EWLS240JSS - Koelsysteem voor hardware DAIKIN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis EWLS240JSS DAIKIN in PDF-formaat.

📄 182 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice DAIKIN EWLS240JSS - page 65
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : DAIKIN

Model : EWLS240JSS

Categorie : Koelsysteem voor hardware

Download de handleiding voor uw Koelsysteem voor hardware in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EWLS240JSS - DAIKIN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EWLS240JSS van het merk DAIKIN.

GEBRUIKSAANWIJZING EWLS240JSS DAIKIN

NEDERLANDS - Vertaling van de originele handleiding Deze handleiding vormt een belangrijk document ter ondersteuning van het gekwalificeerde personeel, niettemin mag het nooit dienen als vervanging van dit personeel.

Identificatie van het etiket 1 – Gegevens typeplaatje van groep 5 – Logo van de fabrikant 2 – Instructies voor het optillen 6 – Noodstop 3 – Waarschuwing gevaarlijke spanning 7 – Symbool niet-ontvlambaar gas 4 – Symbool elektrisch gevaar 8 – GastypeD - EIMWC01008-06_02EU - 58/182

8.1. Informatie over de installatie van systemen met R134a en R513A ....................................................... 65 8.2. Extra richtlijnen voor een veilig gebruik van R134a en R513A ......................................................................... 65 8.3. Fysieke eigenschappen van koelmiddel R1234ze (E)

8.4. Informatie over de installatie van systemen met R1234ze ..................................................................... 65 8.5. Extra richtlijnen voor een veilig gebruik van R1234ze(E) voor apparatuur die zich in open lucht bevindt ........................................................................ 65 8.6. Extra richtlijnen voor een veilig gebruik van R1234ze(E) voor apparatuur die zich in een machinekamer bevindt .............................................. 65

9. ONDERHOUD .................................................................. 66

9.1. Routine-onderhoud voor R1234ze............................ 66

Hartelijk dank voor uw aankoop van deze Daikin airconditioner.

De Daikin EWWD J-EWLD J - EWWH J–EWLH J-EWWS J- EWLS J J ingepakte en watergekoelde waterkoelers zijn ontworpen voor installatie binnenshuis en zijn bestemd voor het koel- en verwarmingstoepassingen. De EWWD J-EWLD J modules zijn beschikbaar in 16 standaard afmetingen. Raadpleeg de tabellen voor hun nominale koelcapaciteit. De EWWH J- EWLH J- EWWS J– EWLS J modules zijn beschikbaar in 7 standaard afmetingen. Raadpleeg de tabellen voor hun nominale koelcapaciteit. Deze installatiehandleiding beschrijft de procedures voor het uitpakken, installeren en aansluiten van de EWWD J–EWLD J modules. 1.1. Technische specificaties (1)

Bedrijfsgewicht (Kg)

Koelwaterinlaat/-uitlaat (2) (inch)

Condenswater-inlaat/-uitlaat (2) (inch) 2 ½

Bedrijfsgewicht (Kg)

Koelwaterinlaat/-uitlaat (2) (inch)

Condenswater-inlaat/-uitlaat (2) (inch)

Bedrijfsgewicht (Kg)

Koelwaterinlaat/-uitlaat (2) (inch)

Condenswater-inlaat/-uitlaat (2) (inch) 2 ½

Bedrijfsgewicht (Kg)

Koelwaterinlaat/-uitlaat (2) (inch)

Condenswater-inlaat/-uitlaat (2) (inch)

Bedrijfsgewicht (Kg)

Koelwaterinlaat/-uitlaat (2) (inch)

Condenswater-inlaat/-uitlaat (2) (inch) 2 ½

Bedrijfsgewicht (Kg)

Koelwaterinlaat/-uitlaat (2) (inch)

Condenswater-inlaat/-uitlaat (2) (inch)

) Raadpleeg de Engineering data book voor de volledige lijst met specificaties, opties en eigenschappen. Model EWLD J

Bedrijfsgewicht (Kg)

Koelwaterinlaat/-uitlaat (2) (inch)

Tevoeraansluiting voor vloeistofleiding (3) (inch) 1 3/8” Aansluiting voor gasafvoerleiding (3) (inch) 2 ½

Bedrijfsgewicht (Kg)

Koelwaterinlaat/-uitlaat (2) (inch)

Tevoeraansluiting voor vloeistofleiding (3) (inch) 1 3/8” Aansluiting voor gasafvoerleiding (3) (inch) 2 ½

Bedrijfsgewicht (Kg)

Koelwaterinlaat/-uitlaat (2) (inch)

Tevoeraansluiting voor vloeistofleiding (3) (inch) 1 3/8” Aansluiting voor gasafvoerleiding (3) (inch) 2 ½

Bedrijfsgewicht (Kg)

Koelwaterinlaat/-uitlaat (2) (inch)

Tevoeraansluiting voor vloeistofleiding (3) (inch) 1 3/8” Aansluiting voor gasafvoerleiding (3) (inch) 2 ½

Bedrijfsgewicht (Kg)

Koelwaterinlaat/-uitlaat (2) (inch)

Tevoeraansluiting voor vloeistofleiding (3) (inch) 1 3/8” Aansluiting voor gasafvoerleiding (3) (inch) 2 ½

Bedrijfsgewicht (Kg)

Koelwaterinlaat/-uitlaat (2) (inch)

Tevoeraansluiting voor vloeistofleiding (3) (inch) 1 3/8” Aansluiting voor gasafvoerleiding (3) (inch) 2 ½

  • Dubbele drukontlastingsklep op de condenser
  • Hoge temperatuur kit (alleen voor EWWH J en EWLH J) Eigenschappen
  • Aanbrenging van Glycol om de watertemperatuur van de verdamper op –10°C te houden (alleen voor EWWD- EWLD-EWWS-EWLS)
  • Kijkglas met vochtaanduiding
  • Spanningsloze contacten
  • algemene werking/pomp contact
  • capaciteitsbegrenzing in-/uitschakelen
  • Keuze uit meerdere talen 1.4. Standaard meegeleverde accessoires
  • Filterkit voor installatie vòòr de waterinlaat van de verdamper

1. Werking met Glycol – Vaste minimum capaciteit op 100%

2. Werking met Glycol (onder 4°C Verd LWT)

3. Bepaalde modules kunnen in dit gebied gedeeltelijk

) Raadpleeg de Engineering data book voor de volledige lijst met specificaties, opties en eigenschappen.

1. Werking met Glycol – Vaste minimum capaciteit op 100%

2. Werking met Glycol (onder 4°C Verd LWT)

3. Werking met vaste minimum capaciteit op 100%

1. Werking met Glycol (onder 4°C Verd LWT)

2. Bepaalde modules kunnen in dit gebied gedeeltelijk

Expansieventiel Verdamper Afsluitklep Filter Magneetklep Ontluchtingsklep 15,5 bar Ontluchtingsklep 23,5 bar Stromingsschakelaar Filter

Besturingsuitrusting Hogedrukschakelaar 21,0 bar Drukomvormer Temperatuuromvormer Hogedrukschakelaar Lagedrukbegrenzer PZH

SELECTEREN De modules zijn ontworpen om binnen gebruikt te worden en moeten geïnstalleerd worden op een plaats die aan de volgende vereisten voldoet:

1. De fundering moet stevig genoeg zijn om het gewicht van

de module te dragen en de vloer moet vlak zijn om trillingen en contactgeluiden te vermijden.

2. Er moet voldoende ruimte rond de module zijn zijn voor

de servicewerkzaamheden.

3. Er mag geen brandgevaar zijn door het lekken van

4. Selecteer de locatie van de module dusdanig dat het

geluid dat door de module voortgebracht wordt, niemand stoort.

5. Zorg ervoor dat het water geen schade kan veroorzaken

op de locatie als het uit de module druppelt.

OPMERKING Een pull-down bewerking is beperkt tot maximum één maximaal uur.

5. DE MODULE INSPECTEREN EN

HANTEREN Bij de levering moet de module gecontroleerd worden en alle schade moet onmiddellijk gemeld worden aan de verantwoordelijke van de vervoerder.

Bij het hanteren van de module, houd rekening met het volgende:

1. Hijs de module bij voorkeur met een kraan en riemen

volgens de instructies die op de module zijn vermeld. De touwen (1) die gebruikt zullen worden voor het hijsen, moeten elk minimum 4 m lang zijn.

2. De module wordt getransporteerd op houten balken (2).

Deze moeten voor de installatie verwijderd worden.

OPMERKING Probeer om het boren in de module tot een minimum te beperken. Als boren niet te vermijden is, verwijder dan het ijzervijlsel grondig om oppervlakteroest te vermijden.

2. Installeer antitrilblokken bij een installatie waar geluid en

trillingen hinderlijk zijn.

3. Plaats de module op een stevige en vlakke fundering.

De module moet op een stevige basis worden geplaatst. Het is raadzaam om de module met ankerbouten op een betonnen ondergrond vast te maken.

  • Bevestig de ankerbouten in de betonnen fundering. Als de module uiteindelijk wordt vastgemaakt met deze ankerbouten, zorg er dan voor dat de sluitringen voor kanaal DIN434, en beide ter plaatse geleverde rubberplaten en ter plaatse geleverde ruwe kurk of rubberblad voor een betere bescherming tegen trillingen, geïnstalleerd worden zoals aangegeven.
  • De betonnen fundering moet ongeveer 100 mm hoger zijn dan het vloerniveau om de loodgieterij te vereenvoudigen en de afvoer te verbeteren.

Ankerbout Maat Aantal

  • Zorg ervoor dat het funderingsoppervlak effen en vlak is OPMERKING

De meting in de tabel is gebaseerd op het feit dat de basis in de grond of op een betonnen vloer gemaakt is. Als de basis op een massieve vloer gemaakt is, is het mogelijk om de dikte van de betonnen vloer op te nemen in de dikte van de basis.

Als een basis gemaakt is op een betonnen vloer, zorg dan voor een greppel zoals weergegeven. Het is belangrijk om de drainering af te voeren, ongeacht of een basis in de grond of op de betonnen vloer gemaakt is (greppel-riolering).

Ingrediëntenverhouding van het begon is: cement 1, zand 2 en grind 3. Steek ijzeren stangen van Ø10 om de 300 mm. De rand van de betonnen basis moet geëffend zijn.D - EIMWC01008-06_02EU - 64/182

KOELMIDDEL Dit product bevat gefluoreerde broeikasgassen. Zorg dat het gas niet vrijkomt in de atmosfeer. Model EWWD J EWLD J EWWH J EWLH J EWWS J EWLS J Type koelmiddel R134a R1234ze R513A GWP-waarde (1)

Voor de EWWD J, EWWH J en EWWS J moduleversies staat de hoeveelheid vermeld op het naamplaatje van de module. Voor de EWLD J, EWLH J en EWLS J moduleversies, gelieve de totale hoeveelheid koelmiddel in onuitwisbare ink te vermelden op het label dat met het product is meegeleverd. Het ingevulde label moet aan de binnenkant van het elektrische paneel geplakt worden. Koelmiddelen R134a, R1234ze(E) en R513A zijn door de Europese Richtlijn 2014/68/EU geclassificeerd als Groep 2 (ongevaarlijke) stoffen gezien ze bij een standaard omgevingstemperatuur niet brandbaar en niet giftig zijn. Speciale voorzorgsmaatregelen voor opslag, transport en hantering zijn dus niet nodig. Daikin Applied Europe S.p.A. producten zijn in overeenstemming met de geldende Europese Richtlijnen en we verwijzen voor het ontwerp van de modules naar Productnorm EN378:2016 en Industriële norm ISO5149. De goedkeuring van de lokale autoriteiten dient te verwijzen naar de Europese norm EN378 en/of ISO 5149 (waarbij R134a en R513A geclassificeerd zijn als A1 en R1234ze(E) geclassificeerd is als A2L – Licht ontvlambaar gas). 7.1. Tabel druk/temperatuur - R134a R134a Druk/ Temperatuur omrekentabel

8.1. Informatie over de installatie van systemen met R134a en R513A Alvorens de machine te installeren en in gebruik te nemen moeten de personen die bij deze activiteiten betrokken zijn over de nodige informatie beschikken om deze taken uit te voeren, en alle informatie die in deze handleiding staat, alle procedures vermeld in bovenstaande normen en de voorschriften die door de lokale instanties zijn opgelegd naleven. Zorg ervoor dat niet-bevoegde of niet opgeleide personen geen toegang hebben tot de module. 8.2. Extra richtlijnen voor een veilig gebruik van R134a en R513A Overeenkomstig richtlijn EN 378-1-2016 kan elk koelsysteem dat R134a of R513A bevat zonder beperkingen in de open lucht of een machinekamer worden geïnstalleerd. De eigenaar van het gebouw of de eindgebruiker dient er echter voor te zorgen dat de toegang alleen is toegestaan voor vakbekwaam en opgeleid personeel, die op de hoogte zijn van de algemene veiligheidsmaatregelen van het gebouw. Het is raadzaam om alle voorschriften die in de EN 378-3-2016 zijn vermeld voor de installatie na te leven. Het koelmiddel mag niet in een aangrenzende kamer, deuropening of uitlaatsysteem stromen in geval van een lek. Het wordt aanbevolen om een koelmiddel-detectiesysteem te installeren die tevens werkt tijdens de normale werking van het koelsysteem, zodat in geval van het lekken van koelmiddel, het alarm en alle nodige noodprocedures geactiveerd worden totdat de machine wordt uitgeschakeld. Het alarm zal het geautoriseerd personeel tevens inlichten om de nodige stappen te nemen. De lekdetector voor koelmiddel moet door de gebruiker worden geleverd, gezien het een belangrijk onderdeel van de sprinklerinstallatie van het volledig gebouw is. 8.3. Fysieke eigenschappen van koelmiddel R1234ze (E) Dit product kan worden voorzien van koelmiddel R1234ze(E) dat een minimale impact op het milieu heetf dankzij zijn lage Aardopwarmingsvermogen (GWP). Type koelmiddel R1234ze Veiligheidsklasse A2L PED vloeistofgroep

Zelfontbrandingstemperatuur (°C)

8.4. Informatie over de installatie van systemen met R1234ze De koelers zijn gemaakt in overeenstemming met de belangrijkste Europese Richtlijnen (Richtlijn inzake machines, Laagspanning, Elektromagnetische compatibiliteit, Apparatuur onder druk). Zorg er tevens voor dat u de conformiteitsverklaring met de richtlijnen van het product samen met de documentatie ontvangt. Alvorens de machine te installeren en in gebruik te nemen moeten de personen die bij deze activiteiten betrokken zijn over de nodige informatie beschikken om deze taken uit te voeren, en alle informatie die in deze handleiding staat. Zorg ervoor dat niet-bevoegde of niet opgeleide personen geen toegang hebben tot de module. Installeer de koeler in de open lucht of een machinekamer (Locatieclassificatie III). Om locatieclassificatie III te waarborgen is de installatie van een mechanische ventilatie op het/de secundaire circuit(s) vereist. Volg de lokale bouwcodes en de veiligheidsrichtlijnen; als er geen lokale codes en richtlijnen voorhanden zijn, raadpleeg EN 378-3:2016 als leidraad. In paragraaf “Extra richtlijnen voor een veilig gebruik van R1234ze(E)” vindt u extra informatie die aan de voorschriften van de veiligheidsrichtlijnen en bouwcodes toegevoegd dient te worden. 8.5. Extra richtlijnen voor een veilig gebruik van R1234ze(E) voor apparatuur die zich in open lucht bevindt Koelsysystemen in de open lucht moet op een dergelijke wijze geplaatst worden zodat er geen lekkend koelmiddel in een gebouw of soortgelijks stroom om geen personen of eigendommen in gevaar te brengen. Het koelmiddel mag niet in een ventilatiesysteem voor verse lucht, deuropening, valluik of soortgelijke opening stromen in geval van een lek. Als een beschutting voor het koelsysteem in de open lucht is voorzien, zorg dat het van een natuurlijke of geforceerde ventilatie is voorzien. Voor koelsystemen die buiten zijn geïnstalleerd en waar een vrijgave van koelmiddel kan stagneren, bij. Ondergronds, zorg dat de installatie voldoet aan de voorschriften voor gasdetectie en ventilatie van machinekamers. 8.6. Extra richtlijnen voor een veilig gebruik van R1234ze(E) voor apparatuur die zich in een machinekamer bevindt Wanneer een machinekamer wordt gekozen voor de locatie van de koelapparatuur, zorg dat het in overeenstemming is met de lokale en nationale voorschriften. De volgende vereisten (conform EN 378-3:2016) kunnen voor de beoordeling worden gebruikt.

  • Een risicoanalyse gebaseerd op het veiligheidsconcept voor het koelsysteem (zoals bepaald door de fabrikant en inclusief de vul- en veiligheidsclassificatie van het gebruikte koelmiddel) zal worden uitgevoerd om te bepalen of het nodig is om het koelsysteem in een afzonderlijke machinekamer te plaatsen.
  • Machinekamers mogen niet worden gebruikt als bemande ruimten. De eigenaar van het gebouw of de gebruiker moet ervoor zorgen dat toegang alleen is toegestaan voor vakbekwaam en opgeleid personeel die het nodige onderhoud aan de machinekamer of de fabriek uitvoeren.
  • Machinekamers mogen niet worden gebruikt voor opslag, uitgezonderd voor gereedschap, reserveonderdelen en compressorolie voor de geïnstalleerde apparatuur. Koelmiddelen, brandbare of giftige materialen moeten worden opgeslagen zoals opgelegd door de nationale voorschriften.
  • Open (naakte) vlammen zijn niet toegestaan in machinekamers, tenzij voor las-, soldeer- of soortgelijke activiteiten en dan alleen wanneer de concentratie aan koelmiddel wordt gecontroleerd en gepaste ventilatie wordt gewaarborgd. Houd altijd toezicht op open vlammen.D - EIMWC01008-06_02EU - 66/182
  • Een externe schakelaar (noodtype) voor het stoppen van het koelsysteem moet zich buiten de kamer (in de buurt van de deur) bevinden. Een soortgelijke schakelaar moet zich op een gepaste locatie binnenin de kamer bevinden.
  • Alle buizen en leiding die door vloeren, plafonds en muren van de machinekamer gaan moeten goed zijn afgedicht.
  • Hete oppervlakken mogen een temperatuur van 80 % van de zelfontbrandingstemperatuur (in °C) of 100 K lager dan de zelfontbrandingstemperatuur van het koelmidden, indien deze hoger is, niet overschrijden. Koelmiddel Zelfontbrandingstemperatuur Maximum oppervlaktetemperatuur R1234ze 368 °C 294 °C
  • Machinekamers moeten deuropeningen naar buiten hebben en voldoende in aantal zijn zodat personen in geval van nood de ruimte in alle veiligheid kunnen verlaten; de deuren moet goed afgedicht en zelfsluitend zijn en zo zijn ontworpen dat ze vanaf binnen geopend kunnen worden (antipanieksysteem).
  • Speciale machinekamers waar de vulhoeveelheid hoger dan de praktische grens voor het volume van de kamer is, moet van een deur zijn voorzien die direct naar de buitenlucht opent of via een specifieke hall uitgerust met zelfsluitende en goed afgedichte deuren.
  • De ventilatie van de machinekamers moet voldoenden zijn voor normale bedrijfsomstandigheden en in noodsituaties.
  • Ventilatie voor normale bedrijfsomstandigheden moet in overeenstemming zijn met de nationale voorschriften.
  • Het mechanisch ventilatiesysteem voor noodsituaties zal worden geactiveerd door een detector(en) die zich in de machinekamer bevindt.
  • onafhankelijk van de andere ventilatiesystemen ter plaatse zijn.
  • voorzien zijn van twee onafhankelijke noodsystemen, één buiten de machinekamer en de andere binnen.
  • De afvoer ventilatie ventilator voor noodsituaties moet:
  • Zich binnen de luchtstroom met de motor buiten de luchtstroom bevinden, of voor gevaarlijke zones geschikt zijn (afhankelijk van de beoordeling).
  • Zich op een plaats bevinden zodat druk op de uitlaatleidingen in de machinekamer wordt vermeden.
  • geen vonken veroorzaakt wanneer het in contact komt met materiaal van de leiding.
  • Luchtstroom van de mechanische ventilatie in noodsituaties moet minstens 𝑉 = 0,014 × 𝑚

het luchtdebiet in m

de massa van de vulhoeveelheid van het koelmiddel, in kg, in het koelsysteem is met de grootste vulling, om het even welk deel dat zich in de machinekamer bevindt. 0,014 is een conversiefactor.

  • De mechanische ventilatie moet continu werken of door de detector ingeschakeld worden.
  • De detector zal automatisch een alarm activeren, de mechanische ventilator starten en het systeem stopen wanneer het alarm afgaat.
  • De locatie van de detectoren moet worden gekozen afhankelijk van het koelmiddel en moeten zich bevinden waar het koelmiddel in geval van lek zich zal concentreren.
  • Het positioneren van de detector dient te gebeuren rekening houdend met de lokale luchtstroompatronen, zoals de lokale ventilatiebronnen en luchtopeningen. Houd tevens rekening met de mogelijkheid op mechanische schade of contaminatie.
  • Er moet minstens één detector in elke machinekamer of bemande ruimte worden geïnstalleerd en/of rekening houdend met de installatie op het laagste punt in ondergrondse ruimte waar het koelmiddel zwaarder dan lucht is en op het hoogste punt wanneer het koelmiddel lichter dan lucht is.
  • Controleer de detectoren continu op een juiste werking. In geval van storing van een detector; activeer de nood- sequentie alsof er koelmiddel werd gedetecteerd.
  • De vooraf ingesteld waarde voor de koelmiddeldetector bij 30 °C of 0 °C, welke het meest kristisch is, moet op 25% van de LFL worden ingesteld. De detector zal continu worden geactiveerd bij hogere concentraties. Koelmiddel LFL Vooraf ingesteld alarm R1234ze 0,303 kg/m
  • Alle elektrische apparatuur (niet alleen het koelsysteem) moet worden geselecteerd op bruikbaarheid in de zones die in de risicobeoordeling zijn geïdentificeerd. De elektrische apparatuur moeten voldoen aan de voorschriften als de elektrische voeding geïsoleerd is wanneer de concentratie aan koelmiddelen 25 % van de onderste vlambaarheidsgrens of lager bereikt.
  • Machinekamers of speciale machinekamers moeten duidelijk als dusdanig worden gemarkeerd op de ingangen van de kamer, samen met waarschuwingen die aangeven dat onbevoegde personen de kamer niet mogen betreden en dat roken, open licht of vlammen verboden zijn. De kennisgevingen moeten tevens aangeven dat, in geval van nood, alleen bevoegde personen die op de hoogte zijn van de noodprocedures mogen beslissen om de machinekamer al dan niet te betreden. Waarschuwingen moeten tevens worden getoond om ongeoorloofde werking van het systeem niet toe te staan.
  • De eigenaar / bediener moet een bijgewerkt logboek van het koelsysteem bijhouden. De optionele lekdetector die samen met de koeler door DAE wordt geleverd mag alleen worden gebruikt voor het controleren van koelmiddellekken van de koeler.

9.1. Routine-onderhoud voor R1234ze Personeel die aan de elektrische of koelonderdelen werken moeten geautoriseerd, opgeleid en volledig gekwalificeerd zijn. Onderhoud en reparatie die de hulp van ander opgeleid personeel vereisen, moeten worden uitgevoerd onder het toezicht van een persoon die weet hoe brandbare koelmiddelen te gebruiken. Elke persoon die reparaties of onderhoud op een systeem of verbonden onderdeel van de apparatuur uitvoeren moet bekwaam zijn conform EN 13313. Personen die werken op koelsystemen met brandbare koelmiddelen moeten op de hoogte zijn van de veiligheidsaspecten tijdens het hanteren van brandbare koelmiddelen en de gepaste opleiding hebben afgewerkt. elektrische componenten Werk pas op elektrische componenten wanneer de algmene stroomvoorziening naar de module is ontkoppeld met behulp van de ontkoppelingsschakelaar(s) in de regelkast. De gebruikte frequentievariators zijn voorzien van condensatorbatterijen met een ontlaadtijd van 20 minuten, na het ontkoppelen van de stroom, wacht 20 minuten alvorens de regelkast te openen.D - EIMWC01008-06_02EU - 67/182

koelsysteem Neem de volgende voorzorgsmaatregelen alvorens aan het koelcircuit te werken: — verkrijg een vergunning voor hete werkzaamheden (indien nodig); — zorg dat er zich geen brandbare materialen in het werkgebied zijn opgeslagen en er geen ontstekingsbrionen in het werkgebied aanwezig zijn. — zorg dat er gepaste brandblussers aanwezig zijn; — zorg dat het werkgebied goed geventileerd is alvorens op het koelcircuit te werken of alvorens las- of soldeerwerkzaamheden uit te voeren. — zorg ervoor dat de apparatuur voor lekdetectie geen vonken afgeeft, goed is afgedicht en intrinsiek veilig is; — zorg dat alle onderhoudspersoneel voldoende opgeleid is. Voer de volgende procedure uit alvorens aan het koelcircuit te werken:

1. verwijder het koelmiddel (specificeer de

2. ontlucht het circuit met inert gas (bijv.

3. voer af tot een druk van 0,3 (abs.) bar (of

4. ontlucht het circuit opnieuw met inert gas

5. open het circuit.

De omgeving moet voor en tijdens hete werkzaamheden worden gecontroleerd met een gepaste koelmiddeldetector zodat de technicus weet of er ontvlambare stoffen aanwezig zijn. Als er compressoren of compressorolie moeten worden verwijderd, moet de olie tot een acceptabel niveau worden afgevoerd zodat er geen ontvlambaar koelmiddel in het smeermiddel achterblijft. Alleen terugwinningsapparatuur voor koelmiddel ontworpen voor gebruik met brandbare koelmiddelen mag worden gebruikt. Als de nationale wetgeving of regelgeving het toestaat om koelmiddel af te voeren, doe dit op een veilige manier, met bijv. gebruik van een slang, waardoor het koelmiddel wordt afgevoerd naar buiten in een veilig gebied. Zorg ervoor dat er geen ontvlambare en explosieve koelmiddelconcentratie in de nabijheid van een ontstekingsbron aanwezig zijn of in een gebouw kunnen binnendringen. In geval van koelsystemen met een indirect systeem, controleer de warmteoverdrachtvloeistof op mogelijke aanwezigheid van koelmiddel. Na elke reparatie, controleer de veiligheidsvoorzieningen, bijv. de koelmiddeldetectoren en mechanische ventilatiesystemen en registreer het resultaat. Zorg ervoor dat ontbrekende of onleesbare labels op de componenten van het koelcircuit worden vervangen. Ontstekingsbronnen ogen niet worden gebruikt voer het zoeken naar koelmiddellekken.

Deze koeler, ongeacht R134a, R513A of R1234ze, moet door vakmakken worden onderhouden. Voordat men onderhoudswerkzaamheden op het systeem uitvoert, zorg dat alle nodige voorzorgsmaatregelen zijn genomen. Bescherm altijd het bedienend personeel met persoonlijke beschermingsmiddelen die voor de uit te voeren werkzaamheden gepast zijn. Gebruikelijke individuele middelen zijn: Helm, veiligheidsbril, kappen, werkschoenen. Extra individuele en gezamenlijke beschermingsmiddelen moeten worden aanpaste na een gepaste analyse van de speficieke risico’s op het gebied van relevantie en afhankelijk van de uit te voeren activiteiten.

Dit product werd in de fabriek met N

gevuld De modules zijn voorzien van een koelmiddeltoevoer (ontlastingskant) en een koelmiddelafvoer (vloeistofkant) voor de aansluiting van een externe condenser. Dit circuit moet geïnstalleerd worden door een erkende technicus en moet voldoen aan alle relevante Europese en nationale voorschriften. 10.1. Voorzorgsmaategrelen tijdens het hanteren van de leidingen Als er lucht of vuil in het watercircuit terechtkomt, kunnen er problemen optreden. Houd daarom altijd rekening met het volgende bij het aansluiten van het watercircuit:

1. Gebruik alleen schone buizen.

2. Houd het uiteinde van de buis omlaag tijdens het

verwijderen van de braampjes.

3. Dek het uiteinde van de buis af als u ze door een

muur steekt zodat er geen stof en vuil in komt. De afvoer en de vloeistofbuis moeten rechtstreeks op de externe condenserbuis gelast worden. Om de juiste buisdiameter te hebben, raadpleeg de tabel met de technische specificaties. Zorg ervoor dat de buizen tijdens het lassen met N

gevuld zijn om ze tegen roet te beschermen. Er mag geen blokkering zijn (stopklep, solenoïde solenoïdeklep) tussen de externe condenser en de voorziene vloeistofinjectie van de compressor. 10.2. Lektest en vacuümdroging De modules werden door de fabrikant op lekken gecontroleerd. Na het aansluiten van de buizen moet een lektest uitgevoerd worden en moet de lucht in de koelmiddelbuis afgelaten worden tot een absolute waarde van 4 mbar met behulp van een vacuümpomp. Tap geen lucht met koelmiddelen af. Gebruik een vacuümpomp om de installatie vacuüm te maken. 10.3. De module vullen

1. Voer een volledige inspectie voor de start uit, zoals

uitgelegd in “VOOR HET STARTEN”. Voer zorgvuldig alle procedures uit zoals uitgelegd in hoofdstukken waarnaar verwezen wordt in het hoofdstuk “VOOR HET STARTEN”, maar start de module niet. Lees tevens de gebruikershandleiding die met de module is meegeleverd. Dit zal helpen om de werking van de module en de elektrische controller beter te begrijpen. Vul de module van tevoren met koelmiddel zonder dat de module in werking is

2. Gebruik de 1/4” SAE Flare stopklep op de filterdroger om

de module van te voren te vullen met de volledige berekende vulhoeveelheid. Gebruik de compressor niet voordat de module is gevuld, om schade aan de compressor te vermijden!

3. Als stap 2 voltooid is, voer dan een "eerste start"-test uit:

Controleer zorgvuldig tijdens het opstarten.

  • Of de compressor geen abnormale geluiden maakt of trillingen veroorzaakt;
  • of de hoge druk stijgt en de lage druk daalt binnen de 10 seconden om te evalueren of de compressor niet omgekeerd werkt door een verkeerde bedrading;
  • of er geen beveiligingen geactiveerd worden. 3.2. Stop de compressor na 10 seconden. Fijnregeling van de koelmiddelvulling terwijl de module in werking is

4. Gebruik de 1/4” SAE Flare stopklep op de afzuiging voor

de fijnregeling van de koelmiddelvulling om ervoor te zorgen dat het koelmiddel in vloeibare toestand gevuld wordt. 4.1. Voor de fijnregeling van het koelmiddel, moet de compressor op vol vermogen werken (100%). 4.2. Voer een controle uit op oververhitting en onderkoeling:

  • de oververhitting moet tussen 3 en 8 K liggen
  • de onderkoeling moet tussen 3 en 8 K liggen 4.3. Controleer het oliepeil via het kijkglas. Het niveau moet zichtbaar in het kijkglas zijn. 4.4. Controleer de vloeistoflijn via het kijkglas. Het moet verzegeld zijn en mag geen vocht in het koelmiddel aangeven. 4.5. Zolang de vloeistoflijn niet in het kijkglas zichtbaar is, vul koelmiddel bij in stappen van 1 kg en wacht totdat de module in stabiele omstandigheden werkt. Herhaal de volledige procedure van stap 4 tot het kijkglas voor de vloeistoflijn verzegeld is. De module moet de tijd krijgen om te stabiliseren, wat betekent dat het vullen op een vloeiende manier te gebeuren.

5. Noteer de waarden van de oververhitting en de

onderkoeling voor later gebruik.

6. Vul de totale hoeveelheid koelmiddel in op het

naamplaatje van de module en op het koelmiddel vullabel dat is meegeleverd met het product.

OPMERKING Let op voor contaminatie van de externe condenser om blokkering van het systeem te vermijden. Het wordt onmogelijk voor de fabrikant om het voor de fabrikant onmogelijk om de contaminatie van de "vreemde" condenser van de installateur te controleren. De module heeft een strikt contaminatieniveau.

WATERCIRCUIT De modules zijn voorzien van een watertoevoer en een waterafvoer voor aansluiting op het watercircuit van een koeler. Dit circuit moet geïnstalleerd worden door een erkende technicus en moet voldoen aan alle relevante Europese en nationale voorschriften. Als er lucht of vuil in het watercircuit terechtkomt, kunnen er problemen optreden. Houd daarom altijd rekening met het volgende bij het aansluiten van het watercircuit:

1. Gebruik alleen schone buizen.

2. Houd het uiteinde van de buis omlaag tijdens het

verwijderen van de braampjes.

3. Dek het uiteinde van de buis af als u ze door een

muur steekt zodat er geen stof en vuil in komt.

1. Voorbereiding van de module voor de aansluiting op het

watercircuit. Deze module wordt geleverd met een doos met Victaulic

koppelingen en een filter.

Watertoevoer van de verdamper

Sensor voor watertoevoer

De watertoevoerleiding is voorzien van de debietschakelaar en de sensor voor de temperatuur van het toevoerwater

Waterleidingcircuit ter plaatse

Om de delen van de module tijdens het transport niet te beschadigingen, worden de leiding voor de watertoevoer met de debietschakelaar en de sensor voor de temperatuur van het toevoerwater samen met de leiding voor de waterafvoer met de sensor voor de temperatuur van het afvoerwater niet in de fabriek gemonteerd.

  • Sluit de watertoeverleiding met de debietschakelaar aan. De watertoevoerleiding met de debietschakelaar wordt gemonteerd op de zijde van de watertoevoer van de verdamper(s) en wordt vooraf geïsoleerd. Snij de wikkelbanden door en bevestig de leiding met de meegeleverde Victaulic

koppelingen aan de toevoeropening(en) van de verdamper.

  • Sluit de leiding voor de waterafvoer aan. De leiding voor de waterafvoer wordt gemonteerd op de zijde van de waterafvoer van de verdamper en wordt vooraf geïsoleerd. Snij de wikkelbanden door en bevestig de leiding(en) met de meegeleverde Victaulic

koppelingen aan de afvoeropening(en) van de verdamper.

  • Na de installatie van de watertoevoer- en de waterafvoerleidingen en als een algemene regel voor andere modules, is het raadzaam om de indompeldiepte van de watertemperatuursensoren in de aansluitbuizen voor de werking te controleren (zie afbeelding).D - EIMWC01008-06_02EU - 69/182

De filter aansluiten

  • De bij de module geleverde filterkit moet voor de watertoevoer van de verdamper geplaatst worden door middel van de meegeleverde Victaulic

koppelingen zoals op de afbeelding wordt weergegeven. De filter heeft openingen met een diameter van 1,0 mm en beschermt de verdamper tegen aanzetting.

  • Een onjuiste installatie van de meegeleverde filter zal ernstige schade aan de apparatuur veroorzaken (bevriezen van de verdamper). Een ter plaatse geleverde spuiklep voor het spoelen van de vloeistof en materiaal dat zich in de filter opgehoopt heeft, kan aangesloten worden op de eindkap van de filter.
  • De retourbuizen aansluiten Las de meegeleverde retourbuizen op de uiteinden van het watercircuit en sluit de module aan met de meegeleverde Victaulic

2. Voorzie aftapkranen op alle lage punten van het systeem

om een volledige aftapping van het circuit tijdens het onderhoud of bij een stillegging mogelijk te maken. Er is een aftapplug voorzien om de condenser af te tappen. Verwijder hiervoor tevens de luchtpluggen (zie het lay- outschema).

3. Er moet een luchtrooster voorzien worden op alle hoge

punten van het systeem. De roosters dienen zich te bevinden op punten die gemakkelijk toegankelijk zijn voor de onderhoudswerkzaamheden.

4. Er moeten afsluitkranen op de module voorzien worden,

zodat de gewone onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd kunnen worden zonder het systeem te moeten aftappen.

5. Er moeten trillingsdempers voorzien worden op alle

waterleidingen die aangesloten zijn op de koeler om belasting van de leidingen te vermijden en om te vermijden dat trillingen en geluiden doorgegeven worden.

6. Voor modules met een configuratie met dubbel circuit,

met een gewone regeling voor de waterafvoer (ELWT), moet u een invoegopening voorzien voor de bijkomende sensor voor de watertemperatuur. De sensor en de sensorhouder zijn optionele onderdelen. De invoegopening moet een vrouwelijke draad hebben van 1/4" GAS en moet aangebracht worden in de gemengde waterstroom van de koelers. Zorg ervoor dat de sensorkop zich in de waterstroom bevindt en dat de rechte pijp (L) een lengte heeft die minstens 10x de pijpdiameter (A) heeft voor de sensor.

Kies de positie voor het aanbrengen dusdanig dat de kabellengte van de sensor (10 m) voldoende lang is.

Om de goede werking van de module te waarborgen, moet het waterdebiet door de verdamper zich binnen het werkbereik bevinden dat vermeld staat in de onderstaande tabel en moet een minimum watervolume in het systeem aanwezig zijn. Model Minimum waterdebiet [l/min] Maximum waterdebiet [l/min]

Het minimum watervolume v [I] in het systeem moet aan de volgende criteria voldoen: v>(Q/2)xT/(Cx∆T) Q hoogste koelcapaciteit van de module in de laagste capaciteitsstap binnen het bereik van de toepassing (kW) t antirecyclingtimer van de module (AREC)/2(s)=300 s C specifiek verwarmingsvermogen van het fluïdum (kJ/kg°C)=4,186 kJ/kg°C voor water ∆T temperatuurverschil tussen starten en stoppen van de compressor: ∆T=a+2b+c (voor aanduiding van a, b en c, zie de gebruikershandleiding

OPMERKING Voor modules in een configuratie met een dubbel circuit, moet het minimum vereiste watervolume in het systeemgelijk zijn aan het grootste vereiste minimumvolume van elke individuele koeler in het systeem.

De waterkwaliteit moet voldoen aan de specificaties vermeld in de onderstaande tabel: DAE Waterkwaliteitvoorschriften Warmtewisselaar met omhulsel&buis Warmtewisselaar met hardgesoldeerde platen pH op 25°C 6,8 ÷ 8,4 6,8~8,0 Elektrische geleidbaarheid op 25°C [μS/m] < 800 < 500 Chloride-ion [mg Cl-/l] < 150 < 70 (HP

De waterdruk mag niet hoger zijn dan de maximum werkdruk van 10 bar.

OPMERKING Voorzie gepaste beveiligingen in het watercircuit om te waarborgen dat de waterdruk nooit de maximum toelaatbare werkdruk zal overschrijden.

13. ISOLATIE VAN DE LEIDINGEN

Het volledige watercircuit, inclusief alle leidingen, moeten geïsoleerd worden om condensatie en reductie van de koelcapaciteit te vermijden. Bescherm de waterleiding tegen het bevriezen van het water tijdens de winterperiode (bv. door een glycoloplossing of verwarmband te gebruiken).

DRUKONTLASTINGSAPPARATEN De afvoer van het koelmiddel in het installatiegebied moet gebeuren volgens de plaatselijke reglementeringen. Indien nodig kan op elke drukontlastingsklep op de condensator een buis van 1" aangesloten worden en een buis van ½” op elke drukontlastingsklep op de verdamper. Het dwarsprofiel en de lengte van de afvoerleiding moeten aan de plaatselijke reglementeringen voldoen.

15. PLAATSELIJKE BEDRADING

Alle plaatselijke bedrading en de componenten moeten geïnstalleerd worden door een erkende elektricien en moeten voldoen aan de relevante Europese en nationale voorschriften. De plaatselijke bedrading moet gelegd worden in overeenstemming met het bedradingsschema dat bij de module geleverd wordt en volgens de onderstaande instructies. Zorg ervoor dat u een geschikt stroomcircuit gebruikt. Gebruik nooit een stroomvoorziening die met een ander apparaat gedeeld wordt.

OPMERKING Voorzie gepaste beveiligingen in het watercircuit om die hieronder vermeld staan, om een beter inzicht te hebben in de werking van de module. 15.1. Onderdelentabel F1,2 ............................. Hoofdzekeringen voor de module L1, 2, 3 ........................ Aansluitklemmen voor de stroomtoevoer PE ................................ Hoofdklem voor de aarding S6S .............................. Instelpunt override FS ................................ Debietschakelaar Q10 .............................. Isolatieschakelaar --- ................................. Plaatselijke bedrading 15.2. Stroomcircuit en kabelvereisten

1. De elektrische stroomtoevoer naar de module moet

dusdanig geregeld worden dat de stroomtoevoer los van de elektrische stroomtoevoer naar andere elementen van de vestiging en van de apparatuur in het algemeen in- en uitgeschakeld kan worden.

2. Voorzie gepaste beveiligingen in het watercircuit om

module voorzien worden. Dit circuit moet beschermd worden met de vereiste veiligheidsvoorzieningen, d.w.z. een stroomonderbreker, een traag springende zekering op elke fase en een aardlekdetector. Aanbevolen zekeringen staan vermeld op het bedradingsschema dat bij de module geleverd is. Schakel de hoofdisolatieschakelaar uit voordat u verbindingen tot stand brengt (schakel de stroomonderbreker uit, verwijderde zekeringen, of schakel ze uit). 15.3. Aansluiting van de stroomvoorziening van de watergekoelde waterkoeler

1. Gebruik de gepaste kabel, sluit het stroomcircuit aan op

de klemmen L1, L2 en L3 van de module.

2. Sluit de aardgeleider (geel/groen) aan op de

PE-aardklem. 15.4. Verbindingskabels Er moet een grendelcontact op de pomp geïnstalleerd worden in serie met het contact van de debietschakelaar(s) om te vermijden dat de module zonder waterdebiet zou werken. In de schakeldoos is een klem voorzien voor de elektrische aansluiting van het grendelcontact. In beide gevallen moeten alle modules met een grendelcontact uitgerust worden!

OPMERKING Voorzie gepaste beveiligingen in het watercircuit om dankzij de standaard geïnstalleerde debietschakelaar. Om een dubbele veiligheid te hebben, moet u het grendelcontact van de pomp echter in serie installeren met het contact van de debietschakelaar. Als de module zonder debiet gebruikt wordt, zal dit de module ernstig beschadigen (bevriezen van de verdamper).

  • Spanningsloze contacten De controller wordt met enkele spanningsloze contacten geleverd om de status van de module aan te duiden. Deze spanningsloze contacten kunnen bedraad worden zoals vermeld op het bedradingsschema. De maximum toelaatbare spanning is 2A.
  • Externe ingangen Naast de spanningsloze contacten zijn er mogelijkheden om externe ingangen te installeren. Deze kunnen geïnstalleerd worden zoals vermeld op het bedradingsschema. 15.5. Periodieke verplichte controles en opstarten van apparaten onder druk De eenheden zijn opgenomen in categorie II van de classificatie opgesteld door de Europese Richtlijn 2014/68/EU (PED). Voor de koelers die tot deze categorie behoren, vereisen sommige plaatselijke normen een periodieke inspectie door een erkende instantie. Gelieve informatie in te winnen over de plaatselijke reglementeringen. 15.6. Verwijdering De module is gemaakt van metaal, plastic en elektronische delen. Al deze onderdelen moeten weggegooid worden overeenkomstig de lokale verwijderingsvoorschriften.D - EIMWC01008-06_02EU - 71/182

Zamel loodaccu's afzonderlijk in en breng ze naar een erkend en gepast inzamelpunt. Vang de olie op en breng het tevens naar een erkend en gepast inzamelpunt.

De module mag niet gestart worden, zelfs niet voor een zeer korte periode, voordat de checklist voor de inbedrijfstelling volledig ingevuld is. afvinken na controle standaard stappen die doorlopen moeten worden voor het starten van de module

Installeer de hoofdzekeringen, aardlekdetector en stroomschakelaar. Aanbevolen zekeringen: aM volgens to IEC standaard 269-2. Zie het bedradingsschema voor de grootte.

Sluit de module op het stroomnet aan en controleer of de spanning binnen de toelaatbare ±10% limieten van de waarden op het kenplaatje valt. De elektrische stroomtoevoer naar de module moet dusdanig geregeld worden dat de stroomtoevoer los van de elektrische stroomtoevoer naar andere elementen van de vestiging en van de apparatuur in het algemeen in- en uitgeschakeld kan worden. Zie het bedradingsschema, klemmen L1, L2 en L3.

Voorzie de verdamper van water en controleer of het waterdebiet binnen de grenzen valt vermeld in de tabel onder "Watervulhoeveelheid, debiet en kwaliteit".

De buizen moeten volledig afgetapt worden. Zie ook het hoofdstuk "Voorbereiding, controle en aansluiting op het watercircuit".

Sluit de pompcontact(en) in serie aan op het contact van de debietschakelaar(s), zodat de module alleen kan werken als de waterpompen werken en als er voldoende waterdebiet is.

Controleer het oliepeil in de compressoren.

Installeer de filterkit(s) die bij de module geleverd worden voor de watertoevoer van de verdamper(s).

Controleer of alle watersensoren correct in de warmtewisselaar bevestigd zijn (zie ook de sticker die op de warmtewisselaar bevestigd is).

OPMERKING Lees de gebruikershandleiding door die bij de module geleverd wordt alvorens de module te gebruiken. Dit zal helpen om een beter inzicht te hebben in de werking van de module en de elektrische controller. Sluit alle deuren van de schakeldoos na de installatie van de module.D - EIMWC01008-06_02EU - 72/182

(Belangrijke inlichtingen met betrekking tot het gebruikte koelmiddel) Het koelsysteem wordt gevuld met gefluoreerde broeikasgassen. Het gas niet laten vrijkomen in de atmosfeer. 1. Vul met onuitwisbare inkt het koelmiddellabel in dat geleverd wordt met het product volgens de onderstaande instructies: - het koelmiddel vulling voor elk circuit (1; 2; 3) - totale vulling koelmiddel (1 + 2 + 3) - bereken de uitstoot van broeikasgas met de volgende formule: GWP-waarde van het koelmiddel x Totale vulling koelmiddel (in kg)/ 1000.

a bevat gefluoreerde broeikasgassen b circuitnummer c Fabriek vulling d Veld vulling e Vulling koelmiddel voor elk circuit (volgens het aantal circuits) f totale vulling koelmiddel g Totale vulling koelmiddel (fabriek + veld) h Uitstoot broeikasgassen van totale uitgedrukte vulling koelmiddel als ton van CO

2. Het ingevulde label moet aan de binnenkant van het elektrische paneel geplakt worden.

Naargelang de voorschriften van de Europese of de plaatselijke wetgeving, kan het nodig zijn om periodieke inspecties uit te voeren om te bepalen of er geen lekken van het koelmiddel zijn. Neem contact op met uw plaatselijke dealer voor meer informatie. OPMERKING In Europa wordt de uitstoot van broeikasgassen van de totale vulling van koelmiddel in het systeem (uitgerdrukt in ton CO

equivalent) gebruikt om de onderhoudsintervals te bepalen. Volg de geldende wetgeving. Formule om de uitstoot van broeikasgassen te berekenen: GWP-waarde van het koelmiddel x Totale vulling koelmiddel (in kg)/ 1000 Gebruik de GWP-waarde vermeld op het label broeikasgassen. Deze GWP-waarde is gebaseerd op het 4de IPCC beoordelingsverslag. De GWP-waarde vermeld in de handleiding kan niet meer gelden (d.w.z. gebaseerd op het 3de IPCC beoordelingsverslag).D - EIMWC01008-06_02EU - 74/182

Deze handleiding is opgesteld alleen om te worden gebruikt als technische ondersteuning en vormt geen aanbod dat bindend is voor Daikin Applied Europe S.p.A. Daikin Applied Europe S.p.A. heeft deze handleiding zo goed mogelijk gemaakt. Er is geen uitdrukkelijke of impliciete garantie voor de volledigheid, nauwkeurigheid, betrouwbaarheid van de inhoud. Alle hierin vermelde gegevens en specificaties zijn onderhevig aan veranderingen zonder kennisgeving. Alle bij het bestellen geleverde gegevens gelden als referentie. Daikin Applied Europe S.p.A. wijst uitdrukkelijk elke verantwoordelijkheid af voor eventuele rechtstreekse of onrechtstreekse schade, in de breedste zin van het woord, die veroorzaakt wordt door of verband houdt met het gebruik van en/of de interpretatie van deze handleiding. Alle inhoud is auteursrechtelijk beschermd door Daikin Applied Europe S.p.A..