WM14DBL - Schroevendraaier HiKOKI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis WM14DBL HiKOKI in PDF-formaat.
| Technische specificaties | HiKOKI WM14DBL draadloze schroevendraaier, maximale koppel van 60 Nm, onbelast toerental van 0-400/0-1600 t/min, 13 mm boorkop. |
|---|---|
| Voedingstype | Li-ion batterij 14,4 V, capaciteit van 3,0 Ah. |
| Gewicht | 1,5 kg (zonder batterij). |
| Gebruik | Ideaal voor het schroeven en losdraaien in hout, metaal en composietmaterialen. |
| Onderhoud | Controleer regelmatig de staat van de batterij, maak de boorkop schoon en smeer bewegende delen indien nodig. |
| Veiligheid | Draag een veiligheidsbril, overschrijd de batterijcapaciteit niet, vermijd vochtige omgevingen. |
| Algemene informatie | 2 jaar garantie, compatibel met andere gereedschappen uit de HiKOKI 14,4 V serie. |
Veelgestelde vragen - WM14DBL HiKOKI
Gebruikersvragen over WM14DBL HiKOKI
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Schroevendraaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WM14DBL - HiKOKI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WM14DBL van het merk HiKOKI.
GEBRUIKSAANWIJZING WM14DBL HiKOKI
Lees alle waarschuwingen en instructies aandachtig door.
Nalating om de waarschuwingen en instructies op te volgen kan in een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel resulteren.
Bewaar alle waarschuwingen en aanwijzingen voor eventuele naslag in de toekomst.
De term "elektrisch gereedschap" heeft zowel betrekking op elektrisch gereedschap dat via de netvoeding van stroom worden voorzien als gereedschap dat via een accu (snoerloos) van stroom worden voorzien.
1) Veiligkeit van de werkplek
a) Zorg voor een schone en goed verlichte werkplek.
Een rommelige of donkere werkplek verhoegt de kans op ongelukken.
b) Gebruik het elektrisch gereedschap Niet in een omgeving met ontplofbare vloeistoffen, gassen of stof.
c) Houd kinderen en andere toeschouwers tijdens het gebruik van elektrische gereedschap uit de buurt.
Afleidingen können gevaarlijk sein.
2) Elektrische veiligheid
a) De stekker op het elektrische gereedschap要去 geschikt zich voor aansluiting op de wandcontactdoos.
De stekker mag op geen enkele manier gemodifieerd worden. Gebruik geen verloopstekker met geaard elektrisch gereedschap.
Deugdelijke stekkers en geschiktewandcontactdozen verminderen het risico op een elektrische schok.
b) Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlakken zoals leidingen, radiatoren, fornuizen en koelkasten.
Wanner uw lichaam in contact staat met geaarde oppervlakken loopt u een groter risico op een elektrische schok.
c) Stel het elektrisch gereedschap Niet b loot aan regen of vochtige omstandigheden.
Het risico op een elektrische schok worden vergroot wanner er water in het elektrisch gereedschap terechtkommen.
d) Behandel het snoer voorzichtig. Draag het gereedschap nooit door dit bij het snoer vast te houden. Trek Niet aan het snoer wanner u de stekker uit het stopcontact wilt halen. Houd het snoer uit de buurt van warmtebronnen, olie, scherpe randen of bewegende onderdelen. Een beschadigd of verward snoer verhoegt het risico op een elektrische schok.
e) Gebruik buitenshuis een verlengsnoer dat speificiek geschickt is voor het gebruik buiten.
Het gebruik van een snoer dat specifiek geschikt is voor gebruik buitenshuis vermindert het risico op een elektrische schok.
f) Als het elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving gebruikt moet worden, dient een voeding met RCD (reststroom-apparaat) beveiliging te worden gebruikt.
Gebruik van een RCD vermindert de kans op een elektrische schok.
3) Persoonlijke veriligheid
a) Blijf waakzaam, let voortdurend op uw werk en gebruik uw gezond verstand wanner u elektrisch gereedschap gebruikt.
Gebruik geen elektrisch gereedschap wonneer u moe bent of onder invloed van drugs, alcohol of medicijnen.
Een moment van onoplettendheid kan in ernstig lichamelijk letsel resulteren.
b) Gebruik persoonlijke beschemingsmiddelen. Draag.altijd oogbescherming.
Beschermingsmiddelen zoals stofmaskers, niedglijnde veiligheidsschoenen, een helm of oorbescherming vermindert het risico op lichamelijk letsel.
c) Voorkom dat het gereedschap per ongeluk kan starten. Controller of de schakelaar in de uit stand staat voordat u de voeding en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of gaat dragen.
Zorg ervoor dat u tijdens het verplaatsen van het elektrisch gereedschap uw vingersuit de buurt van de schakelaar houdt en sluit de stroombron Niet aan terwijl de schakelaar op aan staat om ongelukken te vermijden.
d) Verwijder sleutels en moersleutels uit het gereedschap voordat u het elektrisch gereedschap aanzet.
Een (moer-)sleutel die op een bewegend onderdeel van het elektrisch gereedschap bevestigd is kan in lichamelijk letsel resulteren.
e) Reik Niet te ver. Zorg ervoor dat u te allen tjnde stevig staat en uw evenwicht behoudt.
Op denen manier heeft u tijdens een onverwachte situatie meer controle over het elektrisch gereedschap.
f) Draag geen loszittende kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende onderdelen.
Loszittende kleding, sieraden en lang haar{kunnen in de bewegende onderdelen verstrikt raken.
g) Indien het elektrisch gereedschap van een aansluiting voor stofafzuiiging is voorzien dan dient u ervoor te zorgen dat de stofafzuiiging aangesloten en op de juiste manier gebruikt worden.
Het gebruik van stofafzuiiging vermindert eventuele stofgerelateerde risico's.
4) Bediening en onderhoud van elektrisch gereedschap
a) Het elektrisch gereedschap mag nicht geforceerd worden. Gebruik het juiste gereedschap voor het karwei.
U knot de klus better en veiliger uitvoeren wanner u het juiste elektrische gereedschap gebruikt.
b) Gebruik het elektrisch gereedschap nicht als deschakelaar Niet goed werkt.
Elektrisch gereedschap dat Niet via de schakelaar bediend kan worden is gevaarlijk en要去 onmiddelijk gerepareerd worden.
c) Haal de stekker uit het stopcontact voordat u de voeding en/of de accu van het elektrisch gereedschap losmaakt, afstelingen verricht, accessoires verwisselt of voordat u het elektrisch gereedschap opbergt.
Dergelijkkepreventieveiligheidsmaatregelen verminderen het risico dat het elektrisch gereedschap per ongeluk opstart.
d) Berg elektrisch gereedschap buiten het bereik van kinderen op en sta Niet toe dat personen die Nietbekend zich met het juiste gebruik van het gereedschap of deze voorschriften dit elektrisch gereedschap gebruiken.
Eletrisch gereedschap is gevaarlijk in onbevoegde handen.
e) Het elektrisch gereedschap moet regelmatig onderhoden worden. Controleer het gereedschap op een foutieve uitlijning, vastgelopen of defeche bewegende onderdelen en andere problemen die van invloed zich op de juiste werkung van het gereedschap.
Indien het gereedschap defect of beschadigd is moet het gerepareerd worden voordat u het gereedschap opnieuw gezruikt.
Slecht onderhonden elektrisch gereedschap is verantwoordelijk voor een groot aantal doe-hetzelf ongelukken.
f) Houd snijwerktuigen scherp en schoon.
Goed onderhonden snijwerktuigen met scherpe snijranden lopen minder snel vast en zijn gemakkelijker in het gebruik.
g) Elektrisch gereedschap, toebehoren, bits enz. moeten in overeenstemming met deze instructies worden gebruikt waar bij de werkomstandigheden en het werk in overweging moeten worden genomen.
Gebruik van het elektrisch gereedschap voor andere doeleinden dan waarvoort het is bedoelt, kan resulteren in een gevaarlijke situatie.
5) Gebruik van gereedschap en onderhoud van de batterij a) Herlaad enkel met de lader die door de fabrikant worden gespecifieerd.
Een lader die geschikt is voor een bepaald type batterijgroep kan brandgevaar veroorzaken bij een andere batterijgroep.
b) Gebruik de apparaten enkel met specifiek ontworpen batterijgroepen.
Het gebruik van andere batterijgroepen kan letsels of brand verooorzaken.
c) Wanner de batterijgroep Niet in gebruik is, houdt u ze verwijderd van andere metalen voorwerpen zoals papierclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere metalen voorwerpen die een verbindingen van de ene terminal met de andere kunnen make.
De batterijterminals kortsluiten kan brandwonden of brand verooorzaken.
d) Bij een verkeerd gebruik kan er vloeistof uit de batterij lekken; vermijd elk contact. Indien er toevalig contact ontstaat, goed met water spoelen. Indien de vloeistof in contact met de ogen kommt, ook medische hulp inroepen.
Vloeistof die uit de batterij lekt kan irritatie en brandwonden veroorzaken.
6) Onderhoudsbeurt
a) Het gereedschap mag uitsluitend door bevoegt onderhoudspersoneel worden onderhoden die authentieke onderdelen gelebruikt.
Hierdoor kunt u erop aan dat de veiligheid van het elektrisch gereedschap behouden blijft.
VOORZORGMAATREGELEN
Houd kinderen en kwetsbare Personen op een afstand. Het gereedschap moet na gebruik buiten het bereik van kinderen en andere kwetsbare Personen worden opgegeborgen.
VOORZORGSGMAATREGELEN BIJ HET GEBRUIK VAN DE ELEKTRONISCHE PULSAANSTURING
- Dit is een draagbare machine om mee te boren en om schroeven vast en los te draaien. Gebruik hem Niet voor andere bewerkingen.
- Gebruik oorwatjes als het gereedschap voor langere tijd worden gebruikt.
- Het bedieren van het apparaat met een hand is zeer gevaarlijk. Houd het apparaat bij bediening met beiden handen stevig vast.
- Na het monteren van het schroefstuk dient u lichtjes aan het schroefstuk te trekken om te kontroleren of het Niet loskomt. Als het schroefstuk Niet juist geinstallerd is, kan hetijdens geleruik loskomen en gevaar veroorzaken.
- Gebruik het de schroefstuk dat past bij de schroef.
- Door een schroef onder een hoek vast te draaien van een schroef met het apparaat kan de kop van de schroef beschadigd worden. Tevens worden de schroef dan Niet met de juiste aantrekkracht vastgedraaid. Breng waarom voor het vastdraaien van een schroef het apparaat in een lijn met de schroef.
- Laad de accu bij een temperatuur van 0 - 40^ . Een temperatuur van onder 0^ kan overladingveroorzaken, hetgeen gevaarlijk kan zichn. De accu kan Niet bi een temperatuur van boven de 40^ geladen worden. De meest geschikte temperatuur is+tussen de 20-25°C.
- Gebruik de acculader nicht kontinu.
Wacht ongeveer 15 minutes voordat met het laden van een andere accu begonnen worden. - Voorkom dat stof of vuil in de opening van de aansluiting van de batterij terecht komt.
- Demonteer de oplaadbare batterij of oplader Niet.
- Voorkom kortsluiting van de oplaadbare batterij. Kortsluiting kan resulteren in oververhitting. Dit kan schade of brandgevaar opleveren.
- Gooi de batterij Niet in het vuur. Een brandende batterij kan ontploffen.
- Steek nooit een voorwerp in de ventilatieopeningen van de oplader.
Als een Voorwerp of ontvlambaar materiaal in de ventilatie-openingen van de oplader worden gesto ken, kan dit resulteren in een elektrische schok of beschadiging aan de oplader. - Breng de batterij maar de dealer waar deze gekocht werk, indien deze na oplading onvoldoende kracht heeft voor practisch gebruik. Gooi een uitgewerkte batterij Niet weg.
- Het gebruik van een uitgeputte accu za de oplader beschadigen.
- Boort u in de muur, de vloer of het plafond, controller dan op verborgen elektrische en andere leidingen.
OPMERKINGEN BIJ GEBRUIK LITHIUM-ION BATTERIJ
De lithium-ion batterij is voorzien van een beschermingsfunctie die volledige ontlading van de batterij voorkomt waardoor de levensduur worden verlangd.
In geval 1 tot 3 hieronder kan de motor tijdens het gebruik van het product tot stilstand komen, zelfs wanner u de schakelaar ingedrukt houdt. Dit geeft geen probleem met het product aan maar worden veroorzaakt door de beschemmingsfunctie.
- De motor kommt tot stilstand wanner de batterij leeg is. De batterij moet in dit geval onmiddelijk opgeladen worden.
- De motor kan tot stilstand komen wanner het gereedschap overbelast is. Laat de schakelaar onmiddelijk los en zoek maar deoorzaak van de overbelasting. Wanner u het probleem verholpen heeftktunt heteereedschap opniew gebruiken.
- Wanner de batterij oververhit is door overbelasting, kan het zich dat de batterij stopt. In dit geval gelebruikt u de batterij Niet verder en LASTUZE afkoelen.Daarna kunt uhaar opnieuw gehruiken.
Gelieve eveneens aandacht te schenken aan volgende waarschuwing en aandachtspunt.
WAARSCHUWING
Om acculekken, het opwekken van warmte, rookemissie, explosie en ontsteking bijtijds te vermijden, moet u ervoor zorgen volgende voorzorgsmaatregelen onder de aandacht te brengen.
1. Zorg ervoor dat er geen spaanders en stof op de accu ophopen.
Zorg er tijdens de werkzaamheden voor dat er geen spaanders en stof op de accu+kennen vallen.
Zorg ervoor dat de spaanders en stof die tijdens het werk op het elektrisch gereedschap vallen zich nicht op de accu ophopen.
Bewaar een ongebruekte accu Niet op een plaats waar het aan spaanders en stof wordenblootgesteld.
Verwijder alle spaanders en stof van een accu voordat u hem opbergt en bewaar de accu Niet op bezelfde plek als metalen onderdelen (schroeven, spijkers, enz.).
2. Doorboor de accu Niet met een scherp voorwerp, zoals een nagel, klop er Niet op met een hamer, stap Niet op de accu of gooi er Niet mee of stel hem Niet bloot aan ernstige fysieke schokken.
3. Gebruik geen zichtbare beschadigde of cervormde accu.
4. Gebruik de accu Niet met een omgekeerde polariteit.
5. Sluit hem nicht rechtstreeks aan op elektrische toestellen of fittingen van sigarettenaanstekers in Wagens.
6. Gebruik de accu Niet voor andere doeleinden dan deze die gespecifieerd werden.
7. Wanneer de accu Niet kan worden opgeladen, zichs nadat de specifieke oplaadtijd verstreten is, stopt u onmiddelijk met het opladen.
8. Breng de accu Niet op hoge temperatures of drukken of stel ze er Niet aan bloat, zoals in een microgolfoven, droger of een hogedrukcontainer.
9. Blijf uit de buurt van vuur onmiddelijk nadat eenlek of vierze geur werk vastgesteld.
10. Gebruik hem nicht in eenplaats waar een groeste statische elektricitieit worden opgewekt.
11. In geval van een acculek, vieze geur, warmteopwekking, verkleuring of verrorming, of iets abnormaals tijdens het gebruik, het opladen of de opslag, haalt u hem onmiddelijk uit de uitrusting of de acculader en stopt u het gebruik.
LET OP
- Wanner u de lekkende vloeistof uit de accu in de ogen krijgt, wrijf dan nicht in de ogen, en was ze goed uit met vers proper water, zoals kraantjeswater en roep er onmiddelijk een dokter bij. Indien u geen behandeling krijgt, kan de vloeistof oogproblemen verroorzaken.
- Wanner de vloeistof lekt op uw huid of kleding, was ze onmiddelijk goed af met proper water, zoals kraantjeswater.
De kans bestaat dat dit huidirritatie veroorzaakt. - Wanner u roest, een vieze geur, oververhitting, verkleuring, verrorming en/of andere onregelmatigheden vaststelt wanner u de accu voor de eerste maal gebruikt, gebruik ze dan nicht verdier en stuur ze terug maar de leverancier of de verkoper.
WAARSCHUWING
Als een elektrisch geleidend vreemd voorwerp in de aansluitpunten van de lithium-ion accu terechtkomt, kan er kortsluiting ontstaan met het risico van brand als gevolg. Let bij het opbergen van de accu op de volgende punten.
Plaats geen elektrisch geleidend zaagsel, spijkers, ijzerdraad, koperdraad of andere draad in de opbergdoes.
Plaats de accu in het elektrisch gereedschap of bewaar de accu door deze stevig in het batterijdeksel te drukken totdat de ventilatieopeningen afgesloten zich om kortsluiting te voorkomen. (Zie Afb. 1)
TECHNISCHE GEGEVENS
MACHINE
| Model WM14DBL WM18DBL | ||||
| Capaciteit schroef | Elektronische pulsstand | Houtschroef ø 4,2 | × 75 | |
| Boutstand | Normale bout M4 | - M10 | ||
| Trekvaste bout M4 | - M6 | |||
| Stand zelfborende | Zelfborende schroef ø | 6 | ||
| Boorstand Bore | Boren in houtwerk ø | 21 | ||
| en in staal ø 10 | ||||
| Boren in cement ø | 6 | |||
| Elektronische klemstand | Kleine schroef M6 | |||
| Aantrekkoppel [bij 20°C, volledig opgeladen] | Boutstand [Aantrektijd: 3 sec.] | Maximum 30 N·m Maximum 33 N·m {306 kgf·cm} {337 kgf·cm} | ||
| M10-bout voor hoge spanning (sterkteniveau: 12,9) Gebruik van zeshoekige aansluiting adapter | ||||
| Boorstand | 11 N·m {112 kgf·cm} | |||
| Elektronische klemstand | 5-punts klem 2,3 - 5,3 N·m {23 - 54 kgf·cm} | |||
| Randvorm | Breedte langs vlakke zijde 6,35, vom om bit in te steken | |||
| Motor | Gelijkstroommotor | |||
| Onbelaste sleelheid [bij 20°C, volledig opgeladen] | Elektronische pulsstand | 0 - 1100 min-1 | ||
| Boutstand | 0 - 640 min-1 | |||
| Modus zelfborende schroef | 0 - 1100 min-1 | |||
| Boorstand | 0 - 1100 min-1 | |||
| Elektronische klemstand | 0 - 450 min-1 | |||
| Aantal keer blazen [bij 20°C, volledig opgeladen] | Elektronische pulsstand | 0 - 1090 min-1 | ||
| Boutstand | 0 - 1090 min-1 | |||
| Stand zelfborende schroef | 0 - 1090 min-1 | |||
| Oplaadbare batterij | BSL1430: Li-ion 14,4 V (3,0 Ah 8 cellen) | BSL1830: Li-ion 18 V (3,0 Ah 10 cellen) | ||
| Afmetingen van de machine Volledige lengte × hoogte × hoogte in het midden | 162 mm × 250 mm × 31 mm (met BSL1430 cgemonteerd) | 162 mm × 252 mm × 31 mm (met BSL1830 gemonteerd) | ||
| Poids | 1,5 kg (met BSL1430 gemonteerd) | 1,7 kg (met BSL1830 gemonteerd) | ||
| Ledlampje | Witte LED | |||
| Indicatielampje resterende acculading | Rode LED | |||
ACCULADER
| Model UC18YRSL | |
| Oplaadspanning 14,4 V 18 V | |
| Gewicht 0,6 kg | |
STANDAARD TOEBEHOREN
In aanvulling op het gereedschap (1) bevat de verpakkingsdoes de toebehoren die in de onderstaande babel zichn vermeld.
| WM14DBL (2LSRK) | ① Acculader (UC18YRSL) ........................... 1 ② Batterij (BSL1430) ........................... 2 ③ Plastic doos ........................... 1 ④ Batterijdeksel ........................... 1 |
| WM14DBL (NN) | Acculader, batterij, plastic doos en Batterijdeksel Niet inbegren. |
| WM18DBL (2LSRK) | ① Acculader (UC18YRSL) ........................... 1 ② Batterij (BSL1830) ........................... 2 ③ Plastic doos ........................... 1 ④ Batterijdeksel ........................... 1 |
| WM18DBL (NN) | Acculader, batterij, plastic doos en Batterijdeksel Niet inbegren. |
De standardt toebehoren können zonder nadere aankondiging gewijzigd worden.
EXTRA TOEBEHOREN (Los verkrijgbaar)
1. Kruiskopdrijver

Ingegraveerde nummers

3. Houtboor: Code Nr. 959183
4. Boorkop adapter-set: Code Nr. 321823
Gebruik de boortjes die in de handel verkrijgbaar zich, om gaten in het materiaal te boren.

De extra toebehoren können zonder aankondiging op ieder moment worden veranderd.
TOEPASSINGEN
Indraaien en uitdraaien vankleine schroeven,kleine bouten, machineschroeven, houtschroeven, tapbouten, enz.
Boren van verschillende houtsoorten.
Boren van verschillende metalen.
INLEGGEN EN UITNEMEN VAN DE BATTERIJ
1. Verwijdersen van de batterij
Houd de handgreep goed vast en druk gegen de accvergrendeling om de batterij te verwijderen (zie Afb. 1 en 2).
LET OP:
Sluit de batterij nooit kort.
2. Aanbrengen van de batterij
Plaats de batterij met de polen juist aangebracht (zie Afb. 2).
OPLADEN
Voor het gebruik van de elektronische pulsaansturing dient de accu als volgt opgeladen te worden.
1. Sluit het netsnoer van het oplaadapparaat op het stopkontakt aan.
Wanner de stekker van de acculader in het stopkontakt wordt gestoken, za het controelampje in rood knipperen. (Met tusserpozen van 1 sekonde)
2. Steek de batterij in het acculader.
Plaats de batterij in de oplader totdat de lijnen zichtaar worden, zoals afgebeeld op Afb 3, en 4.
3. Opladen
Wonneer een batterij in de acculader wordt aangebracht, blijft het contrôlelampje kontinu rood branden.
Wanner de batterij volledig is opgeladen, gaat het controleampje in rood knipperen. (MetCUSnenpozen van 1 sekonde) (Zie Tabel 1)
(1) Aanduiding van de controlelampje
De aanduidingen van het controelampje zijn zoals aangegeven in Tabel 1, alaar gelang de toestand van de oplaadbare batterij of het acculader.
Tabel 1
| Aanduidingen van het controleampje | ||||
| Het controleampjelicht rood opof knippertood. | Voor het laden | Knippert Brandt ongeveer 0,5 sekonde. Brandt ongeveer 0,5 sekonde nicht. (Uit voor 0,5 seconde) | ||
| Tijdens opladen | Brandt Blift branden | |||
| Na opladen | Knippert Brandt ongeveer 0,5 sekonde. Brandt ongeveer 0,5 sekonde nicht. (Uit voor 0,5 seconde) | |||
| Opladen onmogelijk | Knippert Efficiat noigste de 0,1 sekonde. Brandt ongeveer 0,1 sekonde nicht. (Uit voor 0,1 sekonde) | accu of met het oplaad-apparaaat | ||
| Het controleampjelicht groen op. | Oververhitting standby | Brandt Blift branden | De batterij is oververhit. De batterij kan nicht opgeladen worden (het opladen worden hervat wannes der batterij is afgekoeld). | |
(2) Batreffende de temperatuur van de oplaadbare batterij De temperaturen voor herlaadbare batterijen worden weergegeven in Tabel 2. Oververhitte batterijen要去en eenijdje afkoelen voordat ze worden herladen.
Tabel 2 Temperatuur voor opladen van baterijen
| Oplaadbare batterijen | Geschikte temperatuur voor het opladen |
| BSL1430, BSL1830 0°C – 50°C | |
(3) Tijd die benodigd is voor het opladen De oplaadtijden in de onderstaande Tabel 3 zijn afhankelijk van de kombinatie van acculader en batterij.
Tabel 3 Oplaadtijden (bij 20^ )
| Acculader Batterij | UC18YRSL |
| BSL1430, BSL1830 Circa. 45 min. | |
OPMERKING:
Deijd voor het opladen verschift afhankelijk van de omgevingstemperatuur en het spanningsvoltage.
- Trek de stekker van het oplaadapparaat uit het stopkontakt.
- Houd het oplaadapparaat stevig vast en trek de batterij eruit.
OPMERKING:
Verwijder na gebruik eerst de batterijen uit de lader en bewaar de batterijen op de juiste manier.
Om langdurig gebruik van de batterij te bevorderen
(1) Laad batterij op voordat ze volledig uitgeput zich. Merkt u dat de gevoede apparatuur minder krachtig gaat werken, onderbreek dan het gebruik en laad de batterij op. Als u apparatuur op batterijvoeding te lang blijft gebruiken, kan dit leiden tot teruglopen van de batterijwerking en eventueel zichs beschadiging ervan.
(2) Verricht het opladen Niet bij hoge temperatuur. Een oplaadbare batterij za onmiddelijk na gebruik gewoonlijk erg warm+zijn. Als u een dergelijke batterij onmiddelijk gaat opladen, za de chemische balans in het inwendige verstord worden en za de levensduur van de batterij afnemen. Laat de batterij waarom even afkoelen, voor u met opladen begint.
LET OP:
Wonneer de batterijlader onafgebrozen worden gebruikt, za deze warm worden, waardoor fouten worden veroorzaakt. Nadat het laden is voltooid, wacht u best 15 minutes tot de volgende lading.
Als de batterij wordt herladen wanneer hij warm is door batterijgebruik of bloatstelling aan zonlicht, kan het controelampje groen oplichten. De batterij wordt nicht herladen. Laat in dat geval de batterij afkoelen voor het laden.
O'Wonneer het controleampje snel in rood knippert (vijfmaal per sekonde), neem de batterij dan uit het oplaadapparaat en controllere de opening van de LASTe dan op de aanwezigheid van een voorwerp dat er Niet hoort. Is er geen voorwerp in de opening aanwezig, dan is de storing waarschijnlijk te wijten aan de oplaadbare batterij of het oplaadapparaat. Laat deze dan controleren door een bevoegde onderhoudsinstantie.
VOOR HET GEBRUIK
1. Voorbereiden en kontroleren van de werkomgeving
Zorg ervoor dat de werkplaats voldoet aan alle eisen die in de voorzorgsmaatregelen vermeld staan.
2. Kontroleren van de batterij
Zorg ervoor dat de batterij stevig geplaatst worden.
Indien dit Niet gebeurd, kan het voorkomen dat de accu eruit valt en een ongeluk veroorzaakt.
3. Monteren van het schroefstuk
Schroefstuk
Volg altijd de onderstaande aanwijzingen bij het monteren van het schroefstuk. (Afb. 5)
(1) Trek de geleide-ring UIT.
(2) Steek het schroefstuk in de zeshoekige opening in het draaistuk.
(3) Laat de geleide ring los, waarna deze maar de oorspronkelijke positie terugkeert.
LET OP:
Als de geleide ring Nietaar de oorspronkelijk positie terugkeerd, is het schroefstuk Niet op de juiste wijze gemonteerd.
Boortje
- Een boor met een zeshoekige as kan direct in het gereedschap worden gestoken.
- Om een boor zonder zeshoekige as te gebruiken, hebt u de boorklemadapter nodig die apart leverbaar is.
(1) Steek het boortje in de boorhouser.
(2) Zet de boor met de sleutel stevig vast. Draai waar bij beurtelings in elk van de drie gaten. (Afb. 11)
- Gebruik een ijzerboor om een geleidegat te boren voor een houtschoef of een 10mm ofkleiner gat.
(1) Steek het boortje in de boorhouser.
(2) Zet de boor met de sleutel stevig vast. Draai waar bij beurtelings in elk van de drie gaten. (Afb. 11)
GEBRUIK
1. Een stand selecteren WAARSCHUWING
Gebruik dit gereedschap met het selectiewieltje in de juiste stand (dit moet op zijnplaats় geklikt en vastgezet).
Het Niet opvolgen hiervan kan onverwachte reacties van het gereedschap veroorzaken en gebroken materiaal/schroeven of letsel veroorzaken.
LET OP
Zet geen kracht op het selectiewieljtje.
De bewerkingsstand kan geselecteerd worden door het selectiewielte op de machine in de juiste stand te draaien en dit met het driehoekige merkteken uit te lijnen.
De in de onderstaande tabel beschreiben wijf bewerkingsstanden zijn beschikbaar.
OPMERKING:
Het vastzetkoppel van elke stand is afhankelijk van de schroef en het materiaal waarin worden geschroefd. Pas het selectiewielte aan nadat u een paar schroeven als test hebt aangedraaid.
Gebruik de boutstand om bouten aan te draaien.
De stand verandert nicht als u het selectiewieltje verdraait verwijl het gereedschap is ingeschakeld. Schakel het gereedschap uit voordat u de bewerkingsstand verandert.
Voorbeeld van het instellen van de stand
| Bewerkingsstand | Markering | Maximum koppel | Toepassing Opmerkingen | |||
| Elektronische pulsstand | T | 3 | — | Houtschroef aandraaen | Diagonal aandraaien van 75 mm-schroef | ○Gebruik een bit en een houder die geschikt+zijn voor de diameter van de schroef. ○Laat de motor Niet stoppen met draaien in de boorstand. |
| 2 | Aandraaien van 50 - 75 mm-schroef | |||||
| 1 | Aandraaien van schroef korter dan 50 mm | |||||
| Boutstand | T | 30 N·m 33 N·m | *1 Bout aandraaien | |||
| Stand zelfborende schroef | T | 2 Zelfborende | e schroef aandraaien (ø5 ofø6) | |||
| 1 Zelfborende | e schroef aandraaien (ø3,5 ofø4)*2 | |||||
| Boorstand 11 N·m Boren | ||||||
| Elektronische klemstand *4 | T | 5 5,3 N·m Aandraaie | *3 machineschroeven (M6) of zelfborende tschroeven, Vastzetten gipsplaat | |||
| 4 | ||||||
| 3 | ||||||
| 2 | ||||||
| 1 2,3 N·m | ||||||
1: WM14DBL: 30 N·m, WM18DBL: 33 N·m.
2: Voordat u een dunne plaat vastzet met een zelfborende schroef,要去 u controlleren of de dikte van de plaats geschikt is voor de diameter van de schroef.
3: Met de elektronische klemstand 4 of 5 kan het gereedschap even tegengesteld draaien als de belasting toeneem om het gevaar van schade aan de schroefkop te beperken.
4: De machine start met een lage draaisnelheid en trekt langzamerhand aan.
De motor stopt automatisch met draaien als het koppel de waarde bereikt die is ingesteld, zodat verhinderd worden dat een schroef te vast worden gedraaid.
U hoor geen koppelingsgeluid zoals bij een mechanische machine.
2. Kenmerken van de elektronische pulsaansturing
In gegenstelling tot een conventionele draaiaansturing, genereert de elektronische pulsaansturing de slagkracht door de motor herhaaldelijk vooruit en
51 achteruit te draaien.
Dit mechanisme zorgt voor een stillere werking.
De volgende kenmerken zijn nicht gewoon voor een conventionele draaiaansturing maar ditং geen tekenen van een onjuiste werkung.
Het gereedschap heeft de neiging warm te worden bij voortdurend aandraaien van schroeven.
Om de motor en de elektronische onderdelen die der Werking besturen te beschermen, is dit gereedschap voorzien van een temperatuurbveeiligingscircuit.
Afhankelijk van de schroef en het materiaal waarin geschroefd worden, kan de draaiactie snel beginnen.
Omdat de draaiactie de temperatuur van de motor en de elektronische onderdelen doet toenemen, kan het teemperatuurbeveiligingscircuit vroegtijdig geactiveerd worden.
Zie "1. Continugebruik" op pagina 53 om het afsluiten van de werkung op te heffen die door het temperatuurbveeiligdingscircuit is veroorzaakt.
Verder controleert de elektronische pulsbesturing voortdurend het toerental van de motor om voor elke stand de optimale werking te bieden.
Daarom konnen tijdens het gebruik de volgende zaken voorkomen.
Het gedrag aan het begin van een activiteit verschilt per stand.
In de stand zelfborende schroef (1) neemt de snugheid langzaam toe.
In de elektronische klemstand (standaard rotatie) draait de motor een bepaaldeperiode na het starten op een heel lage snelheid,waarna de snelheid toeneemt.
De elektronische klemstand (achteruitdraaistand) bereikt direct bij het starten het vooraf ingestelde toerental.

Het gereedschap keert möglichk nicht'erug maar de uitgangsstand vanuit de draaihandeling.
Als het bit of socket uit de schroef of bout worden verwijderd terwijl de schakelaar is ingedrukt, kan het gereedschap doorgaan met de draaihandeling.
Om terug te keren maar de beginstatus, schakelt u het gereedschap uit en begint u met de volgende handeling.
Het toerental van de motor vermindert nicht ook als de resterende spanning in de accu terugloopt.
Omdat dit gereedschap gebruik maakt van de constante snelheid-besturing, blijft het toerental vrijwel onveranderd ook als de restspanning in de accu terugloopt. Daardoor+knen gebruikers het gereedschap blijven gebruiken tot de accu leeg is. Het isECHTER moeilijk om aan het toerental te zien hoeveel vermogen de accu nog bevat en het gereedschap kan tijdens het werk plotseling stoppen.
Controleer het resterende vermogen van de accu door af en toe op de indicatorschakelaar voor de accu te drukken.
De machine stopt automatisch als de elektronische koppeling actief worden.
Een schroef kan in stilte worden aangedraaid zonder dat u het koppelingsgeluid hoort dat ontstaat bij een mechanische machine.
De machine stopt automatisch als de koppeling actief wordt. Wilt u de machine verder gebruiken, schakel hem dan uit en weein. Werkt de machine Niet, zichs Niet als hij onbelast is, dan is de batterij bijna leeg. In dat geval moet de batterij direct worden opgeladen.
3. Controller de draairichting
De boor draait rechtsom (van achefteren gezien) wanner de R-kant van de drukknop ingedrukt worden. De L-kant van de drukknop dient te worden ingedrukt om de boor linksom te latent Draaien. (Zie Afb. 6) (De L en markeringen zich op de behuizing aangebracht.)
LET OP:
De drukknop mag Niet gebruikt worden wanner de machine draait. Als u de draairichting wilt omschakelen moet u eerst de machine volledig stilleggen; daarna sunt u de drukknop gebruiken.
4. Bediening van de hoofdschakelaar
De boor gaat draaien wonneer aan de trekker getrokken wordt. Wonneer de trekker wordt losgelaten stopt de boor.
De draaisnelheid Aunt u regelen door in meerere of mindere mate aan de trekschakelaar te trekken. Wanner ulicht aan de trekschakelaar trekt, is de slelheid laag en bij harder trekken worden de slelheid verhoogd.
5. De haak gebruiken
De haak worden gebruikt om de machine aan uw heupriem te hangen verwijl u werkt.
LET OP:
Wanner u de haak gebruikt, dient u erop te letten dat de machine stevig bevestigd is zodate neiet per ongeluk valt.
Als de machine valt, kan dit een ongevalveroorzaken.
Wanner u de machine draagt verwijl deze bevestigd is aan uw heupriem,plaats dan geen uitrustingsstuk in de kop van de machine. Als de machine is uitergerust met een scherp uitrustingsstuk zoals een boor verwijl u het aan uw heupriem draagt,veroorzaakt dat letsel.
OBevestig de haak stevig. Als de haak Niet stevig is bevestigd, kan dit letsel veroorzaken tijdens het gebruik.
(1) De haak verwijderen.
Verwijder de schroeven die de haak op+zijnplaats houden met een Philips schroevendraaier. (Afb.7)
(2) De haak terugplaatsen en de schroeven vastdraaien. Plaats de haak stevig in de groef van de machine en draai de schroeven vast om de haak stevig te bevestigen. (Afb. 8)
6. Over de indicator van de resterende acculading
Wanner u op deindicatieschakelaar van de resterende acculading drukt,licht het indicatielampje van de resterende acculading op en kunt u de resterende acculading controlen. (Afb.9)
Wanneru uw vinger van de indicatieschakelaar van de resterende acculading haalt, dooft het indicatielampje. In Tabel 4 vindt u de status van het indicatielampje van de resterende acculading en de resterende acculading.
Tabel 4
| Status van lampje | Resterende acculading |
| De resterende acculading is voldoende. | |
| De resterende acculading is de helft. | |
| De accu is bijna leeg. Laad de accu zo snel möglichk op. |
Omdat de indicator van de resterende acculading een enigszins ander resultaat geeft afhankelijk van de omgevingstemperatuur en kenmerken van de accu, gebruikt u de informatatie best als referentie.
OPMERKING:
^ Stel het schakelpaneel Niet bloot aan sterke schokken en breek het Niet.
Dit kan een defect veroorzaken.
accuvermogen te sparen,licht het indicatielampje van de resterende acceluding op door op deindicatieschakelaar van de resterende acceluding te drukken.
7. Het led-lampje gebruiken
Telkens als u op de liachtschakelaar op het schakelpaneel drukt,licht het led-lampje op of dooft het. (Afb.10)
Om te voorkomen dat de accu leeg loopt, dient u het led-lampje regelmatiguit te schakelen.
LET OP:
Stel uw ogen nicht rechtsstreeks bloot aan het Licht door in het lampje te kijken.
Als uw ogen voortdurend worden blootgesteld aan hetlicht, kan dit oogletselveroorzaken.
OPMERKING:
OoM te voorkomen dat de accu leeg loopt doordat u vergeet het led-lampje te doven, gaat het lampje automatisch uit na ongeveer 15 minutes.
8. Vast- en losdraaien van schroeven
Monteer het juiste schroefstuk voor de schroef en steek het schroefstuk in de groeven van de kop van de schroef. Draai daarna de schroef vast.
Druk zo hard gegen het apparaat aan dat het bitje in de kop van de schroef blijft.
LET OP:
Wanneeer de schroef met het apparaat te vast worden gedraaid, kan de schroef afbreken.
Door de schroef met het apparaat onder een hoek vast te draaien, kan de kop van de schroef beschadigen. Tevens wordt de schroef dan Niet met de juiste aantrekkracht vastgedraaid. Breng.darom voor het vastdraaien van een schroef het apparaat in een liin met de schroef.
Gebruik het bitje dat in het kruis op de schroefkop past.
Zorg er voor dat u een geschikt bit gebruikt, met name voor het aandraaien van zelfborende schroef waar dat een verkeerd bit de schroef kan lately omvallen.
9. Werk dat verricht kan worden met een enkele lading
De volgende tabel toont hoe veel werk er bij benadering door de machine uitgevoerd kan worden met een enkele lading.
(Het aantal vastbezette schroeven en het aantal boorbewerkingen is afhankelijk van de hardheid van het hout of metaal, de omgevingstemperatuur, de eigenschappen van de lader enz.)
| Bewerkingsstand Bewerki ng | Model | WM14DBL | WM18DBL | ||
| Elektronische pulsstand | Houtschroeven vastzetten | Ø 4,2 × 75 | Lauan | Circa. 240 | Circa. 290 |
| Boutstand | Bout aandraaien: | M10 × 30 | S10C | Circa. 750 | Circa. 900 |
| Stand zelfborende schroef | Zelfborende schroef | Ø 5 × 19 | C-kanaal t2,3 + SPCC t1,6 | Circa. 160 | Circa. 190 |
| aandraaien | |||||
| Boorstand | Boren in houtwerk | Ø 15 | Amerikaans grenen t18 | Circa. 450 | Circa. 540 |
| Boren in staal | Ø 6,5 | SPCC t1,6 | Circa. 120 | Circa. 145 | |
| Boren in cement | Ø 6 × 30 | Mortier | Circa. 80 | Circa. 95 | |
| Elektronische klemstand | Machineschroeven vastzetten | M6 × 12 | S10C | Circa. 1000 | Circa. 1200 |
VOORZORGSGMAATREGELEN BIJ GEBRUIK
1. Continugebruik
Als u voortdurend indraait, kan het termperatuurbeveiligingscircuit snel actief worden. (Zie "2. Kenmerken van de elektronische pulsaansturing" op pagina 51.)
Als het ingeschakelde temperatuurbeveiligingscircuit het gereedschap uitschakelt, knippert de LED om aan te Geven dat het gereedschap te warm is geworden. De LED dooft automatisch na ongeveer 30 seconden.
Als u continu werkkt, moet u het gereedschap onceveer 15 minuten latent afkoelen met een verrangende herlaadbare accu.
OPMERKING:
OAls het gereedschap door het temperatuurbeveiligingscircuit wordenuitgeschakeld, moet u het voldoende lately afkoelen.
U kunt het gereedschap wee ter gebruiken als het is afgekoeld.
Zolang het gereedschap Niet voldoende is afgekoeld, kan het Niet starten door de schakelaar in de aanstand te zetten. De LED knippertijdens het aanzetten van de schakelaar. Wacht tot het gereedschap voldoende is afgekoeld.
Raak de voorkant van het gereedschap Niet aanijdens continuwerk. Dit is erg warm.
2. Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van de snelheidsregelaar
Deze regelaar is voorzien van een ingebouwd, elektronisch circuit waarmee het toerental traploos kan worden ingesteld. Hierdoor+kunnen, wanner de trekschakelaar slechts een beetje wordt overgehaald (laag toerental) en de motor gestopt wordt terwijl u een schroef aan het indraaien bent, onderdelen van het elektronisch circuit oververhit en beschadigd raken.
3. Het gereedschap vasthouden en drukkracht uitoefenen
Houd het gereedschap stevig vast met beiden handen en houd hetrecht op een schroef of bout. Het is nicht nodig om het gereedschap extra krachtig gegen materiaal aan te drukken.
Let op dat u niet teveel druk/wrikracht op het gereedschap uitoefent. Dat kan het gereedschap beschadigen.
ONDERHOUD EN INSPECTIE
1. Inspectorie van de booor
Slijk of verrang de boor wanner slijtage gekonstateerd wordt; gebruik van eengekonstateerd wordt; gebruik van een stompe boor vermindert de efficiente en kan de motor beschaden.
2. Inspectie van de bevestigingschoef
Alle bevestigungschroeven要去 regelmatig geinspecteerd en gecontroleerd worden of zich juist aangedraaid়. Wanner een van de schroeven losraakt, dan moet deze onmiddelijk opnieuw aangedraaid worden. Gebeurt dat Niet, dan kan dat tot aanzienlijke gezaren leiden.
3. Onderhoud van de motor
De motorwikkeling is het "hert" van het electrishce gereedschap.
Er moet waarom bijzonder zorgvuldig op gelet worden, dat de wikkeling Niet beschadigd en/or met olie or water bevochtigd worden.
4. Reiningen van de behuizing
Gebruik een zachte droge doeck,of een doeck met zeepwater wonneer de behuizing bevuild is. Gebruik geen vloeistoffen met chloor,verdunner of benzine om te voorkomen dat het plastic smelt.
5. Opbergen
Bewaar de machine in eenplaats waar de temperatuur Niet hoger is dan 40^ , en buiten het bereik van kinderen.
6. Lijst verwangingsonderdelen
LET OP:
Reparatie, modificatie en inspectie van HiKOKI elektrisch gereedschap dient te worden uitgevoerd door een erkend HiKOKI Service-centrum.
Deze Onderdelenlijst komt van pas wanner u deze samen met het gereedschap aanbiedt bij het erkende HiKOKI Service-centrum wanner u om reparatie of ander onderhoud verzoekt.
Bij gebruik en onderhoud van elektrisch gereedschap dieren de in het land waar u zich bevindt geldende veiligheidsregelgeving en veiligheidsstandaarden stipt te worden opgevolgd.
MODIFICATIES:
HiKOKI elektrisch gereedschap worden voortdurend verbeterd en gewijzigd teneinde gebruik te konnen makeen van de niedwste technische ontwikkelingen. Daarom is möglichk dat sommige onderdelen zonder voorafgaande kennisgeving gewijzigd worden.
Belangrijké informatie voor batterijen van HiKOKI snoerloos elektrisch gereedschap
Gebruik als je een van onderden, die gebruik is de voorgeschreven originele batterijen. Wij kan den de veiligheid en prestatie van ons snoerloos elektrisch gereedschap Niet garanderen bij gebruik van andere dan de voorgeschreven batterijen, of als de batterij gedemonteerd of gewijzigd is (zoals demontage of verranging van batterijcellen of andere inwendige onderdelen).
GARANTIE
De garantie op het elektrisch gereedschap van HiKOKI is in overeenstemming met de wettelijk/landspecifieke richtlijnen. Deze garantie dekt geen defecten of schade als gevolg van fouitief gebruik, misbruik of normale slijtage. In geval van klachten verzoeken wij u het elektrisch gereedschap samen met het GARANTIECERTIFAAT dat uchterin deze handleiding aantreft maar een erkend servicecentrum van HiKOKI te sturen. Indien door de gebruiker de machine worden gedemonteerdervalt de aanssprak op garantie.
OPMERKING:
Op grond van het voortdurende research- en ontwikkelingsprogramma van HiKOKI zich veranderingen van de hierin genoemde technische opgaven voorbehon.
Informatie betreffende luchtgeluid en trillingen
De gemeten waarden zijn verkreten overeenkomstig EN60745 en voldoen aan de eisen van ISO 4871.
Gemeten A-gewogen geluidsniveau: 85 dB (A)
Gemeten A-gewogen geluidsdrukniveau: 74 dB (A)
Onzekerheid KpA: 3 dB (A)
Draag gehoorbescheming.
Totale trillingswaarden (triax vector som) bepaald overeenkomstig EN60745.
Bevestigingsdelen met de slagfunctie aanhalen, met de maximale capaciteit van het gereedschap:
Trillingsemissiewaarde ah = 11,5m / s^2
Onzekerheid K = 1,5 m/s²
De totale bepaalde trillingswaarde is gemeten in overeenstemming met een standardtestmethode en is bruikbaar om meerere gereedschappen met elkaar te vergelijkken.
U kunt dit ook als beoordeling vooraf aan de blootstelling gebruiken.
WAARSCHUWING
De trillingsemissiewaardeijdens het feitelijke gebruik van het elektrisch gereedschap kan afwijken van de opgegeven totale waarde afhankelijk van de manieren waarop het gereedschap worden gelebruikt.
Neem kennis van de veiligheidsmaatregelen voor de bescherming van de gebruiker die gebaseerd zijn op een schatting van bloatstelling onder feitelijke gebruiksomstandigheden (rekening houdend met alle onderdelen van de gebruikscyclus, zoals de tijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en wanner dit onbelast draait inclusief de triggertijd).
SimpelGids