PA8120RCD - Ontvanger IMG STAGE LINE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PA8120RCD IMG STAGE LINE in PDF-formaat.
| Producttype | Ontvanger/versterker met cd-speler en radio |
| Merk | IMG STAGE LINE |
| Model | PA8120RCD |
| RMS uitgangsvermogen | 120 W |
| Luidsprekerimpedantie | 4/8/16 Ω, 70/100 V |
| FM ontvangstbereik | 87,5 - 108 MHz |
| AM ontvangstbereik | 525 - 1650 kHz |
| Microfooningangen | 4 kanalen (XLR/jack 6,35 mm bal.) met 48 V fantoomvoeding |
| Lijningangen | 2 stereo (RCA of schroefklemmen) |
| Cd-speler | CD audio, CD-R, MP3-bestanden via USB |
| Voeding | 230 V~/50 Hz, 370 VA max |
| Afmetingen (B × H × D) | 482 × 110 × 450 mm (2U) |
| Gewicht | 10,5 kg |
| Bedrijfstemperatuur | 0 - 40 °C |
| Speciale functies | Alarmsirene, gong, talkover-prioriteit, telefooningang |
| Onderhoud en reiniging | Droge, zachte doek, geen chemicaliën of water |
| Veiligheid | Niet blootstellen aan water, bij zichtbare schade de stekker uittrekken |
| Repareerbaarheid | Reparatie uitsluitend door een gespecialiseerde technicus |
Veelgestelde vragen - PA8120RCD IMG STAGE LINE
Gebruikersvragen over PA8120RCD IMG STAGE LINE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ontvanger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PA8120RCD - IMG STAGE LINE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PA8120RCD van het merk IMG STAGE LINE.
GEBRUIKSAANWIJZING PA8120RCD IMG STAGE LINE
B Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe apparaat van MONACOR. Lees deze gebruikershandleiding grondig door, alvorens het apparaat in gebruik te nemen. Alleen zo leert u alle functies kennen, vermijdt u foutieve bediening en behoedt u zichzelf en het apparaat voor eventuele schade door ondeskundig gebruik. Bewaar de handleiding voor latere raadpleging.
De Nederlandstalige tekst vindt u op pagina 16.
B 1 Overzicht van bedieningselementen en aansluitingen .... 16
1.1 Frontpaneel 16
1.2 Achterzijde 17
2 Veiligheidsvoorschriften 17
3 Toepassingen 18
4 De versterker opstellen 18
4.1 Montage in een rack 18
5 Het apparaat aansluiten 18
5.1 Luidsprekers 18
5.2 Microfoons 18
5.3 Audioapparatuur met lijnuitgang ..... 19
5.4 Audioapparatuur voor de signaalbewerking 19
5.5 Opnameapparaat of extra versterker ..... 19
5.6 Telefooninstallatie 19
5.7 Voorrangsbesturing, talkover ..... 19
5.8 Afzonderlijke schakelaar voor de alarmsirene 19
5.9 Antenne- en netaansluiting ..... 19
6 Bediening 20
6.1 Versterkermodule 20
6.2 Radiomodule 20
6.2.1 Zender opslaan 20
6.2.2 Opgeslagen zenders oproepen ..... 20
6.3 Cd-speler 20
6.3.1 Opmerking bij geluidsonderbrekingen en leesfouten 20
6.3.2 Track afspelen 20
6.3.3 Herhalingsfuncties en willekeurig afspelen .... 21
Op de uitklapbare pagina 3 vindt u een overzicht van de bedieningselementen en de aansluitingen.
1 Overzicht van bedieningselementen en aansluitingen
1.1 Frontpaneel
1 Ingangsniveauregelaar INPUT 1 - 5
2 Equalizer BASS en TREBLE
3 Regelaar MASTER LEVEL voor het geluids- volume van de aangesloten luidsprekers
4 Display van de radio
5 Cd-lade, kan met de toets (24) worden geopend en gesloten
6 Toets ■n het afspelen te beëindigen
7 Toetsen | om de tracks te selecteren en snel vooruit/achteruit te zoeken
Een track selecteren
Telkens u op de toets ▶▶▶ drukt, gaat u een track verder; door op de toets ◀◀ te drukken, keert u terug naar het begin van de track; telkens u daarna op de toets drukt, gaat u een track terug.
snelvooruit/achteruit zoeken
Houd de toets ▶▶ingedrukt om vooruit te zoeken, de toets ◀◀om achteruit te zoeken.
8 Niveauweergave voor de luidsprekeruitgangen
9 Schakelaar CHIME
Als u (aan het begin van een aankondiging) op een van de toetsen drukt die op de contacten PRIORITY (26) is aangesloten, en u hoort een gongsignaal, druk dan op de schakelaar.
10 Toets SIREN voor het in- en uitschakelen van de alarmsirene
11 Toets om te wisselen tussen UKG-ontvangst (FM) en middengolfontvangst (AM)
12 De toetsen UP en DOWN voor het starten van de zenderzoekfunctie (toets langer ingedrukt houden) en voor het fijninstellen van de zender (slechts even op de toets drukken)
13 Toets MEMORY voor het opslaan van een zender: 1. Zender instellen, 2. Op toets MEMORY drukken, 3. Op zendertoets (14) drukken
14 Zendertoetsen M1 - M5
15 POWER-schakelaar voor de radio
16 Toetsen VOLUME voor het geluidsvolume van de radio
17 USB-interface om een USB-stick in te pluggen of een harde schijf aan te sluiten
18 Display van de cd-speler, details zie figuur 3
a REP wordt weergegeven bij ingeschakelde herhalingsfunctie
b Weergavesymbool
c Pauzesymbool
d CD wordt weergegeven als er een gewone audio-cd werd ingelegd
e ALL wordt naast REP (a) weergegeven als alle tracks continu worden herhaald
f RAN wordt weergegeven als de tracks in wil- lekeurige volgorde worden gespeeld
g Nummer van de geselecteerde track of, met de letter F ervoor, het nummer van de geselecteerde map (b.v. F04)
h reeds verstreken speeltijd van de track
I Weergave van het antischokgeheugen (☐ hoofdstuk 6.3.4)
19 Toets ▶ll om tussen afspelen en pauze om te schakelen
20 Toets CD/USB om tussen CD- en USB-aansluiting te wisselen (17)
21 Toets ↻ voor de bijkomende functies Herha- ling en Willekeurig afspelen
1de keer drukken op de toets: playbericht REP continu herhaling van de track
E Contenidos
2de keer drukken op de toets: displaybericht REP ALL continu herhaling van alle tracks
3de keer drukken op de toets: displaybericht RAN weergave van de tracks in willekeurige volgorde
4de keer drukken op de toets: displaybericht RAN verdwijnt bijkomende functies uitgeschakeld
22 Toetsen en voor het instellen van het geluidsvolume van de cd-speler
23 POWER-schakelaar voor de cd-speler
24 Toets voor het openen en sluiten van de cd-lade (5)
25 POWER-schakelaar
1.2 Achterzijde
26 Aansluitingen PRIORITY
Als een hierop aangesloten drukknop of schakelaar wordt gesloten, worden de ingangen INPUT 2 – 4 en AUX 1/2 gedempt. Bij ingedrukte schakelaar CHIME (9) weerklinkt ook een gongsignaal.
27 Aansluitjack voor een FM-antenne
28 Aansluitingen voor een afzonderlijke schakelaar om de alarmsirene te activeren
29 Aansluitklemmen voor een middengolfantenne
30 Aansluitingen PRIORITY INPUT 1
Als deze contacten (b.v. via een schakelaar of een draadbrug) met elkaar verbonden zijn, dan worden de ingangen INPUT 2 – 4 en AUX 1/2 uitgemengd, zolang een signaal op de ingang INPUT 1 aanwezig is (talkover).
* Om makkelijker te werken, kunt u de schroefklemmen uit de stekkerverbinding trekken.
31 Jumper: weg te nemen als er een audioapparaat voor de signaalbewerking op de versterker moet worden aangesloten
32 Cinch-jacks TAPE OUT voor een opnameapparaat of voor het doorsturen van het mengsignaal naar een andere versterker
33 Bussen AMP IN en PRE OUT voor het tussen- schakelen van een audioapparaat voor de sig- naalbewerking
34 Cinch-jacks AUX 1 en AUX 2 voor het ingangs- kanaal INPUT 5 U kunt twee (stereo-) apparaten aansluiten, die via de DIP-schakelaar nr. 1 (46) kunnen worden omgeschakeld.
35 Combi-jacks (XLR / 6,3 mm-jack, gebalanceerd) voor de ingangskanalen INPUT 1 - 4 voor het aansluiten van microfoons of apparaten met lijnuitgang; omschakelbaar met de DIP-schakelaars nr. 1 (47)
36 Schroefaansluitingen* van de ingangskanalen 1 – 4, in de plaats van de XLR-jacks (35)
37 POWER-jack voor aansluiting op een stopcontact (230 V\~ / 50 Hz) met behulp van het bijgeleverde netsnoer
38 Houder voor de netzekering Vervang een gesmolten zekering uitsluitend door een zekering van hetzelfde type.
39 Aansluitingen voor laagohmige luidsprekers (impedantie min. 4 Ω, 8 Ω of 16 Ω)
40 Aansluitingen voor luidsprekers van 70 of 100 V
41 Afschermingen
WAARSCHUWING

Gebruik de versterker nooit zonder de afschermingen. Anders loopt u bij contact met de aansluitingen het risico van een elektrische schok.
42 Massaklem, kan b.v. bij storende bromgeluiden worden gebruikt
43 Aansluitingen* voor een telefoonsignaal dat via de geluidsinstallatie te horen moet zijn
44 Ingangsniveauregelaar GAIN voor het signaal op de aansluitingen TEL PAGING (30, 43)
45 Schroefaansluitingen* voor het kanaal INPUT 5, in de plaats van de cinch-jacks (34)
46 DIP-schakelblok voor de ingang 5 (34, 45); Schakelaar nr. x in de stand ON:
Nr. 1 = Ingang 2 geselecteerd
Nr. 2 = Hogere ingangsgevoeligheid
Nr. 3 = Hoogdoorlaatfilter aan
Nr. 4 = Hogere ingangsgevoeligheid
47 DIP-schakelaars voor de ingangen 1 - 4 (35, 36); Schakelaar nr. x in de stand ON:
Nr. 1 = Microfoonniveau voor de ingang
Nr. 2 = Signaal 180° in de fase gedraaid
Nr. 3 = Hoogdoorlaatfilter aan
Nr. 4 = Fantoomvoeding aan (niet voor de stekkerbussen)
2 Veiligheidsvoorschriften
Het apparaat is in overeenstemming met alle vereiste EU-Richtlijnen en is daarom gekenmerkt met €€
WAARSCHUWING

De netspanning (230 V\~) van het apparaat is levensgevaarlijk. Open het apparaat niet, en zorg dat u niets in de ventilatieopeningen steekt! U loopt het risico van een elektrische schok.
Let eveneens op het volgende:
- Het apparaat is enkel geschikt voor gebruik binnenshuis; vermijd druip- en spatwater, plaatsen met een hoge vochtigheid en uitzonderlijk warme
plaatsen (toegestaan omgevingstemperatuurbereik: 0 - 40 °C).
- Plaats geen bekers met vloeistof zoals drinkglazen etc. op het apparaat.
- De warmte die in het toestel ontstaat, moet door ventilatie worden afgevoerd. Dek daarom de ventilatieopeningen van de behuizing niet af.
-
Schakel het apparaat niet in resp. trek onmiddel- lijk de stekker uit het stopcontact,
-
wanneer het apparaat of het netsnoer zichtbaar beschadigd is,
-
wanneer er een defect zou kunnen optreden nadat het apparaat bijvoorbeeld is gevallen,
-
wanneer het apparaat slecht functioneert.
Het apparaat moet in elk geval worden hersteld door een gekwalificeerd vakman.
- Trek de stekker nooit met het snoer uit het stopcontact, maar met de stekker zelf.
- Verwijder het stof met een droge, zachte doek. Gebruik zeker geen water of chemicaliën.
- In geval van ongeoorloofd of verkeerd gebruik, verkeerde aansluiting, foutieve bediening of van herstelling door een niet-gekwalificeerd persoon vervalt de garantie en de verantwoordelijkheid voor hieruit resulterende materiële of lichamelijke schade.

Wanneer het apparaat definitief uit bedrijf wordt genomen, bezorg het dan voor milieuvriendelijke verwerking aan een plaatselijk recyclagebedrijf.
3 Toepassingen
Deze versterker met een sinusvermogen van 120 W is speciaal ontworpen voor het gebruik in geluidsinstallaties. U kunt zowel luidsprekers van 100 V resp. 70 V gebruiken als laagohmige luidsprekers (impedantie min. 4 Ω). Uitrusting:
4 × ingangskanaal omschakelbaar lijn- of microfoon-niveau en met XLR / 6,3 mm-jack- en schroefaan-sluitingen
1 × ingangskanaal schakelbaar tussen twee lijnste- reosignaalbronnen en met schroef- en cinchaan- sluitingen
1 × schroefaansluitingen voor telefoonsignaal
1 × ingang en uitgang met cinch-jacks voor het tussen-
schakelen van een audioapparaat voor signaalbe-
werking (autom. volumeregeling, equalizer etc.)
1 × cd-speler
1×AM/FM-radio
1 × alarmsirene, inschakelbaar via interne externe schakelaar
1 × geluidssignaal, activering via drukknop
1 x voorrangschakeling voor INPUT 1
4 De versterker opstellen
De versterker is voorzien voor montage in een 19"-rack (482 mm), maar kan ook als tafelmodel gebruikt worden. In elk geval moet de lucht door alle ventilatieopeningen kunnen stromen, om voldoende ventilatie van de versterker te verzekeren.
4.1 De montage in een rack
Voor de montage in een rack hebt u 2 RE (2 rack- eenheden = 89 mm) nodig. Om te voorkomen dat het rack topzwaar wordt, dient de versterker in het onderste gedeelte van het rack gemonteerd te worden. De frontplaat alleen is niet voldoende voor een veilige bevestiging. Het toestel moet links en rechts door rails of onderaan door een bodemplaat extra ondersteund worden.
5 Het apparaat aansluiten
De in- en uitgangen mogen enkel aangesloten en gewijzigd worden, wanneer de PA-8120RCD en de aan te sluiten apparatuur uitgeschakeld is.
Veel aansluitingen bevinden zich onder de beide afschermingen (41), b.v. deze van de luidsprekers. Neem de afschermingen weg om aan te sluiten.
WAARSCHUWING Gebruik de versterker nooit

zonder de afschermingen (41). Anders loopt u bij contact met de aansluitingen het risico van een elektrische schok.
5.1 Luidsprekers
en Ofwel sluit u luidsprekers van 100 V of 70 V aan op de klemmen (40) [figuren 4a en 4b] – de versterker mag met maximaal 120 W door de luidsprekers worden belast, anders kan hij beschadigd geraken
of sluit u een luidspreker of luidsprekergroep met een totale impedantie van 4 Ω, 8 Ω of 16 Ω aan op de klemmen (39). De figuren 4c tot 4n tonen verschillende manieren waarop een correcte impedantie wordt gerealiseerd. Er zijn nog echter andere mogelijkheden.
Bij het aansluiten van de luidsprekers moet u steeds op de juiste polariteit letten, zoals het op de figuren is weergegeven.
5.2 Microfoons
Vier microfoons met een XLR- of 6,3 mm-stekker kunnen op de die XLR / 6,3 mm-combi-jacks (35) van de ingangen 1 — 4 worden aangesloten. Voor microfoons met vrije verbindingskabels kunt u ook de schroefklemmen (36) gebruiken. Deze kunnen voor een comfortabeler aansluiting uit hun stekkerverbinding worden getrokken.
De microfoon op ingang 1 kan prioriteit krijgen op alle andere ingangen, door een schakelaar te sluiten die met de klemmen PRIORITY (26) is verbonden.
1) Bij het aansluiten van een microfoon plaatst u de schakelaar nr. 1 van het betreffende DIP-schakelblok (47) in de onderste stand (ON).
2) Bij gebruik van een microfoon met fantoomvoeding plaatst u de schakelaar nr. 4 van het betreffende DIP-schakelblok (47) in de onderste stand (ON). De fantoomvoeding is alleen op de XLR-contacten en de schroefklemmen aangesloten. Via stekker aangesloten microfoons krijgen geen fantoomvoeding.
VOORZICHTIG!
- Bedien de schakelaar alleen bij uitgeschakeld apparaat (schakelploppen).
- Bij ingeschakelde fantoomvoeding (48 V) mag geen microfoon met ongebalanceerde bedrading zijn aangesloten, omdat deze beschadigd kan worden.
3) Als het hoogdoorlaatfilter moet worden ingeschakeld, b.v. om de verstaanbaarheid te verhogen of het contactgeluid te onderdrukken, plaats de schakelaar nr. 3 van de bijbehorende DIP-schakelblok dan in onderste stand (ON).
4) Als er tussen twee microfoons een verschillende faselengte ontstaat (slechte basweergave van een geluidsbron), dan kan de klank eventueel worden verbeter door de schakelaar nr. 2 op een van de overeenkomstige DIP-schakelblokken om te schakelen.
5.3 Audioapparatuur met lijnuitgang
Er kunnen 6 apparaten met lijnuitgang (mengpaneel, mp3-speler etc.) worden aangesloten:
1) Sluit apparaten met een mono-uitgang aan op de combi-jacks (35) of op de klemmen (36) van de ingangen 1 - 4. Plaats de bijbehorende DIP-schakelaars nr. 1 - 4 (46) voor de basisinstelling in de bovenste stand.
2) Sluit apparaten met een stereo-uitgang aan op de cinch-jacks: (34) of op de klemmen (45) van kanaal 5. Kies met de schakelaar nr. 1 van het betreffende DIP-schakelblok (46) tussen de ingangsjacks AUX 1 (schakelaar bovenaan) en
AUX 2 (schakelaar onderaan, ON). Met de schakelaars nr. 2 en nr. 4 kunt u het niveau regelen indien nodig. In de onderste stand (ON) neemt het geluidsvolume van het aangesloten apparaat toe.
Gebruik bij het aansluiten van een stereoapparaat op een van de ingangen 1 – 4 een stereomonoadapter (b.v. SMC-1 van MONACOR) en een adapterkabel (b.v. MCA-154 van MONACOR). Anders kunnen er delen van het signaal ontbreken.
3) Als het hoogdoorlaatfilter moet worden ingeschakeld, b.v. om de verstaanbaarheid te verhogen, plaats de bijbehorende DIP-schakelaar nr. 3 dan in onderste stand.
5.4 Audioapparatuur voor de signaalbewerking
Via de cinch-jacks AMP IN en PRE OUT (33) kunt u voor de signaalbewerking een audioapparaat tussenschakelen (b.v. een equalizer of een automatische volumeregeling). Neem de jumper (31) weg, sluit de ingang van het audioapparaat op de jack PRE OUT en de uitgang op de jack AMP IN.
Opmerking: In de versterker wordt het signaal onderbroken, als slechts een van de beide jacks (33) is aangesloten of als het tussengeschakelde apparaat niet is ingeschakeld, defect is of niet correct is aangesloten. De luidsprekers blijven dan gedempt.
5.5 Opnameapparaat of extra versterker
Een opnameapparaat en / of een andere versterker (b.v. als er meer luidsprekers nodig zijn, dan toege- laten is) kunt u op de cinch-jacks TAPE OUT (32) aansluiten.
Op beide jacks is hetzelfde monosignaal beschikbaar dat niet door de regelaar MASTER (3) noch door de equalizers BASS en TREBLE (2) wordt beïnvloed. De uitgangssignalen van deze jacks kunnen daarom naar twee verschillende apparaten worden gestuurd.
5.6 Telefooninstallatie
Via een telefooninstallatie kunt u aankondigingen met de geluidsinstallatie weergeven.
1) Stuur het signaal van de telefooninstallatie (lijnniveau) naar de klemmen TEL PAGING (43).
2) Stel tijdens een aankondiging het volume in met de regelaar GAIN (44).
Alle andere ingangssignalen, behalve het sirenesignaal, worden automatisch uitgemengd, zodra een signaal op de ingang TEL. PAGING beschikbaar is.
5.7 Voorrangsbesturing, talkover
Met een op de klemmen PRIORITY (26) aangesloten schakelaar kunnen alle ingangssignalen, behalve deze van het kanaal INPUT 1 en het sirenesignaal, worden gedempt. Zo is het mogelijk dat voor een goede verstaanbaarheid alleen de aankondiging via kanaal 1 hoorbaar is.
Als de aansluitingen PRIORITY INPUT 1 (30) met behulp van een draadbrug of een schakelaar verbonden zijn, worden de ingangen INPUT 2 – 4 en AUX 1/2 automatisch uitgemengd, zolang er een signaal op de ingang INPUT 1 aanwezig is (talkover).
5.8 Afzonderlijke schakelaar voor de alarmsirene
Sluit voor de afstandsbediende activering van de alarmsirene een schakelaar aan op de klemmen SIREN (28).
5.9 Antenne- en netaansluiting
1) Sluit op de jack FM (27) een FM-antenne aan en op de klemmen AM (29) een middengolfantenne. Bij goede ontvangstcondities kunnen ook bijgeleverde antennes worden gebruikt.
2) Ten slotte plugt u het bijgeleverde netsnoer eerst in de POWER-jack (37) en vervolgens de nets-tekker in een stopcontact (230 V\~ / 50 Hz).
B Schakel eerst de aangesloten apparatuur in, en vervolgens de versterker met de netschakelaar POWER (25). Zo vermijdt u inschakelploppen. De gele LED "PWR ON" van de niveau-indicatie (8) licht op.
6.1 Versterkermodule
1) Draai de regelaar MASTER (3) zover open dat de overige instellingen goed te horen zijn.
2) Meng de ingangssignalen met de regelaars INPUT 1 - 5 (1), het signaal van de radiomodule met de toetsen VOLUME (16) en het signaal van de cd-speler met de toetsen in (29) of meng ze in en uit indien nodig. Zet het geluidsvolume van de niet-gebruikte kanalen steeds op nul.
3) Stel met de regelaar MASTER het uiteindelijke geluidsvolume in. De LED-ketting (8) geeft de uitgangsstroom weer. Als de rode LED vaak oplicht, wordt de versterker overstuurd. Draai de regelaar MASTER dan overeenkomstig terug.
4) Stel de klank met de regelaars BASS en TREBLE (2) optimaal in.
5) Met een schakelaar of drukknop die op de klemmen PRIORITY (26) is aangesloten, kunt u met deze schakelaar alle signalen op de ingangen INPUT 2 - 4 en AUX 1/ 2 dempen. Da wordt een aankondiging via de ingang INPUT 1 beter verstaanbaar.
Wenst u bovendien dat er vóór elke aankondiging bij het drukken op de aangesloten schakelaar of drukknop een gongsignaal weerklinkt, dan schakelt u dit in met de schakelaar CHIME (9).
6) Voor de akoestische alarmering kunt u de sirene inschakelen met de schakelaar SIREN (10).
7) Na gebruik schakelt u eerst de versterker uit, vervolgens alle andere aangesloten apparaten.
6.2 Radiomodule
Schakel de radiomodule in met de toets POWER (15). De radiomodule moet steeds extra worden ingeschakeld, ook na een stroomonderbreking of als u de versterker met de netschakelaar (25) uit- en opnieuw inschakelt. Stel het geluidsvolume in met de toetsen VOLUME (16).
6.2.1 Zender opslaan
U kunt 5 FM- en 5 middengolfzenders opslaan:
1) Selecteer het instelbereik met de toets AM / FM (11). Dit wordt links op het display (4) weergegeven:
$$ F M = U K W $$
$$ A M = \text { middengolf } $$
2) Houd de toets UP of DOWN (12) ingedrukt tot de zenderzoekfunctie vooruit of achteruit start.
3) De zenderzoekfunctie stopt bij de eerstvolgende zender. Start de zoekfunctie zo vaak als nodig is om de gewenste zender te vinden.
4) Als de zenders erg dicht bij elkaar liggen, voert u eventueel een fijninstelling door: druk slechts even op de toets UP of DOWN, zodat de ontvangstfrequentie in kleine stappen verhoogt of verlaagt, tot de ontvangstkwaliteit optimaal is.
5) Om op te slaan, drukt u op de toets MEMORY (13). Op het display knippert helemaal rechts een horizontaal balkje.
6) Druk op de zendertoets M1 - M5 (14), waaronder de zender moet worden opgeslagen. Het displaybericht OK bevestigt het opslaan.
7) Herhaal de bedieningsprocedure voor alle andere op te slagen zenders. De zenders blijven max. een week lang opgeslagen, als de versterker is uitgeschakeld.
6.2.2 Opgeslagen zenders oproepen
Selecteer eerst het ontvangstbereik met de toets AM / FM (11) [wordt links op het display aangeduid] en dan de gewenste zender met de betreffende zendertoets M1 – M5 (14). Het nummer van de ingestelde zender verschijnt helemaal rechts op het display.
6.3 Cd-speler
Op de cd-speler kunnen gewone audio-cd's worden afgespeeld, en ook zelf gebrande cd's (cd-r). Bij herbeschrijfbare cd's (cd-rw) kan het afspelen naarge-lang het cd-type en gebruikte cd-brander echter problematisch verlopen. U kunt ook gecomprimeerde audiobestanden (gemaakt met de momenteel populairste compressiemethoden) van cd's en via de USB-interface (17) afspelen.
6.3.1 Opmerking in verband met klankstoringen en leesfouten
Sigarettenrook en stof dringen makkelijk in alle open-ningen van de cd-speler en zet zich ook af op de optische onderdelen van het laser-aftastsysteem. Mocht deze afzetting tot leesfouten en klankstoringen leiden, dan moet het apparaat door een gekwalificeerd vakman worden gereinigd. De kosten voor deze reiniging draagt de koper, ook tijdens de garantietermijn!
6.3.2 Track afspelen
1) Schakel de cd-speler met toets (28) in. Hij moet steeds extra worden ingeschakeld; ook na een stroomonderbreking of als u de versterker met de netschakelaar (25) uit- en opnieuw inschakelt.
2) Open de cd-lade (5) met de toets (▲4) en plaats een cd met het label naar boven in de lade. Sluit de cd-lade met de toets ▲Na het inlezen (displaybericht) Start de 1ste track automatisch [displaybericht (●)].
3) Bijkomend of als alternatief kunt u een USB-stick of een harde schijf (evt. met eigen voeding) in de USB-aansluiting (17) pluggen resp. met de USB-aansluiting verbinden.
E 6 Funcionamiento
4) Om te wisselen tussen de USB-aansluiting en een cd drukt u op de toets CD / USB (20).
5) Stel het geluidsvolume van de cd-speler in met de toetsen ◀+ en ◀- (22) [displaybericht 32 Vol].
6) U kunt het afspelen nu op elk moment onderbreken met de toets 19) [het displaybericht (c)] verschijnt; de looptijd (h) knippert] en weer starten.
7) Om een andere track te selecteren, drukt u even op de toets [7] [een track vooruit springen [of op de toets maar het begin van de track terugkeren; bij elke verdere druk op de toets een track terugspringen]. Bij cd's met meerdere mappen (niet bij standaard audio-cd's) worden de tracks in onderstaande volgorde afgespeeld en geselecteerd:
-
alle tracks zonder mappen op het hoofdniveau (root directory)
-
alle tracks in mappen op het hoofdniveau
-
alle tracks in submappen etc.
8) Tijdens het afspelen kan binnen een track snel vooruit of achteruit worden gezocht. Houd de toets ingedrukt om vooruit te zoeken, de toets om achteruit te zoeken.
9) Wenst u het afspelen voortijdig te beëindigen, druk dan op de toets ☐).
6.3.3 Herhalingsfuncties en willekeurig afspelen
1) Als de track moet worden herhaald, druk dan een keer op de toets (21). Op het display verschijnt REP (a).
2) Wenst u alle tracks van de cd te herhalen, druk dan een tweede keer op de toets COp het display wordt nu REP ALL (e) weergegeven.
3) Om de tracks in willekeurige volgorde af te spe- len, drukt u een derde keer op de toets. Op het display verschijnt nu RAN (f).
4) Om de extra functie uit te schakelen, drukt u enkele keren op de toets tot het displaybericht RAN verdwijnt.
Het antischokgeheugen van de cd-speler kan kortstondige storingen door schokken of trillingen bij het scannen van een cd compenseren, maar niet bij aanhoudend, hevig schudden. Hoe meer segmenten van de geheugenindicatie (i) op het display zichtbaar zijn, hoe langer storingen kunnen worden gecompenseerd.
Uitgangsvermogen RMS: .. 120 W
THD: 0,5 % bij 1 W
Luidsprekeruitgangen: .... 4/8/16 Ω, 70/100 V
Ingangen (gevoeligheid, impedantie)
Microfoon INPUT 1-4: . 1,8 mV, 5 kΩ, gebalanceerd
Fantoomvoeding: ..... +48 V=
Line INPUT 1-4: ..... 300 mV, 5 kΩ, gebalanceerd
Line AUX 1, AUX 2: .... 100 mV, 10 kΩ, ongebalanceerd
Frequentiebereik: ..... 50 – 16 500 Hz, ±3 dB
Equalizer
BASS (lage tonen): .... ±10 dB bij 100 Hz
TREBLE (hoge tonen): .. ±10 dB bij 10 kHz
Signaal / Ruis-verhouding: .. > 65 dB
Radiomodule
Ontvangstbereik
temperatuurbereik: ..... 0 - 40 °C
Afmetingen (B × H × D): ... 482 × 110 × 450 mm, 2 RE (rackeenheid)
Gewicht: 10,5 kg
Wijzigingen voorbehouden.
Deze gebruiksaanwijzing is door de auteurswet beschermd eigendom van MONACOR® INTERNATIONAL GmbH & Co. KG. Een reproductie – ook gedeeltelijk – voor eigen commerciële doeleinden is verboden.