Control 150 M - Verfspuit WAGNER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Control 150 M WAGNER in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Control 150 M WAGNER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Verfspuit in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Control 150 M - WAGNER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Control 150 M van het merk WAGNER.
GEBRUIKSAANWIJZING Control 150 M WAGNER
Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing
Waarschuwing!
Attentie: gevaar voor verwondingen door injectie!
De Airless apparaten ontwikkelen ee extreem hoge spuitdruk.



Gevaar
Nooit vingers, handen of andere lichaamsdelen in aanraking met de spuitstraal latelykommen!
Richt het spuitpistol nooit op uzelf, op andere Personen of op dieren. Het spuitpistol nooit zonder aanraakbeveiliging gebruiken.
Behandel een spuitverwonding Niet als een gewone snijwond.
Bij huidletsel door coatingmateriala direct een arts raadplegen voor een snelle, deskundige behandeling. Informeer de arts over het gebruekte coatingmateriala of oplosmiddel.

Elke keer voordat het apparaat in gebruik worden genomen,要去en de onderstaande punten, overeenkomstig de handleiding, in acht worden genomen:
- Apparaten met gebreken mogen nicht worden gebruikt.
- Spuitpistool met veiligheidshendel aan de trekker borgen.
- Zorg dragen voor een goede aarding van de netaansluiting.
- Toelaatbare werkdruk van de hogedrukslang en het spuitpistol controlleren
- Alle verbindingen op lekkage controleren.

De aanwijzingen m.b.t. periodieke schoonmaak- en onderhoudsbeurten要去en streng worden aangehouden.
Voor alle werkzaamheden aan het apparaat en bijijdere werkonderbreking要去en de onderstaande regels in acheit worden genomen :
- Spuitpistol en slang van druk ontlasten.
- Spuitpistol met veiligheidshendel aan de trekker borgen.
- Apparaat uitschakelen.
Let op de veiligheid!
Wij feliciteren u met de aankoop van uw WAGNER Airless hagedruk-spuitapparaat.
Lees dit handboek voor het eerste gebruik van het apparaat zorgvuldig door en neem de veriligeidsaanwijzingen in acht. Bewaar het handboek en de veriligeidsaanwijzingen zorgvuldig.
U beschikt over een kwaliteit'sproduct, waarvan de correcte werkig afhankelijk is van zorgvuldig onderhoud en gebruik.
Belangrijk! Na elk gebruik moet het apparaat worden gereinigd.
Wonneer het apparaat Niet wordt gereinigd, leidt dit tot storingen! Door verruilingveroorzaakte storingen vallen nicht onder de garantie.
Bij storingen eerst het gereinigde apparaat nogmaals controlleren, voordat het maar de klantenservice worden opgestuurd.
Uitleg van de gebruikte symbolene
| ! Gevaar | Duidt een rechtstreeks dreigend gevaar aan. Als ze Niet gemen den worden, zich de dood ofzer ernstig letsel het gevolg. |
| i | Duidt toepassingtips en andere bijzonder nuttige aanwijzingen aan. |
| Draag bij de werkzaamheden een geschikte gehoorbescherming. | |
| Draag bij de werkzaamheden een geschikte adembescherming. | |
| Draag bij de werkzaamheden geschikte veiligheidshandschoenen. |
Algemene veiligheidsaanwijzingen
Waarschuwing!

Lees alle veiligheidstips en instructies. Door het Niet in acht nemen van de veiligheidstips en de vermelde instructies konnen er een elektrische schok, branden/ of ernstige verwondingen optreden. Met het hieronder gebruekte begrip "elektrisch gereedschap" worden zowel elektrisch gereedschap op netvoeding (metnetkabel) bedoeld als oplaadhaar elektrisch gereedschap (zonder netkabel).
1. Veiligkeit op de werkplek
a) Houd de werkplek schoon en goed verlicht. Wanorde en Niet verlichte werkplekken können tot ongevallen leiden.
b) Gebruik het apparaat Niete eenexplosiegevaarlijke omgeving met brandbare vloeistoffen, gassen of stof. Elektrisch gereedschap wekt vonden op die stof of dampen hunnen ontsteken.
c) Houd kinderen en andere Personenijdens het gebruik van elektrisch gereedschap op afstand. Wanner u worden afgeleid,kest u de controle over het apparaat verliezen.
a) De netstekker van het apparaat moet passen in de wandcontactdoos. De stekker mag op geen enkele manier worden gewijzigd. Gebruik geen stekkeradapter voor geaarde apparaten. Ongewijzigde stekkers en passende wandcontactdozen verminderen het risico van elektrische schokken.
b)Voorkom contact van uw lichaam met geaarde oppervlakken van b.v. buizen, radiatoren, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op elektrische schokken wonneer uw lichaam is geaard.
c) Houd het apparaat uit de regen en breng het Niet in contact met water. In een elektrisch apparaat binnendringend water verhoogd het risico van elektrische schokken.
d) Gebruik de netkabel Niet voor andere doeleinden, b.v. om het apparaat aan te dragen, op te hangen of om de stekker uit de wandcontactdoos te trekken. Houd de kabel verwijderd van warmtebronnen, olie, scherpe randen of bewegende delen van apparaten. Beschadigde kabels en kabels die in de war zichn verhogen het risico van elektrische schokken.
e) Als u met elektrisch gereedschap buten werkt, gebruik dan uitsluitend verlengsnoeren die ook voor buten geschikt zich. Het gebruik van voor buitengebruik geschikte verlengkabels vermindert het risico van elektrische schokken.
f) Als het gebruik van het apparaat in een vochtige omgeving Niet valt te vermijden, gebruik dan een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar voorkomthetrisico van een elektrische schok.
3. Veiligheid van Personen
a) Wees alert, let op wat u doet en gebruik uw gezond verstand bij het werken met elektrisch gereedschap. Gebruik het apparaat Niet wanner u moe bent of onder de invloed bent van drugs, alcohol of medicijnen. Een moment van onachtzaamheidijdens het gebruik van het apparaat kan leiden tot ernstig letsel.
b) Gebruik persoonlijke beschemmingsmiddelen en draag aktijd een veiligheidsbril. Het gebruik van persoonlijke beschemmingsmiddelen, zoals stofmasker, antislip veiligheidsschoenen, veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van type en gebruik van het elektrisch gereedschap, verminder het risico van letsel.
c) Voorkom onbedoeld starten van het gereedschap. Verzeker u ervan dat de schakelaar in de stand "UIT" staat, voordat u de netstekker in de wandcontactdoos steekt. Wanner u tijdens het dragen van het apparaat een vinger op de schakelaar houdt of het apparaat ingeschakeld op de netvoeding aansluit, kan dit leiden tot ongevallen.
d)Verwijder afstelgereedschap of moersleutels voordat u het apparaat inschakelt. Gereedschap of een moersleutel die zich in een draaiend deel van het apparaat bevindt, kan leiden tot letsel.
e) Vermijd een abnormale lichaamshouding. Zorg voor een goede houding en bewaar op elk moment uw evenwicht. Dan kut u het apparaat in onverwachte situatuies beter onder controle houden.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen loszittende kleding of sierraden. Houd haren, kleding en handschoenen verwijderd van bewegende delen. Loszittende kleding, sierraden of lange haren hunnen door bewegende delen worden gegrepen.
g) Dit apparaat is Niet bedoeld om te worden gebruikt door Personen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, zintuiglijke of geestelijkke vaardigheden, met onvoldoende ervaring en/of met onvoldoende kennis, tenzij zij onder toezicht staan van een persoon die voor hun verilighheid verantwoordelijk is of zich door deze personen+zijn geinstrueerd in het gebruik van het apparaat. Kinderen要去en onder toezicht staan om te voorkomen dat zich spelten met het apparaat.
h) Pas op voor een vals gevoel van verilheid en neem de veriligeidsvoorschriften voor elektrisch gereedschap in acht, ook wanner u na veelvuldig gebruik vertrouwd met het elektrisch gereedschap bent. Onoplettendheid kan binnen een fractie van een seconde tot ernstig letseleiden.
4. Zorgvuldige omgang met en gebruik van elektrisch gereedschap
a) Zorg dat u het apparaat Niet overbelast. Gebruik voor uw werkzaamheden het waarvoor bedoelde elektrische gereedschap. Met het juiste elektrische gereedschap werkt u better en veiliger binnen het aangegeven vermogensbereik.
b) Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat Niet meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
c) Verwijder de stekker uit de wandcontactdoos voordat u afstellenen aan het apparaat uitvoert, accessoires verrangt of het apparaat aan de kant legt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt dat het apparaat onbedoeld worden gestart.
d) Bewaar elektrisch gereedschap, wonneer het nicht worden gelebruikt, buiten bereik van kinderen. Laat geen personen met het apparaat werkden die waar Niet mee vertrouwd zijn of die deze aanwijzingen Niet hebben gelezen. Elektrisch gereedschap is gevaarlijk wonneer dit door onervaren Personen worden gelebruikt.
e) Onderhoud het apparaat zorgvuldig. Controleer dat bewegende delen correct functioneren en Niet klemmen en dat er geen onderdelen zich gebroken of zodanig beschadigd dat de werkking van het apparaat nudelig worden beinvloed. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het apparaat repareren. Veel oncevallen worden verooorzaakt door slecht onderhonden elektrisch gereedschap.
f) Gebruik elektrisch gereedschap, accessoires, hulpmiddelen enz. in overeenstemming met deze aanwijzingen en zoals voor dit specifieke type apparaat is voorgeschreven. Houd waar bij rekening met de werkomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor ander dan het bedoelde gebruik kan leiden tot gevaarlijke situatuies.
g) Zorg ervoor dat de grepen en greepvlakken schoon en vrij van olie en vet blijven. Gladde grepen en
greepvlakken makeen een veilig gebruik en controle over het elektrisch gereedschap in onverwachte situatuies onmogelijk.
5. Service
a) Laat het apparaat uitsluitend repareren door gekwalificeerd technisch personeel en uitsluitend met originele onderdelen. Daarmee blijft de veiligheid van het apparaat gewaarborgd.
b) Wanneer het netsnoor van dit apparaat is beschadigd, moet dit door de fabrikant, zijn klantenservice of een gelijkwaardig gekwalificeerd personen worden verrangen om gezaren te voorkomen.
Bescherming van de gezondheid

Letop!Draagadembescherming:verfnevel en oplosmiddeldampen zijn schadelijk voor de gezondheid. Werk uitsluitend in ruimten met goede naturuurlijke ventilatie of gebruik geforceerde ventilatie. Het dragen van werkkleding, veiligheidsbril, gehoorbescheming en handschoenen worden aanbevolen.
Brandbare coatingmaterialen

De spuitpistolen mogen nicht worden gebrukt voor het verspuiuten van brandbare stoffen.
Explosiebeveiling

Gebruik het apparaat nicht in ruimtes die onder de explosiebeveiligingsverordening vallen.
Explosie- en brandgevaar bij spuitwerkzaamheden door ontstekingsbronnen

Er mogen zich geen ontstekingsbronnen in de omgeving bevinden, bijv. open vuur, het roken van sigaretten, sigaren en pijpen, vonden, gloeende draden, hete oppervlakken, enz.
Elektrostatice lading (vonk-en vlamvorming)

Op grond van de stromingsnelheid van het bedekkingsmaterial bij het spuiken kuren er aan het apparaat elektrostatische ladingen ontstaan. Deze kuren bij ontlading de vorming van vonden of vlammen tot gevolg hebben. Daarom要去 het apparaat.altijd via de elektrische installmentie geaard zich. Het apparaat要去 via een volgens de voorschriften geaardeveiligheidscontactdoos worden aangesloten.
Ventilatie
Om brand- en explosiegevaar alsook beschadigingen van de gezondheid bij spuitwerkzaamheden te voorkomen, moet voor een goede naturulijkke of kunstmatige ventilatie gezorgd worden.
Apparaat en spuitpistol bveiligen
Beveilig de slangen, accessoires en filteronderdelen volledig voordat u de spreipomp gekruikt. Onbeveiligde onderdelen stoten soms een sterke krachtuit ofveroorzaken lekken van vloeistof onder hoge druk, met zware schade tot gevolg. Het spuitpistol dient bij montage of demontage van de spuitdop en bij onderbreking van de werkzaamheden altijd te worden geborgd.
Terugstoot van het spuitpistol

Bij een hoge werkdruk komt bij het overhalen van de trekker een reactiekracht van maximaal 15N vrij. Indien u hier Niet op bent voorbereid, kan de hand worden teruggestoten of kunt u het evenwicht verliezen. Hierdoor kan letsel ontstaan. Een continue belasting door deze terugstoot kan tot blijvende gezondheidsschade leiden.
Maximale werkdkruk
De maximale werkdruk voor spuitpistool, spuitpistooltoebehoren en hogedrukslang mag Niet lager zichn dan de op het apparaat vermelde maximale werkdruk van 110 bar (11 MPa).
Coatingmaterial
Houd rekening met gevaren die het gevolg{kennen zich van het verspoten materiaal en neem tevens de aanwijzingen op de verpakking of van de fabrikant van het materiaal in acht. Verspuit geen materialen waarvan u de eventuele gevaren nicht kent.
Hogedrukslang (veiligheidsaanwijzing)

Let op, gevaar voor letsel door injectie! Door slijtage, knikken en nietdoelmatig gebruik hunnen lekplaatsen in de hagedrukslang ontstaan. Door een lekplaats kan vloeistof in de huid geinjecteerd worden.
Hogedrukslang vór elk gebruik grondig controleren.
Vervang een beschadigde hagedrukslang onmiddelijk.
Probeer nooit een defecte hagedrukslang zich te repareren! Vermijd scherpe bochten en knikken. Dekleinste buigstraal mag ongeveer 20 cm bedragen.
Rijd Niet over de hagedrukslang en bescherm deze gegen scherpe voorwerpen en kanten.
Nooit aan de hogedrukslang trekken om het toestel te bewegen.
Hogedrukslang nicht in oplosminder leggen. Buitenkant alleen met een doordrenkte doek afvegen.
Hogedrukslang zo leggen, dat er geen struikelgevaar besteht.
Elektrostatische lading van spuitpistol en hogedrukslang wordt via de hogedrukslang afgeleid. Daarom要去 de elektrische waarstand tussen de aansluitingen van de hogedrukslang gelijk zijn aan ofkleiner zichn dan 197k /m (60k /ft.)

Vanwege de werkung,veiligheid en levensduur,alleen WAGNERoriginele-hogedrukslangen en spuitmondstukken gebruiken.Overzicht zieReserveonderdelenlijst".

Bij oude hagedrukslangen stijgt het risico op beschadigingen. Wagner raadt aan, de hagedrukslang n 6aar te verrangen.
Aansluiting van het apparatus
De aansluiting moet via een voorschriftmatig geaard veiligheidsstopcontact plaatsvinden. De aansluiting moet met een foutstroombeschermingsinrichting INF ≤ 30mA waaruitgerust.
Apparaat opstellen

Bij werkzaamheden binnen:
Nabij het apparaat mogen zich geen oplosmiddelhoudende dampen hunnen ophopen. Het apparaat opstellen aan de van het spuitobject afgekeerde zijde. Minimale afstand van 5 mussen het apparaat en het spuitpistol aanhouden. Bij werkzaamheden buiten:
Er mogen geen oplosmiddelhoudende
Let op de windrichting.
Het apparaat zo opstellen, dat zich geen oplosmiddelhoudende dampen bij het apparaat+kunnen ophopen.
Minimale afstand van 5 mussen het apparaat en het spuittpistol aanhonden.
Onderhoud en reparations

Voor alle werkzaamheden aan het apparaat drukontlasting uitvoeren en netstekkeruit de contactdoos halen.
Reiniging van de apparatuur

Gevaar voor kortsluiting door binnendringend water! Spuithet apparaat nooit meteen hagedrukof stoomhagedrukreiniger af.
Reiniging van de apparatuur met oplosmiddel

Gevaar
Bij de reiniging van de apparatuur met oplosmiddel mag in geen geval in een reservoir met eenkleine opening (spongat) worden gespoten of gempont. Gevaar voor de vorming van een ontplofaar gas/ luchtmengsel. Het reservoir dient geaard te zich. Gebruik voor het schoonmaken geen brandbare materialen.
A Harding van het werkstuk
Het te coaten werkstuk moet geaard zich.

Indien vloeistof zich onder de uitlaatklep ophoopt, bestaat de möglichkheid van lekkage van de zuigerpakking.
Als het bedrivf worden voortgezet+kennenuitlopen van vloeistof en verruilingen onder het apparaat ontstaan.
Toe te passen materialen
- Dispersie- en latexverven voor binnenshuis.
- Lakken en houtbeschermingsmiddelen die water en/of oplosmiddel bevatten. Lakverven, oliën, oplosmiddelen, kunstharslakken, PVC-lakken, voorlakken, grondlakken, en roestwerende verven.
- Materialen die sterk schurende bestanddelen bevatten, gevelverf, logen en zuurhoudende coatingmaterialen.
- Brandbare coatingmaterialen, materialen de aceton of nitro-verdunning bevatten.
Toepassingsbereik
Coaten van wanden binnenshuis alsookkleine en middelgrote objecten buitenshuis (bijv. schuttingen, garagedeuren etc.).
Het commercie gebruik isuitgesloten.
| Technische gegevens | |
| Spanning 230V, 50 Hz | |
| Opgenomen vermogen 350 W | |
| Isolatieklasse I | |
| Maximale druk 11 MPa (110 bar) | |
| Doorstroomhoeveelheid bij 69 bar (0 bar) | 0,9 l/min (2,0 l/min) |
| Maximale temperatuur coatingmaterial | 43°C |
| Geluidsdrukniveau* Onzekerheid | 78 dBA K= 4 db |
| Geluidsdrukvermogen* Onzekerheid | 91 dBA K= 4 db |
| Trillingsniveau** Onzekerheid | 3,8 m/s2K = 1,5 m/s2 |
| Max. temperatuur coatingmaterial | 40°C |
| Pomp Zuigerpomp | |
| Max. volume bovenste reservoir 5,5 l | |
| Max. grootte mondstuk 515 HEA | |
| Max. slanglengte 22, 5m | |
| Leeg gewicht (pomp, slang, spuitpistol) | 4,1 kg |
- Gemeten volgens EN 50580
** Gemeten volgens EN 60745-1
Informatie over het trillingsniveau
Het aangegeven trillingsniveau is volgens een genormaliseerde testprocedure gemeten en kan ter vergelijkking van elektrisch gereedschap worden gezruikt.
Het trillingsniveau dient ook voor een inleidende inschatting van de trillingsbelasting.
Pas op! De trillingssemissiewaarde kan tijdens het feitelijke gebruik van het elektrische gereedschap van de aangegeven waarde afwijken, afhankelijk van de wijze waarop het elektrische gereedschap worden gebruikt. Het isoodzakelijk om veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de bedienende person vast te leggen, die op een schatting van de blootstelling tijdens de feitelijke gebruiks Voorwaarden berusten (hierbij dienen alle delen van de bedrijfscylus in acht genomen te worden, bijvoorbeeld tijden, waarin het elektrische gereedschap isuitgeschakeld, en zulke, waarin het weliswaar is ingeschakeld maar zonder belasting draait).
Het typeplaatje en de productiecode bevinden zich aan de onderzijde van het apparatus.

Componenten
- Spuittpistol met filter
- Spuittkophouder
Hogedrukslang 7,5 m lang
Benodigd montagegereedschap
- Twee steeksleutels
WAARSCHUWING
De netstekker pas in de wandcontactdoos steken, wanner het apparaat compleet is geassembleerd.
Bedieningselementen en functies
AAN/UIT-schakelaar De AAN/UIT-schakelaar schakelt het apparaat aan en uit (O = UIT, = AAN)
Spuitpistool Met het spuitpistool worden de uitstoot van vloeistof gestuurd.
Spuitslang De spuitslang verbindt het pistool met de pomp.
Retourslang Bij het ontluchten worden de vloeistof door de retourslang�ak de tank teruggevoerd.
PRIME/SPRAY-schakelaar
De PRIME/SPRAY-schakelaar voert de vloeistof in de stand SPRAYaar de spuitslang en in de stand PRIMEaar de retourslang.



Montage

Zet het spuitpistol op het dunnere einde van de slang en draai het pistol op de slang. Draai de schroefdraad met een schroefsleutel goed vast.

Draai de schroefdraad aan het andere einde van de slang op de slangaansluiting. Houd met een schroefsleutel de slangaansluiting vast en draai de slang met een andere schroefsleutel vast.
Verfzeven
Om te voorkomen, dat spuitkop en filter nsel verstopt raken, is het aan te raden, de verf voor het spuiten te zeven. Neem de aanwijzingen van de fabrikant in acht.
Spuitkop en pistoolfilter selecteren
Selecteer een geschikt pistoolfilter overeenkomstig de gebruekte spuitkopmaat..
Spuitkopmaat Verf Filter
311 Voor dunvloeibare
rood
515 Voor dikvloeibare grondstoffen,
wit
b.v.: emulsieverf voor binnenscholderwerk, latexverf, antiroestbehandeling...
Pistool borgen en vrijgeven



Bij het bevestigen van de spuitkop of wanner de spuitkop Niet worden gebruikt,要去 trekker.altijd wordengeborgd.
Pistool borgen
Het pistool is geborgd,
wonneer de borging op de
trekker in een hoek van 90^ (haaks) op de trekker staat (in
willekeurige richting).

Pistool vrijgeven
Om het pistool vrij te Geven, de borging op de trekker zo verdraaien, dat deze in een lijn staat met de trekker.

Spuitapparaat aansluten
1) Controlleren, dat de AAN/UIT - schakelaar in de UITstand staat.
2) Aansluiten mag uitsluitend op een correct geaarde wandcontactdoos.

Apparaat drukloos make

BIJ ELKE uitschakeling van het apparaat要去这一点。Bij deze procedure wordt despuitslang drukloos gemaatk.
1) Het spuitpistol borgen en de AAN/UIT-schakelaar in de UITstand zetten.
2) De PRIME/SPRAY-schakelaar in de PRIME-stand zetten.

3) Het spuitpistool vrijgeven, op een stuk hout of karton richten en de trekker indrukken.
4) Het spuitpistol borgen.

Pomp bedrijfsklaar make
1) Let erop, dat het inlaatfilter in de tank goed zit. Zonodig vastklikken zoals afgebeeld.
2) Druk eenmaal op de knop op de filter. Daardoor is een correcte werkung van het inlaatventiel gegarandeerd.
3) De PRIME/SPRAY-schakelaar in de PRIME-stand zetten.
4) De netkabel van het spuitapparaat insteken en de AAN/UIT-schakelaar in de AAN-stand zetten.
5) De pomp op UIT zetten.

Aanbevolen worden om de volgende stappen eerst met water uit te voeren, om te controleren, of het systemen alle aansluitingen zich {.
6) De tank vullen met de te gebruiken grondstof. Daar bij Niet boven de vullijn komen (zie afbeelding). Het deksel weeop op de tank plaatsen.
7) De PRIME/SPRAY-schakelaar in de stand PRIME lien, het apparaat nog een keer op AAN zetten en controleren, dat de grondstof door de retourslang loopt.



Plaats de dekselijdens het gebruik. De deksel sluit Niet luchtdicht. Kantel het gezulde apparaat waarom Niet.
Material aanzuigen
Voer de volgende stappen uit, zonder dat het spuitkop op het pistool bevestigd is.
1) Het spuitpistool vrijgeven en de PRIME/SPRAY-schakelaar in de PRIME-stand zetten.

2) De trekker indrukken en VASTHOUDEN, het spuitpistol waar bij in een afvalreservoirRCTen.

3) De pomp inschakelen

WAARSCHUWING

Niet met de handen in de vloeistofstraal komen.
4) Met ingedrukte trekker de PRIME/SPRAY -schakelaar op SPRAY zetten. De trekker vasthouden, tot lucht, water of oplosmiddel vollediguit de spuitslang is verwijderd en de verf ongehinderd stroomt.
5) De trekker loslaten, de PRIME/SPRAY-schakelaar in de PRIME-stand zetten en de pomp op UIT zetten.




6) Het pistool nog een keer in het afvalreservoir richten en de trekker indrukkken, om er zeker van te zich, dat de slang volledig drukloos is.
7) Het spuitpistol borgen.
8) De spuitkopeenheid op het pistool draaien. Met de hand vastdraaien.
Met het vastdraaien onder deze beginnen,

omuiteindelijk de gewenste spuithoek te bereiken.

9) Spuitkopplaatsen (de spuit wijst waar bij in spuitrichting).
Uw toestel is nu bedrijfsklaar.
Gebruik
A VOORZICTIG
Let erop, dat de verfslang Niet is geknikt en Niet in de buurt van voorwerpen met scherpe kanten ligt.
1) De pomp op AAN zetten en de PRIME/SPRAYschakelaar in de SPRAYstand zetten.
2) Zodra de motor uitschakelt, het spuitpistol vrijgeven en op een testoppervlak spuiten, om het spuitresultaat te controleren.

Zodra zich in de slang voldoende druk heeft opgebouwd, schakelt demotor automatisch uit. De motor schakelt afhankelijk van de drukvraag in en uit.


Goed spuitresultaat

Slecht spuitresultaat (strepen)
Wanneer het spuitresultaat schaduwen of strepen vertoont, kan dat de volgende oorzaken hebben: spuitkop of spuitpistoolfilter verstopt; spuitkop versleten of verfontvoldoende verdund. Meer informatie onder "Storingen bij spuiten verhelpen" op de volgende pagina.
Spittechniek
De sleutel tot hoogwaardig spuitwerk is het gelijkmatig coaten van het complete oppervlak. Dit worden bereikt met een gelijkmatige spuitstraal. Neem de volgende TIPS inRCT.
TIP: De arm met gewelijkmatige nselheid en met gelijkblijvende afstand tussen spuitpistol en te coaten oppervlak bewegen. Optimaal is een afstand van 25 tot 30 cm tussen spuitpistol en te coaten oppervlak.

TIP: Het spuitpistol in een rechte hoek ten opzichte van het te coaten oppervlak houden, voor een gelijkmatig spuitresultaat.

TIP: Het spuitpistol in een rechte hoek ten opzichte van het te coaten oppervlak houden. De spuitbeweging met de arm uitvoeren, Niet met de Pols.

TIP: De trekker aan het begin van een spuitbaan indrukken en pas aan het einde van de baan weeer loslaten. De trekker Niet in het midden van de baan indrukken. Dat zou leiden tot een ongelijkmatig, vlekkerig spuitresultaat.

OVERIGE TIPS
De spuitbanen ongeveer 30% laden overlappen. Dat geeft een gelijkmatige coating.
Wonneer het spuiten worden beeindigd, de procedure APPARAAT DRUKLOOS MAKEN uitvoeren en de netstekker verwijderen.
Tijdens het spuiten het deksel op de tank lately zitten.
Zo kan er geen vuil in de grondstof vallen.
WANNEER DE WERKZAAMHEDEN MEER DAN EEN UUR WORDEN ONDERBROKEN, DE PROCEDURE VOOR KORTSTONDIGE OPSLAG UITVOEREN, ZOALS BESCHREVEN IN DE PARAGRAAF OPSLAG IN DIT HANDBOEK (agina 66).
Hieronder worden enkele keine problemen vermeld, die bij het spuiten können optreden. Door het optreden van deze problemen, worden de grondstofstroom en daarmee het spuitresultaat beinvloed of komt er geen grondstofeer uithet pistool.
Om deze problemen te verhulpen de op deze pagina vermelde aanwijzingen opvolgen.
Verstopping in de spuitkop verwijderen

WAARSCHUWING

In geen geval proberen om de verstopping van de spuitkop met uw vingers te verwijden.

VOORZICHTIG
Voor het reinigen geen spel'd of andere scherpe voorwerpen gebruiken. De hardmetalen kop kan daardoor worden beschadigd.
Wonneer het spuitresultaat ongelijkmatig is of er bij het indrukken van het pistool geen straal vrijkomt, de volgende stappen uitvoeren:
1) De pomp uitschakelen, de trekker loslaten en het pistool borgen.


2) De omschakelbare kop 180^ verdraien, zodat de pijl waar dechterzijde van het pistool wijst.
Wanner de spuitkop onder druk staat, kan het moeilijk zijn om deze te verdraaien. De PRIME/SPRAY-schakelaar in de PRIME-stand zetten en de trekker van het pistool indrukken. Zo worden de druk afgelaten en kan de kop makkelijker worden verdraaid.

3) De PRIME/SPRAY-schakelaar in de SPRAY-stand zetten.
4) Het spuitpistool vrijgeven, het pistool op een stuk hout of karton richten en de trekker indrukken. Door de druk in de spuitslang kan de oorzaak van de verstopping eruit worden geblazen. Zodra de spuitkop vrij is, komt er onder hoge druk vermuit.
Wanneer er nog steeds geen verfuit de spuitkop komt, de in de volgende kolom vermelde stappen uitvoeren.
5) De trekker loslaten en het pistool borgen.
6) De spuitkop zo verdraaien, dat de pijl weeer maar voren wijst (SRAY-stand).
7) Het pistool vrijgeven en het spuitproces voortzetten.

Verstopping in het spuitpistoolfilter verwijdersen
Het filter moet bij elk gebruik van het spuitapparaat worden gereinigd. Bij het verwerken van dikvloeibare verf moet het filter zonodig vaker worden gereinigd.
1) De procedure Apparaat drukloos maken (pagina 60) uityoeren.
2) De trekkergeleiding van de filterbehuizing losmaken, door de geleiding maar voren van de filterbehuizing te trekken. De behuizing losdraaien.

3) Het filteruit de behuizing van het spuitpistol verwijderen en met een geschikte reinigingsoplossing reinigen (warm sop).
Bij het reinigen van het filter letten op afzettingen in de gebruekte grondstof. Zie Verf zeven, (pagea 60).
4) Het filter op gaten controleren (zie afbeelding hierboven). Wanneer er gaten aanwezig zijn, het filter vervaangen.

VOORZICHTIG
HET FILTER NOOIT MET EEN SCHERP VOORWERP BEWERKEN!
5) Het gereinigde filter met de verjongde zichde eerst in de behuizing van het pistool schuiven.
De verjongde ziche van het filter moet op de juiste wijze in het pistool worden geschoven. Anders kan het gebeuren, dat de spuitkop verstocht raakt of dat er geen grondstofeer uit het pistool komt.
6) De behuizing waar vastdraaien en de trekkergeleiding waar op de behuizing vastdrukken.
Verstopping in het inlaatfilter verwijdermen
1) De procedure Apparaat drukloos maken (pagina 60)uitvoeren.
2) De tank volledig leegmaken (zie Tank leegmaken, pagina 64).
3) Het inlaatfilter uit de tank verwijderen. Om het filter los te make,zonodig een schroevendraaier gebruiken.
4) Het inlaatfilter met een geschiktereinigingsoplossing reinigen (warm sop).
5) Het filter terugplaatsen.

Wanneru, na het uityoeren van de op deze pagina vermelde stappen, nog steeds problemen hebt met het spuiten, vindt umeer informatie op de pagina STORINGEN VERHELPEN (pagina 68)
Belangrijke aanwijzingen voor reiniging!
DEZE AANWIJZINGEN EN WAARSCHUWINGEN VOOR REINIGING VAN HET SPUITAPPPARAAT LEZEN!
Een grondige reiniging en smering van het spuitapparaat vormt de belangrijkste voorwaarde voor een correcte werkung van het apparaat na opslag.
- Het spuittoestel en de componenten reinigen met een geschikt reinigingsmittel (bijv. warm zeepwater bij in water oplosbare spuitmaterialen).
- Na de reiniging van het spuitapparaat de reinigingsoplossing op de juiste wijze afvoeren.
Tank leegmaken


1) Alle stappen van de procedure "Apparaat drukloos maken" (pagina 60) uitvoeren.
2) Het deksel van de tank verwijdersen.
3) Houd het apparaat vast bij de tweet handgrepen links en rechts.
4) Het spuitapparaat optillen en zo houden, dat de vloeistof via een van de voorste hoeken van de tank in het oorspronkelijke reservoir terug kan lopen.

WAARSCHUWING
Wanner het apparaat is gemuld met spuitmaterial, kan het zeer zwaar zijn. Het apparaat met de armen tillen en Niet met de rug, om letsel te voorkomen.
A VOORZICTIG
Let erop, dat vloeren en meubels zich afgedekt, om schade aan eigendommen te voorkomen.
Verfslang leegmaken
Door het uitvoeren van deze stappen kan het in de spuitslang achtergebleven verfrestant opnieuw worden gezruikt.
1) Het pistol borgen, de spuitkopeenheid verwijderen en de PRIME/SPRAY-schakelaar op PRIME zetten.

2) De tank met de geschichte reinigingsoplossing vullen.
3) Het spuitpistol gegen de rand van het verfreservoir honden, de trekker indrukken en vasthonden.

4) Met ingedrukte trekker de pomp op AAN zetten en de PRIME/SPRAY-schakelaar op SPRAY zetten.

De pomp laten lopen, tot alle verfuit de slang is verwijderd en erreinigingsoplossing uit het pistoolkommen.
5) De trekker loslaten en de PRIME/ SPRAYschakelaar op PRIME zetten.
6) Het spuitpistol gegen de rand van een ander reservoir honden en de trekker indrukken en vasthouden.

7) De PRIME/SPRAY-schakelaar in de SPRAY-stand zetten en de trekker indrukken, tot vloeistof, die uit het pistool kommt, helder is.
De reingingsoplossing in de tank moet zonodig worden bijgevuld.
8) De PRIME/SPRAY-schakelaar in de PRIME-stand zetten en de trekker van het pistool nog een keer indrukken, om deze drukloos te make.
Tankspoelen
1) De tank met de geschikte reinigingsoplossing zorgvuldig uitspoelen.
Let erop, dat er geen reinigingsoplossing in de motorbehuizing druppelt.
2) Het inlaatfilter uit de bodem van de tank verwijderen en reinigen. Om het filter los te make, zonodig een schroevendraier gebruiken.

3) Het filter terugplaatsen en de reinigingsoplossing op dejuiste wijze afvoeren.
Spuitapparaat spoelen
1) De tank met NIEUWE reinigingsoplossing vullen.
2) De PRIME/SPRAY-schakelaar in de PRIME-stand zetten en de pomp op AAN zetten.

3) De reinigingsoplossing van de pomp gedurende 2 tot 3 minuten door de retourslang lien circuleren.
4) De pomp op UIT zetten.

5) De reinigingsoplossing op de juiste wijze afvoeren en verdergaan bij Spuitpistoolcomponenten reinigen op de volgende pagina.
Spuitpistoolcomponenten reinigen
1) De procedure Apparaat drukloos make (pagina 60) uityoeren.
2) Het spuitpistol met behulp van de steeksleutel van de verfslang verwijderen.
3) Het filter uit het spuitpistol halen (zie Verstopping in het spuitpistolfilter verwijderen, pagina 63).
4) Spuitkop uit de spuitkophouder vewijdersen.



5) Spuitkop en filter met een zachte borstel en de geschikte reinigingsoplossing schoonmakers. Niet vergeten de onderlegring en het klemstuk in het achechterste.Deel van de spuitkopeenheid te verwijderen en te reinigen.

6) Enkele druppels olie in de behuizing van het pistool druppelen (zie de met de pijl aangegevenplaats hieronder).
7) Het spuitpistol wee assembleren:
Pistoolfilter met{nieuw einde erestplaatsen en aflsuiting metveervastschroeven.
- Spuitkop, klemstuk en onderlegring monteren, spuitkophouder plaatsen.


8) De verfslang weeer op het spuitpistol draaien. Met steeksleutel vastdraaien.
BELANGRIJK!
Het is aan te raden om, na het reinigen van de pomp, ter voorbereiding op het opslaan, de pomp opnieuw te spoelen met warm sop. De aanwijzingen onder Pomp spoelen herhalen.
Inlaatventiel reinigen
Wanner het apparaat problemen heeft met het aanzuigen, moet zonodig het inlaatventiel worden gereinigd of verrangen. Dit probleem kan zijn veroorzaakt door ondeskundige reiniging en/of opslag.
1) Het inlaatfilteruit de bodem van de tank verwijdersen.

2) Inlaatventiel-behuizing (1) met inbussleutel (8mm) losdraaien en verwijderen.
3) Verwijder de klepzitting (2), de kogel (3), de veer (4) en de O-ring (5) met geschikt gereedschap (bijvoorbeeld een spitse tang, pincet).
Tip: Het apparaat kan ook ondersteboven worden gezet met de deksel erop; tik op de onderkant van het apparaat om de onderdelen los te make.
4) Controller alle onderden en het klepgedeelte (6) in het reservoir en reinig ze grondig. Vervang beschadigde onderden.
5) O-ring op de inlaatventielbehuizing (1) goed smeren.
6) Plaats alle onderdelen zoals getoond op de afbeelding terug. De conische zichde van de inlaatventiel-zitting (2) moet maar beneden wijzen.
7) Inlaatventiel-behuizing (1) met inbussleutel (8mm) weergoed vastdraien.


Uitlaatventiel verrangen
Het verrangen van het uitlaatventiel kan nodig�n, wanner het spuitresultaat ook na het uitvoeren van alle in dit handboek onder "Storingen bij spuiten verhelpen" vermelde stappen Niet maar tevredenheid is.
1) Verwijder de hagedrukslang met twee schroefsleutels van het uitlaatventiel.
2) Draai de schroef (inbussleutel 2,5 mm) aan de onderkant van het uitlaatventiel los, maar verwijder.Deze Niet.
3) Verwijder het uitlaatventiel met een schroefsleutel van het basisapparaat.
4) Controller het uitlaatventiel en reinig dit grondig (met name de kogelzitting aan dechterkant). Indien nodig verwangen.
5) Het inwendige van de uitlaatventielbehuzing controeren. Verfresten verwijderen.
6) Plaats het neue of gereinigde uitlaatventiel weer terug (met een steeksleutel in de uitlaatventielbehuzing vastdraaien).
7) Draai de schroef wee vast.

WAARSCHUWING
Draai de schroef stevig vast om de aarding van de slang en het spuitpistol te garanderen.
Kortstondige opslag (maximaal 8 uur)
Buiten bedrijf stellen
1) Alle stappen van de procedure APPARAAT DRUKLOOS MAKEN (pagina 60)uitvoeren.

2) Langzaam een half kopje water op de verf gieten, om uitdroging waarvan te voorkomen. Het deksel weeer op de tank plaatsen.
3) De spuitpistooleenheid in een vochtige doek wikkelen en in een plastic zak steken. De zak luchtdicht afsluiten.

4) De netkabel van het spuitapparaat verwijdersen.
5) Voor kortstondige opslag het spuitapparaat op een veilige plaats en uit dezonplaatsen.
Inbedrijfstelling
1) Het pistol uit de plastic zak halen en het water door de verf roeren.
2) Controlleren, dat de PRIME/ SPRAY-schakelaar in de PRIME-stand staat.
3) De netkabel van het spuitapparaat insteken en de schakelaar op AAN zetten.
4) De PRIME/SPRAY-schakelaar in de SPRAY-stand zetten.
5) Het spuitapparaat op een geschikt oppervlak testen en met het spuitwerk beginnen.



Spuitapparaat voorbereiden voor langdurige opslag
1) Alle op pagina's 64 en 65 vermelde stappen van de Reiniging要去en zich uitgevoerd.
2) Het inlaatfilter verwijderen. Om het filter los te make, zonodig een schroevendraier gebruiken.

3) Circa 60 ml dunvloeibare machineolie in het inlaatventiel gieten.

4) De slang van het uitlaatventiel verwijderen, een doek over het uitlaatventiel leggen en de schakelaar op AAN zetten. Het apparaat vrij seconden lately lopen.

5) De pomp op UIT zetten.

6) Plaats de inlaatfilter terug en druk op de knop op de filter.

7) Het complete apparaat, de slang en het pistool met een vochtige doek schoonvegen, om verfresten te verwijderen.
8) De hopedrukslang weeop het uitlaatventiel en het deksel weer op de tankplaatsen.

Opslag / Conservering van spuitpistol
1) De trekkergeleiding van de filterbehuizing losmaken, door de geleiding maar voren van de filterbehuizing te trekken.

2) De behuizing losdraaien.

3) Draai het spuitpistol om en doe er een paar druppeltjes olie in.

4) Zet het spuitpistol weein elkaar.
WAARSCHUWING
Voor onderhoudswerkzaamheden het apparaat algtd drukloos make (zie APPARAAT DRUKLOOS MAKEN, pagina 60).
| A. Het spuitapparaat start niet. | 1) De netstekker is Niet goed ingestoken. 2) De AAN/UIT-schakelaar staat op UIT. 3) Het spuitapparaat schakelt uit, verwijl er nog druk is. 4) De wandcontactdoos levert geen stroom. 5) De verlangkabel is beschadigd of heeft een tekleine aderdiameter. 6) De motor is defect. | 1) Netkabel insteken. 2) De AAN/UIT-schakelaar op AAN zetten. 3) De motor schakeltijdens het spuiten affankelijk van de drukvraag IN en UIT. Dit is normalaal. Ga verder met het spuitwerk. 4) De netvoeding zorgvuldig controleren. 5) De verlangkabel verrangen. 6) Het spuitapparaat� aan een door Wagner geauthoriserde klantenservice brengen. |
| B. Het spuitapparaat start, haar zuigt geen verf aan, wonneer de PRIME/ SPRAYschakelaar in de PRIMEstand worden gezet. | 1) Het apparaat is Niet ontucht of heeft een lek. 2) De tank is leeg. 3) Het apparaat staat Niet op de grond. 4) Het inlaatfilter is verstop. 5) Het in- of uitaatventiel klemt. | 1) Probeer het apparaat opnieuw te ontuchten. 2) De tank bijvullen. 3) Het apparaat op de grond zetten. 4) Het inlaatfilter reinigen. 5) In- en uitaatventiel reinigen en versleten onderden vervangen. Het inlaatventiel is möglichd door oude verfresten verstopt. Om het filter los te make op de lip van het inlaatfilter drukken. |
| 6) Het inlaatventiel is versleten of beschadigd. 7) Het PRIME/SPRAY-ventiel is verstopt. | 6) Het inlaatventiel terugplaatsen. 7) Het spuitapparaat� aan een door Wagner geauthoriserde klantenservice brengen. | |
| C. Het spuitapparaat zuigt verf aan, maar zodia de trekker van het pistool wordt ingedrukt, valt de druk weg. | 1) De spuitkop is versleten. 2) Het inlaatfilter is verstop. 3) Het pistool- of spuitkopfilter is verstop. 4) De verf is te dikvloeibaarof te grof. 5) De uitaatventieleenheid is vervuild of versleten. 6) De inlaatventieleenheid is beschadigd of versleten. | 1) De spuitkop verzangen door een neuew. 2) Het inlaatfilter reinigen. 3) Reinigen of verzangen door een geschikt filter. Reservefilters moeten algtd op voorraad worden gehonden. 4) Verf verdunnen of zeven. 5) Uitaatventieleenheid reinigen of verzangen. |
| D. Het PRIME/SPRAY-ventiel staat op SPRAY en er stroomt grondstof door de retourslang. | 1) Het PRIME/SPRAY-ventiel is vervuild of versleten. | 1) Het spuitapparaat� aan een door Wagner geauthoriserde klantenservice brengen. |
| E. Het spuitpistool lekt. 1) | De inwendige delen van het pistool� versleten of vervuild. | 1) Het spuitapparaat� aan een door Wagner geauthoriserde klantenservice brengen. |
| F. De spuitkophounder lekt. 1) | De spuitkop is Niet juist gessembleerd. | 1) De spuitkophounder controeren en zonodig op de juiste wijze assembleren. |
| 2) Een pakking is versleten. | 2) De pakking verzangen. | |
| G. Het spuitpistool spuit niet. | 1) De spuitkop of het pistoolfilter is verstop. | 1) Het spuitkop- of pistoolfilter reinigen. Zie Verstopping in de spuitkop verwijderen. |
| 2) De spuitkop staat in de CLEAN-stand (reninging). | 2) De spuitkop in de SPRAY-stand zetten. | |
| 3) De PRIME/SPRAY-schakelaar is Niet in de SPRAY-stand gezet. | 3) De PRIME/SPRAY-schakelaar in de SPRAY-stand zetten. | |
| H. Het spuitresultaat vertoont schaduwen of strenen. | 1) Pistool, spuitkop of inlaatfilter is verstop. | 1) De filters reinigen en de verf zeven. |
| 2) De spuitkop is versleten. | 2) De spuitkop verzagen. | |
| 3) De verf is te dik. | 3) De verf verdunnen. | |
| 4) Drukverlies. | 4) Zie Oorzaken en Oplossingen onder probleem C. |

SPUITPISTOOL
Nr. Ond.nr. Beschrijving Aantal
1 0517 200 Spuitafschemming 1
2* 0517 311 Spuitkop 311 (voor dunvloeibare materialen)
3* 0517 515 Spuitkop 515 (voor dikvloeibare materialen)
4* 0517 900 Houser en onderlegring 1
5* 2399788 Complete pistoolset (incl. pos.1,7,8,9)
60418711Filter rood 2
7* 0418 713 Filter wit 2
8* 2337 235 Pakking 1
9 2337 245 Filterbehuzing 1
- Slijtdelen: vallen nicht onder de garantie

Bij gebruik van een ander spuitkop要去 het passende filter gebruikt worden.
Spuitkop 311 Filter rood
Spuitkop 515 Filter wit

SPUITAPPPARAAT

Accessoires (niet bij levering inbegrepen)
Nr. Ond.nr. Beschrijving Aantal
1 0517 700 Pistol verlenglans (30 cm)
2 2397 787 Draaikoppeling voor spuitpistol
3508619 Olie (118ml) 1
3+1 jaar garantie
De garantie bedraagt 3aar, gerekend vanaf de dag van verkoop (kassabon).De garantie worden met nog eens 12 maanden verlengd, als het apparaat binnen 4 weken na de aankoop op internet op www.wagner-group.com/3plus1 geregistreerd worden. Een registratie is alleen mogelijk, als de koper toestemming verleent voor het opslaan van de gegevens die hij waar moet invoeren. De garantie omvat en is beperkt tot het gratis verhelpen van eventuele gebreken, die aantoonbaar te wijten zich aan het gebruik van net onberispelijk materiaal bij de fabricage of montagefouten of tot het kosteloos verrangen van de defecte onderden. De garantie geldt nicht in geval van beschadigingen te wijten aan ondeskundig gebruik of ondeskundige inbedrijfname. Degarantie vervalt bij zichstandig uitgevoerde montages of reparaties, die nicht in once bedieningshandleiding zich vermeld. De aan normale slijtage onderhevige onderdelen zich eveneens uitzegasloten van garantie.Industriele toepassingen zich van aansprakelijkheid uitzegasloten.Wij behouden ons hetrecht op garantieclaim uitzdukkelijk voor. De garantie vervalt indien het apparaat door andere personen dan het Wagner-personeel worden geopend. Transportschade, onderhoudswerkzaam heden evenals schade en storingen door ondeskundige onderhoudswerkzaamheden zich uitzegasloten van garantie. De garantie geldt alleen als het aankoopbewijs en de volledig ingevulde garantiekaart hun den worden voorgelegd. Tenzij de Wet anders oordeelt, zich garantieclaims uitzegasloten voor alle persoonlijke ongelukken, materielle schade of verdere schade voortvloeendiuit een schadegeval, in het bijzonder indien het apparaat voor een andere toepassing dan in de bedieningshandleiding beschren venerd gebruikt, Niet volgens once bedieningshandleiding in bedrijf werden genomen of onderhoven, of indien reparaties zelfstandig door nicht deskundigen werden uitzgevoerd. Wij behouden ons alle reparaties en reparaties in once werkplaats voor, die buiten het aangegeven bestek van deze handleiding vallen. Indien het een garantie of reparatie betreft,richt u zich tot de desbetreffende dealer.
Aanwijzing voor afvalverwerking

Het toestel met toebehoren en verpakking moet milieuvriendelijk gerecycled worden. Deponeer het apparaat Niet bij het huisvuil. Bescherm het milieu en lever het apparaat in bij een lokaal inzamelpunt of informeer bij de winkel. Verfresten en oplosmiddelen mogen Niet in de riolering, het afvoersysteme of het huisvuil worden gestort. Deze dienen als speciala afval apart te worden afgevoerd. Neem waarvoord de aanwijzingen op de productverpakkingen in acht.
Belangrijke aanwijzing m.b.t. productaansprakelijkheid!
Op grond van een EU-verordening is de fabrikant alleen volledig aansprakelijk voor zijn product bij productfouten, als alle onderdelen van de fabrikant komen of door de fabrikant zich vrijgeveen en als de toestellen vakkundig gemonteerd en gebruikt worden. Bij het gebruik van vreemde toebehoren en reserveonderdelen kan de aansprakelijkheid geheel of gedeelrijk verrallen, als het gebruik van de vreemde toebehoren of vreemde reserveonderdelen tot een productfout leidt.
EU-conformiteitsverklaring
Wij verklaren dat dit product voldoet aan de volgende normen:
2006/42/EG, 2014/30/EU, 2011/65/EU, 2012/19/EU
En normatieve dokumenten:
EN 12100, EN 1953, EN 62841-1, EN 55014-1, EN 55014-2, EN 61000-3-2, EN 61000-3-3, EN 62233
De EU-conformiteitsverklaring worden met het product meegeleverd.
Indien nodig kan de verklaring met bestelnummer 2396006 worden nabesteld.