IPCA72520 - Veiligheidsalarm ABUS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis IPCA72520 ABUS in PDF-formaat.
| Kenmerk | Details |
|---|---|
| Producttype | IP-bewakingscamera |
| Resolutie | Niet gespecificeerd |
| Nachtsicht | Niet gespecificeerd |
| Connectiviteit | Wi-Fi, Ethernet |
| Voeding | Niet gespecificeerd |
| Binnen-/buitengebruik | Niet gespecificeerd |
| Extra functies | Niet gespecificeerd |
| Onderhoud | Regelmatig reinigen van de lens aanbevolen |
| Beveiliging | Gegevensversleuteling niet gespecificeerd |
| Garantie | Niet gespecificeerd |
| Algemene informatie | Controleer de compatibiliteit met bestaande beveiligingssystemen |
Veelgestelde vragen - IPCA72520 ABUS
Gebruikersvragen over IPCA72520 ABUS
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Veiligheidsalarm in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding IPCA72520 - ABUS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. IPCA72520 van het merk ABUS.
GEBRUIKSAANWIJZING IPCA72520 ABUS
Draadloze uitbreiding met 8 zones
Installatie-instructies (NL) 24
Lees voordat u het apparaat voor de eerste keer gebruikt de volgende instructies goed door en let op alle waarschuwingen, zelfs als u vertrouwd bent in de omgang met elektronische apparaten. Bij schade die door het niet in acht nemen van deze veiligheidsinstructies wordt veroorzaakt, vervalt de aanspraak op garantie. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor gevolgschade!
2. Belangrijke veiligheidsinstructies
2.1 Voeding
Gebruik dit apparaat alleen op een stroombron die de op het typeplaatje vermelde netspanning levert. Neem contact op met uw energiebedrijf als u niet zeker weet welke stroomvoorziening bij u beschikbaar is. Koppel het apparaat los van de netvoeding, voordat u onderhouds- of installatiewerkzaamheden uitvoert. Het apparaat wordt alleen volledig van het elektriciteitsnet losgekoppeld als de voeding wordt verwijderd. Om brandgevaar uit te sluiten, moet de netstekker van het apparaat altijd uit het stopcontact worden getrokken, als het apparaat langere tijd niet wordt gebruikt. Voor een storm en/of onweer met het risico van blikseminslag moet u het apparaat loskoppelen van het elektriciteitsnet of moet het apparaat worden aangesloten op een noodvoeding. Vermijd overbelasting van stopcontacten, verlengkabels en adapters. Overbelasting kan leiden tot brand of een elektrische schok.
2.2 Kinderen
Elektrische apparaten mogen niet in de handen van kinderen terechtkomen! Laat kinderen nooit zonder toezicht elektrische apparaten gebruiken. Kinderen kunnen de mogelijke gevaren niet altijd goed herkennen. Kleine onderdelen kunnen levensgevaarlijk zijn als ze worden ingeslikt. Houd verpakkingsfolie uit de buurt van kinderen. Er bestaat gevaar voor verstikking! Dit apparaat hoort niet thuis in de handen van kinderen. Verende onderdelen kunnen bij onjuist gebruik eruit springen en letsel (bijv. ogen) bij kinderen veroorzaken.
2.3 Opstelplaats/gebruiksomgeving
Plaats geen zware voorwerpen op het apparaat.
Het apparaat is alleen geschikt voor gebruik in ruimtes met geschikte temperatuur of luchtvochtigheid (bijv. badkamers) of
in zeer stoffige ruimtes. Voor precieze gegevens controleert u de technische gegevens van de individuele apparaten. Zorg ervoor dat voldoende ventilatie altijd gewaarborgd is, geen directe warmtebronnen op het apparaat inwerken, apparaten voor gebruik binnenshuis niet blootstaan aan direct zonlicht of sterk kunstlicht, het apparaat niet in de directe omgeving van magneetvelden (bijv. luidsprekers) staat, geen open vuurbronnen (bijv. brandende kaarsen) op of naast het apparaat staan, dat het contact met spat- en druipwater met apparaten voor gebruik binnenshuis en agressieve vloeistoffen worden vermeden, het apparaat niet in de buurt van water wordt gebruikt, in het bijzonder mag het apparaat nooit ondergedompeld worden (plaats geen voorwerpen die gevuld zijn met vloeistof, bijv. vazen of dranken op of naast het apparaat), geen vreemde voorwerpen binnendringen, het apparaat niet blootstaat aan sterke temperatuurschommelingen, omdat anders luchtvochtigheid kan condenseren en elektrische kortsluiting kan veroorzaken, het apparaat niet wordt blootgesteld aan extreme schokken en trillingen.
3. Kenmerken
De draadloze uitbreiding met 8 zones biedt u de mogelijkheid om door de geïntegreerde antenne maximaal 8 draadloze melders en nog eens 8 draadloze bedieningen in te lezen. Elke draadloze melder of andere draadloze installatie heeft een speciale identificatiecode die in de draadloze uitbreiding tijdens de installatie wordt ingelezen. Elke code is 16 miljoen keer gecodeerd. Dat zorgt ervoor dat de draadloze uitbreiding met 8 zo- nes alleen op de eerder ingelezen componenten reageert. Onder bepaalde omstandigheden zult u beperkte zendbereiken constateren. Deze afzwakking kan door verschillende externe invloeden worden veroorzaakt. Met name in gebouwen kunnen de zendbereiken aanzienlijk gereduceerd worden. Afhankelijk van het gebruikte materiaal worden de radiosignalen afgezwakt of zelfs helemaal afgeschermd.
4. Montage
-
Koppel de centrale van de spanningsvoeding los (net en accu).
-
Verwijder de schroeven van het huis van de uitbreidingsmodule.
-
Open het huis van de draadloze uitbreiding.
-
Als de uitbreiding op een afstand van de centrale geïnstalleerd moet worden, gebruikt u de bodemplaat
als boorsjabloon. Steek de kabels door de bodemplaat en schroef deze op de wand vast.
-
Sluit alle leidingen aan en plaats de geleiderbruggen en schakelaars zoals op de volgende pagina beschreven.
-
Klem de frontplaat op het huis en schroef het vast.
-
Beschrijving van de componenten

text_image
1 2 3 4 88 13 12 11 10 5 6 A B F G NODE NETWORK IN A B F G NODE NETWORK OUT 7 81.) "Fout"-LED
2.) OK-LED
3.) Signaalgever
4.) Display
5.) Keuzetoets
6.) Wistoets
7.) Busingang
Normaal gesproken wordt er een 8 x 0,22 mm² alarmkabel gebruikt. Let in gebieden met veel stoorfrequenties op het gebruik van afgeschermde kabels (zie ook installatie-instructies).
Opmerking: De maximale afstand van de verst verwijderde uitbreiding mag niet meer dan 1 km bedragen.
Opmerking: De spanningsvoeding mag op de uitbreidingen niet onder 10,5 V DC dalen (aanbeveling min. 12 V DC). Is de spanning te laag, verdubbel dan de spanningsleidingen
met de overgebleven aders of gebruik een extra spanningsvoeding.
Controleer vóór het aansluiten van de draadloze uitbreiding of de centrale van de spanningsvoeding losgekoppeld is. De eerste uitbreiding op de bus wordt via de aansluiting NODE NETWORK IN (busingang) op de centrale aangesloten. Elke volgende uitbreiding wordt op NODE NETWORK OUT (busuitgang) van de voorafgaande uitbreiding aangesloten.
8.) Busuitgang
9.) Adres van de draadloze uitbreiding
Zet de geleiderbrug op de juiste plaats op de uitbreiding.
Controleer of op een bus geen adres twee keer wordt gebruikt.
10.) Inlees-sensor
11.) Draadloze module
12.) Sabotagecontact
13.) Geleiderbrug sabotagecontact
6. Programming
6.1 Instellen van de leermodus
Om de uitbreidingsmodule in de leermodus te zetten, moet de 12 V gelijkspanningsvoeding worden aangesloten (van de bus of via een aparte spanningsvoeding). Zodra alle melders in de draadloze uitbreiding ingelezen zijn, worden deze permanent opgeslagen, ook als de spanningsvoeding verwijderd wordt. Zodra de spanningsvoeding de eerste keer wordt aangesloten, verschijnt als eerste de weergave "88" op het display en er klinkt een kort dubbel signaal.
Om toegang tot de leermodus te krijgen, opent u het sabota-gecontact (frontafdekking verwijderen) en druk vervolgens op de toets "SELECT". Op het display verschijnt nu: "--". De module bevindt zich nu in de leermodus.
Opmerking: Om de ingelezen apparaten niet te verliezen, moet u de leermodus van de uitbreidingsmodule eerst verlaten voordat u de spanningsvoeding weer verwijdert.
- Zet de uitbreidingsmodule in de leermodus.
-
Zorg ervoor dat de LED van de in te lezen draadloze component in de richting van de inlees-sensor wijst, met een maximale afstand van 10 cm.
-
Activeer de draadloze componenten (indien nodig door activeren van het sabotagecontact).
Daarbij moet de LED op de inlees-sensor van de uitbreidingsmodule gericht zijn.
- De uitbreidingsmodule geeft een dubbel signaal af als de draadloze component met succes werd ingelezen. Bij ingelezen melders wordt nu links de signaalsterkte (max. 9) en rechts het kanaalnummer weergegeven. Het kanaal wordt automatisch toegewezen. Een ingelezen afstandsbediening geeft het nummer van de ingelezen componenten weer door de weergave "t 2", afwisselend met de signaalsterkte.
Opmerking: Kan de draadloze component niet worden ingelezen, dan geeft de uitbreidingsmodule een enkel signaal af.
- Herhaal de stappen 2-4 voor het inlezen van andere draadloze componenten. Let erop dat er nog eens max. 8 draadloze afstandsbedieningen ingelezen kunnen worden.
6.2 Toewijzen van melders
-
Zet de uitbreidingsmodule in de leermodus.
-
Druk zo lang op de toets "SELECT" tot het gewenste zonenummer wordt weergegeven. Knippert de weergave, dan is de zone vrij. Is de weergave continu, dan is de zone bezet.
-
Voer nu de stappen 2-4 zoals in de paragraaf "Inlezen van draadloze componenten" uit.
6.3 Wissen van draadloze melders
- Zet de uitbreidingsmodule in de leermodus.
- Druk zo lang op de toets "SELECT" tot het gewenste zonenummer wordt weergegeven.
- Druk ca. 4 seconden op de toets "DELETE". Er klinkt een dubbel signaal en op het display verschijnt "--". Dan is de melder gewist.
6.4 Wissen van overige componenten
Deze componenten kunnen niet afzonderlijk worden gewist. Om een component te wissen, moeten alle draadloze afstandsbedi- eningen worden gewist en moeten de nog bestaande weer worden ingelezen.
7. Gebruikstips
De draadloze uitbreidingsmodule is in staat verschillende fouten en storingen van de draadloze melders te detecteren en aan de centrale door te geven.
Opmerking: Deze functies gelden niet voor afstandsbedieningen en overvaldetectoren.
7.1 Weergave van de signaalsterkte
- Zet de uitbreidingsmodule in de leermodus.
- Druk op de toets "SELECT" tot het gewenste zone-nummer of het nummer van de draadloze afstandsbediening wordt weergegeven. Beide LED's op de print-plaat moeten uit zijn.
- Activeer de overeenkomstige draadloze componenten. De groene LED (Pass) geeft aan dat de signaalsterkte voldoende is. De rode LED (Fail) geeft aan dat de signaalsterkte onvoldoende is. Op het display verschijnt afwisselend de signaalsterkte en het zonenummer.
- Herhaal de stappen 2 en 3 om de signaalsterkte opnieuw te laten weergeven.
7.2 Jamming
Jamming-signaal wordt een signaal genoemd dat op dezelfde frequentie als de draadloze componenten zendt en sterk ge- noeg is om het radiosignaal minimaal 30 seconden binnen een minuut te verdringen. Door de geleiderburg "Jamming" te plaat- sen (stoorsignalen) wordt deze functie geactiveerd, er wordt daardoor een storingsmelding aan de centrale doorgegeven.
7.3 Supervision
Door het plaatsen van de geleiderbrug "Supervision" (bewa- king) wordt deze functie geactiveerd. De draadloze uitbreiding meldt een melder als defect als de uitbreiding binnen de gepro- grammeerde tijd geen signaal van deze melder ontvangt.
7.4 Melder - batterij zwak
Als het vermogen van de batterij van de draadloze melder afneemt, dan wordt deze melding via de draadloze uitbreiding aan de centrale doorgegeven.
| Stroomopname | 55 mA maximaal bij 12 V DCDC |
| Zones | 8 draadloze zones voor melders en nog eens maximaal 8 draadloze afstandsbedieningen |
| Display | 2 x 7-segments LED. Zichtbaar bij een geopend huis |
| Zender | Frequentie: 868,6625 MHzBandbreedte: 20 kHz |
| Zendvermogen | Max. 10 mW |
| Afmetingen | 220mm x 135mm x 45mm (HxBxD) |
| Gewicht | 330g |
| Bedrijfstemperatuur | -10° tot 55°C |
| Luchtvochtigheid | maximaal 93% |
9. Afdanken

Let op: De EU-richtlijn 2012/19/EU regelt de correcte terugname, behandeling en recycling van gebruikte elektronische apparaten. Dit symbool betekent dat in het belang van de milieubescherming het apparaat aan het einde van zijn levensduur conform de geldende
wettelijke voorschriften en gescheiden van het huishoudelijk afval of het bedrijfsafval moet worden afgevoerd. Het oude apparaat kan worden afgevoerd via de officiële verzamelpunten in uw land. Volg de ter plaatse geldende voorschriften bij de afvoer van de materialen. Gedetailleerde informatie over het terugnemen krijgt u bij de lokale autoriteiten (ook in landen, die niet zijn aangesloten bij de Europese Unie). Door het apart verzamelen en de recycling worden de natuurlijke hulpbronnen ontzien. Bovendien wordt gewaarborgd dat bij de recycling van het product alle bepalingen ter bescherming van gezondheid en milieu in acht worden genomen.
10. Conformiteitsverklaring
Hiermee verklaart ABUS Security-Center GmbH & Co. KG, dat het draadloze installatietype met artikelnummer AZ4220 voldoet aan de richtlijn 2014/53/EU. De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring is beschikbaar op het volgende internet-adres: www.abus.com Artikelen zoeken AZ4220/Downloads. De conformiteitsverklaring kunt u ook aanvragen via het onderstaande adres:
SimpelGids