PerfectPower PP2002 - Kamperen WAECO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PerfectPower PP2002 WAECO in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - PerfectPower PP2002 WAECO
Gebruikersvragen over PerfectPower PP2002 WAECO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Kamperen in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PerfectPower PP2002 - WAECO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PerfectPower PP2002 van het merk WAECO.
GEBRUIKSAANWIJZING PerfectPower PP2002 WAECO
NL 97 Inverter met netvoorrangsschakeling
Montagehandleiding en gebruiks-
aanwijzing
Maak kennis met het omvangrijke productscala van de firma Dometic WAECO. Bestel onze catalogus gratis en vrijblijvend onder het internetadres: www.dometic-waeco.com
DK
Lees deze handleiding voor de ingebruikneming zorgvuldig door en bewaar deze. Geef de handleiding bij doorverkoop van het toestel door aan de gebruiker.
Inhoudsopgave
1 Verklaring van de symbolen. 98
2 Algemene veiligheidsaanwijzingen 98
3 Omvang van de levering 100
4 Toebehoren 100
5 Doelgroep van deze handleiding .... 100
6 Gebruik volgens bestemming 101
7 Technische beschrijving.... 101
8 Omvormer bevestigen en aansluiten 104
9 Omvormer gebruiken 109
10 Omvormer onderhouden en reinigen 110
11 Verhelpen van storingen 111
12 Garantie 112
13 Afvoeren.... 112
14 Technische gegevens 113
1 Verklaring van de symbolen

WAARSCHUWING!
Veiligheidsaanwijzing: Het niet naleven kan leiden tot overlijden of ernstig letsel.

LET OP!
Het niet naleven ervan kan leiden tot materiële schade en de werking van het product beperken.

INSTRUCTIE
Aanvullende informatie voor het bedienen van het product.
▶ Handeling: dit symbool geeft aan dat u iets moet doen. De vereiste handelingen worden stap voor stap beschreven.
√Dit symbool beschrijft het resultaat van een handeling.
afb. 1 5, pagina 3: deze aanduiding wijst u op een element in een afbeelding, in dit voorbeeld op „positie 5 in afbeelding 1 op pagina 3”.
2 Algemene veiligheidsaanwijzingen
De fabrikant kan in de volgende gevallen niet aansprakelijk worden gesteld voor schade:
● montage- of aansluitfouten
- beschadiging van het product door mechanische invloeden en overspanningen
- veranderingen aan het product zonder uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant
- gebruik voor andere dan de in de handleiding beschreven toepassingen
2.1 Algemene veiligheid

WAARSCHUWING!
- Gebruik het toestel alleen voor zijn eigenlijke gebruiksdoel.
- Het onderhoud en de reparatie mag alleen door een vakman worden uitgevoerd die met de gevaren die ermee verbonden zijn en de betreffende voorschriften vertrouwd is.
- Personen die door hun psychische, sensorische of geestelijke vaardigheden of hun onervarenheid of onwetendheid niet in staat zijn het toestel veilig te gebruiken, mogen dit niet zonder toezicht of instructie door een verantwoordelijke persoon doen.
- Elektrische toestellen zijn geen speelgoed!
Bewaar en gebruik het toestel buiten het bereik van kinderen.
2.2 Veiligheid bij de installatie van het toestel

WAARSCHUWING!
- De installatie van het toestel mag uitsluitend worden uitgevoerd door goed geïnformeerde speciaalzaken die met de in acht te nemen richtlijnen en veiligheidsmaatregelen vertrouwd zijn.
- Bij een verkeerde installatie van elektrische toestellen op boten kan er corrosieschade aan de boot ontstaan. De installatie van het toestel moet door een vakkundig (boot-)elektricien uitgevoerd worden.
2.3 Veiligheid bij het gebruik van het toestel

WAARSCHUWING!
Neem onderstaande fundamentele veiligheidsmaatregelen in acht bij het gebruik van elektrische toestellen ter bescherming voor:
• elektrische schokken
- brandgevaar
- verwondingen
- Gebruik het toestel alleen als de behuizing en de leidingen onbeschadigd zijn.
- Let erop dat de luchtin- en uitgangen van het toestel niet afge- dekt worden.
- Let op de goede ventilatie. De omvormer produceert verlieswarmte die moet worden afgevoerd.
- Verbreek bij werkzaamheden aan het toestel altijd de stroom-toevoer.
3 Omvang van de levering
| Aantal Omschrijving |
| 1 Omvormer |
| 1 230-V-aansluitkabel |
| 4 Montagehouders |
| 1 Montageplaat |
| 2 Kabelschoenen |
| 1 Bedieningshandleiding |
4 Toebehoren
Als toebehoren verkrijgbaar (niet in de leveringsomvang inbegrepen):
Omschrijving Artikelnr.
Afstandsbediening MCR-9 MCR-9
Neem bij vragen over het toebehoren contact op met uw servicepartner.
5 Doelgroep van deze handleiding
Het „Omvormer aansluiten“ op pagina 105 is uitsluitend gericht op vakkundige personen die met de betreffende VDE-richtlijnen vertrouwd zijn.
Alle overige hoofdstukken zijn ook op de gebruikers van het toestel gericht.
6 Gebruik volgens bestemming

WAARSCHUWING!
De omvormer mag niet gebruikt worden in voertuigen waarbij de pluspool van de accu met het chassis verbonden is.
De omvormers PP1002, PP1004, PP2002 en PP2004 zijn bestemd voor de voedingsspanning van 230 V-verbruikers op een voedingsspanning van 12 V of 24 V:
● 12 V: PP1002 en PP2002
● 24 V: PP1004 en PP2004
De omvormers zijn geschikt voor gebruik in campers, bedrijfsvoertuigen en motor- en zeiljachten.
7 Technische beschrijving
De omvormers PP1000 en PP2000 bestaan uit twee functionele eenheden:
- omvormer-schakeling: genereert een 230 V-wisselspanning uit een accuspanning van
- 12 V: PP1002 en PP2002
- 24 V: PP1004 en PP2004
- net-voorrangschakeling: schakelt automatisch om tussen vreemde 230 V-netspanning (bijv. van een kampeerplaats) en uit een accu gegenereerde 230 V-spanning
De vreemde netspanning heeft voorrang: alleen als er geen externe spanning meer voorhanden is, wordt het uitgangsstopcontact van het externe spanningscircuit gescheiden en met het spanningscircuit van de omvormer verbonden. Zo kan men ervan uitgaan dat het uitgangsstopcontact altijd onder een spanning van 230 V staat.
Van invertermodus naar landstroomvoeding:
De omschakeling van de invertermodus, waarbij de 230 Voltwisselspanning uit de accuspanning wordt gegenereerd, naar landstroomvoeding vindt vertraagd plaats.
Met het insteken van de stekker in de contactdoos buiten (kampeerplaats, haven) wordt na een vertragingstijd van ca. 4 s de inverter uitgeschakeld. Na nog eens 2 s wordt de landstroom doorgeschakeld. Hierdoor wordt aan de aangesloten toestellen tijd gegeven om correct uit te schakelen.
Van landstroom naar invertermodus:
De omschakeling van landstroom naar invertermodus vindt eveneens met een vertraging plaats.
Als de landstroom uitvalt, schakelt de inverter na 2 seconden in.

LET OP!
Aangesloten toestellen moeten bij het omschakelen uitgeschakeld zijn. Aangezien deze voor 2 s geen spanning krijgen, moeten ze eventueel weer ingeschakeld worden.
De omvormer is van een thermische en een elektrische overbelastingsbeveiliging en een onder- en overspanningsbeveiliging voorzien. De omvormer schakelt uit:
- als de interne temperatuur van de omvormer te hoog is
- als de belasting de vermogenswaarden overstijgt die in de Technische gegevens genoemd zijn
● als de ingangsspanning te laag of te hoog is
Op de omvormer kan een afzonderlijke verbruiker worden aangesloten of een verdeeldoossysteem, om een 230 V-boordnet met meerdere stopcontacten te realiseren.
Het toestel is in de afleveringstoestand met een galvanische scheiding uitgerust. Voor een veilige werking van meerdere verbruikers is het beslist noodzakelijk dat in het verdeeldooscircuit een veiligheidsschakelaar (Flschakelaar) wordt ingebouwd en de aardleiding in de omvormer wordt geplaatst.

INSTRUCTIE
Houd er bij de aansluiting van toestellen met elektrische aandrijving (bijv. boormachine, koelkast enz.) rekening mee dat deze bij het opstarten vaak een hoger vermogen nodig hebben dan aangegeven op het typeplaatje.
De omvormer kan met de hand of met een afstandsbediening worden ingeschakeld.
De koeling vindt plaats via een lastafhankelijk aangestuurde ventilator.
7.1 Bedieningselementen
Vooraanzicht (afb. 1, pag. 3):
Nr. Beschrijving
| 1 | Grid: Deze LED brandt, als de omvormer door een externe 230 V-netspanning wordt gevoed; de voorrangschakeling is actief. |
| 2 | Aansluiting voor de externe 230 V-voedingsspanning |
| 3 | Circuit Breaker: zekering |
| 4 | 230 V AC-uitgang |
| 5 | POWER: Deze LED brandt, als de omvormer is ingeschakeld. |
| 6 | OLP: Deze LED brandt als de aangesloten verbruikers te veel stroom opnemen. |
| 7 | UVP: Deze LED brandt, als de accucapaciteit te zwak is. |
| 8 | OVP: Deze LED brandt, als de ingangsspanning te hoog is. |
Achteranzicht (afb. 2, pag. 3):
Nr. Beschrijving
| 1 Hoofdschakelaar |
| 2 Aansluiting afstandsbediening MCR-9 |
| 3 Aansluiting voor extern schakelcontact |
| 4 Massa-aansluiting |
| 5 Ventilator |
| 6 M i n k l e m |
| 7 Plusklem |
8 Omvormer bevestigen en aansluiten
8.1 Omvormer bevestigen
U kunt de omvormer met de meegeleverde houders bevestigen.
Neem bij de montage de volgende veiligheidsaanwijzingen in acht:

WAARSCHUWING!
- Let erop dat de installatie veilig staat!
Stel het toestel veilig op en bevestig het zo dat - het niet kan omvallen of naar beneden vallen
– het niet kan bewegen tijdens het rijden of varen - Beveilig het toestel zo dat kinderen er geen toegang toe
hebben. Er kunnen gevaren ontstaan die door kinderen niet herkend worden!
Neem bij de keuze van de montageplaats de volgende aanwijzingen in acht:
- Gebruik het toestel niet in
– een vochtige of natte omgeving
– een stoffige omgeving
- omgevingen met ontvlambare materialen
- explosiegevaarlijke ruimtes
- Stel het toestel niet aan een warmtebron (zonnestralen, verwarming enz.) bloot. Vermijd zo een extra opwarming van het toestel.
- Let op de lengte van de kabels en kies een montageplaats in de buurt van een voedingsaccu.
- Kies een goed geventileerde montageplaats.
Bij installaties in gesloten, kleine ruimtes moet er ventilatie mogelijk zijn.
- Let erop dat er aan de kopzijden van de omvormer geen lucht intreedt.
- Kies een montageoppervlak dat effen en voldoende stevig is.
Bevestig de omvormer als volgt (afb. 5, pag. 4):

LET OP!
Controleer voor het boren of er geen elektrische kabels of andere delen van het voertuig door boren, zagen en vijlen beschadigd kunnen raken.
▶ Clip twee houders op zowel het linker als rechter verbindingsstuk onderaan.
U kunt de houders achteraf naar wens verschuiven.
▶Schroef de omvormer vast door telkens één schroef door de boringen in de houders te schroeven.
8.2 Omvormer aansluiten

WAARSCHUWING!
De aansluiting van de omvormer mag alleen door daarvoor opgeleide vaklui uitgevoerd worden.
De volgende informatie is bestemd voor vaklui die met de betreffende richtlijnen en veiligheidsmaatregelen vertrouwd zijn.
Neem bij de elektrische aansluiting de volgende veiligheidsaanwijzingen in acht:

LET OP! Gevaar voor kortsluiting!
- Verbreek bij werkzaamheden aan het voertuig altijd de massaverbinding naar de voedingsaccu.
- Verbreek de externe spanning van 230 V naar de camper!
- Als de leidingen door plaatwanden of andere wanden met scherpe randen geleid moeten worden, gebruik dan holle buizen of leidingsdoorvoeren.
- Leg de leidingen niet los of scherp geknikt op elektrisch geleidend materiaal (metaal).
- Bevestig de leidingen goed.
- Trek niet aan leidingen.
- Plaats de 230 V-netleiding en de 12/24 V-gelijkstroomleiding niet samen in dezelfde kabelgoot (holle buis).
- Leg de leidingen zodanig dat er niet over gestruikeld kan worden en beschadiging van de kabel uitgesloten is.

WAARSCHUWING! Levensgevaar door elektrische schok!
Als u meer dan één verbruiker aan de omvormer wilt aansluiten en daarvoor een verdeeldooscircuit moet bouwen, moet u een veiligheidsschakelaar (Fl-schakelaar) gebruiken en een aardleiding aanbrengen in de omvormer, zie „Meerdere verbruikers aan-sluiten” op pagina 107.
Omvormer aarden
Massa-aansluiting van de omvormer (afb. 2 4, pagina 3) aansluiten op de massa van het voertuig.
Omvormer aan de accu aansluiten

INSTRUCTIE
Let erop dat bij het losklemmen van de accu alle vluchtige geheugens van de aangesloten verbruikers hun opgeslagen gegevens verliezen.

LET OP!
Let op een correcte poling. Als de plus- en minaansluiting worden verwisseld kan het toestel worden beschadigd.
Aansluitklem van de rode accu-aansluitkabel met de plusklem (afb. 2 7, pagina 3) aansluiten op de omvormer.
▶Aansluitklem van de zwarte accu-aansluitkabel met de minklem (afb. 2 6, pagina 3) aansluiten op de omvormer.
▶Verbindingen op veilig contact testen. Eventueel moet u de schroefverbindingen later nog eens bijdraaien.

INSTRUCTIE
Door oplading van de interne condensatoren kunnen bij het aansluiten vonken ontstaan.
▶Rode accu-aansluitkabel met de pluspool van de accu verbinden.
Zwarte accu-aansluitkabel met de minpool van de accu verbinden.
Omvormer aan de 230 V-netaansluiting aansluiten
230 V-aansluitkabel in de aansluiting voor de 230 V-voedingsspanning van de omvormer (afb. 1 2, pagina 3) steken.
230 V-aansluitkabel met een in het voertuig geïnstalleerde 230 V-stopcontact verbinden.
Afstandsbediening aan de omvormer aansluiten
▶Omvormer indien nodig uitschakelen.
Kabeleinde van de afstandsbediening in de aansluiting steken (afb. 2 2, pagina 3).
▶ Hoofdschakelaar (afb. 2 1, pagina 3) op „Remote” zetten.
Extern schakelcontact op de omvormer aansluiten
▶Omvormer indien nodig uitschakelen.
Extern schakelcontact (spanningsvoeding uit de omvormer) volgens schakelbeeld (afb. 3, pag. 3) aan de Remote Port (afb. 2 3, pagina 3) aansluiten.
▶ Hoofdschakelaar (afb. 2 1, pagina 3) op „Remote“ zetten.

INSTRUCTIE
Als u een extern schakelcontact met eigen spanningsvoeding, bijv. van het contact, wilt gebruiken, dan moet u een geschikt relais er- tussen schakelen.
8.3 Meerdere verbruikers aansluiten

WAARSCHUWING! Levensgevaar door elektrische schok!
Als u meer dan een verbruiker aan de omvormer wilt aansluiten en daarvoor een verdeeldooscircuit moet bouwen, moet u een veiligheidsschakelaar (Fl-schakelaar) gebruiken en een aardleiding in de omvormer aanbrengen. De aardleiding mag alleen worden aangesloten door een vakkundige persoon die vertrouwd is met de betreffende VDE-richtlijnen.
Het toestel is in de afleveringstoestand met een galvanische scheiding uitgerust. Voor een veilige werking van meerdere verbruikers is het beslist noodzakelijk dat in het verdeeldooscircuit een veiligheidsschakelaar (Fl-schakelaar) wordt ingebouwd, zie voorbeeld-schakelschema in afb. 6, pag. 5.
Legenda bij het voorbeeld-schakelschema:
| Pos. in afb. 6, pag. 5 | Verklaring |
| 1 230 V | AC-spanningsbron |
| 2 Meer toestellen zoals acculader, koelkast | |
| 3 DC-spanningsbron (accu) | |
| 4 Omvormer | |
| 5 Aardleiding aangebracht (afleveringstoestand: niet aangebracht, gestippeld weergegeven) | |
| 6 Veiligheidsschakelaar (FI-schakelaar) | |
| 7 Verdeeldooscircuit voor verbruikers | |
▶Bouw een FI-schakelaar in het verdeeldooscircuit.
Aardleiding aanbrengen (afb. 4, pag. 4)

WAARSCHUWING! Levensgevaar door elektrische schok!
De aardleiding mag alleen worden aangesloten door een vakkundige persoon die vertrouwd is met de betreffende VDE-richtlijnen.

INSTRUCTIE
In de afleveringstoestand moet de stekker voor de aardleiding altijd op steekplaats „FG” worden gestoken (geïsoleerde wisselspanning).
▶ Schroef de bovenste vier bevestigingsschroeven (2) aan de kopzijden van het toestel met een binnenzeskantsleutel eraf.
▶Verwijder de deksel (1).

LET OP!
De aardleiding wordt met de steekplaatsen „FG” en „N + FG” gewijzigd. Wijzig de steekplaatsen niet, omdat het toestel dan kan worden beschadigd.
▶ Trek de stekker (3) van steekplaats „FG” (4).
▶ Steek de stekker (3) op steekplaats „N + FG” (5).
Zet de deksel weer op het toestel (1) en bevestig deze met de schroeven (2).
9 Omvormer gebruiken

LET OP!
Als er geen veiligheidschakelaar aanwezig is: Als de omvormer aan de externe netspanning is aangesloten, is het 230 V-uitgangsstopcontact geaard.
Als er geen externe netspanning aanwezig is, is de omvormer alleen met de accu (gelijkstroom) verbonden. In dat geval is het 230 V-uitgangsstopcontact niet geaard, maar beveiligd met de veiligheidsisolatie.

LET OP! gevaar voor kortsluiting!
Schakel eerst de omvormer in en pas daarna de verbruikers.
Neem bij het gebruik van de omvormer de volgende aanwijzingen in acht:
- Als de accuspanning tijdens de werking onder de alarmwaarde (zie „Onderspanningsalarm” in „Technische gegevens“ op pagina 113), klinkt er een waarschuwingstoon en de LED „UVP“ (afb. 1 7, pagina 3) brandt.
- Als de accuspanning onder de uitschakelwaarde daalt (zie „Onderspanningsuitschakeling“ in „Technische gegevens“ op pagina 113), schakelt de omvormer uit.
-
Bij een te hoge opwarming schakelt de omvormer uit en de rode LED „OLP” (afb. 1 6, pagina 3) brandt.
Na het afkoelen schakelt de omvormer weer automatisch in. -
Bij het gebruik van de omvormer gedurende langere tijd en met de zeer hoge belasting is het aan te raden om de motor te starten, zodat de accu van het voertuig opnieuw kan opladen.
▶ Sluit uw verbruikers aan op de 230 V-uitgang (afb. 1 4, pagina 3). U kunt ook een verdeeldoos aansluiten.
9.1 Omvormer zonder afstandsbediening gebruiken
▶ Zet de hoofdschakelaar (afb. 2 1, pagina 3) op
– „ON“, om de omvormer in te schakelen
– „OFF“, om de omvormer uit te schakelen
√De LED „POWER“ brandt als de omvormer is ingeschakeld.
9.2 Omvormer met een afstandsbediening gebruiken

INSTRUCTIE
Neem ook de bij de afstandsbediening geleverde bedieningshandleiding in acht.
Zet de hoofdschakelaar (afb. 2 1, pagina 3) op „Remote”.
▶Schakel de omvormer in of uit met
– de toetsen op de afstandsbediening of
– het externe schakelcontact
√De LED „POWER“ brandt als de omvormer is ingeschakeld.
10 Omvormer onderhouden en reinigen

LET OP!
Geen scherpe of harde voorwerpen of reinigingsmiddelen bij het reinigen gebruiken. Dit kan het product beschadigen.
▶Reinig het product af en toe met een vochtige doek.
11 Verhelpen van storingen
Storing Oorzaak Oplossing
| Geen uitgangsspanning Geen contact met de accu Contact en kabel controleren. | |
| Evt. ontsteking inschakelen. | |
| Thermische overbelasting Verbruikers uitschakelen. | |
| Omvormer laten afkoelen en voor een betere ventilatie zorgen. | |
| Verlaag eventueel de continue belasting. | |
| Ingangsspanning te hoog Ingangsspanning op omvormer controleren en vergelijken met de technische gegevens van de omvormer. | |
| Zekering defect (in de omvormer of aan het voertuig) | Vervanging van de zekering door een zekering met dezelfde specificatie. |
| Toestel defect Toestel vervangen. | |
| Toestel schakelt cyclisch aan/uit | Continue belasting te hoog Belasting verlagen. |
| Bij het inschakelen van de verbruikers schakelt de omvormer uit | Inschakelstroom te hoog Vermogen van de verbruikers met het maximale vermogen van de omvormer vergelijken. |
| Te geringe uitgangsspanning | Accuspanning lager dan uitschakelwaarde (zie „Onderspanningsuitschakeling” in „Technische gegevens” op pagina 113) |

INSTRUCTIE
De uitgangsspanning kan enkel met een True RMS-meettoestel correct gemeten worden.
12 Garantie
De wettelijke garantieperiode is van toepassing. Als het product defect is, wendt u zich tot het filiaal van de fabrikant in uw land (adressen zie achterkant van de handleiding) of tot uw speciaalzaak.
Voor de afhandeling van de reparatie of garantie dient u de volgende documenten mee te sturen:
- een kopie van de factuur met datum van aankoop,
- reden van de klacht of een beschrijving van de storing.
13 Afvoeren
▶ Laat het verpakkingsmateriaal indien mogelijk recyclen.

Als u het product definitief buiten bedrijf stelt, informeer dan bij het dichtstbijzijnde recyclingcentrum of uw speciaalzaak naar de betreffende afvoervoorschriften.
Bij omgevingstemperaturen hoger dan 40 °C (bijv. in motor- of verwarmingsruimtes, directe zonnestralen) vermindert het continue vermogen dat bij de technische gegevens wordt genoemd.
De volgende technische gegevens gelden voor alle omvormers:
| WAECO PerfectPower | ||
| PP1002 PP2002 | PP1004 PP2004 | |
| Uitgangsspanning: | 230 V | |
| Uitgangsfrequentie: 50 Hz ± 2 Hz | ||
| Stroomverbruik bij nullast: < 1,5 A < 1,5 A | ||
| Werkingsgraad bij continue belasting: | >85 % | |
| Ingangsspanningsbereik: | 11 - 15 V--- | 22 - 30 V--- |
| Net-ingangsspanning: 230 V AC~ | ||
| Onderspanningsalarm: 11 V 22 V | ||
| Onderspanningsuitschakeling: 10,5 V | 21 V | |
| Herschakeling na onderspanning: 12,2 V 24,4 V | ||
| Uitschakeling bij overspanning: | 15,5 V 30,5 V | |
| Uitschakeling bij overbelasting: | 130 % | |
| Uitschakeling bij overtemperatuur: | 80 °C | |
| Zekering voorrangschakeling: | 10 A | |
| Omgevingstemperatuur- opslag:- werking: | -30 °C - +70 °C0 °C - +40 °C | |
| Luchtvochtigheid- opslag:- werking: | 20 % - 90 %10 % - 95 % | |
| Keurmerk/certificaat: | CE e 4 | |
| PP1002 PP1004 | ||
| Artikelnr.: PP1002 PP1004 | ||
| Continu uitgangsvermogen: 1000 W | ||
| Piekuitgangsvermogen: 2000 W | ||
| DC-zekering: 30 A x 4 15 A x 4 | ||
| Afmetingen b x l x h: | 176 x 338 x 95 mm | |
| Gewicht: 3,5 kg | ||
| WAECO PerfectPower | ||
| PP2002 PP2004 | ||
| Artikelnr.: PP2002 PP2004 | ||
| Continu uitgangsvermogen: 2000 W | ||
| Piekuitgangsvermogen: 4000 W | ||
| DC-zekering: 30 A x 8 15 A x 8 | ||
| Afmetingen b x l x h: | 176 x 443 x 95 mm | |
| Gewicht: 5 kg | ||