MAKITA AF601 - Nietmachine

AF601 - Nietmachine MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis AF601 MAKITA in PDF-formaat.

📄 92 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice MAKITA AF601 - page 40
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : AF601

Categorie : Nietmachine

Download de handleiding voor uw Nietmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AF601 - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AF601 van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING AF601 MAKITA

Pneumatisch afbouwnagelpistool GEBRUIKSAANWIJZING 40

  • In verband met ononderbroken research en ontwikkeling behouden wij ons het recht voor bovenstaande tech- nische gegevens te wijzigen zonder voorafgaande kennisgeving.
  • De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen. Symbolen Hieronder staan de symbolen die voor het gereedschap worden gebruikt. Zorg ervoor dat u weet wat ze beteke- nen alvorens het gereedschap te gebruiken. Lees de gebruiksaanwijzing. Draag een veiligheidsbril. Het gereedschap heeft de mogelijkheid om te werken in de functie voor herhaaldelijk schieten. Draag gehoorbescherming. Gebruik het gereedschap niet op een steiger of ladder. Gebruiksdoeleinden Het gereedschap is bedoeld voor het bevestigen van materialen bij binnenafwerking en meubelbouw. Het gereedschap is uitsluitend bedoeld voor professio- nele toepassingen met hoge volumes. Gebruik het niet voor enig ander doel. Het is niet bedoeld om beves- tigingsmiddelen in een hard oppervlak, zoals staal of beton, te schieten. Geluidsniveau De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens ISO11148-13 (EN12549): Geluidsdrukniveau (L

): 115 dB (A) Onzekerheid (K): 1,5 dB (A) OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestme- thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed- schap te vergelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Trilling De totale trillingswaarde zoals vastgesteld volgens ISO11148-13 (ISO8662-11): Trillingsemissie (a

OPMERKING: De totale trillingswaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver- gelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.41 NEDERLANDS WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). EG-verklaring van conformiteit Alleen voor Europese landen De EG-verklaring van conformiteit is bijgevoegd als Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing. VEILIGHEIDSWAAR- SCHUWINGEN Waarschuwingen voor pneumatisch nagelpistool/nietpistool WAARSCHUWING: Lees alle veiligheids- waarschuwingen en alle instructies. Het niet vol- gen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. Omwille van uw persoonlijke veiligheid en de juiste werking en onderhoud van het gereedschap, leest u deze gebruiksaanwijzing alvorens het gereedschap te gebruiken. Algemene veiligheidswaarschuwingen

1. Al het overige gebruik buiten het beoogde

gebruik van dit gereedschap is verboden. Gereedschappen die bevestigingsmiddelen aanbrengen door middel van continu her- haaldelijk schieten of herhaaldelijk schie- ten mogen uitsluitend worden gebruikt in productietoepassingen.

2. Houd uw vingers uit de buurt van de trekker

wanneer u het gereedschap niet gebruikt en wanneer u het verplaatst van de ene werkplek naar de andere.

3. Meerdere gevaren. U moet de veiligheidsin-

structies lezen en begrijpen voordat u het gereedschap aansluit, loskoppelt, laadt, bedient, onderhoudt, van accessoires voorziet of in de buurt ervan werkt. Als u dit niet doet, kan dat leiden tot ernstig lichamelijk letsel.

4. Houd alle lichaamsdelen, zoals handen, benen,

enz., uit de schietrichting en verzeker u ervan dat het bevestigingsmiddel niet door het werk- stuk heen in een lichaamsdeel kan schieten.

5. Wees bij gebruik van het gereedschap erop

bedacht dat het bevestigingsmiddel kan afket- sen en letsel kan veroorzaken.

6. Houd het gereedschap stevig vast en wees

voorbereid om de terugslag op te vangen.

7. Alleen vakbekwame gebruikers mogen het

bevestigingsgreedschap bedienen.

8. Wijzig het bevestigingsgreedschap niet.

Wijzigingen kunnen de e󰀨ectiviteit van de vei- ligheidsvoorzieningen verlagen en de risico’s voor de gebruiker en/of omstanders vergroten.

9. Gooi de gebruiksaanwijzing niet weg.

10. Gebruik het gereedschap niet als het gereed-

schap beschadigd is.

11. Wees voorzichtig bij het hanteren van de

bevestigingsmiddelen, met name bij het laden en verwijderen, omdat de bevestigingsmidde- len scherpe punten hebben die letsel kunnen veroorzaken.

12. Controleer het gereedschap altijd vóór gebruik

op kapotte, verkeerd aangesloten of versleten onderdelen.

13. Reik niet te ver. Gebruik uitsluitend op een

veilige werkplek. Zorg altijd voor een stevige stand en goede lichaamsbalans.

14. Houd omstanders uit de buurt (bij het werken

op een plaats waar waarschijnlijk mensen voorbij komen). Zet uw werkgebied duidelijk af.

15. Richt het gereedschap nooit op uzelf of

16. Plaats uw vinger nooit om de trekker wan-

neer u het gereedschap oppakt, wanneer u naar een andere werkplek of -positie gaat, en wanneer u met het gereedschap loopt omdat de vinger om de trekker tot onbedoelde bedie- ning van het gereedschap kan leiden. Voor gereedschappen waarop de bedieningsfunctie kan worden gekozen, controleert u altijd het gereedschap vóór gebruik om er zeker van te zijn dat de correcte bedieningsfunctie is gekozen.

17. Draag uitsluitend handschoenen die vol-

doende gevoel en een veilige bediening van de trekker en alle afstelmogelijkheden bieden.

18. Als u het gereedschap neerlegt, legt u het neer

op een vlakke ondergrond. Als u de haak van het gereedschap gebruikt, hangt u het gereed- schap veilig op een stabiel oppervlak op.

19. Bedien het gereedschap niet onder invloed

van alcohol, drugs en dergelijke. Gevaren door projectielen

1. Het bevestigingsgereedschap moet worden

losgekoppeld wanneer bevestigingsmidde- len worden verwijderd, afstellingen worden gemaakt, vastgelopen bevestigingsmiddelen worden verwijderd en accessoires worden verwisseld.42 NEDERLANDS

2. Let er tijdens gebruik op dat de bevestigings-

middelen het materiaal correct penetreren en niet kunnen afketsen of per ongeluk in de richting van de gebruiker en/of omstanders worden geschoten.

3. Tijdens gebruik kan afval vanaf het werkstuk

en het bevestigings-/verzamelsysteem worden weggeworpen.

4. Draag tijdens het gebruik van elektrisch

gereedschap altijd een veiligheidsbril om uw ogen te beschermen tegen letsel. De bril moet voldoen aan ANSI Z87.1 in de Verenigde Staten, aan EN 166 in Europa, en aan AS/ NZS 1336 in Australië en Nieuw-Zeeland. In Australië en Nieuw-Zeeland is het wettelijk verplicht om tevens een spatscherm te dragen om uw gezicht te beschermen. Het is de verantwoordelijkheid van de werk- gever om ervoor te zorgen dat geschikte beschermingsmiddelen gebruikt worden door de gebruikers van het gereedschap en anderen in de onmiddellijke omgeving van de werkplek.

5. De risico’s voor anderen moeten worden

beoordeeld door de gebruiker.

6. Wees voorzichtig met gereedschappen zonder

contactschoen omdat deze onbedoeld kunnen worden afgeschoten en letsel kunnen veroor- zaken bij de gebruiker en/of omstanders.

7. Zorg er altijd voor dat het gereedschap vei-

lig op het werkstuk is geplaatst en niet kan wegglijden.

8. Draag gehoorbescherming om uw oren te

beschermen tegen het uitlaatgeluid en draag hoofdbescherming. Draag tevens lichte maar geen losse kleding. Manchetten moeten dicht- geknoopt zijn of de mouwen moeten worden opgerold. Draag geen stropdas. Gevaren bij gebruik

1. Houd het gereedschap correct vast: wees

voorbereid om normale of plotselinge bewe- gingen, zoals terugslag, op te vangen.

2. Zorg voor een goede lichaamsbalans en ste-

3. Een geschikte veiligheidsbril moet worden

gebruikt en geschikte handschoenen en beschermende kleding worden aanbevolen.

4. Geschikte gehoorbescherming moet worden

5. Gebruik de correcte voeding, zoals beschre-

ven in de gebruiksaanwijzing.

6. Gebruik het gereedschap niet op bewegende

platformen of in de laadruimte van vrachtwa- gens. Door een plotselinge beweging van het platform kunt u de controle over het gereedschap verliezen en kan letsel worden veroorzaakt.

7. Ga er altijd vanuit dat in het gereedschap

bevestigingsmiddelen zitten.

8. Werk niet gehaast en forceer het gereedschap

niet. Hanteer het gereedschap voorzichtig.

9. Zorg ervoor dat u tijdens het gebruik van het

gereedschap stevig staat en uw evenwicht goed bewaart. Controleer dat er niemand onder u staat wanneer u op een hoge plaats werkt, en maak de luchtslang vast om gevaarlijke situaties te voorkomen als er plotseling aan wordt getrok- ken of deze bekneld raakt.

10. Op daken en andere hoge plaatsen schroeft u

bevestigingsmiddelen erin terwijl u voorwaarts beweegt. U glijdt gemakkelijk weg als u bevesti- gingsmiddelen erin schroeft terwijl u achterwaarts kruipt. Als u bevestigingsmiddelen in een rechtop- staande ondergrond schroeft, werkt u van boven naar beneden. U kunt op deze manier schroeven zonder snel vermoeid te raken.

11. Een bevestigingsmiddel zal krom gaan of het

gereedschap kan vastlopen als u per ongeluk bovenop een ander bevestigingsmiddel of in een knoest in het hout schroeft. Het beves- tigingsmiddel kan wegschieten en iemand raken, of het gereedschap zelf kan gevaarlijk terugslaan. Kies de plaats voor het bevesti- gingsmiddel met zorg.

12. Laat het geladen gereedschap of de luchtcom-

pressor onder druk, niet gedurende een lange tijd in de zon liggen. Zorg ervoor dat stof, zand, houtsnippers en vreemde sto󰀨en niet kunnen binnendringen in het gereedschap op de plaats waar u het laat liggen.

13. Probeer nooit tegelijkertijd van binnenuit en

van buitenaf bevestigingsmiddelen erin te schroeven. De bevestigingsmiddelen kunnen er dwars doorheen schieten of afketsen en een groot gevaar opleveren. Gevaren door herhalende bedieningen

1. Wanneer een gereedschap gedurende een

lange tijd wordt gebruikt, kan de gebruiker een oncomfortabel gevoel ervaren in de handen, armen, schouders, nek of andere lichaamsdelen.

2. Bij gebruik van een gereedschap moet de

gebruiker een geschikte en ergonomische houding aannemen. Zorg ervoor dat u stevig staat en vermijd lastige en ongebalanceerde houdingen.

3. Als de gebruiker symptomen ervaart, zoals

aanhoudende of terugkerende ongemakken, pijn, kloppingen, tintelen, gevoelloosheid, brandend gevoel of stijfheid, mag u deze tekenen niet negeren. De gebruiker dient een vakbekwame zorgmedewerker te raadplegen aangaande zijn algemene activiteiten.

4. Het ononderbroken gebruik van het gereed-

schap kan leiden tot RSI (Repetitive Strain Injury) als gevolg van de terugslag van het gereedschap.43 NEDERLANDS

5. Om RSI (Repetitive Strain Injury) te voorko-

men, mag de gebruiker niet te ver reiken of buitensporige kracht uitoefenen. Bovendien moet de gebruiker rusten wanneer hij/zij zich moe voelt.

6. Voer een risicobeoordeling uit met betrekking

tot het gevaar van zich herhalende bewegin- gen. Deze moet zich richten op skelet-spier- aandoeningen en dient bij voorkeur te zijn gebaseerd op de aanname dat een afname van de vermoeidheid tijdens het werken e󰀨ectief is in het verminderen van de aandoeningen. Gevaren door accessoires en verbruiksartikelen

1. Koppel de voeding, zoals perslucht, gas of

accu al naar gelang van toepassing, naar het gereedschap los alvorens accessoires zoals de contactschoen te verwisselen/vervangen, of het gereedschap af te stellen.

2. Gebruik uitsluitend de grootte en het type

accessoires die door de fabrikant worden geleverd.

3. Gebruik uitsluitend smeermiddelen aanbevo-

len in deze handleiding. Gevaren door de werkplek

1. Uitglijden, struikelen en vallen zijn de

hoofdoorzaken van letsel op de werkplek. Wees bedacht op gladde oppervlakken veroor- zaakt door het gebruik van het gereedschap en tevens op struikelgevaar veroorzaakt door de persluchtslang.

2. Wees extra voorzichtig in een onbekende

omgeving. Er kunnen verborgen gevaren zijn, zoals elektriciteits- of andere nutsleidingen.

3. Dit gereedschap is niet voor gebruik in omge-

vingen met explosiegevaar en is niet geïso- leerd tegen aanraking van stroomvoerende kabels.

4. Verzeker u ervan dat er geen elektriciteitska-

bels, gasleidingen, enz. zijn die een gevaarlijke situatie zouden kunnen veroorzaken als ze worden beschadigd door het gebruik van dit gereedschap.

5. Houd uw werkplek schoon en zorg voor goede

verlichting. Op een rommelige of donkere werk- plek gebeuren vaker ongevallen.

6. Er kunnen plaatselijk regels gelden met betrek-

king tot geluid, waaraan u zich dient te houden door de geluidsproductie onder het voorge- schreven niveau te houden. In bepaalde geval- len moeten geluidsschermen worden gebruikt om het geluidsniveau te beperken. Gevaren door stof en uitlaatgassen

1. Controleer altijd de omgeving. De lucht die het

gereedschap uitstoot, kan stof of voorwerpen wegblazen die de gebruiker en/of omstanders kunnen raken.

2. Richt de uitlaat zodanig dat in een zeer sto󰀩ge

omgeving het opwerpen van stof minimaal is.

3. Als stof of voorwerpen worden uitgestoten in

de werkomgeving, vermindert u de uitstoot zo veel mogelijk om de gezondheidsrisico’s en kans op letsel te verkleinen. Gevaren door geluid

1. Onbeschermde blootstelling aan hoge

geluidsniveaus kan leiden tot permanente en onherstelbare gehoorschade en andere problemen zoals tinnitus (sis-, uit-, brom- of pieptonen in het oor).

2. Voer een risicobeoordeling uit met betrekking

tot gevaren door geluid op de werkplek en tref geschikte beheersmaatregelen voor deze gevaren.

3. Geschikte methoden om het risico te verklei-

nen zijn onder andere het gebruik van dem- pingsmaterialen die voorkomen dat werkstuk- ken ‘meezingen’.

4. Gebruik geschikte gehoorbescherming.

5. Bedien en onderhoud het gereedschap

zoals aanbevolen in deze instructies om een onnodige toename van het geluidsniveau te voorkomen.

6. Tref geluidsverminderende maatregelen,

bijvoorbeeld door het werkstuk op geluiddem- pende ondersteuning te plaatsen. Gevaren door trillingen

De trillingsemissie tijdens gebruik is afhanke- lijk van de grijpkracht, de contactdruk, de werk- richting, de afstelling van de voeding, het werk- stuk en de ondersteuning van het werkstuk. Voer een risicobeoordeling uit met betrekking tot gevaren door trillingen en tref geschikte beheersmaatregelen voor deze gevaren.

2. Blootstelling aan trillingen kan onherstelbare

schade aanrichten aan de zenuwen en bloed- vaten van de handen en armen.

3. Draag warme kleding tijdens het werken onder

koude omstandigheden, en houd uw handen warm en droog.

4. U kunt gevoelloosheid, tintelen, pijn of ver-

droging van de huid van uw vingers of handen ervaren. Vraag een vakbekwame bedrijfsarts om medisch advies aangaande uw algemene activiteiten.

5. Bedien en onderhoud het gereedschap

zoals aanbevolen in deze instructies om een onnodige toename van de trillingsniveaus te voorkomen.

6. Houd het gereedschap vast met een lichte,

maar veilige greep omdat het risico door tril- lingen doorgaans groter is wanneer de grijp- kracht hoger is. Aanvullende waarschuwingen voor pneumatische gereedschappen

1. Perslucht kan ernstig letsel veroorzaken.

2. Sluit altijd de luchttoevoer af en koppel het

gereedschap los van de luchttoevoer wanneer u het niet gebruikt.

3. Koppel het gereedschap altijd los van de pers-

luchttoevoer voordat u accessoires verwisselt, afstellingen en/of reparaties uitvoert, en het gereedschap verplaatst van de ene werkplek naar de andere.

4. Houd uw vingers uit de buurt van de trekker

wanneer u het gereedschap niet gebruikt en wanneer u het verplaatst van de ene werkplek naar de andere.44 NEDERLANDS

5. Richt de perslucht nooit op uzelf of iemand

oorzaken. Controleer altijd op beschadigde of losse slangen of koppelingen.

7. Draag een pneumatisch gereedschap nooit

8. Sleep een pneumatisch gereedschap nooit aan

pen mag u nooit de maximumwerkdruk (ps max) overschrijden.

10. Pneumatische gereedschappen mogen uit-

sluitend worden gevoed door perslucht van de laagste druk die vereist is voor de werkwijze om het geluids- en trillingsniveau te verlagen en de slijtage te minimaliseren.

11. Als zuurstof of brandbaar gas wordt gebruikt

om pneumatische gereedschappen te bedie- nen, ontstaat brand- en explosiegevaar.

12. Wees voorzichtig bij het gebruik van pneuma-

tische gereedschappen aangezien het gereed- schap koud kan worden waardoor de grip en controle kunnen afnemen. Aanvullende waarschuwingen voor gereedschap- pen met de mogelijkheid van herhaaldelijk schieten

1. Plaats uw vinger nooit om de trekker wan-

neer u het gereedschap oppakt, wanneer u naar een andere werkplek of -positie gaat, en wanneer u met het gereedschap loopt omdat de vinger om de trekker tot onbedoelde bedie- ning van het gereedschap kan leiden. Voor gereedschappen waarop de bedieningsfunctie kan worden gekozen, controleert u altijd het gereedschap vóór gebruik om er zeker van te zijn dat de correcte bedieningsfunctie is gekozen.

2. Op dit gereedschap kan de bedieningswijze

worden gekozen uit herhaaldelijk schieten of continu schieten door middel van een bedie- ningsfunctie-keuzeknop, of het gereedschap werkt met herhaaldelijk schieten of continu schieten en is gemarkeerd met het boven- staande symbool. Het beoogde gebruik is voor productietoepassingen, zoals pallets, meu- bels, huizenbouw, sto󰀨ering en plaatwerk.

3. Bij gebruik van dit gereedschap waarbij de

bedieningswijze kan worden gekozen, contro- leert u altijd of het in de correcte bedienings- functie staat.

4. Gebruik dit gereedschap niet in de bedienings-

functie herhaaldelijk schieten in toepassingen zoals het sluiten van kisten of kratten en het bevestigen van transportbeveiligingssystemen op vrachtwagens en aanhangers.

5. Wees voorzichtig bij het verplaatsen van de

ene bevestigingsplaats naar de andere. Veiligheidsvoorzieningen

1. Controleer voor gebruik dat alle veiligheids-

systemen goed werken. Het gereedschap mag niet werken als alleen de trekkerschakelaar wordt ingeknepen of als alleen de contactschoen op het hout wordt gedrukt. Het gereedschap mag alleen werken als beide handelingen tegelijkertijd worden uitgevoerd. Test op mogelijke defecte werking wanneer geen bevestigingsmiddelen zijn geladen en de aandrukker helemaal uitgetrokken is.

2. De trekker vastzetten in de AAN-stand is zeer

gevaarlijk. Probeer nooit de trekker vast te zetten.

3. Probeer niet de contactschoen voortdurend

ingedrukt te houden met tape of draad. Dit kan leiden tot de dood of ernstig letsel.

4. Controleer altijd de contactschoen volgens

de instructies in deze gebruiksaanwijzing. Als het veiligheidsmechanisme niet goed werkt, kunnen bevestigingsmiddelen per ongeluk worden ingedraaid. Service

1. Voer reinigings- en onderhoudswerkzaamhe-

den onmiddellijk uit nadat u klaar bent met werken. Houd het gereedschap in optimale condi- tie. Smeer bewegende delen om roesten te voor- komen en slijtage door wrijving te minimaliseren. Veeg alle stof van de onderdelen af.

2. Vraag een erkend Makita-servicecentrum

regelmatig het gereedschap te inspecteren.

3. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID

van het gereedschap te handhaven, dienen onderhoud en reparaties te worden uitgevoerd door een erkend Makita-servicecentrum, en altijd met gebruikmaking van originele Makita-vervangingsonderdelen.

4. Houd u aan de plaatselijke regelgeving bij het

verwerken van het gereedschap. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betre󰀨ende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.

De luchtcompressor moet voldoen aan de vereisten van EN60335-2-34. Gebruik een compressor die ruimschoots voldoende druk en luchtopbrengst levert om een rendabele wer- king te garanderen. De graek toont de verhouding tussen de nagelsnelheid, de toepasselijke druk en de luchtopbrengst van de compressor. Bijvoorbeeld, wanneer u nagelt met een frequentie van ongeveer 60 keer per minuut bij een druk van 0,66 MPa (6,6 bar), is een compressor met een luchtopbrengst van meer dan 80 liter/minuut vereist. Wanneer de aangevoerde luchtdruk de nominale druk van het gereedschap overschrijdt, dienen drukregelaars te worden gebruikt om de luchtdruk te verlagen tot de nominale druk. Als u dit niet doet, bestaat gevaar voor ernstig letsel van de gebruiker van het gereedschap of van personen in de buurt. De luchtslang selecteren LET OP: Een lage luchtopbrengst van de com- pressor, een te lange luchtslang of een luchtslang met een kleinere diameter in verhouding tot de nagelsnelheid, kunnen leiden tot een verminderde nagelkracht van het gereedschap. ► Fig.2 Gebruik een zo groot en kort mogelijke persluchtslang om verzekerd te zijn van ononderbroken en e󰀩ciënt nagelen. Als het interval tussen twee nagels 0,5 seconde is, wordt bij een luchtdruk van 0,49 MPa (4,9 bar), een per- sluchtslang met een binnendiameter van meer dan 6,5 mm en een lengte van minder dan 20 m aanbevolen. Persluchtslangen moeten een nominale minimumwerk- druk hebben van 1,03 MPa (10,3 bar) of 150 procent van de maximumdruk die door het systeem wordt gele- verd, al naar gelang welke hoger is. Smering ► Fig.3 Om van maximale prestaties verzekerd te zijn, monteert u een luchtset (smeerinrichting, drukregelaar, luchtlter) zo dicht mogelijk bij het gereedschap. Stel de smeerin- richting zodanig in dat voor iedere 50 nagels een drup- pel smeerolie wordt geleverd. Als geen luchtset wordt gebruikt, smeert u het gereed- schap met olie voor pneumatisch gereedschap door 2 (twee) of 3 (drie) druppels in de luchtslangkoppeling aan te brengen. U dient dit voor en na ieder gebruik te doen. Voor een goede smering moet het gereedschap enkele keren worden bediend nadat de olie voor pneumatisch gereedschap is aangebracht. ► Fig.4: 1. Olie voor pneumatisch gereedschap

FUNCTIES LET OP: Laat altijd de trekker los en koppel altijd de persluchtslang los voordat u de werking van het gereedschap controleert of afstelt. De nageldiepte instellen ► Fig.5: 1. Stelknop Om de nageldiepte af te stellen, draait u de instelknop. De nageldiepte is het grootst wanneer de instelknop zo ver mogelijk in richting A, aangegeven in de afbeelding, is gedraaid. De diepte wordt geringer naarmate de instelknop in richting B wordt gedraaid. Als de nagels niet diep genoeg worden geschoten, zelfs niet terwijl de instelknop zo ver mogelijk in richting A is gedraaid, verhoogt u de luchtdruk. Als de nagels te diep worden geschoten ondanks dat de instelknop zo ver mogelijk in richting B is gedraaid, verlaagt u de luchtdruk. Algemeen gesproken, gaat het gereedschap langer mee als het wordt gebruikt met een lagere luchtdruk en de instelknop is ingesteld op een grotere nageldiepte. Haak LET OP: Hang het gereedschap niet op aan de haak op een hoge plaats of op een mogelijk instabiele plaats. LET OP: Hang de haak niet aan uw broek- riem. Als het nagelpistool per ongeluk valt, kan het een nagel schieten waardoor persoonlijk letsel kan ontstaan. ► Fig.6: 1. Haak De haak is handig om het gereedschap tijdelijk aan op te hangen.46 NEDERLANDS Luchtblazer LET OP: Richt de uitstroomopening van de luchtblazer niet op iemand. Houd verder uw han- den en voeten uit de buurt van de uitstroomope- ning. Als per ongeluk op de knop van de luchtblazer wordt gedrukt, kan persoonlijk letsel ontstaan. LET OP: Controleer altijd uw omgeving voor- dat u de luchtblazer gebruikt. Weggeblazen stof of voorwerpen kunnen iemand raken. LET OP: Sluit de luchtslang niet aan en kop- pel hem niet los terwijl u op de knop van de lucht- blazer drukt. De lucht die wordt aangevoerd naar het gereedschap, kan tevens worden gebruikt als een luchtblazer. U kunt het werkgebied schoonblazen door op de knop ach- terop de handgreep te drukken. ► Fig.7: 1. Knop KENNISGEVING: Na gebruik van de luchtblazer, is de schroefkracht van het gereedschap tijdelijk lager. Wacht in dat geval totdat de luchtdruk weer is opgebouwd. KENNISGEVING: Voer eerst proefblazen uit als u de luchtblazer wilt gebruiken onmiddellijk nadat olie is aangebracht. Mogelijk worden oliespetters tezamen met de lucht eruit geblazen. MONTAGE LET OP: Laat altijd de trekker los en koppel altijd de persluchtslang los van het gereedschap voordat u enige werkzaamheden aan het gereed- schap uitvoert. LET OP: Gebruik nagels van dezelfde soort, grootte en uniforme lengte wanneer u nagels laadt in het magazijn. De nagelrol in het gereedschap laden

1. Trek de hendel van de aandrukker naar achteren

tot deze wordt vergrendeld aan de achterkant van het magazijn. ► Fig.8: 1. Hendel van de aandrukker

2. Plaats een strip nagels in de sleuf in de achterkant

van het magazijn en schuif de strip in de richting van de schietmond. ► Fig.9: 1. Magazijn

3. Druk op de drukknop en schuif de hendel van de

aandrukker voorzichtig tegen het uiteinde van de strip. ► Fig.10: 1. Drukknop 2. Hendel van de aandrukker LET OP: Houd altijd de hendel van de aan- drukker vast wanneer u op de drukknop drukt om de hendel van de aandrukker terug te duwen omdat anders de hendel van de aandrukker plot- seling beweegt en persoonlijk letsel kan ontstaan. Afmetingen van de bevestigingsmiddelen Alleen de volgende bevestigingsmiddelen kunnen worden gebruikt in het gereedschap. Afbouwnagels 16 gauge ► Fig.11 Maximum ► Fig.12: (1) 64 mm Minimum ► Fig.13: (1) 2,8 mm (2) 1,6 mm (3) 1,2 mm (4) 25 mm (5) 1,4 mm Nagels verwijderen

1. Trek de hendel van de aandrukker naar achteren

tot deze wordt vergrendeld aan de achterkant van het magazijn.

2. Schuif de nagels naar de achterkant van het

magazijn en haal ze eruit. Neusadapter Om te voorkomen dat het oppervlak van het werkstuk wordt bekrast of beschadigd, brengt u de neusadapter aan. ► Fig.14: 1. Neusadapter 2. Contactschoen Een reserve neusadapter wordt bewaard op de plaats aangegeven in de afbeelding. ► Fig.15: 1. Reserve neusadapter De luchtslang aansluiten LET OP: Leg uw vinger niet om de trekker terwijl u de luchtslang aansluit. ► Fig.16: 1. Mannelijke luchtslangkoppeling

2. Vrouwelijke luchtslangkoppeling

Bevestig de vrouwelijke luchtslangkoppeling op de slang aan de mannelijke luchtslangkoppeling op het gereedschap. Controleer of de vrouwelijke luchtslang- koppeling stevig op zijn plaats vergrendeld is nadat deze is aangebracht op de mannelijke luchtslangkop- peling. Een luchtslangkoppeling dient op of dicht bij het gereed- schap te worden aangebracht zodat de luchtdruktank ontlast zal worden wanneer de luchttoevoerkoppeling wordt losgemaakt. BEDIENING LET OP: Verzeker u ervan dat alle veiligheids- voorzieningen in werkende staat verkeren voordat u het gereedschap gebruikt.47 NEDERLANDS De bedieningsfunctie kiezen LET OP: Verzeker u er altijd van dat de bedie- ningsfunctie-keuzeknop in de correcte stand staat voor de gewenste nagelfunctie voordat u begint te nagelen. ► Fig.17: 1. Bedieningsfunctie-keuzeknop Enkelvoudige opeenvolgende bedieningsfunctie: U kunt één nagel schieten met één afzonderlijke hande- ling. Kies deze functie wanneer u een nagel voorzichtig en nauwkeurig wilt schieten. Om deze functie te kiezen, zet u de bedieningsfunc- tie-keuzeknop in de stand

Herhaaldelijk-schietenfunctie: U kunt nagels achter elkaar schieten door de contact- schoen herhaaldelijk op het materiaal te drukken terwijl u de trekker ingeknepen houdt. Om deze functie te kiezen, zet u de bedieningsfunc- tie-keuzeknop in de stand

De correcte werking controleren vóór gebruik Controleer vóór gebruik altijd de volgende punten.

Verzeker u ervan dat het gereedschap niet gaat wer- ken door alleen maar de luchtslang aan te sluiten. — Verzeker u ervan dat het gereedschap niet gaat werken door alleen maar de trekker in te knijpen.

Verzeker u ervan dat het gereedschap niet gaat werken door alleen maar de contactschoen tegen het werkstuk te drukken zonder de trekker in te knijpen. — Zorg bij enkelvoudige werking ervoor dat het gereedschap niet werkt als eerst de trekker wordt ingeknepen en daarna de contactschoen tegen het werkstuk wordt gedrukt. Enkelvoudige werking LET OP: Druk de contactschoen niet met grote kracht tegen het werkstuk. Knijp bovendien de trekker volledig in en houd deze na het nagelen gedurende 1 tot 2 seconden ingeknepen. Zelfs in de nagelmethode “enkelvoudige werking” zal een half ingeknepen trekker leiden tot onverwacht nagelen zodra de contactschoen weer het werkstuk raakt. Druk de contactschoen tegen het werkstuk en knijp de trekker helemaal in. Haal na het nagelen de contactschoen van het werkstuk af en laat daarna de trekker los. ► Fig.18 Continue werking Knijp eerst de trekker in en druk daarna de contact- schoen tegen het werkstuk. ► Fig.19 Droogschietpreventiemechanisme Dit gereedschap is uitgerust met een droogschietpre- ventiemechanisme. Wanneer er nog weinig nagels over zijn in het magazijn, wordt de contactschoen vergren- deld in de niet-ingedrukte stand om te voorkomen dat het gereedschap wordt bediend. Laad nieuwe nagels om het gebruik te hervatten. Vastgelopen nagels verwijderen LET OP: Laat altijd de trekker los en kop- pel de slang los voordat u vastgelopen nagels verwijdert. LET OP: Gebruik geen vervormde nagels of strippen nagels. Als u dit toch doet, worden de nagels niet goed aangevoerd. Volg de procedure in “Nagels verwijderen” om de nagels uit het magazijn te verwijderen. Open de vergrendeling en ontgrendel de deur, en ver- wijder daarna de vastgelopen nagel. ► Fig.20: 1. Vergrendeling 2. Deur ONDERHOUD LET OP: Laat altijd de trekker los en koppel altijd de persluchtslang los van het gereedschap voordat u probeert inspectie- of onderhoudswerk- zaamheden uit te voeren. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Nagels Wees voorzichtig bij het hanteren van de nagelstrippen en de doos ervan. Als de nagelstrippen grof behandeld worden, kunnen ze vervorm worden waardoor een slechte nagelaanvoer ontstaat. Voorkom dat nagels worden opgeslagen in een zeer vochtige of warme ruimte of op een plek die is blootge- steld aan direct zonlicht. Het nagelpistool onderhouden Controleer voor gebruik het gereedschap altijd eerst op algehele conditie en loszittende schroeven. Draai deze zo nodig vast. Inspecteer het gereedschap dagelijks met losgekop- pelde persluchtslang op vrije beweging van de contact- schoen en trekker. Gebruik het gereedschap niet als de contactschoen of de trekker vastloopt of klemt. Wanneer het gereedschap gedurende een lange tijd niet gebruikt gaat worden, smeert u het gereedschap met olie voor pneumatisch gereedschap en bewaart u het gereedschap op een veilige plaats. Voorkom bloot- stelling aan direct zonlicht en/of een vochtige of warme omgeving. ► Fig.2148 NEDERLANDS Onderhoud van de compressor, persluchtinstallatie en luchtslang Tap na gebruik altijd de compressortank en het lucht- lter af. Als vocht in het gereedschap terechtkomt, kunnen de prestaties verslechteren en kan het gereed- schap defect raken. ► Fig.22: 1. Aftapkraantje ► Fig.23: 1. Luchtlter Controleer regelmatig of er voldoende olie voor pneu- matisch gereedschap zit in de smeerinrichting van de persluchtinstallatie. Als onvoldoende smering plaats- vindt, slijten de O-ringen snel. ► Fig.24: 1. Smeerinrichting 2. Olie voor pneumatisch gereedschap Houd de luchtslang uit de buurt van hitte (meer dan 60 °C) en chemicaliën (thinner, sterke zuren of basen). Houd de slang ook uit de buurt van obstakels waaraan deze tijdens het gebruik zou kunnen blijven haken. Houd de slang ook uit de buurt van scherpe randen en plaatsen die beschadiging of schuurplekken op de slang kunnen veroorzaken. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijd met gebruik van Makita-vervangingsonderdelen. OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Bij gebruik van andere accessoires of hulpstukken bestaat het gevaar van persoonlijke let- sel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel. Wenst u meer bijzonderheden over deze acces- soires, neem dan contact op met het plaatselijke Makita-servicecentrum.