PA8120RCD - Ontvanger IMG STAGE LINE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PA8120RCD IMG STAGE LINE in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Ontvanger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PA8120RCD - IMG STAGE LINE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PA8120RCD van het merk IMG STAGE LINE.
GEBRUIKSAANWIJZING PA8120RCD IMG STAGE LINE
Inhoudsopgave 1 Overzicht van bedieningselementen en aansluitingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
4.1 Montage in een rack . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18
5 Het apparaat aansluiten . . . . . . . . . . . . . . 18
5.3 Audioapparatuur met lijnuitgang . . . . . . . . . 19
5.4 Audioapparatuur voor de signaalbewerking 19
Afzonderlijke schakelaar voor de alarmsirene 19
6.2.2 Opgeslagen zenders oproepen . . . . . . . . 20
6.3 Cd-speler . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
6.3.1 Opmerking bij geluidsonderbrekingen
6.3.3 Herhalingsfuncties
7 Technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . 21 Op de uitklapbare pagina 3 vindt u een overzicht van de bedieningselementen en de aansluitingen. 1 Overzicht van bedieningselementen en aansluitingen
1 Ingangsniveauregelaar INPUT 1 – 5 2 Equalizer BASS en TREBLE 3 Regelaar MASTER LEVEL voor het geluids- volume van de aangesloten luidsprekers 4 Display van de radio 5 Cd-lade, kan met de toets (24) worden ge- opend en gesloten 6 Toets om het afspelen te beëindigen 7 Toetsen en om de tracks te selecteren en snel vooruit / achteruit te zoeken Een track selecteren Telkens u op de toets drukt, gaat u een track verder; door op de toets te drukken, keert u terug naar het begin van de track; tel- kens u daarna op de toets drukt, gaat u een track terug. snel vooruit / achteruit zoeken Houd de toets ingedrukt om vooruit te zoe- ken, de toets om achteruit te zoeken. 8 Niveauweergave voor de luidsprekeruitgangen 9 Schakelaar CHIME Als u (aan het begin van een aankondiging) op een van de toetsen drukt die op de contacten PRIORITY (26) is aangesloten, en u hoort een gongsignaal, druk dan op de schakelaar. 10 Toets SIREN voor het in- en uitschakelen van de alarmsirene 11 Toets om te wisselen tussen UKG-ontvangst (FM) en middengolfontvangst (AM) 12 De toetsen UP en DOWN voor het starten van de zenderzoekfunctie (toets langer ingedrukt hou- den) en voor het fijninstellen van de zender (slechts even op de toets drukken)
Toets MEMORY voor het opslaan van een zender:
1. Zender instellen, 2. Op toets MEMORY drukken,
3. Op zendertoets (14) drukken
14 Zendertoetsen M1 – M 5 15 POWER-schakelaar voor de radio 16 Toetsen VOLUME voor het geluidsvolume van de radio 17 USB-interface om een USB-stick in te pluggen of een harde schijf aan te sluiten 18 Display van de cd-speler, details zie figuur 3 a REP wordt weergegeven bij ingeschakelde herhalingsfunctie b Weergavesymbool c Pauzesymbool d CD wordt weergegeven als er een gewone audio-cd werd ingelegd e ALL wordt naast REP (a) weergegeven als alle tracks continu worden herhaald f RAN wordt weergegeven als de tracks in wil- lekeurige volgorde worden gespeeld g Nummer van de geselecteerde track of, met de letter F ervoor, het nummer van de geselecteerde map (b.v. F04) h reeds verstreken speeltijd van de track i Weergave van het antischokgeheugen
hoofdstuk 6.3.4) 19 Toets om tussen afspelen en pauze om te schakelen 20 Toets CD / USB om tussen CD- en USB-aanslui- ting te wisselen (17) 21 Toets voor de bijkomende functies Herha- ling en Willekeurig afspelen 1de keer drukken op de toets: playbericht REP continu herhaling van de track Contenidos 1 Elementos de Funcionamiento y Conexiones . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
2de keer drukken op de toets: displaybericht REP ALL continu herhaling van alle tracks 3de keer drukken op de toets: displaybericht RAN weergave van de tracks in willekeurige volg- orde 4de keer drukken op de toets: displaybericht RAN verdwijnt bijkomende functies uitgeschakeld 22 Toetsen en voor het instellen van het geluidsvolume van de cd-speler 23 POWER-schakelaar voor de cd-speler 24 Toets voor het openen en sluiten van de cd- lade (5) 25 POWER-schakelaar
26 Aansluitingen PRIORITY Als een hierop aangesloten drukknop of schake- laar wordt gesloten, worden de ingangen INPUT 2 – 4 en AUX 1/ 2 gedempt. Bij ingedrukte schakelaar CHIME (9) weerklinkt ook een gong- signaal. 27 Aansluitjack voor een FM-antenne 28 Aansluitingen voor een afzonderlijke schakelaar om de alarmsirene te activeren 29 Aansluitklemmen voor een middengolfantenne 30 Aansluitingen PRIORITY INPUT 1 Als deze contacten (b.v. via een schakelaar of een draadbrug) met elkaar verbonden zijn, dan worden de ingangen INPUT 2 – 4 en AUX 1/ 2 uit- gemengd, zolang een signaal op de ingang INPUT 1 aanwezig is (talkover). 31 Jumper: weg te nemen als er een audioapparaat voor de signaalbewerking op de versterker moet worden aangesloten 32 Cinch-jacks TAPE OUT voor een opnameappa- raat of voor het doorsturen van het mengsignaal naar een andere versterker 33 Bussen AMP IN en PRE OUT voor het tussen- schakelen van een audioapparaat voor de sig- naalbewerking 34 Cinch-jacks AUX 1 en AUX 2 voor het ingangs- kanaal INPUT 5 U kunt twee (stereo-) apparaten aansluiten, die via de DIP-schakelaar nr. 1 (46) kunnen worden omgeschakeld. 35 Combi-jacks (XLR / 6,3 mm-jack, gebalanceerd) voor de ingangskanalen INPUT 1 – 4 voor het aansluiten van microfoons of apparaten met lijn- uitgang; omschakelbaar met de DIP-schakelaars nr. 1 (47) 36 Schroefaansluitingen* van de ingangskanalen 1 – 4, in de plaats van de XLR-jacks (35) 37 POWER-jack voor aansluiting op een stopcon- tact (230 V~ / 50 Hz) met behulp van het bijgele- verde netsnoer 38 Houder voor de netzekering Vervang een gesmolten zekering uitsluitend door een zekering van hetzelfde type. 39 Aansluitingen voor laagohmige luidsprekers (impedantie min. 4 Ω, 8 Ω of 16 Ω) 40 Aansluitingen voor luidsprekers van 70 of 100 V 41 Afschermingen 42 Massaklem, kan b.v. bij storende bromgeluiden worden gebruikt 43 Aansluitingen* voor een telefoonsignaal dat via de geluidsinstallatie te horen moet zijn 44 Ingangsniveauregelaar GAIN voor het signaal op de aansluitingen TEL PAGING (30, 43) 45 Schroefaansluitingen* voor het kanaal INPUT 5, in de plaats van de cinch-jacks (34) 46 DIP-schakelblok voor de ingang 5 (34, 45); Schakelaar nr. x in de stand ON: Nr. 1 = Ingang 2 geselecteerd Nr. 2 = Hogere ingangsgevoeligheid Nr. 3 = Hoogdoorlaatfilter aan Nr. 4 = Hogere ingangsgevoeligheid 47 DIP-schakelaars voor de ingangen 1 – 4 (35, 36); Schakelaar nr. x in de stand ON: Nr. 1 = Microfoonniveau voor de ingang Nr. 2 = Signaal 180° in de fase gedraaid Nr. 3 = Hoogdoorlaatfilter aan Nr. 4 = Fantoomvoeding aan (niet voor de stekkerbussen) 2 Veiligheidsvoorschriften Het apparaat is in overeenstemming met alle vereiste EU-Richtlijnen en is daarom gekenmerkt met . Let eveneens op het volgende:
Het apparaat is enkel geschikt voor gebruik bin- nenshuis; vermijd druip- en spatwater, plaatsen met een hoge vochtigheid en uitzonderlijk warme WAARSCHUWING De netspanning (230 V~) van het apparaat is levensgevaar- lijk. Open het apparaat niet, en zorg dat u niets in de ventila- tieopeningen steekt! U loopt het risico van een elektrische schok. WAARSCHUWING Gebruik de versterker nooit zonder de afschermingen. Anders loopt u bij contact met de aansluitingen het risico van een elektrische schok. 21 Botón para seleccionar las funciones adicio- nales de repetición y de reproducción aleatoria 1ª vez que se pulsa el botón: Visualización REP Repetición continua de la pista
- Om makkelijker te werken, kunt u de schroefklemmen uit de stekkerverbinding trekken.
plaatsen (toegestaan omgevingstemperatuurbe- reik: 0 – 40 °C).
Plaats geen bekers met vloeistof zoals drinkgla- zen etc. op het apparaat.
De warmte die in het toestel ontstaat, moet door ventilatie worden afgevoerd. Dek daarom de ven- tilatieopeningen van de behuizing niet af.
Schakel het apparaat niet in resp. trek onmiddel- lijk de stekker uit het stopcontact,
1. wanneer het apparaat of het netsnoer zichtbaar
2. wanneer er een defect zou kunnen optreden
nadat het apparaat bijvoorbeeld is gevallen,
3. wanneer het apparaat slecht functioneert.
Het apparaat moet in elk geval worden hersteld door een gekwalificeerd vakman.
Trek de stekker nooit met het snoer uit het stop- contact, maar met de stekker zelf.
Verwijder het stof met een droge, zachte doek. Gebruik zeker geen water of chemicaliën.
In geval van ongeoorloofd of verkeerd gebruik, ver- keerde aansluiting, foutieve bediening of van her- stelling door een niet-gekwalificeerd persoon vervalt de garantie en de verantwoordelijkheid voor hieruit resulterende materiële of lichamelijke schade. 3 Toepassingen Deze versterker met een sinusvermogen van 120 W is speciaal ontworpen voor het gebruik in geluidsin- stallaties. U kunt zowel luidsprekers van 100 V resp. 70 V gebruiken als laagohmige luidsprekers (impe- dantie min. 4 Ω). Uitrusting: 4 × ingangskanaal omschakelbaar lijn- of microfoon- niveau en met XLR / 6,3 mm-jack- en schroefaan- sluitingen 1 × ingangskanaal schakelbaar tussen twee lijnste- reosignaalbronnen en met schroef- en cinchaan- sluitingen 1 × schroefaansluitingen voor telefoonsignaal 1 × ingang en uitgang met cinch-jacks voor het tussen- schakelen van een audioapparaat voor signaalbe- werking (autom. volumeregeling, equalizer etc.) 1 × cd-speler 1 × AM / FM-radio 1 × alarmsirene, inschakelbaar via interne en externe schakelaar 1 × geluidssignaal, activering via drukknop 1 × voorrangschakeling voor INPUT 1 4 De versterker opstellen De versterker is voorzien voor montage in een 19″-rack (482 mm), maar kan ook als tafelmodel gebruikt worden. In elk geval moet de lucht door alle ventilatieopeningen kunnen stromen, om voldoende ventilatie van de versterker te verzekeren.
4.1 De montage in een rack
Voor de montage in een rack hebt u 2 RE (2 rack- eenheden = 89 mm) nodig. Om te voorkomen dat het rack topzwaar wordt, dient de versterker in het onderste gedeelte van het rack gemonteerd te wor- den. De frontplaat alleen is niet voldoende voor een veilige bevestiging. Het toestel moet links en rechts door rails of onderaan door een bodemplaat extra ondersteund worden. 5 Het apparaat aansluiten De in- en uitgangen mogen enkel aangesloten en gewijzigd worden, wanneer de PA-8120RCD en de aan te sluiten apparatuur uitgeschakeld is. Veel aansluitingen bevinden zich onder de beide afschermingen (41), b.v. deze van de luidsprekers. Neem de afschermingen weg om aan te sluiten.
Ofwel sluit u luidsprekers van 100 V of 70 V aan op de klemmen (40) [figuren 4a en 4b] – de versterker mag met maximaal 120 W door de luidsprekers wor- den belast, anders kan hij beschadigd geraken of sluit u een luidspreker of luidsprekergroep met een totale impedantie van 4 Ω, 8 Ω of 16 Ω aan op de klemmen (39). De figuren 4c tot 4n tonen verschil- lende manieren waarop een correcte impedantie wordt gerealiseerd. Er zijn nog echter andere moge- lijkheden. Bij het aansluiten van de luidsprekers moet u steeds op de juiste polariteit letten, zoals het op de figuren is weergegeven.
Vier microfoons met een XLR- of 6,3 mm-stekker kunnen op de die XLR / 6,3 mm-combi-jacks (35) van de ingangen 1 — 4 worden aangesloten. Voor micro- foons met vrije verbindingskabels kunt u ook de schroefklemmen (36) gebruiken. Deze kunnen voor een comfortabeler aansluiting uit hun stekkerverbin- ding worden getrokken. De microfoon op ingang 1 kan prioriteit krijgen op alle andere ingangen, door een schakelaar te sluiten die met de klemmen PRIORITY (26) is verbonden.
1) Bij het aansluiten van een microfoon plaatst u de
schakelaar nr. 1 van het betreffende DIP-scha- kelblok (47) in de onderste stand (ON). WAARSCHUWING Gebruik de versterker nooit zonder de afschermingen (41). Anders loopt u bij contact met de aansluitingen het risico van een elektrische schok. Wanneer het apparaat definitief uit bedrijf wordt genomen, bezorg het dan voor milieuvriendelijke verwerking aan een plaatselijk recyclagebedrijf.
1. Bedien de schakelaar alleen bij uitgeschakeld
geen microfoon met ongebalanceerde bedra- ding zijn aangesloten, omdat deze beschadigd kan worden.
3) Als het hoogdoorlaatfilter moet worden ingescha-
keld, b.v. om de verstaanbaarheid te verhogen of het contactgeluid te onderdrukken, plaats de schakelaar nr. 3 van de bijbehorende DIP-scha- kelblok dan in onderste stand (ON).
4) Als er tussen twee microfoons een verschillende
faselengte ontstaat (slechte basweergave van een geluidsbron), dan kan de klank eventueel worden verbeter door de schakelaar nr. 2 op een van de overeenkomstige DIP-schakelblokken om te schakelen.
5.3 Audioapparatuur met lijnuitgang
Er kunnen 6 apparaten met lijnuitgang (mengpa- neel, mp3-speler etc.) worden aangesloten:
1) Sluit apparaten met een mono-uitgang aan op de
combi-jacks (35) of op de klemmen (36) van de ingangen 1 – 4. Plaats de bijbehorende DIP- schakelaars nr. 1 – 4 (46) voor de basisinstelling in de bovenste stand.
2) Sluit apparaten met een stereo-uitgang aan op de
cinch-jacks: (34) of op de klemmen (45) van kanaal 5. Kies met de schakelaar nr. 1 van het betreffende DIP-schakelblok (46) tussen de in- gangsjacks AUX 1 (schakelaar bovenaan) en AUX 2 (schakelaar onderaan, ON). Met de scha- kelaars nr. 2 en nr. 4 kunt u het niveau regelen indien nodig. In de onderste stand (ON) neemt het geluidsvolume van het aangesloten apparaat toe. Gebruik bij het aansluiten van een stereoap- paraat op een van de ingangen 1 – 4 een stereo- monoadapter (b.v. SMC-1 van MONACOR) en een adapterkabel (b.v. MCA-154 van MONA- COR). Anders kunnen er delen van het signaal ontbreken.
3) Als het hoogdoorlaatfilter moet worden ingescha-
keld, b.v. om de verstaanbaarheid te verhogen, plaats de bijbehorende DIP-schakelaar nr. 3 dan in onderste stand.
Audioapparatuur voor de signaalbewerking Via de cinch-jacks AMP IN en PRE OUT (33) kunt u voor de signaalbewerking een audioapparaat tus- senschakelen (b.v. een equalizer of een automati- sche volumeregeling). Neem de jumper (31) weg, sluit de ingang van het audioapparaat op de jack PRE OUT en de uitgang op de jack AMP IN. Opmerking: In de versterker wordt het signaal onderbro- ken, als slechts een van de beide jacks (33) is aangeslo- ten of als het tussengeschakelde apparaat niet is inge- schakeld, defect is of niet correct is aangesloten. De luidsprekers blijven dan gedempt.
5.5 Opnameapparaat of extra versterker
Een opnameapparaat en / of een andere versterker (b.v. als er meer luidsprekers nodig zijn, dan toege- laten is) kunt u op de cinch-jacks TAPE OUT (32) aansluiten. Op beide jacks is hetzelfde monosignaal beschik- baar dat niet door de regelaar MASTER (3) noch door de equalizers BASS en TREBLE (2) wordt beïnvloed. De uitgangssignalen van deze jacks kun- nen daarom naar twee verschillende apparaten wor- den gestuurd.
5.6 Telefooninstallatie
Via een telefooninstallatie kunt u aankondigingen met de geluidsinstallatie weergeven.
1) Stuur het signaal van de telefooninstallatie (lijnni-
veau) naar de klemmen TEL PAGING (43).
2) Stel tijdens een aankondiging het volume in met
de regelaar GAIN (44). Alle andere ingangssignalen, behalve het sirenesig- naal, worden automatisch uitgemengd, zodra een signaal op de ingang TEL. PAGING beschikbaar is.
5.7 Voorrangsbesturing, talkover
Met een op de klemmen PRIORITY (26) aangeslo- ten schakelaar kunnen alle ingangssignalen, be- halve deze van het kanaal INPUT 1 en het sirene- signaal, worden gedempt. Zo is het mogelijk dat voor een goede verstaanbaarheid alleen de aankondi- ging via kanaal 1 hoorbaar is. Als de aansluitingen PRIORITY INPUT 1 (30) met behulp van een draadbrug of een schakelaar verbon- den zijn, worden de ingangen INPUT 2 – 4 en AUX 1/ 2 automatisch uitgemengd, zolang er een signaal op de ingang INPUT 1 aanwezig is (talkover).
5.8 Afzonderlijke schakelaar
voor de alarmsirene Sluit voor de afstandsbediende activering van de alarmsirene een schakelaar aan op de klemmen SIREN (28).
5.9 Antenne- en netaansluiting
1) Sluit op de jack FM (27) een FM-antenne aan en
op de klemmen AM (29) een middengolfantenne. Bij goede ontvangstcondities kunnen ook bijgele- verde antennes worden gebruikt.
2) Ten slotte plugt u het bijgeleverde netsnoer eerst
in de POWER-jack (37) en vervolgens de nets- tekker in een stopcontact (230 V~ / 50 Hz).
B6 Bediening Schakel eerst de aangesloten apparatuur in, en ver- volgens de versterker met de netschakelaar POWER (25). Zo vermijdt u inschakelploppen. De gele LED “PWR ON” van de niveau-indicatie (8) licht op.
overige instellingen goed te horen zijn.
2) Meng de ingangssignalen met de regelaars
INPUT 1 – 5 (1), het signaal van de radiomodule met de toetsen VOLUME (16) en het signaal van de cd-speler met de toetsen en (22), of meng ze in en uit indien nodig. Zet het geluidsvo- lume van de niet-gebruikte kanalen steeds op nul.
3) Stel met de regelaar MASTER het uiteindelijke
geluidsvolume in. De LED-ketting (8) geeft de uit- gangsstroom weer. Als de rode LED vaak oplicht, wordt de versterker overstuurd. Draai de regelaar MASTER dan overeenkomstig terug.
4) Stel de klank met de regelaars BASS en TREBLE
5) Met een schakelaar of drukknop die op de klem-
men PRIORITY (26) is aangesloten, kunt u met deze schakelaar alle signalen op de ingangen INPUT 2 – 4 en AUX 1/ 2 dempen. Daardoor wordt een aankondiging via de ingang INPUT 1 beter verstaanbaar. Wenst u bovendien dat er vóór elke aankondi- ging bij het drukken op de aangesloten schakelaar of drukknop een gongsignaal weerklinkt, dan scha- kelt u dit in met de schakelaar CHIME (9).
6) Voor de akoestische alarmering kunt u de sirene
inschakelen met de schakelaar SIREN (10).
7) Na gebruik schakelt u eerst de versterker uit, ver-
volgens alle andere aangesloten apparaten.
Schakel de radiomodule in met de toets POWER (15). De radiomodule moet steeds extra worden ingeschakeld, ook na een stroomonderbreking of als u de versterker met de netschakelaar (25) uit- en opnieuw inschakelt. Stel het geluidsvolume in met de toetsen VOLUME (16).
1) Selecteer het instelbereik met de toets AM / FM
(11). Dit wordt links op het display (4) weergege- ven: FM = UKW AM = middengolf
2) Houd de toets UP of DOWN (12) ingedrukt tot de
zenderzoekfunctie vooruit of achteruit start.
3) De zenderzoekfunctie stopt bij de eerstvolgende
zender. Start de zoekfunctie zo vaak als nodig is om de gewenste zender te vinden.
4) Als de zenders erg dicht bij elkaar liggen, voert u
eventueel een fijninstelling door: druk slechts even op de toets UP of DOWN, zodat de ont- vangstfrequentie in kleine stappen verhoogt of verlaagt, tot de ontvangstkwaliteit optimaal is.
5) Om op te slaan, drukt u op de toets MEMORY
(13). Op het display knippert helemaal rechts een horizontaal balkje.
6) Druk op de zendertoets M1 – M5 (14), waaronder
de zender moet worden opgeslagen. Het display- bericht OK bevestigt het opslaan.
7) Herhaal de bedieningsprocedure voor alle andere
op te slagen zenders. De zenders blijven max. een week lang opgeslagen, als de versterker is uitgeschakeld.
6.2.2 Opgeslagen zenders oproepen
Selecteer eerst het ontvangstbereik met de toets AM / FM (11) [wordt links op het display aangeduid] en dan de gewenste zender met de betreffende zender- toets M1 – M5 (14). Het nummer van de ingestelde zender verschijnt helemaal rechts op het display.
Op de cd-speler kunnen gewone audio-cd's worden afgespeeld, en ook zelf gebrande cd's (cd-r). Bij her- beschrijfbare cd's (cd-rw) kan het afspelen naarge- lang het cd-type en gebruikte cd-brander echter pro- blematisch verlopen. U kunt ook gecomprimeerde audiobestanden (gemaakt met de momenteel popu- lairste compressiemethoden) van cd's en via de USB-interface (17) afspelen.
6.3.1 Opmerking in verband met klankstoringen
en leesfouten Sigarettenrook en stof dringen makkelijk in alle ope- ningen van de cd-speler en zet zich ook af op de optische onderdelen van het laser-aftastsysteem. Mocht deze afzetting tot leesfouten en klankstorin- gen leiden, dan moet het apparaat door een gekwa- lificeerd vakman worden gereinigd. De kosten voor deze reiniging draagt de koper, ook tijdens de garan- tietermijn!
6.3.2 Track afspelen
1) Schakel de cd-speler met toets (23) in. Hij moet
steeds extra worden ingeschakeld; ook na een stroomonderbreking of als u de versterker met de netschakelaar (25) uit- en opnieuw inschakelt.
2) Open de cd-lade (5) met de toets (24) en plaats
een cd met het label naar boven in de lade. Sluit de cd-lade met de toets . Na het inlezen (dis- playbericht ) start de 1ste track automatisch [displaybericht (b)].
3) Bijkomend of als alternatief kunt u een USB-stick
B4) Om te wisselen tussen de USB-aansluiting en een cd drukt u op de toets CD / USB (20).
Stel het geluidsvolume van de cd-speler in met de toetsen en (22) [displaybericht … ].
U kunt het afspelen nu op elk moment onderbre- ken met de toets (19) [het displaybericht (c) verschijnt; de looptijd (h) knippert] en weer starten.
7) Om een andere track te selecteren, drukt u even
op de toets (7) [een track vooruit springen [of op de toets [naar het begin van de track terugkeren; bij elke verdere druk op de toets een track terugspringen]. Bij cd's met meerdere map- pen (niet bij standaard audio-cd's) worden de tracks in onderstaande volgorde afgespeeld en geselecteerd:
1. alle tracks zonder mappen op het hoofdniveau
2. alle tracks in mappen op het hoofdniveau
3. alle tracks in submappen etc.
8) Tijdens het afspelen kan binnen een track snel
vooruit of achteruit worden gezocht. Houd de toets ingedrukt om vooruit te zoeken, de toets om achteruit te zoeken.
9) Wenst u het afspelen voortijdig te beëindigen,
druk dan op de toets (6).
Herhalingsfuncties en willekeurig afspelen
1) Als de track moet worden herhaald, druk dan een
keer op de toets (21). Op het display ver- schijnt REP (a).
2) Wenst u alle tracks van de cd te herhalen, druk
dan een tweede keer op de toets . Op het display wordt nu REP ALL (e) weergegeven.
3) Om de tracks in willekeurige volgorde af te spe-
len, drukt u een derde keer op de toets . Op het display verschijnt nu RAN (f).
4) Om de extra functie uit te schakelen, drukt u
enkele keren op de toets tot het displaybe- richt RAN verdwijnt.
6.3.4 Antischokgeheugen
- Het antischokgeheugen van de cd-speler kan kort- stondige storingen door schokken of trillingen bij het scannen van een cd compenseren, maar niet bij aanhoudend, hevig schudden. Hoe meer segmen- ten van de geheugenindicatie (i) op het display zicht- baar zijn, hoe langer storingen kunnen worden gecompenseerd. 7 Technische gegevens Versterkermodule Uitgangsvermogen RMS: p. 120
- W THD: p. 0
- ,5 % bij 1 W Luidsprekeruitgangen: / 8 / 16 Ω, 70 / 100 V Ingangen (gevoeligheid, impedantie) Microfoon INPUT 1 – 4: . 1,8 mV, 5 kΩ, gebalanceerd Fantoomvoeding: p. 4
- +48 V Line INPUT 1 – 4: p. 300
- mV, 5 kΩ, gebalanceerd Line AUX 1, AUX 2: p. 100
- mV, 10 kΩ, ongebalanceerd Frequentiebereik: – 16 500 Hz, ±3 dB Equalizer BASS (lage tonen): ±10 dB bij 100 Hz TREBLE (hoge tonen): ±10 dB bij 10 kHz Signaal / Ruis-verhouding: p. 50
- > 65 dB Radiomodule Ontvangstbereik FM: p. 87
- ,5 – 108 MHz AM: p. 525
- – 1650 kHz Gevoeligheid FM /AM: p. 2
- ,5 / 20 µV Signaal / Ruis-verhouding FM /AM: p. 65
- / 50 dB Algemene gegevens Voedingsspanning: V~ / 50 Hz Opgenomen vermogen: p. 230
- max. 370 VA Omgevings- temperatuurbereik: p. 0
- – 40 °C Afmetingen (B × H × D): p. 482
- × 110 × 450 mm, 2 RE (rackeenheid) Gewicht: ,5 kg Wijzigingen voorbehouden. p. 10
Deze gebruiksaanwijzing is door de auteurswet beschermd eigendom van MONACOR
INTERNATIONAL GmbH & Co. KG. Een reproductie – ook gedeeltelijk – voor eigen commerciële doeleinden is verboden. Manual de instrucciones protegido por el copyright de MONACOR
Notice-Facile