ER2650LH - Grasmaaier MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ER2650LH MAKITA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over ER2650LH MAKITA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ER2650LH - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ER2650LH van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING ER2650LH MAKITA
Original Instruction Manual
Instructions d'emploi d'origine
Original betriebsanleitung
Manuale di istruzioni originale
Originele gebruiksaanwijzing
Instrucciones de manejo original
Instruções de service original
Original brugsanvisning
ПротutoToуххэрiodio obnyiw
Original Kullanim Kilavuzu
Important:
Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door voordat u de benzinegraskantmaaier in gebruik neemt en houdt u te allen tjde aan de veiligheidsinstructies!
Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig!
Important:
(Originele instructies)
Hartelijk dank voor uw aankoop van dit gemotoriseerd tuingereedschap van MAKITA. Met trots bevelen wij u dit gereedschap van MAKITA van harte aan als resultaat van een langdurig ontwikkelingsprogramma en jarenlange kennis en ervaring.
Lees deze handleiding metkaarin nauwkeurige beschrijvingen van de diverse punten die hoogstaande prestaties demonstreeren. Hierdoor bent u in staat de best mogelijkere resultaten te behalen die het gereedschap van MAKITA u kan bieden.

Inhoud
Symbolen 74
Veiligheidsinstructies 75
Namen van onderdelen 79
De handgreep monteren. 80
De beschemkap monteren 80
De nylondraad-snijkop monteren 80
Voor het begin van het werk. 81
Tips voor gebruik en procedure voor stoppen 83
De nylordraad-snijkop. 84
Onderhoudsinstructies 86
Opslag 89
SYMBOLEN
Let op de volgende symbolen wanner u de gebruksaanwijzing leest.

Lees de gebruiksanaanjijing en volg de waarschuwingen en veiligheidsvoorzorgsmaatregelen op!

Besteed bijzondere zorg en aandacht!

Verboden!

Houd afstand!

Gevaar voor rondvliegende voorwerpen!

Verboden teroken!

Geen open vuur!

Draag stevige schoenen met antislipzolen.
Veiligheidsschoenen met stalen neuzen
worden aanbevolen.

Houd mensen en huisdieren weg van het werkgebied!

Draag een veilighideidshelm, oog- en gehoorbescherming.

Toegestaan maximumtoerental

Brandstof (benzine)

Motor handmatig starten

Noodstop

EHBO

AAN/START

UIT/STOP

Gebruik nooit een metalen snijblad
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Algemene instructies
- Lees deze gebruiksaanwijzing om ubekend te make n met de juiste manier van omgaan met het gereedschap. Gebruikers die onvoldoende geinformeerd zijn, lopen de kans zichself en anderen in gevaar te brengen als gevolg van onjuist omgaan met het multifunctionele aandrijsystem.
- Het verdient aanbeveling het gereedschapuitsluitend uit te lenen aan mensen die bewezen hebben ervaren te zich.
Geef allijd de gebruiksaanwijzing mee.
- Onervaren gebruikers dienen de dealer te vragen om basisinstrumenties om zichself befindet meken met het omgaan met een graskantmaier.
- Laat geen kinderen ofjonge mensen diejonger zich dan 18aar met het gereedschap werken. Jongeren die ouder zich dan 16aar mogen darüber het gereedschap gebruiken om te oefenen verwil ze onder toezicht staan van een gekwalificeerde begeleider.
- Gebruik het gereedschap met de hoogst möglichke zorg en aandacht.
- Gebruik het gereedschap alleen als u in goede lichamelijke conditie bent. Werk alkijd rustig en voorzichtig. De gebruiker is aansprakelijk ten opzichte van anderen.
- Gebruik dit gereedschap nooit na het gebruik van alcohol of drugs, of wanneer u zich moe of ziek voelt.
- Het gebruik van het gereedschap kan landelijk gereglementeerd zich.
Bedoeld gebruik van het gereedschap
- Het gereedschap isuitsluitend bedoeld voor het maaien van grayscale enkleine onkruiden. Het mag Niet worden gebruikt voor enig ander doel, zoals randen bijwerken of heggen snoeien, aangezien dit tot letsel kan leiden.
Persoonlijke-veiligheidsuitrusting
- De te dragen kleding dient functioneel en geschikt te+zijn, d.w.z. nauwsluitend zonder te hinderen. Draag geen jewelen of kleding die in de struiken konnen verstrikt raken.
- Omijdens het gebruik letsels aan hoofd, ogen, handen of voeten te voorkomen en uw gehoor te beschermen, moeten de volgende verilgheidsuitrusting en beschermende kleding worden gebruikt verwijl u werk.
Draag aktijd een helm wonneer het risico bestaat op vallende objecten. U要去 de veiligheidsheim (1) regelmatig controeren op schade en uiterlijk na 5aar worden verrangen. Gebruik alleen goedgekeurde veiligheidsheimen. - Het spatschem (2) van de helm (of de veiligheidsbril) beschermt het gezicht gegen rondvliegend afval en opspringende stenen. Draagijdens het gebruik altdje een veiligheidsbril of een spatschem om letsel aan de ogen te voorkommen.
Draag geschikte uitrusting om u te beschermen gegen het lawaai en gehoorbeschadiging te voorkomen (corbeschemers (3), cordopjes, enz.).
Een werkoverall (4) beschermt gegen rondvliegend afval en opspringende stenen. Wij raden u sterk aan een werkoverall te dragen. - Handschoenen (5) make deel uit van de voorgeschreven uitrusting en要去en altijd worden gedragenijdens het gebruik.
Draagijdens gelebruik van het gereedschap algid stevige schoenen (6) met een antislipzool. Dit beschermt u tegen letsel en garandeert dat u stevig staat.
De benzinegraskantmaaier starten
- Controller of er geen kinderen of andere mensen aanwezig zijn bennen een werkbereik van 15 meter (50 feet) en let ook of er geen dieren in de werkomgeving�.
- Controller voor gebruik altdj of het gereedschap veilig is om te gebruiken. Controller de bevestiging van het snijgarnituur, controller of de gashendel gemakkelijk kan worden bediend, en controller of de gashendelvergrendeling goed werkt.
- Het snijgarnituur mag Niet draaien bij stationair motortoerental. Neem bij twijfel contact op met uw dealer voor afstelling. Controller of de handgrepen schoon en droog zich en test de werkking van de stopschakelaar.





(3)


(5)

(6)

Schematische voorstelling
360^

- Start de benzinegraskantmaaier alleen op de manier beschreiben in de instructies.
- Gebruik geen enkele andere methode om de motor te starten!
- Gebruik de benzinegraskantmaaier en de gereedschappen uitsluitend voor de beschreiben toepassingen.
- Start de motor van de benzinegraskantmaaier alleen nadat deze volledig is gemonteerd. Het gereedschap mag uitsluitend worden gebrukt nadat alle toepasselijk teobehoren zichen gemonteerd!
- Controller vór het starten of het snijgarnituur geen contact maakt met harde voorwerpen, zoals takken, stenen, enz.,,ondat tijdens het starten het snijgarnituur zar ronddraaien.
- De motor要去 onmiddelijk uitgeschakeld worden in geval van enige motorstoring.
- Als het snijgarnituur stenen of andere objecten raakt, moet u de motor onmiddelijk uitschakelen en het snijgarnituur controleren.
- Controller het snijgarnituur regelmatig op beschadiging (inspecteren op haarscheurtjes met de klopgeluidentest).
Nadat gegen het gereedschap is gestoten of het is gezallen, controleert u de conditie van het gereedschap voordat u de werkzaamheden hervat. Controller het brandstofsystem op brandstofflekkage, en de bedieningselementen en veilgheidsvoorzieningen op een juiste werking. Als ageschadiging zichtaar is of u twijfelt, vraagt u ons erkende servicecentrum om inspectie en reparatie. - Houd de benzinegraskantmaier.altijd met beiden handen vast tijdens het gebruik. Houd de benzinegraskantmaier nooit met slechts een hand vast tijdens het gebruik.
Zorg er.altijd voor dat u stevig staat. - Gebruik het gereedschap zo, dat u geen uiltaatgassen kutn inademen. Laat de motor nooit draaien in een gesloten vertrek (kans op gasverstikking). Koolmonoxide is een geurloos gaes.
- Schakel de motor uitijdens pauzes en wanner u het gereedschap onbeheerd awhile, en leg hem op eeneilige planta om gevaar voor anderen en beschadiging van het gereedschap te voorkomen.
- Leg nooit een warme benzinegraskantmaaier op droog gras of enige andere ontvlambare materialen.
- Breng staat je een goedgekeurde beschermkap van het snijgarnituur aan op het gereedschap voordat u de motor start. Als u dat Niet doet, kan aanraking van het snijgarnituur leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
- De hele veiligheidsuitrusting en alle beschemkappen die bij het gereedschap zich geleverd,要去enijdens het werk worden gebruikt.
- Gebruik het gereedschap nooit met een defecte uitlaatdumper.
- Schakel de motor uit tijdens het vervoer.
- Legijdens vervoer per auto het gereedschap op een veilige plaats om te voorkomen dat er brandstof uit lekt.
- Wanner u het gereedschap vervoert, moet u ervoor zorgen dat de brandstoftank volledig leeg is.
- Let erop dat bij het uitladen van het gereedschap uit de auto de motor niet op de grond valt,ondat hierdoor de brandstoffank ernstig kan worden beschadigd.
- Behalve in noodgevallen mag u het gereedschap nooit op de grond lately vallen of weglooien,ondat hierdoor het gereedschap zwaar beschadigd kan raken.
- Let erop dat u het volledige gereedschap van de grond tijt wanneer u het verplaatst. Het is bijzonder gevaanlijk de brandstoffank over de grond te slepen en dit za beschadiging en lekkage verooorzaken die kan leiden tot brand.
Brandstof bijvullen
- Schakel de motor uit alvorens brandstof bij te vullen, blijuit de buurt van open vuur en rook Niet.
Vermijd huidcontact met minerale-olieproducten. Adem de brandstofdampen nicht in. Draag algtd vegilheidshandschoenen tijdens het bijvullen van de brandstof. Zorg dat u de beschermende kleding regelmatig verwangt en reinigt - Wees voorrichtig geen brandstof of olie te morsen om bodemverontreiniging te voorkomen (milieubescherming). Reinig de benzinegraskantmaier onmiddelijk nadat brandstof erop is gemorst.
Vermijd dat brandstof in aanraking kommt met uw kleding. Kleed u onmiddelijk om als brandstof op uw kleding is gemorst (om te voorkomen dat de kleding vlam vat). - Inspector de brandstofvuldop regelmatig om zeker te zich dat de dop stevig kan worden aangedraaid en nicht lekt.
Draai de brandstofvuldop stevig vast. Verplaats het gereedschap voordat u de motor start (tenminste 3 meters afstand tot de plaat'saar brandstof is bijgevuld.)
Vul nooit brandstof bij in een gesloten vertrek. Brandstofdampen verzamelen zich vlak boven de vloer (risico van explosie.) - Vervoer en bewaar brandstof alleen in goedgekeurde tanks. Zorg dat de opgeslagen brandstof Niet toegankelijk is voor kinderen.






Gebruiksmethode
- Gebruik het gereedschap alleen bij goed Licht en zich. Wees in de winter bedacht op gladde of natte plaatsen, ij's en sneeuw (gevaar voor uitgliden). Zorg er altijd voor dat u stevig staat.
- Maai nooit boven heuphoogte.
Werk nooit vanaf een ladder. - Klim nooit in een boom om waar met het gereedschap te werken.
Werk nooit op onstabile oppervlakken. - Verwijder zand, stenen, nagels, enz. die u binnen uw werkbereik vindt.
- Voordat u beginte maaien, moet het snijgamituur op maximaal toerental draaien.
-Beweeg de benzinegraskantmaaier gelijkmatig heen en weer.
Als gras of takken bekneld raken:tussen het snijgarnituur en de beschemkap, zet u altijd de motor uit voordat u ze verwijdert. Als u dat toch doet, kan door onbedoeld draaien van het snijgarnituur ernstig letsel ontstaan.
- Neem een pauze om te voorkomen dat u door vermoeidheid de controle over het gereedschap verliest. Wij adviseren u ieder uu 10 tot 20 minuten te rusten.
Snijgarnituur
- Gebruik nooit metalen snijbladen, waaronder metalen meerdelige kettingen en vlegelmessen. Als u dat toch doet kan door aanraking van het snijblad ernstig letsel ontstaan.
Trillingen
- Personen met een slechte bloedsomloop die worden bloatgesteld aan sterke trillingen,Known verwondingen aan bloedvaten of het zenuwstelsel oplopen. Trillingen kannen de volgende symptomen veroorzaken in de vingers, handen of polsen: "slapen" (ongevoeligheid), tintellingen, pijn, stekend gevoel, veranderen van huidskleur of van de huid. Als een van deze symptomen zich voordoet, raadpleegt u uwuisarts!
- Om de kans op deze "witte-vingerziekte" te verkleinen, houdt u uw handen warm tijdens het werk en onderhoudt u het gereedschap en de accessoires goed.
Onderhoudsinstructies
- Laat uw gereedschap onderhoven door ons erkende servicecentrum dat.altijduitsluitend gebruikmaakt van originele verrangingsonderdelen. Onjuiste reparatie en slecht onderhoud kan de levensduur van het gereedschap verzorten en de kans op ongevallen vergroten.
- De toestand van het gereedschap, met name van het snijgarnituur en de veiligheidsuitrusting,要去en worden gecontroleerd voor aanvang van de werkzaamheden.
- Schakel de motor uit en trek de bougiekap eraf wanner u het snijgarnituur verwangt, en wanner u de maier of het snijgarnituur schoonmaakt.
Denk aan het milieu. Vermijd onnodig gebruik van de gashendel zodat minder uitylaatgassen en geluid worden geproduerd. Stel de carburateur goed af. - Maak het gereedschap regelmatig schoon en controllerer of alle bouteen en moeren stevig় vastgedraaid.
- Onderhoud of bewaar het gereedschap Niet in de buurt van open vuur.
-Bewaar het gereedschap altijd in een afgesloten ruimte en met een lege brandstoftank.



Volg de relevante instructies voor het voorkomen van ongevallen die door de relevante beroepsverenigingen en verzekeringsmaatschappijen zijn uitgegeven.
Breng geen wijzigingen aan het gereedschap aan, waar hiermee uw veilighheid gevaar loopt.
Het uitvoeren van onderhoud of reparaties door de gebruiker is beperkt tot de activiteiten die in de gebruiksaanwijzing zijn beschreiben. Alle andere werkzaamheden moet worden uitgevoerd door een erkend servicecentrum. Gebruik uitsluitend originele verrangingsonderdelen en accessoires die zich vervaardigd en geleverd door MAKITA.
Het gebruik van Niet-goedgekeurde accessoires en gereedschappen leidt tot een verhoogde kans op ongevallen.
MAKITA aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor ongevalen of schade veroorzaakt door het gebruik van een Niet-goedgekeurd snijgarnituur, bevestigingsmiddelen voor snijgarnituur of accessoires.
EHBO
Zorg dat er altiijd een EHBO-doos beschikbaar is in de buurt waar er worden gemaaid om eerste hulp te bieden bij eventuele ongevallen. Vervang onmiddelijk elk item dat ut de EHBO-doos is genomen.
Geef de volgende informatie wanner u hulp inroegt:
- Plaats van het ongeval
- Beschrijving van het ongeval
Aantal gewonden
Soort letsels
-Uw naam

| Model ER2650LH | |||
| Type handgreep Beugelhandgreep | |||
| Afmetingen: lenghte x bredte x hoogte (zonder snijgarnituur) mm 1.621 x 310 x 479 | |||
| Maaidiameter mm 412 | |||
| Gewicht (zonder kunststofbeschemkap en snijgarnituur) kg 4,8 | |||
| Volume (brandstoftank) I 0,6 | |||
| Volume (oliereservoir) I 0,08 | |||
| Cylinderinhoud cm | 3 | 25,4 | |
| Maximaal motorvermögen kW 0,77 bij 7.000 min | -1 | ||
| Motortoerental bij aanbevolen max. astroerental min | -1 | 10.000 | |
| Maximaal astroerental | min-1 | 7.900 | |
| Stationair toerental | min-1 | 3.000 | |
| Toerental op aangrijppunt van koppeling | min-1 | 3.900 | |
| Carburateur | Membraantype | ||
| Ontstekingssystem | Contactloos, magneettype | ||
| Bougie | type | NGK CMR4A | |
| Elektrodenafstand | mm | 0,7 - 0,8 | |
| Trillingen volgensISO 22867 | Rechterhandgreep(Achterste handvat) | \(a_{hy eq}\)m/s2 | 8,2 |
| Onzekerheid (K) m/s2 | 0,9 | ||
| Linkerhandgreep(Voorste handvat) | \(a_{hy eq}\)m/s2 | 5,0 | |
| Onzekerheid (K) m/s2 | 1,7 | ||
| Gemiddeld geluidsdrukniveau volgensISO 22868 | \(L_{PA eq}\)dB (A) 97,5 | ||
| Onzekerheid (K) dB (A) 1,8 | |||
| Gemiddeld geluidsvermogenniveau volgensISO 22868 | \(L_{WA eq}\)dB (A) | 107,3 | |
| Onzekerheid (K) dB (A) 2,5 | |||
| Brandstof | Benzine voor auto's | ||
| Motorolie | Olie van API-classificatie SF-klasse of better,of olie SAE 10W-30 (4-taktmotorolie voor auto's) | ||
Alleen voor Europese landen
EU-verklaring van conformiteit
De EU-verklaring van conformiteit is opgenomen als Bijlage A in deze instructiehandleiding.
ER2650LH


| NL | NAMEN VAN ONDERDELEN |
| 1 | Brandstoftank |
| 2 | Trekstartinrichting |
| 3 | Luchtfilter |
| 4 | Stopschakelaar (stop - bedrijf) |
| 5 | Bougie |
| 6 | Uitlaatdemper |
| 7 | Koppelingshuis |
| 8 | Achterste handvat |
| 9 | Uit-vergrendelhendel |
| 10 | Handgreep |
| 11 | Gashendel |
| 12 | Gaskabel |
| 13 | Schacht |
| 14 | Beschemkap (beschemkap van snijgarnituur) |
| 15 | Nylondraad-snijkop |
| 16 | Brandstofvuldop |
| 17 | Trekstarthandgreep |
| 18 | Uitlaatpijp |
| 19 | Oievuldop |
LET OP: Voordat u werkzaamheden uitvoert aan het gereedschap, moet u altijd de motor uitzetten en de bougiekap van de bougie aftrekken.
Draag altijd veiligheidshandschoenen!
A LET OP: Start de motor alleen nadat hij volledig is gemonteerd.
Voor gereedschappen met een beugelhandgreep
- Bevestig de beugelhandgreep aan de schacht zoals afgebeeld.
Zorg ervoor dat de afstandshoender zich op de schachtas bevindtussen de beugelhandgreep en dechterhandgreep. Verwijder of verkort de afstandshoender Niet.
OPMERKING: In sommige landen worden de afstandshoender Niet bij het gereedschap geleverd. Lijn in dat geval de handgreep uit met de verste lijn aangegeven door de pijlmarkeringen.


In naleving van de toepasselijkke veiligheidsregels mogen uitsluitend de gereedschap/beschemkap-combinations worden gebruikt die in de afbeeling worden aangegeven.
A LET OP: Raak het mesje in de beschemmkap Niet aan. Als u het mesje met blote handen aanraakt, kurz u zich verwonden.
De beschemkap要去 worden aangebracht om de nylondraad op de juiste lengte te houden en om de gebruiker te beschemmen gegen opgeworpen stenen en vuil. Breng de beschemkap aan volgens de onderstaande stappen.
- Plaats de beschemkap zodenig dat de rib op de schacht valt in de groef van de beschemkap.
- Draai de twee bouten vast.


DE NYLONDRAAD-SNIJKOP MONTEREN
WAARSCHUING: Gebruik nooit een snijblad.
Gebruik.altijd een originele MAKITA-nylordraad-snijkop.
- Als de nylondraad-snijkop een steen raaktijdens het gebruik, moet u de motor onmiddelijk uitzetten en de nylondraad-snijknop controleren.
LET OP: Raak het mesje in de beschemkap Niet aan. Als u het mesje met blote handen aanraakt, kurz u zich verwonden.
Breng een nylordraad-snijkop aan volgens de onderstaande stappen.
- Steek de vergrendelsleutel in het gat in de klem. Draai hem rond verwijl u de de vergrendelsleutel maar binnen duwt tot ze+zijn vergrendeld.
- Schroef een nylondraad-snijkop op de schacht door het rechtsom te draaien. Controller of hij stevig is gemonteerd.
- Haal de vergrendelsleutel eruit.
Om de nylondraad-snijkop eraf te halen, draait u hem linksom.


VOOR HET BEGIN VAN HET WERK
Controleren en bijvullen van de motorolie
-
Voer de volgende procedureuit bij koude motor.
-
Plaats de motor horizontal, draai de olievuldop eraf (zie afb. 1) en controllerer of het oleieil tussen de inwendige randen in de oliebuis voor de boven- en ondergrens van het olieeil staat (zie afb. 2).
Vul motorolie bij tot aan de markering van de bovengrens als er te weinig motorolie in zit (het oliepeil is zich bij de ondergrens) (zie affb. 3).
Het gebied tussen de markeringen op de buitenkant is doorzichtig zodat het oliepeil van buitenaf kan worden gecontroleerd zonder de olievuldop eraf te hooven draaien. Echter, wanner de oliebuis erg vuil is geworden, kan deze ondoorzlichtig zich en moet het oliepeil worden gecontroleerd aan de hand van de inwendige randen binnenin de oliebuis. - Ter informatatie, na ongeveer iedere 10 bedrijfsuren moet olie worden bijgevuld (10 keer of 10 tanks vol brandstof voordat olie要去en bijgevuld).
Als de olie door vuil van kleur is veranderd, ververst u de vuile olie door neue. (Raadpleeg pagina 86 voor informatie over de verversingsinterval en verversingsprocedure.)
Aanbevolen olie: SAE 10W-30 olie van API-classificatie, SF-klasse of beter (4-taktmotorolie voor auto's)
Hoeveelheid olie: Ongeveer 0,08 liter
OPMERKING: Als de motor Niet horizontal worden gehonden, kan olie maar andere delen van de motor stromen. De oliepeilstok kan een onjuiste uitlezing van het oliepeil aangeven. Vul geen olie bij als de motor Niet horizontal staat. Als de olie tot boven het bovenste merkteken worden bijgevuld, kan de olie gemorst worden en vlam vatten waarbij witte rook vrijkomt.
Tip 1 bij het verversen van de olie: "Olievuldop"
- Verwijder stof of vuil rondon de olievulopening en draai de olievuldop eraf.
Zorg ervoor dat geen zand of stof op de olievuldop komt. Als dit toch gebeurt, kan het zand of stof dat aan de olievuldop kleeft leiden tot een onregelmatige oiecircularatie of slijtage van de motoronderdelen, waardoor storingen konnen ontstaan.

Afb. 1

Het gedeelte tussendemarkeringen opde buitenkant voor deboven- en ondergrensisdoordzichtig zodat u vanbuittenaf kunt controerenof het oliepeil tussen demarkeringen staat.
(1) Houd de motor horizontal en draai de olievuldop eraf.
(2) Vul motorolie bij tot aan de markings van de bovengrens (zie aff. 3). Gebruik voor het bijvullen een oliefles.
(3) Draai de olievuldop stevig vast. Bij onvoldoende vastdraaien kan oliie eruit lekken.


Opmerking
- Ververs de olie Niet met de motor in een gekantelde positie.
- Als olie worden bijgevuld verwijl de motor is gekanteld, kan te veel olie worden bijgevuld waardoor verontreiniging en/of witte rook wordenveroorzaakt.
Tip 2 bij het verversen van de olie: "Olielekkage"
- Als oli eruit lektussen de brandstoffank en het motorblok, worden de olie via de koelluchtinaatopeningaar binnen gezogen waardoor de motor verontreinigrd raakt. Veeg geleekte olie af voordat u met het werk begint.
BRANDSTOF BIJVULLEN
Omgaan met brandstof
Het is noodzakelijk uiterst voorzigom te gaan met brandstof. Brandstof kan stoffen bevatten die ook in oplosmiddelen voorkomen. Het bijvullen van brandstof moet gebeuren in een vertrek met een voldoende goede ventilatie of in de open lucht. Adem nooit brandstoffdampen in en houd afstand tot de brandstof. Als uw huid herhaaldelijk in aanraking komt met brandstof gedurende een langeijd, worden uw huid droog, waardoor een huidziekte of allergie kan ontstaan. Als brandstof in uw oog komt, spoelt u uw oog UIT met schoon water. Als uw oog daarna blijft irriteren, raadpleegt u een dokter.
Bewaartermijn van brandstof
Brandstof dient bennen en periode van 4 weken te worden gebruikt, ook wonneer de brandstof wordt bewaard in een speciale jerrycan op een goed geventileerde en schaduwrijke plaats.
Anders kan de brandstof binnen een dag verslechteren.
OPSLAG VAN MAAIER EN JERRYCAN
-Bewaar het gereedschap en de jerrycan op een koele plaatsuit direct zonlicht.
-Bewaar brandstof nooit in een auto.
Brandstof
De motor is een viertaktmotor. Gebruik uitsluitend loodvrije benzine voor auto's met een octaangehalte van 87 of hoger (R + M) / 2) . De benzine mag Niet meer dan 10% alcohol bevatten (E-10).
Tips voor het omgaan met brandstof
- Gebruik nooit mengsmering, waarin motorolie zit. Als u dat doet, zal buitensporige koolafzetting of mechanische storing optreden.
- Als verslechterde olie worden gebruikt, za dat leiden tot onregelmatig starten.
Brandstof bijvullen

WAARSCHUING: Schakel de motoruit alvorens brandstof bij teilen, blijfuit de buurt van open vuur en rook niet.
Gebruekte benzine: Loodvrijne benzine voor auto's met een octaangehalte van 87 of hoger. Niet meer dan 10% alcohol (E-10).
- Draai de brandstofvuldop eenklein stukje los en de druk in de brandstoftank af te lien.
- Draai de brandstofvuldop eraf, vul brandstof bij en laat de luchtuit de brandstoffank stromen door de brandstoffank iets te kantelen zodat de brandstoffvulopeningrecht omhoog wijst. NIET bijvullen tot in de vulopening van de brandstoffank.
- Veeg de buitenkant van de brandstofvuldop goed schoon om te voorkomen dat vuil in de brandstoffank verecht komt.
- Na het bijvullen van brandstof draait u de brandstofvuldop waar vast.

- Als enige onvolkomenheid of schade aan de brandstofvuldop worden geconstasteerd, moet deze worden verrangen.
- De brandstofvuldop is na verloop van vrij versleten. Vervang de brandstofvuldopijdere twee of drieaar.
- GEEN brandstof bijvullen in de olievulopening.
TIPS VOOR GEBRUIK EN PROCEDURE VOOR STOPPEN
Volg de toepasselijke voerschriften voor ongevallenpreventie!



STARTEN
Houd ten minste 3 meters afstand tot de plaat's ware brandstof is bijgevuld. Plaat's het gereedschap op de grond en zorg ervoor dat de snijgarnituur de grond of andere voorwerpen Niet raakt.
A: Startprocedure bij koude motor
1) Plaat het gereedschap op een vlakke ondergrond.
2) Zet de stopschakelaar (1) in de stand BEDRIJF.

3) Brandstofhandpomp
Blijf op de brandstofhandpomp drukken tot de brandstof in de brandstofhandpomp stroomt. (Over het algemeen stroomt de brandstof in de brandstofhandpomp na 7 tot 10 keer duwen.)
Als te vaak op de brandstofhandpomp worden gedrukt, vloeit het overschot aan brandstof terug maar de brandstoffank.

4) Trekstartinrichting
Trek voorzichtig aan de trekstarhandgreep tot u waarstand voelt (compressiepunt). Laat de trekstarhandgreep terugtrekken en trek er verwolgens krachtig aan.
Trek nooit door tot aan het einde van het trekstartkoord. Nadat aan de trekstarhandgreep is getrokken, mag u hem Niet onmiddelijk loslaten. Houd de trekstarhandgreep vast tot het trekstartkoord is opgewonden in de trekstartinrichting.

5) Opwarmen
Laat de motor gedurende 2 tot 3 minuten opwarmen.
OPMERKING: In geval van een overmatige brandstoffevoer (verzuipen), verwijdert u de bougie en trekt u langzaam aan de trekstarthandgreep om overtollige brandstof te verwijdenen. Maak ook het elektrondengedeelte van de bougie droog.
B: Startprocedure bij warmemotor
1) Druk herhaaldelijk op de brandstofhandpomp.
2) Laat de gashendel in de stand voor stationair draaien staan.
3) Trek krachtig aan de trekstarhandgreep.
4) Als de motor moeilijk te starten is, zet u de chokehendel ongeveer 1/3 open.
Wanneer de motor moeilijk te starten is, zoals in de winter
Gebruik de chokehendel volgens de volgende procedure om de motor te starten.
- Nadat de stappen 1) tot en met 3) van de startprocedure zijn uitgevoerd, zet u de chokehendel in de stand DICT.
- Voer stap 4) van de startprocedure UIT en start de motor.
Nadat de motor is gestart, zet u de chokehendel in de stand OPEN.
Voer stap 5) van de startprocedureuit en voltooi het opwarmen.

LET OP:
Wanner een dreun (geluid van een explosie) worden gehoord en de motor afslaat, of de zojuist gestarte motor afslaat voordat de chokehendel worden bediend, zet u de chokehendel terug in de stand OPEN, en trekt u wee enkele keren aan de trekstarhandgreep om de motor te starten.

LET OP:
Als de chokehendel in de stand DICTH blijft staan en alleen enkele keren aan de trekstarhandgreep worden getrokken, worden te veel brandstof aangezogen en za de motor moeilijk te starten zich.


STOP
1) Laat de gashendel (2) volledig los en, nadat het motortoerental is afgenomen, duw de stopschakelaar (1) maar de stand "STOP" om de motoruit te schakelen.
2) Bedenk dat het snijgarnituur wellicht Niet onmiddelijk stopt en LAST het volledig uitdraaien.

HET LAAG TOERENTAL (VOOR STATIONAIR DRAAIEN) AFSTELLEN
Als het nodig is het laag toerental (voor stationair draaien) af te stellen, doet u dit met behulp van de stelschroef op de carburateur.
HET LAAG TOERENTAL CONTROLEREN
Stel het laag toerental af op 3.000 toeren min
Als het nodig is het laag (stationair) toerental af te stellen, gebruikt u een kruiskopschroevendraaier en draait u de stelschroef in de afbeelding rechts.
-Draai de stelschroef rechtsom om het motortoerental te verhogen. Draai de stelschroef linksom om het motortoerental te verlagen.
- De carburator is over het algemeen goed afgesteld voor aflevering aan de klant. Na enkele keren benzine bijgevuld te hebben, kan het nodig+zijn het stationair toerental af te stellen.

DE NYLONDRAAD-SNIJKOP
Gebruikijdens het werk de punt van de nylordraad om te maaien.
De nylondraad aanvoeren
Als de nylondraad versleten en kort is geworden door het maaien,要去 gebruiker deze handmatig aanvoeren.
Om de nylondraad aan te voeren, stoot u de snijkop gegen de grond verwijldezere ronddraait met onceveer 6.000 min1.
OPMERKING: Als de nylordraad Niet worden aangevoerd, wikkel u deze opnieuw op.


Meest effectieve maaigebied
De nylondraad verrangen

WAARSCHUWING: Controller of het deksel van de nylondraad-snijkop goed op de behuizing is bevestigd, zoals hieronder beschreven. Als u het deksel Niet stevig bevestigt, kan de nylondraad-snijkop uit elkaar vliegen en ernstig persoonlijk letsel veroorzaken.
Druk de vergrendelnokken van de behuizingaar binnen om het deksel eraf te tilen. Gooi eventueel resterende nylondraad weg.
Haak het midden van de neue nylondraad in de inkeping in het midden van de draadspoelussen de 2 kanalen waarin de nylondraad moet worden opgewiekld. Een uiteinde van de nylondraad moet ongeveer 80mm longer jin dan het andere uiteinde.
Wikkel beide uiteinden stevig op de draadspoel in de richting aangegeven op de snijkop met RH voorrechtwerwikkelrichting.
Wikkel op 100 mm na de volledige lenghte van de nylondraad op de draadspoel, en haak de uiteinden tijdelijk in de inkeping in de zijkant van de draadspoel.
Plaats de draadspoel zodanig in de behuizing dat de groeven en uitsteeksels op de draadspoel overeenkomen met die in de behuizing. Maak nu de uiteinden van de nylondraad losuit hun tijdelijke positie en voer de nylondraden door de oogjes zodat zeuit de behuizing steken.
Lijn het uitsteeksel op de onderkant van het deksel UIT met de sleuven aan de oogjes. Druk daarna het deksel stevig op de behuizing zodat hij worden vergrendeld. Controller of de vergrendelnokken zich volledig spreiden in het deksel.





ONDERHOUDSINSTRUCTIES

LET OP: Voordat u werkzaamheden uitvoert aan het gereedschap, moet u alttijd de motor uitschakelen en de bougiekap van de bougie aftrekken (zie "De bougie controeren").
Draag altiijd veiligheidshandschoenen!
Om een lange levensduur te garanderen en eventuale schade aan het gereedschap te voorkomen,要去en de volgende onderhoudswerkzaamheden regelmatig uitgevoerd worden.
Dagelijkse controle en onderhoud
- Controller het gereedschap voor het gebruik op losse bouten of ontbrekende onderdelen. Let er met name goed op of de nylon-snijkop goed vastgedraaid is.
- Controller voor gebruik algid op verstopping van de koelluchtinaatopening en de koelribben van de cilinder. Maak dezeplaatsen zo nodig schoon.
- Voer de volgende werkzaamheden dagelijksuit na het gebruik:
- Reinig de buitenkant van het gereedschap en inspecteer op beschadigingen.
Maak het luchtfilter schoon. Als onder extreem stoffige omstandigheden wordt gewerkt, moet het filter Meerdere keren per dag worden gereinigd. - Controller de nylondraad-snijkop op schade en controllerer of hij stevig bevestigd is.
- Controller of er voldoende verschil is tussen het stationair toerental en het aangrijptoerental om zeker te zich dat het snijgarnituur stilstaat wanner de motor stationair draait (verlaag zo nodig het stationair toerental). In het geval het hulpstuk bij stationair toerental blift draaien, neemt u contact op met het dichtstbijiinde, erkende servicecentrum.
- Controller de werkung van de stopschakelaar, de UIT-vergrendelhendel, de gashendel, en de vergrendelingsknop.
MOTOROLIE VERVERSEN
Verslechterde motorolie verkort de levensduur van de motor. Controleer de olie en het oliepeil regelmatig.

LET OP: Over het algemeen zijn de motor zich en de motorolie heet kort nadat de motor isuitgeschakeld. Alvorens de motorolie te verversen, controeert u op de motor zich en de motorolie voldoende zijn afgekoeld. Als u dit Niet doet, bestaat de kans op verbranding.
OPMERKING: Als de olie tot boven het bovenste merkteken worden bijgevuld, kan de olie gemorst worden en vlam vatten waar bij witte rook vrijkomt.
Verversingsinterval: Na de eerste 20 bedrijfsuren en verzolgens na iedere 50 bedrijfsuren.
Aanbevolen olie: SAE 10W-30 olie van API-classificatie, SF-klasse of beter (4-taktmotorolie voor auto's)
Volg de onderstaande procedure om de olie te verversen.
1) Controller of de brandstofvuldop stevig vastgedraaid is.
2) Plaats een grote opvangbak (pan, enz.) onder het aftapgat.

3) Verwijder de aftapbout en draai daarna de olievuldop eraf om de motorolie af te tappen uit het aftapgat.
Wees hierbij voorzichtig de pakkingring van de aftapbout Niet kwijt te raken en de verwijderde onderdelen Niet vuil te make.
4) Nadat de motorolie is afgetapt, plaatst u de aftapbout en pakkingring en draait u de aftapbout stevig vast, zodate.Deze Niet kan losraken en gaan lekken.
- Gebruik een poetsdoek om de motorolie die aan de aftapbout en het gereedschap zit volledig af te vegen.
Alternatieve methode voor het aftappen van de motorolie
Draai de olievuldop eraf, kantel het gereedschap in de richting van de olievulopening en tap de olie af.
Vang de motorolie op in een opvangbak.


5) Plaats de motor horizontal en vul geleidelijkijke motorolie bij tot aan de markering van de bovgrens.
6) Draai na het bijvullen de olievuldop stevig vast, zodat deze Niet kan losraken en gaan lekken.
Als de olievuldop Niet stevig worden vastgedraaid, kan.Deze gaan lekken.


TIPS VOOR HET OMGAAN MET OLIE
Gooi verbruekte motorolie nooit weg met het afval, op de grond, of in een rioolput. Het wetgooien van ole is bij wet geregold. Houd u bij het wetgooien altd aan de betreffende wetten en regelgeving. In het geval u hierover vragen heeft, neemt u contact op met een erkend servicecentrum.
- Olie verslechtert, ook wonneer de olie Niet worden gebruikt. Controller en ververs de olie regelmatig (ververs de olie iedere 6 maanden).
HET LUCHTFILTER REINIGEN

WAARSCHUWING: Schakel de motor uit, blijf uit de buurt van open vuur en rook niet.
Controle-en reinigingsinterval:Dagelijks (iedere 10 bedrijfsuren)
Zet met de chokehendel de choke helemaal dicht en houd de carburateur vrij van stof of vuil.
Draai de bevestigingsbout los.
- Verwijder de luchtfilterkap door aan de onderkant te trekken.
-Verwijder de luchtfilterelementen en tik ertegen om het vuil te verwijderen.
- Als de luchtfilterelementen zwaar verontreinigd zijn:
Verwijder de luchtfilterelementen, dompel ze in warm water of in een oplossing van een mild schoonmaikmiddel enewater. Knijp er Niet in en wrijfier net over tijdens het water.
- Alvorens de luchtfilterelementen terug teplaatsen, moeten deze grondig droog+zijn. Als de luchtfilterelementen onvoldoende droog worden teruggeplaatst, kan dat leiden tot moeilijk starten.
- Veeg olie die rondon de luchtfilterkap en de ontluchting zit af met een poetsdoek.
- Plaats het filtrilege (spons) in het filtrilege (vilt).
Plaats de filtrelementen zodenig in dechterplaat dat de spons aan de kant van de luchtfilterkap zit.
- Plaats de luchtfilterkap onmiddelijk terug en zet hem vast met de bevestigingsboute. (Plaats bij het monteren eerst de bovenrand en daarna de onderrand.)
OPMERKING:
- Reinig de luchtfilterelementen meertere keren per dag als onder extreem stoffige omstandigheden worden gewerkt. Vervuilde luchtfilterelementen verlagen het motorvermögen en bemoeilijken het starten van de motor.
- Verwijder de olie op de luchtfilterelementen. Als u blijft doorwerken verwijl de luchtfilterelementen verruild�n met olie, kan de olie buiten het luchtfilter verechtkommen en tot milieuverontreiniging leiden.
- Plaats de luchtfilterelementen Niet op de grond of op een vierze plaat. Er kan dan vuil of rommel aan blijven plankken waardoor de motor kan worden beschadigd.
- Gebruik nooit brandstof om de luchtfilterelementen te reinigen. Ze können door de brandstof worden beschadigd.

DE BOUGIE CONTROLEREN
-
Gebruik alleen de bijgeleverde moersleutel om de ontstekingsbougie te verwijderen of te installereren.
-
De afstand:tussen de twee elektroden van de bougie moet 0,7 tot 0,8 mm (0,028^ - 0,032^ ) bedragen. Als de afstand te groot of te Klein is, moet u deze aanpassen. Als de elektroden van de bougie verstoet of verruild zichn, moet u deze grondig schoonmaken of de bougie verrangen.

LET OP: Raak de bougiekap nooit aan verwijl de motor draait (gevaar van elektrische schok door hoogspanning).
HET BRANDSTOFFFILTER REINIGEN

WAARSCHUWING: STRENG VERBODEN VOOR ONTBRANDBARE MATERIALEN
Controle- en reinigingsinterval: Maandelijks (iedere 50 bedrijsuren)
Controleer het brandstofffilter regelmatig. Volg de onderstaande stappen om het brandstofffilter te controlen.
(1) Verwijder de brandstoffankvuldop en tap de brandstof af totdat de brandstoffank leeg is. Controller de binnenkant van de brandstoffank op eventuele vreeinde stoffen. Als uiets vindt, verwijdert u dit.
(2) Gebruik een draadhaak om de zuigkop uit de brandstofvulopening te trekken.
(3) Als het brandstofffilter enigszins verstopt is, reinigt u het. Om het te reinigen, schudt u het en tikt u ertegen in de brandstof. Om beschadiging te voorkomen, knijpt u er Niet is en wrijft u er Niet over. De brandstof die is gebruikt voor het reinigen要去 worden weggegoud volgens de methode beschreiben in de regelgeving van uw land.
Als het brandstofffilter hard of ernstig verstopt is, verrangt u het.
(4) Na het controleren, reinigen of verwangen van het brandstofffilter, duwt u het zo ver möglichk omlaag tot onderin de brandstoffank.
Een verstopt of beschadigd brandstofffilter kan leiden tot onvoldoende brandstoffeoevoer en mindier motorvermogen. Vervang het brandstofffilter ten minste iedere drie maanden om verzekerde te zichn van een goede brandstoffeoevoer maar de carburateur.
DE BRANDSTOFLEIDING VERVANGEN

LET OP: STRENG VERBODEN VOOR ONTBRANDBARE MATERIALEN
Controle-en reinigingsinterval:Dagelijks (iedere 10 bedrijfsuren)
Vervanging: Jaarljiks (iedere 200 bedrijfsuren)
Vervang de brandstoffleiding)iederJAar, ongeacht de gebruksfrequentie.
Brandstoflekkage kan brand veroorzaken.
Alsijdens de inspectie een lekkage worden, verwangt u de brandstofleiding onmiddelijk.
DE BOUTEN, MOEREN EN SCHROEVEN INSPECTEREN
Draai losse bouten, moeren, enz., weer vast.
- Controller of de brandstofvuldop en olievuldop goed vastgedraaid zich.
Controleer op brandstof- en olielekkage.
- Vervang beschadigde onderdelen door neue voor een veilig gebruik.
DE ONDERDELEN REINIGEN
Houd de motor allijd schoon.
-Houd de koelribben van de cilinder en de luchtinlaat vrij van stof en vuil. Stof en vuil dat zich:tussen de koelribben ophoopt, za leiden tot het vastlopen van de zuiger.
Bij het weer in elkaar zetten van de motor moeten altijd de afdichtingen en pakkingen worden verrangen door neue. Alle onderhouds- of afstelwerkzaamheden die Niet in deze gebruiksaanwijzing zich beschreiben, mogen alleen worden uitgevoerd door een erkend servicecentrum.



OPSLAG

WAARSCHUWING: Controller of de motor is uitgeschakeld en afgekoeld voordat u begint met het aftappen van de brandstof.
Vlak na het uitschakelen van de motor, kan deze nog heet zich en brandwonden, ontbranding of brand verooorzaken.

LET OP: Als het gereedschap gedurende een langearendiet gebruikt gaart worden, tapt u alle brandstof uit de brandstoffank en carburateur, en slaat u het op een droge, schone plaats op.
- Tap de brandstof af UIT de brandstoffank en carburateur aan de hand van de volgende procedure:
1) Draai de brandstofvuldop eraf en tap de brandstof volledig af.
Als een vreme de substantie is achtergebleven in de brandstoffank, verwijdert u deze volledig.
2) Trek met behulp van een draadhaak het brandstofffilter uit de brandstofvulopening.
3) Druk op de brandstofhandpomp totdat de brandstof waaruit en in de brandstoftank stroomt.
4) Plaats het brandstofffilter in de brandstoftank en draai de brandstofvuldop stevig vast.
5) Laat de motor cervolgens draaien tot deze afslaat.
- Verwijder de bougie en breng enkele druppels motorolie via het bougiegat in de cilinder.
Trek voorzichtig aan de trekstarhandgreep zodat de motorolie zich door de motor verspreidt, en monteer daarna de bougie wee. - Algemeen gesproken dient het gereedschap horizontaal te worden opgeborgen, of in het geval dit Niet mogelijk is, bergt u het gereedschap zodanig op dat de motor lager geplaatst is dan het snijgarnituur waar anders motorolie van binnenuit kan lekken. Let goed op hoe het gereedschap worden opgeborgen om te voorkomen dat het gereedschap valt. Als u dit Niet doet, kan dat leiden tot persoonlijk letsel.
-Bewaar de afgetapte brandstof in een speciale jerrycan op een goed geventileerde plaats in de schaduw.
Aandachtspunt na langdurige opslag
- Alvorens de motor na langdurige stilstand opnieuw te starten, moet de olie worden ververst (zie pag. 86). De olie verslechtert verwijl het gereedschap Niet in gebruik is.
Storingzoeken
| Probleem Systeme Wäarneming Oorzaak | |||
| Motor start nicht of moeilijk | Ontstekingssysteme Ontstekingssysteme | Gsvonk OK Fout in brandstoffevoer of compressiesystem, mechanisch defect | Stopschakelaar ingeschakeld, bedravingsfout of kortsluiting, bougie of bougiekap defect, ontstekingsmodule defect |
| Geen ontstekingsvonk aanwezig | |||
| Brandstoffevoersysteme Brandstoffank is vol Onjuiste | Stand van chokehendel, carburateur defect, brandstoffleiding geknkt of verstopt, brandstoff vuil | Cilindervoetpakking defect, krukasafdichtingen beschadigd, cilinder of zuigerveren defect, of slechte afdichting van bougie | |
| Compressie | Geen compressie bij aantrekken | ||
| Mechanisch defect | Starter grijt nicht aan | Gebroken startveer, gebroken onderdelen binnenin de motor | |
| Problemen bij starten van warme motor | Brandstoffank vol, ontstekingsvonk aanwezig | Carburateur is verruild. Laat deze schoonmaken. | |
| Motor start, maar slat af | Brandstoffevoersysteme | Brandstoffank is vol | Verkeerde afstellung stationair draaien, carburateur verruild |
| Ontluchting brandstoffank defect, brandstoffleiding nicht open, gaskabel of stopschakelaar defect | |||
| Onvoldoende prestaties | Mogelijk+zijn meerde systemen tegelijk de oorzaak | Slecht stationair lopen | Luchtfilter is verruild, carburateur is verruild, uitlaattemper is verstopt, uitlaatkanaal in de cilinder is verstopt |
| Item\Gebruikstijd | Voor gebruik | Na smeren | Dagelijks (10 uur) | 30 uur 50 | uur 200 | uur | Uitschakelen/ rusten | Zie pagina | |
| Motorolie | Inspecteren/ reinigen | ○ | 81 | ||||||
| Vervang | ○*1 | 86 | |||||||
| Vastdraaien (bouten, moeren, enz.) | Inspecteren | ○ | 88 | ||||||
| Brandstoftank | Reinigen/ inspecteren | ○ | — | ||||||
| Brandstof aftappen | ○*3 | 89 | |||||||
| Gashendel | Werking controlleren | ○ | — | ||||||
| Stopschakelaar | Werking controlleren | ○ | 84 | ||||||
| Snijgarnituur Inspecteren | ○ | ○ | 80 | ||||||
| Laag toerental | Inspecteren/ afstellen | ○ | 84 | ||||||
| Luchtfilter Schoonmaken | ○ | 87 | |||||||
| Bougie Inspecteren | ○ | 88 | |||||||
| Koelluchtinlaat | Reinigen/ inspecteren | ○ | 88 | ||||||
| Brandstoffleiding | Inspecteren | ○ | 88 | ||||||
| Vervang | ○*2 | — | |||||||
| Brandstofffilter | Reinigen/ verrangen | ○ | 88 | ||||||
| Afstand+tussen luchtinlaatklep en luchtuitlaatklep | Stel af | ○*2 | — | ||||||
| Motor reviseren | ○*2 | — | |||||||
| Carburateur | Brandstof aftappen | ○*3 | 89 |
1 Eerste keer verversen na 20 bedrijfsuren.
2 Vraag een erkend servicecentrum of een machineworkplaats om de inspectie na 200 bedrijfsuren uit te voeren.
*3 Na het aftappen van de brandstoffank, LASTU DE MOTOR DRAAEN OM DE BRANDSTOF IN DE CARBURATEUR OP TE GEBRUIKEN.
PROBLEM OPLOSSEN
Alvorens een verzoek voor reparatie in te dieren, controller u de storing zich aan de hand van de onderstaande tabel. Als een probleem is gezonden, repareert u het gereedschap aan de hand van de beschrijvingen in deze gebruiksaanwijzing. Probeer nooit enig onderdeel te demonteren of repareren in strijd met de beschrijvingen. Voor reparatie neemt u contact op met een erkend servicecentrum of uwplaatselijk dealer.
| Probleemomschrijving Mogelijkke | oorzaak (storing) Oplossing | |
| Motor start nicht | De brandstoffhandpomp verwiet nicht ingedrukt Druk deze 7 tot 10 keer in | |
| Te zwak trekken aan de trekstarhandgreep Trek krachtig | ||
| Gebrek aan brandstof Vul brandstof bij | ||
| Verstopt brandstofffilter Schoonmaken | ||
| Gebroken brandstoffleiding Maak de brandstoffleidingrecht | ||
| Verslechterde brandstof De verslechterde brandstof bemoeilijkt hetstarten. Vervang de brandstof door neue.(Aanbevolen verrangingsinterval: 1 maand) | ||
| Bougiekap ligt eraf Bevestig stevig | ||
| Vervuilde bougie Schoonmaken | ||
| Verkeerde elektdenafstand van bougie Stel deelektrodenafstand af | ||
| Ander probleem met de bougie Vervang | ||
| Probleem met de carburateur | Dien een verzoek in voor inspectie enonderhoud. | |
| Trekstarhandgreep kan nicht wordengetrokken | Dien een verzoek in voor inspectie enonderhoud. | |
| Probleem met aandrijving | Dien een verzoek in voor inspectie enonderhoud. | |
| Motor slaat snel afMotortoerental neemt nicht toe | Onvoldoende opgewarmd Warm de motor op | |
| Chokehendel staat in de stand DICTOndanks dat de motor opgewarmd is | Zet in de stand OPEN | |
| Verstopt brandstofffilter Reinig of vervang | ||
| Vervuildd of verstopt luchtfilter Schoonmaken | ||
| Probleem met de carburateur | Dien een verzoek in voor inspectie enonderhoud. | |
| Probleem met aandrijving | Dien een verzoek in voor inspectie enonderhoud. | |
| Het snijgarnituur draait nicht.↓Motor slaat onmiddelijk af | Het snijgarnituur is Niet stevig bevestigd. Draaihet snijgarnituur stevig vast. | |
| Een twijg zit klemussen het snijgarnituur ende beschemkap. | Verwijder het vremeinde voorwerp. | |
| De aandrijving werknet Niet goed. Vraag een erkeindMakita-servicecentrum omhet te inspecteren en repareren. | ||
| Het gereedschap tritt abnormaal sterk.↓Motor slaat onmiddelijk af | Het snijgarnituur is kapot. | Vervang het snijgarnituur door een neue. |
| Het snijgarnituur is Niet stevig bevestigd. Draaihet snijgarnituur stevig vast. | ||
| Eén uiteinde van de nylondraden is gebroeken en de snijkop is uit balans geraakt. | Voer de nylondraad aan door de snijkop op degrand te stoten. | |
| De aandrijving werknet Niet goed. | Vraag een erkend Makita-servicecentrum omhet te inspecteren en repareren. | |
| Het snijgarnituur stopt nicht.↓Motor slaat onmiddelijk af | Het aandrijsystemewerkt Niet goed. | Raadpleeg de gebruksaanwijzing van hetaandrijsysteme. |
| Motor slaat nicht af↓Laat de motor stationair draaien enzet de chokehendel in de stand DICT. | Stekker losgeraakt Bevestig stevig | |
| Probleem met elektrisch systeme | Dien een verzoek in voor inspectie enonderhoud. | |
| De nylondraad worden nicht aangevoerd. | De nylondraad is opgebruikt of binnenin dedraadspoel in de knoop geraakt. | Wikkel de nylondraad opnieuw op. |
| De nylondraad is nicht op de juiste lengteafgesneden. | Het mesje in de beschemkap is beschadgedof ontbreekt. | Vraag een een erkend Makita-servicecentrumom het mesje te verrangen. |
| De nylondraad steekt buiten de beschemkapuit. | Wikkel de nylondraad opnieuw op. | |
Als de motor nicht start ondanks dat deze opgewarmed is:
Als bij het doorlopen van de controlepunten geen probleem worden, zet u de chokehendel ongeveer 1/3 open en start u de motor.