Unico Air 8 HP - Airconditioning OLIMPIA SPLENDID - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Unico Air 8 HP OLIMPIA SPLENDID in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Unico Air 8 HP - OLIMPIA SPLENDID en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Unico Air 8 HP van het merk OLIMPIA SPLENDID.
GEBRUIKSAANWIJZING Unico Air 8 HP OLIMPIA SPLENDID
GEBRUIKS- EN ONDERHOUDSAANWIJZINGEN
1. HetapparaatbevathetgasR410A.R410Aiseengeuoreerdbroeikasgas.
2. Leefdetoepasselijkenormenna.Lekkendkoudegasenopenvuurverboden.
3. LetgoedopaangezienhetkoudemiddelR410Ageurloosis.
4. Hetapparaatmaggebruiktwordendoorkinderenvan8jaarofouderendoorper-
sonenmetverminderdelichamelijke,zintuiglijkeofgeestelijkebekwaamheden,of zonderervaringofdebenodigdekennis,opvoorwaardedatzeondertoezichtstaan, ofnadatzeinstructiesoverhetveiligegebruikvanhetapparaatontvangenhebben endegevarendiedaaraaninherentzijnbegrepenhebben.
5. Kinderenmogennietmethetapparaatspelen.
6. Dereinigingenhetonderhouddiedoordegebruikeruitgevoerdmoetenworden
mogennietuitgevoerdwordendoorkinderenzondertoezicht.
7. Laatdebeschadigdevoedingskabelvervangendoordefabrikantofdiensservice-
centrumofeentechnicusmetsoortgelijkebekwaamheidomrisico’stevermijden.
8. Deinstallatie,eersteinwerkingstellingendevolgendeonderhoudsfasen,metuit-
zonderingvandereinigingofhetwassenvanhetluchtlter,mogenuitsluitenddoor bevoegdenbekwaampersoneelwordenverricht.
9. Omiederrisicoopelektrocutietevoorkomen,moetdestekkeruithetstopcontact
wordenverwijderden/ofdehoofdschakelaarwordenuitgeschakeldalvorensongeacht welkeonderhoudsingreepaandeapparatenteverrichten.
10. Raadpleegtijdensdeinstallatiedeminimumafstandengegeveninafbeelding2.
11.Deunitmoetzodanigwordengeplaatstdatmechanischeschadewordtvermeden. Plaatshaarineengoedgeventileerderuimtezondercontinuwerkendeontstekings- bronnenofopenvuur.
GEBRUIKS- EN ONDERHOUDSAANWIJZINGEN
GEBRUIKS- EN ONDERHOUDSAANWIJZINGEN
GEBRUIKS- EN ONDERHOUDSAANWIJZINGEN
GEBRUIKS- EN ONDERHOUDSAANWIJZINGEN
GEBRUIKS- EN ONDERHOUDSAANWIJZINGEN
GEBRUIKS- EN ONDERHOUDSAANWIJZINGEN
2.4.5 - Plaatsing van het apparaat op de bevestigingsbeugels. ................................................20
2.5.1 - Conguratie van de elektronica voor de installatie hoog of laag op de muur .................23
3.4.1 - Beschrijving van de toetsen van de afstandsbediening..................................................27
3.4.2 - Beschrijving van het display van de afstandsbediening .................................................27
3.5.8 - Werking “Verwarming” (enkel voor modellen met warmtepomp) ....................................29
3.5.9 - Regeling van de richting van de luchtstroom..................................................................30
- 3.5.10 - Regeling van de ventilatorsnelheid p. 30
- 3.5.11 - Toets welzijn ‘s nachts (SILENT) p. 31
- 3.5.12 - Instelling van de timer p. 32
- INHOUDSOPGAVENL - 2 NEDERLANDS VERWIJDERING Het symbool op het product of de verpakking geeft aan dat het niet bij het normale huisvuil mag worden gestopt, maar naar een erkend inzamelbedrijf voor de recycling van elektrische en elektronische apparatuur moet worden gebracht. Door het product op passende wijze te verwijderen helpt u mogelijke schadelijke gevolgen voor het milieu en de gezondheid als gevolg van een ongeschikte verwijdering van het product vermijden. Informeer bij de gemeente, de plaatselijke afvalverwijderingsdienst of de winkel waar het product aangeschaft is naar meer informatie over de recycling van dit product. Dit voorschrift is uitsluitend geldig binnen EU-lidstaten. 3.5.13 - Instelling van de klok en de timer p. 32
3.5.17 - Beheer van het apparaat als de afstandsbediening niet beschikbaar is ......................34
4.3.2 - Functionele aspecten die niet als storingen moeten worden beschouwd ......................38
BINNENTEMPERATUUR BUITENTEMPERATUUR Maximale bedrijfstemperaturen tijdens koeling DB 35°C - WB 24°C DB 43°C - WB 32°C Minimale bedrijfstemperaturen tijdens koeling DB 18°C DB -10°C Maximale bedrijfstemperaturen tijdens verwarming DB 27°C DB 24°C - WB 18°C Minimale bedrijfstemperaturen tijdens verwarming - - - DB -15°C
Wij wensen u eerst en vooral te bedanken omdat u de voorkeur hebt gegeven aan een door ons geproduceerd apparaat. Dit is een voorbehouden document, volgens de wetsbepalingen, met een verbod op ver- veelvoudiging of overdracht aan derden zonder uitdrukkelijke toestemming van de fabri- kant. fabrikant. Het apparaat kan worden bijgewerkt en daarom andere details vertonen dan aangeduid, zonder gevolgen voor de teksten in deze handleiding.
De pictogrammen die in dit hoofdstuk beschreven worden, worden gebruikt om snel en eensluidend de informatie te verstrekken die nodig is om de machine veilig te kunnen gebruiken.
Service Geeft situaties aan waarin de interne SERVICE moet worden gewaarschuwd: TECHNISCHE KLANTENDIENST Inhoudsopgave Paragrafen die van dit symbool voorzien zijn, bevatten zeer belangrijke informatie en voorschriften die voornamelijk de veiligheid betreffen. De veronachtzaming ervan kan resulteren in: - gevaren voor de gezondheid van de operators - verval van de contractuele garantie - weigering van aansprakelijkheid door de fabrikant. Opgeheven hand Geeft handelingen aan die om geen enkele reden mogen worden verricht.
GEVAARLIJKE ELEKTRISCHE SPANNING
Signaleert aan het betrokken personeel dat de beschreven handeling elektrocutiegevaar kan veroorzaken indien de veiligheidsnormen niet in acht worden genomen.NL - 4 NEDERLANDS
ALGEMEEN GEVAAR Signaleert aan het betrokken personeel dat de beschreven handeling risico’s inhoudt voor lichamelijke schade indien de veiligheidsnormen niet in acht worden genomen. GEVAAR Signaleert dat het apparaat ontvlambaar koelmiddel gebruikt. Als de koelvloeistof uitloopt en wordt blootgesteld aan een externe ontstekingsbron bestaat risico op brand.
GEVAAR HOGE TEMPERATUREN
Signaleert aan het betrokken personeel, dat de beschreven handeling risico’s inhoudt voor brandwonden door contact met zeer hete componenten, indien de veiligheidsnormen niet in acht worden genomen. NIET AFDEKKEN Signaleert aan het betrokken personeel dat het verboden is om het apparaat af te dekken om oververhitting te voorkomen. OPGELET
- Signaleert dat dit document aandachtig moet worden gelezen alvorens het apparaat te installeren en/of te gebruiken.
- Geeft aan dat dit document aandachtig moet worden gelezen voordat onderhouds- en/of reinigingswerkzaamheden worden verricht. OPGELET
- Signaleert dat er extra informatie in de meegeleverde handleidingen kan aanwezig zijn.
- Duidt aan dat er informatie in de gebruiksaanwijzing of installatie- handleiding beschikbaar is. OPGELET Duidt aan dat het servicepersoneel met het apparaat moet omgaan, in overeenstemming met de installatiehandleiding.UNICO AIR ON/OFF NL - 5 NEDERLANDS
0.3 - ALGEMEEN ADVIES
1. Dit is een voorbehouden document, volgens de wetsbepalingen, met
een verbod op verveelvoudiging of overdracht aan derden zonder uitdrukkelijke toestemming van OLIMPIA SPLENDID. De machines kunnen worden bijgewerkt en daarom andere details vertonen dan aangeduid, zonder gevolgen voor de teksten in deze handleiding.
2. Lees deze handleiding aandachtig door alvorens een handeling (in-
stallatie, gebruik, onderhoud) te verrichten en leef de aanwijzingen van de verschillende hoofdstukken aandachtig na.
3. Al het personeel, betrokken bij het transport en de installatie van de
machine, moet op de hoogte worden gesteld van de onderhavige instructies.
5. De fabrikant behoudt zich het recht voor om de modellen op elk ge-
wenst moment te wijzigen, waarbij de essentiële eigenschappen die in deze handleiding beschreven zijn behouden blijven.
6. De installatie en het onderhoud van apparatuur voor de klimaatre-
geling, zoals dit apparaat, kunnen gevaarlijk blijken te zijn omdat koudemiddel onder druk en elektrische onderdelen onder spanning in deze apparaten aanwezig zijn. De installatie, de eerste inschake- ling en de daaropvolgende onderhoudsfasen mogen uitsluitend door erkend en bekwaam personeel worden verricht.
7. De garantie vervalt in het geval van installaties die verricht worden
zonder dat de waarschuwingen van deze handleiding in acht worden genomen en gebruik buiten de voorgeschreven temperatuurlimieten.
8. Hetnormaleonderhoudaandeltersendealgemeneuitwendige
reiniging kunnen ook door de gebruiker worden verricht, aangezien ze geen gevaren vormen of ingewikkeld zijn.
Tijdens de montage, en bij iedere onderhoudsingreep, is het nodig de voorzorgsmaatregelen in acht te nemen die vermeld worden in deze handleiding en die op de etiketten in of op de apparaten staan
GEVOLGD OM HET RISICO OP BRAND, ELEKTRISCHE SCHOKKEN EN ONGEVALLEN TE BEPERKEN, INCLUSIEF HET VOLGENDE:NL - 6 NEDERLANDS en moeten ook alle voorzorgsmaatregelen getroffen worden die door het gezonde verstand ingegeven worden en opgelegd worden door de Veiligheidsvoorschriften die van kracht zijn in het land van installatie.
10. Draag altijd veiligheidshandschoenen en een veiligheidsbril bij werk-
zaamheden aan de koudemiddelzijde van de apparaten.
11. De klimaatregelaars mogen niet worden geïnstalleerd in omge-
vingen waar ontvlambare of explosieve gassen aanwezig zijn, in zeer vochtige omgevingen (wasserijen, broeikassen, enz.) of op plaatsen waar zich andere machines bevinden die een sterke warmtebron genereren.
12. Gebruik uitsluitend originele onderdelen van OLIMPIA SPLENDID
voor de vervanging van componenten.
Om ieder risico op elektrocutie te voorkomen, moet de stekker uit het stopcontact worden verwijderd alvorens ongeacht welke onderhoudsingreep aan de apparaten te verrichten.
14. Blikseminslag, naburige auto’s en mobiele telefoons kunnen sto-
ringen veroorzaken. Het apparaat enkele seconden van de stroom afsluiten en vervolgens weer starten.
15. Op regenachtige dagen is het raadzaam om de elektrische voeding
te af te sluiten om schade door blikseminslag te voorkomen.
16. Als het apparaat een lange tijd niet wordt gebruikt of niemand de
geklimatiseerde kamer gebruikt, is het raadzaam de elektrische stroomtoevoer af te sluiten om ongevallen te vermijden.
17. Gebruik geen vloeibare of corrosieve reinigingsmiddelen om het
apparaat te reinigen, verstuif geen water of andere vloeistoffen op het apparaat daar ze de onderdelen in pvc kunnen beschadigen of zelfs elektrische schokken kunnen veroorzaken.
18. Het apparaat en de afstandsbediening niet nat maken.
Kortsluitingen of brand zou kunnen optreden.
19. Bij storingen in de werking (bv: abnormale geluiden, een slechte
geur, rook, een abnormale temperatuurtoename, elektrische dis- persie, enz.) de elektrische stroomtoevoer onmiddellijk afsluiten. Neem contact op met uw plaatselijke verkoper.
20. De klimaatregelaar niet langdurig laten werken bij een hoge lucht-
vochtigheid of als deuren en/of ramen open staan. Het vocht kan gaan condenseren en de meubels bevochtigen of beschadigen.
21. De voedingsstekker tijdens de werking niet aansluiten of loskop-
pelen. Brand- of elektrocutiegevaar.UNICO AIR ON/OFF NL - 7 NEDERLANDS
22. Het (werkende) product niet met vochtige handen aanraken.
Brand- of elektrocutiegevaar.
23. Het verwarmingstoestel of andere apparatuur buiten bereik van
24. Zorg ervoor dat het water niet in de elektrische delen dringt.
Dit zou brand, storingen of elektrische schokken kunnen teweeg- brengen.
25. Open het rooster voor luchtingang niet tijdens de werking van
het apparaat. Kans op letsel, schokken of beschadiging van het product.
26. Blokkeer de luchtinlaat of -uitlaat niet; het kan het product be-
27. Tijdens de werking van het apparaat geen vingers of andere voor-
werpen aanbrengen in de luchtin- of luchtuittrede. De aanwezigheid van scherpe bewegende delen kan leiden tot verwondingen.
28. Het water dat door het apparaat uitgestoten wordt niet drinken.
Dit is niet hygiënisch en kan ernstige gezondheidsproblemen ver- oorzaken.
29. Bij gaslekken van andere apparaten de omgeving goed verluchten
alvorens de airco in te schakelen.
30. De apparatuur niet demonteren of aanpassen.
31. De ruimte goed ventileren als het apparaat wordt gebruikt in combi-
natie met een kachel. enz.
32. Het apparaat niet gebruiken voor andere doeleinden dan degene
waarvoor het is ontworpen.
33. De personen die op een koelcircuit werken of ingrijpen, moeten in het
bezitzijnvandegepastecerticatie,afgegevendooreenbevoegde instantie, die hun bevoegdheid vaststelt om koelmiddelen veilig te behandelen volgens een door brancheverenigingen erkende beoor- delingsspecicatie. 34.HetgasR410Anietindeatmosfeeruitstoten.R410Aiseengeuo- reerd broeikasgas met een aardopwarmingspotentieel (GWP) = 2088.
35. Het apparaat dat in de handleiding beschreven wordt, stemt over-
een met de volgende Europese verordeningen
- ECODESIGN 2009/125/EG, 206/2012/EU
- ENERGY LABELLING 2012/30/EU, 626/2011/EU en de eventuele daaropvolgende wijzigingen.NL - 8 NEDERLANDS
- Dezeklimaatregelaarbevatgeuoreerdegassen. Raadpleeghettypeplaatjeophetapparaatvoorspeciekeinfor- matie over het type en de hoeveelheid gas.
- De installatie, assistentie, het onderhoud en de reparatie van het apparaat moeten worden uitgevoerd door een erkend technicus.
- De demontage en recyclage van het apparaat moeten worden uitgevoerd door bevoegd technisch personeel.
- Als er een lekzoeker op het systeem is geïnstalleerd, moet u min- stens om de 12 maanden op lekkage controleren.
- Als wordt gecontroleerd of geen lekken aanwezig zijn, is het raadzaam om een gedetailleerd register van alle inspecties bij te houden.
- De klimaatregelaar mag uitsluitend gebruikt worden voor het produ- ceren van warme of koude lucht (naar keuze) met als enig doel de temperatuur in de omgeving aangenaam te maken.
- Een oneigenlijk gebruik van de (externe en interne) apparatuur met eventuele schade die berokkend wordt aan mensen, voorwerpen of dieren, ontheft OLIMPIA SPLENDID van iedere vorm van aansprake- lijkheid.
- De klimaatregelaars mogen niet worden geïnstalleerd in omgevingen waar ontvlambare of explosieve gassen aanwezig zijn, in zeer vochtige omgevingen (wasserijen, broeikassen, enz.) of op plaatsen waar zich andere machines bevinden die een sterke warmtebron genereren, in de buurt van een bron van zout water of zwavelhoudend water.UNICO AIR ON/OFF MODE D’EMPLOI ET D’ENTRETIENINSTRUCTION FOR USE AND MAINTENANCEISTRUZIONI PER USO E MANUTENZIONEINSTRUCCIONES PARA EL USO Y EL MANTENIMIENTOΟΔΗΓΙΕΣ ΧΡΗΣΗΣ ΚΑΙ ΣΥΝΤΗΡΗΣΗΣHINWEISE FÜR DIE VERWENDUNG UND PFLEGEINSTRUÇÕES PARA O USO E MANUTENÇÃO
GEBRUIKS- EN ONDERHOUDSAANWIJZINGEN
De units die het airconditioningsysteem samenstellen worden apart verpakt in karton. Elke afzonderlijke eenheid kan handmatig door twee personeelsleden worden getransporteerd of ze kunnen op een heftruck worden geladen. Stapel maximaal drie verpakkingen als het gaat om een binnenunit of plaats elke verpakking afzonderlijk als het gaat om een buitenunit. Zorg ervoor dat u alles binnen handbereik heeft, voordat u met de montage aanvangt.
- Gebruik GEEN gassen, benzine of andere ontvlambare vloeistoffen in de buurt van de airconditioner.
- De airco heeft geen ventilator om frisse lucht in het lokaal te brengen. Verlucht door de deuren en vensters te openen.
- Installeeraltijdeenautomatischeschakelaarenlegeenspeciek voedingscircuit aan.
Apparaat UNICO Air ON/ OFF T1. Afstandsbediening C. Handleidingen + garantie D. Isolatiestrip (2) E. Schroeven en pluggen F. Luchtin- en luchtuittreder- oosters met kettingen en installatiesetjes (2) G. Interne ens (2) H. Blad voor leidingen in de muur (2) L. Bevestigingsbeugel aan de muur (2) M. Boormal van papier. N. CondensafvoerleidingNL - 10 NEDERLANDS De batterijen (T3) voor de afstandsbediening, 2 in aantal – type AAA van 1,5 V, zijn componenten die nodig zijn maar geen deel uitmaken van de levering.
Sla de verpakkingen op in een gesloten ruimte waar ze tegen weersinvloeden worden beschermd. Breng matten of een pallet aan tussen de verpakkingen en de vloer. DE VERPAKKING NIET OMDRAAIEN OF HORIZONTAAL PLAATSEN.
1.3 - ONTVANGST EN UITPAKKEN
De verpakking bestaat uit geschikt materiaal. Het product wordt verpakt door ervaren personeel. De apparatuur wordt compleet en in perfecte staat geleverd. Om echter de kwaliteit van het transportbedrijf te controleren, moet u het volgende doen: a. Bij ontvangst van de colli, controleren op de verpakking is beschadigd. Als dit zo is de goederen onder voorbehoud aanvaarden en foto’s maken van de schijnbare schade. b. Uitpakken en op de paklijst controleren of alle componenten aanwezig zijn. c. Controleren of de onderdelen niet werden beschadigd tijdens het transport; anders binnen 3 dagen na ontvangst de schade aan het transportbedrijf meedelen d.m.v. aangetekende brief met ontvangstbewijs en foto’s toevoegen. d. Let goed op tijdens het uitpakken en de installatie van de apparatuur. Scherpe delen kunnen verwondingen veroorzaken. Let op voor scherpe de hoeken van de structuur en de vinnen van de condensor en verdamper. Informatie over transportschade wordt 3 dagen na de levering niet meer onderzocht. Voor geschillen is de bevoegde rechtbank het hof van BRESCIA. Bewaar de verpakking minstens tijdens de garantieperiode om ze te kunnen gebruiken om het product naar het servicecentrum te zenden als een reparatie is vereist. Het verpakkingsmateriaal verwijderen volgens de geldende normen inzake afvalverwijdering.UNICO AIR ON/OFF
Volg nauwgezet de aanwijzingen van de handleiding voor een correcte installatie en optimale prestaties. Het niet in acht nemen van de aangeduide normen, waardoor een slechte werking van de apparatuur kan optreden, ontheft het bedrijf OLIMPIA SPLENDID van elke vorm van garantie en van eventuele schade, veroorzaakt aan personen, dieren of zaken. Het is belangrijk dat de elektrische installatie aan de normen en de gegevens van het technische blad voldoet en geaard is.
- Bereken de thermische belasting in de zomer (en winter in het geval van een model met warmtepomp) van de ruimte, alvorens de klimaatregelaar te installeren.
- Hoe nauwkeuriger deze berekening is, des te beter het apparaat zal werken.
- Raadpleeg de toepasselijke normen voor deze berekeningen.
2. Paneel voor de weergave van
de functies en alarmen
3. Luchtintrederooster
5. Klepje condensafvoer
- Voor bijzonder belangrijke toepassingen adviseren we u om u door gespecialiseerde technici te laten bijstaan.
- Probeer grotere thermische belastingen zo veel mogelijk te beperken aan de hand van de volgende maatregelen. Breng gordijnen of externe zonwering (luiken, veranda’s, reecterende folie, enz.) aan op grote ruiten waar de zon op staat. De ruimte waar de klimaatregeling in geïnstalleerd is, moet zo veel mogelijk gesloten blijven.
- Maak geen gebruik van halogeenlampen of andere elektrische apparatuur die veel energie verbruiken (ovens, stoomstrijkijzers, kookplaten, enz.).
2.3 - KEUZE VAN DE POSITIE VAN DE UNIT
Om een beter rendement te bereiken en storingen of gevaarlijke situaties te vermijden, moet de installatie van de interne apparatuur voldoen aan de volgende eisen: a. Plaats de apparatuur niet bloot aan warmte of damp (afb. 3). b. Zorg ervoor dat rechts en links van het apparaat minstens 60 mm en boven het apparaat minstens 80 mm vrijgehouden wordt (afb. 2). c. Bij de installatie laag aan de muur moet tussen de onderkant van de unit en de vloer een ruimte van minstens 100 mm vrijgehouden worden. Bij de installatie hoog aan de muur moet een ruimte van minstens 80 mm vrijgehouden worden (afb. 2). d. De wand waarop de binnenunit zal worden gemonteerd, moet stabiel, stevig en geschikt zijn om het gewicht te dragen. e. Rondom de unit moet voldoende ruimte vrijgehouden worden zodat onderhoud kan worden verricht.UNICO AIR ON/OFF
NL - 13 NEDERLANDS f. De vrije circulatie van lucht aan de luchtintrede bovenaan en de luchtuittrede aan de voorkant mag niet verhinderd worden (door bijv. gordijnen, planten of meubels). Hierdoor zou turbulentie kunnen ontstaan die de correcte werking van het apparaat verhindert (afb. 3). g. Sproei geen water of andere vloeistoffen op het apparaat (afb. 3). h. Plaats het apparaat niet zodanig dat de luchtstroom direct op mensen in de nabijheid wordt gericht (afb. 3).
i. De uittredelouvres nooit geforceerd openen (afb. 3).
l. Geen flessen, blikjes, kleding, planten of andere voorwerpen op het luchtintrederooster plaatsen (afb. 3). m. De klimaatregelaar niet direct boven een huishoudelijk apparaat (tv, radio, koelkast enz.) of boven een warmtebron installeren (afb. 3).NL - 14NEDERLANDS Kies voor de installatie tegen een buitenmuur.
Controleer, als de installatieplek bepaald is, of op de punten waar gaten geboord moeten worden geen structuren of installaties (bal- ken, kolommen, waterleidingen, elektrische kabels, enz.) aanwezig zijn die de installatie zouden kunnen verhinderen. Controleer tevens of de vrije circulatie van de lucht door de aan te leggen gaten niet verhinderd wordt (door planten en loof, houtwerk, luiken, roosters met een te jne maas, enz.).
2.4 - MONTAGE VAN DE UNIT
De toegestane maximale lengte van de leidingen is 1 m. De leidin- gen moeten glad zijn en mogen geen bochten vertonen. Gebruik de geleverde roosters of roosters met identieke eigen- schappen.
2.4.1 - Gaten in de muur boren
Voor de werking van de unit moeten twee gaten worden geboord in de muur, zoals op de boormal is aangegeven. De gaten kunnen een diameter van 162 mm hebben.
- De unit UNICO AIR ON/OFF kan geïnstalleerd worden in plaats van een unit UNICO AIR, UNICO AIR R32 zonder dat de reeds bestaande gaten moeten worden aangepast, met uitzondering van het kleine gat voor de condensafvoer. Verwijder in dit geval het isolatiemateriaal dat eventueel in het gat voor de luchtuittrede aanwezig is om de prestaties niet te benadelen. Bovendien moeten nieuwe gaten worden geboord voor de bevestigingsbeugel.
- De gaten moeten in de muur worden geboord met een speciek gereedschap dat de werkzaamheden vereenvoudigt en schade of overmatige last voor de klant vermijdt. De beste instrumenten die voor het boren van grote gaten in muren gebruikt kunnen worden, zijn speciale boormachines (zogenaamde kernboormachines) met een hoog torsiekoppel en een rotatiesnelheid die naar aanleiding van het te boren gat kan worden aangepast.
- Om te vermijden dat veel stof en vuil in de omgeving verspreid worden, kunnen de kernboormachines worden verbonden met afzuiginstallaties die voornamelijk bestaan uit een stofzuiger die verbonden moet worden met een accessoire (bijvoorbeeld zuignap) zodat deze in de buurt van het te boren punt kan worden aangebracht.UNICO AIR ON/OFF
- Boor de gaten als volgt: - Plaats de geleverde boormal (M) op de muur met inachtneming van de minimumafstanden tot het plafond, de vloer en de zijmuren die op de boormal aangegeven zijn. De boormal kan met plakband (Y) in de juiste positie worden gehouden (afb. 4). - Geef met een kleine boor of priem nauwkeurig het midden van de te boren gaten aan, voordat u de gaten zult boren (afb.4). - Boor de twee gaten voor de luchtin- en luchtuittrede met een kernboor met een diameter van 162 mm. Boor de gaten met een lichte inclinatie naar beneden om te vermijden dat water afkomstig uit de kanalen naar binnen kan stromen (afb.5).
Het merendeel van het verwijderde materiaal wordt naar buiten ge- stoten. Zorg er daarom voor dat het niet op mensen of voorwerpen eronder kan vallen. Wees bijzonder voorzichtig en verminder de druk op de kernboor aan het einde van het gat, om zo veel mogelijk te vermijden dat het stucwerk aan de buitenkant beschadigd raakt.
- Boor de eerder gemarkeerde gaten voor de pluggen van de bevestigingsbeugels (afb. 6).min 300mm
NL - 16 NEDERLANDS Bestudeer aandachtig de eigenschappen en consistentie van de muur voor de eventuele keuze van pluggen die voor bijzondere omstandigheden geschikt zijn.
De fabrikant acht zich niet aansprakelijk voor een eventueel ontoerei- kende beoordeling van de structurele consistentie van de verankering door de installateur. We adviseren daarom om bijzonder goed op te letten aangezien deze handeling, als deze verkeerd uitgevoerd wordt, ernstig persoonlijk letsel en materiële schade kan veroorzaken.
- In het geval van apparaten met warmtepomp waardoor geen condensafvoer in de muur ingebouwd is (zie paragraaf 2.4.2), moet een gat in de muur geboord worden op de plaats die op de boormal is aangegeven, zodat de condens kan worden afgevoerd.
2.4.2 - Aanleggen van de condensafvoerlijn
- In het geval van machines met warmte- pomp moet de klimaatregelaar worden aangesloten op de condensafvoerleiding (afb. 1 - ref. N) (meegeleverd) die moet worden aangesloten op de specieke aan- sluiting (A). Verwijder de dop (B) alvorens de afvoerslang aan te sluiten (afb. 7). Een magneetklep zorgt ervoor dat de condens uit het inwendige reservoir kan stromen als het maximumniveau bereikt wordt.
- In het geval van machines die uitsluitend koelen moet de condensafvoerleiding worden aangesloten als ze werken bij een lage buitentemperatuur (lager dan 23°C).
- De afvoer vindt dankzij de zwaartekracht plaats. Daarom moet de afvoerleiding op elk punt een minimale helling van 3% vertonen. De te gebruiken leiding kan star of exibel zijn en moet een minimale diameter van 16 mm hebben.
- Als de leiding naar een riool voert, moet een sifon worden geïnstalleerd voordat de leiding de afvoer bereikt. De sifon moet op minstens 300 mm onder de opening van het apparaat zijn aangebracht (afb.8).UNICO AIR ON/OFF
- Als de afvoerleiding voert naar een recipiënt (vat, enz.) moet vermeden worden dat deze recipiënt hermetisch wordt gesloten en met name dat de afvoerleiding in het water blijft (zie afb.9).
- Het gat voor de passage van de condensleiding naar buiten moet altijd een helling vertonen (zie afb.10). De exacte positie van de opening van de leiding ten opzichte van de machine is op de boormal bepaald.
Zorg er in dit geval voor dat het afgevoerde water geen persoon- lijk letsel of materiële schade kan veroorzaken. In de winter kan dit water buiten bevriezen.
Let goed op en zorg ervoor dat de rubberen leiding niet bekneld raakt wanneer de condensafvoer wordt aangesloten. Controleer of de condensafvoerleiding tegen vorst beschermd wordt om de afvoer te waarborgen als de unit in de winter moet werken bij een temperatuur lager dan of gelijk aan 0°C. Installeer de optionele verwarmingskit voor een langdurige werking in de winter bij temperaturen lager dan -5°C.
2.4.3 - Montage van de luchtkanalen en de uitwendige roosters
- Breng de plasticfolie (H) die met de klimaatregelaar geleverd is aan als de gaten zijn geboord (met de kernboormachine) (afb. 11). Snij aan de lange zijde van de folie (H) een strook van 130 mm af (afb. 11). De folie moet 65 mm korter zijn dan de lengte van de muur.ø162 mm 130 mm
- Rol de folie (H) op en breng deze in het gat aan. Let daarbij goed op de seallijn (deze moet altijd naar boven zijn gedraaid) (afb.11). De buis (H) kan met een normaal stanleymes worden afgesneden (af- beeldingen 11 - 12). Plaats de roosters als volgt: a. Breng de afdichting (D) aan op de bui- tenste rand van de enzen op de muur (G) zoals in afbeelding 13 is getoond. b. Zet de twee enzen vast door 2 pluggen met een diameter van 6 mm aan te bren- gen in de twee horizontaal geplaatste bevestigingsgaten (afbeeldingen 14
NL - 19 NEDERLANDS c. Breng het kleine oogje, met de lange poot, van de veer aan op de pen van de dop (op de beide componenten) (afb.17). d. Breng de twee doppen (met veer) vanuit de voorkant van het buitenste rooster aan op de twee zittingen ervan, trek ze helemaal aan (afb.18) en bevestig de twee kettingen aan het grote oogje van de veer. e. Pak de twee kettingen, bevestigd aan het rooster, met een hand beet; f. Vouw de buitenste roosters dubbel door het vouwgedeelte met de vrije hand beet te pakken en de vingers in de louvres aan te brengen (afb.19). g. Steek de arm in de leiding tot het buitenste rooster volledig naar buiten steekt. h. Vouw het rooster open en zorg ervoor dat de vingers in de louvres blijven.
i. Draai het rooster tot de louvres
horizontaal zijn geplaatst en naar beneden zijn gericht. l. Span de veer door aan te ketting te trekken en haal de ring van de ketting aan de pen van de interne doorvoerens voor de leidingen (afb. 20). m. Verwijder de overtollige schakels van de ketting met een tang.
Gebruik uitsluitend de geleverde roosters (F) of roosters met iden- tieke eigenschappen.E
2.4.4 - Gaten voor de machine voorbereiden
De unit is uitsluitend bestemd voor de aansluiting op luchtin- en luchtuitredeleidingen met een diameter van 162 mm.
2.4.5 - Plaatsing van het apparaat op de bevestigingsbeugels.
Bevestig de steunbeugels (L) in de eerder geboorde gaten (zie afb. 6) aan de muur met de geleverde schroeven en pluggen (E) (afb. 21). Als u gecontroleerd heeft of de bevestigingsbeugels correct aan de muur zijn bevestigd, alle voorbereidingen voor de elektrische aansluiting en de condensafvoer verricht zijn (indien nodig), kan de klimaatregelaar worden opgehangen. Ga als volgt te werk: a. Breng tape (A) aan als referentie voor de bevestigingspunten van de unit (afb. 22). De tape kan verwijderd worden als de unit aan de muur hangt. b. Til de klimaatregelaar op door hem aan de zijkanten onderaan beet te pakken en aan de beugels (L) te haken (afb. 23). Kantel de onderzijde van het apparaat iets naar u om het vasthaken te ver- eenvoudigen.UNICO AIR ON/OFF
- Verricht de handelingen voor de elektri- sche aansluiting en de bevestiging van de condensafvoer na het apparaat met een houten blok of soortgelijk voorwerp van de muur te hebben verwijderd (zie afb. 24).
- Controleer aan het einde van de werk- zaamheden zorgvuldig of achter het achterpaneel van het apparaat geen spleten zijn achtergebleven (de isole- rende afdichting moet goed aan de muur hechten). Dit geldt met name in de zone van de luchtin- en luchtuittredekanalen.
2.4.6 - Elektrische aansluiting
Het apparaat is voorzien van een voedingskabel met stekker (aansluiting type Y). Als in de buurt van het apparaat een stopcontact aanwezig is, volstaat het om de stekker in het stopcontact te steken.
Alvorens de klimaatregelaar aan te sluiten, controleert u of:
- De spanning- en frequentiewaarden overeenstemmen met de gegevens op de typeplaat van het apparaat.
- De voedingslijn is voorzien van een doeltreffende aardaanslui- ting, geschikt voor de maximale absorptie van de klimaatregelaar (kabels met een minimale doorsnede van 1,5mm2).
- Het apparaat uitsluitend wordt gevoed aan de hand van een stopcontact dat voor de geleverde stekker geschikt is.
Laat de voedingskabel eventueel uitsluitend vervangen door een erkend servicecentrum of bekwaam personeel. Op het voedingsnet van het apparaat moet een geschikte meerpo- lige scheidingsschakelaar worden voorzien, in overeenstemming met de nationale installatienormen. Controleer ook of de elektrische voeding is voorzien van een doel- treffende aardaansluiting en geschikte beveiliging tegen overbe- lasting en/of kortsluiting (het wordt aanbevolen om een vertraagde zekering type 10 AT of andere elementen met soortgelijke functies te gebruiken).25
NL - 22 NEDERLANDS Pas de volgende procedure toe voor de vervanging van de voedingskabel: a. Til het luchtintrederooster (3) op en verwijder de twee schroeven (1a) (afb. 25). b. Open de ap (1) en verwijder de schroef (1b) (afb. 26). c. Verwijder de voorste afdekking (afb.27). d. Draai de drie bevestigingsschroeven (X2) los om de voorklep van de scha- kelkast (X1) te verwijderen (afb. 28). e. Verwijder de schakelkast (X1) (afb. 28). f. Draai de kabelklem (J1) los (afb. 29). g. Draai de bevestigingsschroeven van de kabels van het klemmenbord (J2) los (afb. 29) h. Verwijder de kabel en breng de nieuwe kabel op dezelfde manier aan.
i. Zet de drie polen van de kabel op het
klemmenbord (J2) vast en draai de schroeven vast (afb. 29). l. Zet de kabel vast met de klem (J1) (afb. 29). m. Sluit de schakelkast. n. Hermonteer de voorste afdekking op de machine. o. Draai de schroeven (1a) en (1b) vast.UNICO AIR ON/OFF
De unit kan hoog (net onder het plafond) of laag (vlak boven de vloer) op de muur worden geïnstalleerd. Afhankelijk van de installatie (aan het plafond of op de vloer) moet de elektronische conguratie gewijzigd worden om de openingshoeken van de luchtuittredeap te optimaliseren.
2.5.1-Conguratievandeelektronicavoordeinstallatiehoogoflaag
op de muur Ga als volgt te werk (zie afb. 37): a. Steek de stekker van de klimaatregelaar in het stopcontact en controleer of de klimaat- regelaar in stand-by is geplaatst. b. Controleer of alle leds op het display uitge- schakeld zijn; houd de knop H ingedrukt en laat hem los wanneer u een geluidssignaal hoort. c. Druk op de knop H om de unit voor de installatie hoog aan de muur te congure- ren. De LED C (geel) gaat branden. d. Druk op de knop H om de unit voor de installatie laag aan de muur te congure- ren. De LED D (groen) gaat branden. e. Wacht een aantal minuten tot de unit weer in stand-by wordt geplaatst en controleer of alle leds op het display uitgeschakeld zijn, alvorens de unit in te schakelen. Tijdens de stappen (c) en (d) van de conguratie gaan de LED D (groen) en de LED A (rood) branden.
Laat de elektrische aansluiting van het apparaat verrichten door gespecialiseerd personeel dat aan de door de wet voorgeschreven bekwaamheden voldoet. De installatie-instructies zijn opgenomen in de specieke paragraaf van deze handleiding.NL - 24NEDERLANDS
De normale luchtstroom door de in- en externe roosters mag door geen enkel voorwerp of obstakel (meubels, gordijnen, planten, loof, luiken, enz.) worden verhinderd.
- Plaats niets op de omkasting van de klimaatregelaar en ga er niet op zitten om ernstige schade aan de uitwendige onderdelen te vermijden.
- Probeer de luchtuittredeap niet met de hand te laten bewegen. Gebruik hiervoor altijd de afstandsbediening.
- Schakel het apparaat onmiddellijk uit en koppel het van de elek- trische voeding los als het water lekt. Neem vervolgens contact op met het dichtstbijzijnde servicecentrum.
- Tijdens het verwarmen zal de klimaatregelaar regelmatig het ijs verwijderen dat op de uitwendige warmtewisselaar ontstaat. In dit geval blijft de machine werken, maar stuurt ze geen warme lucht de ruimte in. Deze fase kan 3 tot 10 minuten duren.
- Maak het luchtlter regelmatig schoon zoals in de specieke paragraaf (4.1.2) is beschreven.
Het apparaat mag niet geïnstalleerd worden in ruimtes waar explosieve gassen ontstaan of een luchtvochtigheid of temperaturen die de maxi- male limieten beschreven in de installatiehandleiding overschrijden.
3.2 - BESCHRIJVING VAN HET SIGNALERINGSPANEEL
Rechts bovenaan op het apparaat zijn knoppen en leds aangebracht die hieronder worden beschreven (4.3.3).
3.3 - GEBRUIK VAN DE AFSTANDSBEDIENING
De afstandsbediening die bij de klimaatre- gelaar geleverd is, is een instrument dat u in staat stelt de apparatuur op een zo comfortabel mogelijke manier te gebruiken. Dit instrument moet zorgvuldig worden gehanteerd:
- Maak het niet nat (reinig het niet met water en stel het niet aan weersinvloeden bloot).
- Laat het niet op de grond vallen of hard stoten.
- Stel het niet bloot aan direct zonlicht.UNICO AIR ON/OFF
- De afstandsbediening werkt met infrarood.
- Zorg er tijdens het gebruik voor dat tussen de afstandsbediening en de klimaatregelaar geen obstakels aanwezig zijn.
- Als in de ruimte andere apparaten met een afstandsbediening gebruikt worden (tv, stereo-installaties, enz.) kan het verzonden signaal gestoord worden of verloren gaan.
- Elektronische en uorescentielampen kunnen de verzending tussen de afstandsbediening en de klimaatregelaar storen.
- Haal de batterijen uit de afstandsbediening als deze lange tijd niet zal worden gebruikt.
- Het display van het apparaat schakelt uit als de afstandsbe- diening een aantal seconden niet gebruikt wordt. Druk op een willekeurige toets om het display weer in te schakelen.
3.3.1 - De batterijen plaatsen (afb. 31)
Om de batterijen correct te plaatsen: a. Verwijder het klepje van het batterijvak. b. Breng de batterijen in het specieke vak aan volgens de aangegeven polariteit. Houd u nauwgezet aan de pola- riteit die op de bodem van het batterijvak is aangegeven. c. Sluit het klepje goed af.
3.3.2 - Vervanging van de batterijen
Vervang de batterijen als het display van de afstandsbediening niet langer helder is of de instellingen van de klimaatregelaar niet langer met de afstandsbediening kunnen worden gewijzigd. Gebruik altijd nieuwe batterijen en vervang ze allebei. Als oude batterijen worden gebruikt of batterijen van een ander type kan dit een slechte werking van de afstandbediening veroorzaken. Voor de afstandsbediening zijn twee droge alkalinebatterijen vereist van 1,5V (AAA. LR03/) (afb. 31).~8m
Na het vervangen van de batterijen, de klok met de afstandsbediening regelen.
Uitgeputte batterijen moeten samen worden verwijderd en worden ingeleverd bij erkende afvalinzamelbedrijven of in overeenstemming met de plaatselijke voorschriften worden afgevoerd.
- Als u de afstandsbediening enkele weken of meer niet gebruikt, de batterijen verwijderen. Batterijlekken kunnen de afstandsbediening beschadigen.
- De gemiddelde levensduur van de batterijen, bij een normaal gebruik, is ongeveer zes maanden. Vervang de batterijen als u de “biep” voor de ontvangst van het commando niet meer hoort of als de indicator voor de overdracht op de afstandsbediening niet aangaat.
De batterijen niet laden of demonteren. De batterijen niet in het vuur werpen. Ze kunnen branden of ontploffen.
Als de vloeistof van de batterijen op de huid of kleding terechtkomt, zorgvuldig wassen met zuiver water. De afstandsbediening niet gebruiken met batterijen die reeds lekten. De chemische producten aanwezig in de batterijen kunnen brandwonden of andere risico’s voor de gezondheid met zich meebrengen.
3.3.3 - Positie van de afstandsbediening
- Houd de afstandsbediening in een positie waarin het signaal de ontvanger van het apparaat kan bereiken (maximumaf- stand circa 8 meter - met volle batterijen) (afb. 32). Door de aanwezigheid van obstakels (meubels, gordijnen, wanden enz.) tussen de afstandsbediening en het apparaat wordt het bereik van de af- standsbediening verminderd.
3.4 - BESCHRIJVING VAN DE AFSTANDSBEDIENING
De afstandsbediening fungeert als een interface tussen de gebruiker en de klimaatre- gelaar. Daarom is het heel belangrijk dat elke functie, het gebruik van de bedieningen en de weergegeven symbolen bekend is.UNICO AIR ON/OFF
3.4.1 - Beschrijving van de toetsen van de afstandsbediening
B1 Activering/deactivering (stand-by) van de unit B2 Toets welzijn (automatisch) B3 Toets welzijn ‘s nachts (SILENT) B4 Selectie werkwijze - koeling > verwarming > ventilatie > > ontvochtiging > automatisch B5 Verhoging/verlaging ventilatorsnelheid B6 Instelling klok/programmering B7 Verhoging/verlaging gewenste tempe- ratuur/klok/programmering B8 Activering/deactivering van het oscille- ren van de luchtuittredeap B9 Activering/deactivering luchtverver- singssysteem FREE COOLING (niet beschikbaar voor dit model) B10 Toets RESET B11 Activering/deactivering programma’s
3.4.2 - Beschrijving van het display van de afstandsbediening
D1 Aanduiding ventilatorsnelheid of automatische werking (AUTO) D2 Verwarming D3 Koeling D4 Ontvochtiging D5 Luchtverversingsfunctie (niet beschikbaar voor dit model) D6 Nachtfunctie (SILENT) D7 Automatische functie D8 Programma 1 D9 Programma 2 D10 Temperatuurindicator/klok30
3.5.1 - Algemene inschakeling en beheer van de werking
- De afstandsbediening kan gebruikt worden om de installatie te beheren. Richt de voorkant van de afstandsbediening naar het paneel van het apparaat om commando’s naar de klimaatregelaar te sturen. Het apparaat laat een geluidssignaal horen om te bevestigen dat het commando is ontvangen.
- De commando’s kunnen worden verzonden vanaf een maximumafstand van ongeveer 8 meter (met volle batterijen).
3.5.2 - Inschakeling van het apparaat
Controleer of de voedingsschakelaar (8) op “I” staat.
- Druk op knop B1 op de afstandsbediening om de klimaatregelaar te activeren.
3.5.3 -Uitschakeling van het apparaat
- Druk op knop B1 op de afstandsbediening om de klimaatregelaar te deactiveren (stand-by). Het besturingssysteem van de unit is voorzien van een geheugen, zodat de instellingen niet verloren gaan wanneer het apparaat wordt uitgeschakeld.
Als het apparaat lange tijd niet gebruikt zal worden, moet het met de hoofdschakelaar worden uitgeschakeld door de hoofdschakelaar of worden afgekoppeld door de stekker uit het stopcontact te halen.
3.5.4 - Werking “Koeling”
- Door deze werkwijze in te stellen, ontvochtigt en koelt het apparaat de omgeving.
- Activeer deze werkwijze door meerdere keren op de toets B4 op de afstandsbe- diening te drukken tot het symbool D3 op het display van de afstandsbediening weergegeven wordt.
- In deze werkwijze kunnen de gewenste temperatuur en de ventilatorsnelheid worden ingesteld.
- Drie minuten (maximale tijd) na de activering van de werkwijze gaat de compressor van start en begint het apparaat koude lucht af te geven.
- De (groene) LED B op het paneel gaat branden om aan te geven dat de compressor is ingescha- keld (afb.30).UNICO AIR ON/OFF NL - 29 NEDERLANDS
3.5.5 - Werking enkel “Ontvochtiging”
- Door deze werkwijze in te stellen, ontvochtigt het apparaat de omgeving. De activering van deze functie is bijzonder nuttig in het voor- en naseizoen, d.w.z. op (bijvoorbeeld regenachtige) dagen met een aangename temperatuur, maar met een dergelijk hoge luchtvochtigheid dat een bepaald ongemak ervaren wordt.
- In deze werkwijze worden de instelling van de omgevingstemperatuur en de instelling van de ventilatorsnelheid, die altijd minimum is, genegeerd.
- Op het display van de afstandsbediening (afb.40-41) wordt daarom geen enkele aanduiding van de temperatuur en de ventilatorsnelheid weergegeven.
- Activeer deze werkwijze door meerdere keren op de toets B4 op de afstandsbediening te drukken tot het symbool D4 en het symbool automatische ventilatie D1 op het display van de afstandsbediening weergegeven worden.
- In deze werkwijze is het normaal dat het apparaat onderbroken werkt.
3.5.6 - Werking enkel “Ventilatie”
- In deze werkwijze voert het apparaat geen enkele ingreep uit op de temperatuur of de vochtigheid van de lucht in de ruimte.
- Activeer deze werkwijze door meerdere keren op de toets B4 op de afstandsbediening te drukken tot het symbool van de automatische ventilatie D1 op het display van de afstandsbediening weergegeven wordt.
3.5.7 - Werking enkel “Welzijn” (automatisch)
- In deze werkwijze worden de temperatuur van de installatie en de ventilatorsnelheid automatisch geregeld (met uitzondering van de werking “ontvochtiging”) naar aanleiding van de temperatuur in de ruimte en de ingestelde gewenste temperatuur.
- Activeer deze werkwijze door meerdere keren op de toets B2 op de afstandsbediening te drukken tot het symbool D7 op het display weergegeven wordt.
3.5.8 - Werking “Verwarming” (enkel voor modellen met warmtepomp)
- Door deze werkwijze in te stellen, verwarmt het apparaat de omgeving. Deze functie is uitsluitend beschikbaar voor modellen met warmtepomp (HP).
- Activeer deze werkwijze door meerdere keren op de toets B4 op de afstandsbediening te drukken tot het symbool D2 op het display van de afstandsbediening weergegeven wordt.
- In deze werkwijze kunnen de gewenste temperatuur en de ventilatorsnelheid worden ingesteld. Drie minuten (maximale tijd) na de activering van de werkwijze gaat de compressor van start en begint het apparaat warmte af te geven.30 NL - 30 NEDERLANDS Het apparaat zal de warmtewisselaar regelmatig ontdooien. Gedurende deze fase stuurt de klimaatregelaar geen warme lucht de ruimte in, ook al blijven de inwendige onderdelen ingeschakeld, met uitzondering van de ventilator van de omgevingslucht. Bij een lage buitentem- peratuur kan een vertraging optreden bij de overschakeling van de minimumsnelheid naar de medium- of maximumsnelheid wanneer het signaal met de afstandsbediening wordt gezonden. Soortgelijke vertragingen kunnen optreden bij de activering van het oscilleren van de beweegbare ap. Na de uitschakeling van de unit blijft de interne ventilator nog een aantal seconden werken. Vervolgens wordt de ventilator uitgeschakeld en worden de beide appen gesloten.
3.5.9 - Regeling van de richting van de luchtstroom
- Activeer/deactiveer het continu schommelen van de beweegbare luchtuittredeap (1) met een druk op de toets B8 van de afstandsbediening.
- Als het continu schommelen geactiveerd is, kan de ap geblokkeerd worden zodat de lichtstroom in de gewenste verticale richting wordt gestuurd door nogmaals op de toets B8 te drukken. Probeer de positie van de beweegbare ap nooit met de hand te forceren.
3.5.10 - Regeling van de ventilatorsnelheid
- De ventilatorsnelheid kan geregeld worden met de toets B5 (op de afstandsbediening).
- De snelheid wijzigt volgens de onderstaande volgorde door meerdere keren op de toets te drukken: Laag > Medium > Hoog > Automatisch.
- Hoe hoger de ingestelde snelheid, hoe hoger het rendement van de machine, maar hoe lager de geruisloosheid ervan.
- De microprocessor in de machine regelt automatisch de snelheid wanneer de snelheid Automatisch is ingesteld. Hoe groter het verschil in de gemeten
- De (groene) LED B op het paneel gaat branden om aan te geven dat de compressor is ingeschakeld (afb.30).UNICO AIR ON/OFF NL - 31 NEDERLANDS omgevingstemperatuur en de ingestelde temperatuur, hoe langer de hoge snelheid ingeschakeld blijft.
- De snelheid wordt automatisch verlaagd naarmate de omgevingstemperatuur de ingestelde temperatuur bereikt.
- In de werkwijze ontvochtiging kan de snelheid niet geregeld worden aangezien het apparaat uitsluitend op de lage snelheid kan werken.
3.5.11 - Toets welzijn ‘s nachts (SILENT)
- Activeer deze werkwijze door op de toets B3 op de afstandsbediening te drukken, op het display wordt het symbool D6 weergegeven.
- Activeer de functie welzijn ‘s nachts (SILENT) voor meerdere resultaten: - graduele verhoging van de ingestelde temperatuur in koeling
graduele verlaging van de ingestelde temperatuur in verwarming (enkel modellen HP) - verlaging van het geluidsniveau van het apparaat - energiebesparing ‘s nachts
- Activeer de functie welzijn ‘s nachts door eerst de werkwijze en de gewenste temperatuur te selecteren en vervolgens met een druk op de toets B3 de functie welzijn ‘s nachts te activeren.
- het beste kunt u de toets welzijn ‘s nachts activeren vlak voordat u in slaap valt.
- Tijdens koeling blijft de ingestelde temperatuur tot één uur na de activering van de toets welzijn ‘s nachts behouden. Gedurende de daarop volgende twee uren wordt de instelling geleidelijk aan verhoogd, terwijl de ventilator op de lage snelheid is ingesteld.
- Als deze twee uren verstreken zijn, worden de instellingen van de temperatuur en de ventilator niet langer gewijzigd.
- Tijdens verwarming blijft de ingestelde temperatuur tot één uur na de activering van de toets welzijn ‘s nachts behouden. Gedurende de daarop volgende twee uren wordt de instelling geleidelijk aan verlaagd, terwijl de ventilator op de lage snelheid is ingesteld.
- Als deze twee uren verstreken zijn, worden de instellingen van de temperatuur en de ventilator niet langer gewijzigd.
- De toets welzijn ‘s nachts is niet beschikbaar voor de werking enkel ontvochtiging en ventilatie.
- De toets welzijn ‘s nachts kan op elk moment uitgesloten worden (het beste wanneer u opstaat) door wederom op de knop B3 te drukken.
- Nu worden de instellingen van de temperatuur en de ventilator hersteld naar de instellingen die golden voordat deze functie werd geactiveerd.43 D10 NL - 32 NEDERLANDS
3.5.12 - Instelling van de timer
- De logica van het apparaat biedt de gebruiker de mogelijkheid om gebruik te maken van twee verschillende timerprogramma’s (zie de paragraaf 3.5.14) aan de hand waarvan het apparaat op naar wens ingestelde tijdstippen kan worden geactiveerd en gedeactiveerd (zo kan het bijvoorbeeld vlak voor uw thuiskomst worden ingeschakeld, zodat u een aangename temperatuur in uw woning aantreft).
- Stel eerst de juiste tijd in (zie de paragraaf 3.5.13) en vervolgens de timer op de gewenste tijdstippen als u deze functies wilt gebruiken.
3.5.13 - Instelling van de klok en de timer
Ga als volgt te werk om de tijd in te stellen met de afstandsbediening: a. Druk op de toets B6 (SET TIMER) tot op het display de uren h (D10) worden aangegeven b. Stel de uren in met de toetsen B7 (+ en -). c. Druk op de toets B6 tot op het display de minuten m (D10) worden aangegeven. d. Stel de minuten in met de toetsen B7 (+ en -). e. Sla de tijd op met een druk op de toets B6 en ga verder met het programmeren van de timer.UNICO AIR ON/OFF D8b D9a D8a D9b
3.5.14 - Instelling van de timertijden (PROGR. 1 en PROGR. 2)
Het is mogelijk om een van de twee of de beide timerprogramma’s in te stellen. Stel de tijden voor de activering en deactivering van het apparaat in de twee programma’s in met de afstandsbediening en ga als volgt te werk: a. Druk een of meerdere keren op de toets B6 (SET TIMER) tot op het display het symbool (D8a) (inschakeltijd 1e programma) weergegeven wordt. b. Verhoog of verlaag met de toetsen B7 (+ en -) het tijdstip waarop de klimaatregelaar ingeschakeld moet worden. De toetsen B7 (+ en -) wijzigen de instelbare tijd met stappen van 30 minuten. c. Druk een tweede keer op de toets B6 (SET TIMER) tot op het display het symbool (D8b) (uitschakeltijd 1e programma) weergegeven wordt. d. Verhoog of verlaag met de toetsen B7 (+ en -) het tijdstip waarop de klimaatregelaar uitgeschakeld moet worden. De toetsen B7 (+ en -) wijzigen de instelbare tijd met stappen van 30 minuten. e. Druk opnieuw op de toets B6 (SET TIMER). Op het display wordt het symbool (D9a) (inschakeltijd 2e programma) weergegeven. f. Verhoog of verlaag met de toetsen B7 (+ en -) het tijdstip waarop de klimaatregelaar ingeschakeld moet worden. De toetsen B7 (+ en -) wijzigen de instelbare tijd met stappen van 30 minuten. g. Druk opnieuw op de toets B6 (SET TIMER) tot op het display het symbool (D9b) (uitschakeltijd 1e programma) weergegeven wordt. h. Verhoog of verlaag met de toetsen B7 (+ en -) het tijdstip waarop de klimaatregelaar uitgeschakeld moet worden. De toetsen B7 (+ en -) wijzigen de instelbare tijd met stappen van 30 minuten.
i. Hervat de normale werking door een of meerdere keren op de toets B6 (SET
TIMER) te drukken tot de symbolen behorende bij deze instellingen van het display verdwijnen.NL - 34 NEDERLANDS
3.5.15 - Activering en deactivering van de timer
Als de timerprogramma’s ingesteld zijn, kunnen ze naar gelang de behoefte geactiveerd of gedeactiveerd worden. De activering van een van de twee of beide programma’s betreffen. Elke keer dat u op de knop B11 (activering van de programma’s drukt) wijzigt de situatie als volgt:
- Activering 1e en 2e programma.
- Deactivering van de beide programma’s.
3.5.16 - Reset van alle functies van de afstandsbediening
Met een druk op de knop B10 (RESET) worden alle instellingen van de afstandsbediening gereset. Op deze manier worden alle timerinstellingen die in de afstandsbediening opgeslagen zijn geannuleerd en worden de fabrieksinstellingen van de afstandsbedieningen hersteld. Met een druk op de knop B10 worden op het display alle symbolen van weergegeven en kan gecontroleerd worden of het display intact is.
3.5.17 - Beheer van het apparaat als de afstandsbediening niet beschik-
baar is De klimaatregelaar kan uitsluitend automatisch werken door met een puntig voorwerp op de microschakelaar in het gaatje op het paneel te drukken als de afstandsbediening verloren gaat, de batterijen ontladen zijn of de afstandsbediening een storing vertoont. Druk de microschakelaar opnieuw in om de klimaatregelaar uit te schakelen. Herstel de normale besturing van de klimaatregelaar als de afstandsbediening weer gebruikt kan worden, door een willekeurig commando te geven met de afstandsbediening.
3.6 - ADVIES VOOR ENERGIEBESPARING
Vervolgens enkele tips om het verbruik te beperken:
- Houd de lters altijd proper (zie hoofdstuk onderhoud en reiniging).
- Houd de deuren en de vensters van de kamers gesloten waar de airco werkt.
- Vermijd dat zonlicht de kamer binnendringt (wij adviseren het gebruik van gordijnen, blinden of rolluiken).
- De banen van de luchtstroming van de unit niet verstoppen (inlaat en uitlaat); hierdoor vermindert het rendement, het apparaat werkt niet correct en onherroepelijke storingen kunnen optreden.UNICO AIR ON/OFF
Alvorens onderhoud of reinigingen uit te voeren, steeds controleren of de installatie met de afstandsbediening werd uitgescha- keld en of de stekker uit het contact werd getrokken (of de algemene scheidings- schakelaar opwaarts op “0” OFF werd gezet).
De metalen delen van de unit niet aanraken wanneer de luchtlters worden verwijderd. Ze zijn zeer scherp. Risico op snijwonden.
4.1.1 - Reiniging van het apparaat en de afstandsbediening
Gebruik een droge doek om het apparaat en de afstandsbediening te reinigen (afb. 33). Als het apparaat zeer vuil is kunt u voor de reiniging een met koud water bevochtigde doek gebruiken. Zuig de ruimte tussen het intrederooster en de luchtintrede schoon (afb. 33).
Gebruik geen antistatische of chemisch behandelde doek om het apparaat te reinigen. Gebruik geen benzine, oplosmiddelen, po- lijstpasta of soortgelijke middelen. Deze producten kunnen de pvc oppervlakken vervormen of breuken veroorzaken.F2
Reinig het luchtlter regelmatig om een doeltreffende ltering van de interne lucht en een goede werking van de klimaatregelaar te waarborgen, of wanneer de (rode) LED A op de klimaatregelaar gaat branden. Het luchtlter is aan de bovenkant van het apparaat aangebracht. Reiniglter: a. Scheid het apparaat af van de elektrische voeding. b. Schakel de unit uit en wacht tot de intredeap sluit. c. Til de voorkant van het lter (F) op en trek het iets naar u toe. d. Haak het luchtintrederooster (3) los en verwijder het met de hand (afb. 34). e. Haal de twee extra lters los van de ltergroep (F) (afb. 36): (Groen zuiveringslter ref. F1 - zwart actief-koolstoflter ref. F2). f. Was de lters en laat ze goed drogen. g. Plaats de lters in de originele stand terug. h. Breng het actief-koollter (F2) aan op de ltergroep (F) door het met de specieke lipjes (X1) vast te zetten (afb.37).
i. Breng het zuiveringslter (F1) aan op
de eerste pen van de ltergroep (X2) door het voorzichtig aan te trekken en op de andere twee pennen (X3) te blokkeren (afb. 37).UNICO AIR ON/OFF
Deactiveer de (brandende) LED A na de lters te hebben gereinigd en teruggeplaatst door het apparaat op de stroomvoorziening aan te sluiten en kort de resettoets H met puntig voorwerp in te drukken. Op deze manier wordt de melding dat het lter gereinigd moet worden gereset.
Als de apparatuur lange tijd niet gebruikt zal wordt, handel dan als volgt: a. Stop de klimaatregelaar en scheid de voeding af. b. Verwijder de batterijen uit de afstandsbediening.
Probeer nooit om de apparatuur zelfstandig te repareren.
4.2.1 - Periodiek onderhoud
De klimaatregelaar is op dusdanige wijze ontwikkeld dat het normale onderhoud tot een minimum is beperkt. Het normale onderhoud bestaat uitsluitend uit de volgende reinigingswerkzaamheden:
- Het omgevingsluchtlter elke 2 weken reinigen of wassen of elke keer dat de rode led gaat branden (de gebruiker kan deze handeling verrichten zoals is beschreven in de gebruikershandleiding).
- Het reinigen van de condensorbatterij en het condensopvangsysteem. Deze handelingen moeten periodiek door bekwaam technisch personeel worden verricht met een regelmaat die afhangt van de installatieplek en de gebruiksin- tensiteit. Afhankelijk van de hoeveelheid vuil kan een droge reiniging (door te blazen met een compressorbatterij en een bakje en de louvres te reinigen met een zachte borstel, zonder ze te vervormen) volstaan of is een grondigere reiniging met ge- bruik van specieke reinigingsmiddelen vereist.
4.2.2 - Afvoer van condenswater in geval van nood
De klimaatregelaar wordt gestopt en geeft het alarm aan door de LED A, LED B en LED C afwisselend te laten knipperen als het condenswateraf- voersysteem een storing vertoont (afb.30).6a min. 5L 33a NL - 38 NEDERLANDS
Het is heel belangrijk dat de gebruiker problemen of storingen kan herkennen die van de normale werking van het apparaat afwijken. De meest voorkomende storingen kan de gebruiker zelf eenvoudig oplossen (zie de paragraaf 4.3.4: Storingen en oplossingen). Voor alle andere signaleringen (zie de paragraaf: 4.3.3) moet altijd contact worden opgenomen met de technische assistentie
Elke vorm van garantie vervalt bij elke poging tot reparatie die door onbevoegd personeel wordt verricht.
4.3.2 - Functionele aspecten die niet als storingen moeten worden be-
schouwd Tijdens de normale werking kan het volgende voorvallen: a. De compressor start niet voordat een bepaalde tijd (ongeveer drie minuten na de vorige stop) is verstreken. - In de werkingslogica van het apparaat is een vertraging tussen de stop van de compressor en een daaropvolgende inschakeling voorzien, zodat de compressor tegen herhaaldelijke activeringen wordt beschermd.
Bij apparaten met warmtepomp kan het zijn dat de warme lucht tijdens de verwarming pas een aantal minuten na de inschakeling van de compressor afgegeven wordt. - Tijdens de eerste minuten werking zou immers te koude lucht de ruimte ingeblazen kunnen worden (die de aanwezige mensen zou kunnen hinderen) omdat het apparaat nog niet op vol vermogen werkt als de ventilator samen Voer het water met de volgende eenvoudige handelingen uit het apparaat af wanneer u op de ingreep van het servicecentrum wacht (afb. 33a): a. Verwijder de dop (6a) na een voldoende grote houder (inhoud van minstens vijf liter) te hebben aangebracht waar het water in kan worden opgevangen. b. Het servicecentrum zal het afvoerkanaal sluiten als het defect is verholpen.UNICO AIR ON/OFF
NL - 39 NEDERLANDS met de compressor ingeschakeld wordt.
4.3.3 - LED-signaleringen paneel
Als de klimaatregelaar blokkeert, ge- ven de leds een alarmsignaal, zoals is beschreven in tabel “TAB1”. Neem contact op met een servicecentrum van Olimpia. H Servicetoets (RESET). G Infraroodontvanger. Tabel “TAB1” BESCHRIJVING LED D groen LED C geel LED B groen LED A rood Te hoge temperatuur interne warmtewisse- laar (HTI)
Te hoge temperatuur externe warmtewisse- laar (HTE)
Defect externe temperatuursonde (kortslui- ting) (TFS7)
Defect externe temperatuursonde (geopend circuit) (TFS8)
Slechte werking interne ventilator (SV) OFF ON * OFF ON * Temperatuur warmtewisselaar onvoldoende (CF/RL)
Maximumniveau condenswater (OF) OFF ON * ON * ON * Parameters Eeprom niet geldig (CKS) ON * OFF OFF OFF Defect omgevingstemperatuursonde (kort- sluiting) (TFS1)
Defect omgevingstemperatuursonde (geo- pend circuit) (TFS2)
Defect temperatuursonde interne warmte- wisselaar (kortsluiting) (TFS3)
Defect temperatuursonde externe warmte- wisselaar (geopend circuit) (TFS6) ON * ON * ON * ON * ON: led aan - OFF: led uit - *: Knippert
4.3.4 - Storingen en oplossingen
Slechte werking Oorzaak Mogelijke oplossing Het apparaat start niet Stroomonderbreking Wacht tot de stroom is hersteld. De unit is van de stroom ontkoppeld. Controleer of de stekker in het stopcontact zit. De schakelaar (8) staat op “0” Zet de schakelaar (8) op “I” De zekering is onder- broken of de magneto- thermische schakelaar is geactiveerd. De zekering vervangen of de magnetothermische schakelaar herstellen. De batterijen van de afstandsbediening kunnen uitgeput zijn. De batterijen vervangen. Het uur ingesteld met de timer kan verkeerd zijn. Wachten of de instelling van de timer annuleren. Het apparaat koelt/ver- warmt niet voldoende Verkeerde temperatuurin- stelling. Stel de juiste temperatuur in. Raadpleeg voor de procedure het hoofdstuk "Gebruik van de afstands- bediening". De luchtlter is vuil. Het luchtlter reinigen. De deuren en vensters zijn open. De deuren en vensters sluiten. De luchtinlaat- of uitlaat- openingen van de bin- nenunit of buitenunit zijn geblokkeerd. Verwijder de verstopping en start opnieuw het ap- paraat. Als de storing niet is opgelost, contact opnemen met het dichtstbijzijnde servicecentrum. Gedetailleerde informatie verstrekken over de storing en het model van de apparatuur.UNICO AIR ON/OFF EL - 1
Notice-Facile