OREGON SCIENTIFIC WMR300A - Weerstation

WMR300A - Weerstation OREGON SCIENTIFIC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis WMR300A OREGON SCIENTIFIC in PDF-formaat.

📄 131 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice OREGON SCIENTIFIC WMR300A - page 70
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : OREGON SCIENTIFIC

Model : WMR300A

Categorie : Weerstation

Download de handleiding voor uw Weerstation in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WMR300A - OREGON SCIENTIFIC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WMR300A van het merk OREGON SCIENTIFIC.

GEBRUIKSAANWIJZING WMR300A OREGON SCIENTIFIC

INTRODUCTIE Dank u dat u gekozen hebt voor het Oregon Scientific

Ultra nauwkeurig professioneel weersysteem (WMR300 / WMR300A). Dit systeem voorziet u van weergegevens die verzameld zijn van verschillende sensoren met een grote nauwkeurigheid. Alle sensoren zijn via een kabel verbonden met een zendkastje dat van stroom voorzien wordt door een batterij en zonnecellen om de weergegevens te verzenden en weer te geven op het LCD-scherm van het basisstation. Dit systeem verzameld de gegevens over een bepaalde periode, zodat u de weerstatus kunt bijhouden en analyseren. U kunt de gegevens ook via een kabel exporteren naar de PC om ze systematisch te beheren en analyseren. Aan het systeem kunnen tot 8 thermometers en vochtigheidsmeters verbonden worden, en het is compatibel met andere weersensoren. Om extra sensoren aan te schaffen, kunt u contact opnemen met uw plaatselijke dealer.

Houd deze handleiding bij de hand terwijl u uw nieuwe product gebruikt. Deze bevat praktische stap-voor-stap instructies, evenals de technische specicaties en belangrijke waarschuwingen.

1 x Thermo/hygro-behuizingmet geïnstalleerde sensor(THGN300) 3 x Schroef (Type B, met 3 x borgring en 3 x platte ring) WINDSENSOR 1 x Windsensor (WGR300)1 x Windvanger1 x Windvaan4 x Nylon kabelbinder1 x U-bout(met 2 x borgring, 2 x platte ring en 2 x moer) OVERIGE ONDERDELEN 2 x Schroef (Type A met 2 x borgring en 2 x platte ring)1 x Schroevendraaier ACCESSOIRES – SENSOREN Het systeem kan uitgebreid worden met maximaal 8 thermo- en hygrosensoren en is compatibel met de onderstaande weersensoren (van Oregon Scientic) om de prestaties van uw weerstation te maximaliseren. Deze optioneke weer-sensoren worden in de nabije toekomst op de markt gebracht. Voor nieuws overdeze sensoren bezoekt u onze website op www.oregonscientic.com voor meer informatie.*• Draadloze versterker (vergroot het zendbereik)• UV-sensor (UV-index en UV-dosis)• Zonnestralingssensor (zonnestraling, THSW en evapotranspiratie (ET))• Aanzuigende ventilator (vergrootte nauwkeurigheid van temp-/vochtigheidssensor)• Grond/bladsensor (vochtigheid/temperatuur grond en natheid bladeren)* Functies en accessoires ze zijn niet in alle landen beschikbaar. OVERZICHT APPARAAT

Afbeelding 1 - Voorkant1. LCD-scherm2. Antenne

Afbeelding 2 - Achterkant1. Batterijvak2. USB-aansluiting3. Adapteraansluiting4. Schermverlichting (continu)-schakelaar ON/OFF5. RESET: Het apparaat terugzetten op de standaardinstellingen6. EU/UK-schakelaar (uitsluitend WMR300) ZENDKASTJE

Afbeelding 3 - Voorkant1. Zonnepaneel2. Antenne3. Schroefgaten

Afbeelding 4 - Achterkant1. Kabelopening2. Rubber stopper3. Bevestigingsstuk 4. Bevestigingsring

RESET KEYUV SOLAR RAIN TH WINDAfbeelding 5 - Binnenkant3

1. Adapteraansluiting (optioneel)2. Kanaalschakelaars (SW1)3. Aansluitingen met kleurcodering voor een zonnepaneel4. Vak voor oplaadbare batterijen5. RESET-toets6. KEY-toets: voor ijken windrichting7. UV-sensoraansluiting (momenteel niet beschikbaar)8. SOLAR-sensoraansluiting (momenteel niet beschikbaar)9. RAIN (NEERSLAG)-sensoraansluiting10. TH (temperatuur- en vochtigheidssensor)-aansluiting11. WIND-sensoraansluiting12. Koppelschakelaar (SW4)13. LED-lampjes (blauw/groen/rood) NEERSLAGMETER

Afbeelding 7 - Onderkant1. Schroefgaten2. Regensensor3. Installatiegat regenreservoir4. Balansindicator5. Sensorkabel6. Kiepvat7. Drainagegaten8. Gat voor bevestigingssteun

Figuur 81. Schroeven (Type B)2. Sensorbehuizing3. Temperatuur- en vochtigheidssensor4. Schroeven (vooraf geïnstalleerd)5. Sensorkabel WINDSENSOR

1. : Ga naar instellingsmodussen

: Instellen en bekijken klokstatus en HI/LO alarmen : Bekijk huidige gegevens en geheugen. / : Schakel tussen 8 verschillende kanalen / batterijstatusindicator5. : Weergave-/meeteenheden wijzigen : Alarm aan- --of uitzetten : Druk hier om de waarde te verlagen : Druk hier om de waarde te verhogen9. Schermvak Klok / wekker / weersverwachting / maanstand10. Schermvak Zonsopkomst/-ondergang11. Schermvak Dauwpunt / Hitte-index / gevoelstemperatuur12. Schermvak Buitentemperatuur en -vochtigheid13. Schermvak Binnentemperatuur en -vochtigheid14. Schermvak Windsnelheid / windrichting15. Schermvak Staafdiagram16. Schermvak Barometer17. Schermvak Neerslagscherm

BINNENTEMPERATUUR EN -VOCHTIGHEID

1. Indicator Binnentemperatuur en -vochtigheid

HI/LO-alarm: Alarmen voor hoge of lage binnentemperatuur

3. Binnentemperatuurgegevens

4. ˚C / ˚F: Temperatuur-eenheid

5. Binnentemperatuurtrend

6. Binnenvochtigheidsgegevens

7. %: Vochtigheidseenheid

/ -vochtigheid van vandaag/deze maand

10. HI/LO-alarm: Alarmen voor hoge of lage binnenvochtigheid

1. Indicator Buitentemperatuur en -vochtigheid

2. HI/LO-alarm: Alarmen voor hoge of lage buitentemperatuur

3. Selecteer een kanaal

4. Buitentemperatuurmeting

˚C / ˚F: Temperatuur-eenheid

6. Buitentemperatuurtrend

7. Buitenvochtigheidsmeting

8. %: Vochtigheidseenheid

9. Trend buitenvochtigheid

10. TODAY/MONTHLY/MIN/MAX: Toon maximum/minimum buitentemperatuur /

-vochtigheid van vandaag/deze maand

HI/LO-alarm: Alarmen voor hoge of lage buitenvochtigheid

1. HI/LO-alarm: Alarmen voor hoge of lage temperatuur

2. Selecteer een kanaal

3. Indicator gevoelstemperatuur

6. Dauwpunt / Hitte-index / gevoelstemperatuur

/ gevoelstemperatuur van vandaag/deze maand ZONSOPKOMST / -ONDERGANG

3. Indicator Gemiddelde windsnelheid

8. Windrichtingsindicator(en) afgelopen 1 uur

9. Indicator Windstoot / gemiddelde windrichting

10. Knots / km/h / mph / m/s: Eenheid Windsnelheid

HI-alarm: Alarm voor hoge windsnelheid

2. SINCE: Startdatum van cumulatieve neerslag

6. Indicator dagelijks alarm

7. USB-poort is met succes aangesloten

8. DATA LOG: Weergave gegevens datalog

9. LONG/LAT: Lengtegraad/breedtegraad

10. Ingestelde Tijdzone

11. SEARCH: Zendkastjes zoeken

12. TIME STAMP: De tijdcode van het geselecteerde geheugen

13. Batterij van zendkastje raakt leeg

14. Batterij van het basisstation raakt leeg

15. Adapter is aangesloten

4. Minimummeting voor referentie

5. Actuele grasche weergave van betreffende schermvak

6. Maximummeting voor referentie

: Alarm voor veranderingen in luchtdruk

5. Indicator uurmetingen (van -24 tot 0)

1. HI-alarm: Alarmen voor neerslagintensiteit en neerslag afgelopen 24 uur.

2. TODAY/MONTHLY/MAX: Toon de maximummeting voor neerslag/

neerslagintensiteit van vandaag/deze maand

3. Indicator uurmetingen (van -24 tot 0)

4. RATE: Neerslagintensiteit

5. THIS HOUR/ACCUM/PAST 24hrs: Geselecteerde periode

6. In/mm: Eenheid neerslag; In/hr / mm/hr: Eenheid neerslagintensiteit

7. Weergave neerslagmeting

8. Indicator schermvak Neerslag

INSTALLATIE Zorg dat u gereedschap bij de hand hebt voordat u uw installatie begint. U heeft verschillende soorten schroevendraaiers en sleutels of een schroefboormachine nodig.

NEERSLAGSENSOR/THERMO- / HYGROSENSOREN OPSTELLEN

De neerslagmeter verzamelt regen en meet neerslaggegevens. Het zendkastje kan draadloos gegevens verzenden naar het basisstation.

1. Controleer of de gegraveerde pijl in de richting van de locatie van het zendkastje wijst.

2. Houd de drie schroefgaten van de neerslagmeter met drie dubbelzijdige bouten

op de behuizing van de thermo-/hygrosensor.

3. Drie drie Schroeven van type B stevig vast in de dubbelzijdige bouten om te

zorgen voor een stevige verbinding.

4. Plaats het regenreservoir op de juiste

wijze op de neerslagmeter, en draai hem goed vast met de klok mee.

Plaats het plastic vuillter in het regenreservoir.

Knip de kabelbinder van het kiepvat af voor gebruik. PLAATSEN WINDSENSOR De windsensor meet windrichting en -snelheid.

1. Draai de schroeven op de windvanger en de windvaan los.

2. Steek de top van de windsensor stevig en met enige druk in de windvanger,

en draai hem stevig vast.

3. Steek de onderkant van de windsensor stevig

en met enige druk in de windvaan, en draai hem stevig vast.

Er zit een rubber ring om de bovenkant van de windsensor om te voorkomen dat deze tijdens installatie beschadigd raakt. U kunt de rubber ring iets omhoog bewegen voordat u de windvanger erin steekt. ZENDKASTJE OPSTELLEN

1. Houd de bevestigingsring van het zendkastje boven het onderkant van het gat

van de neerslagmeter.

2. Plaats de bevestigingsrand in de bevestigingsring van het zendkastje, met

enige druk door het gat van de neerslagmeter. U hoort en klik.

Het zendkastje bevat geavanceerde elektronische onderdelen, dus behandel deze met zorg. KABELAANSLUITINGEN Het is raadzaam alle sensorkabels aan te sluiten op het zendkastje alvorens de paal te positioneren.

1. Schroef het zendkastje open.

2. Verwijder de rubber stopper uit de kabelopening.

3. Sluit de kabels van alle sensoren aan via

aansluitingen. Onder elke aansluiting wordt de naam weergegeven. U hoort en klik.

Het zonnepaneel op het zendkastje dient ter energiebesparing, en is een milieuvriendelijke oplossing om de sensoren van stroom te voorzien, zodat de batterijen langer meegaan. Het kan de meegeleverde oplaadbare batterij volledig van stroom voorzien. Sensoren kunnen alleen op batterijen lopen. Plaats het zendkastje in direct zonlicht om te zorgen dat het zonnepaneel stroom kan produceren. De spanning van de meegeleverde oplaadbare batterij is niet optimaal en zal tijdens transport verder zijn afgenomen. We raden u aan de batterij enkele uren op te laden door het zonnepaneel aan te sluiten. Een adapter is apart verkrijgbaar. Hiermee kunt u het zendkastje direct van stroom voorzien. De adapter levert een spanning van 3V. Zorg dat de adapterkabel door de kabelopening loopt. Controleer de verbinding met het zonnepaneel. Sluit het zonnepaneel indien nodig opnieuw aan: Steek het uiteinde van de kleurgecodeerde plug in de betreffende aansluiting van het zendkastje, zoals hieronder aangegeven, en verberg de kabels netjes in het kastje. Om de oplaadbare batterijen te plaatsen: Plaats de batterijen in het batterijvak. Let daarbij op de polariteit +/-.

KANAAL INSTELLEN Uw weerstation kan uitgebreid worden met 8 sets temperatuur en vochtigheidssensoren, één windsensor en één neerslagsensor. Deze delen het scherm van het basisstation om de weergegevens op weer te geven. U kunt elk zendkastje een afzonderlijk kanaalnummer (1-8) geven door de verschillende schakelaars te gebruiken. Volg het onderstaande diagram om de schakelaars van de SW1 in te stellen:

De 0 in het onderstaande diagram staat voor uit en de 1 voor aan.

CH PIN 2 PIN 3 PIN 4

Kanaal 1 0 0 0 Kanaal 2 0 0 1 Kanaal 3 0 1 0 Kanaal 4 0 1 1 Kanaal 5 1 0 0 Kanaal 6 1 0 1 Kanaal 7 1 1 0 Kanaal 8 1 1 1 Om de status van elk kanaal duidelijk aan te geven, kunt u het indicatielampje van het betreffende zendkastje door PIN 1 naar 1 te schakelen. Functie PIN 1 Lampje uitschakelen 0 Lampje inschakelen 1 Na het instellen kunt u het indicatielampje uitschakelen door PIN 1 naar 0 te schuiven. Zo bespaart u energie. Sluit vervolgens het zendkastje door de schroeven aan te draaien.

Een knipperend indicatielampje geeft aan dat de verbinding normaal is (zie Indicatielampjes).

INSTELLING VERWIJDEREN Om de vorige instelling van een zendkastje te verwijderen, houdt u tegelijkertijd de knoppen RESET en KEY ingedrukt. Laat vervolgens alleen RESET los. Het rode lampje knippert 5 keer. Laat KEY los. De kanaalinstelling en de geijkte windrichting worden gewist uit het zendkastje. INDICATIELAMPJES Er bevinden zich indicatielampjes in drie kleuren op het zendkastje: groen, rood en blauw. Verschillende kleurcombinaties geven verschillende statussen aan. Kleur lampje Handelingen Blauw->groen->rood Knippert een maal wanneer u RESET (ingedrukt houdt en) loslaat Rood knippert om de seconde Na 5 keer knipperen worden de instellingen voor alle sensoren gewist uit het zendkastje (zie sectie Instelling verwijderen) Rood Windrichting ijken (zie Windrichting ijken). Blauw knippert Verbinding is normaal (WMR300A) Groen knippert Verbinding is normaal (WMR300) SENSOREN PLAATSEN U heeft drie opties om sensoren te plaatsen. Het zendkastje kan gegevens draadloos ontvangen binnen een zendbereik van 300m (1000 voet). De ideale locatie voor de sensor is op het dak van een gebouw in een open gebied, uit de buurt van bomen of andere obstructies die de windstroom kunnen beïnvloeden en de metingen minder nauwkeurig maken. Plaats het zendkastje in direct zonlicht om te zorgen dat het zonnepaneel stroom kan produceren. Richting zonnepaneel: Als u woont op het: Noord Zuidelijk halfrond Zuid Noordelijk halfrond

Plaats de temperatuur- en vochtigheidssensor ten minste 1,5 meter boven de grond om te voorkomen dat de grondtemperatuur de nauwkeurigheid van de metingen van de sensor beïnvloed. Optie 1: Alle sensoren worden op een paal geplaatst.

Neem voor installatie het regenreservoir af en kies een paal met een diameter van ongeveer 32-45mm.

1. Steek een U-bout zonder ringen of moeren in de gaten van de neerslagmeter

2. Zorg dat de paal tegen de ronding van de U-bout drukt(afbeelding 1).

3. Steek de andere U-bout zonder ringen of moeren in de schroef gaten van de

neerslagmeter (afbeelding 3).

4. Plaats het metalen bevestigingsplaatje over de U-bout en plaats twee platte

ringen, twee borgringen en twee bouten om de U-bout, over het metalen bevestigingsplaatje (afbeelding 4) en draai ze stevig aan met een sleutel.

5. Plaats de twee uiteinden van de eerste U-bout in de schroefgaten van de

windsensor (afbeelding 5).

6. Draai de twee platte ringen, borgringen en bouten stevig op de U-bout van de

windsensor met een sleutel (afbeelding 6).

Controleer of de luchtbel op de neerslagmeter binnen de cirkel blijft. Controleer regelmatig of de balans nog in orde is. Dit vergroot de nauwkeurigheid van de neerslagmetingen.7

7. Volg de instructies op in de secties Kabelaansluitingen, Plaatsing batterij

zendkastje en Kanaal instellen.

8. Plaats de paal stevig op de gewenste locatie in de buitenlucht.

9. Werk overtollige stukken kabel netjes weg door middel van de meegeleverde

er wordt 6 meter kabel meegeleverd voor de windsensor zodat u de windsensor op een plaats enigszins uit de buurt van de paal kunt installeren, zoals Optie 2 en Optie 3. Werk overtollige stukken kabel indien nodig netjes weg.

Plaats het plastic vuillter in het regenreservoir. Controleer regelmatig of het lter niet volledig verstopt is door bladeren of ander vuil. Optie 2: De windsensor moet afzonderlijk geïnstalleerd worden. De andere sensoren worden met het zendkastje op een paal bevestigd.

1. Volg stappen 3-4 in Optie 1 om de

temperatuur/vochtigheidssensor en de neerslagsensor aan de paal te bevestigen.

2. Steek schroeven van type A in de

windsensor. Draai ze stevig vast op de gewenste locatie door middel van een steeksleutel.

3. Volg stappen 7-9 in Optie 1 om de

installatie te voltooien. Optie 3: Behalve de windsensor, die geïnstalleerd wordt op een paal, worden de andere sensoren afzonderlijk geïnstalleerd.

1. Volg stappen 5-6 in Optie 1 om de

windsensor aan een paal te bevestigen.

2. Steek schroeven van type A in de

neerslagmeter. Draai ze stevig vast op de gewenste locatie door middel van een steeksleutel.

3. Volg stappen 7-9 in Optie 1 om de

installatie te voltooien.

BATTERIJ BASISSTATION PLAATSEN

Om batterijen te plaatsen:

1. Verwijder het klepje van het batterijvak.

2. Plaats de meegeleverde batterijen in het batterijvak. Let daarbij op de polariteit (+/-).

3. Druk op RESET in het batterijvak.

4. Plaats de klep van het batterijvak weer terug.

Gebruik geen oplaadbare batterijen. U wordt aangeraden alkalinebatterijen in dit product te gebruiken voor langere prestaties. Batterijstatusindicatoren: Pictogram Betekenis Batterij van het apparaat zwak Batterij zendkastje raakt leeg Een batterij van zendkastje / basisstation raakt leeg Power Adapter Voor continu gebruik dient u een adapter aan te sluiten. De batterijen zijn alleen bedoeld als noodvoorziening. Steek de adapter in een stopcontact dat niet door een schakelaar bediend wordt.

De adapter dient gebruikt te worden in een verticale stand of op de vloer. De pinnen van de stekker zijn niet bedoeld om ondersteboven geplaatst te worden, zoals in het plafond. Zorg dat er een gemakkelijk bereikbaar stopcontact in de buurt van het apparaat is.

SENSOREN KOPPELEN / VERWIJDEREN

Wanneer u de eerste keer koppelt, moet u het basisstation dicht bij de zender op zonne-energie plaatsen, zodat het signaal duidelijk ontvangen wordt. Om een sensor te koppelen:

1. De SW4-koppelschakelaar in het zendkastje moet ingesteld worden op 1 (ON).

2. Druk op schermvak

en tegelijkertijd ingedrukt, totdat de instellingsmodus geopend wordt (alle sensormetingen verdwijnen van het scherm, - - verschijnt.)

Druk op of om het kanaal te kiezen dat je aan de sensor wilt toevoegen. Het kanaal in actieve modus ( wordt weergegeven) kan gekoppeld worden met en sensor.

2 seconden ingedrukt. Er volgt een piep. Druk waar dan ook op het scherm, behalve in het schermvak

6. SEARCH-indicator in het schermvak

knippert om te koppelen.

7. Wanneer SEARCH verdwijnt en het geselecteerde kanaal van de sensor de

weergegevens weergeeft op het scherm, dan is de koppeling met succes voltooid.

Het basisstation zoekt ongeveer 10 minuten naar sensoren. Voltooi het koppelen binnen een uur nadat u de koppelschakelaar op aan heeft gezet op het betreffende zendkastje. Zo niet, dan moet u de schakelaar uitschakelen en weer inschakelen.

IJk de windrichting voordat u de windsensor koppelt. Zie Windrichting ijken voor meer informatie. TIP Het zendbereik kan variëren, afhankelijk van allerlei factoren. U kunt het best verschillende plekken uitproberen om de beste voor uw sensor te vinden. Controleer of de antenne van het zendkastje en die op het basisstation parallel aan elkaar staan. Hierdoor wordt het koppelen vergemakkelijkt. Om een sensor te verwijderen:

1. Druk op schermvak

en tegelijkertijd ingedrukt, totdat de instellingsmodus geopend wordt (de weergegevens verdwijnen van het scherm, - - verschijnt.)

of om het kanaal te selecteren van de sensor die u wilt verwijderen. Je kunt alleen een sensor verwijderen wanneer het kanaal inactief is ( wordt weergegeven).

ten minste 2 seconden ingedrukt. U hoort een piep en op het scherm verschijnt - -. De sensor is niet met succes ontkoppeld van het basisstation. KLOK

Om de tijd/datum handmatig in te stellen, moet u eerst kloksignaalontvangst uitschakelen (zie Om signaalontvangst aan/uit te zetten). Om de tijd/datum handmatig in te stellen:

1. Druk op het schermvak

om te activeren. wordt weergegeven naast het schermvak en de taakbalk toont het onderstaande op het scherm.

2. Houd ingedrukt op de taakbalk. Kies verv olgens om een

tijdzone, zomertijd, 12/24-uurs formaat, uren, minuten, jaren, dag / maand, maand, dag, taal voor weekdagen, breedtegraad en lengtegraad in te stellen.

3. Zodra u de juiste functie gevonden heeft, drukt u op of

om de instellingen te wijzigen.

  • om te bevestigen en door te gaan met de volgende instelling
  • Raak het schermvak aan (behalve taakbalk) om te bevestigen en af te sluiten.

Op de WMR300 kan de tijdzone ingesteld worden op een waarde van -12 tot +12. Indien u handmatig de tijdzone voor uw locatie invoert, neem dan contact op met uw plaatselijke weerstation voor meer informatie. Voor Hongkong moet de tijdzone bijvoorbeeld ingesteld worden op +8.8

De taalopties zijn Engels (E), Russisch (R), Spaans (S), Italiaans (I), Duits (D) en Frans (F).

U moet de lengtegraad en breedtegraad voor uw locatie invoeren. Kijk voor meer informatie op de website van uw plaatselijke weerstation. De lengtegraad en breedtegraad die u invoert, zijn van invloed op de tijd van de zonsopkomst en-ondergang.

Behalve de lengtegraad en breedtegraad, zijn ook de instellingen van AUTO/DST (zomertijd)/ST (wintertijd) van invloed op de tijd van de zonsopkomst en -ondergang. Als AUTO is ingesteld, volgen de zonsopkomst en -ondergang de DST/ST-instellingen van het kloksignaal. Als ST is ingesteld, wordt voor de tijd van de zonsopkomst en -ondergang uitgegaan van de wintertijd. Als DST is ingesteld, wordt voor de tijd van de zonsopkomst en -ondergang uitgegaan van de zomertijd. Om de klok weergavemodus te selecteren: Druk herhaaldelijk op het schermvak om te schakelen tussen:

  • Klok met dag van de week
  • Datum met jaar KLOK ONTVANGST Dit product is ontworpen om zijn klok automatisch te synchroniseren door middel van een kloksignaal. WMR300: Gebruik de EU / UK-schakelaar om het gewenste signaal te selecteren en de klok handmatig in te stellen door de tijdzone in te stellen op een waarde tussen -12 en +12.
  • EU: DCF-77 signaal, binnen 1500km (932 mijl) van Frankfurt, Duitsland.
  • VK: MSF-60-signaal, binnen 1500km (932 mijl) van Anthorn, Engeland.
  • WWVB-60 signaal: binnen 3200km (2000 mijl) van Fort Collins, Colorado. Stel de tijdzone handmatig in op Westkust (P) / Gebergte (M)/ Centraal (C) / Oostkust (E). Het onderstaande pictogram geeft de status van de ontvangst van het kloksignaal aan. Pictogram Betekenis Tijd is gesynchroniseerd, maar niet bijgewerkt in de afgelopen 48 uur. knippert Ontvangen signaal is zwak. Tijd is gesynchroniseerd en in de afgelopen 48 uur ten minste één keer bijgewerkt. knippert Ontvangen signaal is sterk

Ontvangst voor synchronisatie kan 4-10 minuten duren. Om signaalontvangst aan/uit te zetten: Houd het schermvak ingedrukt om signaalontvangst in / uit te schakelen. U hoort een piep als bevestiging van uw actie. WEKKER Om het dagelijks alarm in te stellen:

1. Druk op het schermvak

om te activeren. wordt weergegeven naast het schermvak en de taakbalk toont het onderstaande op het scherm.

  • Druk op om de dagelijkse wekker aan te zetten. en worden weergegeven.
  • Druk op om de dagelijkse wekker uit te zetten. verdwijnt.

om de tijd te schakelen tussen 12/24-uurs formaat.

of om de waarde te wijzigen en op om te bev estigen.

6. Druk waar dan ook, behalve in het schermvak

om de instellingsmodus af te sluiten. MAANSTAND Op het noordelijk halfrond groeit de maan (het weer zichtbaar worden na de nieuwe maan) vanaf de rechterkant. Dus de beschenen kant van de maan beweegt van rechts naar links op het noordelijk halfrond. Op het zuidelijk halfrond beweegt het van links naar rechts. De richting hangt af van de breedtegraad waarop de observeerder zich bevindt. Hieronder staan twee tabellen die aangeven hoe de maan wordt weergegeven op het basisstation. Noordelijk halfrond Nieuwe Maan Volle Maan Wassende Halve Maan Afnemende Volle Maan Eerste kwartier Derde kwartier Wassende Volle Maan Afnemende Halve Maan Afnemende Halve Maan Nieuwe Maan Volle Maan Wassende Halve Maan Afnemende Volle Maan Eerste kwartier Derde kwartier Wassende Volle Maan Afnemende Halve Maan Om de maanstand te bekijken:

1. Druk op het klokscherm

om de maanstand voor een bepaalde datum te bekijken WEERSVERWACHTING Dit product voorspelt de volgende 12 tot 24 uur weer in een straal van 30-50 km (19-31 mijl). (VS – met een nauwkeurigheid van 75%) Pictogram Betekenis Zonnig Half bewolkt Bewolkt Regenachtig Sneeuw

TEMPERATUUR EN VOCHTIGHEID

Om het schermvak Temperatuur te bekijken:

  • Druk op de schermvakken INDOOR / OUTDOOR. wordt boven de temperatuurmeting weergegeven. Om van kanaal te veranderen (alleen buit entemperatuur):
  • Druk op om het kanaal te wijzigen. Om de meeteenheid van de temperatuur te selecteren:
  • Druk op om te kienzen tussen °C / °F.

Dit verandert de eenheid van alle temperatuurgegevens tegelijkertijd. Om de vochtigheidsgegevens te bekijken:

  • Druk op het schermvak INDOOR / OUTDOOR vochtigheid. wordt boven de vochtigheidsmeting weergegeven. Om de trendlijn van temperatuur en vochtigheid te bekijken: De trendpictogrammen voor temperatuur en vochtigheid zijn gebaseerd op recente sensormetingen. De trendlijnen worden weergegeven naast de temperatuur-en vochtigheidsgegevens. De trend wordt als volgt weergegeven: Stijgend Stabiel Dalend9

Om dauwpunt te bekijken:

  • Druk herhaaldelijk op het schermvak totdat DEWPOINT verschijnt. Om hitte-index te bekijken:
  • Druk herhaaldelijk op het schermvak totdat HEAT INDEX verschijnt. Temperatuurbereik Opgelet Betekenis 27°C tot 32°C (80°F tot 89°F) Let op Mogelijke uitputting door hitte 32°C tot 40°C (90°F tot 104°F) Extreem Let op Mogelijke uitputting door hitte 41°C tot 54°C (105°F tot 129°F) Gevaar Uitputting door hitte waarschijnlijk 54°C tot 92°C (130°F tot 151°F) Extreem gevaar Groot gevaar van niudroging/ zonnesteek

De Hitte-index wordt alleen berekend wanneer de temperatuur 80° F / 27°C of hoger is. Om de gevoelstemperatuur te bekijken:

  • Druk herhaaldelijk op het schermvak totdat WIND CHILL verschijnt. ZONSOPKOMST / -ONDERGANG

Voer de lengtegraad en breedtegraad van uw locatie in in het schermvak . Dit beïnvloed de tijd van zonsopkomst en -ondergang.

Behalve de lengtegraad en breedtegraad, zijn ook de instellingen van zomertijd en wintertijd van invloed op de tijd van de zonsopkomst en -ondergang. (zie Klok handmatig Instellen) U kunt de tijd van zonsopkomst en -ondergang bekijken in het schermvak

Druk op het schermvak SUNRISE/SUNSET. wordt boven de tijd weergegeven.

  • Druk op om de tijd te schakelen tussen 12/24-uurs formaat. WIND WINDRICHTING IJKEN Voordat u een windsensor koppelt, controleer u eerst of de kop van de windvaansensor naar het noorden wijst, terwijl u KEY op het zendkastje 2 seconden ingedrukt houdt om de richting te ijken. Als het ijken gelukt is, knippert het rode lampje één keer. U kunt indien nodig een kompas gebruiken om het precieze noorden te vinden. Als u zich echter in de Verenigde Staten bevindt, wijkt uw kompasmeting zo’n 15°(graden) af van het ware noorden. U kunt voor meer informatie contact opnemen met uw plaatselijke observatorium. Als het moeilijk is om de windvaan goed te positioneren, dan kunt u het ijken nauwkeuriger uitvoeren op het basisstation.

1. Doe een meting van de windvaan met een kompas.

2. Bereken de hoek tussen de huidige richting en het noorden.

3. Druk op het windscherm

ingedrukt en druk vervolgens op of om de hoek bij te stellen.

om de instelling te bevestigen. Als u bijvoorbeeld de hoek wilt invoeren die u als het noorden wilt instellen: Als de huidige richting 25 graden is, en u wilt die hoek als het noorden instellen, voer dan 25 graden in in de ijkmodus. Wanneer de ijkmodus afgesloten is, geeft het scherm 0 weer. Dit is nu het noorden.

Als u de windsensor wilt verplaatsen, zult u de sensor opnieuw moeten ijken. WINDSNELHEID / WINDRICHTING Om de windmodus te selecteren: Druk op het windscherm , om te schakelen tussen:

  • AVG (Gemiddeld) RESET KEY North Om de eenheid van windsnelheid te selecteren: Druk op om te schakelen tussen
  • Meter per seconde (m/s) Het windniveau wordt aangegeven met een serie pictogrammen:

De gevoelstemperatuurfactor is gebaseerd op de gecombineerde effecten van temperatuur en windsnelheid. De weergegeven gevoelstemperatuur wordt uitsluitend berekend met de gegevens van de temperatuur-en vochtigheidssensoren op kanaal 1. LUCHTDRUK De hoogte is de hoogte boven zeeniveau op uw locatie. Om de hoogtecompensatie voor de luchtdrukmetingen in te stellen:

1. Druk op het schermvak

om te activeren. wordt weergegeven naast het schermvak en de taakbalk toont het onderstaande op het scherm.

2. Druk op het vak totdat ALT wordt weergegeven op het scherm. U heeft nu de

ingedrukt op de taakbalk.

of om aan te passen. U kunt op drukken om de hoogte-eenheid te schakelen tussen M (meter) en FEET (voet) tijdens het instellen.

of raak het scherm aan (behalve taakbalk / schermvak luchtdruk) om te bevestigen.

6. Na het instellen van de hoogte worden de nieuwe instellingen niet direct van

kracht. Het ALT-pictogram knippert en stopt met knipperen na de eerstvolgende luchtdrukmeting. De nieuwe hoogte wordt van kracht vanaf de eerstvolgende luchtdrukmeting.

Wanneer u de hoogte instelt op 0 meter, is de luchtdrukmeting de lokale luchtdruk. Als de hoogte is ingesteld voor uw huidige locatie, is de nieuwe luchtdruk een afgeleide van de luchtdruk op zeeniveau. Om de meeteenheid voor de luchtdruk te kiezen:

1. Druk het barometerscherm

om te schakelen tussen hoogte / huidige barometer

om inHg (inches kwik) / mmHg (millimetres kwik) / mb (millibars per hectopascal) / hPa te kiezen. Om de luchtdruktrend te bekijken: De pictogrammen van de luchtdruktrend zijn gebaseerd op recente sensormetingen. De trendlijnen worden weergegeven naast de luchtdrukgegevens. De trend wordt als volgt weergegeven: Stijgend Stabiel Dalend NEERSLAG Om de weergavemodus neerslag te selecteren: Druk op het neerslagscherm , om te schakelen tussen:

  • THIS HOUR (Neerslag per uur)
  • RATE (Neerslagintensiteit)
  • ACCUM (Totale neerslag)
  • PAST 24 hrs (Neerslag gedurende de afgelopen 24 uur) Om de weergavemodus neerslag te selecteren: Druk op om te kiezen tussen mm (millimeter) en in (inch). Om de meeteenheid voor neerslagintensiteit te kiezen: Druk op om te kiezen tussen in/hr (inch per uur) en mm/hr (millimeter per uur).10

TOTALE NEERSLAG Om de totale neerslag weer te geven: Druk herhaaldelijk op het neerslagscherm totdat ACCUM wordt weergegeven. (SINCE in het klokscherm geeft de startdatum / -tijd van de gemeten neerslag aan). Om de SINDS-tijd te resetten: Houd MEM ingedrukt om de huidige tijd in te stellen als startdatum van de totale neerslag. Het neerslaggeheugen wordt gereset en gaat terug op 0. STAAFDIAGRAM Het staafdiagram geeft de gegevens weer terwijl u op het betreffende schermvak drukt. Om de weergavemodus diagram te selecteren: Druk op de onderstaande schermvakken om het betreffende staafdiagram op te roepen:

  • IN TEMP (Binnentemperatuur)
  • IN HUM (Binnenvochtigheid)
  • OUT TEMP (Buitentemperatuur)
  • OUT HUM (Buitenvochtigheid)
  • WIND CHILL (Gevoelstemperatuur)
  • RAINFALL (Neerslag) Om de weergavemodus tijdsbereik te selecteren: Druk op het schermvak staafdiagram om de volgende instelling voor tijdsbereik te kiezen.
  • LAST 24 HRS (Afgelopen 24 uur)
  • LAST 24 DAYS (Afgelopen 24 dagen)
  • LAST 24 MTHS (Afgelopen 24 maanden) Om de weergavemodus gegevensbereik te selecteren: Druk op het schermvak staafdiagram en vervolgens op om de volgende instelling voor gegevensbereik te kiezen.

Het doel van het staafdiagram is om een snel vergelijkend overzicht van de gegevens te bieden. Als u de meeteenheid wijzigt, zal dit het corresponderende effect hebben op het staafdiagram. GEHEUGEN

MAX / MIN METING VANDAAG / DEZE MAAND

Area Type Geheugen Indicatoren Temperatuur Huidige binnen- / buitentemperatuur MAANDELIJKS MAX MIN VANDAAG MAX MIN Hitte-index MAANDELIJKS MAX VANDAAG Gevoelstemperatuur MAANDELIJKS MIN VANDAAG Dauwpunt MAANDELIJKS MAX VANDAAG MIN Vochtigheid Huidige binnen-/ buitenv ochtigheid MAANDELIJKS MAX MIN VANDAAG MAX MIN Wind Snelheid windsoten MAANDELIJKS MAX VANDAAG Barometer Barometer MAANDELIJKS MAX MIN VANDAAG MAX MIN Regen Neerslagintensiteit MAANDELIJKS MAX VANDAAG Neerslag MAANDELIJKS MAX VANDAAG Om de gegevens in het geheugen te bekijken:

1. Druk het gewenste scherm om te activeren.

om te schakelen tussen MIN/MAX metingen van TODAY/MONTHLY . Om individuele records te wissen:

1. Kies een meting in het geheugen.

3. Het wissen is voltooid wanneer het scherm de huidige meting toont.

Wanneer MAX / MIN metingen worden weergegeven, wordt het bijbehorende tijdstempel weergegeven in het schermvak

UURMETINGEN Scherm Metingen per uur tot Barometer 24 uur terug Neerslag per uur 24 uur terug Om de uurmetingen te bekijken:

1. Druk op het gewenste schermvak om te activeren tot het uurbereik getoond wordt.

of om de huidige meting (0 hr) / uurmeting (van -1hr tot -24hr) te bekijken. DATALOG De weergegevens kunnen automatisch opgeslagen worden door een datalogger in te stellen. Vervolgens kunt u de gegevens op uw pc te bekijken door ze te uploaden. Om de datalogger in te stellen:

1. Druk op het schermvak

. Druk vervolgens op om de DATA LOG-modus te activeren.

5. Het aantal dagen dat het geheugen gegevens kan meten, wordt weergegeven.

Frequentie in minuten Aantal voor datalogging beschikbare dagen in het beschikbare geheugen 1 22D (3 weken) 5 113D (3,5 maanden) 15 341D (10,5 maanden) 60 1364D (3,5 jaar) Om het aantal resterende dagen te bekijken: Druk op schermvak

Wanneer het DATA LOG bijna vol is, zal DATA LOG knipperen om u eraan te herinneren dat u de gegevens moet uploaden naar de PC. Als de datalogger vol is, kunt u geen gegevens meer opslaan. Om gegevens naar de pc te sturen: Steek het smalle uiteinde van de USB-kabel in de USB-poort van het basisstation. Steek het andere uiteinde van de kabel in de USB-poort van de PC. De gegevens worden geüpload naar de software op uw PC via de USB-kabel. Wordt weergegeven in het schermvak op het basisstation.

Het bijgeleverde PC programma moet zijn geïnstalleerd voordat u gegevens kunt uploaden. Om gegevens te wissen:

1. Druk op het schermvak

envervolgens op , DATA LOG wordt weergegeven.

3. Nadat alle gegevens gewist zijn, toont het scherm de nieuwe resterende tijd.

Het verwijderen is met succes voltooid. ALARM Weeralarmen kunnen u attenderen op bepaalde weersomstandigheden. Wanneer het alarm geactiveerd is, zal het afgaan en knipperen zodra aan bepaalde criteria wordt voldaan. Het alarm keert pas terug naar de normale stand wanneer de meting niet meer voorbij de ingestelde grens komt.11

Area Type alarm Klok Dagelijks alarm Temperatuur Huidige binnen- / buitentemperatuur HOOG LAAG Hitte-index HOOG Dauwpunt HOOG LAAG Lage gevoelstemperatuur LAAG Vochtigheid Huidige binnen- / buitenvochtigheid HOOG LAAG Wind Snelheid windstoten HOOG Barometer Luchtdruk * Gegen Neerslagintensiteit HOOG Neerslag afgelopen 24 uur HOOG *Luchtdrukalarm is gaat af bij een sterke daling van de luchtdruk De wekker instellen:

1. Druk het gewenste scherm om te activeren.

tot de huidige meting en HI / LO alarm wordt weergegeven.

of om de gewenste waarden in te stellen.

  • om te bevestigen en door te gaan met de volgende instelling
  • Raak het schermvak aan (behalve taakbalk / schermvak ) om te bevestigen en af te sluiten. Om de alarmen te activeren / deactiveren:

1. Druk het gewenste scherm om te activeren

om het ingestelde HI / LO alarm weerte geven.

om het alarm aan of uit te zetten.

- - geeft aan dat het alarm niet ingesteld is / uit staat.

Het geluid van de wekker is anders dan dat van de weeralarmen, zodat u ze makkelijk uit elkaar kunt houden. Om een alarm uit te zetten:

  • Druk op een willekeurige plek op het aanraakpaneel.
  • Het alarm gaat na 2 minuten automatisch uit.

Wanneer het alarm ingeschakeld is, knippert het kanaalnummer van het geactiveerde alarm en gaat het 2 minuten af. SCHERMVERLICHTING Druk waar dan ook op het aanraakpaneel om de schermverlichting 8 seconden te activeren.

Als het basisstation van stroom wordt voorzien door een adapter, dan kunt u LIGHT op ON zetten in het batterijvak van het basisstation. Het licht gaat aan totdat u de schakelaar op OFF zet.

U moet het klepje van het batterijvak verwijderen om de schakelaar te bedienen. RESET Basisstation: RESET KEY Druk RESET om de standaardinstellingen te gebruiken.

U moet het klepje van het batterijvak verwijderen om de schakelaar te bedienen. Zendkastje: Druk op RESET om de geijkte windrichting te verwijderen. MAINTAINANCE Elke sensor in deze kit is voorzien van en stevige plastic behuizing, waardoor ze jaren mee zouden moeten gaan. We raden u aan om elk half jaar de sensoren te onderhouden, om de nauwkeurigheid optimaal te houden. Reinig de behuizing alleen met een zachte, licht vochtige doek met eventueel wat milde zeep. Gebruik indien nodig een schroevendraaier of sleutel om bepaalde onderdelen te verwijderen. Onweer kan soms stroomstoten veroorzaken waardoor elektronische apparatuur beschadigd kan raken. Voor uw eigen veiligheid raden wij aan tijdens onweer het basisstation niet te gebruiken en geen onderhoud te plegen. De thermo/hygrosensor (THGN300) onderhouden

1. Verwijder het regenreservoir van

2. Draai de drie schroeven van type B uit de

3. Draai de drie schroeven onderop de

behuizing van de thermo/hygrosensor los.

4. Verwijder het witte beschermkapje van de

sensor door het van beide zijden met enige kracht samen te drukken.

5. Verwijder de binnenkant en het

lterscherm van de buitenkant.

6. Reinig het lterscherm en de behuizing

7. Herbevestig alle onderdelen zodra ze volledig droog zijn.

Als de temperatuur- en vochtigheidsgegevens nog steeds niet kloppen, overweeg dan de betreffende sensor te vervangen. Neem contact op met de klantenservice voor meer informatie. De neerslagmeter (PCR300) onderhouden Om de nauwkeurigheid te behouden is het belangrijk om het gat van het regenreservoir en het kiepvat te reinigen.

1. Controleer regelmatig of het lter niet

volledig verstopt is door bladeren of ander vuil. Reinig het gat van het regenreservoir met water.

2. Trek aan de vathouder om het kiepvat

te kunnen verwijderen en te reinigen met water. Controleer voordat u het kiepvat terug plaatst of er geen druppeltjes op het oppervlak van het kiepvat zitten. Dit kan de nauwkeurigheid beïnvloeden.

3. Reinig de drainagegaten aan de

onderkant van de neerslagmeter.

Verbreek de verbinding met de regensensor voor het reinigen. Anders blijft het kiepvat gegevens verzenden. De windsensor (WGR 300) onderhouden Als de windvanger niet of niet snel genoeg draait

1. Verwijder de windvanger en was eventuele vuiligheid weg.

2. Zorg dat de ring om de stang 0,3mm vrij loopt van het plastic. Als er frictie of

interferentie ontstaat tussen de ring en het plastic, zal de windvanger langzamer draaien en de nauwkeurigheid van de gegevens beïnvloed worden.

Gebruik geen vloeibaar smeermiddel op de stang of de lager. Dit kan de elektronische componenten beschadigen. PROBLEMEN OPLOSSEN Probleem Symptoom Remedie Barometer Vreemde metingen Controleer de hoogteinstelling op het basisstation Windsensor Geen gegevens over de windrichting Controleer de windvaan. Op het basisstation worden streepjes weergegeven

Regensensor Geem gegevems 1. Controleer of u de kabelbinder op het kiepvat los geknipt heeft.

2. Controleer het waterpas.

3. Controleer het plastic vuillter in

Vreemde metingen 1. Controleer het plastic vuillter in het regenreservoir.

2. Controleer het waterpas.12

Thermo/ hygrosensor Geeft streepjes weer

Geen gegevens van de buiten thermo/ hygrosensor

2. Controleer de batterijstatus van het

basisstation en of de adapter is aangesloten.

3. Reinig de sensor.

Kalender Vreemde datum / maand

Klok Kan de klok niet instellen Deactiveer Radiogestuurde klok Kan niet automatisch synchroniseren

1. Controleer de batterijstatus

2. Reset het basisstation.

3. Handmatig geactiveerde

Radiogestuurde klok Zonsopkomst/ -ondergang Vreemde metingen

1. Stel lengtegraad/breedtegraad in.

2. Controleer de zomertijdinstelling.

Zendkastje Indicatielampjes knipperen niet

1. Controleer de schakelaar.

2. Controleer de polariteit van de

oplaadbare batterij.

3. Controleer de aansluiting van

het zonnepaneel. Sensoren koppelen Het duurt te lang 1. Zorg dat de antennes parallel staan.

2. Zet de koppelschakelaar uit en

weer aan. PRECAUTIONS

  • Reinig het apparaat met een zachte, licht vochtige doek met eventueel wat milde zeep.
  • Stel het product niet bloot aan extreme klappen, schokken, stof, temperatuurschommelingen of vochtigheid. Stel het product nooit te lang bloot aan direct zonlicht. Dit kan fouten veroorzaken.
  • Laat de interne componenten met rust. Doet u dit niet dan zal de garantie vervallen en kan schade ontstaan. Het apparaat bevat geen door de gebruiker te repareren onderdelen.
  • Kras niet met harde voorwerpen langs het LCD scherm, want het kan beschadigd raken.
  • Verwijder de batterijen als u het product voor langere tijd op gaat bergen.
  • Wanneer u de batterijen vervangt, gebruik dan alleen nieuwe batterijen zoals aangegeven in deze handleiding.
  • Dit product is een precisie-instrument. Probeer dit apparaat nooit uit elkaar te halen. Neem contact op met uw verkoper of onze klantenservice als het product gerepareerd moet worden.
  • Wegens drukbeperkingen kan het in deze handleiding weergegeven scherm afwijken van het daadwerkelijke scherm.
  • De in houd van deze handleiding snel aan de slag mag niet worden vermenigvuldigd zonder toestemming van de fabrikant.

De technische specicaties van dit product en de inhoud van de handleiding zijn zonder voorafgaande waarschuwing aan veranderingen onderhevig. Voor volledige instructies bij het gebruik van dit product raadpleegt u de online gebruikershandleiding. Bezoek www.oregonscientic.com. De Engelstalige versie van deze handleiding bevat de meest actuele informatie over de diverse functies

SPECIFICATIES HET BASISSTATION Afmetingen (L x B x H) 205 x 146 x 52,5 mm (8,07 x 5,75 x 2,07 inch) Gewicht 740g (1,63lbs) met batterijen; 540 g (1,2lbs) zonder batterijen Batterij 3 x C 1,5V batterijen Adapter 6V 100mA wisselstroomadapter Ondersteunde kanalen 1wind, 1neerslag, 1UV , 1zon en 1~8 thermo/hygro BINNENBAROMETER Barometereenheid Mb,hPa, inHg en mmHg Meetbereik 540 tot 1100 mb/hPa Nauwkeurigheid +/- 1mb/hPa tussen 677 en 1016 hPa Resolutie 0,1mb/hPa ,0,01inHg, 0,1mmHg (opmerking: inHg en mmHg omgerekend van een drukresolutie van 0,1mb) Hoogte-instelling -600m ~ 4570m (-999 voet ~ 14993 voet) Door gebruiker in te stellen hoogteverschil met luchtdruk op zeeniveau Weersverwachting Zonnig, sneeuw, halfbewolkt, bewolkt en regenachtig Weergavemodussen Huidig, Max, Min, historische gegevens voor afgelopen 24 uur Weergavemodussen Max en min vandaag, maandelijks max en min (met tijdstempel) Alarm Alarm drukverschil BINNENTEMPERATUUR Temp. eenheid ˚C of ˚F Weergavebereik 0˚C tot 60˚C Gebruiksbereik 0˚C tot 60˚C Nauwkeurigheid +/- 0.5˚C of 1˚F op kamertemperatuur Resolutie 0,1˚C of 0,1˚F (opmerking: ˚F wordt omgerekend van 0,1˚C) Weergavemodussen Huidige, min en max Geheugenmodussen Max en min vandaag, maandelijks max en min (met tijdstempel) Alarm Hi / Lo

RELATIEVE VOCHTIGHEID BINNEN

Weergavebereik 0% tot 99%RH Gebruiksbereik 0% tot 99%RH Resolutie 1% Nauwkeurigheid +/-3% (typisch) op 25˚C Weergavemodussen Huidige, min en max Weergavemodussen Max en min vandaag, maandelijks max en min (met tijdstempel) Alarm Hi / Lo RADIOGESTUURDE / ATOOMKLOK Synchronisatie Auto of nitgeschakeld Klokweergave UU:MM:SS / UU:MM Dag van de week Uurformaat 12uur AM/PM of 24uur Kalender DD/MM/JJ of MM/DD/JJ Weekdag in 6 talen EN, FR, DE, IT, ES, RU

BUITENSENSOR TEMPERATUUR / VOCHTIGHEID

RELATIEVE TEMPERATUUR Afmetingen (Ø x H) Ø190 x 126 mm (Ø7,48 x 4,96 inch) Gewicht 580g(1,28lbs) Temp. eenheid ˚C / ˚F Weergavebereik -40˚C tot 65˚C Gebruiksbereik -40˚C tot 65˚C Opslagtemperatuur -45˚C tot 70˚C Resolutie 0.1˚C Nauwkeurigheid +/- 0,5 ˚C Geheugen Max en min vandaag, maandelijks max en min (met tijdstempel) Temperatuur dauwpunt Max en min Gevoelstemperatuur Mix Temperatuur hitte-index Max Alarm Hi / Lo voor huidige temp. en dauwpunt Hi voor hitte-index Lo voor gevoelstemperatuur RELATIEVE VOCHTIGHEID Weergavebereik 0% tot 99%RH Gebruiksbereik 0% to 99%RH Resolutie 1% Nauwkeurigheid 3% Weergavemodussen Huidige, min en max Geheugenmodussen Max en min vandaag, maandelijks max en min (met tijdstempel) Alarm Hi / Lo13

Afmetingen (L x W x H) 178 x 154 x 91.7mm (7 x 6,06 x 3,61 inches) Gewicht 530 g (1,2 lbs) Batterij 1,2 V oplaadbare batterij RF frequentie 915Mhz (VS) / 868Mhz (EU, UK) Bereik 300 meter (1000 voet), zonder obstructies Zendintervals Wind: 2,5~3 sec TH: 10~12 sec Neerslag: 20~24 sec Kanaal 1wind, 1neerslag, 1UV , 1zon en 1thermo/hygro NEERSLAGMETER Afmetingen (L x B x H) 287,5 x 226 x 279 mm (11,32 x 8,90 x 10 inches) Gewicht 1213g (2,674lbs) Gebruikstemperatuur -40 ~ + 65˚C Opslagtemperatuur -45 ~ + 70˚C Eenheid voor neerslag mm en in Eenheid voor neerslagintensiteit mm/uur en in/uur Bereik voor neerslag 0~10m Bereik voor neerslagintensiteit 0, 1 mm/uur tot 1016mm/uur Resolutie 0,254mm (0,01 inches) Nauwkeurigheid voor neerslag wanneer er minder dan 127mm/uur valt ±5% of ±0,25mm, vat klapt één keer om Nauwkeurigheid voor neerslagintensiteit ±5% of ±1mm/uur wanneer er minder dan 127mm/uur valt Geheugenmodussen Nauwkeurigheid voor neerslag voor laatste geheugenreset Max neerslagintensiteit Weergavemodussen Neerslag, afgelopen 24 uur, per uur en totaal Alarm Hi voor neerslagintensiteit en afgelopen 24 uur WINDSENSOR Afmetingen (L x B x H) 516 x 345.5 x 135 mm (20,31 x 13,60 x 5,32 inches) Gewicht 520g (1,15lbs) Gebruikstemperatuur -40 ~ +65˚C Opslagetemperatuur -45 ~ + 70˚C Eenheid Windsnelheid m/s, km/h, mph, knopen Bereik windsnelheid 0~80m/s Resolutie windsnelheid 0,1 mph of 0,1 knoop of 0,1m/s Nauwkeurigheid snelheid +/- 0,9m/s (onder 18m/s) +/- 5% (boven 18m/s) Resolutie windrichting 1º Nauwkeurigheid windrichting

Geheugen Max windstoot vandaag/maand met windrichting (met tijdstempel) Weergavemodussen Windstoot/gemiddelde windsnelheid en-richting Alarm Hi voor windstoot

OVER OREGON SCIENTIFIC

Bezoek onze website www.oregonscientic.com voor meer informatie over de producten van Oregon Scientic. SMocht u vragen hebben, neem dan contact op met onze klantenservice op info@oregonscientic.com. Oregon Scientic Global Distribution Limited behoudt zich het recht voor enige inhoud, bepalingen en voorwaarden in deze gebruikershandleiding te interpreteren en deze te allen tijde naar eigen inzicht en zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen. Met dien verstande dat, indien er enige inconsistentie bestaat tussen de Engelstalige versie en een versie in enige andere taal, de Engelse versie bindend is.

EU CONFORMITEITS VERKLARING

Bij deze verklaart Oregon Scientic dat deze Ultra nauwkeurig professioneel weersysteem (Model: WMR300/WMR300A) voldoet aan de essentiële eisen en aan de overige relevante bepalingen van Richtlijn 13999/5/EC. Een kopie van de getekende en gedateerde Conformiteits verklaring is op verzoek beschikbaar via onze Oregon Scientic klanten service. Alle EU landen, Zwitserland CH en Noorwegen N