkstuk en de onder- steuning van het werkstuk. Voer een risicobeoorde- ling uit met betrekking tot gevaren door trillingen en tref geschikte beheersmaatregelen voor deze gevaren.
2. Blootstelling aan trillingen kan onherstelbare
schade aanrichten aan de zenuwen en bloed- vaten van de handen en armen.
3. Draag warme kleding tijdens het werken onder
koude omstandigheden, en houd uw handen warm en droog.
U kunt gevoelloosheid, tintelen, pijn of verdroging van de huid van uw vingers of handen ervaren. Vraag een vakbekwame bedrijfsarts om medisch advies aangaande uw algemene activiteiten.
Bedien en onderhoud het gereedschap zoals aanbe- volen in deze instructies om een onnodige toename van de trillingsniveaus te voorkomen.
Houd het gereedschap vast met een lichte, maar veilige greep omdat het risico door trillingen door- gaans groter is wanneer de grijpkracht hoger is. Aanvullende waarschuwingen voor pneumatische gereedschappen
1. Perslucht kan ernstig letsel veroorzaken.
2. Sluit altijd de luchttoevoer af en koppel het
gereedschap los van de luchttoevoer wanneer u het niet gebruikt.
Koppel het gereedschap altijd los van de perslucht- toevoer voordat u accessoires verwisselt, afstellin- gen en/of reparaties uitvoert, en het gereedschap verplaatst van de ene werkplek naar de andere.
Houd uw vingers uit de buurt van de trekker wan- neer u het gereedschap niet gebruikt en wanneer u het verplaatst van de ene werkplek naar de andere.
Richt de perslucht nooit op uzelf of iemand anders.
6. Een zwiepende slang kan ernstig letsel ver-
oorzaken. Controleer altijd op beschadigde of losse slangen of koppelingen.
7. Draag een pneumatisch gereedschap nooit
8. Sleep een pneumatisch gereedschap nooit aan
pen mag u nooit de maximumwerkdruk (ps max) overschrijden.
10. Pneumatische gereedschappen mogen uit-
sluitend worden gevoed door perslucht van de laagste druk die vereist is voor de werkwijze om het geluids- en trillingsniveau te verlagen en de slijtage te minimaliseren.
11. Als zuurstof of brandbaar gas wordt gebruikt
om pneumatische gereedschappen te bedie- nen, ontstaat brand- en explosiegevaar.
12. Wees voorzichtig bij het gebruik van pneuma-
tische gereedschappen aangezien het gereed- schap koud kan worden waardoor de grip en controle kunnen afnemen. Veiligheidsvoorzieningen
Controleer voor gebruik dat alle veiligheidssyste- men goed werken. Het gereedschap mag niet werken als alleen de trekkerschakelaar wordt ingeknepen of als alleen de contactschoen op het hout wordt gedrukt. Het gereedschap mag alleen werken als beide handelingen tegelijkertijdwordenuitgevoerd.Testopmogelijke defecte werking wanneer geen bevestigingsmiddelen zijngeladenendeaandrukkerhelemaaluitgetrokkenis.40 NEDERLANDS
2. De trekker vastzetten in de AAN-stand is zeer
gevaarlijk. Probeer nooit de trekker vast te zetten.
Probeer niet de contactschoen of een andere veilig- heidsvoorziening voortdurend ingedrukt te houden met tape of draad. Dit kan leiden tot de dood of ernstig letsel. Service
Voer reinigings- en onderhoudswerkzaamheden onmiddellijk uit nadat u klaar bent met werken. Houd het gereedschap in optimale conditie. Smeer bewegende delenomroestentevoorkomenenslijtagedoorwrijving te minimaliseren. Veeg alle stof van de onderdelen af.
2. Vraag een erkend Makita-servicecentrum
regelmatig het gereedschap te inspecteren.
Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen onderhoud en reparaties te worden uitgevoerd door een erkend Makita-servicecentrum, en altijd met gebruikmaking van originele Makita-vervangingsonderdelen.
4. Houd u aan de plaatselijke regelgeving bij het
verwerken van het gereedschap. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veilig- heidsvoorschriften van het betreende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwijzing kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
De luchtcompressor moet voldoen aan de vereisten van EN60335-2-34. Gebruik een compressor die ruimschoots voldoende druk en luchtopbrengst levert om een rendabele wer- kingtegaranderen.Degraektoontdeverhouding tussendenagelsnelheid,detoepasselijkedrukende luchtopbrengst van de compressor. Bijvoorbeeld,wanneerunageltmeteenfrequentievan ongeveer60keerperminuutbijeendrukvan0,74MPa (7,4 bar), is een compressor met een luchtopbrengst van meer dan 55 liter/minuut vereist. Wanneer de aangevoerde luchtdruk de nominale druk vanhetgereedschapoverschrijdt,dienendrukregelaars te worden gebruikt om de luchtdruk te verlagen tot de nominale druk. Als u dit niet doet, bestaat gevaar voor ernstig letsel van de gebruiker van het gereedschap of van personen in de buurt. De luchtslang selecteren LET OP: Een lage luchtopbrengst van de com- pressor, een te lange luchtslang of een luchtslang met een kleinere diameter in verhouding tot de nagelsnelheid, kunnen leiden tot een verminderde nagelkracht van het gereedschap. ►Fig.2 Gebruikeenzogrootenkortmogelijkepersluchtslangom verzekerdtezijnvanononderbrokeneneciëntnagelen. Als het interval tussen twee nagels 0,5 seconde is, wordtbijeenluchtdrukvan0,49MPa(4,9bar),eenper- sluchtslang met een binnendiameter van meer dan 6,5 mm en een lengte van minder dan 20 m aanbevolen. Persluchtslangen moeten een nominale minimumwerk- druk hebben van 1,03 MPa (10,3 bar) of 150 procent van de maximumdruk die door het systeem wordt gele- verd, al naar gelang welke hoger is. Smering ►Fig.3 Omvanmaximaleprestatiesverzekerdtezijn,monteert ueenluchtset(smeerinrichting,drukregelaar,luchtlter) zodichtmogelijkbijhetgereedschap.Steldesmeerin- richting zodanig in dat voor iedere 50 nagels een drup- pel smeerolie wordt geleverd. Als geen luchtset wordt gebruikt, smeert u het gereed- schap met olie voor pneumatisch gereedschap door 2 (twee) of 3 (drie) druppels in de luchtslangkoppeling aan te brengen. U dient dit voor en na ieder gebruik te doen. Voor een goede smering moet het gereedschap enkele keren worden bediend nadat de olie voor pneumatisch gereedschap is aangebracht. ►Fig.4: 1. Olie voor pneumatisch gereedschap41 NEDERLANDS
FUNCTIES LET OP: Koppel altijd de slang los voordat u het gereedschap afstelt of de werking ervan controleert. De nageldiepte instellen ►Fig.5: 1. Stelknop Om de nageldiepte af te stellen, draait u de instelknop. De nageldiepte is het grootst wanneer de instelknop zo vermogelijkinrichtingA,aangegevenindeafbeelding, is gedraaid. De diepte wordt geringer naarmate de instelknop in richting B wordt gedraaid. Als de nagels niet diep genoeg worden geschoten, zelfs nietterwijldeinstelknopzovermogelijkinrichtingAis gedraaid, verhoogt u de luchtdruk. Als de nagels te diep worden geschoten ondanks dat deinstelknopzovermogelijkinrichtingBisgedraaid, verlaagt u de luchtdruk. Algemeen gesproken, gaat het gereedschap langer mee als het wordt gebruikt met een lagere luchtdruk en de instelknop is ingesteld op een grotere nageldiepte. Haak LET OP: Hang het gereedschap niet op aan de haak op een hoge plaats of op een mogelijk instabiele plaats. LET OP: Hang de haak niet aan uw broekriem. Als het nagelpistool per ongeluk valt, kan het een nagel schie- tenwaardoorpersoonlijkletselkanontstaan. ►Fig.6 ►Fig.7: 1. Haak Dehaakishandigomhetgereedschaptijdelijkaanop te hangen. Luchtblazer LET OP: Richt de uitstroomopening van de luchtblazer niet op iemand. Houd verder uw han- den en voeten uit de buurt van de uitstroomope- ning. Als per ongeluk op de knop van de luchtblazer wordtgedrukt,kanpersoonlijkletselontstaan. LET OP: Controleer altijd uw omgeving voor- dat u de luchtblazer gebruikt. Weggeblazen stof of voorwerpen kunnen iemand raken. LET OP: Sluit de luchtslang niet aan en kop- pel hem niet los terwijl u op de knop van de lucht- blazer drukt. De lucht die wordt aangevoerd naar het gereedschap, kan tevens worden gebruikt als een luchtblazer. U kunt het werkgebied schoonblazen door op de knop ach- terop de handgreep te drukken. ►Fig.8: 1. Knop KENNISGEVING: Na gebruik van de luchtblazer, isdeschroefkrachtvanhetgereedschaptijdelijk lager. Wacht in dat geval totdat de luchtdruk weer is opgebouwd. KENNISGEVING: Voer eerst proefblazen uit als u deluchtblazerwiltgebruikenonmiddellijknadatolieis aangebracht.Mogelijkwordenoliespetterstezamen met de lucht eruit geblazen. MONTAGE LET OP: Koppel altijd de slang los voordat u enige werkzaamheden aan het gereedschap uitvoert. Nagels laden LET OP: Gebruik nagels van dezelfde soort, grootte en uniforme lengte wanneer u nagels in het magazijn laadt.
1. Trekaandeschuifterwijludehendelomlaag
gedrukthoudtomhetmagazijnteopenen. ►Fig.9: 1. Hendel 2. Schuif
2. Lijndepuntvandenagelsuitmetdegroefvanhet
magazijnenduwdenagelsnaardeschietmond. ►Fig.10: 1. Nagel 2. Groef 3. Schietmond
3. Sluit de schuif tot deze wordt vergrendeld.
LET OP: Plaats uw vinger niet op de glijgoot van de schuif. Uw vinger kan bekneld komen te zitten in de schuif. LET OP: Als het gereedschap niet wordt gebruikt, verwijdert u alle nagels uit het magazijn en sluit u de schuif. Neusadapter Om te voorkomen dat het oppervlak van het werkstuk wordt bekrast of beschadigd, brengt u de neusadapter aan. ►Fig.11: 1. Neusadapter 2. Contactschoen Een reserve neusadapter wordt bewaard op de plaats aangegeven in de afbeelding. ►Fig.12: 1. Reserve neusadapter De luchtslang aansluiten LET OP: Leg uw vinger niet om de trekker terwijl u de luchtslang aansluit. ►Fig.13: 1.Mannelijkeluchtslangkoppeling 2.Vrouwelijkeluchtslangkoppeling Bevestigdevrouwelijkeluchtslangkoppelingopde slangaandemannelijkeluchtslangkoppelingophet gereedschap.Controleerofdevrouwelijkeluchtslang- koppelingstevigopzijnplaatsvergrendeldisnadat dezeisaangebrachtopdemannelijkeluchtslangkop- peling.42 NEDERLANDS Eenluchtslangkoppelingdientopofdichtbijhetgereed- schap te worden aangebracht zodat de luchtdruktank ontlast zal worden wanneer de luchttoevoerkoppeling wordt losgemaakt. BEDIENING LET OP: Verzeker u ervan dat alle veiligheids- voorzieningen in werkende staat verkeren voordat u het gereedschap gebruikt. De correcte werking controleren vóór gebruik Controleervóórgebruikaltijddevolgendepunten. — Verzeker u ervan dat het gereedschap niet gaat werken door alleen maar de luchtslang aan te sluiten. — Verzeker u ervan dat het gereedschap niet gaat werkendooralleenmaardetrekkerinteknijpen. — Verzeker u ervan dat het gereedschap niet gaat werken door alleen maar de contactschoen tegen het werkstuk te drukken zonder de trekker in te knijpen. Nagels schieten Om een nagel te schieten, drukt u de contactschoen tegenhetwerkstukenknijptudetrekkerin. ►Fig.14 LET OP: MET DE TREKKER IN DE HALF- INGEKNEPEN STAND kan het gereedschap onver- wachts een nagel schieten als de contactschoen door de terugslag nogmaals in aanraking komt met het werkstuk of een ander oppervlak. Om dergelijk per ongeluk schieten van een nagel te voorkomen, gaat u als volgt te werk:
- Druk de contactschoen niet met buitenspo- rige kracht tegen het werkstuk.
- Knijp de trekker helemaal in en houd hem ingeknepen gedurende 1 tot 2 seconden nadat de nagel is geschoten. Vastgelopen nagels verwijderen WAARSCHUWING: Koppel de slang altijd los voordat u nagels verwijdert. LET OP: Gebruik geen vervormde nagels of strippen nagels. Als u dit toch doet, worden de nagels niet goed aangevoerd.
1. Opendeschuifenverwijderdenagelsuithet
2. Terwijldeschuifopenwordtgehouden,trektuaan
devergrendelingomdedeurteopenenenverwijdertu vervolgens de nagels. ►Fig.16: 1. Vergrendeling 2. Deur ONDERHOUD LET OP: Koppel de slang altijd los voordat u probeert inspectie- of onderhoudswerkzaamhe- den uit te voeren. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Nagels Weesvoorzichtigbijhethanterenvandenagelstrippen en de doos ervan. Als de nagelstrippen grof behandeld worden, kunnen ze vervorm worden waardoor een slechte nagelaanvoer ontstaat. Voorkom dat nagels worden opgeslagen in een zeer vochtige of warme ruimte of op een plek die is blootge- steld aan direct zonlicht. Het nagelpistool onderhouden Controleervoorgebruikhetgereedschapaltijdeerstop algehele conditie en loszittende schroeven. Draai deze zo nodig vast. Inspecteerhetgereedschapdagelijksmetlosgekop- peldepersluchtslangopvrijebewegingvandecontact- schoen en trekker. Gebruik het gereedschap niet als de contactschoen of de trekker vastloopt of klemt. Wanneerhetgereedschapgedurendeeenlangetijdniet gebruikt gaat worden, smeert u het gereedschap met olie voor pneumatisch gereedschap en bewaart u het gereedschap op een veilige plaats. Voorkom blootstelling aan direct zonlicht en/of een vochtige of warme omgeving. ►Fig.17 Onderhoud van de compressor, persluchtinstallatie en luchtslang Tapnagebruikaltijddecompressortankenhetluchtlteraf. Als vocht in het gereedschap terechtkomt, kunnen de presta- ties verslechteren en kan het gereedschap defect raken. ►Fig.18: 1.Aftapkraantje ►Fig.19: 1.Luchtlter Controleer regelmatig of er voldoende olie voor pneu- matisch gereedschap zit in de smeerinrichting van de persluchtinstallatie. Als onvoldoende smering plaats- vindt,slijtendeO-ringensnel. ►Fig.20: 1. Smeerinrichting 2. Olie voor pneumatisch gereedschap Houd de luchtslang uit de buurt van hitte (meer dan 60 °C) enchemicaliën(thinner,sterkezurenofbasen).Houdde slangookuitdebuurtvanobstakelswaaraandezetijdens hetgebruikzoukunnenblijvenhaken.Houddeslangookuit de buurt van scherpe randen en plaatsen die beschadiging of schuurplekken op de slang kunnen veroorzaken. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoudofafstellingentewordenuitgevoerdbijeen erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijdmetgebruikvanMakita-vervangingsonderdelen.43 NEDERLANDS OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven.Bijgebruikvanandereaccessoiresof hulpstukkenbestaathetgevaarvanpersoonlijkelet- sel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel. Wenstumeerbijzonderhedenoverdezeacces- soires,neemdancontactopmethetplaatselijke Makita-servicecentrum.
Notice-Facile