WPF 18 LTX 125 Quick IK - Schuurmachine METABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis WPF 18 LTX 125 Quick IK METABO in PDF-formaat.
| Technische specificaties | 125 mm schijfschuurmachine, draadloos, gevoed door een 18V batterij |
|---|---|
| Onbelaste snelheid | 8000 - 12000 tpm |
| Gewicht | 1,8 kg |
| Type batterij | 18V Li-ion |
| Gebruik | Ideaal voor het schuren van oppervlakken van hout, metaal en kunststof |
| Onderhoud | Regelmatige reiniging van het stoffilter, controle van de staat van de schuur-schijven |
| Veiligheid | Draag een veiligheidsbril en een stofmasker, volg de veiligheidsinstructies |
| Algemene informatie | Compatibel met Metabo 18V batterijen, 3 jaar garantie bij registratie |
Veelgestelde vragen - WPF 18 LTX 125 Quick IK METABO
Download de handleiding voor uw Schuurmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WPF 18 LTX 125 Quick IK - METABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WPF 18 LTX 125 Quick IK van het merk METABO.
GEBRUIKSAANWIJZING WPF 18 LTX 125 Quick IK METABO
Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing Wij verklaren op eigen en uitsluitende verantwoor- ding: Deze haakse slijpers, geïdentificeerd door type en serienummer *1), voldoen aan alle rele- vante bepalingen van de richtlijnen *2) en normen *3). Technische documentatie bij *4) - zie pagina 3. De haakse slijpers met platte kop zijn samen met originele Metabo-accessoires geschikt voor het slijpen, het schuren, het werken met draadborstels en het doorslijpen van metaal, beton, steen en soortgelijke materialen, zonder gebruik van water. Voor schade door oneigenlijk gebruik is alleen de gebruiker aansprakelijk. De algemeen erkende veiligheidsvoorschriften en de bijgevoegde veiligheidsvoorschriften dienen te worden nageleefd. Let voor uw veiligheid en die van het elektrische gereedschap op de passages die zijn voorzien van dit symbool! WAARSCHUWING – Lees de gebruiksaanwijzing om het risico op letsel te verminderen. WAARSCHUWING – Lees alle veiligheidsinstructies, aanwijzingen, afbeeldingen en technische specificaties die samen met dit elektrische gereedschap worden geleverd. Als de hieronder vermelde aanwijzingen niet worden opgevolgd, kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen met het oog op toekomstig gebruik. Geef uw elektrische gereedschap alleen met deze documenten aan anderen door.
4.1 Gemeenschappelijke
veiligheidsinstructies voor het schuren, het schuren met schuurpapier, het werken met draadborstels of het doorslijpen: a) Dit elektrisch gereedschap kan worden gebruikt als slijp- en schuurmachine, draadborstel, gatenzaag of doorslijpmachine. Lees alle veiligheidsvoorschriften, aanwijzingen, afbeeldingen en gegevens die u bij het apparaat ontvangt. Wanneer u niet alle navolgende aanwijzingen in acht neemt, kan dit leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel. b) Dit elektrisch gereedschap is niet geschikt om te polijsten. Toepassingen waarvoor het elektrisch gereedschap niet bestemd is, kunnen leiden tot gevaarlijke situaties en lichamelijk letsel. c) Gebruik het elektrisch gereedschap niet voor een functie waarvoor het niet uitdrukkelijk is ontworpen en door de fabrikant is bedoeld. Een dergelijke verandering kan tot controleverlies leiden en ernstig lichamelijk letsel tot gevolg hebben. d) Gebruik geen inzetgereedschap dat door de fabrikant niet speciaal voor dit elektrisch gereedschap is bestemd en aanbevolen. Wanneer u in staat bent de toebehoren aan uw elektrisch gereedschap te bevestigen, betekent dat nog geen garantie voor veilig gebruik. e) Het toelaatbare toerental van het inzetgereedschap moet minstens zo hoog zijn als het op het elektrisch gereedschap aangegeven maximum toerental. Inzetgereedschap dat sneller draait dan toegestaan, kan breken en in het rond vliegen. f) De buitendiameter en de dikte van het inzetgereedschap dienen overeen te komen met de maataanduidingen van uw elektrisch gereedschap. Verkeerd bemeten inzetgereedschap kan niet voldoende worden afgeschermd of gecontroleerd. f) De afmetingen voor de bevestiging van het inzetgereedschap moet overeenstemmen met de afmetingen van het bevestigingsmiddel van het elektrisch gereedschap. Inzetgereedschap dat niet precies passend op het elektrisch gereedschap wordt bevestigd, draait ongelijkmatig en trilt zeer sterk, hetgeen kan leiden tot verlies van de controle. g) Gebruik geen beschadigd inzetgereedschap. Controleer inzetgereedschap zoals slijpschijven voor ieder gebruik op afsplinteringen en scheuren, steunschijven op scheuren, (sterke) slijtage en draadborstels op losse of gebroken draden. Wanneer het elektrisch gereedschap of het inzetgereedschap valt, controleer dan of het beschadigd is geraakt, of gebruik onbeschadigd inzetgereedschap. Wanneer u het inzetgereedschap hebt gecontroleerd en geplaatst, zorg dan dat u en eventuele omstanders buiten het bereik van het roterende inzetgereedschap blijven en laat het apparaat een minuut lang draaien op het hoogste toerental. Beschadigd inzetgereedschap breekt normaal gesproken gedurende deze testperiode. h) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag afhankelijk van de toepassing volledige gezichtsbescherming, oogbescherming of een veiligheidsbril. Draag zo nodig een stofmasker, gehoorbescherming, veiligheidshandschoenen of een speciaal schort dat bescherming biedt tegen kleine
1. Conformiteitsverklaring
2. Gebruik volgens de
veiligheidsvoorschriften
4. Speciale veiligheidsinstructiesNEDERLANDSnl
slijp- en materiaaldeeltjes. Uw ogen dienen beschermd te worden tegen de rondvliegende deeltjes die bij verschillende toepassingen ontstaan. Stof- of adembeschermingsmaskers dienen om het stof te filteren dat tijdens de werkzaamheden ontstaat. Wanneer u lang aan hard geluid wordt blootgesteld, kan uw gehoor beschadigd raken.
i) Let erop dat andere personen zich op een
veilige afstand van uw werkgebied bevinden. Iedereen die het werkgebied betreedt, dient persoonlijke beschermingsmiddelen te dragen. Brokstukken van het werkstuk of gebroken inzetgereedschap kunnen wegvliegen en ook buiten het directe werkgebied letsel veroorzaken. j) Houd het elektrisch gereedschap alleen vast aan de geïsoleerde greepvlakken wanneer u werkzaamheden uitvoert waarbij het inzetgereedschap verborgen stroomleidingen kan raken. Door het contact met een onder spanning staande leiding kunnen ook metalen onderdelen van het apparaat onder spanning worden gezet, met een elektrische schok als gevolg. k) Leg het elektrisch gereedschap nooit weg voordat het inzetgereedschap volledig tot stilstand is gekomen. Het draaiende inzetgereedschap kan in contact komen met de ondergrond waardoor u mogelijk de controle over het elektrisch gereedschap kunt verliezen. l) Laat het elektrisch gereedschap niet draaien terwijl u het draagt. Door toevallig contact met het draaiende inzetgereedschap kan uw kleding worden gegrepen en kan het inzetgereedschap zich in uw lichaam boren. m) Reinig regelmatig de ventilatiesleuven van uw elektrisch gereedschap. De motorventilator trekt stof in de behuizing en een sterke ophoping van metaalstof kan elektrische gevaren veroorzaken. n) Gebruik het elektrisch gereedschap niet in de buurt van brandbare materialen. Door vonken zouden deze materialen vlam kunnen vatten. o) Gebruik geen inzetgereedschap waarvoor vloeibare koelmiddelen nodig zijn. Het gebruik van water of andere vloeibare koelmiddelen kan leiden tot een elektrische schok.
4.2 Veiligheidsinstructies met het oog op
terugslag Een terugslag is een plotselinge reactie die optreedt wanneer draaiend inzetgereedschap zoals een schuurschijf, steunschijf, draadborstel enz. blokkeert of blijft haken. Wanneer het draaiende inzetgereedschap blijft haken of blokkeert, wordt het onmiddellijk stopgezet. Door blokkeren of haken wordt het elektrisch gereedschap ongecontroleerd, tegen de draairichting van het inzetgereedschap in, op de plaats van de blokkering versneld. Wanneer er bijv. een schuurschijf in het werkstuk blijft haken of blokkeert, kan de rand van de schuurschijf, die invalt in het werkstuk, vastraken, met uitbreken van de schuurschijf of een terugslag als mogelijk gevolg. De schuurschijf beweegt zich dan naar of vanaf de bediener, afhankelijk van de draairichting van de schijf bij de plaats van de blokkering. Hierbij kunnen slijpschijven ook breken. Een terugslag is het gevolg van verkeerd gebruik van het elektrisch gereedschap en/of verkeerde werkomstandigheden. Deze kan worden verhinderd door passende veiligheidsmaatregelen te nemen, zoals hieronder beschreven. a) Houd het elektrisch gereedschap goed vast en breng uw lichaam en uw armen in zo'n positie dat u de terugslagkrachten kunt opvangen. Gebruik, indien aanwezig, altijd de extra greep om op volle toeren een zo groot mogelijke controle over de terugslagkrachten of reactiemomenten te hebben. De bediener kan door geschikte voorzorgsmaatregelen te nemen de terugslag- en reactiemomenten beheersen. b) Breng uw hand nooit in de buurt van draaiend inzetgereedschap. Het inzetgereedschap kan zich bij een terugslag over uw hand bewegen. c) Kom niet met uw lichaam binnen het gebied waarin het elektrisch gereedschap zich in geval van een terugslag beweegt. Door de terugslag komt het elektrisch gereedschap tegen de bewegingsrichting van de slijpschijf in op de plaats van de blokkering. d) Werk bijzonder voorzichtig bij hoeken, scherpe randen enz. Voorkom dat het inzetgereedschap tegen het werkstuk springt en blijft haken. Het roterende inzetgereedschap heeft de neiging om te blijven haken bij hoeken, scherpe randen of als het terugspringt. Dit leidt tot verlies van controle of een terugslag. e) Gebruik geen kettingzaagblad voor het zagen van hout, geen gesegmenteerde diamantdoorslijpschijf met een segmentafstand van meer dan 10 mm of een gekarteld zaagblad. Dergelijk inzetgereedschap leidt vaak tot een terugslag en verlies van controle.
4.3 Speciale veiligheidsvoorschriften voor
het schuren en doorslijpen: a) Gebruik uitsluitend schuurmiddelen die voor uw elektrisch gereedschap zijn goedgekeurd en de hiervoor geschikte beschermkap. Schuurmiddelen die niet geschikt zijn voor het elektrisch gereedschap kunnen niet voldoende worden afgeschermd en zijn onveilig. b) Gebogen slijpschijven dienen zodanig te worden aangebracht, dat het slijpvlak zich onder de rand van de beschermkap bevindt. Een verkeerd aangebrachte slijpschijf die boven de rand van de beschermkap uitsteekt, kan niet naar behoren worden afgeschermd. c) De beschermkap moet stevig aan het elektrische gereedschap zijn aangebracht en, voor een optimale veiligheid, zodanig zijn ingesteld dat een zo klein mogelijk deel van het slijplichaam open naar de gebruiker wijst. De beschermkap beschermt de gebruiker tegenNEDERLANDS nl
brokstukken, toevallig contact met het slijplichaam en vonken, waardoor kleding vlam kan vatten. d) De slijpmiddelen mogen alleen worden gebruikt voor de aanbevolen gebruiksmogelijkheden. Bijvoorbeeld: slijp nooit met het zijvlak van een doorslijpschijf. Doorslijpschijven zijn bedoeld voor de materiaalafname met de rand van de schijf. Door zijwaartse krachtinwerking op deze slijpmiddelen kan de schijf breken. e) Gebruik altijd onbeschadigde spanflenzen in de juiste grootte en vorm voor de door u gekozen doorslijpschijf. Geschikte flenzen steunen de doorslijpschijf en gaan zo het risico tegen dat deze breekt. Flenzen voor doorslijpschijven kunnen verschillend zijn van flenzen voor andere slijpschijven. f) Gebruik geen versleten slijpschijven van groter elektrisch gereedschap. Slijpschijven voor groter elektrisch gereedschap zijn niet geschikt voor de hogere toerentallen van kleiner elektrisch gereedschap en kunnen breken. g) Gebruik bij gebruik van schijven voor een dubbel doeleinde altijd de juiste beschermhoes voor de toepassing die wordt uitgevoerd. Het niet gebruiken van de juiste beschermkap kan de gewenste afscherming mislopen en ernstig letsel tot gevolg hebben.
4.4 Meer speciale veiligheidsvoorschriften
voor het doorslijpen: a) Voorkom een te hoge aandrukkracht of blokkering van de doorslijpschijf. Voer geen overmatig diepe sneden uit. Overbelasting van de doorslijpschijf verhoogt tevens de belasting en de neiging tot schuin wegdraaien of blokkeren, en daarmee de kans op een terugslag of breuk van het slijpmiddel. b) Mijd het gebied voor en achter de roterende doorslijpschijf. Wanneer u de doorslijpschijf in het werkstuk van u af beweegt, kan bij een terugslag het elektrisch gereedschap met de draaiende schijf rechtsreeks naar u toe worden geslingerd. c) Wanneer de doorslijpschijf klem komt te zitten of als u het werk onderbreekt, schakel het elektrisch gereedschap dan uit en houd het rustig vast totdat de schijf tot stilstand gekomen is. Probeer nooit om de nog draaiende doorslijpschijf uit de snede te trekken, dit kan een terugslag veroorzaken. Stel de oorzaak van het klemraken vast en verhelp deze. d) Schakel het elektrisch gereedschap nooit opnieuw in zolang het zich in het werkstuk bevindt. Laat de doorslijpschijf eerst het volle toerental bereiken voordat u voorzichtig verder gaat met de snede. Anders kan de schijf blijven hangen, uit het werkstuk springen of een terugslag veroorzaken. e) Zorg voor een ondersteuning van platen of grote werkstukken om het risico op een terugslag als gevolg van een ingeklemde doorslijpschijf te verminderen. Grote werkstukken kunnen doorbuigen onder hun eigen gewicht. Het werkstuk dient aan beide kanten van de schijf ondersteund te worden, zowel bij de zaaglijn als aan de rand. f) U dient bijzonder voorzichtig te zijn bij "invalsnedes" in bestaande wanden of andere gebieden die niet ingezien kunnen worden. De invallende doorslijpschijf kan bij het snijden in gas- of waterleidingen, elektrische leidingen of andere objecten een terugslag veroorzaken. g) Maak geen bochtige sneden. Overbelasting van de doorslijpschijf verhoogt tevens de belasting en de neiging tot schuin wegdraaien of blokkeren, en daarmee de kans op een terugslag of breuk van het slijpmiddel, wat ernstig letsel tot gevolg kan hebben.
4.5 Speciale veiligheidsvoorschriften voor
het schuren met schuurpapier: a) Gebruik schuurbladen met de juiste afmetingen en neem de informatie van de fabrikant in ahcht wat betreft de keuze van de schuurbladen. Schuurbladen die over de steunschijf uitsteken kunnen letsel veroorzaken en leiden tot het vasthaken of scheuren van de schuurbladen of een terugslag.
4.6 Speciale veiligheidsvoorschriften voor
het werken met draadborstels: a) Let erop dat draadborstels ook tijdens gewoon gebruik stukken draad verliezen. Overbelast de draden niet door een te hoge aandrukkracht. Wegvliegende stukken draad kunnen heel gemakkelijk door dunne kleding en/of de huid dringen. b) Wordt het gebruik van een beschermkap aanbevolen, zorg er dan voor dat de beschermkap en de draadborstel niet met elkaar in aanraking kunnen komen. De diameter van schijf- en komborstels kan door aandruk- en centrifugale krachten worden vergroot. WAARSCHUWING – Draag altijd een veiligheidsbril. Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING – Het elektrisch gereedschap altijd met beide handen gebruiken. Gebruik de slijp-beschermkap niet voor doorslijpwerkzaamheden. Voor het werken met doorslijpschijven uit veiligheidsoverwegingen de doorslijp- beschermkap gebruiken. Grijp nooit in roterend inzetgereedschap! Geen gesegmenteerde diamant-doorslijpschijven met segmentsleuven van meer dan 10 mm gebruiken. Alleen negatieve segmentsnijdhoeken zijn toegestaan. Gebruik gebonden doorslijpschijven alleen als deze versterkt zijn.NEDERLANDSnl
Maak gebruik van elastische tussenlagen, wanneer deze bij het slijpmiddel ter beschikking gesteld worden en vereist zijn. Neem de informatie van de fabrikant van het gereedschap of het toebehoren in acht! Bescherm de schijven tegen vet en stoten! Slijpschijven dienen zorgvuldig, volgens de aanwijzingen van de fabrikant, te worden bewaard en gebruikt. Inzetgereedschap dient zorgvuldig, volgens de aanwijzingen van de fabrikant, te worden bewaard en gebruikt. Gebruik doorslijpschijven nooit voor het grof slijpen of ontbramen! Er mag geen zijwaartse druk op doorslijpschijven worden uitgeoefend. Het werkstuk dient stevig vast te liggen en beveiligd te zijn tegen wegglijden, bijv. met behulp van spaninrichtingen. Grote werkstukken dienen voldoende te worden ondersteund. Wordt er inzetgereedschap met schroefdraadinzet gebruikt, dan mag het uiteinde van de spindel de gatenbodem van het schuurgereedschap niet raken. Let erop dat de schroefdraad in het inzetgereedschap lang genoeg is om de spindellengte op te nemen. De schroefdraad van het inzetgereedschap moet bij de schroefdraad op de spindel passen. Zie voor de lengte en de schroefdraad van de spindel pagina 2 en hoofdstuk
14. Technische gegevens.
Het gebruik van een geschikte stationaire afzuiginstallatie wordt aanbevolen. Schakel altijd een aardlekschakelaar (RCD) met een max. aanspreekstroom van 30 mA voor de machine. Wanneer de haakse slijper door de aardlekschakelaar is uitgeschakeld, moet de machine worden gecontroleerd en gereinigd. Zie hoofdstuk 9. Reiniging. Beschadigde, niet-ronde resp. trillende gereedschappen mogen niet worden gebruikt. Voorkom schade aan gas- of waterleidingen, elektrische leidingen en dragende wanden (statica). Een beschadigde of gebarsten extra greep moet worden vervangen. Gebruik de machine niet als de extra greep defect is. Een beschadigde of gebarsten beschermkap moet worden vervangen. Gebruik de machine niet als de beschermkap defect is. Kleine werkstukken vastzetten. Bijv. in een bankschroef spannen. Als schijven met flens-montage voor een dubbel doeleinde (gecombineerde slijp- en doorslijpschijven) worden gebruikt, mogen alleen de volgende typen beschermkappen worden gebruikt: type A, type C. Zie hoofdstuk 11. De juiste beschermkap gebruiken: De verkeerde beschermkap kan verlies van controle en ernstig letsel tot gevolg hebben. Voorbeelden van onjuist gebruik: - Bij gebruik van een beschermkap type A voor zijdelings slijpen kunnen beschermkap en werkstuk elkaar hinderen, wat leidt tot onvoldoende controle. - Bij gebruik van een beschermkap type B voor het doorslijpen met gebonden doorslijpschijven bestaat een verhoogd risico, te worden blootgesteld aan de onstane vonken en slijpdeeltjes evenals fragmenten van de slijpschijf in geval van een slijpschijfbreuk. - Bij gebruik van een beschermkap type A, B, C voor het doorslijpen of zijdelings slijpen in beton of metselwerk bestaat een verhoogd risico door stopfexplosie evenals door verlies van controle met terugslag als gevolg. - Bij gebruik van een beschermkap type A, B, C met een plaatborstel die dikker is dan toegestaan, kunnen de draden de beschermkap raken wat tot gevolg kan hebben dat de draden breken. Gebruik altijd een bij het inzetgereedschap passende beschermkap. Zie hoofdstuk 11. Zorg ervoor, dat bij het werken onder stoffige omstandigheden de ventilatieopeningen vrij zijn. Mocht het nodig zijn om het stof te verwijderen, neem dan eerst het accupack uit de machine (gebruik niet-metalen voorwerpen) en zorg ervoor dat geen inwendige delen beschadigd raken. De stofbelasting verminderen: WAARSCHUWING - Sommige stofdeeltjes die worden geproduceerd bij het schuren, zagen, slijpen, boren en ander werk bevatten chemicaliën waarvan bekend is dat ze kanker, geboorteafwijkingen of andere reproductieve schade kunnen veroorzaken. Enkele voorbeelden van deze chemicaliën zijn: - lood van loodhoudende verf, - mineraalstof van bakstenen, cement en andere metselwerkmaterialen, en - arseen en chroom uit chemisch behandeld hout. Het risico dat u hierbij loopt varieert, afhankelijk van hoe vaak u met dit soort werk bezig bent. Om de blootstelling aan deze chemicaliën te verminderen: Werk in een goed geventileerde ruimte en werk met goedgekeurde persoonlijke beschermingsmiddelen zoals stofmaskers die speciaal zijn ontwikkeld voor het filteren van microscopische deeltjes. Dit geldt ook voor stof van andere materialen, zoals sommige houtsoorten (zoals eiken- of beukenstof), metalen, asbest. Andere bekende ziektes zijn bijvoorbeeld allergische reacties, aandoeningen van de luchtwegen. Laat geen stof in uw lichaam komen. Neem de richtlijnen en nationale voorschriften in acht die van toepassing zijn op uw materiaal, personeel, toepassing en locatie (bijv. arbeidsveiligheidsbepalingen, afvoer). Verzamel de ontstane deeltjes op de plaats waar ze ontstaan en voorkom dat ze neerslaan in de omgeving. Gebruik geschikte toebehoren voor speciale werkzaamheden. Daardoor komen slechts weinig deeltjes ongecontroleerd in de omgeving terecht. Gebruik een geschikte stofafzuiging. Neem de voorschriften voor het gebruik en de aansluiting van de afzuiginrichting in acht.NEDERLANDS nl
Verminder de stofbelasting door: - de vrijkomende deeltjes en de afvoerluchtstroom van de machine niet op de gebruiker zelf of omstanders of op neergeslagen stof te richten, - een afzuiginstallatie en/of een luchtfilter te gebruiken, - de werkplek goed te ventileren en schoon te houden door te stofzuigen. Vegen of blazen wervelt het stof op. - Zuig of was de beschermende kleding. Niet uitblazen, uitslaan of uitborstelen.
4.7 Veiligheidsinstructies voor het
accupack: Accupacks tegen vocht beschermen! Accupacks niet aan vuur blootstellen! Geen defecte of vervormde accu-packs gebruiken! Accupacks niet openen! Contacten van de accu-packs niet aanraken of kortsluiten! Uit defecte Li-ion-accu-packs kan een licht zure, brandbare vloeistof lekken! Wanneer accuvloeistof eruit lekt en met de huid in aanraking komt, onmiddellijk onder stromend water afspoelen. Wanneer er accuvloeistof in uw ogen terecht komt, was deze dan uit met schoon water en zoek onmiddellijk een arts op voor behandeling! Haal het accupack uit de machine voordat instel-, ombouw-, onderhouds- of reinigingswerkzaamheden uitgevoerd worden. Verzeker u ervan dat de machine bij het insteken van het accupack uitgeschakeld is. De machine bij het verwijderen en plaatsen van het accupack zo vasthouden dat de aan-/uitschakelaar niet per ongeluk kan worden gedrukt. Bij een defecte machine moet u de accu-pack uit de machine halen. Transport van Li-ion-accu-packs: Op de verzending van Li-ion accu-packs is het voorschrift voor het transport van gevaarlijke stoffen (UN 3480 en UN 3481) van toepassing. Voor het versturen van Li-ion accu-packs moet u informatie inwinnen omtrent de actueel geldende voorschriften. Vraag eventueel ook informatie op bij uw transportbedrijf. Gecertificeerde verpakking is bij Metabo verkrijgbaar. Verstuur accupacks alleen als de behuizing onbeschadigd is en er geen vloeistof uit lekt. Voor het verzenden haalt u het accupack uit de machine. De contacten tegen kortsluiting beschermen (bijv. met tape isoleren). Zie bladzijde 2. 1 Beugel voor het aantrekken/losdraaien van de spanmoer (zonder gereedschap) met de hand * 2 Spanmoer (zonder gereedschap) * 3 Steunflens 4 Spindel 5 Spindelvastzetknop 6 Beschermkap 7 Extra greep / extra greep met trillingsdemping * 8 Schakelschuif voor het in-/uitschakelen * 9 Handgreep 10 Inschakelblokkering * 11 Drukschakelaar * 12 Elektronische signaalindicatie
13 T oets voor ontgrendeling van het accupack * 14 Toets voor de indicatie van de capaciteit * 15 Capaciteits- en signaalindicatie * 16 Accupack * 17 Stoffilter
18 Stelknop voor de toerentalinstelling 19 Vergrendelknop* 20 Spanmoer * 21 Tweegaatssleutel * 22 Hendel voor de bevestiging van de beschermkap
- afhankelijk van de uitrusting/niet in de levering- somvang
6.1 Speciaal voor elektrische machines
Controleer alvorens het apparaat in gebruik te nemen of de op het typeplaatje aangegeven netspanning en netfrequentie overeenkomen met de gegevens van het elektriciteitsnet. Schakel altijd een lekstroomschakelaar (RCD) met een max. schakelstroomsterkte van 30 mA voor de machine.
6.2 Speciaal voor accumachines
Stoffilter Bij een sterk verontreinigde omgeving altijd het stoffilter (17) aanbrengen. Met een aangebracht stoffilter (17) wordt de machine sneller warm. De elektronica beschermt de machine tegen oververhitting (zie hoofdstuk 10.). Aanbrengen: Stoffilter (17) aanbrengen zoals weergegeven. Verwijderen: Het stoffilter (17) aan de bovenkant enigszins optillen en naar beneden afnemen. Draaibaar accu-pack Zie pagina 2, afbeelding B. Het achterdeel van de machine kan in 3 stappen 270° worden gedraaid, zodat de vorm van de machine aangepast kan worden aan de arbeidsomstandigheden. Alleen in vastgeklikte stand gebruiken. Eerst de vergrendelknop (19) drukken en in gedrukte toestand het achterste deel van het gereedschap draaien. Tijdens het draaien laat u de knop los. De vergrendeling moet met een hoorbare
‘klik’ vergrendelen. Accupack Het accupack (16) voor gebruik opladen. Laad het accupack bij vermogensverlies weer op. Accupacks hebben een capaciteits- en signaalindicatie (15) (afhankelijk van de uitvoering): De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 10°C en 30°C. Li-ion-accupacks „Li-Power“ hebben een capaciteits- en signaalindicatie (15): - Druk op toets (14) en de laadtoestand wordt door de LED-verlichting aangegeven. - Wanneer een LED-lampje knippert, is het accupack bijna leeg en moet het weer opgeladen worden. Accupack uitnemen, inbrengen Uitnemen: De toets voor de accupack- ontgrendeling (13) indrukken en het accupack (16) naar beneden uittrekken. Inbrengen: accupack (16) erop schuiven tot het inklikt.
6.3 Extra greep aanbrengen
Alleen werken wanneer de extra greep (7) is aangebracht! De extra greep stevig inschroeven aan de linker- of rechterkant van de machine.
6.4 Beschermkap aanbrengen
Gebruik uit veiligheidsoverwegingen uitslui- tend de beschermkap die bestemd is voor het betreffende slijpelement! Zie ook hoofdstuk 11. Accessoires! Beschermkap voor het slijpen Bestemd voor het werken met afbraamschijven, lamellenslijpschijven, diamant-doorslijpschijven. Zie pagina 2, afbeelding E. - De beschermkap (6) aanbrengen in de weerge- geven positie. - De hendel indrukken en aan de beschermkap draaien tot het gesloten deel naar de gebruiker wijst. - De hendel loslaten en aan de beschermkap draaien tot de hendel inklikt. - Controleer of de hendel goed bevestigd is: Hij dient vergrendeld te zijn en er mag niet aan de beschermkap kunnen worden gedraaid. Alleen inzetgereedschap gebruiken waarover de beschermkap tenminste 3,4 mm uitsteekt. Voor alle ombouwwerkzaamheden: het accupack uit de machine halen / de stekker uit het stopcontact nemen. De machine moet uitge- schakeld zijn en de spindel moet stilstaan. Voor het werken met doorslijpschijven uit veiligheidsoverwegingen de beschermkap van de doorslijpschijf (zie hoofdstuk 11. Acces- soires) gebruiken.
De spindelvastzetknop (5) alleen bij stil- staande spindel indrukken! - De spindelvastzetknop (5) indrukken en de spindel (4) met de hand draaien tot de spindel- vastzetknop merkbaar inklikt.
7.2 De slijpschijf erop plaatsen
Zie pagina 2, afbeelding C. - De steunflens (3) op de spindel plaatsen. Deze is op de juiste wijze aangebracht als hij op de spindel niet gedraaid kan worden. - De slijpschijf op de steunflens (3) plaatsen. De slijpschijf dient gelijkmatig op de steunflens te liggen. De plaatflens van de doorslijpschijven dient op de steunflens te liggen.
7.3 Spanmoer (zonder gereedschap) beves-
tigen/losmaken (afhankelijk van de uitvoe- ring) Spanmoer (zonder gereedschap) (2) uitslui- tend met de hand aantrekken! Om te werken moet de beugel (1) altijd vlak op de spanmoer (2) geklapt zijn. Spanmoer (zonder gereedschap) (2) bevestigen: Wanneer het inzetgereedschap in het spange- bied dikker is dan 6 mm, mag de spanmoer (zonder gereedschap) niet gebruikt worden ! Gebruik dan de spanmoer (20) met tweegaatssleutel (21). - Spindel vastzetten (zie hoofdstuk 7.1). - De beugel (1) van de spanmoer omhoog klappen. - Spanmoer (2) op de spindel (4) plaatsen. Zie pagina 2, afbeelding D. - Aan de beugel (1) de spanmoer met de hand met de klok mee vastdraaien. - De beugel (1) weer naar beneden klappen. Spanmoer (zonder gereedschap) (2) losmaken: - Spindel vastzetten (zie hoofdstuk 7.1). - De beugel (1) van de spanmoer omhoog klappen. - Spanmoer (2) tegen de klok in met de hand afschroeven. Aanwijzing: Bij een spanmoer die erg vastzit (2) kan voor het afschroeven ook een tweegaatssleutel worden gebruikt.
7.4 Spanmoer bevestigen/losdraaien
Spanmoer (20) bevestigen: De 2 kanten van de spanmoer zijn verschillend. De spanmoer als volgt op de spindel schroeven: Zie pagina 2, afbeelding D. - A) Bij dunne slijpschijven: De band van de spanmoer (20) wijst naar boven, zodat de dunne slijpschijf veilig kan worden gespannen. B) Bij dikke slijpschijven: De band van de spanmoer (20) wijst naar
7. Slijpschijf aanbrengenNEDERLANDS nl
beneden, zodat de spanmoer veilig op de spindel kan worden aangebracht. - De spindel vergrendelen. De spanmoer (20) met de tweegaatssleutel (21) met de wijzers van de klok mee vastzetten. Spanmoer losmaken: - Spindel vastzetten (zie hoofdstuk 7.1). De span- moer (20) met de tweegaatssleutel (21) tegen de wijzers van de klok in afschroeven.
8.1 Toerental instellen
- WVBF 18 LT BL 11-125 Quick WVBF 18 LTX BL 15-150 Quick Met de stelknop (18) kan het toerental vooraf worden ingesteld en traploos worden veranderd. De standen 1-6 komen bij benadering overeen met het volgende toerental bij nullast: 1 p. 2000
- / min 4 p. 6100
- / min 2 p. 3600
- / min 5 p. 7400
- / min 3 p. 4800
- / min 6 / min p. 8000
8.2 In-/uitschakelen
De machine altijd met beide handen geleiden! Eerst inschakelen, dan het inzetgereedschap naar het werkstuk brengen. Het opzuigen van extra stof en spanen door de machine dient te worden voorkomen. Bij het in- en uitschakelen moet erop worden gelet dat zich geen neergeslagen stof in de buurt van de machine bevindt. De machine na het uitschakelen pas wegzetten wanneer de motor tot stilstand is gekomen. Voorkom onverhoeds aanlopen: De machine altijd uitschakelen wanneer de stekker uit het stopcontact wordt gehaald of wanneer zich een stroomonderbreking heeft voorgedaan. Voorkom dat de machine onbedoeld wordt gestart: Schakel de machine altijd uit wanneer het accupack uit de machine wordt gehaald. Bij de continu-inschakeling loopt de machine verder wanneer hij uit de hand wordt getrokken. Daarom de machine altijd met beide handen bij de hiervoor bestemde handgrepen vast- houden, ervoor zorgen dat u stevig staat en gecon- centreerd werken. Machines mit schakelschuif: Inschakelen: schakelschuif (8) naar voren schuiven. Voor de continu-inschakeling deze vervolgens naar beneden klappen tot hij inklikt. Uitschakelen: Op het achterste uiteinde van de schakelschuif (8) drukken en loslaten. Machines met veiligheidsschakelaar (met dodemansfunctie): (Machines met de aanduiding WPF..., WEPF...) Inschakelen: inschakelblokkering (10) in de rich- ting van de pijl schuiven en drukschakelaar (11) indrukken. Uitschakelen: drukschakelaar (11) loslaten.
8.3 Tips voor het werk
Schuren en schuren met zandpapier: De machine matig aandrukken en over het opper- vlak heen- en weer bewegen, zodat het werkstu- koppervlak niet te heet wordt. Grofslijpen: Voor een goed arbeidsresultaat dient u te werken met een invalshoek van 30° - 40°. Doorslijpen: Bij het doorslijpen altijd in tegenge- stelde richting (zie afbeelding) werken. Anders bestaat het gevaar dat de machine ongecontroleerd uit de snede springt. Werk met een matige, aan het materiaal aangepaste voorwaartse bewe- ging. Niet schuin wegdraaien, niet drukken, niet trillen. Werken met draadborstels: De machine matig aandrukken. Haal het accupack uit de machine voordat instel-, ombouw-, onderhouds- of reinigingswerkzaamheden uitgevoerd worden. Stoffilter regelmatig reinigen: afnemen en met perslucht doorblazen. Het accupack af en toe eruit halen en de contacten van het accupack en de machine met een droge doek afgeven en afzettingen verwijderen. Mocht u niet in staat zijn het accupack eruit te halen: zie hoofdstuk Reparatie. Tijdens de bewerking kunnen deeltjes in de behuizing van het elektrisch gereedschap binnendringen. Dit heeft invloed op de koeling van het elektrisch gereedschap. Geleidende afzettingen kunnen invloed hebben op de veiligheidsisolatie van het elektrisch gereedschap en elektrische gevaren veroorzaken. Blaas het elektrisch gereedschap regelmatig, vaak en grondig schoon door alle voorste en achterste luchtsleuven uit te zuigen of met droge lucht uit te blazen. Trek eerst de stekker van het elektrisch gereedschap uit het stopcontact en draag een veiligheidsbril en geschikt stofmasker. Zorg bij het uitblazen voor geschikte afzuiging.
- Overbelastingsbeveiliging: Het belast toerental neemt STERK af. De motortempera- tuur is te hoog! De machine onbelast laten lopen tot hij is afgekoeld. - Overbelastingsbeveiliging: Het belast toerental neemt LICHT af. De machine wordt overbelast. Werk met minder belasting verder. - Metabo S-automatic veiligheidsuitschake- ling: De machine is automatisch UITGESCHA- KELD. Bij een te hoge stroom-toenamesnelheid (zoals bijvoorbeeld bij een plotselinge blokkering of terugslag) wordt de machine uitgeschakeld. Machine met de schakelschuif (8) uitzetten. Vervolgens weer inschakelen en normaal verder werken. Zorg ervoor dat zich verder geen blokke- ringen voordoen. Zie hoofdstuk 4.2. - Herstartbeveiliging: De machine loopt niet. De herstartbeveiliging is geactiveerd. Wordt de netstekker in het stopcontact gestoken wanneer de machine ingeschakeld is of wordt de stroom- toevoer na een onderbreking weer hersteld, dan start de machine niet. De machine uit- en weer inschakelen.
De elektronische signaalweergave (12) knippert en de machine loopt niet. Het accupack is leeg, de temperatuur is te hoog of de herstartbeveiliging is geactiveerd. Schakel de machine uit en weer in. Wordt het accupack in een ingeschakelde machine gestoken, dan start de machine niet. Bij gebruik van een accupack dat niet tot CAS behoort, start de machine niet. De elektronische signaalweergave (12) brandt continu Er is een overbelasting ontstaan tijdens het werken, het vermogen kan kortstondig worden gereduceerd. De werkdruk verminderen. Elektrische veiligheidsuitschakeling: Het gereedschap werd zelfstandig UITGESCHAKELD. Bij een te hoge stroom- toenamesnelheid (zoals bijvoorbeeld bij een plotselinge blokkering of terugslag) wordt de machine uitgeschakeld. Machine uitschakelen. Vervolgens weer inschakelen en normaal verder werken. Zorg ervoor dat zich verder geen blokkeringen voordoen. Gebruik altijd het voor de taak geschikt inzetgereedschap en de voorgeschreven beschermkap. Zie pagina 4. (De afbeeldingen dienen als voorbeeld). Taak: 1 = slijpen met het oppervlak 2 = doorslijpen 4 = draadborstels 5 = schuren met schuurpapier Inzetgereedschap:
1.1 = voorslijpschijf
2.1 = doorslijpschijf ‘metaal’
2.2 = doorslijpschijf ‘metselwerk/beton’
2.3 = diamant-doorslijpschijf ‘metselwerk/beton’
2.4 = doorslijpschijf voor een dubbel doel
(gecombineerde slijp- en doorslijpschijf)
5.1 = lamellenslijpschijf
5.2 = slijpschijf voor schuurbladen
voorgeschreven beschermkap: Type A = beschermkap van de doorslijpschijf/ beschermkap voor de doorslijpschijf incl. clip voor het doorslijpen Type B = beschermkap voor het slijpen - Accupacks: Bestelnr.: 625368000 5,5 Ah (LiHD) Bestelnr.: 625369000 8,0 Ah (LiHD) Bestelnr.: 625549000 10,0 Ah (LiHD) etc. - Oplaadapparaten: ASC 55, ASC 145, etc. Verder toebehoor: (zie ook www.metabo.com) Reparaties aan elektrisch gereedschap mogen uitsluitend door een erkend vakman worden uitgevoerd! Neem voor elektrisch gereedschap van Metabo dat gerepareerd dient te worden contact op met uw Metabo-vertegenwoordiging. Zie voor adressen www.metabo.com. Een defect netsnoer mag alleen worden vervangen door een speciaal, origineel netsnoer van Metabo. Dit is verkrijgbaar via de Metabo Service. Onderdeellijsten kunt u downloaden via www.metabo.com. Het ontstane slijpstof kan schadelijke stoffen bevatten: Niet met het huisvuil meegeven maar op de juiste manier naar een depot voor gevaarlijke afvalstoffen afvoeren. Neem de nationale voorschriften in acht voor een milieuvriendelijke verwijdering en voor de recycling van afgedankte machines, verpakkingen en toebe- horen. Verpakkingsmateriaal moet overeenkomstig hun codering volgens de gemeentelijke richtlijnen worden afgevoerd. Meer informatie vindt u op www.metabo.com onder Service Alleen voor EU-landen: Geef uw elektrisch gereedschap nooit met het huisvuil mee! Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU inzake gebruikte elektrische en elektronische appa- raten en de vertaling hiervan in de nationale wetge- ving dienen oude elektrische apparaten gescheiden te worden ingezameld en op milieu- vriendelijke wijze te worden afgevoerd.
Speciale aanwijzingen voor accumachines: Accupacks mogen niet met het huisvuil meege- geven worden! Geef defecte of afgedankte accupacks terug aan de Metabo-handelaar! Accupacks niet in het water gooien! Ontlaad eerst het accupack in het elektrisch gereedschap alvorens het af te voeren. De contacten tegen kortsluiting beschermen (bijv. met tape isoleren). Toelichting bij de gegevens op pagina 3. Wijzi- gingen in verband met technische ontwikkelingen voorbehouden. U = spanning van het accupack
max = max. diameter van het inzetgereed- schap
max,1 = max. toelaatbare dikte van het inzet- gereedschap in het spanbereik bij gebruik van de spanmoer (20)
max,2 = max. toelaatbare dikte van het inzet- gereedschap in het spanbereik bij gebruik van de quick-spanmoer (2)
max,3 = afbraamschijf/doorslijpschijf: max. toelaatbare dikte van het inzet- gereedschap
max,4 = max. toelaatbare dikte van plaatborstels M = spindelschroefdraad l = lengte van de schuurspindel
- = onbelast toerental (hoogste toerental)
= afgegeven vermogen m = gewicht met het kleinste accupack / gewicht zonder netsnoer Meetgegevens volgens de norm EN 62841. Machine van beveiligingsklasse II ~ Wisselstroom Gelijkstroom De vermelde technische gegevens zijn tolerantiewaarden (overeenkomstig de toepasselijke norm). *Elektromagnetische storingen: Onder inwerking van extreme elektromagnetische storingen van buiten kunnen soms voorbijgaande schommelingen van het toerental optreden of kan de herstartbeveiliging worden geactiveerd. In dit geval de machine uit- en weer inschakelen. Emissiewaarden Deze waarden maken een beoordeling van de emissie van het elektrisch gereedschap en een vergelijking van de verschillende elektrische gereedschappen mogelijk. Afhankelijk van het gebruik, de toestand van het elektrisch gereed- schap of het inzetgereedschap kan de daadwerke- lijke belasting hoger of lager uitvallen. Houd bij de beoordeling rekening met pauzes en fases met een lagere belasting. Bepaal op basis van de overeen- komstig aangepaste taxatiewaarden de maatre- gelen ter bescherming van de gebruiker, bijv. orga- nisatorische maatregelen. Het slijpen van dun plaatstaal of andere snel trillende werkstukken met een groot oppervlak kan leiden tot een aanzienlijk hogere totale geluidsemissie (tot 15 dB) dan de opgegeven geluidsemissiewaarden. Bij dergelijke werkstukken dient door middel van geschikte maatregelen zoals het aanbrengen van zware, flexibele dempingsmatten, de geluidsemissie zoveel mogelijk te worden voorkomen. Ook bij de risicobeoordeling en de keuze van de geschikte gehoorbescherming moet er rekening worden gehouden met de verhoogde geluidsemissie. Totale trillingswaarde (vectorsom van drie richtingen) bepaald volgens EN 62841:
h, SG = trillingsemissiewaarde (oppervlakken schuren)
h, DS = trillingsemissiewaarde (schuren met steunschijf)
h,SG/DS = onzekerheid (trilling) Karakteristiek A-gekwalificeerd geluidsniveau:
= onzekerheid Tijdens het werken kan het geluidsniveau de 80 dB(A) overschrijden. Draag gehoorbescherming!
Notice-Facile