FCT 4101 N XS - Koelkast FRANKE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis FCT 4101 N XS FRANKE in PDF-formaat.

📄 56 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice FRANKE FCT 4101 N XS - page 14
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : FRANKE

Model : FCT 4101 N XS

Categorie : Koelkast

Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FCT 4101 N XS - FRANKE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FCT 4101 N XS van het merk FRANKE.

GEBRUIKSAANWIJZING FCT 4101 N XS FRANKE

  • Attach pressure plates bo.14 Afmetingen Boter- en kaasvak Verplaatsbare draagplateaus Typeplaatje Stelpoten Rooster vriesgedeelte Verplaatsbare opbergvakken Groenteladen Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
  • Voorkom blessures en beschadigingen: pak het apparaat altijd met twee personen uit en stel het samen op.
  • Neem bij beschadiging van het apparaat onmiddellijk - nog vóór het aansluiten - contact op met de leverancier.
  • Stel het apparaat volgens de aanwijzingen in deze gebruiksaan

wijzing op en houd u aan de aansluitvoorschriften om zeker te zijn van een goede werking.

  • Koppel het apparaat bij storingen los van de netspanning: trek de stekker uit het stopcontact of draai de zekering in de meterkast eruit.
  • Trek de stekker niet aan het netsnoer uit het stopcontact maar pak de stekker vast.
  • Laat reparaties en ingrepen aan het apparaat uitsluitend door de technische dienst of een installateur uitvoeren, aangezien anders grote gevaren voor uzelf en anderen kunnen ontstaan. Hetzelfde geldt voor het vervangen van het netsnoer.
  • Gebruik in het apparaat nooit open vuur of ontstekingsbronnen. Let er daarom tijdens het vervoeren en reinigen van het appa

raat goed op dat het koelmiddelcircuit niet wordt beschadigd. Mocht het koelmiddelcircuit desondanks beschadigd raken, houd het apparaat dan uit de buurt van open vuur. Zorg voor goede ventilatie in het vertrek.

  • Ga nooit op de sokkel, laden, deur enz. staan of leunen om ergens bij te kunnen.
  • Dit apparaat is niet bedoeld voor personen (ook kinderen) met fysieke, sensorische of mentale gebreken of personen, die niet over voldoende ervaring en kennis beschikken, tenzij zij door een persoon, die voor hun veiligheid verantwoordelijk is, in het gebruik van het apparaat worden onderwezen of die aanvankelijk toezicht uitoefent. Kinderen mogen niet zonder toezicht ach

terblijven om te voorkomen dat ze met het apparaat spelen.

  • Voorkom voortdurend huidcontact met koude oppervlakken of te koelen/te bevriezen levensmiddelen want dat kan een pijnlijk of dof gevoel en bevriezing veroorzaken. Bij langdurig huidcontact veiligheidsmaatregelen treffen, bijv. handschoenen dragen.
  • Eet consumptieijs, met name waterijsjes of ijsblokjes, niet direct op nadat u het uit het apparaat genomen hebt. Extreem lage temperaturen kunnen blaren aan uw handen of in uw mond veroorzaken.
  • Consumeer geen levensmiddelen die al over de verbruiksdatum heen zijn of te lang in het apparaat liggen aangezien u hierdoor een voedselvergiftiging kunt oplopen.
  • Het apparaat is bedoeld voor het koelen, invriezen en bewaren van levensmiddelen evenals het maken van ijs. Het apparaat werd ontworpen voor huishoudelijk gebruik. Bij professioneel gebruik (in de horeca, detailhandel enz.) moeten de op de be

treffende bedrijfstak van toepassing zijnde voorschriften worden opgevolgd.

  • Bewaar geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijfgassen (bijv. butaan, propaan, pentaan) in het apparaat. Eventueel vrijkomend gas kan door de elektrische componenten ontstoken worden. U herkent dergelijke spuitbussen aan de erop gedrukte inhoudsvermelding of aan een vlamsymbool.
  • Geen elektrische apparaten binnen het apparaat gebruiken. Deze gebruiksaanwijzing is voor verscheidene modellen geldig, afwijkingen zijn daarom mogelijk. Bedienings- en con- troleelementen Klimaatklasse Het apparaat is ontworpen voor een bepaalde klimaatklasse d.w.z. een maximale temperatuur waarboven het apparaat niet gebruikt mag worden. U vindt de klimaatklasse van het apparaat op het typeplaatje. Hierbij worden de volgende afkortingen gebruikt: Klimaatklasse Omgevingstemperaturen SN +10 °C tot +32 °C N +16 °C tot +32 °C ST +18 °C tot +38 °C T +18 °C tot +43 °C Aanwijzingen ter bescherming van het milieu De verpakking bestaat uit recycleerbaar materiaal. - golfkarton / karton - gevormde delen van geschuimd polystyreen - folies van polyetheen - spanbanden van polypropeen
  • Verpakkingsmateriaal is geen speelgoed voor kinderen - verstikkingsgevaar door folies!
  • Gelieve het verpakkingsmateriaal naar een openbare inzamel

plaats te brengen. Het afgedankte apparaat bevat nog waardevolle materialen en moet gescheiden van het ongesorteerde afval worden afgevoerd.

  • Maak een afgedankt apparaat onbruikbaar: trek de stekker uit het stopcontact, snijd het netsnoer door en zet de sluiting buiten werking zodat kinderen zich niet kunnen opsluiten.
  • Let erop dat het koelmiddelcircuit van het afgedankte apparaat voor afhaling of afgifte bij de door de gemeenten ingerichte depots niet beschadigd wordt.
  • Nadere informatie over het gebruikte koelmiddel vindt u op het typeplaatje.
  • Informatie over ophaaldata of inzamelpunten is de plaatselijke stadsreiniging of bij de gemeentelijke verkrijgbaar.15 Tips om energie te besparen
  • Laat de deur niet onnodig lang open staan.
  • Laat warme gerechten eerst tot kamertemperatuur afkoelen voordat u ze in in het apparaat plaatst. Opstellen
  • Plaats het apparaat bij voorkeur niet in direct zonlicht, naast het fornuis, een radiator enz.
  • De ondergrond moet vlak en waterpas zijn. Gelieve oneffenheden met behulp van de bijgevoegde steeksleutel via de stelpootjes te compenseren.
  • Dek de ventilatieopeningen nooit af. Zorg altijd voor een goede luchttoevoer en -afvoer!
  • Plaats geen apparaten die warmte afgeven op het apparaat, bijv. magnetron, broodrooster enz.
  • De plaatsingsruimte van uw apparaat moet volgens de norm EN 378 pro 8 g koelmiddelmassa R 600a 1 kubieke m bezit

ten zodat er in geval van een lekkage in het koelmiddelcircuit geen ontvlambare gas-lucht-mengeling in de plaatsingsruimte van het apparaat kan ontstaan. Informatie over de hoeveelheid koelmiddel vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. Temperatuur instellen De temperatuur kan met de temperaturregelaar T worden inge- steld. Al naar gelang de stand van de regelaar verandert de op het display D getoonde temperatuur. Wilt u diepvriesprodukten in het vriesgedeelte bewaren, zet dan de temperatuurregelaar tussen 5 °C en 3 °C. In het vriesvak wordt dan een temperatuur van -18 °C of lager bereikt. Opmerking: De indicatie op het display toont niet de heersende binnentemperatuur maar de gewenste temperatuurinstelling. Aansluiten De stroom (wisselstroom) en spanning op de opstelplaats moeten overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje. Het typeplaatje bevindt zich aan de linker binnenkant. Het stopcontact moet d.m.v. een zekering van 10 A of zwaarder beveiligd zijn, buiten de ach

terzijde van het apparaat liggen en goed toegankelijk zijn. Het apparaat alleen via een correct geïnstalleerd randaarde

stopcontact aansluiten.

Temperatuurdisplay - vriesgedeelte Het "temperatuurdisplay - vriesgedeelte" licht op zodra de temperatuur in het vriesgedeelte laag genoeg is. Zo nodig de temperatuurregelaar bijstellen. Temperatuurdisplay - vriesgedeelte Alarm-toets Het apparaat is met een alarmfunctie uitgerust. Alarm - deur van het apparaat open: Als één van de deuren van het apparaat langer dan 60 seconden open blijft, weerklinkt het geluidssignaal. Door het indrukken van de Alarm-toets kan het geluidssignaal worden uitgeschakeld. Na het sluiten van de deur is het alarm weer functioneel. Alarm - temperatuur in het vriesgedeelte te hoog: Als de temperatuur in het vriesgedeelte te hoog is, weerklinkt het geluidssignaal en de LED in de Alarm-toets knippert. Door het indrukken van de Alarm-toets wordt de waarschu

wingstoon uitgeschakeld en de LED knippert niet meer maar brandt continu. De LED gaat uit zodra het in het vriesgedeelte weer koud genoeg is. Dit geval kan optreden:

  • Wanneer de deur van het vriesgedeelte lang open blijft zodat er warme lucht naar binnen stroomt;
  • Na een langdurige stroomonderbreking;
  • Bij een defect van het apparaat. Controleer in alle gevallen of er levensmiddelen opgedooid of bedor

ven zijn. Als de Alarm-LED niet uitgaat, gelieve u met de technische dienst contact op te nemen (zie hoofdstuk Storingen). Alarm-toets Apparaat in- en uitschakelen Wij adviseren u om het apparaat te reinigen voordat u hem in gebruik neemt (zie verder onder " Reinigen"). Inschakelen: Stekker in het stopcontact steken - het apparaat is ingescha- keld.

  • Het temperatuurdisplay D toont de ingestelde binnentemperatuur (Koelgedeelte).
  • Het rode waarschuwingslampje brandt. Het rode waarschu- wingslampje gaat uit, zodra het koud genoeg is in het vriesge

deelte. Uitschakelen: Trek de stekker uit het stopcontact of draai de temperatuurrege- laar T naar "0".16 Invriezen Op het typeplaatje Invriescapaciteit vindt u hoeveel kilo verse levensmid

delen u binnen 24 uur mag invriezen. De invriescapaciteit is afhankelijk van het model en de klimaatklasse van het apparaat. Invriezen

  • Druk de Superfrost-toets S in - het Superfrostlampje gaat branden.

ziening schakelt het invriezen auto

matisch 65 uur na het inschakelen van de Superfrost uit. Schakel Superfrost niet in - wanneer u reeds ingevroren diepvriesproducten in het apparaat legt; - bij het invriezen van minder dan 1 kg verse levensmiddelen per dag. Koelen Indelingsvoorbeeld ➊ boter, kaas ➋ eieren ➌ flessen, conservenblikken, tu- bes ➍ diepvriesprodukten/ijsblokjes ➎ vlees, worst, zuivelprodukten ➏ gebak, kant-en-klare maaltijden, dranken ➐ fruit, groente, sla Opmerkingen

  • Bewaar vloeistoffen en levens

middelen die snel geur of smaak afgeven of aannemen altijd in een gesloten koelkastdoos of afge

dekt. Bewaar sterke alcoholica uitsluitend in een goed gesloten, rechtop staande fles.

  • Fruit, groente en sla kunt u onverpakt in de groenteladen bewaren.
  • Als verpakkingsmateriaal zijn geschikt: koelkastdozen van kunst

stof, metaal (bijv. aluminium), glas en voor hergebruik geschikte kunststof folie en zakken. Indeling veranderen Desgewenst kunt u de draaagplateaus verplaatsen. Til de plateaus van voren op, trek ze er half uit en kantel ze omhoog/om

laag om ze eruit te halen. Bij het terugzetten moet de aanslagrand achter omhoog wijzen aangezien er an

ders levensmiddelen aan de achterwand kunnen vastvriezen. Opbergvakken in de deur verplaatsen Druk het opbergvak omhoog en neem het naar voren weg. Zet het in de omgekeerde volgorde op de gewenste hoogte terug. Desgewenst kunt u de flessenhouder F verschuiven om te voorkomen dat de flessen bij het openen/sluiten van de deur kantelen. Hebt u ruimte voor grote flessen nodig dan kunt u een half glasplaat eenvoudig naar achteren schuiven. Flessenrooster Met het flessenrooster creëert u extra ruimte voor het koelen van dranken. Koelen met ventilator Hiermee bereikt u op alle niveaus een betrekkelijk gelijkmatige temperatuurverdeling; alle levensmiddelen zijn even koel, bij kiesbare temperatuur. Door de geforceerde luchtcirculatie worden de verschillende temperatuurbereiken van de normale werking opgeheven. In principe is het altijd aan te be

velen om: - bij hoge kamertemperaturen (vanaf ca. 30 °C), - bij hoge luchtvochtigheid, bijv. op zomerdagen. In-/uitschakelen: Ventilator-schakelaar te bedie

nen. = aan, 0 = uit. Binnenverlichting Type lampje: gloeilamp 15 W, E14-fitting. Draai in geen geval een lamp van meer dan 15 W in de fitting. Zie voor de spannings

gegevens het typeplaatje. Vervangen van de gloeilamp: Trek de stekker uit het stop- contact of schakel de zekering in de meterkast uit.

  • Druk de boven- en onderkant van het afdekkapje, in 1 en wip het kapje aan de achterkant los 2.
  • De gloeilamp vervangen. Let er bij het indraaien op dat de afdichting correct in de lampfitting zit.
  • Zet het afdekkapje achter terug en druk de boven- en onderkant vast.17 Aanwijzingen voor het invriezen en bewaren
  • De volgende levensmiddelen kunt u invriezen: vlees, wild, gevogelte, verse vis, groente, fruit, zuivelprodukten, brood, bakkerijprodukten, kant-en-klare maaltijden. Ongeschikt zijn: kropsla, rammenas, druiven, hele appels en peren, vet vlees.
  • Verpak levensmiddelen die u zelf invriest altijd in afgemeten porties. Om deze porties meteen door en door te laten bevriezen, doet u er goed aan de volgende maximale hoeveelheden per portie aan te houden: fruit, groente: max. 1 kg, vlees: max. 2,5 kg.
  • Blancheer groenten na het wassen en afmeten van de porties door ze 2-3 minuten in kokend water onder te dompelen en vervolgens snel onder koud water af te spoelen.
  • Voeg geen zout of specerijen toe aan verse levensmiddelen en geblancheerde groenten voordat u ze invriest. Voeg aan overige levensmiddelen slechts weinig zout en specerijen toe. Verschil

lende specerijen veranderen van smaak door het invriezen.

  • Als verpakkingsmateriaal zijn geschikt: diepvrieszakjes, voor hergebruik geschikte koelkastdozen van kunststof of metaal (bijv. aluminium).
  • Breng in te vriezen levensmiddelen niet in contact met reeds ingevroren produkten. Leg uitsluitend droge verpakkingen in het apparaat zodat ze niet aan elkaar kunnen vastvriezen.
  • Noteer altijd datum en inhoud op de verpakkingen. Houd u aan de maximale houdbaarheid.
  • Vries geen flessen en pakken met koolzuurhoudende dranken in aangezien deze kunnen exploderen.
  • Ontdooien: Haal steeds slechts zoveel levensmiddelen uit het apparaat als u direct nodig hebt. Verwerk eenmaal ontdooide levensmiddelen zo snel mogelijk tot een gerecht. Ingevroren levensmiddelen kunt u als volgt ontdooien: – in de hete-luchtoven – in de magnetron – bij kamertemperatuur – in de koelkast: de warmte die voor het ontdooien nodig is, wordt aan de overige produkten in de koelkast onttrokken. Reeds enigszins ontdooide platte porties vlees en vis kunnen heet bereid worden. Groenten kunt u direct bereiden, zonder dat u ze ontdooit (in de helft van de tijd die normaal nodig is om gaar te worden). Ontdooien Koelgedeelte Het koelgedeelte ontdooit auto- matisch. Het vrijkomende water stroomt via de dooiwaterafvoer in de achterwand in een verdampings

schaal buiten het apparaat. Hier ver

dampt het water door de vrijkomende warmte van de compressor. Het enige wat u hoeft te doen, is van tijd tot tijd te controleren of het dooiwater door de dooiwaterafvoer boven de groenteladen ongehinderd kan wegstromen. Zie verder onder "Reinigen". Vriesgedeelte In het vriesvak ontstaat na geruime tijd een dikkere laag rijp of ijs. Hierdoor stijgt het energieverbruik. Ontdooi daarom regelmatig.

  • Schakel het apparaat uit om hem te ontdooien: trek de stekker uit het stopcontact of draai de temperatuurregelaar naar "0".
  • Wikkel de levensmiddelen in oude kranten of een deken en bewaar ze op een koele plaats.
  • Plaats een pan met heet - niet kokend - water op een vriesplaat, om het apparaat sneller te laten ontdooien.
  • Laat de deur van het apparaat tijdens het ontdooien open staan. Neem het laatste restje dooiwater met een doek op en maak het apparaat vervolgens schoon. Gebruik voor het ontdooien geen mechanische of andere hulp

middelen tenzij deze door de fabrikant worden aanbevolen. Reinigen Trek altijd de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit, voordat u het apparaat schoonmaakt. Reinig de binnenkant van het apparaat, de delen van het interieur en de buitenwand met lauw water waaraan een beetje afwasmiddel is toegevoegd. Gebruik in geen geval chemische oplosmiddelen of producten die zand of zuren bevatten. Gebruik geen stoomreinigingsapparaten! Gevaar voor beschadiging en verwonding.

  • Let erop dat er geen water in de elektrische delen of de venti- latierooster dringt.
  • Maak alles goed droog met een doek.
  • Maak het aggregaat en de warmtewisselaar (het metalen rooster aan de achterkant van het apparaat) minimaal één keer per jaar stofvrij en schoon.
  • Reinig de dooiwater-afvoeropening in het koelgedeelte met een spits hulpmiddel, bijv. een wattenstaafje.
  • Beschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat nooit: het is belangrijk voor onze technische dienst.
  • Bij apparaten in rvs-uitvoering een normaal rvs-schoonmaak

middel gebruiken. - Behandel het apparaat na de reiniging met een rvs-onderhouds

middel (gelijkmatig in de slijprichting) om het de beste bescher

ming te geven. Donkere plaatsen op de rvs-oppervlakte en een intensievere kleur kort na de reinigingsbeurt zijn normaal. - Gebruik geen schurende/krassende sponsen, geconcentreerde reinigingsmiddelen evenmin als schoonmaakproducten die zand, chloride of zuur bevatten of chemische oplosmiddelen: die be

schadigen de oppervlakte en kunnen corrosie veroorzaken.

  • IJsblokjeshouder met water vullen.
  • IJsblokjeshouder in de houder in de vriesruimte schuiven.
  • Vervorm de houder enigszins om de ijsblokjes eruit te laten springen of houd hem even onder stromend water.18 Storingen Het apparaat is zodanig geconstrueerd en gefabriceerd dat storingen nagenoeg uitgesloten zijn en een lange levensduur gegarandeerd is. Doet zich desondanks een storing voor, ga dan a.u.b. na of deze misschien het gevolg is van een verkeerde bediening. Is dit het geval dan moeten we helaas ook tijdens de garantietermijn de reparatiekosten in rekening brengen. De volgende storingen kunt u zelf opsporen en verhelpen:
  • Het apparaat werkt niet. Controleer: – of het apparaat is ingeschakeld; – of de stekker goed in het stopcontact zit; – of de zekering in de meterkast nog goed is.
  • Het apparaat maakt te veel lawaai. Controleer: – of het apparaat stabiel staat; – of meubels/voorwerpen naast het apparaat door het draaiende aggregaat aan het trillen worden gebracht. Bedenk dat een diepvriesapparaat nooit helemaal geluidloos kan werken.
  • De temperatuur is niet laag genoeg. Controleer: – of u de temperatuur goed hebt ingesteld (zie onder "Temperatuur instellen"); – of er te grote hoeveelheden verse levensmiddelen in het apparaat gelegd werden; – of de losse thermometer de juiste waarde aangeeft; – of de ventilatie in orde is; – of het apparaat te dicht bij een warmtebron staat. Neem, indien geen van de bovengenoemde oorzaken van toepas

sing zijn en u de storing niet zelf verhelpen kunt, contact op met de technische dienst van de leverancier van het ap

paraat. Zorg dat u tijdens het gesprek de typeaanduiding ➊, het index- ➋ en apparaat- nummer ➌ bij de hand hebt. Het typeplaatje bevindt zich aan de linker binnenkant. Inbouw in het keukenblok Om het apparaat aan de hoogte van het keukenblok aan te passen kunt u er een opbouwkast ➊ op plaatsen. Houd achter de gehele breedte van de opbouwkast een ventilatieruimte van ten minste 50 mm diepte vrij voor de toevoer en afvoer van lucht. De ventilatie

ruimte moet een minimale doorsnede van 300 cm² hebben. Plaatst u het apparaat met de scharnierkant naast een muur ➍ neem dan een af- standlijst (breedte ongeveer 50 mm) tussen kast en muur op. Dit in verband met het uitsteken van de deurgreep bij een geopende deur. ➊ opbouwkast ➋ koel-/vrieskast ➌ keukenmeubel ➍ muur Buiten werking stellen Wilt u het apparaat voor langere tijd buiten werking stellen, schakel het dan uit, trek de stekker uit het stopcontact of draai de zeke- ringen in de meterkast eruit. Reinig het apparaat en laat de deur van het apparaat open staan om geurvorming te voorkomen. Het koelmiddelcircuit werd op lekkages gecontroleerd. Het apparaat is radio- en tv-ontstoord volgens EN 55014 en voldoet zodoende aan EG-richtlijn 87/308/EEG. De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkeling van alle typen en modellen. Hebt u er daarom a.u.b. begrip voor dat wij wijzigingen in vorm, uitvoering en techniek moeten voorbe

Draairichting deur veranderen

  • Haal het afdekdeel 1 eraf.
  • Schroef het scharnier 2 eraf. Haal de onderste deur eraf.
  • Zet het afdekplaatje 4 over naar de andere kant.
  • Zet de scharnierdelen 3 van het scharnier 2 over naar de andere kant.
  • Trek de middelste lagerpen bt er naar beneden uit. Haal de bovenste deur eraf.
  • Zet het stopje bn over naar de andere kant.
  • Schroef het scharnier 5 eraf.
  • Zet het afdekdeel 6 over naar de andere kant.
  • Schroef scharnier 5 180° gedraaid weer vast.
  • Trek de lagerbus bu eruit en zet hem er van boven weer in.
  • Haal het afdekdeel 7 eraf.
  • Schroef het scharnier 8 eraf.
  • Zet scharnierpen 9 van het scharnier 8 over naar de andere kant.
  • Zet de plaathoek bl en afdekdeel bm over naar de andere kant.
  • Schroef scharnier 8 op de linkerkant van het ap- paraat. De schroef M4 moet in het linker gat van het scharnier worden geschroefd. De twee andere schroeven hebben de maat M5.
  • Afdekdeel 7 monteren.
  • Schuif de bovenste deur over scharnierpen 9 en sluit hem.
  • Schuif de middelste lagerpen bt van onder door het scharnier 5 in het deurlager.
  • Schuif de onderste deur over scharnier 5 en sluit hem.
  • Steek scharnier 2 in het onderste deurlager en schroef het scharnier vast.
  • Afdekdeel 1 vastduwen.
  • Drukplaatjes bo vooraan loshalen en wegduwen.
  • Zet de deurgrepen bp en stopjes bq over naar de andere kant.